CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

9. Bijlage 05 Projectgebonden risicoanalyse

Gemeenteraad 26 januari 2026, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Bopa Mary Zeldenrustlaan 18 Rijen (Praxis locatie)18.693 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

KKM van de kalibers 13 mm en 15 mm, bevatten een kleine hoeveelheid explosieve stof die nog aanwezig is bij blindgangers. Door de geringe omvang van KKM zijn de veiligheden navenant klein en daarom erg gevoelig voor bewegen en toucheren. 5.2.3 Hand- en geweergranaten Hand- en geweergranaten worden geworpen of verschoten en kunnen voorzien zijn van diverse typen ontstekers die gevoelig zijn voor toucheren en bewegen. Met name handgranaten zijn vaak voorzien van een slagpin onder veerdruk. Indien de veiligheidspin weg of doorgeroest is, zijn deze granaten gevoelig voor toucheren en bewegen.

75309/ RO-240161 versie 1.1

CR PRA-NGE Mary Zeldenrustlaan 18-20

Pagina 28 van 73

5.2.4 Geschutmunitie 20mm (boordwapens) De 20 mm granaten kunnen door een leek aangezien worden voor een kogel van Klein Kaliber Munitie. Het stalen projectiellichaam is echter voorzien van springstof en een ontsteker. Vanwege de geringe omvang van de ontstekers zijn de veiligheden navenant klein en zijn ze erg gevoelig voor toucheren. 5.2.5 Geschutmunitie Geschutmunitie komt het meest voor in de vorm van brisante munitie. Het tot uitwerking komen van brisante munitie vormt een risico voor betrokken personeel en de omgeving. De afstand tot waar risico’s ontstaan is onder andere afhankelijk van de hoeveelheid springstof die aanwezig is in NGE en de aanwezige gronddekking. Geschutgranaten kunnen gevoelig zijn voor toucheren en bewegen. 5.2.6 Weggeslingerde munitie Dit is in het geval van de Mary Zeldenrustlaan munitie van de hoofdgroepen geschutmunitie (2 cm) en afwerpmunitie (10- en 50 kg). Deze NGE kunnen door de explosie waardoor ze verspreid zijn instabiel zijn geworden en gevoelig zijn voor toucheren en bewegen. 5.3

CONCLUSIE KANS OP UITWERKING VAN NGE

Aan de hand van de verzamelde gegevens is vastgesteld dat bij diverse werkzaamheden invloeden plaatsvinden die een ongewenste uitwerking van NGE tot gevolg kunnen hebben. De werkzaamheden zullen met groot materieel worden uitgevoerd. De exacte gebruikte ontstekers zijn onbekend. Zodoende bestaat er een matige kans dat een uitwerking plaatsvindt wanneer de werkzaamheden regulier worden uitgevoerd. De richtlijnen voor de kansbepaling zijn weergegeven in bijlage 6.

75309/ RO-240161 versie 1.1

CR PRA-NGE Mary Zeldenrustlaan 18-20

Pagina 29 van 73

6

GEVOLGEN VAN UITWERKING VAN NGE

Wanneer NGE ongewenst tot uitwerking komen kan dit gevolgen hebben voor mens en materieel en mogelijk voor de omgeving in en rondom de projectlocatie. In dit hoofdstuk worden de gevolgen van uitwerking van de NGE beschreven, waarop de projectlocatie verdacht is en de receptoren die de gevolgen ondervinden. De uitwerking van NGE kan verschillende verschijnselen hebben, zoals detonatie, uitstoting, gevormde lading, pyrotechnische lading. De uitwerkingsverschijnselen zijn uitgebreid en in algemene zin beschreven in bijlage 7. 6.1

EFFECTEN VAN UITWERKING

De uitwerking van de diverse verwachte NGE kan verschillende effecten tot gevolg hebben. De projectlocatie is verdacht op diverse hoofdsoorten en kalibers. Deze kunnen voorkomen in brisante vorm, rook, springrook, pantser, brisant pantser en brand. De verwachte NGE produceren de volgende effecten bij uitwerking: • • • • • •

Scherfwerking Schokgolf Gasdruk Hitte Rook Brand

6.1.1 Klein kaliber munitie (KKM) Klein kaliber projectielen bevatten doorgaans geen explosieve lading. Alleen in niet-verschoten munitie bevindt zich een voortdrijvende lading in de vorm van rookzwak buskruit. De gevolgen van uitwerking zijn bij KKM dermate beperkt dat gesproken kan worden over verwaarloosbare gevolgen. 6.1.2 Geschutmunitie De projectlocatie is verdacht op geschutmunitie 20 mm, 2 inch en 10,5 cm. Deze kalibers geschutmunitie zijn van de brisante variant. De 2 inch en 10,5 cm geschutgranaten kunnen ook een rook of brandstichtende variant (fosfor) zijn. Een uitwerking van de brisante variant zal een explosie tot gevolg hebben waarbij schokgolf, scherven, gasdruk en hitte vrijkomen. Deze effecten kunnen dodelijk letsel tot gevolg hebben en zware schade veroorzaken aan materieel en gebouwen. De scherfgevarenzone van een 10,5 cm granaat (het grootst mogelijk achtergebleven kaliber geschutmunitie) bedraagt 310 meter.18 6.1.3 Afwerpmunitie De projectlocatie is verdacht op verschillende kalibers afwerpmunitie tot 1.000 lb. Bij een uitwerking van deze bommen zal dat een explosie tot gevolg hebben waarbij schokgolf, gasdruk, scherven en hitte vrijkomen. Deze effecten kunnen dodelijk letsel tot gevolg hebben en schade veroorzaken aan materieel en gebouwen. Het exact gebruikte type 1000 lb. afwerpmunitie is onbekend.

Er wordt uitgegaan van een veel gebruikte brisantbom voor algemeen gebruik. De scherfgevarenzone van deze bom is maximaal 1540 meter, en de gevarenzone voor overige fragmenten bedraagt zelfs 3050 meter. 19

18 HB EOD, Handboek Explosive Ordnance Disposal support to national operations, 12 juni 2020. 19 Ibidem.

75309/ RO-240161 versie 1.1

CR PRA-NGE Mary Zeldenrustlaan 18-20

Pagina 30 van 73

6.1.4 Munitie met fosforlading Fosfor kan op de projectlocatie voorkomen in geschutmunitie, handgranaten en afwerpmunitie. Bij de uitwerking van fosformunitie komen veel rook en grote hitte vrij van temperaturen tot 800 graden Celsius. Deze uitwerkingsverschijnselen kunnen ernstige brandwonden tot gevolg hebben en brandschade veroorzaken aan omgeving, materieel en gebouwen. Sommige munitieartikelen hebben een verspreidinglading, waardoor de (brandstichtende) hoofdlading over enkele tientallen meters verspreid kan worden. Fosfor zal spontaan ontbranden door contact met zuurstof en is daardoor erg moeilijk te blussen. De rook die afkomstig is van fosfor is giftig en kan leiden tot ademhalingsproblemen, longbeschadiging en andere ernstige gezondheidsproblemen op de lange termijn.

Figuur 19: Voorbeeld van een 30 lb. fosforbrand.

6.2

RECEPTOREN

Onder de receptoren wordt gekeken of en welke personen, materieel en omgevingsobjecten blootgesteld worden aan de gevolgen van een uitwerking. 6.2.1 Personen Bij uitwerking van de verwachte NGE lopen zowel personeel als omstanders gevaar. De effecten van een uitwerking kunnen ernstig tot zelfs dodelijk letsel tot gevolg hebben. 6.2.2 Materieel De opdrachtgever zal bij het ontgraven en funderen gebruik maken van graafmachines, (mogelijke) heistelling, voertuigen en ander materieel. De effecten van een uitwerking kunnen onherstelbare schade aan dit materieel veroorzaken waardoor dit (volledig) vervangen dient te worden voordat het project voortgezet kan worden.

75309/ RO-240161 versie 1.1

CR PRA-NGE Mary Zeldenrustlaan 18-20

Pagina 31 van 73

6.2.3 Omgeving Om de schade bij een ongecontroleerde uitwerking op de omgeving in kaart te brengen is gebruik gemaakt van de gegevens van Risicokaart.nl. Hierop staat aangegeven welke kwetsbare objecten, Besluit Risico’s Zware Ongevallen (BRZO) en Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen (BEVI) en andere risicovolle inrichtingen aanwezig zijn evenals cruciale en gevaarlijke buisleidingen en wegen. Gezien de ligging op relatief korte afstand van het spoor (+- 115 meter) ligt de projectlocatie in een aandachtsgebied “Basisnet spoor”. Ook is de projectlocatie gelegen in een explosie- en gifwolkaandachtsgebied, en ligt het dichtbij een brandaandachtsgebied (wederom vanwege de ligging aan het spoor).

Figuur 20: Overzicht van de aandachtsgebieden die van toepassing zijn op de projectlocatie (bron: risicokaart.nl).

De projectlocaties is gelegen binnen de bebouwde kom van Rijen. De schade die zal ontstaan aan gebouwen en (ondergrondse) infrastructuur zal bij de uitwerking van munitie ernstige en langdurige gevolgen hebben voor de omgeving. Rondvliegende scherven, puin door de gasdruk en de drukgolf kunnen ernstige schade veroorzaken aan nabijgelegen gebouwen, infrastructuur en voertuigen. Mogelijk worden omliggende panden onherstelbaar beschadigd en zullen gas en waterleidingen in de omgeving breken door de ondergrondse schokgolf die ontstaat bij een detonatie. 6.2.4 Diepte van uitwerking Vanwege de explosieve inhoud van mogelijk achtergebleven NGE is het effect van een detonatie groot. Het effect van een detonatie is afhankelijk van de diepte en afstand waarop de detonatie optreedt. Een detonatie kan fataal zijn voor het bij de werkzaamheden betrokken personeel. Tevens kan schade in de omgeving ontstaan. Indien een detonatie optreedt op grotere diepte is sprake van een zekere gronddekking. Door de dekking neemt het effect van de primaire scherfwerking af. De afname is afhankelijk van de diepteligging en het kaliber van de OO. Het effect van de gasdruk en/of schokgolf (secundaire scherfwerking) zal echter groter zijn. Hierdoor bestaat de kans dat belendende kabels, leidingen en fundamenten beschadigd raken.

Verzakking of beweging van de grond kan letsel of schade aan personeel en materieel veroorzaken.

75309/ RO-240161 versie 1.1

CR PRA-NGE Mary Zeldenrustlaan 18-20

Pagina 32 van 73

6.3

CONCLUSIE GEVOLGEN VAN UITWERKING VAN NGE

Aan de hand van de verzamelde gegevens is vastgesteld dat uitwerking van NGE dodelijk letsel en ernstige schade tot gevolg kan hebben op de projectlocatie en in de verre omgeving. De ernst van de gevolgen is afhankelijk van verschillende factoren, waaronder ook het kaliber van het NGE. Er wordt hier uit gegaan van het tot uitwerking komen van het grootst mogelijk aanwezige NGE, 1000 lb. afwerpmunitie. De gevolgen bij het tot uitwerking komen van NGE wordt als groot beoordeeld. De richtlijnen voor de kwantificering van de gevolgen is weergegeven in bijlage 7.

75309/ RO-240161 versie 1.1

CR PRA-NGE Mary Zeldenrustlaan 18-20

Pagina 33 van 73

7

LEEMTEN IN KENNIS

Uit de PRA-NGE is gebleken dat er een aantal leemten in kennis is, namelijk: - De leemten in kennis zoals beschreven in het gemeentebreed HVO-NGE gelden ook voor het onderhavige PRA-NGE; - Het is onvoldoende bekend of er gedurende de periode mei 1940 tot en met 1970 blindgangers of andere soorten NGE aangetroffen dan wel verwijderd zijn binnen de projectlocatie; - Bij de munitieruimrapporten van de EOD is de locatie van de vindplaats vaak niet nauwkeurig weergegeven. Daarnaast is gebleken dat de kalibers niet altijd kloppen; - De exacte werkwijze van de voorgenomen werkzaamheden is niet bekend; - Het is vooralsnog onbekend hoe de te bouwen panden gefundeerd zullen worden; - De KLIC-melding geeft alleen de kabels en leidingen weer in de openbare ruimte. Door particulieren en door bedrijven zelf aangelegde kabels en leidingen worden normaliter niet opgenomen in de KLIC-melding. Hierdoor kunnen er mogelijk nog aanvullende kabels en leidingen in de bodem aanwezig zijn; - De locatie van de kabels en leidingen van de KLIC-melding kunnen afwijken van de werkelijke situatie; - Niet alle uitgevoerde NGE-bodemonderzoeken binnen de branche zijn verwerkt in de REASeuro database dan wel in de VEO-Bommenkaart. - Er is sprake van inconsistentie in de beschikbare bouwplannen/funderingsplannen. Hierdoor is de funderingsdiepte van de huidige bebouwing niet exact te bepalen.

- Er is mogelijk sprake van grondverbetering volgens de originele bouwplannen en latere aanbouw. Echter is het funderingsplan niet bekend waardoor hier geen uitsluitsel over kan worden gegeven.

75309/ RO-240161 versie 1.1

CR PRA-NGE Mary Zeldenrustlaan 18-20

Pagina 34 van 73

8

PROJECTRISICOANALYSE

In de voorgaande hoofdstukken is voor iedere afzonderlijke factor het risiconiveau vastgesteld. De waarde die is vastgesteld voor de kans op aantreffen, de kans op uitwerking en de gevolgen, is afhankelijk van vele variabelen en wordt op basis van expertise ingeschat. Zodoende wordt hier gesproken van een semikwantitatieve risicoanalyse. Conform het CS-VROO20 kunnen een of meerdere conclusies van toepassing zijn op de werkzaamheden. Op basis van het risicoprofiel is conclusie III van toepassing voor dit project: Conclusie III Er wordt vanwege de grondroerende activiteiten in het kader van het toekomstig gebruik wel uitwerking van de ontplofbare oorlogsresten verwacht, maar de uitwerkingsfactoren zijn door het treffen van passende maatregelen beheersbaar. Omschrijving werkzaamheden

Verdachte laag ja/nee

Maatregel detectie ja/nee

Slopen van de bestaande bebouwing Nee Nee Verwijderen van de bestaande fundering Nee* Nee Open ontgraving van de projectlocatie Ja Ja Plaatsen van de fundering Zie advies H9 Zie advies H9 Aanleggen ondersteunende infrastructuur Ja Zie advies H9 Tabel 5: Overzicht werkzaamheden in de op NGE-verdachte laag waar detectie wordt geadviseerd. * Bij het verwijderen van de bestaande fundering wordt de verdachte laag niet geroerd zolang er niet buiten de originele bouwkuip wordt gewerkt.

Bij de werkzaamheden zal in op NGE-verdachte grond gewerkt worden waarbij door de aard van de werkzaamheden een matige kans op uitwerking van de NGE wordt verwacht. Advies is om treffende maatregelen te nemen om het eventueel aanwezige risico naar een aanvaardbaar niveau te brengen. Dit is mogelijk door voorafgaand aan de grondroerende werkzaamheden in de op NGE-verdachte laag NGE-bodemonderzoek uit te voeren. Het bovengronds slopen van de bestaande bebouwing vindt niet plaats in de bodem, zodoende wordt de verdachte laag niet geroerd en kunnen de werkzaamheden regulier worden uitgevoerd. Het CS-VROO schrijft voor dat: ‘’Voor Conclusie III geldt dat passende maatregelen moeten worden beschreven. Voor dit project worden de volgende passende maatregelen geformuleerd: - Opsporing van ontplofbare oorlogsresten; De opdrachtgever wordt geadviseerd om mitigerende maatregelen te nemen om het projectrisico terug te brengen naar een acceptabel niveau door het gebied waar de werkzaamheden plaats gaan vinden te onderzoeken tot de maximale werkdiepte met een bijbehorende veiligheidsmarge en indien noodzakelijk vrij te geven van NGE. De details van het bodemonderzoek zijn uitgewerkt in het volgende hoofdstuk.

20 CS-VROO = Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse ontplofbare oorlogsresten.

75309/ RO-240161 versie 1.1

CR PRA-NGE Mary Zeldenrustlaan 18-20

Pagina 35 van 73

9

ADVIES

In de voorgaande hoofdstukken is vastgesteld dat NGE een Groot risico vormen voor het project. In dit hoofdstuk wordt geadviseerd hoe de werkzaamheden veilig uitgevoerd kunnen worden. De exacte funderingswijze is nog onbepaald. Hierom wordt er voor beide funderingswijzen advies gegeven. 9.1

GRONDROERING

De mate van grondroering is zoals eerder aangegeven niet exact vast te stellen. Onder het huidige bedrijfspand lijkt er sprake te zijn van grondverbetering tot 0,65 m-mv. Uit grondboringen blijkt dat er aan de westzijde van de projectlocatie op zo’n 0,7 m-mv een puinlaag in de grond zit (zie H2.1.2). Het is niet zeker of dit het geval is op meerdere plekken op de projectlocatie en of er buiten de contouren van de huidige bebouwing sprake is van grondverbetering. Daarom wordt geadviseerd om op het terrein een aantal proefsleuven te graven. Wanneer deze feiten worden bevestigd vervalt de verdachte bovenlaag tot 0,5 m-mv WOII (KKM, handgranaten, 20 mm geschutmunitie en weggeslingerde 2 cm geschutmunitie en 10 en 50 kg afwerpmunitie) en kan het zoekdoel worden aangepast. Vervolgens kunnen de detectieverstorende objecten worden verwijderd (bijv. de bestaande bebouwing, de bijbehorende fundering, bestrating, ander straatmeubilair, kabels en leidingen). Het terrein kan vlakdekkend worden gedetecteerd met behulp van computerondersteunde passieve oppervlakte detectie. Eventueel aanwezige puinlagen kunnen zo mogelijk worden onderscheiden en verwijderd. deze gebieden kunnen vervolgens net als de rest van het terrein worden gedetecteerd om het zo vlakdekkend vrij te kunnen geven.

In het geval dat na het graven van de proefsleuven blijkt dat er geen sprake is van grondverbetering of ophoging dient het huidige maaiveld gelijk te worden gezien aan het maaiveld WOII. In dit geval blijft de afbakening uit paragraaf 2.1.2 staan en wordt geadviseerd om na de verwijdering van detectieverstorende objecten het terrein vlakdekkend te detecteren met behulp van computerondersteunde passieve oppervlakte detectie. 9.2

SLOPEN BESTAANDE BEBOUWING

Gezien er bij het verwijderen van de bovengrondse bebouwing geen sprake is van grondroering kunnen deze werkzaamheden zonder verdere maatregelen worden uitgevoerd. Hetzelfde geldt voor de bestrating op de projectlocatie en ander straatmeubilair. Gezien er mogelijk trilling gevoelige afwerpmunitie aanwezig is op de projectlocatie dient hier bij de sloopwerkzaamheden rekening mee te worden gehouden. Binnen de branche is vastgesteld dat de trillingen van meer dan 1 m/s 2 mogelijk van invloed zijn op deze munitietypen. Verwijderen van de bestaande fundering en kabels en leidingen Gezien bij het aanleggen van de bestaande fundering de grond is ontgraven t.b.v. een bouwkuip buiten de exacte contouren is er sprake van een verlaagde kans op aantreffen van grotere kalibers (groter van 7,5 cm) NGE zo’n 0,5 meter rondom de fundering. Hetzelfde geldt voor de bestaande kabels en leidingen op de projectlocatie. Het verwijderen van de fundering en bestaande kabels en leidingen kan daarom worden uitgevoerd met in acht neming van het protocol spontaan aantreffen (bijlage 8).

75309/ RO-240161 versie 1.1

CR PRA-NGE Mary Zeldenrustlaan 18-20

Pagina 36 van 73

9.3

OPEN ONTGRAVING VAN DE PROJECTLOCATIE TBV. DE FUNDERING

Ten behoeve van de aanleg van een half verdiepte parkeergarage dient de projectlocatie te worden ontgraven. Het grootste gedeelte van deze werkzaamheden zullen plaatsvinden in grond die eerder is geroerd in verband met de aanleg van de huidige bebouwing, echter zal de nieuwe ontgraving dieper zijn. Ook zal er een gedeelte van de werkzaamheden plaatsvinden in nog ongeroerde grond. Om de werkzaamheden veilig uit te kunnen voeren dienen de te ontgraven gebieden te worden gedetecteerd op de mogelijke aanwezigheid van NGE. De detectiewerkzaamheden voor de ontgraving van de aan te leggen parkeergarage kunnen op twee manieren worden uitgevoerd: vlakdekkend of locatiespecifiek. Vlakdekkend detecteren Het terrein dient detectiegereed te worden gemaakt voordat er vlakdekkend kan worden gedetecteerd met behulp van computerondersteunde (passieve) oppervlaktedetectie. Dit betekent dat detectieverstorende objecten moeten worden verwijderd (bestaande bebouwing, de bijbehorende fundering, bestrating, ander straatmeubilair, kabels en leidingen), het terrein egaal moet worden gemaakt en eventueel aanwezige obstructies moeten worden verwijderd. Wanneer er relevante objecten worden geconstateerd zullen deze moeten worden benaderd waarna de projectlocatie kan worden vrijgegeven.

Deze werkwijze heeft als voordeel dat de projectlocatie (afhankelijk van de mate van verstoring van de meetdata) volledig kan worden vrijgegeven. Dit zorgt ervoor dat de PRA niet hoeft te worden herzien wanneer er wijzigingen worden gemaakt aan het huidig ontwerp. Gevolgen Wanneer de aan de beschreven voorwaarden wordt voldaan kan de projectlocatie volledig worden gedetecteerd en vrijgegeven. Zodoende zijn er geen verdere werkzaamheden nodig afhankelijk van de nader te bepalen funderingswijze. Locatiespecifiek detecteren Er kan ook voor worden gekozen om de te ontgraven locaties individueel met behulp van computerondersteunde passieve oppervlaktedetectie te detecteren. De fundering van de huidige bebouwing en eventueel aanwezige andere detectie verstorende objecten dienen hiervoor te worden verwijderd. Wanneer er relevante objecten worden geconstateerd zullen deze moeten worden benaderd waarna de locaties kunnen worden vrijgegeven. Gevolgen Wanneer er individuele locaties worden gedetecteerd en vrijgegeven zijn er verdere detectiewerkzaamheden nodig tbv. de aanleg van bijvoorbeeld kabels en leidingen, en dient de PRA te worden herzien wanneer wordt afgeweken van het huidige ontwerp. Echter zal er een kleiner gebied moeten worden onderzocht. 9.4

PLAATSEN VAN DE FUNDERING

Funderen op staal Wanneer er wordt gekozen om op staal te funderen kan ervoor worden gekozen om vlakdekkend te detecteren of locatiespecifiek zoals omschreven in H9.3. Wanneer het gebied is vrijgegeven kan de fundering zonder verdere maatregelen worden geplaatst. Funderen op palen Wanneer de nieuwbouw wordt gefundeerd op palen kan er worden gekozen om vlakdekkend te detecteren of locatiespecifiek zoals omschreven in H9.3. Gezien er mogelijk trilling gevoelige afwerpmunitie aanwezig is op de projectlocatie is er sprake van een buffer van 10 meter rondom de geplande paalpunten. Deze buffer kan net als de open ontgraving met computergestuurde passieve oppervlaktedetectie worden gedetecteerd en na de benadering van significante objecten worden vrijgegeven.

75309/ RO-240161 versie 1.1

CR PRA-NGE Mary Zeldenrustlaan 18-20

Pagina 37 van 73

Aan de zuidkant van het perceel ligt de geplande bebouwing erg dicht tegen de perceelsgrens aan. Wanneer er hier palen worden geplaatst is het niet mogelijk om een buffer van 10 meter rondom deze punten aan te houden. Er kan ook worden gekozen om trillingvrij te heien (bijvoorbeeld mbv. schroefpalen). Door de werkwijze aan te passen vervalt de benodigde buffer van 10 meter. 9.5

AANLEGGEN VAN ONDERSTEUNENDE INFRASTRUCTUUR

Wanneer de projectlocatie vlakdekkend wordt gedetecteerd en vrijgegeven zoals eerder beschreven kunnen andere werkzaamheden plaatsvinden zonder verdere maatregelen. Wanneer dit niet het geval is zullen de gebieden waar de grond verder geroerd zal worden (afhankelijk van de diepte en locatie) middels actieve en/of passieve detectie moeten worden gedetecteerd en vrijgegeven. 9.6

KANTTEKENING

Wanneer blijkt dat het gewenste detectiebereik ( 4 m-mv WOII) niet kan worden behaald vanwege detectieverstoringen of andere oorzaken kan niet het gehele terrein tot deze diepte worden vrijgegeven. Wanneer er voor wordt gekozen om de geplande gebouwen op palen te funderen, kan er na het vlakdekkend detecteren van de projectlocatie (en vrijgeven tot de aangepaste diepte) de verdiepte parkeergarage worden afgegraven. Vervolgens kan er in de bouwput wederom worden gedetecteerd waardoor de gewenste diepte wel kan worden bereikt.

75309/ RO-240161 versie 1.1

CR PRA-NGE Mary Zeldenrustlaan 18-20

Pagina 38 van 73

10

NGE-BODEMONDERZOEK

In het voorgaande hoofdstuk is NGE-bodemonderzoek geadviseerd, om de risico’s voor de werkzaamheden weg te nemen. In dit hoofdstuk is het opsporingsadvies en de benodigde informatie opgenomen die noodzakelijk is voor het uitvoeren van het NGE-bodemonderzoek. Een uitgebreide beschrijving en uitleg van verschillende detectiemethoden is te vinden in bijlage 9. 10.1

NGE BODEMONDERZOEK

In deze paragraaf is de opsporingsmethode beschreven die het best toepasbaar is voor de werkzaamheden die mogelijk worden uitgevoerd en waarvoor NGE-bodemonderzoek is geadviseerd. Hierbij is onder andere rekening gehouden met het zoekdoel en de verticale afbakening. 10.1.1 Opsporingsmethode De geadviseerde opsporingsmethode voor de diverse werkzaamheden is non-realtime passieve oppervlaktedetectie. Omdat de gebouwen nog gesloopt dienen te worden binnen de projectlocatie adviseren wij u om contact op te nemen met uw sloper en deze te informeren dat zij zo min mogelijk sloopafval achter moeten laten binnen de projectlocatie. Slopers staan er om bekend dat zij veel sloopafval achter laten in de grond van de projectlocatie. Wij gaan het gebied inmeten door het meten van ferrohoudende materialen die ook veel voorkomen in gebouwen. Dit kan er voor zorgen dat de detectiedata weergegeven wordt als in Figuur 22, categorie C. Dit houdt in dat wij objecten niet van elkaar kunnen onderscheiden door de grote mate van verstoring, waardoor wij genoodzaakt zullen zijn om het gebied laagsgewijs af te graven middels een graafmachine. Dit kan leiden tot behoorlijke extra kosten voor het explosievenonderzoek.

Figuur 21: Opsporingsgebied op de projectlocatie.

75309/ RO-240161 versie 1.1

CR PRA-NGE Mary Zeldenrustlaan 18-20

Pagina 39 van 73

Naar aanleiding van de interpretatie van de meetdata na de oppervlaktedetectie, kan het opsporingsgebied ingedeeld worden in categorie A-, B- en/of C-terrein en kan een objectenlijst worden samengesteld (zie figuur 21). Deze terreintypen zijn: Categorie A: Dit zijn gebieden waarvan is vastgesteld dat er geen significante uitslagen zijn gedetecteerd. Categorie B: Dit zijn gebieden met individueel te onderscheiden significante uitslagen. Categorie C: Dit zijn gebieden waarin gedetecteerde verstoringen niet individueel te onderscheiden zijn. Vervolgens dienen gedetecteerde, significante objecten binnen het opsporingsgebied benaderd en geïdentificeerd te worden. Na interpretatie kan gestart worden met de vervolgwerkzaamheden (benaderen, verwijderen, ruiming, vrijgave), zodat de reguliere werkzaamheden op een veilige wijze uitgevoerd kunnen worden.

Figuur 22: Voorbeeld categorie A-, B- en C-terrein.

10.1.2 Computerondersteunde oppervlaktedetectie Het opsporingsgebied wordt onderzocht en in kaart gebracht door middel van computerondersteunde oppervlaktedetectie, met behulp van een GPS-ondersteund meetsysteem. Dit is een, specifiek voor het opsporen van NGE ontwikkeld, passief detectiesysteem dat de verstoring van het aardmagnetisch veld meet.

Figuur 23::Verstoring van het aardmagnetisch veld.

75309/ RO-240161 versie 1.1

CR PRA-NGE Mary Zeldenrustlaan 18-20

Pagina 40 van 73

Gezien het zoekdoel, de grootte van het perceel, de gesteldheid van het terrein en overige omgevingsfactoren wordt in het veld worden gekozen voor een systeem met een enkele sonde of voor een multisonde-systeem met meerdere meetsondes, met een onderlinge sondeafstand van 0,33 m, voortgetrokken met behulp van een loopkar. De detectiegegevens worden vervolgens door en onder verantwoordelijkheid van onze Senior Deskundige OOO/NGE geïnterpreteerd.

Figuur 24: COOD met enkele sonde (links) en COOD met multi sonde (rechts).

Naar aanleiding van de interpretatie van de meetdata kan het opsporingsgebied ingedeeld worden in categorie A-, B- en/of C-terrein en kan een objectenlijst worden samengesteld. Indien het opsporingsgebied, of delen daarvan, naar aanleiding van de detectie aangemerkt wordt als ernstig verstoord gebied (c-terrein, zie Figuur 21) of waar detectie door omstandigheden niet kan worden uitgevoerd, dient dit onderzocht te worden door middel van laagsgewijs detecteren en ontgraven. De tijdens het laagsgewijs detecteren en ontgraven aangetroffen significante objecten worden geïdentificeerd en, indien het een NGE betreft, tijdelijk veiliggesteld. Hierna kan het opsporingsgebied vrijgegeven worden. De reguliere werkzaamheden kunnen aansluitend op een veilige wijze uitgevoerd worden. Kunnen objecten binnen het opsporingsgebied individueel worden onderscheiden, dan dienen deze significante objecten benaderd en geïdentificeerd te worden. Ten behoeve van de eventuele benaderwerkzaamheden zullen wij, afhankelijk van de resultaten uit het nog op te stellen projectplan, een benaderteam inzetten. Na interpretatie kan gestart worden met de vervolgwerkzaamheden (benaderen, verwijderen, ruiming, vrijgave), zodat de reguliere werkzaamheden op een veilige wijze uitgevoerd kunnen worden. 10.1.3 Zoekdoel De ondergrens van de diverse soorten NGE binnen de projectlocatie is vastgesteld.

De NGE vormen het zoekdoel waarnaar gezocht dient te worden tijdens een NGE-bodemonderzoek. Wanneer de projectlocatie met passieve detectoren wordt gedetecteerd wordt er geen onderscheid gemaakt tussen de verschillende soorten NGE. De apparatuur meet namelijk elke vorm van magnetische afwijking in de bodem. Dit betekent dat wanneer er wordt gezocht naar geschutmunitie er ook afwerpmunitie kan worden gedetecteerd, en andersom.

75309/ RO-240161 versie 1.1

CR PRA-NGE Mary Zeldenrustlaan 18-20

Pagina 41 van 73

Hoofdsoort Geschutmunitie Afwerpmunitie

Verschijningsvorm Weggeslingerd

Handgranaten Geschutmunitie Geschutmunitie Geschutmunitie

Geworpen Verschoten Verschoten Verschoten

Afwerpmunitie

Afgeworpen

Afwerpmunitie Afwerpmunitie Afwerpmunitie Afwerpmuntie

Afgeworpen Afgeworpen Afgeworpen Afgeworpen

Kaliber 2 cm 10 kg en 50 kg

Onderzoeksdiepte Maximale penetratiediepte 0,5 m-mv

20 mm 2 inch t/m 7,5 cm >7,5 cm t/m 10,5 cm 20 lb., 30lb., 40lb. en 10 kg

Maximale penetratiediepte 0,8 m-mv Maximale penetratiediepte 1,5 m-mv

50 kg en 100 lb. 250 lb. 500 lb. 1000 lb.

Maximale penetratiediepte 2 m-mv Maximale penetratiediepte 2,5 m-mv Maximale penetratiediepte 3,5 m-mv Maximale penetratiediepte 4 m-mv

Maximale penetratiediepte 1,2 m-mv

Tabel 6: Zoekdoel.

REASeuro adviseert om KKM als zoekdoel te laten vervallen om de volgende redenen: • KKM bevat nauwelijks of zelfs geen ijzer waardoor voor verschillende detectiemethoden gekozen moet worden (passieve en actieve). • KKM laat zich op een diepte vanaf circa 0,3 m-mv niet detecteren, ook niet met actieve detectoren. • KKM levert geen ontoelaatbare risico’s op tijdens de uitvoerings- en gebruiksfase. Wanneer er proefsleuven worden gegraven en blijkt dat er op de gehele projectlocatie grondverbetering is toegepast kan dit invloed hebben op de het zoekdoel. Bijvoorbeeld wanneer er 0,5 m grondverbetering is toegepast op het maaiveld WOII, vervalt de verdachte laag 0,5 m-mv. Het kleinste zoekdoel op de projectlocatie is dan 2 inch geschutmunitie.

75309/ RO-240161 versie 1.1

CR PRA-NGE Mary Zeldenrustlaan 18-20

Pagina 42 van 73

11

LOCATIESPECIFIEKE OMSTANDIGHEDEN

In dit hoofdstuk worden de locatiespecifieke omstandigheden voor de projectlocatie besproken. Er wordt ingegaan op diverse onderwerpen die van belang kunnen zijn bij de werkvoorbereiding van het geadviseerde NGE-bodemonderzoek. Voor een beschrijving van het wettelijk kader wordt verwezen naar bijlage 2. 11.1

BEVOEGD GEZAG

Het opsporingsgebied is gelegen binnen de gemeente Rijen. De Gemeente Rijen is het bevoegd gezag op het gebied van Openbare Orde en Veiligheid. Per 1 januari 2021 geldt voor NGE-bodemonderzoek nieuwe wetgeving in de vorm van het CS-OOO en vervangt het WSCS-OCE. Volgens het WSCS-OCE diende het projectplan ter goedkeuring aan de gemeente te worden aangeboden voorafgaand aan het NGE-bodemonderzoek (detecteren en/of benaderen van NGE). In het CS-OOO is goedkeuring door de gemeente geen eis meer. Echter is een convenant in 2021 ondertekend door het Platform Blindgangers en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), ter benadrukking dat het zowel voor de opsporingsbedrijven als voor de gemeente onverminderd van belang is dat het projectplan door de plaatselijke gemeente vooraf kan worden geraadpleegd. Geadviseerd wordt om de gemeente waar het opsporingsgebied is gelegen en eventuele gemeentes die binnen het risicogebied uitwerkingsfactoren vallen op de hoogte te brengen van het voornemen van NGE-bodemonderzoek, gezien de mogelijke impact op de openbare orde en veiligheid bij het aantreffen van NGE (en de daaropvolgende maatregelen). De gemeente beoordeelt het projectplan of de juiste maatregelen zijn getroffen om de veiligheid van de omgeving te waarborgen. 11.2

GRONDWATERSTAND

Er zijn geen bruikbare grondwatergrafieken beschikbaar in de buurt van de projectlocatie. Esri Nederland heeft kaarten beschikbaar met de gemiddeld hoogste en laagste grondwaterstanden (respectievelijk GHG en GLG) in Nederland. De informatie geeft aan dat zowel de GHG als GLG rondom de projectlocatie meer dan 2 m-mv is (Bijlage 3 – Fig. 32 en 33). Bij boringen voor het funderingsonderzoek van Geonius in juli 2024 zijn de boringen gestaakt gezien er water werd aangetroffen. De grondwaterstand werd hier op verschillende punten op de projectlocatie vastgesteld op 2 m-mv (Bijlage 3 – Fig. 29/31). 11.3

KABELS EN LEIDINGEN

Diverse kabels en leidingen liggen binnen de projectlocatie en NGE-verdachte gebied. Kabels en leidingen kunnen mogelijk detectieverstorend zijn en bij ontgravingen dient rekening te worden gehouden met mogelijke aanwezigheid van kabels en leidingen. Daarnaast staan er geen waterleidingen op de KLICmelding. De verwachting is dat er meerdere kabels en leidingen niet zullen staan aangegeven op de melding. 11.4

MILIEUHYGIËNISCHE KWALITEIT

De gemeente Rijen is opgenomen in een bodemkwaliteitskaart voor Midden- & West-Brabant.21 Hieruit blijkt dat er voor de gehele projectlocatie de kwaliteit “achtergrondwaarde” wordt verwacht vanaf het maaiveld. Op basis hiervan zijn er geen maatregelen conform de CROW 400 noodzakelijk. 21 Geraadpleegd via: https://www.gilzerijen.nl/bodem-en-grond. geraadpleegd op 17-09-2024.

75309/ RO-240161 versie 1.1

CR PRA-NGE Mary Zeldenrustlaan 18-20

Pagina 43 van 73

11.5

ARCHEOLOGIE

Op de website van gemeente is binnen de projectlocatie geen specifiek beleid gevonden met betrekking tot Archeologie. Uit raadpleging van de kaartbank van de provincie Noord-Brabant blijkt dat de projectlocatie zich bevindt in een gebied met een hoge trefkans op archeologische waarden. 22 In het kader van de voorbereiding van een eventueel NGE-bodemonderzoek dient bij de afdeling archeologie van de gemeente te worden getoetst of archeologie een aandachtspunt is. 11.6

DETECTIEVERSTORINGEN

Detectieverstoringen kunnen boven- en ondergronds aanwezig zijn in de vorm van onder andere wegmeubilair, terreinverharding, gebouwen, verkeer, kabels en leidingen, puin en ijzerhoudende of metalen objecten. 11.7

FLORA EN FAUNA

Op de website van gemeente is binnen de projectlocatie geen specifiek beleid gevonden met betrekking tot flora en fauna en maakt het, voor zover bekend, geen deel uit van een ecologische hoofdstructuur (EHS) of natuurgebied (Natura 2000).

22 Geraadpleegd via: https://noord-brabant.maps.arcgis.com/apps/webappviewer. Geraadpleegd op 25-09-2024.

75309/ RO-240161 versie 1.1

CR PRA-NGE Mary Zeldenrustlaan 18-20

Pagina 44 van 73

12

BIJLAGEN

Bijlage 1

Begrippenlijst

Bijlage 2

Wettelijk kader

Bijlage 3

Bodeminformatie

Bijlage 4

Bouwtekeningen

Bijlage 5

Locatiebezoek

Bijlage 6

Richtlijnen voor risicobepaling

Bijlage 7

Gevolgen van uitwerking van NGE

Bijlage 8

Protocol ‘Spontaan aantreffen van NGE’

Bijlage 9

Detectiemethoden

75309/ RO-240161 versie 1.1

CR PRA-NGE Mary Zeldenrustlaan 18-20

Pagina 45 van 73

BIJLAGE 1

BEGRIPPENLIJST

Begrip

Afkorting

Bijdragebesluit / Gemeentefonds

-

Certificatieschema voor het Opsporen van Ontplofbare Oorlogsresten (CSOOO)

CS-OOO

Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten

CS-VROO

Conventionele Explosieven

CE

Explosieven Opruimingsdienst Defensie Historisch Vooronderzoek Niet Gesprongen Explosieven

EODD

Niet Gesprongen Explosieven

NGE

HVO-NGE

75309/ RO-240161 versie 1.1

Definitie Regeling voor Rijksfinanciering van (een deel van) de kosten voor het NGE-bodemonderzoek. Het CS-OOO is het Certificatieschema voor het Opsporen van Ontplofbare Oorlogsresten. Hierin zijn onder andere richtlijnen, proceseisen en deskundigheidseisen opgenomen op gebied van opsporing naar Ontplofbare Oorlogsresten. Het CS-OOO is sinds 1 januari 2021 de opvolger van de Werkveldspecifiek certificatieschema voor het Systeemcertificaat Opsporen Conventionele Explosieven (WSCS-OCE) en is wettelijk verankerd in de Arbowet. Om het maatschappelijk belang – veiligheid en gezondheid van en rondom de arbeid – te waarborgen, is door de overheid gekozen voor een wettelijk verplichte certificatieregeling voor de borging van de kwaliteit/veiligheid van het opsporen van ontplofbare oorlogsresten. Een vrijwillig certificatieschema opgezet door de Stichting VOMES (Veilig Omgaan Met Explosieve Stoffen) waarin eisen zijn opgenomen waaraan een organisatie en diens rapportages (HVONGE’s en PRA-NGE’s) dienen te voldoen. Dit om de kwaliteit van vooronderzoeken en risicoanalyses naar ontplofbare oorlogsresten te waarborgen. Elk explosief dat niet als geïmproviseerd, nucleair, biologisch of chemisch kan worden aangemerkt.

Bij het opsporingsproces wordt aan CE gelijkgesteld en als zodanig behandeld: CE die geen explosieve stoffen (meer) bevatten; restanten van CE die door leken als zodanig herkenbaar zijn; voorwerpen die door leken kunnen worden aangemerkt als CE; wapens of onderdelen daarvan. Instelling van de Nederlandse defensie die tot taak heeft explosieven onschadelijk te maken en op te ruimen. Bureaustudie waarin het beschikbare feitelijke bronnenmateriaal van de periode 1940-1945 (incl. naoorlogse munitieruimingen en opsporingsactiviteiten) wordt beoordeeld en geëvalueerd. Doel is om vast te stellen of in het onderzoeksgebied sprake is van een verdacht gebied NGE in relatie tot de projectlocatie. Het HVO-NGE bestaat uit: Rapportage. Positief of negatief advies. In het geval van een positief advies: Horizontale afbakening verdacht(e) gebied(en) NGE. Bodembelastingkaart NGE. Door REASeuro gehanteerde vakterm waaronder wordt verstaan: alle explosieven of onderdelen/restanten van explosieven die niet of gedeeltelijk hebben gefunctioneerd. Onder NGE vallen: Conventionele Explosieven (CE); Ontplofbare Oorlogsresten (OO); geïmproviseerde explosieven; explosieven voor civiel gebruik;

CR PRA-NGE Mary Zeldenrustlaan 18-20

Pagina 46 van 73

Begrip

Afkorting

Niet Gesprongen Explosieven Bodemonderzoek

NGEbodemonderzoek

Ontplofbare Oorlogsresten Opsporingsgebied

OO

Proefdetectie

-

Projectgebonden Risicoanalyse – Niet Gesprongen Explosieven

PRA-NGE

Maatwerk Advies Niet Gesprongen Explosieven

MWA-NGE

-

Projectlocatie

-

Projectplan

PP

75309/ RO-240161 versie 1.1

Definitie chemische explosieven; biologische explosieven; nucleaire explosieven. Werkwijze van REASeuro waaronder wordt verstaan: de integrale totaal aanpak voor de problematiek van NGE bestaande uit vijf afzonderlijke fasen. Hierdoor kan de opdrachtgever telkens een weloverwogen besluit nemen en zijn vervolgacties plannen met als doel dat de opdrachtgever de regie over het project in handen houdt. De vijf fasen zijn: 1. HVO-NGE (Historisch Vooronderzoek NGE). 2. PRA-NGE (Projectgeboden Risicoanalyse NGE). 3. Projectplan (verslag werkvoorbereiding NGE-bodemonderzoek). 4. Uitvoering (NGE-bodemonderzoek). 5. PvvO (Proces-verbaal van Oplevering), inclusief Vrij van NGE verklaring) Conform het CS-OOO betreffen Ontplofbare Oorlogsresten (OO) achtergelaten ontplofbare munitie en niet-gesprongen munitie. Het verdachte gebied binnen de projectlocatie waar voorafgaand aan de reguliere werkzaamheden de opsporing naar NGE wordt geadviseerd. Een steekproef die binnen het opsporingsgebied kan worden uitgevoerd om de mate van detectieverstoring vast te stellen (de proefdetectie is non-destructief). Op basis van een proefdetectie kan de meest efficiënte opsporingsmethodiek worden bepaald en het voor de opsporing benodigde budget en de doorlooptijd worden onderbouwd.

Bureaustudie waarin de risico’s van de voorgenomen werkzaamheden in relatie tot de mogelijk aan te treffen NGE worden vastgesteld. De PRA-NGE bestaat o.a. uit: Indien nodig het opvullen van leemten in kennis van het HVONGE. De horizontale en verticale afbakening van het verdachte gebied. Het definiëren van beheersmaatregelen. De mogelijkheid tot een proefdetectie. Indien mogelijk een budgetraming, inclusief planningsoverzicht Het MWA is een door REASeuro gehanteerd product dat zich voornamelijk richt op een door de klant uitgevraagd specifiek onderwerp of activiteit. Hierbij spelen de bredere onderwerpen en activiteiten, zoals die bij een PRA-NGE zich voordoen, geen significante rol. Door het Maatwerk Advies als product te gebruiken kan zeer doelgericht een onderwerp worden uitgediept en belicht. Het Maatwerkadvies-NGE (MWA-NGE) wordt voornamelijk gebruikt als het om een specifieke activiteit gaat, waar het belang van de klant naar uitgaat. Het door de opdrachtgever aangegeven gebied waarbinnen werkzaamheden (niet NGE-gerelateerd) uitgevoerd gaan worden of waar een functieverandering wordt doorgevoerd. Gedocumenteerd plan waarin de onderlinge relaties tussen betrokken partijen, alsmede de (planmatige) voortgang, afspraken, toezicht, documentatie, werkwijze en procedures zijn vastgelegd ten

CR PRA-NGE Mary Zeldenrustlaan 18-20

Pagina 47 van 73

Begrip

Afkorting

Reguliere werkzaamheden

-

Verdacht gebied Niet Gesprongen Explosieven

-

Verwachtingsgebied Niet Gesprongen Explosieven

NGEverwachtingsgebied

Werkveldspecifiek certificatieschema voor het systeemcertificaat Opsporen Conventionele Explosieven

WSCS-OCE

75309/ RO-240161 versie 1.1

Definitie einde het project op adequate en veilige wijze uit te kunnen voeren. Het PP volgens het NGE-bodemonderzoek overlapt de minimale normen van het CS-OOO. Alle door de opdrachtgever voorgenomen niet NGE-gerelateerde werkzaamheden. Enkele voorbeelden zijn civieltechnische, milieutechnische en archeologische werkzaamheden. De horizontale en verticale afbakening van het verdacht gebied NGE. Bij de afbakening is o.a. rekening gehouden met: Het vaststellen van de horizontale verplaatsing van de NGE in de bodem (inkaderen risicogebied NGE). De mogelijke inperking van de onzekerheden en onnauwkeurigheden uit het bronnenmateriaal. De naoorlogse werkzaamheden (zoals ontgravingen, ophogingen etc.). De bodemkundige parameters (zoals grondsoort en draagkracht van de grond). Gebied waar op basis van feitelijk bronnenmateriaal een kans op het aantreffen van NGE bestaat naar de situatie van 1940-1945 (inclusief naoorlogse munitieruimingen en opsporingsactiviteiten). Het risicogebied NGE is horizontaal afgebakend, waarin zijn opgenomen: Eventuele onzekerheden en onnauwkeurigheden uit het bronnenmateriaal (o.a. cartografische onnauwkeurigheden). De maximale horizontale verplaatsing van NGE in de bodem. Het WSCS-OCE is het Werkveldspecifiek certificatieschema voor het opsporen van Conventionele Explosieven.

Hierin waren onder andere richtlijnen, proceseisen en deskundigheidseisen opgenomen. Het WSCS-OCE was sinds 1 juli 2012 de opvolger van de Beoordelingsrichtlijn Opsporen Conventionele Explosieven (BRLOCE) en was wettelijk verankerd in de Arbowet. Het WSCS-OCE is per 1 januari 2021 opgevolgd door het CS-OOO.

CR PRA-NGE Mary Zeldenrustlaan 18-20

Pagina 48 van 73

BIJLAGE 2

WETTELIJK KADER

In deze bijlage is de belangrijkste vigerende wet- en regelgeving beschreven die betrekking heeft op NGE. Hierbij wordt opgemerkt dat de wet- en regelgeving aan verandering onderhevig is. De belangrijkste (specifieke) regelgeving rondom (het opsporen van) NGE volgt uit de Gemeentewet, het Arbobesluit en de Regeling Rijksfinanciering. Voor een volledige beschrijving van de vigerende inhoud van de genoemde wet- en regelgeving wordt verwezen naar www.wetten.nl Gemeentewet De zorg voor Openbare Orde en Veiligheid (OOV) is één van de meest kenmerkende taken van de overheid. Het gaat hierbij onder meer om de uitvoering van de politie-, brandweer- en rampenbestrijdingstaken. De burgemeester is in zijn gemeente verantwoordelijk voor de Openbare Orde en Veiligheid. Dat is bepaald in de Gemeentewet. Daarin staat onder meer dat de burgemeester belast is met de handhaving van de Openbare Orde en dat hij het opperbevel heeft bij brand en bij ongevallen waar de brandweer een taak heeft. Op basis van artikel 160 van de Gemeentewet ligt de beslissingsbevoegdheid om al dan niet tot het opsporen en ruimen van NGE over te gaan bij het college van burgemeester en wethouders.

Op basis van de artikelen 172, 175 en 176 van de Gemeentewet kan de burgemeester voor het handhaven van de Openbare Orde of voor het beperken van eventueel gevaar bevelen of algemeen verbindende voorschriften opstellen voor de locatie waar naar NGE wordt gezocht of een ruiming wordt uitgevoerd. Met name indien een ruiming in (de nabijheid van) een woonwijk plaatsvindt, kan het noodzakelijk zijn ingrijpende maatregelen te treffen, die mogelijk ingrijpen in de persoonlijke vrijheid en het eigendomsrecht of huisrecht van de betrokken bewoners. Zo zullen bewoners mogelijk hun huizen moeten verlaten, winkeliers hun bedrijven moeten sluiten of voertuigen versleept moeten worden. De gemeente kan de hiervoor benodigde bevoegdheden regelen in een noodverordening op basis van artikel 175 en 176 van de Gemeentewet. Een noodverordening stelt de gemeente in staat om de bewoners te verplichten mee te werken aan de benodigde maatregelen. Ook wanneer er geen noodverordening bestaat, kan de burgemeester op basis van artikel 175 van de Gemeentewet in noodgevallen bijzondere maatregelen nemen. Arbowet In de Arbowet (arbeidsomstandighedenwet) is de arbeidsveiligheid vastgelegd en de verantwoordelijkheid van opdrachtgevers en opdrachtnemers. Het is een kaderwet, waarin algemene bepalingen staan die gelden voor alle plekken waar arbeid wordt verricht.

Concrete regelgeving is verder uitgewerkt in het Arbobesluit en de Arboregeling. De arbeidsinspectie is het bevoegd gezag om toe te zien op de naleving van het Arbobesluit en -regeling. Hieronder worden de artikelen vermeld die direct verband houden met NGE. Arbobesluit In het Arbobesluit staat de belangrijkste specifieke regelgeving vermeld voor bedrijven die actief zijn met het opsporen van NGE of hiermee te maken hebben in verband met grondroerende werkzaamheden. Artikel 4.10 - Ontplofbare oorlogsresten (laatste wijziging: Staatsblad 2020, nummer 440, in werking getreden per 01-01-2021).

75309/ RO-240161 versie 1.1

CR PRA-NGE Mary Zeldenrustlaan 18-20

Pagina 49 van 73

In alle gevallen waarin gevaar voor de veiligheid of gezondheid van werknemers kan bestaan door de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten, wordt, alvorens werkzaamheden worden aangevangen, hiernaar een oriënterend onderzoek ingesteld. Indien nodig wordt tevens nader onderzoek uitgevoerd. Wanneer opsporing van ontplofbare oorlogsresten nodig is, dient dit uitgevoerd te worden door bedrijven die in het bezit zijn van een certificaat opsporen ontplofbare oorlogsresten en door de daarvoor gekwalificeerde personen. Arboregeling In de Arboregeling zijn concrete voorschriften opgenomen om de veiligheid en gezondheid van en rondom het opsporingsproces te waarborgen. De volgende artikelen zijn hiervoor van toepassing. Artikel 4.16 - Registratie of herregistratie van personen die werken met explosieve stoffen. Personen die werken met of nabij OO, dienen gecertificeerd te zijn. Artikel 4.17f - Afgifte certificaat opsporen van ontplofbare oorlogsresten. (wijziging per 1-1-2021). Een certificaat voor het opsporen van ontplofbare oorlogsresten als bedoeld in artikel 4.10, vijfde lid, van het besluit, wordt door de certificerende instelling afgegeven indien de aanvrager voldoet aan de eisen zoals vastgelegd in het certificatieschema voor het opsporen van ontplofbare oorlogsresten (CS-OOO).

Certificatieschema Opsporing Ontplofbare Oorlogsresten (CS-OOO) Hierin zijn onder andere richtlijnen, proceseisen en deskundigheidseisen opgenomen op het gebied van opsporing naar ontplofbare oorlogsresten. Het CS-OOO is sinds 1 januari 2021 de opvolger van het Werkveldspecifiek certificatieschema voor het Systeemcertificaat Opsporen Conventionele Explosieven (WSCS-OCE) en is wettelijk verankerd in de Arbowet. Om het maatschappelijk belang – veiligheid en gezondheid van en rondom de arbeid – te waarborgen, is door de overheid gekozen voor een wettelijk verplichte certificatieregeling voor de borging van de kwaliteit/veiligheid van het opsporen van conventionele explosieven. Rijksfinanciering Met ingang van 1 januari 2021 is de zogenaamde “Bommenregeling” aangepast. Vanaf 2021 kunnen alle gemeenten in geval van opsporing en ruiming van explosieven een bijdrage van 68% in de kosten ontvangen door het indienen van een raadsbesluit. Vanaf 2021 is de mogelijkheid voor het ontvangen van een suppletie-uitkering beperkt tot de werkelijk gemaakte kosten. Om in aanmerking te komen voor een bijdrage dient de gemeente een raadsbesluit in, waarin de gemaakte kosten voor het opsporen en ruimen van explosieven zijn opgenomen. Er hoeft geen verdere onderbouwing overlegd te worden. Projectplannen of studies naar risico’s e.d. worden niet in behandeling genomen.

BTW komt, net als onder het voormalige Bijdragebesluit, niet voor compensatie in aanmerking. In de opgave van de gemaakte kosten dient daarom duidelijk te worden opgenomen dat de bedragen exclusief BTW zijn. Het ministerie ontvangt raadsbesluiten bij voorkeur per e-mail via regelingen@minbzk.nl. Per post aanvragen is ook mogelijk. De stukken dienen in dit geval te worden verzonden aan: Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties t.a.v. FEZ/FAR/Regelingen Postbus 20011 2500 EA Den Haag

75309/ RO-240161 versie 1.1

CR PRA-NGE Mary Zeldenrustlaan 18-20

Pagina 50 van 73

Overige relevante regelgeving Naast bovengenoemde wet- en regelgeving kunnen op verschillende deelaspecten andere regelingen van toepassing zijn. Onderstaand worden de belangrijkste benoemd: • Wet Wapens en Munitie: het is ingevolge de Wet wapens en munitie verboden wapens en munitie voorhanden te hebben, te dragen en te vervoeren. Opsporingsbedrijven die gecertificeerd zijn voor deelgebied A dienen te beschikken over een ontheffing krachtens artikel 4 van deze wet. • Wet veiligheidsregio's en de Aanpassingswet veiligheidsregio's. • Wet op de archeologische Monumentenzorg. • Wet vervoer gevaarlijke stoffen. • Circulaire Opslag ontplofbare stoffen • Omgevingswet 2024. Voor de omgang met stoffelijke resten gelden de volgende wettelijke kaders: • Verdragen van Geneve, artikel 4 van 1929 en artikel 17 van 1949: het bergen van stoffelijke resten uit de oorlog is een taak van de Bergings- en Identificatie Dienst van de Koninklijke Landmacht (BIDKL: vaak aangeduid als de 'Gravendienst') • Wet op de Lijkbezorging, artikel 21: de burgemeester is verantwoordelijk voor lijkbezorging van onbekende personen. De burgemeester/politie roept assistentie van de BIDKL in.

• Burgerlijk Wetboek, boek 5, artikel 5, lid 1: bij het stuiten op een veldgraf, is het verplicht om met bekwame spoed aangifte te doen van de vondst bij de plaatselijke overheid (politie/gemeente) en eveneens de zaak in bewaring te geven aan de politie/gemeente die dit vordert. De politie/gemeente roept de BIDKL ter plaatse. • Wet Wapens en munitie artikel 2 en 3: in verband met eventueel aanwezige vuurwapens, of munitie, of onderdelen, of hulpstukken daarvan kan ook de Wet wapens en munitie van toepassing zijn op de vondst van een veldgraf. • Circulaire Vliegtuigberging: Staatscourant 2016 Nr. 54987 (Tot 2013 was dit de Ministeriële publicatie 40-45): bij vliegtuigbergingen geldt: 'Om de zorgvuldigheid van een berging te waarborgen en invulling te geven aan de Verdragen van Genève, en relevante overeenkomsten met de Verenigde Staten, het Gemenebest en Duitsland inzake de overdracht van stoffelijke resten, is de berging en identificatie van stoffelijke resten uit WO II bij uitsluiting voorbehouden aan de BIDKL'.

75309/ RO-240161 versie 1.1

CR PRA-NGE Mary Zeldenrustlaan 18-20

Pagina 51 van 73

BIJLAGE 3

BODEMINFORMATIE

Figuur 25: Overzicht van de grondboringen op- en rondom de projectlocatie.

Figuur 26: Luchtfoto van Rijen in 1993. De boringen B50E1110 en B50E1144 liggen nog in ongeroerde landbouwgrond (bron: Kadaster).

75309/ RO-240161 versie 1.1

CR PRA-NGE Mary Zeldenrustlaan 18-20

Pagina 52 van 73

Figuur 27: Boorstaat van boring B50E0267. (1946). Bron: Dinoloket.nl

75309/ RO-240161 versie 1.1

CR PRA-NGE Mary Zeldenrustlaan 18-20

Pagina 53 van 73

Figuur 28: Boorstaat van boring B50E1144, AAES: antropogeen esdek is 40 centimeter dik. (1993). Bron: Dinoloket.nl.

75309/ RO-240161 versie 1.1

CR PRA-NGE Mary Zeldenrustlaan 18-20

Pagina 54 van 73

Figuur 29: Boorstaat van boring B50E1110, AAES: antropogeen esdek is 60 centimeter dik. (1993). Bron: Dinoloket.nl.

75309/ RO-240161 versie 1.1

CR PRA-NGE Mary Zeldenrustlaan 18-20

Pagina 55 van 73

Figuur 30: Boorstaat van boring B01. GEONIUS. (2024). Voorlopig ontwerpadvies fundering, Nieuwbouw 147 appartementen aan de mary zeldenrustlaan 18-20 te Rijen. GA240554.R01.V1.0. Bijlage 3.

Figuur 31: Boorstaat van boring B02. GEONIUS. (2024). Voorlopig ontwerpadvies fundering, Nieuwbouw 147 appartementen aan de mary zeldenrustlaan 18-20 te Rijen. GA240554.R01.V1.0. Bijlage 3.

75309/ RO-240161 versie 1.1

CR PRA-NGE Mary Zeldenrustlaan 18-20

Pagina 56 van 73

Figuur 32: Boorstaat van boring B03. GEONIUS. (2024). Voorlopig ontwerpadvies fundering, Nieuwbouw 147 appartementen aan de mary zeldenrustlaan 18-20 te Rijen. GA240554.R01.V1.0. Bijlage 3.

Figuur 33: Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand op de projectlocatie

75309/ RO-240161 versie 1.1

CR PRA-NGE Mary Zeldenrustlaan 18-20

Pagina 57 van 73

Figuur 34: Gemiddelde laagste grondwaterstand op de projectlocatie.

75309/ RO-240161 versie 1.1

CR PRA-NGE Mary Zeldenrustlaan 18-20

Pagina 58 van 73

Figuur 35: Sondering 14, zelfde locatie als boring B01. GEONIUS. (2024). Voorlopig ontwerpadvies fundering, Nieuwbouw 147 appartementen aan de mary zeldenrustlaan 18-20 te Rijen. GA240554.R01.V1.0. Bijlage 2.

75309/ RO-240161 versie 1.1

CR PRA-NGE Mary Zeldenrustlaan 18-20

Pagina 59 van 73

BIJLAGE 4

BOUWTEKENINGEN

Figuur 36: Regionaal Archief Tilburg. Bouwdossiers. Dossiercode: BV000013320. Vormgeving fundatie 05-01-94

75309/ RO-240161 versie 1.1

CR PRA-NGE Mary Zeldenrustlaan 18-20

Pagina 60 van 73

BIJLAGE 5

LOCATIEBEZOEK

Figuur 37: De buitenverlichting aan de oostzijde van het bedrijfspand.

Figuur 38: Buitenverlichting en hekwerk aan de rand van de projectlocatie.

75309/ RO-240161 versie 1.1

CR PRA-NGE Mary Zeldenrustlaan 18-20

Pagina 61 van 73

Figuur 39: Buitenverlichting en trafohuisje aan de westzijde van de projectlocatie.

Figuur 40: Regenwaterafvoer aan de oostzijde van het pand. Op de KLIC-melding staat er geen afvoer aangegeven.

75309/ RO-240161 versie 1.1

CR PRA-NGE Mary Zeldenrustlaan 18-20

Pagina 62 van 73

BIJLAGE 6

RICHTLIJNEN VOOR RISICOBEPALING

In deze bijlage zijn de richtlijnen opgenomen die gehanteerd worden voor het kwantificeren van de kansen en gevolgen die gerelateerd zijn aan de werkzaamheden, de omgeving en werknemers. Tabel kans op aantreffen NGE Indelen en kwantificeren op hoofdgroep, waarbij de zwaarste score telt in de totale risicobeoordeling. Kans op aantreffen NGE Restrisico 0 Zeer klein 1 Klein 2 Matig 3 Groot 4 Zeer groot 5

Omschrijving -

Er is geen sprake van een verhoogde kans op aantreffen*

-

De werkzaamheden vinden plaats in de geroerde laag De verwachte aantallen NGE zijn relatief zeer klein De werkzaamheden in de verdachte laag NGE zijn zeer beperkt De werkzaamheden vinden deels plaats in ongeroerde grond De verwachte aantallen NGE zijn relatief klein De werkzaamheden in de verdachte laag NGE zijn beperkt Er vinden werkzaamheden plaats in ongeroerde grond De verwachte aantallen NGE zijn relatief groot Een deel van de werkzaamheden vindt plaats in de verdachte laag NGE Een groot deel van de werkzaamheden vindt plaats in ongeroerde grond Er zijn enkele specifieke meldingen voor aantreffen van NGE Een groot deel van de werkzaamheden vindt plaats in de verdachte laag NGE Alle werkzaamheden vinden plaats in ongeroerde grond en in de verdachte laag NGE De verwachte aantallen NGE zijn relatief zeer groot Er zijn diverse specifieke meldingen voor aantreffen van NGE

-

*In Nederland is het uitgangspunt dat de vondst van een explosief nooit volledig kan worden uitgesloten. In theorie is het mogelijk dat verdwaalde luchtdoelgranaten, verstopte en gedumpte munitie overal kan worden gevonden omdat hier veelal bronmateriaal voor ontbreekt. Dit wordt gezien als een restrisico. Pas als er een verhoogde kans op aantreffen kan worden aangetoond door het analyseren van bronmateriaal is er mogelijk sprake van een onacceptabel risico.

75309/ RO-240161 versie 1.1

CR PRA-NGE Mary Zeldenrustlaan 18-20

Pagina 63 van 73

Tabel kans op uitwerking NGE Indelen en kwantificeren op werkzaamheden, waarbij de zwaarste score telt in de totale risicobeoordeling. Kans op uitwerking NGE Geen 0 Zeer klein 1 Klein 2 Matig 3

Omschrijving -

Groot 4

-

Zeer groot 5

-

75309/ RO-240161 versie 1.1

De werkzaamheden hebben geen invloed op NGE De verwachte NGE zijn ongevoelig voor de werkzaamheden De verwachte NGE zijn relatief ongevoelig voor de invloedsfactoren De werkzaamheden worden handmatig uitgevoerd De verwachte NGE bevindt zich in ongewapende toestand De verwachte NGE kunnen gevoelig zijn voor de invloedsfactoren De werkzaamheden worden handmatig en/of met klein materieel uitgevoerd De verwachte NGE zijn uitgerust met relatief ongevoelige ontstekers en/of inhoud De verwachte NGE zijn gevoelig voor de invloedsfactoren De werkzaamheden worden met groot materieel uitgevoerd De verwachte NGE kunnen uitgerust zijn met relatief gevoelige ontstekers en/of inhoud Een of meerdere invloedsfactoren hebben vrijwel zeker een uitwerking tot gevolg De werkzaamheden worden met meerdere vormen van groot materieel uitgevoerd De verwachte NGE zijn uitgerust met gevoelige ontstekers en/of inhoud Meerdere verwachte invloedsfactoren hebben zeker een uitwerking tot gevolg De werkzaamheden worden met meerdere vormen van groot materieel uitgevoerd De verwachte NGE zijn uitgerust met zeer gevoelige ontstekers en/of inhoud

CR PRA-NGE Mary Zeldenrustlaan 18-20

Pagina 64 van 73

Tabel gevolgen uitwerking NGE Indelen en kwantificeren op hoofdgroep, waarbij de zwaarste score telt in de totale risicobeoordeling. Gevolgen uitwerking NGE Geen 0 Zeer klein 1

Klein 2

Matig 3

Omschrijving Geen gevolgen voor personen, materieel, omgeving en project -

Groot 4

Zeer groot 5

-

Geen gevolgen voor personen Lichte schade aan materieel Verwaarloosbare schade aan de omgeving Geen gevolgen voor projectplanning en geringe meerkosten Lichte verwondingen bij personen, kleine EHBO-handeling op projectlocatie Lichte schade aan materieel, kleine reparaties vereist Lichte schade aan omgeving, kleine herstelwerkzaamheden vereist Geringe vertraging en meerkosten voor project Verwondingen bij personen, externe behandeling noodzakelijk, mogelijk tijdelijke uitval van personeel Schade aan materieel, externe reparatie en/of tijdelijke vervanging vereist Schade aan omgeving, directe gevolgen voor externe partijen, herstelwerkzaamheden door derden noodzakelijk Vertraging en meerkosten voor project Zware verwondingen bij personen, dodelijk letsel Ernstige schade aan materieel, langdurige uitval en/of moeilijk vervangbaar Ernstige schade aan omgeving, langdurige gevolgen voor milieu en infrastructuur Ernstige vertraging en/of project ligt stil en aanzienlijke meerkosten Eén of meerdere doden Materieel onherstelbaar verwoest Onherstelbare schade aan omgeving Project ligt voor onbepaalde tijd stil of wordt volledig geannuleerd en zeer hoge meerkosten

Algemene maatregelen behorende bij risicoprofielen tabel projectrisicomatrix Het zijn algemene richtlijnen. Projectspecifiek kunnen de maatregelen afwijken. De verschillende opties van maatregelen resulteren in risicoverlaging of wegnemen van het risico en de keuze hierin is afhankelijk van het uitgangspunt, bijvoorbeeld maximale veiligheid, aanvaardbaar risico, ALARP (as low as reasonably practicable). Risicoprofiel

Omschrijving mogelijke maatregelen

Zeer laag Risico acceptabel Laag Risico ALARP Matig Risico ALARP met maatregelen

-

Geen maatregelen nodig Mogelijk protocol ‘Spontaan aantreffen NGE’ Protocol ‘spontaan aantreffen NGE’ met werkinstructie en/of Aanpassing uitvoering werkzaamheden Protocol ‘spontaan aantreffen NGE’ met werkinstructie en/of Aanpassing uitvoering werkzaamheden en/of NGE-Bodemonderzoek

Hoog Risico onacceptabel Zeer hoog Risico onacceptabel

-

Aanpassing uitvoering werkzaamheden en/of NGE-Bodemonderzoek NGE-Bodemonderzoek

75309/ RO-240161 versie 1.1

CR PRA-NGE Mary Zeldenrustlaan 18-20

Pagina 65 van 73

BIJLAGE 7

GEVOLGEN VAN UITWERKING VAN NGE

Detonatie Bij een ongecontroleerde detonatie van NGE komt een zeer grote hoeveelheid energie vrij in een zeer korte periode. De vrijgekomen energie uit zich in een deel thermische energie (temperatuurtoename) en een deel mechanische energie (luchtdruk, schokgolf en scherfwerking). De uitwerkingseffecten van de vrijgekomen energie wordt hier nader toegelicht. Het effect van een detonatie is afhankelijk van de diepte en afstand waarop de detonatie optreedt. Indien een detonatie optreedt op grotere diepte is sprake van een zekere gronddekking. Een uitwerking op diepte kan bijvoorbeeld worden veroorzaakt door trillingen. Door de dekking neemt het effect van de primaire scherfwerking af. De afname is afhankelijk van de diepteligging en het kaliber van de NGE. Het effect van de gasdruk en/of schokgolf zal echter groter zijn. Hierdoor bestaat de kans dat belendende kabels, leidingen en fundamenten beschadigd raken. Verzakking of beweging van de grond kan letsel of schade aan personeel en materieel veroorzaken. Scherfwerking Scherfwerking ontstaat doordat bij een detonatie het omhulsel van de detonerende explosieve stof verscherft. De ontstane scherven worden door de drukwerking met grote snelheid weggeblazen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16460542/1