CConstaterende datDantumadiel
Koppel je AI →
Document · PDF

Damwâld - Prikkebosk_ontwerp bestemmingsplan 19-09-23

Raadsvergadering (Dantumadiel) 8 juli 2024, gemeente DantumadielBij agendapunt: Bestemmingsplan Prikkebosk25.983 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Of bij een gebied dat langs een drukke ontsluitingsweg ligt. Bij een 'gemengd gebied' kunnen de richtafstanden met één afstandsstap verkleind worden. Uitzondering hierop is de richtafstand voor externe veiligheid. Deze wordt niet verkleind.

30/110

Figuur 4.1 : Milieucategorie met bijbehorende richtafstanden VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009) Onderzoek en conclusies In het plangebied van dit bestemmingsplan en de directe omgeving komen geen bedrijven voor. De agrarische bedrijven in de omgeving bevinden zich op ruime afstand van de woningbouwontwikkeling Prikkebosk. De bestemmingsgrens van het dichtstbijzijnde gelegen agrarisch bedrijf bevindt zich op 250 meter van de meest nabij gelegen bestemmingsgrens van de bestemming 'Woongebied'. Voor zover sprake zou kunnen zijn van beperkingen, zijn deze nu al aanwezig door de woningen die reeds aanwezig zijn op een veel kortere afstand van dit agrarisch bedrijf. Het aspect 'bedrijven en milieuzonering' vormt geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling.

31/110

4.3

Archeologie

Toetsingskader Rijk en provincie stellen zich op het standpunt dat in het ruimtelijk beleid zorgvuldig met het archeologisch erfgoed moet worden omgegaan. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar reële verwachtingen bestaan dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn, dient voorafgaand aan bodemingrepen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek dienen vervolgens volwaardig in de belangenafweging te worden betrokken. Doelstelling van het Verdrag van Valletta is de bescherming en het behoud van archeologische waarden. Als gevolg van dit verdrag wordt in het kader van de ruimtelijke ordening het behoud van het archeologisch erfgoed meegewogen zoals alle andere belangen die bij de voorbereiding van het plan een rol spelen. Onderzoek en conclusies Op de FAMKE (Friese Archeologische Monumentenkaart Extra) is het bodemarchief zo goed mogelijk in kaart gebracht. De FAMKE bestaat uit twee advieskaarten, één voor de periode steentijd - bronstijd (300.000 - 800 v Chr.), en één voor de periode ijzertijd - middeleeuwen (800 v Chr. - 1500 n Chr.). De adviezen die voor de verschillende zones in Fryslân gegeven worden variëren van ‘streven naar behoud' tot ‘geen nader onderzoek nodig'.

Deze adviezen geven aan welke vervolgstappen noodzakelijk zijn om op een verantwoorde manier om te gaan met het bodemarchief in een nieuw te maken bestemmingsplan, een bestemmingsplanwijziging, een ontgronding of een sanering. De advieskaart ijzertijd-middeleeuwen geeft aan dat voor het gehele plangebied een karterend onderzoek 3 van toepassing is: dit betekent dat bij ingrepen van meer 5.000 m² een historisch en karterend onderzoek moet worden verricht. De advieskaart steentijd-bronstijd (figuur 4.2) geeft aan dat voor het noordelijk gedeelte van het plangebied een karterend onderzoek 1 nodig is bij ingrepen van meer dan 500 m². Voor het zuidelijk gedeelte is een quickscan nodig bij ingrepen van meer dan 5.000 m². In het kader van dit bestemmingsplan is een archeologisch onderzoek uitgevoerd. Het archeologisch onderzoek is opgenomen als bijlage 4 bij de toelichting van dit bestemmingsplan. Op basis van dit onderzoek wordt het volgende geconcludeerd: De bodem in het plangebied is tot een diepte van 80 centimeter verstoord. Intacte podzolbodems zijn niet aangetroffen. Archeologische indicatoren ontbreken volledig. Gezien het bovenstaande geven de resultaten van het onderzoek geen aanleiding tot archeologisch vervolgonderzoek. Evenmin zijn archeologische resten aangetroffen waarmee tijdens de verdere planvorming rekening zou moeten worden gehouden.

In alle gevallen blijft onverminderd van kracht dat indien tijdens toekomstig graafwerk in het plangebied toch archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, hiervan direct melding dient te worden gemaakt bij de minister conform de Erfgoedwet 2015, artikel 5.10 & 5.11. Geadviseerd wordt dit te doen bij de gemeente Dantumadiel. Het aspect 'Archeologie' vormt geen belemmering voor dit bestemmingsplan.

32/110

Figuur 4.2: Fragment advieskaart steentijd-bronstijd (Oranje: karterend onderzoek 1. Roze: quickscan) (Bron: FAMKE)

4.4

Landschap en cultuurhistorie

Toetsingskader De regering heeft in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) vastgelegd dat gemeenten vanaf 1 januari 2012 in hun bestemmingsplannen rekening moeten houden met aanwezige cultuurhistorische waarden. Burgers krijgen hiermee het recht om bij de planning van bouwwerkzaamheden aan te geven of er cultureel erfgoed wordt geraakt. Op provinciaal niveau brengt de thematische structuurvisie Grutsk op ’e Romte! specifiek in beeld welke landschappelijke en cultuurhistorische kernkwaliteiten, structuren en elementen van provinciaal belang zijn, om daarmee doorwerking van deze belangen te realiseren. Het plangebied van dit bestemmingsplan wordt gerekend tot deelgebied 'Noordelijke Wouden'. Zie verder paragraaf 2.2.4. Onderzoek en conclusie Aan het landschap als geheel kan een cultuurhistorische betekenis worden toegekend. De locatie Prikkebosk heeft de typische kenmerken van het Friese Woudenlandschap: kleine percelen met houtsingels als afrastering.

33/110

Deze houtsingels zorgen er voor dat de percelen als 'kamers' in het landschap liggen. Oude kaarten van het gebied laten zien dat deze structuur al lang aanwezig is. Het landschap en de singels zijn daarmee onderdeel van de cultuurhistorie. De opzet van het plan is om een bijzondere woonomgeving te creëren binnen de huidige structuren van het landschap. Daarmee is de planontwikkeling passend binnen de doelstellingen van 'Grutsk', namelijk het respecteren van de landschappelijke en cultuurhistorische kernkwaliteiten en het verder ontwikkelen van de ruimtelijke kwaliteit. Met de structuur van de houtsingels wordt in de planontwikkeling van de woonkavels dan ook rekening gehouden. De bestaande en nieuwe (verdwenen) houtsingels zijn op de verbeelding aangeduid. Aan deze aanduiding is een beschermende regeling gekoppeld. Het aspect 'Cultuurhistorie' vormt geen belemmering voor dit bestemmingsplan.

4.5

Bodem

Toetsingskader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient er in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijziging dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat als de bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig gesaneerd wordt, dat het kan worden gebruikt voor de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen worden bij voorkeur op schone grond gerealiseerd. Verdachte plekken met betrekking tot de kwaliteit van de bodem dienen in het kader van de Wet bodembescherming bij ruimtelijke plannen en projecten te worden gesignaleerd vanuit een goede ruimtelijke ordening. Onderzoek en conclusie Het betreft een onverdachte locatie, die in het verleden in gebruik is geweest als agrarisch gebied. Het bodemloket laat geen bijzonderheden zien op deze locatie (zie www.bodemloket.nl/kaart). Er hebben in het verleden geen (bedrijfs)activiteiten plaatsgevonden die extra aandacht verdienen omdat ze de bodemkwaliteit beïnvloed kunnen hebben. In het kader van de aanvragen omgevingsvergunning zal een bodemonderzoek worden uitgezet.

Het aspect 'Bodem' vormt geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling.

4.6

Water

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening moeten ruimtelijke plannen voorzien zijn van een waterparagraaf. Hiervoor wordt het proces van de watertoets doorlopen. Bij het watertoetsproces gaat het om het hele proces van vroegtijdig meedenken, informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het waterschap beoordeelt wat de invloed van het project is op de waterhuishouding en geeft een wateradvies. Waterhuishoudkundige consequenties van een plan mogen niet op de omgeving worden afgewenteld. Het waterschap streeft ernaar de ingrepen binnen een peilgebied water neutraal te houden. Wateraspecten die met een specifiek instrument kunnen worden geregeld, worden in de watertoets wel gesignaleerd, maar niet geregeld.

34/110

4.6.1 Watertoets Via www.dewatertoets.nl is het plan op 11 november 2021 aangemeld bij het Wetterskip Fryslân. (Dossiercode 00002659.). Zie bijlage 5. Hieruit blijkt dat de normale procedure gevolgd moet worden. Het plan heeft invloed op de waterhuishouding en/of raakt de belangen van het waterbeheer. 4.6.2 Wateradvies Op het plan Prikkebosk heeft It Wetterskip het volgende wateradvies gegeven: Wateroverlast Het is bij het waterschap bekend dat er af toe wateroverlast wordt ervaren door de bewoners. Dit is relatief eenvoudig op te lossen door onderhoud uit te voeren aan de bestaande afwatering. In de legger van Wetterskip Fryslân zijn de sloten aangeduid als zogenoemde schouwsloten, dit houdt in dat het onderhoud ligt bij de aanliggende perceeleigenaren. De gemeente zal de bestaande schouwwatergangen die zij in eigendom hebben op profiel brengen. Dit betekent een bodembreedte van 0,5 meter, taluds van 1:1 of flauwer en een bodemhoogte van 0,75 meter onder het aangrenzende maaiveld. Er wordt een schouwwatergang verbreed (figuur 4.3 en bijlage 2) waardoor de waterafvoerende functie van het noorden van het plangebied wordt verbeterd. Toename verhard oppervlakte en watercompensatie Algemeen Door ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een versnelde afvoer van hemelwater.

Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden. Dit geldt ook voor toevoegen van oppervlakteverharding die wel past binnen het bestemmingsplan, maar waarvan de grond al meer dan 5 jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompenseerd is. Het is niet toegestaan zonder watervergunning neerslag versneld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m2 onverharde grond in stedelijk gebied en 1500 m2 in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard. Er geldt een vrijstelling van de vergunningsplicht wanneer wordt voldaan aan de compensatieregels genoemd in dit wateradvies. De meest voorkomende manier van compenseren is het graven van extra oppervlaktewater. Bij het graven van extra oppervlaktewater wordt de volgende compensatienorm gehanteerd:  Boezem 5%, dit heeft alleen betrekking op de Friese boezem.  Polder 10%.  Vrij afstromend, alternatieve maatregelen. Uiteraard is het toepassen van alternatieve maatregelen in het plan ook mogelijk. Indien er niet wordt gecompenseerd door extra oppervlaktewater te graven waarbij bovenstaande percentages worden gehanteerd of indien er geen overeenstemming plaatsvindt in de watertoetsprocedure over alternatieve maatregelen dan dient een watervergunning bij het waterschap te worden gevraagd.

In relatie tot het plangebied Voor de locatie Prikkebosk geldt dat de toename van het verhard oppervlakte circa 8.500 m2 betreft (circa 2.480 m2 wegen en circa 20 x 300 m2= 6.000 m2 aan bebouwing). In overleg met Wetterskip Fryslân is gekozen om in het plangebied in te zetten op het meer vasthouden van water in de bestaande sloten en greppels. Dit heeft de voorkeur boven het realiseren van nieuw oppervlaktewater ten behoeve van watercompensatie. Door de aanwezigheid van

35/110

een keileemlaag is het plangebied in de zomer vaak droog en bij zware buien is het van belang dat het water kan worden afgevoerd. Het betreft het verbreden van de centrale watergang naar de bestaande hoofdontwatering van het plan. Er wordt een stuw aangebracht waardoor het water hoger en langer in de greppels blijft staan. Naast het vasthouden van water vindt er een verbreding plaats van de belangrijkste afvoerende sloot van het plangebied waardoor meer oppervlaktewater ontstaat. Er wordt voldaan aan de compensatienorm voor de ontwikkeling.

Figuur 4.3 Watercompensatie Prikkebosk (Bron: Roenom 2023) Hemelwater Afwatering van hemelwater op de daken direct op de sloten en greppels. De wegen liggen met hun afschot in de richting van de nieuwe hoofdsloot en wateren hierop af . Ruimtelijke adaptatie We hebben te maken met sterk veranderende klimatologische omstandigheden, waarbij perioden van extreme droogte en extreme neerslag steeds meer de overhand nemen. Bij nieuwbouwplannen in bebouwd gebied wordt gestreefd naar een klimaatbestendig inrichting. Enkele voorstellen voor concrete maatregelen zijn:  het plan zoveel mogelijk te 'vergroenen' om wateroverlast en hittestress tegen te gaan. Er wordt zo weinig mogelijk verharding (tegels, bestrating, beton, asfalt) aangebracht. Bij een hevige bui kan het regenwater hierdoor in de grond zakken en het biedt zo ook kansen voor de biodiversiteit;  verlaagd liggende terreinen aanleggen die als tijdelijke waterberging ingezet kunnen worden, bijvoorbeeld parkeerplaatsen;  voldoende hoogteverschil tussen bouw- en straatpeil, waterdoorlatende of waterbergende verharding;

36/110

  

hergebruik van hemelwater om bijvoorbeeld toiletten door te spoelen; het toepassen van koele materialen met een reflecterend vermogen (bijvoorbeeld kiezen voor lichte bestrating om te zorgen voor minder opwarming); voor veel maatregelen geldt bovendien dat ze kosteneffectief zijn, als ze maar in een vroeg stadium in het proces worden meegenomen.

Met inachtneming van het advies van It Wetterskip vormt het aspect 'Water' geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling.

4.7

Geluid (wegverkeerslawaai)

Toetsingskader Op grond van de Wet geluidhinder geldt rond wegen met een maximumsnelheid hoger dan 30 km/uur, spoorwegen en inrichtingen die 'in belangrijke mate geluidhinder veroorzaken', een geluidzone. Bij ontwikkeling van nieuwe geluidsgevoelige objecten binnen deze geluidzones moet akoestisch onderzoek worden uitgevoerd om aan te tonen dat de ontwikkeling voldoet aan de voorkeursgrenswaarden die in de wet zijn vastgelegd. Indien niet aan de voorkeursgrenswaarde kan worden voldaan, kan het bevoegd gezag - in de meeste gevallen de gemeente - hogere grenswaarden vaststellen. Hiervoor geldt een bepaald maximum, de uiterste grenswaarde genoemd. Bij de vaststelling van hogere grenswaarden moet worden afgewogen of bronmaatregelen of maatregelen in de overdrachtssfeer kunnen worden getroffen. Onderzoek en conclusies De woningen zijn geluidgevoelige objecten. De meeste wegen rondom het plangebied vallen in een 30 km/uur-zone. Daarom hebben deze wegen geen wettelijk geluidszone. Formeel vallen de nieuwe woningen in Prikkebosk wel in de geluidszone van de Doniawei, maar gelet op de afstand tot die weg (meer dan 200 meter) is hier geen overschrijding van de geluidsnorm te verwachten. Het aspect 'Geluid' vormt geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling.

4.8

Luchtkwaliteit

Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Dit onderdeel van de Wet milieubeheer (Wm) bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijnstof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijnstof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in onderstaande tabel weergegeven.

37/110

Tabel: Grenswaarden maatgevende stoffen Wm Stof

Toetsing van

Grenswaarde

stikstofdioxide (NO2)

jaargemiddelde concentratie

40 µg/m³

fijn stof (PM10)

jaargemiddelde concentratie

40 µg/m³

24-uurgemiddelde concentratie

max. 35 keer p.j. meer dan 50 µg / m³

jaargemiddelde concentratie

25 µg /m³

fijn stof (PM2,5)

Op grond van artikel 5.16 van de Wm kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit onder andere uitoefenen indien de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden of de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht. Besluit niet in betekenende mate In dit Besluit niet in betekenende mate is bepaald in welke gevallen een plan vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden 2 situaties onderscheiden:  een plan heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10 (= 1,2 µg/m³);  een plan valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen, kantoorlocaties met een bruto vloeroppervlak van niet meer dan 100.000 m2 bij één ontsluitingsweg en 200.000 m2 bij twee ontsluitingswegen. Onderzoek en conclusie In dit plan wordt de realisatie van maximaal 20 woningen toegestaan. Het aantal vervoersbewegingen die de voorgestane ontwikkeling met zich mee brengt, is veel geringer dan het aantal vervoersbewegingen ten gevolge van de toetsing vrijgestelde categorieën zoals hierboven genoemd.

De conclusie is dan ook dat de voorgestane ontwikkeling dit plangebied, niet in betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Daarnaast blijkt dat er geen sprake is van overschrijding van luchtkwaliteitsnormen binnen de provincie. (Bron: Luchtkwaliteit Provinciale wegen, prognose 2020). Problemen aangaande de luchtkwaliteit, zoals overschrijdingen van een grenswaarde, worden, gelet op de voorgenomen ontwikkeling en de bestaande luchtkwaliteit, dan ook niet verwacht. Op basis van artikel 5.16, lid 1, aanhef en onder c kan het project zonder nader onderzoek doorgang vinden. De voorgestane ontwikkeling wordt dan ook niet belemmerd door het aspect luchtkwaliteit.

38/110

4.9

Ecologie

4.9.1 Toetsingskader Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen:  soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn;  soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn;  overige soorten. 4.9.2 Onderzoek en conclusies Omdat het hier een ruimtelijke ingreep betreft, dient een toetsing te worden uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb). Zo dient te worden onderzocht of als gevolg van de uitvoering van het plan sprake is van effecten op wettelijk beschermde soorten flora en fauna en/of natuurgebieden (Natura 2000), alsook in het kader van houtopstanden. Om hierin inzicht te krijgen wordt in eerste instantie een ecologische quickscan uitgevoerd. Bij dit onderzoek wordt een inschatting gemaakt van de (mogelijk) binnen de invloedssfeer van het plan aanwezige beschermde natuurwaarden en de effecten van de voorgenomen plannen op deze waarden. De ecologische quickscan is opgenomen als bijlage 6 bij de toelichting.

Deze ecologische beoordeling geeft, voor zover mogelijk, antwoord op de volgende vragen: 1. Komen binnen het plangebied (biotopen van) onder de Wnb beschermde soorten voor? 2. Komen binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden beschermde natuurgebieden voor? 3. Wat zijn de mogelijke effecten van de werkzaamheden op deze beschermde natuurwaarden en -gebieden, zowel tijdens de realisatie als na afloop hiervan? 4. Voor welke soorten en hun leefgebied wordt de wet mogelijk overtreden en in hoeverre kunnen overtredingen vermeden, dan wel verzacht worden? 5. Wat zijn de te ondernemen vervolgstappen met betrekking tot het voorkomen van schade aan beschermde soorten binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden? Effectbespreking en aanbevelingen Het project kan doorgang vinden binnen het kader van de Wet natuurbescherming, mits men zich houdt aan de hieronder volgende aanbevelingen. Algemene broedvogels Binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden komen waarschijnlijk vogels tot broeden waarvan de nesten alleen tijdens de broedtijd beschermd zijn. Geadviseerd wordt om de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Voor het broedseizoen wordt over het algemeen de periode van 15 maart - 15 juli aangehouden. Afhankelijk van de soort en klimatologische omstandigheden kunnen soorten echter eerder of later in het jaar tot broeden komen.

Wat voor deze soorten van belang is, is of er sprake is van een broedgeval. Zo ja, dan is deze altijd beschermd.

39/110

Zorgplicht Er kunnen soorten voorkomen in het plangebied waarvoor een vrijstelling geldt in geval van schade aan deze soorten (bijvoorbeeld veldmuis). Op deze soorten is wel de zorgplicht van toepassing. Deze kan tot uiting worden gebracht door zo te werken dat dieren de kans krijgen om te vluchten naar habitat buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden of dieren (zoals vrijgestelde amfibieën) naar een dergelijke habitat te verplaatsen. Natuurnetwerk Nederland In het zuidwestelijke deel van het plangebied wordt mogelijk een wandelpad gerealiseerd binnen een gebied dat onder het NNN valt. Geadviseerd wordt om dit wandelpad in overleg met bevoegd gezag te realiseren en om negatieve effecten op het NNN voor zover mogelijk te voorkomen. Hieraan kan worden voldaan door bijvoorbeeld een onverhard wandelpad te realiseren, in plaats van een verhard wandelpad. Hierdoor kan de inzet van mobiele werktuigen en de verstoring op het gebied als gevolg hiervan worden voorkomen. Tevens wordt geadviseerd om de kap van bomen voor de eventuele realisatie van dit wandelpad te voorkomen. Overzicht vervolgstappen Het planvoornemen kan zonder bezwaren doorgang vinden binnen de kaders van de vigerende natuurwetgeving, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:  Broedvogels: Werken buiten het broedseizoen (grofweg 15 maart - 15 juli).

Is dit niet mogelijk? Dan voor aanvang werkzaamheden broedvogelcheck uit laten voeren.  Licht beschermde en vrijgestelde soorten: Naleven van de zorgplicht.  Natuurnetwerk Nederland: Eventueel wandelpad realiseren in overleg met bevoegd gezag (provincie Fryslân), onverhard maken en tevens de kap van bomen voorkomen.  Houtopstanden: Er is mogelijk sprake van een meld en/of herplantingsplicht. 4.9.3 Stikstofdepositie Gebiedsbescherming Natura 2000-gebied Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Deze gebieden worden in Nederland op grond van de Wet natuurbescherming beschermd. Het plangebied ligt niet binnen een Natura 2000-gebied. De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden betreft de Waddenzee ( kilometer). Ondanks dat de voorgenomen locatie voor woningbouw buiten de grenzen van de Natura 2000- gebieden ligt, kan de ontwikkeling van het plangebied leiden tot een toename van stikstofdepositie in de Natura 2000-gebieden in de omgeving. In het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) moet beoordeeld worden of het plan leidt tot een verslechtering van de kwaliteit van de beschermde habitats en de habitats van soorten binnen de Natura 2000-gebieden.

Het is daarom noodzakelijk om een AERIUS berekening uit voeren om te bepalen of stikstofdepositie een knelpunt vormt voor de voorgenomen ontwikkeling.

40/110

Wettelijk kader Naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 met betrekking tot het Programma Aanpak Stikstof wordt bij vrijwel ieder plan stilgestaan bij de mogelijke stikstofemissie en het effect daarvan op Natura 2000-gebieden. Per 1 juli 2021 trad de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) en het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering (Bsn) in werking. De Wsn en de Bsn regelden een vrijstelling voor de vergunningsplicht van artikel 2.7 lid 2 Wnb voor de aanlegfase van bouwwerkzaamheden. Op 2 november 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:3159) is in de zaak van Porthos een uitspraak gedaan door de Afdeling Bestuursrechtspraak over deze partiële bouwvrijstelling. Uit deze uitspraak blijkt dat art. 2.9a van de Wnb en art. 2.5 Bnb in strijd is met art. 6 van de Habitatrichtlijn uit de Wet natuurbescherming. Er wordt daarom teruggegaan naar de situatie vóór 1 juli 2021 waarbij ook de aanlegfase van bouwprojecten moet worden doorgerekend voor stikstofdepositie om significant negatieve effecten op Natura 2000 gebieden te kunnen uitsluiten. Stikstofberekening De berekening met AERIUS genereert een rekenresultaat waarin wordt geconstateerd dat er als gevolg van de gewenste ontwikkeling geen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden waarbij sprake is van een overschrijding van meer dan 0,00 mol N/ha/jaar.

De aanleg- en exploitatiefase zijn worstcase in dezelfde berekening meegenomen. Er treedt door de stikstofdepositie geen negatief effect op in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) beschermde Natura 2000-gebieden. Een vergunning van de Wnb is in het kader van de stikstofdepositie dan ook niet nodig. De stikstofberekening en de bijbehorende memo zijn opgenomen in bijlage 7. 4.9.4 Conclusie Er is geen nader onderzoek nodig naar beschermde diersoorten. Door middel van de ecologische quickscan is uitgesloten dat beschermde soorten in het plangebied worden gehinderd. Mitigerende maatregelen zijn niet noodzakelijk. Er treedt door de stikstofdepositie geen negatief effect op in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) beschermde Natura 2000-gebieden.

4.10 Externe veiligheid Toetsingskader Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk:  bedrijven waar activiteiten plaatsvinden die gevolgen hebben voor de externe veiligheid;  vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door buisleidingen. Voor zowel bedrijvigheid als vervoer van gevaarlijke stoffen zijn twee aspecten van belang, te weten het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon dodelijk wordt getroffen door een ongeval, indien hij zich onafgebroken (dat wil zeggen 24 uur per dag gedurende het hele jaar) en onbeschermd op een bepaalde plaats zou bevinden. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting dan wel infrastructuur. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. De norm voor het GR is een oriëntatiewaarde. Het bevoegd gezag heeft een verantwoordingsplicht als het GR toeneemt en/of de oriëntatiewaarde overschrijdt.

41/110

Vervoer van gevaarlijke stoffen Per 1 april 2015 is het Besluit externe veiligheid transportroutes (BEVT) en de regeling Basisnet in werking getreden. Het BEVT vormt de wet- en regelgeving, en de concrete uitwerking volgt in het Basisnet. Het Basisnet beoogt voor de lange termijn (2020, met uitloop naar 2040) duidelijkheid te bieden over het maximale aantal transporten van, en de bijbehorende maximale risico's die het transport van gevaarlijke stoffen mag veroorzaken. Het Basisnet is onderverdeeld in drie onderdelen: Basisnet Spoor, Basisnet Weg en Basisnet Water. Het BEVT en het bijbehorende Basisnet maakt bij het PR onderscheid in bestaande en nieuwe situaties. Voor bestaande situaties geldt een grenswaarde voor het PR van 10-5 per jaar ter plaatse van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en een streefwaarde van 10-6 per jaar. Voor nieuwe situaties geldt de 10-6 waarde als grenswaarde voor kwetsbare objecten, en als richtwaarde bij beperkt kwetsbare objecten. In het Basisnet Weg en het Basisnet Water zijn veiligheidsafstanden (PR 10-6 contour) opgenomen vanaf het midden van de transportroute. Tevens worden in het Basisnet de plasbrandaandachtsgebieden benoemd voor transportroutes. Het Basisnet vermeldt dat op een afstand van 200 m vanaf de rand van het tracé in principe geen beperkingen hoeven te worden gesteld aan het ruimtegebruik.

Er geldt een oriënterende waarde voor het groepsrisico en onder voorwaarden een verantwoordingsplicht tot 200 m binnen de transportroute. Onderzoek en conclusies Overeenkomstig de professionele risicokaart waarin relevante risicobronnen getoond worden, zijn er geen risicovolle inrichtingen met een externe werking. Ook vindt er in de omgeving geen transport van gevaarlijke stoffen plaats via de weg, het water of door buisleidingen. Het aspect externe veiligheid vormt dan ook geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Tijdens het vooroverleg heeft daarnaast overleg plaatsgevonden met de Brandweer Fryslân. Vanuit de Brandweer zijn ook geen verdere aandachtspunten meegegeven.

4.11 Kabels en leidingen Toetsingskader Bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van elektriciteit- en communicatiekabels en nutsleidingen in de grond. Hier gelden beperkingen voor ingrepen in de bodem. Daarnaast zijn zones, bijvoorbeeld rondom hoogspanningsverbindingen, straalpaden en radarsystemen van belang. Deze vragen vaak om het beperken van gevoelige functies of van de hoogte van bouwwerken. Voor ruimtelijke plannen zijn alleen de hoofdleidingen van belang. De kleinere, lokale leidingen worden bij de uitvoering door middel van een Klic-melding in kaart gebracht. Toetsing Binnen het plangebied en in de directe omgeving zijn geen planologisch relevante buisleidingen, hoogspanningsverbindingen of straalpaden aanwezig die nog niet zijn onderzocht. Wel is een rioolpersleiding aanwezig, wat ook invloed heeft op het stedenbouwkundig ontwerp. Op deze leiding mag namelijk niet worden gebouwd. Conclusie Het aspect kabels en leidingen vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling

42/110

Hoofdstuk 5 5.1

Beschrijving juridische regeling

Algemeen

In de voorgaande hoofdstukken zijn de uitgangspunten voor de ruimtelijke situatie in het plangebied aangegeven. Deze uitgangspunten zijn getoetst aan de milieu- en omgevingsaspecten en het beleid. In dit hoofdstuk worden de bestemmingen en de bijbehorende regels beschreven. Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bouwregels van de gronden in het plangebied. De juridische regeling is vervat in een verbeelding en bijbehorende regels. Op de verbeelding zijn de verschillende bestemmingen vastgelegd, in de regels (per bestemming) de bouw- en gebruiksmogelijkheden. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bepaalt dat een bestemmingsplan vergezeld gaat van een toelichting. Deze toelichting heeft echter geen juridische status, maar is wel belangrijk als het gaat om de onderbouwing van hetgeen in het bestemmingsplan is geregeld.

5.2

Toelichting op de enkelbestemmingen

5.2.1 Agrarisch-Woudenlandschap De onbebouwde percelen binnen het plangebied hebben de bestemming 'Agrarisch- Woudenlandschap' gekregen. De bestemmingsomschrijving ziet toe op agrarisch gebruik. Het betreft hier de zogenaamde 'bebouwingsvrije zone' waarin de agrarische functie worden behouden, maar waarbij het accent verschuift van landbouw naar agrarisch natuur-/ecologisch beheer en het kleinschalig, hobbymatig houden van dieren. Voor de bebouwingsvrije zone wordt een hobbymatig agrarisch gebruik en dito uitstraling voorzien. Met de bebouwingsvrije zone wordt de bestaande landschappelijke kwaliteiten in tact gehouden. Om de uitstraling van kleinschalig, hobbymatig agrarisch gebruik te borgen en de inpasbaarheid zijn boom-/sierteelt, houtteelt en bollenteelt niet toegestaan. Ook de landschappelijke inpassing van bebouwing en/of erfbeplanting is binnen deze bestemming geregeld. Verder zijn de ontsluitingspaden en fiets-, wandel- en ruiterpaden binnen de bestemming mogelijk. De bestaande en nieuwe houtsingels zijn vanwege hun belang voor de landschappelijke structuur specifiek aangeduid op de verbeelding (dit geldt ook voor de andere bestemmingen waarin deze bestaande nieuwe houtsingels voorkomen). Deze aanduiding is gericht op de instandhouding van deze landschappelijke elementen. Het geheel of gedeeltelijk verwijderen van deze houtsingels is niet toegestaan.

Een uitzondering hierop is dat ten behoeve van de toegang tot de 'woonkamers', middels dammen, het nodig kan zijn de houtsingels gedeeltelijk te verwijderen. Daartoe is een regeling opgenomen die toeziet op een uitzondering van het verbod om de houtsingels te verwijderen. Ten hoogste 2 dammen mogen in iedere lange zijde van een perceel met een breedte van ten hoogste 10 m per dam worden gerealiseerd, mits 75% van de oorspronkelijke lengte van de houtsingel resteert. In iedere korte zijde van een perceel is een dam met een breedte van ten hoogste 10 m toegestaan, mits 75% van de oorspronkelijke lengte van de houtsingel resteert. Per landschappelijke kamer is dus één toegang aan de korte zijde toegestaan, met een breedte van maximaal 10 meter. Aan de lange zijden zijn twee toegangen toestaan, waarbij dient te worden opgemerkt dat een tweede toegang aan lange zijde alleen in uitzonderlijke gevallen mogelijk is. Uitgangspunt is de landschappelijke structuur zo veel mogelijk overeind te houden.

43/110

Vanuit het klimaatakkoord hebben gemeente een opgave om 1% nieuw bos aan te leggen. Daarnaast is er op de omwonendenavond aangegeven dat de mogelijkheid van een voedselbos verkend kan worden. Om deze reden wordt de aanleg van bos op enkele percelen in het zuidelijk gedeelte van het plangebied mogelijk gemaakt. Hiertoe is de aanduiding 'Bos' op de verbeelding opgenomen en in de regels. 5.2.2 Groen De nieuw aan te leggen beplanting zijn onder de bestemming 'Groen' gebracht. De bestemmingsomschrijving ziet toe op groenvoorzieningen in de vorm van opgaand groen en grasperken en (bestaande) moestuinen. Tevens zijn speelterreinen en speelvoorzieningen toegestaan zodat bijvoorbeeld een trapveldje tot de mogelijkheden behoort. Binnen de bestemming 'Groen' mag niet worden gebouwd. 5.2.3 Tuin Direct achter het bestaande perceel aan de zijde van de het Fermanjepaad liggen mogelijkheden om stukken land aan te kopen, waardoor de tuin ten behoeve van het wonen kan worden uitgebreid. Op een deel van dit perceel is de bestemming 'Tuin' van toepassing aansluitend op de bestemming zoals opgenomen in bestemmingsplan 'Damwâld'. Het overige deel, krijgt evenals de andere percelen, de bestemming 'Wonen' (zie paragraaf 5.2.5). 5.2.4 Verkeer-Verblijfsgebied De ontsluitingswegen binnen het plangebied zijn onder de bestemming 'Verkeer-Verblijfsgebied' gebracht.

De bestemmingsomschrijving ziet toe op (woon)straten, paden, parkeer, groen en speelvoorzieningen. Ook openbare nutsvoorzieningen en waterlopen en waterpartijen zijn toegestaan. Binnen deze bestemming mag niet worden gebouwd. 5.2.5 Wonen Direct achter de bestaande tuinen aan de zijde van de Doniawei (en een perceel aan het Fermanjepaad) liggen mogelijkheden voor de omwonenden om stukken land aan te kopen, waardoor zij hun tuin ten behoeve van het wonen kunnen uitbreiden. In de 'Nota grondbeleid" staan criteria voor de verkoop van dergelijke zogenaamde 'reststroken'. Zie ook paragraaf 2.3.6. Een voorwaarde is verder dat de inrichting van de tuin past bij het landschap en dat ook hier de afrastering natuurlijk overgaat in het landschap. Op de uitbreiding van de tuin geldt de woonbestemming die aansluit aan op de geldende woonbestemming uit het bestemmingsplan Damwâld. 5.2.6 Woongebied I en II De 'woonkavel-kamers' zijn onder de bestemming 'Woongebied - I' en 'Woongebied II' gebracht opgenomen in bijlage 2 en in het BKP zoals opgenomen in bijlage 1 van de planregels).

(deze kamers zijn

De aangewezen gronden zijn in beide woongebieden bestemd voor wonen. Een aan-huis-verbonden beroep of bedrijf is onder voorwaarden toegestaan. Groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen, tuinen, erven en terreinen zijn eveneens onder de bestemming gebracht. De bouwregels bevatten naast enkele algemene regels bouwregels voor hoofdgebouwen en bouwregels voor ondergeschikte bebouwing. Het totaal aantal woningen mag niet meer bedragen dan 20. Voor Woongebied I is dit nog gespecificeerd in maximaal 15 woningen en in Woongebied II maximaal 5 woningen.

44/110

De als 'woongebieden' bestemde gronden kunnen uit één of meerdere bouwpercelen bestaan. Op de verbeelding is per bestemmingsvlak het maximaal aantal woningen weergegeven, met uitzondering van de bestemming 'Woongebied II' waar op de verbeelding het maximaal aantal woningen ontbreekt. Deze aantallen zijn hier onderling uitwisselbaar. Voor het bouwen geldt voor alle bestemmingen dat het in bijlage 1 opgenomen Beeldkwaliteitsplan Prikkebosk en de daarin opgenomen normen mede als toetsingskader zullen dienen voor burgemeester en wethouders bij het verlenen van omgevingsvergunning(en) voor bouwen (deze gelden ook voor de binnenplanse afwijkingen). Met een omgevingsvergunning kan onder voorwaarden worden afgeweken van de bouwregels. Voorwaarde hierbij is dat in ieder geval het beeldkwaliteitsplan in acht moet worden genomen. Het kan daarbij gaan om het bouwen van een hoofdgebouw met een oppervlakte groter dan 20% van de oppervlakte van het bouwperceel, met een maximum van 150 m². Als hoofdgebouw mogen alleen woonhuizen worden gebouwd, zijnde het gebouw dat één woning omvat. De bouwpercelen kunnen variëren in grootte: om te voorkomen dat op de kleine kavels te grote woonhuizen kunnen komen is opgenomen dat de oppervlakte van een hoofdgebouw maximaal 20% van de oppervlakte van het bouwperceel mag bedragen, met een maximum oppervlakte van 150 m².

In het plan zijn zowel woningen met een kap als woningen met plat dak denkbaar. Het kan daarbij gaan om 1 bouwlaag (al dan niet met kap) of 2 bouwlagen (al dan niet met kap). De bouwhoogte van een hoofdgebouw is daarom op maximaal 11 meter gesteld. De goothoogte van een hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 6,5 meter. Voor ondergeschikte bebouwing (ondergeschikte gebouwen of delen van gebouwen zijnde aan- uit en bijgebouwen) geldt het volgende: de gezamenlijke oppervlakte van de ondergeschikte bebouwing per woonhuis bedraagt 75 m² bij een bouwperceel met een oppervlakte tot 500 m². Bij een bouwperceel groter dan 500 m2 is dit 100 m², vermeerderd met 10% van het deel van het bouwperceel dat groter is dan 500 m², tot een maximum van in totaal 150 m² aan ondergeschikte bebouwing. De bouwhoogte van ondergeschikte bebouwing mag niet meer bedragen dan 6 meter, maar moet ten minste 1 meter lager zijn dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw. De situering van ondergeschikte bebouwing moet ten minste 1 meter achter de naar de weg gekeerde gevel (of lijn) plaatsvinden dan wel op ten minste de bestaande afstand achter (de lijn welke kan worden getrokken in het verlengde van) de naar de weg gekeerde gevels van het hoofdgebouw, indien deze minder is dan 1 meter.

Hiervan kan worden afgeweken met een omgevingsvergunning, dit betekent dat ook voor of ter hoogte naar de weg keerde gevel van het hoofdgebouw kan worden gebouwd. Deze afwijking is vooral bedoeld wanneer gekozen wordt voor de minder traditionele woonvormen.

45/110

5.3

Toelichting op de dubbelbestemming en aanduiding

5.3.1 Waarde-Reliëf In het zuidelijk gedeelte van het plangebied is sprake van het voorkomen van al dan niet zichtbare hoogtes of laagtes in het landschap. Ter bescherming van dit reliëf is de dubbelbestemming 'Waarde - Reliëf' opgenomen. De aangewezen gronden zijn mede bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de landschappelijke waarde en cultuurhistorische waarde in de vorm van al dan niet zichtbare hoogtes of laagtes in het landschap en daarmee samenhangende geomorfologische en cultuurhistorische waarden. Het afgraven, afschuiven of wijzigen van het reliëf is hier niet toegestaan.

5.3.2 Vrijwaringszone - radar Ten noordwesten van Leeuwarden ligt het militair luchtvaartterrein Leeuwarden. Rond het luchtvaartterrein ligt een radarverstoringsgebied. Dit gebied is op de verbeelding aangeduid als "vrijwaringszone -radar". Om de radar goed te laten werken mogen in deze zone geen hoge gebouwen worden gerealiseerd. In de regels is een maximale bouwhoogte van 75 meter opgenomen.

46/110

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Planproces Vanaf het opstellen van de visie voor Prikkebosk is gekozen voor een gebiedsontwikkeling met een open procesmatige aanpak waarin de input van de omwonenden een belangrijke rol speelt. Deze procesvorm vraagt meer flexibiliteit in de planvorming en de rol van de overheid hierin is faciliterend. Deze vorm van gebiedsontwikkeling sluit wat vorm en inhoud betreft aan bij de gedachten van de Omgevingswet. Bij de visievorming in 2019 zijn alle omwonenden, dorpsbelangen en sleutelfiguren uit Damwâld betrokken en geconsulteerd. Voor de visievorming in 2019 zijn meerdere werksessies georganiseerd en is het resultaat tijdens een inloopavond besproken. Op de intensief bezochte avond is in groepen gewerkt aan de uitwerking van het plan. Vanuit de verschillende groepen zijn bouwstenen benoemd en deze zijn overgenomen in de stedenbouwkundige uitgangspunten van de visie. Door deze sessies met de omgeving is de kennis over het gebied opgehaald uit de omwonenden en is inzicht verkregen in de wensen en bezwaren. De visie is eind 2019 vastgesteld. Vanuit de visievorming is in 2020 gewerkt aan een uitwerking van het stedenbouwkundig plan. Tijdens dit proces zijn de plannen in inloopavonden met de omwonenden besproken.

Daarnaast zijn er gesprekken gevoerd met omwonenden die interesse hebben in het uitbreiden van hun tuin, gebruik willen maken van de agrarische gronden of andere verzoeken hebben. Een eerste opzet is besproken met de provincie Fryslân en vanuit de input van de provincie zijn herzieningsvoorstellen opgesteld. In juli 2021 zijn deze voorstellen voorgelegd aan de omwonenden tijdens een inloopavond. De input van de provincie, in combinatie met de opgehaalde input tijdens de inloopavond, heeft geleid tot het voorliggende stedenbouwkundig ontwerp. Tevens is contact geweest met de brandweer. Door de brandweer is aangegeven dat in de uitwerking rekening moet worden gehouden met een keerlus, putten en voldoende wegbreedte en passeerpassages. Dit is meegenomen in de stedenbouwkundige uitgangspunten. Bestemmingsplanprocedure Over de vertaling van het planvoornemen in het (ontwerp)bestemmingsplan worden de gebruikelijke inspraakmogelijkheden geboden. In het kader van het wettelijke verplichte vooroverleg volgens artikel 3.1.1. Bro is het concept ontwerp van dit bestemmingsplan voorgelegd aan provincie Fryslân. De provincie heeft aangegeven geen opmerkingen te hebben. Wetterskip Fryslân heeft inhoudelijk meegedacht met de planvorming. De resultaten hiervan zijn verwerkt in paragraaf 4.6 Water.

47/110

Het ontwerpbestemmingsplan ligt gedurende 6 weken ter inzage. Tijdens deze periode wordt een ieder in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen (artikel 3.8 Wro). De uitkomsten hiervan kunnen tot aanpassingen van het bestemmingsplan leiden. Het bestemmingsplan wordt vervolgens, al dan niet gewijzigd, vastgesteld. Het besluit tot vaststelling wordt gepubliceerd en het bestemmingsplan ligt 6 weken ter inzage. Tijdens die periode bestaat de mogelijkheid beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in te dienen tegen het besluit en het plan.

6.2

Economische uitvoerbaarheid

Aangaande de economische uitvoerbaarheid zijn de volgende aspecten van belang. Ten behoeve van de planontwikkeling worden de gronden binnen het plangebied geheel aangekocht dan wel zijn reeds in eigendom van de gemeente. De kosten van het plan worden grotendeels gedekt door inkomsten vanwege de planontwikkeling. Op grond hiervan wordt de economische uitvoerbaarheid aangetoond. De Grondexploitatiewet (onderdeel van de Wet ruimtelijke ordening) stelt een gegarandeerd kostenverhaal verplicht bij het opstellen van bestemmingsplannen waarin bepaalde bouwplannen mogelijk worden gemaakt. Een exploitatieplan is verplicht, tenzij het verhalen van kosten al anderszins is verzekerd, het bepalen van een tijdvak of fasering niet noodzakelijk is en het stellen van eisen en regels omtrent werken en werkzaamheden in het exploitatiegebied niet noodzakelijk is. In dat geval dient de gemeenteraad tegelijk met vaststelling van het voorliggende bestemmingsplan expliciet en gemotiveerd te besluiten om géén exploitatieplan vast te stellen. In de situatie van de planontwikkeling binnen onderhavig plangebied wordt geen exploitatieplan vastgesteld. Omdat alle gronden in eigendom zijn (of komen) van de gemeente zijn er geen kosten te verrekenen met andere eigenaren. Om deze reden is het opstellen van een exploitatieplan niet aan de orde.

48/110

Bijlagen toelichting

49/110

50/110

Bijlage 1 Stedenbouwkundige visie 2 december 2019

51/110

52/110

stedenbouwkundige visie

IT PRIKKEBOSK DAMWÂLD

2 december 2019

stedenbouwkundige visie

IT PRIKKEBOSK DAMWÂLD

Project datum: 2-12-2019 versie: definitief projectnummer: 19003 Roenom Zaailand 106 - Offiz C-1 8911 BN Leeuwarden www.roenom.nl Opdrachtgever Gemeente Dantumadiel

DE OPGAVE In het zuidoosten van Damwâld ligt een karakteristiek stukje Friese Woudenlandschap: de Prikkebosk. Kenmerkend voor het gebied zijn de bebouwingslinten die de randen vormen en de houtsingels die er voor zorgen dat de percelen als landschappelijke kamers in het gebied liggen. Voor de Prikkebosk heeft de gemeente Dantumadiel in het verleden al plannen gehad om woningen te bouwen. Ook in het woningbehoefte-onderzoek van 2018 komt naar voren dat de Prikkebosk wordt gezien als geschikte locatie voor woningen. Maar daarin blijkt ook, dat er bewoners zijn die wonen geen geschikte invulling vinden voor dit gebied. Omdat de Prikkebosk veel kwaliteiten heeft en omdat er meerdere meningen zijn over de invulling ervan, heeft de gemeente besloten om samen met de omgeving na te denken over de planvorming. Hiervoor is een aantal maal gesproken met het dorp en zo zijn meerdere ideeën naar voren gekomen over de toekomst van dit aantrekkelijk stukje Damwâld.

De visie voor de Prikkebosk houdt rekening met de karakteristieken van het gebied, de woningbehoefte van het dorp én de wensen van de omwonenden.

1.

Doniawei

d

a Fermanjepa

Plangebied

Dammeloane

ei

T.E. Teunissenw

d

Halepaa Fermanjebosk

KARAKTERISTIEKEN VAN HET PLANGEBIED De Prikkebosk heeft de typische kenmerken van het Friese Woudenlandschap: kleine percelen met houtsingels als afrastering. Deze houtsingels zorgen er voor dat de percelen als kamers in het landschap liggen. Oude kaarten van het gebied laten zien dat deze structuur al lang aanwezig is. Alleen net ten zuiden van het plangebied zijn delen van de singels verwijderd, waardoor een grotere ruimte is ontstaan. De beplanting van de houtsingels bestaat vooral uit elzen en lagere begroeiing. Onderdeel van de singels zijn de sloten die het gebied ontwateren. Dit gebeurt van noord naar zuid, omdat het terrein naar het zuiden toe een ruime meter afloopt. De meeste percelen in het gebied worden nu gebruikt voor landbouw. Aan de randen worden enkele percelen gebruikt voor het kleinschalig houden van schapen, paarden of voor moestuintjes. Het plangebied is min of meer de open ruimte die gelegen is achter de lintbebouwing van de Doniawei, de Dammeloane en het Fermanjepaad. De Doniawei is de oorspronkelijke weg door het landschap, waarlangs de dorpen die nu Damwâld vormen, zijn ontstaan. Dit is dan ook het meest dicht bebouwde lint van de drie.

3. De Dammeloane en het Fermanjeppaad zijn onderdeel van de rechte ontginningslijnen in zuidelijke richting, waardoor het kenmerkende Woudenlandschap is ontstaan. De Dammeloane is een doorgaande route en daarom breder en dichter bebouwd dan het Fermanjepaad. Het lint is echter wisselend open en dicht, waardoor het Prikkebosk tussen de bebouwing door te ervaren is. Het Fermanjepaad heeft veel meer het karakter van een pad door het bos, maar aan de noordzijde van dit pad zijn de ‘open’ kamers van het plangebied goed te ervaren. Ten zuiden van het plangebied ligt het Halepaad, een door Damwâldsters gerestaureerd pad. Het Halepaad is een historische, spontaan ontstane route van aan elkaar gekoppelde informele paadjes. Nu loopt het Halepaad vanaf de Dammeloane naar de gereformeerde kerk, maar vroeger liep het nog veel verder door naar het oosten. Samen met de rechte bebouwingslinten Dammeloane en het Fermanjepaad vormt het Halepaad een onderdeel van de wandelrondjes die veel Damwâldsters maken. Een ander belangrijk deel van deze wandelrondjes is ook het Fermanjebosk dat ten zuidwesten van het plangebied is aangelegd eind jaren ‘70 van de vorige eeuw.

Plangebied vanaf Dammeloane

Fermanjepaad

Dammeloane

Plangebied vanaf het Fermanjepaad

WONINGBEHOEFTE DAMWÂLD In 2018 heeft KAW een woningbehoefte-onderzoek gedaan in Damwâld. Dit bestond onder andere uit een enquête onder de inwoners en een onderzoek naar de bevolkingsontwikkeling. Uit dit onderzoek blijkt dat voor Damwâld in elk geval de komende 10 jaar nog behoefte is aan 15 tot 85 woningen. Daarnaast is het dorp een regionaal (sub)centrum en heeft het een goed aanbod aan voorzieningen en woningen, die het dorp aantrekkelijk maken. Nieuwe woningen dragen bij aan het behoud van de centrumfunctie van het dorp. Binnen het onderzoek zijn er meerdere locaties voor woningbouw onderzocht, waaronder locaties binnen het bestaand bebouwd gebied van Damwâld, zoals de Mûnetille en de vrijgekomen schoollocaties. Daarnaast zijn ook locaties buiten het dorp, zoals de Prikkebosk, onderzocht. Veel bewoners van Damwâld gaven in de enquête van het onderzoek aan de Prikkebosk als geschikte ‘nieuwe bouwlocatie’ te zien. Toch zijn er ook enkele bewoners die het als een locatie zien waar vooral niet gebouwd moet worden.

5. Voor de locaties binnen het dorp worden op dit moment concrete plannen gemaakt. Deze plekken lijken geschikt voor bepaalde doelgroepen zoals starters en ouderen. Bijvoorbeeld omdat hier de nodige voorzieningen dichtbij liggen. Op deze locaties is ruimte voor een deel van de woningbehoefte, in totaal circa 40 woningen. Potentieel ligt er behoefte voor meer woningen in Damwâld. Daarom komen ook locaties zoals de Prikkebosk in beeld en is een visie op de toekomst van dit gebied gewenst. Op de locatie van de Prikkebosk is ruimte om buiten de basisbehoefte én voor andere doelgroepen te bouwen. Dit past ook bij het unieke karakter van het gebied. De gemeente heeft in het verleden al plannen gehad met veel woningen voor de Prikkebosk, maar omdat er nu minder behoefte is, voorziet de gemeente nu ongeveer 10 tot 20 woningen op deze locatie. Verder blijkt uit het onderzoek van KAW dat de Prikkebosk als locatie gewild is bij alle doelgroepen en vooral bij bewoners met een grote verhuiswens. Als geschikte woningtypes voor het gebied gaven bewoners vooral ‘vrijstaande koopwoningen’ aan, maar ook ‘gelijkvloerse koop-en huurwoningen’.

1

7

2 7

2

4 5

5

4.

Noordoost

6.

Schoollocatie de Fontein

7.

Schoollocatie Dr. J. Botkeskoalle

5. Schoollocatie de Bron Gewenste locatie1.bijDedenken over verhuizen Mûnetille

Enquête

Enquête

Huidig woningtype

Enquête

6. Schoollocatie de Fontein rijwoning 2. De7.Prikkebosk Onder 30 meer dan 39.874 Schoollocatie Dr. J. Botkeskoalle 3 2-onder-1-kap 1. De Mûnetille 4 3. Het gebied ten noorden van het winkelcentrum 30-65 Gezin Minder dan 39.874 2.locatie De Prikkebosk vrijstaand Gewenste bij denken over verhuizen 330-65 Niet-gezin meer dan 39.874 4. Noordoost 1. De Mûnetille 4 3. Het gebied ten noorden van het winkelcentrum appartement zonder lift 2 1 30-65 Gezin dan 39.874 5.1. Schoollocatie De Mûnetillede Bron 4meer Onder 30 meer dan 39.874 1. De Mûnetille 2. De Prikkebosk 4 2 4. Noordoost 5 appartement met lift 3 locatie bij denken6.over 30-65 Niet-gezin Minder danGewenste 39.874 de Gewenst Fontein woningtype 2. Schoollocatie Deverhuizen Prikkebosk 30-65 Gezin Minder dan 39.874 1 3 2730-65 Niet-gezin meer 2. het De Prikkebosk 3. Het gebied ten noorden van winkelcentrum 5. Schoollocatie de Bron dan 39.874 gelijkvloerse woning met tuin of 30-65 Niet-gezin meer dan 39.874 7.3.3 Schoollocatie Dr. noorden J. Botkeskoalle 2 Het gebied ten van het winkelcentrum Onder 30 meer 7 dan 39.874 5 3. in Het van het winkelcentrum 4. Noordoost binnenplaats ('bungalowtje') 6. SchoollocatieDe demeeste Fonteinrespondenten wonen op dit moment degebied ten noorden De vraag richt zich meer op gelijkvloerse woningen. Dit zijn 65+ Minder dan 39.874 30-65 Gezin meer dan Anders 4.

Noordoost 2 39.874 1 30-65 Gezin Minder dan 39.874 4. Noordoost 5. Schoollocatie de Bron 7. Schoollocatie Dr. J. Botkeskoalle 65+ meer dan 39.874 2 30-65 Niet-gezin Minder dan 39.874 1 2 de‘traditionele’ Bron producten: vrijstaande woningen, 2-onder-1appartementen, met of zonder lift,Onbekend en met name 30-65 Niet-gezin meer dan 39.874 7 10 5 120 5.2 Schoollocatie 5. Schoollocatie de Bron de Fontein Indelin5g i30-65 n ‘o2 nNiet-gezin twikkelzmeer o0nedan s’ 39.874 30 40 50 6. Schoollocatie 60 70 80 2 5 7 6. Schoollocatie de Fontein 30-65 Gezin meer dan 39.874 7 6. Schoollocatie de Fontein 7. Schoollocatie Dr. J. Botkeskoalle grondgebonden ‘bungalowtjes’. Deze producten komen op dit Gewenste locatie bij denken over 65+ Minder dan 39.874 1 2verhuizen 3 4 5 6 7 kapwoningen en rijwoningen. 30-65 Niet-gezin Minder dan 39.874 7. Schoollocatie Dr. J. Botkeskoalle Bron: enquête 65+ meer dan 39.874 7. Schoollocatie Dr. J. Botkeskoalle

Enquête

Enquête

30-65 30 Niet-gezin meer dan 39.874 Onder meer dan 39.874 65+ Minder dan 0-65 Gezin Minder dan 39.874 39.874

Gewenste locatie bij denken over verhuizen 0

© KAW

10

20

30

40

50

Woningbehoefteonderzoek en locatieanalyse Damwâld – scenario’s

60

| 5 april 2018

|

44

80

Onder 30 meer dan 39.874 1 2 3 4 5 6 7 65+ meer dan 39.874 65 Niet-gezin meer dan 39.874 Gewenste locatie bij denken over verhuizen 30-65 Gezin Minder dan 39.874 Gewenste locatie bij denken over verhuizen 0 10 20 30 40 50 Gewenste 60 locatie70 80 over verhuizen 30-65 Gezin meer dan 39.874 bij denken 30-65 Niet-gezin meer dan 39.874 Onder 30 meer dan 39.874 Niet-gezin Minder dan 39.874 1 2 3 4 5 6 7 Onder meer dandan 39.874 © KAW Woningbehoefteonderzoek en locatieanalyse Damwâld – scenario’s | 5 april 2018 | 44 30-65 30 Gezin meer 39.874 30-65 Gezin Minder dan 39.874 Onder 30 meer dan 39.874 65 Niet-gezin meer dan 39.874 30-65 Gezin Minder dan 39.874 30-65 Niet-gezin Minder dan 39.874 30-65 Niet-gezin meer dan 39.874 30-65 Gezin Minder dan 39.874 65+ Minder dan 39.874 Huidig woningtype -65 Niet-gezin meer dan 39.874 meer dan 39.874 30-65 Gezin meer dan 39.874 30-65 Niet-gezin meer dan 39.874 rijwoning ©30-65 KAW Niet-gezin Woningbehoefteonderzoek en locatieanalyse Damwâld – scenario’s | 5 april 2018 | 44 65+ meer dan 39.874 30-65 Gezin dandan 39.874 65+meer Minder 39.874 30-65 Niet-gezin Minder dan 39.874 30-65 Gezin meer dan 39.874 0 10 20 30 40 50 60 70 80 2-onder-1-kap 5 Niet-gezin Minder dandan 39.874 65+ meer 39.874 30-65 Niet-gezin meer dan 39.874 30-65 Niet-gezin Minder dan 39.874 vrijstaand 1 2 3 4 5 6 7 -65 Niet-gezin meer dan 39.874 30-65 Niet-gezin meer 40 dan 39.874

50 0 1065+ Minder dan 20 39.874 30 60 70 80 appartement zonder lift 65+ Minder dan 39.874 65+ meer dan 39.874 65+ Minder dan 39.874 1 2 3 4 5 6 7 65+ meer dan 39.874 appartement met lift 65+ en meer dan 39.874 0 10locatieanalyse 20 30 | 5 april 40 60 70 2018 Woningbehoefteonderzoek Damwâld – scenario’s | 44 50 0 10 20 30 40 50 60 70 80 gelijkvloerse woning met tuin of 0 10 20 30 40 50 1 2 3 4 5 6 7 binnenplaats ('bungalowtje') KAW en locatieanalyse Damwâld – scenario’s | 5 april 2018 | 44 Anders 1 2 Woningbehoefteonderzoek 3 4 5 6 7 1 2 3 4 5 6 7 © KAW

W

rijwoning 2-onder-1-kap vrijstaand appartement zonder lift appartement met lift

80 60

70

80

Onbekend

Woningbehoefteonderzoek en locatieanalyse Damwâld – scenario’s

Woningbehoefteond

Gewenst woningtype - 1e keuze

Woningbehoefteonderzoek en locatieanalyse Damwâld – scenario’s | 5 april 2018 | 44 Woningbehoefteonderzoek en locatieanalyse Damwâld – scenario’s | 5 april 2018 | 44 © KAW Woningbehoefteonderzoek en locatieanalyse Damwâld – scenario’s © KAW

© KAW

moment beperkt voor in Damwâld.

© KAW

70

gelijkvloerse woning met tuin of binnenplaats ('bungalowtje') Anders Onbekend

| 5 april 2018

|

44

Woningbehoefteonderzoek en locatieanalyse Damwâld – scenario’s

| 5 april 2018

|

42

Het woningbehoefte-onderzoek van KAW uit 2018 laat zien, dat de Prikkebosk gewild is bij de meeste doelgroepen en daarom geen eenduidig profiel kent. De vraag naar typen woningen in Damwâld verschuift onder invloed van de vergrijzing naar gelijkvloerse woningen. Toch blijft een vrijstaande woning de grootste wens.

| 5 april 2018

|

30

PROCES MET DE OMGEVING Een belangrijke wens van de gemeente was dat de omgeving een stem zou krijgen bij de planvorming. De omgeving is op twee manieren betrokken bij deze visie: 1. In een werkgroep van (lokale) professionals, dorpsbelangen, omwonenden en de gemeente. 2. In een interactieve bijeenkomst met de direct omwonenden. Met de werkgroep zijn ideeën besproken over de invulling van de locatie en over de uitwerking hiervan. Professionals kwamen onder andere met ideeën en voorbeelden voor bijzondere woningbouw en voor welke doelgroepen er kansen liggen. Dorpsbelangen vertegenwoordigden de belangen van de omwonenden en heel Damwâld en de gemeente stelde de randvoorwaarden voor de planontwikkeling. Tijdens de omwonendenbijeenkomst is met zo’n 50 Damwâldsters gesproken over de kwaliteiten van het gebied, ideeën voor de invulling van het gebied met woningen en over ideeën waarmee het gebied nog meer ingevuld kan worden. Aan de hand hiervan hebben de bewoners hun eigen ideeën en wensen geschetst voor de Prikkebosk. Deze ideeën en schetsen zijn de input voor scenario’s voor de Prikkebosk.

7. Deze scenario’s zijn besproken in een tweede sessie met de werkgroep en uiteindelijk is gekozen voor een combinatie van verschillende opties. Uit de gesprekken kwam vooral naar voren dat de Prikkebosk plek moet bieden voor ‘iets bijzonders’ qua woningen, dat ten goede komt voor de ontwikkeling en het imago van Damwâld. De bestaande kwaliteiten van het gebied moeten zoveel mogelijk worden behouden en waar mogelijk versterkt. De omgeving wordt daarom niet aangepast ten behoeve van het wonen, maar de woningen worden ingepast in de bestaande structuren van het landschap. Dit zijn dan ook de hoofduitgangspunten van de planvorming.

RANDVOORWAARDEN EN HOOFDWENSEN Uit de bewonersbijeenkomst en de werkgroep kwam veel input over de invulling van het gebied. Deze input is onder te verdelen in randvoorwaarden voor het gebied, wensen vanuit de omgeving en ideeën/concepten voor de planvorming. Een harde randvoorwaarde is de bestaande riolering die door het gebied ligt, want hierop kan niet worden gebouwd. Daarnaast is het verkeerskundig ongewenst om een autoverbinding te creëren tussen de west- en oostkant van het plangebied. De bewoners langs de Dammeloane ervaren wateroverlast op hun kavels. De ontwikkeling van de Prikkebosk biedt mogelijk kansen om de waterhuishouding te verbeteren. De wensen van de omwonenden zijn niet altijd verenigbaar met elkaar. Ook zijn er wensen die maar één keer genoemd zijn en/of weinig bijval krijgen. Daarentegen zijn er ook wensen die veelvuldig voorkomen of door iedereen onderschreven worden. Zo gaven veel mensen aan de nieuwe woningen graag op wat afstand van de huidige woningen te willen. De zone tussen oud en nieuw kan dan groener worden: minder landbouw, meer bomen of ecologisch beheer. Het uitbreiden van het wandelnetwerk of het aanleggen van ruiterpaden wordt als grote kans gezien. Meerdere omwonenden gaven aan wel wat extra grond bij hun kavel te willen. Om de tuin uit te breiden of om hobbymatig dieren te houden.

OOK GENOEMD

PLANCONCEPTEN

Naast de hoofdwensen zijn veel andere ideeën geopperd. Bij een verdere uitwerking van de plannen kan gekeken worden of dit soort wensen passend zijn bij het totaalplaatje. Natuurlijk moet dan ook bekenen worden of er breder draagvlak voor is en of plannen (financieel) haalbaar zijn. Interessante ideeën waren onder andere:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=gemeentedantumadiel&id=ed1f252c-70a5-4aaf-9c04-8dde86587ce1