CConstaterende datDantumadiel
Koppel je AI →
Document · PDF

08_1_Concept Dekkingsplan 2026 (V0.5 ter instemming BCV. 13-2-2025)

Informatieavond (Dantumadiel) 4 maart 2025, gemeente Dantumadiel22.189 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Om die reden dient een surplus aan capaciteit beschikbaar te blijven als verantwoorde restdekking van het risico in het verzorgingsgebied, rekening houdend met reeds ingezette eenheden. Brandweer Fryslân regelt alarmering en dus ook de pelotonsvorming en bijstandsverlening via de KVT. De selectie van eenheden die worden ingedeeld bij een peloton vindt plaats (in GMS) op basis van aanrijdtijd (snelste hulp), maar vooraf zijn specifieke posten aangewezen die niet in deze berekening mee genomen worden. Hierdoor blijft restdekking gegarandeerd. 2.4.4 Werkdruk De factor werkdruk is geïntroduceerd is in de landelijke systematiek voor dekkingsplannen 3. Dit als handvat voor regio’s om zowel de meerwaarde van een post- als de individuele belasting die de zorg impliceert voor diens medewerkers te kwantificeren. Regio’s zijn vrij om duiding te geven aan dit handvat. Werkdruk heeft een rechtstreekse relatie met het aantal keer per jaar dat een brandweereenheid gealarmeerd wordt. Het heeft echter niet enkel betrekking op het aantal alarmeringen, maar het gaat er ook over met hoeveel mensen dit werk gedaan moet worden. Omgekeerd evenredig heeft de periode dat een post niet gealarmeerd wordt, maar diens medewerkers zichzelf wel motiveren en inspannen om beschikbaar te blijven (het ‘wachten op een alarmering’), impact op haar medewerkers. Per post, en per functie zal dit verschillend zijn.

Brandweer Fryslân geeft in onderstaande tabel inzicht in de werkdruk door de alarmeringsfrequentie weer te geven.

NB. In Dekkingsplan 2.0 werd deze factor zichtbaar gemaakt in de opzet van de netwerkorganisatie, waarbij door als netwerk te opereren samen met een buurpost brandweerzorg in stand wordt gehouden. Ook was het verwerkt in de basisformatie van een post en de werkwijze rond TS-Flex. 3

27 Versie 0.5 (concept ter instemming BC-V 13-2-2025)

Dekkingsplan Brandweer Fryslân 2026 - 2029 Samen paraat: gisteren, vandaag & morgen

Brandweerpost LEEUWARDEN HOOFDPOST

Alarmeringen per jaar4 1066

DRACHTEN

412

HEERENVEEN

410

SNEEK LEEUWARDEN POST NOORD

380 5

296

HARLINGEN

194

BURGUM

187

JOURE

157

FRANEKER

154

GROU

133

DOKKUM

125

BOLSWARD

119

BEESTERZWAAG

102

WOLVEGA

98

URETERP

93

LEMMER

91

OOSTERWOLDE

78

SURHUISTERVEEN

76

AKKRUM

75

HEEG

75

DE WESTEREEN

71

GORREDIJK

71

BUITENPOST

70

MENAAM

70

TJALLEBERD

64

KOLLUM

61

IJLST

59

GYTSJERK

55

STIENS

53

APPELSCHA

53

LANGWEER

52

WITMARSUM

50

BALK

49

JUBBEGA

46

SINT ANNAPAROCHIE

46

SCHIERMONNIKOOG

45

OLDERBEKOOP

44

WORKUM

44

ECHTEN

44

Afgeleid op basis van het totaal alarmeringen van basisbrandweerzorg én specialistische taken van een kazerne in de periode 2021-2023. De aantallen zeggen niet iets over de daadwerkelijke duur van een inzet. 5 In de dag-periode wordt deze post bemand door beroepspersoneel en is er sprake van kazernering. Het uitsplitsen op basis van de beschikbare data is niet mogelijk. 4

Versie 0.5 (concept ter instemming BC-V 13-2-2025)

28

Dekkingsplan Brandweer Fryslân 2026 - 2029 Samen paraat: gisteren, vandaag & morgen

NOORDWOLDE

43

SINT NICOLAASGA

41

WEST-TERSCHELLING

41

DROGEHAM

41

HAULERWIJK

41

ANJUM

39

DAMWALD

39

HALLUM

37

TERNAARD

37

MANTGUM

37

VLIELAND

37

KOUDUM

36

OUDEGA

36

NIEUWEHORNE

33

NES

32

FERWERT

29

MAKKUM

29

MIDSLAND

27

MARSUM

27

BAKHUIZEN

27

WOMMELS

27

PARREGA

25

SCHERPENZEEL

24

HOLLUM

21

SLOTEN

20

STAVOREN

20

WOUDSEND

18

6

Beleving werkdruk Naast de daadwerkelijke alarmeringen zijn er ook andere aspecten van invloed op de werkdruk. Vanwege het vrije instroomprincipe bij 65 brandweerposten valt het niet altijd mee om een post in dienst en dus paraat te houden. Hierdoor kunnen de vrijwilligers die vaak beschikbaar zijn of beschikbaar zijn op momenten dat anderen er niet zijn, extra werkdruk ervaren. Hiervoor is aandacht op de brandweerposten.

6

Voor Oudega is gerekend met de inzet vanaf oktober 2022.

Versie 0.5 (concept ter instemming BC-V 13-2-2025)

29

Dekkingsplan Brandweer Fryslân 2026 - 2029 Samen paraat: gisteren, vandaag & morgen

3. Beoordelen dekking (processtap 3) In de eerste twee hoofdstukken staat beschreven op welke manier Brandweer Fryslân haar repressieve organisatie heeft ingericht en welke repressieve dekking op basis daarvan verwacht wordt. In dit hoofdstuk wordt op basis van de uitkomsten in hoofdstuk 2, de verwachte repressieve dekking getoetst en beoordeeld. Zo wordt inzichtelijk of de repressieve mogelijkheden het verzorgingsgebied voldoende afdekken of dat er aanpassingen en/of aanvullende maatregelen nodig zijn.

3.1

Aanpak

Met behulp van een normenkader wordt de snelheid van de eerst aankomende tankautospuit beoordeeld. Voor de factor snelheid en capaciteit is het normenkader al vastgesteld. Voor de factoren paraatheid en werkdruk is geen normenkader beschikbaar, daarom worden deze factoren kwalitatief beschreven. Op basis van de totale beoordeling van deze factoren kan de brandweer constateren in hoeverre deze verwachte repressieve dekking past binnen het wettelijk kader en de bestuurlijke afspraken binnen de brandweerregio.

3.2

Beoordeling snelheid

Voor het beoordelen van de factor snelheid, zijn de gebieden in categorieën opgedeeld. Per buurt (CBS buurtindeling 2024) wordt vervolgens de theoretisch behaalde opkomsttijd vergeleken met de toegestane bandbreedte uit het beoordelingskader. 3.2.1

Indeling gebieden

Conform de beschrijving in het beoordelingskader gebiedsgerichte opkomsttijden zijn voor alle buurten een categorie berekend op basis van het overheersend karakter van het gebied. Onderstaande tabel toont een overzicht van deze categorieën. Categorie

I

Overheersend karakter van het gebied

Referentiewaarde in minuten

Bandbreedte in minuten*

• •

7 minuten 4-10 minuten Oude binnensteden Gebouwen voor slapende nietzelfredzame personen • Portiekwoningen • Woongebouwen met vloerhoogte >20 II 10 minuten 7-13 minuten • Woningen • Gebouwen voor zelfredzame personen III 15 minuten 12-18 minuten • Verspreid liggende woningen • Verspreid liggende gebouwen voor zelfredzame personen *) de gegeven minimale waarde is een inzichtwaarde, uiteraard mag het altijd sneller

Versie 0.5 (concept ter instemming BC-V 13-2-2025)

30

Dekkingsplan Brandweer Fryslân 2026 - 2029 Samen paraat: gisteren, vandaag & morgen

Zie hieronder de categorisering voor de buurten in Fryslân:

De landelijke handreiking classificeert Fryslân overwegend als risicogebied 3. Veel buurten in Fryslân zijn echter minder fijnmazig dan in andere delen van Nederland, zoals in de Randstad. Fryslân heeft een overwegend landelijk karakter. Dit geeft in de GGO-classificatie echter geen goede afspiegeling van de Friese dorpskernen waar de meeste risico’s zijn. Daarom zijn een aantal aanpassingen doorgevoerd. Deze aanpassingen leiden niet tot een aangepaste dekking in het kader van de basisbrandweerzorg. Bij bijna alle CBS gebieden is de categorie volgens de definitie tot stand gekomen. Uitgangspunt hierbij is dat overeenkomstige gebieden ook overeenkomstige categorieën behoren te hebben. Uit de resultaten blijkt dat niet altijd zo te zijn. Soms zijn gebieden zeer ruim getekend waardoor er relatief een te lage adressendichtheid wordt berekend. Kenmerkend aan brandweerregio Fryslân is dat op enkele grote woonkernen na, veel buitengebied is. Daarom zijn een aantal CBS gebieden aangepast door ze bijvoorbeeld te “knippen”. Er zijn twee grove aanpassingen toegepast in de indeling van gebieden. De eerste behelst het aanpassen van een aantal buurtvakken van risicogebied 3 naar 2. Hierbij is de handreiking GGO aangehouden; buurten zijn opgeknipt naar nieuwe vakken waar sprake was van meer dan 500 objecten per vierkante km. Het gaat hierbij om 25 buurtvakken.

De tweede aanpassing behelst het ‘opknippen’ van een aantal buurtvakken rondom Sneek. Ook hier is gebruik gemaakt van de GGO handreiking en is een buurtvak opgedeeld in twee losse vakken (dit vak werd tot de aanpassing verdeeld door een doorgaande weg). In bijlage 2 staat een overzicht van alle aangepaste buurten.

Versie 0.5 (concept ter instemming BC-V 13-2-2025)

31

Dekkingsplan Brandweer Fryslân 2026 - 2029 Samen paraat: gisteren, vandaag & morgen

3.2.2. Beoordeling gebieden Voor iedere buurt is berekend wat de theoretische opkomsttijd is van de eerste tankautospuit in die betreffende buurt. Vervolgens is die tijd vergeleken met de referentiewaarde en de bandbreedte van de categorie van de buurt. Iedere buurt is op deze manier beoordeeld op snelheid: goed (sneller dan referentiewaarde), voldoende (tussen referentiewaarde en einde bandbreedte) of onvoldoende (buiten bandbreedte). Ter verduidelijking hieronder een voorbeeld:

Wanneer de opkomsttijd in een buurt hoger is dan de maximale bandbreedte, is er aanvullende duiding nodig. In onderstaande afbeelding is de beoordeling van de dekking per buurt voor Brandweer Fryslân gevisualiseerd. We zien dat 41 van de 956 buurten rood gekleurd zijn (waarbij 36 buurten alleen in de ANW situatie onvoldoende scoren). Dit betekent dat de dekking in deze buurten onvoldoende is. Deze rode buurten zijn op de aandachtspuntenlijst gezet voor nadere beschouwing.

Versie 0.5 (concept ter instemming BC-V 13-2-2025)

32

Dekkingsplan Brandweer Fryslân 2026 - 2029 Samen paraat: gisteren, vandaag & morgen

Dag en avond-, nacht-, weekendsituatie De afbeelding hierboven toont de dag-situatie. Er zijn enkele verschillen in prestatie tussen de dag- en ANW situatie. Deze zijn te verklaren door het verschil in uitruktijden tussen beide situaties. In Leeuwarden ontstaat een verschil omdat de basisbrandweerzorg-eenheid overdag door beroepspersoneel verzorgd wordt, en in de ANW-situatie door vrijwilligers met vrije opkomst. Dekking DAG Goed Onvoldoende Voldoende

Aantal

Totaal

Dekking ANW Goed Onvoldoende Voldoende Eindtotaal

Percentage 750 41 165

79% 4% 17%

956

100%

Aantal

Percentage 743 36 177

78% 4% 18%

956

100%

3.2.3. Beoordeling aandachtsobjecten Aandachtsobjecten verdienen een individuele beoordeling. Dit zijn categorie 1-objecten (zie tabel bij paragraaf 3.2.1) met een opkomsttijd buiten de bandbreedte, dus hoger dan 10 minuten. Dit is ongeacht welke categorie het gebied heeft waarin het object ligt. Er zijn in de regio 2.432 aandachtsobjecten met een overschrijding van de opkomsttijd in de dagsituatie. Voor de ANW-situatie zijn dit 2.305 objecten. Aandachtspuntenlijst Met het huidige niveau van basisbrandweerzorg is de dekking niet overal voldoende. Op de aandachtspuntenlijst staan zowel gebieden als objecten die niet voldoen aan de voor die categorie vastgestelde maximale bandbreedte. Net als in het Dekkingsplan 2.0 is er geen aanleiding om de dekking op het gebied van brandweerzorg voor deze gebieden en objecten te versterken. Er zijn maatregelen beschikbaar op het gebied van voorkomen- en beperken van brand. In bijlage 3 is per gemeente inzichtelijk gemaakt hoeveel aandachtsobjecten er zijn en welke buurten aandachtsgebieden zijn. Een gedetailleerde aandachtspuntenlijst met welke specifieke objecten het betreft, wordt separaat met gemeenten gedeeld. 18+objecten Het Besluit Veiligheidsregio’s (Bvr) schrijft voor dat een opkomsttijd niet hoger dan 18 minuten mag zijn.

Desalniettemin zijn er in Fryslân 405 objecten die in de dag-situatie niet binnen 18 minuten bereikt kunnen worden. Dit is inherent aan de geografie van Fryslân. Zo zijn objecten vanwege water niet bereikbaar via de weg, of zijn deze gelegen in slecht bereikbare plaatsen. Deze zogenaamde 18+objecten zijn onderdeel van de aandachtspuntenlijst die met gemeenten gedeeld wordt.

Versie 0.5 (concept ter instemming BC-V 13-2-2025)

33

Dekkingsplan Brandweer Fryslân 2026 - 2029 Samen paraat: gisteren, vandaag & morgen

Compenserende maatregelen Voor de aandachtsobjecten zijn aanvullende maatregelen beschikbaar, bijvoorbeeld: • Uitvoeringsprogramma Brandveilig leven; • Voorlichting over brandveiligheid en preventieve voorzieningen; • Oefenen bij de betreffende objecten; • Operationele voorbereiding: bijstellen van de repressieve inzetvoorstellen (bijvoorbeeld standaard meer eenheden alarmeren); • Advies en toezicht.

3.3. Beoordeling capaciteit Om de capaciteit te beoordelen wordt gekeken naar de factoren slagkracht en grootschalig brandweeroptreden. De handreiking biedt voor beide een beoordelingskader. De capaciteit wordt op basis van deze beoordelingskaders beschreven. 3.3.1. Beoordeling slagkracht Voor het voorkomen van slachtoffers en het beperken van (brand-)uitbreiding is slagkracht essentieel. Voor goede brandweerzorg is meer nodig dan alleen een snelle eerste eenheid ter plaatse. Daarom word in deze paragraaf ook de opkomsttijd van de tweede en de derde tankautospuit en het redvoertuig in categorie 1- gebieden beoordeeld. In onderstaande tabel wordt het verband getoond tussen de slagkracht en de risicogebieden. Voor categorie 1 gebieden wordt gekeken naar de slagkracht van drie tankautospuiten en een redvoertuig. Voor categorie 2 gebieden wordt gekeken naar de slagkracht van twee tankautospuiten en bij categorie 3 gebieden wordt slagkracht buiten beschouwing gelaten. Risiconiveau 1 2 3

TS1 (min) 4-10 (7) 7-13 (10) 12-18 (15)

TS2 (min) 6-12 (9) 12-18 (15)

TS3 (min) 8-12 (10)

RV (min) 4-10 (7)

Op basis van snelheidsberekeningen volgens de werkwijze in processtap 2 wordt bepaald of een 2e of 3e TS binnen de genoemde bandbreedte in een gebied kan zijn. In onderstaande tabel staat aangegeven bij hoeveel gebieden de bandbreedte wordt overschreden. Categorie Capaciteit

Onder referentiewaarde

1

2

3

1e TS 2e TS 3e TS RV 1e TS 2e TS 3e TS 1e TS 2e TS 3e TS

Boven bandbreedte

Aantal buurten

8 4 0 14 205 262

Tussen referentiewaarde bandbreedte 5 6 0 0 110 80

1 4 14 0 34 7

14

517

30

5

552

Totaal aantal gebieden

956

Versie 0.5 (concept ter instemming BC-V 13-2-2025)

349

34

Dekkingsplan Brandweer Fryslân 2026 - 2029 Samen paraat: gisteren, vandaag & morgen

Voor de 65 buurten die boven de bandbreedte scoren vanuit de slagkracht zijn de eerder genoemde aanvullende maatregelen mogelijk. 3.3.2. Beoordeling grootschalig brandweeroptreden Ten behoeve van bijstand aan andere veiligheidsregio’s kan Brandweer Fryslân aan de landelijke GBO-verplichting voldoen om één peloton basisbrandweerzorg, één peloton grootschalig watertransport en één peloton redding & technische hulpverlening binnen zestig minuten op de eigen regiogrens te leveren.

3.4. Beoordeling paraatheid Om de paraatheid te beoordelen wordt gekeken naar beschikbaarheid, gelijktijdigheid en restdekking. De handreiking biedt hiervoor geen beoordelingskader. De paraatheid wordt daarom beschrijvend beoordeeld. 3.4.1. Beschikbaarheid Gelet op het vrije instroomprincipe wordt de beschikbaarheid van basiseenheden grotendeels beoordeeld als voldoende. Dat de organisatie vooral in de dag-situatie nog weleens knelpunten ervaart, wordt ondervangen doordat het totale netwerk uit 66 posten bestaat. Is een post niet beschikbaar, dan kan een nabijgelegen post de uitruk overnemen. Een nadelig effect hiervan is dat de opkomsttijd toeneemt. Ook andere maatregelen als TS-flex en vakantieroosters spelen in op beperkte beschikbaarheid. Voor wat betreft ad hoc uitdienstmeldingen ziet Brandweer Fryslân ruimte voor verbetering, bijvoorbeeld door onderzoek naar mogelijkheden om de meldkamer een actueler beeld te geven van de beschikbaarheid van posten en het versnellen van de respons bij feitelijke onderbezetting bij alarmering. 3.4.2. Gelijktijdigheid Gelijktijdige meldingen in het verzorgingsgebied van een post komen weinig voor in Fryslân. In de enkele gevallen dat dit zich toch voordoet, wordt een nabijgelegen post gealarmeerd. Hierdoor is het niet noodzakelijk om aanvullende maatregelen te treffen.

Ook aan posten in risicogebied 1 worden geen aanvullende paraatheideisen gesteld om gelijktijdigheid te kunnen ondervangen. 3.4.3. Restdekking Vooral bij grootschalige en langdurige inzetten is het belangrijk restdekking goed te organiseren. Brandweer Fryslân heeft dit georganiseerd door vooraf posten te selecteren die bij de pelotonsvorming niet meegenomen worden in de berekening van aanrijdtijd (snelste hulp). De AC-B is belegd met de taak om aflossing en herbezetting te coördineren. De restdekking blijft door deze maatregelen gegarandeerd en het is niet nodig aanvullende maatregelen te treffen.

3.5. Beoordeling werkdruk Brandweer Fryslân heeft de alarmeringsfrequentie van een post afgezet inzichtelijk gemaakt. In de tabel valt op dat de hoofdpost in Leeuwarden verreweg het intensiefst wordt belast. Omdat deze post wordt bezet door beroepspersoneel vindt de organisatie dit acceptabel. De werkdruk op de 65 vrijwillige posten lijkt op basis van de informatie in de tabel ook acceptabel. Grote kanttekeningen hierbij zijn dat het aantal uitrukken niet evenredig worden

Versie 0.5 (concept ter instemming BC-V 13-2-2025)

35

Dekkingsplan Brandweer Fryslân 2026 - 2029 Samen paraat: gisteren, vandaag & morgen

verdeeld over het aantal vrijwilligers en/of dat de beleving van werkdruk wel degelijk anders kan zijn.

4.

Conclusie basisbrandweerzorg

Met het netwerk van 66 brandweerposten is Brandweer Fryslân een robuuste organisatie en kan er gedegen basisbrandweerzorg geleverd worden. Vanuit deze posten staan meer dan 1200 zeer betrokken medewerkers dag en nacht paraat voor de veiligheid van de inwoners van Fryslân. Paraatheid is het is het primaire product wat de brandweer biedt aan de samenleving. Incidenten (en de locatie ervan) kunnen we niet voorspellen, maar paraat zijn als vangnet: daarvoor zijn we overal, dag en nacht beschikbaar. Elke post en iedere medewerker levert daarin zijn of haar bijdrage, ook in gebieden die het geluk hebben minder incidenten te hebben. De beschrijving en beoordeling van de basisbrandweerzorg-dekking maakt zichtbaar hoe elke post is van waarde is in de paraatheid, zowel in haar directe omgeving als voor de naastgelegen buurposten. Een organisatie die gebouwd is op vrijwilligers kan immers alleen paraatheid borgen als er sprake is van redundantie. Paraatheid is daarmee een gezamenlijke verantwoordelijkheid van posten, en de huidige inrichting als netwerk maakt dat ook mogelijk. Op deze manier is Brandweer Fryslân met haar basisbrandweerzorg altijd paraat. Uit de operationele prestaties blijkt dat het netwerk bij daadwerkelijke incidenten ook goed functioneert, en dat de kazernes in zijn algemeenheid op de juiste plek staan.

Dat betekent niet dat in de gehele provincie álle objecten even goed bereikbaar zijn: in de dag-situatie is in iets meer dan 4% van de buurten de dekking onvoldoende in en bij 2432 objecten wordt de maximale opkomsttijd overschreden. Hiervoor zijn aanvullende maatregelen beschikbaar, en worden geen wijzigingen op het gebied van basisbrandweerzorg voorgesteld.

Versie 0.5 (concept ter instemming BC-V 13-2-2025)

36

Dekkingsplan Brandweer Fryslân 2026 - 2029 Samen paraat: gisteren, vandaag & morgen

Deel 2 – Specialistische- en aanvullende taken In dit deel van het dekkingsplan wordt er ingegaan op de dekking van de specialistische en aanvullende taken binnen Brandweer Fryslân. Het is ingedeeld op basis van de hoofdstukken brand, hulpverlening, incidentbestrijding gevaarlijke stoffen, incidentbestrijding op het water, natuurbrandbestrijding, operationele leiding en overige taken.

Leeswijzer In elk hoofdstuk komen per paragraaf de taken aan bod die vallen onder de betreffende kerntaak. Daarbij wordt na een korte inleiding ingegaan op de dekking en wordt de paragraaf afgesloten met een motivering over de voorgestelde spreidingsvariant. Wanneer er een opkomsttijd is vastgesteld voor een taak, is in de bijbehorende afbeelding de prestatie binnen deze opkomsttijd groen gearceerd. In het geval van overlappende operationele gebieden krijgt de arcering een donkerdere groentint.

Versie 0.5 (concept ter instemming BC-V 13-2-2025)

37

Dekkingsplan Brandweer Fryslân 2026 - 2029 Samen paraat: gisteren, vandaag & morgen

5. Brand De basistaak voor de eerste brandweereenheid op het gebied van brandbestrijding is het redden van mens en dier, voorkomen van uitbreiding en het blussen van de brand. In het Bvr is opgenomen, dat een eenheid om de genoemde taken uit te kunnen voeren, de beschikking heeft over een TS met uitrusting. Hierbij wordt uitgegaan van een standaard voertuigbezetting (TS6), bestaande uit de verplichte aanwezige functies: 1 bevelvoerder, 1 chauffeur, tevens voertuigbediener en 4 manschappen. In Deel 1 van dit dekkingsplan is de inrichting van deze basistaak beschreven. In dit hoofdstuk komt de taak en spreiding van specialistische eenheden voor brandbestrijding aan bod.

5.1

Redvoertuig (RV / HW)

Algemeen Het redvoertuig wordt ingezet voor een aantal zeer verschillende taken, onder andere: de redding van mens en dier vanaf hoogte, ter ondersteuning bij de blussing, ter ondersteuning van het veilig werken op hoogte, als vluchtweg voor het eigen personeel en ter ondersteuning van de ambulancedienst. Met name in stedelijke gebieden met veel oudere gebouwen en een hoge bevolkingsdichtheid zijn panden met beperkte vluchtwegen en complexe aanvalsroutes voor de brandweer aanwezig. Een redvoertuig levert in deze gebieden een belangrijke bijdrage aan het redden van mens en dier en het bestrijden van brand. Het redvoertuig wordt bezet door 1 chauffeur, tevens voertuigbediener en 1 voertuigbediener. Inrichting In het dekkingsplan beschikken de volgende 7 kazernes over een redvoertuig: Bolsward, Dokkum, Drachten, Harlingen, Heerenveen, Leeuwarden (hoofdpost) en Sneek.

Versie 0.5 (concept ter instemming BC-V 13-2-2025)

38

Dekkingsplan Brandweer Fryslân 2026 - 2029 Samen paraat: gisteren, vandaag & morgen

Dekking

Motivering •

•

•

• • •

In de landelijke handreiking voor dekkingsplannen wordt op basis van de component slagkracht gerefereerd naar opkomsttijden voor het redvoertuig: voor CBS-buurten met gebiedscategorie 1 (RG1) een mediaantijd van 7 minuten en een bandbreedte tussen 4 en 10 minuten. Dit is in lijn met de 1e TS voor RG1-gebieden. De normen in RG2 en RG3 die in DP2.0 nog gehanteerd werden komen in de GGO-methodiek te vervallen. Uit de analyse bleek dat dat de prestatie in risicogebied 1 een stuk lager is in de GGO methodiek voor de specialistische eenheid redden op hoogte (redvoertuig) ten opzichte van de prestaties van de norm in DP 2.0. De prestatie gaat van 97% naar 76% binnen de gestelde maximale opkomsttijd. Dit heeft te maken met de strengere normen die hiervoor gaan gelden en de eventuele toename in risicogebied 1 gebieden. Voor risicogebied 2 en 3 gebieden gelden daarentegen geen normtijden in de nieuwe methodiek, waardoor de prestaties in deze gebieden toenemen. Gezien de prestaties in RG1 is daarom gekozen om geen vermindering van het aantal RV’en voor te stellen, en de plaatsing ook niet aan te passen. Een verbetering van de prestaties van de redvoertuigen lijkt enkel mogelijk door over te gaan tot beroepsbezetting c.q. kazernering van de repressieve medewerkers, waarvoor financiële middelen ontbreken. Deze mogelijkheid is niet verder onderzocht.

Versie 0.5 (concept ter instemming BC-V 13-2-2025)

39

Dekkingsplan Brandweer Fryslân 2026 - 2029 Samen paraat: gisteren, vandaag & morgen

Opmerking •

•

•

De kazerne Leeuwarden (hoofdpost) maakt gebruik van een springbemanning voor het redvoertuig en HVK-voertuig. Bij inzet van de HV-K is het redvoertuig niet paraat (en visa versa). Omdat het RV in Leeuwarden tijdens het ANW-tijdvenster gestationeerd is op Aldlansdyk, en in de DAG-periode op de Post Noord, wijkt de regionale dekking in deze periode marginaal af t.o.v. de DAG-situatie. Voor de leesbaarheid is hiervoor geen extra afbeelding opgenomen. Het redvoertuig van Bolsward is aangewezen als reservevoertuig. Deze wordt verplaatst bij uitval van één van de zes andere redvoertuigen.

Versie 0.5 (concept ter instemming BC-V 13-2-2025)

40

Dekkingsplan Brandweer Fryslân 2026 - 2029 Samen paraat: gisteren, vandaag & morgen

6. Bluswatervoorziening Algemeen Bluswatervoorziening is een belangrijk speerpunt voor de brandweer. De effectiviteit van brandbestrijding wordt immers in grote mate bepaald door de aanwezigheid van voldoende blusmiddel. Brandweer Fryslân maakt als primair blusmiddel gebruik van water. De beschikbaarheid van bluswater is in Nederland expliciet de verantwoordelijkheid van gemeenten. Daarom is met gemeenten en partners op dit dossier de afgelopen jaren intensief samengewerkt, en ook de komende jaren zal dit een belangrijk onderwerp blijven. Door bijvoorbeeld extreem weer (droogte) of kleinere leidingdiameters van het drinkwaternet, zou het in de toekomst kunnen betekenen dat bluswatervoorziening op een andere manier georganiseerd gaat worden. Denk hierbij aan het afstoten van de brandkranen of een reductie op het aantal te gebruiken brandkranen. Ook het in toenemende mate van bebouwing in afgelegen gebieden doen een appél op de beschikbaarheid van bluswater in gebieden waar dat voorheen minder noodzakelijk was. De samenhang tussen alle componenten die een bijdrage leveren aan bluswatervoorziening wordt van wezenlijk belang, en kan in de toekomst aanleiding geven om de huidige voorzieningen/locaties te gaan heroverwegen.

Om hier, met de kennis van nu, zo goed mogelijk op voorbereid te zijn heeft Brandweer Fryslân via het project Fjoer & Wetter de samenhang van beschikbaar blusmiddel, behoefte bij incidentbestrijding en samenhang met technische oplossingen zo breed mogelijk bekeken. Hierbij is niet alleen gekeken naar basis- en grootschalige brandweerzorg, maar is ook de samenhang met Natuurbrandbestrijding en Incidentbestrijding Gevaarlijke Stoffen (IBGS) gezocht.

6.1. Groot watertransport-systemen (WTS / GWT) Algemeen Het grootschalig watertransport (WTS) is het systeem waarmee grote hoeveelheden bluswater over grote afstanden worden getransporteerd. Het systeem wordt ingezet bij branden waarbij veel bluswater nodig is. Hierbij gaat het dan vaak om relatief grote branden. Er wordt gebruik gemaakt van het WTS-1500 (watertransport over 1500 meter). Het systeem wordt ter plaatse gebracht met een haakarmvoertuig. Hiervoor geldt een voertuigbezetting van 1 chauffeur, tevens voertuigbediener, en 1 voertuigbediener.

Inrichting In het dekkingsplan beschikken de volgende vijf kazernes over een WTS-1500: Bakhuizen, Joure, Burgum, Franeker en Gorredijk.

Versie 0.5 (concept ter instemming BC-V 13-2-2025)

41

Dekkingsplan Brandweer Fryslân 2026 - 2029 Samen paraat: gisteren, vandaag & morgen

Dekking

Motivering •

•

•

In het ontwerp van Dekkingsplan 2.0 bleek dat de dekking in de NW-hoek het hoogste was wanneer de WTS in Franeker gepositioneerd zou zijn. Tijdens de implementatie bleek dit organisatorisch niet realiseerbaar, waarna de positionering in Harlingen is geformaliseerd bij de herziening van het dekkingsplan. Aangezien in dit dekkingsplan Franeker geen HV-K meer heeft ontstaan hier mogelijkheden, en wordt opnieuw voorgesteld om de WTS in Franeker te positioneren. Harlingen beschikt dan niet meer over een WTS. Fjoer & Wetter adviseert een opkomsttijd van maximaal 30 minuten voor een WTSeenheid. Hierna is nog voldoende opbouwtijd om te vallen binnen de prestatienormen van het GBO. Uit de analyse bleek dat dekking met 5 WTS-systemen het meest robuuste stelsel opleverde. Een reductie naar vier systemen zou in de ZW-hoek een verplaatsing van de WTS uit Joure vereisen, wat als neveneffect nadelige effecten zou hebben op de paraatheid van bluswater in de binnensteden van Sneek en Heerenveen.

Opmerkingen •

•

Bij de meldingsclassificatie ‘grote brand’ wordt er een WTS-eenheid gealarmeerd naar het incident. Bij een opvolgende alarmering conform de GBO-structuur (peloton Grootschalig Watervoorziening (GW)) worden aanvullend twee WTS-eenheden gealarmeerd. Hierna is er nog de mogelijkheid om één peloton GW in te zetten in regionaal of interregionaal verband. Om het systeem op te bouwen wordt vanuit de post waar de WTS staat tevens een opbouwploeg gealarmeerd, die uitrukken met een TS (minimale bezetting: TS-Flex). Na

Versie 0.5 (concept ter instemming BC-V 13-2-2025)

42

Dekkingsplan Brandweer Fryslân 2026 - 2029 Samen paraat: gisteren, vandaag & morgen

de opbouw van het WTS-1500 blijft de opbouwploeg, in overleg met de OvD, stand-by of gaat terug naar de post.

6.2. Waterwagen (WT / WTH) Algemeen Om tankautospuiten in situaties te kunnen voorzien van extra water kunnen waterwagens worden ingezet. De waterwagens worden daarmee ingezet om meer koelend vermogen beschikbaar te stellen voor het blussen of beheersen van branden, zonder dat er een opbouwtijd benodigd is. De waterwagen heeft een watercapaciteit van tenminste 7.000 liter.

Inrichting In het dekkingsplan beschikken de volgende zes kazernes over een waterwagen: Bolsward, Damwâld, Grou, Heerenveen, Menaam, Oldeberkoop.

Dekking

Versie 0.5 (concept ter instemming BC-V 13-2-2025)

43

Dekkingsplan Brandweer Fryslân 2026 - 2029 Samen paraat: gisteren, vandaag & morgen

Motivering •

•

•

•

• •

•

•

In Fryslân is uit analyse gebleken dat bij meerdere objecten de afstand tot de meeste dichtstbijzijnde bluswaterbron groter dan 3 760 meter is. Het merendeel hiervan ligt in landelijk (RG3) gebied. Slechts een klein aantal objecten ligt in RG2 gebieden. Deze objecten hebben in veel gevallen een langere aanrijtijd. Ze liggen gedeeltelijk in 18+ gebieden, en hebben voornamelijk een woon- of agrarische gebruiksfunctie. Soms is dit in combinatie met bijvoorbeeld zorg (zorgboerderijen), kinderopvang of logies-functies. Fjoer & Wetter adviseert om bij brandmeldingen (brand gebouw) op specifieke locaties een watertank van tenminste 7 kuub te alarmeren met een opkomsttijd van max 30 minuten, om de periode tot het opbouwen van een WTS te kunnen overbruggen. Bij objecten waarbij de afstand tot de dichtstbijzijnde bluswaterbron >1500 meter is, adviseert F&W bij brandmeldingen (brand gebouw) op deze locaties twéé watertankvoertuigen te alarmeren met een opkomsttijd van max 30 minuten. Voor de inzetbaarheid van de Schuimbluseenheid (SBH) is het noodzakelijk om een WTeenheid binnen 45 minuten ter plaatse te hebben. Uit de analyse bleek dat voor zowel brand- als IBGS-incidenten in de NW-hoek noodzaak bleek aan een extra WT. In Menaam wordt daarom een nieuwe WT-eenheid gepositioneerd.

In het adviesrapport van F&W wordt afgeraden om een HA-chassis te delen tussen meerdere bluswater-haakarmbakken vanuit dezelfde locatie. Het is onwenselijk dat slechts één chassis beschikbaar is voor bijvoorbeeld én een waterbak, én/of een WIP bak, én/of een GWT, terwijl qua alarmering een post gevraagd kan worden beide bakken gelijktijdig te leveren. De WT van Burgum wordt daarom verplaatst naar Damwâld. Een CCFM heeft een watercapaciteit van 4.000 liter, en minder slagkracht dan een TS. F&W adviseert daarom om een CCFM niet als bluswatervoertuig in te zetten, maar een extra TS te alarmeren. Dit dekkingsplan neemt dat advies over: op het vasteland wordt de CCFM alleen ingezet als natuurbrandvoertuig. Op de Waddeneilanden kan de CCFM desgewenst ingezet worden voor bluswater.

Opmerkingen •

• • •

7

De kazerne Damwâld kan in afwachting van de nieuwbouw nog geen WT herbergen. In deze periode blijft Burgum de WT-taak uitoefenen tot de nieuwe kazerne van Damwoude is gerealiseerd. Het (nog te verwerven) SBH-voertuig (kazerne Grou) zal tevens bruikbaar zijn als WT, en krijgt daarom eveneens deze taak. De WT van Oldeberkoop is tevens geschikt voor natuurbrandbestijding. In Heerenveen wordt één HA-chassis gedeeld voor WTH, WIP en STH-doeleinden. Vooralsnog is geen oplossing om dit te vereenvoudigen, en zal bij alarmering gelet moeten worden op de andere repressieve taken.

Dit is namelijk de maximale afstand die twee TS’en in gezamenlijkheid kunnen overbruggen.

Versie 0.5 (concept ter instemming BC-V 13-2-2025)

44

Dekkingsplan Brandweer Fryslân 2026 - 2029 Samen paraat: gisteren, vandaag & morgen

6.3. Motorspuit aanhanger (MSA) Algemeen Een motorspuitaanhanger is een aanhanger met een (mobiele) bluswaterpomp. Dit maakt het enerzijds mogelijk om bluswater te voeden aan een TS zonder dat hiervoor een TS ingezet moet worden, en anderzijds om een waterwinpunt te bereiken die anders voor een TS niet toegankelijk was geweest. Hierbij kan gedacht worden aan een te zachte bodem of een te nauwe toegangsweg. Bij brandbestrijding wordt het reguliere opschalingsmodel gevolgd, aangevuld met WT-en bij specifieke objecten. Daar waar objecten onbereikbaar zijn voor een TS, en er gezien de nabijheid van objecten kans is op overslag, zal bij brandbestrijding op een andere manier gezorgd moeten worden voor het voorhanden krijgen van blusmiddel, waarvoor een MSA ingezet wordt. Inrichting In het dekkingsplan beschikken de volgende drie kazernes op de vaste wal over een MSA: Scherpenzeel, Echten en Workum.

Dekking

Motivering •

Qua objecten wordt hier gedoeld op objecten waar wel bluswaterbronnen aanwezig zijn, maar deze objecten niet bereikbaar zijn met een TS. Reguliere opschaling (TS, WT, WTS, etc.) kan hier dus niet de oplossing bieden.

Versie 0.5 (concept ter instemming BC-V 13-2-2025)

45

Dekkingsplan Brandweer Fryslân 2026 - 2029 Samen paraat: gisteren, vandaag & morgen

• •

•

•

•

Uit analyse bleek dat hiervoor een beperkt aantal gebieden naar voren kwamen: Scherpenzeel (gebied Schenen), Echten en Hindeloopen. Solitaire objecten met woon- of recreatiefunctie in RG3-gebieden zijn buiten beschouwing gebleven. Conform de maatregelenmatrix vanuit Fjoer & Wetter worden hierop andere interventies gedaan. De MSA heeft een pompcapaciteit van minimaal 1600 l/min. Hierin wordt meegewogen dat de MSA verplaatst moet worden met de hand en dat er drie handstralen gevoed moeten kunnen worden. Om op de afsluitdijk bluswater te kunnen genereren krijgen de posten Witmarsum en Makkum de beschikking over een zgn. Turbotauchpomp die over grotere hoogte water op kan pompen. De Waddeneilanden hebben de beschikking over groot-vermogen MSA’s, omdat de reguliere opschaling zoals op de vaste wal hier niet mogelijk is. Nader beleid over de specificaties, aantallen en positionering wordt in de looptijd van het dekkingsplan ontwikkeld.

Opmerkingen • • • • •

De handkar-oplossing van Echten staat model voor de MSA van Scherpenzeel en Workum. Het trekkend voertuig van de MSA is de TS, tenzij de chauffeur (nog) niet opgeleid is om met een dergelijke combinatie te mogen rijden. Op de Waddeneilanden kan de groot-vermogen MSA ook getrokken worden door een PM. Om het gewicht van de aanhanger te reduceren wordt communicatie, ademlucht en benodigde slangen van TS gebruikt. Bij de aanbesteding van TS’en hebben posten de mogelijkheid om een derde zuigslang op het voertuig te plaatsen, zodat ze tot max.15 meter vanaf het voertuig open water aan kunnen zuigen.

Versie 0.5 (concept ter instemming BC-V 13-2-2025)

46

Dekkingsplan Brandweer Fryslân 2026 - 2029 Samen paraat: gisteren, vandaag & morgen

6.4. Water inname punt (WIP) Algemeen Een Water Inname Punt (WIP) bestaat uit een container die gevuld kan worden met water (20.000 liter) en als vooruitgeschoven water inname punt bij natuurbrand-bestrijding wordt ingericht. De bakken zijn voorzien van de nodige verloopkoppelingen zodat naast brandweer ook loonwerkers ingezet kunnen worden om deze bakken te vullen met water, binnen een in te stellen bluswatercircuit. Inrichting In het dekkingsplan beschikken de volgende twee kazernes over een WIP: Drachten en Heerenveen.

Dekking

Motivering • • •

•

Voor de WIP-eenheden is geen opkomsttijd gedefinieerd. De locatiekeuze is gebaseerd op het verhoogde risico op natuurbrandincidenten in de ZO-hoek van Fryslân. Het advies van F&W raadt af om het gebied van een chassis op te delen tussen meerdere bluswatervoertuigen. Het is onwenselijk dat één chassis nodig is voor bijvoorbeeld én een waterbak, én/of een WIP bak, én/of een GWT. De WIP van Gorredijk wordt daarom verplaatst naar Drachten. De Waddeneilanden hebben de beschikking over zgn. WIP-zakken, die met een soortgelijk principe werken.

Versie 0.5 (concept ter instemming BC-V 13-2-2025)

47

Dekkingsplan Brandweer Fryslân 2026 - 2029 Samen paraat: gisteren, vandaag & morgen

Versie 0.5 (concept ter instemming BC-V 13-2-2025)

48

Dekkingsplan Brandweer Fryslân 2026 - 2029 Samen paraat: gisteren, vandaag & morgen

7. Hulpverlening Algemeen De basistaak voor de eerste brandweereenheid op het gebied van hulpverlening is Technische Hulpverlening (THV). In het Bvr is opgenomen, dat een eenheid om de genoemde taak uit te kunnen voeren, de beschikking heeft over een TS met standaarduitrusting. Hierbij wordt uitgegaan van een standaard voertuigbezetting (TS6), bestaande uit: 1 bevelvoerder, 1 chauffeur, tevens voertuigbediener en 4 manschappen. In dit hoofdstuk komt de taak en spreiding van specialistische eenheden voor hulpverlening aan bod.

7.1. Hulpverleningsvoertuig-Kraan (HV-K) Algemeen Het Bvr geeft aan dat de regio ondersteunende eenheden voor hulpverlening beschikbaar moet hebben. De taak van de eenheid bestaat uit ondersteuning bij het bevrijden van beknelde en ingesloten mensen en dieren, bij ongevallen met zwaardere voertuigen, zoals vrachtwagens, bussen en treinen, bij de bestrijding van ongevallen met gevaarlijke stoffen en bij waterongevallen. De eenheden hebben hiervoor de beschikking over een hulpverleningsvoertuig met uitrusting. Een HV-kraan (HVK) heeft, gezien de taak waarvoor deze wordt ingezet, de voorkeur. De voertuigen kennen een basisbezetting van 1 chauffeur, tevens voertuigbediener en 1 voertuigbediener.

Inrichting In het dekkingsplan beschikken de volgende drie kazernes over een HV-Kraan: Drachten, Joure, Leeuwarden (hoofdpost).

Versie 0.5 (concept ter instemming BC-V 13-2-2025)

49

Dekkingsplan Brandweer Fryslân 2026 - 2029 Samen paraat: gisteren, vandaag & morgen

Dekking

Motivering •

•

•

•

•

In Dekkingsplan 2.0 werd gesproken over risicogebieden A en B, waarbij gebied A gekoppeld was aan de stedelijke gebieden en een opkomsttijd van 20 minuten kende. Het IRP toont aan dat risicovolle incidenten echter gekoppeld zijn aan de A- en N-wegen in plaats van stedelijke gebied. Aangezien er geen landelijke norm is voor een ondersteunende HV-eenheid, wordt in dit dekkingsplan geen onderscheid in A en B-gebieden gemaakt, en wordt als opkomsttijd 30 minuten gehanteerd. Uit de analyse bleek dat HV-K van Oosterwolde qua dekking grotendeels overlapte met Drachten en Joure. Aanvullend bleek uit de evaluatie dat de inzetfrequentie van de eenheid relatief laag was. Kazerne Oosterwolde wordt daarom niet meer uitgerust met een HV-K. Op het regionale dekkingspercentage heeft dit een reducerend effect van 2% (van 94% naar 92%). Uit de analyse bleek eveneens dat de dekking in de NW-hoek nagenoeg volledig overlapte met dekking vanuit Leeuwarden. Kazerne Franeker beschikt daarom in dit dekkingsplan niet meer over een HV-K. Dit heeft geen negatief effect op het regionale dekkingspercentage (blijft op 92%). De Waddeneilanden hebben elk de beschikking over een aanhanger met aanvullend hulpverleningsgereedschap.

Versie 0.5 (concept ter instemming BC-V 13-2-2025)

50

Dekkingsplan Brandweer Fryslân 2026 - 2029 Samen paraat: gisteren, vandaag & morgen

Opmerkingen • •

•

De kazerne Leeuwarden (hoofdpost) maakt gebruik van een springbemanning voor het HVKvoertuig en redvoertuig. Bij inzet van het redvoertuig is de HV-K niet paraat (en visa versa). De HV-K van Oosterwolde was tevens aangewezen als reserve-HV-K voor de andere posten. Met het wegvallen van 2 HV-K is er géén HV-K meer aangewezen als reservevoertuig. Bij onderhoud en storing (of indien vereist door opleiding/oefening) van een van de HV-K’en in Drachten, Leeuwarden of Joure zal de betreffende eenheid buiten dienst staan. Bij gelijktijdige inzet van het redvoertuig in Leeuwarden heeft dit als risico dat er dan slechts één HVK inzetbaar is. Omdat de HV-K in Leeuwarden tijdens het ANW-tijdvenster gestationeerd is op de Aldlânsdyk, en in de DAG-periode frequent op Post Noord, wijkt de regionale dekking in deze periode marginaal af t.o.v. de DAG-situatie. Voor de leesbaarheid is hiervoor geen extra afbeelding opgenomen.

7.2. Mesthulpverlening (VIA) Algemeen Hulpverlening aan dieren in o.a. mest-/gierkelders, - putten en -silo’s is risicovol door de aanwezigheid van mestgassen en de omstandigheden waarin een redding of berging moet plaatsvinden. Hiervoor wordt een mesthulpverleningsteam gealarmeerd. Deze teams zijn ervaren in het werken met vee / grote huisdieren en het werken in beperkte ruimtes waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn, en hebben de beschikking over specialistisch materiaal.

Inrichting In het dekkingsplan beschikken de volgende vier kazernes over een mesthulpverleningsteam: Mantgum, Kollum, Sint Nicolaasga en Nieuwehorne.

Dekking

Versie 0.5 (concept ter instemming BC-V 13-2-2025)

51

Dekkingsplan Brandweer Fryslân 2026 - 2029 Samen paraat: gisteren, vandaag & morgen

Motivering • •

Voor mesthulpverleningsteams zijn geen normtijden gedefinieerd. Inzetervaring- en frequentie sinds de start van deze teams in 2019 tonen aan dat vier teams op de vaste wal voldoende zijn.

Opmerkingen •

• •

De Waddeneilanden hebben – met uitzondering van gierpakken – niet de beschikking over specialistisch materiaal voor mesthulpverlening. Bij behoefte/noodzaak wordt hiervoor het dichtstbijzijnde team op de vaste wal gealarmeerd. Het specialistisch materiaal is geplaatst op een aanhanger, waarvan de TS het trekkend voertuig is. Voor arbeidshygiëne-doeleinden is er een 5e aanhanger beschikbaar.

7.3. Specialistisch Team Hulpverlening (STH) Algemeen Een Specialistisch Team Hulpverlening (STH) wordt ingezet ter ondersteuning van de basisbrandweerzorg met het doel: redden van slachtoffers. Ze zijn inzetbaar op het gebied van instortingen van gebouwen, tunnels en complexe spoorwegincidenten. Het STH wordt ingezet daar waar kennis, techniek en/of materialen van de basisbrandweerzorg niet of onvoldoende beschikbaar zijn. Het team heeft een landelijke dekking vanuit vijf teams, verspreid over Nederland, waarvan één team vanuit Fryslân komt. Het team komt ter plaatse met een teamleider, tankautospuit en (tenminste) twee haakarmvoertuigen met haakarmcontainers.

Inrichting In het dekkingsplan beschikt Brandweer Fryslân over een specialistisch team hulpverlening, en is deze gepositioneerd in de kazerne Drachten.

Versie 0.5 (concept ter instemming BC-V 13-2-2025)

52

Dekkingsplan Brandweer Fryslân 2026 - 2029 Samen paraat: gisteren, vandaag & morgen

Dekking

Versie 0.5 (concept ter instemming BC-V 13-2-2025)

53

Dekkingsplan Brandweer Fryslân 2026 - 2029 Samen paraat: gisteren, vandaag & morgen

Motivering •

Het STH-team rukt, conform landelijke GBO-afspraken, uit binnen 30 minuten en is binnen 90 minuten ter plaatse.

Opmerkingen •

•

In kazerne Drachten is één tankautospuit en één HA-chassis (eigendom: NIPV) gereserveerd voor de STH-taak. Het tweede HA-voertuig is in eigendom van Brandweer Fryslân, en kan buiten STH-incidenten ook voor andere repressieve taken gebruikt worden. Het STH-team heeft de beschikking over drie HA-containers met materieel. In Drachten staan twee containers (voor redding & logistiek), in Heerenveen staat een derde container (stutmateriaal voor incidenten met instortingen). Afhankelijk van het incident zijn alle drie containers tegelijkertijd nodig. Voor de posten Drachten en Heerenveen is de beschikbaarheid van HA-chassis voor de 2e en 3e container een aandachtspunt.

Versie 0.5 (concept ter instemming BC-V 13-2-2025)

54

Dekkingsplan Brandweer Fryslân 2026 - 2029 Samen paraat: gisteren, vandaag & morgen

8. Incidentbestrijding gevaarlijke stoffen (IBGS) Algemeen De basistaak voor de eerste brandweereenheid op het gebied van IBGS is het uitvoeren van basishandelingen voor bestrijding van ongevallen met gevaarlijke stoffen. De taak van de eerste basiseenheid is gericht op het voorkomen van uitbreiding van het incident (stabiliseren). In het Bvr is opgenomen, dat een eenheid om de genoemde taken uit te kunnen voeren, de beschikking heeft over een TS met uitrusting. Hierbij wordt uitgegaan van een standaard voertuigbezetting (TS6), bestaande uit: 1 bevelvoerder, 1 chauffeur tevens voertuigbediener en 4 manschappen.

8.1

Gaspakkenteam (GSE)

Algemeen Voor (bron-)bestrijding en ontsmetting kan een beroep worden gedaan op de Gevaarlijke Stoffen Eenheid (GSE). Deze eenheid is belast met het redden van mensen en dieren uit een met gevaarlijke stoffen besmet gebied, het bestrijden van de bron van het ongeval met gevaarlijke stoffen en het ontsmetten van hulpverleners en burgers. In het Bvr is opgenomen dat een eenheid bestrijding ongevallen met gevaarlijke stoffen ten minste bestaat uit: een officier van dienst, 2 bevelvoerders, 8 gaspakdragers, 6 manschappen en 2 chauffeurs. De GSE in Brandweer Fryslân is op enkele punten anders georganiseerd. De GSE bestaat uit een gaspakkeneenheid, een HA-BOE (haakarmchassis met basisontsmettingseenheid) een basisontsmettingseenheid en een Officier van Dienst. De gevaarlijke stoffeneenheid bestaat uit: 1 bevelvoerder, 1 chauffeur, 4 gaspakdragers. De HA-BOE bestaat uit: 1 chauffeur, 1 bijrijder. Beide zijn tevens inzetbaar als gaspakdrager. Ontsmettingsteam bestaat uit: 1 bevelvoerder, 1 chauffeur en 4 manschappen. In totaal beschikt de GSE in Fryslân daarmee over 2 bevelvoerders, 6 gaspakdragers, 2 chauffeurs, 4 manschappen en 1 OvD.

Inrichting In het dekkingsplan beschikt de volgende kazerne over één Gevaarlijke Stoffen Eenheid: Leeuwarden (hoofdpost).

Versie 0.5 (concept ter instemming BC-V 13-2-2025)

55

Dekkingsplan Brandweer Fryslân 2026 - 2029 Samen paraat: gisteren, vandaag & morgen

Dekking

Motivering •

De opkomsttijd die voor de GSE gehanteerd wordt is 30 minuten.

Opmerkingen •

• •

Vanuit de doorontwikkeling van de landelijke visie op IBGS wordt in 2025 door de Veiligheidsregio Groningen onderzocht of zij een landelijk specialistisch team kan leveren. Naar verwachting kan een dergelijk team de taken van het GSE team in Fryslân overnemen. Eventuele wijzigingen en compenserende maatregelen op de invulling van deze taak in Fryslân worden t.z.t. bestuurlijk voorgelegd en (bij instemming) vastgesteld. De HA-BOE wordt ter plaatse gebracht door post Leeuwarden (hoofdpost). Het ontsmettingsteam wordt geleverd door post Stiens.

8.2. Schuimblusvoertuig (SB) Algemeen Ten behoeve van de bestrijding van een ongeval gevaarlijke stoffen kan het Schuimblusvoertuig (SB) worden ingezet. Deze SB wordt op aanvraag ingezet bij calamiteiten, brand en/of gevaarlijke stoffen waarbij afgedekt of geblust moet worden met schuim en/of water. Deze wordt bemenst door 1 chauffeur, tevens voertuigbediener en 1 voertuigbediener.

Versie 0.5 (concept ter instemming BC-V 13-2-2025)

56

Dekkingsplan Brandweer Fryslân 2026 - 2029 Samen paraat: gisteren, vandaag & morgen

Inrichting In het dekkingsplan beschikt de volgende kazerne over een SB: Grou.

Dekking

Motivering • •

•

•

8

De SB kent een opkomsttijd van 45 minuten. De repressieve prestatie van de SB is gericht op het afdekken van een plas van 700 m2. Dit is na onderzoek genomen als realistisch maatgevend scenario in Fryslân; afwijkend ten opzichte van de standaardwaarde 8van 1500m2. De SB is geplaatst in Grou: dit zorgt voor voldoende dekking van een aantal belangrijke risicobronnen (o.a, het industrieterrein en de haven in Harlingen, een aantal (delen van) snelwegen en (delen van) waterwegen). De overige risicobronnen worden, net als binnen de huidige situatie, binnen de normtijd bereikt. Om inzetbaar te kunnen zijn is de gelijktijdige alarmering van een WT noodzakelijk. Tezamen met de SVM-voorraad (1.000L) en watervoorraad in de SB (7.000L) levert dit de beschikking van 14.000L water, wat voorwaardelijk is voor de prestatie-eis van 700m2. Een ruimere afdekking dan deze 700m2 is mogelijk, mits er extra aanvullend water voorhanden is.

Uit de landelijke visie IBGS

Versie 0.5 (concept ter instemming BC-V 13-2-2025)

57

Dekkingsplan Brandweer Fryslân 2026 - 2029 Samen paraat: gisteren, vandaag & morgen

Opmerkingen •

Na vervanging van de huidige SBH (schuimblushaakarm) bestaat het SB-voertuig naar verwachting niet meer uit een afzonderlijk HA-chassis en -bak, maar als een samengesteld voertuig.

8.3. Basis ontsmettingseenheid (BOE) Algemeen Voor schoonmaak- en ontsmettingswerkzaamheden kan een beroep worden gedaan op de Basis Ontsmettingeenheid (BOE). Deze eenheid is belast met het schoonmaken van slachtoffers en hulpverleners. De eenheid bestaat uit een TS uit Stiens en een HA-BOE uit Leeuwarden. De TS beschikt over 1 bevelvoerder, 1 chauffeur en 4 manschappen. De bezetting van de HA-BOE bestaat uit twee personen.

Inrichting In het dekkingsplan beschikt de volgende kazerne over een BOE: Stiens.

Dekking

Versie 0.5 (concept ter instemming BC-V 13-2-2025)

58

Dekkingsplan Brandweer Fryslân 2026 - 2029 Samen paraat: gisteren, vandaag & morgen

Motivering •

De opkomsttijd die voor de BOE gehanteerd wordt is 45 minuten.

Opmerkingen • •

Het ontsmettingsteam wordt geleverd door post Stiens. De HA-BOE staat in Leeuwarden (hoofdpost), en wordt ter plaatse gebracht door post Leeuwarden (hoofdpost).

8.4. Verkenningseenheden (VE) Algemeen Verkenningseenheden (VE) werken in opdracht van de AGS/CVE (Adviseur Gevaarlijke Stoffen / Coördinator Verkenningseenheid) en voeren verkenning en beeldvorming uit van de effecten van een incident. Hiervoor verricht de VE metingen en waarnemingen in het bron- en/of effectgebied. De incidenttypen beperken zich niet tot incidenten met gevaarlijke stoffen, maar kunnen ook te maken hebben met brand, overstromingen en aardbevingen.

Inrichting In het dekkingsplan beschikken de volgende tien kazernes over een verkenningseenheid: Akkrum, Ameland, Appelscha, Buitenpost, Lemmer, Schiermonnikoog, St. Annaparochie, Terschelling, Vlieland en Witmarsum.

Versie 0.5 (concept ter instemming BC-V 13-2-2025)

59

Dekkingsplan Brandweer Fryslân 2026 - 2029 Samen paraat: gisteren, vandaag & morgen

Dekking

Motivering • • • •

Het dekkingspercentage van deze 10 eenheden is 98%. De opkomsttijd van de 1e en 2e verkenningseenheid is 30 minuten De opkomsttijd van de 3e en 4e verkenningseenheid is 60 minuten De Waddeneilanden hebben elk de beschikking over één verkenningseenheid; vanaf de vaste wal kan de opkomstnorm van de 1 e eenheid anders niet behaald worden.

Opmerkingen •

De VE maakt gebruik van de PM als voertuig. De apparatuur en PBM noodzakelijk voor de VE-taak ligt op de kazerne, waardoor ook met de TS uitgerukt kan worden in het geval van afwezigheid van de PM.

Versie 0.5 (concept ter instemming BC-V 13-2-2025)

60

Dekkingsplan Brandweer Fryslân 2026 - 2029 Samen paraat: gisteren, vandaag & morgen

9. Incidentbestrijding op het water Algemeen De basistaak voor de eerste brandweereenheid op het gebied van waterongevallen is het bieden van ondersteuning bij waterongevallen en grijpredding. In het Bvr is opgenomen, dat een eenheid om de genoemde taken uit te kunnen voeren, de beschikking heeft over een TS met uitrusting. Hierbij wordt uitgegaan van een standaard voertuigbezetting (TS6), bestaande uit de verplichte aanwezige functies: 1 bevelvoerder, 1 chauffeur, tevens voertuigbediener en 4 manschappen. Gezien het risicobeeld, geografisch profiel en de maatschappelijke meerwaarde binnen de Friese regio heeft Brandweer Fryslân oppervlaktereddingsteams (OVRT’s) en duikteams. Dit is overeenkomstig de landelijke visie op waterongevallen die stelt: “De brandweer acht zich vanuit wettelijk en maatschappelijk perspectief blijvend verantwoordelijk voor de uitvoering van ‘natte’ reddings- en hulpverleningstaken”. Drietrapsraket Bij incidenten waarbij personen te water raken wordt gewerkt volgens een modulaire inzettactiek; de drietrapsraket: grijpredding, oppervlakteredding en duikredding. Deze zijn op elkaar afgestemd, worden gelijktijdig gealarmeerd. • Grijpredding: een redding van mens of dier in nood, in het water, nabij een wal, die in beginsel zonder specialistische uitrusting of team kan worden gered.

• Oppervlakteredding: Een redding van mens of dier in het water, waarbij het slachtoffer zichtbaar aan de wateroppervlakte is en maximaal 200 meter uit de walkant ligt. • Duikredding: Een redding van mens of dier die zich onder het wateroppervlak bevindt. Een brandweerduikinzet kan in ieder soort oppervlaktewater plaatsvinden voor zover deze binnen de maximale duikdiepte van 15 meter vallen met als uitzondering de Noordzee (hier wordt door de kustregio’s separaat op geprepareerd). Water-KVT Voor een juiste alarmering bij incidenten is plaatsbepaling erg belangrijk. Op het land is dit vele malen eenvoudiger dan op het water, bijvoorbeeld door straatnamen en hectometerpalen. Deze ontbreken op het water. De Friese meren en waterwegen zijn daarom, in afstemming met de meldkamer, ingedeeld in een zgn. Water-KVT. Hierin zijn de wateren zo logisch mogelijk afgebakend, benoemd, en gekoppeld aan te alarmeren eenheden.

Versie 0.5 (concept ter instemming BC-V 13-2-2025)

61

Dekkingsplan Brandweer Fryslân 2026 - 2029 Samen paraat: gisteren, vandaag & morgen

9.1. Waterongevallen eenheid (WO) Algemeen Bij de reddingsduik wordt zowel uitvoering gegeven aan de reddingsduik of zoektocht direct na de verdwijning (binnen het gouden uur) of aan de verlengde reddingsduik op verzoek van multipartners. Bij een duikinzet is de bezetting van een duikteam als volgt: 1 duikploegleider, 1 assistent duikploeg (tevens chauffeur) en 2 duikers (waarvan 1 reddingsduiker, 1 reserveduiker). De bemanning van een TS ondersteunt het duikteam. Een duikteam heeft voor de inzet de beschikking over een waterongevallenvoertuig en over een voor de duiktaak geschikt personeels- en materieelvaartuig.

Inrichting In het dekkingsplan beschikken de volgende twee kazernes over een duikploeg: Leeuwarden Aldlansdyk en Sneek.

Dekking

Motivering • •

Als opkomsttijd wordt 30 minuten gehanteerd – gelijk aan Dekkingsplan 2.0. Het regionale dekkingspercentage met twee duikteams is 56,1%, waarbij de analyse van 2021-2023 aantoonde dat de ploegen in 95% van de incidenten op tijd ter plaatse was.

Versie 0.5 (concept ter instemming BC-V 13-2-2025)

62

Dekkingsplan Brandweer Fryslân 2026 - 2029 Samen paraat: gisteren, vandaag & morgen

Opmerkingen •

Brandweer Fryslân sluit aan bij de Visie Waterongevalbestrijding, die in 2012 door het Bestuur van de Veiligheidsregio Fryslân is vastgesteld: duiken is een taak waarvoor zeer specifieke opleidings- en oefeninspanningen noodzakelijk zijn en de duikteams zijn hier de afgelopen jaren op ingericht en afgestemd.

9.2. Oppervlaktereddingsteam (OVRT) Algemeen Een oppervlakteredding richt zich op het redden van mens (of dier)op het water of ijs waarbij het slachtoffer maximaal 200 meter uit de walkant is. Dit werkgebied kan worden verlegd wanneer gebruik wordt gemaakt van een vaartuig en/of een drijvend (werk)platform. Voor het zoeken naar slachtoffers aan de oppervlakte is deze inzet voldoende. Blijkt het slachtoffer onder water te zijn geraakt dan is het van belang dat de plaats wordt bepaald waar gedoken moet worden. Hiervoor is een follow-up van duikers noodzakelijk. Een OVRT wordt bemenst door 1 bevelvoerder, 1 chauffeur, 2 oppervlakteredders en 2 assistenten. Een duikteam kan tevens ingezet worden als OVRT. Inrichting In het dekkingsplan beschikken de volgende tien kazernes over een oppervlakteredteam: Burgum, Grou, Harlingen, Heeg, Jubbega, Koudum, Langweer, Lemmer, Ternaard en Wolvega.

Versie 0.5 (concept ter instemming BC-V 13-2-2025)

63

Dekkingsplan Brandweer Fryslân 2026 - 2029 Samen paraat: gisteren, vandaag & morgen

Dekking

Motivering • •

Als opkomsttijd wordt 20 minuten gehanteerd – gelijk aan Dekkingsplan 2.0. Uit de analyse bleek dat de OVRT-eenheid van Balk qua dekking volledig overlapte met de omringende posten met een BRV. Aanvullend bleek uit de evaluatie dat de inzetfrequentie van de eenheid zeer beperkt was. In dit dekkingsplan vervalt de taak daarom bij post Balk (regionaal dekkingspercentage blijft op 80%).

•

Uit de analyse bleek eveneens dat wanneer in de NO-hoek van Fryslân een OVRT-team gepositioneerd wordt, het regionaal dekkingspercentage zou stijgen naar 85%. De evaluatie toonde aan dat in dit gebied ook incidenten geweest zijn waarbij een dergelijk team als eerste gealarmeerd zou zijn (nu: Burgum en Zoutkamp (VRG)). In dit dekkingsplan krijgt kazerne Ternaard daarom deze taak er bij.

Opmerkingen • •

•

Elke OVRT-eenheid heeft de beschikking over een specifiek voertuig (OR). De vaarwegen zijn niet meegenomen in de analyse; er is gekeken naar bereikbaarheid via de wegen. Dit past bij de alarmering: in basis neemt een OVRT geen boot mee (PMV), maar worden ze ingezet vanaf de wal. De boot wordt op basis van expliciete alarmering of lokale kennis meegenomen ter ondersteuning van het OVRT. Elke OVRT-eenheid heeft de beschikking over een personeel/materieelvaartuig (PMV), welke geen deel uitmaakt van de water-KVT. Als de betreffende kazerne in de water-KVT actief is, beschikt het OVRT over een brandweervaartuig (BRV).

Versie 0.5 (concept ter instemming BC-V 13-2-2025)

64

Dekkingsplan Brandweer Fryslân 2026 - 2029 Samen paraat: gisteren, vandaag & morgen

•

•

De duikploegen van de kazerne Leeuwarden Aldlânsdyk en Sneek kunnen tevens ingezet worden als oppervlakteredteam, en hebben hiervoor de beschikking over een PMV. Beide PMV’en maken geen deel uit van de water-KVT. In de looptijd van het dekkingsplan wordt de toegevoegde waarde van een PMV voor een OVRT-eenheid per operationeel gebied nader bekeken. Afhankelijk van de uitkomsten hiervan krijgt kazerne Ternaard de beschikking over een (nieuw aan te schaffen) vaartuig vanwege de nieuwe OVRT-taak.

9.3. Brandweer vaartuig (BRV) Algemeen De taak van een Brandweervaartuig (BRV) is gericht op redden, blussen en hulpverlening. Hierbij wordt een afbakening gemaakt in gebied waar brandweervaartuigen bij incidenten primair worden ingezet, namelijk op de grote hoofdvaarwegen en de grote binnenmeren. Hierbij is aangesloten bij het Incidentbestrijdingsplan Hoofdvaarwegen (hoofdvaarwegen, grote meren, sluizen, aquaducten en havens). De bemensing van een brandweervaartuig bestaat uit 1 schipper, 1 bevelvoerder en minimaal 2 manschappen (maximaal aantal is afhankelijk van de taak).

Inrichting In het dekkingsplan beschikken de volgende zes kazernes over een brandweervaartuig: Burgum, Echten, Grou, Heeg, Koudum en Langweer.

Dekking

Versie 0.5 (concept ter instemming BC-V 13-2-2025)

65

Dekkingsplan Brandweer Fryslân 2026 - 2029 Samen paraat: gisteren, vandaag & morgen

Motivering • •

•

Voor de brandweervaartuigen wordt als norm een maximale opkomsttijd van 30 minuten gehanteerd, conform het IBP Hoofdvaarwegen. Uit de analyse bleek dat de BRV-eenheid van Balk qua dekking volledig overlapte met de omringende posten met een BRV. Aanvullend bleek uit de evaluatie dat de inzetfrequentie van de eenheid laag was. In dit dekkingsplan vervalt de taak daarom bij post Balk (regionaal dekkingspercentage blijft gelijk). De brandweervaartuigen van de kazernes Langweer en Echten liggen in het water (cq. boothuis); de vaartuigen van de andere 4 posten staan in de kazerne op een trailer.

Opmerkingen •

N.v.t.

9.4. Nationale Reddingsvloot (NRV) Algemeen De Nationale Reddingsvloot (NRV) wordt gevormd door vijf pelotons met in totaal 88 reddingseenheden uit het hele land, die bemand worden door brandweer en reddingsbrigades. De VRF valt onder het peloton Midden- en Noord, samen met de VRG, VRFL, VRGV en de VRU. De NRV wordt ingezet bij grootschalige waterincidenten zoals overstromingen. De primaire taken zijn: verkenning van het gebied, evacuatie en redding van mens en dier. Daarnaast biedt de NRV logistieke ondersteuning aan andere hulpverleningsdiensten, bijvoorbeeld om mensen, materieel en middelen te verplaatsen. De NRV is een bovenregionale samenwerking tussen Reddingsbrigade Nederland en de 22 veiligheidsregio’s met een overstromingsrisico. De Reddingsbrigade zorgt voor de (landelijke) coördinatie. Binnen de VRF wordt reddingscapaciteit alleen door de brandweer geleverd, en werkt daarin dus niet samen met de reddingsbrigade in de regio. De eenheid die de VRF levert bestaat uit: 4x OVRT-team met voer- en vaartuig, 1x leider reddingsgroep (Officier van Dienst, gebied: ZW), 1x chauffeur t.b.v. leider reddingsgroep en 2x een extra PM voertuig voor logistiek.

Inrichting In het dekkingsplan zijn de volgende vier kazernes aangewezen voor de NRV-taak: Jubbega, Harlingen, Lemmer en Wolvega. Dit zijn kazernes met een OVRT-taak.

Versie 0.5 (concept ter instemming BC-V 13-2-2025)

66

Dekkingsplan Brandweer Fryslân 2026 - 2029 Samen paraat: gisteren, vandaag & morgen

Dekking

Motivering • •

Een reddingseenheid moet na alarmering binnen drie uur op een vertreklocatie kunnen zijn. Bij een eventueel vooralarm wordt ingekort naar één uur. In dit dekkingsplan worden geen wijzigingen voorgesteld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=gemeentedantumadiel&id=1b57ef40-c113-4d4d-9c45-f7e6047f4475