REG03-0472952-01a
Tekst van het document
3.2.6
Schuilhut Een schuilhut is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van ‘agrarisch – schuilhut’, waarbij: a de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 3 m tenzij anders aangegeven ter plaatse van de aanduiding ‘maximale bouwhoogte (m)’; b de oppervlakte niet meer mag bedragen dan is aangeven ter plaatse van de aanduiding ‘maximum oppervlakte (m²)’.
28
Bestemmingsplan '3e Herziening Buitengebied Bergeijk 2022'
3.2.7
gemeente Bergeijk
Veldschuur a Voor het bouwen van een veldschuur ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – veldschuur 1' gelden de volgende voorwaarden: 1 de goothoogte mag niet meer bedragen dan 3,45 m; 2 de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 7,03 m; 3 de oppervlakte niet meer mag bedragen dan is aangeven ter plaatse van de aanduiding ‘maximum oppervlakte (m²)’. b Voor het bouwen van een veldschuur ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – veldschuur 2' gelden de volgende voorwaarden: 1 de goothoogte mag niet meer bedragen dan 2,5 m; 2 de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 4,5 m; 3 de oppervlakte niet meer mag bedragen dan is aangeven ter plaatse van de aanduiding ‘maximum oppervlakte (m²)’. c Voor het bouwen van een veldschuur ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – veldschuur 3' gelden de volgende voorwaarden: 1 de goot- en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan bestaand; 2 de oppervlakte mag niet meer bedragen dan is aangeven ter plaatse van de aanduiding ‘maximum oppervlakte (m²)’. d Voor het bouwen van een veldschuur ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – veldschuur 4' gelden de volgende voorwaarden: 1 de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan bestaand; 2 de oppervlakte mag niet meer bedragen dan is aangeven ter plaatse van de aanduiding ‘maximum oppervlakte (m²)’.
3.2.13 Volkstuinen Ter plaatse van de aanduiding 'volkstuin' is opslagruimte ten behoeve van een volkstuin toegestaan, waarvan: a de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 2,5 m; b de oppervlakte per perceel volkstuin niet meer mag bedragen dan 6 m2. 3.2.8
Werktuigloods Een werktuigloods is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – werktuigloods’, waarbij: a de goothoogte niet meer mag bedragen dan 4 m; b de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 6,6 m; c de oppervlakte niet meer mag bedragen dan 375 m².
3.2.9
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde binnen het bouwvlak Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde binnen het bouwvlak gelden de volgende voorwaarden: a De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2,5 m, met dien verstande dat de hoogte vóór de voorgevelrooilijn niet meer mag bedragen dan 1 m. b De bouwhoogte van torensilo’s mag niet meer bedragen dan 15 m. c De bouwhoogte van mestsilo’s mag niet meer bedragen dan 8 m. d De bouwhoogte van sleufsilo’s mag niet meer bedragen dan 2,5 m. e De bouwhoogte van permanente teeltondersteunende voorzieningen mag niet meer bedragen dan 3 m. f De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet zijnde paardenbakken, mag niet meer bedragen dan 3 m.
29
Bestemmingsplan '3e Herziening Buitengebied Bergeijk 2022'
gemeente Bergeijk
g Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - beperkingen veehouderij' geldt voor de oppervlakte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - veehouderij' dat de oppervlakte ten hoogste de omvang mag hebben: - die op het tijdstip van vaststelling van het onderhavige bestemmingsplan legaal aanwezig is of in uitvoering is; - die gebouwd mag worden krachtens een voor het tijdstip van vaststelling van dit bestemmingsplan verleende omgevingsvergunning. 3.2.10 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde buiten het bouwvlak Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde buiten het bouwvlak gelden de volgende voorwaarden: a De bouwhoogte van tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen mag niet meer bedragen dan 3 m, waarbij geldt dat de oppervlakte niet meer dan 3,5 ha mag bedragen. b De bouwhoogte van overige teeltondersteunende voorzieningen mag niet meer bedragen dan 3 m, waarbij geldt dat de oppervlakte niet meer dan 3,5 ha mag bedragen. c De hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 1 m. d De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 3 m, waarbij geldt dat de oppervlakte niet meer mag bedragen dan 10 m² per perceel, met dien verstande dat de oppervlakte van dat perceel minimaal een hectare dient te bedragen.
e Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - zonneveld’ is bebouwing toegestaan ten dienste van het zonneveld. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden: 1. De maximale oppervlakte bedraagt 105 m2 2. De maximale bouwhoogte bedraagt 4 m. 3.2.11 Paardenbakken Voor het bouwen van paardenbakken gelden de volgende voorwaarden: a Paardenbakken zijn uitsluitend toegestaan binnen een bouwvlak. b De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde bij paardenbakken mag niet meer bedragen dan 2 m. c De oppervlakte per paardenbak mag niet meer bedragen dan 800 m². d Het bouwen van lichtmasten is niet toegestaan. 3.2.12 Luchtwassers Voor het bouwen van luchtwassers welke aan, op of bij een dierenverblijf worden gebouwd, geldt dat deze, ongeacht of deze luchtwasser in bouwkundig opzicht onderdeel uitmaakt van het dierenverblijf of als een afzonderlijk bouwwerk moet worden beschouwd, de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 7 m.
3.3
Afwijken van de bouwregels
3.3.1
Algemeen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in:
30
Bestemmingsplan '3e Herziening Buitengebied Bergeijk 2022'
gemeente Bergeijk
a lid 3.2.1 onder c sub 1 voor het bouwen van gebouwen op een afstand minder dan 18 m tot de as van de weg mits hierdoor het stedenbouwkundig/ruimtelijk beeld en de verkeersveiligheid niet wordt aangetast; b lid 3.2.1 onder c sub 2 voor het bouwen binnen 5 m van of in de zijdelingse en/of achterste perceelgrens mits hierdoor het stedenbouwkundig/ruimtelijk beeld en de verkeersveiligheid niet wordt aangetast; c lid 3.2.3 onder a en b voor het bouwen van bedrijfsgebouwen met een hogere goothoogte tot maximaal 10 m en/of een hogere bouwhoogte tot maximaal 15 m, indien dit noodzakelijk is voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering en mits hierdoor het stedenbouwkundig/ruimtelijk beeld en de verkeersveiligheid niet wordt aangetast; d lid 3.2.3 onder d sub 1 voor het bouwen van een teeltondersteunende kas met een grotere oppervlakte tot maximaal 5.000 m², indien dit noodzakelijk is voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering; e lid 3.2.3 onder d sub 2 voor het bouwen van een teeltondersteunende kas met een hogere bouwhoogte tot maximaal 7m, indien dit noodzakelijk is voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering; f lid 3.2.4 onder d voor het vergroten van de oppervlakte aan bijgebouwen naar maximaal 150 m² per woning of wooneenheid indien er sprake is van een goede landschappelijke inpassing; g lid 3.2.3 onder j voor het bouwen van een bijgebouw op een afstand van meer dan
20 m van de bedrijfswoning indien dit noodzakelijk is in verband met een doelmatige inrichting van het perceel; h lid 3.2.9 onder b voor het bouwen van torensilo’s met een hogere bouwhoogte tot maximaal 20 m, indien dit noodzakelijk is voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering; i lid 3.2.9 onder f voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde met een hogere bouwhoogte tot 6 m, mits hierdoor het stedenbouwkundig/ruimtelijk beeld en de verkeersveiligheid niet wordt aangetast; j lid 3.2.9 onder f voor het bouwen van kleine windmolens, ten behoeve van de opwekking van duurzame energie, waarbij dient te worden voldaan aan de volgende voorwaarden: 1 De tiphoogte mag niet meer bedragen dan 25 m. bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 12 m. 2 De kleine windmolens mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd. 3 Er mag geen sprake zijn van milieuhygiënische belemmeringen. k lid 3.2.10 onder c voor het bouwen van erf- en terreinafscheiding met een hoogte tot maximaal 2 m, mits hierdoor het stedenbouwkundig/ruimtelijk beeld en de verkeersveiligheid niet wordt aangetast; l lid 3.2.11 sub d voor het bouwen van lichtmasten met een bouwhoogte tot 8 m, mits hierdoor het stedenbouwkundig/ruimtelijk beeld en de verkeersveiligheid niet wordt aangetast. 3.3.2
Afwijken oppervlakte dierenverblijven veehouderij Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 3.2.2 onder c voor de uitbreiding van de oppervlakte bedrijfsgebouwen dierenverblijven binnen het bouwvlak ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - veehouderij', waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a Ter plaatse van de aanduiding ‘overige zone - beperkingen veehouderij’ is uitbreiding van de oppervlakte van gebouwen dierenverblijven ten behoeve van een veehouderij
31
Bestemmingsplan '3e Herziening Buitengebied Bergeijk 2022'
b
c
d
e
f g
h
gemeente Bergeijk
uitsluitend toegestaan indien sprake is van een veehouderij die wordt aangemerkt als grondgebonden veehouderij op grond van de criteria die zijn opgenomen in nadere regels die hieromtrent op basis van de Verordening ruimte door Gedeputeerde Staten Verordening ruimte door Gedeputeerde Staten (interim) Omgevingsverordening Noord-Brabant of diens rechtsopvolger zijn gesteld, zoals die regels gelden op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke omgevingsvergunningaanvraag. Er dienen maatregelen te worden getroffen en in stand te worden gehouden die invulling geven aan een zorgvuldige veehouderij. Er is sprake van een zorgvuldige veehouderij indien wordt voldaan aan de nadere regels die hieromtrent op basis van de Verordening ruimte door Gedeputeerde Staten (interim) Omgevingsverordening Noord-Brabant of diens rechtsopvolger zijn gesteld, zoals die regels gelden op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke omgevingsvergunningaanvraag. De uitbreiding dient vanuit een goede leefomgeving en gelet op de omvang van de bebouwing, de effecten vanwege milieuaspecten, de effecten vanwege volksgezondheid en de afwikkeling van het verkeer inpasbaar te zijn in de omgeving.
Er is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige objecten, in de bebouwde kom niet hoger is dan 12 % en in het buitengebied niet hoger is dan 20 %, tenzij er -indien blijkt dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages- maatregelen worden getroffen door de veehouderij die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, welke ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert. Er is aangetoond dat de achtergrondconcentratie, vermeerderd met de bijdrage van het initiatief, een jaargemiddelde fijnstofconcentratie (PM10) op gevoelige objecten veroorzaakt van maximaal 31,2 μg/m3. Er is een zorgvuldige dialoog gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving bij het initiatief. Indien sprake is van het vergroten van de toegestane oppervlakte van dierenverblijven bij een hokdierhouderij, is deze vergroting uitsluitend toegestaan indien: 1.
binnen het stalderingsgebied bestaand dierenverblijf van een hokdierhouderij is gesaneerd door sloop of herbestemming, waarbij geldt dat: · de bestaande dierenverblijven die zijn gesaneerd dienen te voldoen aan de criteria die in de (interim) Omgevingsverordening Noord-Brabant of diens rechtsopvolger zijn gesteld aan 'bestaande dierenverblijven', zoals die criteria gelden op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke omgevingsvergunningaanvraag; · het gebruik van de bestaande dierenverblijven als dierenverblijf juridisch en feitelijk dient te zijn beëindigd; 2. de oppervlakte van de sanering als bedoeld onder 1 tenminste 120% bedraagt van de oppervlakte aan dierenverblijf die extra wordt toegestaan; 3. de sanering als bedoeld onder 1 plaatsvindt in directe samenhang met de bouw of vergroting van een dierenverblijf en voor de sanering geen gebruik is gemaakt van een andere regeling; 4. door of namens Gedeputeerde Staten is getoetst of aan de voorwaarden onder 1 tot en met 3 is voldaan en het door of namens Gedeputeerde Staten afgegeven bewijs dat aan deze voorwaarden is voldaan wordt overgelegd. Het vergroten van de oppervlakte van dierenverblijven is niet toegestaan: 1. voor het houden van geiten; 2. op een bouwvlak van een veehouderij welke geheel of gedeeltelijk is gelegen binnen de aanduiding 'overige zone - stedelijk gebied'.
32
Bestemmingsplan '3e Herziening Buitengebied Bergeijk 2022'
gemeente Bergeijk
3.3.3
Afwijken oppervlakte bedrijfsgebouwen veehouderij voor nevenfuncties Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 3.2.2 onder d voor de uitbreiding van de oppervlakte voor bedrijfsgebouwen die niet worden gebruikt voor de veehouderij, maar voor een ter plaatse toegelaten nevenfunctie, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarde: a Er is sprake van een veehouderij die wordt aangemerkt als grondgebonden veehouderij op grond van de criteria die zijn opgenomen in nadere regels die hieromtrent op basis van de Verordening ruimte door Gedeputeerde Staten zijn gesteld, zoals die regels gelden op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke omgevingsvergunningaanvraag.
3.3.4
Afwijken oppervlakte bouwwerken geen gebouwen zijnde veehouderij Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 3.2.9 onder g voor de uitbreiding van de oppervlakte bouwwerken geen gebouwen zijnde binnen het bouwvlak ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - veehouderij', waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarde: a Er is sprake van een veehouderij die wordt aangemerkt als grondgebonden veehouderij op grond van de criteria die zijn opgenomen in nadere regels die hieromtrent op basis van de Verordening ruimte door Gedeputeerde Staten zijn gesteld, zoals die regels gelden op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke omgevingsvergunningaanvraag.
3.3.5
Bouwwerken ten behoeve van seizoensarbeiders Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 3.2 voor het plaatsen van woonunits ten behoeve van de huisvesting van seizoensarbeiders, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a Woonunits zijn alleen toegestaan als de huisvesting niet geregeld kan worden in de eigen bedrijfswoning. b Er dient sprake te zijn van gecertificeerde huisvesting in overeenstemming met de Regionale Verklaring Arbeidsmigranten 2.0 Beleidsregel huisvesting arbeidsmigranten Bergeijk 2023 (bijlage 4) of diens rechtsopvolger. c Woonunits mogen uitsluitend worden gebruikt voor de huisvesting van personen, wier huisvesting daar ter plaatse gelet op de bestemming van het gebouw of terrein noodzakelijk is vanwege een tijdelijk grote arbeidsbehoefte. d Woonunits dienen te worden geplaatst binnen het bestaande bouwvlak. e Vervallen f De huisvesting van seizoensarbeiders bedraagt niet meer dan 6 maanden per woonunit per kalenderjaar. g Per bouwvlak zijn maximaal 5 woonunits toegestaan. h De oppervlakte per woonunit mag niet meer bedragen dan 30 m². i De bouwhoogte van een woonunit mag niet meer bedragen dan 3 m. j Er mag geen sprake zijn van milieuhygiënische belemmeringen. k Er dient te worden voldaan aan de voorwaarden van de Afstemmingsnotitie Landschapsinvesteringsregeling De Kempen d.d.
augustus 2012 (bijlage 3). Er sprake is van een goede landschappelijke inpassing op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd erfbeplantingsplan en er dient te worden voldaan aan de eisen voor ruimtelijke kwaliteitsverbetering zoals opgenomen in de Afstemmingsnotitie Landschapsinvesteringsregeling De Kempen d.d. augustus 2012 (bijlage 3) of diens rechtsopvolger zoals deze geldt op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke aanvraag.
33
Bestemmingsplan '3e Herziening Buitengebied Bergeijk 2022'
gemeente Bergeijk
3.4
Specifieke gebruiksregels
3.4.1
Aan-huis-verbonden beroep of bedrijf Binnen deze bestemming is de uitoefening van aan-huis-verbonden beroepen of bedrijven, zoals opgenomen in de bijlage 'lijst van toelaatbare aan huis verbonden activiteiten', toegestaan als ondergeschikte activiteit bij de bedrijfswoning, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a De omvang van de activiteit mag niet meer bedragen dan 40% van de gezamenlijke oppervlakte van de bebouwing van de bedrijfswoning en/of bijgebouwen de gezamenlijke oppervlakte van de bedrijfswoning en bijgebouwen tot een maximum van: 75 m². 1 45 m² indien het bouwperceel niet groter is dan 750 m²; 2 60 m² indien het bouwperceel groter is dan 750 m², maar niet groter is dan 1.250 m²; 3 75 m² indien het bouwperceel groter is dan 1.250 m², maar niet groter is dan 1.750 m²; 4 90 m² indien het bouwperceel groter is dan 1.750 m², maar niet groter is dan 2.250 m²; 5 105 m² indien het bouwperceel groter is dan 2.250 m². b Het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en mag geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken. c Er vindt geen detailhandel plaats, uitgezonderd detailhandel in beperkte, ondergeschikte mate, in direct verband met de uitoefening van aan huis gebonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten. d De activiteit wordt uitgeoefend door de bewoner(s).
e Het gebruik is naar aard met het woonkarakter van de omgeving in overeenstemming en het betreft geen publieksgerichte voorzieningen. f Het onttrekken van (een deel van) het bij de desbetreffende hoofdgebouw behorende garage aan de bestemming is slechts toegestaan, indien op het bij het hoofdgebouw behorende erf ten minste één parkeerplaats aanwezig is of gelijktijdig wordt aangelegd. g Detailhandel is niet toegestaan, uitgezonderd een beperkte verkoop in verband met de beroepsmatige of bedrijfsmatige activiteit. h Opslag buiten de gebouwen ten behoeve van de activiteiten is niet toegelaten.
3.4.2
Teeltondersteunende voorzieningen Het gebruik van de gronden voor teeltondersteunende voorzieningen voor zover deze geen bouwwerken zijn, is toegestaan onder de volgende voorwaarden: a De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3 m. b De oppervlakte aan tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen mag niet meer bedragen dan 3,5 ha. c De oppervlakte aan overige teeltondersteunende voorzieningen mag niet meer bedragen dan 3,5 ha.
3.4.3
Bestaande nevenfuncties en verbrede landbouw a De oppervlakte ten behoeve van het agrarisch loonbedrijf ter plaatse van de aanduiding ‘agrarisch loonbedrijf ’ mag niet meer bedragen dan 3.105 m² .
34
Bestemmingsplan '3e Herziening Buitengebied Bergeijk 2022'
gemeente Bergeijk
b De oppervlakte aan dagrecreatieve voorziening ter plaatse van de aanduiding ‘dagrecreatie’ mag niet meer bedragen dan 500 m², waarbij de oppervlakte aan ondergeschikte horeca niet meer mag bedragen dan 100 m² . c De oppervlakte aan hoveniersbedrijf ter plaatse van de aanduiding ‘hovenier’ mag niet meer bedragen dan 400 m². d Het aantal kampeerplaatsen ter plaatse van de aanduiding ‘kampeerterrein’/ ‘overige zone - kleinschalig kampeerterrein’ mag niet meer bedragen dan 25. e De oppervlakte aan statische (binnen)opslag ter plaatse van de aanduiding ‘opslag’ mag niet meer bedragen dan 1.000 m². f De oppervlakte aan ondergeschikte detailhandel ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – ondergeschikte detailhandel’ mag niet meer bedragen dan 50 m². g De oppervlakte aan productiegebonden detailhandel ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - productiegebonden detailhandel’ mag niet meer bedragen dan 100 m². h De oppervlakte van een timmerwerkplaats ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – timmerwerkplaats’ mag niet meer bedragen dan 200 m². 3.4.4
Veehouderij a Het binnen gebouwen houden van dieren, al dan niet in hokken, niet op de grond, onverlet voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar ten hoogste twee bouwlagen gebruikt mogen worden, is niet toegestaan. b Het in gebruik nemen van gebouwen die niet in gebruik zijn voor de uitoefening van een veehouderij, voor de uitoefening van een veehouderij, is niet toegestaan. c Mestbewerking is uitsluitend toegestaan van mest afkomstig van de op dezelfde locatie gevestigde veehouderij. d Het gebruik van gronden en bouwwerken behorend tot het agrarisch bedrijf waarbij sprake is van een toename van stikstofdepositie (mol/ha/jaar) is niet toegestaan.
Er is sprake van een toename van stikstofdepositie wanneer de stikstofdepositie (mol/ha/jaar) als gevolg van de stikstofemissie van een agrarisch bedrijf op voor stikstof gevoelige habitats in een Natura 2000-gebied meer bedraagt dan: 1 de stikstofdepositie (mol/ha/jaar) ten gevolge van het ten tijde van de vaststelling van het plan aanwezige planologisch legale gebruik van de gronden en bouwwerken behorend tot dat agrarisch bedrijf; dan wel 2 de stikstofdepositie (mol/ha/jaar) die in overeenstemming is met: - een ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan verleende en onherroepelijke vergunning als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid van de Wet natuurbescherming respectievelijk artikel 19d van de Natuurbeschermingswet 1998, zoals opgenomen in de bij deze regels behorende bijlage 6 'onherroepelijke Nbw/Wnb-vergunningen' ; dan wel - een ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan verleende en onherroepelijke omgevingsvergunning die is verleend met toepassing van artikel 6.10a van het Besluit omgevingsrecht respectievelijk hoofdstuk IX, titel 2 van de Natuurbeschermingswet 1998, zoals opgenomen in de bij deze regels behorende bijlage 7 'onherroepelijke omgevingsvergunningen'; dan wel - een ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geregistreerde melding als bedoeld in artikel 8 van de Regeling programmatische aanpak stikstof, zoals opgenomen in de
bij deze regels behorende bijlage 8 'geregistreerde meldingen'.
35
Bestemmingsplan '3e Herziening Buitengebied Bergeijk 2022'
gemeente Bergeijk
e Indien gebruik wordt gemaakt van een afwijkingsmogelijkheid zoals bedoeld in lid 3.3.2, 3.3.4, 3.5.3 of 3.5.4 of van een wijzigingsbevoegdheid zoals bedoeld in lid 3.7.1 of 3.7.2 is het bepaalde onder d in lid 3.4.8 onverkort van toepassing op het gebruik na afwijking of wijziging. 3.4.5
Hervestiging intensieve geiten- en schapenhouderij Vervallen
3.4.6
Landschappelijke inpassing De gronden en gebouwen ter plaatse van de aanduiding: a ‘specifieke vorm van agrarisch - landschappelijke inpassing 3.1’ mogen de gronden uitsluitend worden gebruikt ten behoeve van bijgebouwen bij de bedrijfswoning, indien de landschappelijke inpassing is gerealiseerd, wordt beheerd en in stand wordt gehouden conform het beplantingsplan zoals opgenomen onder 3.1 in bijlage 2 bij deze regels.
3.4.7
Burgerwonen Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – burgerwonen’ is wonen in de vorm van bedrijfswoningen en burgerwoningen toegestaan, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a Het gebruik ten behoeve van wonen mag uitsluitend plaatsvinden binnen het bouwvlak. b Het gebruik ten behoeve van wonen mag uitsluitend plaatsvinden door de hoofdbewoner(s). c Uitsluitend de bestaande bedrijfswoning mag gebruikt worden als woning, waarbij dit gebouw wordt aangemerkt als belangrijkste hoofdgebouw. d Behalve ten behoeve van agrarisch gebruik, mogen de overige bouwwerken uitsluitend worden gebruikt ten behoeve van huishoudelijk gebruik verband houdend met wonen, waarbij de oppervlakte ten behoeve van dit gebruik niet meer mag bedragen dan 120 150 m².
3.4.8
Stikstofregel Het gebruik van gronden en bouwwerken behorend tot het agrarisch bedrijf waarbij sprake is van een toename van stikstofdepositie (mol/ha/jaar) is niet toegestaan. Er is sprake van een toename van stikstofdepositie wanneer de stikstofdepositie (mol/ha/jaar) als gevolg van de stikstofemissie van een agrarisch bedrijf op voor stikstof gevoelige habitats in een Natura 2000-gebied meer bedraagt dan: a. de stikstofdepositie (mol/ha/jaar) ten gevolge van het ten tijde van de vaststelling van het plan aanwezige planologisch legale gebruik van de gronden en bouwwerken behorend tot dat agrarisch bedrijf; dan wel b. de stikstofdepositie (mol/ha/jaar) die in overeenstemming is met: 1. een ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan verleende en onherroepelijke vergunning als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid van de Wet natuurbescherming respectievelijk artikel 19d van de Natuurbeschermingswet 1998, zoals opgenomen in de bij deze regels behorende bijlage 6 'onherroepelijke Nbw/Wnb-vergunningen' ; dan wel 2. een ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan verleende en onherroepelijke omgevingsvergunning die is verleend met toepassing van artikel 6.10a van het Besluit omgevingsrecht respectievelijk hoofdstuk IX, titel 2 van de
36
Bestemmingsplan '3e Herziening Buitengebied Bergeijk 2022'
gemeente Bergeijk
Natuurbeschermingswet 1998, zoals opgenomen in de bij deze regels behorende bijlage 7 'onherroepelijke omgevingsvergunningen'; dan wel 3. een ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geregistreerde melding als bedoeld in artikel 8 van de Regeling programmatische aanpak stikstof, zoals opgenomen in de bij deze regels behorende bijlage 8 'geregistreerde meldingen'. 3.4.9
Verharding Verhardingen zijn uitsluitend toegestaan: a. binnen het bouwvlak; b. als perceelsontsluiting, gelegen tussen de voorzijde van het bouwvlak en de openbare weg; c. als voeder of watervoorziening of teeltondersteunende voorziening, mits vergund.
3.5
Afwijken van de gebruiksregels
3.5.1
Verbrede landbouw bij agrarische bedrijven Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 3.1 voor het toestaan van verbrede landbouwactiviteiten binnen het bouwvlak bij agrarische bedrijven, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a De agrarische functie op het bouwvlak als hoofdfunctie aanwezig en herkenbaar blijft. b Het agrarisch bouwvlak mag ten behoeve van de verbrede landbouwactiviteit niet worden uitgebreid. c De volgende vormen van verbrede landbouw bij het agrarisch bedrijf zijn toegestaan per bouwvlak: 1 productiegebonden detailhandel tot een oppervlakte van 100 m²; 2 zorgboerderijen, kinderboerderijen, kinderdagverblijven, sociale en educatieve voorzieningen tot een maximum gezamenlijke oppervlakte van 400 m²; 3 recreatieve voorzieningen zoals kleinschalige dagrecreatie, groepsaccommodaties en kampeerboerderijen tot een maximum gezamenlijke oppervlakte van 500 m²; 4 kleinschalige verblijfsrecreatieve voorzieningen, in bestaande bebouwing, waarbij de totale oppervlakte aan logeereenheden niet meer mag bedragen dan 50% van de gezamenlijke vloeroppervlakte van de bedrijfswoning en de bijbehorende bijgebouwen.
5 kleinschalig kamperen, waarbij de totale omvang niet meer mag bedragen dan 25 kampeermiddelen uitsluitend op of aansluitend aan het bouwvlak, alsmede maximaal 75 m² aan algemene voorzieningen binnen het bouwvlak. d Ondergeschikte horeca, is toegestaan bij de vormen van verbrede landbouw zoals genoemd in sub c onder 2 en 3 waarbij de oppervlakte, aanvullend op de genoemde oppervlakten onder 2 en 3, niet meer mag bedragen dan 100 m². e Buitenopslag ten behoeve van de verbrede landbouwactiviteit is niet toegestaan. f De verbrede landbouwactiviteit mag geen onevenredige publieks- en/of verkeersaantrekkende werking tot gevolg hebben. g De verbrede landbouwactiviteit mag geen onevenredige beperking opleveren voor de bedrijfsvoering/ bedrijfsontwikkeling van omliggende (agrarische) bedrijven. h Er mag geen sprake zijn van milieuhygiënische belemmeringen. i Indien sprake is van kleinschalig kamperen dient te worden voorzien in een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een erfbeplantingsplan.
37
Bestemmingsplan '3e Herziening Buitengebied Bergeijk 2022'
gemeente Bergeijk
3.5.2
Nevenfuncties bij agrarische bedrijven Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 3.1 voor het toestaan van nevenfuncties bij agrarische bedrijven binnen het bouwvlak, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a De agrarische functie op het bouwvlak als hoofdfunctie aanwezig en herkenbaar blijft. b Het agrarisch bouwvlak mag ten behoeve van de nevenfunctie niet worden uit-gebreid. c De volgende nevenfuncties bij het agrarisch bedrijf zijn toegestaan per bouwvlak: 1 Agrarisch technische hulpbedrijven en agrarische verwante bedrijven tot een maximum gezamenlijke oppervlakte van 400 m². 2 Statische (binnen)opslag tot een maximum gezamenlijke oppervlakte van 1.000 m². d Buitenopslag ten behoeve van de nevenfunctie is niet toegestaan. e De nevenfunctie mag geen onevenredige publieks- en/of verkeersaantrekkende werking tot gevolg hebben. f De nevenfunctie mag geen onevenredige beperking opleveren voor de bedrijfsvoering/ bedrijfsontwikkeling van omliggende (agrarische) bedrijven. g Er mag geen sprake zijn van milieuhygiënische belemmeringen. h Vervallen.
3.5.3
Gebruik bedrijfsgebouwen ten behoeve van veehouderij Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 3.4.4 onder b voor het gebruik van gebouwen binnen het bouwvlak ten behoeve van een veehouderij, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a Ter plaatse van de aanduiding ‘overige zone - beperkingen veehouderij’ is uitbreiding van de oppervlakte van gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde ten behoeve van een veehouderij uitsluitend toegestaan indien sprake is van een veehouderij die wordt aangemerkt als grondgebonden veehouderij op grond van de criteria die zijn opgenomen in nadere regels die hieromtrent op basis van de Verordening ruimte door Gedeputeerde Staten (interim) Omgevingsverordening Noord-Brabant of diens rechtsopvolger zijn gesteld, zoals die regels gelden op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke omgevingsvergunningaanvraag. b Er dienen maatregelen te worden getroffen en in stand te worden gehouden die invulling geven aan een zorgvuldige veehouderij.
Er is sprake van een zorgvuldige veehouderij indien wordt voldaan aan de nadere regels die hieromtrent op basis van de Verordening ruimte door Gedeputeerde Staten (interim) Omgevingsverordening Noord-Brabant of diens rechtsopvolger zijn gesteld, zoals die regels gelden op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke omgevingsvergunningaanvraag. c Het gebruik dient vanuit een goede leefomgeving en gelet op de omvang van de bebouwing, de effecten vanwege milieuaspecten, de effecten vanwege volksgezondheid en de afwikkeling van het verkeer inpasbaar te zijn in de omgeving. d Er is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige objecten, in de bebouwde kom niet hoger is dan 12 % en in het buitengebied niet hoger is dan 20 %, tenzij er -indien blijkt dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages- maatregelen worden getroffen door de veehouderij die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, welke ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert. e Er is aangetoond dat de achtergrondconcentratie, vermeerderd met de bijdrage van het initiatief, een jaargemiddelde fijnstofconcentratie (PM10) op gevoelige objecten veroorzaakt van maximaal 31,2 μg/m3.
38
Bestemmingsplan '3e Herziening Buitengebied Bergeijk 2022'
gemeente Bergeijk
f
Er is een zorgvuldige dialoog gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving bij het initiatief. g Indien sprake is van het vergroten van de toegestane oppervlakte van dierenverblijven bij een hokdierhouderij, is deze vergroting uitsluitend toegestaan indien: 1. binnen het stalderingsgebied bestaand dierenverblijf van een hokdierhouderij is gesaneerd door sloop of herbestemming, waarbij geldt dat: · de bestaande dierenverblijven die zijn gesaneerd dienen te voldoen aan de criteria die in de (interim) Omgevingsverordening Noord-Brabant of diens rechtsopvolger zijn gesteld aan 'bestaande dierenverblijven', zoals die criteria gelden op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke omgevingsvergunningaanvraag; · het gebruik van de bestaande dierenverblijven als dierenverblijf juridisch en feitelijk dient te zijn beëindigd; 2. de oppervlakte van de sanering als bedoeld onder 1 tenminste 120% bedraagt van de oppervlakte aan dierenverblijf die extra wordt toegestaan; 3. de sanering als bedoeld onder 1 plaatsvindt in directe samenhang met de bouw of vergroting van een dierenverblijf en voor de sanering geen gebruik is gemaakt van een andere regeling; 4. door of namens Gedeputeerde Staten is getoetst of aan de voorwaarden onder 1 tot en met 3 is voldaan en het door of namens Gedeputeerde Staten afgegeven bewijs dat aan deze voorwaarden is voldaan wordt overgelegd.
h Het vergroten van de oppervlakte van dierenverblijven is niet toegestaan: 1. voor het houden van geiten; 2. op een bouwvlak van een vehouderij welke geheel of gedeeltelijk is gelegen binnen de aanduiding 'overige zone - stedelijk gebied'. 3.5.4
3.6
Omschakeling naar andere diersoort Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in 3.1 onder b1 ten behoeve van het geheel of gedeeltelijk omschakelen naar het houden van een andere diersoort, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a Omschakeling naar het bedrijfsmatig houden van pelsdieren en/of geiten is niet toegestaan. b Omschakeling van een bedrijf waar op grond van de 'Tabel diersoorten' uitsluitend melkrundvee, uitsluitend schapen of uitsluitend melkrundvee en schapen zijn toegestaan naar een andere diersoort is niet toegestaan; omschakeling van melkrundvee naar schapen of van schapen naar melkrundvee is wel toegestaan. c De milieueffecten dienen per onderdeel, danwel cumulatief, na omschakeling gelijk te zijn aan of lager te zijn dan de maximale waarden die voor het agrarisch bedrijf worden berekend in de bedrijfsopzet voor omschakeling. d Vooraf dient advies ingewonnen te worden bij de SAAB of de omschakeling (bedrijfs)economisch verantwoord is.
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
3.6.1
Werken en werkzaamheden Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren:
39
Bestemmingsplan '3e Herziening Buitengebied Bergeijk 2022'
gemeente Bergeijk
a in (het zoekgebied voor) een ecologische verbindingszone ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied ecologische verbindingszone’/ ‘overige zone - zoekgebied ecologische verbindingszone’ en/of in een zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen’/ ‘overige zone - zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen’: 1 het aanleggen en/of verharden van wegen of paden, dan wel het aanbrengen van andere niet omkeerbare oppervlakteverhardingen groter dan 100 m²; 2 het ophogen van gronden ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen’/ ‘overige zone - zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen’. b ter plaatse van de aanduiding ‘groen’: 1 het verwijderen of rooien van bos-, natuur- en landschapselementen en ander opgaand houtgewas; 3.6.2
Uitzonderingen De omgevingsvergunningplicht is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a het normale onderhoud en/of gebruik betreffen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; b reeds in uitvoering zijn, mits voor die werken en werkzaamheden in het voorheen geldende bestemmingsplan geen vergunningplicht was opgenomen, dan wel krachtens een verleende omgevingsvergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; c binnen het bouwvlak plaatsvinden.
3.6.3
Toelaatbaarheid De in lid 3.6.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de in de bestemmingsomschrijving aangegeven waarden.
3.7
Wijzigingsbevoegdheden
3.7.1
Vormverandering bouwvlak Burgemeester en wethouders zijn bevoegd deze bestemming te wijzigen ten behoeve van de vormverandering van het bouwvlak waarbij de totale oppervlakte van het bouwvlak niet mag worden vergroot, met dien verstande dat: a Vervallen. b Vervallen. c De totale oppervlakte van het bouwvlak niet mag worden vergroot. d De verwezenlijking, het behoud en het beheer van (het zoekgebied voor) een ecologische verbindingszone ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied ecologische verbindingszone’/ ‘overige zone - zoekgebied ecologische verbindingszone’ en/of in een zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen’/ ‘overige zone zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen’ mag niet worden belemmerd of worden aangetast. e Vervallen.
40
Bestemmingsplan '3e Herziening Buitengebied Bergeijk 2022'
gemeente Bergeijk
f
Er dient te worden voldaan aan de voorwaarden van de Afstemmingsnotitie Landschapsinvesteringsregeling De Kempen d.d. augustus 2012 (bijlage 3). Er sprake is van een goede landschappelijke inpassing op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd erfbeplantingsplan en er dient te worden voldaan aan de eisen voor ruimtelijke kwaliteitsverbetering zoals opgenomen in de Afstemmingsnotitie Landschapsinvesteringsregeling De Kempen d.d. augustus 2012 (bijlage 3) of diens rechtsopvolger zoals deze geldt op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke aanvraag. g Indien de wijziging samenvalt met de bestemming ‘Leiding - Gas’, dient vooraf schriftelijk advies te worden ingewonnen bij de leidingbeheerder. 3.7.2
Vergroting bouwvlak veehouderijen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd deze bestemming te wijzigen ten behoeve van vergroting van het bouwvlak van een veehouderij ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch -veehouderij' waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a Uitbreiding van het bouwvlak ten behoeve van een veehouderij is niet toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - stedelijk gebied'. Uitbreiding van het bouwvlak ten behoeve van een veehouderij is ook niet toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - beperkingen veehouderij', tenzij er sprake is van een grondgebonden veehouderij op grond van de criteria die zijn opgenomen in nadere regels die hieromtrent op basis van de Verordening ruimte door Gedeputeerde Staten (interim) Omgevingsverordening Noord-Brabant of diens rechtsopvolger zijn gesteld, zoals die regels gelden op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke omgevingsvergunningaanvraag. Hierbij moet tevens worden voldaan aan het bepaalde onder i. b Vergroting van het bouwvlak is toegestaan tot maximaal 1,5 ha. c Er dienen maatregelen te worden getroffen en in stand te worden gehouden die invulling geven aan een zorgvuldige veehouderij.
Er is sprake van een zorgvuldige veehouderij indien wordt voldaan aan de nadere regels die hieromtrent op basis van de Verordening ruimte door Gedeputeerde Staten (interim) Omgevingsverordening Noord-Brabant of diens rechtsopvolger zijn gesteld, zoals die regels gelden op het moment van besluitvorming. d De vergroting van het bouwvlak dient vanuit een goede leefomgeving en gelet op de omvang van de bebouwing, de effecten vanwege milieuaspecten, de effecten vanwege volksgezondheid en de afwikkeling van het verkeer inpasbaar te zijn in de omgeving. e De vergroting van het bouwvlak dient gelet op de bodemkwaliteit, de waterhuishouding, de archeologische en cultuurhistorische waarden, de ecologische waarden, de aardkundige waarden en de landschappelijke waarden inpasbaar te zijn. f Er is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige objecten, in de bebouwde kom niet hoger is dan 12 % en in het buitengebied niet hoger is dan 20 %, tenzij er -indien blijkt dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages- maatregelen worden getroffen door de veehouderij die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, welke ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert.
g Er is aangetoond dat de achtergrondconcentratie, vermeerderd met de bijdrage van het initiatief, een jaargemiddelde fijnstofconcentratie (PM10) op gevoelige objecten veroorzaakt van maximaal 31,2 μg/m3. h Er is een zorgvuldige dialoog gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving bij het initiatief.
41
Bestemmingsplan '3e Herziening Buitengebied Bergeijk 2022'
i
3.7.3
gemeente Bergeijk
Naast de hiervoor aangegeven voorwaarden, gelden de volgende algemene voorwaarden: 1 De vergroting dient plaats te vinden aansluitend aan het bestaande bouwvlak. 2 De vergroting dient noodzakelijk te zijn voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering en/of -ontwikkeling van een reëel bedrijf. 3 Er mag geen sprake zijn van milieuhygiënische belemmeringen. 4 Vooraf dient advies ingewonnen te worden bij de SAAB, uitgezonderd de uitbreiding zoals genoemd in lid b en d. 5 De vergroting dient hydrologisch neutraal zijn. Hiervoor wordt advies ingewonnen bij de waterbeheerder. 6 De verwezenlijking, het behoud en het beheer van (het zoekgebied voor) een ecologische verbindingszone ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied ecologische verbindingszone’/ ‘overige zone - zoekgebied ecologische verbindingszone’ en/of in een zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen’/ ‘overige zone - zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen’ mag niet worden belemmerd of worden aangetast. 7 Er dient te worden voldaan aan de voorwaarden van de Afstemmingsnotitie Landschapsinvesteringsregeling De Kempen d.d. augustus 2012 (bijlage 3).
Er sprake is van een goede landschappelijke inpassing op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd erfbeplantingsplan en er dient te worden voldaan aan de eisen voor ruimtelijke kwaliteitsverbetering zoals opgenomen in de Afstemmingsnotitie Landschapsinvesteringsregeling De Kempen d.d. augustus 2012 (bijlage 3) of diens rechtsopvolger zoals deze geldt op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke aanvraag. 8 Vervallen. 9 Indien de wijziging samenvalt met de bestemming ‘Leiding-Gas’, dient vooraf schriftelijk advies te worden ingewonnen bij de leidingbeheerder.
Vergroting bouwvlak overige agrarische bedrijven Burgemeester en wethouders zijn bevoegd deze bestemming te wijzigen ten behoeve van de vergroting van het bouwvlak van agrarische bedrijven, niet zijnde veehouderijen of glastuinbouwbedrijven, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a Voor (vollegronds) grondgebonden teeltbedrijven, niet zijnde veehouderijen of glastuinbouwbedrijven, geldt, naast de voorwaarden genoemd in sub c, dat vergroting van het bouwvlak is toegestaan tot een maximum van 1,5 ha. Indien het bouwvlak reeds 1,5 ha bedraagt, mag dit bouwvlak worden vergroot met maximaal 35% tot een maximum van 2,5 ha. b Voor overige agrarische bedrijven ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch – overig agrarisch bedrijf' geldt, naast de voorwaarden genoemd in sub c, dat vergroting van het bouwvlak is toegestaan tot een maximum van 1,5 ha. c Naast de hiervoor per type agrarisch bedrijf aangegeven voorwaarden, gelden de volgende algemene voorwaarden: 1 De vergroting dient plaats te vinden aansluitend aan het bestaande bouwvlak. 2 De vergroting dient noodzakelijk te zijn voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering en/of -ontwikkeling van een reëel bedrijf. 3 Er mag geen sprake zijn van milieuhygiënische belemmeringen. 4 Vooraf dient advies ingewonnen te worden bij de SAAB. 5 De vergroting dient hydrologisch neutraal zijn.
Hiervoor wordt advies ingewonnen bij de waterbeheerder.
42
Bestemmingsplan '3e Herziening Buitengebied Bergeijk 2022'
gemeente Bergeijk
6 De verwezenlijking, het behoud en het beheer van (het zoekgebied voor) een ecologische verbindingszone ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied ecologische verbindingszone’/ ‘overige zone - zoekgebied ecologische verbindingszone’ en/of in een zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen’/ ‘overige zone - zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen’ mag niet worden belemmerd of worden aangetast. 7 Er dient te worden voldaan aan de voorwaarden van de Afstemmingsnotitie Landschapsinvesteringsregeling De Kempen d.d. augustus 2012 (bijlage 3). Er sprake is van een goede landschappelijke inpassing op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd erfbeplantingsplan en er dient te worden voldaan aan de eisen voor ruimtelijke kwaliteitsverbetering zoals opgenomen in de Afstemmingsnotitie Landschapsinvesteringsregeling De Kempen d.d. augustus 2012 (bijlage 3) of diens rechtsopvolger zoals deze geldt op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke aanvraag. 8 Vervallen. 9 Indien de wijziging samenvalt met de bestemming ‘Leiding - Gas’, dient vooraf schriftelijk advies te worden ingewonnen bij de leidingbeheerder. 3.7.4
Bouwen bedrijfswoning Burgemeester en wethouders zijn bevoegd deze bestemming te wijzigen voor het bouwen van een bedrijfswoning alwaar geen bedrijfswoningen zijn gebouwd waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a De wijziging is niet toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijfswoning uitgesloten’. b De wijziging kan alleen worden verleend bij een volwaardig agrarisch bedrijf. c De bedrijfswoning moet noodzakelijk zijn, wat betekent dat het bedrijf zonder bedrijfswoning ter plaatse op langere termijn redelijkerwijs niet te exploiteren is. d De bedrijfswoning dient binnen het agrarisch bouwvlak te worden opgericht. e De bedrijfswoning mag geen onevenredige beperking opleveren voor de bedrijfsvoering/ bedrijfsontwikkeling van omliggende (agrarische) bedrijven. f Er mag geen sprake zijn van milieuhygiënische belemmeringen. g Er dient vooraf advies te worden ingewonnen van de SAAB inzake de volwaardigheid van het agrarische bedrijf en de noodzaak van de bedrijfswoning. h De wijziging dient hydrologisch neutraal zijn. Hiervoor wordt advies ingewonnen bij de waterbeheerder. i Er dient te worden voldaan aan de voorwaarden van de Afstemmingsnotitie Landschapsinvesteringsregeling De Kempen d.d. augustus 2012 (bijlage 3).
Er sprake is van een goede landschappelijke inpassing op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd erfbeplantingsplan en er dient te worden voldaan aan de eisen voor ruimtelijke kwaliteitsverbetering zoals opgenomen in de Afstemmingsnotitie Landschapsinvesteringsregeling De Kempen d.d. augustus 2012 (bijlage 3) of diens rechtsopvolger zoals deze geldt op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke aanvraag. j Indien de wijziging samenvalt met de bestemming ‘Leiding - Gas’, dient vooraf schriftelijk advies te worden ingewonnen bij de leidingbeheerder.
3.7.5
Permanente teeltondersteunende voorzieningen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd deze bestemming te wijzigen ten behoeve van de vergroting van het bouwvlak en door middel van het toekennen van de aanduiding
43
Bestemmingsplan '3e Herziening Buitengebied Bergeijk 2022'
gemeente Bergeijk
‘specifieke vorm van agrarisch – permanente teeltondersteunende voorziening’ uitsluitend ten behoeve van de bouw van permanente teeltondersteunende voorzieningen, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a Het is niet mogelijk binnen het bestaande bouwvlak permanente teeltondersteunende voorzieningen te realiseren. b De vergroting dient plaats te vinden aansluitend aan het bestaande bouwvlak. c De totale oppervlakte van het bouwvlak mag niet meer bedragen dan 3 ha, waarbij een oppervlakte van ten minste 1,5 ha uitsluitend gebruikt mag worden voor permanente teeltondersteunende voorzieningen. d De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3 m. e De wijziging dient noodzakelijk te zijn voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering en/of -ontwikkeling van een reëel bedrijf. f Vooraf dient advies ingewonnen te worden bij de SAAB. g De wijziging dient hydrologisch neutraal zijn. Hiervoor wordt advies ingewonnen bij de waterbeheerder.
h De verwezenlijking, het behoud en het beheer van (het zoekgebied voor) een ecologische verbindingszone ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied ecologische verbindingszone’/ ‘overige zone - zoekgebied ecologische verbindingszone’ en/of in een zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen’/ ‘overige zone zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen’ mag niet worden belemmerd of worden aangetast. i Vervallen. j Er dient te worden voldaan aan de voorwaarden van de Afstemmingsnotitie Landschapsinvesteringsregeling De Kempen d.d. augustus 2012 (bijlage 3). Er sprake is van een goede landschappelijke inpassing op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd erfbeplantingsplan en er dient te worden voldaan aan de eisen voor ruimtelijke kwaliteitsverbetering zoals opgenomen in de Afstemmingsnotitie Landschapsinvesteringsregeling De Kempen d.d. augustus 2012 (bijlage 3) of diens rechtsopvolger zoals deze geldt op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke aanvraag. k Indien de wijziging samenvalt met de bestemming ‘Leiding - Gas’, dient vooraf schriftelijk advies te worden ingewonnen bij de leidingbeheerder. 3.7.6
Sleufsilo’s en kuilvoerplaten Vervallen.
3.7.7 Wijzigen ten behoeve van het verwijderen van de aanduidingen ‘sa - veehouderij’, ‘specifieke vorm van agrarisch – overig agrarisch bedrijf’ en/of ‘specifieke vorm van agrarisch – permanente teeltondersteunende voorziening’ en verkleinen bouwvlak Burgemeester en wethouders zijn bevoegd deze bestemming te wijzigen in die zin dat de aanduidingen ‘specifieke vorm van agrarisch - veehouderij’, 'specifieke vorm van agrarisch – overig agrarisch bedrijf' en/of ‘specifieke vorm van agrarisch – permanente teeltondersteunende voorziening’ worden verwijderd en tevens indien noodzakelijk het bouwvlak wordt verkleind indien de betreffende bedrijfsvoering ter plaatse is beëindigd en/of is omgeschakeld naar een (vollegronds) grondgebondenteeltbedrijf. 3.7.8
Wijzigen ten behoeve van omschakeling naar een overig agrarisch bedrijf Burgemeester en wethouders zijn bevoegd deze bestemming te wijzigen in die zin dat aan de bouwvlakken zonder de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch – overig agrarisch
44
Bestemmingsplan '3e Herziening Buitengebied Bergeijk 2022'
gemeente Bergeijk
bedrijf' deze aanduiding wordt toegevoegd waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a Vervallen. b Vervallen. c Vervallen. d Bij omschakeling mag het bouwvlak niet meer bedragen dan 1, 5 ha. e Vervallen. f Er dient te worden voldaan aan de voorwaarden van de Afstemmingsnotitie Landschapsinvesteringsregeling De Kempen d.d. augustus 2012 (bijlage 3). Er sprake is van een goede landschappelijke inpassing op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd erfbeplantingsplan en er dient te worden voldaan aan de eisen voor ruimtelijke kwaliteitsverbetering zoals opgenomen in de Afstemmingsnotitie Landschapsinvesteringsregeling De Kempen d.d. augustus 2012 (bijlage 3) of diens rechtsopvolger zoals deze geldt op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke aanvraag. g Indien de wijziging samenvalt met de bestemming ‘Leiding - Gas’, dient vooraf schriftelijk advies te worden ingewonnen bij de leidingbeheerder. 3.7.9
Wijziging naar Agrarisch - Paardenhouderij Burgemeester en wethouders zijn bevoegd deze bestemming te wijzigen in de bestemming ‘Agrarisch – Paardenhouderij’ ten behoeve van de vestiging van een gebruiksgerichte paardenhouderij, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a Wijziging is uitsluitend toegestaan ter plaatse van het bouwvlak. b De oppervlakte aan bouwvlak per vrijgekomen agrarische bedrijfslocatie dient door sloop van overtollige bebouwing teruggebracht te worden tot 1,5 ha waarbij cultuurhistorisch waardevolle bebouwing en monumenten ter plaatse van de aanduiding ‘karakteristiek’ gehandhaafd dienen te blijven. c Buitenopslag en detailhandel zijn niet toegestaan. d De vestiging van de paardenhouderij mag geen onevenredige beperking opleveren voor de bedrijfsvoering/ bedrijfsontwikkeling van omliggende (agrarische) bedrijven. e De vestiging van de paardenhouderij mag geen onevenredige publieks- en/of verkeersaantrekkende werking tot gevolg hebben. f Indien de omschakeling plaatsvindt ter plaatse van de aanduiding ‘overige zone groenblauwe mantel’ dient: 1. de omschakeling bij te dragen aan een afname van de uitstoot van milieubelastende stoffen; 2.
de omschakeling een positieve bijdrage te leveren aan de bescherming en ontwikkeling van de onderkende ecologische, hydrologische en landschappelijke waarden en kenmerken door ten minste 5% van de oppervlakte van het bouwvlak aan te wenden voor landschappelijke inpassing rondom de locatie danwel elders in het plangebied van dit bestemmingsplan. g Er dient te worden voldaan aan de voorwaarden van de Afstemmingsnotitie Landschapsinvesteringsregeling De Kempen d.d. augustus 2012 (bijlage 3). Er sprake is van een goede landschappelijke inpassing op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd erfbeplantingsplan en er dient te worden voldaan aan de eisen voor ruimtelijke kwaliteitsverbetering zoals opgenomen in de Afstemmingsnotitie Landschapsinvesteringsregeling De Kempen d.d. augustus 2012 (bijlage 3) of diens rechtsopvolger zoals deze geldt op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke aanvraag.
45
Bestemmingsplan '3e Herziening Buitengebied Bergeijk 2022'
gemeente Bergeijk
h Indien de wijziging samenvalt met de bestemming ‘Leiding - Gas’, dient vooraf schriftelijk advies te worden ingewonnen bij de leidingbeheerder. 3.7.10 Wijziging ten behoeve van niet-agrarische functies Burgemeester en wethouders zijn bevoegd deze bestemming te wijzigen ten behoeve van de vestiging van niet-agrarische functies, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a Wijziging is uitsluitend toegestaan ter plaatse van het bouwvlak. b Vervallen. c Het bouwvlak wordt verwijderd en de oppervlakte van het bestemmingsvlak mag niet meer bedragen dan 5.000 m². waarbinnen de voormalige bedrijfswoning met bijhorende verhardingen en bebouwing ten behoeve de niet-agrarische functie is gesitueerd In afwijking hiervan mag de oppervlakte van het bestemmingsvak voor een agrarisch-technisch hulpbedrijf, een agrarsch-verwacnt bedrijf, een dagrecreatieve voorziening of een maatschappelijke voorziening niet meer bedragen dan 15.000 m². d In afwijking van het bepaalde onder c mag de omvang van het bestemmingsvlak ten behoeve van een agrarisch technisch hulpbedrijf, agrarisch verwant bedrijf, horeca, dagrecreatieve en/of maatschappelijke voorziening niet meer bedragen dan 1,5 ha.
e De oppervlakte aan bebouwing ten behoeve van de niet-agrarische functie per vrijgekomen agrarische bedrijfslocatie dient door sloop van overtollige bebouwing teruggebracht te worden tot de onder f genoemde oppervlakte, waarbij cultuurhistorisch waardevolle bebouwing en monumenten ter plaatse van de aanduiding ‘karakteristiek’ gehandhaafd dienen te blijven. Nieuwbouw ten behoeve van de niet-agrarische functie is toegestaan, met dien verstande dat het in totaal op het perceel aanwezige bebouwd oppervlak als gevolg van de nieuwbouw niet mag toenemen. f De volgende niet-agrarische functies en bijbehorende maximale oppervlakte zijn toegestaan: 1 statische (binnen)opslag, waarbij de oppervlakte van de bebouwing ten behoeve van opslag niet meer mag bedragen dan 1.000 m²; 2 recreatie, waarbij de oppervlakte van de bebouwing ten behoeve van recreatie niet meer mag bedragen dan 500 m², waarbij een oppervlakte van 100 m² gebruikt mag worden ten behoeve ondergeschikte horeca; 3 een bedrijf in categorie 1 of 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten (zie bijlage 1) of een naar aard en invloed hiermee gelijk te stellen bedrijf, waarbij de oppervlakte van de bebouwing ten behoeve van het bedrijf niet meer mag bedragen dan 400 m²; 4 zorgboerderijen, kinderboerderijen, educatieve en sociale voorzieningen, waarbij de oppervlakte van de bebouwing ten behoeve van deze voorzieningen niet meer mag
bedragen dan 400 m², waarbij een oppervlakte van 100 m² gebruikt mag worden ten behoeve ondergeschikte horeca; g Buitenopslag en opslag in kassen zijn niet toegestaan. h Detailhandel en/of een zelfstandige kantoorvoorziening met baliefunctie is niet toegestaan, uitgezonderd productiegebonden detailhandel tot maximaal 100 m² ten behoeve van de activiteiten zoals genoemd in f onder 4. i De niet-agrarische functie mag geen onevenredige beperking opleveren voor de bedrijfsvoering/ bedrijfsontwikkeling van omliggende (agrarische) bedrijven. j De niet-agrarische functie mag geen onevenredige publieksen/of verkeersaantrekkende werking tot gevolg hebben.
46
Bestemmingsplan '3e Herziening Buitengebied Bergeijk 2022'
gemeente Bergeijk
k De verwezenlijking, het behoud en het beheer van (het zoekgebied voor) een ecologische verbindingszone ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied ecologische verbindingszone’/ ‘overige zone - zoekgebied ecologische verbindingszone’ en/of in een zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen’/ ‘overige zone zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen’ mag niet worden belemmerd of worden aangetast. l Er dient te worden voldaan aan de voorwaarden van de Afstemmingsnotitie Landschapsinvesteringsregeling De Kempen d.d. augustus 2012 (bijlage 3). m Vervallen. n De wijziging dient aanvaardbaar te zijn uit een oogpunt van een milieuhygiënisch verantwoord woon- en leefklimaat. o Indien de wijziging samenvalt met de bestemming ‘Leiding - Gas’, dient vooraf schriftelijk advies te worden ingewonnen bij de leidingbeheerder. a. Wijziging is uitsluitend toegestaan ter plaatse van het bouwvlak. b. Het bouwvlak wordt verwijderd en de oppervlakte van het bestemmingsvlak voor de niet-agrarische functie bevat de voormalige agrarische bedrijfswoning met bijbehorende bijgebouwen, bedrijfsgebouwen voor de niet-agrarische functie, tuinen, erven en verhardingen. c.
De volgende niet-agrarische functies zijn toegestaan: 1 recreatieve functies; 2 sociaal-educatieve functies; 3 bedrijfsmatige activiteiten die vallen in categorie 1 of 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten zoals opgenomen in bijlage 1 bij deze regels, of een naar aard en invloed hiermee gelijk te stellen bedrijf; 4 statische opslag, waarbij geldt dat buitenopslag en opslag in kassen niet is toegestaan. d. Een combinatie van niet-agrarische functies zoals genoemd onder c is niet toegestaan, waarbij geldt dat in geval van statische opslag de combinatie met maximaal 1 andere niet-agrarische functie wel is toegestaan. e. Ter plaatse van de aanduiding ‘groenblauwe mantel’/ ‘overige zone - groenblauwe mantel’ is de wijziging naar een agrarisch-technisch hulpbedrijf of een agrarisch-verwant bedrijf niet toegestaan. f. Detailhandel is enkel toegestaan als productiegebonden detailhandel tot een gebruiksoppervlakte van maximaal 100 m2 ten behoeve van de activiteiten zoals genoemd onder c, onder 2 en 3. g. Ondergeschikte horeca tot een gebruiksoppervlakte van maximaal 100 m2 is enkel toegestaan ten behoeve van de activiteiten zoals genoemd onder c, onder 1, 2 en 3. h. De maximale oppervlakte aan bijgebouwen bij de bedrijfswoning bedraagt 150 m2, tenzij een grotere oppervlakte aan bijgebouwen bij de bedrijfswoning is vergund. i.
Overtollige bedrijfsbebouwing moeten worden gesloopt, waarbij geldt dat: 1 de sloop van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing en monumenten ter plaatse van de aanduiding ‘karakteristiek’ niet is toegestaan; 2 de oppervlakte aan bijgebouwen niet meer mag bedragen dan 150 m2; 3 de oppervlakte aan bedrijfsbebouwing ten behoeve van de niet-agrarische functie moet worden teruggebracht naar 400 m2 waarbij geldt dat: I. indien voorafgaand aan de wijziging minder dan 400 m2 aan bedrijfsbebouwing aanwezig is, deze oppervlakte niet mag worden vermeerderd;