CConstaterende datBergeijk
Koppel je AI →
Document · PDF

REG03-0472952-01a

Gemeenteraad 26 juni 2025, gemeente BergeijkBij agendapunt: Bestemmingsplan “3e Herziening Buitengebied Bergeijk”40.765 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

47

Bestemmingsplan '3e Herziening Buitengebied Bergeijk 2022'

gemeente Bergeijk

II. indien voorafgaand aan de wijziging meer dan 400 m2 aan bedrijfsgebouwen aanwezig is mag bovenop het bepaalde onder i2 20% van de oppervlakte van de overtollige bedrijfsbebouwing worden toegevoegd aan de maximale oppervlakte aan bedrijfsbebouwing voor de niet-agrarische functie tot een maximale oppervlakte van 1.400 m2; III. voor de functies onder c1, c2 en c3 geldt een maximale oppervlakte van 400 m2, hierbij is het gestelde onder I onverminderd van toepassing; IV. voor de functie onder c4 geldt een maximale oppervlakte van 1.400 m2, hierbij is het gestelde onder I en II onverminderd van toepassing; V. voor een combinatie van niet-agrarische functies zoals genoemd onder d. geldt een maximale oppervlakte van 1.400 m2, waarvan maximaal 400 m2 voor een functie genoemd onder c1, c2 of c3. Het gestelde onder I en II is onverminderd van toepassing; VI. de maximaal toegestane oppervlakte aan bedrijfsbebouwing mag ofwel behouden blijven ofwel nieuw gebouwd worden. j. De niet-agrarische functie mag niet: 1. een onevenredige beperking opleveren voor de bedrijfsvoering/ bedrijfsontwikkeling van omliggende (agrarische) bedrijven; 2. een onevenredige publieks- en/of verkeersaantrekkende werking tot gevolg hebben, waaronder bijvoorbeeld wordt verstaan kantoor met baliefunctie; 3.

onaanvaardbaar zijn uit een oogpunt van een milieuhygiënisch verantwoord woonen leefklimaat, waaronder bijvoorbeeld wordt verstaan lawaaisport en mestbewerking. k. De verwezenlijking, het behoud en het beheer van (het zoekgebied voor) een ecologische verbindingszone ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied ecologische verbindingszone’/‘overige zone - zoekgebied ecologische verbindingszone’ en/of in een zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen’/‘overige zone - zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen’ mag niet worden belemmerd of worden aangetast. l. Er sprake is van een goede landschappelijke inpassing op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd erfbeplantingsplan en er dient te worden voldaan aan de eisen voor ruimtelijke kwaliteitsverbetering zoals opgenomen in de Afstemmingsnotitie Landschapsinvesteringsregeling De Kempen d.d. augustus 2012 (bijlage 3) of diens rechtsopvolger zoals deze geldt op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke aanvraag. m. De vestiging past binnen de ontwikkelrichting van het gebied. n. Er vindt geen splitsing plaats van het bouwperceel.

3.7.11 Wijzigen naar Wonen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd deze bestemming te wijzigen in de bestemming 'Wonen' voor zover het de voormalige agrarische bedrijfswoning betreft, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a Wijziging is uitsluitend toegestaan ter plaatse van het bouwvlak. b Het agrarisch bedrijf ter plaatse is beëindigd. c Het bouwvlak wordt verwijderd en het bestemmingsvlak ‘Wonen’ bestaat uit de voormalige agrarische bedrijfswoning met bijhorende bijgebouwen, tuinen, erven en verhardingen. d De voormalige bedrijfsbebouwing dient te worden gesloopt waarbij geldt dat:

48

Bestemmingsplan '3e Herziening Buitengebied Bergeijk 2022'

e f g h

i j

k

gemeente Bergeijk

1 per 500 m² sloop van bedrijfsgebouwen de inhoud van de bestaande woning mag worden vergroot met 50 m³ tot maximaal 900 m³ of 20% van de oppervlakte van de te slopen voormalige bedrijfsgebouwen mag worden toegevoegd aan de bestaande oppervlakte aan bijgebouwen tot maximaal 200 m²; 2 cultuurhistorisch waardevolle bebouwing en monumenten ter plaatse van de aanduiding ‘karakteristiek’ gehandhaafd dienen te blijven. Overtollige bedrijfsgebouwen, bijgebouwen en overkappingen moeten worden gesloopt waarbij geldt dat: 1 de sloop van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing en monumenten ter plaatse van de aanduiding ‘karakteristiek’ niet is toegestaan; 2 de maximale oppervlakte aan bijgebouwen en overkappingen bedraagt 150 m2; 3 indien op het perceel meer dan 150 m2 aan bestaande, legaal opgerichte bedrijfsgebouwen, bijgebouwen en overkappingen aanwezig is, mag bovenop het gestelde in lid d.2 20% van de overtollige oppervlakte worden toegevoegd aan de toegestane maximale oppervlakte voor bijgebouwen en overkappingen tot een maximum van 400 m2; 4 de maximaal toegestane oppervlakte aan bijgebouwen en overkappingen mag ofwel behouden blijven ofwel nieuw gebouwd worden. De woning mag geen onevenredige beperking opleveren voor de bedrijfsvoering/ bedrijfsontwikkeling van omliggende (agrarische) bedrijven.

De woning dient aanvaardbaar te zijn uit een oogpunt van een milieuhygiënisch verantwoord woon- en leefklimaat. Vervallen. Er dient te worden voldaan aan de voorwaarden van de Afstemmingsnotitie Landschapsinvesteringsregeling De Kempen d.d. augustus 2012 (bijlage 3). Er sprake is van een goede landschappelijke inpassing op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd erfbeplantingsplan en er dient te worden voldaan aan de eisen voor ruimtelijke kwaliteitsverbetering zoals opgenomen in de Afstemmingsnotitie Landschapsinvesteringsregeling De Kempen d.d. augustus 2012 (bijlage 3) of diens rechtsopvolger zoals deze geldt op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke aanvraag. Indien de wijziging samenvalt met de bestemming ‘Leiding - Gas’, dient vooraf schriftelijk advies te worden ingewonnen bij de leidingbeheerder. Indien de wijziging samenvalt met de bestemming ‘Leiding - Gas’, dient een verantwoording ten aanzien van externe veiligheid plaats te vinden voor wat betreft het groepsrisico. In aanvulling op het bepaalde in lid c geldt dat zonnepanelen op de grond mogen worden gesitueerd, waarbij geldt dat: 1. Zonnepanelen worden aansluitend aan het nieuwe bestemmingsvlak ‘wonen’ en binnen het voormalige agrarische bouwvlak gerealiseerd. 2.

De maximale oppervlakte van de zonnepanelen is 5.000 m2 en kleiner of gelijk aan de oppervlakte van de bebouwing en verharding van het voormalig agrarisch bedrijf. 3. De zonnepanelen dragen bij aan de vermindering van netcongestie of zorgen voor vergroting van een efficiënter netwerkgebruik,dat blijkt uit afstemming met de netbeheerder ten aanzien van de aansluiting op het net. 4. De zonnepanelen passen in de ontwikkelingsrichting van het gebied. 5. De zonnepanelen geven een maatschappelijke meerwaarde. 6. De zonnepanelen worden landschappelijk ingepast.

49

Bestemmingsplan '3e Herziening Buitengebied Bergeijk 2022'

gemeente Bergeijk

7. De zonnepanelen tasten het woon- en leefklimaat van de omgeving niet onevenredig aan. 8. De bouwhoogte van de zonnepanelen bedraagt maximaal 2,5 meter. 9. De toestemming geldt voor een bepaalde termijn, die ten hoogste 25 jaar bedraagt. 10. Na het verstrijken van de termijn worden de zonnepanelen inclusief bijbehorende voorzieningen verwijderd.

50

Bestemmingsplan '3e Herziening Buitengebied Bergeijk 2022'

Artikel 4 4.1

gemeente Bergeijk

Agrarisch – Paardenhouderij Bestemmingsomschrijving De voor ‘Agrarisch – Paardenhouderij’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a gebruiksgerichte paardenhouderijen met bijbehorende voorzieningen met dien verstande dat uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - veehouderij' een veehouderij is toegestaan, met dien verstande dat uitsluitend de diersoorten zoals opgenomen in de tabel 'Diersoorten veehouderijen' in bijlage 5 bedrijfsmatig mogen worden gehouden; b vervallen c tevens statische (binnen)opslag ter plaatse van de aanduiding ‘opslag’; d tevens een aardappel- en groentenhandel ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch –aardappel- en groentenhandel’; e bestaande bedrijfswoningen; f wonen ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – burgerwonen’; g aan-huis-verbonden beroepen of bedrijven; h groenvoorzieningen in de vorm van erfbeplanting; i (onverharde) paden, wegen en parkeervoorzieningen; j water, waterhuishoudkundige en nutsvoorzieningen; k extensief recreatief medegebruik; l behoud, herstel en bescherming van aanwezige cultuurhistorisch waardevolle bebouwing en monumenten ter plaatse van de aanduiding ‘karakteristiek’. met daarbij behorende: m (onverharde) paden, wegen en parkeervoorzieningen; n groenvoorzieningen in de vorm van erfbeplanting; o water, waterhuishoudkundige en nutsvoorzieningen.

4.2

Bouwregels

4.2.1

Algemeen a Per bestemmingsvlak is bebouwing ten behoeve van niet meer dan één paardenhouderijbedrijf toegestaan, indien tussen bestemmingsvlakken de aanduiding ‘relatie’ is aangegeven worden deze bestemmingsvlakken aangemerkt als één bestemmingsvlak. b Het bestemmingsvlak mag volledig worden bebouwd, met dien verstande dat: 1 de afstand tot de as van de weg waaraan wordt gebouwd niet minder mag bedragen dan 18 m; 2 de afstand van gebouwen tot de zijdelingse en achterste perceelsgrenzen niet minder mag bedragen dan 5 m.

4.2.2

Bedrijfsgebouwen Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende voorwaarden: a De goothoogte mag niet meer bedragen dan 5,5 m. b De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 12 m. c De oppervlakte van rijhallen mag niet meer bedragen dan 1.200 m². d Voor de oppervlakte gebouwen ten behoeve van veehouderijen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - veehouderij' geldt dat de oppervlakte van 51

Bestemmingsplan '3e Herziening Buitengebied Bergeijk 2022'

gemeente Bergeijk

gebouwen, met uitzondering van de bedrijfswoning en bijbehorende bouwwerken bij de bedrijfswoning en gebouwen die niet worden gebruikt voor de uitoefening van de gevestigde veehouderij, ten hoogste de omvang mag hebben: - die op het tijdstip van vaststelling van het onderhavige bestemmingsplan legaal aanwezig is of in uitvoering is; - die gebouwd mag worden krachtens een voor het tijdstip van vaststelling van het ontwerp van dit bestemmingsplan verleende omgevingsvergunning. e In afwijking van het bepaalde onder d is ter plaatse van de aanduiding 'overige zone beperkingen veehouderij' een toename van de oppervlakte voor bedrijfsgebouwen die niet worden gebruikt voor de veehouderij, maar voor een ter plaatse toegelaten nevenfunctie, niet toegestaan. 4.2.3

Bedrijfswoningen en bijgebouwen bij bedrijfswoningen Voor het bouwen van bedrijfswoningen en bijgebouwen bij bedrijfswoningen gelden de volgende voorwaarden: a Het bouwen van nieuwe bedrijfswoningen is niet toegestaan, tenzij het vervangende nieuwbouw betreft. b De inhoud van de bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 750 m3. c Vervallen. d De gezamenlijke oppervlakte aan aan- en uitbouwen en bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 100 150 m² per bedrijfswoning. e In afwijking van het bepaalde onder d mag op het bouwvlak ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - landschappelijke inpassing 4.1’ de oppervlakte aan aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen niet meer bedragen dan 150 m² per woning of wooneenheid. f De goothoogte van de bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 5,5 m. g De bouwhoogte van de bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 10 m. h Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - landschappelijke inpassing 4.1’, mogen de gronden uitsluitend worden bebouwd, indien de landschappelijke inpassing zoals aangegeven in het beplantingsplan 4.1 zoals opgenomen in bijlage 2 bij deze regels is gerealiseerd, wordt beheerd en in stand wordt gehouden. i De goothoogte van bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 3,2 m. j De bouwhoogte van bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 5,5 m.

k De dakhelling van bijgebouwen met een nokhoogte tussen 3,2 m en 5,5 m mag niet minder bedragen dan 15º en niet meer dan 45º, tenzij het een aanbouw aan een woning betreft van maximaal 40 m2. l Vrijstaande bijgebouwen dienen op een afstand van ten minste 2,5 1 m achter de voorgevelrooilijn van de bedrijfswoning te worden gebouwd. m De afstand van vrijstaande bijgebouwen tot de bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 20 m. n De dakhelling van bijgebouwen met een nokhoogte tussen 3 m en 5,5 m mag niet minder bedragen dan 15º en niet meer dan 45º.

4.2.4

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende voorwaarden: a De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2,5 m, met dien verstande dat de hoogte vóór de voorgevelrooilijn niet meer mag bedragen dan 1 m.

52

Bestemmingsplan '3e Herziening Buitengebied Bergeijk 2022'

gemeente Bergeijk

b c d e f

De bouwhoogte van torensilo’s mag niet meer bedragen dan 15 m. De bouwhoogte van mestsilo’s mag niet meer bedragen dan 8 m. De bouwhoogte van sleufsilo’s mag niet meer bedragen dan 2,5 m. De bouwhoogte van lichtmasten mag niet meer bedragen dan 12 m. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde bij paardenbakken mag niet meer bedragen dan 2 m. g De bouwhoogte van lichtmasten bij paardenbakken mag niet meer bedragen dan 12 m. h De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m. i Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - beperkingen veehouderij' geldt voor de oppervlakte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - veehouderij' dat de oppervlakte ten hoogste de omvang mag hebben: - die op het tijdstip van vaststelling van het onderhavige bestemmingsplan legaal aanwezig is of in uitvoering is; - die gebouwd mag worden krachtens een voor het tijdstip van vaststelling van dit bestemmingsplan verleende omgevingsvergunning.

4.3

Afwijken van de bouwregels

4.3.1

Algemeen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in: a lid 4.2.1 onder b sub 1 voor het bouwen van gebouwen op een afstand minder dan 18 m tot de as van de weg mits hierdoor het stedenbouwkundig/ruimtelijk beeld en de verkeersveiligheid niet wordt aangetast; b lid 4.2.1 onder b sub 2 voor het bouwen binnen 5 m van of in de zijdelingse en/of achterste perceelgrens mits hierdoor het stedenbouwkundig/ruimtelijk beeld en de verkeersveiligheid niet wordt aangetast; c lid 4.2.2 onder a en b voor het bouwen van bedrijfsgebouwen met een hogere goothoogte tot maximaal 10 m en/of een hogere bouwhoogte tot maximaal 15 m, indien dit noodzakelijk is voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering, en mits hierdoor het stedenbouwkundig/ruimtelijk beeld en de verkeersveiligheid niet wordt aangetast; d lid 4.2.3 onder d voor het vergroten van de oppervlakte aan bijgebouwen naar maximaal 150 m² per woning of wooneenheid indien er sprake is van een goede landschappelijke inpassing; e lid 4.2.3 onder j voor het bouwen van een bijgebouw op een afstand van meer dan 20 m van de bedrijfswoning indien dit noodzakelijk is in verband met een doelmatige inrichting van het perceel; f lid 4.2.4 onder b voor het bouwen van torensilo’s met een hogere bouwhoogte tot maximaal 20 m, indien dit noodzakelijk is voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering; g lid

4.2.4 onder h voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde met een hogere bouwhoogte tot 6 m mits hierdoor het stedenbouwkundig/ruimtelijk beeld en de verkeersveiligheid niet wordt aangetast;

53

Bestemmingsplan '3e Herziening Buitengebied Bergeijk 2022'

gemeente Bergeijk

h lid 4.2.4 onder h voor het bouwen van kleine windmolens, ten behoeve van de opwekking van duurzame energie, waarbij dient te worden voldaan aan de volgende voorwaarden: 1 De tiphoogte mag niet meer bedragen dan 25 m. bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 12 m. 2 De kleine windmolens mogen uitsluitend binnen het bestemmingsvlak worden gebouwd. 3 Er mag geen sprake zijn van milieuhygiënische belemmeringen. 4.3.2

Afwijken oppervlakte bedrijfsgebouwen veehouderij Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 4.2.2 onder d voor de uitbreiding van de oppervlakte bedrijfsgebouwen binnen het bouwvlak ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch veehouderij', waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a Ter plaatse van de aanduiding ‘overige zone - beperkingen veehouderij’ is uitbreiding van de oppervlakte van gebouwen ten behoeve van een veehouderij uitsluitend toegestaan indien sprake is van een veehouderij die wordt aangemerkt als grondgebonden veehouderij op grond van de criteria die zijn opgenomen in nadere regels die hieromtrent op basis van de Verordening ruimte door Gedeputeerde Staten (interim) Omgevingsverordening Noord-Brabant of diens rechtsopvolger zijn gesteld, zoals die regels gelden op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke omgevingsvergunningaanvraag. b Er dienen maatregelen te worden getroffen en in stand te worden gehouden die invulling geven aan een zorgvuldige veehouderij.

Er is sprake van een zorgvuldige veehouderij indien wordt voldaan aan de nadere regels die hieromtrent op basis van de Verordening ruimte door Gedeputeerde Staten (interim) Omgevingsverordening Noord-Brabant of diens rechtsopvolger zijn gesteld, zoals die regels gelden op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke omgevingsvergunningaanvraag. c De uitbreiding dient vanuit een goede leefomgeving en gelet op de omvang van de bebouwing, de effecten vanwege milieuaspecten, de effecten vanwege volksgezondheid en de afwikkeling van het verkeer inpasbaar te zijn in de omgeving. d Er is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige objecten, in de bebouwde kom niet hoger is dan 12 % en in het buitengebied niet hoger is dan 20 %, tenzij er -indien blijkt dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages- maatregelen worden getroffen door de veehouderij die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, welke ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert. e Er is aangetoond dat de achtergrondconcentratie, vermeerderd met de bijdrage van het initiatief, een jaargemiddelde fijnstofconcentratie (PM10) op gevoelige objecten veroorzaakt van maximaal 31,2 μg/m3. f Er is een zorgvuldige dialoog gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving bij het initiatief.

4.3.3

Afwijken oppervlakte bedrijfsgebouwen veehouderij voor nevenfuncties Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 4.2.2 onder e voor de uitbreiding van de oppervlakte voor bedrijfsgebouwen die niet worden gebruikt voor de veehouderij, maar voor een ter plaatse toegelaten nevenfunctie, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarde: a Er is sprake van een veehouderij die wordt aangemerkt als grondgebonden veehouderij op grond van de criteria die zijn opgenomen in nadere regels die

54

Bestemmingsplan '3e Herziening Buitengebied Bergeijk 2022'

gemeente Bergeijk

hieromtrent op basis van de Verordening ruimte door Gedeputeerde Staten (interim) Omgevingsverordening Noord-Brabant of diens rechtsopvolger zijn gesteld, zoals die regels gelden op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke omgevingsvergunningaanvraag. 4.3.4

Afwijken oppervlakte bouwwerken geen gebouwen zijnde veehouderij Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 4.2.4 onder i voor de uitbreiding van de oppervlakte bouwwerken geen gebouwen zijnde binnen het bouwvlak ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - veehouderij', waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarde: a Er is sprake van een veehouderij die wordt aangemerkt als grondgebonden veehouderij op grond van de criteria die zijn opgenomen in nadere regels die hieromtrent op basis van de Verordening ruimte door Gedeputeerde Staten (interim) Omgevingsverordening Noord-Brabant of diens rechtsopvolger zijn gesteld, zoals die regels gelden op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke omgevingsvergunningaanvraag.

4.4

Specifieke gebruiksregels

4.4.1

Aan-huis-verbonden beroep of bedrijf Binnen deze bestemming is de uitoefening van aan-huis-verbonden beroepen of bedrijven, zoals opgenomen in de bijlage 9 'lijst van toelaatbare aan huis verbonden activiteiten', toegestaan als ondergeschikte activiteit bij de bedrijfswoning, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a De omvang van de activiteit mag niet meer bedragen dan 40% van de gezamenlijke oppervlakte van de bebouwing van de bedrijfswoning en/of bijgebouwen de gezamenlijke oppervlakte van de bedrijfswoning en bijgebouwen tot een maximum van: 75 m². 1 45 m² indien het bouwperceel niet groter is dan 750 m²; 2 60 m² indien het bouwperceel groter is dan 750 m², maar niet groter is dan 1.250 m²; 3 75 m² indien het bouwperceel groter is dan 1.250 m², maar niet groter is dan 1.750 m²; 4 90 m² indien het bouwperceel groter is dan 1.750 m², maar niet groter is dan 2.250 m²; 5 105 m² indien het bouwperceel groter is dan 2.250 m². b Het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en mag geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken. c Er vindt geen detailhandel plaats, uitgezonderd detailhandel in beperkte, ondergeschikte mate, in direct verband met de uitoefening van aan huis gebonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten. d De activiteit wordt uitgeoefend door de bewoner(s).

e Het gebruik is naar aard met het woonkarakter van de omgeving in overeenstemming en het betreft geen publieksgerichte voorzieningen. f Het onttrekken van (een deel van) het bij de desbetreffende hoofdgebouw behorende garage aan de bestemming is slechts toegestaan, indien op het bij het hoofdgebouw behorende erf ten minste één parkeerplaats aanwezig is of gelijktijdig wordt aangelegd.

55

Bestemmingsplan '3e Herziening Buitengebied Bergeijk 2022'

gemeente Bergeijk

g Detailhandel is niet toegestaan, uitgezonderd een beperkte verkoop in verband met de beroepsmatige of bedrijfsmatige activiteit. h Opslag buiten de gebouwen ten behoeve van de activiteiten is niet toegelaten. 4.4.2

Bestaande nevenfuncties en verbrede landbouw a De oppervlakte aan statische (binnen)opslag ter plaatse van de aanduiding ‘opslag’ mag niet meer bedragen dan 1.000 m². b De oppervlakte aan een aardappel- en groentehandel ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch –aardappel- en groentenhandel’ mag niet meer bedragen dan 600 m²;

4.4.3

Veehouderij a Het binnen gebouwen houden van dieren, al dan niet in hokken, niet op de grond, onverlet voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar ten hoogste twee bouwlagen gebruikt mogen worden, is niet toegestaan. b Het in gebruik nemen van gebouwen die niet in gebruik zijn voor de uitoefening van een veehouderij, voor de uitoefening van een veehouderij, is niet toegestaan. c Mestbewerking is uitsluitend toegestaan van mest afkomstig van de op dezelfde locatie gevestigde veehouderij. d Het gebruik van gronden en bouwwerken behorend tot het agrarisch bedrijf waarbij sprake is van een toename van stikstofdepositie (mol/ha/jaar) is niet toegestaan.

Er is sprake van een toename van stikstofdepositie wanneer de stikstofdepositie (mol/ha/jaar) als gevolg van de stikstofemissie van een agrarisch bedrijf op voor stikstof gevoelige habitats in een Natura 2000-gebied meer bedraagt dan: 1 de stikstofdepositie (mol/ha/jaar) ten gevolge van het ten tijde van de vaststelling van het plan aanwezige planologisch legale gebruik van de gronden en bouwwerken behorend tot dat agrarisch bedrijf; dan wel 2 de stikstofdepositie (mol/ha/jaar) die in overeenstemming is met: - een ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan verleende en onherroepelijke vergunning als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid van de Wet natuurbescherming respectievelijk artikel 19d van de Natuurbeschermingswet 1998, zoals opgenomen in de bij deze regels behorende bijlage 6 'onherroepelijke Nbw/Wnb-vergunningen' ; dan wel - een ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan verleende en onherroepelijke omgevingsvergunning die is verleend met toepassing van artikel 6.10a van het Besluit omgevingsrecht respectievelijk hoofdstuk IX, titel 2 van de Natuurbeschermingswet 1998, zoals opgenomen in de bij deze regels behorende bijlage 7 'onherroepelijke omgevingsvergunningen'; dan wel - een ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geregistreerde melding als bedoeld in artikel 8 van de Regeling programmatische aanpak stikstof, zoals opgenomen in de

bij deze regels behorende bijlage 8 'geregistreerde meldingen'. e Indien gebruik wordt gemaakt van een afwijkingsmogelijkheid zoals bedoeld in lid 4.3.2, 4.3.4 of 4.5.2 is het bepaalde onder d in lid 4.4.6 onverkort van toepassing op het gebruik na afwijking.

56

Bestemmingsplan '3e Herziening Buitengebied Bergeijk 2022'

gemeente Bergeijk

4.4.4

Landschappelijke inpassing De gronden en gebouwen ter plaatse van de aanduiding: a ‘specifieke vorm van agrarisch - landschappelijke inpassing 4.1’ mogen de gronden uitsluitend worden gebruikt ten behoeve van bijgebouwen bij de bedrijfswoning, indien de landschappelijke inpassing is gerealiseerd, wordt beheerd en in stand wordt gehouden conform het beplantingsplan zoals opgenomen onder 4.1 in bijlage 2 bij deze regels.

4.4.5

Burgerwonen Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – burgerwonen’ is wonen in de vorm van bedrijfswoningen en burgerwoningen toegestaan, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a Het gebruik ten behoeve van wonen mag uitsluitend plaatsvinden binnen het bouwvlak. b Het gebruik ten behoeve van wonen mag uitsluitend plaatsvinden door de hoofdbewoner(s). c Uitsluitend de bestaande bedrijfswoning mag gebruikt worden als woning, waarbij dit gebouw wordt aangemerkt als belangrijkste hoofdgebouw. d Behalve ten behoeve van agrarisch gebruik, mogen de overige bouwwerken uitsluitend worden gebruikt ten behoeve van huishoudelijk gebruik verband houdend met wonen, waarbij de oppervlakte ten behoeve van dit gebruik niet meer mag bedragen dan 100 150 m².

4.4.6

Stikstofregel Het gebruik van gronden en bouwwerken behorend tot het agrarisch bedrijf waarbij sprake is van een toename van stikstofdepositie (mol/ha/jaar) is niet toegestaan. Er is sprake van een toename van stikstofdepositie wanneer de stikstofdepositie (mol/ha/jaar) als gevolg van de stikstofemissie van een agrarisch bedrijf op voor stikstof gevoelige habitats in een Natura 2000-gebied meer bedraagt dan: a. de stikstofdepositie (mol/ha/jaar) ten gevolge van het ten tijde van de vaststelling van het plan aanwezige planologisch legale gebruik van de gronden en bouwwerken behorend tot dat agrarisch bedrijf; dan wel b. de stikstofdepositie (mol/ha/jaar) die in overeenstemming is met: 1. een ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan verleende en onherroepelijke vergunning als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid van de Wet natuurbescherming respectievelijk artikel 19d van de Natuurbeschermingswet 1998, zoals opgenomen in de bij deze regels behorende bijlage 6 'onherroepelijke Nbw/Wnb-vergunningen' ; dan wel 2.

een ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan verleende en onherroepelijke omgevingsvergunning die is verleend met toepassing van artikel 6.10a van het Besluit omgevingsrecht respectievelijk hoofdstuk IX, titel 2 van de Natuurbeschermingswet 1998, zoals opgenomen in de bij deze regels behorende bijlage 7 'onherroepelijke omgevingsvergunningen'; dan wel 3. een ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geregistreerde melding als bedoeld in artikel 8 van de Regeling programmatische aanpak stikstof, zoals opgenomen in de bij deze regels behorende bijlage 8 'geregistreerde meldingen'.

57

Bestemmingsplan '3e Herziening Buitengebied Bergeijk 2022'

gemeente Bergeijk

4.5

Afwijken van de gebruiksregels

4.5.1

Nevenfuncties bij paardenhouderijen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 4.1 voor het toestaan van nevenfuncties binnen het bestemmingsvlak bij paardenhouderijen, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a De paardenhouderijfunctie op het bestemmingsvlak als hoofdfunctie blijft aanwezig en herkenbaar. b Het bestemmingsvlak mag ten behoeve van de nevenfunctie niet worden uit-gebreid. c Vervallen. d De volgende nevenfuncties zijn toegestaan per bestemmingsvlak: 1 Recreatieve voorzieningen zoals kleinschalige dagrecreatie, groepsaccommodaties en kampeerboerderijen tot een maximum gezamenlijke oppervlakte van 500 m². 2 Kleinschalige verblijfsrecreatieve voorzieningen, in bestaande bebouwing, waarbij het aantal recreatie-eenheden niet meer mag bedragen dan 6 en de oppervlakte van de afzonderlijke recreatie-eenheden niet meer mag bedragen dan 50 m² per eenheid.waarbij de totale oppervlakte aan logeereenheden niet meer mag bedragen dan 50% van de gezamenlijke vloeroppervlakte van de bedrijfswoning en de bij behorende bijgebouwen. 3 Kleinschalig kamperen, waarbij de totale omvang niet meer mag bedragen dan 25 kampeermiddelen uitsluitend op of aansluitend aan het bestemmingsvlak, alsmede maximaal 75 m² aan algemene voorzieningen binnen het bestemmingsvlak.

e Ondergeschikte horeca, is toegestaan bij de vormen van verbrede landbouw zoals genoemd in sub d onder 1 waarbij de oppervlakte, aanvullend op de genoemde oppervlakten onder 1, niet meer mag bedragen dan 100 m². f Buitenopslag ten behoeve van de nevenfunctie is niet toegestaan. g De nevenfunctie mag geen onevenredige publieks- en/of verkeersaantrekkende werking tot gevolg hebben. h De nevenfunctie mag geen onevenredige beperking opleveren voor de bedrijfsvoering/ bedrijfsontwikkeling van omliggende (agrarische) bedrijven. i Er mag geen sprake zijn van milieuhygiënische belemmeringen. j Indien sprake is van kleinschalig kamperen dient te worden voorzien in een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd erfbeplantingsplan.

4.5.2

Gebruik bedrijfsgebouwen ten behoeve van veehouderij Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 4.4.3 onder b voor het gebruik van gebouwen binnen het bouwvlak ten behoeve van een veehouderij, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a Ter plaatse van de aanduiding ‘overige zone - beperkingen veehouderij’ is uitbreiding van de oppervlakte van gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde ten behoeve van een veehouderij uitsluitend toegestaan indien sprake is van een veehouderij die wordt aangemerkt als grondgebonden veehouderij op grond van de criteria die zijn opgenomen in nadere regels die hieromtrent op basis van de Verordening ruimte door Gedeputeerde Staten (interim) Omgevingsverordening Noord-Brabant of diens rechtsopvolger zijn gesteld, zoals die regels gelden op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke omgevingsvergunningaanvraag. b Er dienen maatregelen te worden getroffen en in stand te worden gehouden die invulling geven aan een zorgvuldige veehouderij. Er is sprake van een zorgvuldige

58

Bestemmingsplan '3e Herziening Buitengebied Bergeijk 2022'

gemeente Bergeijk

veehouderij indien wordt voldaan aan de nadere regels die hieromtrent op basis van de Verordening ruimte door Gedeputeerde Staten (interim) Omgevingsverordening Noord-Brabant of diens rechtsopvolger zijn gesteld, zoals die regels gelden op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke omgevingsvergunningaanvraag. c Het gebruik dient vanuit een goede leefomgeving en gelet op de omvang van de bebouwing, de effecten vanwege milieuaspecten, de effecten vanwege volksgezondheid en de afwikkeling van het verkeer inpasbaar te zijn in de omgeving. d Er is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige objecten, in de bebouwde kom niet hoger is dan 12 % en in het buitengebied niet hoger is dan 20 %, tenzij er -indien blijkt dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages- maatregelen worden getroffen door de veehouderij die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, welke ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert. e Er is aangetoond dat de achtergrondconcentratie, vermeerderd met de bijdrage van het initiatief, een jaargemiddelde fijnstofconcentratie (PM10) op gevoelige objecten veroorzaakt van maximaal 31,2 μg/m3. f Er is een zorgvuldige dialoog gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving bij het initiatief.

4.6

Wijzigingsbevoegdheid

4.6.1

Bouwen bedrijfswoning Burgemeester en wethouders zijn bevoegd deze bestemming te wijzigen voor het bouwen van een bedrijfswoning alwaar geen bedrijfswoningen zijn gebouwd waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a De wijziging is niet toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijfswoning uitgesloten’. b De wijziging alleen kan worden verleend bij een volwaardig paardenhouderijbedrijf. c De bedrijfswoning moet noodzakelijk zijn, wat betekent dat het bedrijf zonder bedrijfswoning ter plaatse op langere termijn redelijkerwijs niet te exploiteren is. d De bedrijfswoning dient binnen het bestemmingsvlak te worden opgericht. e De bedrijfswoning mag geen onevenredige beperking opleveren voor de bedrijfsvoering/ bedrijfsontwikkeling van omliggende (agrarische) bedrijven. f Er mag geen sprake zijn van milieuhygiënische belemmeringen. g Er dient vooraf advies te worden ingewonnen van de SAAB inzake de volwaardigheid van het paardenhouderijbedrijf en de noodzaak van de bedrijfswoning. h De wijziging dient hydrologisch neutraal zijn. Hiervoor wordt advies ingewonnen bij de waterbeheerder. i Vervallen. j Er dient te worden voldaan aan de voorwaarden van de Afstemmingsnotitie Landschapsinvesteringsregeling De Kempen d.d. augustus 2012 (bijlage 3).

Er sprake is van een goede landschappelijke inpassing op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd erfbeplantingsplan en er dient te worden voldaan aan de eisen voor ruimtelijke kwaliteitsverbetering zoals opgenomen in de Afstemmingsnotitie Landschapsinvesteringsregeling De Kempen d.d. augustus 2012 (bijlage 3) of diens rechtsopvolger zoals deze geldt op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke aanvraag. k Indien de wijziging samenvalt met de bestemming ‘Leiding - Gas’, dient vooraf schriftelijk advies te worden ingewonnen bij de leidingbeheerder. 59

Bestemmingsplan '3e Herziening Buitengebied Bergeijk 2022'

gemeente Bergeijk

4.6.2

Wijzigen ten behoeve van omschakeling naar een agrarisch bedrijf Burgemeester en wethouders zijn bevoegd deze bestemming te wijzigen ten behoeve van de vestiging van een agrarisch bedrijf, niet zijnde veehouderij of glastuinbouwbedrijf, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a Het bestemmingsvlak mag niet worden vergroot. b Er dient vooraf advies te worden ingewonnen van de SAAB inzake de volwaardigheid van het bedrijf. c Het agrarisch bedrijf dient aanvaardbaar te zijn uit een oogpunt van een milieuhygiënisch verantwoord woon- en leefklimaat. d Er dient te worden voldaan aan de voorwaarden van de Afstemmingsnotitie Landschapsinvesteringsregeling De Kempen d.d. augustus 2012 (bijlage 3). Er sprake is van een goede landschappelijke inpassing op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd erfbeplantingsplan en er dient te worden voldaan aan de eisen voor ruimtelijke kwaliteitsverbetering zoals opgenomen in de Afstemmingsnotitie Landschapsinvesteringsregeling De Kempen d.d. augustus 2012 (bijlage 3) of diens rechtsopvolger zoals deze geldt op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke aanvraag. e Indien de wijziging samenvalt met de bestemming ‘Leiding - Gas’, dient vooraf schriftelijk advies te worden ingewonnen bij de leidingbeheerder.

4.6.3

Wijziging ten behoeve van niet-agrarische functies Burgemeester en wethouders zijn bevoegd deze bestemming te wijzigen ten behoeve van de vestiging van niet-agrarische functies, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a Vervallen. b Vervallen. c Het bestemmingsvlak wordt verkleind waarbij de oppervlakte van het bestemmingsvlak niet meer mag bedragen dan 5.000 m² waarbinnen de voormalige bedrijfswoning met bijhorende verhardingen en bebouwing ten behoeve de niet-agrarische functie is gesitueerd. d In afwijking van het bepaalde onder c mag de omvang van het bestemmingsvlak ten behoeve van een agrarisch technisch hulpbedrijf, agrarisch verwant bedrijf, horeca, dagrecreatieve en/of maatschappelijke voorziening niet meer bedragen dan 1,5 ha, uitgezonderd ter plaatse van de aanduiding ‘groenblauwe mantel’/ ‘overige zone groenblauwe mantel’ waar de oppervlakte van het nieuwe bestemmingsvlak niet meer mag bedragen dan 5.000 m² . e De oppervlakte aan bebouwing ten behoeve van de niet-agrarische functie per vrijgekomen locatie dient door sloop van overtollige bebouwing teruggebracht te worden tot de onder f genoemde oppervlakte, waarbij cultuurhistorisch waardevolle bebouwing en monumenten ter plaatse van de aanduiding ‘karakteristiek’ gehandhaafd dienen te blijven.

Nieuwbouw ten behoeve van de niet-agrarische functie is toegestaan, met dien verstande dat het in totaal op het perceel aanwezige bebouwd oppervlak als gevolg van de nieuwbouw niet mag toenemen. f De volgende niet-agrarische functies en bijbehorende maximale oppervlakte zijn toegestaan:

60

Bestemmingsplan '3e Herziening Buitengebied Bergeijk 2022'

gemeente Bergeijk

1 statische (binnen)opslag, waarbij de oppervlakte van de bebouwing ten behoeve van opslag niet meer mag bedragen dan 1.000 m²; 2 recreatie, waarbij de oppervlakte van de bebouwing ten behoeve van recreatie niet meer mag bedragen dan 500 m², waarbij een oppervlakte van 100 m² gebruikt mag worden ten behoeve ondergeschikte horeca; 3 een bedrijf in categorie 1 of 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten (zie bijlage 1) of een naar aard en invloed hiermee gelijk te stellen bedrijf, waarbij de oppervlakte van de bebouwing ten behoeve van het bedrijf niet meer mag bedragen dan 400 m²; 4 zorgboerderijen, kinderboerderijen, educatieve en sociale voorzieningen, waarbij de oppervlakte van de bebouwing ten behoeve van deze voorzieningen niet meer mag bedragen dan 250 400 m², waarbij een oppervlakte van 100 m² gebruikt mag worden ten behoeve ondergeschikte horeca; g Buitenopslag en opslag in kassen zijn niet toegestaan. h Detailhandel en/of een zelfstandige kantoorvoorziening met baliefunctie is niet toegestaan, uitgezonderd productiegebonden detailhandel tot maximaal 100 m² ten behoeve van de activiteiten zoals genoemd in f onder 4. i De niet-agrarische functie mag geen onevenredige beperking opleveren voor de bedrijfsvoering/ bedrijfsontwikkeling van omliggende (agrarische) bedrijven.

j De niet-agrarische functie mag geen onevenredige publieksen/of verkeersaantrekkende werking tot gevolg hebben. k De verwezenlijking, het behoud en het beheer van (het zoekgebied voor) een ecologische verbindingszone ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied ecologische verbindingszone’/ ‘overige zone - zoekgebied ecologische verbindingszone’ en/of in een zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen’/ ‘overige zone zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen’ mag niet worden belemmerd of worden aangetast. l Er dient te worden voldaan aan de voorwaarden van de Afstemmingsnotitie Landschapsinvesteringsregeling De Kempen d.d. augustus 2012 (bijlage 3). m In afwijking van het bepaalde in lid l dient, indien de wijziging plaatsvindt op een locatie welke gelegen is ter plaatse van de aanduiding ‘groenblauwe mantel’/ ‘overige zone - groenblauwe mantel’, een positieve bijdrage geleverd te worden aan de bescherming en ontwikkeling van de onderkende ecologische, hydrologische en landschappelijke waarden en kenmerken door ten minste 10% van de oppervlakte van het bestemmingsvlak ten behoeve van de niet-agrarische functie aan te wenden voor landschappelijke inpassing rondom de locatie danwel elders in het plangebied. n Vervallen.

o De wijziging dient aanvaardbaar te zijn uit een oogpunt van een milieuhygiënisch verantwoord woon- en leefklimaat. p Indien de wijziging samenvalt met de bestemming ‘Leiding - Gas’, dient vooraf schriftelijk advies te worden ingewonnen bij de leidingbeheerder. a. Wijziging is uitsluitend toegestaan ter plaatse van het bouwvlak. b. Het bouwvlak wordt verwijderd en de oppervlakte van het bestemmingsvlak voor de niet-agrarische functie bevat de voormalige agrarische bedrijfswoning met bijbehorende bijgebouwen, bedrijfsgebouwen voor de niet-agrarische functie, tuinen, erven en verhardingen. c. De volgende niet-agrarische functies zijn toegestaan: 1 recreatieve functies;

61

Bestemmingsplan '3e Herziening Buitengebied Bergeijk 2022'

gemeente Bergeijk

2 sociaal-educatieve functies; 3 bedrijfsmatige activiteiten die vallen in categorie 1 of 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten zoals opgenomen in bijlage 1 bij deze regels, of een naar aard en invloed hiermee gelijk te stellen bedrijf; 4 statische opslag, waarbij geldt dat buitenopslag en opslag in kassen niet is toegestaan. d. Een combinatie van niet-agrarische functies zoals genoemd onder c is niet toegestaan, waarbij geldt dat in geval van statische opslag de combinatie met maximaal 1 andere niet-agrarische functie wel is toegestaan. e. Ter plaatse van de aanduiding ‘groenblauwe mantel’/ ‘overige zone - groenblauwe mantel’ is de wijziging naar een agrarisch-technisch hulpbedrijf of een agrarisch-verwant bedrijf niet toegestaan. f. Detailhandel is enkel toegestaan als productiegebonden detailhandel tot een gebruiksoppervlakte van maximaal 100 m2 ten behoeve van de activiteiten zoals genoemd onder c, onder 2 en 3. g. Ondergeschikte horeca tot een gebruiksoppervlakte van maximaal 100 m2 is enkel toegestaan ten behoeve van de activiteiten zoals genoemd onder c, onder 1, 2 en 3. h. De maximale oppervlakte aan bijgebouwen bij de bedrijfswoning bedraagt 150 m2, tenzij een grotere oppervlakte aan bijgebouwen bij de bedrijfswoning is vergund. i.

Overtollige bedrijfsbebouwing moeten worden gesloopt, waarbij geldt dat: 1 de sloop van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing en monumenten ter plaatse van de aanduiding ‘karakteristiek’ niet is toegestaan; 2 de oppervlakte aan bijgebouwen niet meer mag bedragen dan 150 m2; 3 de oppervlakte aan bedrijfsbebouwing ten behoeve van de niet-agrarische functie moet worden teruggebracht naar 400 m2 waarbij geldt dat: I. indien voorafgaand aan de wijziging minder dan 400 m2 aan bedrijfsbebouwing aanwezig is, deze oppervlakte niet mag worden vermeerderd; II. indien voorafgaand aan de wijziging meer dan 400 m2 aan bedrijfsgebouwen aanwezig is mag bovenop het bepaalde onder i2 20% van de oppervlakte van de overtollige bedrijfsbebouwing worden toegevoegd aan de maximale oppervlakte aan bedrijfsbebouwing voor de niet-agrarische functie tot een maximale oppervlakte van 1.400 m2; III. voor de functies onder c1, c2 en c3 geldt een maximale oppervlakte van 400 m2, hierbij is het gestelde onder I onverminderd van toepassing; IV. voor de functie onder c4 geldt een maximale oppervlakte van 1.400 m2, hierbij is het gestelde onder I en II onverminderd van toepassing; V. voor een combinatie van niet-agrarische functies zoals genoemd onder d. geldt een maximale oppervlakte van 1.400 m2, waarvan maximaal 400 m2 voor een functie genoemd onder c1, c2 of c3.

Het gestelde onder I en II is onverminderd van toepassing; VI. de maximaal toegestane oppervlakte aan bedrijfsbebouwing mag ofwel behouden blijven ofwel nieuw gebouwd worden. j. De niet-agrarische functie mag niet: 1. een onevenredige beperking opleveren voor de bedrijfsvoering/ bedrijfsontwikkeling van omliggende (agrarische) bedrijven; 2. een onevenredige publieks- en/of verkeersaantrekkende werking tot gevolg hebben, waaronder bijvoorbeeld wordt verstaan kantoor met baliefunctie; 3. onaanvaardbaar zijn uit een oogpunt van een milieuhygiënisch verantwoord woonen leefklimaat, waaronder bijvoorbeeld wordt verstaan lawaaisport en mestbewerking.

62

Bestemmingsplan '3e Herziening Buitengebied Bergeijk 2022'

gemeente Bergeijk

k. De verwezenlijking, het behoud en het beheer van (het zoekgebied voor) een ecologische verbindingszone ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied ecologische verbindingszone’/‘overige zone - zoekgebied ecologische verbindingszone’ en/of in een zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen’/‘overige zone - zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen’ mag niet worden belemmerd of worden aangetast. l. Er sprake is van een goede landschappelijke inpassing op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd erfbeplantingsplan en er dient te worden voldaan aan de eisen voor ruimtelijke kwaliteitsverbetering zoals opgenomen in de Afstemmingsnotitie Landschapsinvesteringsregeling De Kempen d.d. augustus 2012 (bijlage 3) of diens rechtsopvolger zoals deze geldt op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke aanvraag. m. De vestiging past binnen de ontwikkelrichting van het gebied. n. Er vindt geen splitsing plaats van het bouwperceel.

4.6.4

Wijzigen naar Wonen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd deze bestemming te wijzigen in de bestemming 'Wonen' voor zover het de voormalige bedrijfswoning betreft, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a Wijziging is uitsluitend toegestaan ter plaatse van het bestemmingsvlak. b Vervallen. c Het paardenhouderijbedrijf ter plaatse is beëindigd. d Het bestemmingsvlak wordt verkleind tot de voormalige bedrijfswoning met bijhorende bijgebouwen, tuinen, erven en verhardingen en de wijziging gelijktijdig plaatsvindt met wijziging van de overige gronden naar de aangrenzende bestemming ‘Agrarisch’, ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden 1’, ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden 2’, ‘Agrarisch met waarden- Natuur- en Landschapswaarden-1’ en/of ‘Agrarisch met waarden- Natuur- en Landschapswaarden-2’, waarbij deze worden bestemd overeenkomstig de genoemde aangrenzende bestemmingen.

e De voormalige bedrijfsbebouwing dient te worden gesloopt waarbij geldt dat: 1 per 500 m² sloop van bedrijfsgebouwen de inhoud van de bestaande woning mag worden vergroot met 50 m³ tot maximaal 900 m³ of 20% van de oppervlakte van de te slopen voormalige bedrijfsgebouwen mag worden toegevoegd aan de bestaande oppervlakte aan bijgebouwen tot maximaal 200 m²; 2 cultuurhistorisch waardevolle bebouwing en monumenten ter plaatse van de aanduiding ‘karakteristiek’ gehandhaafd dienen te blijven. Overtollige bedrijfsgebouwen, bijgebouwen en overkappingen moeten worden gesloopt waarbij geldt dat: 1 de sloop van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing en monumenten ter plaatse van de aanduiding ‘karakteristiek’ niet is toegestaan; 2 de oppervlakte aan bijgebouwen en overkappingen niet meer mag bedragen dan 150 m2, indien meer dan 150 m2 overtollige bedrijfsgebouwen, bijgebouwen en overkappingen aanwezig is, kan de sloop van deze bebouwing worden ingezet voor het vergroten van de toegestane oppervlakte bijgebouwen, waarbij de volgende regels gelden: I. als op het perceel in de bestaande situatie minder dan 200 m2 aan bestaande, legaal opgerichte, bedrijfsgebouwen, bijgebouwen en overkappingen aanwezig

63

Bestemmingsplan '3e Herziening Buitengebied Bergeijk 2022'

gemeente Bergeijk

is, geldt de bestaande oppervlakte van deze gebouwen en overkappingen als maximale oppervlakte die kan worden toegestaan; II. als op het perceel 200 m2 of meer aan bestaande, legaal opgerichte bedrijfsgebouwen, bijgebouwen en overkappingen aanwezig is, mag 20% van de te slopen oppervlakte worden toegevoegd aan de toegestane maximale oppervlakte van 400 m2; III. de maximaal toegestane oppervlakte aan bijgebouwen en overkappingen mag ofwel behouden blijven ofwel nieuw gebouwd worden. f De woning mag geen onevenredige beperking opleveren voor de bedrijfs-voering/bedrijfsontwikkeling van omliggende (agrarische) bedrijven. g De woning dient aanvaardbaar te zijn uit een oogpunt van een milieuhygiënisch verantwoord woon- en leefklimaat. h Vervallen. i Er dient te worden voldaan aan de voorwaarden van de Afstemmingsnotitie Landschapsinvesteringsregeling De Kempen d.d. augustus 2012 (bijlage 3). Er sprake is van een goede landschappelijke inpassing op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd erfbeplantingsplan en er dient te worden voldaan aan de eisen voor ruimtelijke kwaliteitsverbetering zoals opgenomen in de Afstemmingsnotitie Landschapsinvesteringsregeling De Kempen d.d. augustus 2012 (bijlage 3) of diens rechtsopvolger zoals deze geldt op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke aanvraag.

j Indien de wijziging samenvalt met de bestemming ‘Leiding - Gas’, dient vooraf schriftelijk advies te worden ingewonnen bij de leidingbeheerder. k Indien de wijziging samenvalt met de bestemming ‘Leiding - Gas’, dient een verantwoording ten aanzien van externe veiligheid plaats te vinden voor wat betreft het groepsrisico. l In aanvulling op het bepaalde in lid d geldt dat zonnepanelen op de grond mogen worden gesitueerd, waarbij geldt dat: 1 de zonnepanelen zijn gesitueerd op de gronden behorend bij de woning; 2 de zonnepanelen moeten bij voorkeur worden gesitueerd binnen het bestemmingsvlak 'Wonen', tenzij aangetoond wordt dat dit uit bouwkundig, landschappelijk, stedebouwkundig en/of uit oogpunt van een milieuhygiënisch verantwoord woon- en leefklimaat redelijkerwijs niet tot de mogelijkheden behoort. Dan mogen de zonnepanelen ook aansluitend aan het bestemmingsvlak worden gerealiseerd binnen de omvang van het voormalige bestemmingsvlak voor de paardenhouderij en tot de maximale oppervlakte voormalige bebouwing en verharding; 3 de zonnepanelen landschappelijk worden ingepast; 4 de zonnepanelen het woon- en leefklimaat van de omgeving niet onevenredig mogen aantasten; 5 de bouwhoogte maximaal 2,5 m bedraagt; 6 de toestemming geldt voor een bepaalde termijn, die ten hoogste 25 jaar bedraagt.

64

Bestemmingsplan '3e Herziening Buitengebied Bergeijk 2022'

Artikel 5 5.1

gemeente Bergeijk

Agrarisch met waarden – Landschapswaarden - 1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden – 1’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a agrarisch gebruik, in de vorm van agrarische bodemexploitatie met bijbehorende voorzieningen; b (vollegronds) grondgebonden teeltbedrijven, met dien verstande dat uitsluitend ter plaatse van de aanduiding: 1 'specifieke vorm van agrarisch - veehouderij' een veehouderij is toegestaan, met dien verstande dat uitsluitend de diersoorten zoals opgenomen in de tabel 'Diersoorten veehouderijen' in bijlage 5 bedrijfsmatig mogen worden gehouden; 2 ‘specifieke vorm van agrarisch – overig agrarisch bedrijf’ overige agrarische bedrijven zijn toegestaan; 3 'paardenhouderij' productiegerichte paardenhouderijen zijn toegestaan; waarbij niet meer dan één agrarisch bedrijf aanwezig mag zijn per bouwvlak; c in uitzondering op het bepaalde in sub b is ter plaatse van de aanduiding 'veehouderij uitgesloten' geen veehouderij toegestaan maar zijn uitsluitens verbrede landbouwactiviteiten in de vorm van kleinschalige dagrecreatie en ondergeschikte horeca (inclusief terras) toegestaan; d bestaande bedrijfswoningen; e aan-huis-verbonden beroepen of bedrijven; f tevens dagrecreatieve voorzieningen ter plaatse van de aanduiding ‘dagrecreatie’; g tevens een kampeerboerderij ter plaatse van de aanduiding ‘kampeerboerderij’; h tevens een

kleinschalig kampeerterrein ter plaatse van de aanduiding ‘kampeerterrein’/ ‘overige zone - kleinschalig kampeerterrein’; i tevens een detailhandel in groenten en fruit en aanverwante artikelen ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch met waarden - detailhandel in groenten en fruit en aanverwante artikelen’; j tevens productiegebonden detailhandel ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch met waarden - productiegebonden detailhandel’; k tevens een veldschuur ter plaatse van de aanduidingen ‘specifieke vorm van agrarisch met waarden – veldschuur’, ‘specifieke vorm van agrarisch met waarden – veldschuur -1'; l groenvoorzieningen in de vorm van erfbeplanting en landschappelijke inpassing specifiek ter plaatse van de aanduiding ‘groen’; m (onverharde) paden, wegen en parkeervoorzieningen; n water, waterhuishoudkundige en nutsvoorzieningen; o extensief recreatief medegebruik.

met daarbij behorende: p (onverharde) paden, wegen en parkeervoorzieningen, waar geldt dat ter plaatse van de aanduiding ‘parkeerterrein’ uitsluitend geparkeerd mag worden waarbij de gronden met de aanduiding ‘parkeerterrein’ niet mogen worden bebouwd; q groenvoorzieningen in de vorm van erfbeplanting; r groenvoorzieningen in de vorm van erfbeplanting en landschappelijke inpassing specifiek ter plaatse van de aanduiding ‘groen’; s water, waterhuishoudkundige en nutsvoorzieningen;

65

Bestemmingsplan '3e Herziening Buitengebied Bergeijk 2022'

gemeente Bergeijk

alsmede voor: t een (zoekgebied voor een) ecologische verbindingszone ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied ecologische verbindingszone’/ ‘overige zone - zoekgebied ecologische verbindingszone’; u een zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen’/ ‘overige zone zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen’; v behoud, herstel en bescherming van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing en monumenten ter plaatse van de aanduiding ‘karakteristiek’; w behoud, herstel en ontwikkeling van de landschapswaarden in het algemeen en in het bijzonder voor: 1 het watersysteem en de ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden ter plaatse van de aanduiding ‘groenblauwe mantel’/ ‘overige zone - groenblauwe mantel’; 2 cultuurhistorisch waardevolle akkers, ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch met waarden – cultuurhistorisch waardevolle akker’; 3 cultuurhistorische waardevolle gebieden ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch met waarden – cultuurhistorisch waardevol gebied’.

5.2

Bouwregels

5.2.1

Algemeen a Per bouwvlak is bebouwing ten behoeve van niet meer dan één agrarisch bedrijf toegestaan, indien tussen bouwvlakken de aanduiding ‘relatie’ is aangegeven worden deze bouwvlakken aangemerkt als één bouwvlak. b Gebouwen zijn uitsluitend binnen een bouwvlak toegestaan tenzij anders is bepaald. c Het bouwvlak mag volledig worden bebouwd, met dien verstande dat: 1 de afstand tot de as van de weg waaraan wordt gebouwd niet minder mag bedragen dan 18 m; 2 de afstand van gebouwen tot de zijdelingse en achterste perceelsgrenzen niet minder mag bedragen dan 5 m. 3 ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - veehouderij' tevens lid 5.2.2 van toepassing is. d Vervallen.

5.2.2

Bedrijfsgebouwen ten behoeve van veehouderijen Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen ten behoeve van veehouderijen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - veehouderij' gelden de volgende voorwaarden: a De goothoogte mag niet meer bedragen dan 5,5 m. b De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 12 m. c De oppervlakte van gebouwen, met uitzondering van de bedrijfswoning en bijbehorende bouwwerken bij de bedrijfswoning en gebouwen die niet worden gebruikt voor de uitoefening van de gevestigde veehouderij, De oppervlakte dierenverblijven bij veehouderijen buiten de aanduiding 'overige zone - beperkingen veehouderij' en voor grondgebonden veehouderijen ter plaatse van de aanduiding 'overige zone beperkingen veehouderij' mag ten hoogste de omvang hebben: - die op het tijdstip van vaststelling van het onderhavige bestemmingsplan legaal aanwezig is of in uitvoering is; 66

Bestemmingsplan '3e Herziening Buitengebied Bergeijk 2022'

gemeente Bergeijk

- die gebouwd mag worden krachtens een voor het tijdstip van vaststelling van dit bestemmingsplan verleende omgevingsvergunning. d In afwijking van het bepaalde onder c geldt voor een veehouderij waarvan het bouwvlak geheel of gedeeltelijk binnen is ter plaatse van de aanduiding 'overige zone beperkingen veehouderij' ligt en die niet voldoet aan de criteria voor grondgebondenheid zoals die criteria luiden op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke omgevingsvergunningaanvraag, dat een toename van de bestaande oppervlakte voor van bouwwerken, niet is toegestaan, met uitzondering van een toename van de bestaande oppervlakte van de bedrijfswoning(en) en bijgebouwen bij de bedrijfswoning(en) bedrijfsgebouwen die niet worden gebruikt voor de veehouderij, maar voor een ter plaatse toegelaten nevenfunctie, ook niet toegestaan. 5.2.3

Bedrijfsgebouwen ten behoeve van agrarisch bedrijven, niet zijnde veehouderijen Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen ten behoeve van agrarische bedrijven, niet zijnde veehouderijen, gelden de volgende voorwaarden: a De goothoogte mag niet meer bedragen dan 5,5 m. b De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 12 m. c Vervallen. d Teeltondersteunende kassen mogen worden gebouwd onder de volgende voorwaarden: 1 Teeltondersteunende kassen zijn niet toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘groenblauwe mantel’/ ‘overige zone - groenblauwe mantel’. 2 De oppervlakte mag niet meer bedragen dan 1.000 m². 3 De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 5 m. e Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen ten behoeve van een nevenfunctie bij een veehouderij zijn de regels van lid 5.2.2 van toepassing. f Ter plaatse van de aanduiding ‘intensieve veehouderij uitgesloten’ zijn uitsluitend gebouwen ten behoeve van verbrede landbouwactiviteiten in de vorm van kleinschalige dagrecreatie en ondergeschikte horeca (inclusief terras) toegestaan, waarbij: 1. de goothoogte niet meer mag bedragen dan 4 m. 2. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 7 m.

5.2.4

Bedrijfswoningen en bijgebouwen bij bedrijfswoningen Voor het bouwen van bedrijfswoningen en bijgebouwen bij bedrijfswoningen gelden de volgende voorwaarden: a Het bouwen van nieuwe bedrijfswoningen is niet toegestaan, tenzij het vervangende nieuwbouw betreft. b De inhoud van de bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 750 m3. c Vervallen. d De gezamenlijke oppervlakte aan aan- en uitbouwen en bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 100 150 m² per bedrijfswoning. e De goothoogte van de bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 5,5 m. f De bouwhoogte van de bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 10 m. g De goothoogte van bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 3,2 m. h De bouwhoogte van bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 5,5 m. i De dakhelling van bijgebouwen met een nokhoogte tussen 3,2 m en 5,5 m mag niet minder bedragen dan 15º en niet meer dan 45º, tenzij het een aanbouw aan een woning betreft van maximaal 40 m2.

67

Bestemmingsplan '3e Herziening Buitengebied Bergeijk 2022'

gemeente Bergeijk

j

Vrijstaande bijgebouwen dienen op een afstand van ten minste 2,5 1 m achter de voorgevelrooilijn van de bedrijfswoning te worden gebouwd. k De afstand van vrijstaande bijgebouwen tot de bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 20 m. l De dakhelling van bijgebouwen met een nokhoogte tussen 3 m en 5,5 m mag niet minder bedragen dan 15º en niet meer dan 45º. 5.2.5

Paardenbakken Voor het bouwen van paardenbakken gelden de volgende voorwaarden: a Paardenbakken zijn uitsluitend toegestaan binnen een bouwvlak. b De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bij paardenbakken mag niet meer bedragen dan 2 m. c De oppervlakte per paardenbak mag niet meer bedragen dan 800 m². d Het bouwen van lichtmasten is niet toegestaan.

5.2.6

Veldschuur Voor het bouwen van een veldschuren gelden de volgende voorwaarden: a ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch met waarden – veldschuur’ gelden de volgende voorwaarden: 1 de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 4,25 m; 2 de oppervlakte mag niet meer bedragen dan 150 m². b Voor het bouwen van een veldschuur ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch met waarden – veldschuur 1' gelden de volgende voorwaarden: 1 de goothoogte mag niet meer bedragen dan 2,8 m; 2 de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3,6 m; 3 de oppervlakte niet meer mag bedragen dan de omvang van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch met waarden – veldschuur 1'.

5.2.7

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde binnen het bouwvlak Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde binnen het bouwvlak gelden de volgende voorwaarden: a De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2,5 m, met dien verstande dat de hoogte vóór de voorgevelrooilijn niet meer mag bedragen dan 1 m. b De bouwhoogte van torensilo’s mag niet meer bedragen dan 15 m. c De bouwhoogte van mestsilo’s mag niet meer bedragen dan 8 m. d De bouwhoogte van sleufsilo’s mag niet meer bedragen dan 2,5 m. e De bouwhoogte van permanente teeltondersteunende voorzieningen mag niet meer bedragen dan 3 m. f De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet zijnde paardenbakken, mag niet meer bedragen dan 3 m. g Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - beperkingen veehouderij' geldt voor de oppervlakte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - veehouderij' dat de oppervlakte ten hoogste de omvang mag hebben: - die op het tijdstip van vaststelling van het onderhavige bestemmingsplan legaal aanwezig is of in uitvoering is; - die gebouwd mag worden krachtens een voor het tijdstip van vaststelling van dit bestemmingsplan verleende omgevingsvergunning.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=GemeenteBergeijk&id=86eaa7c9-2b7f-4238-b067-4ad723babd10