bijlage 5 - Dorpontwikkelingsplan Bergeijk, kernen in ontwikkeling – 7 november 2006.pdf
Tekst van het document
rollator en rolstoel.
voor wegnemen van belangrijkste knelpunten en het oprichten van een Gehandicapten Platform.
-32-
‘t Loo Aanbevelingen •
Bouwen starterswoningen in het plan Terlo.
•
Realiseren van levensloopbestendige woningen en clusterwoningen voor circa zes mensen met 24uurszorg grenzend aan gemeenschapshuis Terlo.
•
Inrichten van een steunpunt in het gemeenschapshuis met bijv. klussendienst, maaltijdvoorziening, dagopvang etc.
•
Stimuleren van kangaroewoningen, zodat ouders / kinderen bij elkaar in kunnen wonen.
•
Nemen van maatregelen om aantal verkeersknelpunten op te lossen.
•
Zorgfuncties
zoals
informatiepunt,
wijkzusterfunctie,
huisartsenpraktijk,
informatiebalie
woningaanpassing.
Luyksgestel Conclusies •
Aanbevelingen
Slechte bereikbaarheid van belangrijke voor- •
Inventariseren van knelpunten.
zieningen •
Hoogteverschillen en slecht onderhoud van de • bestrating.
•
•
Belang van voorzieningen zoals in zorgcentrum •
Creëren van draagvlak voor het steunpunt,
Lucia, klussendienst en hulpdienst blijft on-
klussen- en hulpdienst door het bestuur van het
voldoende zichtbaar.
steunpunt en KBO Luyksgestel.
Er moet meer worden gebouwd voor starters en •
Letten op betaalbaarheid.
senioren.
-33-
Riethoven Conclusies •
Aanbevelingen
Circa 38% van de ondervraagden wil kleiner •
Prioriteit voor bouwen van nultredenwoningen
gaan wonen.
(Woonkeur) nabij het steunpunt. Daarbij is een mix van goedkopere en duurdere huurwoningen gewenst en eventueel ook koopwoningen.
•
•
Ontbreken van goed openbaar vervoer.
Tot voor kort was er geen OV-dienst. Inmiddels is deze er wel. Een goede aanvulling zou een vervoersdienst voor kwetsbare groepen zijn.
•
•
Onveilige
verkeerssituaties
trottoirs,
belangrijke
(o.a.
ontbreken •
voorzieningen
aan
Prioriteit geven aan het realiseren van trottoirs. Evt. in combinatie met het inrichten van de 30 /
doorgaande weg)
60km zones.
Steunpunt is van groot belang. In verleden heeft •
Gefaseerd bouwen van voldoende zorgwoningen
slechte verhuurbaarheid geleid tot scepsis over
nabij het steunpunt.
de
bouw
van
zorgwoningen.
Gezien
de
prognoses
voor
de
zouden
er
toekomst
inmiddels wel zorgwoningen kunnen worden gebouwd. •
Dorp is actief bezig voor kwetsbare ouderen.
•
Aanwezigheid van een zorgbemiddelaar en bijv. opzetten van een eettafelproject.
•
Huidige exploitant wil wellicht stoppen met •
Er moet worden gezocht naar alternatieve
supermarkt.
oplossing door de winkel bijvoorbeeld te laten runnen door mensen met een verstandelijke beperking.
-34-
Weebosch Conclusies
Aanbevelingen
•
•
Onveilige verkeerssituaties
Er
zou
van
het
autoverkeer
langzaam-verkeersverbinding
geschieden (scootmobiel,
fiets, wandelaar) moeten komen vanuit het dorp naar het gemeenschapshuis met eventueel bankjes om uit te rusten. •
Seniorenwoningen voldoen niet meer aan de •
Vanuit de ouderen wordt gepleit voor een
eisen
de
huiskamer biljart bij de kerk in combinatie met
ondervraagden wil kleiner gaan wonen. De vraag
van
deze
tijd.
Een
deel
van
goede seniorenwoningen. Is dit niet haalbaar
is of zijn in een kleine kern zoals Weebosch
dan zou een locatie bij het gemeenschapshuis
willen blijven of liever verhuizen naar Bergeijk
kunnen, mits er een veilig voetpad komt.
waar veel voorzieningen zijn. •
Ligging van het gemeenschapshuis is ongunstig •
Een dienstencentrum zou bij voorkeur moeten
voor ouderen. Niet veilig bereikbaar en het heeft
worden gerealiseerd bij het gemeenschapshuis.
een decentrale ligging.
Eventueel kan het ook bij het café en de kerk, maar daar is geen ruimte voor activiteiten.
•
Voor de leefbaarheid is het nodig dat ook •
De ouderenwoningen (die niet voldoen aan het
jongeren in de kern kunnen blijven wonen.
Woonkeur)
zouden
geheel
aan
jongeren
verhuurd kunnen worden. Mits hier tegenover staat dat er voldoende capaciteit voor senioren wordt terug gebouwd.
Westerhoven Conclusies •
Tekort aan parkeerplaatsen, met name bij het steunpunt Hoefzicht.
•
Te weinig aanbod starters- en seniorenwoningen.
•
Het aanbod aan diensten is op het moment voldoende en is ook goed bereikbaar. Een aantal belangrijke diensten dreigt echter weg te trekken.
•
De fietspaden zouden beter bestraat kunnen worden. Er zijn te weinig trottoirs.
•
Het steunpunt is een belangrijk sociale ontmoetingsplaats. Men komt er graag, maar de locatie is slecht bereikbaar, ook voor hulpverleners en ambulances. Daarnaast zou men graag willen dat er in het steunpunt ook zorg geboden gaat worden.
4.5.
Kernenbeleid Bergeijk (1999)
In de startnotie van het kernenbeleid heeft de gemeenteraad een aantal uitgangspunten vastgesteld: • basisvoorzieningen dienen zoveel mogelijk te worden instandgehouden; • basisvoorzieningen die in elk geval moeten worden instandgehouden, moeten zoveel mogelijk per kern benoemd worden; • gemeentelijke voorzieningen en dienstverlening moeten voor alle burgers toegankelijk zijn;
-35-
•
•
kernenbeleid staat mede in het teken van verkleining van de afstand bestuur - burger en vergroting van de betrokkenheid van de inwoners van de kernen bij hun gemeenschap; de bewoners van de kern moeten in sterke mate mee kunnen bepalen wat van belang is voor behoud van identiteit en leefbaarheid.
Voor de basisvoorzieningen per kern verwijzen wij de nota Kernenbeleid zelf. Inmiddels is overigens een nieuw convenant in de maak tussen de gemeente en de dorps- en kernraden. Hierin wordt de status van deze raden vastgelegd.
4.6.
Integrale accommodatievisie (2004)
Op basis van een analyse van de bestaande accommodaties in de gemeente is in 2004 de integrale accommodatievisie opgesteld. In de nota wordt een visie gegeven over de volgende accommodaties: • binnensportaccommodaties; • buitensportaccommodaties; • sociaal-culturele accommodaties.
Binnensportaccommodaties Voor de binnensportvoorzieningen geldt dat deze, inclusief gymzalen bij gemeenschapshuizen, behouden dienen te blijven. Ze vervullen niet alleen een functie voor het bewegingsonderwijs en lokale verenigingen, maar ook voor de leefbaarheid in de kernen. De exploitatie van de sporthallen dient versterkt te worden door uitbreiding van de activiteiten. Voor het onderhoud van de accommodaties dient een meerjarenonderhoudsplanning (MOP) te worden opgesteld. Tot slot moet er structureel aandacht gegeven worden aan de sociale veiligheid rondom de binnensportvoorzieningen.
Buitensportaccommodaties Buitensporten hebben een belangrijke sociale functie, met name voor de jeugd. In het kader van de leefbaarheid is het dan ook wenselijk dat de buitensportaccommodaties zoveel mogelijk in stand worden gehouden. In de nota wordt gesteld dat daar waar door omstandigheden het gewenst dan wel noodzakelijk is, buitensportcomplexen en/of – verenigingen kunnen worden geclusterd. De gemeenteraad heeft zich hier echter tegen uitgesproken. Voorlopig zullen er geen accommodaties worden samengevoegd. Voor het onderhoud van buitensportaccommodaties geldt eveneens dat dit gebeurd op basis van een actuele meerjarenonderhoudsplanning. Ook de sociale veiligheid rondom deze complex verdient structurele aandacht.
Sociaal-culturele accommodaties In alle zes kernen van Bergeijk is een gemeenschapshuis of sociaal-cultureel centrum aanwezig. Deze voorzieningen vervullen een belangrijke sociale en maatschappelijke functie en leveren een bijdrage aan de sociale cohesie in de kernen. Deze centra dienen dan ook behouden te blijven. Om de exploitatie te versterken moet worden gezocht naar
-36-
uitbreiding van activiteiten, met name in de weekenden. Voor de sociaal-culturele centra geldt eveneens dat het onderhoud wordt uitgevoerd op basis van een MOP. Tevens verdient ook rondom deze centra de sociale veiligheid structureel aandacht.
4.7.
Leefbaarheid- en behoefteonderzoek (2003)
In 2003 heeft de gemeente Bergeijk onder haar inwoners een leefbaarheids- en beheofteonderzoek uitgevoerd. In het kort laten we hier de belangrijkste uitkomsten op het gebied van leefbaarheid zien.
Inrichting van de eigen buurt • • • • • •
eenderde van de inwoners is ontevreden over de verkeersveiligheid in de straat; voor een aantal inwoners is de veiligheid van de route naar de basisschool een punt van zorg; veel mensen vinden dat hun buurt netjes is, desondanks is een kwart van de mensen ontevreden over het onderhoud van de openbare ruimte; ruim eenderde van de ouders met kinderen tot 12 jaar vindt dat er te weinig speelmogelijkheden zijn; een kwart van de inwoners is ontevreden over de parkeermogelijkheden in de straat en over het openbaar vervoer. over de overige zaken is men overwegend tevreden; bijna iedereen vindt het prettig en veilig wonen in Bergeijk.
Vraag naar woningen • •
• •
circa 13% van de huishoudens (omgerekend ongeveer 800) wil binnen nu en vijf jaar verhuizen, dit zijn met name jonge gezinnen; tweederde van de verhuisgeneigden is op zoek naar een koopwoning; de meeste van hen wil graag een bouwkavel om zelf te kunnen bouwen, maar de grondprijzen zijn te hoog; iets minder dan een kwart van de verhuisgeneigden is op zoek naar een seniorenwoning; 11% wil graag een goedkope huurwoning.
Voorzieningen • • •
• •
in Weebosch, Riethoven en Westerhoven mist minstens de helft van de inwoners een of meerdere voorzieningen, het gaat vooral om winkels; veel inwoners vinden dat het huidige postkantoor in Bergeijk – Hof niet voldoet; in elke kern en wijk zijn volgens een ruime meerderheid voldoende activiteiten en sporten voor zowel kinderen als volwassenen; Weebosch is hierop een uitzondering, hier is weinig te beleven voor volwassenen; het ontbreken van een volwaardig zwembad wordt gemeentebreed als een gemis gezien; de meeste mensen vinden een dorps- of gemeenschapshuis een belangrijke voorziening.
-37-
4.8.
Welzijns- en subsidiebeleid 2006-2009 (2005)
In de nota Welzijns- en subsidiebeleid 2006-2009, Hoofdlijnen van Beleid geeft de gemeente Bergeijk aan wat de speerpunten van beleid zijn voor de komende jaren: • • • • •
4.9.
De gemeente schept voorwaarden voor maatschappelijke opbouw en samenleving, de burger is zelf verantwoordelijk voor uitvoering en participatie De gemeente legt een goede basis voor de jeugd Voor mensen met beperkingen doet de gemeente wat meer. Het bevorderen van participatie Stimuleren en ondersteunen van relevante nieuwe initiatieven (innovatie)
Beleidsvisie IBOR (2004)
In de beleidsvisie Integraal Beheer Openbare Ruimte (IBOR) zijn de ambities beschreven met betrekking tot de kwaliteit van de openbare ruimte. Deze ambities zijn vertaald naar inrichting, beheer en middelen. Voor de verschillende gebiedstypen heeft de gemeente vastgesteld wat de ambities zijn: • Lijnelementen Basiskwaliteit met accenten naar goed • Centrumgebieden Goede kwaliteit • Woongebieden Basiskwaliteit • Bedrijventerreinen Basiskwaliteit met accenten naar sober • Bijzondere gebieden Basiskwaliteit met accenten naar goed • Buitengebied Basiskwaliteit Het huidige kwaliteitsniveau van de gebieden ligt veelal op het gewenste kwaliteitsniveau. Alleen de centrumgebieden hebben op dit moment een basiskwaliteit. Hier zou dus in de openbare ruimte geïnvesteerd moeten worden. Voor de overige gebieden moet het kwaliteitsniveau tenminste instandgehouden worden.
4.10. Economisch Actieplan 2004 – 2008 Bergeijk (2004) Samen met het Platform Ondernemend Bergeijk en de Kamer van Koophandel heeft de gemeente Bergeijk het Economisch Actieplan (EAP) ‘Samen-leven, Samen-werken in Bergeijk 2004 – 2008’ opgesteld. Zij hebben twee doelstellingen geformuleerd: • het stimuleren van de economische ontwikkeling in de gemeente, gericht op het behoud van de werkgelegenheidsfunctie op het niveau van minimaal 85%; • het streven naar verdere diversificatie van de economische sectoren binnen de gemeente. Vanuit een sterkte-zwakte analyse is een aantal belangrijke thema’s naar voren gekomen, die vertaald zijn in actiepunten voor de beleidsperiode.
Bedrijfshuisvesting en bedrijfsomgeving De gemeente streeft naar kwalitatief goede en voldoende vestigingslocaties voor bedrijven, die goed bereikbaar zijn. De detailhandel wordt geconcentreerd in het centrum
-38-
van Bergeijk. Er wordt speciale aandacht besteed aan het behoud van voorzieningen in de kernen en aan voldoende detailhandelsmogelijkheden buiten het centrum.
Arbeidsmarkt en scholing, kennis en innovatie Er wordt met name op regionaal niveau gewerkt aan de balans tussen vraag en aanbod van arbeidskrachten. Op het niveau van de gemeente wordt gewerkt aan kennismaking tussen de jeugd en het bedrijfsleven. Het verhogen van het kennis- en innovatieniveau van bedrijven vergt constante aandacht.
Plattelandseconomie De gemeente streeft naar doelmatig hergebruik van de agrarische bedrijfsgebouwen gericht op het ontwikkelen van plattelandsondernemerschap.
Recreatie en toerisme De kansen van recreatie en toerisme in Bergeijk moeten worden benut ten behoeve van economische groei en diversiteit in sectoren. De gemeente streeft naar het vergroten van mogelijkheden voor de sector via samenwerking.
Bestuurlijke en organisatorische aspecten Afstemming en samenwerking met de regio’s is van belang om economisch beleid succesvol te maken. Communicatie over regelgeving en te ondernemen acties kan ondernemers en overheid stimuleren om constant te verbeteren en indien nodig bij te sturen.
-39-
-40-
5. Analyse wonen 5.1.
Kwantitatieve woningbehoefte
De gemeente als geheel Volgens de prognose 2005 van de Provincie Noord-Brabant zullen in de gemeente Bergeijk in de periode 2005-2025 1.020 woningen moeten worden gebouwd als gevolg van de verwachte bevolkingsontwikkeling. Tabel 5.1: Gemeente Bergeijk. Kwantitatieve woningbehoefte 2005-2020 Periode
Benodigde uitbreiding woningvoorraad
2005 t/m 2009
350
2010 t/m 2014
290
2015 t/m 2019
290
2020 t/m 2024
105
totaal
1.035
Bron: provincie Noord-Brabant
In dit aantal is geen compenserende woningbouw inbegrepen voor • Ten opzichte van de vorige provinciale prognose te weinig gebouwde woningen in de periode 2003 t/m 2004. Tegenover de behoefte van 195 stond toen een productie van 122 woningen (excl. 48 zorgwoningen): derhalve 73 woningen te weinig. • de vervanging van gesloopte woningen (gemiddeld ca. 10 per jaar) • de opvang van statushouders; gelet op de sterke reductie van de asielzoekers in ons land zal het hier vermoedelijk om beperkte aantallen gaan. Wij gaan uit van gemiddeld 2 woningen per jaar. • Extramuralisering; St. Joseph, de enige intramurale zorginstelling in de gemeente Bergeijk, is al in 2003 begonnen met het bouwen van zorgwoningen ten behoeve van de ombouw van verzorgingshuisplaatsen tot verpleeghuisplaatsen. Deze 48 woningen zijn inmiddels opgeleverd. Deze extramuralisering leidt dus niet tot verhoging van bovenstaande cijfers. Wel staan er volgens de gemeentelijke nota “Na denken doen” nog 116 zorgwoningen op het programma. Daarnaast wordt er ook nog een semi-murale woonvoorziening gerealiseerd met 20 plaatsen voor mensen met een verstandelijke beperking. • Tenslotte zullen er tot 2020 40 ruimte-voor-ruimte woningen worden gerealiseerd. De provinciale prognose is gebaseerd op het bouwen voor de eigen woningbehoefte van de gemeente. Technisch gesproken betekent dit dat men uitgaat van migratiesaldo=0.
Dit uitgangspunt wordt door de gemeente Bergeijk onderschreven, zoals ook blijkt uit de StructuurvisiePlus.
-41-
De conclusie luidt, dat we in het DOP uitgaan van de volgende noodzakelijke woningproductie in de periode 2006-2021: Tabel 5.2: Gemeente Bergeijk. Raming noodzakelijke woningbouwproductie 2006-2021 Factor
2006 t/m 2010
2011 t/m 2015
2016 t/m 2020
Totaal
73
-
-
73
350
290
290
930
Vervanging voor sloop
50
50
50
150
Opvang statushouders
10
10
10
30
Ruimte voor ruimte
20
20
pm
40 + pm
Zorgwoningen
79
57
pm
136 + pm
Totaal
582
427
350 + pm
1.359 + pm
Achtergebleven productie 2003 t/m 2004 Huishoudensontwikkeling
Woningmarktonderzoek SRE 2003-2004 onvoldoende voor eigen behoefte Ook het Woningmarktonderzoek 2003-2004 van het SRE doet uitspraken over de kwantitatieve woningbehoefte van Bergeijk. Zo wijzen simulaties met het zogeheten Socratesmodel uit dat Bergeijk in 2010 teveel koopwoningen zou hebben, waardoor een inperking van dit segment in het woningbouwprogramma zou moeten plaatshebben. De inperking van de koop komt echter niet ten goede van de huursector, waardoor het totale programma sterk wordt verlaagd. Voor de periode 2003-2010 komt het SRE in hun “alternatieve model” tot een noodzakelijke toename met 360 woningen, terwijl er volgens de provinciale prognose in die periode zeker 840 nieuwe huishoudens in Bergeijk worden gevormd. De SRE-uitkomsten schieten dus tekort voor het opvangen van de eigen behoefte, voldoen niet aan het gemeentelijk uitgangspunt en kunnen dus niet als leidraad voor het DOP worden gebruikt.
Dat het realiseren van een woningproductie voor de eigen behoefte aanzienlijke inspanning zal vragen, blijkt wel uit de ontwikkelingen uit de afgelopen periode, toen overigens vrijwel overal in Brabant (en in Nederland) de bouwproductie stagneerde.
-42-
Figuur 5.1: Gemeente Bergeijk. Ontwikkeling bevolking en woningbouw 1995 t/m 2004 200 150 100 50 0 -50
1995
1996
1997
1998
1999
2000
2001
2002
2003
2004
-100 -150 -200 Bevolkingsgroei
Geboorteoverschot
Migratiesaldo
Nieuwbouw
Bron: CBS
De afgelopen 10 jaar is het migratiesaldo vrijwel voortdurend negatief geweest en is de bevolkingsgroei slechts door het geboorte-overschot in stand gehouden. Door de vergrijzing zal dat de komende jaren minder en minder het geval kunnen zijn. Er zal meer moeten worden gebouwd om vestiging en vertrek in stand te houden. Daarvoor is vooral de locatie-ontwikkeling van groot belang. De Provincie Noord-Brabant voert op dat gebied tegenwoordig gelukkig een stimulerend beleid. Behoefte per kern De StructuurvisiePlus geeft een verdeling van de woningbehoefte over de kernen naar rato van het aandeel van de kern in de totale gemeente. Rekening houdend met de productie in de jaren 2002 t/m 2004 en de factoren als vervanging, zorgwoningen en opvang statushouders levert dit het volgende woningproductiebeeld per kern op:
-43-
Tabel 5.3: Gemeente Bergeijk. Woningbouwbehoefte per kern 2006 – 2021 Bergeijk
’t Loo
Luyksgestel
Riethoven
Weebosch
Westerhoven
Totaal
57 (16,2%)
45 (13%)
15 (4,2%)
37 (10,5%)
350
12
9
3
8
73
2006 t/m 2010 Huishoudens-ontwikkeling Productietekort 2003-2005 Opvang statushouders
174 (50%) 22 (6,1%) 37
4
10
-
-
-
-
-
10
28+20
8
7
5
5
6
79
Vervanging voor sloop
pm
pm
pm
pm
pm
pm
50
Ruimte-voor-ruimte
pm
Pm
pm
pm
pm
pm
20
Totaal 2006 t/m 2010
269
34
76
59
23
51
582
38 (13%)
12 (4,2%)
30 (10,5%)
290
Zorgwoningen
2011 t/m 2015 Huishoudens-ontwikkeling
145 (50%) 18 (6,1%)
47 (16,2%)
Opvang statushouders
10
-
-
-
-
-
10
Zorgwoningen
28
7
6
5
5
6
57
Ruimte voor ruimte
pm
pm
pm
pm
pm
pm
20
Vervanging voor sloop
pm
pm
pm
pm
pm
pm
50
Totaal 2011 t/m 2015
183
25
53
43
17
36
427
47 (16,2%)
38 (13%)
12 (4,2%)
30 (10,5%)
290
2016 t/m 2020 Huishoudens-ontwikkeling
145(50%) 18 (6,1%)
Opvang statushouders
10
-
-
-
-
-
10
Zorgwoningen
pm
-
pm
pm
pm
pm
pm
Vervanging voor sloop
pm
-
pm
pm
pm
pm
50
Totaal 2016 t/m 2021
155
18
47
38
12
30
350
Totaal 2006-2021
607
77
176
140
52
117
1.359
Bron: Gemeente Bergeijk, StructuurvisiePlus juni 2004 en provinciale prognose 2005; bewerking Companen
De zorgwoningen zijn over de kernen verdeeld op basis van de nota “Na denken doen” en gelijkelijk over de komende 10 jaar verdeeld. De 20 semi-murale plaatsen worden gerealiseerd in Bergeijk-Hof en zijn toegekend aan de eerste preiode. De statushouders zijn geheel aan Bergeijk-Hof toegerekend en over de verdeling van de vervanging na sloop zijn geen gegevens per kern bekend. De opgenomen 10 woningen per jaar betreffen slechts een gemeentelijke raming op basis van ervaringen uit het verleden.
5.2.
Kwalitatieve woningbehoefte
Verwachte huishoudensontwikkeling 2005 – 2015 De provinciale prognose 2005 laat een zeer beperkte groei in inwonertal zien. Bergeijk had op 1 januari 2005 18.137 inwoners. In 2025 worden er 18.443 berekend. In feite spreken we dus van een stabiel bevolkingsaantal. Wel zal de samenstelling van de bevolking uiteraard veranderen. De verdeling van de bevolking over leeftijdsklassen en huishoudenssamenstelling verandert zodanig dat deze een belangrijke invloed heeft op de woningbehoefte. De groei van het aantal huishoudens als gevolg van de gezinsverdunning is daar een belangrijke factor in. Tabel 4.4. geeft daarvan een overzicht voor de komende 10 jaar.
-44-
Tabel 5.4: Gemeente Bergeijk. Verwachte huishoudensontwikkeling bij migratiesaldo= 0 2005 - 2015 Jaar
1-2 persoons-
1-2 persoons-
Gezinnen met
1-2 persoons-
1-2 persoons-
Totaal aantal
huishoudens
huishoudens
kinderen
huishoudens
huishoudens
huishoudens
< 35 jaar
35 – 54 jaar
55 – 74 jaar
> 75 jaar
2005
548
766
3.003
1.896
633
6.846
2010
529
763
2.972
2.012
796
7.073
2015
599
715
2.884
2.180
942
7.320
Groei
-3%
0%
-1%
+6%
+20%
+3%
+9%
-7%
-4%
+15%
+49%
+7%
2005-2010 Groei 2005-2015 Bron: Provincie Noord-Brabant; bewerking Companen.
Bovenstaande huishoudensontwikkeling is de basis voor het ramen van de kwalitatieve woningbehoefte.
Kwalitatieve woningbehoefte: welke woningen zijn nodig? De raming is gebaseerd op: •
De huishoudensprognose voor Bergeijk
•
De huidige huisvestingssituatie per type huishouden in Bergeijk
•
De inkomenssituatie per huishoudentype in Bergeijk
•
Verwachte verschuivingen in koop of huur
•
Verwachte verschuivingen in woontype-voorkeur
•
Vraag- en transactiegegevens in huur en koop
Voor de gemeente als geheel laat die raming de volgende uitkomsten zien: Tabel 5.5. Gemeente Bergeijk. Kwalitatieve woningbehoefte 2006-2016 Huidige woningvoorraad Huur/koopverhouding
Voorraaduitbreiding 14% - 86%
HUUR
22% - 78%
22%
Eengezinswoning
7%
Nultredenwoning
15%
KOOP
78%
Vrijstaand/twee-onder-één-kap
49%
Rijwoning
8%
Nultreden
21%
Totaal
100%
Bron: Companen
Opvallend is het relatief hoge aantal huurwoningen. Dit heeft twee oorzaken: • De behoefte aan een inhaalslag, omdat lange tijd nauwelijks of geen nieuwe huurwoningen zijn gerealiseerd. • De vergrijzing. Een toenemend aantal ouderen (doorgaans 75+-ers) wenst te verhuizen naar een levensloopbestendige huurwoning (ook vanuit een eigen woning).
-45-
Binnen de huur- en de koopsector ligt een accent op de nultredenwoningen. Daarnaast zal de productie ook uit eengezinswoningen moeten bestaan. In de koopsector gaat het daarbij vrijwel geheel om vrijstaande woningen en tweekappers. In de huursector is nog enige toevoeging van eengezinswoningen nodig, met name vanwege de vraag van starters. “Zorgwoningen” In de gemeentelijke nota ‘Na denken doen’ over wonen-welzijn-zorg in de gemeente Bergeijk wordt tot 2015 een uitbreidingsbehoefte geconstateerd van ca. 325 seniorenwoningen, 116 zorgwoningen en 20 wooneenheden in een semi-murale voorziening voor mensen met een verstandelijke beperking. In totaal gaat het dus om 461 woningen/eenheden. De gemeente gaat er van uit dat de 136 “zorgwoningen” bovenop de behoefteberekening komen. Dus bovenop de 713 woningen die tot 2015 (zie tabel 5.3.) moeten worden gebouwd. De gemeente komt dus totaal op 713 + 136 = 849. Overigens kent de provincie de term “zorgwoning” niet en gaat er van uit dat verzorgd en geschikt wonen in de woningbehoefte-prognose zijn opgenomen, tenzij zij worden gerealiseerd concreet ter vervanging van een vermindering van intramurale plaatsen. Alleen dat laatste + het beschermd wonen vallen buiten de prognose. Dat zijn voor Bergeijk in totaal slechts 15 woningen.
Startersinitiatief in Bergeijk In Bergeijk heeft zich een vereniging van starters geformeerd, die via particulier opdrachtgeverschap willen komen tot woningbouw. Zij vragen de gemeente om actieve medewerking. Zie hun brief in bijlage 7. Inmiddels is door de gemeenteraad een intentieovereenkomst vastgesteld tussen de startersgroep en de gemeente Bergeijk 5.3.
Conclusies “Kleine kernen analyse” (marktonderzoek binnen de gemeente Bergeijk uitgevoerd eind 2005) ▪
De 65-plussers in alle kernen maken weinig gebruik van voorzieningen voor ouderen: deels omdat deze niet aanwezig zijn en deels omdat men er geen behoefte aan heeft. Er blijkt bij elke voorgelegde voorzieningen in alle kernen wel een aanvullende behoefte, maar deze is vrij beperkt van omvang. Ca. 1 op de 11 ouderen heeft momenteel geen alarm voor noodhulp, maar heeft daar wel behoefte aan en dat blijkt in alle kernen.
▪
Ca. een vijfde deel van de huishoudens en ruim 80% van de inwonenden is voornemens om binnen 5 jaar te verhuizen naar een andere respectievelijk zelfstandige woning. Bijna drievierde deel wil binnen Bergeijk verhuizen en de verhuisgeneigden willen hoofdzakelijk binnen hun eigen kern een (andere) woning.
▪
Het beeld van de woningvraag in de kernen afzonderlijk komt grotendeels met elkaar overeen en wordt bepaald door de grote vraag naar grote, eengezins, veelal middeldure koopwoningen. In iedere kern bestaat een klein deel van de vraag uit nultrede-woningen.
▪
De vraag van starters in de kleine kernen wijkt niet af van die van de grotere kern Bergeijk: zij hebben geen belangstelling voor appartementen of kleine woningen en willen hoofdzakelijk grote eengezinskoopwoningen en dan met name in de middeldure prijsklasse.
▪
De verhuisgeneigde ouderen in de kleine kernen hebben dezelfde woonwensen als die in de grotere kern Bergeijk: de verhouding in de vraag naar huur:koop is 6:4. Zij willen vooral middeldure huurwoningen en koopwoningen in alle prijsklassen en de grootste belangstelling gaat uit naar kleine woningen, zowel van het eengezins- als het meergezinstype.
-46-
5.3.
Van woningbehoefte naar nieuwbouwprogramma: scenario’s
De kwantitatieve kant van de woningbehoefte is een min of meer vast gegeven dat in beginsel rechtstreeks te vertalen is naar het nieuwbouwprogramma, aannemend dat voldoende ruimtelijke capaciteit beschikbaar is. Voor de kwalitatieve aspecten is dat niet het geval. De kwalitatieve woningbehoefte wordt namelijk enerzijds bepaald door de demografische ontwikkeling, die redelijk goed te voorspellen is, maar anderzijds door de veel minder makkelijk voorzienbare economische ontwikkeling. Bij de behoefteberekening is uitgegaan van een gemiddelde economische groei. Rondom dat gemiddelde doen zich uiteraard altijd schommelingen voor, waar het beleid op moet inspringen. Zo is er thans een economisch minder goede periode. Dat betekent qua inzet een ander bouwprogramma dan in een periode van sterkere groei. Om in te kunnen spelen op veranderende marktomstandigheden is het dus van belang een programma op te stellen dat flexibel is. Waarmee eenvoudig bijstellingen te plegen zijn als de omstandigheden veranderen. In dat verband benoemen wij een tweetal scenario’s: •
Scenario A: “wind-in-de-rug” Dit scenario gaat er van uit dat de belangrijkste fricties op de woningmarkt op te lossen zijn door het (weer) op gang brengen van de doorstroming. Daarvoor is de bouw nodig van enerzijds middeldure en duurdere (eengezins)woningen in de koopsector. Anderzijds zal de nieuwbouw van levensloopbestendige woningen (zowel in huur als koop) gezinswoningen vrijmaken. De starters zullen met name onderdak kunnen vinden in de huursector, omdat daar eengezinswoningen leegkomen. Wat duurdere huurappartementen kunnen daar mede aan bijdragen. De koopprijzen veranderen echter niet door die doorstroming; die volgen de landelijke trend. Wij gaan er van uit dat die prijzen vooralsnog niet zullen dalen. Starters kunnen in de koopsector dan ook slechts mondjesmaat worden geholpen. Ook zal de doorstroming van huur naar koop beperkt zijn.
•
Scenario B: “tegenwind” Dit scenario gaat er van uit dat het op gang brengen van alleen de doorstroming althans op korte termijn onvoldoende soelaas zal bieden voor de woningbehoefte. In de tussentijd kan men de woningzoekenden niet in de kou laten staan. Dat betekent dat voor een aantal doelgroepen die in scenario A via doorstroming worden geholpen, in scenario B specifiek wordt gebouwd. Naast het realiseren van levensloopbestendige woningen (huur en koop) worden er ook in de nieuwbouw expliciet mogelijkheden voor starters geschapen. In de huursector gaat het dan om levensloopbestendige, multifunctionele woningen (die ook voor senioren te gebruiken zijn); in de koopsector gaat het om combinatieprojecten (duurdere+goedkopere woningen in één project), soms verlaagde kavelprijzen en eventueel verkoop in MGE-verband. Beide scenario’s zijn uiteraard niet absoluut. Ook in scenario B wordt met doorstroming gerekend en worden duurdere koopwoningen gebouwd. De accenten liggen echter verschillend.
-47-
Hoe om te gaan met de scenario’s: kiezen of schakelen? De keuze voor een scenario is geen principiële, maar is afhankelijk van de marktomstandigheden. Op dit moment is er sprake van een vrij grote stagnatie op de woningmarkt. Daarbij is vooral de druk op de huursector en op de goedkopere segmenten groot. In deze omstandigheden is het verstandig meer in te zetten op scenario B. Het is uiteraard niet ondenkbaar, dat de economie in de komende jaren weer zal aantrekken en er meer beweging in de woningmarkt zal komen. Zodra dat merkbaar wordt, kan het verstandig zijn de scenariokeuze voor B bij te stellen in de richting van scenario A. De keuze is dus een voorlopige. Het is dus “voorlopig kiezen én op tijd schakelen”. Het reguliere bijstellingsproces biedt voldoende schakelmogelijkheden.
5.4.
Streefwoningbouwprogramma 2006-2016 voor de gehele gemeente
Woningbouw voor huishoudensontwikkeling In tabel 4.4 zijn de beide scenario’s cijfermatig uitgewerkt. In de woningbehoefte-analyse is geconcludeerd dat de verhouding huur/koop gemiddeld om en nabij de verhouding 27/73 zou moeten zijn. Binnen de totale productie voor de periode 2006-2016 (ca. 1.000 woningen) zijn verschillende accenten gelegd wat betreft huur/koop verhouding en prijsklassen: • Scenario A: huur 20% en koop 80% en meer accent op duurdere prijsklassen. • Scenario B: huur 30% en koop 70% en meer accent op goedkopere prijsklassen. Deze verhoudingen leiden tot aantallen te bouwen woningen naar typen en prijsklassen. Compensatie-nieuwbouw Daar bovenop komen nog eens de woningen die naar hun aard tot een bepaalde prijsklasse/financieringscategorie behoren: • In de huursector: zorgwoningen ten behoeve van extramuralisering en vervanging voor sloop alsmede compensatie voor de taakstelling statushouders. In totaal gaat het om ca. 256 woningen bovenop de genoemde 7135. • In de koopsector: de ruimte-voor-ruimte-woningen (40 stuks).
5
Zorgwoningen kunnen overigens ook in de koopsector gebouwd worden; zorg is meestal meer een organisatorische component dan een fysieke component. Over het algemeen kan zorg overal geleverd worden.
-48-
Alles bij elkaar uitgewerkt leidt tot de volgende tabel: Tabel 5.6: Gemeente Bergeijk. Gemeentelijk streefbouwprogramma 2006-2016 volgens 2 scenario’s (afgerond op 5-tallen) Sector
Woningtype
Doelgroep
Huur
Levensloopbestendig
1+2 pers.hh.< 35 < 475 jaar en 55+ 475 – 700
55 (7,5%) 55 (7,5%)
105(15%) 35 (5%)
Eengezins
Starters/(a.s). gezinnen
30(5%)
75
(10%)
Subtotaal
140 (20%)
215
(30%)
Compensatie-nieuwbouw (zorg, statushouders, vervanging etc)
256
256
Totaal huur
396
471
Koop
Prijsklasse
< 700
Scenario B
Eengezinswoningen
(a.s.) gezinnen
< 180.000 180.000-250.000 > 250.000
35 215 140
(5%) (30%) (20%)
70 113 70
(10%) (15%) (10%)
Levensloopbestendig
1+2 pers.hh. leeftijden
alle <180.000 180.000-250.000 >250.000
35 113 35
(5%) (15%) (5%)
90 120 35
(13%) (17%) (5%)
Subtotaal
573
(80%)
498
(70%)
Ruimte-voor-ruimte woningen
40
40
Totaal koop
613
538
1.009
1.009
Totaal
5.5.
Scenario A
Verdeling streefprogramma over de kernen
De StructuurvisiePlus geeft aan dat de verdeling per kern nadere invulling behoeft op grond van de analyse in het DOP. Daarbij gaat het niet zozeer om de aantallen per kern als wel om de doelgroepen/woningtypen. Daartoe is geanalyseerd hoeveel starters er per kern de komende tijd de woningmarkt betreden en in welke mate de vergrijzing in de kernen een rol speelt. Dit zijn immers indicatoren voor de richting waarin de aanvulling van het woningaanbod plaats zal moeten vinden. Deze analyse levert de volgende gegevens op: Tabel 5.7. Gemeente Bergeijk. Jongeren en senioren per kern Kern
Aandeel jongeren < 23 jaar in 2005
Aandeel 55+ in 2015 (vergrijzingsindicator)
(startersindicator) Bergeijk-Hof ‘t Loo
11%
33%
Luyksgestel
10%
33%
Riethoven
9%
36%
Westerhoven
12%
31%
Totaal
11%
33%
Weebosch
Bron: Gemeente Bergeijk en CBS, bewerking Companen
-49-
Hieruit kunnen we de volgende conclusies trekken: • De kernen Bergeijk (incl. Weebosch) en Luyksgestel lijken zodanig op het gemeentelijk beeld, dat het kwalitatief woningbouwprogramma in die kernen ongeveer en afspiegeling zal moeten vormen van het totale gemeentelijke programma. Mogelijk in Luyksgestel met een extra accent op startershuisvesting. • De kern Weebosch is zodanig beperkt van omvang, dat op basis van statistische gegevens geen verantwoorde uitspraken gedaan kunnen worden over het meest gewenste woningbouwprogramma. De beschikbare locaties, de dorpsschouwen en de bewonersavonden zullen aar meer licht op moeten werpen. • In de kern Riethoven zal een meer dan gemiddelde behoefte aan huisvesting voor senioren ontstaan. • In de kern Westerhoven is juist minder dan gemiddeld aandacht nodig voor senioren en weer meer dan gemiddeld voor de starters. Een vertaling van deze uitgangspunt levert het volgende overzicht per kern op. Daarin zijn de zorgwoningen, de ruimte-voor-ruimte woningen en de vervanging voor sloop niet begrepen. Tabel 5.8. Gemeente Bergeijk. Indicatieve verdeling streefwoningbouwprogramma over de kernen Bergeijk-Hof, Luyksgestel Riethoven Westerhoven ’t Loo, Weebosch Sector Woningtype en hele gemeente Scenario A Huur
Koop
Levensloopbestendig
15%
Scenario
Scenario
Scenario
B
A
B
A
B
A
B
20%
15%
20%
20%
30%
15%
20%
Eengezins
5%
10%
5%
10%
0%
0%
5%
10%
Totaal huur
20%
30%
20%
30%
20%
30%
20%
30%
Eengezins Goedkoper Middelduur/duur
5% 50%
10% 25%
15% 40%
20% 15%
5% 40%
10% 15%
15% 50%
20% 25% 25%
Levensloopbestendig
25% 35%
25%
35%
35%
45%
15%
Totaal koop
80%
70%
80%
70%
80%
70%
80%
70%
100%
100%
100%
100%
100%
100%
100%
100%
Totaal Bron: Companen.
-50-
6. Analyse leefbaarheid Het beleid In hoofdstuk 3 zijn de hoofdlijnen aangegeven van het leefbaarheidsbeleid dat door de gemeente Bergeijk wordt voorgestaan. De gemeente streeft daarbij vooral na dat de burger zoveel mogelijk zijn of haar eigen leven kan inrichten. De belangrijkste onderdelen van dat beleid zijn: ▪ De gemeente zet zich in voor het instandhouden van basisvoorzieningen in elke kern: • Basisschool • Peuterspeelzaal • Buitensportvoorziening • Gemeenschapshuis • Speelvoorzieningen ▪ Bibliotheekvoorziening ▪ Een geïntegreerde aanpak van wonen-welzijn-zorg en in dat verband een adequate invulling van de WMO. ▪ Een basiskwaliteit voor de openbare ruimte. ▪ De ontwikkeling van een adequaat verkeers- en vervoersbeleid. Gemeentebreed In de huidige situatie zijn er in alle kernen van de gemeente gemeenschapshuizen. Dat is een groot goed, dat behouden moet blijven. Deze gemeenschapshuizen staan centraal in veel aspecten van de leefbaarheid. Op het gebied van verkeer en vervoer ontbreekt het echter nog aan kaders. Ontwikkeling daarvan is nodig om daarbinnen adequate leefbaarheidsmaatsregelen te nemen. De invoering van de WMO wordt thans voorbereid. Per kern De kern Bergeijk springt er in positieve zin uit door het voorzieningenniveau (hoofdkern) en de vele cultuur-historische elementen.
De belangrijkste leefbaarheidsknelpunten betreffen de verkeersveiligheid, het parkeren, de verblijfskwaliteit in het centrum en – in een aantal wijken – de onderhoudstoestand van de openbare ruimte. In de kern 't Loo vallen met name het landelijk karakter, de ruimte opzet, de betrokken gemeenschap, het rijke verenigingsleven, de rijksmonumenten, de boerderijen, de combinatie van de pastorie met de kerk en de natuurtuin als belangrijke positieve elementen op. Evenals in Bergeijk is het met name de verkeersveiligheid die het meeste afbreuk doet aan de leefbaarheid. Luyksgestel valt op door het relatief goed voorzieningenniveau en het goed functionerende verenigingsleven. De verkeersveiligheid en het onderhoud van de openbare ruimte en de inrichting van centrale plein bij Parisien zijn de belangrijkste minpunten bij de leefbaarheid. Ook Riethoven kent veel voorzieningen (o.a. school, medisch centrum, supermarkt en sporthal) en verder een goede verbinding met Eindhoven en werkgelegenheid op het industrieterrein. De belangrijkste minpunten betreffen ook hier de verkeersveiligheid en het ontbreken van een echte (inrichting van de) dorpskern.
-51-
Als echte kleine kern kent Weebosch uiteraard weinig voorzieningen. De aanwezigheid en het behoud van de school en het dorpshuis zijn van wezenlijk belang voor de leefbaarheid. Westerhoven valt vooral op door de werkgelegenheid, voorzieningen (zoals Hoefzicht, de Buitengaander, het sprotcomplex en de basisschool) en een actief verenigingsleven. Het aantal winkels is echter zeer beperkt.
-52-
Deel III: Uitwerking naar de kernen en Uitvoeringsprogramma Vooraf In deel III gaat het DOP in op de specifieke knelpunten in de kernen en op de acties die de gemeente wil ondernemen om die knelpunten op te lossen of te verminderen. Bij het uitvoeringsprogramma dienen de volgende kanttekeningen te worden gemaakt: 1. Het spreekt vanzelf dat niet alle negatieve leefbaarheidaspecten op te lossen zijn vanwege de beperkte financiële en organisatorische middelen. Wat in het uitvoeringsprogramma wel is opgenomen heeft voor een deel nadrukkelijk de instemming van de Raad nodig. Daarbij gaat het met name om de projecten waarvoor de financiering nog niet is geregeld. 2. Verder kan ook niet alles tegelijk worden uitgevoerd. Daarom zal in het uitvoeringsprogramma een fasering moeten worden aangebracht. 3. Het DOP is en kapstok voor verschillende projecten en maatregelen. De implementatie vindt plaats binnen de verschillende afdelingen en diensten die daarvoor zijn. 4. In de bijlagen bij het DOP is een lijst opgenomen van de zaken die (vooralsnog) niet worden uitgevoerd. De motivering daarvan is daarin aangegeven.
-53-
-54-
7. Aandachtspunten in alle kernen
7.1.
Aandachtspunten
Tijdens de dorpsschouwen en de bewonersavonden is naar boven gekomen wat er leeft in de diverse kernen. Voor een groot deel is dat specifiek voor elk dorp. Dat bespreken we in de navolgende hoofdstukken. Er zijn echter ook aandachtspunten die eigenlijk in alle kernen zijn genoemd. Voor deze knelpunten kan het zinvol zijn om hier gemeentebreed oplossingen voor te zoeken. Het gaat om de volgende punten: • Parkeren en verkeersvoorzieningen/verkeerscirculatie, verkeersveiligheid; • Ontbreken c.q. bereikbaarheid van voorzieningen • onderhoud van de openbare ruimte; • inrichting van de openbare ruimte (pleinen, straten e.d.); • betaalbare woningen voor starters en senioren. Naast deze punten hebben de inwoners van de verschillende nog een tweetal punten van zorg genoemd: • de gemeente zorgt niet altijd voor een goede communicatie en terugkoppeling naar de burgers; • men is van mening dat de gemeente te weinig middelen heeft om te investeren in de kernen, waardoor de plannen in het DOP wellicht niet tot uitvoer kunnen komen.
7.2.
Uitvoeringsprogramma
Op grond van de bovenstaande onderwerpen neemt de gemeente de volgende zaken op in het uitvoeringsprogramma DOP: Verkeer ▪ Opstellen van een overkoepelend verkeersplan (verkeersveiligheid, verkeerscirculatie, parkeren) dat als toetsingkader dient voor de aanpak van verschillende verkeersproblemen. Communicatie ▪ Invoeren van de functie beleidsmedewerker kernenbeleid, die met name het contact onderhoudt met de dorps- en kernraden. ▪ Het benoemen van een coördinator Buitendienst als vast aanspreekpunt per kern. ▪ De nadere uitwerking van de relatie tussen de gemeente en de dorps- en kernraden in een convenant. ▪ Het stimuleren van een dorps- of kernraad waar die nog niet aanwezig is. Woningbouw ▪ In het kader van het bouwen voor starters en senioren (incl. zorgwoningen) en behoud van deze woningen voor de doelgroep:
-55-
1. Prestatieafspraken met corporaties aangaan; niet alleen voor te realiseren woningen, maar ook voor de woonomgeving inclusief voorzieningen (loopt al in Kempenverband). 2. Afspraken maken met en stimuleren van de startersgroep (loopt op gemeenteniveau). 3. Nogmaals vastleggen van 25% kortingsregel bij bouw van sociale huur. Voorzieningen ▪ Aangeven van de bemiddelende rol van de gemeente bij het instandhouden en verbeteren van (met name medische) voorzieningen, c.q. verbreding gebruik bestaande gemeenschapscentra. ▪ Verdere uitwerking van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning in Bergeijk. ▪ Handhaven uitgangspunten kernenbeleid: basisvoorzieningen per kern instandhouden. Budget en openbare ruimte ▪ Opnemen van een jaarlijks budget (per kern) om kleinere maatregelen uit te kunnen voeren (uitbouw VLO + spelregels). ▪ Handhaven welzijns- en subsidiebeleid.
-56-
8. Bergeijk – Hof In dit hoofdstuk geven we voor de kern Bergeijk – Hof weer wat de belangrijkste aanknopingspunten zijn voor het dorpenontwikkelingsplan, zoals die uit de bewonersavonden naar voren zijn gekomen, en welke uitvoeringsconsequenties de gemeente daaraan verbindt.
8.1.
Wat leeft er in Bergeijk Hof?
Leefbaarheid in een notendop… Tijdens de dorpsschouw en bewonersavond op 26 oktober 2005 is een groot aantal ‘parels en puinhopen‘ van de kern Bergeijk – Hof naar voren gekomen. Punten waar de inwoners erg positief over zijn, zijn: • de landelijke uitstraling van het dorp; • de vele cultuurhistorische elementen, zoals de kerken en de Rietveld-klok; • en het voorzieningenniveau. Ook zijn punten te noemen die volgens de bewoners verbeterd kunnen worden ten behoeve van de leefbaarheid. Als belangrijkste drie punten in de Bergeijk – Hof kunnen we de verkeersveiligheid, de inrichting van de openbare ruimte en de verblijfsfunctie van het centrumgebied noemen. Verkeersveiligheid Op meerdere punten in de kern Bergeijk laat de veiligheid, met name voor fietsers en voetgangers, te wensen over. Kruisingen zijn lastig over te steken, fiets- en voetpaden worden gebruikt om te parkeren en hoge struiken en bomen belemmeren het uitzicht. Het realiseren van rotonde, vrijliggende fiets- en voetpaden kunnen een hoop overlast wegnemen. Op de luchtfoto in bijlage1 is te zien welke knelpunten de bewoners hebben aangegeven6. De gemeente Bergeijk heeft op dit moment geen verkeers- en vervoersplan. Gezien de nadruk die de bewoners van de kern leggen op de verkeersveiligheid is het belangrijk dat er op zijn minst een stappenplan komt voor het verbeteren van de verkeersveiligheid.
Inrichting openbare ruimte Wat betreft de inrichting van de openbare ruimte kunnen we twee belangrijke knelpunten noemen: het onderhoud van het groen en het gebrek aan parkeergelegenheid.
6
Een knelpunt dat niet op de luchtfoto aan staat gegeven, maar via een meldingskaart is binnen gekomen is de wens voor een veilig voetpad langs de kerkstraat (vanaf de Buchtdwarsstraat tot aan het Pastoorshof).
-57-
In een aantal buurten is door de gemeente gekozen voor een type groen dat erg veel onderhoud vergt. Omdat dat niet gebeurt, ziet het groen er nogal ‘armoedig’ uit. De bewoners vinden dat er voor ander groen moet worden gekozen of dat er vaker onderhoud moet worden gepleegd. Op sommige plaatsen ervaren bewoners overlast van zwerfvuil. In het Integraal Beheersplan Openbare Ruimte (IBOR) is gesteld dat de openbare ruimte in woonwijken op basiskwaliteit is en op dit niveau in stand moet worden gehouden. Vanuit de inwoners van Bergeijk komt duidelijk een ander geluid. Daarnaast ervaren de bewoners in verschillende wijken overduidelijk een parkeerprobleem. De wijk Beisterveld wordt door bewoners veel genoemd. Door de opzet van de wijk is er nauwelijks parkeerruimte aan de straat. Volgens inwoners kunnen groenstroken, die nu slecht zijn onderhouden, worden opgeofferd voor meer parkeerplaatsen. Ook bij het zwembad aan de Jan Roeststraat wordt door bewoners gewezen op parkeeroverlast. Bij voorkeur wil men dat aan de voorzijde van het terrein wordt geparkeerd en niet in de wijk er achter. Deze en andere knelpunten met betrekking tot parkeren, vindt u terug op de luchtfoto in bijlage 1. Deze problemen zijn al enige tijd bekend bij de gemeente. De inwoners van Bergeijk – Hof verwachten dan ook van de gemeente dat zij op dit gebied actie gaat ondernemen.
Het centrum van Bergeijk – Hof De kern Bergeijk beschikt over een centrum met meerdere voorzieningen, zoals winkels en eetgelegenheden. Door de vele parkeerplaatsen en de verkeersonveilige punten, vinden veel bewoners het niet prettig winkelen. Het gebied komt niet echt als verblijfsgebied van de grond. Met name over de inrichting van het plein bij de kiosk zijn de bewoners ontevreden. De gemeente is al enige tijd bezig met het ontwikkelen van een centrumplan. Bovengenoemde punten zullen zeker aandacht krijgen in dit plan.
Wat speelt er nog meer? De punten die we in de vorige paragraaf hebben besproken zijn de hoofdpunten wat betreft leefbaarheid, maar er is natuurlijk nog meer en dat moeten we niet vergeten. Industrie: lust of last? Industrie is enerzijds belangrijk voor de economie en werkgelegenheid in de gemeente, anderzijds levert deze industrie soms ook overlast op voor bewoners. Tijdens de bewonersavond zijn de volgende knelpunten naar voren gekomen: • Nabij vervoersbedrijf Daris is regelmatig overlast van overnachtende vrachtwagenchauffeurs. Zij parkeren weliswaar zoveel mogelijk op het terrein van Daris zelf, maar daar zijn geen voorzieningen getroffen om te overnachten. • Het industrieterrein ligt ten westen van de kern; de ontsluiting van het terrein vindt echter via het oosten plaats. Veel bewoners pleiten voor ontsluiting direct vanaf het industrieterrein naar de doorgaande wegen. Dit vermindert overlast van met name vrachtverkeer in het dorp. • Veel bewoners maken zich zorgen over het chemisch bedrijf Diffutherm dat in de kern is gevestigd. Met het oog op gevaarlijke situaties wil men dat Diffutherm vertrekt uit de bebouwde kom. De knelpunten komen terug op de luchtfoto die in bijlage 1 staat.
-58-
Dienstencentrum Met het oog op de komst van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) wordt het steeds belangrijker dat er voldoende welzijnsdiensten worden aangeboden. Mensen blijven langer zelfstandig thuis wonen en moeten daarbij worden ondersteund. Zowel tijdens de bewonersavond als in Ouderenproof-rapport komt naar voren dat de (oudere) inwoners van Bergeijk minder tevreden zijn met het welzijnsaanbod in de kern. Er is behoefte aan een integraal dienstencentrum met daarin functies als een open eettafel, klussendienst, personenalarmering etc. De KBO en zorgcentrum St. Joseph trekken op dit moment gezamenlijk op bij het ontwikkelen van een dienstencentrum bij het verpleeghuis. Voor het realiseren van dit dienstencentrum, dat volgens veel bewoners hard nodig is in de kern, is het belangrijk dat de gemeente meewerkt en wellicht zelfs mee-investeerd. Of de gemeente dat laatste waar kan maken is nog onduidelijk. Hoe ‘veilig’ is Bergeijk – Hof? Over het algemeen is het prettig en veilig wonen in Bergeijk – Hof, en dat geldt eigenlijk voor de hele gemeente. Slechts op een enkele plek doen zich regelmatig problemen voor; vaak in combinatie met alcohol en drugs: het Sint Jacobshof. Hier staat een aantal woningen van woningcorporatie Vestia / Woningbelang.
Een paar bewoners van deze woningen veroorzaken overlast in de nabije woonomgeving; met hun gedrag, maar ook nemen zij het minder nauw met het schoonhouden van de openbare ruimte.
Wonen Behalve over leefbaarheid hebben de inwoners van Bergeijk – Hof ook hun mening geven over wat er op het gebied van wonen moet gebeuren. We moeten overigens niet vergeten dat deze twee zaken nauw met elkaar verbonden zijn. Zo is het voor veel kleinere gemeenten belangrijk om voldoende woningen voor starters te bouwen, zodat er draagvlak blijft voor bepaalde voorzieningen. Maar ook senioren, die bij voorkeur niet naar een andere kern of zelfs gemeente willen verhuizen, moeten in een geschikte woning kunnen wonen. Deze twee aspecten kwamen ook tijdens de bewonersavond in Bergeijk – Hof naar voren. Betaalbare woningen voor starters Woningen voor starters worden vaak wel goedkoop gerealiseerd, maar vervolgens betalen de volgende bewoners weer gewoon de marktprijs. De woningen zijn dan ineens een stuk duurder. De woningen blijven dus niet langdurig beschikbaar voor starters. In de gemeente is een startersclub opgericht die zich hard maakt voor langdurig beschikbaar houden van woningen voor starters (ook al betekent dit dat zij niet de volle waardevermeerdering van de woning bij verkoop krijgen). Daarnaast gaat de club samen met de gemeente op zoek naar bouwlocaties.
-59-
Woningen voor senioren en mensen met een beperking De inwoners van Bergeijk – Hof ervaren dat er in de kern ook een tekort is aan woningen voor senioren en mensen met een beperking. In de nota ‘Na denken doen’ is aangegeven dat er de komende tien jaar in de gemeente veel moet gebeuren op het gebied van wonen met zorg: • er moet worden onderzocht welke seniorenwoningen aan vernieuwing toe zijn; • de groeiende behoefte aan zorgwoningen en seniorenwoning moet worden ingevuld; • ook zullen er woonvoorzieningen voor mensen met een verstandelijke beperking worden gerealiseerd. Deze behoefte is meegenomen in het bouwprogramma voor de kern. Daarnaast zal de gemeente in samenwerking met de woningcorporaties zich moeten inzetten voor bovenstaande punten. Wat moet er worden gebouwd? In hoofdstuk 3 is een analyse gemaakt van de (toekomstige) woningmarkt in de gemeente Bergeijk. We hebben daar op basis van de huishoudensontwikkeling de behoefte aan woningen bepaald. Op basis van de ontwikkeling van de bevolking hebben we het volgende bouwprogramma opgesteld. Tabel 8.1: Bergeijk – Hof. Streefbouwprogramma 2006 t/m 2020. Bergeijk – Hof
Scenario A
Huur
100
20%
150
30%
Nultredenwoning
75
15%
100
20%
Eengezinswoning
25
5%
50
10%
Koop
401
80%
351
70%
Nultredenwoning
125
25%
176
35%
Eengezinswoning – goedkoper
25
5%
50
10%
Eengezinswoning – (middel)duur
251
50%
125
25%
Totaal binnen bouwprogramma
501
100%
501
100%
Scenario B
Zorgwoningen
56 + 20
56 + 20
Statushouders
30
30
Vervangende nieuwbouw na sloop
PM
PM
Ruimte – voor – ruimte woningen
PM
PM
Totaal alle woningen
607
607
Bron: Companen
Waar kunnen we bouwen? Zo’n streefbouwprogramma is natuurlijk mooi, maar is er in de kern Bergeijk wel ruimte voor zoveel woningen? In de StructuurvisiePlus is een groot aantal locaties aangegeven die in de toekomst voor woningen kunnen worden ingezet. Hieronder staan de locaties waarvan het al min of meer zeker is, dat daar de komende jaren gaat worden gebouwd.
-60-
Tabel 8.2: Bergeijk – Hof. Locaties en capaciteit Type locatie
Capaciteit
Locatie Driessen
Inbreiding
15
Molenakkers-Lavendelstraat
Inbreiding
70
Nieuwstraat 4
Inbreiding
20
Burgemeester Magneestraat 63
Inbreiding
20
Unica
Inbreiding
11
Bax Eijkereind
Inbreiding
25
Hooge Berkt 1+ 2
Uitbreiding
100
Totaal
261
We zien dat op deze locaties slechts capaciteit is voor ongeveer 260 woningen. Dit is zeker niet genoeg voor de behoefte die er in de kern is. Behoefte uit de kern Bergeijk zal opgevangen moeten worden door de uitbreidingslocaties die bij ’t Loo liggen. Als we kijken naar de zekere locaties in ’t Loo, dan is daar een capaciteit van iets meer dan 300 woningen. De totale capaciteit is zeker nog niet genoeg om de behoefte uit zowel ’t Loo als Bergeijk – Hof op te vangen. Er zullen op den duur dus meer locaties in ontwikkeling moeten komen. Nu we de locaties in beeld hebben, rijst de vraag of deze locaties wel geschikt zijn voor de woningen die gebouwd gaan worden. Seniorenwoningen zullen nabij voorzieningen moeten liggen, om woningen betaalbaar te kunnen houden moet de grond niet te duur zijn of in handen van ontwikkelaars die er andere plannen mee hebben etc. Om een eerste indruk te krijgen van de locaties houden we grof weg aan dat nultredenwoningen (geschikt voor senioren) op inbreidingslocaties moeten worden gebouwd. De overige woningen kunnen ook op uitbreidingslocaties worden gebouwd. In Bergeijk – Hof zijn verschillende inbreidingslocaties. Niet alle locaties liggen nabij voorzieningen. Locaties die geschikt zijn voor senioren (lees: nultredenwoningen) zijn Molenakkers, Burgemeester Magneestraat en Driessen. Samen zijn deze locaties goed voor circa 115 woningen.
Kijken we naar de behoefte aan nultredenwoningen dan varieert deze, afhankelijk van het scenario, tussen de 200 en 275 woningen. Ook al zal een deel van deze woningen ook voor starters geschikt zijn, het lijkt erop dat er te weinig mogelijkheden zijn om deze woningen op een geschikte plaats te realiseren. Er zijn twee mogelijkheden: we moeten op zoek naar alternatieve locaties voor nultredenwoningen of we moeten er genoegen meenemen dat niet alle nultredenwoningen nabij voorzieningen gerealiseerd kunnen worden. Daarbij komt nog dat er ook nog behoefte is aan 56 zorgwoningen. Voor deze woningen is het eigenlijk een ‘strikte’ voorwaarde dat deze nabij (zorg)voorzieningen gerealiseerd worden. Op de locatie aan de Nieuwstraat worden 20 wooneenheden voor mensen met een verstandelijke beperking gerealiseerd. Op de figuur behorende bij het uitvoeringsprogramma kunt u zien welke locaties binnen afzienbare tijd tot ontwikkeling zullen komen.
-61-
8.2.
Wat doen we ermee? Uitvoeringsprogramma.
In de voorgaande paragrafen zijn veel ‘parels en puinhopen’ van Bergeijk-Hof de revue gepasseerd. Maar wat is de gemeente nu van plan om hiermee te doen? In de bijlage zijn alle genoemde punten met reactie van de gemeente opgenomen. De hoofdlijnen van het uitvoeringsprogramma geven we in deze paragraaf.
Figuur 8.1 – Uitvoeringsprogramma Bergeijk ‘t Hof
Wonen • In Bergeijk Hof zullen de komende 15 jaar ruim 600 woningen moeten worden gebouwd, waaronder 76 zorgwoningen. Met dit programma zal tevens de basis onder het voorzieningenniveau van het Hof versterkt moeten worden. In het bijzonder zal aandacht besteed moeten worden aan het bouwen van betaalbare woningen voor starters en woningen voor senioren en mensen met een beperking. • Locaties: 1. Hooge Berkt 1 2. Hooge Berkt 2 3. Molenakkers-Lavendelstraat 4. Bax-Eijkereind 5. Driessen 6. Nieuwstraat 4 7. Unica 8. Burgemeester Magneestraat 63 Verkeersveiligheid 9. Aanpassen van de oversteek ter hoogte van St. Joseph naar het centrum (in samenwerking met RSZK). 10. Aanleg rotonde Stoom (wordt meegenomen in het bestemmingsplan Stoom).
-62-
11. Aanpassing Mr. Pankenstraat – Eijkereind (fysieke maatregelen op langere termijn, op korte termijn onderzoek naar mogelijkheden voor het instellen van een parkeerverbod). Bedrijven 12. Ontwikkeling bedrijventerrein Waterlaat. 13. Revitalisering bedrijventerrein Het Stoom.
-63-
-64-
9. ’t Loo In dit hoofdstuk geven we voor de kern 't Loo weer wat de belangrijkste aanknopingspunten zijn voor het dorpenontwikkelingsplan, zoals op de bewonersavonden naar voren zijn gekomen, en welke uitvoeringsconsequenties de gemeente daaraan verbindt.
9.1.
Wat speelt er in 't Loo?
Leefbaarheid in een notendop… Tijdens de dorpsschouw en bewonersavond op maandag 24 oktober 2005 hebben we van de inwoners van ’t Loo veel sterke, maar ook zwakke kanten van de kern gehoord. Sterke kanten van ’t Loo zijn: • het landelijk karakter en een ruime opzet: er is geen hoogbouw en er zijn veel verschillende woningen; • een kleine, betrokken gemeenschap en een rijk verenigingsleven; • parels: uitstraling rijksmonumenten, boerderijen, de combinatie van de pastorie met de kerk en natuurlijk het gemeenschapshuis en de natuurtuin. Naast deze sterke punten zijn er tijdens de avond ook punten naar voren gekomen die in deze kern meer aandacht vragen. De twee belangrijkste punten zijn de verkeersveiligheid en de uitbreiding met woningbouw tussen ’t Loo en Bergeijk - Hof. Verkeersveiligheid Op meerdere plekken in ’t Loo hebben bewoners overlast van verkeer. Een paar straten worden gebruikt als sluipwegen. Auto’s rijden er hard en er is overlast van vrachtverkeer. Daarnaast is met name de kruising bij ’t Stoom moeilijk om over te steken. Zolang er geen andere ontsluiting van het industrieterrein mogelijk is, vinden bewoners een rotonde een goede oplossing. Bij de wegen naar de buitengebieden is het wenselijk om fietspaden te maken, hiermee wordt het voor kinderen een stuk veiliger om naar school te fietsen.
Op de luchtfoto in bijlage 1 is te zien welke knelpunten door de bewoners zijn aangegeven, dit zijn o.a.: • Weebosscherweg: onveilig voor fietsers en voetgangers; • Bredasedijk: veel sluipverkeer en vrachtverkeer; • kruising bij ’t Stoom. Uitbreiding In de StructuurvisiePlus is een aantal gebieden ter uitbreiding van de kern Bergeijk - Hof aangegeven. De gebieden zijn met name bedoeld voor de woningbehoefte uit de kern Bergeijk – Hof. Ruimtelijk gezien lijken de locaties echter meer te horen bij ’t Loo dan bij Bergeijk – Hof. Door het hoge aantal woningen (ca. 300) lijkt de kern ’t Loo hierdoor te verdubbelen.
-65-
Deze uitbreiding biedt de kern natuurlijk veel kansen. Het draagvlak voor bepaalde voorzieningen wordt groter, waardoor er in de toekomst misschien meer ruimte komt voor voorzieningen, die nu nog niet in de kern aanwezig zijn. Aan de andere kant heeft deze uitbreiding natuurlijk zijn gevolgen voor de gemeenschap. Bewoners vinden het dan ook belangrijk dat de uitbreiding gefaseerd plaatsvindt. Bewoners wijzen de gemeente erop dat de gemeente bij de uitbreiding rekening moet houden met de verkeersontsluiting van de nieuwe wijken. Deze mogen niet leiden tot meer sluipverkeer en onveilige verkeerssituaties. Daarnaast werd er door bewoners gewezen op het bedrijf aan de Frater Romboutsstraat. Bij uitbreiding op de aangrenzende locatie wordt dit bedrijf omsloten door woningen. Dit is niet wenselijk. Beter is dan om het bedrijf te verplaatsen.
Wat speelt er nog meer? De punten die in de vorige paragraaf zijn genoemd, zijn natuurlijk niet het enige dat er speelt onder de bevolking van ’t Loo. In de paragraaf gaan we kort in op andere punten die tijdens de dorpsschouw en bewoneravond naar voren zijn gekomen. Kern zonder centrum ’t Loo heeft geen echt centraal punt in de kern. Wat het centrum zou moeten zijn, is nu slechts een grasveldje met bomen (driehoeksplein). De bewoners zouden hiervan een centraal plein willen maken waar men elkaar kan ontmoeten. Speelvoorzieningen Tijdens de dorpsschouw en bewonersavond is aangegeven dat er in de kern ’t Loo te weinig goede speelvoorzieningen zijn. In verband met veiligheidseisen is een aantal speeltoestellen weggehaald en hiervoor is niets in de plaats gekomen. Daarnaast laat in sommige wijken het aantal speelvelden te wensen over. Parkeergelegenheid Met name door de bewoners uit de buurt Breerijt is aangegeven dat er te weinig parkeerplaatsen zijn. Auto’s worden nu vaak op het trottoir geparkeerd waardoor het overlast geeft voor voetgangers, maar vanwege de smalle weg ook voor passerende auto’s. Voorzieningenniveau In de kern ’t Loo zijn, gezien het lage inwonertal, weinig tot geen commerciële voorzieningen zoals een supermarkt. Wellicht dat de voorgenomen uitbreiding hier een positieve impuls kan geven aan het draagvlak voor commerciële voorzieningen.
Wonen Behalve over leefbaarheid hebben de inwoners van ‘t Loo ook hun mening geven over wat er op het gebied van wonen moet gebeuren. Net als in andere kernen kwam ook in ’t Loo naar voren dat er behoefte is aan meer (betaalbare) woningen voor starters en senioren. Betaalbare woningen Evenals in andere kernen ervaren de inwoners van ‘t Loo een tekort aan betaalbare woningen. Starters en ook senioren komen moeilijk aan een woning en de doorstroming
-66-
komt niet op gang. In de nieuwe uitbreiding zal ruimte moeten komen voor betaalbare woningen. Wonen met zorg Ook in een kleine kern als ’t Loo groeit de behoefte aan woningen waar een bepaalde mate van zorg kan worden geleverd aan de bewoner(s). Inwoners zien graag dat er grenzend aan gemeenschapshuis Terlo een aantal woningen komt waar 24-uurszorg kan worden geleverd. Het gemeenschapshuis kan een steunpuntfunctie krijgen voor deze woningen. Wat moet er worden gebouwd? Tot 2020 is er in ’t Loo op basis van de huishoudensontwikkeling een behoefte aan circa 60 woningen. In de nota ‘Na denken doen’ is een behoefte van circa 15 zorgwoningen bepaald. Hiermee komt het totaal op circa 75 woningen. In de onderstaande tabel is te zien in wat voor samenstelling zou moeten worden gebouwd. Tabel 9.1: ‘t Loo. Streefbouwprogramma 2006 t/m 2020. ‘t Loo
Scenario A
Scenario B
Huur
12
20%
19
30%
Nultredenwoning
9
15%
12
20%
Eengezinswoning
3
5%
7
10%
Koop
50
80%
43
70%
Nultredenwoning
16
25%
21
35%
Eengezinswoning - goedkoper
3
5%
7
10%
Eengezinswoning – (middel)duur
31
50%
15
25%
Totaal
62
100%
62
100%
Zorgwoningen
15
15
Vervangende nieuwbouw na sloop
PM
PM
Ruimte – voor – ruimte woningen
PM
PM
Totaal alle woningen
77
77
Waar kunnen we bouwen? Hierboven zien we dat er in de komende vijftien jaar zo’n 80 woningen in ’t Loo gebouwd moeten worden, maar waar kunnen we deze woningen bouwen? In de StructuurvisiePlus is een aantal potentiële bouwlocaties opgenomen. In de onderstaande tabel staan de locaties waar het vrijwel zeker is dat gebouwd gaat worden. Tabel 9.2: ‘t Loo. Locaties en capaciteit Type locatie