CConstaterende datBergeijk
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 5 - Dorpontwikkelingsplan Bergeijk, kernen in ontwikkeling – 7 november 2006.pdf

Commissie Algemene Bestuurlijke Zaken 11 november 2021, gemeente BergeijkBij agendapunt: RV Rapport rekenkamercommissie Grondbeleid gemeente Bergeijk22.362 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bergeijk, kernen in ontwikkeling Dorpenontwikkelingsplan 07 november 2006

Boulevard Heuvelink 104 6828 KT Arnhem Postbus 1174 6801 BD Arnhem

Projectnr. 1724.72/NG

Telefoon (026) 3512532 Telefax (026) 4458702 E-mail info@companen.nl Internet www.companen.nl

Dit rapport is mede mogelijk gemaakt door een subsidie van de Provincie Noord-Brabant.

Bergeijk, kernen in ontwikkeling Dorpenontwikkelingsplan 07 november 2006

Inhoud

1.

Samenvatting 1.1. Het beleid 1.2. Uitwerking naar de kernen. Uitvoeringsprogramma 1.3. Monitoring en evaluatie 2. Inleiding 2.1. Van volkshuisvestingsplan naar dorpenontwikkelingsplan 2.2. Proces 2.3. Status van het plan 2.4. Leeswijzer Deel I: Visie 3. Visie op wonen en leefbaarheid 3.1. Hoofddoelstellingen van het DOP: wonen en regie 3.2. De eigen woningbehoefte verder uitgewerkt 3.3. Sociale cohesie en zelfredzaamheid van de burger 3.4. Relatie met provinciaal en regionaal beleid 3.5. Relatie met het Reconstructieplan 3.6. Rol van de gemeente: regie, grond, regelgeving en subsidie Deel II: Analyse 4. Bestaand beleid 4.1. StructuurvisiePlus Bergeijk ‘Leven en beleven’ (2004) 4.2. Nota grondbeleid ‘Bouwen, bouwen, bouwen’ (2005) 4.3. Nota wonen-welzijn-zorg ‘Na denken doen!’ (2003) 4.4. Ouderenproof ‘Wonen Welzijn en Zorg in uw Dorp’ (2005) 4.5. Kernenbeleid Bergeijk (1999) 4.6. Integrale accommodatievisie (2004) 4.7. Leefbaarheid- en behoefteonderzoek (2003) 4.8. Welzijns- en subsidiebeleid 2006-2009 (2005) 4.9. Beleidsvisie IBOR (2004) 4.10. Economisch Actieplan 2004 – 2008 Bergeijk (2004) 5. Analyse wonen 5.1. Kwantitatieve woningbehoefte 5.2. Kwalitatieve woningbehoefte 5.3. 46 5.3. Van woningbehoefte naar nieuwbouwprogramma: scenario’s 5.4. Streefwoningbouwprogramma 2006-2016 voor de gehele gemeente 5.5. Verdeling streefprogramma over de kernen 6.

Analyse leefbaarheid Deel III: Uitwerking naar de kernen en Uitvoeringsprogramma 7. Aandachtspunten in alle kernen 7.1. Aandachtspunten 7.2. Uitvoeringsprogramma 8. Bergeijk – Hof 8.1. Wat leeft er in Bergeijk Hof? 8.2. Wat doen we ermee? Uitvoeringsprogramma.

1 1 3 6 7 7 8 11 11 13 15 15 16 19 22 23 23 25 27 27 29 30 32 35 36 37 38 38 38 41 41 44 47 48 49 51 53 55 55 55 57 57 62

’t Loo 9.1. Wat speelt er in 't Loo? 9.2. Wat doen we ermee? Uitvoeringsprogramma 10. Luyksgestel 10.1. Wat speelt er in Luyksgestel? 10.2. Wat doen we ermee? Uitvoeringsprogramma. 11. Riethoven 11.1. Wat speelt er in Riethoven? 11.2. Wat doen we ermee? Uitvoeringsprogramma. 12. Weebosch 12.1. Wat speelt er in de Weebosch? 12.2. Wat doen we ermee? Uitvoeringsprogramma 13. Westerhoven 13.1. Wat speelt er in Westerhoven? Deel IV: Het vervolg 14. Monitoring en evaluatie Bijlage 1: Bergeijk Hof luchtfoto/reacties Bijlage 2: ’t Loo – luchtfoto/reacties Bijlage 3: Luyksgestel – luchtfoto/reacties Bijlage 4: Riethoven – luchtfoto/reacties Bijlage 5: Weebosch – luchtfoto/reacties Bijlage 6: Westerhoven – luchtfoto/reacties Bijlage 7. Initiatief startersgroep Bergeijk Bijlage 8. Intentieovereenkomst startersgroep Bergeijk Begrippenlijst 9.

65 65 68 71 71 73 76 76 78 81 81 83 84 84 89 91 1 8 12 18 23 27 31 33 36

1. Samenvatting 1.1.

Het beleid

Het DOP Bergeijk: wonen en leefbaarheid Voor u ligt het dorpenontwikkelingsplan Bergeijk, kortweg DOP genoemd. Dit is de opvolger van het volkshuisvestingsplan, maar dan in een geheel nieuw jasje gestoken. Het DOP beperkt zich niet tot het wonen. Bergeijk kiest voor een veel bredere aanpak: de leefbaarheid van de kernen, waarin het wonen natuurlijk wel een belangrijke rol speelt. Voor een groot deel mét de bevolking opgesteld De communicatie met de bevolking in de 6 kernen van de gemeente heeft voor een belangrijk deel gezorgd voor de invulling van het DOP. Door dorpsschouwen en bewonersavonden is een groot deel van de bevolking bij de planontwikkeling betrokken. Uiteraard zijn daarnaast ook allerlei belanghebbenden gehoord, zoals woonconsumentenorganisaties, woningcorporaties en zorginstellingen, en zijn vele bestaande gegevens gebruikt. Van ambities tot en met uitvoeringsplan Het DOP beschrijft de positieve kanten van de leefbaarheid in Bergeijk ("de parels"), maar besteed uiteraard veel aandacht aan de knelpunten ("de puinhopen"). Het blijft daarbij niet staan bij mooie woorden en ambities, maar vertaalt het beleid in programma's en maatregelen per kern voor de komende 10 à 15 jaar.

Visie op wonen en leefbaarheid De kernpunten van de in het DOP geformuleerde beleid zijn: • Voorzien in de eigen woningbehoefte van de kernen; • Bevorderen van de autonomie van de burger, zodat die in staat is zoveel mogelijk zelf de regie van zijn/haar leven in handen te hebben. Vanuit deze vertrekpunten geeft het DOP aan waar de beleidsaccenten in de komende jaren zullen liggen: • Starters en senioren op de woningmarkt; • Wonen-welzijn-zorg; • Het voorzieningenniveau in de kernen; • Openbare ruimte; • Verkeersveiligheid; • Afstemming op de Kempische subregio Bestaand beleid verwerkt Bergeijk kent op vele terreinen beleid, dat raakt aan het DOP. Dat is dan ook in het DOP geïntegreerd. Te noemen zijn o.a. : de StructuurvisiePlus, de Nota Grondbeleid, de nota "Na denken doen" over wonen-welzijn-zorg, Ouderenproof, de nota kernenbeleid Bergeijk, Economisch Actieplan, de Integrale accommodatievisie, welzijns- en subsidiebeleid, IBOR etc. Daarnaast is uiteraard rekening gehouden met het Provinciale Beleid (o.a. Streekplan) en de samenwerkingsafspraken met de (sub)regio en het reconstructieplan.

-1-

Woningbehoefte De komende 15 jaar zal de woningvoorraad met zo'n 1.350 woningen moeten worden uitgebreid, waarvan ca. de helft in de kern Bergeijk. De aandelen van de overige kernen zijn: • 't Loo : 6,1% • Luyksgestel: 16,2% • Riethoven: 13% • Weebosch 4,2% • Westerhoven: 10,5% In de huursector is de komende jaren een inhaalslag noodzakelijk. Ca. 22% van het bouwprogramma zal in dat segment gerealiseerd moeten worden. Het accent ligt daarbij sterk op nultredenwoningen. De eigen woningsector heeft uiteraard nog steeds het belangrijkste aandeel in de woningvoorziening. Ook hier speelt - naast een belangrijk deel vrijstaande en twee-onder-één-kap woningen - de levensloopbestendigheid een grote rol in het programma.. Voorts is er een belangrijke behoefte aan woningen voor mensen met en zorgvraag. Streefwoningbouwprogramma Het DOP formuleert voor de komende 10 jaar een streefwoningbouwprogramma met 2 scenario's, die als bandbreedte dienen, afhankelijk van de economische situatie. Gemeente Bergeijk. Gemeentelijk streefbouwprogramma 2006-2016 volgens 2 scenario’s (afgerond op 5-tallen) Sector

Woningtype

Doelgroep

Huur

Levensloopbestendig

1+2 pers.hh.< 35 < 475 jaar en 55+ 475 – 700

55 (7,5%) 55 (7,5%)

105(15%) 35 (5%)

Eengezins

Starters/(a.s). gezinnen

30(5%)

75

(10%)

Subtotaal

140 (20%)

215

(30%)

Compensatie-nieuwbouw (zorg, statushouders, vervanging etc)

256

256

Totaal huur

396

471

Koop

Prijsklasse

< 700

Scenario A

Scenario B

Eengezinswoningen

(a.s.) gezinnen

< 180.000 180.000-250.000 > 250.000

35 215 140

(5%) (30%) (20%)

70 113 70

(10%) (15%) (10%)

Levensloopbestendig

1+2 pers.hh. leeftijden

alle <180.000 180.000-250.000 >250.000

35 113 35

(5%) (15%) (5%)

90 120 35

(13%) (17%) (5%)

Subtotaal

573

(80%)

498

(70%)

Ruimte-voor-ruimte woningen

40

40

Totaal koop

613

538

1.009

1.009

Totaal

De verdeling over de verschillende woningtypen geldt niet alleen voor de gemeente als geheel, maar kan ook als leidraad voor de 6 kernen worden gehanteerd. Geconstateerd is namelijk dat de verschillen in behoefte tussen de kernen vrij beperkt zijn.

-2-

1.2.

Uitwerking naar de kernen. Uitvoeringsprogramma

In de bijlagen 1 t/m 6 bij het DOP zijn per kern de knelpunten opgenomen, zoals die uit de communicatie met de bevolking zijn voortgekomen. Daarbij is tevens aangegeven hoe de gemeente tegen de aanpak daarvan aankijkt. In de hoofdtekst zijn de accenten samengevat. In hoofdlijnen zegt het DOP het volgende:

Ten behoeve van alle kernen Verkeer ▪ Opstellen van een overkoepelend verkeersplan (verkeersveiligheid, verkeerscirculatie, parkeren) dat als toetsingkader dient voor de aanpak van verschillende verkeersproblemen. Communicatie ▪ Invoeren van de functie beleidsmedewerker kernenbeleid, die met name het contact onderhoudt met de dorps- en kernraden. ▪ Het benoemen van een coördinator Buitendienst als vast aanspreekpunt per kern. ▪ De nadere uitwerking van de relatie tussen de gemeente en de dorps- en kernraden in een convenant. ▪ Het stimuleren van een dorps- of kernraad waar die nog niet aanwezig is. Woningbouw ▪ In het kader van het bouwen voor starters en senioren (incl. zorgwoningen) en behoud van deze woningen voor de doelgroep: 1. Prestatieafspraken met corporaties aangaan; niet alleen voor te realiseren woningen, maar ook voor de woonomgeving inclusief voorzieningen (loopt al in Kempenverband). 2. Afspraken maken met en stimuleren van de startersgroep (loopt op gemeenteniveau). 3. Nogmaals vastleggen van 25% kortingsregel bij bouw van sociale huur. Voorzieningen ▪ Aangeven van de bemiddelende rol van de gemeente bij het instandhouden en verbeteren van (met name medische) voorzieningen, c.q. verbreding gebruik bestaande gemeenschapscentra. ▪ Verdere uitwerking van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning in Bergeijk.

▪ Handhaven uitgangspunten kernenbeleid: basisvoorzieningen per kern instandhouden. Budget en openbare ruimte ▪ Opnemen van een jaarlijks budget (per kern) om kleinere maatregelen uit te kunnen voeren (uitbouw VLO + spelregels). ▪ Handhaven welzijns- en subsidiebeleid.

Bergeijk-Hof

-3-

Wonen • In Bergeijk Hof zullen de komende 15 jaar ruim 600 woningen moeten worden gebouwd, waaronder 76 zorgwoningen. Met dit programma zal tevens de basis onder het voorzieningenniveau van het Hof versterkt moeten worden. In het bijzonder zal aandacht besteed moeten worden aan het bouwen van betaalbare woningen voor starters en woningen voor senioren en mensen met een beperking. • Prioriteit hebben de ontwikkeling van de locaties Hooge Berkt, MolenakkersLavendelstraat en Bax Eykereind. Verkeersveiligheid • Aanpassen van de oversteek ter hoogte van St. Joseph naar het centrum (in samenwerking met RSZK). • Aanleg rotonde Stoom (wordt meegenomen in het bestemmingsplan Stoom). • Aanpassing Mr. Pankenstraat – Eijkereind (fysieke maatregelen op langere termijn, op korte termijn onderzoek naar mogelijkheden voor het instellen van een parkeerverbod). Bedrijven ▪ Ontwikkeling bedrijventerrein Waterlaat en revitalisering bedrijventerrein Het Stoom.

't Loo Wonen • Toevoeging van een kleine 75 woningen, waaronder 15 zogwoningen, in de komende 15 jaar ten behoeve van de bevolking van 't Loo. • Bij de uitbreidingswoningbouw voor Bergeijk Hof rekening houden met de maat en schaal en het eigen dorpse karakter van 't Loo. • Ontwikkeling locaties Terlo en Triloo. Verkeer • Rotonde Stoom (wordt meegenomen in bestemmingsplan Stoom). • Geluids- en trillingsoverlast Vonderpad (wordt aangepakt bij de ontwikkeling van Triloo). • Driehoekig plein middels eenvoudige ingrepen toegankelijker maken (wordt aangepakt bij de ontwikkeling van Terlo). Bedrijven • Ontwikkeling bedrijventerrein Waterlaat en revitalisering bedrijventerrein Het Stoom.

Luyksgestel Wonen • Nieuwbouw van ca. 175 woningen in de komende 15 jaar; waaronder 13 zorgwoningen. • Ontwikkeling locaties Bloks-Kuijken en Tiliaans-Noord.

-4-

Verkeer • Verkeersmaatregelen treffen op de Kapellerweg i.v.m. 30 km/h zone (vooruitlopend op algemeen verkeer- en vervoersplan). Openbare ruimte • Uitvoering Dorpspark. • Inrichten Gestelplaetse. Basisschool ▪ Opstarten huisvestingsonderzoek naar aanleiding van uitkomsten locatieonderzoek. Bedrijvenontwikkeling • Ontwikkeling van het bedrijventerrein Rijt.

Riethoven Wonen • Nieuwbouw in de komende 15 jaar van 160 woningen, waaronder 20 ruimte-voorruimte-woningen en 10 zorgwoningen. • Ontwikkelen locatie inbreiding Riethoven en locatie “Achter de Sleutel”. Verkeer • Aanpassen verkeerssituatie rondom de schoolomgeving i.v.m. veiligheid.

Weebosch Wonen • Toevoeging van ruim 50 nieuwe woningen in de komende 15 jaar, waaronder 10 zorgwoningen. • Op dit moment wordt de locatie Kapelledries I ontwikkeld. Voor de woningbehoefte in Weebosch is deze locatie voorlopig voldoende. Over 5 tot 10 jaar komt de locatie ten oosten van Kapelledries I in beeld, Kapelledries II . Verkeer en vervoer • Aanpassen verkeerssituatie bij de school en de kruising WeebosserwegGerardusweg in verband met de verkeersveiligheid.

-5-

Westerhoven Wonen • Nieuwbouw van een kleine 120 woningen in de komende 15 jaar, waaronder 12 zorgwoningen. • Ontwikkeling van de locatie Hoefzicht 2 en de locatie autobedrijf Smolders. • Locatie Eikenwal schrappen als eventuele woningbouwlocatie. Ontwikkeling bedrijventerrein • Het opzetten van een integrale ruimtelijke visie voor de bedrijfsterreinontwikkeling. • Ontwikkeling c.q. revitalisering van de bedrijventerreinen Loveren en Leemskuilen. Basisschool • Voortzetten van de huidige procedure op basis van eerdere bestuurlijke besluiten.

1.3.

Monitoring en evaluatie

De feitelijke ontwikkeling van de maatregelen, genoemd in het DOP, zullen de komende jaren worden gevolgd door middel van de DOP-monitor. Elke 2 jaar zal het programma waar nodig worden herijkt. Het totale DOP zal over ca. 4 jaar worden geëvalueerd en vervangen worden door een nieuwe visie. Voorgesteld wordt een coördinerend wethouder aan te wijzen. Ambtelijk is een belangrijke rol weggelegd voor de beleidsmedewerker kernenbeleid.

-6-

2. Inleiding

2.1.

Van volkshuisvestingsplan naar dorpenontwikkelingsplan

Het volkshuisvestingsplan Bergeijk liep tot 2004. Vernieuwing is dus aan de orde. Bergeijk kiest daarbij voor een brede aanpak, waarin niet alleen het wonen aan de orde komt, maar ook de leefbaarheid. Dus geen nieuw volkshuisvestingsplan, maar een dorpenontwikkelingsplan, een DOP. Dat we daartoe overgaan, heeft diverse redenen. Een integrale aanpak nodig Het DOP is niet alleen een ander etiket, maar het weerspiegelt de maatschappelijke ontwikkeling. De “enge” volkshuisvesting verbreedt zich steeds meer tot wonen en leefbaarheid in algemene zin. Het gaat niet alleen meer om het bouwen van huizen, maar om alles wat direct of indirect met het wonen en leven te maken heeft. Deze verbreding raakt bijna alle sectoren van de gemeentepolitiek en niet alleen meer, zoals traditioneel, vooral de ruimtelijke ordening. Dus wordt, waar dat nodig is, aandacht besteed aan voorzieningen, groen, verkeer en vervoer, maar meer en meer komen daarbij ook andere aspecten aan bod, zoals welzijn, zorg en dienstverlening. De vermaatschappelijking van de zorg en de komende Wet Maatschappelijke Ondersteuning stimuleren dat in belangrijke mate. De gemeentelijke Wonen-Welzijn-Zorg-Nota “Na denken doen” (2003) is dan ook een belangrijke bouwsteen voor het DOP. Dit betekent dat het DOP een integrale visie is, waaraan de “harde” en de “zachte” sector van de gemeente eendrachtig hebben samengewerkt.

Op basis van een algemeen gemeentelijk beleid doet het DOP uitspraken over de ontwikkeling van alle zes kernen: Bergeijk - Hof, ’t Loo, Luyksgestel, Riethoven, Weebosch en Westerhoven. Deze uitspraken zijn uiteraard afgestemd op het ruimtelijke kader, dat is vastgelegd in de StructuurvisiePlus ‘Bergeijk (2004). De regionale uitdaging In oktober 2004 hebben de 5 Kempengemeenten Bergeijk, Bladel, Eersel, Oirschot en Reusel-De Mierden een convenant gesloten. Daarin staat, dat zij meer willen samenwerken op het gebied van wonen. Die samenwerking gaat gestalte krijgen in allerlei praktische zaken en projecten, maar ook op beleidsniveau 1. Uiteindelijk willen zij toe naar een woonvisie voor de Kempen met een uitwerking naar elke gemeente afzonderlijk. Het DOP Bergeijk vormt daarvoor een bouwsteen. Wij laten zien hoe het gemeentelijk beleid samenhangt met de subregio, wat wij verwachten van de andere Kempengemeenten en wat wij hen te bieden hebben.

1

Die samenwerking is uitgewerkt in de nota “Samen halen we er meer uit” (2004).

-7-

Nieuwe kaders Ook buiten de Kempen heeft het beleid zich de afgelopen jaren verder ontwikkeld. Dit heeft geleid tot een aantal nieuwe kaders, waar in dit DOP rekening mee wordt gehouden. We noemen de belangrijkste: Nieuwe ruimtelijke kaders Het Regionaal Structuurplan Regio Eindhoven(2004): hierin staat welke ruimte voor wonen aanwezig is. Parallel daaraan hebben wij als gemeente de eigen StructuurvisiePlus “Wonen en recreëren in een groene gemeente” opgesteld. Hierin geven we aan wat ruimtelijk in de kernen mogelijk is. Om in de toekomst van de Provincie goedkeuring te krijgen voor nieuwe bestemmingsplannen, moet de gemeente aantonen wat de behoefte is en waarom daarvoor nieuwe plannen nodig zijn. De woonvisie levert dat bewijs. Wonen in regionaal verband Verder is ook de regionale woonvisie voor het SRE-gebied “Wonen in zeven ambities” (2004) tot stand gekomen. Omdat die woonvisie over de hele regio Eindhoven gaat, is zij nogal globaal. Uitdieping naar het locale niveau is dus nodig. Inspelen op provinciaal beleid Ook door de Provincie Noord-Brabant wordt er grote waarde aan gehecht dat gemeenten Woonvisies en Dorpsontwikkelingsplannen opstellen. Zij heeft daartoe in 2004 de handreiking “Wonen met visie” opgesteld en in 2005 de handreiking “Dorpsontwikkelingplannen”. In het DOP Bergeijk spelen wij daar op in.

Het opstellen van dit dorpenontwikkelingsplan wordt dan ook mede mogelijk gemaakt door een subsidie van de Provincie Noord-Brabant.

2.2.

Proces

Het proces naar het dorpenontwikkelingsplan is in belangrijke mate interactief verlopen. De dorpsschouwen en bewonersavonden hebben daarin een belangrijke rol gespeeld. Het proces is schematisch als volgt opgezet:

-8-

Startfase

Startoverleg met

Presentatie

werkgroep

aanpak in B&W en/of Analyse-fase

Deskresearch

Interviews met

Dorpsschouwen Raadscieen

sleutelpersonen

bewonersavonden

Planvormingsfase

Woonvisie + leefbaarheidsvisie

Uitvoeringsfase en eindrapportage

Uitvoeringsprogramma wonen + leefbaarheid Eindrapportage

Een aantal onderdelen belichten wij nader in het navolgende. Desk research In de zomermaanden van 2005 zijn we van start gegaan met het opstellen van het DOP. De eerste stap in dit proces was de desk research. Deze bestond enerzijds uit het analyseren van het bestaande beleid van de gemeente en anderzijds uit een cijfermatige analyse van de woningmarkt. Betrekken van bewoners en andere partijen De desk research geeft een goed beeld van de situatie in Bergeijk, maar is nog wat theoretisch. We willen juist ook weten wat er nu echt leeft in de kernen? Wat vinden de inwoners van Bergeijk van het wonen en leven in hun dorp? Daarom zijn de inwoners van de gemeente en andere deskundigen op verschillende manieren betrokken bij de realisatie van het dorpenontwikkelingsplan.

-9-

Interviews Parallel aan de desk research heeft een aantal interviews plaatsgevonden met ‘deskundigen’ uit Bergeijk. Er is gesproken met verschillende ambtenaren, de woningcorporaties en met een groep starters uit de gemeente. Dorpsschouw en bewonersavond In oktober hebben we in ieder dorp een dorpsschouw en een bewonersavond georganiseerd. ’s Middags tijdens de dorpsschouw heeft de kopgroep, die bestond uit leden van de dorpsraad en andere deskundigen, commissie- en raadsleden, de wethouder, gemeenteambtenaren en adviesbureau Companen, ons rondgeleid langs de ‘parels en puinhopen’ van het dorp. Dit gebeurde lopend of in de auto, maar ook hebben we vaak gebruik gemaakt van de Jan Plezier. Met de digitale camera hebben we in beeld gebracht wat er leeft in de dorpen. ’s Avonds waren alle inwoners van het dorp uitgenodigd voor de bewonersavond. Aan de hand van een aantal foto’s van de dorpsschouw hebben we de sterke en zwakke punten van de kern benoemd. Vervolgens hebben de aanwezigen in groepjes hun eigen top 3 aan wensen voor de woonomgeving bepaald. Tot slot is in groepjes op een luchtfoto aangegeven wat er in het dorp veranderd zou moeten worden en wat er per se zo moeten blijven.2 Nieuwsbrief Per kern is een nieuwsbrief van de dorpsschouw en bewonersavond gemaakt. Deze nieuwsbrief is huis-aan-huis bezorgd aan alle inwoners van de betreffende kern.

Op deze wijze zijn ook de inwoners die niet op deze dag aanwezig waren, geïnformeerd over wat er leeft in het dorp. Dorps- en kernraden De dorps- en kernraden zijn nauw betrokken geweest bij het opstellen van het dorpenontwikkelingsplan. Tijdens de dorpsschouwen hebben zij de projectgroep rondgeleid langs de ‘parels en puinhopen’ van het dorp. Ze hebben vervolgens hun mening kunnen geven over de nieuwsbrief. Tot slot heeft de gemeente in april het eerste concept van het eindrapport en de benoemde projecten met de dorps- en kernraden doorgenomen. Klankbordgroep Om ook andere betrokkenen mee te laten delen in het dorpenontwikkelingsplan is een Klankbordgroep opgezet. De Klankbordgroep bestond uit: • afgevaardigden van de dorps- en kernraden; • seniorenraad; • Platform Ondernemers Bergeijk; • Brabantse Milieufederatie;

2

Van alle bewonersavonden zijn verslagen gemaakt die huis-aan-huis zijn verspreid.

-10-

• Instituut voor Natuurbeschermingseducatie; • ZLTO; • startersclub; • politie; • zorgstichting de Kempen; • jongerenopbouwwerk. Tijdens het proces is de klankbordgroep één keer bij elkaar gekomen; voor de start van de dorpsschouwen en –avonden. Projectgroep Het proces is begeleid door een projectgroep met daarin de wethouder, ambtenaren van verschillende afdelingen, de drie woningcorporaties en zorginstellingen De Kempen.

2.3.

Status van het plan

Wat kunt u van dit plan verwachten? En wat vindt u er niet in terug? Op basis van de desk research, maar vooral op basis van de inbreng van de inwoners van Bergeijk hebben we per kern een analyse gemaakt van de knelpunten. De oplossing van sommige knelpunten is al opgenomen in bestaande plannen, voor andere moeten nieuwe plannen worden gemaakt. Weer andere knelpunten zijn moeilijk of niet oplosbaar of slechts tegen zeer hoge kosten of pas op langere termijn. Om hierin een adequate ordening te maken zijn alle knelpunten voorzien van een uitvoerbaarheidstoets. Het resultaat daarvan geeft de projecten aan die op kortere of langere termijn aan de orde komen. Deze vormen het programma van het huidige DOP, dat - voorzover nodig - zal worden verwerkt in de programma’s van de verschillende gemeentelijke sectoren. Dit programma is uiteraard niet statisch. Toekomstige bijstellingen van het DOP kunnen leiden tot programma-aanpassingen.

2.4.

Leeswijzer

We hebben dit rapport opgedeeld in 4 delen: visie (I), analyse (II), uitwerking naar de kernen annex uitvoeringsprogramma (III) en het vervolg (IV). In hoofdstuk 3 staat de visie op wonen en leefbaarheid. Vervolgens bevat hoofdstuk 4 korte samenvattingen van het bestaande beleid van de gemeente. In hoofdstuk 5 gaan we in op de ontwikkelingen van de woningmarkt en komen we tot streefbouwprogramma voor de gemeente en de verschillende kernen. In hoofdstuk 6 gaan we in op de leefbaarheid. In hoofdstuk 7 tot en met 13 staat per kern een uitwerking met een uitvoeringsprogramma. Hoofdstuk 14 geeft aan wat het vervolg is op het tot stand komen van het DOP. In de bijlagen zijn alle concrete projecten en hun uitvoeringstoets opgenomen. Daarin is tevens gemotiveerd welke maatregelen/projecten wel en niet worden uitgevoerd.

-11-

-12-

Deel I: Visie

-13-

-14-

3. Visie op wonen en leefbaarheid

3.1.

Hoofddoelstellingen van het DOP: wonen en regie

Het hoofdthema van het DOP is de leefbaarheidsbevordering in de gemeente Bergeijk. Dit splitsen we uit naar een visie op het wonen en een visie op de leefbaarheid. Maar wat bedoelen we nu precies als we het hebben over leefbaarheid? Leefbaarheid is een “containerbegrip” geworden, waarin bijna alle elementen van het gemeentelijk beleid passen. Leefbaarheid is dat wat het wonen prettig en veilig maakt. In dit rapport gaan we uit van vier leefbaarheidsaspecten: wonen-welzijn-zorg, voorzieningen, verkeer en vervoer en openbare ruimte en veiligheid. Dit neemt natuurlijk niet weg dat er naast deze aspecten ook nog andere zaken zijn die van invloed kunnen zijn op de leefbaarheid; de economie is daar een van. Daarnaast speelt het beleid op het gebied van de volkshuisvesting, het wonen, misschien wel de grootste rol in de bevordering van de leefbaarheid in een dorp. Het onderstaande schema maakt in grote lijnen duidelijk wat wij in dit DOP behandelen. Dit mondt uit in de volgende twee hoofddoelstellingen voor het DOP: 1. Het zoveel mogelijk voorzien in de eigen woningbehoefte van de inwoners van Bergeijk. 2. Het bevorderen van de sociale cohesie en zelfredzaamheid van de burger. Beide hangen uiteraard nauw met elkaar samen.

Een eigen huis, een plek onder de zon, is immers een basisvoorwaarde voor een bestaan, waarin de burger (zo) zelfstandig (mogelijk) de regie voert over zijn of haar eigen leven en daardoor een optimale bijdrage kan leveren aan de gemeenschap. Dat we in het DOP in de eerste plaats naar de eigen burgers van Bergeijk kijken ligt voor de hand. Dat is de eerste verantwoordelijkheid van het gemeentebestuur. Maar vanzelfsprekend leven we niet op een eiland. Het samenwerkingsverband, in de eerste plaats met de andere Kempen-gemeenten, brengt met zich mee dat we bezien in hoeverre Bergeijk iets kan betekenen voor de (sub)regio en omgekeerd. Bovendien zijn veel van de partners bij de beleidsuitvoering (corporaties, zorginstellingen) bovengemeentelijk georganiseerd, zodat een ruimer blikveld niet alleen wenselijk, maar ook noodzakelijk is.

-15-

3.2.

De eigen woningbehoefte verder uitgewerkt

Eigen woningbehoefte Het “huisvesten van de eigen woningbehoefte”, een doelstelling die aansluit bij de StructuurvisiePlus, betekent een extra inspanning ten opzichte van de afgelopen periode, 2000: - 69 toen het stringente provinciale ruimtelijk beleid het niet toeliet 2001: - 65 2002: 6 om voldoende te bouwen voor de eigen behoefte. Dit heeft 2003: - 63 tot vertrekoverschotten geleid. Technisch wordt de eigen 2004: -132 woningbehoefte doorgaans gelijkgesteld met migratiejaargemiddelde 00-04: - 65 saldo=0. Dat betekent dat de afgelopen jaren gemiddeld 30 à 40 woningen te weinig zijn gebouwd om dit uitgangspunt te realiseren. Migratie-saldo Bergeijk

Uit deze hoofddoelstelling leiden wij als gemeente concretere doelstellingen af voor de diverse deelterreinen van het woonbeleid.

Strategische nieuwbouw Weer vlottrekken van de woningmarkt Het is voor vrijwel iedereen duidelijk dat zich thans op de woningmarkt belangrijke stagnaties voordoen. De koopprijzen zijn zodanig gestegen dat starters in de knel komen en doorstroming vanuit de huur- naar de koopsector heel moeilijk is geworden. Door de economische tegenwind is de woonconsument terughoudend, hetgeen vooral in de duurdere sector te merken is. In de huursector blijft “iedereen” als het ware zitten waar hij / zij zit en komen er dus onvoldoende woningen voor starters beschikbaar. De oorzaken van een deel van deze verschijnselen liggen buiten het bereik van de gemeentelijke overheid(bijvoorbeeld de economische ontwikkeling). Door een toegesneden bouwprogramma kunnen wij als gemeente echter een belangrijke bijdrage leveren aan het weer vlottrekken van de woningmarkt. Dat betekent dus niet alleen aandacht voor het bouwen voor de behoefte, maar ook voor strategisch bouwen met doorstroompotentie. Kwaliteit en kwantiteit moeten hand in hand gaan Dit laatste houdt in dat we rekening houden met de woningmarkteffecten, waarbij het gaat om een kwalitatief passend en gedifferentieerd aanbod, afgestemd op de plaatselijke behoefte. Alleen “bouwen-bouwen-bouwen” vanwege de lange lijsten van woningzoekenden zonder voldoende kwaliteit lost de problemen onvoldoende op en schept op termijn alleen nieuwe problemen.

Aanpassing bestaande woningvoorraad Herstructurering huurvoorraad De bestaande huurvoorraad is op bepaalde onderdelen aan vernieuwing toe. Deels is er sprake van bouw- en/of woontechnische gebreken, deels is de toekomstwaarde gelet op de verwachte woonwensen te beperkt. Die herstructurering kan via verschillende wegen plaatsvinden:

-16-

•

•

Sloop en vervangende nieuwbouw. Veelal kan dit niet op dezelfde locatie. Immers, de (op termijn) te slopen woningen hebben in de huidige huurmarkt nog zeker een functie. Dat geldt in ieder geval voor eengezinswoningen, maar ook voor verouderde bejaardenwoningen, waar van de zijde van starters vaak veel belangstelling voor bestaat. Dat betekent als het ware vooraf vervangende nieuwbouw op een andere locatie. Opplussen. Het grootste deel van de huurwoningen in de gemeente bestaat uit eengezinswoningen. Aanpassing tot levensloopbestendige woningen is soms technisch en financieel lastig, maar vaak ook een mogelijkheid. Wij zetten in op een optimale benutting van die mogelijkheden.

Herstructurering eigen woningsector Het eigen woningbezit is in Bergeijk een groot goed. Ruim 85% van de huishoudens heeft een koopwoning. In de komende tijd staan veel van deze huishoudens voor de keuze of zij - gelet op hun gevorderde leeftijd - zullen verhuizen naar een kleinere woning met minder onderhoud en de belangrijkste voorzieningen op de begane grond. Of dat zij hun woning op eigen kosten zullen aanpassen, bijvoorbeeld door een aan- of uitbouw of het bij de woning trekken van een garage. Veelal zijn daar op de ruime kavels wel mogelijkheden voor. Wij willen degenen die op die wijze hun woning willen “opplussen” daarin ondersteunen. Het “bestemmingsplan Mantelzorg” is daarvoor één van de instrumenten. Ook het project “Blijvend thuis in eigen huis” speelt daar op in. Ook in nieuwe bestemmingsplannen zullen wij flexibiliteit bieden voor levensloopbestendige aanpassingen. Doelgroepenbeleid De gemeente wil in haar beleid extra aandacht voor starters en senioren (wonen, welzijn en zorg) en huisvesting voor specifieke doelgroepen.

Starters binnenboord houden Wij willen niet dat starters zich vanwege huisvestingsredenen gedwongen zien de gemeente te verlaten. Door “natuurlijke” oorzaken als studie, werk en relatievorming verhuizen er immers vanzelf al heel wat jongeren. Wij willen daar niet nog eens een versterking van door gebrek aan huisvestingsmogelijkheden. Wij willen deze doelgroep graag behouden en – mede gelet op de onvermijdelijke vergrijzing – een zo gevarieerd mogelijke bevolkingssamenstelling in stand houden. Het bouw- en huisvestingsbeleid moet daar een belangrijke rol bij spelen. Hierin is de doorstromingsbevordering een belangrijk instrument. Wonen-welzijn-zorg Maatschappelijke ontwikkelingen leiden tot een bijzondere opgave voor wonen met zorg: • Vermaatschappelijking van de zorg; • Vergrijzing; • Integrale benadering van wonen, welzijn en zorg; • De invoering van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) in 2007, waarbij de gemeente verantwoordelijkheid krijgt voor (een deel van) de maatschappelijke ondersteuning. Deze ontwikkelingen leiden er toe dat ouderen en mensen met functiebeperkingen langer in hun vertrouwde omgeving zullen blijven wonen. Enerzijds is de vermaatschappelijking

-17-

een wens van veel oudere en gehandicapte woonconsumenten, anderzijds zullen de regelgeving en de financiering het noodzakelijk maken dat de intramurale capaciteit niet of nauwelijks meer toeneemt of zelfs wordt gereduceerd. Er ligt derhalve een grote opgave om vanuit het wonen de juiste woonproducten op de juiste plaats te leveren, namelijk zodanig dat voldoende zorg- en welzijnsvoorzieningen gegarandeerd zijn. De woningen zelf zullen in beginsel moeten voldoen aan Woonkeur of in ieder geval levensloopbestendig gebouwd moeten worden. Voorts wil de gemeente eigenaarbewoners stimuleren om hun woningen op te plussen. Aandachtsgroep3 en kernvoorraad Wij zijn van oordeel dat de goedkopere huurvoorraad ook in de toekomst toereikend moet blijven voor de lagere inkomensgroepen. Daarin kennen we aan de woningcorporaties een cruciale rol toe. Wij plaatsen daarbij twee kanttekeningen: • De doelgroep verandert en vergrijst ten dele. Dit betekent dat herstructurering van de huurvoorraad aan de orde is. Dat gaat niet zo maar. Er is immers een grote vraag naar alle typen huurwoningen. Daarom is het van belang om de herstructurering en de nieuwbouw met elkaar in verband te zien: vooruit nieuw bouwen voor eventuele latere sloop.

• De huishoudens die voor hun huisvesting afhankelijk zijn van sociale huurwoningen zijn op dit moment omvangrijker dan de aandachtsgroep, die in het BBSH3 is aangeduid. Zelfs huishoudens met een modaal inkomen kunnen zich lang niet altijd een koopwoning permitteren. Voorts komt het meer en meer voor dat ouderen hun koopwoning verruilen voor een huurwoning. Het zorgdragen voor deze groepen mag niet ten koste gaan van de aandachtsgroep. Wij streven er naar dat goedkope woningen blijvend behouden worden voor de doelgroep. Bijzondere doelgroepen Wij zijn van oordeel dat er in de gemeente plaats moet zijn voor de toegesneden huisvesting van bijzondere doelgroepen. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om verstandelijk en/of lichamelijk gehandicapten, ex-psychiatrische patiënten etc. Wij zien deze burgers als gewone burgers met dezelfde huisvestingsrechten als anderen. Woonwagenbewoners Wij vinden verder dat binnen de gemeente ruimte moet zijn voor huishoudens die in een woonwagen willen wonen. De intrekking van de woonwagenwet houdt voor de gemeente niet in, dat de nieuwe aanwas gedwongen in “gewone” woningen moet gaan wonen. De gemeente is daarom ook bereid voorzover nodig en mogelijk in nieuwe standplaatsen te voorzien. Voorzover het huurwagens betreft, gaat de gemeente er van uit dat een corporatie het beheer daarover voert.

Alvorens één en ander naar omvang, locatie en planning nader uit te werken, wil de gemeente eerst afstemmingsoverleg voeren met de andere Kempengemeenten. Kernenbeleid Wij zijn van mening dat de woningen evenwichtig gespreid moeten zijn over de kernen. Dat betekent dat de woningbehoefte een belangrijk criterium is voor de verdeling van de woningbouw over de kernen. Maar er zijn meer criteria. Neem bijvoorbeeld de leefbaarheid of de ondersteuning van de voorzieningen. Of het feit dat in een bepaalde

3

Besluit Beheer Sociale Huursector.

-18-

kern al lange tijd geen woningbouw heeft plaatsgevonden. Of de kans die zich in een kern voordoet, omdat een inbreidingslocatie beschikbaar komt. Dat betekent niet dat wij tot een volledige “ontschotting” van de kernen willen overgaan. Ons uitgangspunt blijft de woningbehoefte, met hier en daar zonodig een nuancering daarop. Dit sluit aan bij de benadering die in de StructuurvisiePlus is gekozen. Realisering in subregionaal verband Wij willen de centrale doelstelling “zorgdragen voor de eigen woningbehoefte” waar nodig bij voorkeur samen met de andere Kempengemeenten realiseren. Wij willen dit als volgt doen: a. In de eerste plaats door de woningmarkt in de Kempen zo transparant mogelijk te maken. b. In de tweede plaats door zoveel mogelijk schotten tussen de gemeenten te slechten. Dit om de kansen van woningzoekenden te vergroten. c. In de derde plaats door de inwoners van alle Kempengemeenten zo gelijk mogelijk te behandelen en dus in beginsel even grote kansen op de woningmarkt te bieden. d. Ten vierde door elkaar als Kempengemeenten bij te staan bij de ontwikkeling van woningbouwplannen. Dat kan variëren van informatie-uitwisseling tot het op elkaars grondgebied bouwen van woningen. e. Ten vijfde doelen proberen te bereiken door gezamenlijk optrekken, richting Provincie en SRE, maar ook richting volkshuisvestingspartners zoals corporaties, zorginstellingen en ontwikkelaars.

3.3.

Sociale cohesie en zelfredzaamheid van de burger

Uitgangspunt in het gemeentelijk beleid is dat de burger in beginsel in samenhang binnen zijn leefgemeenschap de regie voert over het bestaan. Daartoe wil de gemeente faciliteren, en richt zich daarbij uiteraard met name op inwoners die ondersteuning nodig hebben. We volgen hierin de nota “Na denken doen”. De essentie daarvan is de volgende: Individualiteit, kleinschaligheid en integraliteit Dit zijn de drie pijlers van het gemeentelijke beleid. Deze pijlers staan voor de autonomie van de burger met daaraan verbonden het behouden en bevorderen van zelfstandigheid en zelfredzaamheid binnen een samenhangende sociale context. Het aanbod wordt bepaald door de vraag; men heeft de mogelijkheid om zelf invulling te blijven geven aan het leven in een sociaal en fysiek vertrouwde omgeving. Door samenwerking tussen betrokken partijen wordt een keten gevormd die bijdraagt aan het welbevinden van de inwoners van de gemeente Bergeijk. Daarnaast kan en wil de gemeente Bergeijk "overal" verantwoordelijk voor zijn en verwacht zij van de burgers (daarom) ook een eigen maatschappelijke bijdrage. Het zijn immers vaak de lokale bewoners die te hard door de 30 km/u-zone rijden en hondenpoep op de stoep achterlaten. De gemeente ondersteunt dan ook graag initiatieven vanuit de inwoners om de leefbaarheid in de kernen te verbeteren.

Wonen-welzijn-zorg Op het gebied van wonen-welzijn-zorg heeft de gemeente de volgende doelstellingen:

-19-

• • •

•

De gemeente schept de voorwaarden zodat mensen zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen en functioneren in de eigen leefomgeving. De gemeente realiseert, samen met betrokken partijen, een samenhangend aanbod aan wonen-welzijn-zorg. De gemeente draagt zorg voor het instandhouden van een adequaat en samenhangend voorzieningenniveau; opvullen van lacunes en voorkomen van doublures. De voorzieningen in de gemeente zijn bereikbaar, toegankelijk, bruikbaar en betaalbaar.

Wet Maatschappelijke Ondersteuning Samen met de 4 andere Kempengemeenten heeft Bergeijk in november 2005 een Kadernotitie WMO De kermpen opgesteld. Hierin zijn voor het omgaan met de WMO als strategische uitgangspunten vastgesteld: • Versterking van de gemeenschap • Gelijkheid van de burgers in de Kempen • Preventie waar mogelijk • Meedoen • De sterkste schouders dragen de zwaarste lasten • Eigen verantwoordelijkheid van de burger • Houdbaar, dus sober en doelmatig • Vraaggericht Inmiddels is de ontwikkeling en implementatie onder de paraplu van de Kempensamenwerking in gang gezet. Voorzieningenniveau De gemeente zet zich in om de volgende voorzieningen in stand te houden in allen kernen: • Basisschool • Peuterspeelzaal • Buitensportvoorziening • Gemeenschapshuis • Speelvoorzieningen • Bibliotheekvoorziening Basisscholen De gemeente is van plan om in 2006 voor het basisonderwijs een Integraal Huisvestingsplan op te stellen. Tot die tijd staat het beleid geformuleerd in de nota Lokaal Onderwijsbeleid 2002 – 2006 en de Huisvestingsverordening 2004. In hoofdlijnen houdt dit in dat bestaande scholen een kwaliteitsimpuls krijgen. Dit betekent dat verouderde gebouwen aangepast worden aan de moderne eisen. Daarnaast is het beleid dat de basisschool op inhoudelijk gebied meer samen gaan werken met de peuterspeelzalen.

Peuterspeelzalen ( en kinderopvang) Peuterspeelzalen zijn in principe in iedere kern aanwezig. In deze kernen werken ze inhoudelijk samen met de basisschool.

-20-

Sinds de Wet Kinderopvang die in is gegaan op 1 januari 2005 heeft de gemeente minder bemoeienis met kinderopvanginstellingen. De subsidierelatie is opgeheven en de kinderopvanginstellingen moeten marktconform draaien. Buitensportvoorzieningen Per kern heeft de gemeenteraad in de visie op het accommodatiebeleid (mei 2005) bevestigd dat een buitensportaccommodatie gehandhaafd blijft (op basis van voldoende gebruik) en er geen clustering van voorzieningen wordt voorgestaan. Dit betekent dat per kern de gemeente zich voor voetbal, korfbal en tennis verantwoordelijk voelt en voor één centrale handbalaccommodatie. Andere takken van sport zijn voor de eigen verantwoordelijkheid van de vereniging, die zelf grond en opstallen moeten financieren en onderhouden. Gemeenschapshuizen Per kern heeft de gemeenteraad bevestigd in de visie op het accommodatiebeleid dat elke kern een gemeenschapshuis heeft, dat door de gemeente wordt ondersteund. Een gemeenschapshuis vervult een spilfunctie in een kern. Speelvoorzieningen In september 2003 heeft de gemeente haar speelvoorzieningenbeleid opgesteld. Speelterreinen worden op basis van normen in de bestaande wijken gehandhaafd. Hierbij gelden de 3 V’s: veiligheid, vervanging van afgekeurde speeltoestellen en vernieuwing. Deze laatste is wegens bezuinigingen geschrapt uit het raadsvoorstel.

Bij nieuwbouwwijken worden nieuwe speelterreinen meegenomen in de grondexploitatie; ze worden op grond van de landelijke normen ingericht.

Verkeer en vervoer Voor de beoordeling van de verkeersgerelateerde knelpunten ontbreekt een toetsingskader. De gemeente Bergeijk beschikt niet over een Gemeentelijk Verkeer- en Vervoerplan (GVVP), VerkeersCirculatiePlan (VCP) en een (actueel) VerkeersVeiligheidsPlan (VVP). De noodzaak voor het opstellen van dergelijke plannen blijkt uit de hoeveelheid verkeersgerelateerde knelpunten die door de bewoners en dorps- en kernraden naar voren zijn gebracht. Om een objectieve beoordeling te kunnen maken van deze verkeersknelpunten is het dringend noodzakelijk eerst een GVVP en een VVP op te stellen. Het VCP kan integraal onderdeel uitmaken van het GVVP of als vervolgopdracht van het GVVP gezien worden. Dit neemt niet weg dat waar eenvoudige oplossingen mogelijk zijn, waarvoor geen toetsingskader aanwezig hoeft te zijn, deze in het kader van het uitvoeringsprogramma DOP overwogen/opgenomen worden. Daarnaast is er een aantal zaken met betrekking tot verkeersveiligheid waar de gemeente minder invloed op heeft. Het betreft dan handhaving van verkeersregels zoals maximum snelheid en

-21-

parkeerverboden. Het is aan de politie om deze regels te handhaven en te bekeuren bij overtreding.

Openbare ruimte en veiligheid De ambities van de gemeente met betrekking tot de openbare ruimte heeft zij beschreven in het Integraal Beheersplan Openbare Ruimte (IBOR). De gemeente streeft ernaar om alle openbare gebieden minstens op basiskwaliteit in stand te houden. Sociaal-economische aspecten Wat betreft de economische aspecten in Bergeijk stimuleert de gemeente de economische ontwikkeling. Zij richt zich daarbij op het behoud van de werkgelegenheidsfunctie. Verder streeft de gemeente naar verdere diversificatie van de economische sectoren in de gemeente.

3.4.

Relatie met provinciaal en regionaal beleid

Regionaal Structuurplan Regio Eindhoven (2004) Het beleid in het Regionaal Structuurplan Regio Eindhoven knoopt aan bij het provinciale bestuursakkoord en formuleert, voorzover van belang voor Bergeijk, de volgende hoofdlijnen van beleid: “Voor de landelijke regio’s (blijft) het uitgangspunt: “bouwen voor migratiesaldo-nul”. Binnen dit beleidskader bouwt elke gemeente zoveel woningen als minimaal nodig zijn voor de opvang van de natuurlijke bevolkingsgroei. De prioriteit ligt bij inbreiden, herstructureren en intensiveren van bestaand bebouwd gebied. Uitbreiden is pas aan de orde, als is aangetoond, dat er geen reële mogelijkheden zijn binnen bestaand bebouwd gebied. Een combinatie van inbreidingen en uitbreidingsplannen is voor de provincie bespreekbaar, als dat noodzakelijk is, vanwege de financiële haalbaarheid. Kwalitatieve argumenten geven daarbij de doorslag.” (…) “Per subregio moet minimaal vijftig procent van de nieuw te bouwen woningen binnen bestaand bebouwd gebied (grens 1996) gerealiseerd worden. Zowel in de stedelijke regio als in de landelijke regio’s ligt het accent op inbreiden en herstructureren. 50% inbreiding wordt als gemeenschappelijke taak aan de subregio’s opgelegd, maar moet nog nader geoperationaliseerd worden.” Dat kan gebeuren in een Woonvisie of een Dorpenontwikkelingsplan.

Regionale Woonvisie (2004) In Zuidoost Brabant vormt de regionale woonvisie het kader voor het lokale woonbeleid. De regionale woonvisie beveelt de gemeenten aan te komen met een integrale lokale woonvisie. In de Regionale Woonvisie wordt gepleit voor voldoende en kwalitatief goede woonruimte. Deze Woonvisie geeft aan dat op de woningmarkt in de dorpen het huursegment sterk ondervertegenwoordigd is. En dat er hierdoor lange wachttijden zijn ontstaan voor starters en alleenstaanden. Volgens de Regionale Woonvisie zal het grootste gedeelte van de nieuwbouw gericht moeten zijn op het huursegment of maatschappelijk gebonden eigendom. Ook wijst deze regionale visie op de vraag naar zorg, die door de toenemende vergrijzing sterk zal toenemen. Deels wordt dit volgens de visie opgelost door mantelzorg aangevuld met een aanvullend zorgpakket. Daarnaast gaat het om aanpassing van de bestaande woningvoorraad voor senioren en andere

-22-

zorgvragers. Gemeenten stellen hiervoor randvoorwaarden in de bestemmingsplannen. Intramurale zorg zal geconcentreerd worden in de grotere kernen. In de Regionale Woonvisie zijn deze punten omgezet in een zevental ambities voor het wonen in Zuidoost Brabant: 1. Meer keuzevrijheid en zeggenschap voor de burger, met meer inzicht in (de kansen) op de woningmarkt. 2. Meer evenwicht in de koop-huur-verhouding, tussen steden en dorpen. 3. Meer capaciteit en kwaliteit in Wonen, Welzijn en Zorg. 4. Meer samenwerking tussen alle woningmarktpartijen. 5. Meer aandacht voor doelgroepen en betaalbaarheid van woningen. 6. Meer zorg voor kwaliteit van woning en woonomgeving. 7. Monitoren van wat er gebeurt op de woningmarkt. De ambities zijn uitgewerkt in verschillende thema’s die de basis zijn voor het regionale uitvoeringsplan dat in 2004 is vastgesteld.

3.5.

Relatie met het Reconstructieplan

De provincie heeft in 2002 in samenwerking met Streekontwikkeling De Kempen een sociaal-economische visie voor het reconstructiegebied Boven-Dommel (waar Bergeijk deel vanuit maakt) opgesteld. In deze visie wordt onder meer gepleit voor het opstellen van Dorpenontwikkelingsplannen ter verbetering van de leefbaarheid in plattelandskernen. Daarnaast gaat de visie met name in op het omgaan en invullen van het verminderen van agrarische bedrijvigheid, o.a. door het creëren van recreatieve voorzieningen.

3.6.

Rol van de gemeente: regie, grond, regelgeving en subsidie

In het kader van bouwen en wonen hebben wij als gemeente in ieder geval 4 rollen: De gemeente als regisseur en stimulator Wij kunnen op het gebied van bouwen en wonen alleen iets bereiken door een vruchtbare samenwerking te onderhouden en bevorderen met zowel de professionele partners (Provincie, corporaties, zorginstellingen, commerciële ontwikkelaars, bouwers e.d.) als met de woonconsumenten (seniorenraad, dorpsraden e.d.). Waar nodig trekt Bergeijk daarbij gezamenlijk op met de andere Kempengemeenten in de overtuiging dat er zo “samen meer uitgehaald kan worden”. De gemeente als grondeigenaar Wij zijn als Bergeijk voorstander van een actieve grondpolitiek, omdat wij op die wijze het meeste waar kunnen maken van de beleidsdoelstellingen. Daar waar partners met eigen grondposities zich als vanzelf invoegen in het gemeentelijk beleid, is een actieve opstelling uiteraard niet of minder nodig.

-23-

De gemeente als regelgever De gemeente stelt bestemmingsplannen op en geeft bouw- en gebruiksvergunningen af. De bestemmingsplanontwikkeling wordt uiteraard mede afgestemd op het DOP. De gemeente als subsidiegever/financier Op het gebied van welzijn en woningaanpassing (WVG) is de gemeente geldgever. In de toekomst zal die rol sterker worden als gevolg van de invoering van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning in 2006. Maar ook is de gemeente geldgever wanneer zij korting verleent op woningbouwgrondprijzen, hetgeen zij onder bepaalde voorwaarden doet bij grondverkopen voor de realisatie van sociale huurwoningen.

-24-

Deel II: Analyse

-25-

-26-

4. Bestaand beleid Op het gebied van leefbaarheid heeft de gemeente Bergeijk de afgelopen jaren al meerdere beleidsnota’s vastgesteld, zoals ‘Na denken doen’ (2003), ‘Integrale accommodatievisie’ (2004) en ‘Beleidsvisie IBOR’ (2004). Ook op het gebied van de Ruimtelijke Ordening is er een aantal rapporten: ‘Bouwen, bouwen, bouwen’ (2005), nota grondbeleid en ‘Leven en beleven’ (2004), StructuurvisiePlus. In het DOP gaan we in eerste instantie uit van het reeds bestaande beleid. In dit hoofdstuk bespreken we de uitgangspunten en hoofdlijnen van de, voor het DOP relevante, beleidsnota’s. Indien we er in de loop van het traject achterkomen dat bepaalde zaken anders moeten worden aangepakt dan eerder vastgesteld, kunnen we in het DOP overwegen het beleid te herzien. Voor het wonen-deel van het DOP zijn er twee belangrijke beleidsnota’s: de nota grondbeleid ‘Bouwen, bouwen, bouwen’ (2005) en de StructuurvisiePlus (2004). Hieronder staan de belangrijkste beleidsuitgangspunten van beide nota’s.

4.1.

StructuurvisiePlus Bergeijk ‘Leven en beleven’ (2004)

In de StructuurvisiePlus wordt uitgegaan van drie programma-elementen: wonen, werken en verkeer. Voor dit programma is 2020 gekozen als planhorizon.

Wonen De StructuurvisiePlus is wat wonen betreft gebaseerd op de provinciale woningbehoefteprognose uit 2002. Inmiddels heeft de Provincie in 2005 een nieuwe prognose uitgebracht. Daaruit blijkt dat de woningvoorraad van de gemeente op basis van de bevolkingsontwikkeling in de periode 2005 t/m 2024 met 1.035 woningen zal moeten toenemen, waarvan 350 woningen in de periode 2005 t/m 2009. Vanuit motieven als leefbaarheid, wooncarrière en evenwichtige bevolkingsgroei worden de woningen in de StructuurvisiePlus verhoudingsgewijs verdeeld over de kernen. Door externe factoren kan de gemeente besluiten om anders om te gaan met de verdeling over de kernen. Tabel 4.1: Gemeente Bergeijk. Verdeling woningbouw 2006 –2020 over de kernen. Bergeijk - Hof

50%

465

‘t Loo

6,1%4

58

Luyksgestel

16,2%

151

Riethoven

13,0%

121

Westerhoven

10,5%

97

Weebosch

4,2%

39

Totaal gemeente

100%

930

Bron: StructuurvisiePlus Gemeente Bergeijk (2004); cijfers aangepast aan prognose 2005

4

In de StructuurvisiePlus wordt geen onderscheid gemaakt tussen Bergeijk – Hof en ’t Loo. Op basis van het huidige aantal inwoners is door Companen een verdeling van de woningbehoefte gemaakt.

-27-

Voor de kwalitatieve woningvraag zijn de volgende doelstellingen en ambities geformuleerd: • bouwen voor de eigen inwoners; • bouwen voor starters en ouderen (60%); • bouwen voor specifieke doelgroepen (gehandicapten); • bouwen in een goedkope huursector (20%); • het blijvend behouden van woningen voor de doelgroep. Het is van belang om inventief en levensloopbestendig te programmeren.

Werken Op regionaal niveau wordt in samenwerking van de Kempengemeenten (gemeenten Bergeijk, Bladel, Eersel, Oirschot en Reusel-De Mierden) een plan ontwikkeld voor een duurzaam Kempisch bedrijventerrein (KBP). Door de provincie is indicatief aangegeven dat het benodigde aantal hectare voor Groot Kempen ca. 160 ha is, waarvan 60 ha voor bedrijven groter dan 5.000m². Het aantal hectare voor deze grote bedrijven is niet toegedeeld aan een gemeente. Kijkend naar het inwonertal zal Bergeijk ca. 21 ha toebedeeld krijgen. De gemeente heeft op het gebied van werken de volgende doelstellingen en aandachtspunten: • werken en werkgelegenheid is vooral van belang voor het behoud van de sociale structuur; • bedrijven zijn verantwoordelijk voor hun huisvesting, de gemeente schept voorwaarden; • herinrichting van bedrijventerrein ’t Stoom en ontwikkeling van bedrijventerrein Waterlaat is belangrijk. De gemeente Bergeijk vindt het belangrijk om bij het vertrekken van bedrijven richting het KBP een goede invulling te geven aan vrijkomende terreinen. De solitaire plekken in de kernen kunnen worden benut voor woningbouw. Bij vrijkomende plekken op een bedrijventerrein kan herverkaveling en hersegmentering een goede optie zijn.

Verkeer Vanuit het aspect verkeer is er één onderwerp dat veruit het belangrijkste is: de nieuwe verbindingsweg van de N69 (Dommelen) naar de A67 (Veldhoven). Ruimtelijk is dit onderwerp ook zeker relevant. De oplossingsrichting voor de aansluiting betreft een zoekgebied in het noordoosten van de gemeente Bergeijk. Deze oplossing kan waarschijnlijk zorgen voor vermindering van het sluipverkeer. Op lokaal niveau wil de gemeente op korte termijn enkele knelpunten in de verkeersafwikkeling oplossen. De belangrijkste doelstellingen hierbij zijn: • het weren van sluipverkeer; • het verbeteren van de bereikbaarheid van het westelijk deel van Bergeijk; • het vergroten van de verkeersveiligheid. Concreet gaat het om de volgende zaken:

-28-

• • •

oplossen bereikbaarheidsproblematiek van bedrijventerreinen het Stoom en de Waterlaat; inrichten van 30- en 60-km-zones; visievorming op de gebiedsontsluitingswegen, zowel binnen als buiten de bebouwde kom.

Overige programma-elementen Naast wonen, werken en verkeer is er nog een aantal andere punten dat aandacht heeft gekregen in de StructuurvisiePlus, te weten detailhandel, recreatie en toerisme, landbouw, natuur en landschap en water en milieu. Bij deze punten wordt in gegaan op hun relatie met de ruimte.

4.2.

Nota grondbeleid ‘Bouwen, bouwen, bouwen’ (2005)

In het kader van het gemeentelijk grondbeleid kennen we 3 belangrijke aandachtsgebieden: • Natuurgrond: hoofdzakelijk gemeentelijk bosgebied, ca. 1.400 ha. Het gemeentelijke beleid ten aanzien van gemeentebossen is vastgelegd in het Bosbeheersplan. • Cultuurgrond: pacht en erfpachtgronden, ca. 1.400 ha. • Bouwgrond: toekomstige uitleglocaties voor woningbouw, inbreidingslocaties en bedrijven terreinen.

Hoofddoelstelling Het accent in de nota ligt duidelijk op de bouwgrond. Het hoofddoel van de nota is: • De inzet van instrumenten, zodanig dat een optimale productie van woningen en bedrijventerreinen wordt bereikt. Bij optimale productie moet worden gedacht aan de begrippen: snel, goed en flexibel. Snel om de ingelopen achterstand in de productie goed te maken. Goed betekent een verantwoorde ruimtelijke kwaliteit. Flexibel houdt in dat we niet alle pijlen op één locatie richten, maar meerdere locaties tegelijk in voorbereiding nemen. Daarnaast is het behalen van een zeker rendement uit de grondexploitatie een tweede doelstelling. Winsten uit de grondexploitatie vloeien naar de algemene middelen van de gemeente en kunnen daarmee een eenmalige bijdrage leveren een de realisatie van noodzakelijke voorzieningen.

Actieve grondpolitiek De gemeente streeft voor zowel uitbreidings- als inbreidingslocaties een actieve grondpolitiek na. Bij inbreidingslocaties is het wel een voorwaarde dat de exploitatie economisch haalbaar is. Een actieve grondpolitiek houdt in dat de gemeente grond gaat aankopen en veelal in samenwerking met ontwikkelaars een plan ontwikkeld. Hierdoor kan de gemeente meer invloed uitoefenen op het doelgroepenbeleid. De gemeente kan de volgende instrumenten inzetten om actief grond te verwerven:

-29-

• • •

minnelijke verwerving; Wet Voorkeursrecht Gemeenten; onteigening.

Indien grond reeds is aangekocht door een ontwikkelaar streeft de gemeente er naar om het bouwclaimmodel toe te passen.

4.3.

Nota wonen-welzijn-zorg ‘Na denken doen!’ (2003)

Maatschappelijke en demografische ontwikkelingen zoals de vermaatschappelijking van de zorg, de Wet Maatschappelijke Ondersteuning en de vergrijzing, vragen een actievere rol van gemeenten dan voorheen. De hoofddoelstellingen van het gemeentelijk beleid zijn als volgt: • het scheppen van voorwaarden voor mensen zodat zij zolang mogelijk zo zelfstandig mogelijk in hun eigen leefomgeving kunnen blijven functioneren, uitgaand van de behoeften van kwetsbare burgers (vraaggericht); • het realiseren van een samenhangend woon-, welzijns- en zorgaanbod waarbij effectiviteit en efficiëntie belangrijke begrippen zijn; • het instandhouden van een adequaat, samenhangend voorzieningenniveau waarbij de onderscheiden functies zo nauwkeurig mogelijk op elkaar zijn afgestemd; lacunes worden opgevuld en doublures worden voorkomen: een naadloos sluitende keten. Dit voorzieningenniveau wordt niet alleen vormgegeven door professionele organisaties, maar ook door de ouderenbonden en andere vrijwilligersorganisaties; • dit voorzieningenniveau dient bereikbaar, bruikbaar en betaalbaar te zijn. Deze hoofddoelstellingen zijn vertaald naar beleidsaanbevelingen op het gebied van wonen, welzijn en zorg.

Wonen In de gemeente Bergeijk is tot 2015 behoefte aan circa 325 seniorenwoningen. Deze woningen worden gespreid over de kernen gebouwd. Daarnaast is er ook behoefte aan 116 zorgwoningen en 20 plaatsen beschermd wonen voor mensen met een verstandelijke beperking. Waar deze woningen zullen worden gebouwd is nog niet vastgelegd. Dit komt aan de orde in het DOP.

-30-

Onderzoek steunpunt woningen (opplussen tot Woonkeur)

Loo

Luyksgestel

Riethoven

Weebosch

Westerhoven

Onderzoek toekomstwaarde bestaande seniorenwoningen (renovatie of nieuwbouw)

Bergeijk - Hof

Tabel 4.2: Gemeente Bergeijk. Behoefte wonen (met zorg) tot 2015.

122

7

28

26

4

19

-

-

26

12

-

12

Uitbreiding aantal seniorenwoningen (gefaseerd)

172

22

50

24

10

45

Uitbreiding steunpuntwoningen cq zorgwoningen

56

15

13

10

10

12

Uitbreiding semi-murale voorziening voor mensen met een verstandelijke beperking

20

-

-

-

-

-

Bron: ‘Na denken doen’ Gemeente Bergeijk (2003)

Naast het bouwen van deze woningen wil de gemeente tevens het levensloopbestendig bouwen intensiveren. Om mensen zo lang mogelijk zelfstandig te kunnen laten wonen dient er bij nieuwbouw volgens het principe van levensloopbestendig bouwen te worden gebouwd. Behalve nieuwbouw is ook het opplussen van bestaande woningen van belang. Dit wordt gestimuleerd door het project Blijvend Thuis in Eigen Huis. Tot slot verdiend niet alleen de woning, maar juist ook de woonomgeving aandacht. Hierbij denken we aan de toegankelijkheid van de openbare ruimte, maar ook aan de aanwezigheid van voorzieningen als openbaar vervoer, winkels en ontmoetingsgelegenheden.

Welzijn Op basis van een model uit de gemeente Eersel is een inventarisatie gemaakt van de aanwezigheid van welzijnsvoorzieningen in de gemeente Bergeijk. Er is een onderverdeling in de volgende categorieën: 1. welzijnsvoorzieningen in / aan huis; 2. welzijnsvoorzieningen gericht op ondersteuning van de zorg; 3. welzijnsvoorzieningen gericht op informatie, advies en ondersteuning; 4. welzijnsvoorzieningen met een recreatief / educatief of op beweging gericht karakter. Deze typen welzijnsvoorzieningen moeten er voor zorgen dat de inwoners van de gemeente Bergeijk langer zelfredzaam kunnen blijven en langer zelfstandig kunnen blijven wonen. Veel van deze voorzieningen zijn al in de gemeente aanwezig of in ontwikkeling. Voor de beleidsaanbevelingen op dit gebied verwijzen we naar de nota zelf.

Zorg In de gemeente Bergeijk is al een groot aantal basiszorgvoorzieningen aanwezig: • (vooralsnog) voldoende huisartsen; • tandarts; • eerstelijns centrum met fysiotherapeuten;

-31-

• •

zorgcentrum St, Joseph; woonbegeleidingscentrum voor mensen met een verstandelijke beperking.

Vanuit de verschillende kernen is nog een aantal voorzieningen genoemd waar behoefte aan is. Het gaat dan met name om zorgvoorzieningen die mensen die langer thuis willen blijven wonen, kunnen ondersteunen zoals een zorgteam in iedere kern, een zorgbemiddelaar en personenalarmering. In de nota ‘Na denken doen’ staan de beleidsaanbevelingen op dit gebied.

4.4.

Ouderenproof ‘Wonen Welzijn en Zorg in uw Dorp’ (2005)

Eind 2005 is het rapport Ouderenproof door de samenstellers aangebonden aan de Provincie. Het doel van het Ouderenproof is om inwoners boven de 55 jaar, gehandicapten en chronisch zieken te betrekken bij het huidige en toekomstige ouderenbeleid in de gemeente. Per kern heeft de projectgroep bewoners ondervraagd over de knelpunten in de kern. Hieronder geven we de conclusies en aanbevelingen van de projectgroep weer.

Bergeijk - Hof Conclusies •

Aanbevelingen

Tekort aan betaalbare woningen voor senioren •

Op korte termijn prioriteit geven aan de bouw van

en gehandicapten.

geschikte woningen (Woonkeur) voor senioren met een minimum inkomen. Ook woningbouw voor starters verdient prioriteit te krijgen.

•

Het is onvoorstelbaar dat in een grote kern als •

Onderhandelen om deze basisvoorziening met

Bergeijk- Hof een postkantoor ontbreekt.

een breed pakket aan diensten terug te krijgen in het dorp.

• •

Er is behoefte aan een goed steunpunt in het •

Ontwikkelen van een integraal dienstencentrum

centrum van Bergeijk - Hof.

met daarin meerdere functies.

De openbare ruimte in Bergeijk – Hof heeft •

Inventariseren van de knelpunten in de openbare

nogal wat obstakels voor mensen met een

ruimte, op stellen plan van aanpak en tijdspad

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=GemeenteBergeijk&id=a72beeb4-aa5e-4349-ad84-a78249b95ed9