CConstaterende datBergeijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 11. Archeologisch onderzoek fietspad Eikestraat en Broekhovenseweg BOPA Fietspad Eikestraat-Broekhovenseweg

Gemeenteraad 26 februari 2026, gemeente BergeijkBij agendapunt: BOPA fietspad Eikestraat-Broekhovenseweg, Riethoven24.839 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

32

Brabant.nl.

22 (44)

Walik is een kleine, zeer oude buurtschap en heeft in tegenstelling tot vele andere gehuchten en buurtschappen wel een bebouwde kom. Op 19e-eeuwse landkaarten werd de buurtschap ook wel als Waalwijk aangeduid. De buurtschap stamt al uit de Vroege Middeleeuwen. De kern van Walik bestaat onder meer uit een aantal met stro gedekte langgevelboerderijen, waarvan er twee uit 1840 stammen en een derde wat jonger is. Deze zijn alle drie tot rijksmonument verklaard. Een kerk is in Walik niet aanwezig. Walik behoort tot de kerkgemeenschap van Riethoven.33 De naam Waal kan slaan op Waalse afkomst van de bewoners of op een ronde diepe plas.34 Meer informatie kan teruggevonden worden in de publicatie Westerhoven, Riethoven, Borkel & Schaft in Kaart van Daniel, Vangheluwe, Kik de Nooijer en Johan Biemans. 2.9.2 Historisch kaartmateriaal De situatie van het plangebied is op verschillende historische kaarten als volgt: Tabel 2-4

Geraadpleegd historisch kaartmateriaal deelgebied Broekhovenseweg

Bron

Periode

Kaartblad

Schaal

Omschrijving plangebied

Bijzonderheden /directe omgeving

Kadastrale minuut35

1828

Riethoven, Sectie A blad 01 en 03

1:2.500

Grotendeels heide, aan de westzijde 4 percelen bouwland. Deels doorsneden door de voorloper van de Broekhovenseweg, aan de uiterste oostzijde ook doorsneden door een weg.

Grotendeels heide klein deel bouwland. Voorganger Broekhovenseweg aanwezig al komt de loop niet overeen met de huidige situatie.

Militaire topografische kaart (veldminuut)36

18501864

Eindhoven 51

1:50.000

Westzijde agrarische percelen, grootste deel heide, doorsneden door wegen (o.a. voorloper van de Broekhovenseweg).

Geen grootschalige veranderingen.

Bonneblad

1901

707

1:25.000

Westzijde agrarische percelen, grootste deel heide en bos, doorsneden door wegen.

Broekovenseweg ligt geheel ten noorden deelgebied.

Bonneblad

1927

707

1:25.000

Geen veranderingen

Geen grootschalige veranderingen.

Topografische kaart

1953

51D

1:25.000

Toename agrarische percelen aan de westzijde deelgebied, oostzijde bos, doorsneden door één weg.

Ten noorden van de Broekhovenseweg zijn het aantal agrarische percelen toegenomen.

33

Wikipedia. Berksel & Samplonius, 1995. 35 Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. 36 Kadaster Topotijdreis (bron voor deze kaart en de hierop volgende kaarten in deze tabel). 34

23 (44)

Topografische kaart

1963

51D

1:25.000

Geen veranderingen

Geen grootschalige veranderingen.

Topografische kaart

1972

51D

1:25.000

Westelijk deel weg (Broekhovenseweg) en agrarische percelen, oostelijk deel bos, doorsneden door twee wegen.

Broekhovenseweg ligt geheel op de huidige locatie.

Topografische kaart

1983

51D

1:25.000

Huidige situatie

Grotendeels huidige situatie.

Tabel 2-5

37 38

Geraadpleegd historisch kaartmateriaal deelgebied Eikestraat

Bron

Perio de

Kaartblad

Schaal

Omschrijving plangebied

Bijzonderheden /directe omgeving

Kadastrale minuut37

1828

Riethoven, Sectie C blad 02 en 03 & Bergeyk Sectie A blad 02.

1:2.500

Afwisselend agrarische percelen en bos, doorsneden door wegen. Deels doorsneden door voorloper Eikestraat en zijwegen.

Voorloper Eikestraat aanwezig, grotendeels op huidige locatie, omringd door agrarische percelen en bos.

Militaire topografische kaart (veldminuut)38

18501864

Valkensewaard 57

1:50.000

Afwisselend agrarische percelen en bos, doorsneden door wegen. Deels doorsneden door voorloper Eikestraat en zijwegen.

Geen grootschalige veranderingen.

Bonneblad

1901

707

1:25.000

Grotendeels bos, klein deel agrarisch perceel. Deels doorsneden door Eikestraat en zijwegen.

Geen grootschalige veranderingen.

Bonneblad

1927

707

1:25.000

Deels bos, deels heide deels agrarische percelen. Doorsneden door Eikestraat en zijwegen.

Geen grootschalige veranderingen.

Topografische kaart

1953

57B

1:25.000

Grotendeels bos, klein deel agrarisch perceel. Doorsneden door Eikestraat en zijwegen.

Eikestraat ligt op huidige locatie.

Topografische kaart

1963

57B

1:25.000

Bos, agrasrische percelen en een klein stukje heide. Doorsneden door Eikestraat en zijwegen.

Geen grootschalige veranderingen.

Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Kadaster Topotijdreis (bron voor deze kaart en de hierop volgende kaarten in deze tabel).

24 (44)

Topografische kaart

1973

57B

1:25.000

Bos en agrasrische percelen. Doorsneden door Eikestraat en zijwegen. Wegennet zuidzijde aangepast.

Wegennet zuidzijde aangepast.

Topografische kaart

1986

57B

1:25.000

Bos en agrasrische percelen. Doorsneden door Eikestraat en zijwegen. Wegennet zuidzijde aangepast.

Wegennet zuidzijde aangepast, provinciale weg gereasliseerd.

Topografische kaart

1994

57B

1:25.000

Geen veranderingen

Geen grootschalige veranderingen.

Topografische kaart

1999

57B

1:25.000

Geen veranderingen

Geen grootschalige veranderingen.

Topografische kaart

2009

57B

1:25.000

Huidige situatie, rotonde in zuidelijk deel plangebied gerealiseerd.

Geen grootschalige veranderingen.

Op basis van het beschikbare gedetailleerde historische kaartmateriaal (zie tabel 2-4 en kaarten 16 - 21) lag het oostelijk deel van deelgebied Broekhovenseweg vanaf de eerste helft van de 19e eeuw tot heden in een natuurgebied, in eerste instantie heide, vervolgens heide en bos en tenslotte alleen bos. De westzijde bestond uit agrarische percelen die zich in de loop der tijd in oostelijke richting uitbreiden ten kosten van heide en bos. De huidige Broekhovenseweg loopt op de oudste kaarten deels door het plangebied (dit kan een cartografische fout zijn) maar vanaf de kaart uit 1901 (kaart 17) ligt hij ten noorden van het plangebied. Op de kaart uit 1972 (kaart 20) ligt de Broekhovenseweg geheel op de huidige locatie, waardoor de westzijde van het deelgebied weg is. Op basis van het beschikbare gedetailleerde historische kaartmateriaal (zie tabel 2-6 en kaarten 22 - 28) lag het deelgebied Broekhovenseweg vanaf de eerste helft van de 19 e eeuw tot heden grotendeels in een natuurgebied met hier tussen agrarische percelen. Het natuurgebied bestond uit bos en op bepaalde momenten uit heide. Delen van het plangebied kruisen de Eikestraat. De Eikestraat lijkt op de oudste kaarten niet op de huidige plek te liggen maar dit betreft waarschijnlijk ook een cartografische fout.

Op de kaarten uit 1973 (kaart 27) en 1986 (kaart 28) is te zien dat aan de zuidzijde het wegennet is aangepast met de komst van de provinciale weg die door de zuidzijde van het plangebied loopt. Op de kaart uit 2009 is de huidige situatie ontstaan. 2.10 Historisch landschap39 Op de kaart historisch landschap, onderdeel van de Interactieve erfgoedkaart van Bergeijk, loopt deelgebied Broekhovenseweg, deels door een gebied met bosbouw vanaf minstens 1750 tot plaatselijk 1930 en deels door heide vanaf minstens 1840 tot 1950. De weg zelf was een lokale weg. Op deze zelfde kaart loopt deelgebied Eiksestraat, deels door een gebied met bosbouw vanaf minstens 1750 tot plaatselijk 1930 en deels door akkerbouwgebied. De weg zelf was een doorgaande weg en deels een holle weg.

39

Erfgoedkaart Gemeente Bergeijk.

25 (44)

2.11 Bouwhistorische gegevens Het bouwdossier van de gemeente Bergeijk is niet geraadpleegd omdat het plangebied volgens het historisch kaartmateriaal de laatste 200 jaar onbebouwd is geweest.

2.12 Tweede Wereldoorlog Om vast te stellen of mogelijke archeologische waarden uit de Tweede Wereldoorlog in het plangebied aanwezig zijn, is een aantal publicaties geraadpleegd. 40 Het raadplegen van deze bronnen geeft geen redenen om aan te nemen dat er archeologische waarden uit de Tweede Wereldoorlog in het plangebied te verwachten zijn. Wel zijn ten westen van de Broekhovenseweg en ten noorden van de Eikestraat explosieven geruimd. 2.13 Heemkunde Vereniging Voor aanvullende informatie is contact gezocht met de plaatselijke Heemkundige studiegroep “Van Rijthoven toen tot Riethoven”, d.d. 27 maart 2025. Hierop is gereageerd met de mededeling: “dat wij u helaas geen aanvullende informatie kunnen geven. De focus van onze kleine heemkundegroep (7 personen) is ook vooral gericht op de periode na 1800”.

2.14 KLIC-gegevens Om vast te stellen in hoeverre de bodem in het plangebied is verstoord door kabels en leidingen is bij het Kadaster een KLIC melding gedaan. Uit deze KLIC melding blijkt dat in het oostelijk deel van deelgebied (in het bosgebied) Broekhovenseweg ten oosten en zuiden van het fietspad een elektriciteitskabel ligt, en aan het uiteinde een datakabel die het plangebied ook doorsnijdt. Aan beide zijde van de Broekhovenseweg liggen data- en stroomkabels, aan de uiterste westzijde van deelgebied Broekhovenseweg kunnen hierdoor geen boringen geplaats worden. Het wordt doorsneden door twee rioolleidingen. In het noorden van deelgebied Eikestraat lopen twee kabels en leiding door en vlak langs het deelgebebied. In het zuiden liggen rond de rotonde en de wegen kabels en leidingen die deels door het plangebied heen lopen.

2.15 Bodemverstoring Het raadplegen van de Verstoringsbronnenkaart van de RCE 41 en de Kaart Vergraven Gronden (WUR) 42 heeft geen relevante gegevens opgeleverd over bodemverstoringen.

2.16 Gespecificeerde archeologisch verwachting Op grond van de gegevens uit het bureauonderzoek is de volgende gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld: Tabel 2-6

Gespecificeerde archeologische verwachting deelgebied Broekhovenseweg

Archeologische periode

Gespecificeerde verwachting

Te verwachten complextype/resten

Relatieve diepte t.o.v. het maaiveld

(Laat) Paleolithicum

Laag

Kampementen, vuursteenstrooiïngen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen.

Onder de bouwvoor/het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen.

Amersfoort & Kamphuis, 1990/Indicatieve kaart Militair Erfgoed/Jong, 1969 – 1994/ Klep & Schoenmaker, 1995/Ruimingskaart/VEO Bommenkaart/Zwanenburg, 1990. 41 Verstoringsbronnenkaart van de RCE. 42 WUR. 40

26 (44)

Mesolithicum

Laag

Kampementen, vuursteenstrooiïngen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen.

Onder de bouwvoor/het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen.

Neolithicum

Hoog

Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen, houtskool en gebruiksvoorwerpen.

Onder de bouwvoor/het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen.

Bronstijd

Hoog

Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen, metaalresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen.

Onder de bouwvoor/het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen.

IJzertijd

Hoog

Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen.

Onder de bouwvoor/het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen.

Romeinse tijd

Hoog

Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen.

Onder de bouwvoor/het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen.

Vroege Middeleeuwen

Hoog

Bewoningssporen van een (boeren)erf: kleine fragmenten aardewerk, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten, organische resten en gebruiksvoorwerpen.

Onder de bouwvoor/het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen.

Late Middeleeuwen

Hoog

Bewoningssporen van een (boeren)erf: kleine fragmenten aardewerk, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten, organische resten en gebruiksvoorwerpen.

Onder de bouwvoor/het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen.

Nieuwe tijd

Middelhoog

Bewoningssporen van een (boeren)erf: kleine fragmenten aardewerk, metaal¬resten,

Onder maaiveld/in het antropogeen eerddek/in de top van de dekzandafzettingen.

27 (44)

glasresten, houtskool, botresten, organische resten en gebruiksvoorwerpen.

Tabel 2-7

Gespecificeerde archeologische verwachting deelgebied Eikestraat

Archeologische periode

Gespecificeerde verwachting

Te verwachten complextype/resten

Relatieve diepte t.o.v. het maaiveld

(Laat) Paleolithicum

Laag

Kampementen, vuursteenstrooiïngen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen.

Onder de bouwvoor/het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen.

Mesolithicum

Laag

Kampementen, vuursteenstrooiïngen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen.

Onder de bouwvoor/het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen.

Neolithicum

Hoog

Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen, houtskool en gebruiksvoorwerpen.

Onder de bouwvoor/het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen.

Bronstijd

Hoog

Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen, metaalresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen.

Onder de bouwvoor/het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen.

IJzertijd

Hoog

Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen.

Onder de bouwvoor/het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen.

Romeinse tijd

Hoog

Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen.

Onder de bouwvoor/het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen.

Vroege Middeleeuwen

Hoog

Bewoningssporen van een (boeren)erf: kleine fragmenten aardewerk, metaalresten, glasresten, houtskool,

Onder de bouwvoor/het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen.

28 (44)

botresten, organische resten en gebruiksvoorwerpen. Late Middeleeuwen

Hoog

Bewoningssporen van een (boeren)erf: kleine fragmenten aardewerk, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten, organische resten en gebruiksvoorwerpen.

Onder de bouwvoor/het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen.

Nieuwe tijd

Middelhoog

Bewoningssporen van een (boeren)erf: kleine fragmenten aardewerk, metaal¬resten, glasresten, houtskool, botresten, organische resten en gebruiksvoorwerpen.

Onder maaiveld/in het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen.

2.16.1 Toelichting Uit de landschappelijke ligging blijkt dat het plangebied in het Paleolithicum en Mesolithicum ongunstig is geweest voor jagers en verzamelaars maar vanaf het Neolithicum wel gunstig voor landbouwers. Uit de archeologische gegevens die verzameld zijn uit het onderzoeksgebied blijkt dat ten westen en zuidwesten van het deelgebied Eikestraat vindplaatsen uit het Midden Paleolithicum tot en met de Romeinse tijd liggen bestaande uit nederzettingsterreinen en grafvelden Door archeologisch onderzoek is er een goed beeld van waar de jagers en verzamelaars hun tijdelijke kampementen vestigden. De jagers en verzamelaars waren afhankelijk van een aantal ecologische factoren, zoals het voedselaanbod en de aanwezigheid van grondstoffen in de omgeving van de locatie. Ze leefden van de jacht, visserij en het verzamelen van onder andere noten, vruchten en wortels. Dit soort voedsel was met name te vinden op het overgangsgebied van hoge en droge gronden naar lage en natte gronden, de gradiëntzone, en dichtbij water, zoals vennen en beken. Op dit soort locaties was ook drinkwater bereikbaar.43 Het plangebied ligt niet in een gradiëntsituatie naar open water. Het plangebied heeft daardoor een lage verwachting voor de perioden Laat paleolithicum en Mesolithicum.

Ten zuidwesten van het deelgebied Eikestraat is een vindplaats uit het Midden Paleolithicum aangetroffen maar dit ligt op dermate grote afstand van het plangebied dat er niet verwacht wordt dat deze vindplaats doorloopt tot in het plangebied. Voor de landbouwers zijn andere factoren van belang bij de locatiekeuze. Vanaf het Neolithicum ging men zich vestigen op één locatie. Om te kunnen blijven wonen op één plek werd het kunnen uitvoeren van landbouw een belangrijke factor. Voor akkerbouw is onder andere een vruchtbare bodem en een goede afwatering van belang.44 De bodem in het grootste deel van het plangebied is geschikt voor agrarisch gebruik en bewoning, een klein deel was mogelijk te nat. Ten westen en zuidwesten van het deelgebied Eikestraat zijn duidelijke aanwijzingen dat hier vanaf het Neolithicum tot in de Romeinse tijd menselijke activiteiten hebben plaats gevonden. Ten westen van het deelgebied Eikestraat is op AHN ook nog een raatakkercomplex/celtic field zichtbaar. De verwachting voor archeologische resten uit het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd in het plangebied is daarom hoog. Vanaf de Middeleeuwen zijn schriftelijke bronnen bekend die de bekende locatiekeuzes en archeologische gegevens kunnen aanvullen. Vanaf de 13e eeuw wordt de locatie langs 43 44

Louwe Kooijmans et al., 2005. Louwe Kooijmans et al., 2005.

29 (44)

kruisingen en splitsingen van doorgaande en lokale wegen ook van belang voor de locatiekeuze van een nederzetting. Deze nederzettingen kunnen zijn gegroeid tot de hedendaagse gehuchten en woonkernen.45 Het plangebied ligt op het historisch kaartmateriaal langs en deels op een doorgaande weg. De percelen zijn echter grotendeels in gebruik als natuur of agrarisch percelen. De kans op bewoningssporen uit de Nieuwe tijd wordt daarom klein geacht, mogelijk zijn er wel sporen van agrarisch gebruik aanwezig in het plangebied. De verwachting voor archeologische resten uit de Nieuwe tijd is daarom middelhoog. De archeologische resten worden in delen van het plangebied waar geen enkeerdgronden aanwezig zijn direct aan of onder het maaiveld verwacht. De vondstenlaag wordt verwacht in de eerste 30 cm beneden het maaiveld. Archeologische sporen worden direct beneden het maaiveld verwacht en lopen meestal door tot circa 50 cm -mv, hoewel ook diepere sporen (zoals paalsporen en waterputten) kunnen voorkomen. Deze archeologische resten bestaan hoofdzakelijk uit aardewerk- en/of vuursteenstrooiïngen. Waar wel enkeerdgronden voorkomen worden de archeologische resten verwacht onder het eerddek en in de top van de oorspronkelijke C-horizont.

De vondstenlaag is opgenomen onder in het eerddek; hier wordt ook wel van ‘cultuurlaag’ gesproken: een doorwerkte oude bodem tussen het eerddek en de ongeroerde ondergrond met kleine fragmenten aardewerk, natuursteen, vuursteen en houtskool. Aan en direct onder het maaiveld worden archeologische resten verwacht uit de Nieuwe tijd. De vondstenlaag van deze resten zal zich niet dieper bevinden dan circa 30 cm beneden het maaiveld. Archeologische sporen worden verwacht in de top van de Chorizont. Organische resten en metaal zullen in delen met een lage grondwaterstand door de relatief droge en zure bodemomstandigheden slecht zijn geconserveerd. In natte en zuurstofloze condities, in delen van het plangebied met een hoge grondwaterstand, zullen organische resten en metaal over het algemeen goed zijn geconserveerd.46

2.16.2 Bodemverstoring Dat een gebied een middelhoge of hoge archeologische verwachting heeft, betekent niet dat eventuele aanwezige archeologische resten behoudenswaardig zijn. De waarde van archeologische vindplaatsen wordt grotendeels bepaald door de mate waarin grondsporen dan wel vondsten in situ bewaard zijn gebleven. Het plangebied is in het verleden in gebruik geweest als bos, heide, fietspad, weg, berm en agrarische percelen. Door ploegen, plant en rooiwerkzaamheden en weg aanleg kunnen eventueel aanwezige archeologische waarden, die vanaf het maaiveld worden verwacht, mogelijk verloren zijn gegaan. 2.17 Conclusie en advies bureauonderzoek Doel van het bureauonderzoek is een antwoord te vinden op de vraag wat de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is. Het plangebied ligt niet in een gradiëntsituatie naar open water. Het plangebied heeft daardoor een lage verwachting voor de perioden Laat paleolithicum en Mesolithicum. Ten zuidwesten van het deelgebied Eikestraat is een vindplaats uit het Midden Paleolithicum aangetroffen maar dit ligt op dermate grote afstand van het plangebied dat er niet verwacht wordt dat deze vindplaats doorloopt tot in het plangebied. De bodem in het grootste deel van het plangebied is geschikt voor agrarisch gebruik en bewoning, een klein deel was mogelijk te nat.

Ten westen en zuidwesten van het deelgebied Eikestraat zijn duidelijke aanwijzingen dat hier vanaf het Neolithicum tot in de Romeinse tijd menselijke activiteiten 45 46

Renes, 1999. Kars & Smit, 2003.

30 (44)

hebben plaats gevonden. De verwachting voor archeologische resten uit het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd in het plangebied is daarom hoog. Het plangebied ligt op het historisch kaartmateriaal langs en deels op een doorgaande weg. De percelen zijn echter grotendeels in gebruik als natuur of agrarisch percelen. De kans op bewoningssporen uit de Nieuwe tijd wordt daarom klein geacht, mogelijk zijn er wel sporen van agrarisch gebruik aanwezig in het plangebied. De verwachting voor archeologische resten uit de Nieuwe tijd is daarom middelhoog. Gezien de in dit bureauonderzoek opgestelde archeologische verwachting is binnen het plangebied vervolgonderzoek noodzakelijk om deze te toetsen. Het vervolgonderzoek kan het beste worden uitgevoerd in de vorm van een verkennend booronderzoek. Gezien de omvang van het plangebied en de aanwezigheid van een enkeerdgrond in een deel van het plangebied is in dit stadium de meest geschikte onderzoeksmethode een verkennend booronderzoek. Verspreid in het plangebied dienen boringen te worden gezet met als doel om inzicht te krijgen in de toestand van het bodemprofiel. Ook dient gekeken te worden naar de aanwezigheid van mogelijke vegetatie- en/of cultuurlagen, die zichtbaar zijn als bodemverkleuringen.

Door middel van het verkennend booronderzoek dient te worden vastgesteld of er binnen het plangebied archeologische resten in situ te verwachten zijn.

31 (44)

3

Inventariserend Veldonderzoek

3.1 Inleiding Het inventariserend veldonderzoek (IVO-O) is uitgevoerd conform SIKB BRL 4000 protocol 4003 Overig en bestaat uit: 1. Controle aanwezigheid en volledigheid informatie (LS05, LS06 PS05, VS05, VS07) 2. Opstelling Plan van Aanpak IVO-Overig (VS01, SP01, VS08) 3. Aanmelden onderzoek bij Archis 4. Uitvoeren veldwerk IVO-Overig (VS02, VS03, VS04) 5. Melden eerste bevindingen onderzoek bij Archis 6. Uitwerken vondsten en (boor)monsters (VS03, SP02) 7. Analyseren resultaten IVO-Overig (VS02, VS03, VS04) 8. Opstellen standaardrapport IVO-Overig en waardering (VS05, VS06) 9. Opstellen selectieadvies (VS07) 10. Aanleveren standaardrapport - afmelden onderzoek in Archis 11. Aanleveren van analoge projectdocumentatie (DS01, DS02, OS17) 12. Aanleveren van vondsten en monsters (DS03, OS17) 13. Aanleveren digitale gegevens bij e-depot (DS05) 14. Verwijderen gedeselecteerde vondsten en monsters (OS13) Het inventariserend veldonderzoek bestaat uit een booronderzoek verkennende fase.

De gekozen onderzoeksmethode voor het veldwerk is gebaseerd op de resultaten van het bureauonderzoek (uitmondend in de gespecificeerde archeologische verwachting), het protocol inventariserend veldonderzoek uit de KNA versie 4.1 (protocol 4003 IVO-O) en de Leidraad IVO Karterend Booronderzoek (SIKB-Leidraad).47 3.2 Doelstelling en vraagstelling Het inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) heeft tot doel de gespecificeerde archeologische verwachting aan te vullen en te toetsen door middel van boringen. Het veldonderzoek heeft tot doel antwoorden te vinden op wat de bodemopbouw is binnen het plangebied. Ook dient te worden vastgesteld wat de gevolgen zijn van het in het plangebied aangetroffen bodemprofiel voor de gespecificeerde archeologische verwachting.

3.3 Werkwijze Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd in de vorm van een verkennend booronderzoek, onder certificaat op grond van de BRL SIKB 4000 (KNA, versie 4.1, 19‑02‑2018) en Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1, 19‑02‑2018 protocol 4003), specificatie VS03. Voor het inventariserend veldonderzoek is op 2 april 2025 door drs. bc. A.H. Schutte (Senior KNA Archeoloog/Senior KNA Prospector) een Plan van Aanpak (PvA) opgesteld. Het veldwerk is uitgevoerd op 7 – 9 april 2025 door drs. bc. A.H. Schutte (Senior KNA Archeoloog/Senior KNA Prospector) en J. Giellen en D. Schell (veldmedewerkers). Het gehele plangebied was vrij toegankelijk. Er is in één raai geboord met een afstand van ongeveer 50 meter tussen de boringen, vanwege zware begroeiing met bramenstruiken en bomen konden de boringen niet altijd op de juiste plaats worden gezet. Bij het zetten van de boringen is rekening gehouden met de aanwezige verhardingen, struiken, bomen en kabels en leidingen. In totaal zijn er met behulp van een edelmanboor (diameter 7 cm) 58 boringen tot maximaal 2,3 meter -mv gezet (zie kaart 29 en 30). De boringen zijn lithologisch conform de Leidraad 47

Tol et al., 2012.

32 (44)

Archeologische Standaard Boorbeschrijving (ASB, versie 1.1) beschreven.48 De locatie van de boringen (x- en y-waarden) is vastgelegd met behulp van dGPS. Door de aanwezigheid van bomen in een groot deel van het plangebied vertoonden de dGPS afwijkingen van een aantal centimeters. Daarom is de maaiveldhoogte afgeleid van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN4). Aan de hand van het opgeboorde materiaal is beoordeeld in hoeverre er sprake is van een gaaf bodemprofiel. Ook is gekeken naar de aanwezigheid van mogelijke vegetatie- en/of cultuurlagen, die zichtbaar zijn als bodemverkleuringen. Het opgeboorde materiaal is in het veld door middel van versnijden/verkruimelen geïnspecteerd op het voorkomen van archeologische indicatoren, zoals fragmenten vuursteen, aardewerk, houtskool, verbrand leem en bot. In het veld is afgeweken van het Plan van Aanpak, een aantal boringen zijn verplaats i.v.m. de aanwezigheid van verharding, bomen en struiken. Dit heeft geen consequenties voor de interpretatie.

3.4 Resultaten en interpretatie De locaties van de boringen worden weergegeven in kaarten 29 en 30. De resultaten van de boringen zijn opgenomen in de vorm van boorstaten en worden in bijlage 8 weergegeven. 3.4.1 Bodemopbouw In het gehele plangebied komt overwegend matig fijn zwak siltig zand voor. Dit zijn deels dekzandafzettingen van de Formatie van Boxtel. Plaatselijk en vaak op grote diepte komt matig tot zeer grof, soms grindhoudend, zand voor dat in het veld is toegeschreven aan de formatie van Sterksel. Op één locatie kwam in een aantal boringen sterk siltig zand voor, bijna leem, dit wordt verderop besproken. Hieronder worden de boringen besproken. Voor de duidelijkheid is er voor gekozen om boringen die in eenzelfde landschappelijke locatie lagen, bos, berm of akker, als groep ter bespreken. De beschrijving begint aan de oostzijde van het plangebied en eindigt aan de zuidzijde. Broekhovenseweg, perceel gemeente Riethoven, Sectie A, nummer 1518, boringen 1 tot en met 10. Dit gebied betreft een reeds aanwezig fietspad door een bosgebied met aan de noordzijde een weg met ernaast een greppel. Opvallend was dat direct ten noorden van het plangebied het fietspad redelijk recent vernieuwd was en dezelfde breedte heeft als het huidige fietspad. In dit deel van het plangebied werd het Laagpakket van Kootwijk verwacht op het Laagpakket van Wierden.

Om vast te stellen of het Laagpakket van Kootwijk aanwezig is zijn hier de boringen diep doorgezet tot in de top van de Formatie van Sterksel. Het doel hiervan was om vast te stellen of er in het dekzand een begraven bodem aanwezig was, overstoven door zand van het Laagpakket van Kootwijk, die gevormd was in het Laagpakket van Wierden. Mogelijk is in één van de boringen in het dekzand een oude bodem aangetroffen (wordt hieronder besproken), in de rest van de boringen is alleen bovenin onder een geroerde laag/bouwvoor, bodemvorming waargenomen. Het is waarschijnlijk dat het Laagpakket van Kootwijk bij de aanleg van de weg en het fietspad deels is afgegraven en mogelijk deels is opgenomen in de bouwvoor. 48

Bosch, 2008.

33 (44)

Over het algemeen bestaat de bodemopbouw uit een geroerde laag bouwvoor/bouwzand van minimaal 10 cm dik tot maximaal 65 centimeter dik. Bij boringen 1, 4, 5 ligt onder de bouwvoor een B-horizont die overging naar een BC-horizont en bij boring 3 gelijk een BChorizont. Boring 2 is gezet ongeveer twee meter van een rioolput vandaan en hier was de bodem tot 1,8 meter onder maaiveld verstoord. Bij boring 6 ligt onder de bouwvoor een 20 centimeter dikke zandlaag die als natuurlijk is geïnterpreteerd en als C-horizont is beschreven. Hieronder ligt een sterk humeuze geroerde laag die eruit zag als een geroerde podzol met daaronder gelijk de C-horizont. Mogelijk is de zandlaag direct onder de bouwvoor nog een restant van het Laagpakket van Kootwijk met hieronder een geroerde podzol die gevormd is in het Laagpakket van Wierden. Bij boringen 7, 8, 9 en 10 ligt onder de bouwvoor geroerde lagen die reiken van 55 tot 95 centimeter onder maaiveld. Bij boring 7 is onder de geroerde laag nog een 5 centimeter dik restant van een BC-horizont waargenomen, bij de andere boringen ligt gelijk de C-horizont onder de geroerde laag. De C-horizont bestaat uit matig fijn dekzand (Formatie van Boxtel) op grove rivierafzettingen (Formatie van Sterksel). Broekhovenseweg, perceel gemeente Riethoven, Sectie E, nummers 1476, 108, 115 en 899, boringen 11 tot en met 21.

Dit gebied betreft grotendeels een aantal akkers doorsneden door een sloot met aan de noordzijde een weg met ernaast een sloot. De westzijde betreft grotendeels de huidige weg met bermen (doordat aan beide zijden van deze weg in de bermen kabels en leidingen lagen kon hier niet geboord worden). Opvallend in dit gebied was dat er in de sloten, ondanks de droge periode van de afgelopen maanden, nog water stond en dat deze veel roest bevatten wat een aanwijzing is voor Wijst (kwel). Ook bij de boringen bleek de Chorizont erg vochtig te zijn. De meeste boringen hadden onder een bouwvoor van 45 tot 60 centimeter dik gelijk de Chorizont (boringen 11, 12, 13, 14, en 17). Bij boring 17 zat in de bouwvoor houtskool. Bij een tweetal boringen bestond de bouwvoor uit twee lagen (boringen 19 en 21) en ligt de Chorizont op respectievelijk 1 en 0,7 meter onder maaiveld. Vier boringen (boringen 15, 16, 18 en 20) hebben onder de bouwvoor een geroerde laag van 10 centimeter (boringen 15, 16 en 18) en 30 centimeter (boring 20) dik, waarbij grond van de bouwvoor vermengd is geraakt met grond uit de C-horizont. De C-horizont ligt hier op 60 – 70 centimeter onder maaiveld. Bij boringen 17, 18, 19 is de bouwvoor uiterst siltig (bijna leem), net als bij boringen 20 en 21 de C-horizont. Daarnaast is bij boring 18 onder de geroerde laag een 20 centimeter dikke laag veraard veen waargenomen.

Dit wijst erop dat in dit deel van het gebied water heeft gestroomd/gestaan. De C-horizont bestaat uit matig fijn dekzand (Formatie van Boxtel) of grove rivierafzettingen (Formatie van Sterksel), die plaatselijk gleyhoudend zijn. Eikestraat, perceel Gemeente Riethoven, Sectie D, nummer 927, boring 22. Het noordelijke deel van deelgebied Eikestraat bestaat uit weg met berm. Aan de oostzijde kon niet geboord worden vanwege de aanwezige kabels aldaar. Er is hier één boring gezet in de berm. De bodemopbouw bestaat uit een 20 centimeter dikke bouwvoor met hieronder een 15 centimeter dikke geroerde laag waarbij grond van de bouwvoor vermengd is geraakt met grond uit de C-horizont. De C-horizont ligt op 35 centimeter onder maaiveld en bevat vanaf 80 centimeter gley. De C-horizont bestaat uit matig fijn dekzand (Formatie van Boxtel). Eikestraat, perceel Gemeente Riethoven, Sectie D, nummers 704, 705 en 706, boringen 23 tot en met 27. Dit deel bestaat uit bos ten westen van de Eikestraat en wordt daarvan gescheiden door een ondiepe greppel. De boringen vertonen een overeenkomende bodemopbouw met onder een laag matig humeuze bosgrond van 5 tot 20 centimeter (over het algemeen 10

34 (44)

centimeter dik) gelijk de C-horizont. De C-horizont bestaat uit matig fijn dekzand met onderin bij boringen 23 en 25 gley (Formatie van Boxtel). Eikestraat, perceel Gemeente Riethoven, Sectie D, nummers 242 en 927 boringen 28 tot en met 33. Dit deel bestaat uit akker ten westen van de Eikestraat en wordt daarvan gescheiden door een greppel. Boringen 28 en 33 hebben een bouwvoor, van respectievelijk 50 en 20 centimeter dik, met daaronder direct de C-horizont, die bij boring 33 matig gleyhoudend is. Bij boringen 29, 30, 31 en 32 zit onder de bouwvoor een geroerde laag die bij boring 32 slechts 5 centimeter dik is maar bij boring 29 35 centimeter, bij boring 30 20 centimeter en bij boring 31 45 centimeter dik. De C-horizont, op 55 tot 1 meter onder maaiveld, bestaat (net als bij boringen 28 en 33) uit matig fijn dekzand (Formatie van Boxtel) die bij boring 32 zwak gleyhoudend is. Eikestraat, perceel Gemeente Riethoven, Sectie D, nummer 244, boring 34. Dit deel bestaat uit bos ten westen van de Eikestraat en wordt daarvan gescheiden door een ondiepe greppel. De boring vertoond een sterk overeenkomende bodemopbouw met de boringen 23 tot en met 27. Onder een 15 centimeter dikke laag matig humeuze bosgrond ligt gelijk de C-horizont. De C-horizont bestaat uit matig fijn dekzand met gley (Formatie van Boxtel).

Eikestraat, perceel Gemeente Riethoven, Sectie D, nummers 246 en 249, boringen 35 tot en met 37. Dit deel bestaat uit akker en berm ten westen van de Eikestraat en de akker wordt daarvan gescheiden door een greppel. Boring 37 staat ter hoogte van een inrit. De bodem bij boringen 35 en 37 bestaat uit een bouwvoor van respectievelijk 30 en 20 centimeter dik met daaronder de C-horizont. Bij boring 36 ligt onder de bouwvoor van 40 centimeter dik een geroerde laag van 40 centimeter dik waarbij grond van de bouwvoor vermengd is geraakt met grond uit de C-horizont met hieronder de C-horizont. De Chorizont bestaat uit matig fijn dekzand met bij boring 37 veel gley (Formatie van Boxtel). Eikestraat, perceel Gemeente Riethoven, Sectie D, nummers 249 en 568, boringen 38 tot en met 41. Dit deel bestaat uit bos ten westen van de Eikestraat en wordt daarvan gescheiden door een ondiepe greppel. Bij boringen 38 en 41 is een respectievelijk 30 en 20 centimeter dikke laag matig humeuze bosgrond vastgesteld met hieronder de C-horizont. Bij boringen 39 en 40 ligt onder een 5 centimeter dikke laag matig humeuze bosgrond een respectievelijk 5 en 35 centimeter dikke geroerde laag grijs zand met hieronder de C-horizont. De C-horizont bestaat uit matig fijn dekzand met bij boring 40 gley (Formatie van Boxtel).

Eikestraat, perceel Gemeente Riethoven, Sectie D, nummers 759, 585 en 928, boringen 42 tot en met 45. Dit deel bestaat uit akkerland en gras ten westen van de Eikestraat en wordt daarvan gescheiden door een greppel. De bodemopbouw bij boring 42 en 43 bestaan uit een respectievelijk 40 en 35 centimeter dikke A-horizont met hieronder een respectievelijk 15 en 20 centimeter dikke geroerde laag met hieronder de C-horizont. Bij boringen 44 en 45 ligt onder een 40 centimeter dikke Ahorizont direct de C-horizont. De C-horizont bestaat overwegend uit matig fijn dekzand met plaatselijk gley (Formatie van Boxtel) met bij boringen 42, 43 en 44 onderin, en bij boring 45 onder de geroerde laag matig grof zand, plaatselijk grindhoudend, dat toegeschreven wordt aan de Formatie van Sterksel.

35 (44)

Eikestraat, perceel Gemeente Riethoven, Sectie D, nummers 272, 273 en 928, boringen 46 tot en met 48. Dit deel bestaat uit bos ten westen van de Eikestraat en wordt daarvan gescheiden door een ondiepe greppel. Bij de boringen is er sprake van een 10 en 70 centimeter dikke laag matig humeuze bosgrond met hieronder de C-horizont. De C-horizont bestaat uit matig fijn dekzand met bij boring 48 gley (Formatie van Boxtel) met bij boringen 46 en 48 onderin matig grof zand dat toegeschreven wordt aan de Formatie van Sterksel. Eikestraat, perceel Gemeente Riethoven, Sectie D, nummers 275 en 928, boringen 49 tot en met 51. Dit deel bestaat uit bos en een wat bredere berm ten westen van de Eikestraat en wordt daarvan gescheiden door een ondiepe greppel. De boringen zijn in de berm gezet omdat het bos nogal ondoordringbaar was vanwege braamstruiken en ze zoveel mogelijk in het midden van het tracé zijn gezet. De boringen komen qua bodemopbouw sterk overeen. Onder een bouwvoor die 30 tot 40 centimeter dik is ligt een geroerde laag van 20 tot 35 centimeter dik. Hieronder ligt op 50 (boring 50) en 65 (boring 51) centimeter onder maaiveld de C-horizont. Bij boring 49 is de C-horizont niet bereikt doordat de boring gestuit is op 90 centimeter onder maaiveld op een boomwortel.

De C-horizont bestaat uit matig fijn dekzand met bij boring 51 gley (Formatie van Boxtel) en bij boring 51 ook uit matig grof zand, plaatselijk grindhoudend, dat toegeschreven wordt aan de Formatie van Sterksel. Eikestraat, perceel Gemeente Riethoven, Sectie D, nummer 1113 en 1161 en Gemeente Bergeijk, Sectie A, nummer 1547, boringen 52 tot en met 58. Dit deel bestaat uit en rotonde en aansluitende wegen met berm. Aan beide zijden in het noordelijke deel ligt bos met tussen de berm en het bos een diepe greppel. De boringen zijn in de berm gezet, deels buiten het plangebied, vanwege de aanwezige verharding in het plangebied. Rondom en in het plangebied liggen een groot aantal kabels, vooral rond de rotonde. De boringen vertoonden een redelijk grote verstoorde bodemopbouw. Alleen bij boring 52 viel dit mee, hier ligt onder een 30 centimeter dikke A-horizont gelijk de C-horizont die bestaat uit matig fijn dekzand met gley (Formatie van Boxtel). Boringen 53, 54, 57 en 58 zijn het diepst verstoord tot respectievelijk 170, 120, 130 en 140 centimeter onder maaiveld. Het is mogelijk, gezien de aanwezigheid van humus in de geroerde lagen, dat boringen 53 en 58 in een gedempte sloot zijn gezet.

De C-horizont die direct onder de geroerde lagen ligt matig fijn dekzand met bij boring 53 gley (Formatie van Boxtel) en bij boringen 54, 57 en 58 ook uit matig grof zand, met bij boring 58 gley, dat toegeschreven wordt aan de Formatie van Sterksel. Bij boring 55 is een 70 centimeter dikke A-horizont aangetroffen en bij boring 56 een 40 centimeter dikke bouwvoor met daaronder een 35 centimeter dikke geroerde laag. Op respectievelijk 70 en 75 centimeter onder maaiveld ligt de C-horizont die uit matig fijn dekzand bestaat (Formatie van Boxtel). 3.4.2 Archeologische indicatoren In geen van de boringen zijn archeologische indicatoren waargenomen. In boring 17 is houtskool in de bouwvoor aangetroffen, maar dit hoeft geen archeologische indicator te zijn. Het gaat hier echter om een verkennend booronderzoek, dat zich richt op de bodemopbouw en mogelijke bodemverstoringen die de archeologische trefkans kunnen beïnvloeden en niet zo zeer op het onderzoeken op de aanwezigheid van archeologische vondsten en/of sporen.

36 (44)

3.5 Conclusie veldonderzoek Het veldonderzoek heeft tot doel antwoorden te vinden op wat de bodemopbouw is binnen het plangebied en wat de gevolgen zijn van het in het plangebied aangetroffen bodemprofiel voor de gespecificeerde archeologische verwachting. Uit het booronderzoek blijkt dat aan de oostzijde van de Broekhovenseweg, perceel gemeente Riethoven, Sectie A, nummer 1518, boringen 1 en 3 tot en met 6 de bodemverstoring minimaal is en dat hier nog een (verstoorde) B- en/of een BC-horizont aanwezig is. Waarschijnlijk heeft het Laagpakket van Kootwijk hier de bodem beschermd tegen bodemverstorende ingrepen. Het mogelijke archeologische niveau ligt hier op 20 tot 65 centimeter onder maaiveld. Ter plaatse van boring 3 is een diepe verstoring geconstateerd door de aanwezigheid van een rioolput nabij maar dit zal een lokaal fenomeen zijn. De westzijde van dit perceel (boring 7 tot en met 10) ontbreekt grotendeels een B- en BC-horizont (alleen bij boring 7 is er nog een dun laagje van de BC aanwezig) en ligt de ongestoorde bodem op 55 tot 95 centimeter onder maaiveld. Voor het westelijke deel van de Broekhovenseweg, perceel gemeente Riethoven, Sectie E, nummers 1476, 108, 115 en 899, boringen 11 tot en met 21, geldt dat er sprake is van een bouwvoor, plaatselijk liggen hieronder geroerde lagen, met daaronder de C-horizont.

Opvallend in dit gebied was dat er in de sloten in de directe omgeving, ondanks de droge periode van de afgelopen maanden, nog water stond en dat deze veel roest bevatten wat een aanwijzing is voor Wijst (kwel). Ook bij de boringen bleek de C-horizont erg vochtig te zijn. Bij boringen 17, 18, 19 is de bouwvoor uiterst siltig (bijna leem) en bij boringen 20 en 21 de C-horizont. Daarnaast is bij boring 18 onder de geroerde laag een 20 centimeter dikke laag veraard veen waargenomen. Dit wijst erop dat in dit deel van het gebied water heeft gestroomd/gestaan. Alles wijst erop dat deze percelen erg nat waren en waarschijnlijk pas geschikt voor menselijk gebruik nadat de enkeerdgronden zijn opgebracht. Wel kunnen jagers en verzamelaars hier naar toe zijn getrokken maar door de sterk verstoorde bodemopbouw is de kans klein dat er nog behoudenswaardige resten uit deze periode aanwezig zijn. Aan de noordzijde van de Eikestraat bestraat de bodemopbouw in de berm uit een 35 centimeter dikke geroerde laag (bouwvoor en een laag waarbij grond van de bouwvoor vermengd is geraakt met grond uit de C-horizont) op de C-horizont. De bospercelen aan de Eikestraat hebben een sterk overeenkomende bodemopbouw. Perceel Gemeente Riethoven, Sectie D, nummers 704, 705 en 706, 244, 249, 568, 272, 273 en 928, boringen 23 tot en met 27, 34, 38 tot en met 41 en 46 tot en met 48.

Onder een laag matig humeuze bosgrond van 5 tot 70 centimeter (voornamelijk tussen de 5 en de 30) ligt over het algemeen gelijk de C-horizont, alleen bij boringen 39 en 40 (perceel 568) ligt onder de bosgrond een respectievelijk 5 en 35 centimeter dikke geroerde laag grijs zand. De E-, B- of BC-horizont is niet aanwezig (waarschijnlijk vergraven tijdens plantwerkzaamheden) maar er zijn geen aanwijzingen dat er veel van de C-horizont is verdwenen. De akkers aan de Eikestraat, perceel Gemeente Riethoven, Sectie D, nummers 242, 927, 246, 249, 759, 585 en 928 (boringen 28 tot en met 33, boringen 35 tot en met 37 en boringen 42 tot en met 45) vertonen meer variatie. Boringen 28 en 33 (perceel 242 en 927), 35 en 37 (perceel 246 en 249), 44 en 45 (perceel 585 en 928) hebben een bouwvoor, van 20 – 50 centimeter dik, met daaronder direct de C-horizont. Bij boringen 29, 30, 31, 32 (perceel 242 en 927), 36 (perceel 246) 42 en 43 (perceel 759 en 928) zit onder de bouwvoor een geroerde laag. De C-horizont ligt bij deze boringen op 55 centimeter tot 1 meter onder maaiveld. De E-, B- of BC-horizont is niet aanwezig, waarschijnlijk verploegd en opgenomen in de bouwvoor) en plaatselijk blijkt door de verstoorde lagen dat er tot diep

37 (44)

in de C-horizont gegraven. Maar voor andere locaties waarbij de A-horizont direct op de Chorizont ligt zijn er geen aanwijzingen dat er veel van de C-horizont is verdwenen. Aan de zuidzijde van de Eikestraat bestaat de bodemopbouw in de berm (perceel Gemeente Riethoven, Sectie D, nummers 275 en 928, boringen 49 tot en met 51) uit een bouwvoor die 30 tot 40 centimeter dik met daaronder een geroerde laag van 20 tot 35 centimeter dik. De geroerde laag toont aan dat de top van de C-horizont geroerd is. De bodem bij de rotonde en de directe omgeving (perceel Gemeente Riethoven, Sectie D, nummer 1113 en 1161 en Gemeente Bergeijk, Sectie A, nummer 1547, boringen 52 tot en met 58) vertoonden een redelijk grote verstoorde bodemopbouw. Alleen bij boring 52 viel dit mee, hier ligt onder een 30 centimeter dikke A-horizont gelijk de C-horizont. Boringen 53, 54, 57 en 58 zijn het diepst verstoord tot respectievelijk 170, 120, 130 en 140 centimeter onder maaiveld. Bij boring 55 is een 70 centimeter dikke A-horizont aangetroffen en bij boring 56 een 40 centimeter dikke bouwvoor met daaronder een 35 centimeter dikke geroerde laag. Op respectievelijk 70 en 75 centimeter onder maaiveld ligt de C-horizont. De zware verstoringen geven aan dat met uitzondering bij boring 52 de C-horizont tot grote diepte verstoord is.

38 (44)

4

Conclusie en advies

In opdracht van Accent Adviseurs B.V. heeft Sweco een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek uitgevoerd naar de locatie Fietspaden Broekhovenseweg en Eikestraat te Walik, gemeente Bergeijk. De aanleiding voor dit onderzoek is de realisatie van twee fietspaden met berm en zaksloot, langs de Broekhovenseweg en Eikestraat. Het bureauonderzoek toonde aan dat er zich mogelijk archeologische waarden in het plangebied zouden kunnen bevinden. In het bijzonder verhoogde de landschappelijke situatie en de aanwezigheid van vindplaatsen en monumenten langs de Eikestraat de kans daarop. Daarom is aansluitend een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uitgevoerd. De aangetroffen bodemopbouw is aan de uiterste oostzijde van deelgebied Broekhovensweg (perceel gemeente Riethoven, Sectie A, nummer 1518) boringen 1 tot en met 6, grotendeels intact aanwezig. Hier kunnen op 20 centimeter onder maaiveld al archeologische waarden voorkomen. Het advies is om in dit deel een vervolgonderzoek uit te voeren bij bodemverstorende werkzaamheden vanaf het maaiveld. Indien de ingrepen hier beperkt blijven tot alleen asfalteren van het bestaande fietspad is er geen archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk. Aan de westzijde van dit perceel (boring 7 tot en met 10) ligt de ongestoorde bodem op 55 tot 95 centimeter onder maaiveld.

Het advies is om in dit deel een vervolgonderzoek uit te voeren bij bodemverstorende werkzaamheden dieper dan 37 centimeter onder maaiveld. Voor het westelijke deel van de Broekhovenseweg, perceel gemeente Riethoven, Sectie E, nummers 1476, 108, 115 en 899, boringen 11 tot en met 21, wordt geen vervolgonderzoek geadviseerd. Alles wijst erop dat deze percelen erg nat waren en waarschijnlijk pas geschikt voor menselijk gebruik nadat de enkeerdgronden zijn opgebracht. Wel kunnen jagers en verzamelaars hier naar toe zijn getrokken maar door de sterk verstoorde bodemopbouw is de kans klein dat er nog behoudenswaardige resten uit deze periode aanwezig zijn. Zie kaart 31 voor een visuele weergave van het advies. Voor de Eikestraat is de situatie wat gecompliceerder. De bospercelen aan de Eikestraat hebben een sterk overeenkomende bodemopbouw. Onder een laag matig humeuze bosgrond van 5 tot 70 centimeter (voornamelijk tussen de 5 en de 30) ligt over het algemeen gelijk de C-horizont, er zijn geen aanwijzingen dat er veel van de C-horizont is verdwenen. De akkers aan de Eikestraat vertonen meer variatie. Bij zes boringen is een bouwvoor, van 20 – 50 centimeter dik aangetroffen, met daaronder direct de C-horizont.

Bij zeven boringen zit onder de bouwvoor een geroerde laag en de C-horizont ligt op 55 centimeter tot 1 meter onder maaiveld (bij boringen 29 – 32 en 42 en 43 betreffen dit een aaneengesloten gebied). Plaatselijk blijkt door de verstoorde lagen dat er tot diep in de Chorizont gegraven. Maar voor andere locaties waarbij de A-horizont direct op de C-horizont ligt zijn er geen aanwijzingen dat er veel van de C-horizont is verdwenen. Aan de zuidzijde van de Eikestraat (boringen 49 – 51) bestaat de bodemopbouw in de berm uit een bouwvoor die 30 tot 40 centimeter dik is met daaronder een geroerde laag van 20 tot 35 centimeter dik. De geroerde laag toont aan dat de top van de C-horizont geroerd is. Bij het noordelijke deel van de rotonde (boring 52) ligt onder een 30 centimeter dikke A-horizont gelijk de C-horizont, ook hier zijn er geen aanwijzingen voor een diep verstoorde C-horizont. De bodem bij de rotonde en de directe omgeving (boringen 53 - 58) vertonen een redelijk grote verstoorde bodemopbouw. De zware verstoringen geven aan dat de C-horizont tot grote diepte verstoord is.

39 (44)

Gezien de archeologische waarden in en rondom het deelgebied Eikestraat, boringen 43, 44 en 45 zijn gezet in een AMK terrein49 en boringen 39 tot en met 42 lopen er vlak langs en het ontbreken van aanwijzingen voor diepe verstoringen in een groot deel van de boringen is de kans aanwezig dat er in het deelgebied Eikestraat nog archeologische resten aanwezig kunnen zijn. De bodemingrepen reiken tot 37 centimeter onder maaiveld. Veiligheidshalve is het gebruikelijk om een buffer aan te houden van 30 centimeter tussen het potentiële archeologisch vlak en de onderkant ingreep. Voor daar waar het archeologisch niveau ondieper ligt en daar waar de buffer niet gehaald wordt, wordt daarom vervolgonderzoek geadviseerd. Dit betekent dat voor een groot deel van het deelgebied Eikestraat vervolgonderzoek wordt geadviseerd. Alleen voor de agrarische percelen waar boringen 29 tot en met 32 zijn gezet en het deel rond de rotonde (boringen 53 – 58) wordt geen vervolgonderzoek geadviseerd vanwege diepgaande verstoringen en de ligging van het potentiële archeologisch vlak dieper dan 70 centimeter onder maaiveld. Bij boringen 42 en 43 ligt het potentiële archeologisch vlak ook dieper dan 70 centimeter onder maaiveld maar gezien de aanwezigheid van een AMK-terrein aldaar wordt voor dit deel toch vervolgonderzoek geadviseerd. Zie kaart 32 voor een visuele weergave van het advies.

In het plangebied, waar nog archeologische waarden worden verwacht, adviseert Sweco, gezien de geringe diepteligging en de kwetsbaarheid van de archeologische resten, vervolgonderzoek. Het vervolgonderzoek kan aan de Broekhuizenweg het beste worden uitgevoerd in de vorm van een opgraving - variant archeologische begeleiding. Voor de Eikestraat geldt verder het advies om de aanwezige begroeiing tot op het maaiveld te verwijderen en de wortels weg te frezen om aantasting van eventuele archeologische waarden te voorkomen en daarna een proefsleuvenonderzoek uit te voeren. Omdat archeologische resten voornamelijk in de vorm van grondsporen worden verwacht, is in dit stadium voor het deelgebied Eikestraat een karterend en waarderend proefsleuvenonderzoek de meest geschikte onderzoeksmethode. Bij een proefsleuvenonderzoek dienen verspreid over het plangebied sleuven gegraven te worden met als doel om eventuele archeologische waarden te karteren en waarderen. Voor dit onderzoek dient een door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van Eisen te zijn opgesteld waarin is vastgelegd waaraan het onderzoek moet voldoen. Aangezien het deelgebied Broekhovenseweg, in verband met aanwezige constructies, niet door middel van een proefsleuvenonderzoek kan worden onderzocht is de meest geschikte onderzoeksmethode een opgraving, variant archeologische begeleiding.

Hierbij begeleidt de archeoloog de civieltechnische graafwerkzaamheden waarbij archeologische waarden bij het aantreffen direct geborgen worden en daarmee ex-situ worden behouden. Voor dit onderzoek dient ook een door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van eisen te zijn opgesteld waarin is vastgelegd waaraan het onderzoek moet voldoen. Bovenstaand advies is van Sweco. Er is, op grond van de gebruikte onderzoeksmethode, geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven. Over de aan- of afwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig uitsluitsel worden gegeven. Aan dit advies kunnen geen rechten worden ontleend. De resultaten van dit onderzoek zullen eerst moeten worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Bergeijk), die vervolgens het advies over neemt of niet. 49

Terrein met (restanten van) een grafheuvel uit het Laat Neolithicum en/of de Bronstijd en begravingen (urnenveld) uit de Late Bronstijd en/of IJzertijd.

40 (44)

Als het plangebied nu of in de toekomst door de gemeente Bergeijk wordt vrijgegeven voor bodemroerende werkzaamheden, dan blijft er, volgens artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016, een meldingsplicht bestaan. Eventuele archeologische resten die bij werkzaamheden worden aangetroffen moeten worden gemeld bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Het is verder raadzaam om ook de gemeente Bergeijk op de hoogte te stellen. De Omgevingswet regelt dat in het geval van archeologische toevalsvondsten van algemeen belang, niet alleen de minister van OCW, maar ook de gemeente bevoegd is om bodemverstorende werkzaamheden stil te leggen. Dit rapport is opgeleverd aan de opdrachtgever en dient ter goedkeuring te worden voorgelegd aan de bevoegde overheid.

41 (44)

Literatuurlijst Amersfoort, H. & P.H. Kamphuis, 1990: Mei 1940. De strijd op Nederlands grondgebied. ‘sGravenhage. Bakker, H. de & J. Schelling, 1989 - 2e gew. druk bewerkt door J. Brus en C. van Wallenburg: Systeem van bodemclassificatie voor Nederland De hogere niveaus. Pudoc, Wageningen. Berendsen, H.J.A., 2008: Fysische Geografie van Nederland, deel 1: De vorming van het land. Inleiding in de geologie en de geomorfologie. Van Gorcum, Assen. Berkel, G. van & K. Samplonius, 1995: Nederlandse plaatsnamen. De herkomst en betekenis van onze plaatsnamen. Meppel. Buesink, A., 2014: Gemeente Bergeijk Boscompensatie Bergeijk. Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek (verkennende fase). BAAC Rapport V-14.0092. ’sHertogenbosch. Blom, J.M. & I.S.J. Beckers, 2010: Waterberging de Run, gemeentes Eersel, Veldhoven en Bergeijk. Een Bureauonderzoek. ADC Rapport 2441. Amersfoort. Bosch, J.H.A., 2008: Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode, Versie 5.2. versie 1.1. Op basis van Standaard boorbeschrijvingsmethode versie 5.2. Deltares-rapport 2008-U-R0881/A. Utrecht, Deltares. Doesburg, J. van, M. de Boer, J. Deeben, B.J. Groenewoudt & T. de Groot (red.), 2007: Essen in zicht. Essen en plaggendekken in Nederland: onderzoek en beleid. Amersfoort. (Nederlands Archeologische Rapporten 34). Jong, L. de, 1969-1994: Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog.

‘sGravenhage. Kars, H. & A. Smit (red.), 2003: Handleiding Fysiek Behoud Archeologisch Erfgoed. Degradatiemechanismen in sporen en materialen. Monitoring van de conditie van het bodemarchief. Amsterdam (Geoarchaeological and Bioarchaeological Studies, 1). Klep C. & B. Schoenmaker, 1995: De Bevrijding Van Nederland 1944-1945 - Oorlog op de flank. Den Haag. Kooi, M., 2011: Riethoven Boshovensestraat 21 Inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven. BAAC rapport A-10.0375. ‘s-Hertogenbosch Locher, W.P. & H. de Bakker, 1990: Bodemkunde van Nederland. Deel 1: Algemene bodemkunde. Malmberg, Den Bosch. Louwe Kooijmans,. L.P., P.W. van den Broeke, H. Fokkens & A. van Gijn (red.), 2005: Nederland in de prehistorie. Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam. Mulder, E.F.J. de, M.C. Geluk, I.L. Ritsema, W.E. Westerhoff & T.E. Wong, 2003 (red.): De ondergrond van Nederland. Wolters-Noordhoff. Groningen/Houten.

42 (44)

Nater C.I. & H.J.L.C. Koopmanschap, 2019: Bureauonderzoek Fietspaden Bergeijk. Oosterhout. Renes, J., 1999: Landschappen van Maas en Peel. Een toegepast historisch-geografisch onderzoek in het streekplangebied Noord- en Midden-Limburg. Eisma, Leeuwarden. Stiekema M. & E. de Boo van Uijen, 2017: Archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek Bosweg te Riethoven. Econsultancyrapport 3154.001. Swalmen. Tol, A.J., J.W.H.P. Verhagen & M. Verbruggen, 2012: Leidraad inventariserend veldonderzoek. Deel: karterend booronderzoek, versie 2.0. Gouda (SIKB uitgave). Veldhuizen, E.T.A. van, 2021: Plangebied Broekhovenseweg te Riethoven, gemeente Bergeijk; archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek). RAAP-RAPPORT 4864. Weesp. Zwanenburg G.J., 1990: En nooit was het stil - Kroniek van een luchtoorlog. Emmen.

Bronnenlijst Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort, maart 2025. https://archis.cultureelerfgoed.nl Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; internetsite, maart 2025 http://www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl Brabant.nl; internetsite, maart 2025. https://www.arcgis.com/apps/instant/sidebar/index.html?appid=cc65ce7c9a66445ea653a58 2f26e4b85 BRO - Grondwaterspiegeldiepte Model voor Nederland (50x50 meter grid), 2021: . NGR/Wageningen Environmental Research. Beschikbaar op: https://nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search#/metadata/757a7c50540d-4105-9135-73f09f700743. Dinoloket; internetsite, maart 2025. http://www.dinoloket.nl/ Erfgoedkaart gemeente Bergeijk; internetsite, maart 2025. https://atlas.odzob.nl/portal/apps/MapSeries/index.html?appid=a8353b45304a467fbbd2728 812965dbf Indicatieve kaart Militair Erfgoed; internetsite, maart 2025. http://www.ikme.nl/ Kadaster, Basisregistratie Kadaster (BRK); internetsite, maart 2025. https://www.nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search#/metadata/ff9315c8f25a-4d01-9245-5cf058314ebf. Kadaster, Basisregistratie Topografie (BRT) (2021) ‘TOP25raster’; internetsite, maart 2025. https://www.nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/api/records/44061dee-c6cf-4a94-85137370867ad32e.

43 (44)

Kadaster, Landelijke Voorziening Beeldmateriaal (2024); internetsite, maart 2025. https://www.nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search#/metadata/c82a783a -9a58-4761-a809-b4c5d90dcd35. Kadaster Topotijdreis; internetsite, maart 2025. http://www.topotijdreis.nl/ NGR/Wageningen Environmental Research (2018), ‘BRO - Bodemkaart van Nederland 1:50.000’ internetsite, maart 2025. https://nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search;jsessionid=11F26FB095C 4D0E1D6AC7C8A4B52D94D#/metadata/ed960299-a147-4c1a-bc57-41ff83a2264f. NGR/Wageningen Environmental Research (2019) BRO - Geomorfologische Kaart van Nederland 1:50:000, internetsite, maart 2025. https://nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search#/metadata/459231d07379-4f26-a444-7616e1d888f0. PDOK/Rijkswaterstaat (2023) ‘Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN4) WCS’; internetsite, maart 2025. https://service.pdok.nl/rws/ahn/wcs/v1_0?SERVICE=WCS&request=GetCapabilities Ruimingskaart; internetsite, maart 2025. http://www.beobom.nl/ruimingskaart/ SIKB; internetsite, maart 2025. https://www.sikb.nl TNO-GDN (2021) Geologische kaart van het Koninkrijk der Nederlanden. TNO – Geologische Dienst Nederland; internetsite, april 2025. https://www.dinoloket.nl/ondergrondmodellen/kaart VEO Bommenkaart; internetsite, maart 2025.

http://www.explosievenopsporing.nl/veo-bommenkaart/ Verstoringsbronnenkaart van de RCE; internetsite, maart 2025. https://www.cultureelerfgoed.nl/onderwerpen/bronnen-enkaarten/overzicht/verstoringsbronnenkaart Wikipedia; internetsite, maart 2025. https://nl.wikipedia.org/wiki/Walik WUR www.bodemdata.nl/themakaarten; internetsite, maart 2025. https://rce.webgispublisher.nl/Viewer.aspx?map=Verstoringsbronnenkaart

44 (44)

Kaarten

Kaart 1.

Het plangebied op de topografische kaart (1:25.000)

Kaart 2. kaart

Het deelgebied Broekhovenseweg op de kadastrale

Kaart 3.

Het deelgebied Eikestraat op de kadastrale kaart

Kaart 4. 2024

Het deelgebied Broekhovenseweg op een luchtfoto uit

Kaart 5.

Het deelgebied Eikestraat op een luchtfoto uit 2024

Kaart 6. Het deelgebied Broekhovenseweg op de archeologische beleidskaart van de gemeente Bergeijk

Kaart 7. Het deelgebied Eikestraat op de archeologische beleidskaart van de gemeente Bergeijk

Kaart 8. Het plangebied op de Geologische kaart van Nederland

Kaart 9. Het deelgebied Broekhovenseweg op de Geomorfologische kaart 1:50.000 van Nederland

Kaart 10. Het deelgebied Eikestraat op de Geomorfologische kaart 1:50.000 van Nederland

Kaart 11. Het deelgebied Broekhovenseweg op het actueel hoogtebestand (AHN4).

Kaart 12. Het deelgebied Eikestraat op het actueel hoogtebestand (AHN4).

Kaart 13. Het deelgebied Broekhovenseweg op de bodemkaart.

Kaart 14. Het deelgebied Eikestraat op de bodemkaart.

Kaart 15. Archeologische waarden en onderzoeken rondom het plangebied

Kaart 16. Het deelgebied Broekhovenseweg op de militaire topografische kaart (veldminuut) uit 1850-1864.

Kaart 17. Het deelgebied Broekhovenseweg op het Bonneblad uit 1901.

Kaart 18. Het deelgebied Broekhovenseweg op het Bonneblad uit 1927.

Kaart 19. Het deelgebied Broekhovenseweg op de topografische kaart uit 1953.

Kaart 20. Het deelgebied Broekhovenseweg op de topografische kaart uit 1972.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=GemeenteBergeijk&id=1bd72509-dc08-4082-9382-6e7e19682e60