CConstaterende datBergeijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 11. Archeologisch onderzoek fietspad Eikestraat en Broekhovenseweg BOPA Fietspad Eikestraat-Broekhovenseweg

Gemeenteraad 26 februari 2026, gemeente BergeijkBij agendapunt: BOPA fietspad Eikestraat-Broekhovenseweg, Riethoven24.839 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Rapport Projectnummer: 51028754.002 Datum: 04-08-2025

Archeologisch onderzoek plangebied Fietspaden Broekhovenseweg en Eikestraat te Walik, gemeente Bergeijk Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek d.m.v. verkennende boringen SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 51028754.002

Versie C1 D1

Sweco Rijksweg Noord 39 6071 KS Swalmen

Status Oplevering concept aan opdrachtgever voor beoordeling bevoegde overheid Definitief na goedkeuring bevoegde overheid

Drs. bc. A.H. Schutte Senior KNA Archeoloog T +31 (0) 640896274

Datum 12-05-2025 04-08-2025

Sweco Nederland B.V. T +31 88 811 66 00 Handelsregister 30129769 Statutair gevestigd te De Bilt www.sweco.nl

Verantwoording Titel

Subtitel

Archeologisch onderzoek plangebied Fietspaden Broekhovenseweg en Eikestraat te Walik, gemeente Bergeijk Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek d.m.v. verkennende boringen SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 51028754.002

ISSN-nummer

2468-4813

Projectnummer

51028754.002

Revisie

D

Datum

04-08-2025

Auteur

Drs. bc. A.H. Schutte Senior KNA Archeoloog (actornummer 43842407)

E-mailadres

arjan.schutte@sweco.nl

Gecontroleerd door

Drs. M. Stiekema Senior KNA Prospector (actornummer 32138595)

Paraaf gecontroleerd

Goedgekeurd door

Drs. T.H.L. Hos Teammanager

Paraaf goedgekeurd

Sweco voert archeologisch onderzoek uit onder procescertificaat SIKB BRL 4000 ’Archeologie’ (KNA versie 4.1) en de protocollen 4001, 4002, 4003 en 4004. De archeologische werkzaamheden worden uitgevoerd in overeenstemming met de Kwaliteitsnorm van de Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1). Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd, conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een booronderzoek wordt in het algemeen uitgevoerd door het steekproefsgewijs onderzoeken van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een booronderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de aan- of afwezigheid van archeologische waarden. In dit kader dient ook opgemerkt te worden dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Daar Sweco voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Sweco niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie.

2 (44)

Administratieve gegevens Uitvoerder

Sweco

Provincie

Noord-Brabant

Gemeente

Bergeijk

Plaats

Walik

Toponiem

Fietspaden Broekhovenseweg en Eikestraat

Kaartbladnummer Broekhovenseweg Kaartbladnummer Eikestraat

51D (1:25.000) 57B (1:25.000)

Kadastrale gegevens Broekhovenseweg

Gemeente Riethoven, Sectie E, nummer 550 (ged.), 873 (ged.), 1476 (ged.), 108 (ged.), 115 (ged.), 938 (ged.), 899 (ged.) en gemeente Riethoven, Sectie A, nummer 1734 (ged.), 1518 (ged.). Gemeente Riethoven, Sectie D, nummers 927 (ged.), 469 (ged.), 704 (ged.), 705 (ged.), 706 (ged.), 707 (ged.), 242 (ged.), 243 (ged.), 244 (ged.), 245 (ged.), 246 (ged.), 248 (ged.), 249 (ged.), 242 (ged.), 569 (ged.), 759 (ged.), 928 (ged.), 595 (ged.), 271 (ged.), 272 (ged.), 273 (ged.), 274 (ged.), 275 (ged.), 276 (ged.), 278 (ged.), 277 (ged.), 1113 (ged.). Gemeente Bergeijk, Sectie A, nummers 1136 (ged.), 1547 (ged.), 1333 (ged.) en 1332 (ged.).

Kadastrale gegevens Eikestraat

x/y-coördinaten (centrum) Broekhovenseweg x/y-coördinaten (centrum) Eikestraat

x: 155.091/y: 375.350 x: 153.555/y: 372.851

Opdrachtgever

Accent Adviseurs B.V.

Onderzoeksmeldingsnummer Archis3

5749870100

Archis monumentnummer

N.v.t.

Archis waarnemingsnummer

N.v.t.

Archeoregio NOaA

Brabants zandgebied

Oppervlakte plangebied Broekhovenseweg Oppervlakte plangebied Eikestraat

5.500 m2 18.560 m2

Bevoegde overheid

Gemeente Bergeijk Burgemeester Magneestraat 1 5571 HB Bergeijk

Deskundige namens de bevoegde overheid Projectmedewerker(s)

Omgevingsdienst Zuid-Oost Brabant Wal 28, Eindhoven Contactpersoon: Dhr. J. de Raad Adviseur archeologie en cultuurhistorie / Regioarcheoloog T: 0883690638 E: j.deraad@odzob.nl

Periode van uitvoering

Maart-April 2025

Beheer en plaats van documentatie

Sweco Swalmen

Postbus 10000 5570 GA Bergeijk T: 0497-551455

3 (44)

Inhoudsopgave Samenvatting ......................................................................................................................... 8 1

Inleiding ................................................................................................................ 11

1.1

Aanleiding van het onderzoek ............................................................................... 11

1.2

Kader onderzoek ................................................................................................... 11

1.3

Methodiek .............................................................................................................. 11

1.4

Doelstelling onderzoek .......................................................................................... 11

1.5

Uitvoeringsperiode en controle .............................................................................. 11

2

Bureauonderzoek ................................................................................................ 12

2.1

Inleiding ................................................................................................................. 12

2.2

Doelstelling en vraagstelling .................................................................................. 13

2.3

Afbakeningen plangebied, huidig gebruik en toekomstig gebruik ......................... 13

2.3.1

Afbakening plan- en onderzoeksgebied ..............................................................................13

2.3.2

Huidig gebruik van het plangebied ......................................................................................13

2.3.3

Toekomstig gebruik van het plangebied .............................................................................14

2.4

Vigerend beleid ...................................................................................................... 14

2.5

Milieuhygiënische situatie ...................................................................................... 14

2.6

Aardwetenschappelijke gegevens ......................................................................... 15

2.6.1

Landschappelijke ontwikkeling ............................................................................................15

2.6.2

DINO ...................................................................................................................................16

2.6.3

Geomorfologie ....................................................................................................................16

2.6.4

Fysisch landschap ..............................................................................................................17

2.6.5

Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN4) ........................................................................17

2.6.6

Bodemkunde .......................................................................................................................17

2.6.7

Boringen en/of sonderingen ................................................................................................18

2.6.8

Grondwatertrap ...................................................................................................................18

2.7

Archeologische waarden ....................................................................................... 19

2.7.1

Archeologische Monumenten ..............................................................................................19

2.7.2

Archeologische onderzoeksmeldingen met bijbehorende vondstmeldingen .......................20

2.7.3

Losse archeologische vondstmeldingen .............................................................................21

2.8

Andere bronnen ..................................................................................................... 22

2.8.1

Cultuurhistorische Waardenkaart Provincie Noord-Brabant herziening 2024 .....................22

2.8.2

Wetenschappelijke publicaties, archieven en provinciaal archeologisch depot ...................22

2.9

Historische situatie................................................................................................. 22

2.9.1

Korte bewoningsgeschiedenis van Walik ............................................................................22

2.9.2

Historisch kaartmateriaal.....................................................................................................23

2.10

Historisch landschap ............................................................................................. 25

2.11

Bouwhistorische gegevens .................................................................................... 26

2.12

Tweede Wereldoorlog ........................................................................................... 26

4 (44)

2.13

Heemkunde Vereniging ......................................................................................... 26

2.14

KLIC-gegevens ...................................................................................................... 26

2.15

Bodemverstoring.................................................................................................... 26

2.16

Gespecificeerde archeologisch verwachting ......................................................... 26

2.16.1

Toelichting...........................................................................................................................29

2.16.2

Bodemverstoring .................................................................................................................30

2.17

Conclusie en advies bureauonderzoek ................................................................. 30

3

Inventariserend Veldonderzoek ......................................................................... 32

3.1

Inleiding ................................................................................................................. 32

3.2

Doelstelling en vraagstelling .................................................................................. 32

3.3

Werkwijze .............................................................................................................. 32

3.4

Resultaten en interpretatie .................................................................................... 33

3.4.1

Bodemopbouw ....................................................................................................................33

3.4.2

Archeologische indicatoren .................................................................................................36

3.5

Conclusie veldonderzoek ...................................................................................... 37

4

Conclusie en advies ............................................................................................ 39

Literatuurlijst ........................................................................................................................ 42 Bronnenlijst .......................................................................................................................... 43

5 (44)

Tabellen Tabel 2-1

Aardwetenschappelijke informatie deelgebied Broekhovenseweg

Tabel 2-1

Aardwetenschappelijke informatie deelgebied Eikestraat

Tabel 2-3

Grondwatertrappenindeling

Tabel 2-4

Geraadpleegd historisch kaartmateriaal deelgebied Broekhovenseweg

Tabel 2-4

Geraadpleegd historisch kaartmateriaal deelgebied Eikestraat

Tabel 2-6

Gespecificeerde archeologische verwachting deelgebied Broekhovenseweg

Tabel 2-6

Gespecificeerde archeologische verwachting deelgebied Eikestraat

Kaarten Kaart 1.

Het plangebied op de topografische kaart (1:25.000)

Kaart 2.

Het deelgebied Broekhovenseweg op de kadastrale kaart

Kaart 3.

Het deelgebied Eikestraat op de kadastrale kaart

Kaart 4.

Het deelgebied Broekhovenseweg op een luchtfoto uit 2024

Kaart 5.

Het deelgebied Eikestraat op een luchtfoto uit 2024

Kaart 6.

Het deelgebied Broekhovenseweg op de archeologische beleidskaart van de gemeente Bergeijk

Kaart 7.

Het deelgebied Eikestraat op de archeologische beleidskaart van de gemeente Bergeijk

Kaart 8.

Het plangebied op de Geologische kaart van Nederland

Kaart 9.

Het deelgebied Broekhovenseweg op de Geomorfologische kaart 1:50.000 van Nederland

Kaart 10.

Het deelgebied Eikestraat op de Geomorfologische kaart 1:50.000 van Nederland

Kaart 11.

Het deelgebied Broekhovenseweg op het actueel hoogtebestand (AHN4).

Kaart 12.

Het deelgebied Eikestraat op het actueel hoogtebestand (AHN4).

Kaart 13.

Het deelgebied Broekhovenseweg op de bodemkaart.

Kaart 14.

Het deelgebied Eikestraat op de bodemkaart.

Kaart 15.

Archeologische waarden en onderzoeken rondom het plangebied

Kaart 16.

Het deelgebied Broekhovenseweg op de militaire topografische kaart (veldminuut) uit 1850-1864.

Kaart 17.

Het deelgebied Broekhovenseweg op het Bonneblad uit 1901.

Kaart 18.

Het deelgebied Broekhovenseweg op het Bonneblad uit 1927.

Kaart 19.

Het deelgebied Broekhovenseweg op de topografische kaart uit 1953.

Kaart 20.

Het deelgebied Broekhovenseweg op de topografische kaart uit 1972.

Kaart 21.

Het deelgebied Broekhovenseweg op de topografische kaart uit 1983.

Kaart 22.

Het deelgebied Eikestraat op de militaire topografische kaart (veldminuut) uit 1850-1864.

Kaart 23.

Het deelgebied Eikestraat op het bonneblad uit 1901.

Kaart 24.

Het deelgebied Eikestraat op het bonneblad uit 1927.

6 (44)

Kaart 25.

Het deelgebied Eikestraat op de topografische kaart uit 1953.

Kaart 26.

Het deelgebied Eikestraat op de topografische kaart uit 1963.

Kaart 27.

Het deelgebied Eikestraat op de topografische kaart uit 1973.

Kaart 28.

Het deelgebied Eikestraat op de topografische kaart uit 1986.

Kaart 29.

Boorpuntenkaart Broekhovenseweg

Kaart 30.

Boorpuntenkaart Eikestraat

Kaart 31.

Advieskaart Broekhovensweg

Kaart 32.

Advieskaart Eikestraat

Bijlagen Bijlage 1.

Overzicht geologische en archeologische tijdvakken

Bijlage 2.

AMK-terreinen

Bijlage 3.

Onderzoeksmeldingen met bijbehorende vondsten/sporen

Bijlage 4.

Losse vondstmeldingen

Bijlage 5.

Bewoningsgeschiedenis van Nederland

Bijlage 6.

AMZ-cyclus

Bijlage 7.

Planontwerp

Bijlage 8.

Boorstaten

7 (44)

Samenvatting Inleiding Sweco heeft in opdracht van Accent Adviseurs B.V. in maart-april 2025 een archeologisch bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase) door middel van boringen uitgevoerd voor een plangebied langs de Broekhovenseweg en Eikestraat te Walik in de gemeente Bergeijk. In het plangebied zullen nieuwe fietspaden worden gerealiseerd. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken dient in het kader van de omgevingswet en de hierbij behorende onderliggende regelgeving inzichtelijk worden gemaakt welke archeologische waarden binnen het plangebied kunnen worden verwacht en wat het effect is van eventuele ingrepen op deze archeologische waarden. Doel van het bureauonderzoek is een antwoord te vinden op de vraag wat de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is. Dit wordt uitgevoerd door middel van het verwerven van informatie, aan de hand van bestaande bronnen, over bekende en verwachte archeologische waarden. Het inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) heeft tot doel de in het bureauonderzoek opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting aan te vullen en te toetsen door middel van boringen.

Het veldonderzoek heeft tot doel antwoorden te vinden op wat de bodemopbouw is binnen het plangebied en wat de gevolgen zijn van het in het plangebied aangetroffen bodemprofiel voor de gespecificeerde archeologische verwachting. Met de resultaten van het archeologisch onderzoek kan worden vastgesteld of binnen het plangebied archeologische waarden aanwezig (kunnen) zijn en of vervolgonderzoek dan wel planaanpassing noodzakelijk is. Verwachting Het plangebied ligt niet in een gradiëntsituatie naar open water. Het plangebied heeft daardoor een lage verwachting voor de perioden Laat paleolithicum en Mesolithicum. Ten zuidwesten van het deelgebied Eikestraat is een vindplaats uit het Midden Paleolithicum aangetroffen maar dit ligt op dermate grote afstand van het plangebied dat er niet verwacht wordt dat deze vindplaats doorloopt tot in het plangebied. De bodem in het grootste deel van het plangebied is geschikt voor agrarisch gebruik en bewoning, een klein deel was mogelijk te nat. Ten westen en zuidwesten van het deelgebied Eikestraat zijn duidelijke aanwijzingen dat hier vanaf het Neolithicum tot in de Romeinse tijd menselijke activiteiten hebben plaats gevonden. De verwachting voor archeologische resten uit het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd in het plangebied is daarom hoog. Het plangebied ligt op het historisch kaartmateriaal langs en deels op een doorgaande weg.

De percelen zijn echter grotendeels in gebruik als natuur of agrarisch percelen. De kans op bewoningssporen uit de Nieuwe tijd wordt daarom klein geacht, mogelijk zijn er wel sporen van agrarisch gebruik aanwezig in het plangebied. De verwachting voor archeologische resten uit de Nieuwe tijd is daarom middelhoog. Resultaten veldonderzoek Uit de resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase) blijkt dat aan de oostzijde van de Broekhovenseweg de bodemverstoring minimaal is. Het mogelijke archeologische niveau ligt hier op 20 tot 65 centimeter onder maaiveld. Bij de westzijde van het oostelijke deel ligt de ongestoorde bodem op 55 tot 95 centimeter onder maaiveld. Voor het westelijke deel van de Broekhovenseweg, geldt dat er sprake is van een bouwvoor en

8 (44)

plaatselijk grotendeels geroerde lagen, op de C-horizont. Bij het veldonderzoek bleek dat dit een van nature erg nat gebied was. De bospercelen aan de Eikestraat hebben een sterk overeenkomende bodemopbouw. Onder een laag matig humeuze bosgrond van 5 tot 70 centimeter (voornamelijk tussen de 5 en de 30) ligt over het algemeen gelijk de C-horizont. De akkers aan de Eikestraat vertonen meer variatie. Bij zes boringen is een bouwvoor, van 20 – 50 centimeter dik aangetroffen, met daaronder direct de C-horizont. Bij zeven boringen zit onder de bouwvoor een geroerde laag en de C-horizont ligt op 55 centimeter tot 1 meter onder maaiveld. Aan de zuidzijde van de Eikestraat (boringen 49 – 51) bestaat de bodemopbouw in de berm uit een bouwvoor die 30 tot 40 centimeter dik is met daaronder een geroerde laag van 20 tot 35 centimeter dik. De geroerde laag toont aan dat de top van de C-horizont geroerd is. Bij het noordelijke deel van de rotonde (boring 52) ligt onder een 30 centimeter dikke A-horizont gelijk de Chorizont, ook hier zijn er geen aanwijzingen voor een diep verstoorde C-horizont. De bodem bij de rotonde en de directe omgeving vertonen een redelijk grote verstoorde bodemopbouw. Conclusie Voor het oostelijke deel van de Broekhovensweg is het advies een vervolgonderzoek uit te voeren bij bodemverstorende werkzaamheden vanaf het maaiveld.

Indien de ingrepen hier beperkt blijven tot alleen asfalteren van het bestaande fietspad is er geen archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk. Voor het westelijke deel van de Broekhovenseweg wordt geen vervolgonderzoek geadviseerd (zie kaart 31). Alles wijst erop dat deze percelen erg nat waren en waarschijnlijk pas geschikt voor menselijk gebruik nadat de enkeerdgronden zijn opgebracht. Wel kunnen jagers en verzamelaars hier naar toe zijn getrokken maar door de sterk verstoorde bodemopbouw is de kans klein dat er nog behoudenswaardige resten uit deze periode aanwezig zijn. Gezien de archeologische waarden in en rondom het deelgebied Eikestraat, drie boringen zijn gezet in een AMK terrein en drie andere liggen er vlak langs, en het ontbreken van aanwijzingen voor diepe verstoringen in een groot deel van de boringen is de kans aanwezig dat er in het deelgebied Eikestraat nog archeologische resten aanwezig kunnen zijn. Voor een groot deel van het deelgebied Eikestraat wordt vervolgonderzoek geadviseerd. Alleen voor een deel van het agrarische perceel D252 en het deel rond de rotonde wordt geen vervolgonderzoek geadviseerd (zie kaart 32). Advies In het plangebied, waar nog archeologische waarden worden verwacht, adviseert Sweco, gezien de geringe diepteligging en de kwetsbaarheid van de archeologische resten, vervolgonderzoek.

Het vervolgonderzoek kan aan de Broekhuizenweg het beste worden uitgevoerd in de vorm van een opgraving - variant archeologische begeleiding. Voor de Eikestraat geldt verder het advies om de aanwezige begroeiing tot op het maaiveld te verwijderen en de wortels weg te frezen om aantasting van eventuele archeologische waarden te voorkomen en daarna een proefsleuvenonderzoek uit te voeren. Bovenstaand advies is van Sweco. Er is, op grond van de gebruikte onderzoeksmethode, geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven. Over de aan- of afwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig uitsluitsel worden gegeven. Aan dit advies kunnen geen rechten worden ontleend. De resultaten van dit onderzoek zullen eerst moeten worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Bergeijk), die vervolgens het advies over neemt of niet. Als het plangebied nu of in de toekomst door de gemeente Bergeijk wordt vrijgegeven voor bodemroerende werkzaamheden, dan blijft er, conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016, een meldingsplicht bestaan. Eventuele archeologische resten die bij werkzaamheden worden aangetroffen, moeten worden gemeld bij het Ministerie van

9 (44)

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Het is verder raadzaam om ook de gemeente Bergeijk op de hoogte te stellen. De Omgevingswet regelt dat in het geval van archeologische toevalsvondsten van algemeen belang, niet alleen de minister van OCW, maar ook de gemeente bevoegd is om bodemverstorende werkzaamheden stil te leggen.

10 (44)

1

Inleiding

1.1 Aanleiding van het onderzoek In opdracht van Accent Adviseurs B.V. heeft Sweco een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennende fase) uitgevoerd op de locatie van twee toekomstige fietspaden langs de Broekhovenseweg en Eikestraat te Walik, gemeente Bergeijk (zie kaart 1). De initiatiefnemer heeft de intentie nieuwe fietspaden aan te leggen. 1.2 Kader onderzoek Om deze ontwikkeling mogelijk te maken dient in het kader van de omgevingswet en de hierbij behorende onderliggende regelgeving inzichtelijk worden gemaakt welke archeologische waarden binnen het plangebied kunnen worden verwacht en wat het effect is van eventuele ingrepen op deze archeologische waarden. 1.3 Methodiek Het archeologisch onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek (hoofdstuk 2) en een inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) door middel van boringen (hoofdstuk 3). Op basis van de resultaten van het onderzoek wordt een advies gegeven of vervolgstappen noodzakelijk zijn (hoofdstuk 4). Dit rapport betreft een standaardrapport zoals genoemd in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie. Dit rapport voldoet aan de eisen en specificaties van BRL4000 protocol 4002. In dit rapport zijn de eisen en specificaties van BRL4000 protocol 4002 en 4003 (IVO-O) samengevoegd.

1.4 Doelstelling onderzoek De bodemingrepen die gepaard gaan met de geplande werkzaamheden zullen eventueel aanwezige archeologische resten in de bodem verstoren en/of vernietigen. Derhalve dienen voorafgaand aan die werkzaamheden de archeologische waarden binnen het plangebied in kaart te worden gebracht. 1.5

Uitvoeringsperiode en controle

Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd in maart-april 2025 door drs. bc. A.H. Schutte (Senior KNA Prospector/Senior KNA Archeoloog). Het rapport is gecontroleerd door drs. M. Stiekema (Senior KNA Prospector) en goedgekeurd door drs. T.H.L. Hos (Teamleider).

11 (44)

2

Bureauonderzoek

2.1 Inleiding Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd onder certificaat op grond van de BRL SIKB 4000 (KNA, versie 4.1, 19‑02‑2018) en volgens de eisen en normen zoals aangegeven in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1, 19‑02‑2018, protocol 4002), die is vastgesteld door het Centraal College van Deskundigen (CCvD) Archeologie en is ondergebracht bij het SIKB te Gouda.1 Dit protocol bestaat uit elf processtappen: 1. Afbakenen plan- en onderzoeksgebied en vaststellen consequenties toekomstig gebruik (LS01) 2. Aanmelden onderzoek bij Archis 3. Vermelden (en toepassen) overheidsbeleid (LS01) 4. Beschrijven huidig gebruik en toekomstige situatie (LS02) 5. Beschrijven historische situatie en mogelijke verstoringen (LS03) 6. Beschrijven mogelijke aanwezigheid bouwhistorische waarden ondergrond (LS02, LS03, LS04) 7. Beschrijven bekende archeologische en aardwetenschappelijke kenmerken (LS04) 8. Opstellen gespecificeerde verwachting en formuleren onderzoeksstrategie (LS05) 9. Opstellen standaardrapport bureauonderzoek (LS06) 10. Aanleveren standaardrapport - afmelden onderzoek in Archis 11. Aanleveren digitale gegevens bij e-depot (DS05) Processtappen 1 tot en met 7 leveren gegevens op basis waarvan de gespecificeerde verwachting (stap 8) wordt opgesteld. Deze stappen worden behandeld in paragraaf 1.1 en hoofdstuk 2.

Processtap 9 resulteert in het voorliggende rapport. Processtappen 10 en 11 hebben betrekking op het openbaar maken van het bureauonderzoek voor derden bij onder meer Archis en het e-Depot. Bij de uitvoering van het bureauonderzoek is niet afgeweken van de BRL. Bij het uitvoeren van deze werkzaamheden zijn onder andere de volgende bronnen geraadpleegd: • • • • • • • • • • • •

1

het Archeologische Informatie Systeem (ARCHIS); de Archeologische Monumenten Kaart (AMK); geologische kaarten, geomorfologische kaarten en bodemkaarten; de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINOLoket); literatuur en historisch kaartmateriaal; bouwhistorische gegevens; een recente topografische kaart; recente luchtfoto’s; het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN4); de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) van de provincie Noord-Brabant; de archeologische verwachtingskaarten van de gemeente Bergeijk; plaatselijke (amateur-)archeoloog c.q. heemkundevereniging.

SIKB.

12 (44)

2.2 Doelstelling en vraagstelling Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Hiervoor wordt een inventarisatie gemaakt van bekende aardwetenschappelijke, archeologische en (cultuur)historische gegevens. Aan de hand van deze inventarisatie wordt het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel opgesteld. De vraagstelling voor het onderzoek is: welke archeologische waarden zijn in het plangebied (mogelijk) aanwezig of kunnen worden verwacht?

2.3

Afbakeningen plangebied, huidig gebruik en toekomstig gebruik

2.3.1 Afbakening plan- en onderzoeksgebied Het plangebied is het gebied waarbinnen de ruimtelijke ontwikkeling plaats vindt. Het onderzoeksgebied is het gebied waarbinnen voor het bureauonderzoek relevante informatie wordt verzameld. Dit is het gebied in een straal van circa 500 meter rondom beide plangebieden. Deze afstand is gebaseerd op de aanname dat hiermee afdoende informatie over het plangebied kan worden verzameld om een goede gespecificeerd archeologisch verwachting op te kunnen stellen. Het plangebied betreft deels nieuw aan te leggen fietspaden aan de Broekhovenseweg en Eikestraat, in het buitengebied ten noordoosten (Broekhovensweg) en zuiden (Eikestraat) van Walik, in de gemeente Bergeijk (zie kaart 1). Broekhovensweg betreft een tracé met een lengte van circa 1.1 kilometer en heeft een oppervlak van circa 5.500 m2. Eikestraat betreft een tracé met een lengte van circa 1,7 kilometer en heeft een oppervlak van circa 18.560 m2. Het maaiveld in het deelgebied Broekhovenseweg ligt volgens het Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN4) tussen circa 23,5 en 24,5 meter +NAP en de centrumcoördinaten van het plangebied zijn X: 155.091 en Y: 375.350. Het maaiveld in het deelgebied Eikestraat ligt volgens het Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN4) tussen circa 28,7 en 29,4 m NAP en de centrumcoördinaten van het plangebied zijn X: 153.555 en Y: 372.851.

Het deelgebied Broekhovenseweg is kadastraal bekend als gemeente Riethoven, Sectie E, nummer 550 (ged.), 873 (ged.), 1476 (ged.), 108 (ged.), 115 (ged.), 938 (ged.), 899 (ged.) en gemeente Riethoven, Sectie A, nummer 1734 (ged.), 1518 (ged.) (zie kaart 2). Het deelgebied Eikestraat is kadastraal bekend als gemeente Riethoven, Sectie D, nummers 927 (ged.), 469 (ged.), 704 (ged.), 705 (ged.), 706 (ged.), 707 (ged.), 242 (ged.), 243 (ged.), 244 (ged.), 245 (ged.), 246 (ged.), 248 (ged.), 249 (ged.), 242 (ged.), 569 (ged.), 759 (ged.), 928 (ged.), 595 (ged.), 271 (ged.), 272 (ged.), 273 (ged.), 274 (ged.), 275 (ged.), 276 (ged.), 278 (ged.), 277 (ged.), 1113 (ged.) en gemeente Bergeijk, Sectie A, nummers 1136 (ged.), 1547 (ged.), 1333 (ged.) en 1332 (ged.) (zie kaart 3). 2.3.2 Huidig gebruik van het plangebied Voor het bureauonderzoek is het van belang de huidige situatie te onderzoeken. Landgebruik en bebouwing kunnen van invloed zijn op de archeologische verwachting. Hiervoor is gebruik gemaakt van de meest recente gegevens. Het deelgebied Broekhovenseweg is momenteel in gebruik fietspad, weg en agrarische percelen (zie kaart 4). De eigenaren zijn bij Sweco onbekend. De omliggende percelen zijn in gebruik als weg, bos en agrarische percelen. Het deelgebied Eikestraat is momenteel in gebruik weg, bos, agrarische percelen en verkeersplein (zie kaart 5).

De eigenaren zijn bij Sweco onbekend. De omliggende percelen zijn in gebruik als weg, bos en agrarische percelen.

13 (44)

2.3.3 Toekomstig gebruik van het plangebied Het toekomstige gebruik/inrichting van het plangebied kan gevolgen hebben voor het vervolgtraject. De toekomstige inrichting van het plangebied kan gevolgen hebben op het in/ex-situ behoud van de archeologische waarde. In het plangebied is de realisatie gepland van twee fietspaden met berm en zaksloot, langs de Broekhovenseweg, 1,1 kilometer lang, en Eikestraat, 1.7 kilometer lang Hierbij zal een gebied met een oppervlakte van circa 24.060 m2 worden heringericht, met een breedte 8,5 tot 10 meter tot een diepte van 37 centimeter (12 cm dikte voor het fietspad zelf en 25 cm dikte voor de onderliggende fundering en onderkant zaksloot) beneden maaiveld. In het oostelijk deel van de Broekhovensweg wordt het bestaande fietspad verbreed, in het zuidelijke deel van Eikseweg vinden bij de rotonde ook werkzaamheden in de bermen plaats (deels vervangen oud fietspad met gras) (zie Bijlage 7). De toekomstige gebruikers worden rijwielbestuurders. De geplande werkzaamheden kunnen tot gevolg hebben dat eventueel aanwezige archeologische waarden worden verstoord.

2.4 Vigerend beleid Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. Het doel van deze wet is te voorkomen dat archeologische waarden uit het verleden verloren gaan. In deze wet zijn de gemeenten verantwoordelijk voor het beheer van het bodemarchief binnen hun grondgebied. Voor een goed beheer van dit bodemarchief gebruikt de gemeente een archeologische beleidskaart. De archeologische beleidskaart geeft een gemeentebreed overzicht van bekende en te verwachten archeologische waarden. De kaart maakt inzichtelijk waar en bij welke ruimtelijke ingrepen een archeologisch onderzoek verplicht is en wordt als toetsingskader gebruikt voor ruimtelijke procedures. Het plangebied valt binnen het bestemmingsplan Buitengebied Bergeijk 2011 (d.d. 16 april 2014) van de gemeente Bergeijk. Volgens deze kaart heeft het plangebied grotendeels een waarde archeologie. Een klein deel aan de Eikestraat, centrumcoördinaat X: 153.531/Y: 372.660, in het zuiden van deel onderzoekslocatie, heeft de Waarde – Archeologische Monumenten. In deze gebieden dient bij planvorming en voorafgaand aan vergunningverlening bij bodemingrepen groter dan 100 m2 en dieper dan 50 cm vroegtijdig een inventariserend archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd.

In eerste instantie is er vanuit gegaan dat de bodemingreep tot 50 centimeter onder maaiveld zou plaats vinden waardoor dit onderzoek is uitgevoerd, na afronding onderzoek is de maximale verstoringsdiepte bekend geworden en dit is 37 centimeter onder maaiveld. Volgens de archeologische beleidskaart van de gemeente Bergeijk ligt de onderzoekslocatie grotendeels in een gebied met een middelhoge tot hoge archeologische verwachting. Een klein deel van de Eikestraat en een deel van de Broekhovenseweg ligt in een gebied met een lage verwachting. Daarnaast ligt een deel van de Eikestraat in een archeologisch waardevol gebied (zie kaarten 6 en 7).2

2.5 Milieuhygiënische situatie Te gelijker tijd met het archeologisch bureauonderzoek is er voor het plangebied een milieuhygiënisch bodemonderzoek uitgevoerd door Sweco. De resultaten van het milieuhygiënisch bodemonderzoek waren ten tijde van het uitvoeren van dit archeologisch bureauonderzoek nog niet bekend.

2

Erfgoedkaart Gemeente Bergeijk.

14 (44)

2.6 Aardwetenschappelijke gegevens Het landschap heeft altijd een belangrijke rol gespeeld in het nederzettingspatroon. Bij onderzoek naar archeologische sporen in een bepaald gebied is het van groot belang te weten hoe het landschap er in het verleden heeft uitgezien. Men kan meer te weten komen over dit landschap door de geologische opbouw, de bodem en de hydrologie van een gebied te bestuderen. Tabel 2-1

Aardwetenschappelijke informatie Broekhovenseweg

Bron

Informatie 3

Geologie

Noordoostelijke punt en deel westelijke helft: Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden (BX4) Deel oostelijke helft: Formatie van Boxtel, Laagpakket van Kootwijk (BX1) Zuidwestelijke punt: Formatie van Sterksel (ST)

Geomorfologie4

Noordoostelijke punt en zuid westelijke punt: Terrasafzettingswelvingen (L41) Deel oostelijke helft: Landduinen met bijbehorende vlakten en laagten (L54) Grootste deel westelijke helft: Terrasafzettingsvlakte (M41)

Bodemkunde5

Noordoostelijke punt en deel oostelijke helft: Haarpodzolgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand (Hd21) Centrale deel oostelijke helft: Gooreerdgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand (pZn21) Oostelijke deel westelijke helft: Hoge zwarte enkeerdgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand (zEZ21) Westelijke punt: Lage enkeerdgronden; lemig fijn zand (Ezg23)

Grondwatertrap6

II-VII

Tabel 2-2

Aardwetenschappelijke informatie Eikestraat

Bron

Informatie

Geologie7

Noordelijk deel: Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden (BX4) Rest: Formatie van Sterksel (ST).

Geomorfologie8

Grootste deel: Dekzandwelvingen (L51) Zuidelijke punt: Terrasafzettingswelvingen (L41)

Bodemkunde9

Noordelijke deel en deels centrale deel: Vorstvaaggronden; lemig fijn zand (Zb23) Deel centrale deel: Hoge zwarte enkeerdgronden; lemig fijn zand (zEZ23) Zuidelijke deel: Gooreerdgronden; lemig fijn zand (pZn23)

Grondwatertrap10

VI-VII

2.6.1 Landschappelijke ontwikkeling In het Vroeg en Midden Pleistoceen is er in het zuiden van Brabant een dik pakket rivierzanden en grinden afgezet door voorlopers van de Rijn en Maas. Deze afzettingen 3

TNO-GDN (2021). NGR/Wageningen Environmental Research (2019). 5 NGR/Wageningen Environmental Research (2018). 6 BRO - Grondwaterspiegeldiepte Model voor Nederland (50x50 meter grid), 2021 / BRO Grondwaterspiegeldiepte Model, NGR/WER, 2021. 7 TNO-GDN (2021). 8 NGR/Wageningen Environmental Research (2019). 9 NGR/Wageningen Environmental Research (2018). 10 BRO - Grondwaterspiegeldiepte Model voor Nederland (50x50 meter grid), 2021 / BRO Grondwaterspiegeldiepte Model, NGR/WER, 2021. 4

15 (44)

worden gerekend tot de Formatie van Sterksel en komen op een aantal plekken in het plangebied aan het oppervlak voor, afgedekt door een dun pakket Laat Pleistocene dekzanden (zie kaart 8). Gedurende de laatste ijstijd had de wind vrij spel in het verplaatsen van zand en silt. In deze periode werd over een groot deel van Nederland een pakket dekzand afgezet over oudere afzettingen (waaronder de Formatie van Sterksel). De dekzanden zijn onderverdeeld in het Oude en Jonge dekzand. Het Oude dekzand is tijdens het Pleniglaciaal afgezet in horizontaal gelaagde pakketten. Door verspoeling komen er vaak lemige of (zwak) grindige banden in het Oude dekzand voor. Het Jonge dekzand is tijdens het Laat Glaciaal afgezet in de vorm van dekzandruggen. Het Jonge dekzand is uitsluitend eolisch afgezet en bevat daardoor geen leem- en grindfractie. Het Jonge dekzand wordt ook wel het Laagpakket van Wierden genoemd, welke behoort tot de Formatie van Boxtel waaronder ook het Oude dekzand valt. In deelgebied Broekhovenseweg komt aan de oostzijde als laatste natuurlijke afzetting stuifzanden van het Laagpakket van Kootwijk voor, welke eveneens behoort tot de Formatie van Boxtel (zie kaart 8).

Deze stuifzanden zijn lokaal verstoven en hoofdzakelijk sinds de Middeleeuwen ontstaan, voornamelijk door menselijke invloeden (ontbossing en agrarisch gebruik).11 2.6.2 DINO Het Dinoloket12 is de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINO). Het DINO-systeem is de centrale opslagplaats voor geowetenschappelijke gegevens over de diepe en ondiepe ondergrond van Nederland. Het archief omvat diepe en ondiepe boringen, grondwatergegevens, sonderingen, geoelektrische metingen, resultaten van geologische, geochemische en geomechanische monsteranalyses, boorgatmetingen en seismische gegevens. De site wordt beheerd door TNO. In het Dinoloket is één boringen bestudeerd die direct ten zuidwesten van het deelgebied Broekhovenseweg is gezet.13 Hieruit blijkt dat de ondergrond bestaat uit zand op grof zand. Het zand betreft waarschijnlijk dekzand van de Formatie van Boxtel en het grove zand hoort waarschijnlijk bij de Formatie van Sterksel. Ook bij andere boringen op grotere afstand van de Broekhovenseweg zien we deze bodemopbouw terug. In de nabijheid van de Eikestraat zijn geen Dino boringen gezet, een boring 525 meter ten westen laat ook een bodemopbouw zien van zand op grof zand.14 2.6.3 Geomorfologie De geomorfologische kaart van Nederland geeft de mate van reliëf en de vormen die in het landschap te onderscheiden zijn weer.

Op de geomorfologische kaart ligt de noordoostelijke punt en zuid westelijke punt van het deelgebied Broekhovenseweg op Terrasafzettingswelvingen (L41), een deel van de oostelijke helft ligt op Landduinen met bijbehorende vlakten en laagten (L54) en het grootste deel van de westelijke helft ligt op Terrasafzettingsvlakte (M41) (zie kaart 9). Op dezelfde kaart ligt de het grootste deel van het deelgebied Eikestraat op dekzandwelvingen (L51), alleen de zuidelijke punt ligt op Terrasafzettingswelvingen (L41) (zie kaart 10).15 Bij oude rivierafzettingen beneden een terrassenkruising (dat is het punt waar terrassen als gevolg van insnijding door een rivier zijn overgegaan in een afzettingsvlakte) komen terrrasafzettingswelvingen (L41) voor, waarvan het ontstaan moeilijk is te verklaren. Landduinen met bijbehorende vlakten en laagten zijn door de wind uit stuifzand opgeworpen 11

De Mulder et al., 2003, Berendsen, 2008. Dinoloket. 13 DINO boornummers B51D0594. 14 DINO boornummers B57B0123. 15 NGR/Wageningen Environmental Research (2019). 12

16 (44)

landduinen, heuvels inclusief de tussenliggende uitgestoven laagten en vlakten (L54). Bij oude rivierafzettingen beneden een terrassenkruising (dat is het punt waar terrassen als gevolg van insnijding door een rivier zijn overgegaan in een afzettingsvlakte) komen terrasafzettingsvlakte voor (M41). Hierop bevindt zich in sommige gebieden dekzand. Bij windafzettingen en in het bijzonder bij die met flauwe hellingen (dekzand) komt vaak een zwak golvend oppervlak voor, waarvan de terreinverheffingen niet afzonderlijk kunnen worden aangegeven, dit zijn dekzandwelvingen (L51).16 2.6.4 Fysisch landschap17 Op de kaart fysisch landschap, onderdeel van de Interactieve erfgoedkaart van Bergeijk, loopt het deelgebied Broekhovenseweg van oost naar west over een gebied met duinen, kamduinen, lage dekzandgronden en lage zandgronden. Op deze zelfde kaart loopt deelgebied Eiksestraat van noord naar zuid over hoge dekzandruggen, lage dekzandruggen en helemaal in het zuiden over lage zandgronden. 2.6.5 Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN4) Het Actueel Hoogtebestand Nederland18 vormt een belangrijke aanvullende informatiebron voor de landschapsanalyse. Dit met behulp van laseraltimetrie verkregen digitale bestand vormt een gedetailleerd beeld van het huidige reliëf in het plangebied.

Uitgaande van het AHN4 ligt het noordoostelijke deel van het deelgebied Broekhovenseweg in een reliëfrijk gebied, terraswelvingen en landduinen (die ongeveer een meter boven de omgeving uitsteken) met bijbehorende vlakten en laagten terwijl het westelijk deel redelijk vlak is (dit betreft agrarisch gebied en waarschijnlijk is het hiervoor geëgaliseerd (zie kaart 11). Het noordelijke deel van het deelgebied Eikestraat ligt eveneens in een reliëfrijk gebied, naar het zuiden toe neemt het reliëf af (dekzandwelvingen) naar een redelijk vlak gebied (terrasafzettingswelvingen) (zie kaart 12). Ten westen van het deelgebied Eikestraat is op AHN een raatakkercomplex/celtic field zichtbaar.

2.6.6 Bodemkunde Op de Bodemkaart van Nederland (1:50.000) is de noordoostelijke punt en een deel van de oostelijke helft van deelgebied Broekhovenseweg gekarteerd als Haarpodzolgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand (Hd21), het centrale deel van de oostelijke helft is gekarteerd als Gooreerdgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand (pZn21), het oostelijke deel van de westelijke helft is gekarteerd als Hoge zwarte enkeerdgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand (zEZ21) en de westelijke punt is gekarteerd als Lage enkeerdgronden; lemig fijn zand (Ezg23) (zie kaart 13).19 Op dezelfde kaart is het noordelijke deel en een deel van het centrale deel van deelgebied Eikestraat gekarteerd als Vorstvaaggronden; lemig fijn zand (Zb23), een deel van het centrale deel is gekarteerd als Hoge zwarte enkeerdgronden; lemig fijn zand (zEZ23) en het zuidelijke deel is gekarteerd als Gooreerdgronden; lemig fijn zand (pZn23) (zie kaart 14).20 Haarpodzolen zijn podzolen die onder heide en soms onder bos zijn gevormd. Het moedermateriaal bestaat uit schraal, kalkloos en leemarm grof dekzand, grof oud rivierzand of fluvioglaciaal zand. De grondwaterstanden waren zowel tijdens het ontstaan als daarna altijd laag. Haarpodzolgronden hebben een dunne A horizont, een lichtgrijs gekleurde Ehorizont en een zwarte humusrijke B-horizont.

De E-horizont wordt vanwege zijn grijze kleur vaak loodzandlaag genoemd. Een gooreerdgrond heeft een donker gekleurde bovengrond, bestaande uit humuslaag en A-horizont, van 20 tot maximaal 50 cm dikte. Deze ligt op een 16

NGR/Wageningen Environmental Research (2019). Erfgoedkaart Gemeente Bergeijk. 18 PDOK/Rijkswaterstaat (2023) ‘Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN4) WCS. 19 NGR/Wageningen Environmental Research (2018). 20 NGR/Wageningen Environmental Research (2018). 17

17 (44)

dikke, maar zwak ontwikkelde zandige podzol-B-horizont. Daaronder bevindt zich soms een sterk gebleekte, vrijwel ijzerloze ondergrond. Roestvlekken, die duiden op periodieke hoge grondwaterstanden, kunnen alleen op een diepte van meer dan 35 cm voorkomen. Ondanks de vaak zeer hoge waterstanden ontbreekt een duidelijke gereduceerde blauwgrijze ondergrond. Het humusgehalte van de bovengrond is vaak hoog. Een vorstvaaggrond vertoont weinig tekenen van bodemvorming en is een bodem met een schrale bovengrond. Hieronder, tot maximaal 60–80 cm diep, bevindt zich een zwak ontwikkelde bruin gekleurde Bw-horizont. In sommige gevallen is er sprake van een moderpodzol (een Bws-horizont). In deze bodemlaag is het zand bedekt met ijzerhuidjes. Er vindt in deze bodems nauwelijks inspoeling van humus plaats. De bodem is dan ook humusarm.21 Enkeerdgronden zijn oude bouwlanden, die vanaf de Late Middeleeuwen op de Pleistocene zandgronden zijn ontstaan door het opbrengen van mest (uit potstallen) vermengd met plaggen, die gestoken werden op de woeste gronden (zoals heide, bossen en beekdalen). Dergelijke gronden zijn eerst ontstaan op de hogere delen van het landschap en hebben zich later uitgebreid tot de lagere delen. Ze bestaan uit dikke lagen leemarme en humusrijke gronden. Het belang van een enkeerdgrond ligt in de beschermende kwaliteiten van het dek.

Eventuele archeologische waarden worden in de regel door het dikke dek beschermd tegen verstoring door onder andere agrarische activiteiten. Sinds de jaren ‘80 van de 20 e eeuw is er een grotere en meer systematische aandacht voor plaggenbodems in Nederland. In veel gevallen bleken de betreffende terreinen een hoge dichtheid aan verhoudingsgewijs goed geconserveerde archeologische overblijfselen te bevatten, soms zelfs complete archeologische landschappen. De vaak opmerkelijke resultaten vormen de belangrijkste bron voor de beschrijving van de bewoning en het landgebruik in de zandlandschappen voor de periode vanaf de Midden Bronstijd tot in de Nieuwe tijd. Veel hiervan representeert de vroegere geschiedenis van de dorpen die tussen de 9e en de 12e eeuw naast de essen kwamen te liggen. De rijkdom aan archeologische resten heeft er toe geleid dat de hoger en droger gelegen plaggendekken of enkeerdgronden over het algemeen een hoge indicatieve archeologische waarde kregen.22 2.6.7 Boringen en/of sonderingen In het plangebied zijn in het kader van andere bodemonderzoeken (nog) geen boringen dan wel sonderingen gezet waarvan de resultaten gebruikt kunnen worden voor dit bureauonderzoek. 2.6.8 Grondwatertrap Grondwatertrappen zijn een indicatie voor de diepte van de grondwaterstand en de seizoensfluctuatie daarvan.

Het grondwaterpeil geeft een indicatie over de geschiktheid van de bodem voor agrarisch gebruik en is eveneens een indicatie voor de conservering van metalen en organische resten; hoe beter de ontwatering, hoe slechter de conservering. De grondwatertrappenindeling is gebaseerd op de gemiddeld hoogste (GHG) en de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG). Hiermee worden de winter- en zomergrondwaterstanden gekarakteriseerd in een jaar met een gemiddelde neerslag en verdamping. De watertrappen op de bodemkaart zijn echter gebaseerd op (sub)recente metingen. Er dient rekening te worden gehouden met de invloed van natuurlijke veranderingen en de mens, die bijgedragen hebben aan de huidige grondwaterstand. De huidige grondwaterstand kan aldus sterk afwijken van die in de prehistorie en historische perioden. Wanneer de grondwaterstand door verstoringen verandert, kan dat ernstige gevolgen hebben voor het in de bodem aanwezige bodemarchief. In stedelijk gebied zijn geen grondwatertrappen

21 22

Bakker & Schelling, 1989. Doesburg et al., 2007.

18 (44)

bepaald. Deze worden als ‘witte vlekken’ op de Bodemkaart van Nederland (1:50.000) weergegeven. Tabel 2.3 geeft een overzicht van de klassengrenzen die worden aangehouden bij de indeling van de grondwatertrappen. De trappen worden vastgesteld op een schaal van I tot VIII van respectievelijk extreem nat tot extreem droog. Bij sommige grondwatertrappen is een * weergegeven: het gaat hier om tussenliggende grondwatertrappen die een drogere variant vertegenwoordigen. Tabel 2-3 Grondwatertrappenindeling23 Grondwatertrap I II' III' GLG in cm -mv (<20) (<40) <40

IV >40

V' >40

VI 40-80

VII" >80

GHG in cm -mv

80-120

>120

>120

(>160)

<50

50-80

80-120

VIII >140

') Bij deze grondwatertrappen wordt een droger deel onderscheiden ") Een met een * achter de code als onderverdeling aangegeven "zeer droog deel" heeft een GHG dieper dan 140 cm beneden maaiveld Het deelgebied Broekhovenseweg bevindt zich in een gebied dat wordt gekenmerkt met sterk wisselende grondtrappen: grondwatertrap II tot en met VII. In het westelijke deel ligt het grondwater ondieper dan in het grootste deel van het oostelijke deel ondanks de aanwezigheid van enkeerdgronden in het westelijke deel. Deelgebied Eiksestraat heeft grondwatertrappen VI-VII (overwegend VII).24 De conservering van metalen en organische resten zal in het delen van het plangebied, vanwege het diepe grondwater ter plekke niet optimaal zijn, in de delen waar het grondwater ondiep ligt is de conservering beter. Omdat het plangebied op zand ligt en de ingrepen maar op een beperkt deel van het plangebied zal plaatsvinden wordt niet verwacht dat het toekomstig grondwaterpeil zal worden beïnvloed.

2.7 Archeologische waarden Om inzicht te krijgen in bekende archeologische waarden in de omgeving van het plangebied is het van belang de bekende archeologische waarden (al dan niet volledig onderzocht) te beschrijven. Een belangrijke informatiebron is het landelijke ARCHeologisch Informatie Systeem (ARCHIS3), de online database van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.25 Deze database bevat onder meer informatie over archeologische onderzoeken, vondstmeldingen en archeologische monumentterreinen. In kaart 15 zijn de archeologische waarden en onderzoeken in de omgeving van het plangebied weer gegeven. Voor het onderzoek wordt vooralsnog gekeken naar de waarden binnen een straal van 500 meter rondom de beide deelgebieden. Aangezien de gemeentelijke beleidskaart een hoger detailniveau heeft dan de landelijke IKAW (Indicatieve Kaart Archeologische Waarde) is de IKAW voor het onderzoek niet geraadpleegd.

2.7.1 Archeologische Monumenten De Archeologische Monumentenkaart (AMK) bevat een overzicht van archeologische monumenten/terreinen in Nederland. De terreinen zijn beoordeeld op verschillende criteria (kwaliteit, zeldzaamheid, representativiteit, ensemblewaarde en belevingswaarde). Op grond daarvan zijn deze ingedeeld in vier categorieën; terreinen met archeologische

23

Locher & De Bakker, 1990. BRO Grondwaterspiegeldiepte Model, NGR/WER, 2021. 25 Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort 24

19 (44)

waarde, een hoge archeologische waarde, een zeer hoge archeologische waarde of een zeer hoge archeologische waarde met een beschermde status. Alleen in deelgebied Eikestraat ligt een AMK-terrein, een terrein met (restanten van) een grafheuvel uit het Laat Neolithicum en/of de Bronstijd en begravingen (urnenveld) uit de Late Bronstijd en/of IJzertijd (AMK-terrein 5005). In de omgeving van deelgebied Broekhovenseweg liggen geen AMK terreinen, ten zuiden en westen van deelgebied Eiksestraat liggen nog eens vijf AMK-terreinen (Bijlage 2 en kaart 15). Direct en vrijwel direct ten zuiden van deelgebied Eikestraat liggen terreinen met sporen van bewoning uit de IJzertijd en/of Romeinse tijd, sporen van begraving (urnenveld) uit de Late Bronstijd IJzertijd en twee grafheuvels uit het Neolithicum en/of de Bronstijd, alsook mogelijke sporen van begraving (rijengrafveld) uit de Vroege Middeleeuwen (AMK-terreinen 15290, 13436 & 16087). Op 130 meter ten westen van deelgebied Eiksestraat ligt een terrein met sporen van bewoning uit de IJzertijd en/of Romeinse tijd (AMK-terrein 4996) en 190 meter ten westen ligt een terrein met sporen van bewoning en begraving uit de Romeinse tijd.26

2.7.2 Archeologische onderzoeksmeldingen met bijbehorende vondstmeldingen Binnen het onderzoeksgebied zijn in de afgelopen jaren door verschillende archeologische bedrijven en instellingen in totaal acht archeologische onderzoeken uitgevoerd (Bijlage 3 en kaart 15). Er worden verschillende typen archeologische onderzoeken onderscheiden. Het gaat daarbij om bureauonderzoeken, prospectieve onderzoeken, proefsleufonderzoeken, archeologische begeleidingen van graafwerkzaamheden en opgravingen. Voor ons onderzoek zijn met name de archeologische veldonderzoeken van belang, dus de booronderzoeken, proefsleuvenonderzoeken, archeologische begeleidingen en opgravingen. Als er tijdens archeologisch onderzoek vondsten worden gedaan, dan kunnen er één of meerdere vondstlocaties worden geregistreerd. Rondom deelgebied Broekhovenseweg zijn twee bureauonderzoeken, één bureau- en booronderzoek en één booronderzoek uitgevoerd. Direct ten noordwesten van het plangebied is in 2010 voor het plangebied beekdal van de Run een bureauonderzoek uitgevoerd (Zaaknummer: 2300880100). Dit heeft geleid tot één vervolgonderzoek in het onderzoeksgebied namelijk een verkennend booronderzoek (Zaaknummer: 4920429100), 470 meter ten zuiden van deelgebied Broekhovenseweg.

Op basis van het veldonderzoek blijkt dat de ongeroerde bodem tussen 25 en 35 cm –mv ligt en zich bevindt tussen 25,15 m +NAP op de natuurlijke rug en 24,86 m +NAP in de lagere gebiedsdelen. Deze natuurlijke bodem is weliswaar afgetopt maar nog relatief intact. Zo bevinden zich op de rug nog restanten van een B-horizont onder een esdek; in de lagere delen van het plangebied bevindt zich alleen een C-horizont onder de bouwvoor. Op basis van de bodemgaafheid blijft de middelhoge archeologische verwachting voor paleolithische en mesolithische vindplaatsen gehandhaafd. Deze bevinden zich waarschijnlijk op (de flank van) de rug, direct onder het esdek vanaf 25 cm –mv (of 25,15 m +NAP). In het hele plangebied blijft de hoge archeologische verwachting vanaf het Neolithicum gehandhaafd. Het gaat om nederzettingsresten en resten van randactiviteiten uit het Neolithicum tot en met de Late Middeleeuwen, randactiviteiten (specifiek resten van akkers en grondstofwinningskuilen) uit de Nieuwe tijd en om mogelijk explosieven uit de Tweede Wereldoorlog (middelhoge verwachting). Deze grondsporen bevinden zich vanaf 25 cm – mv (25,15 m +NAP).27 Voor het fietspad direct ten noorden van het deelgebied is een bureauonderzoek uitgevoerd (Zaaknummer: 4622098100), in het rapport is een verkennend booronderzoek geadviseerd dat in het onderzoeksgebied niet is uitgevoerd.

Bij het bureau- en booronderzoek 26 27

Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort. Veldhuizen, 2021.

20 (44)

(Zaaknummers: 4035277100 en 4036127100) 410 meter ten zuiden van deelgebied Broekhovenseweg is een archeologische verwachting opgesteld, een lage verwachtingswaarde voor archeologische resten uit het Paleolithicum en Mesolithicum en een hoge verwachtingswaarde voor archeologische resten uit het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd, die vervolgens getoetst is door het booronderzoek. Hierna is op basis van de waargenomen bodemverstoringen geconcludeerd dat archeologische waarden niet meer in situ worden verwacht. De gespecificeerde archeologische verwachting is door het booronderzoek bijgesteld naar laag voor alle perioden. 28 Rondom deelgebied Eikestraat zijn één bureauonderzoek, twee bureau- en booronderzoeken en één proefsleuvenonderzoek uitgevoerd. Van het bureauonderzoek zijn geen gegevens aanwezig in Archis. Bij een bureau- en booronderzoek 340 meter ten westen van deelgebied Eikestraat (Zaaknummer: 2204652100) zijn in het veld in afgetopte vorstvaaggronden enkele vondsten uit de steentijd, IJzertijd/ Romeinse tijd en vermoedelijk Vroege Middeleeuwen-D/Late Middeleeuwen-A aangetroffen, die duiden op vindplaatsen. Vervolgens is hier een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd, in eerste instantie door Bilan en daarna overgenomen door BAAC (Zaaknummers: 2260486100 en 2308624100).

Tijdens het veldonderzoek werd aan het oppervlak een vuurstenen schrabber gevonden die dateert uit de periode Neolithicum – Bronstijd. Van de vindplaats uit de Bronstijd – Romeinse tijd was in het onderzoeksgebied nog enkel een restant van een diep ingegraven kuil bewaard. Minder diep ingegraven sporen zijn volledig in de bouwvoor en A/C-horizont opgenomen. Uit de periode vanaf de Romeinse tijd tot de Nieuwe tijd zijn geen resten aangetroffen. Vanaf het begin van de 19e eeuw is het plangebied in cultuur gebracht. De kuilen en paalkuilen uit de Nieuwe tijd zijn restanten van agrarisch gebruik en percelering. De aangetroffen palenrij heeft dezelfde oriëntatie als de perceelsgrenzen op de kadastrale kaart uit het begin van de 19e eeuw. Op grond van de waardering van de twee vindplaatsen is gesteld dat de prehistorische vindplaats en die van de Nieuwe tijd niet behoudenswaardig zijn en daarom werd er geen vervolgonderzoek in het plangebied geadviseerd. 29 Bij het andere bureau- en booronderzoek (Zaaknummer: 2440970100) 500 meter ten zuidwesten van deelgebied Eikestraat geldt op basis van het bureauonderzoek een middelhoge archeologische verwachting op resten uit de steentijd en een hoge archeologische verwachting op bewonings- en begravingsresten uit de periode Laat Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd B.

Op basis van het verkennende booronderzoek blijft de hoge archeologische verwachting voor de periode Laat Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd B voor het plangebied gehandhaafd. Gezien het dikke esdek en de diepteligging van het archeologisch sporen niveau op tenminste 65 cm beneden maaiveld, kunnen bij de huidige plannen de archeologische resten in situ behouden blijven. BAAC bv adviseerde om een archeologische dubbelbestemming te handhaven voor eventuele bodemverstorende activiteiten in de toekomst. Uit het rapport blijkt dat er gekozen is voor behoud in situ. 30 2.7.3 Losse archeologische vondstmeldingen In ARCHIS staan naast alle vondstmeldingen die gekoppeld zijn aan een onderzoeksmelding ook vondstmeldingen geregistreerd van vondsten die niet gekoppeld zijn aan een onderzoeksmelding (losse archeologische vondstmeldingen). Binnen het plangebied staan geen losse archeologische vondstmeldingen geregistreerd. Binnen het onderzoeksgebied staan 20 losse archeologische vondstmeldingen geregistreerd (Bijlage 4 en kaart 15).31 Al deze vondstmeldingen liggen op de dekzandwelving ten westen/zuidwesten van deelgebied Eikestraat. Ze betreffen vuursteen- en natuursteenvondsten uit het Midden Paleolithicum, Mesolithicum en Neolithicum, vondsten 28

Stiekema en Boo van Uijen, 2017. Kooi, 2011. 30 Buesink, 2014. 31 Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort. 29

21 (44)

van aardewerk uit de IJzertijd en Romeinse tijd, grafheuvels en graven uit het Laat Neolithicum tot en met de IJzertijd met bijgiften uit deze perioden. Een aantal van deze vondsten zijn gedaan in de 19e eeuw, o.a. gedaan door M. Panken (1819-1904) schoolmeester en amateur archeoloog, en in de jaren ’50, ’60 en ’80 van de 20 e eeuw door G. Beex (provinciaal archeoloog) en H. Brunsting (toen conservator aan het Rijksmuseum van Oudheden te Leiden) Uitgaande van bovenstaande gegevens liggen ten westen en zuidwesten van het deelgebied Eikestraat vindplaatsen uit het Midden Paleolithicum tot en met de Romeinse tijd bestaande uit nederzettingsterreinen en grafvelden.

2.8

Andere bronnen

2.8.1 Cultuurhistorische Waardenkaart Provincie Noord-Brabant herziening 2024 In de CHW-kaart van de provincie Noord-Brabant32 heeft de provincie het ‘provinciaal belang’ aangeduid. Dit belang bestaat uit complexen van cultuurhistorische belang en cultuurhistorische waardevol gebied. De complexen van cultuurhistorisch belang zijn (voormalige) kloosters, industriële complexen en landgoederen waarvan de waarde van provinciale betekenis is. Voor deze complexen maakt de Verordening ruimte van de provincie Noord-Brabant een functiewijziging mogelijk indien die bijdraagt aan het behoud en de versterking van de aanwezige karakteristieke kwaliteiten. Het cultuurhistorische waardevol gebied bestaat uit landschappen waarvan beknopte beschrijvingen gemaakt. Het plangebied ligt niet in een complex van cultuurhistorische belang en een cultuurhistorische waardevol gebied. 2.8.2 Wetenschappelijke publicaties, archieven en provinciaal archeologisch depot In het kader van dit bureauonderzoek zijn een aantal wetenschappelijke publicaties geraadpleegd van archeologische onderzoeken in de directe omgeving van beide deelgebieden (zie § 2.7.2).Er zijn nog meer wetenschappelijke publicaties beschikbaar, o.a. uit de losse vondstmeldingen en bij de (Nederlandse) universiteiten, maar deze zijn niet geraadpleegd.

In het kader van dit bureauonderzoek zijn geen archieven of depots geraadpleegd, aangezien verwacht werd dat dit voor dit plangebied geen meerwaarde zou hebben.

2.9 Historische situatie In het plangebied kunnen naast archeologische sporen ook historische relicten voorkomen die nog in het landschap zichtbaar zijn. Het gaat hierbij om historisch geografische relicten zoals nederzettingsvormen en wegen- en kavelpatronen. Veel van deze bewaard gebleven historische geografie geeft door de herverkavelingen in de tweede helft van de 20 e eeuw een incompleet beeld van het historisch landschap. Historische kaarten van vóór de herverkaveling zijn een goede aanvulling op het huidige incomplete beeld. Voor de historische ontwikkeling is naast het historisch kaartmateriaal ook relevante achtergrondliteratuur geraadpleegd. 2.9.1 Korte bewoningsgeschiedenis van Walik In deze paragraaf wordt een bespreking van de bewoningsgeschiedenis van de streek gegeven. Een algemene ontwikkeling van de bewoningsgeschiedenis van Nederland wordt weergegeven in bijlage 5.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=GemeenteBergeijk&id=1bd72509-dc08-4082-9382-6e7e19682e60