CConstaterende datGeldrop-Mierlo
Koppel je AI →
Document · PDF

Woonzorganalyse Companen - Geldrop-Mierlo.pdf

Commissie Samenleving 9 mei 2023, gemeente Geldrop-MierloBij agendapunt: Toekomstperspectief Wonen en Zorg30.871 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

6.6 Beleidsopgaven Tussenvormen realiseren met flexibele op- en afschaalbare zorg Vanuit een beschermde woonvorm is de stap naar (begeleid) zelfstandig wonen vaak groot. Niet iedereen weet deze stap goed te maken. Een wenselijke oplossing is om een deel van het huidige woonzorgvastgoed (in de wijk) in te zetten als tussenvorm; tussen Beschermd Wonen en regulier wonen in. Een ander goed voorbeeld betreft een pilot van gemeente Ede, waarin een ‘gewone’ particuliere koopwoning is getransformeerd tot 8 studio’s. In deze doorstroomconcepten kan de begeleiding flexibel op- en afgeschaald worden, waarbij ook Beschermd Thuis (intensieve ambulante begeleiding) kan worden ingezet. Huisvesting in ‘tussenvormen’ kan ook instroom bij instellingszorg (BW en MO) voorkomen. Uitstromers uit Jeugdzorg met verblijf kunnen bijvoorbeeld in tussenvormen werken aan zelfstandigheid en de-escalatie van problematiek, waardoor zij minder vaak een beroep op BW en MO zullen doen. Denk hierbij aan kamertrainingcentra en fasehuizen, maar ook gemengdwonenprojecten met andere jongeren (zoals Place2BU in Utrecht). Daarbij geldt dat de organisatie (begeleiding, toezicht, etc.) rondom deze woonvormen stevig moet zijn om draagvlak in de wijk te krijgen en te behouden.

54

Spreiding van de uitstroom over de wijken Bij de uitstroom op de reguliere woningmarkt komen BW-cliënten vaak in dezelfde wijken terecht omdat de goedkope woningvoorraad geconcentreerd is. Daarmee wordt de problematiek ook geconcentreerd, hetgeen het draagvlak voor de uitstroom ondermijnt. Daarom is er een uitdaging in het spreiden van woonvormen en de uitstroom over de wijken en kernen. De beleving van de wijk is hierin een belangrijke graadmeter.

Zachte landing in de wijk In de uitstroom is het van belang buurtbewoners te (blijven) betrekken en de buurt ook te wijzen op de goede voorbeelden onder uitstromers. Beeldvorming is een wezenlijk onderdeel van de landing in de wijk, waarbij geldt: wie goed doet, goed ontmoet. De aanwezige partijen (corporatie, zorgaanbieders, gemeente en welzijnsorganisatie) doen er goed aan om te blijven investeren in de wijk; het draagvlak stopt namelijk meteen als hier niet meer in geïnvesteerd wordt. Hierover moeten duidelijke afspraken bestaan.

Intensivering samenwerking tussen ketenpartners De werkvelden van Beschermd Wonen, Maatschappelijke Opvang en Jeugdzorg raken meer met elkaar verbonden door een toenemende focus op doorstroming. De inzet van tussenvormen met flexibele op- en afschaalbare zorg onderstreept deze samenwerking alleen maar verder. De nieuwe aanpak vereist een omschakeling in denkwijze: meer focus op preventie van instroom en uitstroom, een soepele aaneenschakeling van zorg voor de cliënt en daarvoor een intensievere samenwerking tussen (verschillende) zorgpartijen, gemeenten en corporaties. De regio kan hierin de rol van regisseur pakken, om partijen te verbinden en samenwerking aan te jagen.

1771.103/G | Woonzorganalyse als basis voor toekomstperspectief wonen en zorg

55

7 Maatschappelijke Opvang Mensen die (tijdelijk) geen vorm van onderdak hebben, kunnen terecht bij de Maatschappelijke Opvang. In Nederland geldt dat iedereen hier terecht moet kunnen voor een slaapplek; er is geen maximum aantal plekken in de nachtopvang. De Maatschappelijke Opvang kent een grote verscheidenheid aan vormen, en ook een grote diversiteit aan ‘gebruikers’. Gezinnen kunnen op diverse locaties terecht in gezinsopvang, terwijl de nachtopvang dient voor korter verblijf voor met name alleenstaanden. Er zijn vaak aparte locaties waar ook verslavingszorg geboden wordt. Op enkele locaties worden vormen van begeleid wonen aangeboden, om de stap naar zelfstandigheid te vergemakkelijken. Tot slot, kunnen jonge moeders en/of vrouwen vaak ook terecht in specifieke woonvormen om in een beschutte omgeving te werken aan herstel of stabiliteit: de vrouwenopvang.

7.1 Beleidskader Maatschappelijke Opvang Mensen die dakloos zijn of raken, kunnen een beroep doen op de Maatschappelijke Opvang. Het gaat om mensen die kampen met uiteenlopende problematiek: huiselijk geweld, psychische problemen, schulden of verslaving. In dit hoofdstuk nemen wij de vrouwenopvang mee als een Maatschappelijk Opvang. Maar steeds vaker gaat het ook om mensen die als gevolg van een scheiding, al dan niet in combinatie met werkloosheid, op straat komen te staan. Maatschappelijke Opvang is per definitie tijdelijk: het is altijd de bedoeling dat mensen die hier verblijven, op enig moment weer zelfstandig gaan wonen. Mensen voor wie dit niet haalbaar blijkt, stromen soms door naar Beschermd Wonen.

1771.103/G | Woonzorganalyse als basis voor toekomstperspectief wonen en zorg

Maatschappelijke Opvang wordt bekostigd vanuit de Wmo. De verantwoordelijkheid voor het bieden van opvangplaatsen is belegd bij centrumgemeenten, net als bij Beschermd Wonen. In de provincie Noord-Brabant vervult de gemeente Eindhoven deze taak voor de omliggende gemeenten.

7.2 Vraag naar Maatschappelijke Opvang Over het afgelopen jaar zijn er registratiegegevens beschikbaar over het beroep dat wordt gedaan op de Maatschappelijke Opvang in de gemeente Eindhoven. Vanaf afgelopen jaar is de organisatie Springplank verantwoordelijk voor de Maatschappelijke Opvang. Daarvoor waren de organisaties Springplank, Leger des Heils en Neos samen verantwoordelijk. Bij de aanbieder Springplank is gevraagd naar het aantal mensen dat nu verblijft in een vorm van Maatschappelijke Opvang. De organisatie Springplank biedt 24-uursopvang plekken en noodopvangplekken. Er zijn 95 plekken voor 24uursopvang verdeeld over 3 locaties en er is 1 locatie voor noodopvang met 90 plekken in Eindhoven. De 24-uursplekken zijn voor zogeheten rechthebbenden. De 24-uursopvangplekken bestaan, op twee plekken na, allemaal uit zelfstandige kamers. De noodopvangplekken zijn voor staatloze personen maar wordt nu tijdens de COVID-pandemie ook als 24-uursopvang gebruikt. In 2021 telde de 24-uursopvang 349 unieke cliënten en de noodopvang 96 unieke cliënten. De personen die aankloppen bij de 24-uuropvang of noodopvang in Eindhoven komen uit Eindhoven zelf of uit de gemeenten in de regio, ofwel de randgemeenten.

Prognose & trends Het maken van een prognose voor de Maatschappelijke Opvang is lastig aangezien er naast demografie veel andere factoren van invloed zijn op de vraag; de toekomstige vraag naar MO-voorzieningen is onder meer afhankelijk van economische ontwikkelingen, beleidswijzigingen in de Wmo, Zvw en Wlz,

56

ontwikkelingen in het aantal echtscheidingen, etc. Ook veranderingen in het aanbod kunnen van invloed zijn op de vraag: betere voorzieningen leiden wellicht ook tot meer vraag, betere ambulante begeleiding juist tot minder vraag naar MO-plekken. Ook de uitstroommogelijkheden zijn van invloed: als er meer mogelijkheden zijn voor uitstroom kan de verblijfsduur worden verkort en zijn dus minder plekken nodig voor hetzelfde aantal cliënten. De landelijke brancheorganisatie Federatie Opvang heeft om die reden ook geen prognose van de verwachte toekomstige vraag naar MO-voorzieningen.

7.3 Verblijfsduur en uitstroom Maatschappelijke Opvang De gemiddelde lengte van de duur van de opvang is nu 2 tot 3 maanden. De organisatie Springplank geeft aan deze tijd uiteindelijk te willen verkorten naar 2 tot 4 weken en ze verwachten dat ze ergens aan het eind van het jaar 2022 binnen één maand kunnen gaan zitten. Een maand zou haalbaar moeten zijn als er voldoende aanbod is en er daarnaast wordt voldaan aan randvoorwaarden zoals het borgen van een inkomen/uitkering. Uitstromers moeten wel in staat zijn de huur van een woningen te kunnen betalen. In 2021 zijn 335 cliënten/kandidaten uitgestroomd naar een maatwerktraject vanuit de 24-uursopvang of noodopvang. Dit is 75% van het totaal aantal unieke cliënten in 2021 (445 mensen). De mensen die uitstromen naar een maatwerktraject krijgen een persoonlijke begeleider toegewezen die samen met de kandidaat gaat kijken naar zijn persoonlijke route. Er wordt onder andere gekeken naar de mate van de problematiek waar de kandidaten mee te maken hebben en in hoeverre de problematiek hanteerbaar is, de motivatie van de kandidaten en of de hulpvraag goed in te schatten is. Aan de hand van de situatie van de kandidaten worden zij onderverdeeld in de doelgroepen A,

1771.103/G | Woonzorganalyse als basis voor toekomstperspectief wonen en zorg

B en C. De doelgroepen A en B zouden in staat kunnen zijn ambulant of begeleid te wonen. De C doelgroep kent vaak geen motivatie en is er vaak sprake van meervoudige zware problematiek. Deze mensen komen minder snel in aanmerking voor ambulant of begeleid wonen. Van de mensen in de maatwerktrajecten is in 2021 26% uitgestroomd naar zelfstandig wonen, 12% naar Beschermd of Begeleid Wonen, 10% verblijft in het eigen netwerk, 35% is op een andere manier uitgestroomd dan eerdergenoemde uitstroomrichtingen en is van 18% de uitstroomreden onbekend. Als we inzoomen op het aandeel dat naar zelfstandig wonen is uitgestroomd in 2021, komen we uit op circa 87 mensen. Uit de factsheets van Springplank komt naar voren dat er in 2021 77 kandidaten op de wachtlijst stonden voor een eigen woonplek. De oorzaak voor de wachtlijst is te weinig beschikbaar en betaalbaar vastgoed. De kandidaten die uitstromen naar een zelfstandige woonplek vinden deze plek in de huidige situatie in de gemeente Eindhoven. De organisatie Springplank geeft aan ook kansen te zien om uitstromers naar zelfstandige woningen (uitstromers uit doelgroep A en B) een plek te bieden in de randgemeenten zoals de gemeente Geldrop-Mierlo. De organisatie wil graag met de randgemeenten in gesprek over de mogelijkheden voor het aanbieden van betaalbare zelfstandige woningen in de randgemeenten voor uitstromers.

Door samenwerking met de randgemeenten zou de wachtlijst voor zelfstandig wonen kleiner kunnen worden. Daarnaast is het voor de mensen die nu in de Maatschappelijk Opvang zitten en uit één van de randgemeenten komen, prettig om weer terug te kunnen keren naar de randgemeente waar ze vandaan komen. Gezien de ambitie van Springplank om de duur van de opvang flink te verkorten, zou het zo kunnen zijn dat er in de toekomst in een kortere periode meer mensen kunnen/willen uitstromen. Er wordt ook goed gekeken of mensen er wel echt klaar voor zijn om zelfstandig te gaan wonen en zal

57

daarmee de daadwerkelijke uitstroom daardoor waarschijnlijk worden getemperd. Echter zien we nu al dat de uitstroom stokt door een tekort in aanbod. Hoe groot de groep is van mensen die uit zouden kunnen en willen stromen naar een zelfstandige woning in de gemeente Geldrop-Mierlo is niet bekend.

7.4 Beleidsopgave Maatschappelijke Opvang Aanbod voor uitstromers uit de Maatschappelijke Opvang Wij adviseren het gesprek aan te gaan met de organisatie Springplank. In samenwerking met Springplank kan worden gekeken wat de behoefte zou kunnen zijn aan woonplekken voor mensen die uit de Maatschappelijke Opvang stromen. Het valt aan te bevelen om in eerste instantie te kijken naar de behoefte aan het aantal zelfstandige woonplekken in de gemeente Geldrop-Mierlo voor mensen die uit kunnen stromen en uit Geldrop-Mierlo komen. Wij adviseren om gezamenlijk te kijken om hoeveel mensen het in de huidige situatie gaat en wat de verwachting is hoeveel mensen in de toekomst naar Geldrop-Mierlo terug willen keren. Van nog een behoorlijk aandeel van de uitstromers is de uitstroomrichting anders dan naar zelfstandig wonen, Beschermd/Begeleid wonen of in eigen netwerk. Dit aandeel is 35%. Van 18% is de uitstroomrichting onbekend. Een betere monitoring van uitstroomrichtingen geeft inzicht in welke andere woonvormen mensen terecht komen en kan er een scherper beeld worden gevormd van de grootte van de groep die uit wil stromen. Daarnaast is er op het moment al een wachtlijst van mensen die klaar zijn om zelfstandig te gaan wonen maar waarvoor geen woonplek is.

Aan de hand van monitoring van de organisatie Springplank bevelen wij aan gezamenlijk met de organisatie Springplank, de centrumgemeente, randgemeenten en corporaties te kijken naar mogelijkheden om de huisvestingsvraag van uitstromers in samenwerking op te pakken.

1771.103/G | Woonzorganalyse als basis voor toekomstperspectief wonen en zorg

58

8 Jongeren met problematiek In dit hoofdstuk gaan we in op de jaarlijkse vraag naar woonruimte die bestaat onder jongvolwassenen (18+) die een vorm van problematiek ervaren: bijvoorbeeld gedragsproblematiek of psychiatrische problematiek. Het gaat daarbij met name om uitstromende jongeren vanuit een verblijfssituatie. Zij wonen om uiteenlopende redenen niet meer thuis, en voor hen is de stap naar vervolghuisvesting geen gegeven. In een drukke woningmarkt is het wenselijk om ook voor deze jongeren tijdig passende huisvesting te bieden, zodat zij niet escaleren in hun problematiek en/of dak- of thuisloos raken.

8.1 Doelgroep en context De groep ‘jongeren met problematiek’ (18 tot 23 jaar) die een specifieke vraag heeft op de woningmarkt is eveneens een diverse groep. Het grootste deel stroomt uit vanuit een pleeggezin of jeugdhulpinstelling. Er bestaat een variëteit aan woonvormen voor jeugdhulp met verblijf, waaronder pleeggezinnen, gezinshuizen of in een ‘residentiële setting’ zoals een behandelgroep. Jongeren in pleeggezinnen kunnen tot 21 jaar in jeugdhulp verblijven. Doorgaans is de begeleidingsvraag onder deze jongeren na uitstroom ook minder vaak aanwezig en minder intensief.

Het inkomen van deze jongvolwassen is te laag voor de huurprijzen die gevraagd worden voor een kamer of woning. Ze komen niet meer in aanmerking voor Wajong, maar komen ook niet makkelijk aan het werk. Andere jongeren gaan naar school en krijgen alleen een stagevergoeding (BBL), een tegemoetkoming in de studiekosten (bijvoorbeeld HAVO) of studiefinanciering (MBO/HBO/WO). Tot hun 23e kunnen jongeren bovendien beperkt aanspraak maken op huurtoeslag. Daarnaast is het woningaanbod voor jongeren beperkt. De wachtlijsten voor sociale huurwoningen zijn lang en de inschrijftijd van jongeren is per definitie erg kort, aangezien zij zich pas vanaf 18 jaar kunnen inschrijven bij een corporatie. Hierdoor ontstaat er onbedoeld een perverse prikkel voor sommige jongeren om elders verblijf te zoeken, zoals in het (dure) Beschermd Wonen. Een goedkopere oplossing zou zijn om met tijdelijke woonoplossingen te voorzien in woonruimte voor deze groep en met ambulante begeleiding te werken richting een stabiele woon-werksituatie (bijvoorbeeld Kamers met Kansen).

8.2 De groep kwetsbare jongeren Als vertrekpunt voor de groep jongeren zijn de beschikkingen Jeugdzorg per 2021 genomen, uitgesplitst naar pleegzorg, wonen met behandeling en gesloten jeugdhulp. Begin 2021 maakten 54 jongeren uit Geldrop-Mierlo gebruik van een vorm van jeugdhulp met verblijf.

Jongeren met een ondersteuningsbehoefte geven aan dat meer zelfstandigheid en vrijheid om hun eigen leven te leiden voor hen de belangrijkste redenen vormen om op zichzelf te willen wonen. Daarin verschillen zij niet van hun leeftijdsgenoten. Om deze stap in hun wooncarrière te kunnen zetten zijn er (extra) inspanningen nodig. Met name financiën en vaardigheden (vaak huishoudelijk van aard) zijn belangrijke ‘struikelblokken’ op een weg naar zelfstandig wonen.

1771.103/G | Woonzorganalyse als basis voor toekomstperspectief wonen en zorg

59

Tabel 8.1: Gemeente Geldrop-Mierlo. Jongeren in vormen van jeugdhulp met verblijf, naar leeftijdsklasse (peildatum 1 januari 2022)

Woonvorm Pleegzorg Wonen met behandeling Gesloten Jeugdhulp Totaal

0-4 jaar 8 4 0 12

5-9 jaar 13 2 0 15

10 - 14 jaar 11 8 6 25

15 - 16 jaar 1 1 0 2

Totaal 33 15 6 54

Tabel 8.2: Gemeente Geldrop-Mierlo. Jongeren in vormen van Jeugdhulp met verblijf (2022 - 2040)

Woonvorm Pleegzorg Wonen met behandeling Gesloten Jeugdhulp Totaal

2022 33 15 6 54

2025 33 15 6 54

2030 35 15 6 56

2035 36 16 7 59

2040 37 17 7 60

Bron: Registratie Jeugdwet gemeente Geldrop-Mierlo (2022).

Bron: Registratie Jeugdwet gemeente Geldrop-Mierlo (2022).

8.3 Uitstroom naar verschillende woonvormen

Voor het grootste deel gaat het binnen de jeugdhulp met verblijf om zorg aan relatief jonge kinderen. Voor hen is een vraag aan eigen woonruimte voorlopig niet aan de orde. In dit onderzoek richten we ons op de kwetsbare jongeren van 17 jaar en ouder in jeugdhulp met verblijf. Deze groep zit tegen de leeftijdgrens van Jeugdhulp aan en zal daarom spoedig een stap op de woningmarkt (willen) zetten. Begin 2021 ging dit voor Geldrop-Mierlo om 0 jongeren. De oudste jongere in Jeugdhulp is 15 jaar. Vanaf het volgende ijkpunt dat wij in dit onderzoek aanhouden (2025) zullen er circa 9 jongeren zijn die een stap op de woningmarkt willen zetten wanneer we uitgaan van de meest recente informatie over jeugdhulp (peildatum 1 januari 2022). Vanaf 2025 zal er dan voor het eerst sprake zijn van uitstroom uit de jeugdhulp met verblijf.

De meeste jongeren stromen op hun 18e jaar uit vanuit jeugdhulp met verblijf naar een andere vorm van wonen. Jongeren die uitstromen uit een pleeggezin worden vaak geacht goed in staat te zijn om zelfstandig te wonen in een reguliere woning. De jongeren die uitstromen vanuit jeugdzorg-met-verblijfplekken ofwel wonen-met-behandeling-plekken zullen vaker een beroep doen op het geclusterd wonen met begeleiding en behoefte hebben aan bijzondere woonvormen zoals een kamertrainingwoonconcept. Van de jongeren die de leeftijd hebben om uit te gaan stromen zal ongeveer 40% uitstromen naar zelfstandig wonen en 45% naar geclusterd begeleid wonen. Er is ook een aandeel dat uitstroomt naar BW (10%) of naar de Wlz (5%).

Op basis van de demografische ontwikkelingen in de gemeente hebben we een prognose opgesteld van de behoefte aan vormen van jeugdhulp met verblijf. Hierin is geen rekening gehouden met verschuivingen tussen woonvormen.

1771.103/G | Woonzorganalyse als basis voor toekomstperspectief wonen en zorg

Op basis van de demografische doorrekening en de aandelen binnen de doelgroep kwetsbare jongeren waarvan wordt verwacht te gaan uitstromen, is de uitstroom voor de periode 2025 - 2040 in beeld gebracht. Vanaf het jaar 2025 kan er namelijk pas sprake zijn van uitstroom. Ook wordt er rekening gehouden met een toename van de groep jongeren in de gemeente GeldropMierlo. De verwachte totale uitstroom in 2025 bestaat uit circa 9 jongeren. Op korte termijn zien we een uitstroom van 9 jongeren. In 2035 verwachten we een uitstroom van 10 jongeren en in 2040 een uitstroom van 11 jongeren.

60

Figuur 8.1: Uitstroom naar type in de gemeente Geldrop-Mierlo

12 10 8 6

1 4

1

1 1

5

5

1 4

8.4 Beleidsopgaven Gemengd wonen in de wijk

4 2

belang passende woonvormen aan te bieden waardoor de jongeren in de gemeente Geldrop-Mierlo kunnen blijven wonen om hier op den duur zelfstandig te worden.

4

4

4

4

2025

2030

2035

2040

0

Uitstroom naar zelfstandig wonen

Uitstroom naar tussenvorm

Uitstroom naar Wlz

Uitstroom naar beschermd wonen

Bron: Bevolkingsprognose Geldrop-Mierlo en jeugdzorgregistratie gemeente, bewerking Companen.

We zoomen in op de groep jongeren waarvoor de noodzaak het grootst is dat zij in een passende woonvoorziening terecht komen. Dat zijn de jongeren die zelfstandig of in een tussenvorm kunnen gaan wonen. In de komende jaren zullen er 4 jongeren kunnen uitstromen naar een zelfstandige woonplek en circa 4 à 5 jongeren naar een tussenvorm. De Jeugdzorginstellingen zijn voor een deel van de jongeren een voorportaal voor de doorstroming naar VG en BW. Voor hen is de problematiek en zorgvraag zo groot dat zij een VG-indicatie of BW-beschikking krijgen. Een deel van de jongeren komt in de Maatschappelijke Opvang terecht. Jongeren die een te lichte problematiek en zorgvraag hebben om voor VG of BW in aanmerking te komen vallen ‘tussen wal en schip’. Voor hen is een passende woonvorm nodig waar ze passende begeleiding kunnen ontvangen. Het is van

1771.103/G | Woonzorganalyse als basis voor toekomstperspectief wonen en zorg

Bij onzelfstandige en zelfstandige wooneenheden is het belangrijkste dat bewoners fijn wonen. Hierbij speelt het voorkomen van eenzaamheid een belangrijke rol. Alleenwonende jongeren kunnen gebaat zijn om aan te haken bij andere huishoudens in de wijk; dit kan door bijvoorbeeld aan te schuiven bij het avondeten. Een andere manier om eenzaamheid te voorkomen is het samenwonen met mensen zonder een zorgvraag. Een deel van de uitgestroomde jongeren is op zoek naar een mix met andere jongeren. Dit vraagt om meer gemengde, geclusterde woonvormen in de wijk. Hierdoor kan het sociaal netwerk van de jongeren vergroot worden; dit kan onder andere door een maatjesproject. Zoek een maatje voor mensen met dezelfde interesses in de wijk, hierdoor integreren zij beter in de wijk. Naast de mix van kwetsbare jongeren en andere jongeren, is de mix ook mogelijk met ouderen.

Win-win: Kamertrainingsplekken en gezamenlijke ‘pot’ De uitstromende jongeren zijn ook gebaat bij kamertrainingsplekken waar ze goed op weg worden geholpen om uiteindelijk zelfstandig te gaan wonen. Wanneer de jongeren uitstromen beschikken ze vaak over weinig inkomsten tot hun 21e jaar, en kunnen ze zonder verdere financiële ondersteuning nauwelijks zelfstandig gaan wonen. Dit geeft een opdrijvend effect op de vraag naar Beschermd Wonen. Wij adviseren het opstellen van een gezamenlijke ‘pot’ voor tijdelijke overbrugging van de meestal te hoge huur voor jongeren onder de 23 jaar. Dat zal een flinke kostenbesparing opleveren. De kosten voor huur van de woning en ambulante begeleiding zijn immers veel lager dan de

61

kosten voor Beschermd Wonen. Inzet op het handhaven van de bestaande kamertrainingsplekken en een gezamenlijke ‘pot’ kan leiden tot lagere kosten binnen Beschermd Wonen en de Maatschappelijke Opvang en betere doorstroming van jongeren vanuit de Jeugdhulp naar zelfstandig wonen. Deelnemers aan de gezamenlijke ‘pot’ zijn corporaties, zorgaanbieders en de gemeente.

1771.103/G | Woonzorganalyse als basis voor toekomstperspectief wonen en zorg

62

9 Uitstroommogelijkheden op reguliere woningmarkt

de

Voor uitstromers uit Beschermd Wonen, Jeugdzorg en opvangvoorzieningen geldt dat de overgang naar een eigen woning in veel gevallen valt te beschouwen als (opnieuw) een stap naar een zelfstandig leven, met alle bijkomende verantwoordelijkheden en vraagstukken. De uitstromers hebben hierbij vaak behoefte aan ondersteuning en begeleiding. Het passend huisvesten van deze mensen valt of staat met de mogelijkheid om ze op een goede en duurzame manier te ondersteunen in hun dagelijks leven. Deze ondersteuning kan worden geboden vanuit professionals, maar soms ook vanuit het eigen netwerk. Voor uitstromende zorgvragers moet een zorgvuldige afweging gemaakt worden als het gaat om de woonlocatie. Alles moet erop gericht zijn om de kans op terugval te minimaliseren. Denk bijvoorbeeld aan BW-cliënten die baat hebben bij een prikkelarme omgeving of aan jongeren die buiten bereik van verslavingsgevoelige plekken moeten blijven. Een passende woonkwaliteit is sterk afhankelijk van de problematiek waarmee mensen te maken hebben. De problematiek is voor ieder persoon anders en vergt daarom maatwerk. Spreiding van het goedkope woningaanbod geeft (fysieke) ruimte om maatwerk ook goed toe te kunnen passen.

9.1 Goedkope en betaalbare corporatiewoningen Uitstromers vanuit instellingen hebben behoefte aan goedkope woonruimte. In de gemeente Geldrop-Mierlo zijn er in 2022 153 goedkope sociale huurwoningen met een huur onder de kwaliteitskortingsgrens (tot € 442) en nog eens 1.761 woningen met een betaalbare huur (€ 422 tot € 633). In onderstaande tabel wordt het aantal goedkope en betaalbare corporatiewoningen per wijk weergegeven. Tabel 9.1: Sociale voorraad van corporaties uitgesplitst naar huurprijsklassen

Wijk Centrum Skandia Akert Zesgehuchten Braakhuizen-Noord Braakhuizen-Zuid Coevering Genoenhuis Gijzenrooi Mierlo Verspreide huizen Mierlo Onbekend Gemeente

Tot € 442 20 0 58 41 1 7 12 0 0 0 0

€ 442 tot € 633 250 1 334 50 78 109 787 16 0 120 0

14 153

16 1.761

Totaal 270 1 392 91 79 116 799 16 0 120 0 30 1.914

Bron: Gegevens Compaen, Wooninc., Woonbedrijf, 2022.

1771.103/G | Woonzorganalyse als basis voor toekomstperspectief wonen en zorg

63

•

Figuur 9.1: Sociale voorraad van corporaties naar huurprijsklassen

Centrum Skandia Akert

De mutatiegraad van de goedkope sociale huur in Geldrop-Mierlo was in 2019 42,4%, uitgaande van 153 goedkope sociale huurwoningen in 2022. De mutatiegraad daalde naar 35,9% in 2020. De mutatiegraad voor de woningen met een huur tussen € 442 tot € 633 steeg tussen 2019 en 2020 van 6,9% naar 8,1%.

Zesgehuchten

9.3 Match vraag en aanbod

Braakhuizen-Noord Braakhuizen-Zuid Coevering Genoenhuis Mierlo Onbekend 0

200 Tot €442

400

600

800

1.000

€ 442 tot € 633

Bron: Gegevens corporaties Compaen, Wooninc. en Woonbedrijf, 2022.

9.2 Mutaties Om zicht te krijgen op eventuele tekorten volstaat het niet om alleen te kijken naar het aantal aanwezige woningen in een bepaalde prijsklasse; minstens zo belangrijk is het aantal woningen dat op jaarbasis beschikbaar komt voor een nieuwe huurder. Daarmee kunnen we een beeld vormen van de druk op de huursegmenten. • In 2019 werden er in Geldrop-Mierlo circa 70 woningen aangeboden met een goedkope huur (tot € 442). In de prijsklasse € 442 tot € 633 kwamen in 2019 circa 131 woningen vrij. In 2020 kwamen er circa 55 woningen met een goedkope en 144 woningen met een betaalbare huur vrij.

1771.103/G | Woonzorganalyse als basis voor toekomstperspectief wonen en zorg

De jaarlijks vrijkomende goedkope huurvoorraad is een segment waar de nodige druk op staat; de meest kwetsbare inwoners van de gemeente GeldropMierlo maken hier namelijk aanspraak op. Deze groep is divers en omvangrijk. Vanuit het wonen met zorg gaat het daarbij voornamelijk om de vraag vanuit de volgende doelgroepen: • Van de doelgroep BW wordt verwacht dat er in 2021 15 mensen kunnen uitstromen. In 2040 zal de verwachte uitstroom op 25 mensen liggen. Hierbij gaan we uit van het scenario ‘regionale spreiding, mild’. • De verwachte jaarlijkse uitstroom van jongeren naar begeleid wonen (bijvoorbeeld kamertrainingscentrum of gezinshuis) of zelfstandig wonen met begeleiding bestaat uit 4 à 5 jongeren. Wij verwachten dat deze jongeren een beroep willen doen op een goedkope huurwoning in een doorstroomconcept (met toezicht/begeleid). Daarnaast zullen er circa 4 jongeren doorstromen naar een zelfstandige woning zonder begeleiding. • De totale mogelijke uitstroom vanuit Beschermd Wonen en Jeugdzorg bestaat uit circa 20 mensen in 2021 en 30 mensen in 2040. De uitstroom vanuit de Maatschappelijke Opvang komt nog bij de totaal mogelijke uitstroom op. Hoe groot deze groep voor de gemeente is, zal blijken na de verkenning met Springplank. Theoretisch gezien zou de groep uitstromers terecht kunnen in de goedkope sociale huur.

In praktijk zijn de uitstromers vanuit verschillende woonzorgplekken niet de enige groep voor wie de goedkope en betaalbare sociale huur

64

bereikbaar zou moeten zijn. Zo heeft de groep concurrentie van de andere doelgroepen binnen de sociale huur. Denk hierbij aan huishoudens met lage inkomens en statushouders. De druk op het goedkope en betaalbare segment van de sociale huur wordt tevens groter door een sterkere inzet op extramuraliseren en lokaal uistromen.

9.4 Beleidsopgaven uitstroommogelijkheden Financiële beperkingen en betaalbare woningen De meeste uitstromers hebben het financieel niet breed (kunnen niet fulltime werken, hebben een uitkering of minimum loon) en moeten gebruik maken van subsidies en toeslagen. Bij woningdelen lopen zorgpartijen en bewoners tegen de regels aan van de toeslagen; bij een gezamenlijke voordeur kunnen bewoners geen toeslag aanvragen. Dan is het moeilijk om woonruimtes betaalbaar te houden. Stichting OOK maakt gebruik van de uitzonderingsregels van de Belastingdienst; bij zorgwoningen is het mogelijk om huurtoeslag aan te vragen bij woningen met een gezamenlijke voordeur. Dit is niet bekend bij alle zorgpartijen, het valt aan te bevelen deze informatie met elkaar te delen. Het realiseren van betaalbare woningen is moeilijk voor de corporaties. Ze willen graag kleine studio’s (met eigen voorzieningen) realiseren, maar lopen tegen hoge grondprijzen en bouwkosten aan. Zelfs het realiseren van woningen tot de aftoppingsgrenzen is financieel niet haalbaar. Kijk wat voor kansen er liggen in het splitsen van vrijkomende bestaande woningen om uitstromers via de weg van woningsplitsing een betaalbare woonplek aan te kunnen bieden.

Tijdelijke huisvesting voor een deel van uitstromers Een deel van de uitstromers is gebaat bij tijdelijke huisvesting (maximaal twee jaar). Dan zijn onzelfstandige woonruimten een optie. Het gaat dan vooral over de groep die op dit moment in het ouderlijk huis woont en de stap wil zetten naar zelfstandig wonen. Zij komen door hun korte inschrijfduur en vaak te hoge

1771.103/G | Woonzorganalyse als basis voor toekomstperspectief wonen en zorg

huur niet aan bod bij de corporatie. Voor hen kunnen onzelfstandige woonruimten een optie zijn. Het aanbod van onzelfstandige woonruimten in de gemeente Geldrop-Mierlo is schaars. Het is soms moeilijk om woningen te splitsen. Bij bijvoorbeeld splitsen komt de parkeernorm kijken. Door uitzonderingen te maken op de parkeernorm kan woningsplitsing toch mogelijk worden gemaakt. Bij tijdelijke huisvesting is maatwerk nodig. Een gedeelte van de uitstromers is gebaat bij een zelfstandige woning met begeleiding. Dit geldt zeker voor mensen in Beschermd Wonen. Zij vinden het fijn om een grotere ruimte en privacy voor zichzelf te hebben. Hierdoor krijgen ze het gevoel dat ze gewoon meedraaien in de samenleving. Voorbeelden hiervan zijn mensen die al jarenlang in de schulden zitten, die na het toewijzen van een zelfstandige woning binnen twee jaar weer schuldenvrij werden.

Samenwerken aan een landschapsschets of woonzorgladder Inwoners zullen in toenemende mate schakelen tussen wonen en/of zorg vanuit de domeinen Jeugdhulp, Beschermd Wonen, Maatschappelijke Opvang en Wmo-begeleiding. In sommige gevallen zullen zij daarbij een ander verblijf nodig hebben en in sommige gevallen juist andere zorg. Doorstroming vereist een geoliede schakelformule op de woonzorgladder. Wij adviseren de gemeente om met de betrokken beleidsmedewerkers (in de regio) te werken aan een gezamenlijke landschapsschets of woonzorgladder. Hierin kan onder andere gewerkt worden aan eenduidige definities en vereisten voor diverse woonvormen (zoals tussenvormen) en zorggroepen, de aansluiting tussen diverse woonvormen en een gestroomlijnde monitoring. Doel is om het aanbod zo passend mogelijk te maken, en elkaars taal en systematiek beter op elkaar te laten aansluiten. Om zo ook te voorkomen dat mensen te lang zitten in een bepaalde trap van de woonladder, bijvoorbeeld crisisopvang of instellingszorg. Voor sommige groepen, zoals jonge moeders en gezinnen die begeleiding nodig hebben, is daarbij aanvullend aanbod aan tussenvormen gewenst.

65

Gezamenlijk werken aan samenlevingsopbouw Om te werken aan verbetering van de samenlevingsopbouw in de wijken, is een betere ketensamenwerking tussen zorginstellingen en woningcorporaties gewenst. Denk daarbij aan het volgende: Leefbaarheid is een verantwoordelijkheid van inwoners, maar ook van professionals in de wijk. Met collega-organisaties moeten afspraken worden gemaakt over wie wanneer nodig is. Men moet ook van elkaar weten wat de ander niet doet, zodat elke organisatie genoeg informatie beschikbaar heeft om de eigen professionals goed in te zetten. Individuele professionals moeten vervolgens genoeg handelingsvrijheid ervaren om deze verantwoordelijk te kunnen nemen, en dus ook om zo snel te kunnen reageren. Hier moet meer ruimte voor worden gemaakt in de toekomst (in budgetten), maar ook in de taakverdeling binnen de organisaties zelf. Het bieden van meer maatwerk kan een manier zijn om de bestaande regels om te buigen en de handelingssnelheid te bevorderen. De “not in my backyard” instelling moet gezamenlijk worden aangepakt. Hierbij kan de nadruk liggen op het snel (gezamenlijk) aanpakken van probleemsituaties. Een andere aanpak kan zijn dat de positieve verhalen van uitstromers beter wordt benadrukt. Draag uit wat iemand wel kan bijdragen in de wijk. Het is daarbij handig om aan de voorkant te kijken hoe iemand in de wijk kan integreren.

Het is daarnaast van groot belang om dezelfde taal te leren spreken. In het fysieke en sociale domein geldt een andere mentaliteit en een ander referentiekader. Dit vraagt om aandacht bij alle partners in de keten.

1771.103/G | Woonzorganalyse als basis voor toekomstperspectief wonen en zorg

Afspraken maken over woonruimte voor alle uitstromers Wij adviseren om afspraken te maken over een (vast) jaarlijks beschikbaar aantal woningen voor alle uitstromers, met zowel corporaties als geïnteresseerde particuliere verhuurders. Zo zal het makkelijker worden voor uitstromers om aan een (goedkope) woning te komen en wordt onnodig verblijf in zorginstellingen voorkomen. De gemeente kan hierin een faciliterende rol spelen om partijen bij elkaar te brengen.

66

Bijlage 1: Aanbodoverzicht Aanbod voor ouderen zorgaanbieders Zorgaanbieder

Locatie

Vastgoedeigenaar

SOM

PG

Anna ouderenzorg Anna ouderenzorg Anna ouderenzorg Savant Zorg Totaal

Akert Berk Heuvel Hof van Bethanie

Anna ouderenzorg Anna ouderenzorg Anna ouderenzorg Compaen

44

37 75

60 32 136

6 118

Aanbod voor mensen met een verstandelijke beperking Zorgaanbieder Lunetzorg Lunetzorg Lunetzorg Lunetzorg Lunetzorg Lunetzorg Lunetzorg Lunetzorg Lunetzorg Lunetzorg Lunetzorg Ons Plekje VOF Meriadoc Stichting OOK begeleiding Stichting ORO Totaal

Locatie Hofdael Wielstraat 12 Wielstraat 18 Wielstraat 76 De Burght 184 De Burght 250 De Burght 60 Plataanhof 5 Hilderberg 10 De Raadstraat 21

Vastgoedeigenaar Lunetzorg Lunetzorg Lunetzorg Lunetzorg Lunetzorg Lunetzorg Lunetzorg Lunetzorg Lunetzorg Lunetzorg

Ons Plekje Meriadoc

Wooninc. Woonbedrijf

Groepswonen

1771.103/G | Woonzorganalyse als basis voor toekomstperspectief wonen en zorg

Geclusterd wonen

Gespikkeld wonen 7

Extramuraal wonen met Wlz

Wmo-indicatie

10

60

10

5 65

7 12 2 1 2 2 1 1 2 10 12 1 35

11

14

67

Aanbod aan Beschermd Wonen Zorgaanbieder VOF Meriadoc Stichting OOK begeleiding Totaal

Locatie Meriadoc Nieuwendijk 13

Vastgoedeigenaar Woonbedrijf

1771.103/G | Woonzorganalyse als basis voor toekomstperspectief wonen en zorg

Totaal aantal plekken 6 21 27

Gespikkeld wonen 0 0 0

Geclusterd wonen 0 0 0

Groepswonen 6 21 27

68

Bijlage 2: De Doorzonscan De Doorzonsscan is een beproefd meetinstrument waarmee gemeenten en woningcorporaties op een snelle manier kunnen achterhalen welk deel van de woningvoorraad al geschikt is voor mensen met een functiebeperking en welke woningen met een kleine ingreep geschikt te maken zijn. Iedere woning wordt op basis van een aantal kenmerken van de woningen (bouwjaar, oppervlakte en woningtype) ingedeeld in één van de categoriën. Hieronder staan de kenmerken waaraan woningen moeten voldoen om een specifieke kwalificatie te krijgen. Geschikte woning Alle primaire voorzieningen (slaapkamer, woonkamer, toilet, badkamer en keuken) liggen gelijkvloers of zijn zonder traplopen bereikbaar. De woning is geschikt voor bewoners met geringe beperkingen bij het lopen, die als hulpmiddelen eventueel wandelstok of kruk(ken) gebruiken. De woningen voldoen aan tenminste één van de volgende kenmerken: • woning is aangemerkt als seniorenwoning of nultredenwoning; • appartementen/(galerij)flats (als deze over een lift beschikken); • (semi)bungalows, woonboerderijen.

Niet-geschikte woning De overige woningen zijn als niet-geschikt aangemerkt; deze woningen zijn vermoedelijk ook niet (eenvoudig) geschikt te maken. De beoordeling van de woningvoorraad op geschiktheid op basis van wozgegevens is een inschatting. Bezoek aan een woning zelf moet uitwijzen of de inschatting ook juist is. Daarnaast geeft de analyse uitsluitend inzicht in de kenmerken van de woning. Het is denkbaar dat ouderen de woning niet meer geschikt vinden omdat bijvoorbeeld het onderhoud van de woning of de tuin teveel wordt, of dat men dichter bij voorzieningen wil wonen; een woning die volgens de analyse ‘geschikt’ is kan in de beleving van de bewoners dan minder geschikt zijn. Andersom kan het zo zijn dat in een woning die volgens de analyse ‘potentieel geschikt’ is inmiddels al aanpassingen zijn gedaan (zoals de installatie van een traplift, of de drempels verwijderd). Hier kom je echter alleen achter door de woning daadwerkelijk te bezoeken. Daar wordt in deze analyse geen rekening mee gehouden.

Potentieel geschikte woning Potentieel geschikte woningen zijn woningen die met relatief beperkte middelen geschikt te maken zijn. Hierbij is te denken aan het installeren van een traplift, of het verlagen of weghalen van drempels. Deze woningen voldoen aan de volgende criteria: • eengezinswoning, is gebouwd na 1998; • inhoud bij koopwoning is groter dan 350 m3 en gebouwd na 1965; • inhoud bij huurwoning is groter dan 300 m3 en gebouwd na 1980; • geschakelde woning.

1771.103/G | Woonzorganalyse als basis voor toekomstperspectief wonen en zorg

69

Bijlage 3: Afkortingen en begrippen •

•

•

•

• •

• • • • •

Ambulantisering (GGZ): afbouwbeleid van intramurale zorg. Een deel van de GGZ-Cliënten die voorheen zorg met verblijf in een instelling kreegt, wordt voortaan ambulant begeleid in hun eigen woning. BW: Beschermd Wonen (GGZ). Wonen in een accommodatie van een instelling met daarbij behorend toezicht en begeleiding. Beschermd Wonen is binnen de Wmo 2015 een maatwerkvoorziening. Extramuralisering: het streven om buiten de muren van een zorginstelling gelijkwaardige zorg te bieden, bijvoorbeeld in de eigen woning. Anders dan bij ambulantisering gaat het niet zozeer om individuele cliënten vanuit een instelling in de wijk te laten wonen, maar dat nieuwe cliënten minder snel worden opgenomen in een instelling. Levensloopgeschikt woning: een zelfstandig woning die geschikt is (of eenvoudig geschikt te maken is) voor bewoning tot op hoge leeftijd, ook in het geval fysieke beperkingen of chronische ziekten van bewoners. Op de volgende pagina in het groene kader is definitie van levensloopgeschikte woning verder gespecificeerd. MPT: Modulair Pakket Thuis. Verstrekkingsvorm Zorg in Natura: een deelverstrekking die kan worden gecombineerd met het PGB. PGB: Persoonsgebonden budget: een verstrekkingsvorm in de Wet langdurige zorg en Wmo waarbij de cliënt of diens vertegenwoordiger het budget beheert. PG: Psychogeriatrie.

Aandoeningen die gepaard gaan met beperkingen van de geestelijke vermogens (psycho) op hogere leeftijd (geriatrie). Respijstzorg: tijdelijk overdragen van mantelzorg, zodat mantelzorgers op rust kunnen komen Scheiden wonen en zorg: Cliënt betaalt zelf de huur en de kosten voor levensonderhoud. SOM: Somatiek. Zorg bij lichamelijke ziektes. VG: Verstandelijk Gehandicpat.

1771.103/G | Woonzorganalyse als basis voor toekomstperspectief wonen en zorg

• • • •

VPT: Volledig Pakket Thuis. Verstrekkingsvorm Zorg in Natura: een totale verstrekking die thuis kan worden geleverd. Wlz: Wet langdurige zorg Wmo: Wet maatschappelijke ondersteuning Zvw: Zorgverzekeringswet

Woonvormen Ouderen en mensen met een lichamelijke beperking • •

•

•

•

•

•

24-uurszorg: Wooneenheden in een verpleeghuis of een woonzorgcentrum. Wij betrekken hierin alleen het aanbod voor de Wlz-zorg. Geclusterde wonen voor ouderen: Een geschikte woning met een seniorenlabel in een woonvorm met 10 of meer wooneenheden en met een welzijnsvoorziening (bijvoorbeeld ontmoetingsruimte, recreatievoorziening of buitenruimte voor gezamenlijk gebruik) in de directe woonomgeving (500 meter) of inpandig. Reguliere woning: ‘gewone’, niet-geclusterde woning. Het gaat hierbij zowel om gezinswoningen als om appartementen of studio’s waar ook mensen zonder zorgvraag kunnen wonen. Geschikte woning: reguliere woning die geschikt is voor ouderen of andere zorgvragers met een (lichte) lichamelijke beperking. De woning is drempelloos, alle primaire voorzieningen liggen gelijkvloers of zijn zonder traplopen bereikbaar. Ook is de woning zonder traplopen bereikbaar (extern toegankelijk) Potentieel geschikte woning: reguliere woning die relatief gemakkelijk geschikt te maken is voor ouderen of andere zorgvragers met een (lichte) lichamelijke beperking door een woningaanpassing, zoals een traplift of een aangepaste badkamer. Niet-geschikte woning: reguliere woning die alleen bij een ingrijpende renovatie geschikt te maken is voor ouderen of andere zorgvragers met een (lichte) lichamelijke beperking.

Een rollatorgeschikte woning voldoet aan de volgende criteria: o Vlakke toegangsroute

70

•

o Geen drempels in de woning o Gelijkvloerse woning of traplift o Ruime deurbreedte en draaicirkels o Voldoende ruimte in badkamer en geschikt sanitair voor rollator Een rolstoelgeschikte woning voldoet naast de criteria voor rollatorgeschikte woningen ook aan de volgende criteria: o Volledig woonprogramma is gelijkvloers o Rolstoelgeschikte deurbreedte en draaicirkels o Voldoende ruimte in badkamer en geschikt sanitair voor rolstoel o Kookruimte geschikt voor rolstoel

Mensen met een verstandelijke beperking of met een psychiatrische aandoening •

•

•

Levensloopgeschikte woning De woning past in alle levensfasen bij de behoeften die de bewoners op dat moment heeft. De woning is een nultredenwoning, de entree is zonder traptrede(n) te bereiken. De primaire vertrekken (hoofdslaapkamer, woonkamer, keuken, toilet en badkamer) zijn evenseens zonder tralopen te bereiken. Eenvoudig geschikt te maken wil zeggen dat de ruimte (en aansluitingen) voor een badkamer en slaapkamer op de bagane grond al in de woning verankerd zitten en dat in de toekomst geen gebruikt gemaakt hoeft te worden van WMO aanpassingen om de woning levensloopgeschikt te maken. De minimale beukmaat van een grondgebonden levensloopgeschikte woning is 6.60m, tenzij uit het ontwerp blijkt dat alle primaire ruimten op een kwalititatief goede manier passen binnen een kleinere beukmaat.

Geclusterd wonen: Woonvorm waarbij de bewoner een eigen appartement of studio heeft met voorzieningen, maar ook met een ontmoetingsruimte in of bij het pand. Betreft zowel groepswonen als het wonen in geclusterde appartementen, waarbij begeleiding 24-uur aanwezig kan zijn of 24-uur oproepbaar is. Groepswonen: een specifieke vorm van geclusterd wonen, waarbij bewoners een kamer hebben en voorzieningen als keuken en woonkamer delen met andere bewoners. Gespikkeld wonen: wonen in een reguliere, niet-geclusterde woning in de nabijheid van een woonvorm waarvandaan zorg en begeleiding geboden kan worden.

Jongeren met problematiek •

Geclusterd begeleid wonen: Doorstroomgerichte ‘tussenvorm’, waarbij jongeren (intensieve) begeleiding ontvangen bij het zelfstandig wonen. In fases groeien zij toe naar zelfstandigheid. Voorbeelden zijn kamertrainingscentra of fasehuizen.

1771.103/G | Woonzorganalyse als basis voor toekomstperspectief wonen en zorg

71

Bijlage 4: Organisatie en bekostiging van langdurige zorg Wlz, Wmo en Zvw Sinds de afschaffing van de AWBZ in 2015 kan langdurige zorg en ondersteuning voor volwassenen uit drie zorgwetten geleverd worden: Zorg uit de Wet langdurige zorg (Wlz) Ondersteuning uit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) Wijkverpleging uit de Zorgverzekeringswet (Zvw) De aard van de zorgbehoefte bepaalt vanuit welke wet iemand zorg krijgt. De Wet langdurige zorg is bedoeld voor mensen die ‘levenslang en levensbreed’ ondersteuning nodig hebben, thuis of in een zorginstelling. Wlz-zorg is alleen mogelijk als iemand zorg nodig heeft vanwege een lichamelijke ziekte of beperking, dementie, een verstandelijke beperking of een zintuiglijke beperking, het duidelijk is dat hij of zij blijvend (= levenslang) zorg nodig heeft en iemand permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid nodig heeft. Het Zorgkantoor is verantwoordelijk voor deze zorg; cliënten hebben een indicatie nodig van het CIZ om in aanmerking te komen voor Wlz-zorg. Wie niet voldoet aan de voorwaarden voor Wlz-zorg, kan voor ondersteuning een beroep doen op de gemeente (Wmo). Wijkverpleging wordt bekostigd vanuit de Zorgverzekeringswet.

Zorgzwaartepakketten Tot 2015 werden indicaties uitgedrukt in ‘zorgzwaartepakketten’. Met de overgang van de AWBZ naar de Wlz is deze term officieel vervangen door de term ‘zorgprofiel’; in de praktijk wordt de zorgvraag echter nog vaak uitgedrukt in de oude terminologie. Voor ouderen bestaan binnen de Wlz de volgende zorgprofielen (VV staat voor ‘verpleging en verzorging’): Vroegere ZZP ZZP VV 4 ZZP VV 5 ZZP VV 6 ZZP VV 7 ZZP VV 8 ZZP VV 9b

Naam zorgprofiel VV Beschut wonen met intensieve begeleiding en uitgebreide verzorging VV Beschermd wonen met intensieve dementiezorg VV Beschermd wonen met intensieve verzorging en verpleging VV Beschermd wonen met zeer intensieve zorg vanwege specifieke aandoeningen, met de nadruk op begeleiding VV Beschermd wonen met zeer intensieve zorg vanwege specifieke aandoeningen, met de nadruk op verzorging/verpleging VV Herstelgerichte behandeling met verpleging en verzorging

Voor mensen met een (lichte) verstandelijke beperking gelden de volgende zorgprofielen binnen de Wlz:

In principe geeft alleen de Wlz toegang tot wonen in een zorginstelling, zoals een verpleeghuis of een instelling voor beperktenzorg 3. Verhuizen naar een instelling is overigens niet verplicht: als de omstandigheden goed zijn kan Wlz-zorg ook thuis geleverd worden. Wmo-ondersteuning en wijkverpleging zijn mogelijk als u thuis of in een kleinschalige woonvorm woont.

3

Beschermd Wonen GGZ vormt hierop een uitzondering: dit is 24-uurszorg inclusief verblijf, maar wordt bekostigd door de gemeente (Wmo).

1771.103/G | Woonzorganalyse als basis voor toekomstperspectief wonen en zorg

72

Vroegere ZZP ZZP VG 3 ZZP VG 4 ZZP VG 5 ZZP VG 6 ZZP VG 7 ZZP VG 8

Naam zorgprofiel VG Wonen met begeleiding en verzorging (vanaf 18 jaar; niet voor jeugd) VG Wonen met begeleiding en intensieve verzorging VG Wonen met intensieve begeleiding en intensieve verzorging VG Wonen met intensieve begeleiding, verzorging en gedrags-regulering VG (Besloten) wonen met zeer intensieve begeleiding, verzorging en gedragsregulering VG Wonen met begeleiding en volledige verzorging en verpleging

Vroegere ZZP ZZP LVG 1 ZZP LVG 2 ZZP LVG 3 ZZP LVG 4 ZZP LVG 5 ZZP SGLVG 1

Naam zorgprofiel LVG Wonen met enige behandeling en begeleiding LVG Wonen met behandeling en begeleiding LVG Wonen met intensieve behandeling en begeleiding, kleine groep LVG Wonen met zeer intensieve behandeling en begeleiding LVG Besloten wonen met zeer intensieve behandeling en begeleiding LVG Behandeling in een SGLVG behandelcentrum

Voor mensen met een lichamelijke beperking gelden de volgende zorgprofielen binnen de Wlz: Vroegere ZZP ZZP LG 1 ZZP LG 2 ZZP LG 3 ZZP LG 4 ZZP LG 5 ZZP LG 6 ZZP LG 7

Naam zorgprofiel LG Wonen met enige begeleiding en enige verzorging (alleen in 2015) LG Wonen met begeleiding en enige verzorging LG Wonen met enige begeleiding en verzorging (alleen in 2015) LG Wonen met begeleiding en verzorging LG Wonen met begeleiding en intensieve verzorging LG Wonen met intensieve begeleiding en intensieve verzorging LG Wonen met zeer intensieve begeleiding en zeer intensieve verzorging

Voor mensen met een psychiatrisch ziektebeeld die langer dan drie jaar verblijven in een GGZ-instelling voor behandeling gelden de volgende zorgprofielen binnen de Wlz: Vroegere ZZP ZZP GGZ-B 3 ZZP GGZ-B 4 ZZP GGZ-B 5 ZZP GGZ-B 6 ZZP GGZ-B 7

Beschermd Wonen Beschermd Wonen (BW) valt onder de verantwoordelijkheid van de gemeente. Bij BW wordt door de gemeente met vier typen beschikkingen gewerkt: Beschikking Intramuraal

VPT Overbruggingszorg

PGB

1771.103/G | Woonzorganalyse als basis voor toekomstperspectief wonen en zorg

Naam zorgprofiel GGZ-B Voortgezet verblijf met intensieve begeleiding GGZ-B Voortgezet verblijf met intensieve begeleiding en verzorging GGZ-B Voortgezet verblijf met intensieve begeleiding en gedragsregulering GGZ-B Voortgezet verblijf met intensieve begeleiding en intensieve verpleging en verzorging GGZ-B Beveiligd voortgezet verblijf vanwege extreme gedragsproblematiek met zeer intensieve begeleiding

Naam zorgprofiel Geclusterde woningen inclusief IBW-woningen (individueel beschermd wonen). Dit zijn satellietwoningen in de buurt van een BW-locatie. Volledig Pakket Thuis is beschermde woonzorg bij iemand thuis (24-uur afroepbaar). Omvat zowel mensen die nog op een wachtlijst staan voor BW en in de tussentijd overbruggingszorg thuis ontvangen, als mensen die al uitgestroomd zijn en op basis van hun BW-indicatie nog alternatieve zorg (“losse componenten”) thuis krijgen. Omvat zowel mensen die met hun PGB een plek in een instelling hebben geregeld als mensen die met hun PGB de benodigde zorg thuis regelen.

73

Bijlage 5: Zorggebruik Hieronder volgt een overzicht van indicaties voor langdurige zorg van de afgelopen kalenderjaren. Het betreft hier het aantal indicaties per jaar op 1 januari, tenzij anders wordt aangegeven. De gegevens zijn afkomstig van het Centrum indicatiestelling zorg (ouderenzorg, verstandelijk beperkten, GGZ-B) en de gemeenten (Jeugdzorg). Tabel 5a: Wlz-indicaties ouderenzorg naar zorgzwaarte, Geldrop-Mierlo Wlz-indicatie 2015 2016 2017 2018 2019 2020 VV01 0 0 0 0 0 0 VV02 10 5 5 5 0 0 VV03 20 10 10 5 5 0 VV04 75 60 70 70 90 85 VV05 165 155 150 165 180 180 VV06 50 60 55 55 55 60 VV07 30 30 25 25 20 30 VV08 0 0 5 5 5 0 VV09* 0 0 5 0 0 0 VV10 5 0 0 0 0 0 Totaal 355 320 325 330 355 355

2021 0 0 0 85 180 65 20 0 5 0 355

2022 0 0 0 95 185 80 20 0 0 0 380

Tabel 5c: Wlz-indicaties doelgroep VG naar zorgzwaarte, Geldrop-Mierlo Wlz-indicatie 2015 2016 2017 2018 2019 2020 VG01 0 0 0 0 0 0 VG02 15 15 15 15 10 5 VG03 40 45 45 50 60 60 VG04 5 10 15 15 15 20 VG05 5 10 10 10 10 10 VG06 15 15 15 15 20 25 VG07 5 5 5 5 5 10 VG08 0 0 5 5 5 5 (SG)LVG 5 0 5 5 0 0 Totaal 90 100 115 120 125 135

2021 0 5 60 20 10 25 5 5 0 130

Bron: CIZ-gegevens.

Tabel 5d: Beschikkingen Jeugdzorg, Geldrop-Mierlo, 2022 Woonvorm Pleegzorg Wonen met behandeling Gesloten Jeugdhulp Totaal

0-4 jaar 8 4 0 12

5-9 jaar 13 2 0 15

10-14 jaar 11 8 6 25

15-16 jaar 1 1 0 2

Totaal 33 15 6 54

Bron: Jeugdzorgregistratie gemeente Geldrop-Mierlo

Bron: CIZ-gegevens.

Tabel 5b: LG-indicaties, Geldrop-Mierlo 2015 2016 Totaal 30 25

2017

2018

2019

2020

2021

25

20

15

15

15

Bron: CIZ-gegevens.

1771.103/G | Woonzorganalyse als basis voor toekomstperspectief wonen en zorg

74

Bijlage 6: Verwerking aannames doelgroep ouderen en VG Vertaling van zorgvraag naar woonvraag ouderen, basisvariant (2022) Woonvormen voor 65VitaliteitsVitaliteitsVitaliteitsplussers in 2020 trede 1 trede 2 trede 3 Regulier wonen 87% 74% 68% Geclusterd wonen 13% 26% 29% Geclusterd wonen met 0% 0% 2% Wlz-zorg Vertaling van zorgvraag naar woonvraag ouderen, trendvariant (2040) Woonvormen voor 65VitaliteitsVitaliteitsVitaliteitsplussers in 2020 trede 1 trede 2 trede 3 Regulier wonen 82% 55% 60% Geclusterd wonen 18% 45% 40% Geclusterd wonen met 0% 0% 0% Wlz-zorg

1771.103/G | Woonzorganalyse als basis voor toekomstperspectief wonen en zorg

Vitaliteittrede 4 12% 12% 76%

Vitaliteittrede 4 10% 40% 50%

Vertaling van zorgvraag naar woonvraag VG, basisvariant (2021) Zorgzwaartepakketten Aandeel geclusterd Wmo 0% SG(LVG) 100% VG1 50% VG2 50% VG3 85% VG4 100% VG5 100% VG6 95% VG7 100% VG8 100%

Aandeel gespikkeld 100% 0% 50% 50% 15% 0% 0% 5% 0% 0%

Vertaling van zorgvraag naar woonvraag VG, trendvariant (2040) Zorgzwaartepakketten Aandeel geclusterd Wmo 0% SG(LVG) 85% VG1 0% VG2 0% VG3 67% VG4 100% VG5 100% VG6 85% VG7 100% VG8 100%

Aandeel gespikkeld 100% 15% 100% 100% 33% 0% 0% 15% 0% 0%

75

Bijlage 7: Woonstijlen

pagina’s geven we een profielschets van elke woonstijl en hun woonwensen. De figuur rechts geeft aan welke woonconcepten goed passen bij de woonstijlen.

De woonwensen van ouderen zijn divers. Er bestaat geen blauwdruk voor het ‘geclusterd wonen’. De woonvorm ‘geclusterd wonen’ is een verzamelnaam voor diverse woningtypes en woonconcepten die beschutting, comfort en ontmoeting bieden. Verschillende groepen ouderen zoeken daarbij verschillende typen geclusterde woonvormen. Welke keuzes groepen ouderen hierin maken is onder meer afhankelijk van hun woonwensen, die wij classificeren als zogeheten woonstijlen. De ‘woonstijl’ is een adaptie van de sociologische term ‘leefstijl’. Via ‘woonstijlen’ worden sociologische inzichten gebruikt om woongedrag te classificeren.

Voorkeuren van woonstijlen naar woonconcept binnen geclusterd wonen

100% 10% 10% 90% 80%

20%

20%

25% 25%

5% 5% 5% 15%

5% 15%

10% 10%

15% 15% 15% 15%

20% 20% 20%

50%

Stille Generatie (1940 e.o.)

Kwetsbare Ouderen

Middel financiële positie Oudere comfortzoekers

Hoge financiële positie Welgestelde cultuurminnaars

Protestgeneratie (1940-1955)

Traditionele buurtbewoners

Vitale comfortzoekers

Welgestelde levensgenieters

Generatie X

Actieve buurtbewoners

Moderne hofjesbewoners

Ondernemende levensgenieters

(1955-1970)

Wij zien negen dominante woonstijlen onder huidige en toekomstige generaties ouderen (50+), die elk een eigen profiel en type woonwensen hebben. De indeling naar woonstijlen is gebaseerd op analyses van woongedrag en woonwensen van ouderen, zoals die naar voren komen in CBS-microdata, het WoON-onderzoek en sociologisch onderzoek naar generaties en waardepatronen. Deze inzichten zijn gekoppeld aan achtergrondkenmerken van ouderen, zoals het inkomen, leeftijd, huishoudenssamenstelling, stedelijkheid, opleiding en vermogen. In de volgende

1771.103/G | Woonzorganalyse als basis voor toekomstperspectief wonen en zorg

15%

5% 15%

10%

10% 10%

25% 25%

10% 10% 20%

Indeling van 9 woonstijlen naar generatie (geboortejaar) en financiële positie

Lagere financiële positie

10%

5% 5%

5% 5% 15%

15% 10%

15%

70% 60%

5% 5%

40%

20%

25% 25%

10% 10%

20%

10% 20%

20%

5%

30%

55% 25%

50% 50%

25%

5%

45%

20%

25%

30% 10% 0%

Seniorencomplex (app) Verzorgd wonen (app) Hofjeswonen (ggb) Zorgvilla (app)

25%

20%

15%

15% 5%

5%

45% 20% 15% 5%

5%

Serviceflat (app) Hofjeswonen (app) Grondgebonden woningen (ggb) Luxe appartementen (app)

Bron: CBS-Microdata en WoON2018; bewerking Companen.

76

Woonstijlen per buurt, gemeente Geldrop-Mierlo

100% 10% 90%

11% 20%

5%

12%

9%

6%

20% 9%

7% 11%

80% 17%

13% 15%

70%

10%

4%

35% 24% 29%

11% 24% 21%

60%

12%

13% 17%

50%

8%

11%

10% 7%

8% 19%

11%

11%

15% 21%

15%

10%

22%

14%

9% 7%

40%

15%

16%

12% 30%

20%

9% 6%

10% 12% 0% Centrum

15%

18%

4%

8% 19%

6%

4% 2%

3% 5% 10%

4% 4% 11%

4% Akert

14% 13%

7%

Skandia

30%

9%

5%

5%

22%

Zesgehuchten

1771.103/G | Woonzorganalyse als basis voor toekomstperspectief wonen en zorg

Braakhuizen-Noord Braakhuizen-Zuid

2% 4%

9% 7%

9%

4% 4%

2% 2%

5%

Coevering

Genoenhuis

Mierlo

77

Kwetsbare ouderen Kwetsbare ouderen behoren tot de ‘stille generatie’ (1925 – 1940). Deze groep ouderen heeft een leeftijd van 80 jaar of ouder. De groep heeft een lagere inkomenspositie en een beperkt vermogen. Zij zijn doorgaans lager opgeleid. Het merendeel van de kwetsbare ouderen woont in een corporatiewoning.

Waardeoriëntatie & betrokkenheid Kwetsbare ouderen hebben een traditionele waardeoriëntatie, die voornamelijk gevormd is door de waarden en normen die men ‘vanuit huis’ mee kreeg. Kwetsbare ouderen komen voort uit een plichtsgetrouwe generatie, waarin een zuinig en bescheiden leven voorop staat. Voor deze groep staat de gemeenschap in het middelpunt in plaats van het individu. Kwetsbare ouderen zijn trouw aan collectieve organisaties zoals ouderenbonden, vakbonden en goede doelen. Echter ondernemen ze geen politieke of maatschappelijke actie. Moderne communicatiemiddelen worden door kwetsbare ouderen niet of nauwelijks gebruikt.

Kwetsbare ouderen hebben een gemiddeld aantal verzekeringen. Kwetsbare ouderen hebben vaak geen auto en steunen bekende goede doelen, omdat dit zo ‘hoort’.

Verhuiswens, woonsituatie en woonwensen Van deze groep geeft 85% aan beslist niet te willen verhuizen binnen de komende 2 jaar (WoON2018). Van de overige 15%, geeft 70% aan misschien en 17% beslist te willen verhuizen, 9% zou wel willen verhuizen maar niets kan vinden en 4% heeft al een andere woning gevonden. Kwetsbare ouderen wonen relatief vaak in een gelijkvloerse woning, die al is aangepast voor een eventuele handicap. Daarnaast wonen kwetsbare ouderen vaak in seniorenwoningen, binnen een complex of als aanleunwoning. Veel kwetsbare ouderen geven aan dat gezondheid een reden vormt om te verhuizen. De gewenste woningen bij verhuizing zijn met name appartementen. De groep heeft hierbij over het algemeen ook een sterke voorkeur om samen te wonen, mede om meer sociaal contact te kunnen leggen. De nabijheid van supermarkten en OV is belangrijk voor de groep kwetsbare ouderen.

Vrije tijd & consumptie Vanwege de hoge leeftijd, beperkte financiële middelen en traditionele oriëntatie, ondernemen kwetsbare ouderen relatief weinig activiteiten. Deze groep onderneemt met name traditionele hobby’s, zoals lezen, puzzelen, breien, verzamelen en tuinieren. Kwetsbare ouderen lezen vooral regionale kranten en omroepbladen. Nederland 1, 2 en 3 en RTL-zenders zijn favoriet op de TV. Het aankopen van producten via het internet doet de groep nauwelijks.

1771.103/G | Woonzorganalyse als basis voor toekomstperspectief wonen en zorg

78

Oudere comfortzoekers Oudere comfortzoekers behoren tot de ‘stille generatie’ (1925 – 1940). Deze groep ouderen is 80-plus en beschikt over een midden inkomenspositie en een modaal vermogen. Zij zijn doorgaans lager of midden opgeleid. Net zoals de groep kwetsbare ouderen woont het merendeel van de oudere comfortzoekers in een corporatiewoning.

Waardeoriëntatie & betrokkenheid Oudere comfortzoekers hebben een traditionele waardeoriëntatie, die voornamelijk gevormd is door de waarden en normen die men ‘vanuit huis’ mee kreeg. Oudere comfortzoekers komen voort uit een plichtsgetrouwe generatie, waarin een zuinig en bescheiden leven voorop staat. Voor deze groep staat de gemeenschap in het middelpunt in plaats van het individu. Oudere comfortzoekers hebben relatief veel vertrouwen in de overheid, banken en de zorg. Moderne communicatiemiddelen worden door oudere comfortzoekers niet of nauwelijks gebruikt.

Vrije tijd & consumptie Vanwege de hoge leeftijd en traditionele oriëntatie, ondernemen oudere comfortzoekers relatief weinig activiteiten. Deze groep gaat soms naar een restaurant en houdt zich bezig met kruiswoordpuzzels, lezen, puzzelen, bordspellen en tuinieren.

doneert jaarlijks een bescheiden bedrag voor fondsen zoals KWF Kankerbestrijding, Nederlandse Hartstichting en Zonnebloem. Sommige oudere comfortzoekers hebben één tweedehands auto van het merk Suzuki, Peugeot of Volkswagen.

Verhuiswens, woonsituatie en woonwensen Van deze groep geeft 80% aan beslist niet te willen verhuizen binnen de komende 2 jaar. Van de overige 20%, geeft 71% aan misschien en 10% beslist te willen verhuizen, 15% zou wel willen verhuizen maar niets kan vinden en 3% heeft al een andere woning gevonden. Oudere comfortzoekers wonen overwegend binnen een complex, in de vorm van woonzorgcentrum, bejaardentehuis of serviceflat. De woningen binnen deze complexen zijn vaak gelijkvloers. Gezondheid vormt ook voor deze groep de grootste reden tot eventuele verhuizing. Oudere comfortzoekers spreken vaker een wens uit om samen te wonen met andere huishoudens, bijvoorbeeld in appartementencomplexen. Bij de keuze voor een woonplek is ook voor deze groep de nabijheid van supermarkten en OV belangrijk.

Oudere comfortzoekers lezen graag regionale kranten en maken gebruik van omroepbladen zoals Troskompas en KRO Magazine. Daarnaast leest deze groep graag bladen zoals Libelle, Privé en Plus magazine. Publieke televisiezenders, RTLzenders en Veronica worden veel bekeken door oudere comfortzoekers. De radio staat vaak afgestemd op een regionale radiozender. Oudere comfortzoekers hebben weinig interesse in financiële producten. Verzekeringen worden vaak afgesloten bij de grote banken. Deze groep ouderen

1771.103/G | Woonzorganalyse als basis voor toekomstperspectief wonen en zorg

79

Welgestelde cultuurminnaars Welgestelde cultuurminnaars vallen onder de ‘stille generatie’ (1925 – 1940). Deze groep ouderen is op hoge leeftijd (80-plus) en beschikt over een hoge inkomenspositie en een hoog vermogen. Zij zijn doorgaans hoger opgeleid. De welgestelde cultuurminnaars wonen voornamelijk in koopwoningen.

Waardeoriëntatie & betrokkenheid Welgestelde cultuurminnaars hebben een traditionele waardeoriëntatie, die voornamelijk gevormd is door de waarden en normen die men ‘vanuit huis’ mee kreeg. Oudere comfortzoekers komen voort uit een plichtsgetrouwe generatie, waarin een zuinig en bescheiden leven voorop staat. Voor deze groep staat de gemeenschap in het middelpunt in plaats van het individu. Deze groep is vooral betrokken bij goede doelen of politiek. Ze steunen vaker dan gemiddeld initiatieven/projecten van anderen door middel van donaties. Welgestelde cultuurminnaars hebben vertrouwen in de overheid en andere instituties.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=GeldropMierlo&id=ea14e9a2-1be2-4b35-9f35-797b8d32ff6b