CConstaterende datGeldrop-Mierlo
Koppel je AI →
Document · PDF

Woonzorganalyse Companen - Geldrop-Mierlo.pdf

Commissie Samenleving 9 mei 2023, gemeente Geldrop-MierloBij agendapunt: Toekomstperspectief Wonen en Zorg30.871 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

1771.103/G | Woonzorganalyse als basis voor toekomstperspectief wonen en zorg

complexen beschikt over een scootmobielberging. Met het oog op de toenemende vraag naar geclusterd wonen voor ouderen ligt hier een opgave om het bestaande aanbod aan te passen zodat het wel in alle gevallen voldoet aan de gewenste kwaliteit.

3.8 Beleidsopgave ouderen Doorstroming bevorderen Veel ouderen in Geldrop-Mierlo kiezen er pas op een relatief laat moment voor om te verhuizen naar geclusterd wonen of een geschikte reguliere woning. Veel verhuizingen naar geclusterde woonvormen met Wlz-zorg zijn noodgedwongen. Dit zorgt soms voor onwenselijke woonsituaties. Tegelijkertijd belemmert het de doorstroming op de woningmarkt. Grote gezinswoningen blijven zo onbereikbaar voor jonge gezinnen. Wij adviseren dat de gemeente blijft inzetten op bewustwording onder ouderen over de keuzes omtrent langer zelfstandig thuis wonen. Ouderen die graag zo lang mogelijk willen blijven wonen in hun huidige woning, moeten kennis hebben over de mogelijkheden voor (het financieren van) particuliere woningaanpassingen, de inzet van kleine technologische oplossingen en het beschikbare welzijnsaanbod. Om de doorstroming naar geclusterd wonen te bevorderen, is het wenselijk om te werken met een ouderenmakelaar of wooncoach . Ook financiële instrumenten zoals een huurgewenningsbijdrage kunnen bijdragen aan de doorstroming van ouderen. Daarnaast moet er voldoende en diverse aanbod zijn om te doorstromen voor ouderen. Op dit moment is er te weinig aanbod aan geschikte reguliere woningen voor ouderen. Dit vraagt om een tempoversnelling bij de nieuwbouwwoningen voor ouderen.

Toenemend beroep op woningaanpassingen Van de ouderen met een (lichte) zorgvraag die kunnen en willen blijven wonen in een reguliere woning, zal in de toekomst een groeiend deel wonen in een

30

koopwoning. De belangrijkste opgave voor deze groep is om ervoor te zorgen dat hun woningen tijdig geschikt gemaakt worden, zodat zij hier zelfstandig kunnen blijven wonen. In dat kader is het relevant om te vermelden dat de regeling van woningaanpassingen in het kader van de Wmo is veranderd; de eigen bijdrage voor particulieren is aanzienlijk lager geworden. Dit zal waarschijnlijk zorgen voor een toename van de aanvragen voor woningaanpassingen (met hogere kosten voor de gemeente als gevolg).

aan deze ondersteuning nodig te hebben om langdurig in hun rol te voorzien. Naast de waardering kunnen mantelzorgers ook beloond worden met een vergoeding, om het aantrekkelijker te maken om vrijwilliger te worden. De mogelijkheden voor respijtzorg moeten breder bekend en verder uitgekristalliseerd worden. Daarnaast is het belangrijk dat ouderen dichtbij hun netwerk blijven wonen, zodat mantelzorgers dicht in de buurt zijn. Dit vraagt om voldoende geschikte woningen in buurten en wijken.

Levensloopbestendige nieuwbouwwoningen

Ook moeten ouderen bewust gemaakt worden dat zij in de toekomst hulp nodig hebben en aanspraak moeten en/of kunnen doen op hun omgeving. De bewustwording moet gedaan worden voordat het eigenlijk nodig is. Aanspraak doen op de omgeving heeft ook positieve gevolgen tegen eenzaamheid.

Het valt aan te bevelen alle nieuwbouwwoningen levensloopbestendig te laten zijn. Bij een levensloopbestendige woning wordt rekening gehouden met voorzieningen die je in de toekomst mogelijk nodig hebt. Hierbij kun je denken aan een gelijkvloerse plattegrond van woonkamer, keuken, badkamer en slaapkamer. Er zijn ook voorbeelden waarbij de bad- en slaapkamer met een luie trap te bereiken zijn. Een luie trap stimuleert de beweging van ouderen tot op hogere leeftijd en biedt relatief eenvoudig mogelijkheden voor het plaatsen van een traplift. Vanaf de realisatie van woningen wordt al rekening gehouden met bijvoorbeeld draaicirkels van een rolstoel of het achterwege laten van drempels en trapjes. Deze woningen bieden veel flexibiliteit aangezien ieder type huishouden, met of zonder mobiliteitsbeperking, in de levensloopbestendige woningen kan gaan wonen.

Goede ondersteuning voor de mantelzorger In Nederland wordt een fors beroep gedaan op de mantelzorg. Het vinden van nieuwe mantelzorgers wordt echter steeds lastiger door meer werkende ouders, huishoudensverdunning en vergrijzing. Als een mantelzorger wegvalt door overbelasting, ontstaat er een acute woonvraag voor de zorgbehoevende. Dat willen wij voorkomen. Door het sociaal (en digitaal) netwerk rondom de mantelzorger te verstevigen en respijtzorg aan huis te bieden, heeft de mantelzorger straks meer opties om op terug te vallen. Mantelzorgers geven

1771.103/G | Woonzorganalyse als basis voor toekomstperspectief wonen en zorg

Het is van groot belang dat mantelzorg mogelijk kan worden gemaakt. Soms kan het nodig zijn dat er een mantelzorgwoning moet worden geplaatst of worden aangewezen. Het valt aan te bevelen om soepel om te gaan met het toevoegen of aanwijzen van een mantelzorgwoning.

Gezamenlijk tussenvormen concretiseren Het wonen in geclusterde ‘tussenvormen’ biedt diverse voordelen. De zorg kan efficiënter geleverd worden. In deze woningen kunnen ouderen een zwaardere zorgvraag beter opvangen. En het veiligheids- of gemeenschapsgevoel onder bewoners is hoger. Een goed aanbod aan tussenvormen is daarmee een voorinvestering om te voorkomen dat intensieve zorg wordt gebruikt of deze uit te stellen. Om jonge ouderen te bewegen naar geclusterde woonvormen moeten huidige en toekomstige plekken niet gebruik maken van de woorden: seniorencomplex of woningen voor ouderen. Deze groep jonge ouderen voelt zicht nog niet oud, maar de behoefte aan ontmoeting bij geclusterde woonvormen is er wel.

31

Om tot uitvoering van de doelstelling omtrent tussenvormen te komen is een samenspel van actoren benodigd; een hecht netwerk. Wij adviseren om duidelijke normen op te stellen voor de nieuwe (geclusterde) tussenvormen, waarin alle signalen vanuit de verschillende partijen goed verwerkt zijn. Daarnaast adviseren wij om een registratie bij te houden van geclusterde woonvormen. Nu voldoen lang niet alle geclusterde woonconcepten aan de behoefte van de bewoners, bijvoorbeeld als het gaat om de aanwezige faciliteiten (ontmoetingsruimte, buitenruimte, comfort, horeca), de gemeenschapszin, omvang en het soort medebewoners. Vervolgens kan deze norm complexgewijs uitgedragen worden.

leven van ouderen. In tijden van arbeidsmarktkrapte is de inzet van technologie daarnaast een bittere noodzaak om de zorg behapbaar te houden.

Voorkomen eenzaamheid Ouderdom is geen ‘medisch probleem’, dat vraagt om ‘oplossingen’ die enkel vanuit zorg worden aangevlogen. Er is gerichte zorg nodig voor de groep die dat echt nodig heeft, maar voor een veel grotere groep ouderen is het vooral belangrijk om oog te hebben voor het welzijn, zingevingsvraagstukken en het voorkomen van eenzaamheid. Waar het gaat om de behoefte aan ontmoeting, wordt vaak gesproken over het belang van ontmoetingsruimtes. Dit kan ook heel kleinschalig worden georganiseerd, bijvoorbeeld door in een wooncomplex één appartement in te richten als gezamenlijke huiskamer.

Inzet van technologie Technologie kan er niet alleen voor zorgen dat ouderen een verhuizing kunnen uitstellen, maar vooral dat zij comfortabeler en veiliger kunnen wonen – of dit nu in een instelling is of in een reguliere woning. Via een tablet kunnen ouderen hun boodschappen bestellen, maar ook videobellen met een zorgverlener. En GPS-trackers maken het mogelijk om mensen met dementie een deel van hun vrijheid te laten behouden. Hoewel technologie soms als ‘koud’ wordt ervaren, kunnen goede toepassingen een grote bijdrage leveren aan de kwaliteit van

1771.103/G | Woonzorganalyse als basis voor toekomstperspectief wonen en zorg

32

4 Geschiktheid woningvoorraad voor ouderen en mensen met een lichamelijke beperking Tussen de (somatische) ouderenzorg en de zorg voor mensen met een lichamelijke beperking bestaat enige synergie. Mensen met een lichamelijke beperking hebben net als ouderen vaak behoefte aan een aangepaste woning en soms ook aan (intensieve) zorg. In dit hoofdstuk brengen we de langdurige zorgvragers met een lichamelijke beperking in beeld. Over het algemeen wonen mensen die vanwege lichamelijke beperkingen Wlzzorg ontvangen in kleinschalige, geclusterde concepten. Een deel van de cliënten woont in een groepswoning met gedeelde voorzieningen. De illustraties hieronder geven een indruk van de variëteit aan woonvormen die vallen onder de noemer ‘geclusterd wonen’. Figuur 4.1: Voorbeelden geclusterd wonen voor lichamelijk beperkten

1771.103/G | Woonzorganalyse als basis voor toekomstperspectief wonen en zorg

Woonzorgprofiel De hoedanigheid van aanpassingen in de woningen van mensen met een lichamelijke beperking is natuurlijk afhankelijk van de mate van de beperking. Daarbij is het niet belangrijk of een woning grondgebonden is, mits een lift en elektrische toegangsdeuren aanwezig zijn. De woning zelf moet het liefst gelijkvloers zijn en genoeg ruimte bieden in de badkamer voor diverse hulpmiddelen. De woonomgeving moet toegankelijk zijn en in de buurt van voorzieningen, zoals een huisarts, winkels en ontmoetingsplekken. Daarnaast moet er ook voldoende (invalide) parkeergelegenheden zijn, bij voorkeur voor de deur.

Woonvraag Om een inschatting te maken van de Wlz-groep met een lichamelijke beperking is gebruik gemaakt van de afgegeven LG-indicaties vanuit CIZ-data. Dit zijn de afgegeven indicaties voor mensen die 24-uurszorg nodig hebben. In totaal hadden in 2021 15 mensen een LG-indicatie. In combinatie met de bevolkingsprognose van de gemeente Geldrop-Mierlo leidt dit tot een inschatting van de zorgvraag voor de periode tot 2040. We zien dat de vraag de komende jaren gelijk blijft; een vraag van 15 woonplekken. Hierbij gaan we uit van demografische ontwikkelingen. Naast een doorrekening die zich alleen baseert op demografische ontwikkelingen berekenen we ook een trendscenario. Hierbij houden we rekening met de trend dat mensen met een lichamelijke beperking in toenemende mate lokaal gaat wonen. Daarmee loopt het verhoudingsgetal van 0,4 LG-indicaties per 1.000 inwoners richting het landelijke gemiddelde. Het landelijk gemiddelde ligt op 0,9 LG-indicaties per 1.000 inwoners. Wanneer het gemeentelijk gemiddelde richting het landelijk gemiddelde beweegt, zijn er meer woonplekken nodig in de gemeente Geldrop-Mierlo. In onderstaande tabel geven we de twee verschillende doorrekeningen van de vraagontwikkelingen, demografische doorrekening en trendscenario, weer.

33

Tabel 4.1: Vraag naar wonen LG, basis- en trendscenario (2022 - 2040; huishoudens; afgerond op 5-tal)

2021

2025

2030

2035

2040

Demografische doorrekening

15

15

15

15

15

Trendscenario

15

20

25

30

40

Bron: Woonzorgweter, Companen.

Gezien de beperkte omvang van de doelgroep mensen met een lichamelijke beperking, kan de vraag vanuit deze groep via twee lijnen worden opgevangen. Met (specialistische) aanpassingen van en in de woning die vanuit de Wmo kunnen worden gefinancierd, kunnen mensen met een lichamelijke beperking in de huidige reguliere woning blijven wonen. De tweede lijn houdt in dat mensen met een lichamelijke beperking een beroep zullen doen op geschikte woningen in de gemeente Geldrop-Mierlo. Denk hierbij aan rolstoeltoegankelijke en doorgankelijke woningen. Het kan zijn dat deze woningen gelabeld zijn voor senioren. De vraag vanuit de doelgroep mensen met een lichamelijke beperking wordt opgevangen in de huidige reguliere en geschikte woningvoorraad van de gemeente Geldrop-Mierlo

en/of buiten de woning. Hierdoor ontstaat behoefte aan een goed toe- en doorgankelijke woning. Om de vraag naar geschikte woningen te bepalen, maken we gebruik van onze ervaringen uit het werkveld, woonwensonderzoeken onder ouderen en cijfers van onderzoeksbureau ABF Research. ABF raamt het aantal huishoudens met een ADL-beperking 1 in de gemeente Geldrop-Mierlo op circa 1.020 huishoudens. In de woonwensenonderzoeken zijn ouderen bevraagd over hun mobiliteitsbeperkingen en of zij hiervoor gebruik maken van diverse hulpmiddelen, zoals een stok, wandelkruk, rollator of een rolstoel. Op basis van (schaarse) landelijke data weten we dat circa 1% van alle huishoudens een bewoner heeft die gebruik maakt van een rolstoel. Dit houdt in dat 1% van alle woningen rolstoelgeschikt zou moeten zijn. Voor de rest van de groep mensen met een mobiliteitsbeperking gaan wij ervan uit dat zij behoefte hebben aan een rollatorgeschikte woning. Richting de toekomst spiegelen wij de behoefte aan geschikte woningen aan de ontwikkeling van de groep ouderen uit vitaliteitstrede 2 tot en met 4, om daarmee rekening te houden met de effecten van vergrijzing op de geschikte woningvraag. Deze prognose splitsen wij uit naar de behoefte aan rollatorgeschikte en rolstoelgeschikte woningen.

4.1 Vraag naar ‘geschikte’ woningen onder ouderen en LG-doelgroep Mensen met een mobiliteitsbeperking, meestal ouderen, maar ook andere leeftijdsgroepen met een lichamelijke beperking, hebben behoefte aan een ‘toegankelijke’ of ‘geschikte’ woning. De meeste mensen met een wens om geschikt te wonen, ervaren enige mate van mobiliteitsbeperkingen binnen

1

Beperkingen bij Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen zoals traplopen, zich wassen of aankleden.

1771.103/G | Woonzorganalyse als basis voor toekomstperspectief wonen en zorg

34

Tabel 4.2: Vraagprognose ‘geschikte’ woningen (2022 - 2040; huishoudens; afgerond op 5-tal)

Rolstoelgeschikte woning Rollatorgeschikte woning Totaal

2022 180 840 1.020

2025 195 910 1.105

2030 220 1.040 1.260

2035 250 1.165 1.415

2040 270 1.265 1.535

deel van de ouderen (preventief) verhuist naar een geclusterde woning. In dat geval zijn logischerwijs minder geschikte reguliere woningen nodig. Tabel 4.3: Vraagprognose geschikte woningen naar woonvormen in basisprognose (2022 - 2040; huishoudens; afgerond op 5-tal)

Bron: Woonzorgweter, bewerking Companen.

Tabel 4.2 laat zien dat in de huidige situatie circa 180 huishoudens in GeldropMierlo behoefte hebben aan een rolstoelgeschikte woning en 840 huishoudens aan een rollatorgeschikte woningen. Op basis hiervan schatten wij in dat de totale behoefte aan ‘geschikte’ woningen groeit van circa 1.020 woningen nu naar circa 1.535 woningen in 2040. Een deel van de mensen die behoefte heeft aan een ‘geschikte’ woning, wil in een geclusterde woning wonen, al dan niet met intensieve zorg. Een ander deel geeft er de voorkeur aan om te verhuizen naar een geschikte reguliere woning, of om de bestaande reguliere woning dusdanig aan te passen dat deze geschikt wordt. In praktijk zijn er altijd meer ‘geschikte’ woningen nodig dan er mensen zijn met een mobiliteitsbeperking, om de eenvoudige reden dat een deel van de woningen die levensloopgeschikt zijn, bewoond worden door mensen zonder mobiliteitsbeperking. Uitgangspunt is dat alle woningen in ‘geclusterd wonen voor ouderen’ en ‘geclusterd wonen met Wlz-zorg’ ten minste rollatorgeschikt moeten zijn. Immers: ook als hier mensen komen wonen die (nog) geen mobiliteitsbeperking hebben, dan moeten zij hier kunnen blijven wonen als zij die op latere leeftijd wel krijgen.

Om een inschatting te kunnen maken van het aantal reguliere woningen dat ‘geschikt’ moet zijn om te voorzien in de toekomstige vraag, hebben we gekeken naar het aantal mensen dat in vitaliteitstrede 2, 3 en 4 valt en in een reguliere woning woont. Onderstaande tabel laat zien hoe de vraag naar geschikte reguliere woningen zich ontwikkelt in de basisprognose. In de trendprognose is de aanname gedaan dat een groter

1771.103/G | Woonzorganalyse als basis voor toekomstperspectief wonen en zorg

Geschikt wonen Waarvan in reguliere woning

2022 1.020 505

2025 1.105 550

2030 1.260 630

2035 1.315 705

2040 1.535 765

Bron: Woonzorgweter, bewerking Companen.

4.2 Geschikt woningaanbod In onze analyse van de geschiktheid van de woningvoorraad zijn wij uitgegaan van de volgende meetgraad voor ‘geschiktheid’: alle primaire voorzieningen (slaapkamer, woonkamer, toilet, badkamer en keuken) liggen gelijkvloers of zijn zonder traplopen bereikbaar. De woning is geschikt voor bewoners met geringe beperkingen bij het lopen, die eventueel een wandelstok of kruk(ken) gebruiken. Alle appartementen of (galerij)flats gelden als ‘geschikt’, zolang deze over een lift beschikken. In de analyse wordt geen rekening gehouden met de ‘buitenkant’ van de woningen. Als woningen geschikt zijn, moeten die ook extern toegankelijk zijn. Dit betekent geen opstapjes en drempels naar de voordeur en bij appartementen moeten de deuren van het complex elektrisch bediend kunnen worden. Eengezinswoningen wijzen wij als ‘potentieel geschikt’ aan als zij voldoen aan één van deze kenmerken: • eengezinswoning, gebouwd na 1998; • inhoud bij koopwoning is groter dan 350 m3 en gebouwd na 1965; • inhoud bij huurwoning is groter dan 300 m3 en gebouwd na 1980; • geschakelde woning.

35

Een verdere toelichting op de werkwijze is terug te vinden in bijlage 2.

zijn dus niet beschikbaar voor ouderen. Van de circa 4.200 geschikte woningen blijft in praktijk een aanbod over van circa 2.200 woningen.

Figuur 4.2: Gemeente Geldrop-Mierlo. Aanbod ‘geschikte’ woningen volgens ‘doorzonscan’ (2022) Figuur 4.3: Geschiktheid woningvoorraad naar leeftijd volgens ‘doorzonscan’ (2022)

24% Geschikte woning

41%

Potentieel geschikt

Tot 50 jaar

19%

36%

45%

50-64 jaar

16%

41%

43%

65-74 jaar

26%

75-84 jaar

35% 41%

39% 26%

32%

Niet geschikt 85+ jaar 35%

57% 0%

20%

Geschikte woning

18% 40%

60%

Potentieel geschikt

25% 80%

100%

Niet geschikt

Bron: WOZ-registratie gemeente Geldrop-Mierlo, bewerkt door Companen (2022). Bron: WOZ-registratie gemeente Geldrop-Mierlo, bewerkt door Companen (2022).

We hebben de geschiktheid geanalyseerd van in totaal circa 17.400 woningen, die opgenomen zijn als zelfstandige woningen in de WOZ-registratie van de gemeente. Volgens deze analyse is een kwart (24%, ongeveer 4.200 woningen) geschikt voor mensen met een mobiliteitsbeperking. Een derde van de woningvoorraad (35%, circa 6.100 woningen) is geschikt te maken. Ongeveer vier op de tien de woningen (40%, ruim 7.100) is niet geschikt voor mensen met een mobiliteitsbeperking. Uitsplitsing naar leeftijdsklasse Niet iedere geschikte woning wordt bewoond door een oudere met een mobiliteitsbeperking. We zien dat van de geschikte woningvoorraad ongeveer de helft wordt bewoond door huishoudens onder de 65 jaar. Deze woningen

1771.103/G | Woonzorganalyse als basis voor toekomstperspectief wonen en zorg

De uitsplitsing van de woningvoorraad in Geldrop-Mierlo naar leeftijdsgroepen laat het volgende zien: naarmate de leeftijd oploopt wonen mensen vaker in een geschikte woning. Van de 85-plussers woont bijna 60% in een geschikte woning. Daarentegen woont een kwart van de 85-plussers in een niet-geschikte woning. Hier ligt de opgave om doorstroming naar een geschikte woning te bevorderen. Uitsplitsing naar eigendomssituatie De geschiktheidsopgave binnen Geldrop-Mierlo is onevenredig verdeeld naar de eigendomssituatie. Huurwoningen zijn vaker gelijkvloers dan koopwoningen en daarmee vaker geschikt voor mensen met een mobiliteitsbeperking.

36

Figuur 4.4: Geschiktheid woningvoorraad naar eigendom volgens ‘doorzonscan’ (2022)

Sociale huur

46%

8%

Particuliere huur

43%

19%

Koop

14% 0%

46% 38%

48% 20%

Geschikte woning

40%

zijn. Dit hangt samen met het lage aantal appartementen met lift en seniorenwoningen in de koopsector.

38% 60%

Potentieel geschikt

80%

100%

Uitsplitsing naar wijken Ook op wijkniveau is de geschiktheid van de woningvoorraad onevenredig verdeeld. In de volgende tabel zien we de spreiding van geschikte woningen over de wijken in Geldrop-Mierlo.

Niet geschikt

Bron: WOZ-registratie gemeente Geldrop-Mierlo, bewerkt door Companen (2022).

De uitsplitsing van de woningvoorraad naar eigendom laat zien dat: • Corporatiewoningen het vaakst geschikt zijn voor mensen met een mobiliteitsbeperking (46% van de voorraad; ruim 2.100 woningen). Bijna één op de tien woningen (8% en circa 370 woningen) is met een kleine ingreep geschikt te maken. Bijna de helft van de corporatiewoningen (46%, ongeveer 2.100 woningen) zijn niet geschikt voor mensen met een mobiliteitsbeperking. • De geschiktheid in de particuliere huursector komt overeen met de corporatiesector. Het aandeel geschikte woningen is met 43% (bijna 500 woningen) iets lager dan in de corporatiesector. In de particuliere huursector is ook een klein potentieel geschikt; slechts 19% (ruim 200 woningen). Vier op de tien woningen (38% en ruim 400 woningen) van de particuliere huurwoningen is niet geschikt voor mensen met een mobiliteitsbeperking. Dit hangt veelal samen met de afwezigheid van een lift of een nauwe trapopgang, waardoor er geen ruimte is voor een traplift. • De grootste opgave ligt in de koopsector; het aandeel ‘geschikte woningen’ is hier klein (14%, ongeveer 1.600 woningen), terwijl maar liefst 48% (circa 5.500 woningen) met een kleine ingreep geschikt te krijgen is. Dit komt doordat koopwoningen vaak een rijwoning of een grote eengezinswoning

1771.103/G | Woonzorganalyse als basis voor toekomstperspectief wonen en zorg

Figuur 4.5: Geschiktheid woningvoorraad naar wijk volgens ‘doorzonscan’ (2022)

Centrum

57%

Skandia 4%

15%

26%

Akert

71%

41%

Zesgehuchten

16%

Braakhuizen-Noord

10%

Braakhuizen-Zuid

26%

33%

51%

33%

20%

22%

Coevering

29%

70% 22%

56%

41%

23%

36%

Genoenhuis

10%

78%

13%

Gijzenrooi

14%

67%

19%

Mierlo

20%

Verspreide huizen Mierlo

26% 0%

Geschikte woning

43%

20%

37% 64%

40%

Potentieel geschikt

10%

60%

80%

100%

Niet geschikt

Bron: WOZ-registratie gemeente Geldrop-Mierlo, bewerkt door Companen (2022).

37

In onderstaande tabel is de geschiktheid te zien van de woningvoorraad die bewoond wordt door 65-plussers. In de wijken Skandia, Braakhuizen-Noord en Braakhuizen-Zuid woont een groot aandeel van de 65-plussers in een nietgeschikte woning. In de wijken Zesgehuchten en Genoenhuis woont een groot deel van de 65-plussers in een potentieel geschikte woning. Figuur 4.6: Geschiktheid woningvoorraad bewoond door 65-plussers naar wijk volgens doorzonscan (2022)*

Centrum

72%

Skandia 5%

8%

26%

69%

Akert

61%

Zesgehuchten

25%

Braakhuizen-Noord

24%

Braakhuizen-Zuid

18%

24%

Mierlo

30%

Verspreide huizen Mierlo

28%

18%

58% 20%

40%

Genoenhuis

48% 28%

Geschikte woning

32%

66%

10%

37% 55%

0%

21%

47%

32%

Coevering

20%

20%

33% 23%

40%

Potentieel geschikt

60%

4.3 Huisvestingsopgave geschikt wonen De huidige vraag naar reguliere geschikte woningen voor mensen met een mobiliteitsbeperking bedraagt circa 4.100 woningen. In 2040 zal deze behoefte oplopen tot circa 5.040 woningen. De vraag op dit moment weegt in principe gunstig tegenover het huidige geschikte woningaanbod: circa 4.200 geschikte woningen. Echter wordt van de geschikte woningen de helft bewoond door jongere huishoudens zonder een beperking. Er is daarom aandacht nodig voor het toewijzen, labelen of matchen van geschikte woningen voor mensen met een mobiliteitsbeperking. Hoeveel geschikte woningen uiteindelijk benodigd zijn om in de behoefte te voorzien zal altijd een samenspel zijn van voldoende aanbod en voldoende beschikbaar aanbod. In de volgende wijken staat het aanbod getalsmatig onder druk: Skandia, Braakhuizen-Noord en BraakhuizenZuid. Op de volgende pagina’s staan de volgende kaarten over de geschiktheid van de woningvoorraad in Geldrop-Mierlo. • Geschiktheid woningen per wijk • Aandeel 65-plussers in een geschikte woning • Aandeel 65-plussers in een potentieel geschikte woning

22% 80%

100%

Niet-geschikt

* Wijk Gijzenrooi ontbreekt door lage aantallen. Bron: WOZ-registratie gemeente Geldrop-Mierlo, bewerkt door Companen (2022).

1771.103/G | Woonzorganalyse als basis voor toekomstperspectief wonen en zorg

38

Geschiktheid woningen per wijk

1771.103/G | Woonzorganalyse als basis voor toekomstperspectief wonen en zorg

39

Aandeel 65-plussers in een geschikte woning

1771.103/G | Woonzorganalyse als basis voor toekomstperspectief wonen en zorg

40

Aandeel 65-plussers in een potentieel geschikte woning

1771.103/G | Woonzorganalyse als basis voor toekomstperspectief wonen en zorg

41

5 Mensen met een verstandelijke beperking De groep mensen met een verstandelijke beperking kent een diverse samenstelling. Zij kunnen onder andere behoefte hebben aan verpleging of verzorging, huishoudelijke hulp of begeleiding bij gedragsproblematiek. Wonen met andere mensen met een verstandelijke beperking in een geclusterd woonconcept is doorgaans prettig voor deze groep. Een deel van de mensen met een verstandelijke beperking is ook zelfredzamer en woont in toenemende mate zelfstandig in de wijk. In dit hoofdstuk brengen wij de behoefte aan geclusterde en gespikkelde plekken voor zorg met verblijf voor de VG-groep in beeld, en zetten we deze vraagontwikkeling af tegen het bestaande aanbod. In dit onderzoek richten wij ons primair op de groep die gebruik maakt van Wlzzorg. Dit houdt in dat we het hebben over mensen die ‘levenslang en levensbreed’ ondersteuning nodig hebben, thuis of in een zorginstelling. Deze mensen staan onder permanent toezicht of ontvangen 24 uur per dag zorg in nabijheid. Omdat we ingaan op de groep mensen die levenslang behoefte hebben aan zorg met verblijf, spreken we niet over een groep die uitstroomt. In de afgelopen jaren is de toegang tot de Wlz voor mensen met een verstandelijke beperking iets beperkter geworden.

Mensen met een nieuwe indicatie en een lichte zorgvraag (Wlz-indicaties VG 1 en 2) kunnen tegenwoordig geen beroep meer doen op een woonplek in een instelling. In plaats daarvan kunnen zij ondersteuning krijgen vanuit de Wmo. Mensen met een bestaande indicatie en een lichte zorgvraag die in een instelling wonen, mogen hier wel blijven. Ondanks de beperkte toegang tot Wlz-indicaties, zien wij een landelijke trend waarin er steeds meer mensen een indicatie voor VG hebben.

1771.103/G | Woonzorganalyse als basis voor toekomstperspectief wonen en zorg

Deze groei stijgt sneller dan de algehele bevolkingsgroei. Deels wordt dit verklaard door het ouder worden van de doelgroep. Andere mogelijke verklaringen zijn herindicering of betere diagnostiek. De VG-doelgroep gaat daarnaast steeds vaker extramuraal wonen. Door technologische ontwikkelingen in de zorg is het steeds vaker (beter) mogelijk om buiten een instelling te wonen. Daarnaast is er een toenemende vraag zichtbaar vanuit cliënten (en verwanten) om het zorgpakket zelf samen te stellen. Wanneer iemand een Wlz-indicatie heeft, kunnen woningaanpassingen die ervoor moeten zorgen thuis te kunnen blijven wonen, hier ook (deels) uit betaald worden. Ook hebben verstandelijk beperkten, met een Wlz-indicatie en een leeftijd tot 23 jaar, recht op huurtoeslag op huurwoningen met een prijs tot de liberalisatiegrens (in 2021: € 752,33). Voor jongere mensen met een verstandelijke beperking in de Wmo geldt echter de kwaliteitskortingsgrens, ook wel de jongerengrens genoemd (€ 442,46).

5.1 Kwalitatieve behoefte Op basis van literatuuronderzoek en informatie uit klantenpanels in andere delen van het land kunnen we een beeld schetsen van de kwalitatieve woonbehoefte van mensen met een verstandelijke beperking.

Eisen aan de woning Soort woning Een groot deel van de mensen met een (licht) verstandelijke beperking woont in een sociale huurwoning, en doet dat soms via een contract bij een zorgorganisatie. Hierbij is betaalbaarheid het belangrijkste criterium bij de keuze van een woning.

42

Het inkomen van deze groep ligt tussen het bijstandsniveau en de minimuminkomensgrens. Hierdoor zijn ze vaak aangewezen op woningen tot de kwaliteitskortingsgrens (in 2021: € 442) of de eerste aftoppingsgrens (€ 633). Woonvormen De diversiteit aan woonvormen is groot onder de doelgroep, aansluitend op de uiteenlopende verstandelijke vermogens en de zorgvraag. Waar de één zelfstandig wil wonen met ambulante begeleiding, woont de ander liever in een begeleid wonen complex (of groepswonen) met een eigen kamer. Daarmee is variatie in woonaanbod gewenst.

Woonomgeving Fysieke woonomgeving In de fysieke woonomgeving is nabijheid en bereikbaarheid van voorzieningen en openbaar vervoer gewenst. De aanwezigheid van een steunpunt is ook gewenst in de wijk. Verstandelijk beperkten zijn gevoeliger voor de leefbaarheid van een buurt en voelen zich in het algemeen onveiliger. Een gevoel van veiligheid op straat is daarom belangrijk. Daarom zijn de binnenstad en in de buurt van (drukke) winkelcentra geen goede woonlocaties voor verstandelijk bepekten. Deze omgevingen zorgen voor te veel prikkels. Sociale woonomgeving In de sociale omgeving zoeken de mensen met een (licht) verstandelijke beperking vooral contact met gelijkgestemden. Dit om eenzaamheid en sociale uitsluiting tegen te gaan, daarbij vinden verstandelijk beperkten het belangrijk dat de dagbesteding in de buurt zit. Daarnaast moet in de buurt een aanspreekpunt (bijvoorbeeld een mantelzorger of vrijwilliger) zijn die voor ondersteuning in de sociale omgeving kan dienen.

1771.103/G | Woonzorganalyse als basis voor toekomstperspectief wonen en zorg

Zorg en ondersteuning Mensen met een (licht) verstandelijke beperking hebben vaak behoefte aan begeleiding en structuur. Voor de mensen die gespikkeld of zelfstandig wonen is het belangrijk dat de hulp op afroep aanwezig is. Ook omdat contact met familie niet altijd vanzelfsprekend is bij deze groep. Ook hulp bij het huishouden, financiën en structuur in het dagelijks leven zijn wenselijk.

5.2 Woonvraag van mensen met een verstandelijke beperking Het aantal Wlz-indicaties in Geldrop-Mierlo voor zorg aan mensen met een verstandelijke beperking (VG) is over de jaren 2015 tot en met 2021 gestegen van 90 naar 130. Tussen de jaren 2016 en 2017 neemt het aantal indicaties een grote sprong van 15 indicaties. Landelijk zien wij dat een deel van de doelgroep VG in 2015 is overgegaan naar de Wmo, maar dat een deel van deze groep later alsnog een VG-indicatie heeft gekregen. Hiermee lijkt de toename in indicaties tussen 2016 en 2017 vooral een ‘reparatie’. Aan de hand van de aanbodinventarisatie onder zorgaanbieders en informatie van de gemeente weten we dat er momenteel 65 personen met een verstandelijke beperking zijn die gebruik maken van de Wmo. Deze groep bestaat uit mensen die (groeps-)begeleiding of dagbesteding vanuit de Wmo ontvangen. De begeleiding en dagbesteding wordt door Stichting Lunet Zorg (60 personen) of Stichting ORO (5 personen) gegeven. Daarnaast weten we door de aanbodinventarisatie dat er 10 mensen zijn die een Wlz-indicatie hebben maar extramuraal wonen en zelf huur betalen. Zij ontvangen zorg van de zorgpartij Lunet Zorg.

43

Wanneer we ons richten op de Wlz-indicaties, zien we na 2017 een langdurige (landelijke) trend waarin het aantal Wlz-indicaties voor deze groep met circa 2% tot 2,5% per jaar stijgt. Aan de hand van de Wlz-indicatiegegevens en de bevolkingsprognose van de gemeente Geldrop-Mierlo hebben wij een inschatting opgesteld van de zorgvraag van mensen met een verstandelijke beperking voor de periode tot en met 2040. In deze prognose is inzichtelijk gemaakt hoe de totale zorgvraag van mensen met een verstandelijke beperking zich zal ontwikkelen. Hierin hebben wij rekening gehouden met een stijging van het zorggebruik van 2% per jaar. Daarmee houden we rekening met de eerder benoemde langdurige landelijke trend. Figuur 5.1 toont de verwachte vraag van de totale groep mensen met een verstandelijke beperking. Hierin maken we de uitsplitsing naar de verwachte behoefte naar de woonvormen geclusterd wonen en gespikkeld wonen. Gespikkeld wonen houdt in dat iemand zelfstandig woont in de nabijheid van een zorgpunt waarvandaan zorg/ondersteuning kan worden geleverd. De persoon die zelfstandig woont heeft niet te maken met groepsdynamiek. Daarnaast brengen we de vraagontwikkeling in beeld van de mensen met een verstandelijke beperking met een Wlz-indicatie die extramuraal wonen en van de mensen met een verstandelijke beperking met een Wmo-indicatie.

Een derde van de totale groep mensen met een verstandelijke beperking heeft een Wmo-indicatie, een behoorlijk aandeel. In de werksessie met stakeholders is naar vormen gekomen dat een groot gedeelte van deze groep waarschijnlijk nog bij hun ouders thuis woont maar er kan vanuit deze groep op den duur ook een woonvraag komen.

Figuur 5.1: Gemeente Geldrop-Mierlo. Basisprognose VG (2022 - 2040)

300 250 200 150 100 50

70

70

70

80

10 20

10 20

10 30

10 30

110

120

120

120

120

2022

2025

2030

2035

2040

65 10 10

0

Geclusterd wonen

Gespikkeld wonen

Extramuraal (Wlz)

Wmo indicatie

Bron: CIZ, bevolkingsprognose gemeente Geldrop-Mierlo, bewerking Companen.

De basisprognose wordt kwalitatief verdeeld over de woonvormen geclusterd wonen en gespikkeld wonen. In onze vraagberekeningen gaan wij daarnaast uit van een beperkte verdere extramuralisering. De mate waarin cliënten gespikkeld zullen wonen stellen wij afhankelijk van het type VG-indicatie2. De vraag naar gespikkelde woonvormen zal in de basisprognose oplopen van circa 10 woningen nu naar 30 woningen in 2040. Het aandeel gespikkeld wonen groeit daarmee van 8% naar 20%. Het aandeel van 20% oogt als een ‘plafond’ voor de vraag naar gespikkeld wonen. Voor een groot deel van de mensen met een verstandelijke beperking is zelfstandig wonen niet mogelijk en zijn ze aangewezen op geclusterde woonvormen.

2 Zie bijlage 6 voor het overzicht van dit aannamestelsel.

1771.103/G | Woonzorganalyse als basis voor toekomstperspectief wonen en zorg

44

Trends en ontwikkelingen In de werksessie is besproken welke trends van invloed zullen zijn op de toekomstige vraag naar wonen met zorg in de gemeente Geldrop-Mierlo. Daaruit kwam het volgende naar voren: • Het is belangrijk dat mensen met een (licht) verstandelijke beperking eigen regie op hun leven kunnen houden. Dit houdt in dat mensen zelf kunnen kiezen waar ze willen wonen en wie hun begeleiders zijn. Voldoende en goed aanbod in de regio is belangrijk om te voorkomen dat er een aanzuigende werking optreedt bij de gemeente die meer doet dan de andere gemeenten in de regio. • Technologische ontwikkelingen worden als oplossing gezien om mensen meer zelfstandig te laten wonen. Door technologische ontwikkelingen is zorg in grotere mate mogelijk en hebben bewoners minder persoonlijke begeleiding (face-to-face) nodig. Hierdoor ontstaat er de mogelijkheid zelfstandig te gaan wonen. • Van de groep mensen met een (licht) verstandelijke beperking zal er ook een deel zijn die nu al of op den duur een woonvraag heeft. De groep mensen met een verstandelijke beperking die in Geldrop-Mierlo beschikt over een Wlz-indicatie, is relatief beperkt in vergelijking met de rest van het land. Hieronder drukken we de verschillen uit in aandelen: • In Geldrop-Mierlo wonen 3,3 mensen met een verstandelijke beperking met een Wlz-indicatie per 1.000 inwoners.

• In Nederland wonen 6,5 mensen met een verstandelijke beperking met een Wlz-indicatie per 1.000 inwoners. Nu het zorglandschap in toenemende mate gedecentraliseerd wordt, verwachten wij dat mensen met een beperking vaker ‘lokaal gaan wonen’. In de toekomst moeten zorgvragen vaker in de eigen gemeente opgevangen worden, hierdoor wonen zij ook dichterbij hun ouders en andere familieleden.

1771.103/G | Woonzorganalyse als basis voor toekomstperspectief wonen en zorg

Als een gevolg van de ‘lokaal wonen’-trend verwachten wij dat deze vraag zich in de toekomst geleidelijk meer evenwichtig zal spreiden over het land. Als scenario nemen wij mee dat de vraag naar VG-plekken in de verschillende gemeenten in de regio meer verdeeld gaan worden naar rato van het aantal inwoners; het gat tussen het landelijk (cira 6,5 mensen met een verstandelijke beperking per 1.000 inwoners) en gemeentelijk gemiddeld aantal VG-cliënten (circa 3,3 mensen met een verstandelijke beperking per 1.000 inwoners) wordt gedicht. Meer spreiding houdt in dat er meer plekken nodig zijn in de gemeente Geldrop-Mierlo en juist minder in de andere regiogemeenten. De spreiding van woonzorgplekken voor VG is echter niet een doel op zich. Met dit scenario spiegelen we voor hoe gemeenten kunnen inspelen op de lokale behoefte, zodat cliënten dichterbij hun familie kunnen wonen. Het moet inzicht bieden in hoe groot de groep van mensen met een verstandelijke beperking is. In dit onderzoek gaan wij ervan uit dat de werkelijkheid (tussenscenario) tussen dit scenario en de basisprognose ligt. Dit scenario noemen we ‘Lokaal wonen, mild’. Onderstaande tabel geeft weer hoe de vraag zich tussen deze scenario’s naar de toekomst toe zal ontwikkelen. Tabel 5.1: Basisprognose, Scenario ‘Lokaal wonen’ en scenario ‘Lokaal wonen, mild’ (2022 - 2040)

Basisscenario Scenario ‘Lokaal wonen’ Scenario ‘Lokaal wonen, mild’

2022 195 195 195

2025 220 250 230

2030 220 320 280

2035 230 410 320

2040 240 470 370

Bron: CIZ, bevolkingsprognose gemeente Geldrop-Mierlo, bewerking Companen.

In onderstaande tabel is de woonvraag van mensen met een verstandelijke beperking volgens het scenario ‘Lokaal wonen, mild’ uitgesplitst naar geclusterd wonen/groepswonen, gespikkeld wonen, extramuraal wonen met Wlz-indicatie en de groep met een Wmo-indicatie.

45

Tabel 5.2: Scenario ‘Lokaal wonen, mild’ naar woonvormen (2022 - 2040)

2022

2025

2030

2035

2040

Geclusterd wonen/groepswonen

110

130

150

160

180

Gespikkeld wonen Extramuraal (Wlz) Wmo indicatie Totaal

10 10 65 195

20 10 70 230

30 10 90 280

40 20 100 320

50 20 120 370

Bron: CIZ, bevolkingsprognose gemeente Geldrop-Mierlo, bewerking Companen.

5.3 Aanbodanalyse Aan alle zorgaanbieders in de gemeente Geldrop-Mierlo die zich richten op zorg voor mensen met een verstandelijke beperking is gevraagd hoeveel woonzorgplekken zij hebben voor deze doelgroep. In de onderstaande tabel wordt het geïnventariseerde aanbod weergegeven. Tabel 5.3: Aanbod naar woonvorm (2022)

Zorgaanbieder Lunetzorg Ons Plekje VOF Meriadoc Stichting OOK begeleiding Stichting ORO Totaal

Groepswonen 12 10 12 1

Geclusterd wonen 11

Gespikkeld wonen 14

Extramuraal (Wlz) 10

WMOindicatie 60

35

11

14

10

5 65

Bron: Aanbodinventarisatie zorgaanbieders gemeente Geldrop-Mierlo.

In het nieuwbouwproject De Jonkvrouw komen 35 woningen voor mensen met een verstandelijke beperking.

1771.103/G | Woonzorganalyse als basis voor toekomstperspectief wonen en zorg

5.4 De huisvestingsopgave: match tussen vraag en aanbod Bij het opstellen van de huisvestingsopgave gaan wij uit van het scenario ‘Lokaal wonen, mild’, ook wel het tussenscenario genoemd. Het scenario ‘Lokaal wonen’ geldt als een alternatief; op de verdeling van Wlz-plekken heeft de gemeente immers weinig sturingsmogelijkheden. De beweging van het ‘Lokaal wonen’ staat of valt met de wil van zorgaanbieders om aanbod te spreiden en de wil van cliënten om elders te gaan wonen. De basisprognose geeft een ‘neutraal’ toekomstbeeld, waarin er alleen rekening wordt gehouden met demografische ontwikkelingen (zoals bevolkingsgroei of een stijgende levensverwachting). Daarom is aangenomen dat de werkelijkheid tussen deze twee prognoses gaat plaatsvinden. Een vergelijking van de vraagprognose van het scenario ‘Lokaal wonen, mild’ met het huidige woonzorgaanbod voor de doelgroep mensen met een verstandelijke beperking en het nieuwplan De Jonkvrouw, laat het volgende zien: • Het aanbod dat in beeld is gebracht van geclusterd wonen en groepswonen levert een tekort van 64 plekken op. Richting de toekomst ontstaat een tekort dat zal oplopen naar 99 plekken. • Het aanbod aan gespikkeld wonen dat in beeld is voorziet in de huidige vraag naar gespikkeld wonen. De vergelijking van vraag en aanbod leidt op het moment niet tot een tekort. Vanaf 2025 ontstaat er een klein tekort van 6 plekken.

Dit tekort loopt op tot 36 plekken in 2040. Het is echter goed mogelijk dat een deel van de mensen met een verstandelijke beperking met de vraag naar gespikkeld wonen momenteel verblijft in een geclusterde woonvorm.

46

Tabel 5.4: Balans vraag en aanbod aan woonvormen, scenario ‘Lokaal wonen, mild’

Geclusterd/groepswonen Gespikkeld wonen Totaal

Vraagaanbod 2022 -64 4 -60

Vraagaanbod 2025 -49 -6 -55

Vraagaanbod 2030 -69 -16 -85

Vraagaanbod 2035 -79 -26 -105

Vraagaanbod 2040 -99 -36 -135

Bron: Prognosemodel Companen.

5.5 Beleidsopgaven VG Nieuwbouw van geclusterd wonen De huisvestingsopgave voor geclusterde woonvormen VG in Geldrop-Mierlo is groot. De gemeente voorziet in beperkte mate in de woonbehoefte van mensen met een verstandelijke beperking. Hierdoor moeten veel jongvolwassenen met een verstandelijke beperking verhuizen buiten de eigen wijk of buiten de gemeente voor passende huisvesting, of zien we ouders het initiatief nemen voor woongroepen. De komende jaren zal de behoefte (landelijk) licht blijven toenemen, en zullen meer inwoners in Geldrop-Mierlo huisvesting zoeken. Dit is een continu groeiende vraag. Om meer ruimte te bieden aan het lokaal wonen, adviseren wij de gemeente om actief mogelijkheden voor nieuwbouwlocaties te zoeken.

Kleinschalig uitbreiden en behouden van bestaand vastgoed Uitbreiding van het aanbod zal ook bestaan uit ‘gespikkeld wonen’. De bestaande geclusterde woonvormen moeten behouden blijven. Het is belangrijk dat de cliënten binnen deze woonvormen naast een eigen appartement met voorzieningen (sanitair, soms ook een keuken) ook een ontmoetingsruimte of een gezamenlijke woonkamer hebben. Ontmoetingsruimten die aanwezig zijn in bestaand aanbod kunnen ook worden gebruikt door cliënten die in de nabije omgeving (‘gespikkeld’) wonen. Een dergelijke

1771.103/G | Woonzorganalyse als basis voor toekomstperspectief wonen en zorg

plek biedt bewoners structuur (dagritme) en mogelijkheden voor ontmoeting en ontspanning. Er kan ook op een laagdrempelige manier begeleiding worden geboden.

Diverse zorgvraag vraagt om doorstroming en flexibel bouwen Om goed te voorzien in de diverse zorgvraag en mate van zelfstandigheid van de VG-doelgroep is er uiteenlopend vastgoed nodig. Het uitgangspunt daarbij is dat zowel op- als afschaling van zorg mogelijk moet zijn als dat past bij de behoefte van de cliënt. Enerzijds vraagt dit om genoeg variatie in het aanbod: bijvoorbeeld in woningtype, geschiktheid, zelfstandigheid, locatie en ontmoetingsplekken. Anderzijds kan het flexibel bouwen van zorgvastgoed de nodige mogelijkheden tot variatie geven. Een deel van de doelgroep (VG8) is rolstoelgebonden en heeft dus een aangepaste woning nodig. Voor ouder wordende cliënten verandert de zorgvraag. Bij voorkeur zijn woningen daarom makkelijk aanpasbaar voor een veranderende zorgzwaarte.

Gemengd wonen zonder ‘doelgroepen’ De systeemwereld geeft aanzet tot indelingen in financieringsvormen, doelgroepen en zorgpakketten. Maar de grenzen tussen alle indelingen zijn zacht; er liggen veel mogelijkheden om ‘vragers’ gezamenlijk te huisvesten. Bewoning door ‘dragers’ (jongeren, studenten of ook gezinnen) zorgt voor een dynamische mix. In deze samenleefconcepten kunnen zij elkaar aanvullen en ondersteunen. Een vereiste is wel de intrinsieke motivatie van de ‘dragers’ om een rol te spelen bij het ondersteunen van de ‘vragers’. Wederkerigheid is het fundament. Het is wenselijk om bij de realisatie van gemengd wonen aansluiting te zoeken bij het bestaande welzijnsnetwerk en de inclusieve woonzorgcentra. Bied in dergelijke gemengde woonvormen tevens plek aan mensen die net buiten de definities vallen van bepaalde doelgroepen zoals mensen met een verstandelijke beperking. Mensen die niet binnen een definitie vallen omdat hun IQ van een bepaalde hoogte is, kunnen wel degelijk

47

moeite hebben zich goed staande te houden in een samenleving die steeds ingewikkelder wordt. Binnen deze groep is het zeer waarschijnlijk dat er mensen zijn die vanuit de Wmo ondersteuning ontvangen. In de gemeente Geldrop-Mierlo is dat voor een derde van de totale groep mensen met een (licht) verstandelijke beperking het geval. Een deel van deze groep kan baat hebben bij ondersteuning die in een gemengde woonvorm kan worden gegeven om goed te kunnen functioneren in de huidige samenleving.

Maatwerk toepassen voor LVB-groep De toegang tot de Wlz voor mensen met een licht verstandelijke beperking is de laatste jaren beperkt, nu de lichte zorgzwaartepakketten (VG1 en VG2) niet meer worden verstrekt. Cliënten met een lichter zorgprofiel vallen hierdoor vaker tussen wal en schip; hun begeleidingsvraag is te licht voor de Wlz, en kan juist te zwaar zijn voor reguliere Wmo-begeleiding. Deze specifieke groep mensen heeft baat bij intensievere ambulante begeleiding, en het wonen nabij een steunpunt (< 500 meter). Begeleiding aan deze groep vraagt daarmee om meer maatwerk, waarbij het ook mogelijk is dat zij gebruik maken van (pilots met) Beschermd Thuis, wanneer deze breder wordt uitgezet. In de gemeente Geldrop-Mierlo ziet men dat mensen met een licht verstandelijke beperking het liefst zelfstandig woont. Dit kwam in de werksessie met stakeholders naar voren. Grijp de kansen aan voor het in tweeën splitsen van woningen in een beneden- en bovenwoning. Zo delen twee mensen de voordeur maar hebben verder eigen woonvoorzieningen.

1771.103/G | Woonzorganalyse als basis voor toekomstperspectief wonen en zorg

48

6 Mensen met problematiek

psychische

Mensen met psychische problematiek (EPA) wonen of verblijven in verschillende woonsituaties. Een deel van hen woont zelfstandig, maar zij kunnen ook wonen op woon- of opvanglocaties in Beschermd Wonen, GGZ-Wonen (Wlz), behandelklinieken of Maatschappelijke Opvang. In dit hoofdstuk staan we stil bij de mensen in woonlocaties. In dit hoofdstuk maken we een analyse van de ontwikkeling van de vraag naar plekken voor zorg met verblijf en zetten we deze af tegen het bestaande aanbod. Na verblijf zullen de meeste cliënten uitstromen richting een vorm van zelfstandig wonen. In dit hoofdstuk brengen we de huisvestingsopgave in beeld voor mensen met een psychische stoornis, die zorg/behandeling noodzakelijk maakt. Bij definitie is Beschermd Wonen (BW) bedoeld voor mensen die niet zelfstandig kunnen wonen vanwege psychische en/of psychosociale problematiek, en wordt gefinancierd en georganiseerd vanuit de Wmo. BW is ingericht op een tijdelijk verblijf, met 24-uursbegeleiding aanwezig of beschikbaar op afroep. De begeleiding van de zorginstelling is gericht op verschillende primaire leefgebieden zoals huisvesting, financiën, geestelijke- en lichamelijke gezondheid en verzorging, dagbesteding, sociaal netwerk, huiselijke relaties en maatschappelijke participatie. De groep mensen met psychische problematiek is breed en divers.

GGZ-Wonen Vanaf 1 januari 2021 maken sommige mensen met psychische problematiek aanspraak op financiering vanuit de Wlz, omdat zij ‘langdurig’ ondersteuning nodig hebben. Zorg en verblijf worden dan niet meer betaald vanuit de Wmo,

1771.103/G | Woonzorganalyse als basis voor toekomstperspectief wonen en zorg

maar vanuit de Wlz. Een deel van de mensen die gebruik maakten van Beschermd Wonen, valt met de inwerkingtreding van de Wlz voortaan onder de verantwoordelijkheid van het zorgkantoor. Landelijk is ongeveer 35% van de mensen in Beschermd Wonen verschoven richting verantwoordelijkheid onder en financiering uit de Wlz. De woon- en zorgvraag van deze doelgroep zal onder dit nieuwe financieringsregime niet wezenlijk veranderen. Zij hebben immers nog steeds behoefte aan een beschermde woonplek; zij kunnen hier nu langdurig verblijven zonder dat herindicering nodig is. In dit hoofdstuk beschrijven wij eerst de woonwensen van mensen met een indicatie voor BW en geven we vervolgens een beeld van de bestaande woonvormen voor deze groep. Dit beeld is ontstaan op basis van gesprekken met diverse groepen BW-cliënten voor andere onderzoeken elders in het land. Vervolgens maken we een analyse van de ontwikkeling van de vraag naar plekken voor zorg met verblijf voor mensen met een indicatie voor BW en zetten we deze af tegen het bestaande aanbod. Ook gaan we in op de te verwachten jaarlijkse uitstroom vanuit deze voorzieningen naar reguliere woonruimte.

6.1 Woonwensen en woonvormen Wensbeelden Woning • Een gedeelte van de BW-cliënten heeft behoefte aan groepswonen, zij delen graag voorzieningen met anderen vanwege de sociale interactie die dat met zich meebrengt. De meeste cliënten geven echter de voorkeur aan een eigen appartement met een aparte slaapkamer en eigen sanitaire voorzieningen.

49

Woonomgeving • BW-cliënten hebben doorgaans minder binding met buren of buurt. De sociaal aangelegde cliënt zoek dit wél meer uit zichzelf op. Om sociale interactie te stimuleren is de nabijheid van voorzieningen belangrijk. Daarbij gaat het voornamelijk om winkels, supermarkten, apotheken en hun werkplek. Zorg en ondersteuning • Mensen die in een BW-voorziening wonen hebben vaak intensieve begeleiding nodig. Er wordt gezorgd voor een stabiele omgeving, dagelijkse regelmaat en een zinvolle dagbesteding. Afhankelijk van de behoeften en het aanbod van de woonvorm kan er ook begeleiding zijn bij het huishouden, het maken van sociale contacten en eventuele verzorging en verpleging. • De doelgroep is zeer divers. Een deel kan na een verblijf van bijvoorbeeld 2 jaar weer zelfstandig thuis wonen en zijn leven weer op de rit krijgen met behulp van (intensieve) begeleiding. Een ander deel van de huidige cliënten is niet in staat om weer (min of meer) zelfstandig te gaan wonen. Zij blijven in een BW instelling (met 24-uurs zorg en toezicht) en sommigen gaan over naar de Wlz. • Continuïteit in de persoonlijke begeleiding wordt als zeer prettig ervaren. De cliënten zijn gebaat bij het creëren van een vertrouwensband. De zorgverlening speelt een cruciale rol in het welzijn van de persoon. Snelle en adequate zorgverlening is een belangrijk aspect in de woonervaring.

• Een zorgplan helpt bij de ontwikkeling richting herstel en het zelfstandiger worden door aan veranderdoelen te werken, mits op het ontwikkelplan niet teveel tijdsdruk gelegd wordt en er rekening gehouden wordt met terugval.

1771.103/G | Woonzorganalyse als basis voor toekomstperspectief wonen en zorg

Woonvormen Er is een grote variëteit aan woonvormen binnen BW: van groepswoningen waar de cliënten alleen een eigen slaapkamer hebben, tot geclusterde woonvormen waarin cliënten in een eigen appartement wonen en alleen als zij daar behoefte aan hebben gebruik maken van gemeenschappelijke voorzieningen. De volgende illustraties geven een indruk van de variëteit aan woonvormen die vallen onder de noemer BW Figuur 6.1: Voorbeelden woonvormen voor doelgroep Beschermd Wonen

50

6.2 Vraaganalyse In de gemeente Geldrop-Mierlo hebben half 2021 (peilmoment) circa 39 mensen een indicatie voor Beschermd Wonen (zowel PGB als ZIN, als Wlz). Van de 39 cliënten hebben 10 personen een Wlz-indicatie. Een aanzienlijk deel van deze mensen zijn van jonge leeftijd (tot en met 29 jaar; circa 54% in 2021), maar met name het grote aandeel jongeren van 18 - 22 jaar valt hierin sterk op. Dit aandeel is toegenomen met 11% en kent daarmee de grootste toename van de verschillende leeftijdsklassen binnen Beschermd Wonen. Deze toename komt mogelijk mede doordat (oudere) mensen met een langdurige zorgvraag gebruik zijn gaan maken van het nieuwe GGZ-Wonen en instroom vanuit jeugdzorg. Figuur 6.2: Leeftijdsopbouw huidige BW-cliënten in de regio Eindhoven (peilmoment half 2021)

100%

3% 16%

6%

90%

22%

80% 70%

26%

60%

28%

50% 40%

30%

30%

29%

20% 10%

24%

13%

0%

2020 18 t/m 22

23 t/m 29

De vraag naar BW-plekken binnen de gemeente Geldrop-Mierlo wordt gebaseerd op het totale aantal actieve BW-indicaties, 39 indicaties. In de onderstaande tabel staat de vraagontwikkeling van de doelgroep BW weergegeven waarbij alleen wordt uitgegaan van demografische ontwikkelingen in de gemeente Geldrop-Mierlo. De vraagontwikkeling blijft naar de toekomst toe stabiel. Tabel 6.1: Basisprognose vraag naar BW, Geldrop-Mierlo (2021 - 2040) (afgerond op 5-tallen)

Demografische doorrekening

2021 40

2025 40

2030 45

2035 45

2040 45

Bron: Indicaties BW Geldrop-Mierlo, bevolkingsprognose en bewerking Companen.

Naast een basisprognose nemen we ook een trend-prognose op voor de vraagontwikkeling van mensen die een beroep doen op Beschermd Wonen. In deze trendprognose houden we rekening met de ontwikkeling dat mensen vaker zorg aan huis krijgen (ambulantisering) en de ontwikkeling dat instroom in woonlocaties in meerdere mate kan worden voorkomen (preventie). Doordat mensen vaker zorg aan huis kunnen krijgen, kunnen ze in meerdere mate in de plaats waar ze zijn opgegroeid blijven wonen en hoeven ze niet speciaal naar een BW-voorziening in de centrumgemeente te verhuizen. Daarnaast zullen de middelen voor de BW-begeleiding vanaf 2023, in een periode van 10 jaar, stapsgewijs aan elke individuele gemeente beschikbaar worden gesteld. De plekken voor Beschermd Wonen en ondersteuning aan huis voor mensen met een indicatie voor Beschermd Wonen zal in meerdere mate worden verspreid over de gemeenten die de BW-regio Eindhoven vormen.

2021 30 t/m 49

50 t/m 69

70 t/m 79

Bron: Rapportage Beschermd Wonen Regio Eindhoven.

1771.103/G | Woonzorganalyse als basis voor toekomstperspectief wonen en zorg

80+

In de gemeente Geldrop-Mierlo doen 0,7 mensen per 1.000 inwoners een beroep op Beschermd Wonen. De regio (als geheel, inclusief Geldrop-Mierlo) scoort met 1,9 mensen per 1.000 inwoners hoger dan de gemeente GeldropMierlo. Als scenario nemen wij mee dat de vraag naar BW-plekken in de verschillende gemeenten in de BW-regio Eindhoven meer verdeeld gaat

51

worden naar rato van het aantal inwoners; het gat tussen het gemeentelijke aantal BW-cliënten (0,7 per 1.000 inwoners) en het gemiddeld aantal BWcliënten binnen de regio Eindhoven (1,9 per 1.000 inwoners) word dan gedicht. Dit betekent dat er meer plekken nodig zijn in de gemeente Geldrop-Mierlo. Het scenario ‘lokaal wonen’ zal naar alle waarschijnlijkheid niet volledig gaan plaatsvinden, maar zal naar verwachting in de toekomst tussen de demografische doorrekening en het scenario ‘regionale spreiding’ in liggen. Voor de vraagontwikkeling van het aantal BW-plekken gaan we uit van een tussenscenario: de middenweg van het basisscenario en het scenario ‘lokaal wonen’. Dit scenario noemen we ‘regionale spreiding, mild’. De volgende tabel en figuur tonen de verwachte vraag in de verschillende scenario’s zoals hierboven toegelicht.

Figuur 6.3: Vraag BW-plekken naar de 3 verschillende prognoses, Geldrop-Mierlo (2021 - 2040)

140 120 100 80 125 125

60 100

40 20

40 40 45 45 45

Basisscenario Scenario ‘Lokaal wonen’ Scenario ‘regionale spreiding, mild’

2021 40 40 40

2025 40 55 45

2030 45 100 60

2035 45 125 65

Bron: Indicaties BW Geldrop-Mierlo, bevolkingsprognose en bewerking Companen.

1771.103/G | Woonzorganalyse als basis voor toekomstperspectief wonen en zorg

2040 45 125 65

55

40 45

60 65 65

0 Basisscenario 2021

Tabel 6.2: Scenario’s vraag BW-plekken, Geldrop-Mierlo (2021 - 2040) (afgerond op 5-tallen)

40

Scenario ‘Lokaal wonen’

Scenario ‘regionale spreiding, mild’

2025

2040

2030

2035

Bron: Indicaties BW Geldrop-Mierlo, bevolkingsprognose en bewerking Companen.

6.3 Uitstroom uit BW Nu de Wlz is opengesteld voor GGZ-cliënten met een langdurige zorgvraag, zullen BW-voorzieningen (Wmo) vaker een ‘doorstroomkarakter’ hebben; na verloop van tijd zullen de meeste cliënten weer zelfstandig(er) gaan wonen met meer of minder intensieve begeleiding. Hoeveel mensen naar verwachting op jaarbasis zullen uitstromen en dus op zoek moeten naar alternatieve woonruimte is van veel factoren afhankelijk. Daarnaast kan ‘uitstroom’ vanuit BW in praktijk verschillende dingen betekenen: • Een cliënt verhuist vanuit een BW-instelling naar een zelfstandige woning of naar een appartement of studio in een geclusterde woonvorm. In beide gevallen gaat de cliënt zelf huur betalen. Als nog ondersteuning nodig is, dan wordt deze geboden in de vorm van ambulante begeleiding.

52

•

Een cliënt verhuist niet, maar het huurcontract wordt ‘omgeklapt’: de BWindicatie vervalt en wordt vervangen door een indicatie voor ambulante begeleiding. De cliënt gaat voortaan zelf huur betalen. Bij het berekenen van de verwachte jaarlijkse uitstroom uit Beschermd Wonen in de gemeente Geldrop-Mierlo doen we de aanname dat 70% van de huidige groep cliënten zal uitstromen. De overige 30% zal niet uitstromen en richting de Wlz gaan. Daarnaast houden we rekening met een verblijfsduur van 2 jaar. Daarmee komen we uit op een jaarlijkse uitstroom van 15 personen in 2021 tot 25 personen in 2040 wanneer we uitgaan van het scenario ‘regionale spreiding, mild’. Wanneer we uitgaan van het basisscenario verwachten we een uitstroom van 15 mensen per jaar in de periode 2021 - 2040 . Uitgaand van het scenario ‘Lokaal wonen’ komen we uit op een uitstroom van 15 mensen in 2021 tot 45 mensen in 2040. Tabel 6.3: Verwachte jaarlijkse uitstroom BW, verschillende scenario’s, Geldrop-Mierlo

Basisscenario Scenario ‘Lokaal wonen Scenario ‘regionale spreiding, mild’

2021 15 15 15

2025 15 20 15

2030 15 35 20

2035 15 45 25

Bron: Indicatiegegevens Geldrop-Mierlo, bevolkingsprognose en bewerking Companen.

1771.103/G | Woonzorganalyse als basis voor toekomstperspectief wonen en zorg

2040 15 45 25

Randvoorwaarden voor de uitstroom vanuit BW • Voldoende goedkope woonruimte voor uitstromers. Het gaat hierbij om eenvoudige woonvormen variërend van zelfstandige geclusterde woonvormen, containerwoningen tot zelfstandige studio’s. Daarnaast kan er gebruik gemaakt worden van ‘omklapconstructies’ om de overstap naar zelfstandig wonen kleiner te maken; dit zijn constructies voor woningen waarbij het huurcontract in eerste instantie op naam van de zorgaanbieder staat, maar cliënten na enige tijd het contract overnemen. • Goede informatievoorziening aan zorgaanbieders over mogelijkheden om aan een woning te komen via een contingentenregeling, urgentieregeling et cetera; alleen dan kunnen zij hun cliënten goed begeleiden bij het vinden van een woning. • Werk/dagbesteding (om terugval te voorkomen). • Intensieve ambulante ondersteuning die 24/7 beschikbaar is (eventueel via beeldbellen, telefonische bereikbaarheid en vanuit samenwerking met ander zorgpartijen vanuit zorgsteunpunt); bij voorkeur is er een doorgaande lijn in begeleiding na uitstroom. • Een ‘zachte landing in de buurt’ betekent ook dat er integrale afspraken moeten worden gemaakt met bijvoorbeeld de betrokken woningcorporatie, het wijkteam, de buren en de politie; dit geeft omwonenden de zekerheid dat er goed omgegaan wordt met eventuele overlast en draagt daarmee bij aan draagvlak en tolerantie in de buurt.

• De gemeente kan afspraken maken met corporaties (via prestatieafspraken) over het beschikbaar stellen van woningen en directe bemiddeling. Zorginstellingen kunnen cliënten attenderen op tijdig inschrijven, hetgeen het aantal directe toewijzingen kan beperken. • Het valt voor uitstromers uit BW niet mee om contact te leggen in de buurt. Hier is een rol weggelegd voor bijvoorbeeld wijkcoaches (eenzaamheid voorkomen, netwerk opbouwen). Het contact met lotgenoten kan bevorderend werken voor de sociale integratie.

53

6.4 Aanbodanalyse Companen heeft onder aanbieders een inventarisatie gedaan naar het aanbod aan Beschermd Wonen. In totaal zijn er circa 27 plekken in beeld gebracht voor cliënten in Beschermd Wonen in Geldrop-Mierlo. Tabel 6.4: Aantal plekken per zorgaanbieder in gemeente Geldrop-Mierlo (peilmoment 2021)

Zorgaanbieders

Groepswonen

VOF Meriadoc Stichting OOK begeleiding Totaal

6 21 27

Geclusterd wonen 0 0 0

Gespikkeld wonen 0 0 0

Bron: Aanbodinventarisatie onder zorgaanbieders (1e kwartaal 2022).

6.5 Huisvestingsopgave Volgens de aanbodinventarisatie zijn er 27 plekken voor Beschermd Wonen. De vraag komt uit op afgerond 40 cliënten (cliënten met een Wlz en Wmo indicatie samen). Het aantal BW-cliënten ligt daarmee hoger dan het aantal plekken. Het kan het geval zijn dat sommige mensen met een BW-indicatie in een eigen woning woont. Een vergelijking van de huidige en toekomstige vraag naar Beschermd Wonen plekken leidt tot inzicht in de huisvestingsopgave voor mensen in Beschermd Wonen: Tabel 6.5: Balans tussen vraag en aanbod aan woonvromen voor BW in drie scenario’s

Basisscenario Scenario ‘Lokaal wonen Scenario ‘regionale spreiding, mild’

2021 -13 -13 -13

2025 -13 -28 -18

2030 -18 -73 -33

2035 -18 -98 -38

Bron: Woonzorgweter, bewerking Companen.

1771.103/G | Woonzorganalyse als basis voor toekomstperspectief wonen en zorg

2040 -18 -98 -38

Het huidige aanbod komt 13 plekken tekort voor de circa 40 personen die nu een BW-indicatie hebben. Zoals we al eerder aangaven kan het goed zijn dat sommige mensen in een eigen woning wonen en dat er daardoor een tekort naar voren komt in onze analyse. Het kan zijn dat sommige mensen binnen deze groep wellicht toch gebaat zijn in een specifieke woonvorm voor Beschermd Wonen te wonen. We zien dat het tekort aan BW-plekken zal oplopen tot 38 plekken in 2040 wanneer we uitgaan van het scenario ‘regionale spreiding, mild’.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=GeldropMierlo&id=ea14e9a2-1be2-4b35-9f35-797b8d32ff6b