CConstaterende datGeldrop-Mierlo
Koppel je AI →
Document · PDF

Structuurvisie Sportpark Oudven en omgeving.Pdf

Raadsvergadering 27 september 2021, gemeente Geldrop-MierloBij agendapunt: Vaststelling Structuurvisie Sportpark Oudven en omgeving31.269 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

ningen, milieu, kwaliteit van de openbare ruimte, sociale contacten, handhaving. Leefbaarheid loopt als een rode draad door het groenbeleid. Zorgvuldig omgaan met de leefomgeving; zorgen voor een aantrekkelijke groene woon– en leefomgeving; ruimtelijke kwaliteit; het heeft allemaal invloed op de leefbaarheid. Cultuurhistorie Cultuurhistorie is de verbinding tussen het verleden en de toekomst. Naast het belang hiervan voor de identiteit van onze dorpen, heeft cultuurhistorisch groen vaak een hoge re-

maandag 27 september 2021

creatieve gebruikswaarde. Het cultuurhistorische groen is opgenomen in de bomen- en groenstructuur en wordt hiermee beschermd. Recreatie Groen draagt bij aan de recreatieve aantrekkingskracht van de gemeente, zowel voor inwoners als voor bezoekers. Biodiversiteit Groenvlakken en bomenstructuren vormen verbindingen voor allerlei dieren, groot en klein. Variatie in soorten binnen bo-

Burgemeester Termeerstraat Deze weg loopt door het buitengebied naar het Eindhovens Kanaal en sluit hier aan op de Broekstraat. Hiermee is de weg onderdeel van een recreatief aantrekkelijke route. De landelijke uitstraling wordt nog eens benadrukt door de inlandse eiken die er langs staan. Geldropseweg (Santheuvel-Eindhovens Kanaal) De Geldropseweg kan wat groen betreft in twee delen worden opgesplitst. Dit komt door de wijzigingen in de omgeving waar de weg doorheen loopt. Op het gedeelte tussen de

18

3 Beleidskader Structuurvisie Sportpark Oudven en omgeving

Santheuvel en het Eindhovens Kanaal staan moeraseiken langs de weg. De leeftijd wisselt maar het beeld is overal even fraai. Oudevensestraat De Oudvensestraat vormt de toegang tot het sportpark en gaat vervolgens over in een fietspad naar Helmond. Het profiel is smal en met name richting het kanaal staan forse oude bomen. Dit geeft een mooi beeld en is recreatief aantrekkelijk. Wanneer deze structuurvisie wordt uitgewerkt tot bestemmingsplan wordt uiteraard ook gekeken naar de stedenbouwkundige en landschappelijke inpassing waarbij ook rekening wordt gehouden met de bomen- en groenstructuur van de gemeente, alsook met de hierboven beschreven doelen en uitgangspunten van het groenbeleidsplan, waaronder ruimtelijke kwaliteit, leefbaarheid en biodiversiteit.

3.5

Bestemmingsplanvergelijking

Een structuurvisie is bedoeld om in hoofdlijnen de nieuwe ruimtelijke visie van het gemeentebestuur op een bepaald gebied weer te geven. Er moet dus sprake zijn van gewijzigde opvattingen. De wijzigingen hoeven niet zozeer pandsgewijs te zijn, maar meer globaal – in hoofdlijnen - voor het gehele gebied. Om het verschil tussen de huidige situatie en de toekomstige ontwikkeling weer te geven, wordt allereerst kort besproken wat er ter plaatse van de ontwikkelingsgebieden, waar voorkeursrecht gevestigd is, op basis van de vigerende bestemmingsplannen mogelijk is en vervolgens in hoeverre en op welke onderdelen dit op basis van het in deze structuurvisie beschreven plan zal veranderen. Daarbij wordt uitgegaan van een globale, functionele analyse.

maandag 27 september 2021

Deze analyse is van belang voor het bestendigen van het voorkeursrecht dat het gemeentebestuur op grond van de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg) gevestigd heeft afloopt in oktober 2021. Het vestigen en bestendigen van voorkeursrecht mag immers alleen wanneer er sprake is van een wijziging in gebruik dat nu op basis van de geldende plannen niet mogelijk is. 3.5.1

Vigerend bestemmingsplan

Voor onderhavig plangebied is het bestemmingsplan ‘Buitengebied Geldrop-Mierlo’, vastgesteld op 8 november 2011 vigerend. Een uitsnede van het vigerend bestemmingsplan ter plaatse van het plangebied is weergegeven op de volgende pagina in figuur 10. Op basis van dit vigerende bestemmingsplan heeft het plangebied de bestemming ‘Agrarisch’. Tevens gelden gedeeltelijk de dubbelbestemmingen ‘Waarde-Archeologie 1’, ‘Waarde-Archeologie 2’, ‘Waarde-Archeologie 3’, ‘WaardeArcheologie 4’ en ‘Waarde-Archeologie 5’. Daarnaast geldt voor het gehele plangebied de gebiedsaanduiding ‘reconstructiewetzone – extensiveringsgebied’. Naast bovenvermeld bestemmingsplan gelden ook het bestemmingsplan ‘Parapluplan Parkeren Geldrop-Mierlo’, vastgesteld op 17 juni 2019 en het bestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan Huisvesting Geldrop-Mierlo, vastgesteld op 2 maart 2020. Het ‘Parapluplan Parkeren Geldrop-Mierlo’ regelt dat er voor gemeentelijke bestemmingsplannen één uniforme regeling voor parkeren, stallen, laden en lossen geldt. 3.5.2

“Sport”, “Woongebied”, “Gemengd”, “Verkeer en parkeren” en “Groen” toebedacht. De beoogde ontwikkelingsrichting van het gebied is in strijd met de bepalingen uit het vigerende bestemmingsplan. De afwijking is gelegen in het feit dat het plangebied van het is bestemd als agrarisch gebied. Binnen deze bestemming zijn geen andere functies anders dan agrarische activiteiten toegelaten. Het ontwikkelen van sportvoorzieningen, woningbouw en gemengde functies is op basis van het vigerende bestemmingsplan niet toegestaan. Er is dus sprake van een beoogde wijziging van gebruik van het gebied, waarbij andere functies en ontwikkelingen en ander grondgebruik dan het huidige agrarische grondgebruik gewenst zijn. Gezien de uitwerking van deze beoogde bestemmingen in een bestemmingsplan om afstemming vraagt en dit nodig is om een duurzaam en ruimtelijke stedenbouwkundig verantwoord grondgebruik met voldoende ruimte voor groene inpassing, waterberging en (langzaam verkeer)ontsluitingen te bewerkstelligen wil de gemeente hier regie op voeren. 3.5.3

Conclusie

De planvergelijking laat zien dat realisatie van de in deze structuurvisie beschreven en beoogde gebiedsindeling met gemengde functies, niet mogelijk is op basis van het vigerende bestemmingsplan. Bestendiging van het voorkeursrecht is gezien de regievoering van de gemeente derhalve wenselijk en mogelijk op basis van deze structuurvisie.

Vergelijking bestemmingsplan

Op het plangebied is op één perceel na het voorkeursrecht gevestigd. Voor de Wvg-percelen zijn de bestemmingen

19

3 Beleidskader Structuurvisie Sportpark Oudven en omgeving

Figuur 10: Uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan ‘Buitengebied Geldrop-Mierlo (structuurvisiegebied rood omlijnd; bron: ruimtelijkeplannen.nl)

maandag 27 september 2021

20

4 Ruimtelijke uitvoerbaarheid Structuurvisie Sportpark Oudven en omgeving

4

Ruimtelijke uitvoerbaarheid

In dit hoofdstuk worden de diverse relevante milieutechnische / omgevingsaspecten aangehaald en op hoofdlijnen beschreven.

4.1

Milieuzonering

Onder milieuzonering wordt verstaan het waar nodig zorgen voor een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds bedrijven of overige milieubelastende functies en anderzijds milieugevoelige functies zoals woningen. Bij de planontwikkeling dient rekening te worden gehouden met milieuzonering om de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te handhaven en te bevorderen en daarnaast bedrijven voldoende zekerheid te bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitvoeren. Richtafstanden Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’3. In de publicatie is een lijst opgenomen met bedrijfstypen. Voor de bedrijfstypen zijn indicatieve (richt)afstanden bepaald voor de milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden vormen een indicatie van de aanvaardbaarheid in de situatie dat gevoelige functies in de nabijheid van milieubelastende functies worden gesitueerd. Indien bekend is welke activiteiten concreet worden beoogd of aanwezig zijn, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting (in plaats van de richtafstanden). Omgevingstype

3

De richtafstanden zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit zoals die wordt nagestreefd in een rustige woonwijk of een vergelijkbaar omgevingstype (zoals een rustig buitengebied, een stiltegebied of een natuurgebied). Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven en kantoren) voor. Binnen gemengde gebieden heeft men te maken met milieubelastende en milieugevoelige functies die op korte afstand van elkaar zijn gesitueerd. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Voorbeelden van gebieden met functiemenging zijn horecaconcentratiegebieden, stadscentra, winkelcentra en winkelgebieden van dorpskernen, woon-werkgebieden met kleinschalige ambachtelijke bedrijvigheid, gebieden langs stadstoegangswegen met meerdere functies en lintbebouwing in het buitengebied met veel agrarische en andere bedrijvigheid. Het agrarisch gebied zal met de beoogde gebiedsinvulling plaats gaan maken voor een gemengd gebied. Er worden immers verschillende functies mogelijk gemaakt (o.a. sport, wonen, gemengde doeleinden). Tevens zijn er momenteel al verscheidene functies aanwezig rondom omgeving van het plangebied (o.a.

sport, wonen, bedrijventerrein), waardoor in de huidige situatie het gebied ook wordt aangemerkt als gemengd gebied. In de VNG-publicatie zijn richtafstanden per bedrijfscategorie en omgevingstype opgenomen. De afstanden worden gegeven voor een aantal milieuaspecten, met name geur, stof, geluid en gevaar. Voor een representatief veldsportcomplex (met verlichting) geldt volgens de VNG-publicatie de milieu-

categorie 3.1. De hoogste richtafstand is voor geluid en bedraagt 50 meter tot rustige woonwijk/buitengebied en 30 meter tot gemengd gebied. In de structuurvisiekaart is een aandachtsgebied aangeduid ten behoeve van de beheersbaarheid van (geluid)hinder en de ruimtelijke inbedding van de sportvoorzieningen. Binnen de beoogde gemengde bestemming wordt gedacht aan de inpassing van zeer lichte bedrijvigheid. In beginsel wordt gedacht aan bedrijfsactiviteiten tot en met milieucategorie 2. Volgens de VNG-publicatie geldt voor de milieucategorie 2 een grootste richtafstand van 30 meter tot rustige woonwijk/buitengebied en 10 meter tot gemengd gebied. Bij de uitwerking van het bestemmingsplan wordt rekening gehouden met de indicatieve richtafstanden en een aanvaardbare situering van gevoelige functies en milieubelastende functies.

4.2

Geluidhinder

Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen is het conform de Wet geluidhinder (Wgh) noodzakelijk dat er aandacht wordt besteed aan de akoestische situatie. Per 1 januari 2007 is de Wijzigingswet Wet Geluidhinder in werking getreden. Als een geluidszone geheel of gedeeltelijk binnen het plangebied valt, moet bij de voorbereiding van een bestemmingsplan akoestisch onderzoek worden verricht naar de geluidsbelasting op woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen binnen die geluidszone (artikel 77 Wgh). Een uitzondering wordt gevormd door 30 km/u wegen, deze hebben geen geluidszones.

‘Bedrijven en Milieuzonering’, Uitgave VNG, Den Haag, 2009.

maandag 27 september 2021

21

4 Ruimtelijke uitvoerbaarheid Structuurvisie Sportpark Oudven en omgeving

Wegverkeer Op basis van de Wet geluidhinder (artikel 77 Wgh) dient bij een bestemmingsplan een akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd als het plan mogelijkheden biedt voor:  de toevoeging van een nieuwe woning of andere geluidsgevoelige functie binnen de zone van een weg;  de aanleg van een nieuwe weg;  de reconstructie van een bestaande weg. De breedte van de zone van een weg is afhankelijk van het aantal rijstroken, het stedelijk gebied en de maximumsnelheid. In een akoestisch onderzoek kunnen wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt buiten beschouwing worden gelaten. Met de beoogde ontwikkeling van het plangebied worden er nieuwe geluidgevoelige functies (o.a. woningen) mogelijk gemaakt, derhalve zal in het kader van de Wet Geluidhinder een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai worden uitgevoerd. Industrielawaai In het kader van deze structuurvisie is indicatief gekeken naar de inpasbaarheid van een representatieve sportfunctie en de inpasbaarheid van eventuele geluidswerende maatregelen. Hierbij is uitgegaan van een veldsportcomplex (met verlichting), waarvoor op basis van de VNG-publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’ een maximale richtafstand van 50 meter in rustig woongebied en een richtafstand van 30 meter in gemengd gebied geldt. Gelet op de verscheidenheid aan functies in en rondom het structuurvisiegebied is reeds sprake van gemengd gebied.

Bovendien bevat de structuurvisie in het oostelijke deel van het structuurvisiegebied ruimtereserveringen voor gemengde

maandag 27 september 2021

functies. Dat betekent dat in beginsel een richtafstand 30 meter vanaf de (nieuwe) sportfuncties tot milieugevoelige functies dient te worden aangehouden. Uit de eerste verkenning van de inpasbaarheid blijkt dat er reden is om aan te nemen dat nieuwe sportfuncties, al dan niet in combinatie met geluidswerende maatregelen, inpasbaar zijn. Ondanks dat mogelijk niet in alle gevallen aan de aan te houden richtafstand kan worden voldaan, kan middels geluidswerende maatregelen toch een aanvaardbaar woonen leefklimaat ter plaatse van bestaande en nieuwe geluidsgevoelige objecten worden gegarandeerd. In de verdere uitwerking van het plan en het bestemmingsplan zal de akoestische gevelbelasting op zowel bestaande als de beoogde nieuwe woningen nader onderzocht worden. Hierbij worden dan tevens eventuele noodzakelijke geluidsreducerende maatregelen geborgd. Ook kan hierbij gekeken worden naar de afschermende werking van schermmaatregelen in de beoogde groengordel en eventueel bebouwing aan de Oudvensestraat. Hiermee wordt onderbouwd op welke manier kan worden voldaan aan wettelijke eisen omtrent geluidshinder. Ook zal hiermee de aanvaardbaarheid van het woon- en leefklimaat worden onderbouwd. In de structuurvisiekaart is ter indicatie een ‘aandachtsgebied’ aangeduid ten behoeve van de beheersbaarheid van (geluids)hinder en de ruimtelijke inbedding van de sportvoorzieningen.

4.3

Luchtkwaliteit

De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5, titel 5.2 Wm). Hierin zijn grenswaarden opgenomen voor luchtvervuilende stoffen. Voor ruimtelijke projecten zijn fijn stof

(PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) de belangrijkste stoffen. Een project is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan:  er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde;  het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit;  het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging;  het project is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een regionaal programma van maatregelen. Om te bepalen of een project "niet in betekenende mate" bijdraagt aan de luchtkwaliteit is een algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate' (Besluit NIBM) en een ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) vastgesteld waarin de uitvoeringsregels zijn vastgelegd. Een project kan in twee situaties NIBM bijdragen aan de luchtkwaliteit:  het project behoort tot de lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) die is opgenomen in de Regeling NIBM;  het project heeft een toename van minder dan 3% van de jaargemiddelde concentratie NO2 en PM10 (1,2μg/m3). Om te bepalen wat de invloed van het initiatief is op de luchtkwaliteit zal in het kader van het bestemmingsplan gebruik worden gemaakt van de NIBM-tool.

Het aantal extra voertuigbewegingen ten gevolge van de voorgestane ontwikkelingen zullen worden berekend. Vervolgens wordt de verkeersgeneratie ingevoerd in de NIBM-tool, de tool zal dan aangeven of het initiatief wel/niet in betekende mate bijdraagt aan het initiatief.

22

4 Ruimtelijke uitvoerbaarheid Structuurvisie Sportpark Oudven en omgeving

Onderhavig plangebied zal op zijn vroegst ontwikkeld worden in 2022. Voor een ontwikkeling in 2022 en een toename van circa 1.780 extra voertuigbewegingen is, volgens de huidige NIBM-tool, de bijdrage van het extra verkeer niet in betekende mate en is geen nader onderzoek nodig. Naar verwachting zal de verkeersgeneratie van het planvoornemen een stuk lager uitvallen dan circa 1.780 extra voertuigbewegingen op een weekdag. Het is derhalve ook niet voorstelbaar dat het aspect luchtkwaliteit voor belemmeringen zal zorgen bij de uitwerking van het bestemmingsplan.

4.4

Bodem

In het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 1 onder d) is bepaald dat voor de uitvoerbaarheid van een plan rekening gehouden moet worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bepaald of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden bepaald of nader onderzoek en eventueel saneringen noodzakelijk zijn. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd. De gronden zijn momenteel bestemd als ‘Agrarisch’. In het kader van de bestemmingsplanprocedure zal een bodemonderzoek conform de NEN 5740 moeten aantonen of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde nieuwe functies.

4.5

Water

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 1 onder b van het Bro) dient inzicht te worden gegeven in de

maandag 27 september 2021

gevolgen voor de waterhuishouding die samenhangen met de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt. Waterbeheerplan ‘Waardevol Water’ In het Provinciaal Milieu- en Waterplan Noord-Brabant (2016 – 2021) is het toetsingskader voor de taakuitoefening van lagere overheden op het gebied van water opgenomen. Het ‘PMWP’ staat voor samenwerken aan Brabant waar iedereen prettig woont, werkt en leeft in een veilige en gezonde leefomgeving. Om dit te realiseren, zijn er in Nederland diverse waterschappen die zich richten op een veilig en goed bewoonbaar land met gezonde, duurzame watersystemen. De waterbeheerders werken daarom integraal samen met gemeenten, die het beheer over de ruimtelijke ordening en openbare ruimte hebben, om deze doelstellingen te halen. Waterschap Het plangebied valt onder het beheer van de waterschappen Aa en Maas en De Dommel. De missie van waterschap Aa en Maas is het ontwikkelen, beheren en in stand houden van gezonde en veerkrachtige watersystemen, die ruimte bieden aan een duurzaam gebruik voor mens, dier en plant in het gebied, waarbij de veiligheid is gewaarborgd en met oog voor economische aspecten. Vanuit deze missie heeft Aa en Maas in haar Waterbeheerplan 2016-2021 het beleid voor de komende jaren vastgelegd en zet daarmee in op realisatie van geformuleerde waterdoelen.

Voor het watersysteem liggen de doelen op het gebied van een veilig en bewoonbaar beheersgebied, voldoende water, alsook gezond en natuurlijk water. De insteek is om te komen tot een optimale balans tussen beleid, herinrichting, (peil)beheer en onderhoud. De doelen van Waterschap De Dommel voor de periode van 2016 tot 2021 staan beschreven in het waterbeheerplan

“Waardevol Water” en zijn gericht op een veilig en bewoonbaar beheergebied, voldoende, schoon, natuurlijk en recreatief water. Bij ruimtelijke ontwikkelingen, waaronder ver- en nieuwbouwplannen, hanteert het waterschap een aantal uitgangspunten ten aanzien van het duurzaam omgaan met water, die van belang zijn als vertrekpunt bij het overleg tussen initiatiefnemer en waterbeheerder. De drie Brabantse waterschappen De Dommel, Aa en Maas en Brabantse Delta hebben een gezamenlijke Keur opgesteld. De regels in de Keur hebben betrekking op het lozen, afvoeren, onttrekken of aanvoeren van grondwater en water uit sloten en andere watergangen. Iedereen die werkzaamheden uitvoert of activiteiten plant in en om waterlopen of dijken, heeft met de Keur te maken en moet een vergunning aanvragen. In sommige gevallen volstaat een melding. De uitzonderingen staan beschreven in de Algemene regels. Afhankelijk van de werkzaamheden in het oppervlaktewater kan een vergunning benodigd zijn. Het waterschap maakt bij het beoordelen van plannen met een toenemend verhard oppervlak onderscheid tussen grote en kleine plannen. Voor plannen met een bijkomend verhard oppervlak kleiner dan 500 m2, groene daken en afkoppelplannen kleiner dan 10.000 m2 geldt vanuit het waterschap een vrijstelling tot de realisatie van compensatie.

Alle nieuwbouw (in- en uitbreidingen) dient gescheiden aangesloten te worden op de gemeentelijke riolering. Binnen de bebouwde kom betreft dit vrijvervalriolering en buiten de bebouwde kom drukriolering. Bij nieuwbouw, ongeacht de toename van het verhard oppervlak, volgt de gemeente Geldrop-Mierlo het principe van waterschap De Dommel van ‘Hydrologisch Neutraal Ontwikkelen’. Dit houdt in dat de nieuwe watersituatie minimaal gelijk moet blijven aan de uitgangssituatie. 60 mm berging is hierbij de richtlijn.

23

4 Ruimtelijke uitvoerbaarheid Structuurvisie Sportpark Oudven en omgeving

Gemeente Geldrop-Mierlo Het vigerende Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP 2018-2022) van de gemeente Geldrop-Mierlo bevat de beleidsdoelen, geplande projecten, onderzoeken en nieuwe ontwikkelingen voor de komende jaren. Verder maakt de rioolheffingsberekening deel uit van het vGRP. Veel geld gaat naar het onderhoud en herstellen waarbij tevens geïnvesteerd wordt in rioolvervangingen en de aanpak van regenwateroverlast. Bij de beoogde ontwikkeling van het plangebied zal aangetoond moeten worden dat er sprake is van een hydrologisch neutrale ontwikkeling. Voor de waterhuishouding is het uitgangspunt “vasthouden - bergen - afvoeren” leidend. Dit betekent dat eerst wordt gekeken of het hemelwater dat in het plangebied valt, zoveel mogelijk in het gebied kan blijven door middel van infiltratie. Daarna wordt gekeken of het mogelijk is om het water te bergen (in combinatie met zoveel mogelijk infiltratie) en eventueel vertraagd af te voeren. Op het zuidelijke perceel van het plangebied is specifiek een zoekgebied aangegeven voor een hemelwaterberging. Nader zal worden bekeken of op deze locatie kansen liggen om een hemelwaterberging op te nemen in de uiteindelijke plannen, omdat middels een dergelijke voorziening mogelijk optredende wateroverlast in en rondom het plangebied kan worden voorkomen.

In het kader van de bestemmingsplanprocedure zal een waterhuishoudkundige analyse van de huidige situatie worden gedaan. Daarnaast zal worden onderzocht hoe het plangebied waterhuishoudkundig ingepast kan worden, als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling. Ook wordt een advies uitgewerkt voor de (hemel)waterstructuur en de benodigde waterberging. De benodigde waterberging zal in het stedenbouwkundig plan ingepast worden.

maandag 27 september 2021

4.6

Archeologie en cultuurhistorie

Archeologie De bescherming van archeologisch erfgoed in Nederland is vastgelegd in de Erfgoedwet, die op 1 juli 2016 in werking is getreden. De Erfgoedwet is in de plaats gekomen van zes wetten en regelingen op het gebied van cultureel erfgoed, waaronder de Monumentenwet 1988. Onderdelen van de Monumentenwet die van toepassing waren op de fysieke leefomgeving gaan naar de Omgevingswet die in naar verwachting in 2021 inwerking treedt. Voor deze onderdelen is daartoe in de Erfgoedwet voor de periode 2016-2021 een overgangsregeling opgenomen. De basis van de bescherming van archeologisch erfgoed in de Erfgoedwet is het verdrag van Valletta (ook wel het verdrag van Malta). De bescherming heeft als doel om archeologisch erfgoed zoveel mogelijk in situ, dus in de grond, te behouden. Dankzij het principe van “de verstoorder betaalt” uit het verdrag van Valletta worden meer archeologische resten in situ behouden. De gemeente Geldrop-Mierlo heeft een archeologische verwachtingswaardenkaart waarin zij het beleid van de gemeente m.b.t. archeologie verbeelden. Indien ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden dient te worden beoordeeld of archeologische waarden in het geding raken. Volgens de gemeentelijke archeologische beleidskaart heeft het plangebied voor het grootste deel een hoge archeologische verwachting.

Omdat de beoogde nieuwe functies en bijbehorende infrastructuur zullen leiden tot graafwerkzaamheden zal in het kader van de bestemmingsprocedure het plangebied archeologisch onderzocht worden om de aanwezige archeologische waarden in beeld te brengen.

Cultuurhistorie Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, tweede lid, onderdeel a Bro) dient in het plan rekening gehouden te worden met cultuurhistorie. Cultuurhistorie heeft onder andere betrekking op de historische stedenbouwkundige en historisch geografische waarden in het gebied. In het plan moet beschreven worden hoe met de in het gebied aanwezige waarden en de aanwezige of te verwachten monumenten wordt omgegaan. De Erfgoedwet bevat de wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed en archeologie in Nederland. Het is op basis hiervan verplicht om de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie mee te nemen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. De ontwikkeling van de nieuwe functies in het plangebied zullen zorgvuldig ingebed worden binnen de bestaande stedenbouwkundige en landschappelijke structuren. De karakteristieken van de bebouwingslinten van de Burgemeester Termeerstraat en de Oudvensestraat zullen behouden blijven en waar mogelijk versterkt worden door de toevoeging van perceelsgewijze ontwikkeling met eenzelfde stedenbouwkundige korrel en positionering als de huidige bebouwing.

De variatie die dergelijke linten van oudsher kenmerken zal doorgezet worden middels de toevoeging van gevarieerde functies en vormgeving, zonder dat de ruimtelijke samenhang verloren gaat. De kenmerkende laanbeplanting langs bovengenoemde straten zullen behouden blijven en waar mogelijk aangevuld worden. Andere aanwezige landschapselementen, voor zover aanwezig in het gebied, worden onderdeel van de nieuwe groenstructuur. Voorbeelden hiervan zijn de bestaande

24

4 Ruimtelijke uitvoerbaarheid Structuurvisie Sportpark Oudven en omgeving

groensingels langs de perceelsgrenzen en het huidige sportpark. De landschapselementen worden aangevuld en versterkt tot een volwaardige groenstructuur, welke vervolgens aansluit op de bestaande structuur langs het kanaal, en de omliggende (woon)gebieden van Luchen en Mierlo. Naast de benodigde wegverhardingen voor autoverkeer zal de doorwaadbaarheid van het gebied worden vergroot door de toevoeging van langzaam verkeersverbindingen. Voor fietsers en voetgangers worden afstanden zodoende korter en verbindingen met omliggende gebieden (Luchen, Mierlocentrum, Helmond Brandevoort) directer. Daarnaast kunnen nieuwe autoverbindingen bijdragen aan de ontlasting van de bestaande wegen (o.a. Oudvensestraat), waardoor ook deze fiets- en voetgangersvriendelijk(-er) worden.

4.7

Externe veiligheid

Externe veiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van de opslag van of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit kan betrekking hebben op inrichtingen (bedrijven) of transportroutes. Op beide categorieën is landelijke wet- en regelgeving van toepassing. In de landelijke wet- en regelgeving zijn kwaliteitseisen en normen op het gebied van externe veiligheid geformuleerd. Doel is om bepaalde risico's, waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld, tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Deze bedoelde risico's hangen vooral samen met:  activiteiten met gevaarlijke stoffen in inrichtingen;  transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen;  transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het water. Ook zijn er onder meer landelijke regels voor de opslag en verkoop van vuurwerk. Verder wordt bij de plaatsing van

maandag 27 september 2021

windmolens ook de externe veiligheid in ogenschouw genomen. De risico's voor externe veiligheid komen tot uitdrukking via het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico kan op de kaart worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde plaatsgebonden risico. Via het plaatsgebonden risico wordt een basisbeschermingsniveau gewaarborgd. Bij het groepsrisico wordt wel beoordeeld hoeveel personen zich, redelijkerwijs, feitelijk in de omgeving kunnen bevinden. Voor het groepsrisico geldt geen grenswaarde, maar een oriëntatiewaarde. Dit is een ijkwaarde waaraan veranderingen getoetst kunnen worden. Deze oriëntatiewaarde mag overschreden worden, mits goed beargumenteerd door het bevoegd gezag. Samen met de hoogte van groepsrisico moet andere kwalitatieve aspecten worden meegewogen in de beoordeling van het groepsrisico. Onder deze aspecten vallen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Deze argumentatie is een onderdeel van de verantwoording van het groepsrisico. Onderdeel van deze verantwoording is overleg met (advies vragen aan) de regionale brandweer.

Voor het plangebied is de Rijksweg A67 het meest relevant. Het invloedsgebied van de Rijksweg A67 bedraagt 4.000 meter, de werkelijke afstand tot de planlocatie bedraagt ca. 2.700 meter. De locatie ligt binnen het invloedsgebied van de Rijksweg, maar buiten de 200 meterzone. Deze weg is EVrelevant. Volgens artikel 7 van het Besluit externe veiligheid transportroutes dient het groepsrisico beperkt verantwoord te worden. De nieuwe ontwikkeling is niet gelegen binnen de plaatsgebonden risicocontour 10-6 per jaar van Rijksweg A67. Ook is de ontwikkeling niet binnen het plasbrandaandachtsgebied van de Rijksweg gelegen. Het plaatsgebonden risico en het plasbrandaandachtsgebied vormt derhalve geen belemmering voor de ontwikkeling. De Veiligheidsregio Brabant Zuidoost heeft medio 2017 een standaard advisering opgesteld voor specifieke situaties. Omdat het plangebied is gelegen op grote afstand van de Rijksweg A67 kan in het kader van de bestemmingsplanprocedure het standaard advies worden toegepast. Verder reiken de invloedsgebieden van overige risicobronnen in de omgeving niet tot het plangebied.

Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans, per jaar, op overlijden van een onbeschermd individu ten gevolge van ongevallen met gevaarlijke stoffen. De aanwezigheid van een persoon is fictief. Niet wordt beoordeeld hoe groot de kans op de aanwezigheid van een persoon feitelijk is. Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans per jaar dat een groep van bijvoorbeeld 10, 100 of 1000 personen het slachtoffer wordt van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico wordt ook beschouwd als een maat voor de maatschappelijke ontwrichting.

Op basis van een inventarisatie van de risicokaart is gebleken dat er in de omgeving van het plangebied een aantal risicobronnen gelegen zijn.

4.8

Ecologie

De bescherming van de natuur is vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). De Wet natuurbescherming (Wnb) geeft het wettelijke kader voor de bescherming van natuurgebieden en voor soortenbescherming. Bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan dient onderzocht te worden of de Wnb ten aanzien van de bescherming van dier- en plantensoorten en gebieden de uitvoering van het plan niet in de weg staan. De provincie is bevoegd gezag voor de toetsing van handelingen met mogelijke gevolgen voor beschermde dier- en plantensoorten (de soortenbeschermingsbepalingen) én voor

25

4 Ruimtelijke uitvoerbaarheid Structuurvisie Sportpark Oudven en omgeving

Natura 2000-gebieden (de gebiedenbeschermingsbepalingen). Alleen bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, blijft het Rijk bevoegd gezag.

Projecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op de beschermde natuur in een Natura 2000gebied zijn vergunningsplichtig.

Daarnaast vindt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Ook in dit kader zijn de provincies het bevoegd gezag.

Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid Het Natuurnetwerk Nederland (voorheen: Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden. Het netwerk wordt gevormd door kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones met als doel natuurgebieden beter met elkaar en met het omringende agrarisch gebied te verbinden.

Gebiedsbescherming vanuit de Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming, heeft voor wat betreft gebiedsbescherming, betrekking op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden. Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten, afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten, mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze bij de voorbereiding van een bestemmingsplan in kaart te worden gebracht en beoordeeld. Natura 2000-gebieden hebben een externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden en verstoring kunnen veroorzaken, moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Een ruimtelijk plan dat significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied kan alleen worden vastgesteld indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Indien deze zekerheid niet is verkregen, kan het plan worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: 1. alternatieve oplossingen zijn niet voorhanden; 2.

het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard; en

3.

de noodzakelijke compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft.

maandag 27 september 2021

Conform artikel 1.12 van de Wet natuurbescherming dragen gedeputeerde staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘Natuurnetwerk Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die tot dit netwerk behoren. De planologische begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnetwerk Nederland loopt via het traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen. Voor deze gebieden geldt een planologisch beschermingsregime. Activiteiten in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op de wezenlijke kenmerken of waarden of als deze kunnen worden tegengegaan met mitigerende maatregelen. Soortenbescherming De Wet natuurbescherming onderscheidt beschermingsregimes voor soorten op grond van internationale verdragen, aangevuld met soorten die vanuit een nationaal oogpunt beschermd worden. Hierdoor zijn er in de Wet natuurbescherming drie verschillende verbodsartikelen per categorie soorten;

  

soorten van de Vogelrichtlijn (artikel 3.1); soorten van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (artikel 3.5); andere soorten (artikel 3.10).

Per beschermingsregime is aangegeven welke verboden er gelden en onder welke voorwaarden ontheffing of vrijstelling kan worden verleend door het bevoegd gezag. Volgens artikel 3.31 zijn de verboden, bedoeld in de artikelen 3.1, 3.5 en 3.10 niet van toepassing op handelingen die zijn beschreven in en aantoonbaar worden uitgevoerd overeenkomstig een door het Ministerie van Economische Zaken goedgekeurde gedragscode en die plaatsvinden in het kader van bestendig beheer, bestendig gebruik, of ruimtelijke ontwikkeling of inrichting. In het kader van de bestemmingsplanprocedure zal een quickscan flora en fauna worden uitgevoerd voor het plangebied, zodat gelet op de potentiele ecologische waarden het voorgenomen plan in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid zal worden uitgevoerd.

4.9

M.E.R.-plicht

Een structuurvisie bevat de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling van een gebied en de hoofdzaken van het door de gemeente te voeren ruimtelijk beleid. Een structuurvisie is geen vrijblijvende visie en moet een zekere realiteitswaarde hebben. Er moet aangegeven worden hoe de voorgenomen ontwikkelingen kunnen worden verwezenlijkt. Structuurvisies zijn vaak m.e.r.-plichtig. De geografische begrenzing (schaalgrootte), de complexiteit en het doel (consolideren of ontwikkelen) van structuurvisies kunnen erg uiteenlopen. Dit heeft zijn invloed op de m.e.r.-plicht en inhoud en vorm van het milieueffectrapport.

26

4 Ruimtelijke uitvoerbaarheid Structuurvisie Sportpark Oudven en omgeving

Wanneer een m.e.r. bij structuurvisies? Bijlagen C en D van het Besluit milieueffectrapportage sommen de activiteiten op waarvoor de m.e.r.-plicht kan gelden. Een milieueffectrapport is wettelijk verplicht bij een structuurvisie als:  de visie kaders stelt voor één of meer van de activiteiten uit de bijlagen C en D. Daarnaast moet de omvang van die activiteiten de drempelwaarden die in de bijlagen zijn genoemd, overschrijden.  de activiteiten in het plan mogelijk significante gevolgen hebben voor Natura 2000-gebieden in (de omgeving van) het plangebied, zodat een ‘passende beoordeling’ nodig is. Deze mag aansluiten bij het abstractieniveau van het plan. Deze structuurvisie stelt kaders voor de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, zoals genoemd in bijlage D (D11.2). Een milieueffectrapport is wettelijk verplicht bij een structuurvisie als deze uitspraken doet over een stedelijke ontwikkeling met een omvang van meer dan 100 ha, of de ontwikkeling van meer dan 2.000 woningen. Deze in de bijlagen genoemde drempelwaarden worden met onderhavige structuurvisie niet overschreden. Daarnaast zullen de activiteiten geen significante gevolgen hebben voor Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied en is er geen ‘passende beoordeling’ nodig. In het kader van deze structuurvisie is derhalve geen sprake van een m.e.r.plicht.

maandag 27 september 2021

27

5 Uitvoeringsparagraaf Structuurvisie Sportpark Oudven en omgeving

5

Uitvoeringsparagraaf

In de Wet ruimtelijke ordening is bepaald dat structuurvisies dienen in te gaan op de wijze waarop de gemeente(raad) zich voorstelt de voorgenomen ontwikkeling “te doen verwezenlijken”, ook wel de uitvoeringsparagraaf genoemd. In dit hoofdstuk wordt achtereenvolgens op een aantal aspecten van de uitvoering ingegaan, te weten:  Economische uitvoerbaarheid  Maatschappelijke uitvoerbaarheid

5.1

Economische uitvoerbaarheid

De economische uitvoerbaarheid van het gebied van deze structuurvisie is op meerdere manieren mogelijk. Op de eerste plaats dienen de kostendragers als woningbouw en gemengde functies zorg te dragen voor de kostenvragers als infrastructuur, ondergrondse voorzieningen, parkeergelegenheid, sportvoorzieningen, groen- en watervoorzieningen etc. Daarnaast kan de reserve ruimtelijke ontwikkeling worden ingezet voor de kostendekking van de bestedingsdoelen van deze reserve. Bij een eventueel resterend dekkingstekort zal vervolgens gekeken worden naar dekkingsmogelijkheden via de reserve grondexploitatie of via het activiteitenplan van de meerjarenprogrammabegroting. Bij de verdere uitwerking van deze structuurvisie naar één of meerdere bestemmingsplannen zal ook de besluitvorming over de wijze van financiële dekking verder ingevuld moeten zijn. 5.1.1

Wet voorkeursrecht

Met het gemeentelijk voorkeursrecht heeft de gemeente een preferente positie ingenomen voor het geval een eigenaar zijn aangewezen gronden of beperkte rechten wenst te verkopen. In het geval van verkoop dient de eigenaar de betreffende gronden en/of beperkte rechten eerst aan de gemeente aan te bieden. Na aanbieding van een onroerende

maandag 27 september 2021

zaak aan de gemeente, is de gemeente niet verplicht de gronden aan te kopen. Op het moment van aanbieding kan het college een afweging maken wél of niet in onderhandeling te treden met de eigenaar. De kosten van de rechterlijke procedure, het deskundigenadvies alsmede redelijkerwijs door de vervreemder voor rechtsbijstand en andere deskundige bijstand gemaakte kosten ten behoeve van het voorkeursrecht komen ten laste van de gemeente.

5.2

Maatschappelijk uitvoerbaarheid

5.2.1

Consultatiefase

In het kader van onderhavige structuurvisie heeft de gemeente Geldrop-Mierlo bewoners en belangstellenden in een zogeheten consultatiefase geïnformeerd en geraadpleegd. Daarnaast zijn de bestaande verenigingen die gebruik maken van de faciliteiten en accommodaties van sportpark ’t Oudven benaderd om een reactie te geven op de conceptvisie en inzicht te geven in het actuele ledenbestand en bezetting van de (sport)accommodaties. De consultatieronde heeft plaatsgevonden in december 2020. In verband met het coronavirus was het niet mogelijk om een fysieke bijeenkomst te organiseren. Er is een aantal alternatieve mogelijkheden bedacht om bewoners en belangstellenden zo goed mogelijk te informeren en hun de ruimte te geven om te reageren op de plannen. Hierbij is gelegenheid geboden tot het maken van opmerkingen via individuele gesprekken. Individuele gesprekken konden zowel fysiek op het gemeentehuis alsook telefonisch of via een videoverbinding worden gevoerd, afhankelijk van de voorkeur van de aanvrager(s) van het gesprek. Er is door

verschillende personen en verenigingen gebruik gemaakt van deze mogelijkheid. Voor het verslag van de inspraakreacties uit de consultatiefase en de beantwoording van deze reacties wordt verwezen naar de bijlagen. 5.2.2

Procedure

De ontwerpstructuurvisie ‘Sportpark Oudven en omgeving’ van de gemeente Geldrop-Mierlo heeft van 23 april 2021 tot en met donderdag 3 juni 2021, zijnde een periode van 6 weken, ter inzage gelegen in de publiekshal van het gemeentehuis van de gemeente Geldrop-Mierlo aan de Meent 2 in Geldrop. Tevens is het plan, inclusief bijbehorende stukken, digitaal raadpleegbaar geweest via www.ruimtelijkeplannen.nl. Gedurende de terinzageleggingsperiode heeft eenieder de kans gehad om zienswijzen omtrent het ontwerp bij de gemeenteraad naar voren te brengen. Op de ontwerpstructuurvisie zijn diverse zienswijzen naar voren gebracht. In het als bijlage toegevoegde document, ‘Nota van Zienswijzen – Structuurvisie Sportpark Oudven en omgeving’, is een overzicht geboden van de ingediende zienswijzen en wat deze zienswijzen inhoudelijk gezien behelzen. De zienswijzen zijn tevens voorzien van antwoorden en er is aangegeven in hoeverre de zienswijzen aanleiding hebben gegeven tot aanpassing van de structuurvisie. Op 6 september 2021 is de vaststelling van de structuurvisie ‘Sportpark Oudven en omgeving’ besproken in de Commissie Ruimte. Naar aanleiding van deze commissievergadering is gevraagd om de structuurvisie ten opzichte van het ontwerp dat ter inzage heeft gelegen globaler op te stellen met betrekking tot de invulling van de beoogde nieuwe sportfunctie(s) op Sportpark ’t Oudven.

Aan dit verzoek is gehoor gegeven. De structuurvisie is vervolgens ter gewijzigde vaststelling aangeboden aan de gemeenteraad.

28

Bijlage 1 Begrenzing

354 ne

dingszo

verbin gische

782

Ecolo

15

359

540

9B 1.660

11-13

9A 24

790

1.661 791 20

1.755

9

51-53

793 1.561

872

679

873

16 846 971

847

845 655 661 901 12

902

604

1.004 10A

Verklaring

812

10

840 839

Sport*

1.005

8

1.750 987

838 843 842

1.751 6

Sport/gemengd -1* 1.481

752

12

599 Parkeren/sport*

8

4

1

972

6

10

Woongebied/parkeren/sport*

974

973 1.584

Woongebied/parkeren* 27

1.585

23

17

1.677

969

Plangebied WVG

15

970

27A

975 13 587

1.279

808

805 Zoekgebied aansluiting autoverkeer

1.739

5.874

11

489

Zoekgebied verbinding langzaam verkeer

807

1.757

490

831

1.756

4.983

491

13

3.6965

5

7.452

830

1.012

Visiekaart Sportpark Oudven e.o. definitief 966 965

12-4-2021

3.698 4.985 1 : 1000

5282 WV1.072 Boxtel

Getekend:

Formaat:

3.823

A2

GvdS 7.451

3.119

7

3.826

3.825 6.767 Projectnr.:

01

7.694

9

3

Tekeningnr.:

info@bro.nl

7.695

4.980

Schaal:

Bosscheweg 107

75.364

1.460

4.984

Datum:

www.bro.nl

Gemeente Geldrop-Mierlo

3

11

Boxtel

+31 (0)411 850 400

10-10A

1.671

5.873

15

5 3

1.673

3.749 17

4.982

* met groen, water en infra t.b.v. bestemming

1.670

822 821

1.482

533

390 4A

955

809

Gemengd -2 (woongebied/bedrijf (t/m cat.2)dienstverlening/maatschappelijk)*

751

84177

3

Sport/woongebied* 912

597

75

1.688

603

Afronding en landschappelijke inpassing Woongebied Luchen 3b

1.68773

10B

602

713

71

69

2.702 83

6.766 85A

P03465 85

87

89

89A

1 5.871

3.612 3.611 91A 91

N 112

114

2.8

Bijlage 2 Visiekaart

Ecolo

ne

dingszo

verbin gische

rrein

Gildete bouw Clubge en groep Lopers g in ig eren orfbalv

bouw

Gildege

K

behoud boom

Optie voor perceelsgewijze ontwikkeling Oudvensestraat

Aansluiting op rondweg (indicatief)

Rondweg Luchen (indicatief)

s en dv Ou

Verklaring

aa tr es

Zoekgebied sportfunctie

t

Zoekgebied parkeerfunctie Zoekgebied gemengde functie

Luchen 3b (in voorbereiding)

Zoekgebied woonfunctie (Luchen 3B)

es p

o

ldr e G g we

Zoekgebied clubhuis Bestaande bebouwing Toekomstige ontsluiting autoverkeer Toekomstige verbinding langzaam verkeer

Zoekgebied hemelwaterberging

Perceelsgewijze ontwikkeling Oudvensestraat / Geldropseweg Zoekgebied hemelwaterberging

a str rg. Bu meer Ter

Aandacht voor beheersbaarheid (geluid)hinder en ruimtelijke inbedding sportvoorzieningen

at

Optie voor perceelsgewijze ontwikkeling Geldropseweg Optie voor ruimtelijk accent op hoekperceel

Visiekaart Sportpark Oudven e.o. definitief Gemeente Geldrop-Mierlo

Boxtel

Datum:

Schaal:

Bosscheweg 107

12-4-2021

1 : 1000

Getekend:

Formaat:

GvdS

A2

Tekeningnr.:

Projectnr.:

01

P03465

5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400 www.bro.nl info@bro.nl

N

Bijlage 3

Verslag consultatieronde conceptstructuurvisie

Bijlage: Verslag consultatieronde In het kader van de voorbereiding van de Structuurvisie over de invulling van het gebied Oudvensestraat en omgeving (Mierlo) heeft de gemeente bewoners en belangstellenden in een zogeheten consultatiefase geïnformeerd en geraadpleegd. Deze consultatieronde heeft plaatsgevonden in december 2020. Vanwege corona was het niet mogelijk om een fysieke bijeenkomst te organiseren. Er is een aantal alternatieve mogelijkheden bedacht om bewoners en belangstellenden zo goed mogelijk te informeren en hen de ruimte te geven om te reageren op de plannen. Er is gelegenheid geboden tot het maken opmerkingen van individuele afspraken op het gemeentehuis, telefonisch of door middel van een videogesprek. Er is door verschillende personen en verenigingen gebruik gemaakt van deze mogelijkheid. Hieronder is themagewijs ingegaan op de ingebrachte opmerkingen, vragen en suggesties en is een reactie gegeven hoe met deze punten is omgegaan in de structuurvisie of omgegaan gaat worden in vervolgtrajecten. Sportverenigingen/gilde - Het gebouw van het Gilde ontbreekt op tekening net als een aanduiding van het gebouw van de lopersgroep en de korfbalvereniging. - Bereikbaarheid van het Gilde terrein is nodig en tevens enkele parkeerplaatsen (ca 4 a 5) ter hoogte van de Oudvensestraat in verband met minder valide leden.

- Kunnen de clubgebouwen gecombineerd worden? - Waarom wordt de tennisvereniging naar deze locatie gehaald? Waarom worden de sportfuncties niet gecombineerd in Mierlo Oost? - Waarom komt de tennisvereniging aan deze zijde van de Oudvensestraat en niet aan de zijde van de Burgemeester Termeerstraat? - Door de lopersgroep, het gilde en de korfbalvereniging is de zorg uitgesproken dat er een lappendeken aan sportvoorzieningen ontstaat en dat door faciliteren van de hockeyclub door aan de noordzijde van de velden een clubgebouw te ontwikkelen, de bestaande sportfuncties in het gedrang komen. Antwoord: - Gildegebouw alsmede het gebouw van de lopersgroep en de korfbalvereniging zullen op tekening geplaatst worden. - In de structuurvisie is opgenomen dat het voornemen is om de sportvoorzieningen voor autoverkeer te ontsluiten via een nieuw aan te leggen wegdeel dat onderdeel uitmaakt van de rondweg van Luchen. Mogelijk wordt dit nieuwe wegdeel aangesloten op de Burgemeester Termeerstraat. Het wegdeel zal dan ten westen van de nieuwe sportvelden komen te liggen. Tegelijkertijd bestaat het voornemen om de Oudvensestraat autoluw te maken. Het ligt daarom voor de hand om alleen aan de westzijde van de sportvelden parkeervoorzieningen aan te leggen – en niet ook aan de zijde van de Oudvensestraat.

Daardoor kunnen de parkeerplaatsen bovendien op een centrale locatie worden gerealiseerd, namelijk tussen de hockeyvelden aan de ene kant en de tennisvelden aan de andere kant. Bij de inrichting van het parkeerterrein wordt nader bezien hoe het parkeren voor het gilde vormgegeven kan gaan worden. Hierbij wordt gestreefd naar parkeervoorzieningen op een acceptabele loopafstand van het gildegebouw. - Op dit moment worden gesprekken gevoerd met de verschillende sportverenigingen. Gezocht wordt naar een compacte en efficiënte opzet van het plan. Ook wordt er gesproken over hoe het clubgebouw moet functioneren voor de vereniging. Op dit moment hebben de tennis- en hockeyverenigingen aangegeven afzonderlijke 2 clubgebouwen te willen realiseren. - Een concentratie van alle sportverenigingen aan de oostzijde van Mierlo was zowel voor de hockeyclub als de tennisclub geen optie. De tennisclub heeft aangegeven graag naar deze locatie te willen verplaatsen. Ze verwachten op deze locatie meer potentie voor de toekomst door de centralere ligging bij de uitbreidingswijk van Mierlo. De uitbreidingswijk zelf krijgt zo ook meer potentie, omdat er diverse (sport)voorzieningen in de buurt gecreëerd worden.

Bovendien zou de keuze voor Mierlo-Oost met zich meebrengen dat niet alleen de tennisclub maar ook de hockeyclub, de korfbalvereniging, het gilde en de lopersgroep naar een andere locatie zouden moeten verhuizen. Dat zou gepaard gaan met aanzienlijk hogere kosten.

-

Het plangebied grenst aan de westzijde aan bestemmingsplan Groot Luchen. Hier zal Luchen deelgebied 3b gerealiseerd worden met de ontsluitingsweg. Wenselijk is om de sportfuncties zoveel mogelijk te bundelen waarbij het parkeren een centrale plek zal krijgen. De structuurvisie geeft op hoofdlijnen de ruimtereserveringen en mogelijke functies en bebouwingsmogelijkheden aan. De uitwerking hiervan vindt plaats in een bestemmingsplan. Wanneer concrete initiatieven zich aandienen zal altijd gekeken worden naar de effecten hiervan op bestaande functies en zal in overleg met betrokken partijen naar opties en oplossingen gekeken worden.

Planning - Wat is de planning voor de structuurvisie en wat zijn de procedurele vervolgstappen voor het gebied? Antwoord: In september 2021 zal de structuurvisie vastgesteld worden. Vervolgens zal er een bestemminsplanprocedure gestart worden op basis van het definitieve programma. • Opstellen ontwerpstructuurvisie: heden – april 2021 • Terinzagelegging ontwerpstructuurvisie, mogelijkheid indienen reacties: ca. april - mei 2021 • Aanpassen structuurvisie n.a.v. zienswijzen/reacties: ca. mei – juni 2021 • Aangepaste structuurvisie naar B&W t.b.v. instemmen met raadsvoorstel voor vaststellen structuurvisie: ca. juni 2021 • Vaststelling structuurvisie door de Gemeenteraad: 24-9-2021 Oudvensestraat/parkeren/verkeersdrukte/verkeersontsluiting 1. Het parkeerterrein aan de Oudvensestraat is klein en is snel vol als de verenigingen aanwezig zijn; 2. Wens om de Ouvensestraat verkeersluwer te maken, hierdoor wordt de rust en verkeersveiligheid verbeterd. 3. Hoe ziet de Oudvensestraat er na realisatie van het tennispark eruit? 4. Het huidige parkeerterrein is veel te klein. Er is veel hinder van geparkeerde auto’s in de straat. 5. Zijn de woningen aan de Oudvensestraat nog steeds bereikbaar na realisatie van het tennispark? 6. In hoeverre wordt de route vanuit de Broekstraat en de Burgemeester Termeerstraat meegenomen in de structuurvisie? 7.

Hoe ziet de totale ontsluitingsstructuur er in de toekomst uit? 8. Wat is de verwachting van het aantal verkeersbewegingen door de nieuwe invulling? 9. Gevreesd wordt dat er door de komst van de nieuwe functies niet meer rustig gewoond zal worden in de straat. 10. Naast ruimte voor autoparkeren, is er aandacht gevraagd om ruimte te reserveren voor het fietsparkeren. 11. Is het mogelijk om een toegang te maken tot het sportterrein aan de noordkant, in het hek langs het kanaal, naar het gildehuis en/of de nieuw te bouwen locatie van de HC Mierlo? Dit door een half of geheel verhard pad aan te leggen tot aan het gebouw van de HC Mierlo vanaf de brug over het kanaal aan de Oudvensestraat? Antwoord: 1. De nieuwe ontsluitingsstructuur zal vanaf de westzijde gerealiseerd worden. Er zal daarbij ook voldoende parkeergelegenheid aan de westzijde van de sportvelden gecreëerd worden. Voor het gilde zal er een klein parkeernadeel bestaan. 2. De Oudvensestraat wordt een autoluwe straat en zal met name een functie krijgen in lokale ontsluiting (bestemmingsverkeer) en als een route voor langzaam verkeer (fietsen en wandelen). Daarbij is het te kleine parkeerterrein aan de Oudvensestraat en de parkeeroverlast in de straat zelf aanleiding geweest om de nieuwe ontsluiting van het sportpark aan de westzijde te realiseren. Ook is de profielbreedte van de Oudvensestraat te

3. 4.

5. 6.

7.

8.

smal om goed en veilig als ontsluiting van het sportpark te kunnen functioneren. Het sportpark blijft voor langzaam verkeer (fietsers/voetgangers) nog wel toegankelijk via de Oudvensestraat. Er zal gezorgd worden voor voldoende parkeergelegenheid ten behoeve van het nieuwe sportpark. In de toelichting van het op te stellen bestemmingsplan zal het aspect parkeren uiteindelijk verder worden onderbouwd. Een belangrijk onderdeel van deze onderbouwing is het aantonen dat sprake is van voldoende parkeergelegenheid. Deze behoefte aan parkeerplaatsen is reeds globaal berekend bij het doorrekenen van het programma van de structuurvisie. Er is voldoende ruimte gereserveerd waar de toekomstige parkeerplaats ingepast kan worden. Na realisatie van het sportpark zal de Oudvensestraat een rustige verkeersluwe straat zijn die nog wel veel gebruikt zal worden door fietsers/voetgangers tussen Mierlo, Brandevoort en het sportpark. Door de ontsluiting van het sportpark en het parkeerterrein naar de westzijde van het sportpark te verplaatsen zal de Oudvensestraat ontlast en verkeersluwer worden. Er is nog geen specifiek ontwerp beschikbaar voor hoe de Oudvensestraat er na realisatie van het tennispark uitziet. In een structuurvisie wordt namelijk normaal gesproken een globaal beeld geschetst van de beoogde ontwikkeling van een gebied.

Een concreet ontwerp voor deze weg zal in een later stadium worden gemaakt. De (bedrijfs)woningen en bedrijven aan de Oudvensestraat zullen nog steeds bereikbaar zijn. Bestemmingsverkeer kan namelijk nog steeds gebruik maken van deze weg. In de structuurvisie is globaal aangegeven waar het zoekgebied voor de bedoelde weg zich bevindt. In het kader van de bestemmingsplanprocedure die zal worden doorlopen na vaststelling van de structuurvisie zal dit voornemen verder worden geconcretiseerd, waarbij wordt aangegeven wat de situering van de weg zal worden. Hoe de totale ontsluitingsinfrastructuur er in de toekomst precies zal komen uit te zien is niet opgenomen in de structuurvisie. Daarvoor is een bestemmingsplan namelijk een geschikter instrument. Ook is nog niet geheel duidelijk hoe de afronding van de nieuwbouwwijk Luchen precies gaat worden vormgegeven. Het verwachtte aantal verkeersbewegingen dat vanwege de eventuele nieuwe functies aan de Oudvensestraat zal beperkt zijn. Daarbij zal het verkeer dat nu van/naar het sportpark rijdt, geen gebruik meer maken van de Oudvensestraat. Het autoverkeer gaat in de toekomst rijden via de nieuw aan te leggen ringstructuur door de woonwijk Luchen. Per saldo is het de verwachting dat de intensiteit van het autoverkeer over de Oudvensestraat zal afnemen.

Op langere termijn is het de ambitie dat de Oudvensestraat als fietsstraat zal worden ingericht waar de auto ‘te gast’ is. Het is de bedoeling dat het aanpassen van het profiel zal worden opgepakt gelijktijdig met onderhoud aan de straat zelf. De ontsluitingsstructuur van woonwijk Luchen kenmerkt zich door een ringstructuur. Vanaf de rotonde Geldropseweg-Kwikstaart loopt deze parallel aan de Wetering richting deelgebied 2 en vervolgens via dit plandeel aan de noordzijde de Burg. Termeerstraat kruist. In het nog te ontwikkelen deelgebied 3B zal deze in zuidelijke richting afzakken om vervolgens weer de Burg. Termeerstraat te kruisen en via de wegen Hooiwagen en Bijenkorf weer op de Kwikstaart aan te sluiten. Op onderstaande afbeelding is deze structuur globaal weergegeven.

9. In de praktijk van planvormingsprocessen dient standaard gekeken te worden naar het omgevingsaspect ‘bedrijven en milieuzonering’. De reden waarom milieuzonering wordt toegepast is om een voldoende grote ruimtelijke scheiding aan te houden tussen functies die zich niet verdragen. Bij milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’. Hierin zijn richtafstanden opgenomen voor milieubelastende functies (bv. bedrijven en sportfuncties) en milieugevoelige bestemmingen (bv. wonen). Tijdens de bestemmingsplanprocedure zal worden bekeken in hoeverre aan deze richtafstanden voldaan en waar al dan niet met nadere maatregelen tot een aanvaardbare woon- en leefsituatie gekomen gaat worden. Dit geldt zowel voor de beoogde sportfunctie als voor eventuele andere gemengde functies zoals kleinschalige bedrijvigheid, kantoortjes, dienstverlening of maatschappelijke voorzieningen. Eventueel noodzakelijke geluidsreducerende maatregelen zullen, indien aan de orde, via het op te stellen bestemmingsplan worden geborgd. Daarbij ziet de gemeente het Oudven primair als een bedrijventerrein met mogelijkheden om bij het bedrijf te wonen in een bedrijfswoning.

Er is dan ook geen sprake van een rustig woongebied, maar van een gebiedstype waar sprake is van gemengde functies waarvoor geldt dat hier bij de planologische keuze om andere functies – die enige mate van milieu-effecten met zich meebrengen – toe te staan, meer afwegingsruimte bestaat. Bij de keuze om aan de Oudvensestraat incidenteel gemengde functies toe te voegen als overgang tussen het bedrijventerrein en het sportpark heeft dit aspect een rol gespeeld. Op enkele locaties is er een uitzondering gemaakt door burgerwoningen te bestemmen. De gemeente heeft in overweging of deze uitzonderingen voor de lange termijn wenselijk blijft. Mogelijk zal dit voor de toekomst weer worden herbestemd naar bedrijfswoningen met overgangsrecht voor degene die er nu woonachtig zijn. Overleg met de bewoners zal hierover worden aangegaan. In het kader van de structuurvisie is globaal gekeken naar de geluidsuitstraling van het beoogde tennispark. Dit is gedaan door verschillende mogelijke varianten van het tennispark akoestisch te beschouwen. Er zijn daarbij veel variabelen waarbij er per variant andere inpassingsmaatregelen zijn voorgesteld. Afhankelijk van de keuze voor een bepaalde inrichtingsvariant, zijn ook bepaalde geluidreducerende maatregelen nodig ter borging van een goed woon- en leefklimaat voor de bestaande (bedrijfs)woningen. 10.

Naast ruimte voor autoparkeren, is er ruimte gereserveerd voor het realiseren van voldoende fietsparkeerplaatsen. Waar deze komen te liggen, is nog een uitwerkings- en ontwerpvraagstuk.

11. Deze optie zal bij de uitwerking van de plannen nader worden bezien, waarbij het nadrukkelijk de voorkeur heeft het autoverkeer via de westzijde naar het sportterrein te laten rijden. Woningopgave 1. Hoe ziet de woningopgave eruit voor het plangebied en de directe omgeving? 2. Hoeveel woningen gaan er gebouwd worden? Antwoord: 1. De woningopgave sluit aan bij de huidige wijk Luchen: sociale woningbouw, middeldure huurwoningen, ruimte voor cpo (collectief particulier opdrachtgeverschap) initiatieven, starterswoningen en een deel vrijstaande woningen. Ook nieuwe woonvormen zoals woonzorgcombinaties worden meegenomen. Het gaat daarbij om een relatief beperkt woonprogramma. 2. Het aantal woningen in het structuurvisiegebied is op dit moment nog niet bekend en is afhankelijk van de uiteindelijke ruimtelijk-stedenbouwkundige invulling van Luchen-Oost (deelgebied 3b). Functies plangebied 1. Welke functies gaan er in het plangebied komen en ook tussen het tennispark en de Oudvensestraat? 2. Gevraagd wordt wat de betekenis is van de groengrijze streepjes op de kaart? 3. Wat is de visie van de gemeente voor de functies aan de Oudvensestraat specifiek het wonen en werken? 4. Welke uitstraling krijgt de Oudvensestraat passend bij de aangrenzende functies? 5.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=GeldropMierlo&id=cae3bd43-6933-4781-87be-eb13f22a3b91