CConstaterende datGeldrop-Mierlo
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan - Toelichting

Commissie Ruimte 27 november 2023, gemeente Geldrop-MierloBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Heiderschoor 2, Broekstraat 79-83 in Mierlo18.772 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

In deze notitie is 'Het Broek' aangewezen als een bebouwingsconcentratie. De planlocatie is in deze visie weliswaar niet aangeduid als onderdeel van de bebouwingsconcentratie, maar maakt hier gezien het historisch en huidig stedenbouwkundig beeld wel onderdeel van uit, zoals ook opgenomen in de DRS van de structuurvisie. Het bebouwingslint aan de Broekstraat heeft hoofdzakelijk een woonfunctie en in mindere mate een agrarische functie. Er wordt hier gestreefd naar instandhouding en versterking van het historisch karakter.

bestemmingsplan Heiderschoor 2, Broekstraat 79-83 Mierlo

29

Ruimtelijke kwaliteitsverbetering kan hier met name worden behaald door sloop van overtollige bebouwing. Door het bieden van extra functionele mogelijkheden kan worden bijgedragen aan het behoud van waardevolle cultuurhistorische bebouwing. Bij functieverandering van (voormalige) agrarische bedrijfslocaties gaat de voorkeur uit naar wonen en/of kleinschalige niet-agrarische bedrijvigheid. Behoud van zichtrelaties vanuit het bebouwingscluster naar open gebieden is gewenst. Uitsluitend aan de noordoostrand van de bebouwingsconcentratie wordt aanplant van groen wenselijk geacht om de overgang naar het woongebied Brandevoort te verzachten.

Uitsnede visiekaart het Broek, stermarkering markeert de herontwikkellocatie Een agrarische bedrijfslocatie met bijbehorende negatieve uitstralingseffecten in een historisch bebouwingslint nabij een kernrandzone en recreatiegebied wordt herontwikkeld tot een kleinschalige woon-werklocatie. Het voornemen leidt tot een kwaliteitsverbetering door sloop van een aanzienlijke hoeveelheid overtollige bebouwingsbebouwing en voorzieningen en versterking van de bestaande afschermende groenstrook, die dient als zorgvuldige landschappelijke inpassing. Daarnaast worden twee bestaande karakteristieke langgevelboerderijen in stand gehouden. Dit wordt ter plaatse passend geacht binnen het beoogde beleid.

30

bestemmingsplan Heiderschoor 2, Broekstraat 79-83 Mierlo

4.3.3 Ontwerp-Omgevingsvisie Geldrop-Mierlo De gemeente Geldrop-Mierlo heeft in juni 2022 de ontwerp Omgevingsvisie Geldrop-Mierlo gepubliceerd. Hierin geeft de gemeente haar doelen voor de lange termijn weer en geeft de gemeente aan hoe zij wil dat het landschap er in 2040 uitziet. Een sterke economische basis van het platteland is nodig voor de leefbaarheid, de werkgelegenheid en als verdienmodel achter het in standhouden van de kwaliteit in het landelijk gebied. Voldoende economische kansen zorgen voor meer financiële draagkracht voor het landschap en voorkomen verloedering en ongewenste (illegale) activiteiten in vrijgekomen (agrarische) bedrijfsbebouwing. De gemeentelijke ambities voor de toekomst van het buitengebied zijn: Een vitaal en levendig buitengebied Een hoge kwaliteit van natuur en landschap Energieneutraal in 2050 Om een deel van de energiebehoefte in het buitengebied op te wekken wil de gemeente ruimte bieden aan zonnevelden die goed in het landschap ingepast worden. In de onderstaande afbeelding is een uitsnede weergegeven van de belangrijkste ambities van het buitengebied. De planlocatie ligt binnen het duurzaam recreatielandschap. Voor het buurtschap 't Broek wordt onder andere nadruk gelegd op de cultuurhistorische waarden van de erfinrichting, bebouwing en verkaveling.

Uitsnede kaart 'Multifunctioneel buitengebied' Het initiatief tot het beëindigen van de varkenshouderij tot een locatie voor de opslag van duurzame energie draagt, zeker in combinatie met de naastgelegen zonneweide, bij aan de ontwikkeling van het duurzaam recreatielandschap. Met het voornemen worden twee cultuurhistorische langgevelboerderijen behouden en

bestemmingsplan Heiderschoor 2, Broekstraat 79-83 Mierlo

31

wordt de oorspronkelijke kavelindeling teruggebracht. Het bedrijf draagt als economische drager bij aan de vitaliteit van het buitengebied. Het voornemen past binnen de ontwerp Omgevingsvisie Geldrop-Mierlo. Daarmee kan worden gesteld dat het intiatief ook past binnen het toekomstig, nog vast te stellen, ruimtelijk beleid van de gemeente.

32

bestemmingsplan Heiderschoor 2, Broekstraat 79-83 Mierlo

Hoofdstuk 5 5.1

Milieu- en omgevingsaspecten

Bedrijven en milieuzonering

Vanuit het aspect 'goede ruimtelijke ordening' dient er voldoende ruimtelijke scheiding te zijn tussen hinderveroorzakende (o.a. bedrijven) en hindergevoelige functies (waaronder woningen). Voorgaande moet op twee manieren getoetst worden. Enerzijds wordt er gekeken of het perceel zelf veroorzaker is van hinder en anderzijds wordt bekeken of het perceel kwetsbaar is voor hinder. Hiervoor worden de afstanden uit de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' in beginsel als maatgevend beschouwd'. Het planvoornemen bestaat uit de herbestemming van een (voormalige) veehouderijlocatie naar een bedrijfslocatie voor (statische) opslag en twee burgerwoningen. In deze paragraaf zijn de functies en activiteiten in de omgeving beoordeeld, om aan te tonen dat de omliggende functies niet worden gehinderd en geen hinder wordt ondervonden vanuit de omgeving. In het kader van het voorliggende plan is daarnaast de functietoedeling binnen het plangebied van belang. 5.1.1 Hindergevoelige functies binnen het plangebied Het planvoornemen voorziet niet in het toevoegen van nieuwe hindergevoelige functies. Wel worden twee van de drie bestaande bedrijfswoningen omgezet naar een burgerwoning. Om voor deze woningen in beeld te brengen of sprake is van een goede ruimtelijke ordening en een goed woon- en leefklimaat, zijn de omliggende hinderveroorzakende functies in de omgeving beoordeeld.

Een woning is geen hinderveroorzakend object, maar wel aan te merken als gevoelig object. Toetsing van mogelijke hinder die het planvoornemen veroorzaakt op hindergevoelige functies in de omgeving is daarom niet noodzakelijk. Wel dient ter plekke van de te realiseren woning een goed woon- en leefklimaat gegarandeerd te worden. Bovendien mag het planvoornemen niet leiden tot een belemmering in de bedrijfsvoering voor omliggende bedrijven. De volgende bedrijven liggen in de nabijheid van de woningen die een nieuwe bestemming krijgen: Adres

Functie

Milieucategorie

Richtafstand (m)

Broekstraat 87 Heiderschoor 2A Broekstraat 75 Broekstraat 58 Broekstraat 67

Restaurant Varkenshouderij Melkveehouderij Varkenshouderij Grondgebonden agrarisch bedrijf Melkveehouderij Dierentuin Dierenpension

1 4.1 3.2 4.1 2

10 m 200 m 100 m 200 m 30 m

Afstand tot de herontwikkellocatie (m) 8m 230 m 115 m 135 m 360 m

3.2 3.2 3.2

100 m 100 m 100 m

380 m 290 m 475 m

Broekstraat 50 Baroniehei 1 Heiderschoor 9 Tabel richtafstanden

Het plangebied ligt binnen de richtafstand van het restaurant op Broekstraat 87 en de varkenshouderij Broekstraat 58. Het plangebied ligt buiten de richtafstanden van alle overige bedrijven. Met betrekking tot het restaurant op Broekstraat 87 geldt dat sprake dient te zijn van voldoende functiescheiding tussen de woning Broekstraat 83 en het restaurant. De afstand tussen de restaurantslocatie en het plangebied bedraagt 7 m en is kleiner dan de richtafstand van 10 m. De afstand tussen het restaurant

bestemmingsplan Heiderschoor 2, Broekstraat 79-83 Mierlo

33

en de gevel van de bestaande woning Broekstraat 83 bedraagt echter meer dan 10 m. Er vindt met het plan geen verandering plaats in de afstand tussen het restaurant en de woning Broekstraat 83. Er is sprake van een goed woon- en leefklimaat en de bedrijfsvoering van het restaurant wordt niet belemmerd. Voor de varkenshouderij op Broekstraat 58 geldt een richtafstand van 200 m in het kader van geur. De varkenshouderij heeft zijn bedrijfsactiviteiten echter inmiddels beëindigd. Omdat de locatie planologisch nog steeds is bestemd als intensieve veehouderij, is in paragraaf 5.3 Geur het aspect geur nader gemotiveerd. Er is in het kader van geur sprake van een goed woon- en leefklimaat ter plekke van de drie bestaande woningen binnen het plangebied. De varkenshouderij Broekstraat 58 wordt niet in haar bedrijfsvoering belemmerd en de ligging van het bedrijf vormt eveneens geen belemmering voor het planvoornemen. Voor de hindergevoelige functies binnen het plangebied, de drie bestaande woningen, zijn niet alleen de functies buiten het plan beoordeeld, maar is ook gekeken naar de mogelijkheden voor bedrijfsactiviteiten binnen het plangebied. De bedrijfswoning Broekstraat 79 is in beginsel niet gevoelig voor de bedrijfsactiviteiten van het eigen bedrijf.

Broekstraat 83 en Heiderschoor 2 worden bestemd als burgerwoning en zijn in de nieuwe situatie wel gevoelig voor de bedrijfsactiviteiten. De afstand tussen de twee woonlocaties en de bedrijfslocatie bedraagt in beginsel 0 m. In paragraaf 5.1.2 is nadere toelichting gegeven over de hinderveroorzakende activiteiten binnen het plangebied. 5.1.2 Hinderveroorzakende activiteiten binnen het plangebied Voor de locatie Broekstraat 79 wordt de bestemming 'Bedrijf' toegewezen, waarbinnen bedrijfsactiviteiten mogelijk zijn. De bedrijfslocatie ligt direct tegen de woonlocaties Heiderschoor 2 en Broekstraat 83. Bij het toekennen van gebruiksmogelijkheden en bedrijfsactiviteiten moet rekening gehouden worden met de aanwezigheid van deze twee burgerwoningen. De bedrijfsactiviteiten zijn daarom beperkt tot opslagactiviteiten en kleinschalige activiteiten in de vorm van een aan-huis-verbonden-beroep. In artikel 4.1.2 is de functioneel-ruimtelijke invulling van de bedrijfslocatie vastgelegd. De invulling van de bedrijfslocatie bestaat uit statische binnenopslag, voorzieningen voor het opslaan van hernieuwbare energie en overige stalling en opslag ten behoeve van het beheer van agrarische gronden en het aan-huis-verbonden-bedrijf. De invulling heeft slechts in beperkte mate effecten op de omgeving. De opslag van hernieuwbare energie vindt plaats in zeezoutbatterijen.

In tegenstelling tot lithiumbatterijen bestaat bij zeezoutbatterijen geen explosiegevaar en is geen sprake van stralingseffecten. Zeezoutbatterijen zijn veilig en kennen geen richtafstand voor gevaar. In artikel 4.4.3 van de regels wordt de opslag van hernieuwbare energie beperkt tot de opslag in zeezoutbatterijen. Daarmee wordt juridisch geborgd dat geen vormen van energieopslag met externe (veiligheids)effecten worden gerealiseerd. Doordat ten behoeve van de landschappelijke inpasing een aanduiding 'groen' wordt opgenomen op de verbeelding, wordt tevens enige (beperkte) afstand geborgd tussen de woonfunctie en de bedrijfsactiviteiten. Gelet op het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat sprake is van voldoende functiescheiding en een goed woon- en leefklimaat ter plekke van de woningen Broekstraat 83 en Heiderschoor 2. Daarmee kan eveneens worden geconcludeerd dat geen sprake is van milieuhinder voor de omliggende locaties, waaronder Broekstraat 62, 75 en 87. 5.1.3 Conclusie Het plan leidt niet tot beperkingen voor omliggende functies. Ook vormen omliggende functies geen belemmering voor het plan. Binnen de woon-werklocatie 'Heiderschoor 2, Broestraat 79-83' is tevens sprake van voldoende functiescheiding. Gelet op vorenstaande vormt het aspect bedrijven en milieuzonering geen belemmering voor het planvoornemen.

34

bestemmingsplan Heiderschoor 2, Broekstraat 79-83 Mierlo

5.2

Geluid

Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient op basis van de Wet geluidhinder te worden onderzocht of sprake is van geluidsoverlast, in het bijzonder in verband met verkeer, spoor of bedrijven. In de Wet geluidhinder is bepaald dat ten aanzien van zogenaamde 'geluidgevoelige objecten' wettelijke eisen gelden ten aanzien van de maximale belasting. Er is sprake van drie bestaande bedrijfswoningen, die in dit plan een nieuwe bestemming krijgen. Het gaat om bestaande geluidgeovelige objecten. Het plan voorziet niet in het toevoegen van een nieuw geluidgevoelig object. Op basis van art. 76 lid 3 Wgh hoeft de geluidbelasting van een aanwezige weg (waar geen wijzigingen optreden) op bestaande woningen niet getoetst te worden aan de grenswaarden. Het plangebied ligt niet binnen de richtafstand van geluid van omliggende bedrijven. Voor de vestiging van het bedrijf op Broekstraat 79 geldt dat sprake is van bedrijfsactiviteiten met beperkte effecten op de omgeving. Een akoestisch onderzoek industrielawaai is daarom niet noodzakelijk. Het aspect geluid vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

5.3

Geur

De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) is op 1 januari 2007 in werking getreden. Met de Wet geurhinder en veehouderij geldt één toetsingskader voor vergunningplichtige veehouderijen in de hele gemeente. Voor niet vergunningplichtige veehouderijen en overige agrarische niet vergunningplichtige bedrijven is het Activiteitenbesluit het toetsingskader. De Wet geurhinder en veehouderij bevat normen en afstanden die bedrijven moeten aanhouden ten opzichte van geurgevoelige objecten. Daarnaast geeft de Wet geurhinder en veehouderij gemeenten de beleidsvrijheid om maatwerk te leveren dat is afgestemd op de ruimtelijke en milieuhygiënische feiten en omstandigheden in een concreet gebied en de gewenste (toekomstige) ruimtelijke inrichting. 5.3.1 Verbetering woon- en leefklimaat in de bebouwingsconcentratie Bij de voorgenomen ontwikkeling is sprake van beëindiging van de intensieve veehouderij Broekstraat 79-83. Hierbij wordt het bedrijf omgeschakeld naar een niet-veehouderijbedrijf en twee burgerwoningen. Bij de intensieve varkenshouderij, die inmiddels haar bedrijfsactiviteiten heeft beëindigd, was sprake van een geuremissie op de omgeving die gepaard ging met mogelijke geuroverlast. Op de locatie is sprake van een varkenshouderij, waarvoor tot 30 april 2021 een vergunning gold voor onder andere het houden van 3.884 varkens (biggen, zeugen, dekberen, vleesvarkens).

De milieutoestemming is voor het houden van varkens is op 30 april 2021 ingetrokken in verband met de deelname van het bedrijf aan de Subsidieregeling sanering varkenshouderijen. De geuremissie op de planlocatie bedroeg vóór de intrekking 40.833,50 ou/s (beschikkingsdatum 1 november 2012). Op basis van de berekende geuremissie was sprake van een voor geur overbelaste situatie in de bebouwingsconcentratie langs de Broekstraat, met name voor de woningen Broekstraat 62 en 87. Om deze overbelaste situatie weg te nemen heeft het Rijk een beschikking afgegeven voor de Subsidieregeling sanering varkenshouderijen (Srv). De bijbehorende herbestemming maakt een hervestiging van een varkenshouderij planologisch onmogelijk. Met het definitief beëindigen van de varkenshouderij is sprake van een aanzienlijke verbetering van een woon- en leefklimaat voor de omliggende (burger)woningen. Daarnaast is sprake van een verbetering van het woon- en leefklimaat voor de gronden in de gemeente Helmond, waarop momenteel woningbouwontwikkelingen voor de uitbreiding van Brandevoort plaatsvinden.

bestemmingsplan Heiderschoor 2, Broekstraat 79-83 Mierlo

35

5.3.2 Ontwikkelingsmogelijkhedennaastgelegen bedrijven De veehouderij Broekstraat 79-83 is in de directe omgeving één van de laatste agrarische bedrijven voor het houden van dieren. In de directe omgeving beschikt alleen het bedrijf Heiderschoor 2A over een milieuvergunning voor het houden van dieren met een geuremissiefactor. Daarnaast is het bedrijf Broekstraat 58 planologisch bestemd als intensieve veehouderij. Op de planlocatie zijn de bestaande bedrijfswoningen Heiderschoor 2, Broekstraat 79 en Broekstraat 83 aanwezig. Alle drie de woningen zijn buiten de bebouwde kom gelegen geurgevoelige objecten, die na 19 maart 2000 deel hebben uitgemaakt van een veehouderij. Ook na herbestemming betreft het geurgevoelige objecten die na 19 maart 2000 deel hebben uitgemaakt van een veehouderij. Op basis van artikel 3, lid 2 van de Wet geurhinder en veehouderij kan een vaste afstand worden gehanteerd van 50 meter (vaste afstand in het buitengebied). Een berekening van de voorgrondbelasting, bedoeld om eventuele aantasting van rechten van omliggende veehouderijen inzichtelijk te maken, kan daarom achterwege blijven. De afstand tussen het plangebied en de veehouderij Broekstraat 58 bedraagt 135 m. De afstand tussen het plangebied en de veehouderij Heiderschoor 2A bedraagt 230 m.

Met de voorgenomen ontwikkeling neemt de geurgevoeligheid van de betreffende objecten niet toe en wordt de afstand tussen de veehouderijen niet kleiner. Met de herbestemming van de veehouderij naar een woon-werklocatie worden de rechten van de naastgelegen veehouderijen niet geschaad. 5.3.3 Woon- en leefklimaat in relatie tot de nieuwe functie Naast het feit dat de ontwikkeling niet mag leiden tot een belemmering voor omliggende bedrijven, dient te worden beoordeeld dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in relatie tot de nieuwe functie Om het woon- en leefklimaat te bepalen is de achtergrondbelasting bepalend. Op de onderstaande kaart is de beoordeling van het woon- en leefklimaat weergegeven op basis van de indicatieve berekende achtergrondbelasting. In de situatie na 30 april 2021 is alleen de veehouderijlocatie Heiderschoor 2A nog van belang voor de planontwikkeling. Na beëindiging van de veehouderij Broekstraat 79-83 kan het woon- en leefklimaat ter plekke van de planlocatie worden geclassificeerd als 'goed', wat overeenkomt met een geurbelasting van 3,1 tot 7,4 ouE/m3 .

36

bestemmingsplan Heiderschoor 2, Broekstraat 79-83 Mierlo

Woon- en leefklimaat op basis van indicatieve berekening achtergrondbelasting De gemeente Geldrop-Mierlo heeft geen eigen geurverordening vastgesteld, waarmee de wettelijke kaders maatgevend blijven. Ter plaatse gelden daarom de geurnormen uit de Wgv. Ter plaatse van het plangebied is sprake van een (berekende) achtergrondbelasting die in elk geval lager is dan 7,4 ouE/m3 . Daarmee kan worden gesteld dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Ook in de toekomst zal sprake zijn van een goed woon- en leefklimaat binnen de bebouwingsconcentratie langs de Broekstraat. Voor de varkenshouderij Broekstraat 58 geldt dat de milieuvergunning voor het houden van varkens volledig is ingetrokken. Bij een eventuele herstart van de veehouderijlocatie Broekstraat 58 moet een nieuwe milieuvergunning worden aangevraagd en dient in het kader van geur rekening gehouden te worden met de bestaande woningen langs de Broekstraat, waaronder een burgerwoning op zeer korte afstand van de varkenshouderij Broekstraat 58. Daarmee is voldoende aannemelijk dat ook in de toekomst geen sprake is van een hoge geurimissie op de planlocatie, afkomstig van de veehouderij Broekstraat 58. 5.3.4 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling leidt tot een verbetering van het woon- en leefklimaat in de bebouwingsconcentratie langs de Broekstraat en leidt niet tot een belemmering voor omliggende agrarische bedrijven.

Er is sprake van een goed woon- en leefklimaat ter plekke van de (bestaande) geurgevoelige functies. Het aspect geur vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

bestemmingsplan Heiderschoor 2, Broekstraat 79-83 Mierlo

37

5.4

Bodem

Indien er sprake is van een planologische functiewijziging, dient te worden onderzocht of de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse geschikt is voor het voorgenomen gebruik. Het plan voorziet in een planologische functieverandering van een agrarische bedrijfslocatie naar een woon-werklocatie. Om inzicht te krijgen in milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse zijn bodemonderzoeken verricht. 5.4.1 Verkennend bodem- en asbestonderzoek Door Aelmans ECO B.V. is een verkennend bodemonderzoek inclusief historisch vooronderzoek en asbestanalyse uitgevoerd conform NEN-5740, NEN-5725 en NEN-5707 (rapportnummer E203365.008/HWO, d.d. 16 december 2020, Bijlage 2). Uit het verkennend bodem- en asbestonderzoek is gebleken dat plaatselijk sprake is van verontreinigingen, welke vanuit milieuhygiënische oogpunt aandacht behoeven ten opzichte van de beoogde bestemmingswijziging c.q. herinrichting van de locatie. Dit betreft de onderstaande punten: Asbest in drupzone 3 en 4: Grond ter plaatse van de drupzone 3 en 4 dient gesaneerd te worden vanwege de sterk verhoogde concentraties asbest in de toplaag (0,0-0,25 m-mv); Voorafgaande aan de sanering van deze terreindelen, dient een BUS-melding opgesteld te worden; Asbest in boring 30: Uit de analyseresultaten van monster 5 (boring/inspectiegat nr.

30) blijkt, dat een concentratie asbest van 70 mg/kg ds wordt aangetroffen, waarvoor een nader asbestonderzoek opgesteld moet worden. Het is aanbevelingswaardig om alhier een nader asbestonderzoek op te starten wanneer de aanwezig verharding is verwijderd. Dit teneinde fatsoenlijk inspectiegaten of sleuven te kunnen maken en een betere visuele inspectie te kunnen uitvoeren. Vanwege de aangetroffen concentratie asbest, ter plaatse van de geroerde bodemlaag ter plaatse van boring 30, dient alhier een nader asbestonderzoek uitgevoerd te worden. Voornoemde bodemlaag is tevens matig met minerale olie verontreinigd, waardoor voornoemde bodemlaag als niet toepasbare grond gekwalificeerd dient te worden; 5.4.2 Verkennend onderzoek asbest en aanvullend bodemonderzoek Naar aanleiding van de resultaten is door initatiefnemer een sanering uitgevoerd ter plekke van de drupzones. Na afloop van de sanering is ter bevestiging door Tritium Advies een verkennend onderzoek asbest en aanvullend onderzoek naar PCB uitgevoerd (rapportnummer 2207/065/TB-01, d.d. 1 augustus 2022, Bijlage 3). Aanleiding voor het onderzoek dat door Tritium is uitgevoerd, was het ontbreken van een eindverificatie van een grondsanering ter plaatse van de druppelzones.

Op basis van de onderzoeksresultaten blijkt dat in de meest verdachte bodemlagen geen asbestverontreiniging aanwezig is en geen noemenswaardige verontreiniging met PCB. Derhalve mag worden aangenomen dat de bodem geschikt is voor het huidige en voorgenomen gebruik. 5.4.3 Conclusies in relatie tot het bestemmingsplan Door de initiatiefnemer is een BUS-melding uitgevoerd. De Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant heeft op 26 september 2022 een beschikking afgegeven, waarin wordt ingestemd met de uitgevoerde sanering en wordt gesteld dat de achtergrondwaarden (AW2000) met de sanering in voldoende mate zijn gehaald (kenmerk Z-2022-001612). De bodem is daarmee geschikt voor de nieuwe bestemming. In het kader van het bestemmingsplan is het van belang dat sprake is van een financiële uitvoerbaarheid. Aangezien de noodzakelijke sanering reeds is uitgevoerd is geen sprake meer van financiële lasten voor de

38

bestemmingsplan Heiderschoor 2, Broekstraat 79-83 Mierlo

initiatiefnemer. Er is sprake van een financieel uitvoerbaar planvoornemen. Het aspect bodem vormt geen verdere belemmering voor het uitvoeren van het plan en het toekennen van de nieuwe bestemming.

5.5

Luchtkwaliteit

In hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer (hierna ook: Wm), zijn de belangrijkste bepalingen inzake de luchtkwaliteit opgenomen. Dit hoofdstuk staat ook wel bekend als de 'Wet luchtkwaliteit'. Het doel van titel 5.2 Wm is om de mensen te beschermen tegen de negatieve gevolgen van luchtverontreiniging op hun gezondheid. In de wet- en regelgeving zijn de richtlijnen uit de Europese regelgeving opgenomen, waaraan voorgenomen ontwikkelingen dienen te voldoen. Bijdrage van de ontwikkeling aan de luchtkwaliteit: Indien een project aangeduid kan worden als Niet in betekenende mate (NIBM) vormen de luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid van een bestuursorgaan ex artikel 5.16 Wm. In het besluit NIBM wordt gesteld dat een project NIBM is wanneer het aannemelijk is dat het een toename van de concentratie veroorzaakt van maximaal 3%. De 3% grens wordt gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijn stof (PM1 0) of stikstofdioxide (NO2 ). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel PM1 0 als NO2 . In de regeling NIBM is (onder andere) aangegeven dat een plan tot 1.500 woningen niet in betekenende mate bijdraagt aan de toename van de concentratie fijn stof en stikstofdioxide in de lucht.

Het initiatief bestaat uit drie bestaande woningen en een bedrijf met geringe effecten op de luchtkwaliteit. Het bedrijf wordt gerealiseerd in samenhang met de bedrijfsbeëindiging van de varkenshouderij, waarbij de fijnstofemissie bij de veehouderijactiviteiten verdwijnt. Op de locatie Broekstraat 79-83 was tot 30 april 2021 sprake van een varkenshouderij, met een vergunning voor het houden van onder andere 3.884 varkens (beschikkingsdatum 1 november 2012). De fijnstofemissie bedroeg tot en met 30 april 2021 366 kg per jaar. Het definitief beëindigen van de varkenshouderij leidt tot een verbetering van het woon- en leefklimaat voor omliggende (burger)woningen. Er is sprake van een forse verbetering en daarmee van een project dat kan worden gekenmerkt als NIBM. Woon en leefklimaat ter plekke van de planlocatie: Naast het feit dat de bijdrage van de ontwikkeling zelf aan de concentraties PM1 0 en NO2 , dient te worden beschouwd of ter plekke van de woningen Heiderschoor 2, Broekstraat 79 en Broekstraat 83 sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Daarnaast mag de ontwikkeling niet leiden tot een belemmering van de omliggende veehouderijen. De ontwikkeling leidt tot een forse afname van de fijnstofemissie binnen de planlocatie, waardoor de situatie ter plekke verbeterd. Bovendien is sprake van een forse afstand tussen de veehouderij Heiderschoor 2A en het plangebied (230 m).

Er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en het aspect endotoxinen vormt geen belemmering voor de beoogde planontwikkeling en omgekeerd ook niet voor de veehouderijen in de omgeving. Conclusie: Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

5.6

Externe veiligheid

Externe veiligheid heeft betrekking op locaties waar een ongeval met gevaarlijke stoffen kan plaatsvinden, waardoor personen die geen directe relatie hebben tot de risicovolle activiteit zouden kunnen komen te overlijden. Bij een ruimtelijke besluit voor het toelaten van (beperkt) kwetsbare objecten moet worden getoetst aan risiconormen en veiligheidsafstanden. Dit is met name relevant op korte afstand van risicobronnen. Indien een (beperkt) kwetsbaar object wordt toegelaten binnen het invloedsgebied van een belangrijke risicobron, moet ook het groepsrisico worden verantwoord. Bovendien is het van belang om af te wegen in hoeverre nieuwe risicobronnen binnen een plangebied worden toegestaan. Voor de beoordeling van een ruimtelijk plan moet voor externe veiligheid worden vastgesteld of het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied van specifieke risicovolleinrichtingen, relevante

bestemmingsplan Heiderschoor 2, Broekstraat 79-83 Mierlo

39

transportroutes voor het vervoer van gevaarlijke stoffen of relevante buisleidingen. Toetsingskaders zijn het "Besluit externe veiligheid inrichtingen" (Bevi), het "Besluit externe veiligheid transportroutes" (Bevt) en het "Besluit externe veiligheidbuisleidingen" (Bevb). Daarnaast zijn in het Vuurwerkbesluit en het Activiteitenbesluit milieubeheer veiligheidsafstanden genoemd die rond stationaire risicobronnen, niet zijnde een Bevi-inrichting, moeten worden aangehouden. De drie bestaande bedrijfswoningen zijn conform artikel 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen aan te merken als beperkt kwetsbare objecten. Het omzetten van een bedrijfswoning naar een woning betreft het wijzigen van een beperkt kwetsbaar object naar een kwetsbaar object, tenzij niet meer dan twee woningen per hectare aanwezig zijn. Om te bepalen of sprake is van beperkt kwetsbare objecten, danwel kwetsbare objecten, zijn de woningen in de direct omgeving (ca. 150 m) van het plangebied geanalyseerd. Binnen 150 m van het plangebied (d.w.z. een gebied met een oppervlakte van ca. 18 ha) liggen, naast de drie bedrijfswoningen, nog drie andere woningen. Er is derhalve sprake van minder dan één woning per hectare, waardoor de woningen ook in de nieuwe situatie kunnen worden aangemerkt als beperkt kwetsbaar object. Er vindt met het planvoornemen geen wijziging plaats.

Het planvoornemen betreft het oprichten van een bedrijfslocatie met energieopslag in zeezoutbatterijen. Het opslaan van energie in zeezoutbatterijen is veilig en kent geen risico in het kader van externe veiligheid. Andere vormen van energieopslag zijn uitgesloten in de regels van het bestemmingsplan. Er is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen in het plan voor het mogelijk maken van andere vormen van energieopslag, waarvan gebruik kan worden gemaakt wanneer dit vanuit veiligheidsoverwegingen aanvaardbaar wordt geacht en het aspect externe veiligheid moet is betrokken. Vanuit externe veiligheid zijn daarom geen bezwaren voor het planvoornemen. Uit zorgvuldigheid is wel de provinciale risicokaart geraadpleegd. In navolgende afbeelding is een uitsnede hiervan weergegeven.

Uitsnede risicokaart met ligging herontwikkellocatie (bron: www.risicokaart.nl) Risicovolle inrichtingen: Uit de risicokaart (www.risicokaart.nl) blijkt dat de herontwikkellocatie niet is

40

bestemmingsplan Heiderschoor 2, Broekstraat 79-83 Mierlo

gelegen in de omgeving van een Bevi-bedrijf. Het plangebied ligt buiten het invloedsgebied van Bevi-bedrijven. De bedrijven die op de risicokaart zijn weergegeven zijn het gasdrukregel- en meetstation op het adres Burgemeester Termeerstraat 17 en de voormalige stortlocatie Gulbergen. De bovengrondse butaantank op de voormalige stortlocatie ligt op ca. 1,7 km afstand van de planlocatie en vormt daarom geen belemmering. De aanwezigheid van beide bedrijfslocaties heeft geen gevolgen voor de planontwikkeling. Transport gevaarlijke stoffen en leidingen: Uit de risicokaart blijkt dat de herontwikkellocatie niet ligt binnen de plaatsgebonden risicocontour van wegen, spoor en/of buisleidingen ligt. In de nabijheid van het plangebied liggen de spoorlijn Eindhoven-Helmond en een gasleiding. Omdat geen toename van het aantal personen plaatsvindt binnen het plangebied is geen verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk. Conclusie: Het plan voorziet zelf niet in de oprichting van een Bevi-inrichting of een andere stationaire risicobron. In de nabije omgeving zijn geen risicobronnen aanwezig. Daarmee kan worden geconcludeerd dat het aspect externe veiligheid geen belemmering vormt voor het planvoornemen.

5.7

Natuur

Voor de planologische procedure dient te worden vastgelegd dat de voorgenomen ontwikkeling past binnen de geldende natuurwetgeving. De Wet natuurbescherming maakt onderscheid tussen beschermde gebieden en beschermde soorten. Om in beeld te brengen of de ontwikkeling in strijd is met natuurwetgeving en hoe eventuele strijdigheid met de wet voorkomen kan worden, zijn hieronder de beschermde gebieden en beschermde soorten beschouwd. 5.7.1

Beschermde gebieden

Er dient aannemelijk te worden gemaakt dat het plan geen negatieve effecten heeft op de instandhoudingsdoelstellingen van Europees beschermde Natura2000-gebieden en het Natuurnetwerk Brabant (NNB). Als een (bouw)project significant negatieve effecten veroorzaakt op stikstofgevoelige habitattypen en soorten in een Natura2000-gebied als gevolg van stikstofemissie of andere effecten is een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming vereist (zie artikel 2.7 en 2.8 van de Wet natuurbescherming). Vanwege de nabije ligging van het Natura2000-gebied 'Strabrechtse Heide & Beuven' is een effect op het gebied niet zonder meer uit te sluiten en is een nader onderzoek gedaan. De 'Strabrechtse Heide & Beuven' bestaat grotendeels uit glooiend dekzandlandschap, met daarnaast een deel stuifzandlandschap. Het gebied wordt gekenmerkt door een afwisseling van droge stukken met heide (deels op voormalig stuifzand), kleine stuifzanden en laagtes met natte heide en vennen. In het oosten van het gebied ligt het Beuven, het grootste ven van ons land. Hier is één van de eerste venherstelprojecten uitgevoerd, wat geleid heeft tot de terugkeer van zeldzame soorten. In dit ven wordt water uit de Peelrijt via een bezinkingsbekken ingelaten. Een aantal vennen wordt deels gevoed door lokale kwel.

Tot 30 april 2021 is sprake geweest van een in bedrijf zijnde varkenshouderij, die wordt beëindigd door deel te nemen aan de Saneringsregeling varkenshouderij (Srv). Het beëindigen van de varkenshouderij leidt tot een afname van de milieubelasting op omliggende (bedrijfs)woningen en het nabijgelegen Natura2000 gebied. Er is zonder meer sprake van een verbeterde situatie in het kader van stikstof vanwege het wegnemen van ammoniakemissie. Voor de nieuwe ontwikkeling is (worst-case) in beeld gebracht of sprake is van effecten op omliggende Natura2000-gebieden. Het onderzoek is toegevoegd als Bijlage 4 bij de toelichting. Uit de AERIUS-berekening blijkt dat het voornemen niet leidt tot een overschrijding van de drempelwaarde van 0,00 mol/ha op stikstofgevoelige habitats. Het planvoornemen leidt daarmee niet tot een significante toename van stikstofdepositie op omliggende Natura2000-gebieden. Negatieve effecten ten gevolge van stikstof op de instandhoudingsdoelen van Natura2000-gebieden op basis van het onderzoek met zekerheid worden uitgesloten. Daarmee kan tevens met zekerheid worden gesteld dat het bestemmingsplan

bestemmingsplan Heiderschoor 2, Broekstraat 79-83 Mierlo

41

'Heiderschoor 2, Broekstraat 79-83 Mierlo' niet leidt tot negatieve gevolgen voor omliggende Natura2000-gebieden. De voorgenomen plannen leiden eveneens niet tot significant negatieve effecten op de kernkwaliteiten van het Natuurnetwerk Brabant. De herontwikkellocatie ligt niet binnen 250 m van een zeer kwetsbaar Wav-gebied. 5.7.2 Beschermde soorten Om in beeld te brengen of de ontwikkeling in strijd is met natuurwetgeving en hoe eventuele strijdigheid met de wet voorkomen kan worden, is een quickscan flora en fauna uitgevoerd (rapportnr. 20-714, d.d. 5 oktober 2020). De quickscan is toegevoegd als Bijlage 5 bij de toelichting. Op basis van het onderzoek kan worden geconcludeerd dat het planvoornemen niet leidt tot negatieve effecten voor beschermde soorten. De stallen zijn inmiddels gesloopt. De overige (bouw)werkzaamheden die zijn voorzien hebben geen effect op primaire vliegroutes en/of jachtgebieden van vleermuizen. Om te voorkomen dat er effecten optreden ten aanzien van algemeen voorkomende broedende vogels, is het van belang dat eventueel verstorende werkzaamheden zoveel als mogelijk buiten de actieve broedperiode van vogels uitgevoerd worden. 5.7.3 Conclusie Het plan zal niet leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming, mits rekening wordt gehouden met bovenstaande aanbevelingen.

Met inachtneming van de door de ecoloog opgestelde conclusies en aanbevelingen, kan worden gesteld dat sprake is van een uitvoerbaar planvoornemen. Uit het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat het voornemen uitvoerbaar is binnen de kaders van de Wet natuurbescherming.

5.8

Archeologie

Als wettelijk toetsingskader In Europees verband is het zogenaamde 'Verdrag van Malta' tot stand gekomen. Uitgangspunt van dit verdrag is het archeologisch erfgoed zo veel mogelijk te behouden. Waar dit niet mogelijk is, dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden. Bij het ontwikkelen van ruimtelijk beleid moet het archeologisch belang vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. In de Erfgoedwet is vastgelegd dat Rijk, provincies en gemeenten in ruimtelijke plannen rekening houden met het aspect 'archeologie'. De wet beoogt het archeologische erfgoed in hoofdzaak in situ te beschermen. De gemeente Geldrop-Mierlo heeft op 17 augustus 2012 een archeologische beleidskaart vastgesteld. Deze kaart vormt de onderlegger voor het archeologiebeleid in de gemeente en is het gemeentelijk toetsingsinstrument voor archeologie bij ruimtelijke ontwikkelingen, bouwplannen en andere bodemverstoringen.

42

bestemmingsplan Heiderschoor 2, Broekstraat 79-83 Mierlo

Uitsnede van de archeologische beleidskaart met ligging van de herontwikkellocatie Op deze kaart is het plangebied aangewezen als een gebied met de categorieën 2, 3 en 4. Deze categorieën worden in het gemeentelijk beleid als volgt omschreven: Categorie 2 is een gebied van archeologische waarde. Er is een archeologisch onderzoek vereist bij bodemingrepen en te bebouwen oppervlakten van projectgebieden die groter zijn dan 100 m² en dieper gaan dan 0,3 m onder maaiveld. Categorie 3 is een gebied met hoge verwachtingen. Er is een archeologisch onderzoek vereist bij bodemingrepen en te bebouwen oppervlakten van projectgebieden die groter zijn dan 500 m² en dieper gaan dan 0,3 m en 0,5 m onder maaiveld bij esdek en bij die gronden die al jarenlang als agrarische gronden in gebruik zijn. Categorie 4 is een gebied met middelhoge archeologische verwachting. Er is een archeologisch onderzoek vereist bij bodemingrepen en te bebouwen oppervlakten van projectgebieden die groter zijn dan 2.500 m² en dieper gaan dan 0,3 m en 0,5 m onder maaiveld bij esdek en bij die gronden die al jarenlang als agrarische gronden in gebruik zijn. Binnen het plangebied zijn er gronden met middelhoge archeologische verwachtingen tot gronden van archeologische waarde. Het plangebied is echter als intensieve veehouderijlocatie in gebruik geweest.

In het verleden zijn de gronden grotendeels geroerd door de bouw van varkensstallen met mestkelders. De nieuwe gebouwen worden opgericht ter plekke van de bestaande bodemverstoringen. De bouw van een bijgebouw van 500 m2 bij de woning Broekstraat 83 en een bedrijfsgebouw van 1.500 m2 bij het bedrijf Broekstraat 79 leidt niet tot aantasting van archeologische waarden. Aangezien de voormalige varkenshouderijlocatie al grotendeels geroerd is, is de archeologische dubbelbestemming verwijderd ter plekke van de bestaande bodemverstoringen. De overige gedeelten behouden de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 1' en 'Waarde - Archeologie 5'. Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat het aspect archeologie geen belemmering vormt voor het planvoornemen.

bestemmingsplan Heiderschoor 2, Broekstraat 79-83 Mierlo

43

5.9

Cultuurhistorie

In een bestemmingsplan dient op basis van artikel 3.6.1, eerste lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten, rekening is gehouden. Ook de facetten historische bouwkunde en historische geografie dienen te worden meegenomen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. De in Geldrop-Mierlo aanwezige cultuurhistorische waarden zijn door de provincie Noord-Brabant. samengebracht in de CultuurHistorische Waardenkaart (CHW).

Uitsnede van de CHW van de provincie Noord-Brabant met ligging van de herontwikkellocatie Op de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) van de provincie Noord-Brabant is het plangebied onderdeel van een 'archeologisch landschap van provinciaal cultuurhistorisch belang'. Dit betreft de Helmondse akkers en dit is een zandlandschap (dekzandreliëf, beekdal, stuifduinen). Dit landschap ligt in de nabijheid van Helmond en omvat het sterk gevarieerde landschap tussen het Dommeldal in het westen en de Peelhorst in het oosten. Het gebied wordt van zuid naar noord doorsneden door de Aa en de Goorloop en hun zijbeken. Het gebied wordt gekenmerkt door het contrast tussen beekdalen, oude en jonge ontginningen, beboste dekzandruggen en restanten van woeste gronden zoals heidevelden. De planlocatie bevindt zich op de overgang van de oude zandontginning en een jonge heide ontginningslandschap. Het Broek, een gehucht waarin ook de boerderijen van de Broekstraat 79 en 83 toebehoren, is onderdeel van een oud ontginningslandschap. Langs de Broekstraat staan cultuurhistorische waardevolle langsgevelboerderijen. Rondom de boerderijen lagen van oudsher de open essen (akkers). Deze akkers zijn in het huidige landschap nog steeds te herkennen aan de bescheiden bolling die de akkers kenmerkt.

Deze bolling is het resultaat van langdurige bemesting om op de arme gronden in het gebied toch landbouw te kunnen bedrijven.

44

bestemmingsplan Heiderschoor 2, Broekstraat 79-83 Mierlo

Topografische kaart van het gebied omstreeks 1950 met ligging herontwikkellocatie (lichtblauw) De bestaande langgevelboerderijen Broekstraat 79 en Broekstraat 83 zijn beeldbepalend in het bebouwingslint langs de Broekstraat en zijn in het geldend bestemmingsplan aangeduid als cultuurhistorisch waardevol. De planologische bescherming van cultuurhistorische waarden is in het voorliggend bestemmingsplan overgenomen door de aanduiding 'cultuurhistorische waarden' op beide woongebouwen te handhaven. De langgevelboerderijen maken momenteel deel uit van één agrarische locatie, maar zijn pas in de jaren '80 samengevoegd. Vóór die tijd was sprake van twee agrarische bedrijven. De oorspronkelijke scheiding tussen de twee bedrijven, die in de jaren '80 is verdwenen, wordt in ere hersteld, door de gedempte watergang open te graven en beplanting aan te brengen. Daarmee vormen de twee langgevelboerderijen in de nieuwe situatie weer twee onafhankelijke locaties. Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor het voorliggend plan.

5.10

Kabels en leidingen

Binnen het plangebied bevinden zich beschermingszones voor hoogspanningslijnen, bestemd met de dubbelbestemming 'Leiding - Hoogspanning', om het beheer en onderhoud van de leiding mogelijk te maken. Binnen deze beschermingszones is in de nieuwe situatie sprake is van agrarisch grasland en een groenstrook. Er is geen nieuwe bebouwing voorzien nabij de hoogspanningslijn. De beschermingszone wordt overgenomen in dit bestemmingsplan. De hoogspanningsverbinding bestaat uit twee delen. De noordelijke hoogspanningsverbinding is de belangrijkste tak en heeft een planologische bescherming op Rijksniveau in het Barro (zie paragraaf 4.1.2). De noordelijke hoogspanningsverbinding heeft een bouwhoogte van maximaal 60 m. De zuidelijke aftakking heeft een bouwhoogte van maximaal 45 m.

bestemmingsplan Heiderschoor 2, Broekstraat 79-83 Mierlo

45

Dubbelbestemming noordelijke hoogspanningsverbinding: In 2018 heeft de gemeente Geldrop-Mierlo de regels van de dubbelbestemming 'Leiding' herzien in het bestemmingsplan 'Buitengebied Geldrop - Mierlo; 1e herziening'. De herziening richt zich op de aanpassing van de maximale bouwhoogte van noordelijke hoogspanningsverbinding. Vanwege een omissie in het bestemmingsplan 'Buitengebied Geldrop-Mierlo' uit 2010 is de maximale bouwhoogte van hoogspanningsmasten in de herziening aangepast van maximaal 45 m naar maximaal 60 m, waarmee de bestaande en vergunde situatie alsnog werd vastgelegd in het bestemmingsplan. Deze herziene dubbelbestemming is overgenomen in het voorliggend plan als 'Leiding Hoogspanningsverbinding 1'. Dubbelbestemming zuidelijke hoogspanningsverbinding: Voor de zuidelijke hoogspanningsverbinding geldt een maximale bouwhoogte van 45 m. Hiervoor is de geldende dubbelbestemming uit het bestemmingsplan 'Buitengebied Geldrop-Mierlo' voldoende. Deze dubbelbestemming is overgenomen in het voorliggend plan als 'Leiding - Hoogspanningsverbinding 2'. Toetsing: Er worden met het planvoornemen geen nieuwe functies toegevoegd waarvoor de aanwezigheid van de hoogspanningsverbinding een belemmering vormt. Er zijn met het voornemen geen nieuwe of bestaande gebouwen en bouwwerken voorzien voor gronden met de dubbelbestemming.

Er liggen geen andere leidingen met een planologische bescherming nabij het plangebied. Het aspect leidingen vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

5.11

Verkeer en parkeren

5.11.1 Verkeer De verkeersgeneratie van de drie bestaande woningen blijft ongewijzigd. De intensieve veehouderij wordt omgezet naar een bedrijfslocatie met beperkte verkeersgeneratie. Het betreft de opslag van materiaal en materieel, energieopslag en statische opslag, waarbij beperkt sprake is van verkeersbewegingen. In de nieuwe situatie is, ten opzichte van de huidige situatie, sprake van een vermindering van de verkeersbewegingen van en naar de bedrijfslocatie. De afname van de verkeersbewegingen past bij de functies in de directe omgeving en de locatie als onderdeel van de bebouwingsconcentratie langs de Broekstraat. Het planvoornemen leidt daarom niet tot negatieve effecten op de verkeersafwikkeling en de verkeersveiligheid. 5.11.2 Parkeren Voor het bepalen van de parkeerbehoefte wordt in de gemeente Geldrop-Mierlo het bestemmingsplan 'Parapluplan Parkeren Geldrop-Mierlo' (vastgesteld, 17 juni 2019) gehanteerd. In het geval van de oprichting, uitbreiding of wijziging van een gebouw dient ten behoeve van het parkeren van auto's te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Hierbij dient te worden voldaan aan de parkeerkencijfers van de CROW-uitgave parkeerkencijfers 'Toekomstbestendig parkeren' (publicatie 381). Hierbij wordt de norm berekend over het nieuw te bouwen of te wijzigen gedeelte (zie ook artikel 3.4.1 van het parapluplan).

De drie woningen betreft bestaande woningen, waarvoor de parkeerbehoefte op basis van het parapluplan niet nader hoeft te worden beschouwd. De bestaande woningen hebben elk voldoende beschikking over parkeerruimte op eigen terrein. Voor de bedrijfslocatie Broekstraat 79 kan worden vastgesteld dat het uitsluitend gaat om opslag in een statische vorm en het opslaan van materiaal en materieel in een loods met een totale oppervlakte van 1.500 m2 . Voor de opslag van hernieuwbare energie in zeezoutbatterijen is geen sprake van een parkeerbehoefte. Voor incidenteel gebruik is op de bedrijfslocatie voldoende ruimte om enkele parkeerplaatsen in te richten. De regels met betrekking tot voldoende parkeergelegenheid en het parkeerbeleid zijn conform het bestemmingsplan 'Parapluplan Parkeren Geldrop-Mierlo' overgenomen in het voorliggend bestemmingsplan, waardoor ook in de toekomst is geborgd dat voldoende parkeergelegenheid aanwezig is.

46

bestemmingsplan Heiderschoor 2, Broekstraat 79-83 Mierlo

5.11.3 Conclusie Uit het bovenstaande kan worden concluderend dat het aspect verkeer en parkeren geen belemmering oplevert voor het planvoornemen.

5.12

Waterhuishouding

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting van ruimtelijke plannen een waterparagraaf worden opgenomen. Hierin wordt beschreven hoe rekening is gehouden met de gevolgen van het ruimtelijk plan voor de waterhuishouding. De waterparagraaf geeft een beschrijving van de beleidsuitgangspunten, waterhuishoudkundige situatie en wateropgaven in het plangebied, (motivatie van) meest geschikte oplossingen en ruimtelijke consequenties daarvan. Het plangebied valt onder het beheer van Waterschap de Dommel. 5.12.1 Beschrijvingvan het bestaande watersysteem Het plangebied ligt op een korte afstand van de waterscheiding tussen Aa en Dommel. Het plangebied ligt op ca. 18,0-18,5 m +N.A.P. Het watersysteem rondom de planlocatie is ingericht op afstroming van het water in noordwestelijke richting. Ten westen van het Dierenrijk stroomt het water af onder het spoor richting Nuenen. Ten noorden van Nederwetten komt water in de Dommel terecht. De gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) ligt tussen de 40cm-80cm onder het maaiveld. In de directe omgeving van het plangebied is één watergang aanwezig die is opgenomen op de legger van het waterschap. Het gaat om een A-watergang direct aan de overzijde van de woning Heiderschoor 2. De planlocatie ligt buiten de beschermingszone voor regulier en buitengewoon onderhoud.

Verder zijn langs de Vaarleseweg en de Heiderschoor greppels aanwezig voor een goede afwatering bij hevige regenval. Ook op de omliggende agrarische percelen zijn hiervoor voorzieningen getroffen. Bij het samenvoegen van de bedrijfslocaties Broekstraat 79 en 83 in de jaren '80 is de tussenliggende greppel gedempt en voorzien van een koker. De aanwezigheid van een grote hoeveelheid agrarische bedrijfsbebouwing (oppervlakte ca. 6.000 m2) en erfverhardingen heeft ervoor gezorgd dat het hemelwater bij een regenbui snel afstroomt naar de omliggende voorzieningen. Het dichtstbijzijnde grondwaterbeschermingsgebied ligt ruim 4 kilometer van het plangebied.

bestemmingsplan Heiderschoor 2, Broekstraat 79-83 Mierlo

47

Uitsnede Legger Waterstaatswerken 2021 van waterschap De Dommel (vastgesteld, 30 november 2021) met ligging van de herontwikkellocatie 5.12.2 Beleid waterschap de Dommel Waterbeheerprogramma 2022-2027 - Water als basis voor een toekomstbestendige leefomgeving. Het water- en bodemsysteem is onontbeerlijk voor een gezonde en leefbare ruimtelijke inrichting van Noord-Brabant. Meer dan ooit is het belangrijk om rekening te houden met het concept van de lagenbenadering om een toekomstbestendige leefomgeving te waarborgen. Door klimaatverandering en ruimtelijke druk, staat immers de veerkracht van het water- en bodemsysteem onder druk. De lagenbenadering beschrijft de ruimte in drie lagen. De eerste laag bestaat uit de fysieke ondergrond, het water- en bodemsysteem. De tweede laag bevat netwerken van infrastructuur met onder meer wegen, spoorlijnen en waterwegen. Tot slot de derde laag met de menselijke activiteiten zoals wonen, werken en recreëren en de fysieke neerslag daarvan. Ruimtelijke planning en gebiedsontwikkeling is een proces waarin continu keuzes worden gemaakt. De lagenbenadering helpt in dit keuze- en afwegingsproces en dient als kwaliteitskader voor alle (ruimtelijke) plannen. Elke laag draagt bij aan de ontwikkeling. De lagenbenadering betekent wel dat een onderliggende laag voorwaarden stelt aan andere lagen.

Zeker vanuit een perspectief van duurzame ontwikkeling zijn veerkracht en omkeerbaarheid van ingrepen belangrijke gegevenheden. Met het Waterbeheerprogramma 2022-2027 (WBP5) start Waterschap De Dommel met de 'watertransitie': op weg naar een toekomstbestendige waterhuishouding. Uiterlijk in 2050 is de waterhuishouding in ons hele beheergebied toekomstbestendig. Dit betekent een waterhuishouding die in een goede waterkwaliteit voorziet. En een waterhuishouding die robuust, wendbaar en in balans is met de omgeving. Zowel in het bebouwde als het landelijke gebied en van de beekdalen tot en met de hoge zandruggen. Het grond- en

48

bestemmingsplan Heiderschoor 2, Broekstraat 79-83 Mierlo

oppervlaktewatersysteem kan de grotere weersextremen opvangen door maximaal gebruik te maken van de dempende sponswerking van de bodem/ondergrond en de natuurlijke hoogteverschillen voor het vasthouden van water. We hanteren drie principes die inhoudelijke sturing geven aan de watertransitie: Elke druppel vasthouden en infiltreren waar deze valt Functies passen zich aan het bodem- en watersysteem aan Wat schoon is moet schoon blijven Het waterschap geeft aan dat we ons, nog meer dan voorheen, moeten aanpassen aan de veranderende leefomgeving en op zoek gaan naar nieuwe oplossingen en antwoorden. Juist de voor Midden-Brabant zo karakteristieke verwevenheid van bebouwing, landbouw en natuur is een kans om de wateropgaven slim in te passen. Dit vereist een integrale, gebiedsgerichte aanpak samen met alle partijen. Een gebiedsgerichte aanpak is alleen succesvol als naast de wateropgaven ook de opgaven vanuit natuur, stikstof, economie, landbouwtransitie, energietransitie, biodiversiteit, mobiliteit en woningbouw onderdeel van de aanpak zijn. Niet sectoraal, maar integraal. Alleen dan gaan we oplossingen vinden voor een leefbaar Midden-Brabant met een duurzaam en toekomstbestendig watersysteem dat goed is voor inwoners, bedrijven, landbouw en natuur. De grote uitdaging zit hem vooral in de vraag hoe we dit gaan bereiken.

Meer dan voorheen gaan we daarbij: van beekdalgericht naar gebiedsgericht; onze aandacht gaat naast het beekdal ook uit naar de flanken, de hoge zandruggen en bebouwd gebied. van sectoraal naar integraal; samen met overheden en gebiedspartners maken we keuzes over meerdere opgaven in een gebied. van water afvoeren naar elke druppel telt; maximaal water conserveren, minder grondwater gebruiken en slimmer sturen. Keur Waterschap De Dommel 2015 In de 'Keur Waterschap De Dommel 2015' staan regels (met name geboden en verboden) die het waterschap hanteert bij de bescherming van waterkeringen, watergangen en bijbehorende kunstwerken. Ook zijn er regels voor het onderhoud van sloten, beken en andere waterlopen om de waterafvoer in dit oppervlaktewater te waarborgen. Daarnaast kent de Keur beleidsregels voor het beschermen van bepaalde deelgebieden met elk een eigen beschermingsbeleid. Het gaat hierbij om beschermde gebieden waterhuishouding, beekdalen en attentiegebieden. Met deze beleidsregels wordt aangegeven op welke wijze gebiedsgericht wordt omgegaan met waterbelangen. Realisatie van nieuw verhard oppervlak en het afkoppelen van verhard oppervlak moet op grond van de keur hydrologisch neutraal worden uitgevoerd en optimaal worden ingepast in het bestaande watersysteem.

De aanvrager/initiatiefnemer moet daarom voldoende compenserende maatregelen nemen, zodat het oppervlaktewatersysteem na realisatie van de verharding voldoende robuust blijft. Uitgangspunt hierbij vormt de voorkeurstrits “vasthouden-bergen-afvoeren”. Vasthouden kan door hergebruik of door het infiltreren van water in de bodem. In geval niet of onvoldoende kan worden geïnfiltreerd is een aanvullende voorziening noodzakelijk die het water tijdelijk bergt.

Gemeentelijk RioleringsplanGeldrop-Mierlo 2023-2027 Het gemeentelijk rioleringsbeleid is vastgelegd in het gemeentelijk rioleringsplan (GRP 2023-2027). Hierin staat welke keuzes de gemeente maakt over hoe zij om gaat met afval-, regen- en grondwater. De gemeente Geldrop-Mierlo gaat zich richten op de volgende speerpunten:

bestemmingsplan Heiderschoor 2, Broekstraat 79-83 Mierlo

49

Duurzame waterketen: De inzameling en het transport van afvalwater moet zo doelmatig mogelijk plaatsvinden zodat de volksgezondheid niet in het geding komt. Een klimaatbestendig watersysteem: We gaan het systeem zo inrichten dat we de klimaatveranderingen beter kunnen opvangen. Iedereen heeft hier een verantwoordelijkheid. Bij nieuwbouw moet regenwater voortaan eerst in een berging op eigen terrein worden opgevangen voordat het mag worden geloosd op de openbare riolering. Bij reconstructies streven we er naar om zoveel mogelijk verhard oppervlak af te koppelen. De inspanningsverplichting van de gemeente ingeval van hinder of overlast door zware regenval is duidelijker omschreven en aangescherpt. Grondwaterhuishouding in balans: Perceeleigenaren zijn beginsel zelf verantwoordelijk voor het treffen van maatregelen tegen gevolgen van te hoge of te lage grondwaterstanden. Bij alle ontwikkelingen in gebieden moeten we er voor zorgen dat er geen dusdanige wijzigingen in de grondwaterstand ontstaan die aanleiding kunnen geven tot hinder of schade. We streven er naar om zoveel mogelijk regenwater in de bodem te brengen Dit kan rechtstreeks door terreinen onverhard te laten of te maken, dan wel via infiltratievoorzieningen. Water als ordenend principe: Bij alle ruimtelijke ontwikkelingen moet het water leidend zijn in de planvorming.

Dat betekent dat eerst moet worden gekeken hoe het water kan worden opgevangen en verwerkt, en dat de rest van de ontwikkeling zich daar omheen moet plooien. Gezond, schoon en beleefbaar water: Door het gescheiden inzamelen , en gescheiden houden van regen en afvalwater voorkomen we onnodige belasting van de waterzuivering maar voorkomen we ook onnodige natuurschade (riool overstorten) Samen werken aan water: De gemeente werkt samen met andere partners in de waterketen. Dit zijn de gemeenten, de waterschappen en Brabant Water. De samenwerkingsverbanden zijn een uitvloeisel van het Bestuursakkoord Water 2011. Met deze platforms wordt kennis uitgewisseld maar ook (rijks-) subsidies aangevraagd. De gemeente hanteert voor zowel nieuwbouw als reconstructies het uitgangspunt dat elke vierkante meter verhard oppervlak moet worden gecompenseerd met een regenwaterberging. De norm die de gemeente hiervoor hanteert is 60 L/m2 . Bij alle ontwikkelingen binnen de gemeente is deze beleidsregel leidend. Dit geldt zowel voor particulier terrein als de openbare ruimte en voor lozingen op de bodem en op oppervlaktewater. De gemeente hanteert altijd de 60 mm norm voor waterberging en houdt geen rekening met een gevoeligheidsfactor zoals het waterschap dat doet. Naast de gemeentelijke regels blijven ook de regels van het waterschap van toepassing, waarbij de zwaarste ‘eis’ leidend is.

Voor wat betreft bouwplannen dienen deze beleidsregels te worden vertaald in een bestemmingsplan. 5.12.3 Beschrijvinghuidige en toekomstige situatie Recent zijn de bedrijfsgebouwen met een totale oppervlakte van 6.000 m2 gesloopt. Alle bijbehorende erfverharding is verwijderd. In totaal betreft het oppervlak verhardingen dat is verwijderd ca. 9.500 m2 . De toekomstige situatie bestaat uit het realiseren van een bedrijfslocatie ten behoeve van bedrijfsmatige opslag van energie en statische goederen, inclusief bedrijfswoning. De overige twee bestaande bedrijfswoningen worden burgerwoningen. In de nieuwe situatie worden twee woonbestemmingen en een bedrijfsbestemming toegekend, die voor een aanzienlijk gedeelte onverhard zullen blijven. De sloop van de bedrijfsbebouwing heeft reeds plaatsgevonden; de fysieke ingrepen die nog plaats zullen vinden richten zich op het realiseren van een nieuwe loods van 1.500 m2 op de bedrijfslocatie en nieuwe bijgebouwen bij de woningen Broekstraat 79 en Broekstraat 83. In totaal gaat het om de bouw van 1.500 + 100 + 660 = 2.360 m2 nieuwe bebouwing en wordt verharding aangebracht ten behoeve van de ontsluiting van deze gebouwen. In totaal bedraagt de afname van verhardingen ca. 5.000 m2 . Daarnaast worden extra voorzieningen aangelegd voor de waterhuishouding.

In de huidige situatie is sprake van één erf met bedrijfsbebouwing op de locaties Broekstraat 79 en 83. Deze twee locaties zullen van elkaar worden losgekoppeld (zowel planologisch als fysiek), waarbij de voormalige waterloop/greppel tussen de twee locaties wordt teruggebracht in oorspronkelijke staat (zie ook Bijlage 1 Landschapsplan).

50

bestemmingsplan Heiderschoor 2, Broekstraat 79-83 Mierlo

5.12.4 Gevolgen voor de waterhuishouding Grondwater: Het plan heeft geen gevolgen voor het grondwater. Het plangebied ligt niet binnen een provinciale grondwaterbeschermingszone ten behoeve van drinkwaterwinning en brengt geen verontreiniging van het grondwater met zich mee. Er is sprake van voldoende ontwateringsdiepte voor de bouw van een nieuw bedrijfsgebouw en nieuwe bijgebouwen. Oppervlaktewater: Het planvoornemen heeft geen gevolgen voor watergangen die zijn opgenomen op de legger Waterstaatswerken 2021 van het waterschap De Dommel. Het voornemen bestaat verder onder andere uit het terugbrengen van de voormalige greppel tussen de locaties Broekstraat 79 en 83. Dit heeft een positief effect op de oppervlaktewaterhuishouding. Deze watergang watert niet direct af op het oppervlaktewater in de omgeving, maar functioneert als een infiltratievoorziening. Zodoende wordt een verdrogend effect tegengegaan en wordt het hemelwater de mogelijkheid geboden om in de bodem te infiltreren. Met een noodoverloop naar de andere perceelsloten wordt gezorgd dat wateroverlast wordt voorkomen. Hemelwater: Bij het bepalen van de hemelwaterbergingsopgave vanuit het waterschap wordt de kaart met gevoeligheidsfactoren gebruikt. Uit de kaart blijkt dat voor de planlocatie gedeeltelijk de gevoeligheidsfactor 1 en gedeeltelijk de gevoeligheidsfactor 0,5 van toepassing is.

Kaart algemene regels verhard oppervlak met ligging planlocatie Er is sprake van een afname van verhard oppervlak van ca. 5.000 m2 (zie paragraaf 5.12.3). Er is geen sprake van een toename van verharding en geen sprake van een afkoppeling van meer dan 10.000 m2 . Het beleid stelt wel de vereiste dat wordt voldaan aan hydrologisch neutraal bouwen bij herbouw. Door toepassing van de gevoeligheidsfactor van 0,5 op de voormalige veehouderijlocatie is de vereiste van het waterschap niet het zwaarste regime. De bergingsvereiste vanuit het GRP is twee keer zo hoog. Wanneer wordt voldaan aan de

bestemmingsplan Heiderschoor 2, Broekstraat 79-83 Mierlo

51

vereiste van de gemeente, wordt eveneens voldaan aan de vereiste van het waterschap. Bij toetsing aan de waterbergingsvereiste uit het Gemeentelijk Rioleringsplan Geldrop-Mierlo 2023-2027 kan geen gebruik gemaakt worden van de gevoeligheidsfactor. De beoogde bouwplannen moeten conform de gemeentelijke vereiste voldoen aan de bergingsopgave van 60 L/m2 . Bij de realisatie van het nieuwe bedrijfsgebouw bij het bedrijf Broekstraat 79 is sprake van een waterbergingsopgave van 1.500 m2 * 60 L/m2 = 90.000 L = 90 m3 waterberging. Binnen de bedrijfsbestemming is voldoende ruimte voor het realiseren van deze berging. Bij de realisatie van het nieuwe bijgebouw bij de woning Broekstraat 83 is sprake van een waterbergingsopgave van 500 m2 * 60 L/m2 = 30.000 L = 30 m3 waterberging. Binnen de bedrijfsbestemming is voldoende ruimte voor het realiseren van deze berging. Ook wanneer oppervlakteverhardingen worden aangebracht is er binnen het plangebied voldoende ruimte voor het realiseren van een infiltratie- en/of bergingsvoorziening. De infiltratievoorziening wordt hoofdzakelijk gerealiseerd door een infiltratievoorziening te realiseren tussen de percelen Broekstraat 79 en 83 (zie ook het kopje "Oppervlaktewater"). Een infiltratievoorziening mag worden meegerekend in het kader van hydrologisch neutraal ontwikkelen voor zover deze boven de GHG (ter plaatse ca.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=GeldropMierlo&id=21cfce51-fe13-41ef-a7ac-80fe81a9370a