240806 motivering TAM omgevingsplan Hoofdstuk 22a Oudvensestraat-Zuid
Tekst van het document
blad 26 van 66
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a 'Oudvensestraat-Zuid' projectnummer 0492152.100 6 augustus 2024 revisie vast te stellen Gemeente Geldrop-Mierlo
5.
Beleidskader Rijk, Provincie en Gemeente
5.1
Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. De Omgevingswet heeft een aantal wetten gebundeld over de leefomgeving. Daarbij behoort ook één Rijksvisie op de leefomgeving: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). In de NOVI zijn de maatschappelijke opgaven samengevat in vier prioriteiten: • ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; • duurzaam economisch groeipotentieel; • sterke en gezonde steden en regio’s; en • toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Conclusie De ontwikkeling draagt bij aan de prioriteit van sterke en gezonde steden en regio’s. Daarnaast draagt het bij aan een duurzaam economisch groeipotentieel en het realiseren van ruimte voor klimaatadaptie. De ontwikkeling ligt in de regio ‘Brainport Eindhoven’. Dit is een belangrijk technologisch innovatieve regio. Met de ontwikkeling van nieuwe woningen wordt het gebied aantrekkelijker om te wonen en te werken. Dit draagt bij aan de economische groei van het gebied. De ontwikkeling maakt daarnaast een ovonde en waterberging mogelijk. De waterberging van 450m3 wordt gerealiseerd ten behoeve van de kern Mierlo. Dit draagt bij aan een sterke en gezonde stad, waarbij rekening wordt gehouden met klimaatadaptatie. De ovonde zorgt voor het beter bereikbaar maken van het gebied. Dit draagt bij aan de prioriteit van sterke en gezonde steden en regio’s.
Besluit kwaliteit leefomgeving In artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving wordt bepaald dat een Ladder voor duurzame verstedelijking nodig is voor een stedelijke ontwikkeling die bestaat uit de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelvoorziening of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is. In het omgevingsplan dient rekening te worden gehouden met de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling en de onmogelijkheden om het in het stedelijk gebied/ stedelijk groen aan de rand van het stedelijk gebied te bouwen als bouwen buiten het stedelijk gebied/ het stedelijk groen aan de rand van het stedelijk gebied plaatsvindt. Conclusie De ladder voor duurzame verstedelijking wordt verder uitgewerkt in paragraaf 5.2.3. Daaruit blijkt dat de ontwikkeling voldoet aan de ladder voor duurzame verstedelijking.
5.2
Provinciaal beleid
5.2.1
Omgevingsvisie Noord-Brabant De provincie Brabant geeft in haar Omgevingsvisie haar wensbeeld weer dat richting geeft in het formuleren van doelstellingen. Dit zo gehete Panorama is een toekomstbeeld waaraan de provincie met alle partijen wil werken. Het Panorama en de opgave om Brabant in de toekomst welvarend, verbonden en klimaatproef te laten zijn wordt in vier hoofdopgaven onderscheid. Deze hoofdopgaven zijn met elkaar verbonden en werken op elkaar in. De vier hoofdopgaven betreffen: • Werken aan de Brabantse energietransitie; • Werken aan een klimaatproof Brabant; • Werken aan de slimme netwerkstad; en • Werken aan een concurrerende, duurzame economie. Met de Omgevingsvisie wil de provincie aangeven wat zij belangrijk vindt voor de verbetering en duurzame ontwikkeling van de leefomgeving van de inwoners van Brabant. De Omgevingsvisie moet een richting geven aan de opgave zoals geformuleerd in de vier hoofdopgaven. Deze vier hoofdopgaven komen voort uit de basisopgave en zijn daarmee ook verankerd. Deze basisopgave betreft het werken aan veiligheid, gezondheid en
blad 27 van 66
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a 'Oudvensestraat-Zuid' projectnummer 0492152.100 6 augustus 2024 revisie vast te stellen Gemeente Geldrop-Mierlo
omgevingskwaliteit. De Omgevingsvisie betreft een ambitie die uitwerking behoeft in de nog vast te stellen programma’s. De basis opgave betreft een veilige en gezonde leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit. Hieronder vallen bijvoorbeeld een schone bodem, landschappelijke aantrekkelijkheid en biodiversiteit. Elke ontwikkeling in Brabant moet bijdragen aan een goede omgevingskwaliteit. Werken aan de Brabantse energietransitie Het doel binnen de provincie Brabant is het 100% verduurzamen van energie tot 2050. Tot 2030 is het doel om broeikasgassen ten opzichte van de uitstoot in 1990 ten minste met 50% te reduceren en ten minste 50% duurzame energie te gebruiken. Om het doel te behalen wordt een tweesporenbeleid door de provincie gehanteerd, namelijk: • Verminderen energieverbruik; en • Verduurzaming energie. Werken aan een klimaatproof Brabant Het doel binnen de provincie is om Brabant klimaatbestendig en waterrobuust in te richten tot 2050. Sinds 2020 handelt de provincie klimaatbestendig en waterrobuust. Het doel is om tot 2030 de eerste grote gebiedsopgaven ten behoeve hiervan te realiseren. Om dit doel te behalen wordt ingezet op: • Klimaatslimme verstedelijking; • Klimaatbestendig beeklandschap; en • Robuust rivierenlandschap.
Werken aan de slimme netwerkstad Het doel van de provincie tot 2050 is het stedelijk netwerk van Brabant te laten functioneren als één samenhangend duurzaam en concurrerend netwerk van steden en dorpen als onderdeel van de Noord-westEuropese metropool. Daarbij moet Brabant zich gaan kenmerken als een sterke sociale cohesie, een excellent en duurzaam woon-, leef- en vestigingsklimaat met een comfortabel, betrouwbaar en multimodaal verkeers- en vervoerssysteem en een uitstekende (digitale) infrastructuur. Het doel tot 2030 is voor Brabantse partijen om te werken aan de transformatie van het bestaand bebouwd gebied. Daarnaast moeten er belangrijke stappen zijn gezet in de richting van een excellent en duurzaam woon-, leef- en vestigingsklimaat met een comfortabel, betrouwbaar en multimodaal verkeers- en vervoersysteem, welke worden ondersteund door digitale ontwikkelingen. In de provincie is het belangrijk om de toenemende druk op de wegen te ondervangen. Brabant zet in op een robuust mobiliteitssysteem om te zorgen voor voldoende capaciteit tijdens pieken en calamiteiten. Om de doelen te bereiken wordt ingezet op duurzame verstedelijking zoals herbestemmen en slimme en duurzame mobiliteit. Werken aan een concurrerende en duurzame economie Het doel tot 2050 is voor de provincie op Brabant het top kennis- en innovatieregio in Europa te maken.
Hierbij wil de provincie ook streven naar een economie die verregaand circulair is. Tot 2030 streeft de provincie er ook naar om Brabant de top-kennis en innovatieregio in Europa te maken. Daarbij wordt ook al ingezet op een circulaire economie en het verminderen van het gebruik van vernieuwbare grondstoffen met 50%. Hierbij zet de provincie in op een: • Innovatieve en concurrerende economie; • Circulaire economie; en • Digitale economie. Conclusie Met de ontwikkeling wordt een nieuwe ontsluiting gerealiseerd, maar wordt ook waterberging en nieuwe woningen mogelijk gemaakt. Dankzij de nieuwe ontsluiting wordt een nieuwe toegangsweg naar Groot Luchen gecreëerd. Deze weg draagt bij aan de Omgevingsvisie, aangezien een van de pijlers ziet op het ondervangen van drukte op de wegen. De waterberging draagt bij aan het klimaatbestendig maken van Luchen. Met de waterberging wordt ingespeeld op de klimaatveranderingen en het ondervangen van de daarmee gepaard gaande wateroverlast.
blad 28 van 66
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a 'Oudvensestraat-Zuid' projectnummer 0492152.100 6 augustus 2024 revisie vast te stellen Gemeente Geldrop-Mierlo
5.2.2
Omgevingsverordening Noord-Brabant Het provinciaal beleid (o.a. de Omgevingsvisie) wordt planologisch geborgd door de Omgevingsverordening. In de Omgevingsverordening is de Ladder voor duurzame ontwikkeling zoals bedoeld in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving verankerd. Op het plangebied zijn de volgende werkingsgebieden gelegen: • Geen attentiezone waterhuishouding; • Aanwijzing milieubelastende activiteit binnen het werkingsgebied ‘Diep grondwaterlichaam’; • Stedelijk gebied; o Ruimte-voor-ruimtekavels; o Windturbines in stedelijk gebied; o Duurzame stedelijke ontwikkeling; o Toedeling beheer vaarwegen; o Veehouderij in stedelijk gebied; o Natuur Netwerk Brabant; • Beperking grootschalige logistiek; • Salderingsgebied; • Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf – RBV; • Norm wateroverlast stedelijk gebied; o Omgevingswaarde wateroverlast stedelijk gebied. Een omgevingsplan moet op grond van artikel 5.55 lid 1 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant bij het mogelijk maken van een stedelijke ontwikkeling ten behoeve van wonen, werken of voorzieningen een onderbouwing bevatten dat de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken en dat de ontwikkeling een duurzame stedelijke ontwikkeling betreft. De ontwikkeling past binnen de regionale afspraken (art.
5.55 lid 1) Op grond van artikel 5.55 lid 1 dient de ontwikkeling te passen binnen de regionale afspraken, zoals bedoeld in Afdeling 7.2 Regionaal samenwerken. Uit deze afdeling blijkt dat Gedeputeerde Staten samen met gemeenten, regio’s en waterschappen tweemaal per jaar een regionaal omgevingsoverleg houdt, waarbij afspraken worden gemaakt over de ontwikkeling en uitvoering van een integraal omgevingsbeleid. Daarbij stelt zij één keer per jaar een omgevingsagenda vast. Tot slot worden verschillende afspraken gemaakt bijvoorbeeld over duurzame verstedelijking en kwaliteitsverbetering van het landschap. Binnen de gemeente geldt de Omgevingsagenda Zuid¬Oost-Brabant. Daarin worden twee verhaallijnen gepresenteerd, namelijk de ‘Duurzame schaalsprong Brainport’ en de ‘Nieuwe balans landelijk gebied’. Deze verhaallijnen worden gevormd door een aantal kaders en programma’s zoals de Woondeal SGE. De beoogde ontwikkeling past binnen deze regionale afspraken, aangezien deze bijdraagt aan de volgende subopgaven uit de Omgevingsagenda: ‘uitbreiding van de woningvoorraad’ en ‘verduurzamen bestaande bebouwde omgeving: energietransitie, klimaatadaptatie en waterveiligheid’. Een duurzame stedelijke ontwikkeling (art.
5.55 lid 2) Goede omgevingskwaliteit (onder a) Er is sprake van een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen wanneer ten eerste een goede omgevingskwaliteit wordt bevorderd, met een veilige en gezonde leefomgeving. Op grond van bijlage I bij de omgevingsverordening is ‘omgevingskwaliteit’ de kwaliteit van een plek of gebied die bepaald wordt door een goed samenspel van herkomstwaarde, belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde. In de Omgevingsverordening is de ‘gezonde leefomgeving’ de omgeving die de fysieke en psychische gezondheid beschermt en bevordert. De herkomstwaarde ziet op het beschermen van erfgoed. Binnen het plangebied bevindt zich één gemeentelijk monument. Dit monument zal intact worden gehouden. Verder bevinden zich geen bouwwerken of gronden met een herkomstwaarde. Ook dient te worden gekeken naar de belevingswaarde. In de omgeving zijn ten westen van het plangebied voornamelijk woningen aanwezig. Ten oosten van het plangebied bevinden zich voornamelijk bedrijven. De toevoeging van de verkeersbestemming, de waterberging en de woningen zullen dan ook, gelet op de reeds aanwezige functies, niet afdoen aan de belevingswaarde. Het verandert niet het karakter van de omgeving. De gebruikswaarde van de gronden wordt verhoogd. De gronden worden gebruikt voor de waterberging van Mierlo en staat daarmee ten dienste van de nieuwe woonwijk.
Daarnaast wordt een ontsluitingsweg aangelegd voor Luchen, die het woongebied in Luchen beter bereikbaar maakt. De toekomstwaarde van de gronden wordt verhoogd door het realiseren van belangrijke openbare blad 29 van 66
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a 'Oudvensestraat-Zuid' projectnummer 0492152.100 6 augustus 2024 revisie vast te stellen Gemeente Geldrop-Mierlo
voorzieningen zoals de ontsluitingsweg en de waterberging. De waterberging is daarnaast ook belangrijk om de klimaatadaptatie van Luchen te realiseren. Zorgvuldig ruimtegebruik (onder b) In de motivering bij de omgevingsverordening laat de provincie blijken dat stedelijke ontwikkelingen zoals wonen, werken of voorzieningen plaats moeten vinden binnen stedelijk gebied. De ruimte binnen stedelijk gebied moet daarbij zo goed mogelijk worden benut. Hierbij moet gedacht worden aan meervoudig ruimtegebruik. Daarbij gelden nog de voorwaarden vanuit de ladder voor duurzame verstedelijking zoals bedoeld in het Besluit kwaliteit leefomgeving. De ladder voor duurzame verstedelijking wordt uiteengezet in paragraaf 5.2.3. Duurzame energie (onder c) Het is bij het bouwen van nieuwbouw woningen niet meer mogelijk aan te sluiten op aardgas. Hiermee wordt reeds het gebruik van fossiele brandstoffen verminderd. Klimaatadaptatie (onder d) Met het beoogde voornemen wordt rekening gehouden met klimaatadaptatie. Binnen het plangebied worden verschillende waterbergingen mogelijk gemaakt. Hiermee wordt voorzien in de waterberging voor de activiteiten binnen het plangebied en de activiteiten in de rest van Luchen. Duurzame mobiliteit (onder e) Met de realisatie van de ovonde wordt tevens de toegankelijkheid van het gebied voor fietsers vergroot. Hiermee wordt tevens ingezet op duurzame mobiliteit.
Duurzame, concurrerende economie (onder f) Het plangebied ligt nabij Brainport Eindhoven. Dit gebied is het hart van innovatie op technologisch gebied. De realisatie van nieuwe woningen nabij Brainport Eindhoven draagt bij aan het economische groei van het gebied door de aantrekking van mogelijk nieuwe werknemers.
5.2.3
Ladder voor duurzame verstedelijking Op basis van artikel 5.129g van het Bkl blijft een toets aan de Ladder ook met de inwerkingtreding van de Omgevingswet van toepassing. In de Ladder is opgenomen dat, voor zover een omgevingsplan (of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit) voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, dat met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand, rekening gehouden moet worden met de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, moet in de motivering worden ingegaan op de mogelijkheden die er binnen het bestaand stedelijk gebied zijn om in die behoefte te voorzien. De ladder voor duurzame verstedelijking is alleen van toepassing op een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Daarvan is in beginsel sprake als het omgevingsplan meer bebouwing mogelijk maakt, of dat er een functiewijziging van zodanige aard en omvang plaats vindt dat om die reden sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) bepaalt dat de Ladder betrekking heeft op een stedelijke ontwikkeling die voldoende substantieel is.
Een stedelijke ontwikkeling is volgens dit artikel ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening. Artikel 5.129g Bkl heeft geen ondergrens voor de minimale omvang van een nieuwe stedelijke ontwikkeling vastgelegd. Of er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving, maar is volgens jurisprudentie in beginsel 500m2 bvo. Het gaat hierbij zowel om fysiek ruimtebeslag als de wijziging of toevoeging van functies. Bij de toetsing aan de Ladder onder de Omgevingswet, is het uitgangspunt dat de bestaande jurisprudentie over de Ladder (onder de Bro) gebruikt kan worden. Toetsing Het is van belang om bij de vaststelling van bestemmingsplannen e.d. de ladder voor duurzame verstedelijking juist toe te passen. Maar voordat daaraan wordt toegekomen, moet worden bezien of de ladder wel van toepassing is. Dat hangt af van de vraag of wordt voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Bij kleinschalige ontwikkelingen is niet altijd sprake van verstedelijking. De grens van een stedelijke ontwikkeling ligt voor
blad 30 van 66
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a 'Oudvensestraat-Zuid' projectnummer 0492152.100 6 augustus 2024 revisie vast te stellen Gemeente Geldrop-Mierlo
woningbouw op 12 woningen, zo blijkt uit jurisprudentie (ABRvS 16 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2921, r.o. 4.3.). De ontwikkeling betreft de realisatie van een woongebied met 49 woningen. Van deze 49 woningen worden 6 woningen gerealiseerd binnen bestaande objecten. Het plan voorziet dus in een nieuwe stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking is derhalve aan de orde. Actuele behoefte Rekening houdend met de bevolkingsgroei tot 2040 is in Geldrop-Mierlo een uitbreiding noodzakelijk van de woningvoorraad van circa 1.500 woningen. Dit betekent een groei van 8,7% ten opzichte van het jaar 2018 (tegenover 1,9% voor de periode 2012-2018). Tot 2040 zal het aantal 60-plussers met ruim 25% en het aantal 80-plussers met 50% toenemen. Dit betekent dat de opgave de komende jaren sterk in het teken staat van voldoende woningaanbod creëren voor de oudere doelgroepen die steeds langer zelfstandig blijven wonen. De ontwikkelingen vertalen zich vanzelfsprekend ook naar de gezinssamenstelling. Het aandeel eenpersoonshuishoudens in het totaal aantal huishoudens in Geldrop-Mierlo neemt van 30% in 2017 toe tot 38% in 2040. Daar tegenover wordt een relatief sterke daling verwacht van het aantal huishoudens bestaande uit samenwonenden zonder kinderen.
Dit betekent verder dat de vraag naar kleinere woningtypes de komende jaren sterk zal toenemen. Het plan voorziet in de ontwikkeling van zowel aaneengesloten woningen als appartementen. Dit sluit aan bij de behoefte van zowel ouderen door de realisatie van de appartementen als voor de eenpersoonshuishoudens door de realisatie van aaneengesloten woningen. De rest van het plangebied zal voorzien in vrijstaande woningen en twee-aan-een woningen. Deze woningen kunnen bijdragen aan de doorstroom van bijvoorbeeld scheefwoners en hiermee ervoor zorgen dat kleinere woningtypes vrijkomen. Conclusie De ontwikkeling voldoet aan de ladder voor duurzame verstedelijking.
5.3
Regionaal beleid
5.3.1
Brainport Principles In oktober 2017 hebben de negen gemeenten in het Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE), waaronder GeldropMierlo, een gezamenlijk afsprakenkader voor wonen opgesteld: ‘Afsprakenkader Wonen 2017’. De SGEgemeenten brengen gezamenlijk het wonen verder door diverse overwegingen en uitgangspunten te hanteren. Dit afsprakenkader is opgesteld om de trek naar de Brainport te stroomlijnen. De economie in de Brainport groeit al jaren harder dan het landelijk gemiddelde. Dat zorgt voor extra werkgelegenheid en een positief migratiesaldo. Veel mensen willen zich graag vestigen in het SGE. Gevolg: een sterke huishoudensgroei en een aantrekkende woningmarkt. Inmiddels is het ‘Afsprakenkalender Wonen 2017’ herijkt (Afsprakenkalender Wonen SGE 2022). Daarin worden de Brainport Principles grotendeels herbevestigd. Doel van dit nieuwe afsprakenkader is nieuwe afspraken te maken voor het regionaal omgaan met woningbouwplannen binnen de bestaande regionale Visie op wonen. Deze actualisatie is een aanvulling naar aanleiding van huidige en nieuwe ontwikkelingen. Met dit Afsprakenkader wordt vooruit gekeken naar de periode tot 2040; de periode waarover in de Woondeal, het MIRT en het Verstedelijkingsakkoord afspraken zijn en worden gemaakt. Dit Afsprakenkader Wonen biedt houvast en duidelijke kaders.
COVID19 heeft laten zien dat een prettige woonomgeving een vereiste is voor een kwalitatief goed woon- en leefklimaat. De woningbouwafspraken hebben daarmee aan urgentie gewonnen. De opgave die er ligt is meervoudig. In de eerste plaats: voldoende woningen om de groei van de bevolking op te vangen. De regio willen instromers kunnen aantrekken en starters en doorstromers vasthouden voor de regio. In de tweede plaats gaat het om de kwaliteit: een aanbod van aantrekkelijke, unieke, toonaangevende, innovatieve en gevarieerde woonmilieus. Hoe bereiken we deze dubbele doelstelling? Hiervoor hebben de negen gemeenten blad 31 van 66
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a 'Oudvensestraat-Zuid' projectnummer 0492152.100 6 augustus 2024 revisie vast te stellen Gemeente Geldrop-Mierlo
woningbouwafspraken gemaakt. Zij stemmen programmatisch de woningbouwproductie af, vanuit een gezamenlijke visie op het wonen. Vervolgens ontwikkelen zij gefaseerd de majeure en nieuwe projecten, zodat deze elkaar versterken en niet beconcurreren. Om te voorzien in de opgaven zijn praktisch hanteerbare principes en gebruiken uitgewerkt. Deze principes en gebruiken gelden als bindend kader bij alle nieuwe woningbouwontwikkelingen. Het betreft de volgende zeven principes: 1. koesteren van identiteit; 2. ruimte voor innovatie; 3. invloed voor bewoners; 4. vraaggericht ontwikkelen; 5. aantrekkelijke en gevarieerde woonmilieus: de wauw-factor; 6. benutting regionaal schaalniveau; 7. gezonde verstedelijking. De ontwikkeling maakt onderdeel uit van de grotere woningbouwontwikkeling Groot Luchen. Groot Luchen was al één van de bekende woningbouwbouwontwikkelingen die voordat in 2017 de negen gemeenten in het Stedelijk
Gebied Eindhoven (SGE), waaronder Geldrop-Mierlo, het gezamenlijk afsprakenkader voor wonen ‘Afsprakenkader Wonen 2017’ hebben opgesteld. De ontwikkeling past daarmee ook helemaal in de herijking hiervan in de Afsprakenkalender Wonen SGE 2022. Het is daarmee niet noodzakelijk de woningen aan Oudvensestraat-Zuid nu afzonderlijk te motiveren binnen de bovenstaande principes. Conclusie De ontwikkeling is in lijn met de brainport principles.
5.3.2
Woonvisie Stedelijk Gebied Eindhoven In april 2019 is de Visie op Wonen, Stedelijk Gebied Eindhoven (hierna: SGE), opgesteld. Het SGE is een gebied bestaande uit de volgende gemeenten: Best, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Helmond, Nuenen, Oirschot, Son en Breugel, Veldhoven en Waalre. Het SGE gebied is met Brianport Eindhoven een innovatieve regio. Het SGE streeft ernaar om en internationaal aansprekende centrumstedelijke cultuur in Eindhoven te realiseren met binnen het SGE stedelijke voorzieningen die daarbij passen. De woonmilieus en het stedelijk hart dienen aantrekkelijk te zijn om in de toekomst huisvesting te bieden met als doelgroep de werkende binnen het SGE. Met de groei en de veranderende samenstelling van de bevolking dient in de toekomst ingespeeld te worden op de woningbehoefte. De nieuwbouw dient in de toekomst zich te richten op 1 en 2-persoonshuishoudens. Daarnaast is het levensloopbestendig maken van woningen belangrijk in de toekomst. Bij het achterblijven van economische groei houdt de SGE vast aan het minimum van 2500 woningen netto per jaar (anti cyclus bouwen). Het SGE zet daarnaast in op een leefbaar en gezond stedelijk gebied Eindhoven in 2040. In 2028 dient de woningvoorraad alle doelgroepen een kans te bieden, in een spreiding te voorzien van sociale huurwoningen door de wijken en op regionaal niveau.
Daarnaast dient er een goede sociale cohesie in de wijk en buurten te bestaan. In 2028 dient dan ook in alle segmenten voldoende woningen te bestaan, waarbij de woningtekort is teruggedrongen tot maximaal 2%. Zowel het middenhuursegment als de sociale huurwoningen zijn voldoende aanwezig. In 2040 streeft de gemeente naar een goede, betaalbare en duurzame woning voor ieder huishouden. Het SGE streeft in 2028 dan ook naar een woningvoorraad, zowel huur als koop, die voldoende aanbod biedt aan middeninkomens. In 2040 is het doel om de match tussen de woningwensen en het woningaanbod bijna perfect te hebben en de dynamiek op de regionale woningmarkt gezond te krijgen. Het SGE gebied is met Brainport Eindhoven een innovatieve regio en dit dient verbonden te worden aan de woningbouw. Het SGE zet in op innovaties rondom woningbouw, waarbij energieneutraal en circulair bouwen centraal staan. Daarnaast zet het SGE in op verdichting rondom OV knooppunten en op fietsafstanden van werklocaties. Hiermee wordt ook de leefbaarheid en veiligheid van de regio verbeterd. Het SGE wil in 2040 dan ook goed bereikbaar zijn en goede ontsluitingen per OV en fiets kennen. De ontwikkeling sluit aan bij de woningbehoefte binnen de regio. Er worden namelijk appartementen en aaneengesloten woningen gerealiseerd. Hierdoor is er voor zowel ouderen als voor starters plaats binnen het
blad 32 van 66
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a 'Oudvensestraat-Zuid' projectnummer 0492152.100 6 augustus 2024 revisie vast te stellen Gemeente Geldrop-Mierlo
plangebied. De waterberging draagt bij aan een leefbaar en gezond stedelijk gebied, aangezien hiermee ingespeeld wordt op de klimaatveranderingen en de daarmee gepaard gaande wateroverlast. Conclusie De ontwikkeling is in lijn met de woonvisie Stedelijk Gebied Eindhoven.
5.4
Gemeentelijk beleid
5.4.1
Omgevingsvisie Geldrop-Mierlo In de Omgevingsvisie wordt beschreven hoe de gemeente er nu uitziet en hoe deze er in de toekomst uit moet komen te zien. In de Omgevingsvisie van Geldrop-Mierlo zijn een zestal speerpunten opgenomen. Dit zijn de volgende: 1. Duurzaam netwerk 2. Doorlopend groen 3. Multifunctioneel buitengebied 4. Stralende middelpunten 5. Groene sociale wijken 6. Economische kracht Duurzaam netwerk De gemeente Geldrop-Mierlo stelt in haar omgevingsvisie dat zij in de toekomst duurzaam verbonden wil zijn met de stedelijke regio Eindhoven en de wereld om haar heen. De gemeente is voornemens om goed bereikbaar te zijn en zet in op duurzame vormen van vervoer. De gemeente stelt de volgende doelen: • Het realiseren van een netwerk van snelle en comfortabele fietsroutes. • Het opheffen van barrières voor langzaam verkeer in de gemeente. • Het treinstation centraler zetten en ander OV uitbouwen. • Gebruik van elektrische auto’s en deelvervoer sterk laten toenemen. • Doorgaand verkeer zo veel mogelijk om de gemeente heen leiden. Doorlopend groen De gemeente Geldrop-Mierlo zet in op robuuste doorlopende groenstructuren en een hogere biodiversiteit. Daarbij moeten er sterke ecologische verbindingen bijdragen aan de hogere biodiversiteit. Daarnaast heeft de gemeente de ambitie om een duurzame groene buffer tussen stedelijke gebieden aan te leggen.
Hiermee wil de gemeente ook bijdragen aan de klimaatadaptatie. De gemeente stelt de volgende doelen: • Opheffen van barrières in het (regionale) natuurnetwerk. • Aanvullen van het natuurlijke netwerk Brabant. • Biodiversiteit versterken buiten natuurgebieden. • Beter vasthouden aan gebiedseigen water. Natuur en multifunctioneel buitengebied In de ruimtelijke ordening is decennialang de nadruk gelegd op het scheiden van functies. De gemeente wil in de toekomst inzetten op het combineren van functies en haar buitengebied multifunctioneel maken. Daarnaast is een sterke economische basis vereist voor het platteland ten behoeve van de leefbaarheid, de werkgelegenheid en de instandhouding voor de kwaliteit van het landelijk gebied. De gemeente wil daarnaast energieneutraal zijn in 2050. De gemeente stelt de volgende doelen: • Passende functies vinden voor een vitaal landelijk gebied. • Realiseren van een natuurinclusieve landbouw. • Meer landschapselementen en een hogere ruimtelijke kwaliteit. • Ruimte voor goed ingepaste opwekking van energie. • Een klimaat adaptief buitengebied.
blad 33 van 66
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a 'Oudvensestraat-Zuid' projectnummer 0492152.100 6 augustus 2024 revisie vast te stellen Gemeente Geldrop-Mierlo
Een stralend middelpunt (in Geldrop en Mierlo) De dorpscentra van Geldrop en Mierlo zijn niet alleen meer gericht op winkelen, maar ook op bijvoorbeeld wonen, verblijven en cultuur. De gemeente wil nieuw woningaanbod in het centra mogelijk maken die geschikt zijn voor zowel ouderen, alleenstaande als jongeren. ‘Geldrop-Mierlo vermaakt en verweeft’ is het motto van de gemeente. De gemeente stelt de volgende doelen: • Het creëren van een centrum-woonmilieu (via de woningbouwimpuls). • Vestigen van nieuwe functies. • Organiseren van verbindende evenementen (lokaal, soms bovenlokaal/ regionaal). • Realiseren Dommeldal als natuurpark. • Versterken toegankelijkheid en beleefbaarheid van het kasteel. Naar duurzame groene sociale woongebieden De gemeente ambieert om aantrekkelijke groene woongebieden in haar gemeente te hebben. Het woning aanbod moet divers en flexibel zijn. Daarnaast moeten inwoners op een lange termijn hier kunnen wonen. De wijken moeten kunnen inspelen op het veranderende klimaat en burgers stimuleren tot gezond gedrag. De gemeente wil energieneutraal zijn in 2040. Daarnaast moeten sociale problemen onder controle blijven en worden groepen met sociale economische problemen gespreid. De gemeente stelt de volgende doelen: • Het realiseren van een groene dooradering van de wijken en het nemen van andere klimaatbestendige maatregelen tegen wateroverlast en hitte.
• Het vernieuwen, transformeren en verduurzamen van het woonaanbod. • De fiets vooropzetten in de wijken. • Ruimte maken voor kansrijke ontmoetingsplekken. • Basisvoorzieningen op bereikbare afstand houden. Economische kracht De gemeente wil in de toekomst een breed aanbod aan werkgelegenheid met een accept op de techniek, MKB, dienstverlening, centrumfuncties en recreatie. De bedrijventerreinen moeten daarnaast hoogwaardige werkgebieden zijn. De gemeente stelt de volgende doelen: • Toekomstbestendig maken van onze bedrijventerreinen. • Sterker neerzetten van een economisch profiel. • Ruimte voor ‘nieuwe vormen van werken’ in wijken en centrum. • Uitwerken van ons recreatief profiel. • Ruimte voor kleinschalige (lokale) bedrijvigheid in vrijkomende agrarische bebouwing. • Ruimte voor ‘nieuwe vormen van werken’ in wijken en centra. Conclusie Het voornemen sluit aan bij het speerpunt ‘Duurzaam netwerk’. Met de nieuwe ovonde vergroot de gemeente haar bereikbaarheid en vermindert ook de verkeersdruk bij bestaande wegen. Daarnaast wordt met de waterberging beter ingespeeld op het veranderende klimaat en draagt daarmee bij aan een aantrekkelijk groen woongebied.
5.4.2
Woonvisie Geldrop-Mierlo 2020-2028 De Woonvisie van de gemeente Geldrop-Mierlo biedt een doorkijk naar de belangrijkste ontwikkelingen en uitdagingen op het thema ‘wonen’ van de gemeente, de ambities en de gewenste beleidskaders om deze ambities mogelijk te maken. De Woonvisie laat zien welke vraagstukken prioriteit krijgen in de gemeente tot 2028. Woningvoorraad In 2018 telde Geldrop-Mierlo 17.429 woningen. Het overgrote deel betrof koopwoningen, namelijk 11.331. Iets minder dan een derde van de koopwoningen heeft een WOZ-waarde tot €200.000 en mag derhalve gerekend worden tot de sociale woningvoorraad. Het grootste gedeelte van de woningen heeft een WOZ-waarde tussen de €200.000 en €345.000 en wordt beschouwd als middeldure koop. Van de huurwoningen is 78% in eigendom van de woningcorporaties. Landelijk gezien is 29% van de huurwoningen in eigendom van woningcorporaties. Het overige is in eigendom van particuliere verhuurders. De woningvoorraad van corporaties en de helft van de woningvoorraad van particuliere verhuurders mag gerekend worden tot de sociale verhuur. blad 34 van 66
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a 'Oudvensestraat-Zuid' projectnummer 0492152.100 6 augustus 2024 revisie vast te stellen Gemeente Geldrop-Mierlo
Plancapaciteit versus behoefte Gelet op de bevolkingsgroei tot 2040 is in de gemeente Geldrop-Mierlo tot 2040 een uitbreiding noodzakelijk van de woningvoorraad van circa 1.500 woningen. De bestaande bouwplannen tot 2028 in Geldrop-Mierlo voorzien grotendeels in deze opgave. Ongeveer de helft van de plancapaciteit betreft harde plannen en de andere helft betreft zachte plannen. Dit betreffen voornamelijk middeldure tot dure koopwoningen en goedkope (sociale) huurwoningen en middeldure huurwoningen. De voorgenomen ontwikkeling behoort niet tot de harde plannen van de gemeente. Met het oog op toenemende vergrijzing en de noodzaak om steeds langer zelfstandig in de eigen thuisomgeving te blijven wonen is het goed om te zien dat het aandeel nultreden (geschikte) woningen in de bouwplannen significant is. Op dit moment is dat ruim 57% van alle geplande nieuwbouw in de gemeente Geldrop-Mierlo tot 2028. Daarnaast is een percentage van 14,8% goedkope scheefwoners. Dit zijn huishoudens die in een goedkope woning wonen, maar eigenlijk zouden kunnen doorstromen naar een duurder segment woning. In 2021 betrof dit 15,6% van het aantal huishoudens. Dit staakt de doorstroom van mensen vanuit sociale woningen en drukt op de beschikbaarheid van sociale woningen voor de echte doelgroep. De focus ligt op het realiseren van kleinere betaalbare woningen voor ouderen en jongeren.
Daarbij wordt ingezet op het toevoegen van sociale woningen, aangezien in de praktijk blijkt dat mensen langer in sociale woningen blijven wonen. Uitgangspunten en hoofdlijnen woonbeleid De strategische visie en het kernakkoord van de gemeente Geldrop-Mierlo en de visie op Wonen van het SGE (Stedelijk Gebied Eindhoven) leiden tot een aantal uitgangspunten en hoofdlijnen voor het woonbeleid in de komende jaren. Zo dient de bestaande plancapaciteit optimaal benut te worden. Dit wordt gedaan door nieuwbouwinitiatieven streng(er) te toetsen op de mate waarin zij bijdragen aan de ambities van verduurzaming, levensloopbestendig wonen en de Brainport Principles. Daarnaast wordt ingezet op sociale woningen, maar er wordt ook gewaakt voor een overschot. Hierbij wordt rekening gehouden met doorstroomfrictie waardoor enige mate van overschot gewenst is. Tevens ligt de aandacht op doorstroming. Hiervoor wordt onder andere het aanbod meer in balans gebracht met de vraag. De kansen voor doorstroming liggen bij het stimuleren van de toevoeging van appartementen. Een aanpassing van het appartementenbeleid en appartementen is toegestaan in Mierlo. Nieuw- en verbouwinitiatieven dienen te beantwoorden aan de toenemende vraag naar levensloopbestendige woningen en moeten rekening houden met de duurzaamheidsopgave. Hier wordt bij toekomstige ontwikkelingen rekening mee gehouden.
Hierbij sluit de gemeente aan bij de Duurzaamheidsnota. Met de uitdagingen die er nu liggen wil de gemeente ook graag vernieuwde concepten de ruimte bieden, zoals tinyhouses en kangoeroewoningen. Daarnaast gaat de gemeente nog in op beschermd wonen en maatschappelijke opvang, aanpak huisvestingsvraagstuk arbeidsmigranten en het nieuwe woonwagenbeleid. Om de ontwikkeling aan te laten sluiten op de meest actuele regionale planbehoefte is er getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Deze toetsing is opgenomen in paragraaf 5.2.3. Hieruit blijkt dat is voldaan aan de ladder voor duurzame verstedelijking.
5.4.3
Structuurvisie Sportpark Oudven en omgeving Op 27 september 2021 is de Structuurvisie Sportpark Oudven en omgeving vastgesteld door de gemeenteraad van Geldrop-Mierlo. Deze visie gaat over de invulling van het gebied Oudvensestraat en omgeving (Mierlo). De concrete aanleiding voor het opstellen van de structuurvisie is de wens om het gevestigde voorkeursrecht van de gemeente te bestendigen. Op de gronden (zie figuur 5-1) is een voorkeursrecht bestendigd voor de duur van drie jaren conform de artikelen 5 en 9 van de Wvg, tenzij binnen deze termijn een structuurvisie of bestemmingsplan wordt vastgesteld. Het voorkeursrecht is van kracht geworden op 2 oktober 2018 en dit betekent dat het voorkeursrecht geldt tot en met 2 oktober 2021, tenzij de raad voor die tijd een Structuurvisie heeft vastgesteld. Nu deze structuurvisie op 27 september 2021 is vastgesteld, vervalt het gevestigde voorkeursrecht van echtswege op 27 september 2024. De gronden die aangewezen zijn in deze structuurvisie en waarop dus ook het voorkeursrecht voor geldt, vallen gedeeltelijk binnen het plangebied van Oudvensestraat-Zuid.
blad 35 van 66
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a 'Oudvensestraat-Zuid' projectnummer 0492152.100 6 augustus 2024 revisie vast te stellen Gemeente Geldrop-Mierlo
Figuur 5-1 Ligging en begrenzing van de gronden waarop voorkeursrecht is gevestigd
De aangewezen gronden in de structuurvisie zijn bedoeld om in te zetten voor grondgebonden woningen en bijbehorende voorzieningen zoals groen, wateropvang, parkeren en verkeer. In de structuurvisie is het plangebied voor de omgevingsplanwijziging aangewezen als zoekgebied voor gemengde functie en woonfunctie, alsmede voor hemelwaterberging. Zie hiervoor ook figuur 5-2.
Figuur 5-2 Structuurvisiekaart (bron: Visie Sportpark Oudven en omgeving)
Conclusie Het voornemen sluit aan bij de ‘Structuurvisie Sportpark Oudven en omgeving’ gelet op de gebruikmaking van de gronden zoals deze zijn beoogd met het bestendigen van het voorkeursrecht.
blad 36 van 66
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a 'Oudvensestraat-Zuid' projectnummer 0492152.100 6 augustus 2024 revisie vast te stellen Gemeente Geldrop-Mierlo
6.
Omgevingsaspecten
6.1
Mer-beoordeling
6.1.1
Kader Het instrument milieueffectrapportage (mer) is ontwikkeld om het milieubelang een volwaardige plaats in bepaalde plan- en besluitvormingsprocessen te geven. In het milieueffectrapport (MER) worden de effecten van een ontwikkeling voor alle relevante milieuaspecten systematisch in beeld gebracht. Tevens wordt nagegaan of er alternatieven of maatregelen zijn waarmee eventuele negatieve effecten kunnen worden verminderd of voorkomen. Enerzijds maakt het opstellen van een milieueffectrapport (MER) de initiatiefnemer bewust van de milieugevolgen en anderzijds kan de overheid diverse milieugevolgen in samenhang met elkaar en op een voor de burger transparante wijze bij de besluitvorming betrekken. Voor ontwikkelingen geldt het wettelijk kader voor milieueffectrapportages dat is omschreven in afdeling 16.4 van de Omgevingswet. De toepassingsregels zijn verder uitgewerkt in hoofdstuk 11 en bijlage V van het Omgevingsbesluit. Of een besluit over een project-mer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig is, kan worden afgeleid uit bijlage V bij het Omgevingsbesluit, in samenhang met de artikelen 11.6 en 11.8 van het Omgevingsbesluit. Bijlage V heeft als ingang (kolom 1) de omschrijving van het project van de initiatiefnemer. In kolom 4 staan de besluiten genoemd waarvoor dan de mer-plicht of mer-beoordelingsplicht van toepassing zijn.
Of er voor het besluit een mer-plicht of een mer-beoordelingsplicht geldt, volgt uit kolom 2 en kolom 3. In kolom 2 zijn de gevallen opgenomen waarvoor een mer-plicht geldt en in kolom 3 zijn de gevallen opgenomen waarin een mer-beoordelingsplicht geldt.
6.1.2
Toetsing De ontwikkeling van Oudvensestraat-Zuid valt onder de mer-categorie ““J11 Stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en de aanleg van parkeerterreinen”. In Bijlage V van het Omgevingsbesluit is vastgelegd dat voor een besluit over een omgevingsplan voor deze activiteit geen project-mer-plicht geldt, maar wel een mer-beoordelingsplicht. Deze mer-beoordeling is toegevoegd als bijlage 8 bij deze motivering.
6.1.3
Conclusie Uit de m.e.r.-beoordeling blijkt dat geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en locatie van het plan, die zouden kunnen leiden tot aanzienlijke milieueffecten ter plaatse. Het voornemen heeft weliswaar mogelijke effecten, maar deze zijn in aard en omvang niet aanzienlijk. De onderzochte aspecten leiden geen van alle tot aanzienlijke milieueffecten die noodzaak geven tot het opstellen van een milieueffectrapport.
6.2
Geluid
6.2.1
Kader Voor geluidgevoelige bestemmingen zijn geluidsgrenswaarden opgenomen waaraan een ontwikkeling getoetst moet worden. Aanvullend op deze wettelijke kaders heeft een gemeente de mogelijkheid om geluidbeleid op te stellen. De gemeente Geldrop-Mierlo heeft de ‘Beleidsregel geluid onder de Omgevingswet Geldrop-Mierlo 2024’ vastgesteld op 30 december 2023. De geluidsnormen zijn onder de Omgevingswet neergelegd in het Besluit kwaliteit leefomgeving. Een omgevingsplan dient bij de toevoeging van een nieuw geluidgevoelig gebouw ervoor te zorgen dat het geluid op dat gebouw niet de standaardwaarde overschrijdt (5.78t Bkl). De waardes die gelden worden weergegeven in tabel 6-1. Echter, in het omgevingsplan kan van deze standaardwaarden onder voorwaarden worden afgeweken. Indien afwijking mogelijk is, dan gelden de grenswaarden uit artikel 5.78u Bkl. Afwijking van de standaardwaarde is mogelijk indien geen geluidbeperkende maatregelen kunnen worden getroffen om aan de standaardwaarde te voldoen, de overschrijding van de standaardwaarde door het treffen van geluidbeperkende maatregelen zoveel blad 37 van 66
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a 'Oudvensestraat-Zuid' projectnummer 0492152.100 6 augustus 2024 revisie vast te stellen Gemeente Geldrop-Mierlo
mogelijk wordt beperkt en het geluid op geluidgevoelige gebouwen niet hoger is dan de grenswaarde zoals bedoeld in artikel 5.78u Bkl. Tabel 6-1 Standaardwaarde en grenswaarde geluidgevoelige gebouwen (artikel 5 78t Bkl jo 5.87u Bkl) Geluidbronsoort
Standaardwaarde (5.78t Bkl)
Grenswaarde (5.87u Bkl)
Provinciale wegen Rijkswegen
50 Lden
60 Lden
Gemeentewegen Waterschapswegen
53 Lden
70 Lden
Lokale spoorwegen Hoofdspoorwegen
55 Lden
65 Lden
Industrieterrein
50 Lden 40 Lnight
55 Lden 45 Lnight
Geluidgevoelige gebouwen Een geluidgevoelig gebouw is conform artikel 3.21 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) een gebouw of een gedeelte van een gebouw met een: • Woonfunctie en nevengebruiksfunctie daarvan; • Onderwijsfunctie en nevengebruiksfunctie daarvan; • Gezondheidszorgfunctie met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan; of • Bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan. Dit geldt niet voor het gedeelte van het gebouw waar het omgevingsplan geen geluidgevoelige ruimte toelaat, tenzij het gebouw een woonschip of woonwagen is. Onder een geluidgevoelig object wordt ook een geluidgevoelig gebouw verstaan, wat nog niet aanwezig is, maar op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit mag worden gebouwd.
6.2.2
Toetsing Ten behoeve van de wijziging van het omgevingsplan is een akoestisch onderzoek uitgevoerd, toegespitst op de inpasbaarheid van de nieuwe activiteit wonen en de wijziging van de nabijgelegen wegen. Dit akoestisch onderzoek is opgenomen als bijlage 9 bij deze motivering. Uit de rekenresultaten blijkt dat het geluid, na wijziging en aanleg van de weg, bij 29 bestaande woningen waaronder Oudvensestraat 1 hoger is dan de toetswaarde (zijnde de standaardwaarde of – in het geval deze hoger is – hoger dan het geluid voorafgaand aan de aanleg en wijziging). Het geluid bij deze bestaande woningen loopt op tot 61 dB. Bij 10 van de nieuwe gebouwen is er sprake van een overschrijding van de standaardwaarde. Het gaat hier om de 2 vrijstaande woningen nabij de ovonde, 7 van de 8 aaneengesloten woningen aan de nieuwe ontsluiting en het nieuwe appartementengebouw grenzend aan de Burgemeester Termeerstraat. Het geluid bij deze nieuwe woningen loopt op tot 61 dB. De rekenresultaten voor de nieuwe en bestaande geluidgevoelige gebouwen zonder toepassing van geluid reducerende maatregelen zijn weergegeven in figuren 6-1 en 6-2.
blad 38 van 66
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a 'Oudvensestraat-Zuid' projectnummer 0492152.100 6 augustus 2024 revisie vast te stellen Gemeente Geldrop-Mierlo
Figuur 6-1: Rekenpunten waar sprake is van een overschrijding van de toetswaarde bij bestaande geluidgevoelige gebouwen als gevolg van de wijziging.
Figuur 6-2: Nieuwe geluidgevoelige gebouwen waar het geluid hoger is dan de standaardwaarde als het gevolg van de gemeentewegen.
Maatregelen zijn onderzocht om het geluid te verlagen. Hieruit blijkt dat maatregelen aan de Geldropseweg niet effectief zijn of stuiten op overwegende bezwaren van stedenbouwkundige aard. Een bronmaatregel op de nieuwe ontsluitingsweg in de vorm van SMA NL 0/5 kan worden toegepast om bij de 7 aaneengesloten woningen
blad 39 van 66
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a 'Oudvensestraat-Zuid' projectnummer 0492152.100 6 augustus 2024 revisie vast te stellen Gemeente Geldrop-Mierlo
aan de nieuwe weg alsnog te voldoen aan de standaardwaarde. Dit betekent dat drie geluidgevoelige gebouwen - de twee vrijstaande woningen aan de nieuwe ontsluitingsweg en het appartementsgebouw grenzend aan de Burgemeester Termeerstraat - na de bronmaatregel niet kunnen voldoen aan de standaardwaarde. Daarnaast bestaat de mogelijkheid om een bronmaatregel op de Prelaat Brantenstraat in de vorm van stille elementenverharding (over een weglengte van circa 190 m) toe te passen. Daarmee wordt bij 13 bestaande woningen alsnog voldaan aan de toetswaarde. Hierna dient nog bij 16 bestaande woningen de binnenwaarde te worden geborgd tot het wettelijke maximum van 33 dB. Wanneer de voorgestelde bronmaatregel in de vorm van stille elementenverharding op de Prelaat Brantenstraat niet wordt toegepast, dient bij 29 bestaande woningen het binnenniveau te worden geborgd tot het wettelijke maximum van 33 dB. In beide gevallen geldt dat er bij de 3 geluidgevoelige gebouwen het nieuwe woningbouwplan niet wordt voldaan aan de standaardwaarde. Aandachtspunten hierbij zijn dat bij de gestapelde woningen dient te worden geborgd dat ten minste 50% van de wooneenheden zijn gesitueerd aan de zij- of achtergevels (met een geluidbelasting van maximaal 5 dB boven de standaardwaarde).
Buitenruimten dienen bij voorkeur aan de geluidluwe zijde gesitueerd te worden en mogen niet te zijn gelegen aan de gevel met de hoogste geluidbelasting.
Figuur 6-3: Locaties met een overschrijding van de toetswaarde of standaardwaarde, na toepassing van stille elementenverharding op de Prelaat Brantenstraat en SMA 0/5 op de nieuwe ontsluitingsweg.
Om te kunnen voldoen aan de geluidsvoorwaarden dienen maatregelen genomen te worden. Deze maatregelen moeten juridisch geborgd worden.
6.2.3
Conclusie PM
blad 40 van 66
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a 'Oudvensestraat-Zuid' projectnummer 0492152.100 6 augustus 2024 revisie vast te stellen Gemeente Geldrop-Mierlo
6.3
Trillingen
6.3.1
Kader Trillingen kunnen nadelige gevolgen hebben voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Ze kunnen effect hebben op het welzijn van mensen of schade aan gebouwen veroorzaken. De Omgevingswet beschermt (delen van) gebouwen. Gemeenten mogen zelf regels stellen over trillingen door milieubelastende activiteiten. De regels voor trillingen zijn op verschillende plaatsen terug te vinden. In paragraaf 5.1.4.4 van het Bkl staan de instructieregels voor trillingen. Deze instructieregels zijn gericht op de bescherming van trillinggevoelige ruimten in trillinggevoelige gebouwen. In paragraaf 22.3.5 van de Bruidsschat zijn eveneens regels voor trillingen opgenomen. Deze regels gelden voor trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz door een activiteit in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw, die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Er gelden maximale waarden voor continue trillingen en voor herhaald voorkomende trillingen. De maximale waarden zijn opgenomen in de tabellen in artikel 22.88 en 5.87a van de Bruidsschat. Onder de Omgevingswet zijn de regels van trillingen door bedrijven (activiteiten) gedecentraliseerd. Dat betekent dat gemeenten zelf regels mogen stellen over trillingen van activiteiten.
6.3.2
Toetsing De meest relevante trillingsbronnen zijn wegverkeer, railverkeer en industriële activiteiten. Voor wegverkeer en railverkeer geldt dat dit afhankelijk is van het aandeel zwaar vrachtverkeer. Voor alle trillingsbronnen geldt dat trillingen afnemen als de afstand tot de bron groter wordt. Voor trillingen door wegverkeer moet dan ook worden gekeken naar het aandeel zwaar vrachtverkeer en de ligging ten opzichte van het plangebied. In het geval van dit planvoornemen geldt dat op basis van het aandeel zwaar vrachtverkeer en de afstand tot het plangebied geen effecten van trillingshinder te verwachten zijn. Voor trillingen door railverkeer moet dan ook worden gekeken naar het aandeel goederenvervoer en de ligging ten opzichte van het plangebied. In het geval van dit project geldt dat op basis van de afstand van 2 kilometer tot het plangebied geen effecten van trillingshinder te verwachten zijn. Voor trillingen door industriële activiteiten moet worden gekeken naar de ligging ten opzichte van het plangebied. In het geval van onderhavige ontwikkelingen geldt dat op basis van de afstand tot het plangebied er geen effecten van trillingshinder te verwachten zijn gelet op de afstand tot industriële activiteiten.
6.3.3
Conclusie Vanuit het aspect trillingen zijn geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling te verwachten.
6.4
Verkeer en parkeren
6.4.1
Kader De toename aan functies zorgen voor verkeer. Bij het toelaten van een nieuwe functie moet daarom worden aangetoond wat het effect is op de bereikbaarheid en verkeersafwikkeling. Daarbij dient in beeld te worden gebracht of er sprake is van een (extra) parkeerbehoefte voor auto’s, fietsen en/of scooters. De gemeente stelt parkeerbeleid op met daarin parkeernormen waaraan nieuwe ontwikkelingen moeten voldoen. De activiteit dient dus aan het gemeentelijk beleid getoetst te worden. Ook kan bij ontwikkelingslocaties in een stedelijk gebied bijvoorbeeld een regeling opgenomen worden (in het omgevingsplan) die aan geeft dat er aangetoond moet worden dat het verkeer goed afgewikkeld kan worden of juist dat er geen of beperkte toename
blad 41 van 66
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a 'Oudvensestraat-Zuid' projectnummer 0492152.100 6 augustus 2024 revisie vast te stellen Gemeente Geldrop-Mierlo
mag zijn van het autoverkeer op omliggende wegen. Bij het uitvoeren van een mobiliteitsonderzoek wordt getoetst aan het geldende beleid.
6.4.2
Toetsing Verkeersgeneratie De ontwikkeling voorziet in de realisatie van 43 woningen en het omzetten van 6 recreatiewoningen naar permanente woningen. Tabel 6-2 toont de verwachte verkeersgeneratie per type woning. Voor de verkeersgeneratie is gebruik gemaakt van kengetallen (gemiddelde van de bandbreedte) van het CROW (publicatie 381 – Toekomstbestendig parkeren). Op basis van de Nota Parkeernormen gemeente Geldrop-Mierlo (november 2022) is de ontwikkeling gelegen in 'rest bebouwde kom' van een matig stedelijk gebied'. In totaal genereert de ontwikkeling (afgerond) 277 motorvoertuigbewegingen (mvt) per weekdag. Om het aantal verkeersbewegingen om te rekenen van weekdagcijfers naar werkdagcijfers moeten de mvt van woningen vermenigvuldigd worden met 1,11. Daarmee komt de verkeersgeneratie per werkdag neer op (afgerond) 308 mvt/werkdag. Tabel 6-2 Berekening verkeersgeneratie Woningtypes Aantal
Kengetal
Verkeersgeneratie
Koop, huis, vrijstaand
5
8,2
41
Koop, huis, tweeonder-een-kap
6
7,8
46,8
3
7,1
21,3
Huur, huis, sociale huur
8
4,9
39,2
Koop, app, duur
9
7,1
63,9
Huur, app, goedkoop
18
3,6
64,8
Totaal (weekdag)
49
Koop, tussen/hoek
huis
277 307,5
Totaal (werkdag)
Het plangebied wordt ontsloten via de bestaande Oudvensestraat en via de nieuw aan te leggen weg naar Luchen. De komende periode wordt het ontwerp verder uitgewerkt tot een definitieve ontwerp. Waar nodig worden ook verkeersbesluiten voorbereid. Parkeren Voor de parkeerbehoefte is getoetst aan het gemeentelijk parkeerbeleid: Nota Parkeernormen (2022) van de gemeente Geldrop-Mierlo. Op basis van dit beleidsstuk komt de parkeerbehoefte van de ontwikkeling neer op (afgerond) 81 parkeerplaatsen. Tabel 6-3 toont de parkeerbehoefte per type woning. Tabel 6-3 Berekening parkeerbehoefte Parkeernorm
Parkeerbehoefte
Woningtype
Aantal
bewoners
bezoek
bewoners
Koop, huis, vrijstaand
5
1,9
0,2
9,5
Koop, huis, twee-onder-een-kap
6
1,8
0,2
10,8
1,2
12
Koop, huis, tussen/hoek
3
1,6
0,2
4,8
0,6
5,4
Huur, huis, sociale huur
8
1,3
0,2
10,4
1,6
12
Koop, app, duur
9
1,7
0,2
15,3
1,8
17,1
Huur, app, goedkoop
18
1,1
0,2
19,8
3,6
23,4
Totaal
49
70,6
9,8
80,4
blad 42 van 66
bezoek
totaal
1
10,5
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a 'Oudvensestraat-Zuid' projectnummer 0492152.100 6 augustus 2024 revisie vast te stellen Gemeente Geldrop-Mierlo
In de ontwikkeling wordt voorzien in parkeren op eigen terrein voor wat betreft de vrijstaande en halfvrijstaande grondgebonden woningen. Het bezoekersparkeren wordt in de openbare ruimte opgenomen net als het parkeren voor de sociale huurwoningen. Het parkeren voor de appartementen is in de directe omgeving van de appartementen voorzien zoals zichtbaar op de figuren 2.2. en 2.3 in deze toelichting. Er is daarmee ruim voldoende ruimte beschikbaar om te voorzien in de parkeerbehoefte.
6.4.3
Conclusie Vanuit het aspect verkeer en parkeren zijn geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling te verwachten.
6.5
Bodemkwaliteit
6.5.1
Kader Ter bescherming van de gezondheid en het milieu zijn voor het aspect bodem instructieregels in het Bkl opgenomen. De inhoud van deze regels is via het Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet opgenomen in paragraaf 5.1.4.5 Bkl. Het aanvullingsbesluit bepaalt voor welke activiteiten kan worden volstaan met een melding. Er worden drie basisvormen van bodemgebruik onderscheiden: landbouw/natuur, wonen en industrie. De kaders zijn gebaseerd op de risicogrenswaarden die voor de betreffende situaties zijn afgeleid. De algemene doelstelling van het bodembeleid is het waarborgen van de gebruikswaarde van de bodem en het faciliteren van het duurzaam gebruik van de functionele eigenschappen van de bodem, door in onderlinge samenhang; • • •
beschermen van de bodem tegen nieuwe verontreinigen en aantastingen; evenwichtig toedeling van functies aan locaties, rekening houdend met de kwaliteiten van de bodem; duurzaam en doelmatig beheren van de resterende historische verontreinigingen en -aantastingen
Waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie worden opgenomen in het definitieve omgevingsplan (artikel 5.89i Bkl). Deze waarden kunnen per gebied of per gebruiksfunctie verschillen. Bij een overschrijding van een vastgestelde waarde is het bouwen van een bodemgevoelig gebouw alleen toegelaten als de in het omgevingsplan voorgeschreven sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen (artikel 5.89K Bkl, artikel IIIa onder 2 Aanvullingsbesluit Bodem).
6.5.2
Toetsing Gemeente Geldrop – Mierlo beschikt over een bodemkwaliteitskaart (versie juli 2021). De gronden waar de ontwikkeling plaatsvindt zijn reeds bestemd als ‘agrarisch’. Op de bodemkwaliteitskaart in figuur 6-4 zijn de bodemfuncties weergeven. Uit deze kaart blijkt dat het plangebied reeds de bodemfunctieklasse ‘wonen’ en voor een klein deel ‘industrie’ heeft. Figuur 6-5 geeft aan dat de ontgravingskwaliteit van zowel de boven- als ondergrond ter plaatse het plangebied Landbouw/Natuur betreft. De bodemkwaliteit op de locatie wordt geschikt geacht voor het voorgenomen gebruik.
blad 43 van 66
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a 'Oudvensestraat-Zuid' projectnummer 0492152.100 6 augustus 2024 revisie vast te stellen Gemeente Geldrop-Mierlo
Figuur 6-4 Uitsnede Bodemkwaliteitskaart (bodemfunctieklasse) Geldrop-Mierlo, plangebied rood omcirkeld (bron: Bodemkwaliteitskaart Geldrop-Mierlo)
blad 44 van 66
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a 'Oudvensestraat-Zuid' projectnummer 0492152.100 6 augustus 2024 revisie vast te stellen Gemeente Geldrop-Mierlo
Figuur 6-5 Uitsnede Bodemkwaliteitskaart (ontgravingskaart) Geldrop-Mierlo, plangebied rood omcirkeld. (bron: Bodemkwaliteitskaart Geldrop-Mierlo)
6.5.3
Conclusie Vanuit het aspect bodem zijn geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling te verwachten.
6.6
Cultureel erfgoed
6.6.1
Kader In bijlage A (begrippen) van de Omgevingswet is de definitie van cultureel erfgoed opgenomen. Dit omvat monumenten, archeologische vindplaatsen, historische stads- en dorpsgezichten, cultuurlandschappen, en ander cultureel erfgoed zoals beschreven in artikel 1.1 van de Erfgoedwet. De Erfgoedwet regelt het behoud en beheer van cultureel erfgoed en archeologie in Nederland. Het is verplicht om bij de belangenafweging de aspecten van historische (steden)bouwkunde en historische geografie te betrekken, zowel voor beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. De bescherming van erfgoed wordt verder geregeld in het Besluit activiteiten leefomgeving, de omgevingsverordening en het omgevingsplan. Gemeenten moeten in hun omgevingsplan rekening houden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed (artikel 5.130 lid 1). Dit geldt ook voor het belang van het behoud van de uitzonderlijke universele waarde van werelderfgoed (artikel 5.131 Bkl). De gemeente kan lokale regels stellen over archeologisch onderzoek (artikel 5.130 lid 3, 4 en 5 Bkl). Dit kan de gemeente doen om archeologische monumenten in de bodem te beschermen of om ze deskundig te laten opgraven. Het archeologisch onderzoek kan verschillende vormen aannemen. blad 45 van 66
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a 'Oudvensestraat-Zuid' projectnummer 0492152.100 6 augustus 2024 revisie vast te stellen Gemeente Geldrop-Mierlo
Voor de bescherming van het landschap geldt in Nederland het Europees landschapsverdrag, dat erkent dat landschappen een integraal onderdeel vormen van de fysieke leefomgeving. Artikel 1.2 lid 1 sub g van de Omgevingswet classificeert 'landschappen' als een onderdeel van de fysieke leefomgeving. Het landschapsbeleid kan worden vastgelegd in een omgevingsvisie door het Rijk, provincie of gemeente.
6.6.2
Toetsing Archeologie Gemeente Geldrop-Mierlo beschikt over een archeologisch beleidsplan waar de Archeologische beleidskaart onderdeel van uitmaakt. De Archeologische beleidskaart bevat alle bekende archeologische waarden binnen Geldrop-Mierlo. Deze archeologische waarden zijn aangeduid door middel van categorieën. Binnen het plangebied gelden categorie 2 (gebied van archeologische waarde) en categorie 3 (gebied met hoge archeologische verwachting). Binnen het plangebied bevindt zich tevens voor een deel esdek. Zie hiervoor figuur 6.6.
Figuur 6-6 Uitsnede Archeologische beleidskaart gemeente Geldrop-Mierlo met plangrens in paars
In gebieden aangeduid als categorie 2 is bij eerdere onderzoeken reeds aangetoond dat er concentraties archeologische resten voorkomen die als behoudenswaardig gekarakteriseerd kunnen worden. De archeologische resten op deze terreinen zijn echter minder geconcentreerd dan bij de vorige categorie en bovendien is vaak niet exact bekend waar de resten zich bevinden. Het gaat hier ook om de oude en de vermoedelijk nog oudere verschoven woonkernen en gehuchten, waar op basis van historische bronnen, oude kaarten en nog aanwezige bebouwing een hoge archeologische verwachting geldt. De kans op het aantreffen van archeologische vondsten bij bodemingrepen is dus zeer groot. Bodemingrepen zijn in principe niet toegestaan. Vanwege de aanwezige archeologische waarden is een archeologisch onderzoek vereist bij bodemingrepen en te bebouwen oppervlakten van projectgebieden die groter zijn dan 100 m² en dieper gaan dan 0,3 m onder maaiveld.
blad 46 van 66
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a 'Oudvensestraat-Zuid' projectnummer 0492152.100 6 augustus 2024 revisie vast te stellen Gemeente Geldrop-Mierlo
In gebieden aangeduid als categorie 3 geldt op basis van geomorfologische en bodemkundige opbouw en aangetroffen archeologische vondsten en relicten een hoge archeologische verwachting. Dat wil zeggen dat in deze gebieden sprake is van een hoge concentratie archeologische vindplaatsen met goede conserveringsomstandigheden. De kans op het aantreffen van archeologische vondsten bij bodemingrepen is dus zeer groot. Om die reden is een archeologisch onderzoek vereist bij bodemingrepen en te bebouwen oppervlakten van projectgebieden die groter zijn dan 500 m² en dieper gaan dan 0,3 m en 0,5 m onder maaiveld bij esdek en bij die gronden die al jarenlang als agrarische gronden in gebruik zijn. Momenteel zijn de locatie(s) en dieptes van de toekomstige bodemverstoringen nog niet bekend. Benodigde onderzoeken ten aanzien van de ontwikkeling dienen te worden uitgevoerd indien uitvoering wordt gegeven aan de ontwikkelingen binnen het plangebied. Nu de archeologische verwachtingen in kaart zijn gebracht voor het plangebied middels de Archeologische beleidskaart, worden deze verwachtingen overgenomen in voorliggende omgevingsplanwijziging. Cultuurhistorie en landschap Het plangebied bevindt zich in regio ‘Kempen’. De Kempen is een zwak golvend dekzandlandschap dat bestaat uit dekzandvlakten en -ruggen. De ontwikkelingsstrategie voor De Kempen geschiedt door: 1. 2.