Jaarstukken 2024 20-05-2025 getekend door WHS-2
Tekst van het document
Taakveld
Overhead
Kostendekking Hoofdstuk 1
€ 330.581
€ 197.572
Kostendekking Hoofdstuk 2
€ 1.065.720
€ 826.162
Kostendekking Hoofdstuk 3
€ 13.054 € 1.409.355
Kostendekking totale tarieventabel
Totale Kosten
Totale Opbrengsten
Kostendekking
€ 472.236
89,41%
€ 1.891.882
€ 1.854.621
98,03%
€ 10.119
€ 23.173
€ 7.685
33,16%
€ 1.033.853
€ 2.443.208
€2.334.542
95,55%
€ 528.153
De kostendekkendheid van de gemeente Geertruidenberg voldoet aan de wettelijk gestelde eisen. Hoofdstuk 1 algemene dienstverlening Hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening
Taakveld
Overhead
Totale Kosten
Totale Opbrengsten
Kostendekking
paragraaf
1.1
Burgerlijke Stand
€ 10.651
€ 15.008
€ 25.659
€ 27.565
107,43%
paragraaf
1.2
Reisdocumenten
€ 235.370
€ 104.810
€ 340.180
€ 312.545
91,88%
paragraaf
1.3
Rijbewijzen
€ 56.530
€ 41.069
€ 97.599
€ 88.100
90,27%
70
paragraaf
1.4
Verstrekkingen uit de basisregistratie personen
paragraaf
1.5
paragraaf
€ 12.390
€ 17.462
€ 29.852
€ 18.428
61,73%
Bestuursstukken
€0
€0
€0
€0
0,00%
1.6
Vastgoedinformatie
€0
€0
€0
€0
0,00%
paragraaf
1.7
Overige publiekszaken
€ 3.847
€ 2.603
€ 6.450
€ 4.079
63,24%
paragraaf
1.8
Gemeentearchief
€0
€0
€0
€0
0,00%
paragraaf
1.9
Bijzondere wetten
€ 11.793
€ 16.620
€ 28.413
€ 21.519
75,74%
paragraaf
1.10
Diversen
€0
€0
€0
€0
0,00%
€ 330.581
€ 197.572
€ 528.153
€ 472.236
89,41%
Kostendekking Hoofdstuk 1
Hoofdstuk 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning Hoofdstuk 2 Fysieke leefomgeving / omgevingsvergunning paragraaf 2.2
Algemene bepalingen
paragraaf 2.2
Voorfase
paragraaf 2.3
Taakveld
Overhead
Totale Kosten
Totale Opbrengsten
Kostendekking
€0
€0
€0
€0
0.00%
Activiteiten met betrekking tot bouwwerken
€ 1.065.720
€ 826.162
€ 1.891.882
€ 1.854.621
98,03%
2.4
Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed
€0
€0
€0
€0
0,00%
2.5
Milieubelastende activiteiten
€0
€0
€0
€0
0,00%
paragraaf 2.6
Lozingsactiviteiten
€0
€0
€0
€0
0,00%
paragraaf 2.7
Aanlegactiviteiten
€0
€0
€0
€0
0,00%
paragraaf 2.8
Overige activiteiten
€0
€0
€0
€0
0,00%
paragraaf 2.9
Maatwerkvoorschriften
€0
€0
€0
€0
0,00%
paragraaf 2.10
Gelijkwaardigheid
€0
€0
€0
€0
0,00%
Overige tarieven
€0
€0
€0
€0
0,00%
paragraaf 2.12
Modaliteiten
€0
€0
€0
€0
0,00%
paragraaf 2.13
Vermindering
€0
€0
€0
€0
0,00%
paragraaf 2.14
Teruggaaf
€0
€0
€0
€0
0,00%
€ 1.055.720
€ 826.162
€ 1.891.882
€ 1.854.621
98,03%
paragraaf paragraaf
paragraaf
2.11
Kostendekking Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 3 Dienstverlening vallend onder Europese Dienstenrichtlijn Hoofdstuk 3 Europese dienstenrichtlijn paragraaf
3.1 Horeca
paragraaf
Taakveld
Overhead Totale Kosten Totale Opbrengsten
Kostendekking
€ 7.845
€ 6.081
€ 13.926
€ 6.606
47,45%
3.2 Seksbedrijven
€0
€0
€0
€0
0,00%
paragraaf
3.3 Winkeltijdenwet
€0
€0
€0
€0
0,00%
paragraaf
3.4
€ 5.035
€ 3.903
€ 8.938
€ 1.040
11,64%
paragraaf
3.5 Standplaatsen
€0
€0
€0
€0
0,00%
paragraaf
3.6
€0
€0
€0
€0
0,00%
Organiseren evenement of markt
71
paragraaf
3.7
Kostendekking Hoofdstuk 3
€ 174
€ 135
€ 309
€ 39
12,62%
€ 13.054
€ 10.119
€ 23.173
€ 7.685
33,17%
Precariobelasting Voor de precariobelasting is in de begroting voor 2024 een bedrag geraamd van € 13.000. De realisatie ligt een kleine € 16.000 hoger dan begroot. Havengelden en woonschepenrechten Voor het (tijdelijk) mogen gebruiken van de gemeentelijke (passanten)haven hebben we vergoedingen gevraagd/geïnd. Momenteel kan de beroepsbinnenvaart gebruikmaken van twee ligplaatsvoorzieningen; te weten in de kern Geertruidenberg (Timmersteekade) en in de kern Raamsdonksveer (Reenweg). Ook kan men op een aantal andere plekken in de Donge aanleggen. De tarieven voor de havengelden zijn opgenomen in de Verordening binnenhavengeld. Het havengeld berekenen we op basis van de grootte van het schip en de duur van het gebruik. Ook hier is een trendmatige verhoging van de tarieven van 3% toegepast. Kosten
Bedrag
Directe kosten taakveld
74.000
Mutatie voorziening
0
Overhead
0
Totale kosten
74.000
Opbrengsten
Bedrag
Heffingen
69.000
Overige opbrengsten
1.000
Totaal opbrengsten
70.000
Totaaloverzicht
Bedrag
Totaal lasten
74.000
Totaal baten
70.000
Dekkingspercentage
95%
Marktgelden De gemeente heeft drie weekmarkten op drie verschillende locaties: het Heereplein in Raamsdonksveer, de Markt in Geertruidenberg en de Oude Melkhaven in Raamsdonk. Voor het innemen van een standplaats op de aangewezen plaatsen heffen we marktgeld volgens de Verordening Marktgelden. De hoogte van de marktgelden is afhankelijk van de oppervlakte van een standplaats. Deze marktgelden gebruiken we voor het huren van marktkramen en voor het onderhoud/schoonmaken van de locaties. De tarieven voor 2024 zijn trendmatig verhoogd met 3%. Echter, om een toename/groei van het aantal marktkramen te stimuleren, is voor 2024 besloten om geen marktgeld naar lengte van de standplaats te heffen. Vooralsnog heeft dit in 2024 niet geleid tot een toename van marktkramen/marktkooplui. Het saldo van de totale lasten minus baten -zoals gebruikt voor de tariefberekening- voor 2024 geven wij in onderstaande tabel weer: Kosten
Bedrag
Directe kosten taakveld
41.000
72
Kosten
Bedrag
Mutatie voorziening
0
Overhead
21.000
Totale kosten
62.000
Opbrengsten
Bedrag
Heffingen
0
Overige opbrengsten
1.000
Totaal opbrengsten
1.000
Totaaloverzicht
Bedrag
Totaal lasten
62.000
Totaal baten
1.000
Dekkingspercentage
2%
Toeristen- en watertoeristenbelasting Met ingang van 2019 kent de gemeente Geertruidenberg een (water)toeristenbelasting. De aanslagen over 2024 worden na afloop van het belastingjaar opgelegd nadat de belastingplichtigen aangifte hebben gedaan. In 2024 heeft de afwikkeling plaatsgevonden van 2023. De realisatie (€ 60.000) is daarmee ongeveer het dubbele van het geraamde bedrag omdat in 2024 ook de nog te ontvangen toeristenbelasting van 2023 is meegenomen. In de jaarrekening 2024 is een geprognosticeerde opbrengst opgenomen van € 31.000. Wat de opbrengst over 2024 uiteindelijk wordt, zal medio 2025 duidelijk worden nadat de aangiftes zijn ontvangen en de aanslagen kunnen worden opgelegd. Lokale lastendruk Voor zowel de afvalstoffenheffing als de rioolheffing worden gedifferentieerde tarieven gehanteerd. Door de gedifferentieerde tarieven zijn er meerdere varianten mogelijk om de lokale lastendruk te schetsen. Bij de indicatie hieronder wordt als voorbeeld een gezin van drie personen met een eigen woning (WOZ-waarde zie hieronder) genomen. 3-persoonshuishouden (eigenaar)
2022
2023
2024
Waarde woning
278.000
316.000
326.000
OZB eigendom
298,57
318,53
336,11
Rioolheffing gebruik
56,40
61,56
63,60
Rioolheffing eigendom
152,40
166,56
171,60
Afvalstoffenheffing
262,54
282,12
306,00
Totaal woonlasten
769,91
828,77
877,31
De geraamde inkomsten versus de werkelijke inkomsten Soort belasting of heffing
Begroting na wijziging 2024
%
Werkelijk 2024
%
Onroerende zaakbelasting gebruiker niet woning
1.720.000 11,16%
1.738.000 10,97%
Onroerende zaakbelasting eigenaar niet - woning
2.550.000 16,54%
2.724.000 17,19%
Onroerende zaakbelasting eigenaar woning
3.525.000 22,87%
3.562.000 22,48%
73
Afvalstoffenheffing en reinigingsrechten
2.733.000 17,72%
2.743.000 17,31%
Rioolheffing
2.472.000 16,04%
2.510.000 15,84%
Begraafrechten Leges omgevingsvergunning (inclusief bouwleges)
50.000
0,32%
1.802.000 11,69%
57.000
0,36%
1.851.000 11,68%
Leges burgerlijke stand
47.000
0,30%
58.000
0,37%
Leges bevolkingsregister
378.000
2,45%
414.000
2,61%
Leges naturalisatie
15.000
0,10%
18.000
0,11%
(Water)toeristenbelasting
30.000
0,19%
60.000
0,38%
Precariobelasting
13.000
0,08%
29.000
0,18%
Subtotaal Overige: o.a. havengelden, marktgelden APV vergunningen Totaal inkomsten uit belastingen, heffingen en rechten
15.335.000 99,46%
15.764.000 99,49%
83.000
0,54%
80.000
0,51%
15.418.000
100%
15.844.000
100%
Kwijtschelding Indien een belastingplichtige niet of over te weinig financiële middelen beschikt om de belastingaanslag te voldoen, wordt onder bepaalde voorwaarden aan deze belastingplichtige kwijtschelding verleend. Het gehanteerde kwijtscheldingspercentage bedraagt maximaal 100%. Dit betekent dat alle belastingplichtigen die een inkomen hebben dat 100% van het minimuminkomen (volgens bijstandsnorm) of lager bedraagt, in aanmerking komen voor gehele of gedeeltelijke kwijtschelding. Kwijtschelding kan alleen worden verleend als het een aanslag betreft voor afvalstoffenheffing en rioolheffing gebruiker. De overige heffingen zijn in de betreffende belastingverordeningen uitgesloten van kwijtschelding. Voor het belastingjaar 2024 is sprake van kwijtscheldingen tot een totaalbedrag van € 95.000. De kwijtscheldingen zijn toe te rekenen aan rioolheffingen voor een bedrag van € 16.000 (begroot € 15.000) en afvalstoffenheffing voor een bedrag van € 79.000 (begroot € 75.000). In 2025 kunnen mogelijk nog enkele bedragen worden kwijtgescholden die betrekking hebben op 2024.
Paragraaf B - Weerstandsvermogen en risicobeheersing Omschrijving (toelichting) De paragraaf over weerstandsvermogen geeft aan hoe robuust de begroting van de gemeente Geertruidenberg is. Dit is van belang wanneer een financiële tegenvaller zich voordoet. Aandacht voor risicomanagement en daarmee het weerstandsvermogen zorgt ervoor dat we op een verantwoorde en bewuste manier keuzes maken. Het weerstandsvermogen is een buffer voor financiële tegenvallers. Het geeft ons de tijd om tot structurele oplossingen te komen wanneer deze risico’s zich uiten. Deze paragraaf heeft zijn basis in artikel 11 van het BBV (Besluit begroting en verantwoording Provincies en Gemeenten) en de daarop van toepassing zijnde toelichting. Conform dit artikel moet deze paragraaf ten minste bevatten. • het beleid betreffende weerstandscapaciteit en risico’s (onderdeel 1); • een inventarisatie van de risico’s (onderdeel 2); • een inventarisatie van de weerstandscapaciteit (onderdeel 3);
74
• een berekening van het weerstandsvermogen en een oordeel hierover (onderdeel 4); • kengetallen (onderdeel 5). De gemeente Geertruidenberg vindt een goed risicomanagement belangrijk en acht het wenselijk risico's die van invloed zijn op de bedrijfsvoering en ruimtelijke en maatschappelijke ontwikkelingen beheersbaar te maken. Alleen wanneer we een zo volledig mogelijk inzicht in de potentiële risico's en hun gevolgen hebben, kunnen we een uitspraak doen over het wel of niet aanvaarden van het risico en over voor het wel of niet nemen van eventuele aanvullende maatregelen. Hierdoor kunnen we op verantwoorde wijze besluiten worden genomen en worden risico’s tot een geaccepteerd niveau beperkt. 1. Risicomanagementbeleid In het vastgestelde risicomanagementbeleid worden de kaders gesteld ten aanzien van de reikwijdte en toepassing van risicomanagement. Risicomanagement is gemeente-breed doorgevoerd. Het risicoprofiel is uitgewerkt voor de reguliere bedrijfsprocessen én de projecten, zodat de hierbij behorende weerstandscapaciteit van gemeente Geertruidenberg kan worden berekend. Verdere verfijning en doorontwikkeling van risicomanagement vindt doorlopend plaats. 2. Risico’s Een risico is de kans op een gebeurtenis met effect op het behalen van de door de organisatie gestelde doelstellingen.
Risicoprofiel De onderstaande tabel geeft de resultaten weer van de risico-inventarisatie voor gemeente Geertruidenberg. Om de risico’s van onze gemeente systematisch in kaart te brengen en te beoordelen is een risicoprofiel opgesteld. Dit risicoprofiel is een dynamisch geheel: als er aanleiding toe is, worden risico’s toegevoegd, gewijzigd en/of verwijderd. Hierbij is gebruik gemaakt van NARIS® (NAR Risicomanagement Informatie Systeem). Ten behoeve van de jaarrekening 2024 zijn de risico’s in relatie met de opgaven, doelstellingen en de te bereiken effecten kritisch doorgenomen. In totaal zijn 57 risico's in beeld gebracht. Dit is er een minder dan bij de vorige inventarisaties: Begroting 2025 (58) en jaarrekening 2023 (58). Risico’s waarvan de oorzaken en gevolgen in klassen ingedeeld zijn, kunnen geplaatst worden in een risicokaart. De risicokaart geeft inzicht in de spreiding van de risico’s naar kans en gevolg. De nummers in de risicokaart corresponderen met de aantallen risico’s die zich in het desbetreffende vak van de risicokaart bevinden. Een risico dat in het groene gebied zit, vormt geen direct gevaar voor de continuïteit van de organisatie. Een risico dat een score heeft die in het oranje gebied zit, vraagt om aandacht.
Een risico dat een risicoscore heeft die in het rode gebied zit, vereist directe aandacht om te voorkomen dat de continuïteit van de organisatie wordt bedreigd. Onderstaande tabel betreft de netto risicokaart. Het netto risico geeft het resultaat na het nemen van (beheers)maatregelen. Geld
Netto
x > €200.000
1
3
2
€100.000 < x < €200.000
1
1
4
1
€40.000 < x < €100.000
2
2
9
1
6
11
4
1
2
1
€10.000 < x < €40.000
1
x < €10.000
1
Geen geldgevolgen
2 Kans
10%
30%
1 50%
70%
90%
75
In het volgende overzicht worden de tien risico's gepresenteerd die de hoogste bijdrage hebben geleverd aan de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit. Hierbij geeft het invloed percentage de invloed van een risico op het totale risicoprofiel weer. Variabelen jaarrekening 2024
Risico's Jrk Begr Jrk 2024 2025 2023
Kans Invloed Programma
1
1
1
Voorgestelde bezuinigingen worden niet gerealiseerd.
70% 24,53%
2
-
-
Nazorg gesloten stortplaatsen - storting doelvermogen.
40% 11,19%
3
2
2
Tekort aan ambtelijke capaciteit en ervaring.
70%
8,12%
7
4
4
4
Toename Jeugdhulp aantallen en/of complexere (duurdere) vormen.
90%
6,30%
3
5
5
5
Algemene Uitkering gemeentefonds fluctueert met grote bedragen.
70%
5,44%
7
6
3
3
Een stijging van het aantal bijstandsgerechtigden of een toename van aanvragen voor bijzondere bijstand.
90%
4,72%
3
7
7
6
Verslechtering van kostendekkendheid van leges.
70%
3,29%
7
8
8
7
Uitval van computersysteem/stroom of vertraagde werking van computersysteem. Data raakt verloren of inconsistent.
70%
3,28%
6
9
9
8
Toename aanvragen Wmo of aantal voorzieningen per inwoner.
90%
2,79%
3
10
10
-
Budgetoverschrijdingen of -onderschrijdingen.
70% 2,46%
Alle
6
-
Precariobelasting niet kunnen innen.
9
Tekort op exploitatie WSW (Midzuid).
10
Renteschommelingen.
Totaaloverzicht
Alle
Begroting 2024
Jaarrekening 2023
Jaarrekening 2024
Begroting 2025
€ 2.219.000
€ 3.450.000
€ 4.625.000
€ 4.712.000
Totaal grote risico's Overige risico's
€ 1.940.001
€ 2.857.000
€ 2.200.002
€ 2.205.002
Totaal van alle risico's
€ 4.159.001
€ 6.307.000
€ 6.825.002
€ 6.917.002
Uit bovenstaande tabel blijkt dat de omvang van het totale maximale risico is toegenomen ten opzichte van de jaarrekening 2023. Dit heeft te maken met het actuele risico inzake een mogelijke, eenmalige storting voor het aanvullen van het doelvermogen voor de eeuwige nazorg voor de gesloten stortplaatsen. Daarnaast zijn er een aantal andere risico's waarbij de kans of de kosten zijn verlaagd. Dit komt onder andere door het feit dat het risico op een toename aan bijstandsgerechtigden is verlaagd, gezien het aantal bijstandsgerechtigden al jaren stabiel is. Wij constateren dat de afhankelijkheid van anderen toeneemt en dat de gemeente daardoor kwetsbaarder is. Voor de toelichting op de risico’s en beheersmaatregelen verwijzen we naar de toelichting in de programma’s. 3. Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente Geertruidenberg beschikt om niet-begrote kosten die onverwachts en substantieel zijn te dekken. Benodigde weerstandscapaciteit bij verschillende zekerheidspercentages Percentage
76
Bedrag
10%
€ 1.303.889
20%
€ 1.540.089
50%
€ 2.103.770
75%
€ 2.598.395
90%
€ 3.035.429
95%
€ 3.271.859
Benodigde weerstandscapaciteit De benodigde weerstandscapaciteit bij een zekerheidspercentage van 90 is € 3,04 miljoen. Dit was in de begroting 2025: € 2,89 miljoen en in het jaarverslag 2023 € 2,4 miljoen. Met 90% zekerheid kunnen met dit bedrag alle tot uiting komende risico’s in de simulaties worden afgedekt. Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit het geheel aan middelen dat de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico's in financiële zin af te dekken. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen incidentele en structurele weerstandscapaciteit. Beschikbare weerstandscapaciteit
Jaarrekening 31-12-2023
Begroting 01-01-2024
Jaarrekening 31-12-2024
Begroting 01-01-2025
Incidentele weerstandscapaciteit (in vermogen)
7.983.386
7.605.169
17.649.089
15.972.309
Vrij aanwendbare algemene reserve
7.633.297
7.256.649
16.695.401
15.018.622
Vrije algemene reserve
5.267.297
5.525.088
13.802.401
12.125.622
Weerstandsreserve
2.366.000
1.731.561
2.893.000
2.893.000
350.090
348.519
953.688
958.688
Structurele weerstandscapaciteit (in exploitatie)
0
45.000
0
65.000
Onvoorzien
0
45.000
0
65.000
Onbenutte belastingcapaciteit OZB
0
0
0
0
7.983.386
7.650.169
17.649.089
16.037.309
Weerstand (in €)
Vrij aanwendbare bestemmingsreserve Gerealiseerde resultaat (programmabegroting)
Onbenutte capaciteit afvalstoffenheffingen Totale weerstandscapaciteit
4. Weerstandsvermogen Op basis van de huidige gegevens in het risicomanagementsysteem berekenen we het weerstandsvermogen. Het weerstandsvermogen is te definiëren als ‘het vermogen van de gemeente Geertruidenberg om financiële risico’s te kunnen opvangen teneinde haar taken te kunnen voortzetten’. Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, leggen we de relatie tussen de financieel gekwantificeerde risico's en de benodigde weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit, kunnen we afzetten tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen. Voor 2024 is dit: Beschikbare weerstandscapaciteit € 17.649.089 Ratio weerstandsvermogen = -------------------------------------------------- = ------------------------ = 5,81 Benodigde Weerstandscapaciteit € 3.035.429
Ontwikkeling ratio weerstandsvermogen
77
Jaarrekening 2023
Begroting 2024
Jaarrekening 2024
Begroting 2025
3,37
4,42
5,81
5,54
Gebaseerd op de hierna opgenomen tabel valt het weerstandsvermogen in klasse A. Dit duidt op een weerstandsvermogen uitstekend dat ruim voldoet aan de in het risicomanagementbeleid vastgestelde norm (waarderingscijfer B, ratio weerstandsvermogen tussen de 1,4 en 2,0). Weerstand velden* Waarderingscijfer
Ratio
Betekenis
A
>2.0
Uitstekend
B
1.4-2.0
Ruim voldoende
C
1.0-1.4
Voldoende
D
0.8-1.0
Matig
E
0.6-0.8
Onvoldoende
F
<0.6
Ruim onvoldoende
*De normtabel is ontwikkeld door het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement in samenwerking met de Universiteit Twente. Deze tabel biedt een waardering van de berekende ratio. 5. Kengetallen Om de inzichtelijkheid in de financiële positie van de gemeente te vergemakkelijken voegen we aan deze paragraaf in de begroting en in het jaarverslag kengetallen toe. Jaarrekening 2023
Begroting 2024
Jaarrekening 2024
Begroting 2025
Netto schuldquote
29,87%
74,55%
64,78%
68,47%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
25,87%
70,21%
59,89%
64,09%
Solvabiliteitsratio
29,66%
22,58%
29,47%
28,42%
Structurele exploitatieruimte
0,17%
2,99%
-0,38%
0,14%
Grondexploitatie
1,82%
5,24%
4,07%
1,13%
Belastingcapaciteit
91%
93%
96%
91%
Kengetallen
Beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie Netto schuldquote In de VNG-publicatie ‘Houdbare gemeentefinanciën’ is aangegeven dat wanneer een schuld lager is dan het begrotingstotaal (<100%) dit als voldoende kan worden beschouwd en boven de 130% als onvoldoende. De netto schuldquote van de gemeente bevindt zich al jaren onder de norm van houdbare gemeentefinanciën van de VNG. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Om inzicht te krijgen in hoeverre sprake is van doorlenen, wordt de netto schuldquote weergegeven (de netto schuld gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen). Op die manier brengen we in beeld wat het aandeel van de verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitratio wordt verstaan het eigen vermogen als 78
percentage van het balanstotaal. Het eigen vermogen bestaat uit reserves en het resultaat van baten en lasten. In de VNG-publicatie ‘Houdbare gemeentefinanciën’ is aangegeven dat wanneer een solvabiliteitsratio hoger is dan 30% dit als voldoende kan worden bestempeld en lager dan 20% als onvoldoende. Net zoals bij de jaarrekening 2023 het geval was, zit de gemeente dicht tegen de norm voldoende van 30% aan. Structurele exploitatieruimte Voor de beoordeling van het evenwicht van de begroting wordt er gekeken naar de structurele en incidentele lasten en baten. Voorbeeld van structurele baten zijn de algemene uitkering en eigen belastinginkomsten. Bij structurele lasten zijn dat bijvoorbeeld personeelslasten, kapitaallasten en bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen. Een begroting waarvan de structurele baten dan ook hoger zijn dan de structurele lasten is dan ook meer flexibel dan een begroting waarbij de structurele baten en lasten in evenwicht zijn. Er is geen norm voor deze ratio. Kengetal grondexploitatie Grondexploitaties kunnen een forse impact hebben op de financiële positie van een gemeente. De boekwaarde van de grond is van belang, omdat deze terugverdiend moet worden bij de verkoop. Boekwaarden worden afgezet tegen de totale baten. Er is geen norm voor deze ratio.
Belastingcapaciteit De ruimte die een gemeente heeft om zijn belastingen te verhogen wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Het Centrum voor Onderzoek voor de lagere overheden (Coelo) publiceert deze lasten jaarlijks. Bij de berekening van het kengetal worden de gemeentelijke woonlasten afgezet tegen het landelijk gemiddelde. Er is geen norm voor deze ratio. Samenhang Het samenstel van de kengetallen geeft inzicht in de financiële gezondheid van onze gemeente. Als we de tabel bekijken met de ontwikkeling van de financiële kengetallen, ontstaat er een stabiel en positief beeld. De schuldquote is relatief laag. De solvabiliteitsratio is de afgelopen periode positief gevoed door toevoegingen aan de vrije algemene reserve. We hebben dit gedaan met het beeld van de toekomst en de mogelijkheid om bewegingsruimte te blijven creëren. De invloed van de resultaten in de grondexploitaties op onze begroting is minimaal en met de belastingcapaciteit blijven we onder het landelijk gemiddelde. We hebben één punt van aandacht, en dat is de structurele exploitatieruimte. Een financieel gezonde gemeente laat hier een klein positief percentage zien. In de jaarrekening 2024 zien we echter dat dit licht negatief is. Dat betekent dat de jaarrekening ons vertelt dat we onze structurele lasten niet helemaal konden financieren met onze structurele baten.
Het beeld bij de begroting 2025 is nog licht positief. Echter, we zien in de begroting 2025 dat deze in 2026 terugloopt naar -4,61%. Er is reden om voorzichtig te zijn en er moeten keuzes voorbereid worden om deze ontwikkeling te keren. Voorstellen hiervoor zijn opgenomen in de Voorjaarsnota 2025, met daarbij een onderscheid wat we al in 2025 kunnen doen (Tussenrapportage 2025 – 1) en de maatregelen naar de toekomst (Kadernota 2026). Zie ook de hierna volgende figuur. Bron: Ministerie van Binnenlandse zaken en koninkrijk relaties
79
Paragraaf C - Onderhoud kapitaalgoederen Onderhoud kapitaalgoederen Het BBV schrijft voor dat de paragraaf betreffende het onderhoud van kapitaalgoederen ten minste de volgende kapitaalgoederen bevat: a. wegen; b. riolering; c. water; d. groen; e. gebouwen. Van de kapitaalgoederen wordt aangegeven:
80
a. het beleidskader; b. de uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties; c. de vertaling van de financiële consequenties in de begroting en jaarrekening. In deze paragraaf lichten wij de consequenties toe van het gekozen kwaliteitsniveau voor kapitaalgoederen binnen het beleidskader. Algemene uitgangspunten De gemeente beheert ongeveer 310 hectare aan openbare ruimte. Onder deze openbare ruimte vallen: wegen, riolering, waterpartijen en openbaar groen. Verder rekenen wij alle virtuele objecten (niet zichtbaar zoals kadastrale grenzen) en reële objecten (zichtbaar, zoals een bouwwerk) onder, op en boven de grond als taak toe aan de openbare ruimte. Gebouwen behoren niet tot de openbare ruimte, maar worden wel als kapitaalgoed meegenomen. Hieronder geven we voor deze kapitaalgoederen een nadere beschrijving van de wijze van beheer en onderhoud. Het beleid voor het onderhoud van de kapitaalgoederen is onder meer opgenomen in het overzicht kader stellende beleidsnota’s en beheerplannen. Wettelijke bepalingen Van toepassing zijn onder meer de volgende documenten, "Notitie Materiële vaste activa " (2019) en “Handreiking onderhoud kapitaalgoederen” (2020) uitgebracht door de Provincie Noord-Brabant als toevoeging op deze notitie. Deze notities behandelen de wijze van activeren, waarderen en afschrijven van activa en het onderhoud van kapitaalgoederen.
Ook zijn aandachtspunten voor de financiële verordening opgenomen. Het BBV schrijft recente beheerplannen voor. Onder een recent beheerplan wordt verstaan: maximaal vijf jaar oud. Voor het verslagleggingsjaar 2024 mag het beheerplan derhalve niet ouder zijn dan 2019. Van deze vijf jaar kan door de raad alleen gemotiveerd afgeweken worden. Onderhoudskosten worden gemaakt om het object gedurende de levensduur op een bepaald kwaliteitsniveau te houden of weer te krijgen (naar behoren laten functioneren en een bepaalde representativiteit laten behouden). Onderhoud kan worden onderscheiden in groot onderhoud en klein onderhoud. Klein onderhoud: Bij klein onderhoud gaat het om dagelijkse reparaties (vaak via de Geertruidenberg App) die noodzakelijk zijn om het object in goed werkende en veilige staat te houden tegen een van te voren vastgesteld kwaliteitsniveau. Hierbij moet worden gedacht aan maatregelen die noodzakelijk zijn om het object blijvend naar behoren te laten functioneren of haar representativiteit te laten behouden. Klein onderhoud is het onderhoud dat vanaf het eerste of het lopende planjaar op een klein gedeelte van het object wordt uitgevoerd. Uitgaven lopen altijd via de exploitatie. Groot onderhoud: Lasten van groot onderhoud ontstaan na een langere periode van gebruik van een object als gevolg van slijtage.
Groot onderhoud is in de regel gepland, periodiek voorkomend, onderhoud van veelal ingrijpende aard als gevolg van slijtage, dat op een substantieel deel van het object wordt uitgevoerd en na een langere periode van gebruik moet worden verricht. Indien de gemeente een voorziening voor groot onderhoud heeft gevormd, dienen alle uitgaven die daadwerkelijk zijn opgenomen in het beheersplan direct op deze voorziening geboekt te worden. Andere uitgaven voor groot onderhoud die niet zijn opgenomen in het onderhoudsplan, moeten ten laste van de exploitatie worden geboekt. Ook als er geen voorziening is, dienen de kosten ten laste van de exploitatie te worden geboekt. Beleidskader- en beheersplannen Wij werken zoveel mogelijk met beheerplannen. Deze plannen geven over meerdere jaren inzicht in 81
de benodigde financiële middelen om het benodigde onderhoud van het vastgoed uit te kunnen voeren zodat we de functie van de beheerobjecten te waarborgen. Het kader voor de beheerplannen wordt vastgelegd in het DIOR dat in 2024 is opgesteld en in 2025 ter besluitvorming aan de raad zal worden voorgelegd. De beheerplannen en onderhoudsniveaus van de beheerobjecten (kapitaalgoederen) zijn maatgevend voor de uitvoering van de werkzaamheden en voor de onderhoudslasten in het betreffende jaar. Uitsluitend de geplande onderhoudslasten (die van jaar tot jaar kunnen variëren) waarvoor gespaard wordt, mogen ten laste van de voorziening worden gebracht. Beheer- en beleidsplannen worden in de regel voor een periode van vijf jaar opgesteld en daarna herijkt en indien noodzakelijk aangepast. De beheerplannen voor wegen en openbare verlichting worden elke twee jaar financieel herijkt. De overige beheerplannen elke vijf jaar herijkt. Op basis van inspecties kan worden bepaald hoeveel financiële middelen nodig zijn voor het onderhoud voor de komende twee tot vijf jaren en kan een doorkijk gemaakt worden voor de kosten van de komende tien jaar. De uitkomst van de inspectie en de daaruit voortvloeiende onderhoudsmaatregel kan een aanpassing van de storting in de voorziening noodzakelijk blijken.
Indien dit zich voordoet zal een nieuw beheerplan opgesteld worden en ter vaststelling aan de raad worden voorgelegd. Voor Openbare Verlichting en Groen is gekozen om deze niet via een voorziening te beheersen, maar de kosten rechtstreeks via de exploitatie te laten lopen. Voor de infrastructurele kunstwerken, wegen en baggeren worden nieuwe beleidsbeheerplannen opgesteld, welke in 2025 ter vaststelling aan de raad worden voorgelegd. In 2024 is voor de gemeentelijke gebouwen een meerjaren onderhoudsplan (mjop) opgesteld voor de periode 2024-2033. Voor de gemeentelijk gebouwen zal het mjop zoveel als mogelijk gevolgd worden. Jaarlijks zal een jaarplan opgesteld worden waarin inzichtelijk is gemaakt welk onderhoud er in het betreffende dienstjaar plaatsvindt. In de onderstaande tabellen staan de onderhouds- en beheerplannen met het jaar van ingang van het plan en het jaar waarin het plan geactualiseerd moet worden. Een nieuw plan dient uiterlijk na 5 jaar opgesteld te worden of eerder indien er significante wijzigingen zich voordoen. Tevens is opgenomen wat het door de raad vastgestelde onderhoudsniveau is en of er een voorziening is ingesteld.
Beleidsplan
1e jaar
Nieuw plan Toelichting
Wegbeheer
2021
2025 Voorziening onderhoud wegen.
Infrastructurele (kunst)werken
2019
2024 Voorziening infrastructurele werken.
Openbare verlichting
2024
2033 Geen voorziening, alle uitgaven lopen direct via exploitatie.
Riolering
2024
2028 Voorziening riolering.
Baggeren / Binnenhavens
2019
2024 Voorziening Baggeren.
Gebouwen (incl. onderwijs)
2024
2033 Voorziening gemeentelijke eigendommen.
Groen
_____
_____ Alle uitgaven lopen direct via de exploitatie. Geen voorziening.
Beheersplan
Voorziening Onderhoudsniveau
Wegbeheer
Ja
Kwaliteitsniveau C conform de Kwaliteitscatalogus openbare ruimte van het CROW (versie 2023).
Infrastructurele kunstwerken
Ja
Geen onderhoudsniveau. Conditiemeting op basis van de CROW-CUR-Aanbeveling 117 .
82
Beheersplan
Voorziening Onderhoudsniveau
Openbare Verlichting
Nee
Geen onderhoudsniveau. Programma Openbare Verlichting 2024-2028. Alle nieuwe verlichting dient te voldoen aan Richtlijnen Openbare Verlichting 2011 (ROVL 2011) NEN3140 en NEN1010. Openbare verlichting ouder dan 2011 moet voldoen aan richtlijn OVL.
Riolering
Ja
Geen onderhoudsniveau - Programma Stedelijk Water 2024-2028, gemalen NEN3140 - BRL14020, riool inspectie NEN-EN 13580-2
Baggeren / Binnenhavens
Ja
Geen onderhoudsniveau. Volgens beleid 1. Besluit bodemkwaliteit, 2. Kaderrichtlijn water, 3. Legger en Keur WSBD categorie A, B en C, 4. Waterwet, 5. Natuurwet.
Gebouwen
Ja
Basis is kwaliteitsniveau 3 'redelijke conditie', plaatselijk zichtbare veroudering, functievervulling niet in gevaar. Voor gebouwen die gesloopt of verkocht worden kan gekozen worden voor een lager kwaliteitsniveau.
Groen
Nee
Geen onderhoudsniveau's . Onkruid op verharding - Centrum gebied A - Woon- en buitengebied - B.
Algemene Beleids- en beheerkaders De landelijk geformuleerde normen en richtlijnen vormen het uitgangspunt voor de beleids- en beheerkaders. Deze wijze van werken geeft richting aan kwaliteitsniveaus en beheermethodieken en dient als referentie en toetssteen voor onze gemeentelijke normen en aanpak. De planningen zijn en worden gericht op het voorkomen van achterstallig onderhoud en schadeclaims. De door de raad vastgestelde kwaliteitsniveaus (DIOR) worden geborgd binnen de daarvoor door de raad beschikbaar gestelde budgetten. Om beter in te kunnen spelen op de beleving en de wensen van de gebruikers van de openbare ruimte wordt gewerkt in wijkteams. Planningen De planningen zoals deze voortkomen uit de beheerplannen, zijn conceptplanningen. We beoordelen vooraf aan de uitvoering of de aanpak noodzakelijk is. De planningen zijn in die zin dan ook dynamische documenten. Ook speelt de integrale aanpak, participatie en vraaggericht werken een bepalende rol voor de jaarlijkse planning. Om deze redenen kunnen we afwijken van de jaarschijfopgave uit de beheerplannen. Integrale werkzaamheden Voor de uitvoering van beleids- en beheertaken geldt dat deze zoveel mogelijk integraal tot stand komen. Op deze wijze nemen we bij de aanpak van een weg zo nodig ook de riolering, de openbare verlichting, het groen, klimaatadaptatie en verkeersmaatregelen mee.
In 2024 zijn navolgende integrale beheer- en additionele werken uitgevoerd: Namer en omgeving, Beethovenlaan zijn in 2024 voorbereid en worden in 2025 uitgevoerd. In deze plannen worden de wegen, riolering en groen integraal aangepakt. Samen met Thuisvester hebben we het inrichten van de openbare ruimte rondom de woning renovatie bij de Zoutmanstraat en omgeving voorbereid. Deze werkzaamheden worden de komende jaren gefaseerd uitgevoerd. Mr. Simon Buijsstraat, Oude Stadsweg, Snoekweg, Statenlaan en de parkeerplaats van het zwembad Ganzewiel zijn in 2024 gerehabiliteerd. Bij deze plannen zijn voor zover van toepassing wegen, riolering en groen gecombineerd aangepakt. In 2024 is een aanvang gemaakt met het rehabiliteren van een aantal wegen in het buitengebied van Raamsdonk. Visie Hooipolder is in 2024 voorbereid en de uitvoering start in 2025. De vervanging van de houten bruggen aan de Commandeurstraat en in het Koningpark zijn voorbereid. De brug aan de Commandeurstraat is eind 2024 vervangen. De brug aan het koningspark wordt in april 2025 vervangen. In 2024 is het Omgevingsprogramma Groen vastgesteld. In 2024 is een start gemaakt met het opstellen van een Uitvoeringsagenda Groen. In 2024 zijn meerdere gazons omgevormd naar bloemrijk gras. 83
Vanaf 2024 t/m 2027 wordt ecologisch maaibeheer uitgevoerd op de daarvoor aangewezen locaties. In 2024 is de monitoring vegetatie maaibeheer bermen en watergangen over de periode 2021-2024 afgerond. Integrale planning van de werkzaamheden Bij het rehabiliteren van wegen en/of vervangen van riolering wordt altijd integraal gekeken naar koppelkansen voor groen en klimaatadaptatie en eventuele werkzaamheden van derden. Financieel kader In de onderstaande tabellen treft u het verloop van de voorzieningen en de jaarlijkse exploitatie uitgaven en investeringen van de verschillende voorzieningen. Saldo
Saldo
Nr.
Voorziening
1-1-2024
STORTING
ONTTREKKING
VERMINDERING
31-12-2024
501
Geprogrammeerd onderhoud wegen
1.493.152
890.000
0
373.637
2.009.515
508
Infrastructurele werken
535.557
100.000
0
110.595
524.962
509
Onderhoud gem. eigendommen
1.393.399
872.649
0
228.003
2.038.045
533
Baggeren
343.389
60.000
0
0
403.389
544
Riolering
5.150.517
187.235
0
0
5.337.752
545
Afvalstoffenheffing
831.295
84.743
0
0
916.037
Saldo
Saldo
Nr.
Voorziening
1-1-2025
STORTING
ONTTREKKING
VERMINDERING
31-12-2025
501
Geprogrammeerd onderhoud wegen
2.009.515
890.000
0
1.040.000
1.859.515
508
Infrastructurele werken
524.962
100.000
0
133.856
491.106
509
Onderhoud gem. eigendommen
2.038.045
448.000
0
567.145
1.918.900
533
Baggeren
403.389
60.000
0
82.015
381.374
544
Riolering
5.337.752
83.286
0
0
5.421.038
545
Afvalstoffenheffing
916.037
0
0
8.592
907.445
Saldo
Saldo
Nr.
Voorziening
1-1-2026
STORTING
ONTTREKKING
VERMINDERING
31-12-2026
501
Geprogrammeerd onderhoud wegen
1.859.515
890.000
0
1.040.000
1.709.515
508
Infrastructurele werken
491.106
100.000
0
109.721
481.385
509
Onderhoud gem. eigendommen
1.918.900
448.000
0
343.237
2.023.663
533
Baggeren
381.374
60.000
0
82.015
359.359
84
544
Riolering
545
Afvalstoffenheffing
5.421.038
56.787
907.445
1.682
0
0
5.477.825
0
909.127
Saldo
Saldo
Nr.
Voorziening
1-1-2027
STORTING
ONTTREKKING
VERMINDERING
31-12-2027
501
Geprogrammeerd onderhoud wegen
1.709.515
890.000
0
1.040.000
1.559.515
508
Infrastructurele werken
481.385
100.000
0
143.942
437.443
509
Onderhoud gem. eigendommen
2.023.663
448.000
0
384.818
2.086.845
533
Baggeren
359.359
60.000
0
4.120
415.239
544
Riolering
5.477.825
83.286
0
0
5.561.111
545
Afvalstoffenheffing
909.127
0
0
8.592
900.535
Nr
Kapitaalgoederen
-
Openbare verlichting
-
Groen
Gemiddelde investering 2025 - 2028
Gemiddeld Jaarbudget
315.000
130.000 700.000
Paragraaf D - Financiering Inleiding In deze paragraaf maken we de financieringsfunctie transparant. We leggen de basis voor het sturen, beheersen en controleren van de financieringsfunctie. Het treasurystatuut 2022 geeft de infrastructuur voor de inrichting van de financieringsfunctie, terwijl de uitwerking zijn weerslag vindt in de paragraaf financiering in de begroting. In de paragraaf bij de jaarstukken verstrekken we de verantwoordingsinformatie. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is een bedrag ter grootte van een percentage van het totaal van de jaarbegroting bij aanvang van het begrotingsjaar. De gemiddelde netto-vlottende schuld mag deze limiet niet overschrijden. Dit betekent dat voor dit bedrag geen langlopende geldlening hoeft te worden aangetrokken. Indien het derde achtereenvolgende kwartaal de kasgeldlimiet wordt overschreden, wordt de toezichter op de hoogte gesteld. In 2024 heeft geen overschrijding van de kasgeldlimiet plaatsgevonden. Toegestane kasgeldlimiet
( Bedragen x € 1.000)
Omvang begroting per 1 januari 2024
69.821
Kasgeldlimiet in % van de grondslag
8,50%
Kasgeldlimiet in bedrag
5.935
85
Realisatie 2024 (Bedragen x € 1.000)
Kwartaal 1: Kwartaal 2: Kwartaal 3: Kwartaal 4: jan-mrt apr-jun jul-sep okt-dec
Gem/Jaar
Gemiddelde van vlottende schuld
1.230
509
235
24
500
Gemiddelde van vlottende middelen
5.912
7.583
6.891
14.477
8.716
Gemiddeld saldo
4.682
7.074
6.655
14.453
8.216
Toegestane kasgeldlimiet
5.935
5.935
5.935
5.935
5.935
Ruimte (+) / Overschrijding (-)
10.617
13.009
12.590
20.388
14.151
Toets kasgeldlimiet
Renterisiconorm De renterisiconorm is een bedrag ter grootte van een percentage van het begrotingstotaal (totale lasten van de begroting) bij aanvang van het dienstjaar. Tegen dit bedrag zetten we het bedrag dat in het lopende jaar aan aflossingen moet worden betaald af, vermeerderd met het bedrag van de geldleningen waarvan de rente herzien mag/kan worden. Ook deze norm mag niet worden overschreden. Variabele Renterisico(norm)
Begroot 2024
Realisatie 2024
Begroot 2025
Begroot 2026
Begroot 2027
0
0
0
0
0
2 Aflossing
2.630
2.630
1.927
2.002
1.875
3 Renterisico (1+2)
2.630
2.630
1.927
2.002
1.875
4 Renterisiconorm Ruimte (+) / Overschrijding 5 (-) (4-3)
13.964
13.964
16.432
14.694
14.474
11.335
11.335
14.505
12.692
12.599
1 Renteherziening
Renterisiconorm 4a Percentage
Begroot 2024 Begroot 2025 Begroot 2026 Begroot 2027 20%
20%
20%
20%
4b Begrotingstotaal
69.821
82.160
73.470
72.369
4 Renterisiconorm (4a x 4b)
13.964
16.432
14.694
14.474
Geldleningen Het totaal van de opgenomen vaste geldleningen bedraagt per 31 december 2024 € 34.494.428 (inclusief waarborgsommen van € 70.000 bedraagt de langlopende schuld € 35.354.428). In totalen betreft het voor het jaar 2024: Geldleningen
(Bedragen x € 1.000)
Saldo begin van het jaar
29.124
Opgenomen
8.000
Aflossing / overdracht
2.630
Saldo eind van het jaar
34.494
Rekenrente 86
De rekenrente voor de begroting 2024 is 1,00%. Na herrekening bij de jaarrekening heeft geen aanpassing in de rekenrente plaatsgevonden. Verstrekte leningen In de staat van activa is een aantal uitgegeven geldleningen geactiveerd. Het betreft geldleningen aan: • Stimuleringsfonds Volkshuisvesting. • Deelnemingen (BNG, Rewin, Waterleidingmij) In totalen betreft het voor het jaar 2024: Verstrekte leningen Saldo begin van het jaar
(Bedragen x € 1.000) 3.400
Vermeerderingen
654
Afwaarderingen
0
Aflossing / verminderen
0
Saldo eind van het jaar
4.054
In het stimuleringsfonds VHV is een investering van € 654.000 gedaan. Dit betreft leningen die lopen via Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse Gemeenten (SVN). Het betreft onder andere duurzaamheidsleningen en startersleningen.
Paragraaf E - Bedrijfsvoering Belangrijkste Ontwikkelingen in de Gemeentelijke Bedrijfsvoering Het afgelopen jaar was een periode van groei en uitdagingen binnen onze gemeentelijke bedrijfsvoering. We hebben belangrijke stappen gezet en verschillende prioriteiten aangepakt om onze dienstverlening te verbeteren en effectiever te worden in het realiseren van maatschappelijke doelen. Dit doen we aan de hand van de organisatievisie en de uitvoering daarvan die zich richt op 3 belangrijke thema’s: Samen Werken, Samen Vernieuwen en Samen Groeien. Hiermee geven wij invulling aan goed en aantrekkelijk werkgeverschap op basis van de kernwaarden: betrokken, ondernemend en professioneel. Goed werkgeverschap staat voor gemeente Geertruidenberg uit: werken vanuit gelijkwaardigheid, inzetten en benutten van talenten en kwaliteiten, waardering en een goede balans tussen werk en privé met oog voor vitaliteit. Samen denken we mee over en bieden maatwerk aan de ontwikkelingen die als medewerker, team en gemeente op ons af komen, met als motto: “Samen bouwen, samen sterker!”. Hieronder volgt een uitgebreide toelichting op de voortgang en de uitvoering van onze belangrijkste initiatieven.
Samen Werken Programmatisch Werken Onze strategische focus lag op het voortzetten van een opgavegerichte aanpak door programmatisch te werken, waarbij we nauw samenwerkten met inwoners, partners en belanghebbenden. Het was cruciaal om de verantwoordelijkheden en bevoegdheden tussen de raad, het college en de ambtelijke organisatie duidelijk te definiëren. Burgerparticipatie speelde hierbij een centrale rol, waarbij we streven naar een gemeenschappelijk gedragen aanpak voor maatschappelijke uitdagingen.
87
De politieke, bestuurlijke ambities en helder geformuleerde opdrachten geven focus aan wat we wanneer doen en hoe we dit doen. We zijn bewuster bezig met het bereiken van maatschappelijke effecten. Het realiseren van onze maatschappelijke effecten vereiste niet alleen toewijzing van budget en capaciteit, maar ook een scherpe focus op prioriteiten. Als kleine gemeente was het cruciaal om realistische ambities te stellen die in lijn waren met onze beschikbare middelen en capaciteit. Samenwerking met andere overheidsinstellingen en belanghebbenden was van essentieel belang om synergie te creëren en efficiëntie te bevorderen. Onze P&C-cyclus is ingericht aan de hand de programmatische aanpak. Langs de lijnen van de programma’s kijken we naar maatschappelijke opgaven. Dit groeiproces is ingezet en zullen we in de komende jaren nog verder borgen. Vanuit het programmatisch werken groeien we ook in de samenwerking met andere partijen. Regionale samenwerking Als kleine gemeente dienen we prioriteiten te stellen voor wat betreft onze deelname in verschillende regionale verbanden. Bestuurlijk en ook ambtelijk maken we hierbij keuzes. Per samenwerkingsverband streven we naar een coördinerend wethouder, die ondersteund wordt door een vakinhoudelijke medewerker.
We hebben de intensivering van regionale samenwerking als een strategische prioriteit beschouwd om gezamenlijke doelen te bereiken en de efficiëntie te bevorderen. Door middel van samenwerking met andere gemeenten en overheidsinstellingen konden we synergie creëren en gemeenschappelijke uitdagingen aanpakken. We participeren in de nieuwe samenwerkingsverbanden binnen de Stedelijke regio Breda Tilburg (SRBT) en de Baronie-gemeenten. Daarbij zorgen we er zoveel mogelijk voor dat onze standpunten worden meegenomen. We participeren in de regio West Brabant (RWB), evenals in de regionale ontwikkelingen rondom Powerport Moerdijk. Huisvesting Medio 2024 zijn we gestart met de verbouwing van de ontvangsthal en omliggende ruimten. Deze verbouwing zorgt ervoor dat de privacy van onze bezoekers beter wordt gewaarborgd. Bovendien zijn er meer ruimten voor overleggen met inwoners gecreëerd en is er nu meer ruimte voor inspirerende en laagdrempelige ontmoeting en verbinding. Daarnaast is bij het KCC een extra werkplek gecreëerd waarbij verwachte drukte een extra KCC medewerker de binnenkomende telefoontjes kan behandelen. De kantooromgeving aan de andere kant past niet binnen het zijn van een aantrekkelijk werkgever, is niet meer van deze tijd en is bovendien onvoldoende ingericht om het flexibel en programmatisch werken volledig te ondersteunen.
Om hieraan wel te kunnen voldoen is het van belang om met de raad in gesprek te blijven over duurzame huisvesting in relatie tot het gemeentehuis. Samen vernieuwen We zijn als organisatie continu op zoek naar kennis en ervaring die nodig is om aan de opgaven en verwachtingen vanuit de gemeenschappen te kunnen voldoen. De snelheid van (digitale) ontwikkelingen vraagt om een kennisgerichte organisatie. Functies veranderen en er wordt een beroep gedaan op nieuwe/andere competenties. Medewerkers worden hierin gefaciliteerd, bijvoorbeeld door het ontwikkelen van 21e-eeuwse vaardigheden van medewerkers
88
In 2024 hebben we onze eerste stappen gezet in het ontwikkelen van die 21e-eeuwse vaardigheden door een organisatie brede workshop over AI en ChatGPT te organiseren. Het is de bedoeling om daar de komende jaren door middel van training en opleiding meer aandacht aan te besteden. Het werken in projecten heeft in 2024 een impuls gehad door andere formats voor het aanmelden van projecten, de opdrachtformulering en voortgangsrapportage. Deze aanpak wordt medio 2025 geëvalueerd en aan de hand daarvan worden de documenten en procedures zo nodig aangepast. Samen groeien en verduurzamen Afgelopen jaar heeft in het teken gestaan van de voorbereidingen om te komen tot een nieuwe inrichting van de organisatie. Waarmee we het programmatisch werken verder inbedden in de organisatie. Centraal hierbij staat het werken in drie domeinen, Fysiek Domein, Sociaal Domein en Domein Dienstverlening en een staf met programmamanagers en strategisch adviseurs. Hierbij is rekening gehouden met een kleinere span of control waardoor meer ruimte voor de medewerkers ontstaat. Beleid en Uitvoering zijn in deze inrichting bij elkaar geplaatst wat de samenwerking stimuleert. Personeel en Organisatie Het is en blijft een grote uitdaging om gekwalificeerd personeel te vinden dat zich voor langere tijd wil binden. Ook in 2024 was dit het geval en dat zal voorlopig niet veranderen.
Bovendien zijn er het afgelopen jaar wederom vacatures ontstaan die lastig in te vullen zijn door hun specifieke karakter en de huidige krapte op de arbeidsmarkt. Extra inhuur was hierdoor noodzakelijk om de taken toch uitgevoerd te krijgen. We moeten onszelf realiseren dat de gemeente Geertruidenberg een kleine gemeente is en dat we op sommige beleidsterreinen slagkracht missen. Reële ambities vs inzet aan capaciteit en financiële middelen zijn dus op zijn plaats. Dit vraagt ook iets van de gemeenteraad. In de komende periode zal stilgestaan moeten worden bij de vraag of het toenemende aantal taken van onze gemeente nog in verhouding staat met de beschikbare capaciteit. In 2024 is gestart met een onderzoek naar de kwantitatieve en kwalitatieve omvang van de ambtelijke organisatie. Medio 2025 verwachten we hier de resultaten van en op basis daarvan zullen keuzes moeten worden gemaakt. Aantrekkelijk Werkgeverschap Vanwege de toenemende krapte op de arbeidsmarkt en onze positie als kleine gemeente, hebben we aanzienlijke inspanningen geleverd om ons te profileren als aantrekkelijke werkgever. Dit omvatte o.a. de verbouwing van de ontvangsthal en aangrenzende ruimten, het verbeteren van zowel primaire als secundaire arbeidsvoorwaarden en het ontwikkelen van innovatieve oplossingen om personeelstekorten aan te pakken.
Met de verbouwing van de ontvangsthal is tegemoet gekomen aan de behoeften van plaats- en tijdonafhankelijk werken, met faciliteiten zoals stilteruimtes, vergaderruimtes en flexibele werkplekken. Met de verbouwing van de ontvangsthal is een eerste stap gezet. Bezwaarschriften (Sociale kamer en Algemene kamer) Bezwaarschriften worden voor advies voorgelegd aan de “Vaste commissie van advies voor bezwaarschriften”. Uitzonderingen vormen bezwaarschriften op het gebied van belastingen en personele zaken. Jaar
Totaal aantal bezwaarschriften
Sociale kamer: Werk, Inkomen en Zorg (WIZ)
Algemene kamer (o.a. Awb, Wabo, handhaving en Ingetrokken APV)
2018
87
53
34
37
2019
83
41
42
24
2020
101
68
33
37
89
2021
57
28
29
21
2022
71
41
30
31
2023
70
27
43
16
2024
40
16
24
8
Uit de cijfers blijkt dat het totale aantal bezwaarschriften is gedaald ten opzichte van 2023. Dit kan worden verklaard: 1. Algemene kamer: in 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Veel aanvragen zijn ingediend voor 2024 en dienen volgens het oude regime van de Wabo afgehandeld te worden. Er zijn aanvragen opgeschort, ook op verzoek. Verder zijn er in 2024 weinig aanvragen voor grote projecten ontvangen. Er zijn dus ook minder besluiten genomen waartegen bezwaar open staat. 2. Sociale kamer: Er is een andere aanpak ten aanzien van de inlichtingenplicht in de Participatiewet. Er wordt niet meer gewerkt met de ‘gele rofjes’, die maandelijks moesten worden overgelegd door uitkeringsgerechtigden. Nu dient men actief een wijziging in het inkomen door te geven. 3. Door het toepassen van mediationvaardigheden en extra uitleg van het besluit, naast het nog eens kijken naar het genomen besluit of het vragen van een second opinion, kon een aantal bezwaarschriften worden ingetrokken, en zijn (langlopende) juridische trajecten vermeden. Tijdens de coronaperiode kon de Vaste commissie van advies voor bezwaarschriften enkel digitaal vergaderen via MS Teams. Sindsdien is naast een digitale hoorzitting ook weer een fysieke hoorzitting of zelfs een hybride hoorzitting mogelijk. In de meeste gevallen wordt de voorkeur gegeven aan een fysieke hoorzitting.
Totaal Ingetrokken 2024
Kennelijk nietontvankelijk
NietGegrond ontvankelijk
Deels gegrond / Ongegrond ongegrond
Niet te behandelen door commissie
In 2025 te behandelen
WIZ 16
0
0
1
0
0
3
0
8
AWB 24
4
2
3
7
0
6
0
1
Klachten Onder klachten wordt verstaan: Klachten ontvangen op grond van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De klachten zijn gericht tegen gedragingen van (leden van) bestuursorganen en medewerkers. 2024 Ontvangen Ingetrokken 31
Afgehandeld, geen Deels gegrond / Gegrond Ongegrond verder besluit nodig ongegrond
2
16
1
0
1
Niet in behandeling genomen
Doorgestuurd naar andere organisaties
Nog af te handelen
4 1 (nog in behandeling)
6
Het aantal klachten is in 2024 is afgenomen van 36 naar 31. Ter vergelijking, cijfers over 2017-2024 2024
2023
2022
2021
2020
2019
2018
2017
31
36
53
40
25
17
14
26
Planning en Control Onze planning en control cyclus stelde ons in staat om actuele financiële informatie te verstrekken aan het gemeentebestuur en de ambtelijke organisatie, waardoor we ons beleid konden ontwikkelen
90
en uitvoeren op een manier die onze financiële gezondheid bevordert en transparantie en verantwoording waarborgt. Communicatie Onze communicatievisie, Focus op Communicatie, werd verder ontwikkeld om te benadrukken dat we een open, benaderbare gemeente zijn die luistert naar haar inwoners, bedrijven en belanghebbenden. We hebben ingezet op heldere, eenvoudige en tijdige informatievoorziening, zowel intern als extern, om transparantie en betrokkenheid te bevorderen Rechtmatigheid In deze paragraaf is aanvullende informatie opgenomen over de financiële rechtmatigheid op basis van de Kadernota rechtmatigheid 2024 van de commissie BBV en op basis van de afspraken met de raad. De rechtmatigheid is onderverdeeld in het begrotingscriterium, het voorwaardecriterium en het criterium van misbruik en oneigenlijk gebruik. Door de gemeenteraad zijn in de vastgestelde nota rechtmatigheidsverantwoording (december 2023) en controleprotocol 2024 (februari 2025) aanvullende kaders opgenomen, waarbinnen het college van burgemeester en wethouders de rechtmatigheidsverantwoording moet opstellen en hoe de afwijkingen te verantwoorden. Monitor rechtmatigheidsverantwoording 2024 Overschrijding lasten programma's A Begrotingscriterium
x € 1.000 2.233
Overschrijding investeringsbudgetten (kredieten)
80
Niet geautoriseerde reserve mutaties
0
Overschrijding van baten en/of onderschrijding van lasten, investeringen en baten die niet tijdig tot een begrotingswijziging hebben geleid of niet tijdig aan de raad zijn gemeld
4.861
B Voorwaardencriterium
Gemiste Europese aanbestedingen
1.660
Misbruik & Oneigenlijk C gebruik Criterium
Fraude eigen medewerkers Fraude door derden en niet teruggevorderd
D Totaal rechtmatigheidsfouten E Verantwoordingsgrens F
Toets rechtmatigheidsfouten aan verantwoordingsgrens
0 0 8.834
2% van de totale lasten inclusief stortingen in reserves D is groter dan E; totaal afwijkingen als bedrag opnemen in Rechtmatigheidsverklaring college (onderdeel A t/m C)
1.772 Ja
G Begrotingsafwijkingen waarvan de gemeenteraad heeft besloten dat ze acceptabel zijn
7.094
H Saldo Rechtmatigheidsfouten Saldo (D-G). Nader toelichten in deze paragraaf.
1.740
Overzicht bevindingen A. Begrotingscriterium De geconstateerde overschrijdingen binnen de lastenprogramma's en overschrijdingen van baten en/of onderschrijdingen van lasten, investeringen en baten die niet tijdig tot een begrotingswijziging hebben geleid of niet tijdig aan de raad zijn gemeld zijn passend binnen het bestaande beleid. Daarmee zijn deze afwijkingen volgens kaders van de raad acceptabel. De overschrijding van investeringsbudget van het fietspad Groenendijk zorgt voornamelijk voor de niet-acceptabele overschrijding. De begrotingsafwijkingen worden afzonderlijk toegelicht in de verschillende programma's. B. Voorwaardencriterium De geconstateerde afwijkingen betreffen een aantal dossiers waarbij de Europese aanbestedingsweten regelgeving niet is nageleefd. Hieronder volgt een specificatie van het type kosten en het bedrag wat daarmee in de jaarrekening van 2024 als onrechtmatig wordt beoordeeld.
91
i. Inhuur van derden buiten de DAS (Dynamisch aankoopsysteem) om waarbij is gekozen voor een enkelvoudig of meervoudig onderhandse aanbestedingsprocedure: € 282.000. ii. Inschakelen van een beveiligingsbedrijf voor de gemeentelijke opvanglocaties: € 215.000. iii. Aanschaf en onderhoud van speeltoestellen: € 67.000. iv. Onderzoeks- en advieskosten binnen het fysieke domein: € 136.000. v. Niet risico-dragende exploitatieovereenkomst/vergoeding voor de gemeentelijke zwembaden: € 650.000. vi. Gebruik en aanschaf van applicaties en software: € 311.000. C. Misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium Het misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op het voorkomen, detecteren en corrigeren van misbruik en oneigenlijk gebruik van overheidsgelden en gemeentelijke eigendommen bij financiële beheershandelingen. Er zijn voor 2024 geen bevindingen vanuit dit criterium. Verbeterpunten richting de toekomst Per medio 2025 start er een Senior adviseur financieel beheer. Het aanstellen van deze functionaris moet onder andere bijdragen aan het beperken van de geconstateerde begrotingsonrechtmatigheid. Vanuit de Verbijzonderde Interne Controle wordt meermaals per jaar een terugkoppeling gegeven over waar in de organisatie risico's zitten in het overschrijden van Europese aanbestedingswetgeving.
Het tijdig signaleren van deze risico's zou het schenden van het voorwaardencriterium op dit onderdeel de komende jaren moeten verminderen.
Paragraaf F - Verbonden partijen In deze paragraaf geven we de ontwikkelingen over de verbonden partijen van de gemeente Geertruidenberg weer. Een verbonden partij is een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk en financieel belang heeft. Van een bestuurlijk belang is sprake als de gemeente rechtstreeks invloed heeft op de besluitvorming binnen de verbonden partij, door het hebben van vertegenwoordiging binnen het bestuur of door het hebben van stemrecht. Een financieel belang betekent dat de gemeente niet verhaalbare middelen ter beschikking heeft gesteld en dat de gemeente aansprakelijk is als de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. Concreet betreft het voor de gemeente Geertruidenberg Gemeenschappelijke Regelingen en deelnemingen. De gemeente Geertruidenberg neemt deel aan de volgende gemeenschappelijke regelingen: 1. Regio West-Brabant, gevestigd te Etten-Leur (RWB). 2. Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant, gevestigd te Tilburg (VRMWB). 3. Regionale Ambulancevoorziening Brabant Midden-West-Noord, gevestigd te Den Bosch (RAV). 4. Openbare Gezondheidszorg West-Brabant, gevestigd te Breda (GGD). 5. Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant, gevestigd te Tilburg (OMWB). 6. Nazorg gesloten stortplaatsen Bavel-Dorst en Zevenbergen, gevestigd te Breda (Nazorg). 7.
Sociale Werkvoorziening MidZuid WAVA/GO!, gevestigd te Oosterhout (MidZuid). 8. Uitvoering van de administratieve en inhoudelijke taken betreffende het voorkomen van schoolverzuim en voortijdig schoolverlaten, gevestigd te Breda (Leerplicht). 9. BVO Centrum voor Jeugd en Gezin Drimmelen Geertruidenberg, gevestigd te Geertruidenberg
92
(CJG). 10. Beschermd Wonen, gevestigd te Breda. In deze paragraaf zijn verder de volgende deelnemingen verwerkt: • Deelneming in N.V. Brabant Water, gevestigd te Den Bosch. • Deelneming kapitaal B.N.G., gevestigd te Den Haag. • Inkoopbureau West-Brabant, gevestigd te Etten-Leur. Gemeenschappelijke regelingen In een afzonderlijk raadsvoorstel geven wij u een overzicht van de uitgangspunten van de verbonden partijen en de door hen behaalde resultaten, inclusief een nadere onderbouwing van hun jaarrekening 2024. Tevens geven wij in dit afzonderlijke raadsvoorstel inzicht in de begroting 2026 van deze verbonden partijen. In het kader van de verantwoording van de verbonden partijen ten behoeve van onze eigen jaarrekening, volstaan wij hier met het weergeven van een financieel overzicht, conform de bepalingen van het Besluit begroting en Verantwoording (BBV). Omdat de jaarstukken van de gemeente eerder opgemaakt worden dan het afzonderlijke raadsvoorstel inzake de verbonden partijen is het niet mogelijk om in alle gevallen de cijfers per 31-12-2024 op te nemen. Vandaar dat in de tabel NNB (Nog Niet Bekend) is opgenomen. De actuele cijfers zullen wel in het afzonderlijke raadsvoorstel/besluit opgenomen worden. Regio West Brabant
Veiligheidsregi RAV o
Nazorg gesl. Regionaa Centrum Bescherm Omgevings Wava/MidZui Stortplaatse l Bureau jeugd en d -dienst d n Leren Gezin Wonen**
Begroting 2024
318.000
1.348.000
0
953.056
616.339
30.965
93.581
377.625
1.297.25 0
n.v.t.
Jaarrekening 2024
808.000
1.348.000
0
953.236
600.483
2.895
88.704
407.228
1.275.99 1
n.v.t.
Saldo
490.000
0
0
0
-15.856
-28.070
-4.877
-29.603*
21.259
n.v.t.
Eigenvermoge n 01-01-2024
1.711.00 0
6.724.000
15.119.00 6.664.000 0
4.756.000
1.456.385
0
1.329.000
0
0
Eigen vermogen 3112-2024
1.782.00 0
6.697.000
15.980.00 7.176.000 0
6.086.000
1.530.364
0
1.961.000
0
0
Vreemd vermogen 0101-2024
6.619.00 0
57.375.000
24.060.00 10.500.00 0 0
7.617.000
25.030.702
2.140.10 7
8.296.000
0
0
Vreemd vermogen 3112-2024
6.613.00 0
57.281.000
21.677.00 5.248.000 0
5.768.000
24.515.362
2.089.24 0
9.246.000
0
0
GGD
*Gemeentelijke bijdrage herziene begroting 2024 = € 420.775, dus saldo in jaarrekening is € 13.547 ** Beschermd Wonen, gevestigd te Breda De GR Beschermd Wonen is geen verbonden partij in de zin van het BBV. Het gaat namelijk om een centrumregeling waarbij bijna alle bevoegdheden bij gemeente Breda liggen en gemeente Breda ook vanuit het Rijk de middelen ontvangt om de taak beschermd wonen uit te voeren. De deelnemende gemeenten stellen geen middelen ter beschikking aan de GR Beschermd Wonen. Brabant Water N.V. 93
Doel Deelname in het aandelenkapitaal ter bewerkstelling van een zo hoog mogelijk voorzieningenniveau voor de individuele gebruiker. Financieel belang Programma Waarde deelneming (balans) Dividend (exploitatie)
Begroting 2024
Werkelijk
Verschil
93.000 0
93.000 0
0 0
BNG Bank Doel De BNG Bank, onze huisbankier, is de bank van en voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. De BNG Bank is een betrouwbare en eigentijdse bank en expert in het financieren van publieke voorzieningen. Met gespecialiseerde financiële dienstverlening draagt de BNG Bank bij aan zo laag mogelijke kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger. Daarmee is de bank belangrijk voor de publieke taak. Het eigenaarschap van gemeenten, provincies en de Staat, alsmede het beperkte werkterrein van de bank, bieden financiers het vertrouwen dat het risico van kredietverlening zeer beperkt is. De bank heeft daarmee een uitstekende toegang tot financieringsmiddelen tegen zeer scherpe prijzen. Dit leidt uiteindelijk tot lagere kosten voor de burger voor tal van voorzieningen. Financieel belang Programma Waarde deelneming (balans) Dividend (exploitatie)
Begroting 2024 (prim begr.)
Werkelijk
Verschil
304.000 304.000
289.000 289.000
15 15
Deelname in Inkoopbureau West-Brabant (SIW) Doel Het Inkoopbureau West-Brabant heeft als doel het bieden (tegen lage kosten) van de beste toegevoegde waarde in inkoopoplossingen voor deelnemende gemeenten, door het ontwikkelen en implementeren van ‘Best in Class’ inkoopbeleid, processen, methodieken, systemen en training. De SIW draagt bij aan een continue verbetering van het inkoop- en aanbestedingsbeleid, van de implementatie van dit beleid in de praktijk binnen de aan de SIW deelnemende gemeenten en aan borging van inkoop binnen het werkproces. De dienstverlening vanuit de Stichting Inkoopbureau West-Brabant is gericht op de professionalisering van het inkoop en aanbestedingsbeleid van elke deelnemende gemeente. De kernactiviteiten zijn: • het begeleiden en uitvoeren van zowel individuele als gezamenlijke inkoop- en aanbestedingstrajecten; • het opstellen van inkoopplannen; • het uitvoeren van inkoopscans en –evaluaties; • het mede helpen opstellen van het inkoop- en aanbestedingsbeleid; • het fungeren als vraagbaak/helpdesk op het gebied van inkoop en aanbesteding binnen een gemeente. Evenals in voorgaande jaren koopt de gemeente, naast de reguliere inkoopondersteuning van in totaal € 62.000 (excl. BTW), aanvullende inkoopondersteuning in voor een totaalbedrag van € 126.000 (excl. BTW).