Bijlage 3 Nota van zienswijze versie 2.docx
Tekst van het document
3. Vooroverlegpartner Omdat deze visie de basis vormt voor het omgevingsplan, verzoekt TenneT als (voor)overlegpartner te worden betrokken bij de verdere uitwerking naar het omgevingsplan. TenneT bereidt zich voor op de Omgevingswet en werkt daarom onder andere aan een staalkaart voor het hoogspanningsnet in omgevingsplannen. Omdat in omgevingsplannen, meer dan in bestemmingsplannen, zal worden gestuurd op doelstellingen, zal de staalkaart vanuit de doelstelling van TenneT worden geformuleerd. Die doelstelling wordt uitgewerkt in bouwstenen voor het omgevingsplan. Naar verwachting is de staalkaart gereed begin 2021. Daarna zal deze aan de gemeenten worden gestuurd met het aanbod van TenneT om mee te denken met het op duurzame wijze opnemen van het hoogspanningsnet in omgevingsplannen. De bestaande assets wenst TenneT op een juiste manier te borgen en te behouden ten behoeve van de leveringszekerheid. Beantwoording Ad 1 De gemeente wil graag samen met Tennet kijken naar wat wél mogelijk is en hoe de verschillende opgaven gerealiseerd kunnen worden. We zullen in de visie opnemen dat er mogelijk netwerkuitbreidingen nodig zijn. Dit doen we onder het kopje “Toekomstbestendige en groene gemeente”, “Bron van nieuwe energie” -> toevoegen achter”. Wel moeten we rekening houden met de capaciteit van het verdeelstations en het netwerk, mogelijk zijn uitbreidingen nodig.
Ad 2 TenneT wijst de gemeente op de aanwezigheid van vitale boven- en ondergrondse infrastructuur van o.a. het landelijke hoogspanningsnet in twee van de zoekgebieden voor zonne-energie. Tijdens het aanwijzen van de zoekgebieden is de gemeente zich hiervan bewust geweest, vandaar dat er ook een derde locatie en een reservelocatie is aangewezen, mocht blijken dat de niet de totale opgave van ca. 24 hectare binnen dit gebied kan worden gerealiseerd. Bij de nadere uitwerking van de energieopgave en het omgevingsplan zal voor zoekgebieden 1 en 2 uiteraard rekening worden gehouden met de vitale (energie)infrastructuur en zullen de daarbij behorende afstanden, bufferzones en regels in acht worden genomen. De gemeente zal
24
TenneT bij deze nadere uitwerking ook nadrukkelijk betrekken over de (on)mogelijkheden en voorwaarden rondom de ontwikkeling van energie in dit gebied. Ad 3 Net zoals dat TenneT vooroverlegpartner is bij het opstellen van onze bestemmingsplannen zal TenneT dit blijven bij het opstellen van ons omgevingsplan. Wanneer er aanleiding toe is om TenneT te betrekken, zullen wij TenneT via de door hen aangegeven manier benaderen. De ontwikkeling van de staalkaart voor het omgevingsplan door TenneT is een ontwikkeling die wij met veel interesse volgen. De gemeente blijft hiervan dan ook graag op de hoogte.
Deelconclusie De zienswijze leidt wel tot wijzigingen in de omgevingsvisie Geertruidenberg.
25
Zienswijze 12 – Bruil Ingediend op: 25 januari 2021 Samenvatting Bruil is sinds de jaren ’90 gevestigd op bedrijventerrein Gasthuiswaard, waar zij een betoncentrale exploiteert en waar de productie van prefabbeton gebeurt. Voor die locatie beschikt Bruil over een passende bestemming in het vigerende bestemmingsplan en een dekkende omgevingsvergunning. Momenteel is bij de gemeente een omgevingsvergunningaanvraag in behandeling voor een nieuwe betoncentrale. Bruil ondersteunt de visie om Geertruidenberg toekomstbestendig en groen te laten zijn, mede door e investeren in duurzaam energiegebruik en bedrijven te stimuleren om te verduurzamen. Bruil heeft duurzaamheid ook hoog op de agenda staan. In de visie wordt o.a. genoemd dat de gemeente haar bewoners een veilige en gezonde leefomgeving wil bieden. Gelet op het economische belang dat de bedrijvigheid dient, geeft de gemeente aan ruimte te willen bieden aan verdere ontwikkeling daarvan. Bruil onderschrijft de genoemde punten in de hoofdstukken Gasthuiswaard en Toekomstperspectief, maar vraagt ook dringend aandacht voor het behouden van toekomstige groeimogelijkheden binnen haar huidige bedrijfsperceel en in de nabije omgeving. Om te kunnen blijven investeren in duurzame bedrijfsactiviteiten zal Bruil deze mogelijkheden moeten blijven behouden.
Bruil vraagt dan ook om de noodzakelijke milieuontwikkelingsruimte te bieden in het uiteindelijk op te stellen omgevingsplan. Beantwoording Het uitgangspunt is en blijft dat bestaande gebruiksmogelijkheden van bedrijven niet zonder meer ingeperkt worden. Als dit noodzakelijk of gewenst is, zal dit altijd in overleg met de desbetreffende bedrijven gebeuren of door passende alternatieven aan te bieden. Gezien de ligging van Bruil tegen de kern van Geertruidenberg zullen eventuele groei en uitbreidingsmogelijkheden op hun perceel altijd afgewogen moeten worden tegenover het belang om voor onze inwoners een gezond en veilig leefklimaat te garanderen. Belangrijk is dat Bruil zich goed beseft dat de mogelijkheden hierin wellicht beperkt zijn door haar ligging. Als eventuele groeimogelijkheden het belang niet schaden, kan de gemeente in het op te stellen omgevingsplan deze ruimte ook bieden. Hierover zal de gemeente bij het opstellen van het omgevingsplan dan ook tijdig in overleg gaan met de ondernemers.
Deelconclusie De zienswijze leidt niet tot wijzigingen in de omgevingsvisie Geertruidenberg.
26
Zienswijze 13 – Stichting Toegankelijk Geertruidenberg Ingediend op: 22 januari 2021 Samenvatting 1. Inclusieve samenleving Stichting Toegankelijk Geertruidenberg behartigt de belangen van mensen met een zichtbare of onzichtbare beperking om, net als elke andere inwoner van de gemeente, mee te kunnen doen in de samenleving. De formulering hieromtrent bij de verschillende onderwerpen in de ontwerp-omgevingsvisie vindt Stichting Toegankelijk Geertruidenberg vrij algemeen. De praktijk leert dat dergelijke algemene uitlatingen van overheden veelal niet automatisch zijn getoetst op een inclusieve samenleving. Zij gaat niet in op de afzonderlijke onderwerpen omdat pas bij de daadwerkelijke uitwerking belangrijk wordt of de gemeente staat voor een inclusieve samenleving. Bij die uitwerking wil Stichting Toegankelijk Geertruidenberg graag als ketenpartner worden betrokken. Stichting Toegankelijk Geertruidenberg verwijst naar het feit dat de gemeenteraad eind 2020 een motie heeft aangenomen betreffende de inclusieve samenleving en pleit ervoor om dit uitgangspunt nadrukkelijk als specifieke alinea toe te voegen aan ieder beleidsdocument. 2.
Stichting Toegankelijk Geertruidenberg verzoekt om een alinea op te nemen aan het begin van de omgevingsvisie Geertruidenberg dat het uitgangspunt van elke uitwerking en uitvoering van de omgevingsvisie een inclusieve samenleving voor ogen heeft, zoals verwoord in het Europese verdrag inclusiviteit en als zodanig ook bekrachtigd door de gemeente. 3. Stichting Toegankelijk Geertruidenberg verzoekt om hier binnen het eigen vergunningenstelsel ook nadrukkelijk op de toetsen en naar te handelen. Beantwoording Ad 1 We onderschrijven, net als Stichting Toegankelijk Geertruidenberg, het belang van een inclusieve samenleving. De gemeente zal de Stichting Toegankelijk Geertruidenberg bij toekomstige ontwikkelingen betrekken. Ad 2 De gemeente zal een alinea opnemen aan het begin van de omgevingsvisie Geertruidenberg m.b.t. de inclusieve samenleving. Ad 3 De gemeente zal binnen haar eigen vergunningenstelsel ook nadrukkelijk toetsen en handelen naar het inclusiviteitsbeginsel. Deelconclusie De zienswijze leidt wel tot wijzigingen in de omgevingsvisie Geertruidenberg.
27
Zienswijze 14 – Nieuwenhuijsen Geertruidenberg B.V. Ingediend op: 25 januari 2021 Samenvatting 1. Zonering toerisme en industrie Rivierkade Nieuwenhuijsen Geertruidenberg B.V. merkt op dat in de ontwerp-omgevingsvisie het bedrijventerrein Rivierkade als één geheel wordt behandeld, terwijl uit het eerder vastgestelde Programma Donge oevers blijkt dat is besloten om het bedrijventerrein te splitsen in een deel voor toerisme en een deel voor bedrijven. Waarom is die splitsing niet meegenomen in de ontwerp-omgevingsvisie? 2. Uitbreidingsmogelijkheden bedrijf Bij het onderdeel ‘Bedrijventerreinen’ is in de ontwerp-omgevingsvisie voor de Rivierkade aangegeven dat het gebied (deels) getransformeerd wordt naar een aantrekkelijk gebied voor recreatie met meer groen, waarbij watergebonden bedrijvigheid behouden blijft. Nieuwenhuijsen Geertruidenberg B.V. wil graag meer duidelijkheid over hoe deze alinea gelezen moet worden: a. Mag de huidige bedrijvigheid blijven, maar is er sprake van een standstill-beginsel? óf b. Zijn en blijven er mogelijkheden tot uitbreiding van bestaande activiteiten en/of eventueel nieuwvestiging van bedrijven? 3. Een belangrijk onderdeel is de realisering van woningen aan de Rivierkade, die mogelijk beperkingen geven aan bedrijven.
Hoe verhoudt zich het realiseren van woningen ten opzichte van de aanwezige geluidszone? In de ontwerp-omgevingsvisie wordt ook gesproken over het verplaatsen van bedrijven naar het Amergebied; wie gaat dat betalen? De invloed/bedreigingen voor bedrijven aan de Rivierkade moet volgens Nieuwenhuijsen Gertruidenberg B.V. beter inzichtelijk worden gemaakt. 4. Noordelijke ontsluiting In de ontwerp-omgevingsvisie is aangegeven dat de Raad een gezonde leefomgeving ambieert. Nieuwenhuijsen Geertruidenberg B.V. mist in de ontwerp-omgevingsvisie echter de ambitie om de weg door te trekken van de Rivierkade naar het Amergebied om zo de bedrijfsmatige ontsluiting van het bedrijventerrein Rivierkade goed te regelen. De huidige ontsluitingsroutes zijn volgens Nieuwenhuijsen Geertruidenberg B.V. niet optimaal. 5. Baggeren Donge Nieuwenhuijsen Geertruidenberg B.V. mist in de ontwerp-omgevingsvisie het baggeren en op diepte houden van de Donge ten behoeve van percelen gelegen aan en in de directe omgeving van de Donge. Dat is gewenst voor zowel het recreatieve/toeristische als ook voor het bedrijfsmatige gebruik van de Donge. Het niet op diepte houden zal watergebonden bedrijvigheid verminderen en de aanlegsteiger voor riviercruiseschepen aan de Timmersteekade kan daardoor een misinvestering worden.
Beantwoording Ad 1 Het project Rivierkade, onderdeel van het programma Donge Oevers, bevat zowel bedrijfs- als toeristische bestemmingen. Het is juist de intentie om in de uitvoering van dat project de gevraagde splitsing vorm te geven. Ook in de omgevingsvisie wordt deze overgangszone genoemd. Waar die lijn exact komt te liggen is nu nog niet aan te geven. Dat zal moeten blijken uit het stedenbouwkundig ontwerp van de Rivierkade. Ad 2 In de uitgangspunten van het project Rivierkade is meegenomen dat er een zekere uitbreiding komt van het bedrijvenareaal voor bedrijven met een toeristisch recreatieve ambitie. Ook hier geldt weer dat de exacte grenzen van dat areaal nog moeten worden vastgesteld, afhankelijk van het stedenbouwkundig plan. We respecteren bestaande bedrijven en bieden hen ruimte om te groeien binnen bestaande rechten. Uitplaatsing is op korte termijn geen realistische optie. Wel bekijken we transformatie op middellange/lange termijn als kansen zich voordoen, bijvoorbeeld bij een bedrijfsverplaatsing. Met zittende bedrijven uit de
28
maritieme cluster gaan we dit jaar gesprekken aan over verplaatsing naar bijv. Pontonier of Amercentrale. Met de ruimte die hierbij ontstaat geven we invulling aan nieuwe ontwikkelingen zoals wonen, toerisme en recreatie. Ad 3 Eventueel te realiseren woningen moeten vanzelfsprekend voldoen aan alle te stellen eisen op het gebied van geluid of andere milieuaspecten. Ad 4 Met deze ontsluiting wordt waarschijnlijk bedoeld de mogelijkheid om via de Amerdijk de Rivierkade in westelijke richting te ontsluiten, zodat hiermee de omliggende woonwijken ontlast kunnen worden. De dijk is echter een ecologische verbindingszone en het is nooit een bestuurlijke ambitie geweest om de mogelijkheid tot een noordelijke ontsluiting daadwerkelijk te onderzoeken. Volgens de gemeente bestaat daar ook geen noodzaak toe. Ad 5 Dit betreft een beheeraspect en valt dus buiten de reikwijdte van de omgevingsvisie. Wij zullen als gemeente ons beheer moeten aanpassen aan onze toekomstige visie.
Deelconclusie De zienswijze leidt niet tot wijzigingen in de omgevingsvisie Geertruidenberg.
29
Zienswijze 15– RWE Generation Ingediend op: 25 januari 2021 Samenvatting 1. Betere borging bestaand gebruik Amergebied en realisatie Energie hub mogelijk blijven houden De zienswijze van RWE richt zich voornamelijk op het deel dat ziet op de toekomst van het zogenaamde Amergebied. Het gebied bestaat nu uit de gezoneerde Amercentrale, een hoogspanningsstation van TenneT en gronden die met een dubbelbestemming gebruikt worden voor de landbouw. Het bestaande gebruik zal volgens RWE tenminste gecontinueerd moeten worden, maar zij ziet dat niet terug in de ontwerp-omgevingsvisie. Het bestaande gebruik met de grootschalige energieopwekking is op de Amercentrale de basis van bedrijvigheid van RWE Generation. De realisatie van nieuwe energieprojecten moeten mogelijk blijven, passend binnen de door de gemeente gewenste functie van het Amergebied als Energie hub voor de 21e eeuw. RWE Generation staat erop dat bestaand gebruik met name genoemd wordt in de omgevingsvisie Geertruidenberg. 2. Opnemen van het perspectief Bundeling in de omgevingsvisie Volgens RWE is de ontwerp-omgevingsvisie strijdig met de door de gemeente Geertruidenberg, RWE, Provincie Noord-Brabant en RWB eind 2018 opgestelde Toekomstperspectieven Amergebied. RWE heeft het standpunt dat ook het perspectief ‘Bundeling’ in de omgevingsvisie moet worden opgenomen.
Het perspectief ‘Bundeling’ dat uitgaat van categorie 5 – industriebestemming – is voor RWE van cruciaal belang. Wethouder Van Oort heeft bij de presentatie van de Toekomstperspectieven Amergebied aan de stakeholders gemeld dat eventuele initiatieven tegen de drie perspectieven gelegd zouden worden en dat dit ook naar stakeholders gecommuniceerd zal worden. Ieder nieuw initiatief zal daarom tegen dit voorstel worden gelegd met betrekking tot vergunningverlening. Ook toekomstige, nog onbekende, ontwikkelingen kunnen in de planfase door het opnemen van het perspectief Bundeling worden belemmerd. RWE constateert en betreurt dat zonder overleg met de grootste grondeigenaar en belanghebbende van het Amergebied geen enkel overleg is gevoerd over het niet opnemen van een van de drie perspectieven. 3. Financiële haalbaarheid omgevingsvisie RWE merkt op dat een financiële paragraaf ontbreekt met daarin kosten en baten van de in de visie opgenomen voorstellen. 4. Verzoek om specifiekere uiteenzetting van hoe toekomstige ontwikkelingen in het kader van de Energie hub voor het Amergebied kunnen worden gerealiseerd. Het Amergebied kan een centrale rol gaan vervullen in de energietransitie. Momenteel vinden gesprekken plaats om te komen tot CO2- en H2-leidingen. RWE merkt op dat de aansluiting missen ook betekent de bijbehorende ontwikkeling en bedrijvigheid missen. 5.
Amercentrale blijft tot 2040 warmte leveren RWE merkt op dat in de ontwerp-omgevingsvisie niet wordt genoemd dat de Amercentrale zeker tot 2040 warmte zal leveren aan Geertruidenberg, Tilburg en Breda. RWE hecht eraan dat deze werkelijkheid wordt opgenomen in de omgevingsvisie, mede gelet op de nieuwe Warmtewet, waardoor warmteleveranciers langjarige zekerheden dienen aan te tonen. 6. RWE mist de interactie van de Energievisie van Moerdijk-Port of Rotterdam
30
Beantwoording Ad 1 Het borgen van bestaand gebruik is niet het doel van een omgevingsvisie. Het gaat om een te vormen toekomstbeeld voor de gehele gemeente, dus zo ook voor het Amergebied. Dat het huidige gebruik van het Amergebied op termijn aan veranderingen wordt onderworpen en dus keuzes onontkomelijk zijn is door alle partijen, inclusief RWE, onderkend in het traject dat we gezamenlijk zijn gestart om tot toekomstperspectieven te komen. Zolang het nodig is om bestaand gebruik te faciliteren en juridisch te borgen zal dit gebeuren in het op te stellen omgevingsplan, zoals het nu ook is gedaan in onze bestemmingsplannen De realisatie van nieuwe energieprojecten, en in het bijzonder zonnevelden, blijven mogelijk binnen de voorliggende omgevingsvisie. Sterker nog, het gebied rond de Amercentrale en de RWE-landerijen zijn aangewezen als zoekgebied voor zonnevelden. De omgevingsvisie omvat de toekomstvisie voor de gemeente op hoofdlijnen. Voor ontwikkelingen in het kader van een Energiehub voor de 21e eeuw blijft ruimte met deze omgevingsvisie en zullen verder worden geconcretiseerd bij de nadere uitwerking van de Toekomstperspectieven Amergebied. Dit betekent dat we een balans zoeken tussen wonen, energie en natuur en recreatie.
Ad 2 Na het gezamenlijk optuigen van de verschillende toekomstperspectieven is het nu tijd om hierin door te pakken. Als gemeente spreken wij in deze visie onze voorkeur uit. Om tot een toekomstperspectief te komen is het maken van keuzes namelijk noodzakelijk. Uit de eerdere overleggen binnen de stuurgroep Amergebied is gebleken dat de gemeente aan zet is om een eerste richting te bepalen op basis van de drie opgestelde toekomstperspectieven. Echter begrijpen we de wens van RWE om ook zaken uit het perspectief Bundeling tot de mogelijkheden te laten behoren. We passen daarom de tekst in de omgevingsvisie aan en geven niet meer expliciet aan voor welke toekomstscenario’s we kiezen. We geven gebiedsgericht aan welke richting de gemeente voorstaat in het Amergebied. In de uitwerking van deze keuzes wordt RWE
nauw betrokken. Hiervoor blazen we de stuurgroep Amergebied nieuw leven in, waarbinnen we samen de doelstellingen voor de transformatie formuleren en toewerken naar een integrale gebiedsontwikkeling. Ad 3 Op dit abstractieniveau maken we geen financiële paragraaf. Dit doen wij bij de uitwerking in bijvoorbeeld programma’s of convenanten. Ad 4 Uit de toekomstperspectieven Amergebied is gebleken dat het opwekken van energie altijd onderdeel zal blijven uitmaken van het gebied. In de omgevingsvisie voegen we scherper toe dat een vorm van energieopwekking en transport van energie in de toekomst aanwezig zal zijn. De schaal en vorm zal nog moeten blijken. Dit is ook sterk afhankelijk van technologische ontwikkelingen waar deze visie niet in kan voorzien. Overigens is in het opgenomen kaartje in de omgevingsvisie ook aangegeven dat duurzame energieopwekking in het Amergebied een plek zou kunnen krijgen. Ad 5 Onder het kopje “Amergebied” staat in de ontwerp- omgevingsvisie het volgende: “Op termijn zal de energietransitie invloed hebben op de Amercentrale en het omliggende terrein. De opwek is al veranderd van volledige kolenstook naar een groot deel biomassa. De Amercentrale is een belangrijke energiehub voor de regio en voorziet de regio tot en met Breda en Tilburg van warmte.
In de toekomst zal deze ontwikkeling verder doorzetten en waarschijnlijk ook waterstof en windenergie een belangrijke rol gaan spelen.” Met deze passage is het belang van de Amercentrale voor de regio expliciet aangegeven en benadrukt. De
31
omgevingsvisie gaat niet over contractuele afspraken tussen RWE en de warmteleverancier. Ad 6 De omgevingsvisie is een visie voor toekomstontwikkelingen binnen de gemeente Geertruidenberg. Ontwikkelingen in de omgeving zijn integraal meegenomen en –gewogen. De omgevingsvisie bevat ruimte voor (eventuele) toekomstige interactie met de energie visie van Moerdijk-Port of Rotterdam.
Deelconclusie De zienswijze leidt wel tot wijzigingen in de omgevingsvisie Geertruidenberg.
32
Zienswijze 16 Ingediend op: 25 januari 2021 Samenvatting Het perceel van reclamanten is gelegen in agrarisch gebied met waarden in Raamsdonk (Kerklaan 15a). In dit gebied zijn woon-, werk- en bedrijfsmatige activiteiten voorzien. Het agrarisch gebied met waarden is meer conserverend en straat recreatieve ontwikkelingen voor. De twee gebieden hebben een verschillend uitgangspunt ten aanzien van woon-, werk- en bedrijfsmatige activiteiten. Om de huidige vigerende mogelijkheden van het bouwvlak in overeenstemming te brengen met de omgevingsvisie verzoeken reclamanten om de grens tussen het gebied Raamsdonk en het agrarisch gebied met waarden samen te laten vallen met de grens van het bestaande bouwvlak. Beantwoording Hoewel de begrenzingen in de omgevingsvisie niet zo hard zijn als bijvoorbeeld in een bestemmingsplan of omgevingsplan zullen we de grens tussen het gebied ‘agrarisch gebied met waarden’ en het gebied ‘Raamsdonk’ aanpassen. De grenzen van de agrarische bestemming uit het vigerende bestemmingsplan zullen als basis bieden om rondom het perceel Kerklaan 15a de juiste indeling aan te houden. Deelconclusie De zienswijze leidt wel tot wijzigingen in de omgevingsvisie Geertruidenberg.
33
Zienswijze 17 – Offshore Ruijtenberg B.V. Ingediend op: 25 januari 2021 Samenvatting 1. Offshore Ruijtenberg B.V. verzoekt om bij het vaststellen van de omgevingsvisie rekening te houden met de ontwikkelingen rondom Offshore Ruijtenberg B.V. Offshore Ruijtenberg B.V. is al meer dan 100 jaar met haar scheepswerf gevestigd aan de Maasdijk 3-5 in Raamsdonksveer. Het betreft een scheepswerf waar schepen voor onderhoud terecht kunnen, maar waar incidenteel ook nieuwbouw van schepen plaatsvindt. Offshore Ruijtenberg B.V. verwacht dat nieuwbouw van schepen in de toekomst zal gaan toenemen. Ten gevolge van de realisatie van diverse niet-bedrijfsfuncties rondom haar perceel, wordt Offshore Ruijtenberg B.V. steeds meer beperkt in haar bedrijfsmogelijkheden. Op het bedrijfsperceel vigeert het bestemmingsplan Raamsdonk 1967. Dit bestemmingsplan bevat een uitwerkingsplicht waaraan nooit gevolg is gegeven. Het perceel heeft de bestemming ‘centrumvoorzieningen’. Dat betekent dat de bestaande bedrijfsbestemming als scheepswerf al meer dan 50 jaar onder het overgangsrecht valt. Waarom de gemeente er niet toe heeft besloten om de bestemming weer in overeenstemming te brengen met het gebruik, is Offshore Ruijtenberg niet bekend, maar ten gevolge van deze omissie wordt zij ruimtelijk beperkt in de mogelijkheden.
In december 2019 is er een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning voor de bouw ter vervanging van een loods ingediend. Tijdens die procedure is naar voren gekomen dat naast de omgevingsvergunning voor bouw ook een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan moet worden ingediend. Uit gesprekken met wethouders Van Oort en Hofkens komt naar voren dat het college niet enthousiast is om hiermee in te stemmen. Alvorens kan worden ingestemd, dient minimaal de geluidsproblematiek te zijn opgelost. Mede hierdoor en door de in de ontwerp-omgevingsvisie genoemde ontwikkellocatie Achter de Hoeven ziet Offshore Ruijtenberg B.V. haar bedrijfsvoering steeds meer in het nauw gedreven. Door mogelijke woningbouw in Achter de Hoeven wordt het mogelijk aantal gehinderde alleen maar vergroot. 2. Toekomstige woningbouwlocaties Binnen de gemeente is behoefte aan extra woningen, waarbij de voorkeur uitgaat naar inbreiding. Voor de nieuwe en bestaande woningen streeft de gemeente naar zo min mogelijk overlast van geluid en vervuilde lucht. Om overlast te voorkomen, wil de gemeente op bedrijventerreinen of elders binnen de gemeente ruimte bieden aan bedrijven met veel uitstoot van geur en/of geluid. De locatie Achter de Hoeven wordt in de ontwerp-omgevingsvisie benoemd als toekomstige woningbouwlocatie voor circa 180 woningen.
Hierdoor wordt de scheepswerf van Offshore Ruijtenberg B.V. nog meer omgeven door woningen. Dat betekent een toename van het aantal mogelijk gehinderde. Offshore Ruijtenberg B.V. vindt het onbegrijpelijk dat Achter de Hoeven als toekomstige woningbouwlocatie wordt benoemd. Bij verdere uitwerking van deze locatie verzoekt zij dan ook om rekening te houden met de zonering van de inrichting van Offshore Ruijtenberg B.V. en zij verzoekt tevens om het maximale ontwikkelingsgebied Achter de Hoeven te specificeren in de omgevingsvisie, waarbij rekening is gehouden met de eerdergenoemde bezwaren. 3. Toekomstige situatie Offshore Ruijtenberg B.V. is van mening dat ten gevolge van diverse ontwikkelingen rondom en ter plaatse van haar perceel het niet meer mogelijk is om nieuwbouw te plaatsen en/of een deel van haar bestaande werkzaamheden uit te voeren en/of bestaande panden te herbouwen. Om die reden onderzoekt zij bedrijfsverplaatsing binnen de gemeente. Er is een locatie aan de Heulweg, welke geschikt zou zijn. Uit het toekomstperspectief blijkt echter niet welke belangen zwaarder wegen, duurzame energieopwekking of een milieutechnisch knelpunt. Offshore Ruijtenberg B.V.
verzoekt om de omgevingsvisie in lijn met de Structuurvisie 2013 aan te passen en verzoekt tevens om de strategische reserve overeenkomstig de Structuurvisie 2013 weer als zoekgebied ter plaatse van de Heulweg voor bedrijfsverplaatsing te benoemen, waarbij een duurzame energieopwekking als tweede mogelijkheid wordt benoemd. Offshore Ruijtenberg B.V. verzoekt vervolgens om een tweede locatie aan het water te reserveren.
34
4. Toekomstige functie vrijkomend bedrijfsperceel Indien bedrijfsverplaatsing plaatsvindt, komt het huidige perceel va Offshore Ruijtenberg B.V. vrij voor nieuwe functies. Zij wil hierbij inzetten op ‘Wonen’ in combinatie met eventuele ‘centrumfuncties’. In overleg met de gemeente en eventuele ontwikkelaars moet dit worden bepaald.
Beantwoording Ad 1 Wij herkennen de in de zienswijze beschreven milieuknelpunten op de huidige locatie van de scheepswerf. Door rijk en provincie zijn in 1995 geluidscontouren vastgelegd die weinig ruimte bieden voor een duurzame ontwikkeling van de scheepswerf. De veranderde omgeving maakt dat bedrijfsuitbreiding nauwelijks mogelijk is. Ad 2 Bij verdere uitwerking van Achter de Hoeven zal rekening worden gehouden met de bestaand rechten van de scheepswerf. De verdere uitwerking van Achter de Hoeven is een separaat traject waarbij in dat traject alle nodige afwegingen gemaakt worden. Ad 3 De gemeente Geertruidenberg kent diverse bedrijventerreinen waarop tal van bedrijven zijn gehuisvest. Het verder uitbreiden van deze terreinen vergroot de druk op onze woonkernen. We willen daarom terughoudend omgaan met het verder uitbreiden van bedrijventerrein Gasthuiswaard en maken de keuze om de Heulweg niet meer aan te merken als strategische reserve. We kiezen primair voor behoud van groen en secundair voor zonnevelden in dit gebied. Echter kiezen we wel voor de mogelijkheid om bij milieutechnische knelpunten met zwaarwegende belangen bedrijfsverplaatsing naar de Heulweg te onderzoeken. De situatie waar Ruitenberg zich in bevindt valt in onze ogen onder deze mogelijkheid.
Vanuit onze ambities om enerzijds onze inwoners een veilige en gezonde leefomgeving te bieden en anderzijds ruimte te bieden voor economische ontwikkeling kan verplaatsen en scheiden van functies een goede ontwikkeling zijn. Het voorstel om op twee locaties te onderzoeken of hier bedrijfsvestiging, van Offshore Ruijtenberg gerealiseerd kan worden, pakken wij op. Hiervoor biedt de omgevingsvisie voldoende mogelijkheden. Ad 4 Alvorens uitspraken te kunnen doen over een mogelijke toekomstige invulling van het vrijkomende bedrijfsperceel zal hier een nadere ruimtelijke studie voor nodig zijn. De locatie maakt zoals gezegd onderdeel uit van het gebied ‘Raamsdonksveer’ en grenst aan rivier De Donge (wat is aangemerkt als Natuur Netwerk Brabant). De toekomstige invulling zal in ieder geval aansluiting moeten vinden bij de ambities en de gebiedsomschrijving.
Deelconclusie De zienswijze leidt wel tot wijzigingen in de omgevingsvisie Geertruidenberg.
35
Zienswijze 18 – Provincie Noord Brabant Ingediend op: 26 januari 2021 Samenvatting 1. Algemeen De Provincie geeft aan dat de omgevingsvisie wellicht nog sterker kunnen worden door te beginnen met een overkoepelend verhaal over in welke richting Geertruidenberg zich op hoofdlijnen gaat ontwikkelen en wat de sturende basisprincipes zijn. Een samenvattende kaart waarop de visie is opgenomen, zou daarbij kunnen helpen De Provincie is benieuwd hoe de gemeente Geertruidenberg invulling geeft aan de bovenlokale en regionale context. Hoe functioneert Geertruidenberg in een groter geheel, welke ambitie is er op dit vlak en hoe kleurt dat de lokale invulling. De visie is behoorlijk beschrijvend; kaart- en referentiebeelden zou het document levendiger maken en gemakkelijker te lezen. 2. Landschap Bij de behandeling van het landschap zou het toevoegen van afbeeldingen op kaartmateriaal goed kunnen helpen. Het is nog niet helemaal helder wat de gemeente met het landschap wil. Wil de gemeente het landschap als drager bij ontwikkelingen laten functioneren en het landschap versterken? 3. Buitengebied De Provincie vindt de benadering ten aanzien van flexibiliteit in het buitengebied nog te globaal en vrijblijvend beschreven in de ontwerp-omgevingsvisie.
Vanuit Provinciaal beleid vraagt de Provincie om bij ontwikkeling van nieuwe activiteiten en functies in het landelijk gebied om na te denken of dit past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied waar de locatie ligt. In de toelichting van de interim omgevingsverordening valt te lezen waaraan zoal moet worden gedacht. De opgenomen gebiedsindeling is waarschijnlijk nog te grootschalig voor één ontwikkelrichting. Op basis van specifieke gebiedskenmerken ligt een nader onderscheid voor de hand. De Provincie verzoekt om een verwijzing op te nemen naar het Provinciaal beleid als het gaat om ontwikkelen in het buitengebied. De Provincie benadrukt tevens dat bij ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied moet worden voorzien in een kwaliteitsverbetering van het landschap. 4. Veilige en gezonde gemeente In de ontwerp-omgevingsvisie is nog geen passage opgenomen ten aanzien van (de huisvesting van) arbeidsmigranten. Hoewel dit geen wettelijk vereiste is, verdient het de aanbeveling om huisvesting in bepaalde gebieden mogelijk te maken. Mochten bepaalde gebieden een optie zijn, dan is het goed om deze te benoemen in de omgevingsvisie, zeker gelet op het grote belang van (huisvesting van) internationale werknemers voor de Brabantse economie. 5. Levendige gemeente Opvallend is dat het hotel bij de watertoren met aantal kamers wordt benoemd.
Dit schaalniveau past niet bij de visie. Dit zou bovendien meer in samenhang met het Plassengebied moeten worden gezien. Het Plassengebied wordt wel behandeld onder Toerisme en Recreatie, maar daar wordt met geen woord gesproken over de mogelijke ruimteclaim van een zonneweide. Opmerkelijk is dat de wens wordt genoemd van een initiatiefnemer van een horecapaviljoen, omdat verder nergens anders concrete wensen van initiatiefnemers worden genoemd. Dergelijke initiatieven horen niet thuis in de visie. Nieuwvestiging van horeca in het buitengebied blijft in principe ongewenst. 6. Wonen In de visie is nog geen passage opgenomen over circulair en biobased bouwen. Dit is volgens de Provincie wel nodig om toekomstbestendig te bouwen en om CO2- en stikstof uitstoot te verminderen. Het zou mooi zijn als de gemeente bij haar ontwikkelingen hieraan aandacht besteedt. Voor een visie geldt hier een te gedetailleerd niveau. Per locatie zal getoetst moeten worden aan Provinciaal beleid op ruimtelijke en planologische aanvaardbaarheid, evenals het toetsen aan de Ladder van Duurzame verstedelijking. De Provincie verzoekt om dit op te nemen in de visie. Tevens lijken niet alle locaties te zijn opgenomen in de provinciale matrix en de Provincie ontvangt graag recente informatie.
36
Momenteel is een algemene regel opgenomen dat alle VAB’s herbestemd moeten kunnen worden naar ‘Wonen’. De Provincie wenst een andere formulering: herbestemmen naar ‘Wonen’ zou geen gegeven moeten zijn, maar een optie. 7. Werklocaties De Provincie merkt op dat in regionaal verband afspraken zijn gemaakt over afstemming bij bedrijfsuitbreidingen, ontwikkelingen op bedrijventerreinen en detailhandel en vraagt om dit in ogenschouw te blijven houden bij onder andere de ontwikkelingen rondom de hotellocatie, Dombosch en de detailhandelsplannen buiten het centrumgebied van Geertruidenberg. De Provincie verzoekt om in de omgevingsvisie te verwijzen naar de regionale afspraken. In de strategische visie worden specifieke winkelformules benoemd. Met de dynamiek van het huidige winkellandschap is dat niet toekomstbestendig. De argumentatie dat de gemeente Geertruidenberg toch ook buiten het huidige detailhandelsgebied in het centrum van Geertruidenberg detailhandel aanvullend wil toestaan past niet binnen de prognoses, afspraken in de regionale uitvoeringsagenda en de afspraken om vraaggericht en niet aanbodgericht te programmeren. De Provincie merkt overigens op dat de branchering ‘ambachtelijke winkel’ niet bestaat en de kwalitatieve invulling is daarmee onvoldoende te sturen. 8.
Natuur en landschap Vanuit provinciaal natuurbeleid is de Provincie verheugd te constateren dat het Natuur Netwerk Brabant in Geertruidenberg nagenoeg is gerealiseerd, met uitzondering van een tweetal trajecten in ecologische verbindingszones (delen van Oude Maasje en De Donge). Het is van belang dat het natuurnetwerk goed beschermd blijft en dat de laatste twee opgave samen met het Waterschap en/of particulieren tot ontwikkeling komt. Verder valt op dat de gemeente weinig eigen ambitie voor natuur heeft, bijvoorbeeld door met andere organisaties die zich bezighouden met natuur en landschap gezamenlijk aan een programma ‘groen’ te werken. In kader van zo’n programma heeft de gemeente de mogelijkheid haar ambities op dit vlak wat verder vorm te geven en ambitie toe te voegen. Toekomstbestendige en groene gemeente De opgave voor de energietransitie heeft een duidelijke plaats gekregen in de omgevingsvisie. De gemeente kiest voor de energieopgave deze vooral te realiseren met zonne-energie. De gemeente benoemt vier locaties voor zonneweides. Drie daarvan liggen op grond van het provinciaal beleid binnen bestaand stedelijk gebied. Eén ligt ten westen van de Put van Caron, aansluitend aan de beoogde zonneweide in de gemeente Oosterhout. Vanuit de zonneladder moet echter eerst worden gekeken naar het benutten van beschikbare ruimte op daken.
De Provincie verzoekt om dit principe in de omgevingsvisie op te nemen. De locatie naast de Put van Caron verrast de Provincie omdat deze in de visie van het plassengebied niet eerder aan bod is gekomen. Sterker nog, de gemeente had in dat specifieke gebied de wens tot ontwikkeling van natuur-, landschaps- en recreatiewaarden. Hoe verhoudt deze nieuwe claim zich tot de visie op dat plassengebied? Bovendien is deze locatie gelegen in de groenblauwe mantel. De locaties in het stedelijk gebied en rond het Amerterrein zouden voldoende ruimte moeten bieden aan de beoogde 24 ha aan zonneweides. Gelet op de omgevingswaarden ziet de Provincie geen aanleiding om de locatie tegen Oosterhout als reservelocatie op te nemen. Cultuurhistorie Deelgebied Agrarische gebied open landschap Op de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart valt het ten oosten van de A27 gelegen gebied grotendeels binnen het Cultuurhistorisch landschap Langstraat en maakt historisch gezien deel uit van het historisch slagenlandschap met de veentonginning die er heeft plaatsgevonden. In de toelichting komt dit cultuurhistorisch belang volgens de Provincie nog onvoldoende tot uiting, terwijl de hoofdrichting van het landschap, ondanks de schaalvergroting, nog steeds min of meer noord-zuid is.
In het toekomstperspectief kan dit cultuurhistorische belang in de uitspraak: ’versterken van het landschap’ verder worden geconcretiseerd door bv. beplantingen hoofdzakelijk langs nood-zuid getraceerde wegen te voorzien.
37
Centrum van Geertruidenberg De Provincie volgt in grote lijnen de visie van de gemeente. Wel valt op dat onderdelen van de vestingstad niet tot het afgebakende deelgebied behoren. Deze zijn fort Lunet, de sportvelden aan de Strijenlaan (ooit deel van het schootsveld) en het meest oostelijke deel van wat nu tot het deelgebied van de Gasthuiswaard behoort. De verbinding van Fort Lunet aan centrum Geertruidenberg wordt als sleutelproject binnen de Zuiderwaterlinie opgesomd. In de visie staat dat de men op de rechteroever van de Donge meer groen wil realiseren. Ook aan de linkeroever mag dat als dit gepaard kan gaan met herstel van de vestingstructuren en/of inundatiezones, mogelijk in combinatie doelen voor klimaatadaptatie, natuur enz. Cultuurhistorische waardenkaart De Complexen van Cultuurhistorisch belang en Cultuurhistorische gebieden van provinciaal belang uit de CHW-kaart hebben hun doorwerking gekregen in de Interim Omgevingsverordening. Voor de gemeente Geertruidenberg gaat het om de volgende onderdelen: Complex cultuurhistorisch belang:
De Watertoren aan de Oosterhoutse Weg 18, rijksmonument, nieuwvestiging van functies is mogelijk als dit bijdraagt aan het behoud of herstel van het cultuurhistorisch karakter van het complex en past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied waarin het complex is gelegen. Het is overigens gelegen aan de historische Route Imperial Nr2, aangelegd door Napoleon. De watertoren is gelegen in het deelgebied Natuurgebieden maar daar staat niets opgenomen over de ontwikkeling die daar plaatsvindt. In het onderdeel levendige gemeente wordt enkel vermeld dat er een hotel met 150 kamers komt, maar hierover is de Provincie nog met de gemeente in gesprek.
Cultuurhistorische gebied Veenontginning bij Raamsdonk/ Cultuurhistorisch gebied De Dellen. Beide cultuurhistorische gebieden uit de Cultuurhistorische Waardenkaart maken deel uit van het historisch slagenlandschap en veentonginning. Dat is nog goed zichtbaar en sterk aanwezig. Ze maken deel uit van het Agrarisch gebied met waarden volgens de gemeentelijke visie. Het kan volgens de Provincie niet los worden gezien van het gebied Raamsdonk dat op de provinciale cultuurhistorische waardenkaart als historisch stedenbouwkundige structuur is aangeduid. De gemeente geeft aan nieuwe functies toe te laten als deze bijdragen aan het behoud van landschap en natuur en cultuurhistorie. Het provinciaal beleid schrijft voor dat ontwikkelingen binnen de cultuurhistorische gebieden mede gericht zijn op behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden en kenmerken zoals beschreven in de Cultuurhistorische Waardenkaart. Als ontwikkelingen binnen deze gebieden worden toegelaten is namelijk ook het herstel van de erfgoedwaarden van belang. Bovendien zal niet iedere ontwikkeling mogelijk zijn omdat ze de erfgoedwaarden kunnen schaden. Zo staat in de visie dat VAB’s in dit gebied een nieuwe invulling kunnen krijgen door er woningen te realiseren.
Dit lijkt de Provincie binnen dit cultuurhistorisch waardevol gebied juist geen gewenste ontwikkeling indien deze is niet gericht op behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden van het gebied.
9. Zuiderwaterlinie De Zuiderwaterlinie loopt in Noord-Brabant van Bergen op Zoom en verbindt elf historische Brabantse vestingsteden met elkaar, waaronder Geertruidenberg. Vijftien gemeenten, waterschappen en Provincie werken als sinds 2016 samen in de Zuiderwateralliantie over diverse richtinggevende thema’s voor (vrijetijds-) economie, ruimtelijke opgaven en andere vormen van gebiedsontwikkeling. Momenteel wordt aan een meerjarenprogramma gewerkt waarvan een erfgoedvisie een onderdeel is. Graag ziet de Provincie dat onderdeel nadrukkelijker verweven in de verschillende relevante deelgebieden. In het ontwerp van de omgevingsvisie is de Zuiderwaterlinie voornamelijk opgehangen aan het thema recreatie en toerisme. Maar ze zou ook nadrukkelijker geborgd kunnen worden in de meer ruimtelijke thema’s als water, natuur en landschap (Donge oevers, Gasthuiswaard, Agrarisch gebied met Waarden en de zuidelijke natuurgebieden).
38
Beantwoording Ad 1 Onder het kopje ‘Wat is een omgevingsvisie?’ geven we aan dat we met onze buurgemeenten een gezamenlijke opgave hebben op diverse terreinen. Met de RIA willen we een bijdrage gaan leveren aan: 1. de opgaven van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en de provinciale omgevingsvisie 2. (versnelling van) de woningbouwopgave; 3. de provinciale verstedelijkingsstrategie. De NOVI hanteert een viertal prioriteiten: ● ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie, ● duurzaam economisch groeipotentieel, ● sterke en gezonde steden en regio’s en ● een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Met de RIA geven we aan welke bijdragen we aan deze prioriteiten kunnen leveren en wat daarvoor nodig is qua investeringen en beleidsruimte. De regio wil daarbij de komende 10 a 15 jaar een schaalsprong maken zowel in kwaliteit als kwantiteit gezonde groei - en daarvoor een gezamenlijke investeringsstrategie ontwikkelen op vier samenhangende investeringspijlers: a. wonen; b. groen-blauwe kwaliteit; c. economie; d. mobiliteit. Deze aanvulling nemen we op in de omgevingsvisie onder het kopje “wat is een omgevingsvisie”. Ad 2 Ad 2 Bij waarde landschap geven we aan dat bij ontwikkelingen landschappelijke waarden behouden of versterkt moeten worden. Daarnaast is gekozen om in het buitengebied met twee gebiedsindelingen te werken die elk hun eigen karakter hebben.
Agrarische gebieden met open landschap en agrarisch gebieden met waarden. Hierbij zoeken we aansluiting bij het landschap en versterken we deze vanuit historisch perspectief. Wanneer blijkt dat landschappelijke waarden in het gedring komen bij gebiedsontwikkeling, kijken we altijd naar passende compensatie Ad 3 Met de onderverdeling van het buitengebied in twee gebiedstypen zijn we van mening dat we onderscheid maken in de ontwikkelingsrichtingen. We zijn met de Provincie van mening dat ontwikkelingen in het buitengebied altijd moeten bijdragen aan de waarden van het landschap en moeten resulteren in kwaliteitsverbetering. Dit wordt scherper opgenomen in de omgevingsvisie. Ad 4 Momenteel wordt gewerkt aan een beleidskader voor huisvesting van internationale medewerkers in de gemeente Geertruidenberg. Daarin zullen beslissingen worden gemaakt over de te realiseren opgave voor de huisvesting van internationale medewerkers die passend is binnen onze lokale situatie. De keuzes uit dit beleid zullen worden opgenomen in de omgevingsvisie en komen in ieder geval onder het kopje Dombosch te staan (zie ambtelijke aanvulling). Ad 5 Conform de visie plassengebied heeft de gemeente de ambitie om tot de realisatie van een horecapaviljoen te komen. We zullen dit als zodanig in de tekst op te nemen.
De details tav het aantal kamers (bij het kopje “levendige gemeenten” halen we weg uit de tekst. We vervangen dit door de tekst “de gemeente heeft de wens om tot een horecapaviljoen te komen”. Ook de tekst onder toerisme en recreatie “bestaat de wens te komen tot een paviljoen met volwaardige horecavestiging herformuleren we als wens vanuit de gemeente om tot een horecapaviljoen te komen””. Ad 6 In de tekst van de visie nemen we op dat biobased en circulair bouwen steeds meer als uitgangspunt genomen moet worden. Bij de behandeling van de concept-RES heeft de gemeenteraad van Geertruidenberg een motie
39
aangenomen om het principe van de zonneladder te hanteren bij de invulling van de RES-opgave. Deze motie wordt uitgevoerd door ons college en zal een plaats krijgen in het omgevingsplan. Tevens zullen wij zoals u vraagt de woningbouwlocaties uit de visie laten toevoegen aan de provinciale matrix. Tot slot veranderen we de tekst t.a.v. herbestemming naar wonen, in een optie tot wonen. Ad 7 De gemeente kiest vanuit haar toeristisch recreatieve doelstellingen voor het mogelijk maken van een hotelontwikkeling bij de watertoren en acht het toestaan van kleinschalige ambachtelijke detailhandel in het oude centrum van Geertruidenberg wenselijk. Ad 8 Natuur en landschap Om de ecologische verbindingszone naar laaglandbeek de Donge te realiseren zal er overleg plaatsvinden met Waterschap de Brabantse Delta. Dit omdat we beide kartrekker zijn in dit laatste stuk. Na het vaststellen van de omgevingsvisie wordt er gestart met het Programma “Groen”. Binnen dit programma worden onze ambities voor natuur verder uitgewerkt. Voor het opstellen van dit programma zal onder andere samenwerking gezocht worden met de lokale natuurfederatie, Waterschap Brabantse delta, Rijkswaterstaat, buurgemeente enz. Zoekgebied ten westen van Put van Caron Het zoekgebied in aansluiting op de beoogde zonneweide in de gemeente Oosterhout is de laatste van de zoekgebieden voor zon op veld waarnaar gekeken wordt.
De volgorde van de zoekgebieden voor zonnevelden in de Omgevingsvisie is gebaseerd op de input die verschillende stakeholders, waaronder de gemeenteraad, hebben geleverd tijdens het opstellen van de Omgevingsvisie. Voorop staat dat we eerst kijken naar ruimte op daken, zoals omschreven in ons duurzaamheidsvisie. We zullen dit expliciet aangeven in de visie. Landschappelijke en visuele impact staat altijd voorop bij mogelijke invulling van zonnevelden. De gemeenteraad heeft aangegeven het buitengebied zo veel mogelijk te willen ontzien van zonnevelden. Daarom is er op zoek gegaan naar gebieden waarbij de impact (relatief) klein is, of waar logischerwijs dergelijke ontwikkelingen passen. Voor het plassengebied betekent dit dat het noordelijk en westelijk gebied natuur blijft en mogelijke ontwikkelingen alleen in het oostelijk gebied passen als die zich schikken naar ecologisch ambities. Voor alle agrarisch gebieden in het plassengebied zetten we in op ecologisch beheer en natte landbouw die die bij de groenblauwe mantel passen. Dit laatste voegen we toe aan de visie onder het kopje Toekomstbestendig en groene gemeente Het gebied rond de Amercentrale en de aansluitende landerijen van RWE staan sinds jaar en dag in het teken van energieopwekking. Tegelijkertijd biedt het Amergebied veel kansen voor de toekomst, zoals vastgelegd in de Toekomstperspectieven Amergebied.
Het ontwikkelen van hernieuwbare energie in dit gebied, gepaard met de daarbij behorende natuurontwikkeling en landschappelijke inpassing, kan als katalysator dienen voor de doorontwikkeling van het gebied en doet tegelijkertijd recht aan de energieke historie van de omgeving. Tegelijkertijd ligt dit gebied, juist door deze energieke historie, dicht bij de energieinfrastructuur. Dat zijn de redenen waarom eerst in deze zoekgebieden wordt gezocht naar een passende invulling van onze energieopgave. Tegelijkertijd staat er al veel in deze gebieden, denk aan de Amercentrale, het transformatorstation en hoogspanningsleidingen. Hoewel dit ook voordelen met zich meebrengt, zorgt het tevens voor de nodige landschappelijke uitdaging. Een juiste inpassing van de volledige opgave van 24 GWh in dit gebied kan hierdoor worden bemoeilijkt. Daarom wordt voorgesteld om als zoekgebied ‘aansluiting op zonnepark in Oosterhout’ aan te wijzen. Gezien de ontwikkelingen in het gebied, namelijk het energiepark in Oosterhout en de daarbij aan te leggen energie infrastructuur, is dit een logische derde locatie om op te nemen. Qua historie, doorontwikkelingskansen van het omliggende gebied en landschappelijke en visuele impact is deze locatie echter minder voor de hand liggend dan de eerdergenoemde twee locaties.
Vandaar dat eerst gekeken wordt, na toepassing van de zonneladder, of de energieopgave dáár kan worden ingevuld. Deelgebied Agrarische gebied/openlandschap We gaan het historisch slagenlandschap in de toelichting opnemen. Verdere concretisering vinden wij voor de visie niet wenselijk. Centrum van Geertruidenberg
40
De onderdelen die de Provincie noemt zijn historisch gezien inderdaad onderdeel van de vesting en toeristisch gezien is vooral de link met Fort Lunet met het historische centrum belangrijk. We kunnen dit opnemen in de afbakening. Cultuurhistorische waardenkaart De watertoren Conform de visie plassengebied heeft de gemeente de ambitie om tot de realisatie van een horecapaviljoen te komen. Het cultuurhistorisch gebied veenontginning arceren wij nu al, conform ons beleid, met beplanting lang de wegen. Zoals we aangeven laten we nieuwe functies toe als deze bijdragen aan behoud van het oa landschap en cultuurhistorie. Dit kan ook woningbouw zijn die deze waarden in stand houdt. Ad 9 Zuidwaterlinie: We zullen de Zuidwaterlinie bij de door u genoemde kopjes water, natuur, landschap en agrarisch gebied met waarden laten terugkomen.
Deelconclusie De zienswijze leidt wel tot wijzigingen in de omgevingsvisie Geertruidenberg.
41
Zienswijze 19 – Yachtlife Holding BV (Amergebied) Ingediend op: 26 januari 2021 Samenvatting Yachtlife Holding B.V. is al bijna 10 jaar actief als recreatieondernemer in de Gemeente Geertruidenberg met de huidige locatie Jachthaven Dok 12. Naast het exploiteren en beheren zijn we ons meer gaan focussen op de ontwikkeling van nieuwe duurzame locaties. De missie is het creëren, beheren en exploiteren van één naar uiteindelijk meerdere toeristische parken, waarbij gasten 12 maanden per jaar ondergedompeld worden in vakantiesferen en waarbij de gastbeleving hoog in het vaandel staat. Begrippen als water, natuur, stad en beleving zijn kenmerkend voor de locatie(s). Met deze zienswijze op de omgevingsvisie 2021 vraagt Yachtlife Holding B.V. het Amergebied te herzien en in te beelden hoe natuur en recreatie elkaar kunnen omarmen. De zienswijze is gericht op het deel Standhazense polder. Yachtlife Holding B.V. vraagt om de omgevingsvisie aan te passen voor dit gebied naar intensieve recreatie zodat een recreatiepark kan worden gerealiseerd. Beantwoording Voor het Amergebied redeneren we vanuit functies en richtingen ten aanzien van de drie scenario's die in het toekomstperspectief uit 2018 zijn beschreven. Welke elementen van de scenario’s uiteindelijk een plek kunnen krijgen in het gebied zal nog verder bekeken moeten worden.
In het scenario ‘zonering’ is verblijfsrecreatie één van de functies die in het gebied een plek kan krijgen. De gemeente ziet dat de plannen zoals genoemd in de ingediende zienswijze passend kunnen zijn bij doelstelling van de ontwikkeling van dit gebied, zolang dit in combinatie is met natuurontwikkeling. Belangrijk is dat binnen het Amergebied een balans wordt gevonden tussen de verschillende doelstellingen. In de verdere uitwerking zal moeten blijken op welke wijze dit zou kunnen. In de tekst van de omgevingsvisie zal nadrukkelijker worden opgenomen dat intensieve recreatie en verblijfsrecreatie in combinatie met natuurontwikkeling wordt voorgestaan.
Deelconclusie De zienswijze leidt wel tot wijzigingen in de omgevingsvisie Geertruidenberg.
42
Zienswijze 20 – Gemeente Breda Ingediend op: 26 januari 2021 Samenvatting 1. Amerqebied, Enerqiehub 21e eeuw In 2018 heeft de gemeente Geertruidenberg, samen met de Provincie, RWE en RWB, de nota Toekomstperspectieven Amergebied opgesteld. In de Omgevingsvisie wordt aangegeven hoe de gemeente daar ruimtelijk mee om wenst te gaan. Dat ziet er wat de gemeente Breda betreft veelbelovend uit. De keuzes die daar worden gemaakt, zijn niet alleen van belang voor de inwoners en bedrijven van de gemeente Geertruidenberg, maar ook voor hen in de omgeving die werken of genieten van de landschappelijke kwaliteiten en historische waardevolle vestingstad Geertruidenberg. Met de discussie rond Aanlanding wind van zee en de mogelijkheden die dat biedt, is de gezamenlijke wens geformuleerd om van het Amergebied rond de Amercentrale dé Energiehub 21e eeuw te maken. Daarmee wordt het gebied van de Amercentrale op lange termijn een nieuw stadsdeel van Geertruidenberg waar wordt gewoond, innovatieve bedrijven zich op de energie campus hebben gevestigd en kennisontwikkeling en kleinschalige experimenten met nieuwe productiemethoden hand in hand gaan. Naast de economische potentie voor het gebied, startups nieuwe energiedragers e.d., biedt dit ook de kans om het Amer Warmtenet te blijven kunnen gebruiken voor de warmtevoorziening van 40.000 huishoudens.
Een belang, niet alleen voor Geertruidenberg, maar ook voor de gemeente Breda en Tilburg. Inmiddels wordt dit ook onderkend door de Provincie en het Ministerie is graag bereid dit nader te onderzoeken. Vandaar dat de gemeente Breda die ambitie om tot Energiehub 21e eeuw uit te groeien van harte ondersteunt en de gemeente Geertruidenberg adviseert om dit nadrukkelijker in de Omgevingsvisie te positioneren. 2. Woonopqaven en bereikbaarheid Wonen en bereikbaarheid zijn twee onderwerpen waar gemeentegrenzen allang geen rol meer spelen. De afstemming tussen de gemeenten in eenzelfde woningmarktgebied is daarom cruciaal om vraag en aanbod met elkaar in overeenstemming te brengen en de kwaliteiten van het gebied optimaal te gebruiken. Daarom wordt er gewerkt aan een zogenaamde Regionale Investeringsagenda Baronie (RIA Baronie) om de afstemming te organiseren. Wonen en bereikbaarheid zijn daarbij belangrijke elementen, en juist ook met oog voor de landschappelijke kwaliteiten. Afgesproken is om te komen tot een Verstedelijkingsakkoord stedelijke regio Breda Tilburg met het Rijk op de punten van wonen, ruimte en infra. In de ontwerp-omgevingsvisie hanteert de gemeente Geertruidenberg de provinciale prognoses als uitgangspunt.
De gemeente Breda lijkt de regionale prognose, in RIA-verband, meer aangewezen en het voorstel is dan ook om de uitkomst van aankomend voorjaar in alle omgevingsvisies van de Baronie-gemeenten op te nemen. Daarmee draagt Geertruidenberg dan dus ook bij aan de regionale oplossing voor de landelijke woningnood. In de RIA Baronie komt natuurlijk ook de bereikbaarheidsvraag aan de orde, met voor de gemeente Geertruidenberg het knooppunt Hooipolder als belangrijk punt. Daarnaast is een snelle OV-verbinding met Utrecht een regionale wens die ook voor de gemeente Geertruidenberg van belang lijkt. 3. Natuur en landschap Geertruidenberg op het kruispunt van Hollandse en Zuiderwaterlinie is landschappelijk en recreatief een asset waar we als Baronie meer van kunnen profiteren. Gekoppeld aan Nationaal Park De Biesbosch/NL Delta biedt dat kansen waarvan we als inwoners van West- en Midden Brabant/Baronie samen kunnen profiteren. Dat gezamenlijke oppakken is iets waar we ook in onze Omgevingsvisie aandacht aan schenken. Verzoek om de rol van de gemeente Geertruidenberg in West- en Midden-Brabant (Baronie) steviger aan te zetten in de omgevingsvisie dan nu het geval is.
43
Beantwoording Ad 1 Vanuit Geertruidenberg kijken we naar een bredere transformatie van het Amergebied. Onder het kopje “Amergebied” staat in de concept omgevingsvisie het volgende: “Op termijn zal de energietransitie invloed hebben op de Amercentrale en het omliggende terrein. De opwek is al veranderd van volledige kolenstook naar een groot deel biomassa. De Amercentrale is een belangrijke energiehub voor de regio en voorziet de regio tot en met Breda en Tilburg van warmte. In de toekomst zal deze ontwikkeling verder doorzetten en waarschijnlijk ook waterstof een belangrijke rol gaan spelen.” Met deze passage is het belang van de Amercentrale voor de regio expliciet aangegeven en benadrukt. Daarnaast vinden wij het vooral van belang dat energieontwikkelingen in het gebied in de juiste balans plaatsvinden met natuur, recreatie en eventuele woningbouw. Ad 2 In het laatste RIA overleg is er gesproken over het beter zichtbaar maken van de RIA-opgave in de omgevingsvisie. Ook wordt er bestuurlijk voorgesteld om een gezamenlijke paragraaf op te nemen. Deze paragraaf is als volgt verwoord en wordt opgenomen in de visie onder het kopje “wat is een omgevingsvisie”. Met de RIA willen we een bijdrage gaan leveren aan: 1. de opgaven van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en de provinciale omgevingsvisie 2. (versnelling van) de woningbouwopgave; 3. de provinciale verstedelijkingsstrategie.
De NOVI hanteert een viertal prioriteiten: ● ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie, ● duurzaam economisch groeipotentieel, ● sterke en gezonde steden en regio’s en ● een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Met de RIA geven we aan welke bijdragen we aan deze prioriteiten kunnen leveren en wat daarvoor nodig is qua investeringen en beleidsruimte. De regio wil daarbij de komende 10 a 15 jaar een schaalsprong maken zowel in kwaliteit als kwantiteit gezonde groei - en daarvoor een gezamenlijke investeringsstrategie ontwikkelen op vier samenhangende investeringspijlers: a. wonen; b. groen-blauwe kwaliteit; c. economie; d. mobiliteit. Snelle OV-verbinding met Utrecht zullen we benoemen bij het thema bereikbaarheid. De bijdragen aan regionale woningbouwproblematiek wordt meegenomen bij het woningbehoefteonderzoek dat onderdeel is van het programma dat bij “Hoe zien we wonen in de toekomst?” staat vermeld (zie thema ‘wonen’). Wij hebben hier een ambitie van circa 1200 woningen. Ad 3 Net zoals de Provincie vraagt u om meer aandacht voor de Zuidwaterlinie in de omgevingsvisie. We gaan deze tekst aanpassen. Deelconclusie De zienswijze leidt wel tot wijzigingen in de omgevingsvisie Geertruidenberg.
44
Zienswijze 21 - N. Adriaanse Transport B.V. - Breda Best B.V. - Produlab Pharma B.V. - Strikolith B.V. - V.d. Lande B.V. - Cor Verkolf B.V. - VKP Packaging B.V. (allen vertegenwoordigd door de heer mr. Hein de Jongh) Ingediend op: 26 januari 2021 Samenvatting 1. Algemeen Omgevingsplan Dombosch Alle hierboven genoemde belanghebbenden zijn gevestigd op Industrieterrein Dombosch. Het bestemmingsplan Dombosch uit 2009 is nog van toepassing. In 2017 heeft het college al besloten om het bestemmingsplan Dombosch te actualiseren en ingestemd met het Plan van Aanpak Omgevingsplan Dombosch om te komen tot een bestemmingsplan met een verbrede reikwijdte. Voor de vaststelling van het plan van aanpak was ‘Omgevingsplan Werkgebied Dombosch’ aangemeld in het kader van de Crisis- en Herstelwet. De aanmelding in dat kader is afgehandeld op 25 januari 2019 en gepubliceerd in de Staatscourant. Belanghebbenden merken op dat het opvallend is dat in de aanmelding en de nota van toelichting op het besluit wordt gesproken over een oppervlakte van Dombosch van 210 ha, terwijl in de ontwerpomgevingsvisie en OER wordt gesproken over 45 ha.
Ingevolge het besluit kan tot 1 januari 2024 gebruik worden gemaakt van de in dat artikel bedoelde bevoegdheid tot het vaststellen van bestemmingsplannen met verbrede reikwijdte mits het ontwerp daarvan ter inzage is gelegd vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Toekomstvisie Dombosch Werkt! De concept-visie Dombosch Werkt! Is ter inzage gelegd door de gemeente waarbij in de Nota van Beantwoording door het college werd gesteld dat deze visie geen structuurvisie is in de zin van de Omgevingswet, maar een gebiedsvisie die op zichzelf geen juridische status heeft. De Toekomstvisie Dombosch Werkt! Is op 25 april 2019 vastgesteld door de gemeenteraad. Omgevingsplan Dombosch is er nog niet De bedoeling was om het omgevingsplan Dombosch in het voorjaar van 2019 door de gemeenteraad te laten vaststellen. Dit doel is niet behaald. Vanaf eind 2019 is er een zogenaamd ‘Domboschpanel’ gevormd dat slechts tweemaal bij elkaar is geweest. Nadien is het traject stil komen te liggen. De pilot Dombosch is hiermee zijn doel (het experimenteren met de Omgevingswet vooruitlopend op de inwerkingtreding daarvan, voorbijgeschoten. Omgevingsvisie Gemaakte keuzes in de omgevingsvisie sturen de in het omgevingsplan neer te leggen regels.
Omdat een omgevingsvisie enkel het vaststellende bestuursorgaan bindt, staat tegen een besluit tot vaststelling geen rechtsbescherming bij de bestuursrechter open. De gemeenteraad heeft dus een hoge mate van beoordelingsvrijheid met betrekking tot de vraag hoe gebruik wordt gemaakt van de bevoegdheid tot vaststelling en met betrekking tot de inhoud die de omgevingsvisie Geertruidenberg uiteindelijk krijgt. 2. Wettelijke grondslag omgevingsvisie Omdat de Omgevingswet pas in werking treedt op 1 januari 2022 en er geen sprake is van een aanwijzing van een pilot als bedoeld in artikel 7c lid 17 van het Besluit, is de vraag gerechtvaardigd of er op dit moment voldoende wettelijke basis is om te komen tot vaststelling van de omgevingsvisie Geertruidenberg. Eerder werd tijdens een online bijeenkomst met wethouders Van Oort en Hofkens hiervoor door mevrouw Irma Dekkers verwezen naar de gelijkstellingsbepaling uit het overgangsrecht. Echter, de artikelen van die wet treden in werking op een bij Koninklijk Besluit nader te bepalen tijdstip