CConstaterende datGeertruidenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 23-336 BOPA Villa Frappant 240318 inclusief bijlagen

De raad besluit 26 september 2024, gemeente GeertruidenbergBij agendapunt: Realiseren kindcentrum op perceel Oude Stadsweg 1 in Geertruidenberg23.609 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Onderbouwing BOPA Villa Frappant Geertruidenberg - 28

8. Op basis van dat gesprek hebben we het plan aangepast en op 14 november 2023 opnieuw aan de Commissie Ruimtelijke Ordening van de gemeente Geertruidenberg voorgelegd. 9. De Commissie gaf de ruimte om de ontsluiting dan toch via de Oude Stadsweg te doen en gezamenlijk kwamen we tot een variant waarbij de in- en uitrit voor auto’s zou kunnen worden gecombineerd met de ontsluiting van het perceel Oude Stadsweg 1A (op grondgebied gemeente). De ontsluiting voor langzaam verkeer blijft wel via de insteekweg van de Buitenvest verlopen. 6. De ontsluiting voor langzaam verkeer heeft alleen effect op de percelen Buitenvest 2 en Buitenvest 3. Aan de bewoners van deze percelen is in januari 2024 het aangepaste plan getoond. De ontsluiting voor auto’s heeft effect op het perceel Oude Stadsweg 1A. Op 8 december 2023 is overleg gevoerd tussen initiatiefnemer en bewoners van het perceel Oude Stadsweg 1A. 7. De bewoners van de percelen Buitenvest 2 en Buitenvest 3 hebben aangegeven geen problemen te hebben met de ontsluiting voor langzaam verkeer. Tegelijkertijd is overeenstemming bereikt over de verdeling van de aankoop van groenzone tussen het plangebied en de insteekweg van de Buitenvest die nog in eigendom is van de gemeente Geertruidenberg. De eigendomsoverdracht wordt voorbereid.

De bewoners van perceel Oude Stadsweg 1A gaven aan dat ze het initiatief graag steunen en geen bezwaar hebben tegen de bouw van de voorziening. Maar zij bleken toch wat bezwaren te hebben tegen de voorgenomen koppeling van de in- en uitrit. Met name de veiligheid van hun kinderen speelt daarbij een belangrijke rol. 8. Op 28 januari 2024 hebben initiatiefnemer en bewoners van perceel Oude Stadsweg 1A een vervolgoverleg gevoerd over een alternatieve inrichting van de in- en uitrit. 9. Dit alternatief wordt voorgelegd aan de Commissie Ruimtelijke Ordening van de gemeente Geertruidenberg. 10. Het verloop van de participatie is in de onderbouwing BOPA opgenomen die ten grondslag ligt aan de aanvraag voor een vergunning.

Onderbouwing BOPA Villa Frappant Geertruidenberg - 29

Bijlage 2. Stikstofberekening realisatie Villa Frappant Van Kerkhoff Maatwerk in RO, Januari 2024

1. Aanleiding

op het perceel aan de Oude Stadsweg 1 in Geertruidenberg wordt een duurzaam gebouw gerealiseerd dat ingezet wordt als huisvesting voor Villa Frappant, maar op termijn ook zonder grote ingrepen kan worden omgezet naar een woning voor een huishouden In Villa Frappant ontfermen professionele verzorgers zich voor een dag(deel) of voor een weekend over kinderen met een beperking, zodat de ouders ook even kunnen ontspannen en onthaasten. En de kans op een stabiele gezinssituatie met een goede en duurzame zorg voor het kind weer een stukje groter wordt. Het gaat om maximaal 4 kinderen tegelijk. Op 29 mei 2019 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) beslist dat de Programmatische Aanpak Stikstof niet ten grondslag mag worden gelegd aan de toestemmingverlening voor activiteiten die leiden tot een toename van de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen in een Natura 2000-gebied.

Een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming is nodig op grond van artikel 2.7 lid 2 van deze Wet: “Het is verboden zonder vergunning van gedeputeerde staten een project te realiseren dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied.” Een toename van stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied leidt niet per definitie tot een significant verstorend effect op soorten of tot een significante verslechtering van natuurlijke habitats gelet op de instandhoudingsdoelstellingen. Getoetst zal worden aan het wetsartikel.

2. Uitgangspunten Algemeen Getoetst wordt of de beoogde situatie en/of de realisatiefase leidt tot een significante toename van stikstof op stikstofgevoelige habitats in Natura 2000-gebieden. Daartoe wordt de situatie in de gebruiksfase respectievelijk de realisatiefase vergeleken met de referentiesituatie. In de referentiesituatie wordt het plangebied gebruikt als tuin zonder bronnen waaruit stikstof vrijkomt. De nieuwbouw wordt duurzaam en gasloos gerealiseerd, zodat er in de gebruiksfase geen sprake is van verwarming en koeling van het gebouw met fossiele brandstof. In gebruiksfase leiden alleen verkeersbewegingen van en naar de locatie met gemotoriseerd vervoer tot stikstoftoename. In de realisatiefase zijn het gebruik van zwaar materieel bij de bouw en aan- en afvoer van materiaal en werklui de enige bronnen. Aantal autoverkeersbewegingen Het aantal motorvoertuigbewegingen van en naar het plangebied is in paragraaf 4.4.1 van de Onderbouwing BOPA bepaald op 50 motorvoertuigbewegingen per etmaal die gebruik maken van de nieuwe inrit en 8 motorvoertuigbewegingen per etmaal die gebruik maken van de bestaande toegang tot villa de Pinksterbloem. Routering De verkeersbewegingen dienen te worden bepaald tot de locatie, waar verondersteld mag worden dat het extra verkeer opgaat in het heersende verkeersbeeld.

Dit is het geval op het moment dat het aan- en afvoerende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt. Hierbij weegt ook mee hoe de verhouding is tussen de hoeveelheid verkeer dat door de voorgenomen ontwikkeling wordt aangetrokken en het

Onderbouwing BOPA Villa Frappant Geertruidenberg - 30

reeds op de weg aanwezige verkeer. In de regel wordt het verkeer meegenomen “tot het zich verdund heeft tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer” (zie Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2023, versie november 2023, p. 12). Uit jurisprudentie blijkt dat 2,4% in ieder geval gelijk gesteld wordt aan enkele procenten. Vaste jurisprudentie laat tevens zien dat een rijks- of provinciale weg in ieder geval gezien wordt als een locatie, waar verondersteld mag worden dat het extra verkeer opgaat in het heersende verkeersbeeld. Het verkeer zal zich op de Oude Stadsweg vrijwel volledig naar het zuiden verplaatsen en zich op de kruising met de Centrale weg verdelen over de richting west en oost. De Centraleweg is een gebiedsontsluitingsweg met een intensiteit van meer dan 8.000 motorvoertuigen per etmaal (gebaseerd op deelrapport Verkeer, planstudie Verbreding A27). De 42 extra verkeersbewegingen als gevolg van het plan, is beduidend minder dan 2,4%. Dat betekent dat aangenomen mag worden dat het verkeer van en naar het plangebied op de kruising met de Centraleweg opgaat in het heersend verkeersbeeld.

In AERIUS (versie 2023.1) wordt de beoogde situatie in 2025 vastgelegd: • 42 motorvoertuigbewegingen in beide richtingen tussen de bestaande toegang tot villa de Pinksterbloem en de kruising met de Centraleweg; • 34 motorvoertuigbewegingen in beide richtingen tussen de bestaande toegang tot villa de Pinksterbloem en de nieuwe toegang tot villa Frappant. Realisatie De realisatiefase duurt in totaal circa 9 maanden en vindt plaats in 2024. Er wordt gebruik gemaakt van dieselgestookte machines in de vorm van graafmachines en wielkranen. Verder is er sprake van zwaar transport voor de aan- en afvoer van materieel en materiaal en licht transport voor personeel. Doorlooptijd Aantal bewegingen zwaar transport Aantal bewegingen personeel Machineuren (stage IV 70-560 kW en een gemiddeld verbruik van 16 liter per uur)

39 weken

Tabel 1. Invoer realisatie in AERIUS

40 750 150

De invoer zoals weergegeven in tabel 1, gebaseerd op gegevens van referentieprojecten, wordt als vlakbron in AERIUS ingevoerd voor de machines en als lijnbron voor de voertuigbewegingen. De voertuigbewegingen worden ingegeven vanaf de nieuwe toegang tot villa Frappant tot de kruising met de Centraleweg.

3. Relevante Natura 2000-gebieden

In de omgeving van het plangebied zijn de volgende Natura 2000-gebieden gelegen: • Biesbosch op een afstand van minimaal 1,6 kilometer in noord(west)elijke richting. • Langstraat op een afstand van minimaal 8 kilometer in oostelijke richting; • Loevestein, Pompveld & Kornsche Boezem op een afstand van minimaal 8,9 kilometer in noordoostelijke richting. • Ulvenhoutsebos op een afstand van minimaal 15,6 kilometer in zuidelijke richting

4. Conclusie: met zekerheid geen significant negatieve effecten

In AERIUS (zie bijlage) zijn twee berekeningen uitgevoerd. De gebruiksfase is aan 2025 en de realisatiefase aan 2024 toegerekend. Uit de bijlagen blijkt dat er geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j zijn. Daarmee is met zekerheid te stellen dat er geen sprake kan zijn van een significant negatief effect op een Natura 2000-gebied. Een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming is derhalve niet nodig.

Onderbouwing BOPA Villa Frappant Geertruidenberg - 31

Bijlage 3. Quick scan beschermde flora en fauna EcoResult februari 2024

Onderbouwing BOPA Villa Frappant Geertruidenberg - 32

Quickscan In het kader van de Wet natuurbescherming en de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant Plangebied: Oude Stadsweg 1, Geertruidenberg Opsteller(s): G. Tanis

Quickscan In het kader van de Wet natuurbescherming en de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant Colofon Plangebied

Oude Stadsweg 1, Geertruidenberg

Opsteller(s)

G. Tanis

Datum

02-02-2024

Versienummer

01

Rapportkenmerk

ER20231222v02

Aantal pagina’s

39

Opdrachtgever

Van Kerkhoff Maatwerk in RO

Contactpersoon

R. van Kerkhoff

Kwaliteitscontrole

M. de Vries

Projectleider

F.A. van Meurs

Wijze van citeren

Tanis, G. 2023. Quickscan. In het kader van de Wet natuurbescherming en de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. Plangebied: Oude Stadsweg 1, Geertruidenberg. Kenmerk: ER20231222v02. Ecoresult B.V., Hendrik-IdoAmbacht.

Ecoresult B.V. Kringloopweg 22 3343 LR Hendrik-Ido-Ambacht 078 75 184 12 info@ecoresult.nl www.ecoresult.nl © copyright Ecoresult B.V. 2024

2

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteursrechthebbende. Ecoresult B.V. kan door opdrachtgever niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die voortvloeit uit gebruik van data of gegevens of door toepassing van aanbevelingen en conclusies, die zijn opgenomen in deze rapportage.

Inhoudsopgave 1 2

3

4

5

6

7

Samenvatting Inleiding 2.1 Aanleiding 2.2 Doel 2.3 Onderzoeksmethodiek 2.4 Leeswijzer Omschrijving plangebied 3.1 Algemeen

5 6 6 6 6 7 9 9

3.2 3.3

9 10

Beschrijving Geplande ingrepen

3.3.1 Omschrijving werkzaamheden 3.3.2 Werkplanning, werktijden en realisatieperiode 3.3.3 (Ontwerp)tekening Onderzoeksresultaten beschermde gebieden

10 11 11 13

4.1 Wet natuurbescherming 4.1.1 Natura 2000 4.2 De Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant 4.2.1 Natuurnetwerk Brabant en ecologische verbindingszone Beschermde houtopstanden 5.1 Wet natuurbescherming

13 13 14 14 15 15

5.2 Omgevingsvergunning Onderzoeksresultaten beschermde soorten

15 16

6.1 6.1.1

Soorten Vogelrichtlijn Bronnenonderzoek

16 16

6.1.2 Verkennend veldonderzoek 6.1.3 Effectbeoordeling en toetsing 6.2 Soorten Habitatrichtlijn 6.2.1 Bronnenonderzoek 6.2.2 Verkennend veldonderzoek 6.2.3 Effectbeoordeling en toetsing 6.3 Nationaal beschermde soorten 6.3.1 Bronnenonderzoek 6.3.2 Verkennend veldonderzoek 6.3.3 Effectbeoordeling en toetsing 6.4 Invasieve exoten Vervolgstappen

16 18 19 19 20 22 23 23 23 25 25 26

7.1 7.2 7.3 7.4

26 26 26 29

Algemeen Beschermde gebieden Beschermde soorten Maatregelen

3

7.5 Onderzoeksperioden 7.6 Ontheffing 8 Conclusies 9 Geraadpleegde bronnen 9.1 Literatuur 9.2 Internet Bijlage 1 - Foto-impressie plangebied Bijlage 2 - Toelichting onderzoekskader Wet natuurbescherming Bescherming van gebieden Bescherming van soorten Bescherming van houtopstanden Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant

Ecoresult B.V januari 2024

29 29 31 32 32 32 33 36 36 36 36 37 38

4

1

Samenvatting In het kader van kap- en sloopwerkzaamheden en de aanleg van een nieuwe toegangsweg is er een quickscan flora en fauna uitgevoerd in plangebied Oude Stadsweg 1, Geertruidenberg. Door middel van een bureaustudie en veldonderzoek zijn de potenties binnen de Wet Natuurbescherming en de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant beschermde gebieden en flora en fauna in kaart gebracht. Uit de quickscan blijkt dat negatieve effecten op beschermde gebieden kunnen worden uitgesloten. Zo is er geen sprake van negatieve effecten als gevolg van bijdragen in stikstofdepositie in nabijgelegen Natura2000 gebieden. Negatieve effecten op verblijfplaatsen en/of essentieel leefgebied van boomvalk, sperwer en ransuil zijn niet op voorhand uit te sluiten. Er is soortgericht nader onderzoek nodig naar boomvalk sperwer en ransuil. Negatieve effecten op verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen als gewone dwergvleermuis, kleine dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en gewone grootoorvleermuis zijn niet op voorhand uit te sluiten wanneer de luifel wordt gesloopt. Indien de luifel wordt gesloopt is er soortgericht nader onderzoek nodig naar gewone dwergvleermuis, kleine dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en gewone grootoorvleermuis. Indien de luifel behouden blijft is er geen nader onderzoek nodig naar deze gebouwbewonende vleermuissoorten.

Ecoresult B.V januari 2024

5

2

Inleiding

2.1

Aanleiding In opdracht van Van Kerkhoff Maatwerk in RO heeft Ecoresult B.V. een quickscan uitgevoerd voor het plangebied genaamd: Oude Stadsweg 1, Geertruidenberg. De aanleiding voor dit verzoek is de aanleg van een nieuwe toegangsweg. Hiervoor zullen bomen en struiken worden gekapt en een overkapping worden gesloopt in het noordelijke deel van de tuin aan de Oude Stadsweg 1. De aanleiding voor de aanleg van de nieuwe toegangsweg is de bouw van een nieuwe woning. Deze quickscan zoomt alleen in op de aanleg van de nieuwe toegangsweg, de sloop van de overkapping en de kap van bomen en struiken. De bouw van de woning valt hier niet onder (zie verder hoofdstuk 3.3). Deze voorgenomen ontwikkelingen kunnen schadelijke effecten hebben op beschermde soorten en natuurgebieden. Wet- en regelgeving voor flora, fauna en natuurgebieden kan hierdoor worden overtreden. Deze quickscan zoomt in op de (mogelijke) effecten door de activiteiten en op welke wijze gehandeld kan worden. Mochten de voorgenomen ontwikkelingen wijzigen dient voorliggend ecologisch onderzoek te worden geactualiseerd. De resultaten in voorliggende quickscan zijn drie jaar geldig.

2.2

Doel Door middel van een oriënterend bronnen- en veldonderzoek zal worden onderzocht of de voorgenomen ontwikkelingen kunnen leiden tot: • Overtreding van verbodsbepalingen voor (potentieel) aanwezige soorten flora en fauna. In het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb); • een (significant) negatief effect op instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000gebieden. In het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb); • overtreding van verbodsbepalingen voor (potentieel) aanwezige houtopstanden. In het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb); • een (significant) negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Of negatief effect op anderzijds beschermde natuurgebieden op provinciaal niveau (o.a. ecologische verbindingszones). In het kader van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant.

2.3

Onderzoeksmethodiek De quickscan komt tot stand door middel van een verkennend veldonderzoek en bureaustudie. • Het verkennend veldonderzoek is uitgevoerd op 22 december 2023 door G. Tanis, ecologisch deskundige1 bij Ecoresult B.V. Het complete plangebied alsmede een zone rondom het plangebied is – daar waar nodig met hulp van een verrekijker en een zaklamp– onderzocht.

1 Voor een definitie van ecologisch deskundige wordt verwezen naar: https://www.rvo.nl/onderwerpen/ruimtelijke-

ingrepen/ontheffing-of-vrijstelling/ecologisch-deskundige

Ecoresult B.V januari 2024

6

•

Ten behoeve van de bureaustudie is de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd om een indruk te krijgen van de aanwezigheid van beschermde soorten rondom het plangebied tot een afstand van 5 kilometer tot het plangebied. De tabellen in hoofdstuk 6 zijn gebaseerd op waarnemingen uit de NDFF-database van de afgelopen 5 jaar in het weergeven grid (zie Figuur 1). Daarnaast zijn indien beschikbaar de gemeentelijke natuurkaarten geraadpleegd. Op basis van het bronnenonderzoek en het aanwezige habitat was een goede inschatting van de potenties en aan- of afwezigheid van de beschermde soorten te maken.

•

Voor het onderzoek naar beschermde natuurgebieden en houtopstanden is gebruik gemaakt van de online viewers die de provincie ter beschikking heeft gesteld. Hierdoor zal in deze quickscan altijd een actueel beeld worden weergegeven van gebiedsgrenzen, doelstelling etc.

Figuur 1: Gebied waarbinnen NDFF-waarnemingen zijn gezocht. De rode cirkel geeft het plangebied weer. Bron: NDFF-uitvoerportaal.

2.4

Leeswijzer In deze rapportage worden allereerst het plangebied en de geplande activiteiten beschreven. Hierna worden per beschermingsregime de voor het plangebied relevante beschermde gebieden

Ecoresult B.V januari 2024

7

en beschermde soorten en houtopstanden beschreven en beoordeeld. In de conclusie worden de resultaten van dit oriënterend onderzoek samengevat en wordt (indien van toepassing) geadviseerd welk nader onderzoek noodzakelijk is. Afgesloten wordt met een bronvermelding en een fotobijlage van het oriënterend veldbezoek en een beschrijving van het toetsingskader van de verschillende delen van deze quickscan.

Ecoresult B.V januari 2024

8

3

Omschrijving plangebied

3.1

Algemeen Het plangebied voor deze quickscan omvat een deel van een tuin aan de Oude Stadsweg 1, Geertruidenberg, gemeente Geertruidenberg, provincie Noord-Brabant (Figuur 2). Het plangebied maakt onderdeel uit van een grotere ontwikkeling maar alleen het gebied wat is weergegeven op Figuur 2 is getoetst.

Figuur 2: Ligging van plangebied (rode omlijning) voor deze quickscan. Voor regionale ligging van het plangebied, zie kaartinzet rechtsboven. Bron: OpenStreetMap

3.2

Beschrijving Het plangebied bestaat uit een tuin met struiken, bomen, gazon, geitenweide, en een overkapping in het zuidelijke deel van de bebouwde kom van Geertruidenberg: Tuin en beplanting • •

Het plangebied betreft een deel van een tuin van de woning, Oude Stadsweg 1. Het plangebied is ca. 1000 m² groot.

•

De beplanting bestaat uit loofsoorten als eik, Spaanse aak, gewone esdoorn en hazelaar. De enige groenblijvende soort was een haag van laurierkers van ca. 2 tot 3 meter hoog.

•

Zowel binnen als aangrenzend van het plangebied waren enkele gebruikte nesten aanwezig van o.a. zwarte kraai en houtduif. Gaten en spleten in bomen waren afwezig binnen het plangebied. De schors was glad. Er is een gazon aanwezig. Deze wordt deels begraasd door geiten. Binnen het plangebied is er een plek aanwezig waar o.a. groen afval als bladeren wordt gestort. Water is binnen het plangebied afwezig maar grenzend aan het plangebied in de zuidoosthoek is een sloot aanwezig. Zowel binnen als buiten het plangebied hangen verschillende nestkasten.

• • • • •

Bebouwing

Ecoresult B.V januari 2024

9

• • • •

Binnen het plangebied is een luifel aanwezig. Deze luifel is gemonteerd aan een bestaand stenen gebouw. De constructie van de luifel bestaat uit een ijzeren frame. Het dak is plat en enkellaags afgewerkt met hout. De zijkanten zijn grotendeels open, plaatselijk zijn enkele schuttingen geplaatst. De overkapping is met balken gemonteerd tegen een stenen gebouw. Tussen de buitenmuur en deze balken zijn ruimtes aanwezig.

Figuur 3: Het plangebied bestaat uit een gazon en geitenweide en luifel (op de foto, rechts van het stenen gebouwtje) en enkele bomen en struiken. Foto: G. Tanis | Ecoresult B.V.

Omgeving van het plangebied: • • •

De omgeving bestaat uit een woonwijk. De tuinen zijn over het algemeen rijk gegroeid met hagen, gazons en (plaatselijk grotere) bomen. Grenzend aan het plangebied is een sloot aanwezig. Straatverlichting is aanwezig aan de straatzijde van het plangebied door middel van lantaarnpalen. Verder bestaat verlichting uit plaatselijk gevelverlichting.

Voor een volledige impressie van het plangebied, zie Bijlage 1 – Foto-impressie plangebied .

3.3

Geplande ingrepen

3.3.1

Omschrijving werkzaamheden Voor de bouw van een woning wordt een nieuwe toegang aangelegd vanaf de nu doodlopende arm van de weg Buitenvest. Hiervoor zal wat groen moeten verdwijnen. • Het kappen van bomen en struiken. • Sloop van een luifel. • Het aanleggen van een toegangsweg.

Ecoresult B.V januari 2024

10

3.3.2

Werkplanning, werktijden en realisatieperiode Een gedetailleerde planning is nog niet beschikbaar. Het voornemen is de werkzaamheden in 2024 te starten. Een doorlooptijd van de werkzaamheden is nog niet bekend. De planning is deels afhankelijk van de conclusies uit voorliggende rapportage.

3.3.3

(Ontwerp)tekening De ontwerptekening van dit project is te vinden in Figuur 4 en Figuur 5.

Figuur 4: Ontwerptekening van de nieuwe inrichting van het plangebied. Deze quickscan gaat in op het rood omlijnde deel. Bron: opdrachtgever.

Ecoresult B.V januari 2024

11

Figuur 5. Luchtfoto van het plangebied. Het oppervlak van het plangebied (rood omlijnd) is ca 1000 m². Bron: Google Earth.

Ecoresult B.V januari 2024

12

4

Onderzoeksresultaten beschermde gebieden

4.1

Wet natuurbescherming

4.1.1

Natura 2000

4.1.1.1

Algemeen Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is de Biesbosch op 1,6 kilometer ten noorden van het plangebied (zie Figuur 6). Dit gebied heeft stikstofgevoelig habitat.

Figuur 6: Plangebied (rood omlijnd) en het nabijgelegen Natura 2000 gebied Biesbosch (groen) en stikstofgevoelig habitat (paars). Bron: AERIUS-calculator versie 2023.2

4.1.1.2

Stikstof In de aanlegfase zal er gebruik gemaakt worden van machines die stikstof uitstoten. Ook zal er sprake zijn van bouwverkeer ten bate van dit project. Op basis van door de opdrachtgever aangeleverde berekeningen is deze kleiner dan 0,00 mol/ha/jr op nabijgelegen stikstofgevoelige habitats in de omgeving. Daarbij zijn er geen (significante) negatieve effecten op nabijgelegen N2000 gebieden. Het gebruik van het plangebied zal wel door de aanleg van een toegangsweg veranderen (er kan mogelijk een verkeersaantrekkende werking zijn). Op basis van stikstofberekening is deze kleiner dan 0,00 mol/ha/jr.2

2 Van Kerkhoff Maatwerk in RO: Onderbouwing BOPA Villa Frappant Geertruidenberg

Ecoresult B.V januari 2024

13

4.1.1.3

Overige verstoringsvormen Negatieve effecten als gevolg van andere verstoringsvormen dan stikstofdepositie (zoals geluid, trillingen, verlichting, mechanische effecten of menselijke aanwezigheid) zijn uitgesloten wegens de grote afstand tussen het plangebied en het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied.

4.2

De Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant

4.2.1

Natuurnetwerk Brabant en ecologische verbindingszone Het plangebied is niet gelegen in het Natuurnetwerk Brabant (NNB), (zie Figuur 7) Het dichtstbijzijnde onderdeel van het NNB betreft rivier de Donge, op ca. 375 meter ten zuiden van het plangebied. Tevens maakt rivier de Donge onderdeel uit van de ecologische verbindingszone In Noord-Brabant is een toetsing van externe werking noodzakelijk. Vanwege de aard van de werkzaamheden en vanwege de afstand van het NNB tot het plangebied kunnen negatieve effecten op de wezenlijke waarden en kenmerken van bovengenoemde gebieden echter op voorhand worden uitgesloten. Nader (veld)onderzoek is niet noodzakelijk. De Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant wordt niet overtreden

Figuur 7: Ligging plangebied (rode stip) ten opzichte van in de omgeving aanwezige delen van het Natuurnetwerk Nederland, Belangrijk weidevogelgebied, Groene buffer en Buitengebied. Bron: https://noordbrabant.maps.arcgis.com/apps/webappviewer/index.html?id=b6414403ef5e4e9aa8875a7c366209c6

Ecoresult B.V januari 2024

14

5

Beschermde houtopstanden

5.1

Wet natuurbescherming Er worden binnen het plangebied tientallen bomen en struiken gekapt. Het plangebied bevindt zich echter binnen de bebouwde kom van Geertruidenberg (zie Figuur 8). Vanwege de ligging van het plangebied binnen de bebouwde kom is de Wet natuurbescherming, onderdeel houtopstanden niet van toepassing.

Figuur 8: Het plangebied gelegen binnen de bebouwde kom van Geertruidenberg. Kaartbron: Gemeente Geertruidenberg.

5.2

Omgevingsvergunning Wellicht is voor het verwijderen van de bomen wel een omgevingsvergunning activiteit kappen van de gemeente nodig. In de bomenverordening van uw gemeente ligt vast voor welke houtopstanden deze vergunning nodig is3.

3 https://www.geertruidenberg.nl/sites/default/files/inline -files/bomenlijst.pdf

Ecoresult B.V januari 2024

15

6

Onderzoeksresultaten beschermde soorten

6.1

Soorten Vogelrichtlijn

6.1.1

Bronnenonderzoek

6.1.1.1

Nationale Databank Flora en Fauna Tabel 1: Waargenomen vogels met jaarrond beschermde vaste rust- of verblijfplaatsen in de afgelopen 5 jaar binnen een afstand van 5 kilometer van het plangebied. Bron: NDFF-uitvoerportaal, geraadpleegd op 12-122023. Soort

Beschermingscategorie

Boomvalk

Categorie 4

Buizerd

Categorie 4

Gierzwaluw

Categorie 2

Havik

Categorie 4

Huismus

Categorie 2

Kerkuil

Categorie 3

Ooievaar

Categorie 3

Ransuil

Categorie 4

Roek

Categorie 2

Slechtvalk

Categorie 3

Sperwer

Categorie 4

Steenuil

Categorie 1

Categorie 1: Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen ook buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust en verblijfplaats. Categorie 2: Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk zijn van bebouwing. Categorie 3: Nesten van vogels (niet-koloniebroeders), die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. Categorie 4: Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen.

6.1.2

Verkennend veldonderzoek

6.1.2.1

Jaarrond beschermde nesten Het plangebied is ongeschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels met jaarrond beschermde nesten in gebouwen. De bebouwing binnen het plangebied bestaat uit een overkapping. Deze overkapping heeft geen gaten of kieren welke geschikt zijn als vaste rust- en verblijfplaats voor gebouwbewonende soorten. Ook het gebouw grenzend aan het plangebied is ongeschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels met jaarrond beschermde nesten in gebouwen. Gaten of kieren welke geschikt zijn als vaste rust- en verblijfplaats voor gebouwbewonende soorten zijn afwezig.

Ecoresult B.V januari 2024

16

De woningen ten westen en noorden van het plangebied (op ca. 150 meter) zijn potentieel geschikt voor huismus en gierzwaluw. De woningen beschikken over pannendaken waar huismus en gierzwaluw gebruik van kan maken. Potentieel functioneel leefgebied voor huismus is aanwezig binnen het plangebied. Huismussen kunnen gebruik maken van het groen binnen het plangebied. Tijdens het veldbezoek werden geen huismussen waargenomen binnen het plangebied. Echter maakt het groen binnen het plangebied geen onderdeel uit van het essentieel leefgebied van huismus. Er zijn genoeg alternatieve groenstructuren aanwezig in de directe omgeving rondom het plangebied zoals hagen en beplantingen waar huismussen naar kunnen uitwijken. Voor uilensoorten zoals kerkuil en steenuil herbergt het plangebied geen geschikte broedplaatsen (geen steenuil- en kerkuilnestkasten aanwezig). Voor oehoe en ooievaar zijn geen geschikte plekken in het plangebied aanwezig. Nestkasten, nestpalen en ooievaarsnesten zijn afwezig binnen het plangebied. Voor slechtvalk is het plangebied ongeschikt. Bebouwing binnen het plangebied is afwezig. Grote gele kwikstaart wordt niet verwacht binnen het plangebied wegens het ontbreken van snelstromende watergangen. Nestplaatsen bevinden zich vaak onder bruggetjes of duikers nabij dit habitat.

Tijdens het veldbezoek zijn zowel binnen als direct buiten het plangebied grotere bomen met nesten waargenomen die kunnen dienen als vaste rust- en verblijfplaats van vogels met jaarrond beschermde nesten, zie Figuur 9. De gebruikte nesten van de zwarte kraai kunnen in een volgend seizoen dienen als vaste rust- en verblijfplaats voor ransuil, sperwer en buizerd. Uit bronnenonderzoek blijkt de woonwijk een geschikte locatie voor vaste rust- en verblijfplaatsen voor ransuil. Het gaat hier zowel om voortplantingslocaties als overwinteringslocaties (roestplekken). Tijdens het veldbezoek zijn binnen het plangebied geen roestlocaties gevonden. Daarnaast betroffen het loofbomen. Ook waren de bomen vrij dun met weinig zijtakken. Ransuil sperwer en boomvalk kunnen gebruik maken van de oude zwarte kraaiennesten in een volgend broedseizoen. Gezien de ligging van het plangebied, in een woonwijk, wordt buizerd en havik niet verwacht. Binnen en grenzend aan het plangebied was geen roekenkolonie aanwezig. Op basis hiervan wordt de roek niet verwacht.

Ecoresult B.V januari 2024

17

Figuur 9: Zowel binnen als buiten het plangebied waren gebruikte nesten aanwezig van o.a. houtduif en zwarte kraai. Foto: G. Tanis | Ecoresult B.V.

6.1.2.2

Niet jaarrond beschermde nesten Het plangebied is geschikt voor vogels met niet jaarrond beschermde nesten (zogenaamde Categorie 5-soorten). De te verwachte soorten zijn grote bonte specht, ekster, zwarte kraai koolmees en pimpelmees. Grote bonte spechten kunnen nesten hakken in de aanwezige bomen en er zijn verschillende nestkasten aanwezig welke geschikt zijn voor holtebroeders als kool- en pimpelmees. Het plangebied en omgeving is ook geschikt voor soorten als ekster.

6.1.2.3

Algemene broedvogels Het plangebied en directe omgeving zijn geschikt als voortplantingsplaats voor andere algemene broedvogels, zoals roodborst, houtduif, Turkse tortel en merel. Algemene vogels kunnen ook tot broeden komen in bijvoorbeeld de hagen en bomen in de tuin van het plangebied.

6.1.3

Effectbeoordeling en toetsing

6.1.3.1

Jaarrond beschermde nesten Potentieel essentieel leefgebied, geschikte voortplantingsplaatsen of vaste rust- en verblijfplaatsen van soorten met jaarrond beschermde nesten in bebouwing zijn in het plangebied afwezig. Negatieve effecten op gebouwbewonende vogelsoorten als gierzwaluw en huismus is uitgesloten. Negatieve effecten op boombewonende vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten kunnen niet worden uitgesloten. Het plangebied is geschikt als vaste rust- en verblijfplaats voor boomvalk, ransuil en sperwer. De gebruikte zwarte kraaiennesten zijn geschikt als voortplantingslocatie voor boomvalk, sperwer en ransuil. Vaste rust- en verblijfplaatsen van ransuil in de winter (roestlocatie) worden niet binnen het plangebied verwacht. Wanneer de bouwwerkzaamheden tijdens het broedseizoen van deze soorten plaatsvindt, kunnen de beide vogelsoorten worden verstoord. Hierdoor kunnen ze het nest verlaten, waardoor Verbodsbepalingen Art. 3.1 lid 2 (zie Tabel 8) van de Wnb kunnen worden overtreden. Nader veldonderzoek naar boomvalk, sperwer en ransuil is nodig om te bepalen of vaste rust- en verblijfplaatsen in het plangebied aanwezig zijn. Het

Ecoresult B.V januari 2024

18

plangebied is voor overige soorten met jaarrond beschermde nesten ongeschikt. Negatieve effecten zijn op voorhand uit te sluiten. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. 6.1.3.2

Niet jaarrond beschermde nesten Het plangebied is potentieel geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen vogels met niet-jaarrond beschermde nesten. Vogels met niet jaarrond beschermde nesten (Categorie 5) zijn vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan en die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Deze zijn buiten het broedseizoen niet beschermd. Categorie 5soorten zijn wel jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. In dezen zijn er geen ecologische omstandigheden waardoor Categorie 5-soorten in het plangebied jaarrond beschermd dienen te zijn. Het betreft lokaal en regionaal algemene vogelsoorten. In de directe omgeving zijn voldoende geschikte structuren die als alternatief gebruikt kunnen worden. Schadelijke effecten op bezette nesten van Categorie 5-soorten vogels door uitvoering van de werkzaamheden zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord), zie Hoofdstuk 7.

6.1.3.3

Algemene vogels Het plangebied en de directe omgeving van het plangebied zijn potentieel geschikt als voortplantingsplaats voor algemene vogels. Nesten van algemene vogels vallen alleen tijdens het broedseizoen onder de bescherming van de wet. Schadelijke effecten door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten van algemene vogels zijn te voorkomen door bijvoorbeeld buiten het broedseizoen te werken (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord), zie Hoofdstuk 7.

6.2

Soorten Habitatrichtlijn

6.2.1

Bronnenonderzoek

6.2.1.1

Nationale Databank Flora en Fauna Tabel 2: Waargenomen Habitatrichtlijnsoorten in de afgelopen 5 jaar binnen een afstand van 5 kilometer van het plangebied. Bron: NDFF-uitvoerportaal, geraadpleegd 12-12-2023. Soort

Soortgroep

Gewone dwergvleermuis

Zoogdieren - Vleermuizen

Gewone grootoorvleermuis

Zoogdieren - Vleermuizen

Kleine dwergvleermuis

Zoogdieren - Vleermuizen

Laatvlieger

Zoogdieren - Vleermuizen

Meervleermuis

Zoogdieren - Vleermuizen

Rosse vleermuis

Zoogdieren - Vleermuizen

Watervleermuis

Zoogdieren - Vleermuizen

Ruige dwergvleermuis

Zoogdieren - Vleermuizen

Ecoresult B.V januari 2024

19

Bever

Zoogdieren - Overig

Kamsalamander

Amfibieën

Poelkikker

Amfibieën

Noordzeehouting

Vissen

Teunisbloempijlstaart

Nachtvlinders

Rivierrombout

Libellen

6.2.2

Verkennend veldonderzoek

6.2.2.1

Vleermuizen De bebouwing binnen het plangebied biedt potentie voor vaste rust- en verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen. De bebouwing in het plangebied bevat kieren tussen de luifel en het gebouw. Tijdens het veldbezoek werd een rustende dwergvleermuis gevonden in een kier tussen een balk en de buitenmuur (Figuur 11). De verwachte soorten en functies zijn gewone dwergvleermuis, kleine dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis en ruige dwergvleermuis. Het plangebied kan voor deze soorten potentieel een functie hebben als zomer-, paar- en winterverblijfplaatsen (zie Tabel 4). Het laatste verblijftype (winterverblijfplaats) geldt voor enkele solitaire dieren. Massawinterverblijfplaatsen zijn in het plangebied uitgesloten door beperkte omvang, geringe hoogte en laag temperatuurregulerend vermogen van de bebouwing. Door het ontbreken van binnenruimtes, zoals een spouwmuur, worden laatvlieger en meervleermuis niet verwacht.

Figuur 10: Aanwezige dwergvleermuis in de bebouwing binnen het plangebied. Foto: G. Tanis | Ecoresult B.V.

De bebouwing rondom het plangebied is ook potentieel geschikt voor de aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen en voortplantingsplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen (o.a.

Ecoresult B.V januari 2024

20

gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, kleine dwergvleermuis en laatvlieger) in ruimtes onder dakpannen daken en open stootvoegen die toegang bieden tot de luchtspouw. De bomen in het plangebied en in de achtertuinen zijn ongeschikt voor boombewonende vleermuizen zoals ruige dwergvleermuis, watervleermuis en rosse vleermuis. De bomen zijn te klein en bevatten geen holten of scheuren welke door deze soorten gebruikt kunnen worden als vaste rust- en verblijfplaats. Er zijn binnen het plangebied enkele kleine structuren (lijnvormige elementen, bijvoorbeeld een bomenrij) aanwezig die onderdeel kunnen zijn van een vliegroute4. Echter zijn er alternatieven in de directe omgeving van het plangebied aanwezig, zoals de bomenrij aan de oostzijde van de Oude Stadsweg of de bomen in de wijk ten westen van het plangebied, waar vleermuizen gebruik van kunnen maken als vliegroute. Wat betreft foerageergebied kan het plangebied gebruikt worden als onderdeel van het foerageergebied van vleermuizen. Echter zijn in de omgeving voldoende alternatieve groene tuinen aanwezig waar vleermuizen ook kunnen foerageren. Binnen het plangebied is essentieel foerageergebied afwezig.

Essentiele vliegroute

Essentieel foerageergebied

Massawinterverblijfplaats

Winterverblijfplaats

Paarverblijfplaats

Kraamverblijfplaats

Zomerverblijfplaats

Soort

Tabel 3: De vleermuissoorten en bijbehorende ecologische functies die verwacht worden binnen het plangebied.

Gewone dwergvleermuis Ruige dwergvleermuis Kleine dwergvleermuis Gewone grootoorvleermuis

6.2.2.2

Overige zoogdieren De aanwezigheid van bever kan op voorhand worden uitgesloten door de afwezigheid van open water binnen het plangebied.

6.2.2.3

Amfibieën Het plangebied is ongeschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen en voortplantingsplaatsen van poelkikker en kamsalamander wegens het ontbreken ban geschikt habitat. De poelkikker is een kritische soort, die houdt van voedselarm en schoon water. Poelkikker heeft een voorkeur voor zwak

4 Een vliegroute is essentieel wanneer er geen goede alternatieve vliegroute is om vanuit de verblijfplaats het betreffende foerageergebied te bereiken dan wel dat er wel een alternatieve vliegroute is, maar het gebruik hiervan kost vergeleken met de originele vliegroute te veel energie (te ver omvliegen of te onbeschut). Een foerageergebied is van essentieel belang voor het functioneren van de verblijfplaats wanneer er geen alternatieve foerageergebieden zijn om de eventuele aantasting ervan op te vangen.

Ecoresult B.V januari 2024

21

zure, stilstaande wateren in bos- en heidegebieden op de hogere zandgronden. Hij komt voor in vennen, poelen en watergangen. Dit biotoop is afwezig binnen het plangebied. De kamsalamander komt voor in visvrije wateren op de zandgronden en in beekdalen zoals in poelen, vijvers, matig voedselrijke vennen en in leemputten in kleinschalige landschappen in de directe omgeving van het voortplantingswater. Dit biotoop is afwezig binnen het plangebied. 6.2.2.4

Vissen De aanwezigheid van de Noordzeehouting kan op voorhand worden uitgesloten door de afwezigheid van open water binnen het plangebied.

6.2.2.5

Nachtvlinders Het plangebied herbergt geen geschikt habitat voor beschermde nachtvlinders, als de teunisbloempijlstaart. De teunisbloempijlstaart komt voor in open plekken in vochtige bossen, bosranden en warme open plaatsen. De waardplanten zijn wilgenroosje, teunisbloem, basterdwederik en kattenstaart. Een incidenteel langstrekkende vlinder is niet uitgesloten maar geschikt biotoop en waardplanten zijn binnen en grenzend aan het plangebied niet aanwezig. Op basis hiervan is het voorkomen van de teunisbloempijlstaart uitgesloten.

6.2.2.6

Libellen Het plangebied is ongeschikt voor rivierrombout. De rivierrombout komt voor langs stromende rivieren en grote beken, zoals de Amer. Vooral op plaatsen waar zand of slib wordt afgezet. Door de ligging van het plangebied, binnen de bebouwde kom, en het ontbreken van geschikt biotoop kan het voorkomen van de rivierrombout binnen het plangebied worden uitgesloten.

6.2.3

Effectbeoordeling en toetsing De functies zomer-, paar- en winterverblijfplaatsen van vleermuizen in gebouwen (gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis kleine dwergvleermuis en gewone grootoorvleermuis) zijn binnen het plangebied niet uit te sluiten. Tijdens het veldbezoek werd een winterverblijfplaats in de luifel van een dwergvleermuis gevonden tussen een balk en gevel. De werkzaamheden (o.a. sloop van de luifel) kunnen invloed hebben op aanwezige verblijfplaatsen. De verbodsbepalingen Art 3.5 lid 2 en 4 (zie Tabel 8) van de Wnb worden mogelijk overtreden. Nader onderzoek naar vaste rusten verblijfplaatsen van vleermuizen is noodzakelijk (zie Hoofdstuk 6). Wanneer de luifel wordt behouden is er geen soortgericht nader onderzoek nodig naar gebouwbewonende vleermuissoorten. De bomen binnen het plangebied hebben geen potentie als verblijfplaats voor boombewonende vleermuissoorten. Er zijn geen gaten in de aanwezige bomen aanwezig. Het plangebied kan door vleermuizen worden gebruikt als foerageergebied. Er is echter geen sprake van essentieel foerageergebied wegens de aanwezigheid van alternatieve in de omgeving van het plangebied. Negatieve effecten zijn derhalve uit te sluiten. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. Het plangebied kan deel uitmaken van een vliegroute. Echter gezien de kleine schaal van de voorgenomen

Ecoresult B.V januari 2024

22

ontwikkeling worden lijnvormige structuren niet doorbroken en zijn er genoeg alternatieve structuren aanwezig in de omgeving die vleermuizen kunnen gebruiken als vliegroute. Het plangebied is voor overige soorten welke beschermd zijn onder de Habitatrichtlijn ongeschikt. Negatieve effecten zijn op voorhand uit te sluiten. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.

6.3

Nationaal beschermde soorten

6.3.1

Bronnenonderzoek

6.3.1.1

Nationale Databank Flora en Fauna Tabel 4: Waargenomen Nationaal beschermde soorten (Andere soorten § 3.3 Wnb) in de afgelopen 5 jaar binnen een afstand van 5 kilometer van het plangebied. Bron: NDFF-uitvoerportaal, geraadpleegd 12-12-2023. Provinciale Provinciale Soort Soortgroep Soort Soortgroep vrijstelling vrijstelling Boommarter Zoogdieren Nee Wezel Zoogdieren Nee Bosmuis

Zoogdieren

Ja

Woelrat

Zoogdieren

Ja

Bunzing

Zoogdieren

Nee

Levendbarende hagedis Reptielen

Nee

Damhert

Zoogdieren

Nee

Bruine kikker

Amfibieën

Ja

Das

Zoogdieren

Nee

Gewone pad

Amfibieën

Ja

Dwergmuis

Zoogdieren

Ja

Alpenwatersalamander

Amfibieën

Nee

Eekhoorn

Zoogdieren

Nee

Kleine watersalamander

Amfibieën

Ja

Egel

Zoogdieren

Ja

Meerkikker

Amfibieën

Ja

Haas

Zoogdieren

Ja

Bastaardkikker

Amfibieën

Ja

Huisspitsmuis

Zoogdieren

Ja

Grote vos

Dagvlinders

Nee

Konijn

Zoogdieren

Ja

Gevlekte glanslibel

Libellen

Nee

Ree

Zoogdieren

Ja

Kempense heidelibel

Libellen

Nee

Rosse woelmuis

Zoogdieren

Ja

Kartuizer anjer

Vaatplanten

Nee

Steenmarter

Zoogdieren

Nee

Kleine wolfsmelk

Vaatplanten

Nee

Veldmuis

Zoogdieren

Ja

Grote Modderkruiper

Vissen

Nee

Vos

Zoogdieren

Ja

6.3.2

Verkennend veldonderzoek

6.3.2.1

Zoogdieren Het plangebied en de directe omgeving zijn potentieel geschikt voor algemene soorten waarvoor in Noord-Brabant een provinciale vrijstelling geldt. Dit betreft o.a. de egel en verschillende soorten (spits)muizen. Bomen met holten en grote boomnesten zijn afwezig, waardoor aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen en essentieel functioneel leefgebied van boommarter en eekhoorn is uitgesloten. Ook werden er geen eekhoornnesten waargenomen in het plangebied. Das en Damhert worden door de ligging van het plangebied, binnen de bebouwde kom, niet verwacht.

Ecoresult B.V januari 2024

23

Tijdens het veldbezoek zijn geen sporen (zoals burchten en vraatsporen) van das aangetroffen binnen de grenzen van het plangebied. De aanwezigheid van damhert kan op voorhand worden uitgesloten wegens het ontbreken van geschikt habitat. Damhert komt voornamelijk voor in lichte loofbossen en gemengde bossen. Bomen met holten en grote boomnesten zijn afwezig, waardoor aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen en essentieel functioneel leefgebied van boommarter en eekhoorn is uitgesloten. Het plangebied is door het ontbreken van grotere openingen in de gevels of tussenruimtes ongeschikt voor steenmarter. Ook zijn van deze soort tijdens het veldbezoek geen sporen aangetroffen. Het plangebied kan incidenteel gebruikt worden door marters als bunzing en wezel als foerageerplaats. Door het ontbreken van ondergroei en ruigtes zijn verblijfplaatsen en essentieel functioneel leefgebied in het plangebied niet aanwezig. 6.3.2.2

Reptielen De levendbarende hagedis komt voor op heide, hoogveen of in open bossen of ruige graslanden. Binnen deze habitats komt de soort voornamelijk voor op de vochtige delen van de terreinen. Dit type habitat is niet aanwezig binnen het plangebied. Door het ontbreken van dit habitat kan de levendbarende hagedis worden uitgesloten.

6.3.2.3

Amfibieën Het plangebied is enkel geschikt als terrestrisch habitat voor Nationaal beschermde soorten amfibieën waarvoor in Noord-Brabant een vrijstelling geldt, zoals gewone pad en bruine kikker. Overige beschermde, en niet vrijgestelde amfibieën (Alpenwatersalamander) zijn uitgesloten wegens het ontbreken van geschikt habitat. Open water wat als voortplantingswater kan dienen is in het plangebied niet aanwezig. Ook is er geen vergraafbare bodem die zou kunnen dienen als overwinteringsplaats. Ten slotte bevinden de dichtstbijzijnde populaties van deze soorten zich op ten minste 2 kilometer van het plangebied.

6.3.2.4

Vissen Nationaal beschermde vissen als de grote modderkruiper worden niet verwacht. Open water is in het plangebied niet aanwezig. Hierdoor kan de grote modderkruiper worden uitgesloten.

6.3.2.5

Dagvlinders Het plangebied herbergt geen geschikt habitat voor beschermde dagvlinders, zoals grote vos. Grote vos komt voor in bossen, half open landschappen en duingebieden en heeft als waardplanten hoofdzakelijk iep, een variatie van soorten kers, populier en enkele soorten wilgen. De soort plant zich voort rondom de toppen van solitaire bomen en overwinterd in grotten en boomholten. Binnen het plangebied zijn geen waardplanten van de soort aanwezig. Geschikt functioneel leefgebied in de vorm van bosranden, boomgaarden of solitaire bomen met voldoende voedselbeschikbaarheid (boomsappen) zijn afwezig. Overwintering van de soort is uitgesloten wegens het ontbreken van (bereikbare) ondergrondse ruimten en afwezigheid van boomholten. De soort heeft een sterk zwervend karakter en waarnemingen rondom het plangebied hebben betrekking op zwervende exemplaren. De dichtstbijzijnde afgebakende populatie is rondom Breda op 10 kilometer van het plangebied. Op basis van het ontbreken van geschikt habitat komt deze vlindersoort hier niet voor.

Ecoresult B.V januari 2024

24

6.3.2.6

Libellen Nationaal beschermde libellen worden niet verwacht. Open water is in het plangebied niet aanwezig. De Kempense heidelibel en gevlekte glanslibel komt voor in ondiepe moerassen en brede verlandingszones van vennen en plassen. Dit biotoop komt niet voor binnen het plangebied. In de omgeving zijn enkele waarnemingen bekend uit de Biesbosch op ca. 4 kilometer ten noorden van het plangebied. Op basis hiervan wordt de Kempense heidelibel niet verwacht.

6.3.2.7

Vaatplanten Tijdens het verkennend veldonderzoek zijn geen beschermde planten aangetroffen. Kartuizer anjer is een soort die voorkomt op stikstofarme, basenrijke en vaak kalkhoudende grond. Ze groeit in schrale kalkgraslanden, bermen en dijken. Het plangebied bestaat uit een tuin met voedselrijk bosgrond. Door het ontbreken van geschikt habitat komt de Kartuizer anjer niet voor. Kleine wolfsmelk is een soort van matig voedsel-, kalkhoudende, kleiige, omgewoelde grond. Ze groeit in akkers of andere ruderale en braakliggende gronden. Het plangebied bestaat uit een tuin met voedselrijk bosgrond. Door het ontbreken van geschikt habitat komt de kleine wolfsmelk niet voor.

6.3.3

Effectbeoordeling en toetsing Het plangebied is enkel geschikt voor Nationaal beschermde soorten waarvoor in de provincie Noord-Brabant een vrijstelling geldt, zoals algemene (spits)muizen, egel, gewone pad en bruine kikker. Negatieve effecten op deze soorten zijn niet op voorhand uit te sluiten, maar nader onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk. Wel geldt te allen tijde de zorgplicht. Dit houdt in dat schadelijke effecten op soorten zoals gewone pad, bruine kikker, egel en muizen zoveel mogelijk dienen te worden voorkomen. Te denken valt aan het verplaatsen van dieren naar veilige locaties buiten het werkgebied indien zij aangetroffen worden tijdens de werkzaamheden, of daar direct aan voorafgaand. Voor overige vrijgestelde en niet-vrijgestelde Nationaal beschermde soorten is het plangebied ongeschikt. Negatieve effecten zijn op voorhand uit te sluiten. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.

6.4

Invasieve exoten Tijdens het veldbezoek zijn geen invasieve exoten vastgesteld in het plangebied. Uitheemse duizendknopen, reuzenberenklauw en/of andere invasieve exoten zijn niet aanwezig.

Ecoresult B.V januari 2024

25

7

Vervolgstappen

7.1

Algemeen In voorliggend hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van de op basis van de effectbeoordelingen benodigde nader onderzoeken en mogelijk verdere vervolgstappen.

7.2

Beschermde gebieden In Tabel 5 is in een overzicht te vinden of en indien van toepassing welke vervolgstappen er genomen dienen te worden met betrekking tot beschermde gebieden. Tabel 5: Tabel met verwachte effecten van de ontwikkeling op beschermde gebieden en de te nemen vervolgstappen. Afstand tot Nader Mitigerende Type Negatief effect Ontheffing plangebied onderzoek maatregelen Natura 2000 1,6 km Nee Nee Nee Nee Natuurnetwerk Brabant

7.3

375 m

Nee

Nee

Nee

Nee

Ecologische verbindingszone 375 m

Nee

Nee

Nee

Nee

Beschermde houtopstanden n.v.t.

Nee

Nee

Nee

Nee

Beschermde soorten In Tabel 6 is een overzicht te vinden of en indien van toepassing welke vervolgstappen er genomen dienen te worden met betrekking tot beschermde soorten.

26

Vogelrichtlijn

Habitatrichtlijn

Vogels met jaarrond beschermde nesten

n.v.t.

(Mitigerende) maatregelen (aantal)

Ontheffing nodig

Nader onderzoek****

Negatief effect*

Functie

Geschikt / aanwezig

Soort

Soortgroep

Beschermingsregime

Tabel 6: Mogelijk aanwezige beschermde soorten binnen het plangebied, de verwachte functies en te nemen vervolgstappen.

Gebouwbewonende vogelsoorten (huismus gierzwaluw)

Nee n.v.t.

Nee

Nee

n.v.t.

Sperwer en boomvalk

Ja

Vaste rust- en verblijfplaats

Mogelijk Mogelijk

Ransuil

Ja

Vaste rust- en verblijfplaats

Mogelijk Ja, 4 bezoeken in de periode april – augustus, waarvan 1 in augustus met een periode van tenminste 10 dagen tussen de bezoeken. Indien het niet mogelijk is te bouwen buiten het broedseizoen. Mogelijk Ja, 3 bezoeken in de periode 20 februari – 20 juli met een periode van tenminste 10 dagen tussen de bezoeken.

Mogelijk Mogelijk

Overige soorten jaarrond beschermd nest Vogels met nietDiverse (grote bonte jaarrond beschermde specht, koolmees, nesten (Categorie-5) pimpelmees, zwarte kraai, ekster) Algemene vogels Diverse (roodborst, houtduif, merel)

Nee n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

Ja

Vaste rust- en verblijfplaats

Mogelijk Nee

Nee

Ja, Algemene bescherming vogels**

Ja

Vaste rust- en verblijfplaats

Mogelijk Nee

Nee

Vleermuizen (gebouwbewonend)

gewone dwergvleermuis, kleine dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis

Ja

Zomerverblijfplaats, paarverblijfplaats en winterverblijfplaats

Mogelijk Nee, indien de luifel wordt behouden.

Rosse vleermuis, watervleermuis,

Nee n.v.t.

Vleermuizen (boombewonend)

Nee

Ja, in de periode 15 mei tot 15 juli door middel van 2 bezoeken en tussen 15 augustus en 1 oktober middels 2 bezoeken. De tussenliggende tijd tussen de veldonderzoeken is minimaal 20 dagen. n.v.t

Ja, Algemene bescherming vogels ** Mogelijk Mogelijk

Nee

n.v.t.

27

Nationaal beschermd

Niet vrijgesteld

n.v.t.

Nee

n.v.t.

n.v.t.

Nee

n.v.t.

Vrijgesteld

Diverse (spits)muizen, bruine kikker, gewone pad, egel)

Ja

Vaste rust- en verblijfplaats, Mogelijk Nee Essentieel leefgebied

Nee

Ja, Zorgplicht***

Invasieve exoten

Nee

Nee

*Een negatief effect is bepaald op basis van de aanwezige potenties en de getoetste maatregelen uit Bijlage 2 - Toelichting onderzoekskader. ** Algemene bescherming vogels: Tijdens de werkzaamheden dient rekening gehouden te worden met broedvogels. Schadelijke effecten op in gebruik zijnde nesten van vogels zijn te voorkomen door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 1 maart – 15 augustus). Werken binnen het broedseizoen is enkel mogelijk indien er geen in gebruik zijnde nesten worden verstoord. Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt is voorafgaand aan de werkzaamheden een controle doo r een deskundig ecoloog noodzakelijk. Bij aanwezigheid van in gebruik zijnde nesten dienen in samenspraak met een deskundig ecoloog de mogelijkheden bekeken te worden. Eventuele verwijdering van beplanting vindt plaats buiten de broedperiode van de aanwezige soorten (die globaal loopt van 1 maart tot 15 augustus). *** Zorglicht algemeen: De zorgplicht dient altijd in acht genomen te worden. De zorgplicht houdt in dat iedereen ‘voldoende zorg’ in acht moet nemen voor alle in het wild voorkomende dieren en planten (en dus niet alleen de beschermde) en hun leefomgeving. Concreet betekent dit dat wanneer wordt vermoed dat door handelingen of nalaten geen nadelige gevolgen voor flora of fauna kunnen mogen worden veroorzaakt.

Verplicht is dergelijk handelen achterwege te laten (voor zover zulks in redelijkheid kan worden gevraagd) en alle maatregelen te nemen die die negatieve gevolgen kunnen voorkomen, beperken of ongedaan te maken. In de praktijk zal dus wanneer men in het werkterrein een egel of gewone pad aantreft, deze buiten het werkterrein geplaatst dient te worden of de kans moet krijgen om op eigen kracht het werkterrein te verlaten. ****De aanpak voor het nader veldonderzoek is conform de eisen die het bevoegd gezag hieraan stelt (Kennisdocumenten en Vleermuisprotocol 2021).

Ecoresult B.V januari 2024

28

7.4

Maatregelen

7.5

Onderzoeksperioden In Tabel 7 is een overzicht te vinden van de perioden waarin nader onderzoek mag plaatsvinden. Ook zijn het aantal veldbezoeken aangegeven (in de praktijk kunnen veldbezoeken van verschillende soorten mogelijk gecombineerd worden).

Ransuil

December

November

Oktober

September

Augustus

Juli

Juni

Mei

April

Maart

Soort

Februari

Januari

Tabel 7: De onderzoeksperioden voor het benodigde nader onderzoek. De cijfers in de tabel geven het aantal

3

Buizerd

4

Sperwer

4

Gewone dwergvleermuis Kleine dwergvleermuis Ruige dwergvleermuis Gewone grootoorvleermuis

2

2

2

2

2

2

2

2

Nestplaats/Essentieel leefgebied Zomerverblijfplaats Paarverblijfplaats

benodigde bezoeken weer. Samengesteld op basis van het Vleermuisprotocol 2021, en de kennisdocumenten.

7.6

Ontheffing Een ontheffing Wet Natuurbescherming is noodzakelijk in de volgende gevallen • Wanneer er vaste rust- en verblijfplaatsen of essentieel functioneel leefgebied van ransuil, sperwer, buizerd, gewone dwergvleermuis, kleine dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en gewone grootoorvleermuis aanwezig zijn en deze functies door de werkzaamheden niet kunnen worden ontzien. De initiatiefnemer dient in het bezit te zijn van een ontheffing Wet Natuurbescherming voordat met verstorende werkzaamheden kan worden gestart. Ook dienen dan mitigerende maatregelen te worden getroffen. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het plaatsen van tijdelijke voorzieningen. De doorlooptijd van de stikstofvergunning is op dit moment onbekend. U komt alleen in aanmerking voor een vergunning als uw project voldoet aan 1 of meer voorwaarden 5:

5 https://www.noord-holland.nl/Loket/Producten_en_Diensten/Producten_op_alfabet/S/Stikstofdepositie_melden

29

• •

•

Door uw activiteit zal de stikstofdepositie lager zijn of gelijk blijven ten opzichte van de huidige situatie. Als uw activiteit zorgt voor een toename van de stikstofdepositie, neemt u ook maatregelen waardoor de stikstofdepositie omlaag gaat. Belangrijk is dat de totale stikstofdepositie uiteindelijk lager is dan in de huidige situatie. U maakt gebruik van extern salderen: overhevelen van een toestemming voor stikstofuitstoot van een stoppend bedrijf naar uw project. De toestemming geldt voor maximaal 70% van de stikstofuitstoot van het stoppende bedrijf.

• •

Uit een ecologische toets blijkt dat de stikstofuitstoot van uw activiteit niet leidt tot aantasting van een Natura 2000-gebied. Uw activiteit kent een groot maatschappelijk belang en voldoet aan de ADC-toets: o (A) geen alternatieven o (D) dwingende noodzaak o (C) voldoende compenserende maatregelen

De doorlooptijd van de ontheffingsaanvraag is maximaal 20 weken (maar hier wordt in de praktijk vaak van afgeweken). Een ontheffingsaanvraag wordt op hoofdlijn getoetst aan de volgende criteria: • Afwezigheid van reële alternatieven (planning, werkwijze, locatie). • Wettelijk belang van de werkzaamheden (verschilt per beschermingscategorie). •

Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort. Dit is onder andere afhankelijk van de ruimtelijke spreiding van de soort in de directe omgeving. Dit kan worden voorkomen door het treffen van voldoende mitigerende/compenserende maatregelen.

Ecoresult B.V januari 2024

30

8

Conclusies In opdracht van Van Kerkhoff Maatwerk in RO heeft Ecoresult B.V. een quickscan uitgevoerd voor het plangebied genaamd: Oude Stadsweg 1, Geertruidenberg. De aanleiding voor dit verzoek betreft de aanleg van een toegangsweg. Hiervoor zullen bomen en struiken worden gekapt en een overkapping worden gesloopt binnen het plangebied. Deze voorgenomen ontwikkelingen kunnen schadelijke effecten hebben op beschermde soorten en natuurgebieden. Uit voorliggende quickscan is gebleken dat: •

Gebiedsbescherming o Wet Natuurbescherming ▪ Een bijdrage van stikstofdepositie als gevolg van de gebruiksfase van dit project is op voorhand uit te sluiten. ▪ Overige effecten (geluid, trillingen, verlichting, mechanische effecten of menselijke aanwezigheid) op Natura 2000-gebieden kunnen op o

•

•

voorhand worden uitgesloten. Provinciale Verordening Noord-Brabant ▪ Effecten op beschermde gebieden onder de Provinciale Verordening Noord-Brabant kunnen op voorhand worden uitgesloten.

Houtopstanden o Het onderdeel Houtopstanden van de Wet Natuurbescherming wordt voor deze ontwikkeling niet overtreden. Beschermde soorten o Negatieve effecten zijn op de volgende beschermde soorten en functies niet op voorhand uit te sluiten: ▪ Ransuil, buizerd, sperwer: vaste rust- en verblijfplaatsen ▪ Vleermuizen (wanneer luifel wordt gesloopt) (gewone dwergvleermuis, kleine dwergvleermuis ruige dwergvleermuis en gewone grootoorvleermuis): vaste rust- en verblijfplaatsen (zomerverblijfplaats, o

paarverblijfplaats en winterverblijfplaats). Negatieve effecten op overige soorten die vallen onder de bescherming van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn, of die nationaal beschermd zijn kunnen op voorhand worden uitgesloten.

Nader onderzoek (zie hoofdstuk 7) is noodzakelijk om vast te stellen of deze potentiële natuurwaarden aanwezig zijn binnen het plangebied, en om te bepalen of de werkzaamheden negatieve effecten zullen hebben. Is dit het geval, dan dient mogelijk een ontheffing Wet Natuurbescherming te worden aangevraagd, en dienen er mitigerende maatregelen te worden getroffen.

31

9

Geraadpleegde bronnen

9.1

Literatuur Handreiking Kleine Marters • Bouwens, S. 2017. Handreiking Kleine Marters in relatie tot soortbescherming. Provincie Noord-Brabant, Den Bosch Kennisdocumenten soorten • Anoniem, 2022. Kennisdocument Huismus. BIJ12 • • • •

Anoniem, 2017. Kennisdocument Gierzwaluw BIJ12 Anoniem, 2017. Kennisdocument Gewone dwergvleermuis. BIJ12 Anoniem, 2017. Kennisdocument Ruige dwergvleermuis. BIJ12 Anoniem, 2017. Kennisdocument Buizerd. BIJ12

Vleermuisprotocol 2021 • Anoniem, 2021. Vleermuisprotocol 2021. Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging

9.2

Internet Beschermde gebieden & soorten •

•

https://noordbrabant.maps.arcgis.com/apps/webappviewer/index.html?id=b6414403ef5e4e9aa8875a7 c366209c6 https://calculator.aerius.nl/calculator/?locale=nl

Kadastrale Kaarten •

https://bagviewer.kadaster.nl/lvbag/bag-viewer/index.html

Nationale Databank Flora en Fauna • https://ndff-ecogrid.nl/ Natuurwetgeving • •

www.rvo.nl https://www.brabant.nl/onderwerpen/omgevingsbeleid/omgevingsverordening-noordbrabant

PDOK – Publieke Dienstverlening op de Kaart • http://pdokviewer.pdok.nl

32

Bijlage 1 - Foto-impressie plangebied

Impressie overzicht van het plangebied gezien vanaf de Oude Stadsweg. Foto: G. Tanis | Ecoresult B.V.

Binnen het plangebied worden bomen en struiken gekapt. Foto: G. Tanis | Ecoresult B.V.

Ecoresult B.V januari 2024

33

Impressie van het plangebied met gazon en geitenweide. Foto: G. Tanis | Ecoresult B.V.

Impressie van het plangebied. Foto: G. Tanis | Ecoresult B.V.

Ecoresult B.V januari 2024

34

De overkapping wordt gesloopt. Het gebouw blijft behouden. Waar de overkapping is bevestigd aan het gebouw is een verblijfplaats van een dwergvleermuis aanwezig. Foto: G. Tanis | Ecoresult B.V.

Ecoresult B.V januari 2024

35

Bijlage 2 - Toelichting onderzoekskader Wet natuurbescherming De Wet Natuurbescherming (Wnb) regelt de bescherming van beschermde natuurgebieden (Natura 2000) en regelt de soortbescherming. De provincies zijn voor de Wet Natuurbescherming het bevoegd gezag en regelen tevens de vergunning en ontheffingen. De bescherming van de Wet Natuurbescherming is grofweg op te delen in drie categorieën.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Geertruidenberg&id=1d90dc14-c5f1-42b3-9d67-26be7736efed