CConstaterende datGeertruidenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Nota van Zienswijzen anonieme versie inclusief bijlagen

De raad debatteert 13 juni 2024, gemeente GeertruidenbergBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Het Veerse Dok29.803 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

De geringe omvang van de gemeente en de mogelijkheden, zowel binnen als buiten bestaand stedelijk gebied maken het noodzakelijk om alle geschikte locaties binnen de gemeente te benutten voor woningbouw.

c.

Zie beantwoording 3a.

Conclusie De zienswijze geeft aanleiding tot het aanbrengen van wijzigingen aan de toelichting van het bestemmingsplan: • Aanvullen onderbouwing in de waterparagraaf (paragraaf 4.7) met betrekking tot de waterkwaliteit en risicoanalyse vanwege de ligging in het beschermingsgebied voor drinkwaterwinning; • Toevoegen notitie ‘Emissies oppervlaktewater’ als bijlage aan de toelichting.

30

Status: Definitief 4.

Indiener(s):

Rijkswaterstaat Zuid-Nederland Postbus 2232 3500 GE Utrecht

Betreft:

Ambtelijke reactie op ontwerpbestemmingsplan ‘Het Veerse Dok’

Ingediende zienswijze a Naar aanleiding van het ontwerpbestemmingsplan 'Het Veerse Dok' (gepubliceerd in het gemeenteblad van 13 december 2023, nummer 527458), dat vanaf 14 december 2023 voor een periode van zes weken ter inzage ligt, dien ik, rekening houdend met de wet- en regelgeving voor zover geldend voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024, de volgende ambtshalve reactie in. Dit plan maakt het project 'Het Veerse Dok' mogelijk en bestaat uit de realisatie van circa 60 woningen op de locatie van de (voormalige) jachthaven Dok12. Bij Koninklijk Besluit van 23 juni 2005, kenmerk 05.002314 (in overeenstemming met overeenkomst NB 4347 tussen de Staat en gemeente Geertruidenberg) is een gedeelte van de rivier de Donge (met uitzondering van de monding op de Amer) met inbegrip van het Zuidergat, met bijbehorende werken en voorzieningen in eigendom, beheer en onderhoud overgedragen van de Staat aan de gemeente Geertruidenberg, in de zin van artikel 1 van de Waterstaatswet 1900. Het waterkwaliteits- en waterkwantiteitsbeheer is bij de Staat gebleven aangezien dat gedeelte van de Donge en het Zuidergat in open verbinding staan met de Bergsche Maas en daarmee de waterstand wordt bepaald op de Donge.

Rijkswaterstaat is dus voor het plangebied van 'Het Veerse Dok' alleen bevoegd gezag in het kader van de waterkwaliteit en waterkwantiteit en heeft enkel met het oog hierop een reactie gegeven in het kader van het wettelijk vooroverleg. In de beantwoording van de vooroverlegreactie van Evides is opgenomen: ‘Naar verwachting zal de bestemmingswijziging van 'jachthaven' naar een woonbestemming niet voor een verslechtering van de waterkwaliteit zorgen. Maar als er maatregelen nodig zijn dan worden deze opgenomen als voorwaardelijke verplichting in het bestemmingsplan'. Ik verzoek u om deze verplichtingen niet alleen met Evides af te stemmen maar eveneens met Rijkswaterstaat. b.

Daarnaast is de kamerbrief Water en Bodem Sturend van 25 november 2022, kenmerk: IENW/BSK-2022/283041, en de daarin opgenomen uitgangspunten ten aanzien van o.a. het bouwen in de uiterwaarden, nader benoemd in de vooroverlegreactie.

31

Status: Definitief Het Zuidergat ligt weliswaar niet binnen het gebied waar de Beleidslijn grote rivieren (Bgr) van kracht is, maar de kamerbrief ziet ook op 'We maken de risico's van overstromingen, wateroverlast, bodemdaling en drinkwaterbeschikbaarheid sturend bij de locatiekeuze en inrichting van woningbouw.' Zou het plangebied wel gelegen zijn in Bgr, zou mijn advies zijn om geen buitendijkse woningen te realiseren, denkend in de lijn van de kamerbrief Water en Bodem sturend en anticiperend op het toekomstig beleid hierop. Maar ook buiten het Bgr gebied zou mijn advies zijn geen buitendijkse woningen te realiseren, in lijn met de kamerbrief. In deze ondersteun ik de in het vooroverleg gegeven reacties vanuit de Provincie Noord-Brabant en het waterschap Brabantse Delta ten aanzien van de mogelijke risico op wateroverlast en overstromingen. Wanneer u naar aanleiding van deze brief nog vragen heeft dan hoor ik dat graag van u. Ook tot een nader overleg ben ik altijd bereid.

Beantwoording a. Ten aanzien van de bescherming van de waterkwaliteit geldt dat er met onderhavig bestemmingsplan juridisch-planologisch gezien geen risicovolle milieubelastende activiteiten mogelijk worden gemaakt. De bestemmingswijziging van jachthaven naar wonen zal niet voor een verslechtering van de waterkwaliteit zorgen. Zie beantwoording 3a en de uitgevoerde risicoanalyse vanwege de ligging van het plangebied in het beschermingsgebied voor drinkwaterwinning. Rijkswaterstaat geldt gelet op onderstaande kaartbeelden als bevoegd gezag ten aanzien van de waterkwaliteit en waterkwantiteit.

32

Status: Definitief

Het plangebied valt buiten de Bgr, maar binnen het gebied voor de waterkwaliteit en waterkwantiteit die Rijkswaterstaat heeft aangeduid. Op de bovenstaande kaarten is zichtbaar dat niet het gehele plangebied valt binnen deze zones. Enkel het water valt er binnen, dus: drijvende steigers met meerpalen, drijvende woningen en het lozen op oppervlaktewater zullen de onderwerpen zijn waar rekening mee moet worden gehouden. Alle bebouwingen op het land vallen buiten de zone. 33

Status: Definitief

Zie ook beantwoording zienswijze 3a. met betrekking tot de afstemming met Evides tijdens de bestemmingsplanprocedure ten aanzien van de waterkwaliteit. b.

Wij verwijzen u naar de beantwoording van de overlegreactie van het Waterschap Brabantse Delta, Evides en de Provincie, waarin de vragen die u stelt en de punten die u aanhaalt worden beantwoord.

Conclusie De zienswijze geeft wel aanleiding tot het aanbrengen van wijzigingen aan het bestemmingsplan: - Toevoeging aan de waterparagraaf in de toelichting dat voor onderhavige ontwikkeling ten aanzien van de waterkwaliteit en kwantiteit geen belemmeringen volgen.

34

Status: Definitief 5.

Indiener(s):

Provincie Noord-Brabant Postbus 90151 5200 MC ’s-Hertogenbosch

Betreft:

Zienswijze ontwerp bestemmingsplan Het Veerse Dok

Ingediende zienswijze Het ontwerp-bestemmingsplan ‘Het Veerse Dok‘ ligt tot en met 24 januari 2024 ter inzage. Op grond van artikel 3.8, van de Wet ruimtelijke ordening, dienen wij hierbij zienswijzen in tegen dit bestemmingsplan. Planbeschrijving Het ontwerp Het Veerse Dok voorziet in de ontwikkeling van 60 woningen in het bestaand stedelijk gebied met de aanduiding rivierbed. Vooroverleg Bij brief van 18 januari, kenmerk C2306514/5206491, en de brief van 1 maart 2023, kenmerk C2312319/5231748, heeft ons Team uitvoering Wro gereageerd op het voorontwerp. Deze brief en uw reactie hierop liggen mede aan onze zienswijze ten grondslag. Daarnaast is er in de periode tussen onze reactie op het voorontwerp en het opstellen van de zienswijze ambtelijk en bestuurlijk contact geweest omtrent de planvorming. Provinciaal beleidskader Het provinciaal ruimtelijk beleid is vastgelegd in de Brabantse Omgevingsvisie en de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV). Op 11 maart 2022 hebben Provinciale Staten de Omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld die gelijktijdig met de Omgevingswet inwerking zal treden. Daarnaast is op 15 april 2022 de wijziging Interim omgevingsverordening – actualisatie april 2022 in werking getreden. Hierin zijn een aantal thema’s opgenomen en wijzigingen aangebracht ten opzichte van de geldende Interim omgevingsverordening.

De omgevingsvisie en omgevingsverordening zijn te raadplegen via www.brabant.nl/interimomgevingsverordening. Inhoudelijk standpunt In de afgelopen maanden zijn er verschillende overleggen en gedachtewisselingen geweest omtrent de ontwikkeling van woningbouw op de locatie van het Veerse Dok. Daarbij zijn onze belangrijkste standpunten gericht op waterveiligheid en het voorzien in een duurzame ontwikkeling die niet alleen voor nu maar ook in de toekomst wenselijk is. Daarbij zien wij dat er al verschillende veranderingen het afgelopen jaar aan het plan zijn doorgevoerd die toezien op de veiligheid van de toekomstige inwoners van deze woningen. Deze veranderingen en standpunten zijn aan ons toegelicht en hebben wij in afweging meegenomen in onze zienswijze. We zullen onderstaand inhoudelijk 35

Status: Definitief ingaan op het plan. Echter, we willen eerst vooropstellen dat wij de ontwikkelingen rondom het Veerse Dok nog steeds geen gewenste ontwikkeling vinden. Wij willen u dan ook verzoeken om nogmaals een heroverweging te maken over de ontwikkeling. Waarbij ook gedacht kan worden in eventuele grote aanpassingen aan het plan. a.

Hoogwaterveiligheid Vanuit hoogwaterveiligheid vinden we het plan Veerse dok geen geschikte locatie voor woningbouw. We volgen hierbij de redeneerlijn van het BO Water (23 juni 2023). Deze redeneerlijn is een uitwerking van de brief water en bodem sturend van 22 november 2022 waarin staat dat overheden zich moeten inspannen om per direct te stoppen met het bebouwen van buitendijkse gebieden. In het BO water zijn oa. Rijk, gemeenten, waterschappen, provincies, RWS en drinkwaterbedrijven vertegenwoordigd. De redeneerlijn is als volgt: • Klimaatverandering maakt dat we méér ruimte nodig hebben voor het water in het rivierengebied. Voor situaties met te veel water (inclusief weersextremen), bij zeespiegelstijging en bij droogte. • We willen daarom niet dat buitendijkse plannen: o Of het waterbergend vermogen aantasten. o of afvoercapaciteit aantasten. o of de zoetwaterbuffer aantasten. o of dat plannen mogelijke maatregelen in de toekomst belemmeren. o of het risico op schade vergroten. • De regelgeving gaat nu al uit van niet buitendijks bouwen in het IJsselmeergebied en in de uiterwaarden, met daarop uitzonderingen. Deze regelgeving wordt aangescherpt. • De inzet daarbij is: dat wat binnendijks kan worden gerealiseerd (zoals woningen, niet watergebonden-bedrijven), moeten ook binnendijks worden gerealiseerd.

• Voor watergebonden activiteiten blijft buitendijks ruimte, zoals havens, strandjes, watergebonden bedrijven. Omdat dit binnendijks niet kan. • Gebruikers van buitendijks gebied zijn en blijven zelf verantwoordelijk voor het risico op schade als gevolg van hoogwater. We zijn van mening dat deze locatie voor woningbouw niet voldoet aan deze redeneerlijn. Het gebied heeft nu een watergebonden functie. Deze wordt omgezet naar een functie voor wonen. Een functie die waar mogelijk binnendijks zou moeten worden ingevuld. Het waterschap heeft negatief geadviseerd over deze ontwikkeling en het wordt het waterschap door dit plan moeilijker gemaakt om toekomstige dijkversterkingen te realiseren. Het project zorgt ervoor dat eventuele schade bij overstroming wordt vergroot ten opzichte van de huidige situatie. De verantwoordelijkheid voor deze schade wordt daarbij overgedragen van een ontwikkelaar 36

Status: Definitief naar toekomstige bewoners. Bewoners van buitendijkse woningen kunnen zich niet verzekeren tegen overstromingsschade. Ook de evacuatiemogelijkheden en risico’s voor bewoners die in hun huis blijven terwijl de benedenverdieping overstroomt is onvoldoende uitgewerkt in het huidige plan. Voor deze locatie zouden watergebonden activiteiten wel geschikt zijn (zie hierboven), of tijdelijke/verplaatsbare/aanpasbare voorzieningen, waarbij het duidelijk is wie verantwoordelijk is voor de bescherming en de eventuele gevolgen bij overstroming. b.

Klimaatverandering De afgelopen jaren is het duidelijk geworden dat de klimaatverandering sneller gaat dan verwacht. In oktober 2023 heeft het KNMI nieuwe klimaatcijfers gepresenteerd. Daarbij zijn de scenario’s gemiddeld hoger dan de scenario’s uit 2014. Het is volgens ons noodzakelijk om bij een dergelijke planontwikkeling een zorgvuldige afweging te maken op basis van de meest actuele inzichten. Een zorgvuldige en integrale afweging maakt naar onze mening onderdeel uit van de taken die de gemeente heeft met betrekking tot haar zorgplicht voor burgers en een goede ruimtelijke ordening. Deze brede afweging zou ook iedere dag weer gemaakt moeten worden in deze snel veranderende wereld waarin we iedere dag weer met nieuwe inzichten worden geconfronteerd. Ook als deze inzichten niet altijd gunstig uitvallen voor een ontwikkeling. Wij vinden het dan ook onverstandig om bij de afwegingen met betrekking tot het Veerse Dok aan deze nieuwe inzichten inzake de klimaatcijfers voorbij te gaan.

c.

Ligging in Rivierbed Zoals de toelichting van de IOV op artikel 3.34 stelt: “De provincie vindt het in aanvulling op het Barro van belang om rekening te houden met de bijzondere situatie dat er in het rivierbed van overheidswege geen bescherming tegen overstroming wordt geboden. Daarom is het belangrijk dat er geen functies en activiteiten in het rivierbed worden toegelaten die een gevaarlijke situatie opleveren.” Wat een gevaarlijke situatie is en of dit plan een gevaarlijke situatie oplevert is de discussie die nu voorligt. Middels het beschrijven van de ontwerpkeuzes is hierop ingegaan in het bestemmingsplan. Onder artikel 3.34 lid 2 onder c is opgenomen dat de permanente aanwezigheid van mensen hoogwatervrij kan plaatsvinden. Daarbij is in het plan terug te vinden dat er eens in de tien jaar het maaiveld onderloopt en dat eens in de duizend jaar een extreme situatie ontstaat waarbij de woonlagen nog steeds bewoonbaar zijn, maar de begane grondlaag onder water staat. Permanente aanwezigheid van mensen tijdens hoogwater betekent ook dat op alle momenten de woningen toegankelijk moeten zijn, voor bewoners en hulpdiensten. Bij deze ontwikkeling wordt uitgegaan van de mogelijkheid dat bewoners, bij een eventuele overstroming, in huis kunnen blijven. Er wordt echter niet ingegaan op de mogelijke andere gevaarlijke situaties die het kan opleveren.

Bijvoorbeeld de toegankelijkheid van hulpdiensten voor deze bewoners in een hoogwatersituatie. Het plan gaat daarbij alleen in op het op tijd evacueren van

37

Status: Definitief de bewoners. De vraag is of de evacuatiemogelijkheden wel voldoende verzekerd zijn op dit moment om te kunnen beargumenteren dat permanente aanwezigheid hoogwatervrij kan plaatsvinden. d.

Bescherming drinkwatervoorziening Zoals ook eerder benoemd in onze vooroverlegreactie gaat het niet alleen over waterveiligheid maar ook over de kwaliteit van het oppervlaktewater voor de bereiding van drinkwater. De locatie ligt binnen de beschermingszone van het innamepunt Bergsche Maas, van Waterwinningbedrijf Brabantse Biesbosch (WBB). Daarbij heeft u aangegeven dat het waterbedrijf negatief heeft gereageerd op plannen rondom het Veerse Dok. U heeft contact gezocht met het waterbedrijf maar heeft tot dusver deze niet kunnen krijgen. Echter zijn wij van mening dat een goed overleg met het waterbedrijf zeker zou moeten plaatsvinden. Het niet goed borgen van de drinkwatervoorziening heeft namelijk gevolgen voor alle inwoners, niet alleen voor Brabant maar ook daarbuiten.

e.

Duurzame stedelijke ontwikkeling De beoordeling op basis van artikel 3.42 IOV aangaande duurzame stedelijke ontwikkeling is niet volledig. Omgevingskwaliteit wordt weggeschreven als beoordeling van milieutechnische aspecten. In het kader van onderbouwing op basis van IOV artikel 3.42 IOV, wordt er aangegeven dat er in het ontwerp rekening gehouden wordt met klimaatadaptatie. Daarbij wordt verwezen naar de drijvende woningen en de constructie van de woningen waarbij de begane grondvloer geen verblijfsfunctie toelaat. De beantwoording van de vraag of de ontwikkeling een duurzame ontwikkeling wordt daarbij vernauwd tot het klimaat adaptief bouwen. Echter zou deze vraag ook moeten gaan over de locatiekeuze voor een stedelijke ontwikkeling rekening houdend met klimaatverandering. Op dit ‘hogere’ niveau is dit niet toegelicht of beoordeeld in het plan. Bij buitendijks bouwen waarbij in dit geval erkend en duidelijk is dat het maaiveld eens in de 10 jaar onder water loopt, dient ook de klimaatverandering in locatiekeuze meegewogen te worden. De IOV stelt onder artikel 3.42 dan ook dat de onderbouwing van een plan in het kader van duurzame stedelijke ontwikkeling maatwerk is. Ligging is hiervan een belangrijk en expliciet onderdeel van de onderbouwing. De ligging van de ontwikkeling in relatie tot mogelijke klimaatveranderingen behoeft daarmee een sterkere onderbouwing.

Dit punt sluit ook aan op het principe bodem en water sturend, dat ook een belangrijk uitgangspunt voor de provincie is. Ruimtelijke keuzes zijn ook onderdeel van dit principe. In het kader van meerlaagsveiligheid is de tweede laag het breder kijken naar de ruimtelijke inrichting. Onderdeel hiervan is natuurlijk ook aangepast bouwen, zoals ook omschreven is, maar het gaat dan niet alleen om de inrichting in het plangebied, maar ook de ligging van het plangebied. Gelet hierop is de vraag of de ligging van het plangebied wel in lijn is met deze bredere blik op ruimtelijke inrichting.

f.

Lagenbenadering Op basis van artikel 3.7 van de IOV dient de lagenbenadering toegepast te worden. Hiertoe wordt verwezen naar hoofdstuk 4 van de plantoelichting. Daarbij is er dus weer verwezen naar een beoordeling van de milieu technische aspecten. Lid 2 en 3 van de lagenbenadering verdienen meer aandacht en onderbouwing. De bovenste laag is de laag die ook over veiligheid gaat en over de waarden. Dit is een bredere 38

Status: Definitief benadering dan alleen milieuaspecten. Lid 3 gaat over de factor tijd en dat er rekening gehouden dient te worden met de onomkeerbaarheid van optredende effecten en de toekomstwaarde gelet op duurzaamheid en toekomstbestendigheid. Door het afpellen van de aspecten die onder lid 2 en 3 benoemd worden zou er antwoord moeten komen op de vraag of, rekening houdend met de maatschappelijke opgaven die er zijn, deze locatie een geschikte locatie is voor woningbouw en of er andere “betere” locaties beschikbaar zijn. Dit komt onvoldoende in het plan naar voren. g.

Woningbouwopgave We realiseren dat de woningbouwopgave een grote maatschappelijke druk met zich meebrengt. De gemeente Geertruidenberg heeft in 2022 maar liefst 277 woningen opgeleverd. Er is echter een tekort aan harde plancapaciteit (nu slechts 200 woningen). Er lijken voldoende plannen in voorbereiding (bijna 600 woningen), maar de nieuwe prognoses van 2023 betekenen ook een extra opgave voor de gemeente. Deze gaat omhoog van 577 woningen naar 960 woningen voor de middellange termijn (2030). De exacte opgave per gemeente moet nog in de regio worden vastgesteld en hangt ook samen met de opgave huisvesten doelgroepen (fair share). Het voorliggende initiatief Veerse Dok betreft relatief veel woningen in de duurdere prijsklasse. Bovendien is het een ruimtelijk lastige locatie in een buitendijks gebied. Enerzijds hebben we de woningen hard nodig anderzijds zijn er ook alternatieve locaties op integraal beter af te wegen locaties met een programma (sociale huur) dat beter aansluit op de regionale woningbouwopgave. Vanuit Wonen zou een initiatief voor tijdelijke woningen in de sociale huur (voor specifieke doelgroepen) op deze locatie beter aansluiten op de regionale opgave. Wij pleiten ervoor om samen met de gemeente te kijken of op een andere locatie een hoger programma mogelijk is en een grotere bijdrage aan de regionale woningbouwopgave geleverd kan worden.

Daarbij denken we echt aan het drastisch verminderen van het aantal woningen, ander soortige woningen, zoals bijvoorbeeld drijvende woningen of woonboten, of flex-woningen om de maatschappelijke druk rondom de woningbouwopgave op korte termijn te verlichten. Wij helpen u graag bij de afweging voor een andere inrichting van de locatie.

h.

Beeldkwaliteitsplan en borging verblijfsruimte Ondanks dat wij ervan uit gaan dat het plan voor het Veerse Dok nog gewijzigd gaat worden naar aanleiding van de bovenstaande argumentatie willen wij u nog wijzen op het volgende. Er is uitgebreid in gegaan op het beeldkwaliteitsplan. Echter is deze nergens geborgd in de regels en is er ook geen duidelijkheid of er een officieel besluit is genomen hierop. Is het beeldskwaliteitsplan een aanvulling op de welstandsnota? Zo ja, zonder een dergelijk besluit is er geen sprake van een juiste juridische borging. Het beeldkwaliteitsplan dient dan ook een separate parallelle procedure te doorlopen. Daarnaast dient deze voldoende juridisch gekoppeld te zijn aan het bestemmingsplan Veerse Dok. 39

Status: Definitief In de bouwregels voor woongebied-1 is aangegeven dat voor hoofdgebouwen de vloerhoogte van de bouwlaag van woningen waar zich verblijfsruimten bevinden minimaal 4,63m boven NAP is. Daarbij is de onderste laag dus nog steeds aangemerkt als zijnde woning. Dit is tegenstrijdig met wat met voorziet in de eerste lagen onder 4.63m NAP. Om duidelijkheid de verschaffen dat alle ruimtes onder 4,63m NAP dus niet gebruikt mogen worden als gebruiksruimte is het goed om dit op te nemen onder de regels voor strijdig gebruik. Conclusie Wij verzoeken u om de onderdelen van het plan die nog niet in overeenstemming zijn met de Interim-Omgevingsverordening aan te passen. Mocht onze reactie aanleiding geven tot vragen of opmerkingen dan zijn wij graag bereid tot nader overleg.

Beantwoording a. Hoogwaterveiligheid De provincie geeft enerzijds aan de ontwikkelingen rondom het Veerse Dok ongewenst te vinden. Anderzijds worden echter diverse openingen gegeven en wordt ook inhoudelijk van een reactie voorzien. Het wordt van belang geacht om bij onderhavige ontwikkeling óók de belangen van de provincie mee te nemen en af te wegen in de besluitvorming omtrent het bestemmingsplan. Het belang is om zowel water(veiligheid) en bodem als een lange termijn perspectief mee te nemen bij ruimtelijke ontwikkelingsvraagstukken. De huidige inrichting van het gebied (Jachthaven) met huidige objecten en tijdelijk verblijf van mensen wordt omgezet naar permanente bewoning. Hoewel functie verandering is deze beide verstedelijkt. Zie beantwoording 5g ten aanzien van de locatiekeuze voor woningbouw binnen de gemeente Geertruidenberg en een onderbouwing waarom de locatie van Het Veerse Dok geschikt wordt geacht. De kamerbrief WBS heeft geen formeel juridische status. Principes uit de brief zijn input voor toekomstige (her)nieuwde beleidsplannen. In deze brief worden structurerende keuzes geformuleerd, die onder meer tot doel hebben dat we ook op de lange termijn over voldoende en goed zoet water kunnen beschikken, dat rivieren ruimte krijgen en houden en dat bodemdaling wordt voorkomen.

Het Veerse Dok is bovendien niet gelegen in het IJsselmeergebied en niet gelegen in de uiterwaarden wat valt onder de BGR. Daarmee kunnen we dus stellen dat de ontwikkeling niet strijdig is met de genoemde redeneerlijn, deze is namelijk niet van toepassing op dit plan (zoals bovendien expliciet benoemd wordt in de ambtelijke reactie van Rijkswaterstaat op het ontwerpplan). Veel van de structurerende keuzes hebben het karakter van: ‘pas toe of leg uit’. Voor maatregelen is ruimte voor maatwerk. Daarbij kan de beschikbare kennis in de gebiedsprocessen worden benut. Wanneer wordt afgeweken geldt dat dit expliciet uitlegbaar en toetsbaar moet zijn en dat doelen nog steeds wel gehaald worden. Het principe ‘comply or explain’ geldt voor alle partijen. De provincie slaagt hier maar deels in wat betreft haar reactie. 40

Status: Definitief

Voor het toetsen van ruimtelijke ontwikkelingen aan de ideeën over water en bodem sturend is door het ministerie een ruimtelijk afwegingskader opgesteld. Aan de hand van het boomdiagram volgt op welke wijze water en bodem sturend is en zal zijn. Uit de beslisboom volgt dat een bewuste afweging in het kader van het watersysteem voor de locatiekeuze gemaakt moet worden, met name ingegeven door het aspect veiligheid. Navolgend wordt hier dieper op ingegaan.

41

Status: Definitief In vervolg op de kamerbrief Bodem en Water sturend geldt dat het plangebied op basis van het “Ruimtelijk afwegingskader (klimaatadaptieve gebouwde omgeving)” (Bron: Ministerie I&W, 2024) gelegen is binnen het zone ‘Ja, mits: grote opgave’. Ontwikkelen vraagt hier naast inrichting volgens de maatlat om een grote aanvullende inspanning om klimaatadaptief te bouwen. De risicoklasse ‘ja, mits’ geeft in verschillende gradaties aan dat er risico’s zijn vanuit het water- en bodemsysteem. Omdat Nederland geen uniform land is, kunnen de verschillen lokaal groot zijn. Met aanvullende regionale en lokale informatie kan een goede afweging gemaakt worden om te komen tot de best mogelijke locatiekeuze vanuit het water- en bodemsysteem. Hoewel het ruimtelijk afwegingskader enkel wordt toegepast op projecten en gebiedsontwikkelingen waar op 11-2025 nog geen bestemmingsplan is, en dus voor onderhavige ontwikkeling niet van toepassing is, wordt in de verdere beantwoording van deze zienswijze nader ingegaan op de relevante afwegingen ten aanzien van de waterveiligheidsaspecten. Het plangebied is gelegen aan dijktraject 35-2 (rode cirkel). Beide plaatjes (Dijktracé en ontwikkeling) over elkaar gelegd geeft het rechtse plaatje:

Uit de boordelingsrapportage 35-2 blijken hier al damwanden in de grond aanwezig te zijn en samen met de kademuur voor de huidige bescherming te zorgen.

42

Status: Definitief

[bron; boordelingsrapportage 35-2] Het gecombineerde vakoordeel is geel. Geel is: “Voldoet aan de ondergrens en mogelijk aan de signaleringswaarde”. Dit wordt ingegeven door de hoogte van de keermuur. De damwanden rond het plangebied voldoen ruim.

[bron; boordelingsrapportage 35-2] Dit plan staat een toekomstige dijkversterking niet in de weg. Grote verzwaringen zijn niet voorzien, mogelijk wat hoogte tekort oplossen, de nieuwe klimaatscenario’s geven ook geen verontrustend beeld. Het deel ‘Damwand Jachthaven en Meerpaal 1’ wordt niet beïnvloed. Het deel ‘Kademuur Jachthaven’ en ‘Damwand Jachthaven en Meerpaal 3’ is de versterking minimaal gegeven het veiligheidsoordeel. Er zijn op het tracé volgens het rapport ook damwanden in eigendom van de/een gemeente en mogelijk de keermuur ook.

43

Status: Definitief Waterveiligheidsnormering gaat in de basis over het binnendijkse gebied. Vanuit de norm kunnen waterstanden afgeleid worden die met een bepaalde frequentie 1/100 – 1/300 -1/1000 k-etc. kunnen voorkomen bij een gekozen klimaatscenario en waarop de waterkering beoordeeld/ontworpen kan worden. Het rapport [bron: Eerste Beoordeling Primaire Keringen Overstromingskans Veiligheidsoordeel Dijktraject 34-1] is in samenwerking met Rijkswaterstaat de beoordelingsrapportage van dijktraject 34-1 uitgevoerd. De signaleringswaarde* van dit traject is 1/1000 per jaar. De ondergrenswaarde* van de norm is 1/300 per jaar. Dit is het gebied ten noorden van de projectlocatie. Volgens rapport [ Eerste Beoordeling Primaire Keringen Overstromingskans Veiligheidsoordeel Dijktraject 35-2] is de signaleringswaarde van de norm van dit traject 1/3000 per jaar. De ondergrenswaarde van de norm is 1/1000 per jaar. Dit zijn de dijken die bescherming bieden aan onder meer Raamsdonkveer, wat op een lager maaiveld ligt dan het plangebied en een hogere economische waarde / kans op slachtoffers hebben dan dijktraject 34-1. *De signaleringswaarde geeft bij overschrijding de beheerder het signaal dat deze op termijn versterkt moet worden. Hij kan starten met de voorbereidingen.

Dat is noodzakelijk omdat het voorbereiden en uitvoeren van versterkingsmaatregelen in de praktijk een aantal jaren duurt. De ondergrens is de wettelijke waarborg van de veiligheid. [ bron; Helpdesk water]. Omdat het hier een buitendijks gebied betreft wat nu al reeds op een hoogwatervrij terrein ligt gelden er in principe geen normen, het aanhouden van de norm die direct voor het binnenliggend gebied ligt is dan voor de hand liggend. Maar beter is het om te kijken naar de werkelijk en berekende waterstanden gegeven de bijzondere ligging van dit gebied. Wat betreft communicatie en waterveiligheidsbewustzijn is er in 2012 een handreiking gemaakt die gaat over communicatie over de veiligheidssituatie in buitendijkse gebieden. Het goed informeren van burgers en bedrijven over de overstromingsrisico’s van buitendijkse gebieden is een verantwoordelijkheid van gemeenten. Zie hieronder het aspect ‘Waterbewustzijn’. Met de huidige inzichten omtrent meerlaagse veiligheid (MLV) beschouwen we nu 5 i.p.v. 3 aspecten. In aanvulling op de waterparagraaf zoals reeds opgenomen in de toelichting van het bestemmingsplan (paragraaf 4.7).

44

Status: Definitief

•

•

•

•

•

Preventie o Dit gaat in de regel over de aanleg keringen en het doen van maatregelen aan de waterzijde om de belastingen op een kering/ gebied te verlagen. o Het betreft hier een buitendijkse ontwikkeling met gegeven waterstanden, mogelijke ingrepen in de rivier (stroomopwaarts of stroomafwaarts) zijn niet bekend Gevolgbeperkingen o Gevolgen van mogelijke extreem hoge waters of zelfs waterstanden daarboven kunnen genomen worden. Om overlast van extreem hoog water te voorkomen, kan er door adaptief te bouwen (bouwvoorschriften meenemen over bijvoorbeeld vloerpeil, elektra, waterdichte deuren tot opdrijvende wanden bij lage inritten) rekening gehouden worden met extremen. Crisis management o Belangrijk aspect is wanneer er toch evacuatie nodig is deze geborgd is door middel van bijvoorbeeld tijdige waarschuwing en het gebruik maken van de evacuatieroute. Dit geeft mogelijk voorwaarden mee aan de sterkte en hoogte van de verhoogde dam waarover de uitrijweg ligt. Herstel (na in/-overstroming) o Mocht er een hoog water geweest zijn, ofwel een minder hoog water waarbij schade is ontstaan aan de infrastructuur kan deze zodanig aangelegd worden dat snel herstel mogelijk is. Waterbewustzijn o De ontwikkelaar en de gemeente kunnen bij alle (toekomstige) bewoners proactief de risico’s van buitendijkse ontwikkelingen onder de aandacht te brengen.

Gebruikers van buitendijks gebied zijn en blijven zelf verantwoordelijk voor het risico op schade als gevolg van hoogwater. 45

Status: Definitief Uit de Nota van beantwoording volgt bovendien dat de lagen op de volgende manier worden meegenomen: •

•

•

•

Beschermen: Dit gaat meestal over het versterken van dijken. Er is rekening gehouden met mogelijk benodigde ruimte voor dijkversterking in de toekomst. Dit door rekening te houden met de beschermingszones en door woningen en maaiveld hoger aan te leggen dan de te verwachte dijkhoogte in 2100. Tevens worden er geen holle ruimtes zoals kelders gerealiseerd. Er is sprake van een verbeterde situatie ten opzichte van de huidige situatie, het gebouw op het waterstaatswerk komt te vervallen, het nieuwe bestemmingsplan biedt geen mogelijkheid meer om daar te bouwen. De ruimte op de kering komt daarmee dus vrij. Ruimtelijke keuzes en adaptatie: Er is rekening gehouden met overstromingen bij het specificeren van de hoogte van het maaiveld en vloerpeil van de eerste woonlagen van woningen en gebouwen. De begane grond van gebouwen is zo ingericht dat dit kan overstromen, zo wordt er bijvoorbeeld een parkeerfunctie aan toegekend. Hierover is meer te lezen in de notitie “veilige ontwikkeling Het Veerse Dok”. Het maaiveld kan in extreme gevallen overstromen maar is zo ingericht dat dit niet tot schade en overlast leidt. Een deel van de woningen wordt drijvend gerealiseerd, zodat deze mee kunnen fluctueren met waterstandsveranderingen. Evacuatie en crisisbeheersing: Er wordt overlegd met de veiligheidsregio en de gemeente over hoe evacuatie in het gebied vorm gegeven kan worden.

De eerste woonlaag van woningen blijft ook bij extreme waterstanden droog (zie Notitie “Veilige ontwikkeling Het Veerse Dok), men kan daarmee verticaal evacueren. Andere woningen zijn drijvend. Bij het ontwerp is rekening gehouden met extreme waterstanden. Herstel: Het betreft een veerkrachtig ontwerpplan waarbij schade, en daardoor ook benodigd herstel, geminimaliseerd zal worden. Schade wordt in dit ontwerpplan onder andere geminimaliseerd doordat er rekening is gehouden met de locatie van de vitale infrastructuur, zoals de meterkast op voldoende hoogte, laadpalen op aparte groepen of zelfvoorzienendheid van gebouwen. De openbare ruimte en de ruimtes onder de appartementen (parkeerlaag) worden zo ingericht dat deze kunnen overstromen maar ook zelfstandig kunnen afwateren op de rivier. Indien het maaiveld dus overstroomt en het water vervolgens zakt zal er nergens water blijven staan. Het hele terrein zal aan alle kanten een klein afschot hebben naar de watergang.

De risico’s voor de mensen die buitendijks wonen en werken zijn relatief laag. Dat geldt ook als het klimaat verandert, mits alle partijen bij ruimtelijke ontwikkelingen goed rekening houden met de kans op overstromingen. De kans op slachtoffers blijft dan gering, het veiligheidsniveau hoog. [Bron: Brochure Waterveiligheid buitendijks (brochure_waterveiligheid_buitendijks_tcm309-332427),2012]. Het is van belang te bepalen met welke waterstanden rekening gehouden wordt in normale situatie en welke voorzieningen (technisch) genomen worden voor de extreme situaties en dus evacuatie mogelijk maken. Zie hiervoor de beantwoording onder 5c ten aanzien van de reactie van de Veiligheidsregio.

46

Status: Definitief b.

Klimaatverandering U geeft aan dat het niet gebruiken van de laatste KNMI-scenario’s naar uw mening onzorgvuldig is. Het niet hanteren van deze laatste scenario’s is echter toegelicht door Sweco (de laatste modellen uit oktober 2023 zijn nog niet beschikbaar, waardoor dit geen mogelijkheid betrof). Sweco heeft hierop volgend aangegeven welk scenario is aangehouden en waarom dit een realistisch uitgangspunt betreft. Medio 2023 verschenen de nieuwe KNMI’23-klimaatscenario’s, gebaseerd op het nieuwste IPCC rapport. Op basis van de huidige berekeningsresultaten, waarbij de benodigde hoogte tot ten minste 2100 voldoet, wordt verwacht dat de nieuwe klimaatscenario’s geen effect zullen hebben op de veiligheidsopgave. Daarnaast is ook bekend dat de modelonzekerheid op de waterstand in het BOI-2023 gereduceerd wordt. Hierdoor wordt de invloed van de nieuwe klimaatscenario’s (gedeeltelijk) gecompenseerd. [bron Eindrapport verbeteringsopgave Verkenningsfase – Standhazensedijk p 20]

c.

Ligging in Rivierbed In aanvulling op de reeds opgestelde beoordeling ten aanzien van artikel 3.34 Iov (paragraaf 3.3.3) geldt met betrekking tot de ligging van het plangebied binnen het Rivierbed het volgende: • Het is belangrijk dat er geen functies en activiteiten in het rivierbed worden toegelaten die een gevaarlijke situatie opleveren. De functie wonen is geen functie die gevaarlijke situaties kan opleveren, zoals dijkdoorbraken of verzakkingen (mits goed geconstrueerd). Het plan maakt bovendien geen Bevi-inrichtingen mogelijk. Daarnaast is het zo dat wanneer er sprake is van een hoge waterstanden dat dit niet plotseling zal zijn. Het waterpeil in de rivier stijgt geleidelijk. Een eventuele ontruiming kan dan goed voorbereid en gestructureerd plaatsvinden. Er zullen geen levensbedreigende situaties ontstaan; • Bij een maatgevende hoogwaterstand kan schade ontstaan aan de woningen en het gebied en kunnen mensen in gevaar raken. De minimale woonlaag zal op 4,63 boven NAP worden gerealiseerd. Daarnaast zal er nader bekeken worden welke bouwtechnische of landschappelijke aanpassingen noodzakelijk zijn of voordelen opleveren. Bij de uitwerking van het plan, het ontwerpen van de woningen en de technische uitwerking daarvan wordt hier rekening mee gehouden.

In het bestemmingsplan is de aanleg van een veilige vluchtroute (loopbrug) door middel van een aanduiding op de verbeelding en een bepaling in artikel 4.2.4 sub f van de regels mogelijk gemaakt; • Er wordt een calamiteitenplan (inclusief calamiteitenroute en evacuatieplan) opgesteld in het geval van hoogwater. Daarbij is het als onderdeel van het calamiteitenplan van belang om de beschikbaarheid van vluchtroutes tijdens een hoogwater in beeld te hebben zodat mensen doelmatig kunnen worden geëvacueerd. In 2011 is een risicomethode buitendijks in opdracht van de provincie Zuid Holland opgesteld: [‘Methodiek ter bepaling van risico’s als gevolg van hoogwater’ (Arcadis en HKV),2011]. Hoewel uit 2011 en dus niet specifiek gedaan op basis van de huidige beoordelingsinstrumentarium is deze nog steeds toepasbaar omdat gebruik gemaakt is van de risicobenadering. Het begrip risico is gedefinieerd als kans maal gevolg. Deze

47

Status: Definitief genoemde methodiek kan gebruikt worden voor een rekenkundige analyse van de risico’s en te nemen (beheers)maatregelen bij de verdere planuitwerking. Uit de rapportage van Sweco volgt bovendien dat de ontwikkeling veilig wordt geacht indien er aan de voorwaarden wordt gehouden die in de notitie staan beschreven. Dit hangt af van de keuzes die gemaakt moeten worden wat betreft de hoogte van het maaiveld en de hoogte van de eerste woonlaag. Op het gebied van waterveiligheid, rekening houdend met de waarschijnlijke dijkhoogte in 2100, zal de minimale woonlaag 4,63 m+NAP moeten worden. Daarnaast is het van belang dat het gebied zo ingericht wordt dat, bij het toch overstromen van het maaiveld bewoners kunnen evacueren en dat schade en hersteltijd beperkt is. Maatregelen kunnen zijn het verhogen van vlucht- en evacuatiewegen, vitale en kwetsbare functies hoger aanleggen maar ook het maken van afspraken over evacuatie met de veiligheidsregio en gemeente. Tijdens de verdere planvormingsfase wordt afhankelijk en op basis van de uiteindelijke ontwerpkeuzes het calamiteitenplan en de evacuatiemogelijkheden nader uitgewerkt en afgestemd met de gemeente en veiligheidsdiensten.

Overleg en afspraken Veiligheidsregio In het kader van veiligheid en bereikbaarheid van de hulpdiensten heeft er op 25-03-2024 een overleg tussen de veiligheidsregio, initiatiefnemers en de gemeente plaatsgevonden. Het plan is uitvoerig besproken, de veiligheidsregio heeft naar aanleiding van het overleg het plan getoetst op algemene veiligheidsaspecten en waterveiligheid. Geconcludeerd is dat op het moment er sprake is van het onderlopen van het maaiveld (+3,00m+NAP) het niet meer op een veilige wijze mogelijk is met voertuig en/of te voet de woningen te bereiken omdat de wegen en looppaden niet meet zichtbaar zullen zijn. In dat geval zou het betekenen dat iedereen geëvacueerd moet worden als er sprake is van het overstromen van het maaiveld. Gezien het aantal mensen dat dan geëvacueerd moet worden is dat niet wenselijk. Om die reden is ervoor gekozen de appartementsgebouwen middels een brug of verhoogd looppad met elkaar te verbinden (minimale hoogte 4,63m+NAP). Daardoor ontstaat er een veilige vluchtroute die dezelfde hoogte heeft als het veilige vloerpeil van de woningen. Dit looppad zal aansluiten op de Kartuizerstraat (binnendijkse kant) en de aanleg hiervan is door middel van een aanduiding op de verbeelding en een bepaling in artikel 4.2.4 sub f van de regels mogelijk gemaakt in het bestemmingsplan.

48

Status: Definitief

Dat houdt in dat de bewoners van zowel alle appartementen (50) als alle drijvende woningen (5) nooit geëvacueerd hoeven te worden vanwege de waterveiligheid. Enkel de bewoners van de 4 kadewoningen dienen geëvacueerd te worden bij een waterstand van 3,00m+NAP. Voor de veiligheidsregio is dit een wenselijke en goede oplossing waarin de evacuatie van de 4 kadewoningen te overzien is. Afgesproken is dat de partijen in overleg blijven over de precieze inrichting en ontwerpkeuzes. Op basis van het bestemmingsplan zijn er op dit moment nog niet veel 49

Status: Definitief punten die getoetst kunnen worden, daarvoor dient het plan verder en meer in detail te zijn uitgewerkt. Middels maatwerk geeft de veiligheidsregio aan de plannen haalbaar te achten en niet zullen leiden tot onveilige situaties. d.

Bescherming drinkwatervoorziening Zie beantwoording zienswijze Evides (3a).

e.

Duurzame stedelijke ontwikkeling Met betrekking tot de locatiekeuze voor de stedelijke ontwikkeling geldt, rekening houdend met klimaatverandering, dat de ontwikkeling en de beoogde woonfunctie in tijd en ruimte veilig en duurzaam kan plaatsvinden, met aandacht voor de omgeving, de gebruikswaarde en toekomstwaarde van het plangebied, bijvoorbeeld als het gaat om de gemeentelijke woningbouwopgave. Een plan in het kader van duurzame stedelijke ontwikkeling is maatwerk. Derhalve is in onderhavig bestemmingsplan een aanvullende onderbouwing opgenomen ten aanzien van waterveiligheid en locatieafweging in relatie tot de woningbouwopgave, in aanvulling op de rapportage van Sweco dat de ontwikkeling veilig is, indien er aan de specifieke voorwaarden wordt gehouden ten aanzien van de hoogte van het maaiveld en de hoogte van de eerste woonlaag. In de verdere planvormingsfase vindt een concrete uitwerking plaats van maatregelen en een evacuatieplan. Hiermee wordt vanuit een bredere blik op ruimtelijke inrichting tot maatwerk gekomen. De stedenbouwkundige opzet houdt rekening met een kwalitatieve openbare ruimte.

Het maaiveld vormt hierbij onderdeel van de locatiekenmerken, waarbij is aangetoond dat delen van het maaiveld veilig kunnen overstromen, nu en in de toekomst, maar ook dat water geleidelijk weg kan stromen op het moment dat het water zakt, rekening houdend met afschot naar de waterwegen. Hiermee vormt klimaatadaptatie een uitgangspunt en juist een omgevingskwaliteit bij de planvorming en -uitwerking, in lijn met beleid als water en bodem sturend. Klimaatverandering is hierbij op evenwichtige wijze meegewogen. Gelet op de bredere blik op ruimtelijke inrichting en door middel van een integrale belangenafweging wordt geconcludeerd dat voor onderhavige locatie een passend plan is opgesteld. Bovendien is het plangebied gelegen binnen het bestaand stedelijk gebied conform de provinciale Interim omgevingsverordening, waardoor uitbreiding van Raamsdonksveer buiten bestaand stedelijk gebied wordt voorkomen en sprake is van zorgvuldig ruimtegebruik, passend binnen de uitgangspunten van de provinciale Omgevingsvisie. Zie in relatie tot het principe water en bodem sturend en in het kader van meerlaagse veiligheid de beantwoording onder 5a, de waterparagraaf zoals reeds opgenomen in de toelichting van het bestemmingsplan (paragraaf 4.7), evenals de beantwoording op inspraakreactie 3a in de Nota van beantwoording.

f.

Lagenbenadering De toepassing van de lagenbenadering is een hulpmiddel om de effecten van een ontwikkeling in beeld te brengen. Het gaat daarbij om het effect op de lagen in wisselwerking met elkaar waarbij de factor tijd actief wordt benut. Daarbij is het vertrekpunt dat niet één van de drie lagen 50

Status: Definitief het belangrijkste is voor de ontwikkeling. Elke laag draagt bij aan de ontwikkeling. De lagenbenadering houdt in dat een onderliggende laag voorwaarden stelt aan andere lagen. Door de factor tijd actief te benutten wordt rekening gehouden met de herkomstwaarde, vanuit het verleden, de onomkeerbaarheid van optredende effecten en de toekomstwaarde gelet op duurzaamheid en toekomstbestendigheid. Voor de aspecten die bij de lagenbenadering betrokken worden, bevat de Interim omgevingsverordening specifieke regels, zoals het Natuur Netwerk, de groenblauwe mantel, cultuurhistorische- en aardkundige waarden, stiltegebied en delen van het watersysteem. In de toelichting van het bestemmingsplan zijn deze aspecten, indien van toepassing gebleken, beschouwd. •

Laag 1: de landschappelijke onderlegger, ook wel de ondergrondlaag genoemd. Het gaat hierbij om de natuurlijke processen die de basis hebben gevormd voor menselijke ontwikkeling in het gebied;

Uit hoofdstuk 4 van de toelichting van het bestemmingsplan volgt dat vanuit de ondergrond ten aanzien van onder meer bodem (paragraaf 4.9) en archeologie (paragraaf 4.8) geen beperkingen gelden, anders dan het saneren van de tijdens het verkennend (water)bodemonderzoek geconstateerde verontreinigingen. Voorafgaand aan de voorgenomen herinrichting dient de bodemverontreiniging te worden verwijderd. Dit komt de ondergrond binnen het plangebied ten goede. •

Laag 2: De (ecologische) infrastructuur, ook wel de netwerklaag genoemd. In deze laag worden de belangrijkste schakels tussen het gebied en de omgeving bekeken, die bepaald gebruik van het gebied mogelijk maken;

Uit hoofdstuk 4 van de toelichting van het bestemmingsplan volgt dat ten aanzien van de waterhuishouding, het ecologisch netwerk en het verkeersnetwerk voor het plangebied geen beperkingen gelden voor ander functiegebruik, zoals woningbouw. •

Laag 3: Het grondgebruik en de belangrijkste functies, ook wel de occupatielaag genoemd, zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu.

De occupatielaag wordt gevormd door de samenhang van bebouwing, landschappelijke en cultuurhistorische waarden met het aanwezige landgebruik. Uit hoofdstuk 4 van de toelichting van het bestemmingsplan volgt dat gelet op de effecten op de occupatielaag een stedenbouwkundige woningbouwontwikkeling binnen het plangebied voorstelbaar is. In de Interim omgevingsverordening wordt het plangebied immers aangemerkt als bestaand stedelijk gebied. Met deze planontwikkeling wordt zodoende uitbreiding van Raamsdonksveer buiten bestaand stedelijk gebied voorkomen. Hiermee is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik, passend binnen de uitgangspunten van de provinciale Omgevingsvisie. 51

Status: Definitief Ten aanzien van de factor tijd geldt dat uit de toepassing van de lagenbenadering volgt dat er voldoende aanknopingspunten zijn waarmee het planvoornemen op een goede manier kan worden ontwikkeld. Met het planvoornemen wordt op een passende duurzame, toekomstbestendige manier gebruik gemaakt van de locatiespecifieke omgevingskwaliteiten en zijn er geen onomkeerbare effecten te verwachten op de lagen. Er kan ruimtelijk juist een meerwaarde worden behaald, zonder verdere negatieve effecten op waarden in de omgeving. Met het bestemmingsplan wordt op volgende wijze concreet invulling gegeven aan een toekomstbestendige inrichting van het gebied: • Met berekeningen (zie rapportage Sweco) is aangetoond wat, op basis van klimaatprojecties, mogelijke waterstanden zijn in de toekomst als gevolg van klimaatverandering. De bouwhoogte van de ontwikkeling is aangepast naar deze berekeningen. De begane grond van woningen en het maaiveld kunnen overstromen in extremere situaties. De begane grond van woningen zo ingericht dat het bestand is tegen overstromingen; • Er is afstemming geweest met de veiligheidsregio over evacuatiemogelijkheden en crisismanagement. Hierover zullen later in het proces in overleg met gemeente en veiligheidsregio verdere concrete afspraken gemaakt worden; • De eerste verdieping blijft droog bij overstromingen die voorkomen 1 per 1000 jaar.

Daarmee kunnen mensen veilig in hun woning verblijven tijdens een overstroming van het maaiveld. In de voorlopige ontwerpen is rekening gehouden met het plaatsen van vitale voorzieningen op droge hoogte zodat deze blijven functioneren of snel na de overstroming weer functioneren.

g.

Uit de rapportage van Sweco, de beantwoording onder 5a ten aanzien van meerlaagse veiligheid, de waterparagraaf zoals reeds opgenomen in de toelichting van het bestemmingsplan (paragraaf 4.7) en de beschrijving van het planvoornemen (paragraaf 2.3), de beantwoording op inspraakreactie 3a in de Nota van beantwoording, en de beantwoording onder 5c, 5e en 5g volgt kortom dat de ontwikkeling, rekening houdend met klimaatverandering, in tijd en ruimte veilig, duurzaam en toekomstbestendig kan plaatsvinden en dat een toekomstige woonfunctie ten opzichte van de huidige jachthavenfunctie ten goede komt aan de omgeving, vanwege het herbestemmen van een milieubelastende activiteit, en een passende functie betreft binnen de gewenste ontwikkelingsrichting van het gebied. De beperkte omvang van de gemeente Geertruidenberg en de mogelijkheden, zowel binnen als buiten bestaand stedelijk gebied, maken het immers noodzakelijk om alle geschikte locaties binnen de gemeente te benutten voor woningbouw. Met onderhavige ontwikkeling wordt bovendien een verbetering van de algemene situatie in de omliggende woonwijk voorzien. De afgelopen jaren zijn de woonwijk en de jachthaven (bedrijfsactiviteiten milieucategorie 3) steeds meer naar elkaar gegroeid.

In deze periode is steeds vaker gebleken dat bewoners overlast ervaren van de jachthaven en haar gebruikers, welke de jachthaven met auto’s en trailers bezoeken (met name op dagen met goed weer). Het wijzigen van de jachthaven naar een woongebied geldt derhalve als toekomstbestendige oplossing voor zowel de jachthaven als de bewoners van de woonwijk. Gelet op bovenstaande en rekening houdend met de maatschappelijke opgaven die er zijn volgt dat onderhavige locatie geschikt wordt geacht voor de beoogde woonfunctie. Woningbouwopgave

52

Status: Definitief In het kader van een integraal woonbeleid heeft de gemeente Geertruidenberg op 1 februari 2024 het programma Wonen vastgesteld. In het programma Wonen zijn diverse woningbouwbehoefteonderzoeken uitgevoerd en is rekening gehouden met de provinciale prognose voor Geertruidenberg. Daarbij is binnen de Stedelijke Regio Breda Tilburg (SRBT) afgesproken dat gestreefd wordt naar 130% plancapaciteit over de totale woningbouwopgave van 685 woningen tot 2030, waarvan 400 binnen 3 jaar. Dit houdt in dat in de woningbouwprogrammering rekening wordt gehouden met 890 woningen tot 2030. Deze overcapaciteit is afgesproken binnen de regio en nodig, omdat gemiddeld een derde van de gemaakte woningbouwplannen niet doorgaat of vertraagt. Gelet op de provinciale woningbouwprognoses tot en met 2040, waarbij voor de gemeente Geertruidenberg een groei vanaf 2023 wordt voorzien van 1.230 woningen is het niet de verwachting dat de druk op de woningmarkt snel zal afnemen. De provincie geeft aan dat binnen de gemeente Geertruidenberg in 2022 277 woningen zijn opgeleverd, echter is onbekend op welke cijfers de provincie zich hier baseert. Op basis van cijfers van de gemeente zelf zijn de afgelopen jaren onderstaande omgevingsvergunningen verleend voor woningbouw. Op basis hiervan blijkt dat er ook de komende jaren hard gewerkt moet worden om te voorzien in voldoende woningen.

Jaar 2018 2019 2020 2021 2022 2023

Vergunningen Woningen 87 176 47 10 2 107

Verkenning potentiële woningbouwlocaties binnen de gemeente Binnen de gemeentelijke Omgevingsvisie zijn 12 woningbouwlocaties opgenomen, waaronder ook de woningbouw aan Het Veerse Dok. Deze woningbouwlocaties hebben een (zachte) plancapaciteit van 480 woningen, waarvan ook een deel al is gerealiseerd. Dit zijn te weinig locaties om te kunnen voorzien in de grote opgave ten aanzien van de woningbouw die de gemeente Geertruidenberg heeft. Er is daarom een ambtelijke verkenning gedaan naar potentiële woningbouwlocaties binnen de gemeente. Er is expliciet gekeken naar binnenstedelijke oplossingen, het is echter gebleken dat de opgave niet enkel binnenstedelijk kan worden opgelost. Ook in het geval de oplossing buitenstedelijk gezocht wordt is de opgave erg lastig. Naast dat je de landschappelijke structuur niet wil aantasten hebben we ook te maken met o.a. energienetwerken die afkomstig zijn van RWE, gronden die benodigd zijn voor de verbreding van de A27 en knooppunt Hooipolder. Ook het behouden van natuur vinden we erg belangrijk. Aan de hand van die afwegingen zijn er op 9 november 2023 14 nieuwe woningbouwlocaties door de gemeenteraad aangewezen. Deze locaties dienen nader te worden onderzocht om te bekijken of ze geschikt zouden kunnen zijn voor de realisatie van 53

Status: Definitief woningbouw. Die afweging moet dan ter besluitvorming aan de gemeenteraad voorgelegd worden, zodat de raad daarover kan besluiten. In totaal wordt een inschatting gemaakt dat binnen deze 14 locaties mogelijk 831 woningen zouden kunnen worden gerealiseerd. Echter de planvorming voor deze locaties staat dus nog helemaal aan het begin van het proces. Prijssegement woningen Gesteld wordt dat Het Veerse Dok relatief veel woningen in de dure prijsklasse kent, echter wordt 55% van de woningen gerealiseerd onder de grens van betaalbare koopwoningen (< €355.000,-) zoals is vastgelegd binnen de Woondeal. Daarnaast worden binnen het plan ook drijvende woningen gerealiseerd. De suggestie van de provincie om andere locaties hogere aantallen te realiseren en de locatie aan Het Veerse Dok niet te benutten voor woningbouw wordt gelet op het voorgaande niet als wenselijk geacht. De geringe omvang van de gemeente en de mogelijkheden, zowel binnen als buiten bestaand stedelijk gebied maken het noodzakelijk om alle geschikte locaties te benutten voor woningbouw. Daarnaast staan de nieuwe locaties nog helemaal aan het begin van het proces om tot ontwikkeling te komen, en is de ervaring dat een woningbouwontwikkelingsproces vaak meerdere jaren in beslag kan nemen.

Onderstaand wordt aangegeven waarom Het Veerse Dok een geschikte plek is voor woningbouw en/of waarom het de voorkeur van gemeente krijgt: • De huidige jachthaven met alle bijhorende activiteiten zorgt al jaren voor een toenemende druk op de naastgelegen woonwijk. Het betreft namelijk een milieucategorie 3.1 bedrijf en de omliggende woningen staan op zeer dichte afstand van de jachthaven. Er wordt zowel parkeeroverlast als geluidsoverlast ervaren door buurtbewoners. • Het gebied is in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant aangeduid als stedelijk gebied. De provincie prefereert nieuwe stedelijke functies in bestaand stedelijk gebied, voordat er wordt ontwikkeld op locaties in landelijk gebied. Ruimte voor woningbouw binnen stedelijk gebied is beperkt. • De locatie is niet gelegen binnen de beleidslijn grote rivier, daardoor is het niet in strijd met de nieuwe inzichten als het gaat om water en bodem sturend. Naar verwachting wordt het bestemmingsplan in 2024 nog vastgesteld waarvoor de Tweede Kamer aangeeft dat locaties niet heroverwogen dienen te worden. Er is namelijk acute vraag naar woningen. • Woningbouw (of welke ontwikkeling dan ook) op een buitendijkse locatie moet uiteraard veilig zijn. Daarbij moet er vanuit het scenario “Ja, mits” gekeken worden.

Gezien de maatregelen die bij deze ontwikkeling worden genomen, achten wij de ontwikkeling veilig, en daarom ook mogelijk (en wenselijk) op deze locatie.

54

Status: Definitief •

h.

Gelet op de onzekerheid omtrent de nieuwe woningbouwlocaties, de noodzaak om op korte termijn woningbouw toe te voegen en de bovenstaande conclusie dat ter plaatse van Het Veerse Dok voorzien kan worden in een veilig woon- en leefklimaat, draagt Het Veerse Dok met passende woningen bij aan de woningbouwbehoefte van de gemeente Geertruidenberg.

Beeldkwaliteitsplan en borging verblijfsruimte In paragraaf 3.4.4 van de toelichting is vermeld dat voor onderhavige locatie een beeldkwaliteitsplan is opgesteld en bijgevoegd als bijlage 2. Uit deze paragraaf volgt bovendien dat het beeldkwaliteitsplan ter vaststelling aan de gemeenteraad wordt voorgelegd, onderdeel wordt van de Welstandsnota 2012 en als toetsingskader aanvullend zal werken op de Welstandsnota 2012. Het doorloopt hiermee een parallelle procedure. Juridische borging van het beeldkwaliteitsplan in de regels van het bestemmingsplan is onwenselijk, gelet op de aard van een beeldkwaliteitsplan (inrichting van de openbare ruimte en eisen voor de architectonische uitwerking). Bij de vaststelling van het bestemmingsplan wordt door de raad ook het beeldkwaliteitsplan vastgesteld en wordt daarmee onderdeel van het welstandsbeleid van de gemeente. Tevens is in de anterieure overeenkomst een verwijzing opgenomen naar het beeldkwaliteitsplan. Op deze wijze is, zowel publiek- als privaatrechtelijk, het beeldkwaliteitsplan geborgd. Door middel van de volgende bepaling in artikel 4.2.1 is reeds voldoende gewaarborgd dat alle ruimtes onder 4,63m NAP niet gebruikt mogen worden als verblijfsruimte van de woning. Het is hiermee bewust niet uitgesloten dat deze ruimtes niet als gebruiksruimtes ten behoeve van het wonen gebruikt kunnen worden, bijvoorbeeld parkeren of berging. b.

de vloerhoogte van de bouwlaag van woningen waar zich verblijfsruimten (slaap-, woon-, eet- of badkamer) bevinden bedraagt minimaal 4,63m +NAP. Hieronder mogen enkel bouwlagen worden gerealiseerd met ruimten welke geen verblijfsruimten zijn.

Conclusie Verbeelding De zienswijze geeft aanleiding tot het opnemen van aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – loopbrug’ ten behoeve van een verbinding op minimaal 4,63m +NAP tussen de twee bouwvlakken voor gestapelde woningen voor het creëren van een veilige vluchtroute. Regels 1. De zienswijze geeft aanleiding tot het opnemen van de volgende bepaling in artikel 4.2.4 sub f (onder gelijktijdig verplaatsen van sub f naar sub g):

55

Status: Definitief In afwijking van het bepaalde onder e, mag binnen het bouwvlak van gestapelde woningen en ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding – loopbrug' buiten het bouwvlak, een loopbrug worden gerealiseerd op een hoogte van minimaal 4,63m +NAP en tot maximaal de bouwhoogte van de twee verbonden gebouwen met gestapelde woningen. 2. Toevoegen begrip ‘loopbrug’ aan de begrippenlijst. Toelichting De zienswijze geeft aanleiding tot het aanbrengen van een nadere onderbouwing en uitwerking van onderstaande punten in de toelichting van het bestemmingsplan (paragraaf 3.3, 3.4, 4.7 en 7.2): • Locatiekeuze en afweging • Verkenning woningbouwlocaties • Waarom Veerse Dok geschikt is al woningbouwlocatie • Woningbouwopgave • Hoogwaterveiligheid • Lagenbenadering • Evacuatie en overleg veiligheidsregio • Duurzame stedelijke ontwikkeling • Meerlaagse veiligheid • Ligging rivierbed

56

Status: Definitief 6.

Indiener(s):

Waterschap Brabantse Delta Postbus 5520 4801 DZ Breda

Betreft:

zienswijze ontwerpbestemmingsplan Het Veerse Dok te Raamsdonksveer

Ingediende zienswijze Op 14 december 2023 heeft u ontwerpbestemmingsplan Het Veerse Dok te Raamsdonksveer toegestuurd. Naar aanleiding van het ontwerpbestemmingsplan willen wij van de geboden inspraakmogelijkheid gebruik maken en hebben wij de volgende opmerkingen. a.

Buitendijks bouwen Zoals in ons wateradvies is aangegeven is het plangebied buitendijks gelegen langs de Donge. Het waterbeheer en dus het buitendijks gebied aldaar valt onder verantwoordelijkheid van Rijkswaterstaat en gemeente Geertruidenberg. Het waterschap wil echter nogmaals aangeven dat we het bouwen op deze locatie onverstandig vinden. Het waterschap is geen voorstander van buitendijks bouwen en probeert het bouwen in de waterloop en in en nabij de primaire waterkering zoveel mogelijk te voorkomen. Het buitendijks gebied is en blijft onbeschermd tegen hoogwater. Het waterschap is hier niet verantwoordelijk voor enige vorm van wateroverlast en/of schade. Het waterschap vraagt de gemeente Geertruidenberg om bij alle (toekomstige) bewoners pro-actief de risico’s van buitendijkse ontwikkelingen onder de aandacht te brengen.

b.

Bouwen bij de waterkering Voor het bouwen binnen de zonering van een waterkering is een watervergunning op basis van de keur van het waterschap noodzakelijk. Zoals aangegeven zijn de bouwmogelijkheden hier beperkt. Op basis van de huidige gegevens is nog niet duidelijk of voor de gewenste bebouwing een watervergunning kan worden afgegeven. Het is niet alleen onduidelijk of de beoogde bebouwing zodanig kan worden aangelegd dat de huidige veiligheid op orde blijft. Door de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling nemen de keuzemogelijkheden voor toekomstige dijkversterkingen af en dit kan onder meer zorgen voor een beperking in de keuzemogelijkheden en verhoging van kosten van toekomstige dijkversterkingen.

Beantwoording a. Voor het standpunt van de gemeente ten aanzien van buitendijks bouwen wordt verwezen naar de beantwoording van zienswijze 5 (provincie).

57

Status: Definitief b.

Bij het opstellen van onderhavig bestemmingsplan is rekening gehouden met mogelijk benodigde ruimte voor dijkversterking in de toekomst. Zie hiervoor beantwoording 5d (provincie). Het plan staat een toekomstige dijkversterking niet in de weg. Zie hiervoor beantwoording zienswijze 5a (provincie).

Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanbrengen van wijzigingen aan het bestemmingsplan.

58

Status: Definitief

Lijst van (ambtshalve) wijzigingen De binnengekomen zienswijzen hebben geleid tot de volgende wijzigingen aan het bestemmingsplan. Verbeelding 1. Opnemen aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – loopbrug’ ten behoeve van een verbinding op minimaal 4,63m +NAP tussen de twee bouwvlakken voor gestapelde woningen voor het creëren van een veilige vluchtroute. Regels 1. Opnemen bepaling artikel 4.2.4 sub f (onder gelijktijdig verplaatsen van sub f naar sub g): In afwijking van het bepaalde onder e, mag binnen het bouwvlak van gestapelde woningen en ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding – loopbrug' buiten het bouwvlak, een loopbrug worden gerealiseerd op een hoogte van minimaal 4,63m +NAP en tot maximaal de bouwhoogte van de twee verbonden gebouwen met gestapelde woningen. 2. Toevoegen begrip ‘loopbrug’ aan de begrippenlijst. Toelichting 1. Verwijderen tekst ten aanzien van het baggeren van het Zuidergat in paragraaf 3.4.6. 2. Aanvullen onderbouwing in de waterparagraaf (paragraaf 4.7) met betrekking tot de waterkwaliteit en risicoanalyse vanwege de ligging in het beschermingsgebied voor drinkwaterwinning. 3. Toevoegen notitie ‘Emissies oppervlaktewater’ als bijlage aan de toelichting. 4. Toevoeging aan de waterparagraaf (paragraaf 4.7) met kaartbeelden ten aanzien van waterkwaliteit en kwantiteit. 5.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Geertruidenberg&id=127cc904-b687-4010-ae3c-53987db71797