Bijlage 1 Voorjaarsnota 2024
Tekst van het document
energiebesparing. Het grootste deel van deze besparing realiseren we door het isoleren van woningen en bedrijfsgebouwen. Op het gebied van warmte is de doelstelling duidelijk: uiterlijk in 2050 worden alle gebouwen in de gemeente duurzaam verwarmd zonder fossiel gas. Een ambitieuze opgave, want het merendeel van de gebouwen gebruikt op dit moment nog aardgas voor ruimteverwarming, warm water, koken, of voor bedrijfsprocessen. Als regisseur van de warmtetransitie jaagt de gemeente de komende jaren verdere stappen aan naar een toekomstbestendige gebouwvoorraad. Dat betekent isoleren en besparen, zowel gemeente breed als gebiedsgericht via buurtuitvoeringsplannen, en de overstap naar aardgasvrije warmtealternatieven faciliteren. Uitgangspunt daarbij is dat maatregelen die worden genomen en het alternatief voor aardgas technisch en financieel haalbaar is voor alle inwoners en ondernemers. Voor de slechter geïsoleerde woningen zetten we een lokale isolatiesubsidie op, zodat we een flinke slag kunnen maken. Ook gaan we door met het verduurzamen we ons eigen gemeentelijk vastgoed, zodat wij als gemeente het goede voorbeeld geven. In de besparingsopgave trekken we samen op met onze realisatiepartners om plannen en ambities goed op elkaar af te stemmen en geen kans voor verduurzaming onbenut te laten.
Nr.
Inspanningen
Bijdrage strategische doelen
1.1
Toekomstbestendig energiesysteem
Energietransitie
1.2
Energiebesparende maatregelen
Energietransitie
1.3
Duurzaam opwekken van energie
Energietransitie
1.4
Warmtenet
Energietransitie
Realisatie voortgang
Realisatie financiën
Voor wat betreft de Energietransitie wordt dagelijks invulling gegeven aan de hierboven beschreven uitdagingen. De meest in het oog springen zijn de onderliggende zaken. Het duurzaam opwekken van energie. Wij stimuleren inwoners en bedrijven om schone energie op te wekken. Als gevolg daarvan liggen steeds meer daken vol met zonnepanelen en zijn warmtepompen steeds meer voorkomend. Het aanpassen van de huidige energie infrastructuur naar een toekomstbestendige infrastructuur. Als kleine gemeente spelen we een grote rol in de regionale energievoorziening op het gebied van elektriciteit. Met de ontwikkelingen in de netcongestie, aanlanding van wind op zee en waterstof komen steeds meer zaken samen op een klein gebied. Hier zetten wij stevig op in om dit zo goed mogelijk te laten verlopen, waarbij de leefbaarheid van de gemeente gewaarborgd blijft. Ook zijn we actief in de eerste inventarisaties voor gasvrije wijken. Het besparen van energie. Vanuit het Rijk zijn meerdere subsidies beschikbaar om mensen te stimuleren isolatiemaatregelen te nemen in huis. Het isoleren van een huis is altijd wenselijk, omdat hiermee energie bespaart wordt dat niet te hoeft worden opgewekt. 2. Duurzame Mobiliteit 23
Om te komen tot een fossielvrije gemeente moeten we ook werken aan andere manier van vervoer. Duurzame mobiliteit kan grofweg opgeknipt worden in twee delen: deel- & openbaar vervoer en infrastructuur. Onder deel- en openbaar vervoer valt alles van de bus tot deelfietsen en –auto’s. En onder infrastructuur valt alles van fietspaden tot oplaadinfrastructuur. De meest duurzame mobiliteit is geen mobiliteit, of in ieder geval die vorm waarvoor je geen motorvoertuig nodig hebt. Daarom zetten we ten eerste in op verplaatsingen met de personenauto verminderen, door fietsen, openbaar vervoer en wandelen aantrekkelijker te maken. We inventariseren de knelpunten, pakken deze aan en verbeteren onze fietsinfrastructuur waar mogelijk. Dit alles komt terug in het gemeentelijke mobiliteitsplan. Daarnaast stimuleren we openbaar vervoer en deelvervoer, het liefst zo snel mogelijk fossielvrij. Hierdoor worden verplaatsingen efficiënter, omdat we meer mensen met minder voertuigen van A naar B kunnen brengen. De autoverplaatsingen die vervolgens nog nodig zijn, maken we zo duurzaam mogelijk door duurzaam rijden te faciliteren en stimuleren. Afgelopen jaren hebben we in Nederland een enorme groei aan elektrische auto’s gezien. Ook in Geertruidenberg verwachten we een verdere toename van het aandeel elektrisch rijders.
Dit willen wij stimuleren en zeker niet afremmen door een beperkt aanbod laadpalen in de publieke ruimte. We bewegen mee met de vraag naar reguliere laadpalen; we plaatsen bij aanvragen van bewoners en hanteren daarin de ladder van laden. Als we zien dat het aanbod achter blijft bij de vraag plaatsen we ook proactief, dus zonder bewonersaanvraag, extra laadpunten. Bovendien stimuleren we aankomende jaren ondernemers in onze gemeente om over te stappen op duurzame mobiliteit – bijvoorbeeld door hun eigen wagenpark te verduurzamen. We geven het goede voorbeeld en pakken in de komende jaren ook ons eigen wagenpark aan.
Nr.
Inspanningen
Bijdrage strategische doelen
2.1
Deelmobiliteit
Duurzame mobiliteit
2.2
Elektrische laadinfrastructuur
Duurzame mobiliteit
2.3
Voorzieningen openbaar vervoer
Duurzame mobiliteit
2.4
Fietsnetwerk
Duurzame mobiliteit
Realisatie voortgang
Realisatie financiën
In 2023 hebben we aan de activiteiten rondom duurzaamheid geen prioriteit gegeven. We zijn voornemens om in 2024 enkele inspanningen zoals hierboven beschreven op te pakken. Om daarmee ook concrete stappen te gaan zetten in Duurzame Mobiliteit. Wel zijn we op dit moment reeds actief met de laadpalenvoorzieningen voor elektriciteit op publieke plekken. 3. Circulaire Economie
24
We verbruiken momenteel veel meer grondstoffen dan onze planeet beschikbaar heeft en de behoefte naar grondstoffen blijft groeien. De huidige onbalans in grondstoffenverbruik is niet oneindig vol te houden. Daarom werkt Nederland toe naar een volledig circulaire economie in 2050, met als tussendoel 50% minder verbruik van primaire grondstoffen in 2030. In een circulaire economie worden materialen en producten die nu nog als afval worden gezien, hergebruikt. Zo hebben we minder of geen nieuwe grondstoffen nodig. De nationale doelen en maatregelen zijn vastgelegd in het Nationale Programma Circulaire Economie. De opgave om van een lineaire naar een circulaire economie te komen, is een enorme uitdaging. We gaan naar een economisch systeem van gesloten kringlopen waarin grondstoffen, onderdelen en producten hun waarde zo min mogelijk verliezen. Dit doen we door in bestaande productieprocessen efficiënter gebruik te maken van grondstoffen, en als nieuwe grondstoffen nodig zijn, deze zoveel mogelijk duurzaam en hernieuwbaar te produceren. Bovendien is het belangrijk productiemethodes te ontwikkelen op basis van circulair ontwerp. Deze efficiënte en duurzame inzet van grondstoffen is noodzakelijk om de klimaatdoelen te halen. In Geertruidenberg passen we ons afvalbeleid aan: we gaan meer en efficiënter afval scheiden. Dat maakt het hergebruik en opwaarderen van ‘afval’ makkelijker.
We gebruiken nieuwe normeringen, ontwikkelen een financiële prikkel, maar zetten ook zachte instrumenten in als bewustwordingscampagnes. Daarnaast zetten we circulariteit centraal in ons inkoopbeleid en stimuleren we ondernemers in onze gemeenten gebruik te maken van elkaars afvalstromen.
Nr.
Inspanningen
Bijdrage strategische doelen
3.1
Duurzaam inkoop- en aanbestedingsbeleid
Circulariteit
3.2
Scheiden van afval bij particulieren
Circulariteit
3.3
Circulaire bedrijfsvoering
Circulariteit
Realisatie voortgang
Realisatie financiën
Op het gebied van circulariteit zijn we op meerdere aspecten actief. Ten eerste zetten we voor de afval bij particulieren in op zo hoog mogelijke scheidingspercentages, omdat hiermee de grondstoffen die hieruit voortkomen kunnen worden hergebruikt. De invoer van Diftar in 2025 gaat hier een grote rol in spelen, maar ook alle voorzieningen om dit mogelijk te maken spelen hierin een grote rol. We hebben nog een slag te slaan in de uiteindelijke afvalverwerking, hetgeen voorbij de wettelijke taken rijkt. Verder stimuleren we bedrijven om na te denken over een andere bedrijfsvoering, waarin producten en afval op een andere manier een rol krijgen. Door demontabele of biobased producten te gebruiken ontstaan andere waardeketens. Afval van bedrijven loopt in de basis niet via de gemeente, maar we zijn aan het onderzoeken of we hier positieve bijdrages kunnen leveren. De insteek is dat de bedrijven van elkaar leren, waardoor meer inzicht en handelingsperspectief ontstaat. Een écht circulaire economie is een proces van de lange adem.
25
We zijn ons inkoop- en aanbestedingsbeleid aan het herzien. Hierin krijgt duurzaamheid en circulariteit een prominente rol, waardoor circulariteit ook voor alle activiteiten van de gemeente getoetst wordt. 4. Klimaatbestendigheid Naast bijdragen aan het beperken van klimaatverandering is er ook een noodzaak ontstaan om ons voor te bereiden op het nu al veranderende klimaat. We zien hier steeds meer praktijkvoorbeelden van in Nederland. Van snikhete zomers, tot overstromingen in Limburg. Vanuit het Nationaal Deltaprogramma en de Nationale Adaptatiestrategie komt Nederland in beweging om onze leefomgeving aan te passen aan veranderende weers- en landschapsomstandigheden. De grote uitdaging hierbij is dat de voordelen van klimaatadaptieve maatregelen niet altijd tot direct meetbare of monetair aantrekkelijke resultaten leiden. Dus hoewel de noodzaak voor klimaatadaptatie steeds groter wordt en de maatregelen vaak de leefomgeving verfraaien, is het altijd de vraag hoeveel maatregelen ‘genoeg’ zijn. De klimaatscenario’s van het KNMI leveren hierin elke ca. 10 jaar nieuwe inzichten over de mate van hevige regenval, stormen, hitte, droogte en kans op overstroming waar Nederland mee te maken krijgt. Om deze veranderende en meer extreme weersomstandigheden het hoofd te bieden, vergroenen we komende jaren onze gemeente.
Meer groen zorgt voor verkoeling bij hitte en betere afwatering bij zware regen. We zorgen ook voor voldoende waterberging, dat weer helpt bij droogte. Bovendien zorgt meer groen ook voor een fijne ervaring van de publieke ruimte. Daarbij is het wel belangrijk dat we onze ‘menselijke’ kijk op groen bijstellen. In plaats van alleen de kijken naar de esthetische waarde van groen (een mooi gemaaid grasveld, leuke bloemen), moet de functie van het groen centraal staan. Natuurlijke processen moeten weer leidend worden. Dat betekent bijvoorbeeld dat we geen planten meer aanplanten op esthetische waarde, maar dat we inheemse, streekeigen planten aanbrengen om het ecosysteem te herstellen. Ook bij het beheer van het groen wordt de functie van het groen centraal gesteld. We maken vergroening leidend in onze ruimtelijke inrichting en stellen een Duurzame Inrichting Openbare Ruimte (DIOR) op. Duurzame inrichting van onze gemeente biedt ook kansen om biodiversiteit in Geertruidenberg te herstellen. We maken dit expliciet in een soortenmanagement plan. Dit plan omvat een aanpak voor de gebouwgebonden soorten maar ook een plan voor biodiversiteitsherstel. Het ecosysteem denken wordt daarin leidend. Tot we een DIOR hebben, pakken we geplande werkzaamheden aan als kans en kijken we waar we deze nu al kunnen verduurzamen.
Nr.
Inspanningen
Bijdrage strategische doelen
3.1
Biodiversiteit stimuleren
Klimaatneutraal
3.2
Klimaatadaptieve openbare ruimte
Klimaatneutraal
3.3
Vergroenen van gemeente
Klimaatneutraal
3.4
Watoverlast voorkomen
Klimaatneutraal
3.5
Hittestress verminderen
Klimaatneutraal
26
Realisatie voortgang
Realisatie financiën
Voor het klimaatbestendig maken van de gemeente lopen meerdere sporen. Allereerst willen we inwoners stimuleren om klimaatadapatief te handelen, hiervoor hebben we verschillende initiatieven in het leven geroepen. Waaronder een 'Groen voor grijs dag', NK Tegelwippen, Geveltuintjes subsidie en Klimaatsubsidie. Ook wordt gewerkt aan een waterloket, om mensen online meer inzicht te verschaffen over de mogelijkheden. Daarnaast proberen we als gemeente zelf ook zo goed mogelijk klimaatadaptief te handelen. Hiervoor wordt o.a. een training klimaatadaptie aangeboden aan een grote groep medewerkers. Maar ook worden projecten nu al op klimaatadaptieve wijze uitgevoerd. Denk daarbij aan waterdoorlatende parkeerplaatsen, gescheiden rioolstelsels en het aanleggen van meer groen. Met de totstandkoming van DIOR wordt dit verder gestandaardiseerd. Ook worden jaarlijks meer bomen geplant om hittestress tegen te gaan en de gezondheid te bevorderen. Om het perspectief op dit onderwerp te vergroten is met het 'Omgevingsprogramma Groen' nieuw beleid ontwikkelt. Tot slot proberen we voor dit onderwerp ook samenwerkingsverbanden aan te gaan met stakeholders die ons kunnen helpen in de uitvoering. Dit is onder andere de woningcorporatie, bomenstichting en natuur- en milieufederatie. Daarmee maken we ook buiten onze eigen invloedsfeer stappen.
2.2 Financiële vertaling ontwikkelingen Deze paragraaf is de financiële vertaling van het programma voor de jaren 2024 - 2027. NB. Dit zijn dus alleen wijzingen ten opzichte van eerdere begrotingen en de kadernota. Voor het programma duurzaamheid is dit de invulling van de eerder genoemde PM post uit de Voorjaarsnota. Programmalijnen: 1. Energietransitie 2. Duurzame mobiliteit 3. Circulaire economie 4. Klimaatbestendigheid Pr.
Programmalijn
Omschrijving Programmalijn
Begroting 2024
V/N
P2
1.1
Ontwikkelen energiesysteem van de toekomst
80.000
Geen afwijking
P2
1.2
Opstellen en uitvoeren Wijkuitvoeringsplannen Warmtetransitie
30.000
Geen afwijking
P2
1.3
Permanente informatie- en bewustwordingscampagne
18.500
Geen afwijking
P2
1.4
Herijking duurzaamheidsprogramma
0
Geen afwijking
P2
2.1
Faciliteren deelmobiliteit* (* 20.000 wordt gedekt uit de Vrije algemene reserve in 2024 en 2025)
0
Geen afwijking
P2
2.2
Investeren (fiets)oplaad infrastructuur
15.000
Geen afwijking
P2
3.1
Stimuleren circulariteit
15.000
Geen afwijking
P2
4.1
Opstellen DIOR* (*50.000 wordt gedekt uit de Vrije algemene reserve in 2024)
0
Geen afwijking
P2
4.2
Herstel biodiversiteit en ecosysteem inclusief instandhouding
75.000
Geen afwijking
Toelichting
27
P2
Totaal mutaties
233.500
2.3 Toelichting op de tabel 1.1 Ontwikkelen energiesysteem van de toekomst Eén van de belangrijkste pijlers van de energietransitie is het energiesysteem, oftewel alle elektriciteits- en warmtevoorzieningen. Geertruidenberg is en blijft een belangrijk knooppunt van beide voorzieningen. Op dit moment is er schaarste op het elektriciteitsnet. Om deze voorziening op korte termijn weer toegankelijk te maken en te houden voor de toekomst, zetten we sterk in een toekomstbestendig systeem. Onder andere TenneT en Enexis ondernemen veel initiatieven die in onze gemeente landen: om dit goed te kunnen begeleiden en inwoners op een goede manier te kunnen blijven voorzien van informatie, maken we €30.000,- per jaar vrij. In 2024 zetten we ons samen met partners in om alle projecten ook ruimtelijk goed te laten landen, hier maken we eenmalig €50.000,- voor vrij. Op dit onderwerp zijn we dagelijks actief. Vanuit de Powerport Moerdijk worden we daarbij ondersteund door een bureau, hier is inmiddels opdracht toe verleend. In de loop van het jaar zijn nog meer soortgelijke inspanningen voorzien. 1.2 Opzetten en uitvoeren Wijkuitvoeringsplannen Warmtetransitie De warmtetransitie stopt niet in 2024. Daarom begroten we vanaf 2024 jaarlijks €30.000,- voor het opstellen en uitvoeren van warmteplannen. Daarmee helpen we buurtgericht inwoners stap voor stap met het aardgasvrij maken van hun woning.
Deze werkzaamheden zijn inmiddels uitgevoerd en de bijbehorende plannen zijn opgeleverd. 1.3 Permanente bewustwordings- en informatiecampagne gemeentebreed energie We merken dat steeds meer mensen bewuster om gaan met energie en maatregelen willen nemen. Een goed teken en een signaal dat o.a. de bewustwordingscampagnes werken. Daarom willen we deze breder opzetten en aanvullen met een permanente informatiecampagne: we merken dat inwoners behoefte hebben aan meer en gerichter informatie over bijvoorbeeld subsidies en maatregelen willen hebben. Daar maken we structureel €25.000,- per jaar voor vrij. Dit verloopt naar verwachting en uitgaven verlopen gelijkmatig over het jaar. 1.4 Herijking duurzaamheidsprogramma Iedere vier jaar herijken we het duurzaamheidsprogramma; omdat we vooruit willen kijken, nemen we daarvoor alvast éénmalig 30.000 euro voor op in 2027. N.v.t. 2.1 Faciliteren buurtmobiliteit Vrijwel alle vervoersmiddelen in Nederland staan het meerendeel van de tijd stil. Dit is zonde van de ruimte en materialen die nodig zijn voor de bouw van dergelijke middelen. Het delen van mobiliteit neemt in het hele land een flinke vlucht: in Geertruidenberg willen we dit ook mogelijk maken. Samen met inwoners en ondernemers ontwikkelen we een (of meer) deelvervoer-concept waarmee we het aantal auto’s terugdringen. Hiervoor maken we in 2024 en 2025 incidenteel €20.000,- vrij.
Deze werkzaamheden zijn nog niet gestart. Wel wordt op dit moment invulling gegeven aan het stuk capaciteit, waarna hier aan het eind van het voorjaar mee gestart kan worden. 2.2 Investeren in (fiets)oplaadinfrastructuur Elektrisch rijden wordt steeds populairder, zowel de aantallen elektrische auto’s als fietsen,
28
scooters en andere vervoersmiddelen nemen fors toe. Om ervoor te zorgen dat we dit op een goede manier kunnen blijven faciliteren, maken we structureel €15.000,- vrij. Deze werkzaamheden zijn nog niet gestart. Wel wordt op dit moment invulling gegeven aan het stuk capaciteit, waarna hier aan het eind van het voorjaar mee gestart kan worden. 3.1 Stimuleren circulairiteit Grondstoffen worden steeds schaarser en het winnen van nieuwe grondstoffen belast het milieu. Om die redenen zetten we steeds meer in op hergebruik van materialen en denken we bij het ontwerpen van nieuwe producten van te voren al na over het hergebruik ná de levensduur. Om onze bedrijven hierin te steunen én zelfs te werken aan een circulair (afval)systeem, maken we structureel €30.000,- per jaar vrij. Een eerste initiatief van een bedrijf op Dombosch heeft inmiddels plaatsgevonden en is door ons ondersteund. Naar andere initiatieven wordt gezocht, om bedrijven daarmee het beoogde steuntje in de rug te geven. 4.1 Opstellen DiOR Eén van de grote speerpunten in het programma duurzaamheid, is de Duurzame Inrichting van de Openbare Ruimte (DIOR). Dit traject start al in 2023. In 2024 worden vervolgens de uitvoeringsprogramma’s opgesteld. Om ervoor te zorgen dat deze uitvoeringsprogramma’s op een duurzame manier worden opgesteld en uitgevoerd, maken we eenmalig €50.000,- vrij.
Hiermee geven we als gemeente niet alleen het goede voorbeeld op het gebied van groen/blauwe inrichting, maar pakken we hittestress en wateroverlast aan en herstellen we tegelijkertijd delen van het ecosysteem en onze biodiversiteit. Dit traject kent doorlopende werkzaamheden en dit verloopt naar wens en volgens verwachting. Een extern bureau ondersteund ons bij deze werkzaamheden. 4.2. Herstellen ecosysteem en biodiversiteit Het herstellen van het ecosysteem en de biodiversiteit start natuurlijk niet pas bij een DIOR. We nemen al stappen door bijvoorbeeld ecologisch beheer toe te passen op de bermen. Maar ook komende jaren kunnen we investeren in meer groen en blauw. Hiervoor maken we structureel €75.000,- per jaar vrij. Dit zetten we o.a. in voor het uitbreiden van de hoeveelheid en kwaliteit van het groen, het in stand houden hiervan op de langere termijn, maar bijvoorbeeld ook bij het verduurzamen tijdens reeds geplande werkzaamheden in de openbare ruimte. Voor het benodigde perspectief op dit onderwerp was aanvullend beleid nodig. Daarom is in eerste instantie invulling gegeven aan het Omgevingsprogramma Groen, waarbij een extern bureau ons heeft geholpen. Daarnaast is nog voldoende budget over om fysieke maatregelen en kansen te benutten.
2.4 Beleidsindicatoren
Meest recente Doelstelling meting
Beoogd 2024
Aanpassingen TR
Programmalijn
Beleidsindicatoren
Energietransitie: fossielvrij en energieneutraal in 2050
% duurzaam opgewekte elektriciteit 11,3% (2021)
100 % van de verbruikte energie wordt duurzaam 12% opgewekt in 2050
% energiebesparing t.o.v. 2018
12,5% (2021)
15% warmtebesparing in 2030, 33% in 2050
13%
12,9% (2022)
% aardgasvrije panden
10,6% (2021)
Verhoging van het aantal aardgasvrije panden
13%
12,6% (2022)
29
Aantal GWh zon op dak
18,0 MWh
21 MWh grootschalig zon op dak in 2030
29
Aantal GWh zon op veld
4,0 MWh
24 MWh grootschalig zon op veld in 2030
4
205 (mrt2023)
Een volledig dekkende oplaadinfrastructuur
240
3,8% (2022)
Duurzame voertuigen (elektrisch en waterstof) 6% zijn de norm
107 kg/inw (2023)
Terugdringen hoeveelheid fijn en grof huishoudelijk restafval 100 naar 30 kg per inwoner per jaar in 2030.
Duurzame mobiliteit: alle verplaatsingen in Geertruidenberg zijn Aantal (semi)publieke laadpunten in 2050 of eerder duurzaam %geregistreerde elektrische en waterstofvoertuigen t.o.v. totaal
Circulariteit: een circulair Geertruidenberg in 2050 of eerder
Klimaatbestendigheid: Een klimaatbestendig Geertruidenberg in 2050 of eerder
Huishoudelijk restafval in kg/inwoner/jaar
29 MWh (2023)
220 (febr-2024)
5,8% (2023)
Scheidingspercentage huishoudelijk 75% (2023) afval
Tenminste 90% afvalscheiding in 2030
77%
Percentage gerecycled huishoudelijk afval
67% (2023)
Tenminste 90% afvalscheiding in 2030
70%
%CO2-uitstoot t.o.v. 2018
37,3% verlaging (2021)
Lagere CO2-uitstoot t.o.v. 2018, 0% in 2050
40%
%groen van het oppervlak van de gemeente (exclusief agrarisch)
26,3% (2022)
Meer m2 groen van hoogwaardigere kwaliteit in 2027.
28%
Blootstelling PM10 en NO2 per m3 lucht
PM10: 17,1 (2021) NO2: 14,9 (2021)
Verbetering van luchtkwaliteit in 2030
PM10: 15 NO2: 14
Wettelijke beleidsindicatoren: Nr. Taakveld
33.
7. Volksgezondheid en Milieu
7. Volksgezondheid 34. en Milieu
Naam indicator
Waarde Begroot Jaar (Jaarrekening Eenheid 2024 2022)
Omvang huishoudelijk restafval
2021
Hernieuwbare elektriciteit
Percentage bekende 2021 hernieuwbare energie
Bron
Beoogd Aanpassingen 2024 TR
125 kg/inw
CBS
100
11,3 %
Klimaatmonitor 12%
grof huishoudelijk restafval kg per inwoner
107
2.5 Investeringen In de volgende tabel zijn de mutaties op de investeringen van programma 2 opgenomen. Begroot
30
Wijziging
€ 174.675
- € 75.544
€ 3.594
€ 742
€0
€ 10.000
Nieuw Krediet omschrijving begroot
Toelichting - Besluit
€ 99.131 23 Vervanging mechanisch 2023
Lagere inschrijving, fors lager dan geraamd. Project is gereed en opgeleverd. Besluit: Krediet met € 75.544 verlagen en krediet afsluiten.
€ 4.336 23 Riolering Luiten Ambachtstraat 8 t/m 18
Begroot bedrag te laag ingeschat. Besluit: Krediet met € 742 verhogen en krediet afsluiten. Project is gereed.
€ 10.000 23 Relinen rioolleidingen Dombosch
I.v.m. grote afvoer van een van de aanliggende bedrijven zijn aanvullende maatregelen noodzakelijk geweest om de werkzaamheden uit te kunnen voeren.
Besluit: Krediet met € 10.000 verhogen en project afsluiten.
2.6 Afwijkingen reguliere taken In onderstaande tabel worden de belangrijkste afwijkingen op de meerjarenbegroting 2024-2027 toegelicht. In beginsel worden afwijkingen toegelicht wanneer het bedrag groter is dan € 25.000. Indien er sprake is van afwijkingen lager dan € 25.000 maar van politiek bestuurlijke importantie worden deze afwijkingen eveneens toegelicht. Afwijkingen lager dan € 25.000, zuiver administratieve mutaties of budgettair neutrale mutaties, zijn wel opgenomen in de begrotingswijziging. Omschrijving
V/N
2024
V/N
2025
V/N
2026
V/N
2027
VTH taken: Omgevingsdienst Midden- en West Brabant Dit budget betreft de inzet vanuit de OMWB. Voor het werkprogramma 2024 wordt incidenteel €30.034 toegevoegd.
N
30.000
V
0
V
0
V
0
Saldo van de opgavemutaties > 25.000
N
30.000
V
0
V
0
V
0
Saldo van de opgavemutaties < 25.000
N
75.000
N
100.000
N
100.000
N
100.000
Totaal Saldo van de opgavemutaties
N
105.000
N
100.000
N
100.000
N
100.000
Programma 3 Opgave Mens en Zorg 3.1 Ontwikkelingen 3.1 Ambitie en strategie 3.1.1 Ambitie Onze gemeente kent een goed sociaal beleid. Daarbij stellen we de volwaardige deelname van inwoners aan de samenleving centraal. De gemeente ondersteunt op momenten in het leven dat die deelname moeilijk wordt of niet op eigen kracht mogelijk is. De toenemende problematiek in de samenleving en de oplopende kosten in het sociaal domein zijn een grote zorg. De schaarste op de arbeidsmarkt maakt meer professionele inzet ook steeds lastiger. Het spanningsveld tussen het niveau van voorzieningen en de beschikbare budgetten maakt het noodzakelijk dat we duidelijke keuzes maken. In die keuzes laten we ons leiden door de maatschappelijke vraagstukken die we in onze gemeente zien, de rol(len) die we daarin als gemeente hebben of beogen, en de financiële en organisatorische kaders die ons daarin begrenzen. Verschillende bronnen geven ons zicht op de maatschappelijke vraagstukken die extra aandacht vragen. De ontwikkelingen die al genoemd zijn in het beleidskader sociaal domein zetten door en worden steeds meer voelbaar in de lokale samenleving, de gemeentelijke organisatie en de financiële huishouding.
De demografische veranderingen zoals toename van het aantal ouderen en ouderen met dementie, het aantal eenpersoonshuishoudens en het aantal inwoners met een migratie-achtergrond zorgen voor een snelle toename van de diversiteit in de samenleving. Een diversiteit die meer flexibiliteit en inzet vraagt van inwoners, organisaties en de gemeente. Dit geeft extra druk op een samenleving die toch al onder hoogspanning staat. We zien dit bijvoorbeeld terug in de toenemende inzet van jeugdhulp en de aanspraak op WMO-voorzieningen, maar ook in reacties op onze berichtgeving op social media. De afgelopen jaren is de financiële druk bij inwoners meer voelbaar en zichtbaar
31
geworden. Financiële zelfredzaamheid en bestaanszekerheid vraagt nadrukkelijk aandacht in het sociaal beleid. De rol en mogelijkheden van de gemeente bij het oplossen van al deze vraagstukken zijn beperkt. In de kern voert de gemeente een wettelijke taak uit die vooral een garantie biedt op de basisvoorwaarden om mee te kunnen doen in de samenleving. Daarnaast heeft ze vooral een faciliterende en verbindende functie richting de samenleving. Problemen voorkomen, er mee omgaan, ze klein houden of snel oplossen moet gebeuren in en door de samenleving zelf, in een effectief samenspel tussen de inwoner en zijn of haar informele en formele netwerk. Een groot deel van de opdracht ligt dan ook bij de samenleving als geheel. Een opdracht om de weerbaarheid te vergroten, oog te hebben voor elkaar en het initiatief dat in de samenleving aanwezig is te waarderen, te stimuleren en te faciliteren. Deze samenleving is onze gemeente als geheel, maar wordt ervaren in het eigen dorp, buurt, of vereniging.. Vandaar dat deze opdracht samengaat met extra aandacht voor sociale cohesie en wijkgericht werken. Ook voor de gemeente loopt de financiële druk op. Met name de toenemende, hoge, kosten voor jeugdhulp en WMO-voorzieningen baart ons steeds meer zorgen. De gemeente scoort daarmee té hoog op de landelijke lijsten.
Dat is slecht nieuws voor de betreffende inwoners en hun omgeving, maar ook voor alle andere inwoners, omdat er steeds minder middelen overblijven voor andere onderwerpen die ook aandacht nodig hebben en verdienen. De toenemende inflatie en de herziening van het gemeentefonds maken dat we niet anders kunnen dan ook in het grote budget van dit programma gericht te sturen op een effectievere inzet van minder middelen. Dit betekent dat we de beweging naar voren moeten versterken, en terughoudender moeten zijn in het vertrekken van individuele voorzieningen. Vroeger signaleren, breder kijken, vraagstukken eerder oppakken en oplossen, met minder dwang en escalatie. Met meer aandacht voor preventie, maatwerk en integraliteit en een weloverwogen keuze voor, en balans tussen, collectieve, voorliggende, voorzieningen en geïndiceerde zorg en ondersteuning. In het vertrouwen dat het dan ook minder kost. We zetten in op effectieve en preventieve maatregelen. We stimuleren de vitaliteit onder inwoners. Zowel fysiek, mentaal als sociaal. We proberen met partners schulden te voorkomen en we investeren extra in het perspectief voor jongeren en hun stap naar volwaardige deelname én bijdrage aan de samenleving. Er ligt dus een flinke opgave die we alleen samen, mét inwoners en partners, op kunnen pakken.
Het algemene uitgangspunt van de opgave Mens en Zorg is daarom: Iedereen in de gemeente Geertruidenberg doet naar vermogen mee, en draagt naar vermogen bij. We kijken naar elkaar om en voelen ons verbonden. 3.1.2 Strategische doelstellingen Binnen de opgave Mens & Zorg zijn strategische doelstellingen geformuleerd waarlangs we de opgave gaan realiseren. Deze doelstellingen zijn gericht op inwoners, de gemeenschap (buurten, verenigingen), professionele organisaties en de gemeente zelf. 1. Inwoners zijn en blijven vitaal Alle inwoners nemen verantwoordelijkheid én initiatief om fysiek, mentaal en sociaal, gezond en fit te blijven, zich te blijven ontwikkelen, weerbaar te zijn en er te zijn voor een ander. 2. Inwoners zijn (financieel) zelfredzamer Inwoners zijn weerbaarder tegen (financiële) risico’s en veranderingen. Zij worden hierin beter ondersteund met signalering, informatie en begeleiding door betrokken organisaties 32
3. Meer sociale cohesie in de lokale samenleving De kernen van de gemeente Geertruidenberg zijn sociale, toegankelijke, veilige en initiatiefrijke gemeenschappen van inwoners en informele en formele organisaties waar iedereen bij hoort en gezien wordt. 4. Eerder erbij en een gezamenlijke en integrale aanpak Professionele expertise wordt effectief en doelmatig ingezet ín én met de leefwereld van inwoners: vroegtijdig, zo kort als nodig, gericht op (eigen) regie, netwerkversterking en integrale ondersteuning. 5. Houdbare basisondersteuning In dialoog met de samenleving worden beschikbare middelen ingezet, passend bij de ambitie, visie, positie en verantwoordelijkheid van de gemeente, aansluitend op de haalbaarheid bij aanbieders. Kortom: meer WIJ-k, meer weten, minder zorgen 3.1.3 Maatschappelijke effecten Dat we deze doelstellingen behalen gaat blijken uit maatschappelijke effecten die op moeten treden in de samenleving. Daarop richten zich dan ook de (extra) inspanningen die we de komende jaren gaan doen. Aan de maatschappelijke effecten worden bij de verdere uitwerking passende beleidsindicatoren gekoppeld. Inwoners zijn en blijven vitaal Alle inwoners nemen verantwoordelijkheid én initiatief om fysiek, mentaal en sociaal, gezond en fit te blijven, zich te blijven ontwikkelen, weerbaar te zijn en er te zijn voor een ander.
Ze anticiperen op te verwachten volgende levensfasen, en op onverwachte levensgebeurtenissen. Leiden een bewust en verantwoordelijk leven. Ze hebben zorg voor hun fysieke, mentale en sociale vitaliteit, en bieden die ook aan een ander. De doelen en activiteiten gaan over bewegen, actief zijn, uitnodigend, liefdevol en openstaan. Inwoners voorbereiden en bewustmaken van huidige en volgende levensfasen. Pro-actief inzetten op bewustwording, o.a. als Dementievriendelijke gemeente. Ook bij inwoners die desondanks afhankelijk zijn of worden van zorg en niet in staat zijn om zelf, zonder begeleiding, zelfredzaam te zijn wordt ernaar gestreefd (waar mogelijk) toe te geleiden naar zelfredzaamheid en het lerend vermogen en talenten van personen te blijven benutten. Te behalen maatschappelijke effecten zijn met name: 1. Inwoners leven bewuster gezond 2. Inwoners zijn actief en voelen zich mentaal gezond 3. Inwoners participeren zo vroeg en lang mogelijk 4. Inwoners anticiperen op volgende levensfases Inwoners zijn (financieel) zelfredzamer Inwoners zijn weerbaarder tegen (financiële) risico’s en veranderingen. Zij worden hierin beter ondersteund met signalering, informatie en begeleiding door betrokken organisaties.
33
Dit is heel actueel. De bestaanszekerheid staat voor een steeds grotere groep inwoners onder druk. Er is expliciet aandacht nodig op bestuurlijk en strategisch niveau. Inspanningen richten zich onder meer op kansengelijkheid voor kinderen, armoedebestrijding, integrale schuldhulpverlening, de inzet van budgetcoaches en de ontwikkeling van een structureel vangnet. De beheersing van de Nederlandse taal en de omgang met digitale media is een essentiële basisvoorwaarde voor participatie en zelfredzaamheid en krijgt ook extra aandacht. Te behalen maatschappelijke effecten zijn met name: 1. Inwoners participeren zo vroeg en lang mogelijk 2. Inwoners melden eerder het (mogelijk) ontstaan van problematische schulden 3. Maatschappelijk partners leveren een actievere bijdrage aan vroegsignalering Meer sociale cohesie in de lokale samenleving De kernen van de gemeente Geertruidenberg zijn gastvrije, toegankelijke, veilige en initiatiefrijke gemeenschappen van inwoners en informele en formele organisaties waar iedereen erbij hoort en gezien wordt. Inspanningen richten zich met name op de dialoog met inwoners en partners, het stimuleren maatschappelijke initiatieven. De bewustwording rondom de inzet van het sociaal netwerk, initiëren van zorg in de wijk en het stimuleren vrijwilligerswerk/ vrijwillige inzet.
Zicht op de benodigde sociale infrastructuur als het gaat om ontmoeten en activiteiten. Maatschappelijke effecten zijn : 1. Inwoners participeren zo vroeg en lang mogelijk 2. Maatschappelijke initiatieven krijgen hun waarde 3. Inwoners leveren een maatschappelijke bijdrage 4. Maatschappelijk partners leveren een actievere bijdrage aan vroegsignalering Eerder erbij en een gezamenlijke en integrale aanpak Professionele expertise wordt effectief en doelmatig ingezet ín én met de leefwereld van inwoners: vroegtijdig, zo kort als nodig, gericht op (eigen)regie, netwerkversterking en integrale ondersteuning. Meer aandacht voor (dreigende) financiële problemen en laaggeletterdheid. Laagdrempelige ondersteuning in de wijk. Toegangsloketten voor vrij toegankelijk zorg zijn bekend en goed bereikbaar. Meenemen van maatschappelijke partners in missie en visie. Kwetsbare inwoners eerder in beeld krijgen. Maatschappelijke effecten zijn : 1. Inwoners melden eerder het (mogelijk) ontstaan van problematische schulden 2. Maatschappelijk partners leveren een actievere bijdrage aan vroegsignalering 3. De gemeentelijke toegang is laagdrempelig en gericht op zelfredzaamheid 4.
Gelijke kansen voor kinderen en jongeren om talenten te ontwikkelen Houdbare basisondersteuning In dialoog met de samenleving worden beschikbare middelen ingezet, passend bij de ambitie, visie, positie en verantwoordelijkheid van de gemeente, aansluitend op de haalbaarheid bij aanbieders. Iedere inwoner met een vraag is geholpen met een goed en snel antwoord waar hij of zij mee verder kan. Als die vraag niet in de eigen omgeving beantwoord kan worden is het belangrijk dat inwoners 34
direct met hun vraag bij een professional terecht kunnen en gelijk het goede, brede, gesprek kunnen voeren. En, indien er naast de eigen inzet en die van het persoonlijke netwerk, ondersteuning vanuit de gemeente nodig is, deze snel, makkelijk en op maat beschikbaar komt. Dit betekent dat zowel de wijze van het toekennen van ondersteuning als de aard van de ondersteuning zelf meer toegespitst kunnen worden op de behoeften/vraag van de inwoner. Inspanningen zijn onder meer gericht op het ontwikkelen van de basisondersteuning, het her-inrichten van Welzijn en doorontwikkeling loket (W)WIZ/wijkteam/CJG. 1. Maatschappelijke initiatieven krijgen hun waarde 2. De gemeentelijke toegang is laagdrempelig en gericht op zelfredzaamheid 3. Gebruik van voorzieningen is gebaseerd maatwerk 3.1.4 Afbakening Dit programmaplan richt zich op uitvoering van de opgave Mens en Zorg en de ontwikkelingen die daarvoor nodig zijn. Dit betreft de uitvoering van een aantal specifieke projecten én ontwikkelingen binnen reguliere taken. De uitvoering van de reguliere taken zelf valt niet binnen het kader van dit programma, maar wordt aangestuurd vanuit de lijn (clustermanagement). 3.2 Aanpak 3.2.1 Programmalijnen In overleg met bestuurlijk opdrachtgevers zijn de volgende speerpunten bepaald die als programmalijnen worden ingevuld: Programmalijn
Bijdrage strategische doelen
1.Bewust (samen)leven
Inwoners zijn & blijven vitaal. Meer sociale cohesie.
2.Werken met talent
Inwoners zijn (financieel) zelfredzamer. Houdbaarheid basisondersteuning.
3.Gelukkig opgroeien
4.Financieel zelfredzaam
Realisatie voortgang
Realisatie financiën
Eerder erbij en een gezamenlijke en integrale aanpak. Houdbaarheid basisondersteuning. Inwoners zijn (financieel) zelfredzamer. Eerder erbij en een gezamenlijke en integrale aanpak.
5.Vrije inloop
Eerder erbij en een gezamenlijke en integrale aanpak. Houdbaarheid basisondersteuning.
6.Ondersteunend
Ontwikkeling nieuw subsidiebeleid 2025. Ontwikkeling wijkgericht werken (i.a.m. programma leefbaarheid). Realisatie Monitor Mens en Zorg.
De activiteiten in de verschillende programmalijnen zijn goed op gang gekomen. In het eerste kwartaal is juist ook de verbinding tussen de lijnen nadrukkelijker gezocht en focus en prioriteit aangebracht binnen het programma. En daarmee ook in de concrete planning voor 2024. Dit heeft ertoe geleid dat er veel prioriteit wordt gegeven aan het project Omgekeerd werken (Vrije inloop), implementatie stevig lokaal team (programmalijn 3) en de realisatie van de MFA Hooipolder en het bijbehorende participatietraject. De realisatie van het nieuwe subsidiebeleid en de monitor Mens en Zorg heeft vertraging opgelopen. Hierop wordt geanticipeerd met extra inzet waarvoor extra middelen worden gevraagd. Samen geeft dit 6 programmalijnen
35
Binnen iedere programmalijn worden in het volgende hoofdstuk resultaten, activiteiten en middelen gedefinieerd. Per resultaat wordt aangeven of er een organische of projectmatige aanpak wordt gevolgd. Aanpak Het programma is opgebouwd langs 5 inhoudelijke programmalijnen en 1 ondersteunende programmalijn In dit hoofdstuk wordt iedere programmalijn inhoudelijke toegelicht en wordt de te volgen aanpak uitgewerkt in activiteiten. Ook is aangegeven wanneer welk resultaat verwacht wordt in de komende jaren. Voor de komende vier jaar worden de doelen, inspanningen en resultaten weergegeven. Waar nodig worden de aannames uit de strategie hier verder geconcretiseerd. Ook de samenhang tussen de doelen (bijvoorbeeld de onderlinge strijdigheden, raakvlakken of overlappingen) krijgen aandacht. In de uitvoering en de bepaling van de benodigde middelen is de rol van gemeente in de verschillende activiteiten van belang. De rollen die we onderscheiden zijn: Regisseur, facilitator, uitvoerder, verbinder, financier.
Programmalijn 1 : Bewust (samen)leven Strategische doelen / Operationele doelstellingen Inwoners zijn & blijven vitaal Meer sociale cohesie Gezondheidsachterstanden/ verkleinen gezondheidsverschillen Toegenomen deelname aan georganiseerde activiteiten Meer initiatief vanuit inwoners Meer vrijwilligers in informele netwerken De programmalijn focust zich op het versterken van de weerbaarheid en het zelfoplossend vermogen van inwoners. Enerzijds door gezonder te leven en, waar mogelijk, tijdig te anticiperen op levensgebeurtenissen. Anderzijds door het stimuleren van “meer omkijken naar elkaar”. Het creëren van een klimaat waarin vragen makkelijker op tafel komen, we ervaringen delen en waar nodig de weg wijzen. We zetten daarbij in op een brede aanpak die gericht is op de risico’s factoren voor het ontstaan van gezondheidsachterstanden waaronder financiële druk, laaggeletterdheid (onderwijs, scholing), overgewicht, eenzaamheid, overbelasting door mantelzorg en het voorzieningenniveau in de wijk. Actief (kunnen) zijn in de gemeenschap is een belangrijke succesfactor. We stimuleren daarom activiteiten van en tussen inwoners. We zorgen dat inwoners (meer) worden uitgedaagd om te bewegen en kiezen voor gezonde opties. We verbeteren de mogelijkheden voor inwoners om elkaar laagdrempelig te ontmoeten, te ontspannen en elkaar te helpen.
We vergroten de sociale cohesie door de sociale basis te versterken. Onder de sociale basis wordt verstaan: vrij toegankelijke formele en informele activiteiten en voorzieningen gericht op het elkaar ontmoeten en ondersteunen, ontplooien en ontspannen die zorgen dat mensen kunnen samenleven en meedoen. Dit vraagt aandacht voor wijkgericht werken (oriëntatie op de 4 wijken Geertruidenberg, Raamsdonk en Raamsdonksveer –Noord en –Zuid ) en om de functie van het verenigingsleven hierin te erkennen, te stimuleren en te waarderen, zoals beschreven staat in het Actief-Akkoord. De inrichting en vormgeving van een wijk heeft invloed op de gezondheid en leefstijl van bewoners. Het bepaalt mede in hoeverre mensen bewegen, elkaar ontmoeten en activiteiten kunnen ondernemen. Gezien de vergrijzing en klimaatverandering is dit nog belangrijker geworden. Om
36
gezondheidsachterstanden te verkleinen, is het daarom essentieel dat wij (de gemeente) de fysieke omgeving zo inrichten dat het gezond en actief leven bevorderd. Dit wordt daarom een onderdeel zijn van het uitvoeringsplan/ project ‘actief gezond in Geertruidenberg’. We zetten in op de doorontwikkeling van buurtsport, zodat we de gezondheidsverschillen kunnen verkleinen. We willen sport en cultuur inzetten als preventief middel zowel voor de fysieke als de sociale component.. We zetten in op de doorontwikkeling van buurtsport, en willen we sport inzetten als preventief middel zowel voor de fysieke als de sociale component. In het eerste deel zijn een aantal concrete resultaten behaald die direct bijdragen aan de doelstelling. Er zijn nieuwe afspraken gemaakt over de inzet en doorontwikkeling van Buurtsport. Sport Service Noord-Brabant is daarnaast gestart met het project Valpreventie. Met de lancering van Welzijn op Recept dragen we bij aan sociaal maatschappelijke oplossingen voor hulpvragen van inwoners in plaats van medische. Met de start van de website Geertruidenbergvoorelkaar.nl is een online marktplaats gerealiseerd voor vrijwilligerswerk en vrijwillige inzet. We bevorderen hiermee de maatschappelijke bijdrage en participatie van inwoners. De website is gelanceerd tijdens de feestelijke en drukbezochte dag van de vrijwilliger.
Programmalijn 2 : Werken met talent Strategische doelen / Operationele doelstellingen Inwoners zijn (financieel) zelfredzamer Houdbaarheid basisondersteuning Alle inwoners hebben, ongeacht hun verdiencapaciteit, de mogelijkheid voor een zinvolle daginvulling Meer inwoners maken gebruik van, een ruimer aanbod van, vrij toegankelijke dagbesteding Lokale organisaties en bedrijven bieden meer werkervaringsplekken (plekken van ontmoeting en diversiteit) Er is een fysieke locatie in de gemeente waar de verbinding WMO-participatie duurzaam is gelegd en waar verschillende vormen van participeren samenkomen en elkaar aanvullen en stimuleren. De weg naar participatie in onze gemeente is versnipperd en daardoor onvoldoende effectief. Het gevolg hiervan is dat de kosten hoog zijn en er, veelal individuele, voorzieningen worden beschikt die niet voldoende effectief zijn. Dit leidt ertoe dat de talenten van inwoners onvoldoende worden aangesproken en zij daardoor minder in staat zijn om zich te ontwikkelen, een zinvolle bijdrage te leveren aan de samenleving en/of te voorzien in een eigen inkomen. De waarborg voor participatie vraagt expliciete aandacht op bestuurlijk en strategisch niveau. We leggen een stevigere verbinding tussen de WMO (begeleiding), participatie en inburgering waardoor een brede participatie en effectievere integratie plaatsvindt.
Een bredere of veelzijdigere participatie op terreinen die bijdragen aan de persoonlijke ontwikkeling, het welzijn van anderen of maatschappelijke doelen gaat samen met een hoger individueel welzijn en andersom. Het uitgangspunt daarbij is dat je altijd iets zinvols kunt doen in de gemeente en dat je dat vooral samen doet met anderen op een toffe plek. Je groeit daarvan als persoon, zet stappen op de participatieladder en levert een maatschappelijke bijdrage. We verleggen de focus op (standaard) individuele begeleidingstrajecten naar de verbreding van het aanbod voor vrij –toegankelijke (lokale) dagbesteding/ werkervaringsplekken, vooral door groepen op verschillende “treden” te mixen zodat inwoners voor elkaar van meerwaarde kunnen zijn. De beheersing van de Nederlandse taal en de omgang met digitale media is een essentiële basisvoorwaarde voor participatie en zelfredzaamheid. Inwoners die laaggeletterd zijn kunnen niet volwaardig deelnemen aan de samenleving; door de digitalisering e.d. wordt de afstand voor hen
37
alleen maar groter en bestaat op termijn een risico op het ontstaan van problemen. We zetten daar extra op in, ook voor de doelgroep NT2. (Nederlands als 2e taal) Het vraagt een diepgaander onderzoek naar de huidige situatie en behoeften om beter te begrijpen wat inwoners nu weerhoudt om te participeren en wat daarvoor nodig is. Dit kan leiden tot een verdere doorontwikkeling van de dienstverlening van MidZuid, en tot het beschikbaar komen van nieuwe initiatieven. Het project “op pad” heeft tot doel een concrete plek te realiseren die tevens als voorbeeld kan dienen. De afgelopen periode is vooral gebruikt om de bestaande regelingen op het gebied van inkomen en participatie tegen het licht te houden en te actualiseren naar aanleiding van veranderende wetgeving. Hierbij wordt ook gekeken naar de doelmatigheid van de regelingen. Voor wat betreft de ontwikkeling wordt nu gefocust op het realiseren van laagdrempelige ontmoetingspunten en vrij toegankelijke dagbesteding. We combineren dit met de ontwikkeling van de MFA Hooipolder en bereiden daarvoor een bredere inzet van de Schelf voor.
Programmalijn 3: Gelukkig opgroeien Strategische doelen / Operationele doelstellingen • Eerder erbij en een gezamenlijke en integrale aanpak • Houdbaarheid basisondersteuning • Vermindering inzet jeugdhulp (in verhouding tot andere gemeenten) • Minder kinderen (onder de 18 jaar) die middelen of alcohol gebruiken • Minder kinderen en jongeren voelen zich eenzaam • Meer positieve berichtgeving van opgroeien in gemeente Geertruidenberg • Periodieke gesprekken voor input van jongeren zelf Jongeren in gemeente Geertruidenberg liggen onder een vergrootglas. Dat heeft meerdere oorzaken: door het hoge percentage van jongeren die jeugdhulp krijgen, de cijfers over alcoholgebruik onder jongeren en cijfers over de (zware) mentale problemen bij de jeugd, zorgen voor een negatief beeld. Daarnaast staat de jeugd op afstand, en is het voor beleidsmakers lastig om erachter te komen wat jongeren zelf willen. Bovendien is het beeld dat veel jongeren over het leven hebben –mede ontstaan door sociale media, niet realistisch en staat de mentale gezondheid van steeds meer jongeren onder druk. Door de Coronacrisis is dit nog versterkt. Dit versterkt elkaar, de beeldvorming wordt niet beter en de kosten voor de jeugdhulp blijven stijgen.
Middels deze programmalijn willen we een trendbreuk forceren in zowel de beeldvorming, de omgang met jongeren én willen we –waar dat kan- jongeren vroegtijdig helpen, om grotere problemen te voorkomen en/ of te verminderen. Wanneer we kijken naar de jeugd dan willen we dat iedere jongere, ongeacht afkomst, kwetsbaarheid of beperking, op de eigen manier in de samenleving kan floreren en zich kan ontwikkelen tot die veerkrachtige zelfredzame volwassene. Hierin spelen talentontwikkeling en kansengelijkheid een grote rol. We willen voorkomen dat jeugd in de knel komt, en al eerder inspelen op signalen. We hebben leuke jeugd en hebben als samenleving een verantwoordelijkheid om hen positief te benaderen, in staat te stellen om hun talenten te ontwikkelen en hun plek in de samenleving in te nemen. Dat begint met jongeren serieus te nemen en hen echt te zien en te ontmoeten. Je bent zoals je bent, en dat is oké. Dat vraagt om een samenleving die jongeren uitdaagt en kansen biedt zich optimaal doorlopend te ontwikkelen en ook om een samenhangend en sluitend vangnet voor die keren dat het door omstandigheden niet lukt. Waarbij het normaliseren van een mindere periode belangrijk is, en er 38
enkel professionele hulp wordt ingezet als dit nodig is. Of juist vasthoudend wordt gehandeld als er sprake is van generatie-problematiek. Op dit moment is het huidige beleid nog te versnipperd en onvoldoende afgestemd om dit te realiseren. Doelstelling is om tot een integrale aanpak te komen die de geschetste samenleving mogelijk maakt. Er wordt extra inzet gepleegd op de gelijke kansen voor kinderen en jongeren. We doen dit vooral ook samen met kinderen, jongeren en hun ouders/verzorgers. De dialoog met jongeren krijgt extra aandacht. We zetten in op jongerenparticipatie en de inzet van ervaringsdeskundigheid. In 2023 stelt het college het uitvoeringskader jeugd vast, waarin integraal gekeken wordt naar opgroeiende jongeren in onze gemeente. Onderdeel van dit uitvoeringskader is dat er in 2024 een onderzoek wordt gedaan naar of en zo ja hoe het voorliggend veld binnen het jeugddomein versterkt kan worden, rekening houdend met de opstart van projecten zoals Opgroeien in een Kansrijke Omgeving en de doorontwikkeling van het jongerenwerk en buurtsportcoaches.” Het onderwijs vervult, als 2e leefomgeving van kinderen, een belangrijke rol in het leven van kinderen en jongeren. We investeren extra in de samenwerking met onderwijs, met name gericht op het voorkomen of terugdringen van onderwijsachterstanden.
Daarnaast zetten we in op versterking en verbreding van de maatschappelijke functie van, met name basisscholen, in hun directe omgeving. We werken aan een nieuw regionaal jeugdstelsel dat de oplopende inzet van jeugdzorg moet remmen door te zorgen dat ondersteuning eerder, lichter en makkelijker beschikbaar is én inwoners en professionals beter accepteren dat hobbels bij het leven horen. Dit vraagt een grote lokale inzet die zich richt op preventie en interne ontschotting waardoor duurzamere oplossingen worden gecreëerd. De deelname aan het landelijk project “OKO” (Opgroeien in een kansrijke omgeving) gaat helpen om dit effectief te doen. Het centrum voor jeugd en gezin (CJG) , dat de gemeente Geertruidenberg deelt met Drimmelen, vervult een belangrijke functie in het jeugdlandschap en is, daarmee, zelf ook onderwerp van verandering. Er ligt een nadrukkelijke opdracht om meer in de leefwereld van kinderen, jongeren en hun ouders aanwezig te zijn en breder aan te sluiten op de onderliggende vragen én mogelijkheden van het gezinssysteem en hun informele en formele netwerk. Met de uitvoering van al deze maatregelen verwachten we de komende jaren een inverdieneffect op de inzet van jeugdhulp. Een veilige thuisbasis en leefomgeving is cruciaal voor het gelukkig opgroeien van kinderen en jongeren. We investeren in de sociale veiligheid voor en rond kinderen.
Dit doen we onder meer door eerder te signaleren en de weerbaarheid van jongeren te versterken. Er zijn veel lokale en regionale ontwikkelingen op deze uitgebreide programmalijn. Inmiddels is gestart met het project Opgroeien in een Kansrijke Omgeving (OKO). Er komt specifieke data beschikbaar en partners worden geïnteresseerd om in het project te participeren. Dit als opmaat naar een eerste grote netwerkbijeenkomst die voor de zomer plaatsvindt. De uitkomsten van het rekenkameronderzoek naar jongeren en middelengebruik ondersteunt de inzet van OKO. De regionale samenwerking in de jeugdregio WBO ontwikkelde zich de afgelopen periode moeizaam. Het blijkt regelmatig lastig om elkaar met 5 gemeenten goed te vinden en stakeholders goed mee te nemen in de realisatie van de regiovisie en het strategie. Er is inmiddels bestuurlijk en ambtelijk intensief in elkaar geïnvesteerd. De verwachting is dat de nieuwe afspraken die hierbij gemaakt zijn de basis voor samenwerking hebben versterkt. Er is een onderzoek geweest naar de invulling en start van het stevig lokaal team per 1-1-2025. Het voorstel daarvoor wordt op korte termijn voorgelegd aan het college en raad. Onderdeel daarvan is de versterking van de sociale basis. Dit
39
sluit goed aan op de nieuwe meerjarige educatieve agenda waaraan met het onderwijsveld invulling wordt gegeven. Het project jongerenparticipatie is vanwege capaciteitsgebrek nog niet gestart. Inmiddels is extra capaciteit aangetrokken en kan de projectaanpak worden voorbereid. Veel activiteiten doen we samen met de gemeente Drimmelen waarmee we een bredere samenwerking in het sociaal domein verkennen. Programmalijn 4: Financieel zelfredzaam Strategische doelen / Operationele doelstellingen Inwoners zijn (financieel) zelfredzamer Eerder erbij en een gezamenlijke en integrale aanpak Inwoners melden zich eerder en vaker (bij welzijn) met vragen over geld en administratie Er ontstaan minder vaak (nieuwe) schulden Inwoners waarderen de dienstverlening van de gemeente We constateren een toenemende financiële druk en onzekerheid bij inwoners. De bestaanszekerheid komt de komende jaren voor een steeds grotere groep inwoners onder druk te staan. De gemeente Geertruidenberg heeft de afgelopen jaren verschillende maatregelen genomen om te ondersteunen bij de bestaanszekerheid als er (te) weinig inkomen in het gezin is om bijvoorbeeld kinderen te laten sporten of om schulden bij inwoners te voorkomen of af te handelen. Er ontbreekt echter al langere tijd een stevige inhoudelijke basis die richting geeft en samenhang biedt voor meer duurzame aanpakken en oplossingen.
Ondertussen vinden er grote landelijke ontwikkelingen plaats qua wetgeving waardoor de urgentie om deze basis te maken ook vanwege externe druk steeds groter wordt. Binnen de programmalijn Financieel zelfredzaam wordt dit kader gecreëerd waarmee zowel invulling wordt gegeven aan de verander(en)de wetgeving als aan de eigen ambitie van de gemeente. Binnen dit kader is aandacht voor kansengelijkheid voor kinderen, armoedebestrijding en integrale schuldhulpverlening. Inspanningen richten zich op:
Bevorderen van het welzijn en de inclusie van mensen in armoede Meer preventie van geldzorgen Het tegengaan van geldzorgen door ervoor te zorgen dat alle kinderen en jongeren, financiële kennis, vaardigheden en competenties ontwikkelen Het voorkomen van (oplopende) schulden door het taboe te doorbreken
Maatschappelijke partners in de omgeving van de inwoners vervullen een belangrijke rol door tijdige signalering van betalingsachterstanden en het geven van informatie. Zodra er sprake is van schulden moet er een efficiënt en eenduidig verloop van de schuldhulpverlening zijn die de druk op de inwoner en zijn of haar omgeving waar mogelijk verkleint. We investeren in de ontwikkeling van integrale schuldhulpverlening, waaronder de inzet van budgetcoaches, en het realiseren van een structureel vangnet. In de eerste maanden van dit jaar heeft het uitvoeringskader Financiële zelfredzaamheid invulling gekregen. Dit is onder andere gebeurd in twee goed bezochte werkbijeenkomsten met maatschappelijk partners. Met de opgehaalde ideeën en het afgegeven commitment wordt het uitvoeringskader nu afgerond en voorgelegd aan de raad als aanloop naar de daadwerkelijke realisatie. In het bijbehorende jaarplan wordt gefocussed op versterking van de vroegsignalering waarvoor extra middelen worden gevraagd in de Turap.
40
Programmalijn 5: Vrije inloop Strategische doelen / Operationele doelstellingen Eerder erbij en een gezamenlijke en integrale aanpak Houdbaarheid basisondersteuning Afname van dure (WMO) hulp Het is er druk, er gebeurt wat Tevreden mensen over de gemeente Partners willen er graag bij horen Huis van de gemeente, 1 gemeenschapshuis Hotspot, fysiek ontmoetingsplekken in iedere wijk. De gemeente Geertruidenberg werkt al een aantal jaren aan een “optimale toegang”. Een plek waar je als inwoner binnenloopt met je vraag en met een goed antwoord of oplossing naar buiten gaat. Ondanks alle aandacht en investeringen die er gedaan zijn zien we een versnipperde, suboptimale werkwijze die gericht is op het inzetten van (veelal geïndiceerde) voorzieningen. Zowel binnen de gemeentelijke organisatie zelf, als in de afstemming met maatschappelijk partners zoals met name welzijn. De beoogde integraliteit en zelfwerkzaamheid die we zowel voor de vraag als het aanbod nastreven wordt met de huidige inrichting niet gerealiseerd. In de landelijke monitors valt Geertruidenberg op door de hoge inzet van (gestapelde) WMO-voorzieningen per inwoner. In de programmalijn “Vrije inloop” gaan we naar een volledig andere inrichting.
Het uitgangspunt is een laagdrempelige inloop (fysiek, maar ook online) waar een inwoner, al dan niet toevallig, binnenloopt en daar in een gastvrije omgeving terecht komt waar hij of zij ongedwongen op zoek kan gaan naar informatie of ondersteuning. Desgewenst deelt de inwoner zijn of haar vraag met een aanwezige medewerker. Als in het gesprek de vraag helderder wordt komt er een kort antwoord, of wordt er een collega bijgehaald die er meer mee kan. Deze medewerkers zijn verbonden aan het wijkteam dat op die plek actief is. De vraag en de eigen mogelijkheden van de inwoner zijn leidend, evenals de mogelijkheden die in de directe omgeving vrij toegankelijk beschikbaar zijn als antwoord op een goed begrepen vraag en behoefte. De inwoners ervaart persoonlijke betrokkenheid van een medewerker die naast hem of haar staat, moeite doet en écht helpt. Om deze situatie te realiseren gaan de verschillende loketten in onze gemeente zich doorontwikkelen naar een lokaal wijkteam. Het wijkteam is aanwezig op een gastvrije plek van ontmoeting en verbinding. Hier is een brede expertise beschikbaar zodat direct met de goede professional het goede gesprek gevoerd kan worden en passende ondersteuning beschikbaar is. In dit wijkteam werken professionals en vrijwilligers van verschillende moederorganisaties, waaronder de gemeente, samen.
Om deze ingrijpende verandering met partners te realiseren worden specifieke projecten ingericht. De doorontwikkeling de gemeentelijke toegang en dienstverlening is een belangrijk speerpunt in het programma Mens en Zorg in het kader van kwaliteit én kostenbeheersing. Het project "Omgekeerd werken" fungeert als hefboom is deze ontwikkeling. Inmiddels is de definitiefase van dit project nagenoeg afgerond en is er een goed inzicht in de huidige werkwijze, in de ambitie die we als gemeente hebben, en wat de veranderopgave is die voorligt. Het project "pilot generalistisch wijkteam" heeft bijgedragen aan de verbinding tussen de gemeentelijke uitvoering en maatschappelijk werk op het gebied van SOZA/Inkomen. Dit project wordt geëvalueerd om de vervolgstappen te bepalen. Er is een sterke relatie met het project "Stevig lokaal team"(programmalijn 3). De komende periode worden de uitkomsten van deze projecten bij elkaar gebracht in een samenhangende implementatiestrategie.
41
Programmalijn 6 : Ondersteunend Strategische doelen / Operationele doelstellingen Meer sociale cohesie Eerder erbij en een gezamenlijke en integrale aanpak Houdbaarheid basisondersteuning Monitor Mens en Zorg beschikbaar begin 2024 Subsidiebeleid 2025 tijdig gerealiseerd en geïmplementeerd Over verschillende programmalijnen heen is er een ontwikkeling op een drietal onderwerpen die vooral ondersteunend zijn aan de vijf inhoudelijke lijnen. Deze onderwerpen zijn: Monitor Mens en Zorg Voor veel strategische doelen en maatschappelijke effecten ontbreekt de (structurele) data om een goede inschatting van de huidige situatie te maken, en dus ook om concrete, specifieke en realistische doelen te stellen. Zeker preventie vraagt meer zicht op kwetsbare inwoners en maatschappelijke vraagstukken en het, continu, in beeld brengen van de resultaten die behaald worden. De komende jaren kunnen we rekenen op veel landelijke middelen die beschikbaar komen voor tal van maatschappelijke vraagstukken. Om deze effectief in te zetten is het noodzakelijk om betere cijfers te krijgen over vraag, aanbod en productie van zorg en ondersteuning. We investeren in de monitoring en effectmeting van onze inspanningen door een passend en relevante monitor Mens en Zorg te ontwikkelen.
Ontwikkeling wijkgericht werken Veel ontwikkelingen in het programma hebben het nodig om dichter bij de leefwereld van inwoners te komen en daar ontmoeting, verbinding en initiatief te laten ontstaan of de ruimte te geven. Hiervoor willen we wijkgericht werken verder ontwikkelen en de vier wijken van onze gemeente (Geertruidenberg, Raamsdonk en Raamsdonksveer Noord- en Zuid) structureler gaan gebruiken als schaal om sociaal-maatschappelijk beleid op te ontwikkelen en uitvoering op te organiseren. Dat geldt ook voor andere programma’s. Vandaar dat hiervoor een integrale aanpak en afstemming met het programma Leefbaarheid is gemaakt. Het programma Leefbaarheid is hierbij in de lead. Subsidiebeleid 2025 Recent heeft een evaluatie van het subsidiebeleid plaatsgevonden als opmaat naar het nieuwe subsidiebeleid dat in 2025 van kracht moet worden. Aangezien de meeste subsidies worden verstrekt binnen het programma Mens en Zorg maakt dit project onderdeel uit van dit programma, ook al is eerder afgesproken dat het subsidiebeleid en daarvoor op te stellen verordening en beleidsregels voor de hele organisatie gelden. Inhoudelijk moet het nieuwe subsidiebeleid zorgen voor meer sturing op maatschappelijke rendement, het extra stimuleren van maatschappelijk initiatief, en het eerlijker en transparanter inzetten van subsidiemiddelen.