Bijlage 1: Startnotitie Achter de Hoeven - incl bijlagen
Tekst van het document
4.4 Water en bodem Het rijksbeleid ‘Water en Bodem Sturend’ (beschreven in de kamerbrief Water en bodem sturend van november 2022) stelt dat het water- en bodemsysteem sturend moet worden voor de ruimtelijke ordening. Er is vanuit dat principe geen reden om op de locatie Achter de Hoeven niet te bouwen, maar er is wel een aantal aandachtspunten van belang: - waterveiligheid (overstroming vanuit de Donge); - wateroverlast (overstroming door extreme buien); - water vasthouden. Voor wat betreft waterveiligheid staat in paragraaf 4.3 Waterkering beschreven waarmee bij de ontwikkeling van het gebied rekening moet worden gehouden. Als het gaat om wateroverlast, water vasthouden en droogte, is het belangrijk om voldoende ruimte te hebben voor het opvangen van water en het vasthouden en infiltreren van regenwater. Ten zuidwesten van het plangebied staat een rioolgemaal (zie afbeelding 7). Dit is in eigendom van het waterschap. Een beschrijving van de leidingen die vanuit dit gemaal weglopen en door het plangebied gaan, staat in paragraaf 4.8 Kabels en leidingen. Het rioolgemaal verwerkt het rioolwater van Geertruidenberg, Dombosch en een gedeelte van Raamsdonksveer en heeft de maximale capaciteit bereikt. Waterschap Brabantse Delta en de gemeente treden nog in overleg over de aanpak van het gemaal.
21
Afbeelding 7: Ligging gemaal waterschap binnen rode cirkel (rood kader: globale begrenzing gebied)
Voorafgaand aan de aanbestedingsprocedure wordt een bodemonderzoek uitgevoerd. Daarmee worden de samenstelling en opbouw van de bodem in het gebied inzichtelijk. Daarnaast zal dit inzicht geven in de grondwaterstand, zodat hier bij verdere planontwikkeling rekening mee kan worden gehouden. Door de ontwikkeling van het gebied neemt het verhard oppervlak toe. Vanuit het beleid van het waterschap is compensatie in de vorm van waterberging dan ook noodzakelijk, omdat de toename van verharding de ondergrens van 500 m 2 ruimschoots zal overstijgen. Hoeveel de toename gaat zijn is op dit moment nog niet te zeggen. Dat is afhankelijk van de verdere uitwerking van het plan. Het is aan de ontwikkelaar(s) om bij planuitwerking dan ook rekening te houden met nieuwe waterberging die voldoet aan de algemene regels van het waterschap.
4.5 Geluid Ten noorden van het plangebied ligt het bedrijventerrein Dombosch. De 50 dB(A) geluidscontour van dit bedrijventerrein loopt over het noordelijk deel van het plangebied (zie afbeelding 3 Verbeelding bestemmingsplan). Woningen dienen in principe buiten deze contour gesitueerd te worden. Indien woningen binnen de contour geprojecteerd worden, zal een hogere waarde verleend moeten worden en/of zijn maatregelen aan de woningen noodzakelijk. De contour ligt op 1,5 meter hoogte, indien hoogbouw aan de noordzijde van het plangebied gerealiseerd zou worden, moet er rekening mee gehouden worden dat de geluidbelasting op grotere bouwhoogte hoger is. In het aanbestedingsdocument wordt dit opgenomen als randvoorwaarde en het uiteindelijke plan zal in de ruimtelijke procedure hierop getoetst worden en voorzien moeten zijn van de juiste maatregelen. Ten zuiden van het plangebied ligt scheepswerf Ruijtenberg. De 50 dB(A) contour van deze scheepswerf ligt ten zuiden van het plangebied. Dit betreft de in 1989 vastgestelde contour.(zie 22
afbeelding 8). In de praktijk is gebleken dat de huidige activiteiten van de scheepswerf soms meer geluid produceren dan volgens de vastgestelde contour is toegestaan. De gemeente is al geruime tijd met de werf in gesprek is om tot een structurele oplossing te komen. De kleinste afstand tussen de werf en de beoogde woningen zoals opgenomen in de gebiedsvisie bedraagt ca. 100 meter. Het is dan ook aannemelijk dat de afstand tussen de werf en de woningen voldoende is om geluidoverlast uit te sluiten.
Afbeelding 8: geluidzone Wet geluidhinder gezoneerd industrieterrein scheepswerf Ruijtenberg (bron; OMWB)
Voor de ontwikkelaar(s) ligt er een verplichting om de haalbaarheid van de voorgestelde ontwikkeling te onderzoeken.
4.6 Bedrijven en milieuzonering Milieuzonering is het aanbrengen van een noodzakelijke ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende en milieugevoelige functies ter bescherming of vergroting van de kwaliteit van de leefomgeving. Milieuzonering beperkt zich in het algemeen tot de milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie: geur, stof, geluid en gevaar. Het aspect geluid is in de vorige paragraaf al behandeld. Ten noorden van het plangebied ligt het bedrijventerrein Dombosch. In het zuidelijke gedeelte van het bedrijventerrein, grenzend aan het gebied Achter de Hoeven, zijn bedrijven tot en met milieucategorie 3.2 toegestaan. Ten noorden van de Ramgatseweg en Zalmweg zijn bedrijven tot en met milieucategorie 4.1 toegestaan. Daarnaast zijn de percelen Brasem 11 en Brasem 44 specifiek bestemd voor de bestaande bedrijven in milieucategorie 4.2 en het perceel Brasem 47 voor het bestaande bedrijf in milieucategorie 4.1. Bestaande bedrijven betekent in dit geval (op basis van het bestemmingsplan) gebruik dat op het tijdstip van het van kracht worden van het bestemmingsplan bestond. Om gemeenten een handreiking te bieden voor het verantwoord inpassen van bedrijvigheid in haar fysieke omgeving, heeft de VNG de publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ (uitgave maart 2009) opgesteld.
In die publicatie is een richtafstandenlijst opgenomen in relatie tot het omgevingstype ‘rustige woonwijk’. Tot dat omgevingstype moet de toekomstige woonbebouwing in Achter de Hoeven gerekend worden.
23
Richtafstandentabel Milieucategorie Richtafstand in meters tot ‘rustige woonwijk’ 1 10 2 30 3.1 50 3.2 100 4.1 200 4.2 300 Vanaf de percelen Brasem 28 tot en met 50 is 100 meter de richtafstand voor de nieuwe woningen vanwege de milieucategorie 3.2. Bekend is dat veel bedrijven aan de zuidkant van de Brasem in feite in een lagere milieucategorie vallen. Getracht wordt om zo veel mogelijk aan de richtafstand te voldoen. Maar wanneer dit niet haalbaar is bij de ontwikkeling is de verwachting dat er geen feitelijke belemmering voor de huidige bedrijven gaat optreden. Van de huidige bedrijven op Brasem 44 en 47 (specifiek bestemd voor 4.2 en 4.1) is bekend dat de ze nu in de categorieën 3.2 respectievelijk 3.1 vallen. Het bestemmingsplan uit 2009 stelt ook dat bij verandering van bedrijfsactiviteiten ten hoogte de beoogde categorie, in dit geval 3.2, is toegestaan. Dat lijkt in dit geval dan ook te zijn gebeurd. Voor deze percelen wordt dan ook verder geen rekening gehouden met de hogere milieucategorieën. Op Brasem 11 is het bedrijf BelNed gevestigd. Vanuit het bestemmingsplan is hier een maatwerk categorie 4.2 opgelegd. De richtafstand van 300 meter kan bij de ontwikkeling van woningen in het gebied niet nageleefd worden. Bij de planologische procedure moet dan ook gemotiveerd worden dat woningbouw binnen de richtafstand acceptabel is.
De geluidscontour van het bedrijventerrein Dombosch is vastgesteld. Daar wordt bij de ontwikkeling zo goed als mogelijk rekening mee gehouden. Geluid is in veel gevallen de maatgevende milieubelastende activiteit die de milieucategorie bepaald, zeker bij de lagere categorieën tot en met 3.2. De vastgestelde geluidzone is daarom voor de meest bedrijven aan de zuidkant van het bedrijventerrein veelal maatgevender dan de richtafstand, omdat die 50 dB contour minder ver reikt dan de richtafstand van 100 meter. Hoewel de verwachting is dat bij de ontwikkeling de woningen op voldoende afstand van de bedrijven gerealiseerd kunnen worden en er dus geen belemmering voor de huidige bedrijven optreedt, zal bij de planologische procedure en tijdens de aanbesteding hier nader naar gekeken moeten worden.
4.7 Externe veiligheid Direct ten noorden van het plangebied, aan de Zalmweg, is een aardgasontvangststation gevestigd. Het Besluit algemene regels inrichtingen milieubeheer is van toepassing. Er geldt een veiligheidsafstand van 15 meter voor kwetsbare objecten, zoals woningen. Gezien de afstand tussen het plangebied en het station, zorgt dit niet voor belemmeringen bij woningbouwontwikkeling. Ten noorden van het gebied loopt ook een hogedruk gasleiding van Gasunie. De risicocontour voor het plaatsgebonden risico is nul meter. Het groepsrisico moet berekend en verantwoord worden binnen de 1%-letaliteitscontour. Die is op basis van de kenmerken van deze buisleiding 240 meter. Als er (beperkt) kwetsbare objecten, zoals woningen, binnen deze contour gebouwd gaan worden, zal een verantwoording van het groepsrisico moeten worden opgesteld. Aangezien de zone 240 meter breed is, is het zeer waarschijnlijk dat het voor de ontwikkeling van Achter de Hoeven nodig zal zijn. Dit zal gebeuren in het kader van de ruimtelijke procedure. Omdat de beoogde woningen op ruime afstand (> 100m) van het gasontvangststation worden gerealiseerd ligt in de lijn der verwachting dat deze verantwoording geen probleem hoeft te zijn.
24
4.8 Kabels en leidingen In de zuidwestelijke hoek van het plangebied staat een antennemast van de Staat, (zie blauwe stip in afbeelding 1). Dit een mast van het C2000 netwerk, het communicatienetwerk voor de hulpdiensten, waaronder politie, brandweer, ambulance en marechaussee. T-Mobile en Vodafone maken ook gebruik van de mast en een stukje grond. Er is vanuit de Staat geen bezwaar tegen als de mast ingepast wordt in nieuwbouwplannen. Voorwaarde is dat er geen hoge bebouwing (>40m) naast of in de directe omgeven komt, en dat de mast 24/7 direct bereikbaar blijft, ook voor zwaar transport. Zoals in paragraaf 4.5 Water en bodem staat beschreven, is er ten zuidwesten van het gebied een gemaal gevestigd. Vanuit dat gemaal lopen twee rioolleidingen door het plangebied, aan de zuid-, oost- en noordoostelijke rand van het gebied. Bij de ontwikkeling van het gebied moet rekening worden gehouden met behoud van een veilige ligging en de continuïteit van deze leidingen . Dit zal niet tot beperkingen voor de woningbouw leiden. Ten zuiden van het gebied loopt een bovengrondse 150 Kv hoogspanningsleiding. Het plangebied ligt buiten de 50 meter brede beschermingszone van deze leiding waardoor deze niet voor belemmeringen zorgt bij de ontwikkeling van woningbouw in het gebied. Overigens wordt de 150 kVhoogspanningsverbinding in de toekomst verwijderd.
Dit gebeurt als de nieuwe ondergrondse kabelverbinding aangesloten is. Het verwijderen van de bovengrondse lijnverbinding staan nu gepland voor circa 2026.
4.9 Overige sectorale aspecten Naast de sectorale aspecten die in de voorgaande paragrafen van dit hoofdstuk behandeld zijn, is er nog een aantal aspecten dat in het kader van de bestemmingsplanprocedure onderzocht moet worden. Daarbij moet onder andere gedacht worden aan: cultuurhistorie, archeologie, geluid (wegverkeer) en luchtkwaliteit. Deze aspecten zijn niet van een dusdanige invloed op het project dat deze in de startnotitie behandeld moeten worden.
25
5. Uitgangspunten en randvoorwaarden 5.1 Doelgroepen, woningtypen, prijsklassen en woningaantal Zoals uit de beschrijving van het provinciale, regionale en gemeentelijke beleid in hoofdstuk 3 blijkt, is de noodzaak tot woningbouw groot. We hebben een grote maatschappelijke opgave te realiseren en er zijn weinig binnenstedelijke locaties beschikbaar waar dit mogelijk is. Het is dan ook noodzakelijk om de locatie Achter de Hoeven voor woningbouw te benutten. Bijkomend voordeel is dat de locatie in eigendom van de gemeente is, waardoor we beter de regie kunnen voeren op de kwaliteit van het te ontwikkelen plan. In de SRBT-Woondeal staan onder andere afspraken over het vergroten van het betaalbaar woningaanbod. Het streven is dat twee-derde van de t/m 2030 nieuw te realiseren woningen betaalbare woningen zijn. De afspraak is dat bij nieuwe plannen 30% in de sociale huur en 40% in middeldure huurwoningen en/of betaalbare koopwoningen wordt gerealiseerd. Gemeenten die meer sociale huurwoningen in hun bestaande woonvoorraad hebben dan 30%, houden dit aandeel vast. Binnen gemeente Geertruidenberg is het aandeel sociale huurwoningen circa 31,3%. Doelgroepen en woningentypen Voor het bepalen van de doelgroepen waarvoor woningbouw nodig is, zijn verschillende bronnen geraadpleegd.
Hieruit komen de volgende adviezen en aandachtspunten naar voren: - De trends als afnemende huishoudensgrootte en toename alleenstaanden zullen (net als in de afgelopen jaren al het geval was) blijven bijdragen aan de groei van het aantal één- en tweepersoonshuishoudens. Ook dient er rekening te worden gehouden met veranderende woonvoorkeuren. - Voor nieuwbouw is het van belang dat we een onderscheidend aanbod creëren en er ontstaat voor de toekomst een aanzienlijke vraag naar appartementen in koop- én huursector. De insteek is dat er een gedifferentieerd woningbouwprogramma wordt gerealiseerd. Senioren, starters en 1 tot 2 persoonshuishoudens zijn belangrijke doelgroepen waar de woningvoorraad nog onvoldoende mogelijkheden voor biedt. Dit zijn dan ook doelgroepen waar ruimte voor moet zijn, zowel in de vorm van koopwoningen als in de vorm van huurwoningen. Daar hangt niet één specifiek woningtype aan vast. Eén van de criteria uit de woonvisie is flexibel bouwen bij nieuwbouw. Daarmee kunnen woningen op een later tijdstip geschikt gemaakt worden voor een andere doelgroep. Dit sluit goed aan op de visie om voor diverse doelgroepen woningen te realiseren. Flexibel bouwen willen we toepassen op woningen die zich daar voor lenen, te weten brede varianten van rijwoningen en twee-onder-éénkapwoningen.
Bij smalle woningen en woongebouwen is flexibel bouwen technisch onhaalbaar gebleken en bij vrijstaande woningen is het flexibele bouw niet nodig aangezien het onwenselijk is dat het aantal functionele binnenruimten bij deze woningen wordt teruggebracht. Een ander criterium uit de woonvisie is levensloopbestendig bouwen. Ook dit sluit goed aan op de visie om voor diverse doelgroepen woningen te realiseren. Levensloopbestendige woningen moeten er dan ook in iedere categorie gebouwd worden. Niet alle woningtypen lenen zich daar even goed voor, dus dat hoeft niet in iedere categorie 100% te zijn. Woongebouwen zijn er zeer geschikt voor dus gestapelde woningen moeten allemaal levensloopbestendig zijn. Puur en alleen kijkend naar het woonbeleid en de SRBT-Woondeal zouden we tot de volgende onderverdeling van woningcategorieën komen: 30% sociale huur, 10% middenhuur, 10% goedkope koop, 20% bereikbare koop, 20% middeldure koop en 10% dure koop. Echter, we hebben ook te maken met de karakteristieken van het gebied, de marktomstandigheden met de hoge bouwkosten en verhoogde hypotheekrentes en de overige taakstellingen die de gemeenteraad heeft gesteld, waarvan natuurbehoud en een (zo veel als mogelijk) budgetneutraal programma Donge Oevers de belangrijkste en meest bepalende zijn. Dat maakt dat de gewenste verdeling niet uitvoerbaar is. 26
Goedkope koopwoningen zijn woningen tot een verkoopprijs van € 229.900,-. In de praktijk blijkt het in de huidige marktsituatie nagenoeg onhaalbaar om koopwoningen onder deze prijsgrens te realiseren. Om tot realistische randvoorwaarden te komen waarbinnen het gebied ontwikkeld moet worden, wordt er geen verplichting tot het realiseren van goedkope koopwoningen opgenomen. Wel wordt de wens uitgesproken om deze categorie in het plan te laten landen. Hoogbouw wordt vaak als een oplossing gezien om toch tot grotere woningbouwaantallen te komen, zonder te veel ruimtebeslag. Voor het parkeren is ondergronds of half verdiept een kostbare oplossing die vaak niet haalbaar wordt geacht, zeker voor goedkopere of sociale woningen. Met als gevolg dat het parkeren merendeels op maaiveld plaats vindt. Dus hoe hoger de gestapelde woningen, hoe groter de benodigde ruimte op maaiveld. Dit conflicteert met het zo veel mogelijk in stand houden van het groen. Bovendien zorgen technische eisen (constructie, veiligheid, etc) voor fors hogere bouwkosten als het aantal bouwlagen toeneemt. Gestapelde woonvormen zijn in het plangebied dan ook zeker wenselijk, zowel programmatisch als stedenbouwkundig, maar vragen een zorgvuldige inpassing. Gezocht moet worden naar de juiste balans tussen aantal woningen en ruimte beslag.
De boomgrens als richtlijn voor de beoogde bouwhoogte is voorstelbaar (zie paragraaf 5.2). Praktisch gezien vertaald dit zich naar 4 tot 5 bouwlagen ( ca. 12 tot 15 meter). Samenvattend komen we tot de volgende verdeling van type woningen: - Minimaal 20% in de categorie sociale huur; - Minimaal 20% in de categorie bereikbare koop; - Maximaal 25% in de categorie middeldure koop; - Maximaal 35% in de categorie dure koop. Voor alle vier de woningtypen geldt dat er zowel grondgebonden als gestapelde woningen moeten worden gerealiseerd, om zo voor iedere doelgroep woningen te ontwikkelen. In het vervolgproces, in het kader van de aanbestedingsprocedure, wordt dit nog verder gespecificeerd. Dit geldt ook voor de criteria omtrent flexibel bouwen en levensloopbestendige woningen. Naast de verplichting tot de realisatie van woningen in de bovenstaande categorieën, is er de wens voor goedkope koopwoningen en middenhuur woningen. Ook dit zal in het vervolgproces nader gespecificeerd worden. In de SRBT-Woondeal is afgesproken dat er per gemeente 30% in de sociale huur, 40% in de middeldure huur en/of betaalbare koopwoningen wordt gerealiseerd. De voorgestelde verdeling voor Achter de Hoeven sluit hier niet volledig op aan.
Echter, uitgaande van een bestaande woningvoorraad van circa 9.000 woningen met 31 % sociale huurwoningen en de toevoeging van 180 woningen binnen Achter de Hoeven met 36 sociale huurwoningen, zakt het percentage sociale huur slechts 0,3%. Dus er zal dan nog steeds sprake zijn van ca. 31% sociale huurwoningen binnen onze gemeente. Hiermee wordt aan de belangrijkste voorwaarde uit de SRBT-Woondeal voldaan. Prijsklassen De verkoopprijzen en huurprijzen van de woningen als volgt ingedeeld. - sociale huur tot de liberalisatiegrens van € 808,06 / maand - middenhuur tot € 1.100 huur / maand - goedkope koop tot €229.900,- Bereikbare koop vanaf €229.900,- tot €287.100,- Middeldure koop vanaf €287.100,- tot €342.100,- Dure koop vanaf €342.100,De bovengenoemde prijscategorieën zijn conform het raadsbesluit van 20 april 2023 en de wettelijke bepaalde normen voor sociale- en middenhuur. Het moment van uitgifte van de gronden is nu nog niet bepaald. Indexering van de categorieën vindt jaarlijks plaats door de raad. Voor 2024 is het college gemachtigd deze indexatie door te voeren. De uiteindelijke prijscategorieën worden vastgelegd in de anterieure overeenkomst die met de ontwikkelaar(s) gesloten wordt. Na ondertekening worden deze niet meer geïndexeerd.
Aantal woningen Enerzijds is er de woningbehoefte en de opgave van een (zo veel als mogelijk) budgetneutraal programma Donge Oevers, waardoor er zo veel mogelijk woningen binnen het gebied gerealiseerd 27
zouden moeten worden. Met een oppervlakte van 10 ha kan daarbij gedacht worden aan meer dan 200 woningen, zonder dat er sprake is van een heel hoge woningdichtheid. De dichtheid zou dan uit kunnen komen op 20 woningen per hectare, terwijl een moderne grondgebonden nieuwbouwwijk rekening moet houden met dichtheden tussen de 30 en 35 woningen per hectare. Anderzijds is er de opdracht om zo veel mogelijk natuur te behouden. Het uitgangspunt moet zijn om goed te kijken naar wat passend is binnen het gebied en daarbinnen het maximaal haalbare te plaatsen, passend in de omgeving. Daarop wordt ingegaan in paragraaf 5.2 Stedenbouwkundige inpassing en ruimtelijke structuur. Het maximaal aantal dat geschikt wordt geacht voor Achter de Hoeven is 180 woningen. Omdat de locatie ook een substantiële bijdrage moet leveren aan onze woningbouwopgave stellen we ook een minimum vast van 150 woningen. Op deze manier hebben ontwikkelaar(s) en woningbouwcorporaties voldoende marge om creatief met de gevraagde aantallen om te gaan. De overige kaders op alle andere onderwerpen (natuurbehoud, financiën, programmaverdeling, parkeren etc) bieden genoeg houvast voor een goede inrichting van het gebied.
5.2 Gebiedsvisie We willen zorgvuldig omgaan met de bestaande natuurwaarden in het gebied en deze waar mogelijk versterken in samenhang met woningbouw. Vanuit beleid (zie paragraaf 3.5 Groenbeleid) en vanuit de Wet natuurbescherming (zie paragraaf 4.1 Flora en fauna) gelden al bepaalde kaders ter bescherming van natuurwaarden. Hierdoor is de compensatieplicht bij het kappen van bomen geregeld en is de soortenbescherming en gebiedsbescherming op basis van de Wet natuurbescherming bepaald. Daarnaast willen we echter ook goed in beeld hebben wat in zijn algemeenheid de waarde van het gebied is en hoe we deze zouden kunnen behouden en versterken, los van de beleidsmatige en wettelijke bepalingen. Gebiedsvisie door BRO Om inzicht te krijgen in de huidige waarden van het gebied én handvatten voor natuurversterking in samenhang met woningbouw, heeft het adviesbureau BRO een gebiedsvisie opgesteld.6 Deze is als bijlage 5 bij deze startnotitie gevoegd. Hieronder volgt een samenvatting van de bevindingen. Het gebied Achter de Hoeven kan verdeeld worden in hoofdzakelijk vier gebieden, waarbinnen verschillende accenten zijn gelegd. De gebieden zijn (zie afbeelding 9): 1. Boslandschap – lage draagkracht; 2. Functionele zone – hoge draagkracht; 3. Overgangszone – middelhoge draagkracht; 4. Vrijwaringszone – beperkingen voor bouwen.
Vanuit de verkenning van de gebiedswaarden is de draagkracht per gebied bepaald. De draagkracht is bepaald door de aanwezige natuurwaarden van het gebied, de kwetsbaarheid van deze waarden en de ruimte die deze waarden laten voor de ontwikkeling van woningbouw. De draagkracht beschermt de kernkwaliteiten van het gebied, maar geeft ook de ruimte aan nieuwe (ruimtelijke) ontwikkelingen, zoals woningbouw. Er wordt dus optimaal gekeken naar de bestaande natuurwaarden en hoe die beschermd kunnen worden. Als de bestaande natuurwaarden niet groot is, heeft het gebied een hoge draagkracht voor nieuwe functies zoals woningbouw.
6
28
Gebiedsvisie Achter de Hoeven Gemeente Geertruidenberg. BRO, juli 2023.
Afbeelding 9: Draagkracht van het gebied Achter de Hoeven
In het deelgebied ‘Boslandschap’ (1) is het belangrijkste doel het beschermen en versterken van het besloten karakter en de aanwezige natuurwaarden. Door de hoge (potentiële) natuurwaarden is de draagkracht voor de ontwikkeling van woningbouw beperkt en moet er vooral gezocht worden naar activiteiten die in harmonie zijn met de natuurfunctie van dit gebied. Aan de zuidzijde van het gebied bevindt zich een ‘Functionele zone’ (2) met een duidelijke structuur van houtsingels en open velden. Deze zone heeft de grootste draagkracht als het gaat om het omvormen van de huidige situatie naar woningbouw. Er is een grote kwaliteitsslag te behalen door het weghalen van hekwerken en het verbeteren van de doorwaadbaarheid van het gebied. Bij de transformatie kan het groene karakter en de lokale schaal behouden worden door de woningbouw in te passen met behoud van de aanwezige houtsingels. Het is bij de ontwikkeling van deze zone van belang dat de sterke kamerstructuur gewaarborgd is en er ruimte gehouden wordt tussen de nieuwbouw en de woningen langs de Thorbecke Singel die naar het gebied zijn gericht. De ‘Overgangszone’ (3) betreft de zone aan de oostzijde van het plangebied. Voor een deel bestaat dit gebied uit een bos met naaldhout dat beperktere ecologische waarden kent.
De positie naast en relatie met de huidige woonwijk, een goede bereikbaarheid vanuit bestaande wegen en de aanwezige beperkte ecologische waarden maken dat dit gebied een middelhoge draagkracht heeft. Bij de transformatie van dit gebied naar woningbouw is het belangrijk voort te bouwen op de kwaliteiten vanuit het naastgelegen boslandschap. Het deelgebied wordt gekenmerkt door de inpassing van appartementengebouwen die in een bosrijke omgeving staan. Daarmee vindt er geen versnippering van bosareaal plaats door het uitgeven van tuinen. Uitgangspunt voor de gebouwen is dat de maximale bouwhoogte onder de boomkronen blijft. Langs de dijk en aan de zijde van het bedrijventerrein liggen ‘Vrijwaringszones’ (4). Voor de zone langs de dijk is nieuwe bebouwing uitgesloten. In de zone langs Dombosch gelden beperkingen voor het bouwen van woningen. De draagkracht voor nieuwe woningen binnen deze gebieden is daarmee
29
laag. Deze zones kunnen een belangrijke rol spelen ter inpassing van het (nieuwe woon)gebied en de versterking van huidige ecologische waarden. Vanuit de draagkracht van de deelgebieden en de ontwikkelkansen is een toekomstperspectief opgesteld voor Achter de Hoeven. Het toekomstperspectief omschrijft op hoofdlijnen het gewenste eindbeeld van het plangebied en de manier waarop nieuwe ontwikkelingen een kwaliteitsimpuls kunnen geven aan het gebied. Conclusie BRO heeft onderzocht en in beeld gebracht wat de huidige waarden van het gebied zijn en welke indeling van het gebied daar het beste bij past. Het door BRO voorgestelde toekomstperspectief houdt zo goed als mogelijk rekening met de natuurwaarden van het gebied.In de volgende paragraaf worden de uitgangspunten en randvoorwaarden voor de ontwikkeling van het gebied beschreven. Daarin wordt ook aangegeven in hoeverre, rekening houdend met ook alle andere aspecten die invloed hebben op de ontwikkeling, dit toekomstperspectief overeind kan blijven. Vervolgens wordt in paragraaf 5.4 ingegaan op wat dit betekent voor de natuurcompensatie die de gemeenteraad heeft vastgesteld.
5.3 Stedenbouwkundige inpassing en ruimtelijke structuur Ruimtelijke analyse omgeving Achter de Hoeven is gelegen ten noorden van de kern Raamsdonksveer in de voormalige polder ‘Van de Hoeven’. Deze polder werd in het westen begrensd door de dijk langs de rivier de Donge en aan de oostzijde door de polder ‘Nieuwe Hooipolder’. Ten noorden van het plangebied waren de polders ‘Oude Dombosch’ en ‘De Gecombineerde Aanwassen’ gelegen. In het kader van de ontwikkeling van het industrieterrein ‘Dombosch’ zijn deze polders opgespoten waardoor het polderlandschap en de daarbij behorende kernmerken vrijwel volledig zijn verdwenen. In de jaren ’90 is de naastgelegen woonwijk Achter de Hoeven gerealiseerd. Deze wijk bestaat voor de helft uit rijwoningen, daarnaast zijn er twee-onder-één-kapwoningen (25%) en vrijstaande woningen (15%) gesitueerd. Ten slotte is er aan het Maalderijplein een appartementengebouw gelegen. In totaal staan er ruim 230 woningen in de wijk. De singels vormen de dragers voor de hoofdstructuur van het woongebied en zijn loodrecht op de Maasdijk en de Zalmweg georiënteerd. Over het algemeen bestaan de grondgebonden woningen uit één of twee lagen met kap. Ruimtelijke analyse bestaande situatie In de gebiedsvisie van BRO is een analyse gedaan van de bestaande situatie van het plangebied.
Daaruit bleek dat het gebied verdeeld kan worden in hoofdzakelijk vier gebieden: - Boslandschap – lage draagkracht voor woningbouw; - Functionele zone – hoge draagkracht voor woningbouw; - Overgangszone – middelhoge draagkracht voor woningbouw; - Vrijwaringszone – beperkingen voor bouwen. Ruimtelijke structuur – woningbouw én natuurbehoud We willen zorgvuldig omgaan met de bestaande natuurwaarden in het gebied en deze waar mogelijk versterken, een en ander in samenhang met woningbouw. Zoals uit de analyse van BRO blijkt, zijn de functionele zone en de overgangszone geschikt voor woningbouw en zou binnen het boslandschap het beschermen en het versterken van het besloten karakter en de aanwezige natuurwaarden het belangrijkste doel moeten zijn. Dat is puur en alleen kijkend naar de doelstelling van natuurbehoud en vanuit de draagkracht van het gebied beredeneerd. Dat leverde het toekomstperspectief op zoals in de gebiedsvisie van BRO gepresenteerd. Enerzijds is er het door BRO geschetste toekomstperspectief waarbij maximaal rekening wordt gehouden met de bestaande natuurwaarden en het behoud en de versterking daarvan. Anderzijds is er de woningbehoefte en de opgave van een (zo veel als mogelijk) budgetneutraal programma Donge Oevers waardoor er zo veel mogelijk woningen binnen het gebied gerealiseerd zouden moeten worden.
Dit strookt niet met elkaar waardoor er een balans tussen deze twee aspecten gevonden 30
moet worden. Zodoende wordt er hierna een aangepast toekomstperspectief gepresenteerd, met bijbehorende uitwerkingsprincipes. In de volgende paragraaf wordt ingegaan op de consequenties die dit heeft voor natuurcompensatie.
Toekomstperspectief en uitwerkingsprincipes Om de woningbouwontwikkeling in samenhang te laten plaatsvinden met het behoud en versterking van de gebiedswaarden zijn er uitwerkingsprincipes opgesteld. Deze gaan over welke mogelijkheden er zijn om bij te dragen aan de versterking van gebiedswaarden door een impuls in landschappelijke, recreatieve en ecologische kwaliteit. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen vier deelgebieden. Hieronder volgt per deelgebied een beschrijving van het toekomstperspectief met de bijbehorende uitwerkingsprincipes. In figuur 10 is het toekomstperspectief weergegeven met de beoogde deelgebieden. Het geschetste toekomstperspectief is geen in beton gegoten stedenbouwkundig plan, maar geeft de gewenste ontwikkelrichting aan waar de ontwikkelaar(s) op voort kunnen borduren.
Afbeelding 10: Toekomstperspectief Achter de Hoeven
31
Boslandschap In dit deelgebied komen volop natuurwaarden voor en is het doel om deze natuurwaarden zo veel als mogelijk te beschermen en te versterken. De besloten boskern is de hoofdstructuurdrager van deze zone en tevens de kwaliteit voor naastgelegen gebieden. Natuurversterking is kansrijk in die zin dat de bestaande natuur versterkt kan worden, bijvoorbeeld door deze gevarieerder te maken en gebieden qua typering beter aan te laten sluiten bij de doelsoorten. Daarnaast liggen er ook kansen om natuurareaal toe te voegen in de directe omgeving van de het boslandschap. Dit kan bijvoorbeeld door slimme combinaties te maken met de ontwikkeling van de woningen en de openbare ruimte in de naastgelegen deelgebied en door de invulling van gebieden in de vrijwaringszones van de dijk en langs het bedrijventerrein. Het aanleggen van recreatieve paden is belangrijk voor bezoekers om de natuur te beleven en als verbinding tussen de bestaande en nieuwe woongebieden. Het uitgangspunt dat hierbij voorop staat is dat het gebied niet wordt verstoord, maar wel voor een deel kan worden opengesteld. Het beperken van verharding en de uitvoering van recreatieve paden in halfverharding helpt hierbij. Aandacht gaat uit naar het maken van een doorlopende route en een nieuwe entree aan de dijk. Landschapskamer De landschapskamers lenen zich goed voor omvorming naar woningbouw.
Deze transformatie wordt ingepast met behoud van de aanwezige houtsingels rondom dit deelgebied, zodat het groene karakter en de lokale schaal kan worden behouden. De houtsingels geven structuur aan de te ontwikkelen woonvelden en zorgen voor een gebiedseigen inpassing in het landschap. Bij de ontwikkeling van dit deelgebied is het van belang dat de sterke kamerstructuur gewaarborgd is en er ruimte gehouden wordt tussen de nieuwbouw en de woningen langs de Thorbecke Singel die naar het gebied zijn gericht. Het omvormen van deze zone tot woongebied biedt kansen voor de toegankelijkheid van het bosgebied en de verbinding van de woonwijk naar de dijk. Uitgangspunten voor dit gebied: - grondgebonden woningen in maximaal 2 bouwlagen, 2 bouwlagen met kap. Incidenteel 3 bouwlagen mogelijk; - twee gemengde bouwblokken; - parkeren zoveel mogelijk in hofstructuur of op eigen terrein. Indien nodig langs de zuidranden; - handhaven houtsingels rondom dit deelgebied; - toevoegen bomenlaan in verlengde Reenweg; - parkeren combineren met waterberging/ grastegels; - padenstructuur aantakken in bosgebied; - toevoegen bos langs dijkzone. - Groen van de omliggende gebieden voelbaar en beleefbaar houden in het deelgebied. Boswonen Voor dit deelgebied is het belangrijk voort te bouwen op de kwaliteiten vanuit het naastgelegen bosgebied.
Het deelgebied wordt gekenmerkt door de inpassing van grotere bouwblokken die in een bosrijke omgeving staan. Dit zijn bij voorkeur appartementengebouwen, zodat er geen versnippering van bosareaal plaatsvindt door het uitgeven van tuinen. Parkeerplaatsen zijn rondom en waar mogelijk onder de gebouwen ingepast, waarbij het bos doorloopt tot tussen de gebouwen. Voldoende afstand tussen de gebouwen is daarom van belang. Uitgangspunt voor de gebouwen is dat de maximale bouwhoogte onder de boomkronen blijft. - vier appartementengebouwen aan westzijde, - één gemengde bouwblokken met grondgebonden woningen aan oostzijde; - afstand tussen appartementengebouwen minimaal 25 meter; - bouwhoogte van appartementengebouwen onder boomkronen, maximaal 4 tot 5 bouwlagen; - parkeren rondom gebouwen zo veel mogelijk in het groen ingepast; - oriëntatie appartementengebouwen naar oostzijde; - ontsluiten appartementengebouwen via insteekstraten oostwest; - parkeren combineren met waterberging/ grastegels; - padenstructuur aantakken in bosgebied; - toevoegen bos noordzijde.
32
Parkzone Tussen de twee deelgebieden en langs de oostrand is een parkzone geïntroduceerd, die aansluit op het groenblauwe netwerk langs de Thorbecke Singel. Structurerende elementen hierin zijn de ontsluitingswegen, bomenrij en de huidige watergang. De parkzone heeft een open karakter en biedt ruimte voor sport en spel, verblijven en (extra) water. De parkzone zorgt er voor dat er een gepaste afstand wordt gehouden tot de naastgelegen woningen en functioneert als een overgangszone naar het bos. Een kans binnen de parkzone is het realiseren van een fysieke verbinding naar de Thorbecke Singel, in lijn met de huidige watergang. Deze verbinding is bedoeld voor langzaam verkeer.
5.4 Bomencompensatie Ondanks dat we proberen zoveel mogelijk bomen te behouden, is kap noodzakelijk om tot een woningbouwontwikkeling te komen. Het compenseren van bomen die gekapt moeten worden is vanuit het gemeentelijke beleid noodzakelijk. Door het toevoegen van bomen aan de zuidkant van het boslandschap en het versterken van de bestaande boomstructuren kan een deel in het plangebied gecompenseerd worden. Uitgangspunt is om zoveel mogelijk van de te compenseren bomen in of rond het plangebied terug te laten komen. Dit wordt ook als voorwaarden aan de ontwikkelaar(s) meegegeven. Hoeveel bomen er gecompenseerd moeten worden is nu nog niet te zeggen. Daarom is op dit moment ook niet in te schatten voor hoeveel bomen er een locatie elders in de gemeente gezocht moet worden.
5.5 Duurzaamheid en klimaatadaptatie Zoals in paragraaf 3.6 Duurzaamheidsprogramma Gemeente Geertruidenberg staat beschreven, wordt vanuit het duurzaamheidsprogramma binnen het project Achter de hoeven rekening gehouden met de vier thema’s; energietransitie, mobiliteit, circulaire economie en klimaatadaptatie. Een en ander aan de hand van de maatregelen die daar genoemd staan. Deze maatregelen worden in het aanbestedingsdocument nog nader gespecificeerd voor zover ze door de projectontwikkelaar uitgevoerd kunnen/moeten worden. Naast de maatregelen die volgen uit van het gemeentelijke duurzaamheidsbeleid heeft de gemeenteraad in het besluit van april 2020 de opdracht gegeven dat de woningbouw binnen Achter de Hoeven natuur-inclusief en innovatief moet worden uitgevoerd en gerealiseerd moet worden uit ecologische en duurzame materialen. In deze paragraaf werken we uit wat we daaronder verstaan en tot welke uitgangspunten en randvoorwaarden dat leidt. In het vervolgproces, in het kader van de aanbestedingsprocedure zal dit nog verder worden gespecificeerd, zodat de plannen die ingediend worden daarop beoordeeld kunnen worden.
Duurzame en ecologische materialen Met ecologische (bouw)materialen worden alle materialen bedoeld die gemaakt zijn van nagroeibare stoffen (zonder toevoeging van chemische stoffen), zoals hout, hennep, vlas, kurk, riet, bamboe, kokos, katoen, schapenwol en stro. Toegepast op de bouw kunnen we dan denken aan constructiehout/houtskeletbouw, kurk als muur- of vloerbedekking en isolatiemateriaal, riet als dakbedekking, bamboehout voor de vloer of binnendeuren, isolatiemateriaal van kokos, schapenwol, hennep vlas, stro etc. Verder vallen onder ecologische materialen ook bouwmateriaal van mineralen, zoals gebakken klei, baksteen en leem. Hoe ecologisch een gebouw is, wordt bepaald door de ecologische voetafdruk. Dit kan worden berekend door verschillende factoren, zoals CO2-uitstoot van de producten. Het is niet altijd mogelijk en wenselijk om alleen ecologische bouwmaterialen toe te passen. Dit kan door praktische redenen, maar ook financiele of technische aspecten kunnen aanleiding zijn om te kiezen voor traditionele bouwmaterialen. Belangrijk is dat ontwikkelaars zo veel als mogelijk gebruik maken van ecologische materialen. In de aanbestedingsprocedure gaat het toepassen van ecologische materialen zorgen voor een positievere beoordeling. De manier van beoordelen moet nog verder uitgewerkt worden.
33
Natuurinclusief en innovatief bouwen Bij natuurinclusief bouwen houden bouwende partijen rekening met beschermde diersoorten (onder meer huismussen, vleermuizen en gierzwaluwen) en de hoeveelheid groen op, aan en rondom gebouwen. De focus op de relatie van het gebouw tot zijn directe en indirecte leefomgeving. Hoe natuurinclusiever de bouw, hoe beter deze relatie is. Natuurinclusief bouwen wordt bekeken op verschillende schalen, de volgende twee zijn van belang bij de ontwikkeling van Achter de Hoeven: - Wijk- en buurtniveau: benut de dynamiek van woningbouw en het beheer van de openbare ruimte om de te ontwikkelen woongebieden groener te maken, groengebieden met elkaar te verbinden en de kwaliteit van de leefgebieden voor planten en dieren te verbeteren. Bekijk de mogelijkheden om van ruimte dubbel gebruik te maken zoals parken op daken. - Gebouw- en straatniveau: maak ruimte voor groen met bijvoorbeeld bloemrijke bermen, nestkastjes en -stenen, natuurlijke oevers en poelen of met gevel- en daktuinen. Zorg voor samenhang tussen natuurinclusieve maatregelen aan gebouwen en in het openbaar groen. In het aanbestedingsdocument worden beoordelingscriteria voor natuurinclusief bouwen uitgeschreven. Daar worden concrete maatregelen aan gekoppeld, zodat projectontwikkelaars die zich inschrijven weten met welke elementen extra punten te verdienen zijn.
Er zal ook een minimale inspanning aan gekoppeld worden, zodat er een garantie is op een minimale mate van natuurinclusiviteit in het project. We moeten daarbij echter wel reëel blijven in het basisniveau dat we vereisen. Voor wat betreft innovatief bouwen kunnen we stellen dat innovatie en een beweging richting 'groenere' (bouw)methoden noodzakelijk zijn, vanwege economische en maatschappelijke druk. Het is echter lastig te vangen in concrete eisen die in een aanbestedingsdocument opgenomen kunnen worden en we moeten ook reëel blijven in de eisen die we stellen aan projectontwikkelaars. eisen die we op het gebied van natuurinclusief bouwen stellen, dwingen we de ontwikkeling van een duurzame wijk al af. Daar zijn extra eisen ten aanzien van innovatief bouwen niet voor nodig. In het op stellen beeldkwaliteitplan wordt ook de nodige aandacht besteed aan het toepassen van ecologische materialen, zowel in de openbare ruimte als op gebouw niveau. Ook natuurinclusieve maatregelen in de openbare ruimte en in- en rond gebouwen kunnen hier in meegenomen worden. Naast de toetsing in het aanbestedingsdocument gaat dan ook het BKP een toetsingskader vormen om de ambities op deze twee aspecten na te leven.
34
6. Participatie De gemeenteraad heeft op 9 februari 2023 de ‘Verordening burgerparticipatie Geertruidenberg 2023’ vastgesteld. Deze verordening bepaalt dat ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van gemeentelijk beleid betrokken moeten worden. Inwoners hebben in toenemende mate een belangrijke rol in de agendering, de voorbereiding, de totstandkoming, de uitvoering en de beoordeling van beleid. Niet alleen omdat de burger de gevolgen van beleid ervaart, maar ook omdat participatie aan het politieke proces als intrinsieke waarde van de Nederlandse samenleving wordt ervaren. Participatie mobiliseert de kennis en steun van betrokkenen bij beleidsproblemen waarvan de overheid op voorhand nog niet weet, of nog niet wil bepalen, hoe deze opgelost zullen worden. Participatieaanpak Achter de Hoeven Om inzichtelijk te maken op welke manier participatie in het project Achter de Hoeven vorm wordt gegeven, is een participatieaanpak opgesteld. Dit plan gaat in op het doel en de intentie van de participatie, het niveau van de participatie, de kernvragen en de beïnvloedingsruimte die er is voor de deelnemers, tezamen met de kaders, de manier waarop de deelnemers hun inbreng kunnen leveren en de planning van het participatieproces. De participatieaanpak is als bijlage 6 bij deze startnotitie gevoegd.
Zoals uit de voorgaande hoofdstukken is gebleken, is het project Achter de Hoeven met alle verschillende opgaven die er spelen een complex project. Belanghebbenden zijn mogelijk onvoldoende ingevoerd in de volledige complexiteit en de consequenties van keuzes. Het is van het grootste belang om geen valse verwachtingen te wekken. Participatie kan enkel zinvol zijn en betekenis hebben als alle varianten die ter tafel komen op alle aspecten haalbaar en uitvoerbaar zijn. Daarom zijn er keuzes gemaakt in de onderdelen waarover wel en waarover geen participatie plaats kan vinden. In de aanloop naar het opstellen van deze startnotitie heeft ook al participatie plaatsgevonden. In de participatieaanpak staat een beschrijving van het doel en de intentie van deze participatie en alle andere keuzes die daarover gemaakt zijn, evenals een verslag van de resultaten van die participatie. Uit de gesprekken die gevoerd zijn tijdens de informatieavond en de online tool die belangstellende konden invullen is gebleken dat met name het bosgebied gewaardeerd wordt door direct omwonenden. Met name de beleving van het gebied en gebruiksmogelijkheid om hier te kunnen wandelen, de hond uit te laten en om te spelen zijn belangrijke elementen die aangehaald worden. De aanwezigheid van de (dieren)weides aan de zuidzijde wordt als weinig waardevol geacht.
De vlindertuin wordt alleen waardevol geacht door de direct aanwonenden. Op basis van deze informatie en de onafhankelijke beoordeling van BRO heeft de gebiedsvisie vorm gekregen.
35
7. Procedurele uitgangspunten 7.1 Vervolgstappen Na vaststelling van deze startnotitie is de eerstvolgende stap het opstellen van een beeldkwaliteitsplan. Daarin wordt het nieuwe welstandsregime (inclusief reguliere welstandstoetsing) voor het gebied bepaald. De CRK wordt tijdens dat proces betrokken. En zoals in de participatieaanpak is beschreven, wordt er ook participatie georganiseerd om belanghebbenden een rol te geven tijdens dit proces. Het beeldkwaliteitsplan wordt door de gemeenteraad vastgesteld als vervanging van dit gedeelte van de welstandsnota. De volgende stap is het opstellen van de leidraad voor de aanbestedingsprocedure voor de verkoop van de gronden. Deze leidraad zal alle relevante en beschikbare informatie bevatten, die geïnteresseerden nodig hebben om inzicht te verkrijgen in de inhoud van de opdracht en het te doorlopen selectieproces om zodoende te kunnen besluiten al dan niet een aanbieding in te dienen. Deze leidraad zal de uitgangspunten, ambities, kaders en randvoorwaarden beschrijven ten aanzien van de selectie van toekomstige eigenaar en ontwikkelaar van de gronden. Daarin worden de kaders en randvoorwaarden uit deze startnotitie uiteraard meegenomen. Thuisvester is als lokale ‘toegelaten instelling volkshuisvesting’ de eerste gesprekpartner voor de realisatie van de sociale huurwoningen in het plan.
In verkennende gesprekken heeft Thuisvester aangegeven interesse te hebben in de realisatie. Hun voorkeur gaat er naar uit om de woningen in eigen regie te ontwikkelen. Dat wil zeggen dat ze zelf de woningen laten realiseren en niet afnemen van een ontwikkelaar. Ook heeft het de voorkeur van Thuisvester om bij grondgebonden woningen deze gegroepeerd te ontwikkelen. Dat wil zeggen dat de woningen niet verspreid door het plangebied geplaatst worden, maar in blokken van minimaal 6 à 7 woningen worden gerealiseerd. Bij gestapelde woningbouw heeft het de voorkeur van Thuisvester om de sociale huurwoningen te concentreren in één of twee bouwblokken. Het combineren van sociale huur met koop en middeldure huur in één gestapeld bouwblok is vanuit beheeraspecten geen wenselijke situatie. Bij de aanbesteding zullen deze wensen van Thuisvester zo veel als mogelijk meegenomen worden. In de leidraad worden selectie- en gunningscriteria vastgelegd aan de hand waarvan een keuze voor een ontwikkelaar wordt gemaakt. Zowel prijs als kwaliteit zullen daar onderdeel van uitmaken, waarbij ten aanzien van prijs een bodemprijs zal worden bepaald en de ingestuurde plannen vervolgens voornamelijk op kwaliteit beoordeeld zullen worden. De leidraad wordt vastgesteld door het college van B&W, de gemeenteraad zal daarover worden geïnformeerd middels een raadsinformatiebrief.
Het exacte te doorlopen selectieproces wordt nog nader uitgewerkt in de leidraad, maar globaal bestaat het proces uit de volgende stappen: - publicatie leidraad met uitnodiging tot inschrijving; - selectie van maximaal vijf partijen voor presentatie van hun plannen; - advies van commissie ruimtelijke kwaliteit aan de beoordelingscommissie; - definitieve beoordeling plannen door beoordelingscommissie; - advies aan en besluit door het college van B&W over keuze één partij als winnaar. De beoordeling wordt uitgevoerd door een beoordelingscommissie, waarvan de samenstelling hieronder is beschreven. Het advies van de beoordelingscommissie wordt voorgelegd aan het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Geertruidenberg. Op grond van dit advies bepaalt het College aan welke partij de gronden verkocht zullen worden. De gemeenteraad wordt daarover geïnformeerd middels een raadsinformatiebrief. De beoordelingscommissie bestaat uit: - Voorzitter: programmamanager Donge Oevers; - Projectleider Achter de Hoeven gemeente Geertruidenberg; - Vakinhoudelijk deskundige medewerkers van de gemeente Geertruidenberg op belangrijke thema’s binnen het project, bijvoorbeeld op het gebied van verkeer, milieu en flora en fauna.
36
7.2 Planologische procedure In de vigerende bestemmingsplannen heeft het grootste gedeelte van het plangebied de bestemming Groen. De woningen zijn daardoor niet direct mogelijk op basis van het bestemmingsplan. Om het toekomstige gebruik te regelen is een planologische procedure nodig. Vanwege de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 zal dit met een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) gebeuren. De keuzes voor de planologische procedure zal voor de aanbestedingsprocedure bekend moeten zijn. Met een omgevingsplan voor het plangebied kan een kader geschept worden waarbinnen ontwikkelaar(s) kunnen opereren. Echter is voor zowel de gemeente als voor ontwikkelaars een omgevingsplan nog een onbekend product. Een omgevingsvergunning kan gebruikt worden om een concreet initiatief te vergunnen. Dit is dus niet kader scheppend en kan dan ook pas laat in het proces duidelijkheid geven. Hiervoor is het namelijk nodig om een redelijk getailleerd plan te hebben. Zolang ontwikkelaars veel onzekerheid hebben over een onherroepelijk planologisch kader waar binnen ze de woningen kunnen bouwen, zal dit van invloed zijn op de inschrijvingen van potentiële partijen.
7.3 Anterieure overeenkomst Met Thuisvester en de ontwikkelende partij(en) worden anterieure overeenkomsten gesloten. In deze overeenkomsten worden concretere afspraken gemaakt dan bijvoorbeeld in een bestemmingsplan of omgevingsplan vastgelegd kunnen worden. De overeenkomst bevat in ieder geval afspraken over: - Programma: aantal woningen, prijsklassen, type woningen; - Mate van levensloopbestendigheid, duurzaam bouwen, politiekeurmerk, energiezuinigheid; - Aanleg openbare ruimte; - Planning en fasering; - Participatie. Maar ook wordt in de overeenkomst de wettelijk verplichte exploitatiebijdrage vastgelegd. Voor het bepalen van de exploitatiebijdrage maakt de gemeente gebruik van de plankostenscan zoals bedoeld in de regeling plankosten exploitatieplan. Op deze manier voldoet de gemeente aan haar verplichting om alle kosten die zij maken te verhalen op de initiatiefnemer.
37
Postbus 10.001 4940 GA Raamsdonksveer Vrijheidstraat 2 4941 DX Raamsdonksveer Telefoon: 14 0162 E-mail: info@geertruidenberg.nl
38 www.geertruidenberg.nl Postbus 10.001 4940 GA Raamsdonksveer Vrijheidstraat 2
RAPPORTAGE Actualisatie quickscan Wet natuurbescherming Achter de Hoeven Raamsdonksveer
Actualisatie rapportage quickscan Wet natuurbescherming Achter de Hoeven, Raamsdonksveer Opdrachtgever
Gemeente Geertruidenberg Postbus 10.001 4940 GA Raamsdonksveer
Rapportnummer
14592.001
Versienummer
D2
Status
Eindrapportage
Datum
14 februari 2023
Opsteller
Mevrouw C.I. Langendoen, MSc
Paraaf
Kwaliteitscontrole Paraaf
De heer L. Golterman, MSc
Daarom Econsultancy KWALITEITSZORG Econsultancy is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is een vereniging van ecologische advies- en onderzoeksbureaus die werkt aan de kwaliteit van advisering gericht op natuur, landschap, water, milieu en ruimte en die de belangen behartigt van groene adviesbureaus. Het Netwerk hanteert een gedragscode die opdrachtgevers en andere belanghebbenden een basis biedt om de leden aan te spreken op de kwaliteit van hun werk. CERTIFICERING Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhand-boek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NENEN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. BETROUWBAARHEID Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving ten aanzien van natuurwetgeving. Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor beschermde soorten en het al dan niet voorkomen van soorten. De gebruikte informatie omtrent verspreiding van soorten is deels afkomstig uit de NDFF en mag niet zonder toestemming worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.
Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde onderzoek neemt. GELDIGHEID ONDERZOEK In het algemeen kan gesteld worden dat een quickscan geldig is voor een periode van 2 tot 3 jaar, tenzij in deze periode de ecologische omstandigheden wezenlijk zijn veranderd en/of de Wet natuurbescherming, dan wel inzichten hieromtrent zijn gewijzigd. Bij uitstel van de uitvoering van een project met meer dan 3 jaar verdient het de aanbeveling de resultaten van de quickscan opnieuw te toetsen. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de rechthebbende.
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING .................................................................................................................................................. 1
2
GEBIEDSBESCHRIJVING .............................................................................................................................. 2 2.1 2.2
Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving ............................................................................ 2 Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en voorgenomen ingrepen .................................. 4
3
ONDERZOEKSMETHODIEK ......................................................................................................................... 5
4
OVERZICHT VAN DE NATIONALE NATUURWETGEVING ............................................................................ 6 4.1 4.2 4.3 4.4
5
AANGETROFFEN EN TE VERWACHTEN BESCHERMDE SOORTEN .............................................................. 9 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8
6
Vogels ............................................................................................................................................. 9 Vleermuizen ................................................................................................................................. 13 Overige zoogdieren ...................................................................................................................... 15 Reptielen ...................................................................................................................................... 17 Amfibieën ..................................................................................................................................... 17 Vissen ........................................................................................................................................... 17 Ongewervelden ............................................................................................................................ 18 Planten ......................................................................................................................................... 18
TOETSING AAN SOORTENBESCHERMING ................................................................................................ 19 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5
7
Zorgplicht ....................................................................................................................................... 6 Soortenbescherming ...................................................................................................................... 6 Gebiedenbescherming ................................................................................................................... 7 Houtopstanden .............................................................................................................................. 8
Broedvogels .................................................................................................................................. 19 Vleermuizen ................................................................................................................................. 20 Overige zoogdieren ...................................................................................................................... 21 Algemene grondgebonden zoogdieren en amfibieën .................................................................. 22 Overige soort(groep)en ................................................................................................................ 22
TOETSING AAN GEBIEDENBESCHERMING ............................................................................................... 23 7.1 7.2
Natura 2000 ................................................................................................................................. 23 Natuurnetwerk Nederland ........................................................................................................... 24
8
HOUTOPSTANDEN ................................................................................................................................... 26
9
SAMENVATTING EN CONCLUSIES ............................................................................................................ 27
Bijlage 1 Bijlage 2
toelichting verbodsbepalingen Wet natuurbescherming verklarende woordenlijst
14592.001
1
INLEIDING
Econsultancy heeft van Gemeente Geertruidenberg opdracht gekregen voor het actualiseren van een quickscan Wet natuurbescherming op de locatie de Achter de Hoeven te Raamsdonksveer. De actualisatie van de quickscan Wet natuurbescherming is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen herontwikkeling van de onderzoekslocatie. Aanleiding van huidig onderzoek is dat op de onderzoekslocatie door Econsultancy in 2021 een quickscan Wet natuurbescherming is uitgevoerd (rapport 14592.001, versie D1, d.d. 16 maart 2021). Actualisatie van de quickscan is niet noodzakelijk volgens de wetgeving. Echter, in combinatie met het veldbezoek wat uitgevoerd moet worden voor het in kaart brengen van nestlocaties en bomen die in potentie geschikt zijn voor vleermuizen, kan er op deze manier weer een volledig actueel rapport aanwezig zijn wat 3 jaar geldig is. De quickscan Wet natuurbescherming heeft als doel in te schatten of er op de onderzoekslocatie planten- en diersoorten aanwezig of te verwachten zijn, die volgens de Wet natuurbescherming een beschermde status hebben en die mogelijk negatieve invloed kunnen ondervinden door de voorgenomen ingreep. Tevens is beoordeeld of de voorgenomen ingreep invloed kan hebben op Natura 2000-gebieden, houtopstanden die middels de Wet natuurbescherming zijn beschermd, of op gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland.
Econsultancy is lid van de branchevereniging Netwerk Groene Bureaus en werkt volgens de door het Netwerk opgestelde gedragscode en protocollen. Econsultancy is naast de uitgevoerde quickscan in februari 2021 niet eerder betrokken geweest voor ecologische advisering of ecologisch onderzoek van de onderzoekslocatie.
14592.001 versie D2
1 / 30
2
GEBIEDSBESCHRIJVING
2.1 Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving De onderzoekslocatie (± 9,6 ha) ligt nabij de Reenweg en de Collegeweg, circa één kilometer ten noorden van de kern van Raamsdonksveer. In figuur 2.1 is de onderzoekslocatie weergegeven.
Figuur 2.1 Topografische ligging van de onderzoekslocatie. De gele pijl duidt deze aan.
De onderzoekslocatie bestaat uit bos, verschillende weides die deels door paarden begraasd worden en verhard terrein met enkele parkeerplaatsen. Het bos is deels natuurlijk en deels aangeplant. Er zijn poeltjes en in het noordoostelijke deel van de onderzoekslocatie is een kleine zandvlakte aanwezig, welke gebruikt wordt als vrije uitlaatplek voor honden. Het bos bestaat voornamelijk uit eiken en wilgenbegroeiing. Daarnaast komt hier onder andere de volgende vegetatie voor: beuken, zwarte elzen, rode kornoelje, riet, braam, Canadese fijnstraal en teunisbloem. Een deel van het beboste gebied is in de jaren ’90 opgespoten met een laag zand. De verschillende weides die zich in het zuiden van de onderzoekslocatie bevinden worden begraasd door paarden. In één van de weides staan twee containers die in gebruik zijn als paardenstal. Ook op het verharde terrein naast de weides staat een container. Alle containers bestaan uit metalen beplating met houten elementen. In het oosten van de onderzoekslocatie is een vlindertuin aangelegd, welke op het moment van het veldbezoek werd aangetroffen
14592.001 versie D2
2 / 30
als grasveld. De onderzoekslocatie is geheel ingesloten tussen enerzijds een rivier en anderzijds bebouwing in de vorm van woonwijken of een bedrijvenpark. Aan de westelijke begrenzing van de onderzoekslocatie bevindt zich een laag hek voorzien van gaas met een grote maaswijdte (circa 10 x 10 cm) en bovenlangs prikkeldraad met daarachter een dijklichaam en hierachter de rivier de Donge. In figuur 2.2 is een luchtfoto van de onderzoekslocatie en de directe omgeving weergegeven. Figuur 2.3 t/m figuur 2.11 geven een impressie van de onderzoekslocatie, middels foto’s die zijn genomen tijdens het veldbezoek.
Figuur 2.2 Luchtfoto onderzoekslocatie en directe omgeving.
14592.001 versie D2
3 / 30
Figuur 2.3 Weides op de zuidelijke helft van de onderzoekslocatie; kijkrichting naar het zuiden.
Figuur 2.4 Noordelijke begrenzing van de onderzoekslocatie; kijkrichting naar het oosten.
Figuur 2.5 Westelijke begrenzing van de onderzoekslocatie; kijkrichting naar het noorden.
Figuur 2.6 Oostelijke begrenzing van de onderzoekslocatie; kijkrichting naar het zuiden.
Figuur 2.7 Vrije uitlaatplek voor honden op het noordoostelijke deel van de onderzoekslocatie.