Begroting 2025-2028 definitief 081024
Tekst van het document
53
organisatorische structuren werkt niet meer als vanzelfsprekend. Het is noodzakelijk om ook in de toekomst wendbaar en flexibel te blijven, om focus te houden op het realiseren van politiekbestuurlijke en maatschappelijke ambities en om de juiste keuzes te maken voor inwoners. Daarom heeft het college opdracht gegeven om de organisatie te herijken. Het gaat daarbij om de implementatie van het programmatisch werken, het realiseren van een kwalitatieve doorontwikkeling en het organiseren van een passende organisatiestructuur. Een versterking van de organisatie vraagt om een structurele investering in formatie. Daarbij is door de krapte op de arbeidsmarkt het investeren in het werven en behouden van medewerkers met de juiste competenties cruciaal. Resultaten in 2025: Organisatieplan In 2025 wordt het organisatieplan opgeleverd. In dit organisatieplan staan de visie op de organisatie, de sturing en inrichting en de werkwijzen en processen beschreven. Inrichting Het organisatieplan vindt zijn uitwerking in een vernieuwde organisatiestructuur. In 2025 wordt de organisatie conform deze organisatiestructuur ingericht, waarbij een zorgvuldig proces met medezeggenschap en medewerkers wordt doorlopen. Versterken formatie De ontwikkeling van de organisatie vraagt om versterking van de formatie, door het toevoegen van nieuwe functies.
Deze functies zijn opgenomen in deze begroting, worden binnen de financiële kaders ingevuld en mogelijkheden voor efficiency worden niet onbenut gelaten. Aantrekkelijk werkgeverschap We investeren in het aantrekken van de juiste mensen via moderne en creatieve wervingsmethoden. Ook investeren we in huidige medewerkers door opleidingen, trainingen en HR-beleid gericht op vitaliteit.
6.2.2 Betrouwbaar, toegankelijk en inclusief We stellen samen met de gemeenteraad regels vast over burgerparticipatie, we verstevigen de relatie tussen college en gemeenteraad. We zetten sterker in op onze communicatie naar buiten, we investeren in dataverzameling en monitoring. Resultaten in 2025: •
Het Relevant Gesprek wordt bij burgerparticipatietrajecten standaard gebruikt, conform de gemaakte afspraken met de gemeenteraad
6.2.3 Kwaliteit, professionaliteit en continuïteit van onze dienstverlening We zetten onze inspanningen van de afgelopen jaren voort om de kwaliteit, professionaliteit van onze dienstverlening te continueren en verbeteren. Resultaten in 2025: Servicenormen We stellen in 2025 servicenormen op. Burger- / ondernemerspeiling
54
We voeren in 2025 een peiling uit onze onder inwoners en onze ondernemers. Implementatie Wet Open Overheid (WOO) Als overheid communiceren we proactief waardoor inwoners en ondernemers meer zicht krijgen op het handelen van de gemeente. In dat kader heeft al een nulmeting en bepaling van het ambitieniveau (basis) plaatsgevonden. Eind 2024 wordt een plan van aanpak opgesteld om te bepalen wat er moet gebeuren op het vlak van o.a. de informatiehuishouding, aanpassing in werkprocessen, communicatie intern/extern en opleidingen voor medewerkers. In 2025 geven we nadere uitvoering aan dat plan van aanpak. Archief en zaaksysteem in de cloud brengen De implementatie van ons zaak- en archiefsysteem in de cloud is in 2024 gestart met een Europese aanbesteding. De doorlooptijd van aanbesteding en implementatie is langer dan verwacht waardoor realisatie nu in 2025 gepland is in plaats van 2024. Datagedreven werken Eind 2024 worden de resultaten met betrekking tot de datastrategie bekend en ook welke stappen we kunnen en/of moeten zetten voor het vervolg en welke financiële consequenties dat heeft. Voor nu is het nog te vroeg om hier concrete resultaten aan te koppelen. In de P&C producten in 2025 komen we daar nader op terug.
6.2.4 Klantgerichtheid, we zijn dichtbij en weten wat er speelt Inwoners en ondernemers hebben niet de mogelijkheid om naar een ander te gaan als ze niet tevreden zijn over onze dienstverlening. Ze zijn aangewezen op de gemeente waar ze gevestigd zijn. We stemmen daarom onze dienstverlening af op onze inwoners en ondernemers. We zijn een open en bereikbare gemeente. Resultaten in 2025: Door ontwikkelen KCC In 2025 geven we uitvoering aan de doorontwikkeling van het KCC. Verbouw gemeentehuis Er is een investering nodig in het gemeentehuis om de dienstverlening te kunnen blijven continueren en verbeteren, maar ook voor de huisvesting van ons personeel. Huis van de gemeente Met de verbouwing van de ontvangstruimte die in de tweede helft van 2024 heeft plaatsgevonden zijn we een meer open en bereikbare gemeente geworden met aandacht voor de privacy van onze bezoekers. Ook is er in de hal een vergaderruimte voor bezoekers toegevoegd en zijn aangrenzende werkruimten eigentijdser gemaakt. Met deze aanpassingen kunnen we inwoners ontvangen in een professionele omgeving, beter samen werken en in een rustige omgeving een online overleg voeren met inwoners of onze partners. Het onderzoek naar de toekomstbestendigheid van het gemeentehuis heeft in 2024 nog niet kunnen plaatsvinden en wordt in 2025 opgepakt.
6.2.5 Betrekken inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners bij zaken, we doen het samen We stellen samen met de gemeenteraad regels vast over burgerparticipatie. We zetten sterker in op onze communicatie naar buiten, we investeren in dataverzameling en monitoring. Resultaten in 2025:
55
Klachtenafhandeling We brengen klachten en bezwaarschriften in beeld en maken een analyse van de soort klachten en gaan op zoek naar verbeteringen. Ook het proces van klachtenafhandeling passen we aan. Communicatie jongeren We betrekken jongeren meer bij (relevante) projecten en passen onze manier van communiceren op hen aan. Burgerparticipatie Het Relevant Gesprek wordt bij burgerparticipatietrajecten standaard gebruikt, conform de gemaakte afspraken met de gemeenteraad.
6.3 Wat mag het kosten? (bedragen x € 1.000)
2025
2026
2027
2028
4.841
4.895
4.759
4.758
0
-50
0
0
4.841
4.845
4.759
4.758
Lasten •
Bestaand beleid
•
Nieuw beleid
Totaal lasten Baten •
Bestaand beleid
435
471
471
471
•
Nieuw beleid
0
0
0
0
435
471
471
471
Totaal baten Reserves •
Lasten
0
0
0
0
•
Baten
0
0
0
0
0
0
0
0
4.406
4.374
4.288
4.287
Totaal reserves Saldo programma 6
Toelichting nieuw beleid Lasten en baten (l=lasten / b=baten / rl=reserve lasten / rb= reserve baten)
L/B/R 2025 2026 2027 2028
College van Burgemeester en wethouders Presidium heeft besloten om onderzoek Toekomstvisie G kracht 2 jaar door te schuiven. Het voordeel is in 2024 ingebracht.
L
50 N
Totaal lasten
L
50 N
56
Programma 7 Opgave Financiën en Organisatie Een van de uitdagingen vanuit het werken met programma’s is dat er op inhoud, de te bereiken maatschappelijke effecten, keuzes gemaakt moeten worden en heroverwogen moet worden om financiële ruimte te vinden voor gewenste maatschappelijke effecten én een structureel sluitende (meerjaren) begroting. Het programma Financiën raakt alle programma’s. Enerzijds in het vinden van een balans in de lasten en baten van alle programma’s en anderzijds in de wijze waarop we hierop verantwoording afleggen en inzicht geven met behulp van meetbare criteria en ratio’s. De wijze waarop we een meerjarig structureel sluitende begroting aan college en gemeenteraad willen bieden vraagt om een organisatie brede aanpak met oog voor te behalen maatschappelijke effecten.
7.1 Wat willen we bereiken?
7.1.1 We zorgen voor een sluitende begroting met ruimte voor tegenslagen Lastendruk is in balans met de ambities die vanuit alle opgave zijn geformuleerd. Beleidsindicator
Waarden Meest recent
2024
2025
2026
0,17% (2023)
2,99%
0,1%
0,1%
Solvabiliteit is groter dan 20%
29,66%
22,58%
29%
24%
Weerstandsratio groter dan 1,4
3,37
4,42
4,0
1,75
Kengetal structurele ruimte is groter dan 0%
57
De ravijnjaren vanaf 2026 geven een flinke uitdaging ten aanzien van het in balans houden van de lastendruk met de ambities. De verwachting is dat om de structurele tekorten te kunnen afdekken incidenteel de vrije algemene reserve moet worden aangesproken.
Wettelijke beleidsindicatoren Nr.
Taakveld
Naam indicator
Jaar
Waarde (Jaarrekening 2023)
Begroot 2024
Begroot 2025
Begroot 2026
Eenheid
Bron
1.
0. Bestuur en ondersteuning
Formatie
2023
8,64
9,0
9,0
9,0
Fte per 1.000 inwoners
Eigen gegevens
2.
0. Bestuur en ondersteuning
Bezetting
2023
8,01
8,2
8,4
8,5
Fte per 1.000 inwoners
Eigen gegevens
3.
0. Bestuur en ondersteuning
Apparaatskosten
2023
€857
€ 860
€ 890
€ 920
Kosten per inwoner
Eigen gegevens
Kosten als % van totale loonsom + 16,5% totale kosten inhuur externen
Eigen gegevens
4.
0. Bestuur en ondersteuning
Externe inhuur
2023
15,23%
15,5%
16%
5.
0. Bestuur en ondersteuning
Overhead
2023
12,25%
12,5%
11%
10%
% van totale lasten
Eigen gegevens
35.
8. Vhrosv
Gemiddelde WOZ waarde
2023
329
328 *
340
350
Duizend €
CBS
36.
8. Vhrosv
Nieuw gebouwde woningen
2023
2,08
14,3
Aantal per 1.000 woningen
Basisregistratie adressen en gebouwen
37.
8. Vhrosv
Demografische druk
2023
74,5
74,8 *
verhoudingsgetal
CBS
38.
8. Vhrosv
Gemeentelijke woonlasten eenpersoonshuishouden
2023
790
826 *
911
1.000
In €
COELO
39.
8. Vhrosv
Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden
2023
894
904 *
994
1.100
In €
COELO
7.1.2 We hanteren vastgestelde, waaronder ook wettelijke, objectieve en meetbare criteria en ratio’s Onze inwoners en partners hebben inzicht in de wijze waarop wij conform wet en regelgeving onze middelen besteden en de mate waarin we de doelen realiseren. In 2025 zijn er per programmadoelstelling meetbare indicatoren en /of ratio's opgesteld waarmee de inzicht gegeven kan worden in de voortgang van de doelstelling.
7.1.3 We ontsluiten de P&C-producten voor iedereen en op een eenvoudige manier Onze inwoners en partners hebben inzicht in de wijze waarop wij conform wet en regelgeving onze middelen besteden en de mate waarin we de doelen realiseren.
58
In 2025 zijn de financiële producten, (begroting, tussenrapportages en jaarrekening) beter digitaal toegankelijk gemaakt voor burgers met een visuele, auditieve of cognitieve beperking.
7.1.4 We streven meer inzicht in de (financiële) voortgang van alle opgaven na Onze inwoners en partners hebben inzicht in de wijze waarop wij conform wet en regelgeving onze middelen besteden en de mate waarin we de doelen realiseren. Vanaf de begroting 2025 wordt voor de programmadoelstellingen een meerjarig verwachting aangegeven met behulp van beleidsindicatoren. Over de voortgang van deze meerjarige verwachting wordt in de jaarrekening gerapporteerd.
7.1.5 We zorgen ervoor dat de bestedingen rechtmatig worden gedaan Onze inwoners en partners hebben inzicht in de wijze waarop wij conform wet en regelgeving onze middelen besteden en de mate waarin we de doelen realiseren. Beleidsindicator % Niet acceptabele rechtmatigheidsfouten kleiner dan 2% van de lasten incl. stortingen in reserves
Waarden Meest recent
2024
2025
2026
1,34%
<1,0%
<0,9%
<0,8%
De doelstelling voor het percentage niet acceptabele rechtmatigheidsfouten voor 2025 ligt onder de 0,9% en laat daarmee een gewenste dalende trend zien.
7.2 Wat gaan we daar voor doen? 7.2.1 Lastendruk is in balans met de ambities die vanuit alle opgave zijn geformuleerd Lastendruk is in balans met de ambities die vanuit alle opgave zijn geformuleerd. Resultaten in 2025: • • • •
In 2025 zijn alle raadsvoorstellen met financiële consequenties voorzien van een begrotingswijziging, deze wijziging is als concept wijziging in financiële systeem ingevoerd In 2025 is een subsidie-coördinator actief De uitvoering van de taken voor de Wet Onroerende Zaken (WOZ) en de Basisadministratie Adressen en Gebouwen (BAG) is overgedragen aan Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie Heffing en Waardebepaling (SVHW) Bij de op te stellen kadernota in 2025 presenteren we een maatregelenpakket waarmee we de begroting meerjarig structureel sluitend krijgen
59
7.2.2 Inwoners en partners hebben inzicht in de wijze waarop wij conform wet en regelgeving onze middelen besteden en de mate waarin we de doelen realiseren Inwoners en partners hebben inzicht in de wijze waarop wij conform wet en regelgeving onze middelen besteden en de mate waarin we de doelen realiseren. Resultaten in 2025: •
Aan de gemeenteraad is integraal advies voorgelegd over de frequentie van de tussentijdse verantwoordingen aan de gemeenteraad Voor alle programmadoelstelling zijn prestatie-indicatoren opgesteld met een meerjarige verwachting/prognose
•
7.3 Wat mag het kosten? (bedragen x € 1.000)
2025
2026
2027
2028
10.693
10.673
10.773
10.679
-65
-400
-400
-400
10.628
10.273
10.373
10.279
- 54.086
- 51.087
- 51.041
- 51.098
Lasten •
Bestaand beleid
•
Nieuw beleid
Totaal lasten Baten •
Bestaand beleid
•
Nieuw beleid
Totaal baten
- 308
- 664
- 372
- 123
- 54.394
- 51.751
- 51.413
- 51.221
Reserves* •
Lasten
900
0
0
0
•
Baten
- 344
- 295
- 295
- 295
556
-295
-295
-295
-43.210
-41.773
-41.335
-41.237
Totaal reserves Saldo programma 7
Toelichting nieuw beleid Lasten en baten (l=lasten / b=baten / rl=reserve lasten / rb= reserve baten)
2027
2028
L
400 V 400 V 400 V
400 V
Overhead Personeel Per 1 januari 2026 heeft de leverancier van het huidige personeelsinformatiesysteem het contract beëindigt. De verplichte aanschaf en implementatie en opleiding zijn in eerste instantie geraamd op € 385.000. Door een gedeelte van de implementatie door een vaste medewerker te laten plaatsvinden kunnen wij op dit bedrag € 50.000 besparen.
L
335 N
Totaal lasten
L
65 V 400 V 400 V
400 V
Uitkering gemeentefonds De algemene uitkering is gebaseerd op de septembercirculaire. In de meerjarenramingen leidt dit tot een hogere baat. Het voordeel ontstaat grotendeels vanwege actualisatie van de aantallen waarop de AU is gebaseerd zoals meer inwoners en woonruimten, de aanpassing van de bedragen per eenheid en de
B
308 V 664 V 372 V
123 V
Overhead Personeel Kostenbeheersing is niet alleen in het sociaal domein aan de orde, ook kijken we op die manier naar de organisatie. We richten ons op een samenstel van maatregelen die gaan over formatie, bestaande werkwijzen en processen, en de ondersteunende digitale infrastructuur. Eén van de stappen die we gaan zetten is een onderzoek naar knelpunten in de organisatie. De uitkomsten van dit onderzoek nemen we als basis mee in onze uiteindelijke keuzes. We laten dit samenlopen met de plannen gericht op de ontwikkeling van de organisatie.
60
L/B/R
2025 2026
uitkeringsfactor. Vanaf 2026 wordt het voordeel structureel hoger door de toevoeging van landelijk € 500 miljoen omdat de hervormingsagenda Jeugd op een andere wijze zal worden doorgevoerd. De bezuiniging voor de gemeente is teruggedraaid. Overigens is dit nagenoeg budgettair neutraal omdat de jeugdbudgetten ook nog steeds een stijgende lijn kennen. Als gevolg van de afname van de uitkeringsfactor daalt de AU in omvang vanaf 2027. Totaal baten
B
308 V 664 V 372 V
Mutaties reserves opgave 7 Financiën In eerdere begrotingsjaren is een storting in de Vrije Algemene Reserve opgenomen om de solvabiliteitsratio te verbeteren. In totaliteit was dat voor 2025 nog € 1.300.000. Gezien de maatregelen die met name in 2024 worden voorgesteld om de VAR op niveau te brengen, kan de voorgenomen storting voor een bedrag van € 400.000 komen te vervallen. *De genoemde voordelen zijn onderdeel van de tellingen in de bovenstaande tabel mutaties reserves (baten en lasten)
123 V
RL
400 V
Totaal reserves lasten
RL
400 V
Mutaties reserves opgave 7 Financiën Teneinde de meerjarenbegroting te zuiveren van de overschotten/tekorten van de vorige meerjarenbegroting worden de saldo’s administratief ingebracht. *De genoemde voordelen zijn onderdeel van de tellingen in de bovenstaande tabel mutaties reserves (baten en lasten)
RB
225 N
1.395 1.768 N N
1.768 N
Totaal reserves baten
RB
225 N
1.395 1.768 N N
1.768 N
61
Paragrafen Paragraaf A - Lokale heffingen In deze paragraaf geven we een specificatie van de lokale heffingen en belastingen. We splitsen deze uit naar beleid en hoofdlijnen met daarin de onderstaande genoemde onderdelen: a. de geraamde inkomsten; b. het beleid ten aanzien van de lokale heffingen; c. een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen, waarin inzichtelijk wordt gemaakt hoe bij de berekening van tarieven van heffingen, die hoogstens kostendekkend mogen zijn, wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de ter zake geraamde lasten niet overschrijden, wat de beleidsuitgangspunten zijn die ten grondslag liggen aan deze berekeningen en hoe deze uitgangspunten bij de tariefstelling worden gehanteerd. d. een aanduiding van de lokale lastendruk; e. een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid. Beleid en hoofdlijnen De heffingen die tot (woon)lasten leiden zijn: onroerende zaakbelastingen: • voor eigenaren van woningen; • voor gebruikers en eigenaren van niet-woningen; • afvalstoffenheffing; • rioolheffing.
De overige heffingen betreffen: • lijkbezorgingsrechten • leges • precariobelasting • havengelden • marktgelden • (woon)schepenrechten • toeristen- en watertoeristenbelasting Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) De gemeenten zijn op basis van de voorschriften in het BBV, verplicht om in de paragraaf lokale heffingen een overzicht van baten en lasten op te nemen voor de heffingen waarbij sprake is van het verhalen van kosten. Concreet is dit het geval bij de afvalstoffenheffing, de rioolheffing, de lijkbezorgingsrechten, de leges, de havengelden, de marktgelden en de woonschepenrechten. Als gevolg van de wijzigingen in het BBV mag de overhead voortaan niet meer worden verantwoord op de taakvelden. Deze mogen echter wel (extracomptabel) worden meegenomen in de tarieven en de onderbouwing daarvan. De berekening van de overhead gebeurt extracomptabel op basis van de een procentuele toerekening van de tijd en salariskosten die door de diverse medewerkers aan de taakvelden wordt besteed. Het overheadpercentage voor de begroting 2026 is gelijk aan het percentage van 2025. Voor medewerkers binnendienst is het overheadpercentage 65% en voor de buitendienst 35%. De verschillende belastingen en heffingen zijn niet altijd met elkaar vergelijkbaar.
Het verschil tussen bijvoorbeeld de onroerende zaakbelastingen (OZB) en de reinigingsheffing en de rioolheffing is dat de onroerende zaakbelastingen algemene dekkingsmiddelen zijn en de reinigingsheffing en de rioolheffing retributies. Het verschil tussen een algemeen dekkingsmiddel en een retributie is dat bij retributies er een 62
rechtstreeks verband bestaat tussen de hoogte van de heffing en de uitgaven in het kader van een betreffende activiteit. Bij algemene dekkingsmiddelen ontbreekt deze relatie. Ontwikkelingen Naar aanleiding van het eerder genomen Raadsbesluit in 2024 wordt de heffing en invordering van de meeste gemeentebelastingen (afvalstoffenheffing, rioolrecht, OZB, toeristenbelasting, watertoeristenbelasting, precariobelasting en woonschepen), evenals de uitvoering van de Wet WOZ en de Wet BAG per 1-1-2025 uitgevoerd door SvhW uit Klaaswaal (belastingsamenwerkingsverband). de kosten hiervan zijn opgenomen in de begroting. dit geldt ook voor de zogenaamde regiefunctionaris vanuit Geertruidenberg voor 12 uur per week als onder meer verbindingsschakel tussen de gemeente en SvhW. Hiermee is een goede uitvoering van de belastingtaken c.a. voor de toekomst geborgd. Onroerende zaakbelastingen Voor 2025 wordt er gewaardeerd naar de peildatum 1 januari 2024. Voor het belastingjaar 2025 vindt er op dit moment een hertaxatie plaats om te komen tot nieuwe WOZ-waarden per 1 januari 2024 (waardepeildatum). De hertaxaties bevinden zich in een afrondende fase. Omdat de definitieve omvang van de WOZ waardes gemeentebreed nog niet definitief is, wordt voor de inschatting van de waarde-ontwikkeling voor woningen en niet woningen aangesloten bij de cijfers uit de circulaires van het gemeentefonds.
Bij de gebruikers van niet- woningen wordt rekening gehouden met een lagere waarde vanwege leegstand en amendement De Pater. Het gaat hierbij om een waarde van € 56 miljoen, waar geen onroerende zaakbelasting voor in rekening kan worden gebracht. Voor de waarde ontwikkeling van de woningen wordt aangesloten bij het percentage zoals door het ministerie berekend bij de opstelling van de meicirculaire van het gemeentefonds. Dat is 3,5% voor woningen en voor nietwoningen stijgt de waarde ten opzichte van 2024 met 1,25%. De opbrengst van 2025 wordt naast de trendmatige verhoging van 3,5% + 1% verhoging i.v.m. IHP, met 2% extra verhoogd vanwege het feit dat het tarief en daarmee de opbrengst in belastingjaar 2024 circa 2% te laag was. Dit zit 'm in de inflatiecorrectie/prijsindex. Al enkele jaren is de inschatting van de prijsstijging van het bruto binnenlands product (BBP) complex. Landelijk is dit ook een belangrijk punt van aandacht. Inmiddels is ook door de minister erkend dat de indexen de laatste jaren te laag zijn ingeschat. De september circulaire laat zien dat naar verwachting de raming op 5,1% uitkomt, terwijl wij in de begroting 2024 met 3% hebben gerekend. De prijsstijging van het BBP valt afgerond 2% hoger uit.
evenals vorig jaar dient de OZB opbrengst dan ook extra te worden verhoogd (naast de hiervoor genoemde 3,5% + 1%) met 2% teneinde de afwijking (te lage inflatiecorrectie) op te vangen. OZB opbrengst 2024
OZB opbrengst 2025
WOZ waarde 2024
ontwikkeling WOZ waarde
WOZ waarde Tarief 2025 2025
Eigenaar woning
3.395.000
3.628.000
3.428.000.000
3,5%
3.547.000.000
0,1023%
Eigenaar niet-woning
2.414.000
2.574.000
752.000.000
1,25%
761.000.000
0,3381%
Gebruiker niet-woning*
1.759.000
1.879.000
696.000.000
1,25%
705.000.000
0,2665 %
7.568.000
8.081.000
= voor de berekening tarief niet-woning gebruiker is rekening gehouden met voor leegstand en amendement de Pater ten bedrage van € 56 miljoen voor 2025 Afvalstoffenheffing en reinigingsrechten
63
Het saldo van de kosten en opbrengsten van de exploitatie afval (de inzameling van huisvuil, de milieustraat en het containermanagement) brengen we in rekening bij de inwoners. Dat doen we via de afvalstoffenheffing. Het uitgangspunt is om 100% van de kosten, inclusief btw en overhead, in rekening te brengen. De heffing mogen we wettelijk gezien alleen inzetten voor de dekking van de kosten van afvalinzameling en afvalverwerking. We mogen er geen winst op maken. Een overschot of tekort storten we in of onttrekken we aan de egalisatievoorziening afvalstoffenheffing (gesloten financiering). Het Nieuwe Inzamelen Vanaf 2025 werken we met de financiële prikkel, een nieuwe systematiek om de hoogte van de afvalstoffenheffing te bepalen. Alle huishoudens betalen hetzelfde vastrecht, en een tarief per aanbieding van restafval. Door deze wijziging is het niet te zeggen wat de nieuwe tarieven voor individuele huishoudens zijn. De nieuwe tarieven zijn immers niet meer direct te vergelijken met die van 2024. 2025 De geraamde inkomsten uit de heffing (vastrecht plus aanbiedingen) stijgen met 4,8% ten opzichte van 2024. Hiermee kunnen we de stijgende kosten in de exploitatie (loonstijgingen, algemene prijsstijgingen, toename afvalbelastingen) ten dele opvangen. De verwachting voor 2025 is een kleine onttrekking uit de voorziening van circa € 50.000.
2025 – 2028 We gaan uit van jaarlijks gelijkblijvende inkomsten uit het vastrecht, maar dalende inkomsten uit het variabele deel van de heffing. Dat is immers het gewenste effect van het beleid. Minder restafval en dus teruglopende aantallen aanbiedingen. Deze inkomstendaling wordt gecompenseerd door dalende kosten en hogere vergoedingen of opbrengsten voor de inzameling en verwerking van afval door een toename van de gescheiden ingezamelde stromen en afname van ongescheiden, niet herbruikbaar afval. Het meerjarig resultaat op de begroting in de periode 2025 – 2028 is slechts 1 x positief. Dit zorgt voor een totale onttrekking van €110.000 uit de egalisatievoorziening Afval. Deze voorziening heeft ruim voldoende saldo om dit op te vangen. Reinigingsrechten vervallen De gemeente zamelt geen bedrijfsafval in. Daarom zijn de bepalingen en tarieven voor het heffen van reinigingsrechten komen te vervallen.
Berekening van kostendekkendheid van de Afvalstoffenheffing Afvalverwijdering huisvuil
1.293.000
Afvalverwijdering Milieustraat
531.000
Afvalverwijdering beleid en algemeen
554.000
Netto kosten taakveld
2.378.000
Toe te rekenen kosten: Overhead
100.000
BTW
510.000
Onttrekking uit de voorziening Afvalstoffenheffing Totale kosten
64
-/- 75.000 535.000
Opbrengst heffingen
2.913.000
Dekkingspercentage
100%
Rioolheffing & Waterzorgheffing De riool- en waterzorgheffing geschiedt vanuit twee gezichtspunten: Een heffing van de eigenaar en een heffing van de gebruiker. De heffing heeft het karakter van een bestemmingsheffing waarmee kosten kunnen worden verhaald om maatregelen te treffen die de gemeente noodzakelijk acht voor een doelmatig werkende riolering en overige maatregelen ten aanzien van hemelwater en grondwater. Dit betekent dat het individuele profijt van de heffing door de gemeente niet meer hoeft te worden aangetoond. De gemeente kan de kosten verhalen die ze maakt voor het nakomen van de zorgplichten uit de Wet verankering en bekostiging van gemeentelijke watertaken. De voorzieningen waarvan de kosten kunnen worden verhaald, sluiten aan bij de maatregelen die de gemeente in het kader van het verbreed gemeentelijke rioleringsplan (VGRP+) onderneemt. Dit kunnen maatregelen met een collectief of individueel karakter zijn. Van belang is dat de gemeente aannemelijk kan maken dat de maatregelen van belang zijn voor het nakomen van de zorgplichten. In basis worden de tarieven trendmatig verhoogd met 3,5%. Daarnaast wordt invulling gegeven aan het Raadsbesluit van 14 december 2023 (het vaststellen van het Programma Stedelijk Water 20242028), waarin besloten is om de heffing vanaf 2025 jaarlijks met 2,2% te doen stijgen exclusief de indexatie.
Het saldo van de totale lasten minus baten -zoals gebruikt voor de tariefberekening- voor 2025 geven wij in de onderstaande tabel weer. Berekening van kostendekkendheid van de Rioolheffing Riolering afvalwater en hemelwater
626.000
Riolering grondwater
26.000
Overige rioleringslasten waaronder kapitaallasten Rioolaansluitingen Netto kosten taakveld
1.369.000 0 2.021.000
Toe te rekenen kosten: Overhead
306.000
BTW
279.000
Onttrekking uit de voorziening rioolheffing Totale kosten
7.000 592.000
Opbrengst heffingen
2.613.000
Dekkingspercentage
100%
Overige rechten, heffingen en belastingen De overige rechten, heffingen en belastingen betreffen lijkbezorgingsrechten, leges, 65
precariobelasting, havengelden, marktgelden, woonschepenrechten en toeristen- en watertoeristenbelasting stijgen met 3,5% inflatiepercentage, uitgezonderd de (water)toeristenbelasting die stijgt met € 0,20 per overnachting of per etmaal. (over dit tarief heeft de gemeenteraad vorig jaar al besloten. Bij de uit de begroting voortvloeiende tarievenvaststelling worden de tarieven waar mogelijk trendmatig verhoogd. Lijkbezorgingsrechten Lijkbezorgingsrechten zijn rechten die in rekening gebracht worden voor het begraven van stoffelijke overschotten, het bijzetten van urnen en het onderhoud van graven op de gemeentelijke begraafplaatsen. We stellen voor de tarieven voor 2025 met 3,5% te verhogen. Het saldo van de totale lasten minus baten -zoals gebruikt voor de tariefberekening- voor 2025 geven wij in onderstaande tabel weer: Berekening van kostendekkendheid van Lijkbezorgingsrechten Algemene begraafplaatsen
83.000
Netto kosten taakveld
83.000
Toe te rekenen kosten: Overhead
23.000
BTW
10.000
Totale kosten
116.000
Opbrengst heffingen
50.000
Dekkingspercentage
43%
Leges Wij leveren diverse diensten en producten zoals paspoorten, rijbewijzen, uittreksels en (omgevings)vergunningen, waarvoor wij een vergoeding (leges) vragen. De tarieven inzake leges verhogen we, alleen daar waar mogelijk, slechts trendmatig en worden in rekening gebracht volgens de Legesverordening. Dit met uitzondering van de tarieven die van Rijkswege worden vastgesteld, zoals bijvoorbeeld de uitgifte van paspoorten en rijbewijzen. Samenvatting hoofdstuk 1,2 en 3 Recapitulatie Hoofdstuk 1, 2 en 3
Directe kosten
Loonkosten
Overhead
Opbrengst
Kostendekkendheid
Kostendekking Hoofdstuk 1
153.635
141.419
132.175
424.500
99,36%
Kostendekking Hoofdstuk 2
107.885
554.800
375.595
1.006.000
96,89%
13.046
10.340
8.600
36,77%
709.265
518.110
1.439.100
96,66%
Kostendekking Hoofdstuk 3 Kostendekking totale tarieventabel
261.520
De kostendekkendheid van gemeente Geertruidenberg voldoet aan de wettelijk gestelde eisen. Onderwerp legesverordening
66
Directe Loonkosten Overhead Opbrengst Kostendekkendheid kosten
Hoofdstuk 1 - Algemene dienstverlening Paragraaf 1.1 - Burgerlijke Stand
400
17.209
16.082
44.097
130,89%
Paragraaf 1.2 - Reisdocumenten en Nederlands Identiteitskaart
120.262
69.723
65.172
262.000
102,68%
Paragraaf 1.3 - Rijbewijzen
22.976
28.018
26.189
75.000
97,17%
915
11.483
10.725
15.500
67,03%
2.081
896
837
2.903
76,11%
7.000
14.090
13.170
25.000
72,97%
153.635
141.419
132.175
424.500
99,36%
107.885
554.800
375.595
1.006.000
96,89%
554.800
375.595
1.006.000
96,89%
7.953
6.303
7.484
52,50%
4.923
3.902
1.076
12,19%
Paragraaf 1.4 - Verstrekkingen uit de basisregistratie personen Paragraaf 1.5 - Bestuursstukken Paragraaf 1.6 - Vastgoedinformatie Paragraaf 1.7 - Overige publiekszaken Paragraaf 1.8 - Gemeentearchief Paragraaf 1.9 - Bijzondere wetten Paragraaf 1.10 - Diversen Totaal hoofdstuk 1
Hoofdstuk 2 - Omgevingswet Paragraaf 2.1 - Algemene bepalingen Paragraaf 2.2 - Voorfase Paragraaf 2.3 - Activiteiten met betrekking tot bouwwerken
Paragraaf 2.4 - Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed Paragraaf 2.5 - Milieubelastende activiteiten Paragraaf 2.6 - Lozingsactiviteiten Paragraaf 2.7 - Aanlegactiviteiten Paragraaf 2.8 - Overige activiteiten Paragraaf 2.9 - Maatwerkvoorschriften Paragraaf 2.10 - Gelijkwaardigheid Paragraaf 2.11 - Overige tarieven Paragraaf 2.12 - Modaliteiten Paragraaf 2.13 - Vermindering Paragraaf 2.14 - Teruggaaf Totaal hoofdstuk 2
107.885
Hoofdstuk 3 - Europese dienstenrichtlijn Paragraaf 3.1 - Horeca Paragraaf 3.2 - Seksbedrijven Paragraaf 3.3 - Winkeltijdenwet Paragraaf 3.4 - Organiseren evenement of markt Paragraaf 3.5 - Standplaatsen
67
Paragraaf 3.6 - Huisvestingswet 2014 (en Wet goed verhuurderschap) Paragraaf 3.7 - In dit hoofdstuk niet benoemd besluit Totaal hoofdstuk 3 Totaal
261.520
170
135
40
13,11%
13.046
10.340
8.600
36,77%
709.265
518.110
1.439.100
96,66%
Precariobelasting De precariobelasting is een belasting voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. Belastingplichtig is degene die één of meer voorwerpen heeft onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, dan wel degene voor wie die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond aanwezig zijn. Voor 2025 worden de tarieven trendmatig verhoogd met 3,5%. De geraamde inkomst bedraagt daarmee € 13.000. Havengelden Voor het (tijdelijk) mogen gebruiken van de gemeentelijke (passanten)haven vragen we een vergoeding. Deze havengelden bestemmen we voor het onderhouden en faciliteren van de havens. Momenteel kan de beroepsbinnenvaart gebruik maken van twee ligplaatsvoorzieningen, te weten die in de kern Geertruidenberg (Timmersteekade) en die in de kern Raamsdonksveer (Reenweg). Ook kan men op een aantal andere plekken in de Donge aanleggen. De tarieven voor de havengelden zijn opgenomen in de Verordening binnenhavengeld. Het havengeld berekenen we op basis van de grootte van het schip en de duur van het gebruik. De havenmeester int de havengelden bij de gebruikers van de verschillende gemeentelijke havens. Ook hier is de trendmatige verhoging met 3,5% toegepast, zijnde de inflatiecorrectie.
Het saldo van de totale lasten minus baten -zoals gebruikt voor de tariefberekening- voor 2025 geven wij in onderstaande tabellen (havengelden en binnenhavengelden) weer. Woonschepenrechten Een recht wordt geheven voor het innemen van een ligplaats met een (historisch) woonschip binnen de gemeentelijke wateren. De tarieven stijgen met 3,5% inflatiecorrectie. Berekening van kostendekkendheid van Havengelden en woonschepenrechten Diverse lasten passantenhaven en ligplaatsvoorzieningen inclusief BTW Overige inkomsten binnenhavens Netto kosten taakveld
66.000 -/- 19.000 47.000
Overhead
0
Totale kosten
47.000
Opbrengst (diverse) heffingen en pachten
41.000
Dekkingspercentage
90%
Marktgelden De gemeente heeft drie weekmarkten op drie verschillende locaties: de Oude Melkhaven te Raamsdonk, het Heereplein te Raamsdonksveer en de Markt te Geertruidenberg. Voor het innemen van een standplaats op de aangewezen plaatsten heffen we marktgeld volgens de Verordening
68
Marktgelden. De hoogte van de marktgelden is afhankelijk van de oppervlakte van een standplaats. Deze marktgelden gebruiken we voor het huren van marktkramen, de locaties van de markten te onderhouden en schoon te maken. De tarieven marktgeld worden trendmatig met 3,5% voor het belastingjaar 2025 verhoogd. Het saldo van de totale lasten minus baten -zoals gebruikt voor de tariefberekening- voor 2025 geven wij in onderstaande tabel weer: Berekening van kostendekkendheid van Marktgelden Exploitatielasten markten
48.000
Netto kosten taakveld
48.000
Toe te rekenen kosten: Overhead
26.100
Totale kosten
67.300
Opbrengst heffingen
8.000
Dekkingspercentage
11,89%
Toeristen- en watertoeristenbelasting 2025 en 2026 Vanaf 2020 wordt een toeristenbelasting en watertoeristenbelasting geheven. Hierin wordt een belasting geheven voor het houden van verblijf met overnachting of per etmaal binnen de gemeente. Het tarief wordt ten opzichte van 2024 verhoogd met € 0,20 naar € 1,80 per overnachting of per etmaal. Tevens wordt het tarief voor 2026 voorgesteld op € 1,85. Ondernemers hebben baat bij het beschikbaar hebben van de tarieven voor twee jaar om zo toekomstige boekingen te kunnen doen. Lokale lastendruk Hieronder gaan wij in op de gevolgen van één en ander voor de lokale lastendruk van de burgers. Door het feit dat we voor zowel de afvalstoffenheffing als de rioolheffing gedifferentieerde tarieven hanteren, hebben wij er voor gekozen om een beeld te geven van de indicatieve gevolgen voor een "gemiddeld" gezin. Hierbij gaan wij er voor de OZB vanuit dat het tarief voor de eigenaar van een woning 0,1023% bedraagt. Bij zowel de rioolheffing-gebruik, rioolheffing-eigendom als afvalstoffenheffing/DifTar een gemiddeld aantal ledigingen? (7 stuks op jaarbasis), dan wel aanbiedingen van zakken (28 stuks op jaarbasis) zijn het de tarieven zoals opgenomen bij het belastingvoorstel. Bij onderstaande indicatie gaan we uit van een gezin van 3 personen met een eigen woning met een WOZ-waarde van € 337.000 in 2025 (waardepeildatum 1-1-2024).
3-persoonshuishouden (eigenaar) Gemeente WOZ waarde woning
2024
2024
2024
2025
Geertruidenberg
Drimmelen
Dongen
Geertruidenberg
326.000
326.000
326.000
337.000
69
OZB eigendom
336,11
276,45
358,93
344,75
Rioolrecht gebruik en eigendom
235,20
268,29
175,45
248,60
Afvalstoffenheffing
306,00
351,83
327,72
201,00
DifTar Vast recht Afvalstoffenheffing variabel*
98,00 877,31
896,57
862,10
892,35
*Hierbij is uitgegaan van 7 ledigingen van een minicontainer van 240 liter op jaarbasis, c.q. de equivalent hiervan, zijnde 28 aanbiedingen van zakken van 60 liter. Voor niet- woningen is in onderstaand overzicht de lastendruk van een niet-woning opgenomen met een WOZ waarde van € 515.000 voor 2025 (waardepeildatum 1-1-2024). Niet-woningen
2024
2024
2024
2025
Geertruidenberg
Drimmelen
Dongen
Geertruidenberg
WOZ waarde niet-woning
515.000
515.000
515.000
521.000
OZB eigendom
1.741,22
934,21
1.567,15
1.761,50
OZB gebruiker
1.377,11
759,63
1.102,10
1.388,47
258,72
313,93
175,45
273,56
3.377,05
2.007,77
2.844,70
3.423,53
Gemeente
Rioolrecht gebruik en eigendom
Riool- en afvalstoffenheffing Voor de onderdelen riolering, afvalstoffen en reiniging moet er sprake zijn van tarieven die resulteren in 100% lastendekkendheid. Dit uitgangspunt volstaat bij de beoordeling van de hoogte van deze heffingen of zij voldoen aan het redelijke peil. Van een minimumtarief per aansluiting is in dit verband dan ook geen sprake meer. Een eventuele onderdekking op de onderdelen riolering, afvalstoffen en reiniging moet gecompenseerd worden door extra baten uit de OZB boven de 120%. Bij beide heffingen is sprake van zogenaamde gesloten financiering. Deze dienen maximaal 100% kostendekkend te worden opgenomen. Dit is in onze gemeente voor beide het geval. Kwijtschelding Indien een belastingplichtige niet of over te weinig financiële middelen beschikt om de belastingaanslag te voldoen, kunnen we onder bepaalde voorwaarden aan deze belastingplichtige kwijtschelding verlenen. Het kwijtscheldingspercentage dat we hanteren bedraagt 100%. Dit betekent dat alle belastingplichtigen die een inkomen hebben dat 100% van het minimuminkomen (volgens bijstandsnorm) of lager bedraagt in aanmerking komen voor gehele of gedeeltelijke kwijtschelding. Kwijtschelding kan alleen worden verleend indien het een aanslag betreft voor afvalstoffenheffing en rioolheffing gebruiker. De overige heffingen zijn in de betreffende belastingverordeningen uitgesloten voor kwijtschelding.
De opbrengsten voor afvalstoffenheffing en rioolheffing, welke worden kwijtgescholden zijn als kostencomponent opgenomen in de tarieven voor afvalstoffenheffing en rioolheffing. Voor 2025
70
worden de bedragen niet aangepast en gaat het om € 75.000 afvalstoffenheffing en € 15.000 rioolheffing.
Paragraaf B - Weerstandsvermogen en risicobeheersing
De paragraaf weerstandsvermogen geeft aan hoe robuust de begroting van de gemeente Geertruidenberg is. Dit is van belang wanneer een financiële tegenvaller zich voordoet. Aandacht voor het weerstandsvermogen kan voorkomen dat elke financiële tegenvaller dwingt tot bezuinigingen. Deze paragraaf heeft zijn basis in artikel 11 van het BBV (Besluit begroting en verantwoording Provincies en Gemeenten). Conform dit artikel moet deze paragraaf ten minste bevatten; • het beleid betreffende weerstandscapaciteit en risico’s (onderdeel 1); • een inventarisatie van de risico’s (onderdeel 2); • een inventarisatie van de weerstandscapaciteit (onderdeel 3); • een berekening van het weerstandsvermogen en een oordeel hierover (onderdeel 4); • de kengetallen (onderdeel 5); De Gemeente Geertruidenberg vindt een goed risicomanagement belangrijk en acht het wenselijk risico's die van invloed zijn op de bedrijfsvoering en ruimtelijke en maatschappelijke ontwikkelingen beheersbaar te maken. Alleen wanneer we een zo volledig mogelijk inzicht in de potentiële risico's en hun gevolgen hebben, kunnen we een uitspraak doen over het wel of niet aanvaarden van het risico en over voor het wel of niet nemen van eventuele aanvullende maatregelen. Hierdoor kunnen we op verantwoorde wijze besluiten worden genomen en worden risico’s tot een gewenst niveau beperkt. 1.
Risicomanagementbeleid In het vastgestelde risicomanagementbeleid worden de kaders gesteld ten aanzien van de reikwijdte en toepassing van risicomanagement. Het risicoprofiel is uitgewerkt voor de reguliere bedrijfsprocessen én de projecten, zodat de hierbij behorende weerstandscapaciteit van Gemeente Geertruidenberg kan worden berekend. Verdere verfijning en doorontwikkeling van risicomanagement vindt doorlopend plaats. 2. Risico’s Een risico is de kans op een gebeurtenis met effect op het behalen van de door de organisatie gestelde doelstellingen. Risicoprofiel De onderstaande tabel geeft de resultaten weer van de risico-inventarisatie voor gemeente Geertruidenberg. Om de risico’s van onze gemeente systematisch in kaart te brengen en te beoordelen is een risicoprofiel opgesteld. Dit risicoprofiel is een dynamisch geheel: als er aanleiding toe is, worden risico’s toegevoegd, gewijzigd en/of verwijderd. Hierbij is gebruik gemaakt van NARIS® (NAR Risicomanagement Informatie Systeem). Ten behoeve van de begroting 2025 zijn de risico’s in relatie met de opgaven, doelstellingen en de te bereiken effecten kritisch doorgenomen. In totaal zijn 57 risico's in beeld gebracht, ten opzichte van de vorige inventarisatie (jaarstukken 2023) is 1 risico is vervallen . ( jaarverslag 2023: 58; begroting 2024: 58).
De tabel geeft een inschatting van de kans dat een risico zich voordoet, afgezet tegen het financiële gevolg:
71
geld
Netto
x > €200.000
1
3
2
€100.000 < x < €200.000
1
1
4
1
€40.000 < x < €100.000
2
2
9
1
6
11
5
1
2
€10.000 < x < €40.000
1
x < €10.000
1
Geen geldgevolgen
2
Kans
10%
1 30%
50%
70%
90%
In het volgende overzicht worden de tien risico's gepresenteerd die de hoogste bijdrage hebben geleverd aan de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit. Hierbij geeft het invloed percentage de invloed van een risico op het totale risicoprofiel weer. RISICO’S Begr 2025
Begroting 2025 Begr 2024
Jrr 2023
Invloed
Programma
70%
25,72%
alle
70%
8,56%
6
1
1
-
2
2
3 Tekort ambtelijke capaciteit en ervaring
3
3
2
Een stijging van aantal bijstandsgerechtigden of toename aantal aanvragen bijzondere bijstand
90%
6,61%
3
4
4
8
Toename jeugdhulp aantallen en/of complexere (duurdere) vormen
90%
6,59%
3
5
5
-
Algemene uitkering gemeentefonds fluctueert met grote bedragen
70%
5,69%
7
6
-
1 Precariobelasting niet kunnen innen
30%
5,22%
7
7
6
7 Verslechtering kostendekkendheid van leges
70%
3,44%
7
8
7
5
70%
3,43%
6
9
8
- Toename aanvragen WMO/aantal voorzieningen per inwoner
90%
2,93%
3
Uitval van computersysteem/stroom of vertraagde werking van computersysteem/Data raakt verloren
10
-
- Budgetoverschrijdingen en/of onderschrijdingen
70%
2,56%
alle
-
9
6 Tekort op exploitatie WSW
90%
2,20%
3
-
10
- Renteschommelingen
-
70%
1,72%
7
Documenten met vertrouwelijke informatie komen in handen 10 van onbevoegden
70%
1,70%
7
-
-
9
Onvoldoende kunnen terugvorderen van BTW (over bepaalde dienstverlening)
70%
1,20%
3
-
-
4
Achterstallig onderhoud gemeentelijke gebouwen als gevolg van beperkte budgetten
50%
0,98%
1/3/4/7
Totaal grote risico's
72
Voorgestelde bezuinigingen/ombuigingen worden niet gerealiseerd
Kans
Begroting 2024
Jaarverslag 2023
Begroting 2025
€ 2.219.000
€3.450.000
€ 4.712.000
RISICO’S Begr 2025
Begroting 2025 Jrr 2023
Begr 2024
Kans
Invloed
Overige risico's
€ 1.940.001
€ 2.857.000
€ 2.205.002
Totaal alle risico's
€ 4.159.001
€ 6.307.000
€ 6.917.002
Programma
Uit de tabel blijkt dat de mutatie van het maximale risico ten opzichte van de vorige actualisatie (bij het jaarverslag 2023) € 610.000 (hoger) is. Dit wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door wijziging van risico’s. De risico's met de grootste mutatie is: • •
Voorgestelde bezuinigingen worden niet gerealiseerd (+500.000) Tekort ambtelijke capaciteit (+200.000)
De top 10 risico’s uit bovenstaande tabel en bijbehorende beheersmaatregelen worden hieronder toegelicht •
Risico: Voorgestelde bezuinigingen/ombuigingen worden niet gerealiseerd De gemeente staat voor een flinke financiële uitdaging voor 2026 en verder. De gemeente werkt momenteel aan oplossingsrichtingen voor deze financiële uitdaging. Het risico bestaat dat bij de uitwerking van de oplossingsrichtingen de verwachte resultaten niet worden behaald. Beheersmaatregel Inventariseren bezuiniging- en/of ombuigingsmogelijkheden Voortgangsoverleg realisatie taakstellingen en ombuigingen Directieteam
•
Risico: Tekort ambtelijke capaciteit en ervaring Het aantal taken bij de gemeente neemt al jaren toe en daarmee ook de werkdruk bij de medewerkers. Daarnaast is er sprake van arbeidskrapte. Onze gemeente heeft in vergelijking met de omliggende gemeente een laag loongebouw en ook een platte organisatiestructuur waardoor er weinig mogelijkheden zijn voor groei. Dit maakt het voor (nieuwe) medewerkers minder aantrekkelijk om voor onze gemeente te kiezen. Daarnaast vragen sommige taken (nieuwe) expertise die minimaal voorradig is op de arbeidsmarkt. Het effect is dat we niet altijd de kwaliteit kunnen bieden die we zouden willen en sommige zaken langer blijven liggen dan wenselijk. Beheersmaatregel Inzet budget inhuur derden Verbeteren secundaire arbeidsvoorwaarden
•
Risico: Een stijging van aantal bijstandsgerechtigden of toename aantal aanvragen bijzondere bijstand De verwachting is dat de aanhoudende onrust in de wereld leidt tot een afkoeling van de economie. Voor 2024-2025 wordt landelijk een (bescheiden) stijging van het aantal bijstandsgerechtigden verwacht. Daarnaast neemt het aantal IOAW en IOAZ-uitkeringen als gevolg van de vergrijzing toe. Het aantal inwoners dat een beroep doet op bijzondere bijstand is door de energiecrisis en inflatie toegenomen. Gezien de moeite die veel inwoners hebben om rond te komen is de verwachting dat de uitgaven komend jaar wederom zullen toenemen. Beheersmaatregel Opstellen van externe re-integratie adviezen
•
Risico: Toename jeugdhulp aantallen en/of complexere (duurdere) vormen In 2023 is er een toename van ambulante jeugdhulp, ten opzichte van 2021 en 2022. Dit gaat 73
gepaard met het doel van regio WBO om het aantal jeugdigen in de Jeugdzorgplus, jeugdbescherming en jeugdreclassering te verminderen in de komende jaren. Echter, we constateren ook een verzwaring van de hulpvragen; de problematieken bij jeugdigen worden complexer. Hierdoor zien wij een toename van inzet van zorgvormen uit het Landelijk Transitie Arrangement (LTA) en dat zorg wordt aangeboden via maatwerkovereenkomsten. Tevens zien we als risico dat we herhaaldelijk worden geconfronteerd met jeugdhulpaanbieders die in continuïteitsproblemen komen. Beheersmaatregel Beheersmaatregelen Jeugdzorg
74
•
Risico: Algemene uitkering gemeentefonds fluctueert met grote bedragen De gemeenten krijgen vanaf 2026 minder geld van het Rijk. Het belang van een stabiele financiële gedragslijn is groot. Een afwijking van 1% op het totaal maakt een verschil van € 450.000 positief of negatief. Op rijksniveau wordt gewerkt aan een herziening van de berekening systematiek met als doel om de fluctuaties in de omvang te beperken. Beheersmaatregel VNG lobby/arbitrage
•
Risico: Precariobelasting niet kunnen innen De netbeheerder is in cassatie gegaan tegen de uitspraak van de belastingrechter tot ongegrondverklaring van zijn beroep tegen heffing precariobelasting 2017. In het slechtste geval (cassatie netbeheerder gegrond) betekent dit dat er geen precariobelasting meer geïnd kan worden van deze netbeheerder over de jaren 2017 t/m 2021. Beheersmaatregel Inschakelen van juridische ondersteuning
•
Risico: Verslechtering kostendekkendheid van leges De invoering van de Omgevingswet is in werking getreden op 1 januari 2024. Deze verordening sluit grotendeels aan Er is nog onvoldoende ervaring opgedaan met de omgevingswet om de verordening onder de Omgevingswet te evalueren, omdat een groot aantal vergunningen die afgewerkt zijn in 2024 nog onder de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht vielen. Beheersmaatregel Opstellen onderbouwingen kostendekkendheid tarieven (met behulp van externe expertise)
•
Risico: Uitval van computersysteem/stroom of vertraagde werking van computersysteem/Data raakt verloren Door de toenemende vorm van cybercriminaliteit en het op die manier proberen wachtwoorden te achterhalen of gegevens te encrypten, kan data verloren raken of in verkeerde handen komen. Maar ook een hack of uitbraak van ransomware kan leiden tot uitval of vertraging van de systemen. Daarnaast worden er steeds meer mobiele apparaten gebruikt voor het uitvoeren van werkzaamheden, deze kunnen gestolen worden of verloren raken. Beheersmaatregel Periodiek uitvoeren van Penetratietest/Pentest E-learning medewerkers m.b.t. informatiebeveiliging Actualiseren informatiebeveiligingsplan inclusief te nemen maatregelen
•
Risico: Toename aanvragen WMO/aantal voorzieningen per inwoner De toenemende vergrijzing en het feit dat mensen langer thuis wonen zorgen voor een toenemend beroep op Wmo-voorzieningen. Dit zorgt voor hogere uitgaven, welke stijgende lijn de laatste jaren goed zichtbaar is. Hierbij is nu ook het personeelstekort en toenemende belasting van mantelzorgers een factor van betekenis geworden. Het is de vraag of er de komende periode voldoende personeel zal zijn voor deze groeiende vraag naar ondersteuning. De beschikbaarheid van Wmo-voorzieningen, met name huishoudelijke ondersteuning, staat daarmee onder druk. Beheersmaatregel Kosten beheersingsplan WMO
•
Risico: Budgetoverschrijdingen en/of onderschrijdingen Het goed in beeld brengen van de financiële ruimte blijft een lastige inschatting en is vaak onderhevig aan vele factoren, zeker in deze onzekere tijden waarbij kosten stijgen en alternatieven gezocht moeten worden om onze maatschappelijk effecten toch te behalen. Goed budgetbeheer zorgt ervoor dat over- en/of onderschrijdingen van budgetten tijdig worden gesignaleerd en gerapporteerd zodat eventuele bijsturing nog mogelijk is. Tevens wordt het risico op begrotinsgonrechtmatigheden hiermee verkleind. Beheersmaatregel Optimaliseren verplichting registratie Periodiek rapporteren van budgethouder aan clustermanager/directie
3. Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente Geertruidenberg beschikt om niet-begrote kosten die onverwachts en substantieel zijn te dekken. Tabel 2: Benodigde weerstandscapaciteit bij verschillende zekerheidspercentages Percentage
Bedrag
10%
€1.271.000
20%
€ 1.381.000
50%
€ 1.995.000
75%
€ 2.496.000
90%
€ 2.893.000
95%
€ 3.113.000
Benodigde weerstandscapaciteit Op basis van de ingevoerde risico's is een risicosimulatie uitgevoerd. De risicosimulatie wordt toegepast, omdat het reserveren van het maximale bedrag ongewenst is (€ 6.917.000 zie voorgaande tabel). De risico's zullen immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang optreden. De resultaten van de risicosimulatie staan hiernaast weergegeven. Hieruit volgt dat bijvoorbeeld met 20% zekerheid alle risico’s kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 1,4 miljoen. De benodigde weerstandscapaciteit bij een zekerheidspercentage van 90% is € 2,9 miljoen (jaarstukken 2023: € 2,4 miljoen; begroting 2024 € 1,7 miljoen). Met 90% zekerheid kunnen met dit bedrag alle risico’s worden afgedekt. De benodigde weerstandscapaciteit is ten opzichte van de jaarstukken 2023 (laatste actualisatie) € 527.000 hoger. Dit wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door: - Voorgestelde bezuinigingen worden niet gerealiseerd (+) - Tekort ambtelijke capaciteit (+) Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit het geheel aan middelen dat de organisatie
75
daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico's in financiële zin af te dekken. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen incidentele en structurele weerstandscapaciteit. Beschikbare weerstandscapaciteit
Jaarverslag 2023 31-12-2023
Begroting 01-01-2025
Begroting 01-01-2026
Begroting 01-01-2027
Begroting 01-01-2028
Incidentele weerstandscapaciteit (in vermogen)
7.983.386
15.972.309
16.857.309
13.532.667
10.951.911
Vrij aanwendbare algemene reserve
7.633.297
15.018.622
15.898.622
12.568.980
9.983.224
Vrije algemene reserve
5.267.297
12.125.622
13.005.622
9.675.980
7.090.224
Weerstandsreserve
2.366.000
2.893.000
2.893.000
2.893.000
2.893.000
350.090
9853.688
958.688
963.688
968.688
Structurele weerstandscapaciteit (in exploitatie)
0
65.000
45.000
45.000
45.000
Onvoorzien
0
65.000
45.000
45.000
45.000
Onbenutte belastingcapaciteit OZB
0
0
0
0
0
Onbenutte capaciteit afvalstoffenheffingen
16.037.309
16.902.309
13.577.667
10.996.911
Weerstand (in €)
Vrij aanwendbare bestemmingsreserve Gerealiseerde resultaat (programmabegroting)
Totale weerstandscapaciteit
7.983.386
Vrij aanwendbare algemene reserve Het huidige beleidskader met betrekking tot reserves en voorzieningen is neergelegd in de Financiële Verordening 2022. Om te voorkomen dat bij een calamiteit direct het bestaande beleid moet worden bijgesteld, is gekozen voor het vormen van een afzonderlijk weerstandsdeel in de algemene reserve. Weerstandsreserve. De weerstandsreserve is het basis van deze paragraaf afgezonderde deel van de algemene reserve. Vrij aanwendbare bestemmingsreserve Een bestemmingsreserve is een reserve waaraan de raad een bepaalde bestemming heeft gegeven. De bestemmingsreserves kunnen, zolang de raad de bestemming kan wijzigen, tot de weerstandscapaciteit worden gerekend. Voor sommige bestemmingsreserves zal een aanwending als weerstandscapaciteit echter aanzienlijke negatieve consequenties voor bestaande voorzieningen met zich meebrengen. Dit geldt voor reserves die zijn gevormd om de afschrijvingslasten of kapitaalslasten van diverse voorzieningen te dekken zoals fort Lunet, gemeentehuis, containermanagement en Informatisering en Automatisering. Tevens geldt dit voor de in het verleden gevormde reserve voor diverse risico’s grondexploitatie. Daarom worden bovengenoemde bestemmingsreserves niet meegerekend in de beschikbare weerstandscapaciteit.
Voor de overige bestemmingsreserves geldt dat eventuele aanwending als weerstandscapaciteit geen of geringe negatieve consequenties voor bestaande voorzieningen met zich meebrengen. Een groot deel betreft restanten van in het verleden gevormde reserves. Gerealiseerd resultaat volgend uit de programmabegroting Het BBV geeft aan dat het gerealiseerde resultaat volgend uit de programmabegroting ook tot het eigen vermogen behoort. Afhankelijk van de bestemming zal daarom ook dit resultaat kunnen worden meegenomen in de berekening van het weerstandsvermogen. Onvoorzien De post onvoorzien wordt bij de begroting opgenomen om onvoorziene ontwikkelingen te kunnen afdekken. De budgettair opgenomen ruimte is € 65.000.
76
Onbenutte inkomstenbronnen De mate waarin van de onbenutte belastingcapaciteit gebruik wordt gemaakt, verschilt van gemeente tot gemeente en is mede afhankelijk van de politieke relevantie van de hoogte van het OZB-tarief. Als zich tegenvallers voordoen, zal de onbenutte belastingcapaciteit niet zonder slag of stoot worden ingezet, maar dit is wel één van de mogelijkheden. Bij de berekening van de onbenutte belastingcapaciteit wordt aangesloten bij de drie belangrijkste inkomsten van de gemeente te weten: OZB, afvalstoffenheffing en rioolafvoerrecht, voor zover deze laatste twee niet maximaal mogelijk en/of kostendekkend blijken te zijn. Deze posten worden niet meegenomen bij de berekening van het weerstandsvermogen bij de jaarrekening. In de opsomming van posten voor de beschikbare weerstandscapaciteit zijn de voorzieningen niet genoemd. Voorzieningen vallen niet onder de weerstandscapaciteit, omdat deze zijn gevormd voor het afdekken van voorzienbare lasten in verband met verplichtingen en risico’s waarvan de omvang en/of het tijdstip van optreden per balansdatum min of meer onzeker is. Deze lasten hangen samen met de periode voorafgaand aan die datum. 4. Weerstandsvermogen Op basis van de huidige gegevens in het risicomanagementsysteem berekenen we het weerstandsvermogen.
Het weerstandsvermogen is te definiëren als ‘het vermogen van de gemeente Geertruidenberg om niet-structurele financiële risico’s te kunnen opvangen teneinde haar taken te kunnen voortzetten’. Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, leggen we de relatie tussen de financieel gekwantificeerde risico's en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De relatie tussen beide componenten geven we in onderstaande figuur weer.
De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit, kunnen we afzetten tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen. Voor 2025 is dit: Beschikbare weerstandscapaciteit € 16.037.309 Ratio weerstandsvermogen = ----------------------------------------------- = ------------------ = 5,54 Benodigde Weerstandscapaciteit € 2.893.000 Jaarverslag 2023 Begroting 2024 Begroting 2025 Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028 Ratio weerstandsvermogen
3,37
4,42
5,54
5,84
4,69
3,80
77
De stijging van de ratio weerstandsvermogen ten opzichte van het jaarverslag 2023 (laatste actualisatie) wordt voornamelijk veroorzaakt door: • De forse stijging van de vrije algemene reserve • De stijging van beschikbare bestemmingsreserves Gebaseerd op de hierna opgenomen tabel valt het weerstandsvermogen in klasse A. Dit duidt op een weerstandsvermogen uitstekend dat ruim voldoet aan de in het risicomanagementbeleid vastgestelde norm (waarderingscijfer B, ratio weerstandsvermogen tussen de 1,4 en 2,0). Weerstand velden[1] Waarderingscijfer
Ratio Betekenis
A
>2.0 Uitstekend
B
1.4-2.0 Ruim voldoende
C
1.0-1.4 Voldoende
D
0.8-1.0 Matig
E
0.6-0.8 Onvoldoende
F
<0.6 Ruim onvoldoende
[1] De normtabel is ontwikkeld door het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement in samenwerking met de Universiteit Twente. Deze tabel biedt een waardering van de berekende ratio. 5. Kengetallen Om de inzichtelijkheid in de financiële positie van de gemeente te vergemakkelijken voegen we aan deze paragraaf in de begroting en in het jaarverslag kengetallen toe. Kengetallen
Jaarverslag 2023 Begroting 2024*
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Netto schuldquote
29,87%
44,12%
68,47%
79,41%
100,36%
115,71%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
25,87%
39,90%
64,09%
74,48%
95,35%
110,69%
Solvabiliteitsratio
29,66%
31,37%
28,42%
29,86%
23,78%
19,77%
Structurele exploitatieruimte
0,17%
0,40%
0,14%
-4,61%
-5,46%
-5,72%
Grondexploitatie
4,07%
3,16%
1,13%
-2,09%
-3.60%
-3.60%
Belastingcapaciteit
91%
93% 1)
91%
91%
91%
91%
* Begroting na wijziging 1) gecorrigeerd obv verordening belasting en tarieven 2024. Beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie Netto schuldquote De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. In de VNG-publicatie ‘Houdbare gemeentefinanciën’ is aangegeven dat wanneer een schuld lager is dan het begrotingstotaal (<100%) dit als voldoende kan worden beschouwd en boven de 130% als onvoldoende. De netto schuldquote van de gemeente Geertruidenberg is voldoende, echter wel verslechterd ten opzichte van de jaarstukken 2023. Vanaf de begroting 2024 geeft het kengetal een fors stijgend verloop en is vanaf 2027 niet meer als voldoende aan te merken. De ontwikkeling van het kengetal is hiermee negatief. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Om inzicht te krijgen in hoeverre sprake is van doorlenen, wordt de netto schuldquote weergegeven (netto schuld gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen). Op die manier brengen we in beeld wat het
78
aandeel van de verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast. De netto schuldquote van de gemeente Geertruidenberg is voldoende, echter wel verslechterd ten opzichte van de jaarstukken 2023. Vanaf de begroting 2024 geeft het kengetal een fors stijgend verloop. De ontwikkeling van het kengetal is hiermee negatief. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Het eigen vermogen bestaat uit reserves en het resultaat van baten en lasten. In de VNG-publicatie ‘Houdbare gemeentefinanciën’ is aangegeven dat wanneer een solvabiliteitsratio hoger is dan 30% dit als voldoende kan worden bestempeld en lager dan 20% als onvoldoende. De ratio voor de gemeente Geertruidenberg is niet voldoende en geeft een dalend verloop ten opzichte van de jaarrekening 2023 (uitgezonderd begroting 2024) en in 2028 wordt de ratio onvoldoende. De ontwikkeling van kengetal is daarom negatief. Kengetal grondexploitatie Grondexploitaties kunnen een forse impact hebben op de financiële positie van een gemeente. De boekwaarde van de grond is van belang, omdat deze terugverdiend moet worden bij de verkoop. Boekwaarden worden afgezet tegen de totale baten. Er is geen norm voor deze ratio.
Het kengetal voor de grondexploitatie van de gemeente Geertruidenberg is gestegen ten opzichte van de jaarrekening 2022 en geeft een licht stijgend verloop. Dit is licht negatief. Structurele exploitatieruimte Voor de beoordeling van het evenwicht van de begroting wordt er ook gekeken naar de structurele en incidentele lasten en baten. Voorbeeld van structurele baten zijn de algemene uitkering en eigen belastinginkomsten. Bij structurele lasten zijn dat bijvoorbeeld personeelslasten, kapitaallasten en bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen. Een begroting waarvan de structurele baten dan ook hoger zijn dan de structurele lasten is dan ook meer flexibel dan een begroting, waarbij de structurele baten en lasten in evenwicht zijn. Er is geen norm voor deze ratio. De structurele exploitatieruimte van de gemeente Geertruidenberg is voor de begroting 2025 positief. Voor 2026 t/m 2028 zijn er forse tekorten. De structurele exploitatieruimte is vanaf 2026 negatief en geeft vanaf 2026 een stijgend verloop. Dit heeft met name te maken met de landelijke sterke verlaging van de algemene uitkering vanaf 2026. Belastingcapaciteit De ruimte die een gemeente heeft om zijn belastingen te verhogen wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Het Centrum voor Onderzoek voor de lagere overheden (Coelo) publiceert deze lasten jaarlijks.