CConstaterende datGeertruidenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

Begroting 2025-2028 definitief 081024

De raad besluit 7 november 2024, gemeente GeertruidenbergBij agendapunt: Begroting 2025-202835.085 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Bij de berekening van het kengetal worden de gemeentelijke woonlasten afgezet tegen het landelijk gemiddelde. Er is geen norm voor deze ratio. De totale woonlasten van de gemeente Geertruidenberg zijn voor 2025 gestegen maar liggen lager dan het landelijk gemiddelde en geven een licht stijgend verloop ten opzichte van de jaarrekening 2023. Dit is een licht negatieve ontwikkeling. Samenhang De kengetallen moeten in samenhang worden bezien. Alle kengetallen geven momenteel een negatieve ontwikkeling voor de toekomst. De beoordeling van de structurele exploitatieruimte heeft vooral waarde in meerjarig vooruitblikkend perspectief. Hier is zichtbaar dat dit percentage voor het eerste jaar nog positief is, het geen betekent dat er “vrije” ruimte aanwezig is, maar dat er vanaf 2026 zware tekorten zijn.

79

Op basis van de huidige cijfers kan geconcludeerd worden dat de trend van de kengetallen negatief is. Met name de ontwikkeling van de schuldquote solvabiliteit en structurele exploitatieruimte zijn negatief. Het monitoren van de ontwikkeling van de kengetallen naar de toekomst is van belang. Zie ook de hierna volgende figuur (bron: Ministerie van Binnenlandse zaken en koninkrijk relaties)

Paragraaf C - Onderhoud kapitaalgoederen Het BBV schrijft voor dat de paragraaf betreffende het onderhoud van kapitaalgoederen ten minste de volgende kapitaalgoederen bevat: a. wegen; b. riolering; c. water;

80

d. groen; e. gebouwen. Van de kapitaalgoederen wordt aangegeven: a. het beleidskader; b. de uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties; c. de vertaling van de financiële consequenties in de begroting en jaarrekening. In deze paragraaf lichten wij de consequenties toe van het gekozen kwaliteitsniveau voor kapitaalgoederen binnen het beleidskader. Algemene uitgangspunten De gemeente beheert ongeveer 310 hectare aan openbare ruimte. Onder deze openbare ruimte vallen: wegen, riolering, infrastructurele kunstwerken waterpartijen en openbaar groen. Verder rekenen wij alle virtuele objecten (niet zichtbaar zoals kadastrale grenzen) en reële objecten (zichtbaar, zoals een bouwwerk) onder, op en boven de grond als taak toe aan de openbare ruimte. Gebouwen behoren niet tot de openbare ruimte, maar worden wel als kapitaalgoed meegenomen. Hieronder geven we voor deze kapitaalgoederen een nadere beschrijving van de wijze van beheer en onderhoud. Het beleid voor het onderhoud van de kapitaalgoederen is onder meer opgenomen in het overzicht kader stellende beleidsnota’s en beheerplannen. Wettelijke bepalingen Van toepassing zijn onder meer de volgende documenten, "Notitie Materiële vaste activa " (2019) en “Handreiking onderhoud kapitaalgoederen” (2020) uitgebracht door de Provincie NoordBrabant als toevoeging op deze notitie.

Deze notities behandelen de wijze van activeren, waarderen en afschrijven van activa en het onderhoud van kapitaalgoederen. Ook zijn aandachtspunten voor de financiële verordening opgenomen. Het BBV schrijft recente beheerplannen voor. Onder een recent beheerplan wordt verstaan: maximaal vijf jaar oud. Voor het verslagleggingsjaar 2025 mag het beheerplan derhalve niet ouder zijn dan 2021. Van deze vijf jaar kan door de raad alleen gemotiveerd afgeweken worden. Onderhoudskosten worden gemaakt om het object gedurende de levensduur op een bepaald kwaliteitsniveau te houden of weer te krijgen (naar behoren laten functioneren en een bepaalde representativiteit laten behouden). Onderhoud kan worden onderscheiden in groot onderhoud en klein onderhoud Klein onderhoud: Bij klein onderhoud gaat het om dagelijkse reparaties die noodzakelijk zijn om het object in goed werkende en veilige staat te houden tegen een van te voren vastgesteld kwaliteitsniveau. Hierbij moet worden gedacht aan maatregelen die noodzakelijk zijn om het object blijvend naar behoren te laten functioneren of haar representativiteit te laten behouden. Klein onderhoud is het onderhoud dat vanaf het eerste of het lopende planjaar op een klein gedeelte van het object wordt uitgevoerd. Uitgaven lopen altijd via de exploitatie.

Groot onderhoud: Lasten van groot onderhoud ontstaan na een langere periode van gebruik van een object als gevolg van slijtage. Groot onderhoud is in de regel gepland, periodiek voorkomend, onderhoud van veelal ingrijpende aard als gevolg van slijtage, dat op een substantieel deel van het object wordt uitgevoerd en na een langere periode van gebruik moet worden verricht. Indien de gemeente een voorziening voor groot onderhoud heeft gevormd dienen alle uitgaven die daadwerkelijk zijn opgenomen in het beheersplan direct op deze voorziening geboekt te worden. Andere uitgaven voor groot onderhoud die niet zijn opgenomen in het onderhoudsplan, moeten ten

81

laste van de exploitatie worden geboekt. Ook als er geen voorziening is, dienen de kosten ten laste van de exploitatie te worden geboekt. Beleidskader- en beheersplannen Wij werken zoveel mogelijk met beheerplannen. Deze plannen geven over meerdere jaren inzicht in onderhoudsmaatregelen en benodigde financiële middelen, om de functie van de beheerobjecten te kunnen waarborgen. Het integrale beheerplan ‘Programma Openbare Ruimte’ krijgt een doorstart als het programma Duurzame Inrichting Openbare Ruimte (DIOR) dat naar verwachting Q1 2025 ter besluitvorming aan de raad voorgelegd zal worden. De bestaande beleids- en beheerplannen zullen in het DIOR geïntegreerd worden. De beheerplannen en onderhoudsniveaus van de beheerobjecten (kapitaalgoederen) zijn maatgevend voor de uitvoering van de werkzaamheden en voor de onderhoudslasten in het betreffende jaar. Uitsluitend de geplande onderhoudslasten (die van jaar tot jaar kunnen variëren) waarvoor gespaard wordt, mogen ten laste van de voorzien worden gebracht. Beheer- en beleidsplannen worden in de regel voor een periode van vijf jaar opgesteld en daarna herijkt en indien noodzakelijk aangepast. Het beleids- en beheerplan voor de wegen wordt ook steeds voor vijf jaar vast gesteld maar het onderhoudsprogramma wordt steeds voor twee jaar opgesteld. Dit komt omdat de wegen tweejaarlijks geïnspecteerd worden.

Op basis van deze inspectie wordt de onderhoudsprogrammering opgesteld voor de volgende twee jaar. De uitkomst van de inspectie en de daaruit voortvloeiende onderhoudsmaatregel kan een aanpassing van de storting in de voorziening noodzakelijk blijken. Indien dit zich voordoet zal een nieuwe beheerplan wegen opgesteld worden en ter vaststelling aan de raad worden voorgelegd. Eventuele onderhoudslasten die niet in het beheerplan zijn opgenomen moeten rechtstreeks ten laste van de exploitatie komen Voor Openbare Verlichting en Groen is gekozen om deze niet via een voorziening te beheersen maar de kosten rechtstreeks via de exploitatie te laten lopen. In de onderstaande tabellen staan de onderhouds- en beheerplannen met het jaar van ingang van het plan en het jaar waarin het plan geactualiseerd moet worden. Een nieuw plan dient uiterlijk na 5 jaar opgesteld te worden of eerder indien er significante wijzigingen zich voordoen. Tevens is opgenomen wat het door de raad vastgestelde onderhoudsniveau is en of er een voorziening is ingesteld. Nieuw plan Toelichting actief vanaf

Beleidsplan

1e jaar

Wegbeheer

2021

2026

Infrastructurele (kunst)werken

2019

Voorziening infrastructurele werken. Het beleidsplan Infrastructurele kunstwerken gaat 2024 integraal onderdeel uitmaken van het DIOR. Aan de gemeenteraad zal worden voorgelegd om in te stemmen met de verlening van het huidige plan tot 2026.

Openbare verlichting

2024

2029

Alle uitgaven lopen direct via exploitatie. In 2028 zal een financiële herijking van het beleidsen beheerplan plaatsvinden. Voor Openbare Verlichting wordt geen gebruikt gemaakt van een voorziening. Het beleidsplan Openbare Verlichting gaat integraal onderdeel uitmaken van het DIOR.

Riolering

2024

2029

In 2024 is het Programma Stedelijk Water aangenomen. Dit beleidsplan Programma Stedelijk Water gaat integraal onderdeel uitmaken van het DIOR.

Baggeren / Binnenhavens

2019

Voorziening Baggeren. Het beleidsplan Baggeren gaat integraal onderdeel uitmaken van het 2024 DIOR. Aan de gemeenteraad zal worden voorgelegd om in te stemmen met de verlening van het huidige plan tot 2026.

Gebouwen (incl. onderwijs)

2024

2029 Voorziening gemeentelijke eigendommen

82

Voorziening onderhoud wegen. Het beleidsplan wegen gaat integraal onderdeel uitmaken van het DIOR

Beleidsplan

1e jaar

Groen

_____

Nieuw plan Toelichting actief vanaf _____

Alle uitgaven lopen direct via de exploitatie. Geen voorziening. Het beleidsplan Groen gaat integraal onderdeel uit maken van het DIOR.

De beleids- en beheersplannen voor Baggeren / Binnenhavens en voor Infrastructurele (kunst)werken hebben als gevolg van personele wisselingen en het verschuiven van taken vertraging opgelopen. Deze beleids- en beheerplannen gaan onderdeel uit maken van het begin 2025 vast te stellen DIOR. De gemeenteraad wordt daarom gevraagd om de bestaande plannen met 1 jaar te verlengen tot 2026. Beheersplan

Voorziening Onderhoudsniveau

Wegbeheer

Ja

C, Nieuw plan in 2021 aangenomen. Mogelijk dat bij het vaststellen van het DIOR onderhoudsniveaus gewijzigd gaan worden

Infrastructurele kunstwerken

Ja

Geen onderhoudsniveau. Conditiemeting op basis van de CROW-CUR-Aanbeveling 117 . Mogelijk dat bij het vaststellen van het DIOR onderhoudsniveaus voor de Infrastructurele Kunstwerken vastgesteld gaan worden

Openbare Verlichting

Nee

Geen onderhoudsniveau. Alle nieuwe verlichting dient te voldoen aan Richtlijnen Openbare Verlichting 2011 (ROVL 2011) NEN3140 en NEN1010. Deze zijn opgenomen in het Programma Openbare Verlichting 2024-2033. Openbare verlichting ouder dan 2011 moet voldoen aan richtlijn OVL. Mogelijk dat er bij het vaststellen van het DIOR onderhoudsniveaus voor de Openbare Verlichting vastgesteld gaan worden.

Riolering

Ja

Geen onderhoudsniveau - Programma Stedelijk Water 2024-2028, gemalen NEN3140 - BRL14020, riool inspectie NEN-EN 13580-2

Baggeren / Binnenhavens

Ja

Geen onderhoudsniveau. Volgens beleid 1. Besluit bodemkwaliteit, 2. Kaderrichtlijn water, 3. Legger en Keur WSBD categorie A, B en C, 4. Waterwet, 5. Natuurwet.

Gebouwen

Ja

Basis is kwaliteitsniveau 3 'redelijke conditie', plaatselijk zichtbare veroudering, functievervulling niet in gevaar. Voor gebouwen die gesloopt of verkocht worden kan gekozen worden voor een lager kwaliteitsniveau.

Groen

Nee

Geen onderhoudsniveau's . Onkruid op verharding - Centrum gebied A - Woon- en buitengebied - B Mogelijk dat bij het vaststellen van het DIOR onderhoudsniveaus gewijzigd gaan worden.

Algemene Beleids- en beheerkaders De landelijk geformuleerde normen en richtlijnen vormen het uitgangspunt voor de beleids- en beheerkaders. Deze wijze van werken geeft richting aan kwaliteitsniveaus en beheermethodieken en dient als referentie en toetssteen voor onze gemeentelijke normen en aanpak. De planningen zijn en worden gericht op het voorkomen van achterstallig onderhoud en schadeclaims. De door de raad vastgestelde kwaliteitsniveaus worden geborgd binnen de daarvoor door de raad beschikbaar gestelde budgetten. Om beter in te kunnen spelen op de beleving en de wensen van de gebruiker van de openbare ruimte wordt gewerkt in wijkteams. Planningen De planningen zoals deze voortkomen uit de beheerplannen, zijn conceptplanningen. We beoordelen vooraf aan de uitvoering of de aanpak noodzakelijk is. De planningen zijn in die zin dan ook dynamische documenten. Ook speelt de integrale aanpak, participatie en vraaggericht werken een bepalende rol voor de jaarlijkse planning. Om deze redenen kunnen we afwijken van de jaarschijfopgave uit de beheerplannen. Integrale werkzaamheden Voor de uitvoering van beleids- en beheertaken geldt dat deze zoveel mogelijk integraal tot stand komen. Op deze wijze nemen we bij de aanpak van een weg zo nodig ook de riolering, de openbare verlichting, het groen en verkeersmaatregelen mee.

In 2025 worden de navolgende integrale beheer- en additionele werken uitgevoerd: • Oudeweg, Zijlweg, Maasweg, Aanwassenweg en Achterstedijk (vanuit de Visie Hooipolder) • Het Lint (ged. Kerklaan, Heemraadsingel, Schansstraat, Luiten Ambachtstraat) 2026 gereed • Beethovenlaan (inclusief klimaatadaptieve aanpassingen) • Julianalaan 83

• • • • • • • • • •

Lisseveld en Weegbree (Dombos) Fietspad Gouveneurslaan Beeleartsweg Ranonkelstraat en Reitselaan (inclusief klimaatadaptieve inrichting) Raadhuisstraat (aanpassen riolering) Zoutmanstraat (klimaatadaptieve inrichting i.s.m. Thuisvester) Vervangen beschoeiing langs de vestingwallen Ravelijn fase 2 en 3 zal in 2026 worden voorbereid. Uitvoering kan pas plaats vinden na het verleggen van 2 km waterleiding in door Brabant Water in 2026. Hierin trekken gemeente en BrabantWater gezamenlijk in op. Tot en met 2027 worden er meerdere wegen van het bedrijventerrein Dombosch gerehabiliteerd. Vervangen voetgangersbrug St. Agnesstraat

In 2025 starten we met de voorbereiding van de volgende werkzaamheden • Benraatshoef en Rijvoortshoef als onderdeel van het project Hooipolder (vervangen riolering en klimaatadaptieve inrichting) • Levensduurverlengende maatregelen Bergse Brug Integrale planning van de werkzaamheden Momenteel wordt er gewerkt aan 1 nieuw integraal plan met de naam programma Duurzame Inrichting Openbare Ruimte (DIOR) voor • Groen • Wegen • Riolering • Openbare verlichting • Verkeer • Infrastructurele kunstwerken Financieel kader In de onderstaande tabellen treft u het verloop van de van de voorzieningen en de jaarlijkse exploitatie uitgaven voor groen en openbare verlichting aan. Nr. Omschrijving

Saldo 1-1-2025

Storting Onttrekking Vermindering

Voorziening 501 geprogrammeerd 1.343.000 onderhoud wegen

890.000

0

Voorziening 508 infrastructurele werken

502.000

100.000

0

134.000

Voorziening 509 onderhoud gem. eigendommen

1.695.000

448.000

533

Voorziening baggeren

343.000

544

Voorziening riolering

545

Voorziening afvalstoffenheffing

84

Saldo Saldo 31-121-1-2026 2025

1.040.000 1.193.000 1.193.000

Storting Onttrekking Vermindering

Saldo 31-122026

890.000

0

468.000

100.000

0

110.000

0

567.000 1.576.000 1.576.000

448.000

0

343.000 1.681.000

60.000

0

82.000

321.000

60.000

0

82.000

5.120.000

0

-7.000

0 5.127.000 5.127.000

0

210.000

0 4.917.000

693.000

0

75.000

0

0

14.000

0

9.696.000 1.498.000

68.000

1.823.000 9.304.000 9.304.000 1.498.000

224.000

1.575.000 9.003.000

468.000

321.000

619.000

619.000

1.040.000 1.043.000

459.000

299.000

604.000

Storting Onttrekking Vermindering

Saldo Saldo 31-121-1-2028 2027

Storting Onttrekking Vermindering

Saldo 31-122028

Voorziening 501 geprogrammeerd 1.043.000 onderhoud wegen

890.000

0

1.040.000

893.000

893.000

890.000

0

1.040.000

743.000

Voorziening 508 infrastructurele werken

459.000

100.000

0

110.000

449.000

449.000

100.000

0

110.000

439.000

Voorziening 509 onderhoud gem. eigendommen

1.681.000

448.000

0

385.000 1.744.000 1.744.000

448.000

0

385.000 1.807.000

533

Voorziening baggeren

299.000

60.000

0

82.000

277.000

60.000

0

82.000

544

Voorziening riolering

4.917.000

0

230.000

0 4.687.000 4.687.000

0

291.000

0 4.397.000

545

Voorziening afvalstoffenheffing

604.000

0

44.000

0

0

114.000

0

9.003.000 1.498.000

274.000

1.617.000 8.611.000 8.611.000 1.498.000

405.000

1.617.000 8.086.000

Nr. Omschrijving

Saldo 1-1-2027

Nr

Kapitaalgoederen

-

Openbare verlichting

-

Groen

277.000

561.000

561.000

254.000

446.000

Jaarlijkse investering

Gemiddeld Jaarbudget onderhoud

315.000

130.000 630.000

Paragraaf D - Financiering In deze paragraaf maken we de financieringsfunctie transparant. We leggen de basis voor het sturen, beheersen en controleren van de financieringsfunctie. Het Treasurystatuut 2022 (januari 2022) geeft de infrastructuur voor de inrichting van de financieringsfunctie, terwijl de uitwerking zijn weerslag vindt in de paragraaf financiering in de begroting. In de paragraaf bij de jaarstukken verstrekken we de verantwoordingsinformatie. De doelstellingen van de treasuryfunctie van de gemeente Geertruidenberg zijn: • Het verzekeren van een duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities, zodat te allen tijde in de behoefte aan financiële middelen kan worden voorzien teneinde de door de raad vastgestelde programma’s te kunnen uitvoeren; • Het beschermen van de gemeentelijke vermogenswaarden en de resultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s, liquiditeitsrisico’s en valutarisico’s; • Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet financiering decentrale overheden (fido) respectievelijk de limieten en richtlijnen van het Treasurystatuut; • Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities. Met het opstellen van deze paragraaf benoemen we ook die onderdelen die in de verordening ex.

212 GW en de artikelen van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) zijn opgenomen. Renterisicobeheer Berekening van de kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is een bedrag ter grootte van een percentage van het totaal van de jaarbegroting bij aanvang van het begrotingsjaar. De gemiddelde netto-vlottende schuld mag deze limiet niet

85

overschrijden. Dit betekent dat voor dit bedrag geen langlopende geldlening hoeft te worden aangetrokken. Toegestane kasgeldlimiet: (Bedragen x € 1.000) Omvang begroting per 1 januari 2025 (jaarschijf 2025 van de begroting 2024) € 70.030 Kasgeldlimiet in % van de grondslag 8,5% Kasgeldlimiet in bedrag € 5.953 Bij drie achtereenvolgende kwartalen met overschrijdingen moeten wij de Provincie als toezichthouder inlichten en aangeven hoe we aan de kasgeldlimiet zullen voldoen. Berekening van de renterisiconorm De renterisiconorm is een bedrag ter grootte van een percentage van het begrotingstotaal (totale lasten van de begroting) bij aanvang van het dienstjaar. Tegen dit bedrag zetten wij het bedrag af dat wij in het lopende jaar aan aflossingen moeten betalen, vermeerderd met het bedrag van de geldleningen waarvan de rente herzien mag/kan worden. Ook deze norm mogen wij niet overschrijden. Renterisiconorm (bedragen x € 1.000)

2025

2026

2027

2028

-

-

-

-

2. Aflossing

1.927

2.002

1.875

1.705

3. Renterisico (1 + 2)

1.927

2.002

1.875

1.705

4a. Begrotingstotaal

82.166

76.811

76.133

76.250

20%

20%

20%

20%

4. Renterisiconorm

16.433

15.362

15.227

15.250

5. Ruimte (+) / Overschrijding (-) (4-3)

14.506

13.360

13.352

13.545

1. Renteherziening

4b. Percentage regeling

Kredietrisicobeheer De kredietrisico’s beperken we door uitsluitend gelden uit te zetten bij kredietwaardige partijen. In het treasurystatuut hebben we bepaald dat dit Nederlandse overheden en kredietwaardige partijen zijn met minimaal A-rating van minstens 2 erkende ratingbureaus. Het verplichte Schatkistbankieren beperkt de kredietrisico’s. Intern liquiditeitsbeheer In het kader van het opstellen van de begroting 2025 maken wij een inschatting van het financieringstekort of -overschot. Onderdeel daarvan is de toename van de boekwaarde als gevolg van de gevoteerde investeringen en de mogelijke verkopen. Voor de berekening van het financieringssaldo gaan we op het moment van opstellen van de begroting 2025 ervan uit dat we deze middelen ook werkelijk uitgeven of ontvangen. Periodiek stellen we de liquiditeitsbegroting bij. Hiermee vergroten we het inzicht in het beheer van de dagelijkse saldi en het financieren c.q. uitzetten van middelen tot een periode van één jaar. Eventuele overschotten beheren we zo efficiënt mogelijk conform de regels van het Treasurystatuut. Op deze manier proberen we de financieringskosten zo laag mogelijk te houden. Overtollige middelen moeten we bij de schatkist beleggen. Geldleningen

86

Het totaal van de opgenomen vaste geldleningen bedraagt per 1 januari 2025 € 34.494.429 In de loop van 2025 worden tot op heden 2 geldlening opgenomen ten behoeven van het Kind Centrum. In totalen betreft het voor het jaar 2025: (Bedragen x € 1.000) Saldo begin 2025

34.494

Opgenomen

6.212

Aflossingen

1.927

Saldo ultimo 2025

38.779

Schema rentetoerekening 2025 (Bedragen x € 1.000)

2025

2026 2027 2028

De externe rentelasten over de korte en lange financiering

652

655

616

581

Rente fin tekort (a 3,2% lang en 3,5% kort))

183

402

462

392

0

0

0

0

Saldo rentelasten en rentebaten

835

1.057 1.078

973

De rente doorberekend aan grondexploitatie

-44

-21

-6

9

C2. Renetlasten projectfinanciering

0

0

0

0

C3. Rentebaten projectfinanciering

0

0

0

0

Toe te rekenen externe rente

791

1.036 1.072

982

D1. Rente over eigen vermogen

0

0

0

0

D2. Rente over voorzieningen

0

0

0

0

1.072

982

A.

B1. De externe rentebaten (idem)

C1.

Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente

791

E.

De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)

-566

-621 -706 -674

F.

Rente resultaat op het taakveld treasury

225

415

1.036

366

308

Uitzetting • Berekend percentage renteomslag voor de totale begroting 2025 is 1,25%. • Voor de berekening van rentelasten van het financieringstekort 2025 wordt uitgegaan van 3,2%, het bedrag van de kasgeldnorm is tegen 3,5 % meegenomen; • De rentelasten van voorgenomen investeringen (IP) zijn ook berekend tegen 1,25% • Er wordt geen bespaarde rente berekend over de eigen financieringsmiddelen. • In de staat van activa zijn een aantal uitgegeven geldleningen en deelnemingen geactiveerd. Het betreft geldleningen/deelnemingen aan/in: • Stimuleringsfonds Volkshuisvesting • Deelnemingen (o.a. BNG, Brabant Water) • Diversen

87

Door het hoge rentepercentage op de geldmarkt en het nieuwe investeringsplan wordt voor het investeringsplan en renteomslag van 2% gehanteerd. Saldo- en liquiditeitsbeheer Het schatkistbankieren bepaalt sinds december 2013 het saldo- en liquiditeitsbeheer. Overtollige middelen moeten immers bij de schatkist worden belegd. Als dit van toepassing is worden saldi periodiek afgeroomd. Hiervoor hebben we een aparte bankrekening geopend (bij de huisbankier) die bij het ministerie is geregistreerd. Het drempelbedrag is gelijk aan 2,0% van het begrotingstotaal indien het begrotingstotaal lager is dan € 500 miljoen, waarbij het drempelbedrag minimaal € 1 miljoen bedraagt. Het begrotingstotaal 2025 betreft € 82.166.000 waardoor het drempelbedrag € 1.643.000 bedraagt. In de toelichting op de balans van de jaarrekening wordt ten aanzien van de werkelijkheid gerapporteerd.

Paragraaf E - Bedrijfsvoering In deze paragraaf worden de belangrijkste ontwikkelingen en de stand van zaken binnen de gemeentelijke bedrijfsvoering beschreven. Samen Bouwen, Samen Sterker! Gemeente Geertruidenberg wil een flexibele, wendbare organisatie zijn die optimaal schakelt op veranderingen. In 2021 startte een traject om te gaan werken vanuit de maatschappelijke opgaven voor onze gemeente voor de komende jaren. Het coalitieakkoord 2022-2026 zijn hierop gebaseerd. Daarmee zet de gemeente in op een koers die ons niet alleen een kwalitatieve verbeterslag oplevert, maar ons ook tot een flexibele wendbare organisatie maakt waarin een goede combinatie van jong talent en jarenlange ervaring de ruimte krijgt om zich samen te ontwikkelen. Gemeente Geertruidenberg is op een punt gekomen de inrichting van de organisatie door te ontwikkelen naar een een organisatiemodel dat hierbij past. Hierbij zullen opgavegericht werken, integraal werken en eigenaarschap samen oplopen om dit te verwezenlijken. Vanuit die kracht zoeken wij de verbinding met onze omgeving en partners. Naast lokale en regionale ontwikkelingen, hebben we ook rekening te houden met landelijke/mondiale ontwikkelingen als vergrijzing, ontgroening, nieuwe technologieën/digitalisering en een andere kijk op werk door de diverse leeftijdsgroepen.

En zeker in de huidige tijd is het hybride werken en de balans tussen werk en privé een belangrijk thema geworden. Deze ontwikkelingen vragen om nieuwe, creatieve manieren voor het inrichten van het werk en het optimaal inzetten van de aanwezige talenten in onze organisatie. De huidige krapte op de arbeidsmarkt richt onze focus op thema’s als duurzame inzetbaarheid, talentontwikkeling en het aantrekken van benodigde kennis en het binden en boeien van medewerkers. Al deze ontwikkelingen maken, dat de organisatievisie en de uitvoering hiervan zich richt op 3 belangrijke thema’s: Samen Werken, Samen Vernieuwen en Samen Groeien. Hiermee geven wij invulling aan goed en aantrekkelijk werkgeverschap op basis van de kernwaarden: betrokken, ondernemend en professioneel. Samen denken we mee over en bieden maatwerk aan de ontwikkelingen die als medewerker, team en gemeente op ons af komen, met als motto: ‘Samen bouwen, samen sterker!’ Samen Werken Samen werken is essentieel met onze samenleving, dat zijn onze inwoners, sociale partners en ondernemers, maar ook ín de organisatie samen met het bestuur en tussen en binnen teams. Het gemeentehuis vormt een inspirerende en laagdrempelige plek van ontmoeting en verbinding. De

88

politieke, bestuurlijke ambities en helder geformuleerde opdrachten geven focus aan wat we wanneer doen en hoe we dit doen. Er wordt gewerkt in programma’s, waarbij medewerkers samenwerken, over hun eigen domein, discipline of vakgebied heen. We werken en denken vanuit de maatschappelijke opgaven door programmatisch te werken. Dit vraagt eigenaarschap om goed aan te sluiten op wat onze omgeving van ons vraagt. Door meer focus aan te brengen in alle werkzaamheden die van ons worden verwacht zijn we bewuster bezig met het bereiken van de maatschappelijke effecten. Vanuit het programmatisch werken bundelen we de krachten en maken we de verschuiving naar een netwerkende en participerende overheid. Er is meer behoefte aan plaats- en tijdonafhankelijk werken, meer flexibiliteit in waar en wanneer het werk wordt verricht. Hierbij zijn flexibele werkplekken en werktijden die hierbij ondersteunen cruciaal om te kunnen netwerken en daadwerkelijk in verbinding te komen en blijven. We zijn niet langer de eigenaar en initiator van nieuw beleid, maar nemen steeds meer de rol van participant, facilitator en verbinder op ons in onze netwerken. Om aan alle opgaven, verwachtingen en ambities invulling te geven, is ingezet op opgavegericht werken. Hiermee worden competenties als eigenaarschap, eigen verantwoordelijkheid en initiatief van medewerkers versterkt.

De organisatie faciliteert door heldere verantwoordelijkheden en bevoegdheden te beleggen en medewerkers te ondersteunen in hun ontwikkeling, met toekomstbestendige arbeidsvoorwaarden. Samen Vernieuwen We zijn als organisatie continu op zoek naar kennis en ervaring die nodig is om aan de opgaven en verwachtingen vanuit de gemeenschappen te kunnen voldoen. De snelheid van (digitale) ontwikkelingen vraagt om een kennisgerichte organisatie. Functies veranderen en er wordt een beroep gedaan op nieuwe/andere competenties. Medewerkers zullen hierbij goed gefaciliteerd moeten worden, bijvoorbeeld door het ontwikkelen van 21e eeuwse vaardigheden van medewerkers. Digitalisering, informatiemanagement en nieuwe manieren van werken vragen om het vergroten en versterken van het i-bewustzijn van medewerkers. Centraal hierbij staan: digivaardigheid (van organisatie, medewerkers én inwoners), en het ontwikkelen van een mindset hoe je op een ethische manier werkt en omgaat met informatie. Dit naast het nog altijd belangrijke persoonlijke contact door te netwerken, in verbinding te zijn/blijven en duidelijk te communiceren en informeren. Het werken met een Strategische PersoneelsPlanning (SPP) maakt het mogelijk om pro-actief interventies in te zetten om werkgelegenheid te behouden, wendbaar en flexibel te blijven en kwantiteit en kwaliteit van medewerkers te monitoren.

Het verlagen van uitstroom, vergroten van kennis en het versterken van competenties (leren en ontwikkelen) met een link naar inzetbaarheid en vitaliteit. Samen Groeien en Verduurzamen Persoonlijk leiderschap is van belang en gaat uit van de ambitie van de medewerker om de eigen loopbaan vorm te geven en zijn/haar talenten en vaardigheden te ontwikkelen. De medewerker neemt het initiatief om samen in gesprek te gaan over zijn/haar ontwikkeling. In het kader van goed en aantrekkelijk werkgeverschap ligt een stevige rol voor de organisatie bij het bieden van tijd, ruimte en het scheppen van faciliteiten voor ontwikkeling. Leer- en ontwikkeltrajecten van medewerkers én teams worden op maat vormgegeven en uitgerold om opgavegericht werken, integraal werken en meer eigenaarschap te laten slagen. We benutten alle kennis, ervaring en talent die er is! 89

Persoonlijke- én teamontwikkeling staan centraal om aan de opgaven van de toekomst te kunnen blijven voldoen, met onze eigen talenten. Hierbij wordt ingezet waar ontwikkeling als collectief nodig is en waar medewerkers richting kunnen geven aan hun persoonlijke ontwikkeling. We zullen langer doorwerken (vergrijzing) en er zijn daarnaast steeds minder jongeren die de arbeidsmarkt zullen betreden (ontgroening). Duurzame Inzetbaarheid (DI) is een belangrijk thema, dat inspeelt op de ontwikkelingen in de maatschappij zoals arbeidsmarktontwikkelingen en de snelheid waarmee kennis en toepassing daarvan vernieuwt. DI gaat niet alleen om positieve energie, gezondheidsmanagement of vitaliteit, maar ook om flexibiliteit, mobiliteit en cultuur & leiderschap. Al met al willen we een lerende organisatie zijn, waarbij betrokken, professioneel en ondernemend belangrijke voorwaarden zijn. Medewerkers krijgen het vertrouwen en de ruimte om hun rol te pakken, daar is lef en zelfvertrouwen voor nodig. We gaan samen het gesprek aan over hoe we ons ontwikkelen in plaats van elkaar te beoordelen. We zijn trots op ons werk en onze bijdrage aan de organisatiedoelen, we delen en vieren de successen gezamenlijk.

Waardering en vertrouwen om samen te leren en te groeien, dat leidt tot meer voor elkaar! Personeel en organisatie Om de ambities die volgen uit de maatschappelijke opgaven verder vorm te geven is de ambtelijke organisatie van grote waarde. We ondervinden nog steeds problemen met het structureel invullen van vacatures. Herstel van de arbeidsmarkt is nog niet in zicht en wordt in de komende jaren zeker nog niet verwacht. Dit betekent dat de organisatie zich moet blijven richten op instroom, behoud en waar mogelijk beperking van uitstroom van medewerkers. Gezien de huidige krapte op de arbeidsmarkt en het zijn van een kleine gemeente betekent dit dat we de komende jaren op verschillende manieren fors zullen moeten investeren in aantrekkelijk werkgeverschap. Dit doen we bijvoorbeeld door te kijken naar onze huisvesting, primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden, beschikbare budgetten voor scholing, inhuur en door slimme oplossingen te verzinnen voor de krapte op de arbeidsmarkt. We moeten fundamentele aanpassingen doen om onze ruimte in de arbeidsmarkt te kunnen behouden. Mede door de toename van het aantal taken bij gemeenten zien we landelijk een stijging van het aantal medewerkers bij ambtelijke organisaties, zoals gemeenten.

Ook in onze directe omgeving zien we gemeenten investeren in capaciteit om de taken en ambities het hoofd te kunnen bieden met concurrentie op de directe arbeidsmarkt tot gevolg. Door te werken aan de maatschappelijke opgaven staat eveneens vast dat elke keuze consequenties heeft. Doelen stellen en resultaten bereiken betekent namelijk ook dat hier budget en capaciteit voor nodig is. Budget en capaciteit die mogelijk niet op een andere manier kunnen worden ingezet. Het werken vanuit de maatschappelijke opgaven geeft ons focus waarbij we het verschil maken op de lange termijn. Hierbij zullen we ons wel moeten realiseren dat de gemeente Geertruidenberg een kleine gemeente is en dat we op sommige beleidsterreinen slagkracht missen. Reële ambities in relatie tot inzet aan capaciteit en financiële middelen zijn dus op zijn plaats. Samenwerken met inwoners, partners en andere overheidsinstellingen ligt voor de hand en op sommige onderdelen zullen we de keuze moeten maken of we de werkzaamheden nog zelf uitvoeren. Dit vraagt ook iets van de gemeenteraad. In de komende periode zal stilgestaan moeten worden bij de vraag of het toenemende aantal taken van onze gemeente nog in verhouding staat met de beschikbare capaciteit. Hierin zullen keuzes moeten worden gemaakt. Bovendien hebben we geconstateerd dat onze organisatie sinds 2013 van 124 medewerkers is gestegen naar 192 in 2024.

90

Door het aanbrengen van meer focus op de inhoud, door te werken aan de maatschappelijke opgaven, vraagt dit ook om een andere aansturing.

Paragraaf F - Verbonden partijen In deze paragraaf geven we de ontwikkelingen over de verbonden partijen van de gemeente Geertruidenberg weer. Een verbonden partij is een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk en financieel belang heeft. Van een bestuurlijk belang is sprake als de gemeente rechtstreeks invloed heeft op de besluitvorming binnen de verbonden partij, door het hebben van vertegenwoordiging binnen het bestuur of door het hebben van stemrecht. Een financieel belang betekent dat de gemeente niet verhaalbare middelen ter beschikking heeft gesteld en dat de gemeente aansprakelijk is als de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. Concreet betreft het voor de gemeente Geertruidenberg Gemeenschappelijke Regelingen en deelnemingen. De gemeente Geertruidenberg neemt deel aan de volgende gemeenschappelijke regelingen: 1. Regio West-Brabant, gevestigd te Etten-Leur (RWB). 2. Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant, gevestigd te Tilburg (VRMWB). 3. Regionale Ambulancevoorziening Brabant Midden-West-Noord, gevestigd te Den Bosch (RAV). 4. Openbare Gezondheidszorg West-Brabant, gevestigd te Breda (GGD). 5. Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant, gevestigd te Tilburg (OMWB). 6. Nazorg gesloten stortplaatsen Bavel-Dorst en Zevenbergen, gevestigd te Breda (Nazorg). 7.

Sociale Werkvoorziening MidZuid WAVA/GO!, gevestigd te Oosterhout (MidZuid). 8. Uitvoering van de administratieve en inhoudelijke taken betreffende het voorkomen van schoolverzuim en voortijdig schoolverlaten, gevestigd te Breda (Leerplicht). 9. BVO Centrum voor Jeugd en Gezin Drimmelen Geertruidenberg, gevestigd te Geertruidenberg (CJG). 10. Beschermd Wonen, gevestigd te Breda. 11. Geweld in Afhankelijkheidsrelaties, gevestigd te Breda. In deze paragraaf zijn verder de volgende deelnemingen verwerkt: • Deelneming in N.V. Brabant Water, gevestigd te Den Bosch. • Deelneming kapitaal B.N.G., gevestigd te Den Haag. • Inkoopbureau West-Brabant, gevestigd te Etten-Leur. Met ingang van 1 januari 2025 is onze gemeente aangesloten bij het samenwerkingsverband Vastgoedinformatie Heffing en Waardebepaling (SVHW). Dit is een gemeenschappelijke regeling. Het jaar 2025 is een overgangsjaar en met ingang van 1 januari 2026 nemen we deze GR op in de P&C cyclus van de Verbonden Partijen. Dit heeft dan betrekking op de jaarrekening 2026 en de begroting 2027 van deze Verbonden Partij. Gemeenschappelijke regelingen In een afzonderlijk voorstel geven wij u een overzicht van de financiële en beleidsmatige uitgangspunten voor de begroting 2026 van deze partijen.

In het kader van het Besluit Begroting en verantwoording (BBV) volstaan wij in deze paragraaf met het weergeven van een financieel overzicht.

91

Regio West Veiligheidsregio Brabant begroting 2024

RAV

GGD Omgevingsdienst

Centrum nazorg Regionaal Geweld in voor Beschermd gesloten Wava/MidZuid Bureau afhankelijkheidsJeugd en Wonen stortplaatsen Leren relaties Gezin

937.722

1.342.551

0

953.236

545.097

30.965

420.775

93.581 1.219.000

nnb

nnb

begroting 1.036.593 2025

1.437.253

0

1.006.229

668.702

30.965

553.568

? 1.376.600

nnb

nnb

94.702

0

52.993

123.605

0

132.793

157.600

nnb

nnb

saldo

98.871

eigen vermogen 01-012025

977.000

5.233.000 19.077.000

6.587.000

3.148.000

1.015.309

1.046.000

nnb

0

0

0

eigen vermogen 31-122025

916.000

4.444.000 19.345.000

6.667.000

2.930.000

1.002.998

1.046.000

nnb

0

0

0

vreemd vermogen 6.420.000 01-012025

34.937.000 29.324.000 10.500.000

4.139.000

25.495.173

7.600.000

nnb

0

0

0

vreemd vermogen 6.420.000 31-122025

42.198.000 27.024.000 10.500.000

4.312.000

25.493.168

7.600.000

nnb

0

0

0

Brabant Water N.V. Doel Deelname in het aandelenkapitaal ter bewerkstelling van een zo hoog mogelijk voorzieningenniveau voor de individuele gebruiker. Ontwikkelingen 2025 Brabant Water NV is enerzijds een bedrijf zoals alle andere, waarbij efficiëntie, effectiviteit, klantgerichtheid en innovatie belangrijke pijlers zijn onder de bedrijfsvoering. Anderzijds onderscheidt het bedrijf zich doordat deze bedrijfsvoering niet gericht is op winst(maximalisatie), maar op de borging van de kwaliteit en continuïteit van de (drink)watervoorziening voor de inwoners en het bedrijfsleven in onze provincie. Voor de huidige én toekomstige generaties. Deze doelstelling is op zich weer op tal van manieren te bereiken. Brabant Water kiest hierbij voor een maatschappelijke positionering, waarbij naast de 'P' van Profit ook voldoende aandacht is voor de overige twee 'P's' van de Telos-driehoek: Planet en People. Zij ziet hierbij de stakeholders in (met name) Noord-Brabant in toenemende mate als strategische partners om haar (en hun) doelstellingen te realiseren. Zodat het borgen van een optimale waterlevering gepaard kan gaan met maatschappelijke waarde toevoeging en publiek vertrouwen. Financieel belang Programma Brabant Water N.V. Waarde deelneming (balans) Dividend (exploitatie)

Begroting 2024

Begroting 2025

Verschil

93.000 0

93.000 0

0 0

Het aandelenkapitaal van de gemeente Geertruidenberg bedraagt 30.182 aandelen (totaal 2.779.595).

92

BNG Bank Doel De BNG Bank, onze huisbankier, is de bank van en voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. De BNG Bank is een betrouwbare en eigentijdse bank en expert in het financieren van publieke voorzieningen. Met gespecialiseerde financiële dienstverlening draagt de BNG Bank bij aan zo laag mogelijke kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger. Daarmee is de bank belangrijk voor de publieke taak. Het eigenaarschap van gemeenten, provincies en de Staat, alsmede het beperkte werkterrein van de bank, bieden financiers het vertrouwen dat het risico van kredietverlening zeer beperkt is. De bank heeft daarmee een uitstekende toegang tot financieringsmiddelen tegen zeer scherpe prijzen. Dit leidt uiteindelijk tot lagere kosten voor de burger voor tal van voorzieningen. Ontwikkelingen 2025 De gemeente Geertruidenberg bezit 133.653 aandelen van € 2,50 per aandelen. Jaarlijks wordt in de Algemene Vergadering ingestemd met het voorstel om de om het dividend uit te keren. Financieel belang Programma BNG Bank Waarde deelneming (balans) Dividend (exploitatie)

Begroting 2024 (Primitieve begroting)

Begroting 2025

Verschil

303.000 304.000

303.000 334.000

0 30.000

Deelname in Inkoopbureau West-Brabant (SIW) Doel Het Inkoopbureau West-Brabant (Wij Zijn Karel) heeft als doel het bieden (tegen lage kosten) van de beste toegevoegde waarde in inkoopoplossingen voor deelnemende gemeenten, door het ontwikkelen en implementeren van ‘Best in Class’ inkoopbeleid, processen, methodieken, systemen en training. De SIW draagt bij aan een continue verbetering van het inkoop- en aanbestedingsbeleid, van de implementatie van dit beleid in de praktijk binnen de aan de SIW deelnemende gemeenten en aan borging van inkoop binnen het werkproces. De dienstverlening vanuit de Stichting Inkoopbureau West-Brabant is gericht op de professionalisering van het inkoop en aanbestedingsbeleid van elke deelnemende gemeente. De kernactiviteiten zijn: • het begeleiden en uitvoeren van zowel individuele als gezamenlijke inkoop- en aanbestedingstrajecten; • het opstellen van inkoopplannen; • het uitvoeren van inkoopscans en –evaluaties; • het mede helpen opstellen van het inkoop- en aanbestedingsbeleid; • het fungeren als vraagbaak/helpdesk op het gebied van inkoop en aanbesteding binnen een gemeente. Ontwikkelingen 2025 De gemeente Geertruidenberg neemt jaarlijks 176 dagdelen ondersteuning af van het Inkoopbureau. Deze ondersteuning wordt in 2025 ingezet voor aanbestedingstrajecten. Het betreft hier tevens een aantal regionaal opgezette aanbestedingstrajecten.

Zoveel mogelijk wordt getracht lokale aanbieders te betrekken bij deze aanbestedingstrajecten. De inhuur van het Inkoopbureau bij grotere projecten 93

wordt gedekt uit de middelen die voor deze projecten beschikbaar zijn. Financieel belang Programma

Begroting 2024

Begroting 2025

Verschil

Inkoopbureau West Brabant

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

-

Waarde deelneming (balans)

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

-

Kosten (exploitatie)

61.635

62.000

365

Paragraaf G - Grondbeleid Algemeen Het grondbeleid dat de Gemeente Geertruidenberg voert is een middel om doelstellingen van het meer omvattende ruimtelijk beleid te kunnen realiseren. Het gaat dan voornamelijk om doelen op het gebied van wonen, werken en verblijven. Hoe we dat grondbeleid inzetten staat omschreven in de Nota Grondbeleid 2019. Deze strategische nota vormt het algemeen kader voor het grondbeleid en de gemeentelijke grondexploitatie. Situationeel grondbeleid De Gemeente Geertruidenberg voert een situationeel grondbeleid. Dat houdt in dat er binnen de gemeentegrenzen zowel sprake is van grondexploitaties die door en voor rekening van marktpartijen worden ontwikkeld als van grondexploitaties die door de gemeente zelf worden gevoerd. In het geval van faciliterend grondbeleid is de gemeente voornamelijk faciliterend aan de ontwikkelende partij. In deze gevallen voert de gemeente vooral haar publiekrechtelijke taken uit, zoals het vaststellen van een bestemmingsplan. In deze gevallen is er sprake van kostenverhaal waarbij de gemeentelijke kosten op de initiatiefnemer worden verhaald. Bij de variant waarbij de gemeente actief grondbeleid voert en dus zelf gronden in ontwikkeling neemt is er sprake van een traject waarbij de gemeente zelf gronden verwerft, beheert, juridisch en technisch bouwrijp maakt, uitgeeft en het openbaar gebied inricht.

Aan deze vorm van grondbeleid zijn risico's, maar ook kansen verbonden. Bouwgrond in exploitatie In 2024 had de Gemeente Geertruidenberg twee complexen zelf in exploitatie, te weten: - Wim Boonsstraat - Donge-oevers Het complex Wim Boonsstraat wordt naar verwachting in 2024 afgerond, waardoor in 2025 alleen het complex Donge-oevers nog in exploitatie is. Binnen het complex Donge-oevers bestaan drie deelgrondexploitaties te weten: Oude Haven, Rivierkade en Achter de Hoeven. Voor een nadere toelichting op deze grondexploitatie wordt verwezen naar de paragraaf Donge-oevers. Door middel van de jaarlijkse Voortgangsrapportage Grondexploitatie wordt de grondexploitatie geactualiseerd en nader toegelicht. Dit vindt plaats in het najaar. Winstneming Normaliter wordt bij het afronden en afsluiten van een grondexploitatie het resultaat genomen. Op basis van het realisatiebeginsel kan bij grondexploitaties met een geprognosticeerd positief eindresultaat echter ook tussentijds winst worden genomen. De mogelijkheid tot het nemen van winst wordt afgewogen bij de jaarstukken. Voor de begroting wordt op voorhand geen winst

94

ingerekend. Hierdoor verloopt de grondexploitatie volledig via de balans en budgettair neutraal voor het begrotingsresultaat. Reserve Ten behoeve van het opvangen van risico's binnen de grondexploitatie wordt een Algemene Reserve Grondexploitatie aangehouden. De omvang van de reserve bedraagt per 1-1-2024 € 243.000 (zie toelichting op de balans in de jaarstukken 2023). Resultaten van de (toekomstig af te sluiten)

grondexploitaties voegen we toe of onttrekken we aan de algemene reserve.

Voorziening Indien er een voorzienbaar tekort is binnen een grondexploitatie wordt het tekort direct genomen of wordt een voorziening gevormd ter grote van dit tekort. Omdat voor de bestaande grondexploitaties geen tekort wordt voorzien is er thans geen voorziening gevormd.

Paragraaf H - Wet open overheid (Woo) Vanaf 1 mei 2022 vervangt de Wet open overheid (Woo) de Wet openbaarheid bestuur (Wob). Een belangrijk verschil met de Wob is dat de Woo naast informatieverstrekking op verzoek (passief) overheidsorganisaties ook verplicht zelf informatie openbaar te maken (actief). De actieve openbaarmaking wordt stapsgewijs ingevoerd. Passieve openbaarmakingsplicht De passieve openbaarmaking binnen de gemeente is aangepast aan de Woo. Een medewerker van het team Juridische Zaken is zowel aangewezen als Woo-contactpersoon en als Woo-coördinator. Deze medewerker ondersteunt waar nodig bij het vinden van documenten. Mensen kunnen ook via info@geertruidenberg.nl vragen stellen over de Woo. Een Woo-verzoek dien je schriftelijk, bij de ontvangstbalie of digitaal in bij het college van burgemeester en wethouders. Daarnaast handelt de medewerker de Woo-verzoeken af met de nodige input vanuit andere clusters/teams. Actieve openbaarmakingsplicht Per 1 mei 2022 is er een inspanningsverplichting om een aantal categorieën actief te publiceren. Per 1 november 2024 zal het eerste Koninklijk Besluit (KB) ons verplichten om organisatie- en bereikbaarheidsgegevens te publiceren. Aan deze verplichting wordt momenteel gewerkt. Er is op 23 september 2024 een projectleider aangesteld om de actieve openbaarmaking in te regelen binnen onze organisatie.

Er is inmiddels een landelijke conceptplanning voor de overige categorieën: in 2025 zijn Raadstukken, Collegestukken, Adviezen, Jaarplannen en -verslagen en Woo-verzoeken aan de beurt; in 2026/2027 de rest (Ingekomen stukken, Onderzoeken, Convenanten, Klachtoordelen en Beschikkingen). In het projectplan (moet nog vastgesteld worden) is een planning gemakt voor de eerste 4 categorieën: Organisatie- en bereikbaarheidsgegevens, Woo-verzoeken en –besluiten, Convenanten en Bestuursstukken. In het programma van eisen van de aanbesteding van het zaaksysteem is het publicatieplatform opgenomen. Pas tijdens de gunningsperiode is bekend of de publicatieplatform binnen scope en dus budget van het zaaksysteem is of niet. Zo niet, zal er nog een losstaande aanbesteding moeten worden uitgevoerd voor het publicatieplatform en deze kosten los moeten worden opgenomen in de begroting van 2025. Het publicatieplatform, wanneer binnen scope van het zaaksysteem, is vermoedelijk begin Q2 2025 operationeel. Dit platform zal dan ook gekoppeld worden aan de Woo-index, de landelijke

95

verwijsindex waar alle overheidsdocumenten straks ontsloten worden. We hebben besloten dat we pas aan de wet voldoen op het moment dat we een platform hebben.

Paragraaf I - Donge oevers Algemeen In deze niet verplichte extra paragraaf lichten we de stand van zaken van het project Dongeoevers toe. Het programma Dongeoevers betreft zes locaties, te weten Rivierkade, Achter de Hoeven, Oude Haven, Slikpolder, Timmersteekade en Fort Lunet en is een uitwerking van het in 2016 vastgestelde programmastrategie voor het vervolg van het programma Dongeoevers. In april 2020 heeft de gemeenteraad ingestemd met de gepresenteerde exploitatieopzetten voor de ontwikkeling van de drie deelgebieden, Oude haven, Rivierkade en Achter de Hoeven. De ontwikkelingen voorzien in woningbouw in de deelgebieden Oude Haven en Achter de Hoeven. In het plangebied Rivierkade wordt watergeboden bedrijvigheid ontwikkeld. Financiële kaders projectontwikkeling De uitvoering van het voorgenomen programma wordt op onderdelen gerealiseerd aan de hand van investeringen die worden afgeschreven. Het grootste gedeelte echter wordt ontwikkeld op basis van grondexploitatie, waarvoor drie deelexploitaties te weten Oude Haven, Rivierkade en Achter de Hoeven zijn opgesteld. Eén keer per jaar bij de actualisatie van de grondexploitaties wordt een toelichting gegeven over de voortgang van de deelprojecten gevolgen en de financiële gevolgen hiervan voor de exploitatie. Het verwachte resultaat op basis van de actualisatie in november 2024 bedraagt €PM.

In onderstaande tabel is het resultaat per plangebied aangegeven. Oude haven

PM *

Rivierkade

PM *

Achter de Hoeven

PM *

Totaal

PM *

* stand rekening houdend met actualisatie november 2024 Voor wat betreft de investeringen zijn de volgende ontwikkelingen opgenomen: Realisatie onderkomen Mafeking & Bergsche Batterij

€1.550.000

Uitbreiding steiger kleine binnenvaartschepen (Reenweg)

€90.000

Uitbreiding steigers Mafeking (Reenweg)

€250.000

Voortgang Oude Haven De ontwikkelaar van de 42 appartementen en 9 grondgebonden woningen heeft de vergunning in 2024 aangevraagd en gaat in 2025 aan de slag met realisatie van de woningen. De gesprekken met de koper van de gemeentelijke jachthaven over de mogelijke parkeeroplossingen lopen ten einde. Hiermee is een belangrijke hobbel in het verder uitwerken van de plannen weggenomen. Rivierkade Het deelgebied Rivierkade binnen Dongeoevers beslaat grofweg het gebied vanaf de brandweerkazerne aan de Rivierkade tot en met de twee watersportverenigingen aan de Statenlaan. In dit gebied moeten de doelstellingen van Dongeoevers, het verbeteren van de toeristisch recreatieve mogelijkheden en de beleefbaarheid van de Donge, tot volle bloei komen. De

96

herinrichting van de openbare ruimte van het gebied rondom de watersportverenigingen krijgt steeds meer vorm. Door middel van een concept inrichting worden de gesprekken gevoerd met belanghebbenden in het gebied en wordt duidelijk waar de ambities en belangen elkaar versterken en waar ze met elkaar botsen. De nieuwbouw van Bunkercentrum Dongemond vordert gestaag. Achter de Hoeven Het stedenbouwkundige plan en beeldkwaliteitsplan worden in december 2024 aan de gemeenteraad voorgelegd. Op basis van beide plannen wordt in 2025 gestart met het wijzigen van het omgevingsplan om de ontwikkeling ook juridisch mogelijk te maken. Na deze procedure kan gestart worden met de aanbesteding van de gronduitgifte.

97

Financiële bijlagen Overzicht Programma, taakvelden-meerjarig

98

Bedragen afgerond op € 1.000

Lasten Geraamde Meerjaren lasten

Baten

Geraamde Meerjaren baten

Pr. Taakveld Taakveld omschrijving

Beg. Begroting Begroting Begroting Begroting Beg. Begroting Begroting Begroting Begroting 2025 2026 2027 2028 2025 2026 2027 2028 Na Na wijzig. wijzig. 2024 2024

P1 0.10

Mutaties reserves

2.825

1.720

5

5

5

452

100

86

123

123

P1 1.2

Openbare orde en veiligheid

245

226

226

226

226

0

0

0

0

0

P1 2.1

Verkeer en vervoer

3.421

3.646

3.863

4.186

4.406

398

2.118

328

328

328

P1 2.2

Parkeren

6

6

6

6

6

5

5

5

5

5

P1 2.4

Economische havens en waterwegen

272

214

214

214

214

18

18

18

18

18

P1 5.3

Cultuurpresentatie, cultuurproductie en cultuurparticipatie

54

37

37

37

37

0

0

0

0

0

P1 5.5

Cultureel erfgoed

56

49

77

76

76

7

0

0

0

0

P1 5.7

Openbaar groen en (openlucht) recreatie

2.607

2.757

2.421

2.414

2.414

14

14

14

14

14

Opgave Leefbaarheid

9.486

8.655

6.849

7.164

7.384

894

2.255

451

488

488

0

0

0

0

0

120

20

0

0

0

P2 0.10

Mutaties reserves

P2 7.2

Riolering

2.001

2.042

2.221

2.238

2.288

2.569

2.627

2.844

2.864

2.925

P2 7.3

Afval

2.809

2.960

2.809

2.771

2.767

3.429

3.569

3.388

3.342

3.337

P2 7.4

Milieubeheer

2.951

2.226

2.131

2.061

1.996

1.333

497

497

472

447

Opgave Duurzaamheid

7.761

7.228

7.161

7.070

7.051

7.451

6.713

6.729

6.678

6.709

P3 0.10

Mutaties reserves

2.141

435

555

640

725

1.756

10

307

305

382

P3 0.8

Overige baten en lasten * (Noodfonds alleen in 2023)

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

P3 4.1

Openbaar basisonderwijs

41

28

31

31

31

42

0

0

0

0

P3 4.2

Onderwijshuisvesting

1.262

1.187

1.553

1.515

1.582

61

60

60

60

60

P3 4.3

Onderwijsbeleid en leerlingenzaken

1.581

1.771

1.807

1.520

1.520

548

706

742

455

455

P3 5.1

Sportbeleid en activering

429

396

430

436

447

241

213

192

60

60

P3 5.2

Sportaccommodaties

1.923

2.198

2.146

2.105

2.100

391

391

391

391

391

P3 6.1

Samenkracht en burgerparticipatie

5.806

4.679

2.744

2.675

2.675

5.778

4.911

273

178

178

P3 6.2

Toegang en eerstelijnsvoorzieningen

2.076

2.227

1.902

1.877

1.877

5

0

0

0

0

P3 6.3

Inkomensregelingen

7.643

7.615

7.465

7.465

7.465

6.000

6.000

6.000

6.000

6.000

P3 6.4

WSW en beschut werk

2.618

2.630

2.515

2.302

2.183

0

0

0

0

0

P3 6.5

Arbeidsparticipatie

1.045

1.075

1.075

1.075

1.075

0

0

0

0

0

P3 6.6

Maatwerkvoorzieningen (WMO)

1.669

1.662

1.612

1.612

1.612

6

6

6

6

6

P3 6.71a

Hulp bij het huishouden (WMO)

3.341

3.509

3.509

3.509

3.509

98

98

248

248

248

P3 6.71b

Begeleiding (WMO)

2.439

2.479

2.479

2.479

2.479

0

0

0

0

0

P3 6.72a

Jeugdhulp begeleiding

1.316

1.398

1.483

1.483

1.483

0

0

0

0

0

P3 6.72b

Jeugdhulp behandeling

1.139

1.179

1.264

1.264

1.264

0

0

0

0

0

P3 6.72c

Jeugdhulp dagbesteding

671

729

729

729

729

0

0

0

0

0

P3 6.73a

Pleegzorg

93

96

96

96

96

0

0

0

0

0

P3 6.73b

Gezinsgericht

764

791

791

791

791

0

0

0

0

0

P3 6.73c

Jeugdhulp met verblijf overig

1.040

1.090

1.090

1.090

1.090

0

0

0

0

0

P3 6.74a

Jeugdhulp behandeling GGZ zonder verblijf

1.405

1.540

1.540

1.540

1.540

0

0

0

0

0

P3 6.74b

Jeugdhulp crisis/LTA/GGZverblijf

826

855

855

855

855

0

0

0

0

0

P3 6.74c

Gesloten plaatsing

329

337

337

337

337

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

P3 6.81 P3 6.81a

Beschermd wonen (WMO)

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

P3 6.81b

Maatschappelijke- en vrouwenopvang (WMO)

19

19

19

19

19

691

400

400

400

400

99

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Geertruidenberg&id=9af81240-9ad3-4a4d-b4c5-3aec966d5ba8