Begroting 2024-2027
Tekst van het document
Als die vraag niet in de eigen omgeving beantwoord kan worden is het belangrijk dat inwoners direct met hun vraag bij een professional terecht kunnen en gelijk het goede, brede, gesprek kunnen voeren. En, indien er naast de eigen inzet en die van het persoonlijke netwerk, ondersteuning vanuit de gemeente nodig is, deze snel, makkelijk en op maat beschikbaar komt. Dit betekent dat zowel de wijze van het toekennen van ondersteuning als de aard van de ondersteuning zelf meer toegespitst kunnen worden op de behoeften/vraag van de inwoner. Inspanningen zijn onder meer gericht op het ontwikkelen van de basisondersteuning, het her-inrichten van Welzijn en doorontwikkeling loket (W)WIZ/wijkteam/CJG. 1. Maatschappelijke initiatieven krijgen hun waarde 2. De gemeentelijke toegang is laagdrempelig en gericht op zelfredzaamheid 3. Gebruik van voorzieningen is gebaseerd maatwerk 3.2.4 Strategie De opgave Mens en Zorg is een brede opgave die het hele sociaal domein raakt. Feitelijk is het programma Mens en Zorg de implementatie van het college-akkoord én van het beleidskader sociaal domein. Het sociaal domein is continu in ontwikkeling, in belangrijke mate gevoed door triggers die buiten de directe invloedssfeer van onze gemeente zelf liggen.
Daar komt bij dat veel veranderingen die we wellicht door willen voeren onderhavig zijn aan regionale en/of meerjarige samenwerkingsafspraken die ook op dat vlak de lokale invloed sterk bepalen en daarmee beperken. Het is zaak een veranderstrategie te volgen die enerzijds goed aansluit op deze realiteit en anderzijds mogelijkheden biedt om meer dan voorheen onze eigen agenda uit te voeren. Hoe worden we een beetje meer speler en wat minder speelbal. Eigenlijk dezelfde uitdaging die we ook bij inwoners en organisaties wegleggen. Hoe houd je (meer) regie als de dynamiek om je heen toeneemt. Voor het programma betekent dit dat we een scherpe focus moeten hebben op de hoofddoelen en de activiteiten die daar het meest aan bij gaan dragen. We kunnen dan een breed programma maken dat voor een deel een meer organische aanpak volgt, dat aansluit op reguliere (veelal regionale) processen en taken en daarbinnen probeert bij te dragen aan de hoofddoelen, en voor een ander 46
deel sterk projectmatig toewerkt naar een aantal specifieke gedefinieerde en haalbare resultaten. We zoeken op deze manier een middenweg waarbij we binnen de bestuurlijke speerpunten concrete projecten bepalen waarmee we het verschil willen maken, en een voorbeeld willen stellen. Voor deze projecten worden goede projectleiders vrijgemaakt die uitvoering kunnen geven aan de beoogde doelen. De overige onderwerpen blijven binnen het programma, maar krijgen een meer “organische status”. In september 2023 is het strategieplan, Strategie jeugdhulpregio WBO, dichtbij en op maat, door de 5 gemeenten in de regio West Brabant Oost vastgesteld. In 2024 en de volgende jaren wordt de (her)inrichting van het jeugdhulplandschap gefaseerd geïmplementeerd in de gemeente. De projectleider lokale implementatie draagt zorg voor de implementatie van de minimale variant van de herinrichting van het jeugdhulplandschap per 1 januari 2025. Dit houdt onder meer in het transformeren van de toegang naar een Stevig Lokaal Team (SLT) en het regionaal harmoniseren van de aanpak voor de sociale basis. Tevens wordt een haalbaarheidsonderzoek, incl. advies, verricht voor een integraal loket sociaal domein op het niveau van de gemeenten Drimmelen en Geertruidenberg. 3.2.5 Afbakening Dit programmaplan richt zich op uitvoering van de opgave Mens en Zorg en de ontwikkelingen die daarvoor nodig zijn.
Dit betreft de uitvoering van een aantal specifieke projecten én ontwikkelingen binnen reguliere taken. De uitvoering van de reguliere taken zelf valt niet binnen het kader van dit programma, maar wordt aangestuurd vanuit de lijn (clustermanagement). 3.3 Aanpak 3.3.1 Programmalijnen In overleg met bestuurlijk opdrachtgevers zijn de volgende speerpunten bepaald die als programmalijnen worden ingevuld: Programmalijn
Bijdrage strategische doelen
1.Bewust (samen)leven
Inwoners zijn & blijven vitaal Meer sociale cohesie
2.Werken met talent
Inwoners zijn (financieel) zelfredzamer Houdbaarheid basisondersteuning
3.Gelukkig opgroeien
Eerder erbij en een gezamenlijke en integrale aanpak Houdbaarheid basisondersteuning
4.Financieel zelfredzaam
Inwoners zijn (financieel) zelfredzamer Eerder erbij en een gezamenlijke en integrale aanpak
5.Vrije inloop
Eerder erbij en een gezamenlijke en integrale aanpak Houdbaarheid basisondersteuning
Daarnaast zijn er drie programmabrede trajecten die faciliterend zijn aan deze programmalijnen. 1. Ontwikkeling nieuw subsidiebeleid 2025 2. Ontwikkeling wijkgericht werken (i.a.m. programma leefbaarheid) 3. Realisatie Monitor Mens en Zorg Samen geeft dit 6 programmalijnen Binnen iedere programmalijn worden in het volgende hoofdstuk resultaten, activiteiten en middelen gedefinieerd. Per resultaat wordt aangeven of er een organische of projectmatige aanpak wordt gevolgd. Aanpak
47
Het programma is opgebouwd langs 5 inhoudelijke programmalijnen en 1 ondersteunende programmalijn In dit hoofdstuk wordt iedere programmalijn inhoudelijke toegelicht en wordt de te volgen aanpak uitgewerkt in activiteiten. Ook is aangegeven wanneer welk resultaat verwacht wordt in de komende jaren. Voor de komende vier jaar worden de doelen, inspanningen en resultaten weergegeven. Waar nodig worden de aannames uit de strategie hier verder geconcretiseerd. Ook de samenhang tussen de doelen (bijvoorbeeld de onderlinge strijdigheden, raakvlakken of overlappingen) krijgen aandacht. In de uitvoering en de bepaling van de benodigde middelen is de rol van gemeente in de verschillende activiteiten van belang. De rollen die we onderscheiden zijn: Regisseur, facilitator, uitvoerder, verbinder, financier. Programmalijn 1 : Bewust (samen)leven Strategische doelen / Operationele doelstellingen Inwoners zijn & blijven vitaal Meer sociale cohesie Gezondheidsachterstanden/ verkleinen gezondheidsverschillen Toegenomen deelname aan georganiseerde activiteiten Meer initiatief vanuit inwoners Meer vrijwilligers in informele netwerken De programmalijn focust zich op het versterken van de weerbaarheid en het zelfoplossend vermogen van inwoners. Enerzijds door gezonder te leven en, waar mogelijk, tijdig te anticiperen op levensgebeurtenissen.
Anderzijds door het stimuleren van “meer omkijken naar elkaar”. Het creëren van een klimaat waarin vragen makkelijker op tafel komen, we ervaringen delen en waar nodig de weg wijzen. We zetten daarbij in op een brede aanpak die gericht is op de risico’s factoren voor het ontstaan van gezondheidsachterstanden waaronder financiële druk, laaggeletterdheid (onderwijs, scholing), overgewicht, eenzaamheid, overbelasting door mantelzorg en het voorzieningenniveau in de wijk. Actief (kunnen) zijn in de gemeenschap is een belangrijke succesfactor. We stimuleren daarom activiteiten van en tussen inwoners. We zorgen dat inwoners (meer) worden uitgedaagd om te bewegen en kiezen voor gezonde opties. We verbeteren de mogelijkheden voor inwoners om elkaar laagdrempelig te ontmoeten, te ontspannen en elkaar te helpen. We vergroten de sociale cohesie door de sociale basis te versterken. Onder de sociale basis wordt verstaan: vrij toegankelijke formele en informele activiteiten en voorzieningen gericht op het elkaar ontmoeten en ondersteunen, ontplooien en ontspannen die zorgen dat mensen kunnen samenleven en meedoen. Dit vraagt aandacht voor wijkgericht werken (oriëntatie op de 4 wijken Geertruidenberg, Raamsdonk en Raamsdonksveer –Noord en –Zuid ) en om de functie van het verenigingsleven hierin te erkennen, te stimuleren en te waarderen, zoals beschreven staat in het Actief-Akkoord.
De inrichting en vormgeving van een wijk heeft invloed op de gezondheid en leefstijl van bewoners. Het bepaalt mede in hoeverre mensen bewegen, elkaar ontmoeten en activiteiten kunnen ondernemen. Gezien de vergrijzing en klimaatverandering is dit nog belangrijker geworden. Om gezondheidsachterstanden te verkleinen, is het daarom essentieel dat wij (de gemeente) de fysieke
48
omgeving zo inrichten dat het gezond en actief leven bevorderd. Dit wordt daarom een onderdeel zijn van het uitvoeringsplan/ project ‘actief gezond in Geertruidenberg’. We zetten in op de doorontwikkeling van buurtsport, zodat we de gezondheidsverschillen kunnen verkleinen. We willen sport en cultuur inzetten als preventief middel zowel voor de fysieke als de sociale component.. We zetten in op de doorontwikkeling van buurtsport, en willen we sport inzetten als preventief middel zowel voor de fysieke als de sociale component. Programmalijn 2 : Werken met talent Strategische doelen / Operationele doelstellingen Inwoners zijn (financieel) zelfredzamer Houdbaarheid basisondersteuning Alle inwoners hebben, ongeacht hun verdiencapaciteit, de mogelijkheid voor een zinvolle daginvulling Meer inwoners maken gebruik van, een ruimer aanbod van, vrij toegankelijke dagbesteding Lokale organisaties en bedrijven bieden meer werkervaringsplekken (plekken van ontmoeting en diversiteit) Er is een fysieke locatie in de gemeente waar de verbinding WMO-participatie duurzaam is gelegd en waar verschillende vormen van participeren samenkomen en elkaar aanvullen en stimuleren. De weg naar participatie in onze gemeente is versnipperd en daardoor onvoldoende effectief.
Het gevolg hiervan is dat de kosten hoog zijn en er, veelal individuele, voorzieningen worden beschikt die niet voldoende effectief zijn. Dit leidt ertoe dat de talenten van inwoners onvoldoende worden aangesproken en zij daardoor minder in staat zijn om zich te ontwikkelen, een zinvolle bijdrage te leveren aan de samenleving en/of te voorzien in een eigen inkomen. De waarborg voor participatie vraagt expliciete aandacht op bestuurlijk en strategisch niveau. We leggen een stevigere verbinding tussen de WMO (begeleiding), participatie en inburgering waardoor een brede participatie en effectievere integratie plaatsvindt. Een bredere of veelzijdigere participatie op terreinen die bijdragen aan de persoonlijke ontwikkeling, het welzijn van anderen of maatschappelijke doelen gaat samen met een hoger individueel welzijn en andersom. Het uitgangspunt daarbij is dat je altijd iets zinvols kunt doen in de gemeente en dat je dat vooral samen doet met anderen op een toffe plek. Je groeit daarvan als persoon, zet stappen op de participatieladder en levert een maatschappelijke bijdrage. We verleggen de focus op (standaard) individuele begeleidingstrajecten naar de verbreding van het aanbod voor vrij –toegankelijke (lokale) dagbesteding/ werkervaringsplekken, vooral door groepen op verschillende “treden” te mixen zodat inwoners voor elkaar van meerwaarde kunnen zijn.
De beheersing van de Nederlandse taal en de omgang met digitale media is een essentiële basisvoorwaarde voor participatie en zelfredzaamheid. Inwoners die laaggeletterd zijn kunnen niet volwaardig deelnemen aan de samenleving; door de digitalisering e.d. wordt de afstand voor hen alleen maar groter en bestaat op termijn een risico op het ontstaan van problemen. We zetten daar extra op in, ook voor de doelgroep NT2. (Nederlands als 2e taal) Het vraagt een diepgaander onderzoek naar de huidige situatie en behoeften om beter te begrijpen wat inwoners nu weerhoudt om te participeren en wat daarvoor nodig is. Dit kan leiden tot een verdere doorontwikkeling van de dienstverlening van MidZuid, en tot het beschikbaar komen van
49
nieuwe initiatieven. Het project “op pad” heeft tot doel een concrete plek te realiseren die tevens als voorbeeld kan dienen. Programmalijn 3: Gelukkig opgroeien Strategische doelen / Operationele doelstellingen • Eerder erbij en een gezamenlijke en integrale aanpak • Houdbaarheid basisondersteuning • Vermindering inzet jeugdhulp (in verhouding tot andere gemeenten) • Minder kinderen (onder de 18 jaar) die middelen of alcohol gebruiken • Minder kinderen en jongeren voelen zich eenzaam • Meer positieve berichtgeving van opgroeien in gemeente Geertruidenberg • Periodieke gesprekken voor input van jongeren zelf Jongeren in gemeente Geertruidenberg liggen onder een vergrootglas. Dat heeft meerdere oorzaken: door het hoge percentage van jongeren die jeugdhulp krijgen, de cijfers over alcoholgebruik onder jongeren en cijfers over de (zware) mentale problemen bij de jeugd, zorgen voor een negatief beeld. Daarnaast staat de jeugd op afstand, en is het voor beleidsmakers lastig om erachter te komen wat jongeren zelf willen. Bovendien is het beeld dat veel jongeren over het leven hebben –mede ontstaan door sociale media, niet realistisch en staat de mentale gezondheid van steeds meer jongeren onder druk. Door de Coronacrisis is dit nog versterkt. Dit versterkt elkaar, de beeldvorming wordt niet beter en de kosten voor de jeugdhulp blijven stijgen.
Middels deze programmalijn willen we een trendbreuk forceren in zowel de beeldvorming, de omgang met jongeren én willen we –waar dat kan- jongeren vroegtijdig helpen, om grotere problemen te voorkomen en/ of te verminderen. Wanneer we kijken naar de jeugd dan willen we dat iedere jongere, ongeacht afkomst, kwetsbaarheid of beperking, op de eigen manier in de samenleving kan floreren en zich kan ontwikkelen tot die veerkrachtige zelfredzame volwassene. Hierin spelen talentontwikkeling en kansengelijkheid een grote rol. We willen voorkomen dat jeugd in de knel komt, en al eerder inspelen op signalen. We hebben leuke jeugd en hebben als samenleving een verantwoordelijkheid om hen positief te benaderen, in staat te stellen om hun talenten te ontwikkelen en hun plek in de samenleving in te nemen. Dat begint met jongeren serieus te nemen en hen echt te zien en te ontmoeten. Je bent zoals je bent, en dat is oké. Dat vraagt om een samenleving die jongeren uitdaagt en kansen biedt zich optimaal doorlopend te ontwikkelen en ook om een samenhangend en sluitend vangnet voor die keren dat het door omstandigheden niet lukt. Waarbij het normaliseren van een mindere periode belangrijk is, en er enkel professionele hulp wordt ingezet als dit nodig is. Of juist vasthoudend wordt gehandeld als er sprake is van generatie-problematiek.
Op dit moment is het huidige beleid nog te versnipperd en onvoldoende afgestemd om dit te realiseren. Doelstelling is om tot een integrale aanpak te komen die de geschetste samenleving mogelijk maakt. Er wordt extra inzet gepleegd op de gelijke kansen voor kinderen en jongeren. We doen dit vooral ook samen met kinderen, jongeren en hun ouders/verzorgers. De dialoog met jongeren krijgt extra aandacht. We zetten in op jongerenparticipatie en de inzet van ervaringsdeskundigheid. In 2023 stelt het college het uitvoeringskader jeugd vast, waarin integraal gekeken wordt naar opgroeiende jongeren in onze gemeente. Onderdeel van dit uitvoeringskader is dat er in 2024 een onderzoek wordt gedaan naar of en zo ja hoe het voorliggend veld binnen het jeugddomein versterkt
50
kan worden, rekening houdend met de opstart van projecten zoals Opgroeien in een Kansrijke Omgeving en de doorontwikkeling van het jongerenwerk en buurtsportcoaches.” Het onderwijs vervult, als 2e leefomgeving van kinderen, een belangrijke rol in het leven van kinderen en jongeren. We investeren extra in de samenwerking met onderwijs, met name gericht op het voorkomen of terugdringen van onderwijsachterstanden. Daarnaast zetten we in op versterking en verbreding van de maatschappelijke functie van, met name basisscholen, in hun directe omgeving. We werken aan een nieuw regionaal jeugdstelsel dat de oplopende inzet van jeugdzorg moet remmen door te zorgen dat ondersteuning eerder, lichter en makkelijker beschikbaar is én inwoners en professionals beter accepteren dat hobbels bij het leven horen. Dit vraagt een grote lokale inzet die zich richt op preventie en interne ontschotting waardoor duurzamere oplossingen worden gecreëerd. De deelname aan het landelijk project “OKO” (Opgroeien in een kansrijke omgeving) gaat helpen om dit effectief te doen. Het centrum voor jeugd en gezin (CJG) , dat de gemeente Geertruidenberg deelt met Drimmelen, vervult een belangrijke functie in het jeugdlandschap en is, daarmee, zelf ook onderwerp van verandering.
Er ligt een nadrukkelijke opdracht om meer in de leefwereld van kinderen, jongeren en hun ouders aanwezig te zijn en breder aan te sluiten op de onderliggende vragen én mogelijkheden van het gezinssysteem en hun informele en formele netwerk. Met de uitvoering van al deze maatregelen verwachten we de komende jaren een inverdieneffect op de inzet van jeugdhulp. Een veilige thuisbasis en leefomgeving is cruciaal voor het gelukkig opgroeien van kinderen en jongeren. We investeren in de sociale veiligheid voor en rond kinderen. Dit doen we onder meer door eerder te signaleren en de weerbaarheid van jongeren te versterken. Programmalijn 4: Financieel zelfredzaam Strategische doelen / Operationele doelstellingen Inwoners zijn (financieel) zelfredzamer Eerder erbij en een gezamenlijke en integrale aanpak Inwoners melden zich eerder en vaker (bij welzijn) met vragen over geld en administratie Er ontstaan minder vaak (nieuwe) schulden Inwoners waarderen de dienstverlening van de gemeente We constateren een toenemende financiële druk en onzekerheid bij inwoners. De bestaanszekerheid komt de komende jaren voor een steeds grotere groep inwoners onder druk te staan.
De gemeente Geertruidenberg heeft de afgelopen jaren verschillende maatregelen genomen om te ondersteunen bij de bestaanszekerheid als er (te) weinig inkomen in het gezin is om bijvoorbeeld kinderen te laten sporten of om schulden bij inwoners te voorkomen of af te handelen. Er ontbreekt echter al langere tijd een stevige inhoudelijke basis die richting geeft en samenhang biedt voor meer duurzame aanpakken en oplossingen. Ondertussen vinden er grote landelijke ontwikkelingen plaats qua wetgeving waardoor de urgentie om deze basis te maken ook vanwege externe druk steeds groter wordt. Binnen de programmalijn Financieel zelfredzaam wordt dit kader gecreëerd waarmee zowel invulling wordt gegeven aan de verander(en)de wetgeving als aan de eigen ambitie van de gemeente. Binnen dit kader is aandacht voor kansengelijkheid voor kinderen, armoedebestrijding en integrale schuldhulpverlening. Inspanningen richten zich op: Bevorderen van het welzijn en de inclusie van mensen in armoede
51
Meer preventie van geldzorgen Het tegengaan van geldzorgen door ervoor te zorgen dat alle kinderen en jongeren, financiële kennis, vaardigheden en competenties ontwikkelen Het voorkomen van (oplopende) schulden door het taboe te doorbreken
Maatschappelijke partners in de omgeving van de inwoners vervullen een belangrijke rol door tijdige signalering van betalingsachterstanden en het geven van informatie. Zodra er sprake is van schulden moet er een efficiënt en eenduidig verloop van de schuldhulpverlening zijn die de druk op de inwoner en zijn of haar omgeving waar mogelijk verkleint. We investeren in de ontwikkeling van integrale schuldhulpverlening, waaronder de inzet van budgetcoaches, en het realiseren van een structureel vangnet. Programmalijn 5: Vrije inloop Strategische doelen / Operationele doelstellingen Eerder erbij en een gezamenlijke en integrale aanpak Houdbaarheid basisondersteuning Afname van dure (WMO) hulp Het is er druk, er gebeurt wat Tevreden mensen over de gemeente Partners willen er graag bij horen Huis van de gemeente, 1 gemeenschapshuis Hotspot, fysiek ontmoetingsplekken in iedere wijk. De gemeente Geertruidenberg werkt al een aantal jaren aan een “optimale toegang”. Een plek waar je als inwoner binnenloopt met je vraag en met een goed antwoord of oplossing naar buiten gaat. Ondanks alle aandacht en investeringen die er gedaan zijn zien we een versnipperde, suboptimale werkwijze die gericht is op het inzetten van (veelal geïndiceerde) voorzieningen. Zowel binnen de gemeentelijke organisatie zelf, als in de afstemming met maatschappelijk partners zoals met name welzijn.
De beoogde integraliteit en zelfwerkzaamheid die we zowel voor de vraag als het aanbod nastreven wordt met de huidige inrichting niet gerealiseerd. In de landelijke monitors valt Geertruidenberg op door de hoge inzet van (gestapelde) WMO-voorzieningen per inwoner. In de programmalijn “Vrije inloop” gaan we naar een volledig andere inrichting. Het uitgangspunt is een laagdrempelige inloop (fysiek, maar ook online) waar een inwoner, al dan niet toevallig, binnenloopt en daar in een gastvrije omgeving terecht komt waar hij of zij ongedwongen op zoek kan gaan naar informatie of ondersteuning. Desgewenst deelt de inwoner zijn of haar vraag met een aanwezige medewerker. Als in het gesprek de vraag helderder wordt komt er een kort antwoord, of wordt er een collega bijgehaald die er meer mee kan. Deze medewerkers zijn verbonden aan het wijkteam dat op die plek actief is. De vraag en de eigen mogelijkheden van de inwoner zijn leidend, evenals de mogelijkheden die in de directe omgeving vrij toegankelijk beschikbaar zijn als antwoord op een goed begrepen vraag en behoefte. De inwoners ervaart persoonlijke betrokkenheid van een medewerker die naast hem of haar staat, moeite doet en écht helpt. Om deze situatie te realiseren gaan de verschillende loketten in onze gemeente zich doorontwikkelen naar een lokaal wijkteam.
Het wijkteam is aanwezig op een gastvrije plek van ontmoeting en verbinding. Hier is een brede expertise beschikbaar zodat direct met de goede professional het goede gesprek gevoerd kan worden en passende ondersteuning beschikbaar is. In dit wijkteam werken professionals en vrijwilligers van verschillende moederorganisaties, waaronder de gemeente, samen. Om deze ingrijpende verandering met partners te realiseren worden specifieke projecten ingericht.
52
Programmalijn 6 : Ondersteunend Strategische doelen / Operationele doelstellingen Meer sociale cohesie Eerder erbij en een gezamenlijke en integrale aanpak Houdbaarheid basisondersteuning Monitor Mens en Zorg beschikbaar begin 2024 Subsidiebeleid 2025 tijdig gerealiseerd en geïmplementeerd Over verschillende programmalijnen heen is er een ontwikkeling op een drietal onderwerpen die vooral ondersteunend zijn aan de vijf inhoudelijke lijnen. Deze onderwerpen zijn: Monitor Mens en Zorg Voor veel strategische doelen en maatschappelijke effecten ontbreekt de (structurele) data om een goede inschatting van de huidige situatie te maken, en dus ook om concrete, specifieke en realistische doelen te stellen. Zeker preventie vraagt meer zicht op kwetsbare inwoners en maatschappelijke vraagstukken en het, continu, in beeld brengen van de resultaten die behaald worden. De komende jaren kunnen we rekenen op veel landelijke middelen die beschikbaar komen voor tal van maatschappelijke vraagstukken. Om deze effectief in te zetten is het noodzakelijk om betere cijfers te krijgen over vraag, aanbod en productie van zorg en ondersteuning. We investeren in de monitoring en effectmeting van onze inspanningen door een passend en relevante monitor Mens en Zorg te ontwikkelen.
Ontwikkeling wijkgericht werken Veel ontwikkelingen in het programma hebben het nodig om dichter bij de leefwereld van inwoners te komen en daar ontmoeting, verbinding en initiatief te laten ontstaan of de ruimte te geven. Hiervoor willen we wijkgericht werken verder ontwikkelen en de vier wijken van onze gemeente (Geertruidenberg, Raamsdonk en Raamsdonksveer Noord- en Zuid) structureler gaan gebruiken als schaal om sociaal-maatschappelijk beleid op te ontwikkelen en uitvoering op te organiseren. Dat geldt ook voor andere programma’s. Vandaar dat hiervoor een integrale aanpak en afstemming met het programma Leefbaarheid is gemaakt. Het programma Leefbaarheid is hierbij in de lead. Subsidiebeleid 2025 Recent heeft een evaluatie van het subsidiebeleid plaatsgevonden als opmaat naar het nieuwe subsidiebeleid dat in 2025 van kracht moet worden. Aangezien de meeste subsidies worden verstrekt binnen het programma Mens en Zorg maakt dit project onderdeel uit van dit programma, ook al is eerder afgesproken dat het subsidiebeleid en daarvoor op te stellen verordening en beleidsregels voor de hele organisatie gelden. Inhoudelijk moet het nieuwe subsidiebeleid zorgen voor meer sturing op maatschappelijke rendement, het extra stimuleren van maatschappelijk initiatief, en het eerlijker en transparanter inzetten van subsidiemiddelen.
Ook in relatie van andere vormen van ondersteuning door de gemeenste, zoals via het evenementen- of accommodatiebeleid. Vindt Subsidie Deze drie onderwerpen worden als projecten in het programma opgenomen onder de programmalijn “Ondersteunend”.
3.2 Ontwikkelingen In onderstaande tabel staan de ontwikkelingen/veranderingen t.o.v. voorgaande begrotingen/de kadernota.
53
Pr.
Programmalijn
Omschrijving Programmalijn
Mutatie 2024
P3
1
Bewust samenleven
255.000
P3
2
Werken met talent
0
P3
3
Gelukkig opgroeien
226.000
P3
4
Financiële zelfredzaamheid
P3
5
Vrije inloop
13.000
N
16.000
N
18.000
P3
6
Ondersteunend
10.000
V
0
-
P3
Inkomsten gezond en actief leven akkoord
484.000
V
404.000
0
-
0
P3
Totaal mutaties
Mutatie 2025 N
255.000
Mutatie 2026 N
N
0
133.000
N
Taakveld(en)
0
-
0
-
0
-
0
-
N
0
-
0
-
0
-
V
320.000
V
0
-
-
0
-
0
-
0
211.000
Mutatie 2027
0 N
0
91.000
N
0
Toelichting op de tabel 1.1 Bewust samenleven We versterken de informele zorg, mantelzorg en het vrijwilligersbeleid, samen met Surplus. Samen met huisartsen en Surplus gaan we Welzijn op recept inzetten, ook wordt een vrijwilligerswinkel gerealiseerd. Projecten die gaan lopen zijn het project "Actief gezond" waarbij bijvoorbeeld een ketenaanpak voor kinderen met overgewicht wordt opgezet. Een ander groot project binnen deze programmalijn is de visie MFA Hooipolder, oftewel de ontwikkeling van het scholeneiland naar een multifunctionele accommodatie in samenhang met basisonderwijs, wijkcentrum en gymzaal/sporthal waarbij ook burgerparticipatie zal worden toegepast. 2.1 Werken met talent We integreren inburgering in reguliere voorzieningen samen met Vluchtelingenwerk en Surplus. De visie op Mid-Zuid zien we als spin-off voor de bredere visie op participatie. Projecten die zullen worden uitgevoerd zijn "Brede participatie" waarbij een inventarisatie wordt gedaan van de ontwikkelingen op het gebied van wetgeving, samen met een lokale beleidsevaluatie. We experimenteren met het Project "Op pad", waarbij we vrij toegankelijke dagbesteding willen realiseren inclusief een fysieke pilotlocatie. 3.1 Gelukkig opgroeien We versterken de meerjarige samenwerking met primair en voortgezet onderwijs en kinderopvang door realisatie Lokale Educatieve Agenda (LEA). (o.a.
effectieve invulling voorschoolse educatie (VVE) en onderwijsachterstandenbeleid (OAB). Het Centrum Jeugd en Gezin wordt doorontwikkeld en het jongerenwerk versterkt door te richten op betere dialoog met jongeren, aanwezigheid in de buurt en ketensamenwerking. Projecten waaraan gewerkt wordt zijn de implementatie van het strategieplan WBO, samen met gemeente Drimmelen. Hierbij versterken we de lokale sociale basis en werken aan de doorontwikkeling van een sterk lokaal team. Het project "realisatie uitvoeringskader jeugd" richt zich op de beheersing/reductie van de inzet van jeugdhulp(kosten). Ook krijgt jongerenparticipatie steeds meer vorm en wordt een preventieaanpak gemaakt met als doel een positieve leefomgeving voor alle jongeren. 4.1 Financiële zelfredzaamheid
54
We gaan aan de slag met het doorontwikkelen van minimabeleid en de kindregeling. Vroegsignalering wordt steeds belangrijker. Inhet project "uitvoeringskader financiële zelfredzaamheid"gaan we aan de slag met het opstellen van een uitvoeringskader en zetten we ervaringsdeskundigen en inwoners in. We ontwikkelen integrale schuldhulpverlening en zetten budgetcoaches in samen met Surplus. 5.1 Vrije inloop We voeren de basisvoorziening welzijn uit zoals het versterken van regie en vrijwillige inzet, samen met Surplus, Theek5 en Thuisvester. Wegaan steeds meer "omgekeerd werken"; van (versnipperd) aanbod naar één brede vraag met een integrale oplossing. We werken aan de verordening sociaal domein en herdefiniëren basisondersteuning. 6. Ondersteunend We werken aan een nieuw subsidiebeleid met nieuwe uitgangspunten waarbij de raad nauw wordt betrokken. We ontwikkelen een monitor Mens en Zorg met periodieke rapportages voor o.a. raad en college.
3.3 Beleidsindicatoren Hoe gaan we dat meten? In het programma Mens en Zorg is het bepalen van passende indicatoren, het bepalen van de nulsituatie en het realiseren van een vaste rapportage en evaluatiecyclus op verschillende niveau’s meegenomen. De set van (structurele en tijdelijke) indicatoren zal zich daarom in de komende jaren verder ontwikkelen en uit kristalliseren. Bij de aanvang van het programma, in september 2023, wordt de onderstaande set gehanteerd: Strategisch doel
Indicatoren
Meest recente meting
Inwoners zijn en blijven vitaal
% inwoners met overgewicht/obesitas inwoners 18-64: 60 % (2022) inwoners 65+: 61%
Daling
% inwoners dat kampt met eenzaamheid of depressie (2022)
Daling
Eenzame inwoners 18-64: 48 % 65+: 52%
Doelstelling
Aantal sociaal maatschappelijke initiatieven vanuit inwoners % inwoners dat deelneemt aan georganiseerde activiteiten
Inwoners zijn (financieel) zelfredzamer
% inwoners met problematische schulden (2020 en 2022)
Huishoudens met problematische schulden (2020): 6,4% Inwoners dat een Daling betalingsachterstand had in het afgelopen jaar (2022) 18-64: 10 % 65+: 3%
% inwoners met terugkerende schuldenproblematiek Aantal vragen over geld en administratie Gemiddelde hoogte van schulden bij melding Meer sociale cohesie in de lokale samenleving
% sportverenigingen dat inclusief sporten ondersteunt % inwoners dat onvoldoende sociale samenhang ervaart
55
% inwoners dat vrijwilligerswerk doet in georganiseerd verband (2022)
Niet uitgesplitst naar georganiseerd/ongeorganiseerd: 18-64: 17% 65+ : 27%
% inwoners dat vrijwilligerswerk doet in ongeorganiseerd verband
zie hierboven
Tevredenheid van jongeren over leven in de gemeente Eerder erbij en een gezamenlijke en integrale aanpak
% kinderen dat jeugdzorg heeft (2022) 13,8%
Daling
Recent alcohol gedronken: 39% Recent binge gedronken: 30% Heeft ooit wiet/hasj gebruikt: 7%
%/aantal jongeren dat regelmatig middelen gebruikt (2021)
Daling
%/aantal veilig thuis meldingen (2022) 219 meldingen Houdbare basisondersteuning
Het gebruik van geïndiceerde voorzieningen Gebruik jeugdhulp in verhouding tot andere gemeenten Gebruik geïndiceerde WMO hulp Gebruik van meerdere (m.n. WMO) voorzieningen Waardering dienstverlening gemeente door inwoners
Wettelijke beleidsindicatoren Nr.
Taakveld
Naam indicator
Jaar
Waarde (Jaarrekening 2022)
17.
4. Onderwijs
Absoluut verzuim
2020
3,8
2,7
Aantal per 1.000 leerlingen
RBL
18.
4. Onderwijs
Relatief verzuim
2019
14
13
Aantal per 1.000 leerlingen
RBL
19.
4. Onderwijs
Vroegtijdig schoolverlaters zonder startkwalificatie (vsv-ers)
2020
1,51
% deelnemers aan 1,70 het VO en MBO onderwijs
Ingrado
20.
5. Sport, cultuur en recreatie
Niet sporters
2020
52,3
52,3 %
Gezondheidsenquête (CBS, RIVM)
21.
6. Sociaal domein
Banen
2020
675,5
Aantal per 1.000 654,0 inwoners in de leeftijd 15 – 65 jaar
LISA
22.
6. Sociaal domein
Jongeren met een delict voor de rechter
2020
1
1 % 12 t/m 21 jarigen
Verwey Jonker Instituut - Kinderen in Tel
23.
6. Sociaal domein
Kinderen in uitkeringsgezin
2020
5
5
% kinderen tot 18 jaar
Verwey Jonker Instituut - Kinderen in Tel
24.
6. Sociaal domein
Netto arbeidsparticipatie
2020
71,4
% van de werkzame beroepsbevolking 72,3 ten opzichte van de beroepsbevolking
26.
6. Sociaal domein
Werkloze jongeren
2020
1
1 % 16 t/m 22 jarigen
27.
6. Sociaal domein
Personen met een bijstandsuitkering
2021
188
232
Aantal per 10.000 inwoners
CBS
28.
6. Sociaal domein
Lopende reintegratievoorzieningen
2021
67
Aantal per 10.000 73 inwoners van 15 – 64 jaar
CBS
56
Begroot Eenheid 2024
Bron
CBS
Verwey Jonker Instituut - Kinderen in Tel
29.
6. Sociaal domein
Jongeren met jeugdhulp
2020
14,2
14,0
% van alle jongeren tot 18 jaar
CBS
30.
6. Sociaal domein
Jongeren met jeugdbescherming
2020
2
2
% van alle jongeren tot 18 jaar
CBS
31.
6. Sociaal domein
Jongeren met jeugdreclassering
2019
0,4
0,0
% van alle jongeren van 12 tot 23 jaar
CBS
32.
6. Sociaal domein
Cliënten met een maatwerkarrangement WMO
2021
990
990
Aantal per 10.000 inwoners
GMSD
3.4 Risico's De gemeente bevindt zich in een roerige context. Veel effecten daarvan slaan neer in het sociaal domein. Vanwege de grote omvang van het totale budget in het sociaal domein werken die effecten hard door in de totale financiële begroting. We hebben de afgelopen jaren gezien dat het op voorhand nauwelijks mogelijk is om risico’s adequaat in te schatten. Het is daarom zaak om voldoende ruimte en flexibiliteit in de begroting te houden. En daarnaast effectief in te spelen op veranderingen met oplossingen die in lijn liggen met de strategische doelstellingen. Deze doelen zijn daarom vooral richtinggevend zodat actuele, incidentele ontwikkelingen en middelen gebruikt kunnen worden om deze doelen te realiseren. Gezien de sterke ontwikkeling van de loonkosten binnen de verschillende sectoren die door of via de gemeente worden gefinancierd ligt hier een aanzienlijk risico op grote kostenstijgingen en druk vanuit aanbieder. In het kader van de zorgplicht van de gemeente bieden gemaakte meerjarige contractuele afspraken onvoldoende garantie voor kostenbeheersing. Het is dus noodzakelijk om hier pro-actief in te handelen en ontwikkelingen in die sectoren en bij belangrijke aanbieders goed te volgen en hierop intern te anticiperen.
3.5 Investeringen In programma 3 zijn voor de periode 2024-2027 de onderstaande investeringen voorzien: Investeringsbudget Investeringsbudget Investeringsbudget Investeringsbudget 2024 2025 2026 2027 Opgave 3 Mens en Zorg Investeringen Sport: Investeringen Accomodaties (overige faciliteiten)
312.172
Investeringen Sportvelden
282.831
Investeringen Accomodaties (overige faciliteiten)
132.551
Investeringen Sportvelden
87.598
Investeringen Sportvelden
99.572
Investeringen Onderwijs: *= egalisatie via reserve afschrijvingslasten IHP Gymzaal Hoge Waai R.donk + eerste inrichting
1.134.000
Investeringsvolume 25% (inflatie, beng bouwen)
284.350
Onderwijs /IHP Scholen eiland
7.063.000
57
Investeringsvolume 25% (inflatie, beng bouwen)
1.766.600
3.6 Lasten en Baten per programma Lasten en Baten In onderstaande tabel zijn, overeenkomstig de BBV voorschriften en gespecificeerd per taakveld, de lasten en baten van het programma opgenomen. Als gevolg van de weergave in een veelvoud van € 1.000 kunnen er in de tabel afrondingsverschillen zitten.
58
Begroot totaal van lasten Pr.
Taakvel Taakveld omschrijving d
P3
0.8
Overige baten en lasten * (Noodfonds alleen in 2023)
P3
4.1
Openbaar basisonderwijs
202
11
11
11
11
P3
4.2
Onderwijshuisvesting
1.207
1.225
1.285
1.474
1.439
P3
4.3
Onderwijsbeleid en leerlingenzaken
1.646
1.405
1.405
1.405
1.405
P3
5.1
Sportbeleid en activering
631
498
454
467
472
P3
5.2
Sportaccommodaties
1.642
1.738
1.887
1.881
1.840
P3
6.1
Samenkracht en burgerparticipatie
8.045
2.828
2.497
2.505
2.501
P3
6.2
Toegang en eerstelijnsvoorzieningen
1.976
1.847
1.807
1.807
1.807
P3
6.3
Inkomensregelingen
7.127
6.700
6.700
6.700
6.700
P3
6.4
WSW en beschut werk
2.294
2.350
2.257
2.349
2.163
P3
6.5
Arbeidsparticipatie
704
755
755
755
755
P3
6.6
Maatwerkvoorzieningen (WMO)
1.562
1.703
1.703
1.703
1.703
P3
6.71a
Hulp bij het huishouden (WMO)
2.901
2.998
2.998
2.998
2.998
P3
6.71b
Begeleiding (WMO)
2.290
2.299
2.299
2.299
2.299
P3
6.72a
Jeugdhulp begeleiding
1.591
1.592
1.297
1.297
1.397
P3
6.72b
Jeugdhulp behandeling
866
842
754
754
754
P3
6.72c
Jeugdhulp dagbesteding
482
463
396
396
396
P3
6.73a
Pleegzorg
125
125
125
125
125
P3
6.73b
Gezinsgericht
711
711
711
711
711
P3
6.73c
Jeugdhulp met verblijf overig
966
972
972
972
972
P3
6.74a
Jeugdhulp behandeling GGZ zonder verblijf
1.528
1.480
1.310
1.310
1.310
P3
6.74b
Jeugdhulp crisis/LTA/GGZ-verblijf
535
535
535
535
535
P3
6.74c
Gesloten plaatsing
164
164
164
164
164
P3
6.81
0
0
0
0
0
P3
6.81a
Beschermd wonen (WMO)
0
0
0
0
0
P3
6.81b
Maatschappelijke- en vrouwenopvang (WMO)
22
19
19
19
19
P3
6.82
Geëscaleerde zorg 18-
P3
6.82a
Jeugdbescherming
P3
6.82b
Jeugdreclassering
65
65
65
65
65
P3
7.1
Volksgezondheid
1.161
1.163
1.163
1.163
1.163
P3
7.5
Begraafplaatsen en crematoria
118
132
90
90
90
41.279
34.845
33.884
34.180
34.019
TOTAAL
Na Begrotin Begrotin Begrotin Begrotin wijziging g g g g 2023 2024 2025 2026 2027 477
0
0
0
0
0
0
0
0
0
241
225
225
225
225
Begroot totaal van baten Pr.
Taakvel Taakveld omschrijving d
Na Begrotin Begrotin Begrotin Begrotin wijziging g g g g 2023 2024 2025 2026 2027
P3
0.8
Overige baten en lasten * (Noodfonds alleen in 2023)
P3
4.1
Openbaar basisonderwijs
246
0
0
0
0
P3
4.2
Onderwijshuisvesting
58
54
54
54
54
P3
4.3
Onderwijsbeleid en leerlingenzaken
744
419
419
419
419
P3
5.1
Sportbeleid en activering
177
60
60
60
60
P3
5.2
Sportaccommodaties
375
368
367
366
366
P3
6.1
Samenkracht en burgerparticipatie
6.136
561
178
178
178
P3
6.2
Toegang en eerstelijnsvoorzieningen
0
0
0
0
0
P3
6.3
Inkomensregelingen
5.167
5.167
5.167
5.167
5.167
P3
6.4
WSW en beschut werk
0
0
0
0
0
P3
6.5
Arbeidsparticipatie
0
0
0
0
0
P3
6.6
Maatwerkvoorzieningen (WMO)
6
6
6
6
6
P3
6.71a
Hulp bij het huishouden (WMO)
98
98
98
98
98
P3
6.71b
Begeleiding (WMO)
0
0
0
0
0
P3
6.72a
Jeugdhulp begeleiding
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
59
P3
6.72b
Jeugdhulp behandeling
0
0
0
0
0
P3
6.72c
Jeugdhulp dagbesteding
0
0
0
0
0
P3
6.73a
Pleegzorg
0
0
0
0
0
P3
6.73b
Gezinsgericht
0
0
0
0
0
P3
6.73c
Jeugdhulp met verblijf overig
0
0
0
0
0
P3
6.74a
Jeugdhulp behandeling GGZ zonder verblijf
0
0
0
0
0
P3
6.74b
Jeugdhulp crisis/LTA/GGZ-verblijf
0
0
0
0
0
P3
6.74c
Gesloten plaatsing
0
0
0
0
0
P3
6.81
0
0
0
0
0
P3
6.81a
Beschermd wonen (WMO)
0
0
0
0
0
P3
6.81b
Maatschappelijke- en vrouwenopvang (WMO)
0
0
0
0
0
P3
6.82
Geëscaleerde zorg 18-
0
0
0
0
0
P3
6.82a
Jeugdbescherming
0
0
0
0
0
P3
6.82b
Jeugdreclassering
0
0
0
0
0
P3
7.1
Volksgezondheid
20
12
12
12
12
P3
7.5
Begraafplaatsen en crematoria TOTAAL
48
50
50
50
50
13.075
6.795
6.411
6.410
6.410
Begroot totaal van bestemming Pr.
Taakvel Taakveld omschrijving d
Na Begrotin Begrotin Begrotin Begrotin wijziging g g g g 2023 2024 2025 2026 2027
P3
0.10
Mutaties reserves Lasten
315
385
455
525
595
P3
0.10
Mutaties reserves Baten
595
1
113
288
288
TOTAAL
-280
384
342
237
307
TOTAAL LASTEN
41.279
34.845
33.884
34.180
34.019
TOTAAL BATEN
13.075
6.795
6.411
6.410
6.410
TOTAAL RESERVES
-280
384
342
237
307
SALDO Programma 3
27.924
28.434
27.815
28.007
27.916
Begroot resultaat
Bedragen afgerond op veelvoud van € 1.000
60
Programma 4 Opgave Wonen 4.1 Programmaplan 4.1 Context en aanleiding 4.1.1 Context Nederland heeft behoefte aan een toegankelijk, betaalbaar woonlandschap van goede kwaliteit. De opgave is complex en vraagt om een gerichte inspanning van alle betrokkenen. Samen met belangrijke partners in het woonveld, zoals medeoverheden, de woningcorporatie(s) en marktpartijen, moeten de krachten worden gebundeld om de geconstateerde problemen en oorzaken aan te pakken en de lokale doelstellingen te realiseren. Daarbij zijn drie kerndoelen van belang: 1. Beschikbaarheid: voldoende woningen voor iedereen, met als streven twee derde betaalbaar. 2. Betaalbaarheid: woonlasten sluiten beter aan bij het inkomen. Het aantal huishoudens dat te hoge woonlasten draagt ten opzichte van het inkomen neemt af. 3. Kwaliteit: voldoende woningen voor aandachtsgroepen en ouderen, perspectief voor kwetsbare wijken en duurzame huisvesting bereikbaar voor iedereen. Het Rijk heeft daarbij ingezet op vier actielijnen: 1. Versterken regie Alle gemeenten, provincies, corporaties en Rijk nemen hun deel van de taak en verantwoordelijkheid voor voldoende betaalbare woningen, de groei naar 100.000 nieuwbouwwoningen per jaar en de bouw van 900.000 tot en met 2030. 2. Sneller van initiatief naar realisatie Het proces van het realiseren van een woning wordt ingekort en efficiënter.
Knelpunten in het bouwproces worden beperkt, onder meer door ondersteuning van gemeentes en meer regionale samenwerking. 3. Stimuleren snelle woningbouw Gemeenten worden zowel financieel als met hulp van specifieke oplossingen ondersteund, bijvoorbeeld met flex- en transformatiewoningen. Zo kunnen onhaalbare projecten wel mogelijk worden gemaakt. 4. Grootschalige woningbouw Extra inzet in die gebieden waar het woningtekort het grootst is en waar kleine en middelgrote locaties onvoldoende goede betaalbare woningen opleveren. Deze grootschalige woningbouw draagt flink bij aan de realisatie van 900.000 woningen tot en met 2030. Ook zorgt dit voor langjarige zekerheid en continuïteit van de bouwproductie. 4.1.2 Aanleiding Ook in onze gemeente is de afgelopen jaren een enorme dynamiek te zien op de woningmarkt. Snel stijgende huizenprijzen en beperkte doorstroming hebben een grote impact op diezelfde woningmarkt. Daarnaast moet rekening worden gehouden met een aantal externe factoren. Denk hierbij aan beperkende effecten rondom stikstof, maar ook aan toenemende asielinstroom en de komst van Oekraïense vluchtelingen. Ook de komende tijd wordt op het gebied van wonen een grote dynamiek voorzien. De afgelopen tijd is zowel het aantal inwoners als het aantal huishoudens in de gemeente Geertruidenberg toegenomen. De groei is met name gevoed door instroom van buitenaf, zowel 61
nationaal als internationaal. Ook de komende tijd valt te verwachten dat de gemeente Geertruidenberg groeit, zowel het aantal inwoners als het aantal huishoudens. Het aantal huishoudens groeit naar verwachting sterker en langer door dan de groei van het aantal inwoners. Dit komt doordat huishoudens steeds kleiner worden. In het kader van de Woondeal Stedelijke Regio Breda-Tilburg is de afspraak gemaakt dat Geertruidenberg tot 2030 voor minimaal 685 woningen aan de lat staat. Dit is een groei van ongeveer 7% ten opzichte van de huidige woningvoorraad. De toenemende instroom wat betreft statushouders, asielzoekers, maar ook vluchtelingen uit Oekraïense ontheemden maakt dat deze groei naar verwachting niet afvlakt, maar enkel toeneemt. De groei die wordt voorzien in het aantal huishoudens vindt – naast de specifieke doelgroepen zoals asielzoekers, statushouders en Oekraïense ontheemden – met name plaats bij de huishoudens van 65 jaar en ouder. Binnen die groep wordt met name bij de eenpersoonshuishoudens een flinke groei verwacht. Dit komt doordat het aantal ouderen toeneemt én dat ouderen gemiddeld genomen steeds ouder worden. Op ieder niveau kunnen we bijdragen aan de oplossingen.
Ook bestuurders en raadsleden in Geertruidenberg hebben uitgesproken toe te willen werken naar het realiseren van passende, toekomstbestendige huisvesting voor de juiste doelgroep op de juiste locatie en voor de juiste prijs. Deze scherpere doelen zijn zowel een kans als een uitdaging voor Geertruidenberg. Aan de ene kant betekent het dat we sneller en harder aan onze woningbouwopgaven en -doelen moeten werken. Aan de andere kant betekent het ook dat er vanuit het Rijk meer middelen beschikbaar komen en zorgt de urgentie ervoor dat steeds meer maatschappelijke partners de handen in elkaar slaan en samenwerken om de opgave te realiseren en waar mogelijk te versnellen. 4.2 Ambitie en strategie 4.2.1 Ambitie De centrale ambitie van dit programma is: het realiseren van passende, toekomstbestendige huisvesting voor de juiste doelgroep op de juiste locatie en voor de juiste prijs. Dit programma draagt daarmee bij aan een toekomstbestendig Geertruidenberg waar nu én in de toekomst fijn met elkaar kan worden gewoond, gewerkt en gerecreëerd. Wonen is een breed begrip. Als gemeente richten wij ons op vier strategische doelstellingen: woonruimte naar behoefte, verbeteren, bewaken en behouden van balans, regie op de woningmarkt en samen met inwoners en stakeholders. In het volgende hoofdstuk beschrijven we per thema de opgave en onze aanpak. 4.2.2.
Strategische doelstellingen Er zijn vier hoofddoelen voor dit programma; één voor elk van de vier thema’s. 1. Creëren woonruimte naar behoefte Dit doen we op basis van autonome demografische ontwikkelingen uit het woonbehoefteonderzoek, de opgelegde taakstelling en de beschikbare ruimte voor onverwachte ontwikkelingen. We maken concreet hoe passende huisvesting voor de juiste doelgroep tegen de juiste prijzen kan worden ingevuld. Ook worden zaken vastgelegd rond woningsplitsing, mantelzorgwoningen, verdeling van de woningvoorraad en de richtlijnen voor nieuwe projecten. 2. Verbeteren, bewaken en behouden van balans Er wordt gestreefd naar een gebalanceerde woningvoorraad. Een gebalanceerde woningvoorraad is 62
er voor onze huidige inwoners, maar moet ook ruimte bieden voor toekomstige inwoners en verschillende doelgroepen vanuit de wettelijke en maatschappelijke taakstelling. Een gebalanceerde voorraad houdt daarnaast in dat rekening wordt gehouden met trends en ontwikkelingen, met schommelingen en veranderingen. Een gebalanceerde woningvoorraad is niet alleen kwantitatief passend, maar ook nadrukkelijk kwalitatief in balans. Bij het streven naar een gebalanceerde woningvoorraad richten we ons dan ook op zowel nieuwbouw als bestaande bouw. Het grootste gedeelte van onze toekomstige woningvoorraad staat er namelijk al. Met name bij nieuwbouw kunnen we sterk sturen, maar ook wat betreft bestaande bouw zien we hier mogelijkheden toe. 3. Regie pakken op woningmarkt De gemeente kan op verschillende wijzen regie pakken op de woningmarkt. Actief grondbeleid betekent dat de gemeente zelf de gronden verwerft dan wel toepassing geeft aan het voorkeursrecht gemeenten. Daarmee kan de gemeente zelf gronden uitgeven en tot een door haarzelf gewenste invulling en woningbouwdifferentiatie kan komen. Daarnaast kan de gemeente passief en meer faciliterend grondbeleid voeren. Daarbij gebruikt de gemeente het bestemmingsplan en het exploitatieplan om te komen tot de gewenste invulling en woningbouwdifferentiatie. 4.
Ontwikkelingen vinden plaats in samenspraak met inwoners en stakeholders Voor nu is er voor (ook) de gemeente een belangrijke rol weg gelegd daar waar het gaat om het laten participeren van inwoners. Ingeval van een ontwikkeling op gemeentelijk eigendom zal dit niet wijzigen. Als het daarentegen gaat om een ontwikkeling op eigendom van derden is het op grond van de Omgevingswet, die per 1 januari 2024 in werking zal treden, aan de ontwikkelende partij om op een juiste wijze de omgevingsdialoog te voeren. Deze ligt verankerd in de Verordening burgerparticipatie Geertruidenberg 2023. Ten aanzien van de stakeholders geldt dat ontwikkelingen vanuit het gemeentebrede perspectief voor wonen worden benaderd. Gekoerst moet gaan worden op de juiste balans in de differentiatie, bij voorkeur op wijk- en buurtniveau. Zowaar een stevige uitdaging. 4.2.3 Maatschappelijke effecten Dat we deze doelstellingen behalen gaat blijken uit maatschappelijke effecten die op moeten treden. Daarop richten zich dan ook de (extra) inspanningen die we de komende jaren gaan doen. Aan de maatschappelijke effecten worden bij de verdere uitwerking passende beleidsindicatoren gekoppeld. Creëren woonruimte naar behoefte Te behalen maatschappelijke effecten zijn met name: 1.
Er komt meer woonruimte beschikbaar voor zowel onze eigen inwoners als de verschillende doelgroepen vanuit de wettelijke en maatschappelijke taakstelling. 2. Er wordt optimaal gebruik gemaakt van de wettelijke mogelijkheden om woonruimte te creëren en behouden voor onze eigen inwoners Verbeteren, bewaken en behouden van balans Te behalen maatschappelijke effecten zijn met name: 1. Er is balans tussen wettelijke taakstellingen en autonome lokale ontwikkelingen. 2. We koersen op een juiste mix in woningaanbod per kern en wijk. 3. Bij iedere ontwikkeling wordt de balans in ruimtelijke inrichting als uitgangspunt genomen. Regie pakken op woningmarkt Te behalen maatschappelijke effecten zijn met name: 63
1. Er zijn duidelijke randvoorwaarden voor toekomstige ontwikkelingen. 2. We maken toekomstbestendige woningbouw mogelijk op de juiste locaties. 3. We zijn creatief en innovatief in onze oplossingen. Ontwikkelingen vinden plaats in samenspraak met inwoners en stakeholders Te behalen maatschappelijke effecten zijn met name: 1. Onze inwoners en stakeholders voelen zich betrokken en gehoord 4.2.4 Strategie De noodzaak om versnelling te realiseren in de woningbouw en creatief en flexibel te kunnen opereren binnen de bestaande woningvoorraad is een grote opgave. Gezien de veelheid en vaak ook complexiteit van de daarmee gemoeide belangen is het van belang te komen tot een integrale manier van werken die overal in de gemeente en gemeentelijke organisatie een plek moet krijgen. Binnen het programma betekent dit dat we niet uitsluitend kijken wat er kan vanuit bestaande kaders, maar dat we ons de vraag stellen: wat draagt het bij aan de geformuleerde doelstellingen? Deze beoordeling dient nadrukkelijk betrokken te worden bij de vraag of een project past binnen het programma. Gelijktijdig zullen keuzes daarin gemaakt moeten worden Dat vraagt om politieke daadkracht, ambtelijke slagkracht en een wendbare organisatie. De gemeente werkt aan transities en daarbij is het belangrijk om beweging te creëren.
Daarbij is het zaak dat de gemeente op basis van de volkshuisvestelijke kaders en richtlijnen de regie pakt en houdt om de woonopgaven op gang te brengen, te faciliteren en waar mogelijk te versnellen. De gemeente fungeert ingeval van gemeentelijk eigendom als regisseur. Daar waar het gaat om eigendommen van derden pakt de gemeente de rol van facilitator. Zowel de regisseur als de facilitator stuurt betrokken partijen aan, stelt heldere doelen en komt tot een concreet start- en uitvoeringsplan. Dit betekent algemeen dat de gemeente: • maatschappelijke partijen, ontwikkelende partijen en inwoners betrekken – oproepen en soms aansturen om een bijdrage te leveren en tot resultaten te komen; • duidelijk en transparant communiceert naar onze inwoners en ondernemers; • het tempo van ontwikkelingen en activiteiten afstemt zodat stap voor stap iedereen mee kan; • partijen ondersteunt en stimuleert. Het proactief benaderen van eigenaren en het organiseren van burgerparticipatie zijn hier een sprekende voorbeelden van. Ter nadere toelichting: de gemeente kan zes strategische rollen aannemen: afwachter, verbinder, facilitator, regisseur, uitvoerder en wetgever (figuur 1). Het onderscheiden van rollen helpt om op het speelveld bewust positie te kiezen en de juiste instrumenten te selecteren. In de praktijk zullen rollen vaak worden gecombineerd.
64
4.2.5 Afbakening Met het benoemen van de 4 programmathema’s is binnen de opgave focus aangebracht, met als doel hierop vanuit een integrale aanpak te versnellen. Leidend voor het programma wonen is het Doel- en Inspanningen Netwerk (zie bijlage 1). Naast de inspanningen binnen dit programma werken we ook mee aan verschillende thema’s van andere programma’s zoals het programma Duurzaamheid en Leefbaarheid. 4.3 Aanpak De versnelling in de realisatie van woningbouw gaat gepaard met onzekerheden. De gemeente heeft een studie laten uitvoeren naar de haalbaarheid van locaties en de stedenbouwkundige mogelijkheden. De beschreven invullingen hebben (vooralsnog) een (sterk) indicatief karakter doch duiden daarentegen wel de potentie van diezelfde locaties. Beperkingen kunnen zich voordoen indien sprake is van sectorale belemmeringen (bodem, geluid, externe veiligheid e.d.) of ingeval het eigendom niet aan de gemeente toebehoort en een eigenaar überhaupt geen ontwikkeling wenst dan wel een andere ontwikkeling dan die door de gemeente wordt voorgestaan. In die zin ook is bij de te maken keuzes van belang én de snelheid waarmee tot een ontwikkeling (woningbouw) kan worden gekomen én de toepasbaarheid van de gewenste woningbouwdifferentiatie. Dit programma is gebaseerd op de kortere termijn (2023 t/m 2024) en geeft meteen een doorkijk naar de ontwikkelpotenties voor de langere termijn.
4.3.1 Programmalijnen Dit programma bestaat uit vier programmalijnen. Elke programmalijn heeft een eigen thema; de thema’s zijn nauw met elkaar verbonden. 1. Woonruimte naar behoefte Op basis van demografische ontwikkelingen en de opgelegde taakstelling voor specifieke doelgroepen, ontwikkelen we naar behoefte. Dit kunnen we op de volgende manieren realiseren: - nieuwe woningen bouwen;
65
- transformeren leegstand (waaronder voormalig agrarische bebouwing [VAB’s]); - aanpassen in de bestaande woningvoorraad; - herstructurering woonwijken.
2. Verbeteren, bewaken en behouden balans Balans gaat zowel over het verdelen van de woningvoorraad als over een balans in de soorten woningen die we hebben in onze gemeente. We maken gebruik van de mogelijkheid om een percentage van onze woningvoorraad toe te wijzen aan onze eigen inwoners. Daarnaast houden we rekening met een evenredige spreiding van doelgroepen zoals de uitstroom beschermd wonen, maatschappelijke opvang en statushouders. Daarnaast houden we bij herstructureren en nieuwbouw de verdeling van verschillende typen woningen en prijsklassen in het oog. De bouwopgave voor onze gemeente op basis van de Woondeal komt neer op het toevoegen van 400 woningen aan harde plancapaciteit tot 2026 en tussen de 700 en 900 woningen aan harde plancapaciteit tot 2030. De na te streven differentiatie daarbinnen betekent dat er qua verdeling sprake moet zijn van 30% sociale huur en 2/3e ‘betaalbaar’. Onder betaalbaar wordt verstaan woningen met een huurprijs tot € 1000 en voor koopwoningen tot een prijs van € 355.000. Deze kaders worden gemeentebreed nagestreefd en niet op project- / locatieniveau. Eveneens richtinggevend is het plan van aanpak, zoals dat met de Baroniegemeenten is opgesteld. Hierin zijn afspraken vastgelegd met betrekking tot de opvang en huisvesting van asielzoekers, statushouders en Oekraïense vluchtelingen.
3. Regie op de woningmarkt We gaan toe naar een actieve sturing, uitvraag aan de voorkant in plaats van toetsing achteraf. De middelen om de regie te pakken zijn bijvoorbeeld: • waar nodig en/of gewenst inzetten op een actief grondbeleid (te baseren op maatwerk); • opleggen woningbouwprogramma en –differentiatie via de anterieure overeenkomst. 66
4. Ontwikkelingen in samenspraak met inwoners en stakeholders Bij alle nieuwe ontwikkelingen op het gebied van wonen worden inwoners betrokken. Op deze manier creëren we draagvlak, en voelen inwoners zich betrokken en gehoord. Op het abstracte niveau (gemeentebreed) is de gemeente daarbij aan zet vanuit de opgave. Per locatie gebeurt dit via de omgevingsdialoog, gebaseerd op de door de gemeenteraad vastgestelde notitie burgerparticipatie. In het eerste geval is de gemeente de regisseur, in de tweede situatie is het toetsend.
4.2 Ontwikkelingen Voor 2024 zijn er geen nieuwe ontwikkelingen op basis van de in ontwikkeling te brengen locaties is daarentegen wel voorzien in een stijging van de leges met gemiddeld een bedrag van € 200.000.
4.3 Beleidsindicatoren Hoe gaan we dat meten? Onderstaande tabel was opgenomen in de begrotingswijziging collegeakkoord. Deze tabel dient voor 2024 geactualiseerd te worden.
Programmalijn
Beleidsindicatoren
Creëren woonruimte naar behoefte:
Tot 2026 een toename van 400 woningen (in voorbereiding of uitvoering)
Meest recente meting
Tot 2030 een toename van tenminste 685 woningen (in voorbereiding of uitvoering)
67
Realisatie van uiterlijk 100 woningen in 2025 2/3 van dit aantal woningen betaalbaar: 30% sociale huur 40% middeldure huur (tot € 1.000) of betaalbare koop (tot € 355.000)
We verbeteren, bewaken en behouden de balans
Inzicht in bestaande woningvoorraad Inzicht in aantal actief woningzoekenden in de sociale huursector Voldoen aan de wettelijke taakstelling op het gebied van asielzoekers, statushouders en Oekraiense vluchtelingen % toegewezen woningen met binding (Thuisvester) % sociale woningbouw per wijk/kern/gemeente
We pakken meer regie op de woningmarkt
50% sociale huurwoningen toewijzen aan eigen inwoners Afspraken vastleggen in anterieure overeenkomsten
Ontwikkelingen vinden plaats in samenspraak met onze inwoners en stakeholders.
Toepassen uitgangspunten nota burgerparticipatie
Wettelijke beleidsindicatoren Voor programma 4 zijn geen beleidsindicatoren voorgeschreven.
4.4 Risico's Schadeclaim in verband met ruimtelijke ontwikkelingen Met het vaststellen van bestemmingsplannen of het verlenen van omgevingsvergunningen kan er directe of indirecte schade ontstaan doordat gronden en panden minder waard worden. Doordat wij als gemeente het bestemmingsplan vaststellen of de vergunning afgeven, zijn wij degene die de schade in feite veroorzaakt. Eventuele schade verhalen wij op de initiatiefnemer waarvoor het besluit wordt genomen. Dit doen we door het sluiten van planschadeverhaalovereenkomsten met de initiatiefnemer. Hiermee is het risico dat voor de gemeente zeer beperkt. Bij projecten waar wij als gemeente zelf initiatiefnemer zijn wordt potentiële planschade in de grondexploitatie opgenomen en dus verrekend bij de verkoop van gronden. De systematiek rondom planschade verandert met de invoering van de Omgevingswet en wordt meer in lijn getrokken met de nadeelcompensatie zoals wordt bedoeld in de Algemene wetbestuursrecht. De exacte gevolgen hiervan zijn nu nog lastig in te schatten. Het verhalen van schade op de initiatiefnemer blijft ook onder de Omgevingswet mogelijk. Hiermee kunnen wij het risico in de meeste gevallen beperken.
4.5 Investeringen
68
In programma 4 zijn voor de periode 2024-2027 geen investeringen voorzien.
4.6 Lasten en Baten per programma Lasten en Baten In onderstaande tabel zijn, overeenkomstig de BBV voorschriften en gespecificeerd per taakveld, de lasten en baten van het programma opgenomen. Als gevolg van de weergave in een veelvoud van € 1.000 kunnen er in de tabel afrondingsverschillen zitten. Begroot totaal van lasten Pr.
Taakveld Taakveld omschrijving
Na wijziging Begroting Begroting Begroting Begroting 2023 2024 2025 2026 2027
P4
8.1
Ruimte en leefomgeving
P4
8.2
Grondexploitatie (niet bedrijventerreinen)
P4
8.3
Wonen en bouwen
1.236
1.137
1.054
1.053
1.053
TOTAAL
7.869
3.430
5.361
5.372
5.368
999
775
775
775
775
5.634
1.518
3.532
3.544
3.540
Begroot totaal van baten Pr.
Taakveld Taakveld omschrijving
P4
8.1
Ruimte en leefomgeving
P4
8.2
Grondexploitatie (niet bedrijventerreinen)
P4
8.3
Wonen en bouwen TOTAAL
Na wijziging Begroting Begroting Begroting Begroting 2023 2024 2025 2026 2027 271
1
1
1
1
5.594
1.438
3.452
3.464
3.460
911
981
981
981
981
6.776
2.420
4.434
4.446
4.442
Begroot totaal van bestemming Pr.
Taakveld Taakveld omschrijving
P4
0.10
Mutaties reserves Lasten
P4
0.10
Mutaties reserves Baten
Na wijziging Begroting Begroting Begroting Begroting 2023 2024 2025 2026 2027 1.200
0
0
0
0
181
0
0
0
0
TOTAAL
1.019
0
0
0
0
TOTAAL LASTEN
7.869
3.430
5.361
5.372
5.368
TOTAAL BATEN
6.776
2.420
4.434
4.446
4.442
TOTAAL RESERVES
1.019
0
0
0
0
SALDO Programma 4
2.112
1.010
927
926
926
Begroot resultaat
Bedragen afgerond op veelvoud van € 1.000
69
Programma 5 Opgave Economie en Toerisme 5.1 Programmaplan 5.1. Context en aanleiding 5.1.1. Context In 2021 is de visie Economisch domein Geertruidenberg vastgesteld, deze is tot stand gekomen in samenwerking met onze partners op de terreinen economie en toerisme. Geertruidenberg is een gemeente waar het goed wonen, werken en recreëren is en hebben de ambitie om het bedrijfsleven bij te staan in de duurzaamheidsopgave en het toekomstbestendig te maken. De ondernemers en organisaties hebben zware jaren achter de rug. Onder andere door de coronacrisis, maar inmiddels ook door de inflatie en energiecrisis. Ondernemers worden daarnaast gevraagd om te investeren in het verduurzamen van het bedrijf. Op het gebied van toerisme zijn mooie stappen gezet in de afgelopen jaren. De komende periode gaan we hiermee verder aan de slag, onder andere door het versterken van het merk ‘Vestingstad aan de Biesbosch’ en het stimuleren van het toeristisch ondernemerschap. Het programma economie & toerisme beschrijft wat we gaan doen, welke rol we aannemen en hoe we dat gaan betalen. De focus ligt daarbij op de komende drie jaar. Maar deze opgave vraagt om een lange termijnvisie, zodat ook ondernemers weten waar ze aan toe zijn. Als gemeente richten wij ons op de volgende thema’s: Verbeteren vestigingsklimaat, circulaire, duurzame & innovatie economie en gastvrije gemeente.
5.1.2 Aanleiding Met ruim 10.000 banen, zo’n 2200 bedrijven, 5 bedrijventerreinen en 2 winkelgebieden hebben we een prima uitgangspunt. De ligging aan de Bergsche Maas en snelwegen A59 en A27, op de as tussen de grote steden Rotterdam en Antwerpen is uniek. Geertruidenberg als vestingstad, gelegen nabij Nationaal Park De Biesbosch en omsloten door water biedt veel potentie als toeristisch recreatieve hotspot. Net als elders in Nederland neemt het aantal openstaande vacatures toe door de krapte op de arbeidsmarkt. We zien ook dat veel jongeren niet terugkeren als ze de gemeente hebben verlaten om elders te studeren. Het aantal inwoners groeit beperkt. De potentiele beroepsbevolking zal daardoor nauwelijks verder stijgen. Dit programma maakt duidelijk dat het heel belangrijk is om te blijven werken aan een gemeente waar het goed wonen, werken en recreëren is. We kunnen dit zeker niet alleen. In dit programma lichten we onze ambitie, visie en strategie toe. We willen met name benadrukken dat we samen met onze ondernemers en partners optrekken. We kunnen en doen dit niet alleen. 5.2 Ambitie en Strategie 5.2.1 Ambitie De centrale ambitie van dit programma is: De gemeente Geertruidenberg is gastvrij naar bezoekers, biedt een fijn leefklimaat voor de inwoners, voorziet in ruimte voor ondernemerschap en is klaar voor een duurzame & innovatieve economie.