Begroting 2024-2027
Tekst van het document
Inspanningen
Resultaat
1a
Datagericht werken
Objectieve informatie als basis voor wijkgericht werken.
1b
Verbreden van wijkgericht samenwerken
Verschillende initiatieven komen samen onder één vlag.
1c
De wijken én de buurten centraal stellen
Vanuit de wijken nader inzoomen op de differentiatie in de buurten.
1d
Als één gemeente communiceren
Duidelijkheid voor bewoners op alle onderwerpen in de openbare ruimte.
1e
Kracht van bestaande initiatieven gebruiken
Continuïteit bij initiatieven die goed lopen.
2. De buurt in -> Strategisch doel 1, 2, 3, 4, 5, 6 Aan de voorkant in contact komen met buurtbewoners biedt allerlei voordelen voor zowel de inwoners als de gemeente. Door te buurten in de buurt ontstaat wederzijds begrip voor behoeftes en keuzes. Op verschillende vlakken zijn wij als gemeente al structureel aanwezig in de buurten, maar de inwoners ontgaat dit vaak. Door hier een actieplan voor op te stellen en eenduidig te communiceren over de buurtagenda gaat een structurele samenwerking tussen de inwoners en de gemeente ontstaan. De gemeente heeft 4 wijken en 17 buurten, door elke buurt 2x per jaar 1 week in het zonnetje te zetten kan hier vanuit alle wijkgerichte opgaven in de gemeente op worden aangehaakt. Vanuit de beheerders en wijkvoormannen wordt al gewerkt met onderhoudscycli in deze buurten, hier wordt op aangehaakt. Tegelijkertijd biedt dit een haakje om de Geertruidenberg App opnieuw te positioneren als enige ingang voor officiële meldingen. Nr.
Inspanningen
Resultaat
2a
Datagericht werken
Objectieve informatie als basis in elke buurt.
2b
Buurtagenda voor ‘Buurten in de buurt’
Heel het jaar zichtbaar in de buurt vanuit verschillende thema’s tegelijk.
2c
Op alle onderwerpen van de openbare ruimte in contact met bewoners
Wederzijdse toename van kennis over en vertrouwen in de openbare ruimte.
2d
Één ingang meldingen openbare ruimte
Duidelijkheid voor bewoners. Lagere werkdruk gemeente.
2e
Werkwijze integreren in bestaande werkprocessen
Eigenaarschap bij betrokken medewerkers in openbare ruimte
3. Meerjarige duurzame inrichting openbare ruimte -> Strategisch doel 3, 5, 6 Het is een lang gekoesterde wens om meer in controle te zijn voor de lange termijn inrichting van de openbare ruimte. Landelijk gezien wordt dit geborgd door de volgende producten: DIOR (Duurzame Inrichting Openbare Ruimte), LIOR (Leidraad Inrichting Openbare Ruimte) en DUOR (Duurzaam Uitvoeringsprogramma Openbare Ruimte). In het programma wordt hier de komende periode veel inzet op gepleegd. Waarbij DIOR en LIOR de voorlopers zijn van het UIOR. Eerst moet immers keuzes gemaakt worden over de gewenste inrichting van de openbare ruimte voordat dit invulling krijgt in een uitvoeringsprogramma. Uiteindelijk leidt dit tot heldere beleidsmatige keuzes, een leidraad o.b.v. het beleid voor werkzaamheden door aannemers en een meerjarig uitvoeringsprogramma voor interne werkzaamheden voor de komende decennia. Nr.
22
Inspanningen
Resultaat
3a
Opstellen en vaststellen van DIOR
Integraal beleidskader voor duurzame inrichting van de openbare ruimte
3b
Opstellen en vaststellen van LIOR
Inrichtingseisen aan de openbare ruimte aan de hand van een leidraad.
3c
Opstellen en vaststellen van DUOR
Meerjarig uitvoeringsprogramma voor de openbare ruimte
4. Duurzame koppelkansen projecten -> Strategisch doel 2, 3, 5, 6 Met de duurzame inrichting van de openbare ruimte is de (integrale) inhoud van de projecten in de openbare ruimte geborgd. Tot die tijd is aandacht gevraagd voor de projecten op de kortere termijn. De behoefte bestaat om meer in control te komen verschillende doelstellingen meer in samenhang te benaderen. Dit krijgt vorm door vanuit een uniform format te werken waarin de werkvoorraad van projecten is weergegeven, inclusief bijbehorende koppelkansen. Om dit in de praktijk goed te laten verlopen is een professionalisering nodig van het projectmatig werken en zijn vernieuwde (integrale) werkprocessen nodig. Nr.
Inspanningen
Resultaat
4a
Format voor de werkvoorraad van projecten
Eenduidig overzicht waarin de status van alle civiele projecten zijn weergegeven.
4b
Koppelkansen (duurzame en regulier) benutten in projecten
Structureel borgen van koppelkansen bij nieuwe projecten.
4c
Werkproces civiele projecten en gebiedsontwikkelingen
Eenduidige werkwijze bij projecten en voor de afstemming tussen clusters.
4d
Projectmatig werken professionaliseren
Werken vanuit formats voor eenduidigheid en duidelijkheid.
5. Veiligheid in de openbare ruimte -> Strategisch doel 3, 4 De focus van het programma Leefbaarheid ligt op buiten; de openbare ruimte. Dit geldt ook voor veiligheid. Daarbij zijn enkele aspecten die voor veiligheid in de gemeente het meest in het oog springen. Hier wordt de focus op gelegd, om daarmee ruimte te scheppen aan verbetering op deze aspecten naast de vele operationele werkzaamheden die van toepassing zijn voor het borgen van veiligheid. Het betreft beleving, jeugdproblematiek en fysieke inrichting. Allemaal in relatie tot de openbare ruimte. Nr.
Inspanningen
Resultaat
5a
Datagedreven werken
Inzicht in de objectieve en subjectieve veiligheidsbeleving van inwoners
5b
Interne samenwerking voor jeugdoverlast- en criminaliteit
Elkaars energie en inzet benutten door verschillende perspectieven aan elkaar te koppelen
5c
Aansluiten bij het Buurten in de buurt
Veiligheidsissues in de buurt komen stelselmatig boven water.
5d
Veiligheid in de openbare ruimte in kaart
Informatie over de meest voorname knelpunten op het gebied van veiligheid in de openbare ruimte
6. Datagredeven werken -> Strategisch doel 1, 2, 3, 4, 5, 6 De wens om meer datagedreven te werken komt terug in alle strategische doelstellingen, programmalijnen en maatschappelijke effecten. Met het datagedreven werken ontstaat, naast de praktische inspanningen, een objectiever beeld van de effecten die worden nagestreefd. Aan de voorkant helpt het om de behoeften beter te kunnen duiden, maar het is ook helpend in de analyses van specifieke inspanningen. Daarmee worden inspanningen doelmatiger en is de ruggengraat van de monitoring van het programma
1.2 Ontwikkelingen In onderstaande tabel staan de ontwikkelingen/veranderingen t.o.v. voorgaande begrotingen/de kadernota. Pr.
Programmalijn
Omschrijving Programmalijn
Mutatie 2024
Mutatie 2025
Mutatie 2026
Mutatie 2027
Taakveld(en)
23
P1
1.2
Gebiedsvisie amoveringslocaties 150 Kv
P1
1.3
P1
0
-
30.000
N
0
-
0
-
Beschoeiing watergangen**
60.000
N
0
-
0
-
0
-
1.5-1
Projectleider A27**
110.000
N
0
-
0
-
0
-
P1
1.5-2
Parkeerbeleid actualiseren**
55.000
N
0
-
0
-
0
-
P1
1.5-3
Bebording waterwegen**
47.000
N
0
-
0
-
0
-
P1
1.6-1
Beheercapaciteit*
80.000
N
80.000
N
80.000
N
80.000
N
P1
1.6-2
Actualisatie beheergegevens en databeheer openbare ruimte**
180.000
N
0
-
0
-
0
-
P1
Totaal
532.000
N
110.000
N
80.000
N
80.000
N
* Structurele uitgaven t.b.v. extra capaciteit ** Dekking uit Vrije Algemene Reserve Voor het programma Leefbaarheid zijn zeven ontwikkelingen voorzien. Het merendeel van de ontwikkelingen zijn eenmalige uitgaven voor 2024 dat grotendeels wordt gedekt uit de Vrije Algemene Reserve . De programmalijnen voor Leefbaarheid zijn sociale cohesie (1.1), participatie en eigenaarschap (1.2), openbare ruimte (1.3), veiligheid (1.4), mobiliteit (1.5) en vergroening (1.6). De meeste ontwikkelingen zijn van toepassing voor mobiliteit en vergroening.
Toelichting op de tabel P1.2 Gebiedsvisie amoveringslocaties 150 Kv Inrichtingsplan voor vrijkomende locaties nabij hoogspanningsmasten van de 150 kV lijn binnen Geertruidenberg en Raamsdonksveer. Met als doel de ruimtelijke kwaliteit van deze gebieden te waarborgen of te verbeteren. P1.3 Beschoeiing watergangen: Inventariseren van status gemeentelijke beschoeiingen langs watergangen, met bijbehorend handelingsperspectief. P1.5-1 Projectleider A27: Externe capaciteit voor het project van de A27. P1.5-2 Parkeren: Opvolging van motie waarbij door de Raad is besloten dat het parkeerbeleid in 2024 geactualiseerd wordt. P1.5-3 Bebording waterwegen: Eenmalig op orde brengen van de vaarwegbebording langs de Donge. P1.6-1 Beheercapaciteit: Om de ambities meer houvast te geven is structureel extra beheercapaciteit nodig. Door het verzamelen, organiseren en openen van data en daarmee productiviteit, efficiëntie en besluitvorming te verbeteren van alles in de openbare ruimte. P1.6-2 Beheergegevens en databeheer: Van de openbare ruimte zijn nog niet alle beheergegevens op orde in Geertruidenberg en Raamsdonksveer, na een geslaagde pilot in 2022/2023 is dit wel het geval in Raamsdonk. Continuering van de pilot en afronding van het totale areaal.
24
1.3 Beleidsindicatoren Hoe gaan we dat meten? Onderstaande tabel is geactualiseerd op basis van de begrotingswijziging van het collegeakkoord. De wijzigingen hebben relatie met de aangescherpte maatschappelijke effecten bij de strategische doelen. Voor de meeste beleidsindicatoren is het streven de het cijfer, het aantal of het % stijgt. Voor een enkele is daling het gewenste effect op de langere termijn. Meest recente meting
Strategisch doel
Beleidsindicatoren
1.
-
% tevredenheid over thuis voelen in de gemeente
79,8%
-
% tevredenheid in klaar staan voor elkaar
58,9%
-
Aantal wijkbudgetten aangevraagd (t.b.v. buurtactiviteiten)
9
-
Aantal burgerinitiatieven
22
-
Aantal acties vanuit de wijktafels
39
-
Aantal bewonerscomités
33
-
Cijfer betrekken en samenwerken
5.9
-
Aantal onderhoudsovereenkomsten met inwoners
15
-
Aantal meldingen ideeën wijk & buurt
12
-
Aantal participatieve projecten
*
2.
Verbeteren van de sociale cohesie
Verhogen inzet en eigenaarschap
3. Verbeteren fysieke aspecten openbare ruimte
Cijfer zorg voor woon- en leefomgeving
-
% tevredenheid in schoon en netjes
-
Aantal meldingen afval
-
% tevredenheid over geen dingen kapot in openbare ruimte
Aantal meldingen civiel openbare ruimte (wegen, riolering, groen, verlichting, voorzieningen)
4.
5.
6.
Verhogen veiligheid
Verbeteren bereikbaarheid
Stimulering vergroening
6.6 54,8% 381 69,1% 2779
-
Aantal duurzame koppelkansen benut
*
-
% tevredenheid in veilig in de buurt
89%
-
% tevredenheid in van overlast buurtbewoners
67%
-
Aantal initiatieven voor veilige fysieke inrichting
*
-
Aantal meldingen handhaving en overlast (totaal)
1522
-
% tevredenheid in verkeersveiligheid
72%
-
Aantal verkeersongevallen
-
Aantal meldingen verkeersveiligheid
125
-
Aantal meldingen parkeer- en verkeersoverlast
593
-
% tevredenheid in genoeg groen
66,5%
-
% tevredenheid in onderhoud van groen
49,9%
-
Aantal meldingen groen
1001
-
Aantal bomen
*
*
25
-
m2 aan areaal groen
*
* Zaken waar data nu nog ontbreekt, maar dit nader wordt onderzocht.
Wettelijke beleidsindicatoren Voor programma 1 zijn geen beleidsindicatoren voorgeschreven.
1.4 Risico's Het grootste risico voor het programma Leefbaarheid is de personele kwetsbaarheid van de opgaves. Meestal is één persoon hiervoor verantwoordelijk en uitval of verloop heeft dan ook directe gevolgen voor de haalbaarheid van de doelen. De kans in het verlengde hiervan is dat met het programma een structuur en doelgerichtheid ontstaat waardoor het werk duidelijker en samenhangender wordt. Uiteindelijk ligt de focus op de openbare ruimte en moet de focus echt liggen op een betere fysieke leefomgeving voor de inwoners.
1.5 Investeringen In programma 1 zijn voor de periode 2024-2027 de onderstaande investeringen voorzien. Een flink aantal inspanningen zijn te herleiden naar het Actieplan Dombosch. Opgave 1 Leefbaarheid
Investeringsbudget 2024
Reconstructie Namer e.o. - Wegen
800.000
Herinrichting parkeerplaats Ganzewiel*
225.000
Herinrichting Mr. Simon Buijsstraat - Wegen
420.000
Reconstructie Kruising Stationsweg Gasthuisstraat -Plantsoen, Kadernota 24
1.000.000
Reconstructie kruising Stadsweg - Mauritsweg, "Kadernota snelheidsremmende maatregelen" Buitengebied Raamsdonk (A27) Snoekweg (Dombosch)
Investeringsbudet 2025
Investeringsbudget 2027
30.000 3.000.000 510.000
"School - thuisroutes, onderdeel Project Parkzicht, gevoteerd RBS 13-0723*"
360.000
Fietspad Gouveneurslaan
120.000
Forellenweg (Dombosch)
261.000
Landonk (Dombosch)
166.000
Lissenveld (Dombosch)
738.000
Meerval (Dombosch) Weegbree (Dombosch)
Investeringsbudget 2026
292.000 190.000
Zalmweg (Dombosch)
902.500
Bliek (Dombosch)
300.000
Brasem (Dombosch)
385.000
Ottergeerde (Dombosch)
213.000
Rijvoortshoef (Dombosch)
103.000
Beellaertsweg (Dombosch)
216.000
Elftweg (Dombosch)
328.000
Krabbescheer (Dombosch)
182.000
26
Oeverkruid (Dombosch)
194.000
Ramgatseweg (Dombosch)
695.000
Reconstructie Namer e.o. - Groen
450.000
Herinrichting Mr. Simon Buijsstraat - Groen
80.000
Houten brug Commandeurstraat
99.000
Houten brug Koningspark
33.000
Houten brug St Agnesstraat
69.000
Investeringen tbv tractie wegen, straten en pleinen Borstelmachine
90.000
Fuso werkbus vp-156-h
100.000
Fuso werkbus vv-881-x
100.000
Fuso werkbus vv-218-x
100.000
Fuso werkbus vv-219-x
100.000
Shovel
50.000
Mercedes bus v-723-tl
110.000
Mercedes bus v-713-tf
110.000
Calamiteitenauto
45.000
Investeringen t.b.v. openbare verlichting OV: armaturen 2024
250.000
OV: lichtmasten 2024
200.000
OV: armaturen 2025
250.000
OV: lichtmasten 2025
200.000
OV: armaturen 2026
250.000
OV: lichtmasten 2026
200.000
OV: armaturen 2027
100.000
OV: lichtmasten 2027
80.000
1.6 Lasten en Baten per programma Lasten en Baten In onderstaande tabel zijn, overeenkomstig de BBV voorschriften en gespecificeerd per taakveld, de lasten en baten van het programma opgenomen. Als gevolg van de weergave in een veelvoud van € 1.000 kunnen er in de tabel afrondingsverschillen zitten.
27
Begroot totaal van lasten Pr.
Taakvel Taakveld omschrijving d
Na Begrotin Begrotin Begrotin Begrotin wijziging g g g g 2023 2024 2025 2026 2027
P1
1.2
Openbare orde en veiligheid
P1
2.1
Verkeer en vervoer
P1
2.2
Parkeren
6
61
6
6
6
P1
2.4
Economische havens en waterwegen
273
253
206
206
206
P1
5.3
Cultuurpresentatie, cultuurproductie en cultuurparticipatie
44
42
42
42
42
P1
5.5
Cultureel erfgoed
45
49
49
49
49
P1
5.7
Openbaar groen en (openlucht) recreatie
2.169
2.447
2.235
2.207
2.200
TOTAAL
6.496
6.478
6.250
6.455
6.539
170
240
240
240
240
3.789
3.386
3.472
3.705
3.796
Begroot totaal van baten Pr.
Taakvel Taakveld omschrijving d
Na Begrotin Begrotin Begrotin Begrotin wijziging g g g g 2023 2024 2025 2026 2027
P1
1.2
Openbare orde en veiligheid
P1
2.1
Verkeer en vervoer
P1
2.2
Parkeren
5
5
5
5
5
P1
2.4
Economische havens en waterwegen
18
18
18
18
18
P1
5.3
Cultuurpresentatie, cultuurproductie en cultuurparticipatie
0
0
0
0
0
P1
5.5
Cultureel erfgoed
0
0
0
0
0
P1
5.7
Openbaar groen en (openlucht) recreatie
14
14
14
14
14
TOTAAL
774
332
332
332
332
0
0
0
0
0
737
295
295
295
295
Begroot totaal van bestemming Pr.
Taakvel Taakveld omschrijving d
Na Begrotin Begrotin Begrotin Begrotin wijziging g g g g 2023 2024 2025 2026 2027
P1
0.10
Mutaties reserves Lasten
5
5
5
5
5
P1
0.10
Mutaties reserves Baten
114
452
0
0
0
TOTAAL
-109
-447
5
5
5
TOTAAL LASTEN
6.496
6.478
6.250
6.455
6.539
TOTAAL BATEN
774
332
332
332
332
TOTAAL RESERVES
-109
-447
5
5
5
SALDO Programma 1
5.613
5.699
5.923
6.128
6.212
Begroot resultaat
Bedragen afgerond op veelvoud van € 1.000
28
Programma 2 Opgave Duurzaamheid 2.1 Programmaplan 2.1 Context en aanleiding 2.1.1 Context Op internationaal, Europees, nationaal en lokaal niveau zijn afspraken gemaakt om de ergste gevolgen van klimaatverandering te beperken. Dat is geen gemakkelijke opgave – het betekent dat we anders om moeten gaan met ons energieverbruik, hoe we reizen, hoeveel en wat voor soorten materiaal we gebruiken en hoe we omgaan met onze natuurlijke leefomgeving. Op ieder niveau kunnen we bijdragen aan de oplossingen. Ook bestuurders en raadsleden in Geertruidenberg hebben uitgesproken toe te willen werken naar een duurzame gemeente in 2050 of eerder. Zoals het coalitieakkoord 2022-2026 zegt: “We vinden duurzaamheid noodzakelijk, daarom zetten we hier fors op in. We gaan ons duurzaamheidsbeleid actualiseren. Ons streven is een klimaatneutraal, circulair en fossielvrij Geertruidenberg in 2050. Of eerder als het kan.” Een belangrijke voorwaarde voor Geertruidenberg is dat duurzaamheidsbeleid technisch en financieel haalbaar moet zijn voor haar inwoners en ondernemers. Al in 2017 stelde de gemeenteraad de duurzaamheidsvisie “Duurzaam vanuit lokale sterktes” vast. Op basis van die visie stelde de gemeente vervolgens een eerste duurzaamheidsprogramma (2018) op.
De transitie naar een duurzame gemeente kenmerkt zich door onzekerheid – politieke, maatschappelijke en beleidsmatige ontwikkelingen volgen elkaar snel op en technologische innovatie gaat harder dan ooit. Dat betekent dat de opgave voortdurend verandert. Daarmee komt de noodzaak van het tussentijds herijken van het programma. Dit herziene programma houdt rekening met nieuwe beleidskaders en normeringen, vanuit o.a. het Nationale Klimaatakkoord (2020) en de Regionale Energie Strategie 1.0 (RES). Daarnaast hebben andere ontwikkelingen in afgelopen jaren de opgaven waar we voor staan veranderd. Denk bijvoorbeeld aan de snelle opkomst van elektrisch vervoer, maar ook uitdagingen als netcongestie op het elektriciteitsnet en extremer weer. In dit programma beschrijven we daarom opnieuw de opgave waar we voor staan en met welke projecten en inspanningen we de opgave aanpakken. Dit duurzaamheidsprogramma maakt de ambitie van een duurzaam Geertruidenberg in 2050 concreet. Wat gaan we doen, welke rol nemen we aan en hoe gaan we dat betalen? De focus ligt daarbij op de komende vier jaar. Maar omdat deze opgave vraagt om een lange termijnvisie kijken we ook vooruit naar 2030 en naar 2050. Als gemeente richten wij ons op de volgende thema’s: de energietransitie, duurzame mobiliteit, circulaire economie en klimaatbestendigheid.
2.1.2 Aanleiding Sinds het opstellen van het vorige duurzaamheidsprogramma in 2018 zijn er veel nieuwe beleidskaders opgesteld en projecten opgestart, van Europees tot lokaal niveau. Deze veranderingen zijn de aanleiding om ons duurzaamheidsprogramma aan te scherpen. In dit herziene programma stemmen we onze projecten en inspanningen opnieuw af op de veranderde context. In de EU hebben we afgesproken om uiterlijk in 2050 klimaatneutraal te zijn. Als tussendoel hebben we afgesproken dat we in 2030 minimaal 55% minder CO2 uitstoten. Om zeker te weten dat we dat doel halen in Nederland, richt het kabinet het beleid op 60% minder uitstoot in 2030. Dat betekent dat we allemaal moeten bijdragen aan het versnellen van de energietransitie. En dat we ook op lokaal niveau onze doelen moeten bijstellen. Ook op de andere thema’s zijn er grote ontwikkelingen geweest. Zo hebben we een razendsnelle 29
opkomst van elektrisch vervoer gezien en rijden er steeds meer deelauto’s over onze wegen. Er zijn ook minder positieve ontwikkelingen. Zo hebben we vaker last van extreem weer, zoals droogte of juist hevige regenval. Het is duidelijk dat we onze leefomgeving moeten aanpassen als gevolg van deze ontwikkelingen. De kaders en uitgangspunten voor dit duurzaamheidsprogramma vloeien voort uit verschillende beleidskaders en normeringen vanuit de Europese Unie, het Rijk en de regio. Voor de vier thema’s waar wij ons op richten als gemeente zijn sinds 2018 onder andere de volgende nieuwe beleidskaders opgesteld of aangescherpt.
Deze scherpere doelen zijn zowel een kans als een uitdaging voor Geertruidenberg. Aan de ene kant betekent het dat we sneller en harder aan onze doelen moeten werken. Aan de andere kant betekent het ook dat er vanuit het Rijk meer middelen beschikbaar komen en zorgt de urgentie ervoor dat steeds meer maatschappelijke partners de handen in elkaar slaan en samenwerken om de verduurzaming te versnellen. Meer uitvoeringskracht is hard nodig om al deze opgaven het hoofd te bieden. Niet alleen van maatschappelijke partners, ook binnen de gemeente zelf. Een groot knelpunt is het gebrek aan de grote uitvoeringskracht die nodig is om de transitie naar een duurzame gemeente mogelijk te maken. Een andere aanleiding voor dit programma is daarom de wens en noodzaak om inzichtelijk te maken hoeveel mensen en middelen we nodig hebben om de uitvoer van dit programma te realiseren. 2.2 Ambitie en strategie 2.2.1 Ambitie Onze hoofddoelstelling De centrale ambitie en hoofddoelstelling van dit programma is: een duurzaam, fossielvrij, circulair en klimaatbestendig Geertruidenberg in 2050 of eerder. Dit programma draagt daarmee bij aan een duurzaam en toekomstbestendig Geertruidenberg. Waar we nu én in de toekomst fijn met elkaar kunnen wonen, werken en recreëren. 2.2.2 Strategische doelstellingen Duurzaamheid is een breed begrip. Als gemeente richten wij ons op vier grote thema’s: 1.
Een energieneutraal en fossielvrij Geertruidenberg in 2050 of eerder We werken aan een toekomstbestendig energiesysteem in onze regio. We verminderen onze energiebehoefte door in te zetten op besparing. De energievraag die overblijft vullen we in door duurzame energie op te wekken.
30
2. Alle verplaatsingen in Geertruidenberg zijn in 2050 duurzaam We stimuleren actieve mobiliteit (lopen en fietsen), zorgen voor aantrekkelijk openbaar- en deelvervoer en schakelen om naar elektrische voertuigen of voertuigen op hernieuwbare brandstoffen. 3. Een circulair Geertruidenberg in 2050 We gooien per inwoner veel minder weg. Het afval dat overblijft scheiden we slim, zodat we het kunnen opwaarderen en hergebruiken als grondstof. We geven het goede voorbeeld en kopen circulair in. We experimenteren met het verbinden van reststromen in de gemeente en zetten in op bewustwording. 4. Een klimaatbestendig Geertruidenberg in 2050 of eerder We vergroenen onze gemeente; zo voorkomen we hittestress, herstellen we het ecosysteem en stimuleren we biodiversiteitsherstel. We verbeteren onze bodem- en waterkwaliteit. Ruimte voor ‘groen’ en ‘blauw’ wordt leidend in onze ruimtelijke plannen. We maken onze gemeente klaar voor meer extreme weersomstandigheden. 2.2.3 Maatschappelijke effecten Deze vier thema's zien we als de programmalijnen voor het programma duurzaamheid. Per programmalijn formuleren we een aantal maatschappelijke effecten die we willen bereiken: 1.
Een energieneutraal en fossielvrij Geertruidenberg in 2050 a. Een toegankelijk, duurzaam en toekomstbestendig energiesysteem b. 33% warmtebesparing t.o.v. 2018 in 2050, 15% in 2030 c. 100% van de verbruikte energie wordt duurzaam opgewekt in 2050
2.
Alle verplaatsingen in Geertruidenberg zijn in 2050 duurzaam a. Een volledig dekkende oplaadinfrastructuur b. Meer deelvervoer en daarmee minder auto’s c. Duurzame voertuigen (elektrisch en waterstof) zijn de norm d. Per fiets en te voet is zo aantrekkelijk mogelijk
3.
Een circulair Geertruidenberg in 2050 a. 100% hergebruik primaire grondstoffen in 2050, 50% in 2030 b. Geen restafval meer in 2050, maximaal 30 kg in 2030 c. 50% minder gebruik primaire grondstoffen in 2030
4.
Een klimaatbestendig Geertruidenberg in 2050 of eerder a. Herstel ecosysteem en biodiversiteit b. Geen hittestress én wateroverlast in 2050 c. Vergroende omgeving, meer m2 groen van hoogwaardigere kwaliteit t.o.v. 2023 d. Verbeterde luchtkwaliteit t.o.v. 2023
2.2.4 Strategie De transitie naar een duurzame gemeente omvat veel grote opgaven. De samenhang tussen de vier thema’s stelt ons in staat om met slimme inspanningen en projecten bij te dragen aan meerdere doelen. Tegelijkertijd moeten we oppassen dat we niet overweldigd raken door de complexiteit aan opgaven die onder het thema duurzaamheid vallen. Uiteindelijk vraagt de transitie naar een duurzame gemeente een nieuwe, integrale manier van werken die overal in de gemeente en gemeentelijke organisatie een plek moet krijgen. Dit programma stelt daarom de opgave centraal. Dat betekent dat we niet uitsluitend kijken wat er kan vanuit bestaande kaders, maar dat we ons de vraag stellen: wat is er nú nodig om de uitdagingen het hoofd te bieden? Dat vraagt om politieke daadkracht, ambtelijke slagkracht en een wendbare organisatie. 31
We werken aan transities en daarbij is het belangrijk om beweging te creëren. Hoewel de invloed soms beperkt is, heeft de gemeente op basis van de kaders en richtlijnen de regie om de duurzaamheidsopgaven op gang te brengen, te faciliteren en waar mogelijk te versnellen. In de transitie naar een duurzame gemeente fungeert de gemeente ten eerste als lokaal regisseur. De regisseur stuurt betrokken partijen aan, stelt heldere doelen en komt tot een concreet uitvoeringsplan. Dit betekent algemeen dat: • Wij maatschappelijke partijen, bedrijven en inwoners betrekken – oproepen en soms aansturen om een bijdrage te leveren en tot resultaten te komen; • We duidelijk en transparant communiceren naar onze inwoners en ondernemers; • Wij het tempo van activiteiten afstemmen zodat stap voor stap iedereen mee kan; • Wij partijen ondersteunen en stimuleren. Het organiseren van burgerparticipatie is hier een voorbeeld van, maar ook het uitvoeren van landelijke subsidieregelingen voor isolatie of het schrijven van beleidskaders om grootschalige opwek mogelijk te maken. De gemeente kan zes strategische rollen aannemen: afwachter, verbinder, facilitator, regisseur, uitvoerder en wetgever (figuur 1). Het onderscheiden van rollen helpt ons om op het speelveld bewust positie te kiezen en de juiste instrumenten te selecteren. In de praktijk zullen rollen vaak worden gecombineerd.
Op sommige thema’s heeft de gemeente veel handelingsperspectief, op andere thema’s is dat minder. Om te voorkomen dat we ambities stellen die we niet waar kunnen maken, beschrijven we per thema in dit programma wat de logische strategische rol is voor de gemeente. Bovendien kiezen we voor focus: we zetten hard in op thema’s die kunnen zorgen voor de grootste impact. Dat betekent dat er verschil zit tussen de hoeveelheid en omvang van concrete projecten en inspanningen per thema; op het thema energie en warmte zetten we bijvoorbeeld harder in dan op het thema circulaire economie.
32
2.2.5 Afbakening In dit programma beperken we ons tot de vier genoemde hoofdthema’s: energietransitie, duurzame mobiliteit, circulaire economie en klimaatbestendigheid. Leidend voor dit programma is het overzicht op de volgende pagina (figuur 2) Er zijn andere inhoudelijke thema’s en beleidsvelden die direct te maken hebben met het thema duurzaamheid of er nauw mee verwant zijn. Projecten en inspanningen in dit programma zorgen wellicht voor effecten op andere thema’s, zoals gezondheid en leefbaarheid. En voor het behalen van doelen in dit programma zijn wij bijvoorbeeld afhankelijk van keuzes die gemaakt worden in ruimtelijke ordening en beheer. In hoofdstuk 3.4 gaan wij verder in op de relatie en overlap met andere beleidsthema’s
2.3 Aanpak De transitie naar een toekomstbestendige en duurzame gemeente kenmerkt zich door onzekerheden en is per definitie niet te vangen in een blauwdruk of vastomlijnd stappenplan. Geertruidenberg is, net als andere gemeenten, volop aan het leren en experimenteren hoe zij haar duurzame doelen gaat realiseren. We gaan zo doelmatig mogelijk aan de slag, maar we weten ook dat een transitie niet lineair verloopt. Dit programma geeft aan wat er nodig is om dat iteratieve proces van een transitie aan te gaan, met de kennis van vandaag. Het houdt rekening met ontwikkelingen, onzekerheden en afhankelijkheden van andere partijen. Het gaat uit van de lokale sterktes van Geertruidenberg en focust op wat wij nu kunnen en moeten doen om de transitie naar een duurzame gemeente te versnellen. We richten ons op de maatregelen en activiteiten die de meeste impact hebben. En kijken wat we op korte termijn kunnen doen om de transitie naar een duurzame gemeente op lange termijn zo gemakkelijk mogelijk te laten verlopen. 2.3.1 Programmalijnen 1. Energietransitie 33
De energietransitie bestaat op hoofdlijnen uit twee onderdelen: de omschakeling van fossiele brandstoffen naar duurzame energiebronnen en het verminderen van onze energiebehoefte. Deze twee onderdelen zijn allebei een grote uitdaging, maar hangen wel nauw met elkaar samen. We behandelen ze daarom onder één programmalijn, maar werken wel aparte doelen en projecten uit. Naar een toekomstbestendig energiesysteem De omschakeling van fossiele brandstoffen naar duurzame energiebronnen bestaat uit een aantal stappen: - Het duurzaam opwekken van energie, bijvoorbeeld met zonnepanelen; - Het aanpassen van de huidige energie infrastructuur naar een toekomstbestendige infrastructuur, waaronder de uitfasering van aardgas; - Het opslaan van energie om de ongelijktijdigheid van vraag en aanbod te kunnen regelen. Afgelopen jaren hebben we in Geertruidenberg al hard gewerkt om dit mogelijk te maken. Er liggen steeds meer zonnepanelen op onze daken en op het water en we hebben in de regio nieuwe plannen gemaakt voor de energietransitie in de RES 1.0. Komend jaar werken we toe naar de RES 2.0 waarin we alle ontwikkelingen op gebied van elektriciteit en warmte meenemen. In de uitvoering van de energietransitie lopen we tegen een aantal complexe knelpunten aan. Het belangrijkste probleem is netcongestie in de regio. De opgave om energieneutraal te worden is daardoor een stuk moeilijker geworden.
Dat betekent dat we niet alleen met ambitie, maar ook met realisme moeten kijken naar de energietransitie. Grootschalige duurzame energie opwek is op dit moment moeilijk. Geertruidenberg zet daarom in op het mogelijk maken van de elektriciteitsinfrastructuur, die door het Amerknooppunt van landelijk belang is. Daarnaast kan de gemeente het ondanks de beperkingen op het elektriciteitsnet al wel in beleid schetsen onder welke voorwaarden grootschalige opwek en opslag mogelijk is. Zo spelen we in op de situatie waarbij de knelpunten op het elektriciteitsnet opgelost zijn. Kortom: komende jaren bouwen we hard aan het energiesysteem van de toekomst en maken we de weg vrij om onze duurzame energie opwek vanaf 2027 enorm op te schalen. Energie besparen in de gebouwde omgeving De meest duurzame energie is energie die je niet gebruikt. Daarom zetten we fors in op energiebesparing. Het grootste deel van deze besparing realiseren we door het isoleren van woningen en bedrijfsgebouwen. Op het gebied van warmte is de doelstelling duidelijk: uiterlijk in 2050 worden alle gebouwen in de gemeente duurzaam verwarmd zonder fossiel gas. Een ambitieuze opgave, want het merendeel van de gebouwen gebruikt op dit moment nog aardgas voor ruimteverwarming, warm water, koken, of voor bedrijfsprocessen.
Als regisseur van de warmtetransitie jaagt de gemeente de komende jaren verdere stappen aan naar een toekomstbestendige gebouwvoorraad. Dat betekent isoleren en besparen, zowel gemeente breed als gebiedsgericht via buurtuitvoeringsplannen, en de overstap naar aardgasvrije warmtealternatieven faciliteren. Uitgangspunt daarbij is dat maatregelen die worden genomen en het alternatief voor aardgas technisch en financieel haalbaar is voor alle inwoners en ondernemers. Voor de slechter geïsoleerde woningen zetten we een lokale isolatiesubsidie op, zodat we een flinke slag kunnen maken. Ook gaan we door met het verduurzamen we ons eigen gemeentelijk vastgoed, zodat wij als gemeente het goede voorbeeld geven. In de besparingsopgave trekken we samen op met onze realisatiepartners om plannen en ambities goed op elkaar af te stemmen en geen kans voor verduurzaming onbenut te laten.
34
2. Duurzame Mobiliteit Om te komen tot een fossielvrije gemeente moeten we ook werken aan andere manier van vervoer. Duurzame mobiliteit kan grofweg opgeknipt worden in twee delen: deel- & openbaar vervoer en infrastructuur. Onder deel- en openbaar vervoer valt alles van de bus tot deelfietsen en –auto’s. En onder infrastructuur valt alles van fietspaden tot oplaadinfrastructuur. De meest duurzame mobiliteit is geen mobiliteit, of in ieder geval die vorm waarvoor je geen motorvoertuig nodig hebt. Daarom zetten we ten eerste in op verplaatsingen met de personenauto verminderen, door fietsen, openbaar vervoer en wandelen aantrekkelijker te maken. We inventariseren de knelpunten, pakken deze aan en verbeteren onze fietsinfrastructuur waar mogelijk. Dit alles komt terug in het gemeentelijke mobiliteitsplan. Daarnaast stimuleren we openbaar vervoer en deelvervoer, het liefst zo snel mogelijk fossielvrij. Hierdoor worden verplaatsingen efficiënter, omdat we meer mensen met minder voertuigen van A naar B kunnen brengen. De autoverplaatsingen die vervolgens nog nodig zijn, maken we zo duurzaam mogelijk door duurzaam rijden te faciliteren en stimuleren. Afgelopen jaren hebben we in Nederland een enorme groei aan elektrische auto’s gezien. Ook in Geertruidenberg verwachten we een verdere toename van het aandeel elektrisch rijders.
Dit willen wij stimuleren en zeker niet afremmen door een beperkt aanbod laadpalen in de publieke ruimte. We bewegen mee met de vraag naar reguliere laadpalen; we plaatsen bij aanvragen van bewoners en hanteren daarin de ladder van laden. Als we zien dat het aanbod achter blijft bij de vraag plaatsen we ook proactief, dus zonder bewonersaanvraag, extra laadpunten. Bovendien stimuleren we aankomende jaren ondernemers in onze gemeente om over te stappen op duurzame mobiliteit – bijvoorbeeld door hun eigen wagenpark te verduurzamen. We geven het goede voorbeeld en pakken in de komende jaren ook ons eigen wagenpark aan.
3. Circulaire Economie
35
We verbruiken momenteel veel meer grondstoffen dan onze planeet beschikbaar heeft en de behoefte naar grondstoffen blijft groeien. De huidige onbalans in grondstoffenverbruik is niet oneindig vol te houden. Daarom werkt Nederland toe naar een volledig circulaire economie in 2050, met als tussendoel 50% minder verbruik van primaire grondstoffen in 2030. In een circulaire economie worden materialen en producten die nu nog als afval worden gezien, hergebruikt. Zo hebben we minder of geen nieuwe grondstoffen nodig. De nationale doelen en maatregelen zijn vastgelegd in het Nationale Programma Circulaire Economie. De opgave om van een lineaire naar een circulaire economie te komen, is een enorme uitdaging. We gaan naar een economisch systeem van gesloten kringlopen waarin grondstoffen, onderdelen en producten hun waarde zo min mogelijk verliezen. Dit doen we door in bestaande productieprocessen efficiënter gebruik te maken van grondstoffen, en als nieuwe grondstoffen nodig zijn, deze zoveel mogelijk duurzaam en hernieuwbaar te produceren. Bovendien is het belangrijk productiemethodes te ontwikkelen op basis van circulair ontwerp. Deze efficiënte en duurzame inzet van grondstoffen is noodzakelijk om de klimaatdoelen te halen. In Geertruidenberg passen we ons afvalbeleid aan: we gaan meer en efficiënter afval scheiden. Dat maakt het hergebruik en opwaarderen van ‘afval’ makkelijker.
We gebruiken nieuwe normeringen, ontwikkelen een financiële prikkel, maar zetten ook zachte instrumenten in als bewustwordingscampagnes. Daarnaast zetten we circulariteit centraal in ons inkoopbeleid en stimuleren we ondernemers in onze gemeenten gebruik te maken van elkaars afvalstromen.
4. Klimaatbestendigheid Naast bijdragen aan het beperken van klimaatverandering is er ook een noodzaak ontstaan om ons voor te bereiden op het nu al veranderende klimaat. We zien hier steeds meer praktijkvoorbeelden van in Nederland. Van snikhete zomers, tot overstromingen in Limburg. Vanuit het Nationaal Deltaprogramma en de Nationale Adaptatiestrategie komt Nederland in beweging om onze leefomgeving aan te passen aan veranderende weers- en landschapsomstandigheden. De grote uitdaging hierbij is dat de voordelen van klimaatadaptieve maatregelen niet altijd tot direct meetbare of monetair aantrekkelijke resultaten leiden. Dus hoewel de noodzaak voor klimaatadaptatie steeds groter wordt en de maatregelen vaak de leefomgeving verfraaien, is het altijd de vraag hoeveel maatregelen ‘genoeg’ zijn. De klimaatscenario’s van het KNMI leveren hierin elke ca. 10 jaar nieuwe inzichten over de mate van hevige regenval, stormen, hitte, droogte en kans op overstroming waar Nederland mee te maken krijgt. Om deze veranderende en meer extreme weersomstandigheden het hoofd te bieden, vergroenen we komende jaren onze gemeente. Meer groen zorgt voor verkoeling bij hitte en betere afwatering bij zware regen. We zorgen ook voor voldoende waterberging, dat weer helpt bij droogte. Bovendien zorgt meer groen ook voor een fijne ervaring van de publieke ruimte. Daarbij is het wel belangrijk dat
36
we onze ‘menselijke’ kijk op groen bijstellen. In plaats van alleen de kijken naar de esthetische waarde van groen (een mooi gemaaid grasveld, leuke bloemen), moet de functie van het groen centraal staan. Natuurlijke processen moeten weer leidend worden. Dat betekent bijvoorbeeld dat we geen planten meer aanplanten op esthetische waarde, maar dat we inheemse, streekeigen planten aanbrengen om het ecosysteem te herstellen. Ook bij het beheer van het groen wordt de functie van het groen centraal gesteld. We maken vergroening leidend in onze ruimtelijke inrichting en stellen een Duurzame Inrichting Openbare Ruimte (DIOR) op. Duurzame inrichting van onze gemeente biedt ook kansen om biodiversiteit in Geertruidenberg te herstellen. We maken dit expliciet in een soortenmanagement plan. Dit plan omvat een aanpak voor de gebouwgebonden soorten maar ook een plan voor biodiversiteitsherstel. Het ecosysteem denken wordt daarin leidend. Tot we een DIOR hebben, pakken we geplande werkzaamheden aan als kans en kijken we waar we deze nu al kunnen verduurzamen.
2.2 Ontwikkelingen Deze paragraaf is de financiële vertaling van het programma voor de jaren 2024 - 2027. NB. Dit zijn dus alleen wijzingen ten opzichte van eerdere begrotingen en de kadernota. Voor het programma duurzaamheid is dit de invulling van de eerder genoemde PM post uit de Voorjaarsnota. Programmalijnen: 1. Energietransitie 2. Duurzame mobiliteit 3. Circulaire economie 4. Klimaatbestendigheid
Pr.
Mutatie 2025
Mutatie 2026
Taakveld(en)
Programmalijn
Omschrijving Programmalijn
Mutatie 2024
Mutatie 2027
P2
1.1
Ontwikkelen energiesysteem van de toekomst
80.000
N
30.000
N
25.000
N
25.000
N
7.4
P2
1.2
Opstellen en uitvoeren Wijkuitvoeringsplannen Warmtetransitie
30.000
N
30.000
N
30.000
N
30.000
N
7.4
P2
1.3
Permanente informatie- en bewustwordingscampagne
18.500
N
18.500
N
18.500
N
18.500
N
7.4
P2
1.4
Herijking duurzaamheidsprogramma
0
-
0
-
0
-
30.000
N
7.4
P2
2.1
Faciliteren deelmobiliteit* (* 20.000 wordt gedekt uit de Vrije algemene reserve in 2024 en 2025)
0
-
0
-
0
-
0
-
7.4
P2
2.2
Investeren (fiets)oplaad infrastructuur
15.000
N
15.000
N
15.000
N
15.000
N
7.4
P2
3.1
Stimuleren circulariteit
15.000
N
15.000
N
15.000
N
15.000
N
7.4
37
P2
4.1
Opstellen DIOR* (*50.000 wordt gedekt uit de Vrije algemene reserve in 2024)
P2
4.2
P2
0
-
0
-
0
-
0
-
7.4
Herstel biodiversiteit en ecosysteem inclusief instandhouding
75.000
N
75.000
N
75.000
N
75.000
N
7.4
Totaal mutaties
233.500
N
183.500
N
178.500
N
208.500
N
7.4
Toelichting op de tabel 1.1 Ontwikkelen energiesysteem van de toekomst Eén van de belangrijkste pijlers van de energietransitie is het energiesysteem, oftewel alle elektriciteits- en warmtevoorzieningen. Geertruidenberg is en blijft een belangrijk knooppunt van beide voorzieningen. Op dit moment is er schaarste op het elektriciteitsnet. Om deze voorziening op korte termijn weer toegankelijk te maken en te houden voor de toekomst, zetten we sterk in een toekomstbestendig systeem. Onder andere TenneT en Enexis ondernemen veel initiatieven die in onze gemeente landen: om dit goed te kunnen begeleiden en inwoners op een goede manier te kunnen blijven voorzien van informatie, maken we €30.000,- per jaar vrij. In 2024 zetten we ons samen met partners in om alle projecten ook ruimtelijk goed te laten landen, hier maken we eenmalig €50.000,- voor vrij. 1.2 Opzetten en uitvoeren Wijkuitvoeringsplannen Warmtetransitie De warmtetransitie stopt niet in 2024. Daarom begroten we vanaf 2024 jaarlijks €30.000,- voor het opstellen en uitvoeren van warmteplannen. Daarmee helpen we buurtgericht inwoners stap voor stap met het aardgasvrij maken van hun woning. 1.3 Permanente bewustwordings- en informatiecampagne gemeentebreed energie We merken dat steeds meer mensen bewuster om gaan met energie en maatregelen willen nemen. Een goed teken en een signaal dat o.a. de bewustwordingscampagnes werken.
Daarom willen we deze breder opzetten en aanvullen met een permanente informatiecampagne: we merken dat inwoners behoefte hebben aan meer en gerichter informatie over bijvoorbeeld subsidies en maatregelen willen hebben. Daar maken we structureel €25.000,- per jaar voor vrij. 1.4 Herijking duurzaamheidsprogramma Iedere vier jaar herijken we het duurzaamheidsprogramma; omdat we vooruit willen kijken, nemen we daarvoor alvast éénmalig 30.000 euro voor op in 2027. 2.1 Faciliteren buurtmobiliteit Vrijwel alle vervoersmiddelen in Nederland staan het meerendeel van de tijd stil. Dit is zonde van de ruimte en materialen die nodig zijn voor de bouw van dergelijke middelen. Het delen van mobiliteit neemt in het hele land een flinke vlucht: in Geertruidenberg willen we dit ook mogelijk maken. Samen met inwoners en ondernemers ontwikkelen we een (of meer) deelvervoer-concept waarmee we het aantal auto’s terugdringen. Hiervoor maken we in 2024 en 2025 incidenteel €20.000,- vrij. 2.2 Investeren in (fiets)oplaadinfrastructuur Elektrisch rijden wordt steeds populairder, zowel de aantallen elektrische auto’s als fietsen, scooters en andere vervoersmiddelen nemen fors toe. Om ervoor te zorgen dat we dit op een goede manier kunnen blijven faciliteren, maken we structureel €15.000,- vrij.
3.1 Stimuleren circulairiteit Grondstoffen worden steeds schaarser en het winnen van nieuwe grondstoffen belast het milieu. Om die redenen zetten we steeds meer in op hergebruik van materialen en denken we bij het
38
ontwerpen van nieuwe producten van te voren al na over het hergebruik ná de levensduur. Om onze bedrijven hierin te steunen én zelfs te werken aan een circulair (afval)systeem, maken we structureel €30.000,- per jaar vrij. 4.1 Opstellen DUOR Eén van de grote speerpunten in het programma duurzaamheid, is de Duurzame Inrichting van de Openbare Ruimte (DIOR). Dit traject start al in 2023. In 2024 worden vervolgens de uitvoeringsprogramma’s opgesteld. Om ervoor te zorgen dat deze uitvoeringsprogramma’s op een duurzame manier worden opgesteld en uitgevoerd, maken we eenmalig €50.000,- vrij. Hiermee geven we als gemeente niet alleen het goede voorbeeld op het gebied van groen/blauwe inrichting, maar pakken we hittestress en wateroverlast aan en herstellen we tegelijkertijd delen van het ecosysteem en onze biodiversiteit. 4.2. Herstellen ecosysteem en biodiversiteit Het herstellen van het ecosysteem en de biodiversiteit start natuurlijk niet pas bij een DIOR. We nemen al stappen door bijvoorbeeld ecologisch beheer toe te passen op de bermen. Maar ook komende jaren kunnen we investeren in meer groen en blauw. Hiervoor maken we structureel €75.000,- per jaar vrij. Dit zetten we o.a.
in voor het uitbreiden van de hoeveelheid en kwaliteit van het groen, het in stand houden hiervan op de langere termijn, maar bijvoorbeeld ook bij het verduurzamen tijdens reeds geplande werkzaamheden in de openbare ruimte.
2.3 Beleidsindicatoren Hoe gaan we dat meten? Programmalijn
Beleidsindicatoren
Meest recente meting
Doelstelling
Energietransitie: fossielvrij en energieneutraal in 2050
% duurzaam opgewekte elektriciteit
11,3% (2021)
100 % van de verbruikte energie wordt duurzaam opgewekt in 2050
% energiebesparing t.o.v. 2018
12,5% (2021)
15% warmtebesparing in 2030, 33% in 2050
% aardgasvrije panden
10,6% (2021)
Verhoging van het aantal aardgasvrije panden
Aantal GWh zon op dak
16,0 GWh
21 GWh grootschalig zon op dak in 2030
Aantal GWh zon op veld
4,0 GWh
24 GWh grootschalig zon op veld in 2030
Aantal (semi)publieke laadpunten
205 (mrt-2023)
Een volledig dekkende oplaadinfrastructuur
%geregistreerde elektrische en waterstofvoertuigen t.o.v. totaal
3,8% (2022)
Duurzame voertuigen (elektrisch en waterstof) zijn de norm
Duurzame mobiliteit: alle verplaatsingen in Geertruidenberg zijn in 2050 of eerder duurzaam
Circulariteit: een circulair Geertruidenberg in 2050 of eerder
% hergebruik primaire grondstoffen (landelijke monitor wordt ontwikkeld)
In 2030 50% minder gebruik primaire grondstoffen t.o.v. 2018
% gebruik primaire grondstoffen (landelijke monitor wordt ontwikkeld)
-
50% minder gebruik primaire grondstoffen in 2030
70,3% (2021)
Terugdringen hoeveelheid fijn en grof huishoudelijk restafval naar 30 kg per inwoner per jaar in 2030. Tenminste 90% afvalscheiding in 2030
% gerecycled huishoudelijk afval
39
Klimaatbestendigheid: Een klimaatbestendig Geertruidenberg in 2050 of eerder
%CO2-uitstoot t.o.v. 2018
37,3% verlaging (2021)
Lagere CO2-uitstoot t.o.v. 2018, 0% in 2050
Gevoelstemperatuur op een hete zomerdag vs. oppervlaktetemperatuur
0
Geen hittestress in 2050
%groen van het oppervlak van de gemeente (exclusief agrarisch)
26,3% (2022)
Meer m2 groen van hoogwaardigere kwaliteit in 2027.
Blootstelling PM10 en NO2 per m3 lucht
PM10: 17,1 (2021) Verbetering van NO2: 14,9 (2021) luchtkwaliteit in 2030
Wettelijke beleidsindicatoren Jaar
Waarde (Jaarrekening 2022)
Begroot Eenheid 2024
Bron
7. Volksgezondheid en Omvang huishoudelijk restafval Milieu
2021
grof huishoudelijk restafval kg per inwoner
125 129
CBS
7. Volksgezondheid en Hernieuwbare elektriciteit Milieu
2021
Percentage bekende hernieuwbare energie
8 7,2%
Nr.
Taakveld
33.
34.
Naam indicator
Waar staat je gemeente
2.4 Risico's Het grootste risico voor het programma duurzaamheid is het niet (tijdig) in kunnen vullen van de vacatures: hierdoor komt het behalen van de doelstellingen onder te staan.
2.5 Investeringen In programma 2 zijn voor de periode 2024-2027 de onderstaande investeringen voorzien:
Investeringsbudget 2024
Investeringsbudget 2025
Investeringsbudget 2026
Investeringsbudget 2027
Opgave 2 Duurzaamheid Investeringen volgens VGRP+ 2024- 2033: Reconstructie Namer e.o. - Riool
1.750.000
Riool investeringen
1.221.165
Gemalen E/M
221.255
IBA's
12.238
Riool investeringen Gemalen E/M
6.354.343 52.108
Riool investeringen
448.790
Gemalen E/M
437.393
Riool investeringen
386.124
Gemalen E/M
192.902
40
2.6 Lasten en Baten per programma Lasten en Baten In onderstaande tabel zijn, overeenkomstig de BBV voorschriften en gespecificeerd per taakveld, de lasten en baten van het programma opgenomen. Als gevolg van de weergave in een veelvoud van € 1.000 kunnen er in de tabel afrondingsverschillen zitten. Begroot totaal van lasten Pr.
Taakveld
Taakveld omschrijving
Na wijziging 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
P2
7.2
P2
7.3
Riolering
1.884
2.000
2.074
2.237
2.225
Afval
2.654
2.809
2.807
2.757
P2
7.4
2.720
Milieubeheer
2.279
1.949
1.681
1.656
1.686
TOTAAL
6.817
6.758
6.562
6.650
6.631
Na wijziging 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroot totaal van baten Pr.
Taakveld
Taakveld omschrijving
P2
7.2
Riolering
2.423
2.595
2.607
2.881
2.867
P2
7.3
Afval
3.236
3.429
3.427
3.367
3.322
P2
7.4
Milieubeheer
1.018
531
428
428
428
TOTAAL
6.677
6.555
6.462
6.676
6.617
Na wijziging 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroot totaal van bestemming Pr.
Taakveld
Taakveld omschrijving
P2
0.10
Mutaties reserves Lasten
190
0
0
0
0
P2
0.10
Mutaties reserves Baten
213
170
70
50
50
TOTAAL
-23
-170
-70
-50
-50
TOTAAL LASTEN
6.817
6.758
6.562
6.650
6.631
TOTAAL BATEN
6.677
6.555
6.462
6.676
6.617
TOTAAL RESERVES
-23
-170
-70
-50
-50
SALDO Programma 2
117
33
30
-76
-36
Begroot restultaat
Bedragen afgerond op veelvoud van € 1.000
41
Programma 3 Opgave Mens en Zorg 3.1 Programmaplan 3.1 Context en aanleiding 3.1.1 Context Vanaf 2015 is de gemeente Geertruidenberg in hoog tempo verantwoordelijk geworden voor steeds meer wettelijke taken op het gebied van zorg en ondersteuning aan (potentieel) kwetsbare inwoners. De taken zijn, samen met bijbehorende middelen, afzonderlijk aan de gemeente “gedecentraliseerd”. De gedachte achter deze decentralisaties is dat ondersteuning het meest effectief is als die in de directe leefomgeving van inwoners wordt geboden en georganiseerd. Het is dan beter mogelijk om aan te sluiten op de, veranderende, hulpvraag en op de eigen mogelijkheden van de inwoner en zijn of haar omgeving. Ook ontstaat er meer inzicht om problemen voor te zijn en preventief te handelen. Het overnemen en uitvoeren van de nieuwe wettelijke taken heeft een grote impact gehad op de gemeentelijke organisatie. Met de nieuwe taken kwamen grote budgetten over, en bleken complexe regionale samenwerkingen nodig om de taken effectief en efficiënt uitgevoerd te krijgen. Deze eerste jaren heeft daardoor de nadruk gelegen op het goed overnemen van deze taken, het zorgdragen voor continuïteit van de ondersteuning aan inwoners en het inrichten van de regionale samenwerkingen die hiervoor nodig waren.
De integratie van deze nieuwe taken, feitelijk de bedoeling van de decentralisatie, is na 2015 door de gemeente opgepakt in de zogenaamde 3- sporen aanpak: 1. Herkenbare en optimale toegang. 2. Effectieve zorg en ondersteuning. 3. Versterken zelforganisatie. Er is in eerste instantie (vooral) veel aandacht besteed aan spoor 1. Met de vorming van het loket Werk Inkomen Zorg ( WIZ) en het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) is de dienstverlening toegankelijk en overzichtelijk gemaakt voor inwoners. Met het realiseren van het beleidskader sociaal domein in 2021 is het sociaal domein helder gedefinieerd en is de basis gelegd om ook spoor 2 en 3 gedegen uit te voeren. 3.1.2 Aanleiding De gemeente heeft zich, als sociale gemeente, vanaf 20215 primair geconcentreerd op de overname en continuïteit van afzonderlijke taken, veelal in de vorm van het verstrekken van voorzieningen. Dit uit zich bijvoorbeeld in een ruimhartig voorzieningenpakket. De afgelopen jaren realiseren we ons dat we hier bewuster, terughoudender en anders mee om moeten gaan. Omdat de financiële kaders en de huidige arbeidsmarkt problematiek dit afdwingen, én omdat eigen initiatief de basis is voor duurzame, integrale, oplossingen en het versterken van veerkracht. In het vastgestelde beleidskader sociaal domein verschuiven we de focus op zorgplicht naar volwaardige deelname van inwoners in de samenleving.
Iedereen moet naar vermogen mee doen. Mee kunnen doen, én hier ook zelf aan bijdragen. Voor zichzelf, en voor een ander. Inwoners die (tijdelijk) niet het vermogen hebben om hun problemen op te vangen of op te lossen worden ondersteund. Van inwoners die dit vermogen wel hebben wordt gevraagd dit zelf te doen. Om dit te bereiken is verandering nodig, de opgave Mens & Zorg.
42
3.2 Ambitie en strategie 3.2.1 Ambitie Onze gemeente kent een goed sociaal beleid. Daarbij stellen we de volwaardige deelname van inwoners aan de samenleving centraal. De gemeente ondersteunt op momenten in het leven dat die deelname moeilijk wordt of niet op eigen kracht mogelijk is. De toenemende problematiek in de samenleving en de oplopende kosten in het sociaal domein zijn een grote zorg. De schaarste op de arbeidsmarkt maakt meer professionele inzet ook steeds lastiger. Het spanningsveld tussen het niveau van voorzieningen en de beschikbare budgetten maakt het noodzakelijk dat we duidelijke keuzes maken. In die keuzes laten we ons leiden door de maatschappelijke vraagstukken die we in onze gemeente zien, de rol(len) die we daarin als gemeente hebben of beogen, en de financiële en organisatorische kaders die ons daarin begrenzen. Verschillende bronnen geven ons zicht op de maatschappelijke vraagstukken die extra aandacht vragen. De ontwikkelingen die al genoemd zijn in het beleidskader sociaal domein zetten door en worden steeds meer voelbaar in de lokale samenleving, de gemeentelijke organisatie en de financiële huishouding. De demografische veranderingen zoals toename van het aantal ouderen en ouderen met dementie, het aantal eenpersoonshuishoudens en het aantal inwoners met een migratie-achtergrond zorgen voor een snelle toename van de diversiteit in de samenleving.
Een diversiteit die meer flexibiliteit en inzet vraagt van inwoners, organisaties en de gemeente. Dit geeft extra druk op een samenleving die toch al onder hoogspanning staat. We zien dit bijvoorbeeld terug in de toenemende inzet van jeugdhulp en de aanspraak op WMO-voorzieningen, maar ook in reacties op onze berichtgeving op social media. De afgelopen jaren is de financiële druk bij inwoners meer voelbaar en zichtbaar geworden. Financiële zelfredzaamheid en bestaanszekerheid vraagt nadrukkelijk aandacht in het sociaal beleid. De rol en mogelijkheden van de gemeente bij het oplossen van al deze vraagstukken zijn beperkt. In de kern voert de gemeente een wettelijke taak uit die vooral een garantie biedt op de basisvoorwaarden om mee te kunnen doen in de samenleving. Daarnaast heeft ze vooral een faciliterende en verbindende functie richting de samenleving. Problemen voorkomen, er mee omgaan, ze klein houden of snel oplossen moet gebeuren in en door de samenleving zelf, in een effectief samenspel tussen de inwoner en zijn of haar informele en formele netwerk. Een groot deel van de opdracht ligt dan ook bij de samenleving als geheel. Een opdracht om de weerbaarheid te vergroten, oog te hebben voor elkaar en het initiatief dat in de samenleving aanwezig is te waarderen, te stimuleren en te faciliteren.
Deze samenleving is onze gemeente als geheel, maar wordt ervaren in het eigen dorp, buurt, of vereniging.. Vandaar dat deze opdracht samengaat met extra aandacht voor sociale cohesie en wijkgericht werken. Ook voor de gemeente loopt de financiële druk op. Met name de toenemende, hoge, kosten voor jeugdhulp en WMO-voorzieningen baart ons steeds meer zorgen. De gemeente scoort daarmee té hoog op de landelijke lijsten. Dat is slecht nieuws voor de betreffende inwoners en hun omgeving, maar ook voor alle andere inwoners, omdat er steeds minder middelen overblijven voor andere onderwerpen die ook aandacht nodig hebben en verdienen.De toenemende inflatie en de herziening van het gemeentefonds maken dat we niet anders kunnen dan ook in het grote budget van dit programma gericht te sturen op een effectievere inzet van minder middelen. Dit betekent dat we de beweging naar voren moeten versterken, en terughoudender moeten zijn in het vertrekken van individuele voorzieningen. Vroeger signaleren, breder kijken, vraagstukken eerder oppakken en oplossen, met minder dwang en escalatie. Met meer aandacht voor preventie, maatwerk en integraliteit en een weloverwogen keuze voor, en balans tussen, collectieve, voorliggende, voorzieningen en geïndiceerde zorg en ondersteuning. In het vertrouwen dat het dan ook minder kost.
43
We zetten in op effectieve en preventieve maatregelen. We stimuleren de vitaliteit onder inwoners. Zowel fysiek, mentaal als sociaal. We proberen met partners schulden te voorkomen en we investeren extra in het perspectief voor jongeren en hun stap naar volwaardige deelname én bijdrage aan de samenleving. Er ligt dus een flinke opgave die we alleen samen, mét inwoners en partners, op kunnen pakken. Het algemene uitgangspunt van de opgave Mens en Zorg is daarom:
Iedereen in de gemeente Geertruidenberg doet naar vermogen mee, en draagt naar vermogen bij. We kijken naar elkaar om en voelen ons verbonden. 3.2.2 Strategische doelstellingen Binnen de opgave Mens & Zorg zijn strategische doelstellingen geformuleerd waarlangs we de opgave gaan realiseren. Deze doelstellingen zijn gericht op inwoners, de gemeenschap (buurten, verenigingen), professionele organisaties en de gemeente zelf. 1. Inwoners zijn en blijven vitaal Alle inwoners nemen verantwoordelijkheid én initiatief om fysiek, mentaal en sociaal, gezond en fit te blijven, zich te blijven ontwikkelen, weerbaar te zijn en er te zijn voor een ander. 2. Inwoners zijn (financieel) zelfredzamer Inwoners zijn weerbaarder tegen (financiële) risico’s en veranderingen. Zij worden hierin beter ondersteund met signalering, informatie en begeleiding door betrokken organisaties 3. Meer sociale cohesie in de lokale samenleving De kernen van de gemeente Geertruidenberg zijn sociale, toegankelijke, veilige en initiatiefrijke gemeenschappen van inwoners en informele en formele organisaties waar iedereen bij hoort en gezien wordt. 4. Eerder erbij en een gezamenlijke en integrale aanpak Professionele expertise wordt effectief en doelmatig ingezet ín én met de leefwereld van inwoners: vroegtijdig, zo kort als nodig, gericht op (eigen) regie, netwerkversterking en integrale ondersteuning. 5.
Houdbare basisondersteuning In dialoog met de samenleving worden beschikbare middelen ingezet, passend bij de ambitie, visie, positie en verantwoordelijkheid van de gemeente, aansluitend op de haalbaarheid bij aanbieders. Kortom: meer WIJ-k, meer weten, minder zorgen 3.2.3 Maatschappelijke effecten Dat we deze doelstellingen behalen gaat blijken uit maatschappelijke effecten die op moeten treden in de samenleving. Daarop richten zich dan ook de (extra) inspanningen die we de komende jaren gaan doen. Aan de maatschappelijke effecten worden bij de verdere uitwerking passende beleidsindicatoren gekoppeld. Inwoners zijn en blijven vitaal Alle inwoners nemen verantwoordelijkheid én initiatief om fysiek, mentaal en sociaal, gezond en fit te blijven, zich te blijven ontwikkelen, weerbaar te zijn en er te zijn voor een ander.
44
Ze anticiperen op te verwachten volgende levensfasen, en op onverwachte levensgebeurtenissen. Leiden een bewust en verantwoordelijk leven. Ze hebben zorg voor hun fysieke, mentale en sociale vitaliteit, en bieden die ook aan een ander. De doelen en activiteiten gaan over bewegen, actief zijn, uitnodigend, liefdevol en openstaan. Inwoners voorbereiden en bewustmaken van huidige en volgende levensfasen. Pro-actief inzetten op bewustwording, o.a. als Dementievriendelijke gemeente. Ook bij inwoners die desondanks afhankelijk zijn of worden van zorg en niet in staat zijn om zelf, zonder begeleiding, zelfredzaam te zijn wordt ernaar gestreefd (waar mogelijk) toe te geleiden naar zelfredzaamheid en het lerend vermogen en talenten van personen te blijven benutten. Te behalen maatschappelijke effecten zijn met name: 1. Inwoners leven bewuster gezond 2. Inwoners zijn actief en voelen zich mentaal gezond 3. Inwoners participeren zo vroeg en lang mogelijk 4. Inwoners anticiperen op volgende levensfases Inwoners zijn (financieel) zelfredzamer Inwoners zijn weerbaarder tegen (financiële) risico’s en veranderingen. Zij worden hierin beter ondersteund met signalering, informatie en begeleiding door betrokken organisaties. Dit is heel actueel. De bestaanszekerheid staat voor een steeds grotere groep inwoners onder druk. Er is expliciet aandacht nodig op bestuurlijk en strategisch niveau.
Inspanningen richten zich onder meer op kansengelijkheid voor kinderen, armoedebestrijding, integrale schuldhulpverlening, de inzet van budgetcoaches en de ontwikkeling van een structureel vangnet. De beheersing van de Nederlandse taal en de omgang met digitale media is een essentiële basisvoorwaarde voor participatie en zelfredzaamheid en krijgt ook extra aandacht. Te behalen maatschappelijke effecten zijn met name: 1. Inwoners participeren zo vroeg en lang mogelijk 2. Inwoners melden eerder het (mogelijk) ontstaan van problematische schulden 3. Maatschappelijk partners leveren een actievere bijdrage aan vroegsignalering Meer sociale cohesie in de lokale samenleving De kernen van de gemeente Geertruidenberg zijn gastvrije, toegankelijke, veilige en initiatiefrijke gemeenschappen van inwoners en informele en formele organisaties waar iedereen erbij hoort en gezien wordt. Inspanningen richten zich met name op de dialoog met inwoners en partners, het stimuleren maatschappelijke initiatieven. De bewustwording rondom de inzet van het sociaal netwerk, initiëren van zorg in de wijk en het stimuleren vrijwilligerswerk/ vrijwillige inzet. Zicht op de benodigde sociale infrastructuur als het gaat om ontmoeten en activiteiten. Maatschappelijke effecten zijn : 1. Inwoners participeren zo vroeg en lang mogelijk 2. Maatschappelijke initiatieven krijgen hun waarde 3.
Inwoners leveren een maatschappelijke bijdrage 4. Maatschappelijk partners leveren een actievere bijdrage aan vroegsignalering
45
Eerder erbij en een gezamenlijke en integrale aanpak Professionele expertise wordt effectief en doelmatig ingezet ín én met de leefwereld van inwoners: vroegtijdig, zo kort als nodig, gericht op (eigen)regie, netwerkversterking en integrale ondersteuning. Meer aandacht voor (dreigende) financiële problemen en laaggeletterdheid. Laagdrempelige ondersteuning in de wijk. Toegangsloketten voor vrij toegankelijk zorg zijn bekend en goed bereikbaar. Meenemen van maatschappelijke partners in missie en visie. Kwetsbare inwoners eerder in beeld krijgen. Maatschappelijke effecten zijn : 1. Inwoners melden eerder het (mogelijk) ontstaan van problematische schulden 2. Maatschappelijk partners leveren een actievere bijdrage aan vroegsignalering 3. De gemeentelijke toegang is laagdrempelig en gericht op zelfredzaamheid 4. Gelijke kansen voor kinderen en jongeren om talenten te ontwikkelen Houdbare basisondersteuning In dialoog met de samenleving worden beschikbare middelen ingezet, passend bij de ambitie, visie, positie en verantwoordelijkheid van de gemeente, aansluitend op de haalbaarheid bij aanbieders. Iedere inwoner met een vraag is geholpen met een goed en snel antwoord waar hij of zij mee verder kan.