Begroting 2024-2027
Tekst van het document
70
Onze lokale bedrijven zijn de drager van onze economie, de gemeente stimuleert, faciliteert en creëert de randvoorwaarden. We richten ons op een goed vestigingsklimaat, een circulaire, duurzame & innovatieve economie en een gastvrije gemeente. 5.2.2 Strategische doelstellingen Er zijn drie hoofddoelen voor dit programma; één voor elk van de drie thema’s. 1. Het vestigingsklimaat voor ondernemers verbeteren We zorgen voor behoud van de lokale werkgelegenheid en zetten optimaal in op ruimtegebruik en toekomstbestendig maken van de bedrijventerreinen. Daarnaast zetten we in op compacte en complete winkelgebieden in de gemeente. 2. Een circulaire, duurzame en innovatieve economie in 2050 of eerder We staan het bedrijfsleven bij om te komen tot een circulaire economie en faciliteren bedrijventerreinen om energieneutraal te worden. Innovatie stimuleren we en verbinden partijen met elkaar om stappen te kunnen maken. 3. De gemeente is gastvrij naar bewoners en bezoekers We zetten in op meer toeristische bezoekers, die we langer in het gebied willen laten verblijven en die vaker terug komen naar de gemeente Geertruidenberg. 5.2.3 Maatschappelijke effecten Vanuit de hoofddoelen, worden er per programmalijn verschillende gewenste maatschappelijke effecten geformuleerd: 1. Het vestigingsklimaat voor ondernemers verbeteren a.
Schonere, veiligere en aantrekkelijke bedrijventerreinen en winkelgebieden b. Afname leegstand op bedrijventerreinen en winkelgebieden c. Compacte winkelgebieden d. Behoud werkgelegenheid en banen 2. a. b. c.
Een circulaire, duurzame en innovatieve economie in 2050 of eerder In 2050 is de Geertruidenbergse economie circulair, met als tussendoel 50% in 2030 De bedrijventerreinen zijn in 2050 energieneutraal Meer ruimte voor innovatie vanuit bedrijven
3. a. b. c.
De gemeente is gastvrij naar bewoners en bezoekers Verhoging toeristische recreatieve werkgelegenheid Stijging van het aantal toeristische overnachtingen Minimaal behoud van diversiteit van culturele organisaties en evenementen
5.2.4 Strategie Dit programma stelt de opgave centraal. Dat betekent dat we niet uitsluitend kijken wat er kan vanuit bestaande kaders, maar dat we ons de vraag stellen: wat is er nú nodig om de uitdagingen het hoofd te bieden? Hoe houden we het economisch klimaat vitaal, ontwikkelen we door en pakken we de kansen aan. Dat vraagt om politieke daadkracht, ambtelijke slagkracht en een wendbare organisatie. We werken projectmatig en daarbij is het belangrijk om beweging te creëren. Hoewel de invloed soms beperkt is, heeft de gemeente op basis van de kaders en het stellen van randvoorwaarden de regie om de economische opgave op gang te brengen, te faciliteren en waar mogelijk te versnellen door de uitvoerdersrol te hand te nemen. De gemeente fungeert vaak als lokaal regisseur. De
71
regisseur stuurt betrokken partijen aan, stelt heldere doelen en komt tot concrete uitvoeringsplannen. Dit betekent dat: • Wij het bedrijfsleven betrekken, oproepen, op de verantwoordelijkheid wijzen en soms aansturen om een bijdrage te leveren en tot resultaten te komen; • Wij partijen ondersteunen en stimuleren. De gemeente neemt drie rollen aan binnen het programma economie. De rol van facilitator, uitvoerder of regisseur. Op sommige thema’s heeft de gemeente veel handelingsperspectief, op andere thema’s is dat minder. Bovendien brengen we focus aan: we zetten volledig in op thema’s die kunnen zorgen voor de grootste impact. Dat betekent dat er verschil zit tussen de hoeveelheid en omvang van concrete projecten en inspanningen per thema. 5.2.5 Afbakening Met het benoemen van de drie programmathema’s is binnen de opgave focus aangebracht, met als doel hierop vanuit een integrale aanpak te versnellen. We benadrukken dat de werving van bedrijven naar deze regio en promotie van de regio als verblijfsgebied niet tot de opgave behoort. Deze rol is weggelegd bij andere samenwerkingspartners zoals Rewin, Regio West-Brabant, Zuiderwaterlinie. Naast de inspanningen binnen dit programma werken we ook mee aan verschillende thema’s van andere programma’s zoals het programma Duurzaamheid en Leefbaarheid. 5.3 Aanpak 5.3.1 Programmalijnen Dit programma bestaat uit drie programmalijnen.
Iedere programmalijn heeft een eigen thema; de thema’s zijn nauw met elkaar verbonden. 1. Verbeteren vestigingsklimaat We zorgen voor behoud van de lokale werkgelegenheid en zetten optimaal in op ruimtegebruik en toekomstbestendig maken van de bedrijventerreinen. Daarnaast zetten we in op compacte en complete winkelgebieden in de gemeente. Om de maatschappelijke effecten te realiseren werken we o.a. aan deze inspanningen: Kwaliteitsverbeterplan bedrijventerreinen OV-hub bedrijventerreinen Verkenning maritieme sector op thema's onderwijs en clustering Startersprogramma 2. Circulaire, duurzame & innovatieve economie We staan het bedrijfsleven bij om te komen tot een circulaire economie en faciliteren bedrijventerreinen om energieneutraal te worden. Innovatie stimuleren we en verbinden partijen met elkaar om stappen te kunnen maken. Om de maatschappelijke effecten te realiseren werken we o.a. aan deze inspanningen: In beeld brengen van de rest- en vraagstromen op bedrijventerreinen Uitreiken Groene Pluim Aanbestedingsbeleid herzien
72
3. Gastvrij naar bezoekers We zetten in op meer toeristische bezoekers, die we langer in het gebied willen laten verblijven en die vaker terug komen naar de gemeente Geertruidenberg. Om de maatschappelijke effecten te realiseren werken we o.a. aan deze inspanningen: Verbeteren zichtbaarheid en beleefbaarheid vesting Uitbreiding bewegwijzering en aanlegvoorziening op het water Optimalisering fiets- en wandelstructuur
5.2 Ontwikkelingen Voor de opgave Economie en Toerisme zijn geen mutaties.
5.3 Beleidsindicatoren Hoe gaan we dat meten?
Meest recente meting *
Strategisch doel
Beleidsindicatoren
Het vestigingsklimaat voor ondernemers verbeteren
Leegstandscijfer bedrijventerreinen
56
Leegstandscijfer winkelgebieden
28
Aantal bedrijfsvestigingen
2170
Aantal banen
10802
Winkels buiten kern winkelgebied Een circulaire, duurzame en innovatieve economie in 2050 of eerder
40
Toename energieopwek bij bedrijfspanden
21761
% hergebruik primaire grondstoffen (landelijke monitor wordt ontwikkeld)** De gemeente is gastvrij naar bewoners en bezoekers
Aantal banen toeristisch recreatieve branche
505
Aantal overnachtingen (toeristenbelasting)
20899
* Economische barometer Geertruidenberg 2022 **Indicator geldt ook voor programma duurzaamheid
Wettelijke beleidsindicatoren Waarde Begroot (Jaarrekening 2021) 2024
Nr.
Taakveld
Naam indicator
Jaar
Eenheid
14.
3. Economie
Functiemenging **
2022
52,3
52,0 %
16.
3. Economie
Vestigingen (van bedrijven)
2022
1210
1219
Bedrijfsvestigingen per 10.000 inwoners
Bron LISA
KvK
** functiemengingsindex weerspiegelt de verhouding tussen banen en woningen, en varieert tussen 0 (alleen wonen) en 100 (alleen werken). Bij een waarde van 50 zijn er evenveel woningen als banen.
5.4 Risico's
73
Het bedrijfsleven zal samen met ons moeten investeren om de hoofddoelen te halen. Dit vraagt inzet en ook een financiële bijdrage van het bedrijfsleven. Een risico is dat het bedrijfsleven hier niet aan voldoet.
5.5 Investeringen Voor het programma Economie en Toerisme zijn geen investeringen voorzien.
5.6 Lasten en Baten per programma Lasten en Baten In onderstaande tabel zijn, overeenkomstig de BBV voorschriften en gespecificeerd per taakveld, de lasten en baten van het programma opgenomen. Als gevolg van de weergave in een veelvoud van € 1.000 kunnen er in de tabel afrondingsverschillen zitten.
74
Begroot totaal van lasten Pr.
Taakvel Taakveld omschrijving d
P5
2.3
Recreatieve havens
9
8
8
8
8
P5
2.4
Economische havens en waterwegen
61
58
63
63
58
P5
3.1
Economische ontwikkeling
404
499
490
494
494
P5
3.3
Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen
39
41
41
41
41
P5
3.4
Economische promotie
217
290
250
225
225
P5
5.3
Cultuurpresentatie, cultuurproductie en cultuurparticipatie
441
465
465
465
465
P5
5.4
Musea
27
31
31
31
31
P5
5.5
Cultureel erfgoed
207
210
209
209
209
P5
5.6
Media
653
630
630
630
630
P5
8.3
Wonen en bouwen
31
36
36
36
36
2.089
2.268
2.223
2.202
2.197
TOTAAL
Na Begrotin Begrotin Begrotin Begrotin wijziging g g g g 2023 2024 2025 2026 2027
Begroot totaal van baten Pr.
Taakvel Taakveld omschrijving d
P5
2.3
Recreatieve havens
17
18
18
18
18
P5
2.4
Economische havens en waterwegen
30
31
31
31
31
P5
3.1
Economische ontwikkeling
38
53
53
53
53
P5
3.3
Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen
12
8
8
8
8
P5
3.4
Economische promotie
0
0
0
0
0
P5
5.3
Cultuurpresentatie, cultuurproductie en cultuurparticipatie
42
42
42
42
42
P5
5.4
Musea
10
10
10
10
10
P5
5.5
Cultureel erfgoed
26
26
26
26
26
P5
5.6
Media
22
0
0
0
0
P5
8.3
Wonen en bouwen
4
4
4
4
4
201
192
192
192
192
TOTAAL
Na Begrotin Begrotin Begrotin Begrotin wijziging g g g g 2023 2024 2025 2026 2027
Begroot totaal van bestemming Pr.
Taakvel Taakveld omschrijving d
Na Begrotin Begrotin Begrotin Begrotin wijziging g g g g 2023 2024 2025 2026 2027
P5
0.10
Mutaties reserves Lasten
0
0
0
0
0
P5
0.10
Mutaties reserves Baten
35
35
35
35
35
TOTAAL
-35
-35
-35
-35
-35
TOTAAL LASTEN
2.089
2.268
2.223
2.202
2.197
TOTAAL BATEN
201
192
192
192
192
Begroot resultaat
TOTAAL RESERVES
-35
-35
-35
-35
-35
SALDO Programma 5
1.853
2.041
1.996
1.975
1.970
Bedragen afgerond op veelvoud van € 1.000
75
Programma 6 Opgave Bestuur en Dienstverlening 6.1 Programmaplan A. Bestuur 6.1 Context en aanleiding 6.1.1 Context Door allerlei affaires staat het vertrouwen in de overheid onder druk. Dé overheid wordt vaak als één geheel gezien en de affaires, die op landelijk niveau spelen hebben ook een weerslag op het lokale niveau. Uit de onlangs in de gemeente gehouden burgerpeiling blijkt dat 35% van de respondenten geen of weinig vertrouwen heeft in de wijze waarop de gemeente wordt bestuurd. De helft van de respondenten is neutraal en 15% heeft veel vertrouwen. De maatschappelijke opgaven waarvoor we staan zijn groot. Dat willen en kunnen we niet alleen oppakken. De rode draad in het programma is, dat wij samen met anderen ons beleid vorm geven en uitvoeren en werken aan het vertrouwen in de overheid. Samen met de gemeenteraad, met onze inwoners, ondernemers, maatschappelijke partners én met de regiogemeenten. 6.1.2 Aanleiding Wij staan als gemeente de komende jaren voor grote maatschappelijke opgaven. Opgaven die gevolgen hebben voor onze gemeente. Opgaven waar we op onderdelen als gemeente andere gemeenten en overheden bij nodig hebben. We zoeken de verbinding met onze samenleving (burgerparticipatie).
We beseffen dat we de inbreng van onze inwoners, onze ondernemers, onze verenigingen en onze maatschappelijke partners bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van ons beleid moeten versterken. Te vaak hebben we nagelaten om die inbreng goed vorm te geven. In de oplossingsrichtingen om die maatschappelijk opgaven aan te pakken zoeken we ook de verbinding met de gemeenteraad en zoeken we naar onderlinge samenhang binnen het college en de afstemming met de ambtelijke organisatie. Want al te vaak ontbreekt die verbinding en ontstaat er onduidelijkheid over verantwoordelijkheden en vermenging van bevoegdheden en rollen. 6.2 Ambitie en strategie 6.2.1 Ambitie Wij zijn een krachtig lokaal bestuur dat klaar is voor de toekomst. We onderhouden en leggen verbinding met de gemeenteraad, de inwoners, de ondernemers en de maatschappelijke partners. We investeren in de samenwerking met onze inwoners en laten zien wat we gaan doen. We werken aan het herstel van het vertrouwen in de plaatselijke politiek en zetten in op participatie van diverse groepen uit onze samenleving in die lokale politiek. 6.2.2. Strategische doelstelling 1. We hebben inzicht in de toekomstscenario’s van de gemeente op zowel de korte als de lange termijn; 2. Wij zijn als college en gemeenteraad samen één overheid; 3. Wij zijn betrouwbaar, toegankelijk en werken continu aan inclusiviteit.
6.2.3 Maatschappelijke effecten Strategische doelstelling 1 : Inzicht in de toekomstscenario’s van de gemeente op zowel de korte als de lange termijn. Maatschappelijke effecten - Gezamenlijk met onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners kennen we onze toekomst 76
- We zijn een sterk lokaal bestuur in West-Brabant en weten wat we zelf kunnen doen en waar we ondersteuning via regionale samenwerking bij nodig hebben Strategische doelstelling 2: Wij zijn als college en gemeenteraad samen één overheid. Maatschappelijke effecten - College en gemeenteraad kennen elkaars rollen, bevoegdheden en verantwoordelijkheden en respecteren elkaar daarin. - We trekken samen op in de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van ons beleid. - Ons verhaal naar buiten is een gezamenlijk verhaal, waarbij we ruimte laten voor een andere mening. Strategische doelstelling 3 : Wij zijn betrouwbaar, toegankelijk en werken continu aan inclusiviteit. - Inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners zijn trots op de gemeente. - We zetten in op participatie van diverse groepen uit onze samenleving in de lokale politiek zodat zoveel mogelijk inwoners participeren, gehoord en vertegenwoordigd worden. - Inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners vinden dat de gemeente afspraken nakomt en genomen besluiten motiveert. B. Dienstverlening 6.1. Context en aanleiding 6.1.1. Context We zien onze samenleving veranderen. De afgelopen decennia kreeg de 24-uurs economie steeds meer vorm. Digitalisering had en heeft daar een belangrijke rol in. Openingstijden van winkels en voorzieningen vervagen, want online is alles altijd beschikbaar.
Van de overheid verwachten inwoners en ondernemers een vergelijkbare dienstverlening. Technologische en maatschappelijke ontwikkelingen veranderen de dienstverlening en de omgang met inwoners en ondernemers. Inwoners en ondernemers, willen hun zaken met de gemeente tijd en plaats onafhankelijk kunnen regelen. Tegelijkertijd is er ook een groep, die de voorkeur geeft aan persoonlijk contact bijvoorbeeld omdat ze onvoldoende digitaal vaardig zijn, daar moeten we ook oog voor blijven houden. Deze groep vraagt soms dienstverlening op maat. Door allerlei affaires staat het vertrouwen in de overheid onder druk. Dé overheid wordt vaak als één geheel gezien en de affaires, die op landelijk niveau spelen hebben ook zo z’n weerslag op het lokale niveau. Vertrouwen speelt een belangrijke rol in de beoordeling van onze dienstverlening. De onlangs gehouden burgerpeiling heeft ons inzicht gegeven in hoe inwoners onze dienstverlening waarderen. De respondenten waarderen de dienstverlening van de gemeente in het algemeen met een 6,5 (landelijk gemiddelde 6,67) en de digitale dienstverlening met een 6,6 (landelijke gem. 6,86). De inwoners is gevraagd suggesties aan te dragen waarmee de gemeente de dienstverlening kan verbeteren. Daarvan is een top 10 van ideeën samengesteld.
De ondernemers beoordelen de algemene dienstverlening met een 6.1, dat is iets lager dan de beoordeling van onze inwoners. Respondenten van de ondernemerspeiling geven de dienstverlening via de digitale faciliteiten van de gemeente gemiddeld een 5,8. Uit het in 2020 gehouden dienstverlening onderzoek komt naar voren dat inwoners van ons verwachten dat wij: - Naast het door ontwikkelen van onze digitale dienstverlening , de minder digitaal onderlegde inwoners niet moeten vergeten; - Bij het betrekken van inwoners bij de voorbereiding van beleid(burgerparticipatie), duidelijk aangeven wat wij met de opgehaalde informatie gaan doen en dat wij van te voren transparant zijn over de spelregels van de burgerparticipatie; 77
- Meedenken in oplossingen en ons dienstverlenend opstellen; - Eenduidig communiceren op welk kanaal dan ook (email, brief, telefoon, website) in begrijpelijke taal waarbij wordt uitgegaan van het perspectief van de inwoner; - Onze servicenormen formuleren en daar ook naar handelen; - Inspanningen moeten verrichten om de jonge inwoners te betrekken bij burgerparticipatie. Decentralisatie van taken, ketensamenwerking (bijvoorbeeld bij vergunningverlening) en digitalisering (Wet digitale overheid) vragen veel van gemeenten. Het principe van de gemeente als eerste overheid is goed. De gemeente staat het dichtst bij de burger en weet wat er nodig is. Het vraagt wel wat van de gemeente en ze moet daar dan wel de middelen en de ruimte voor krijgen om met maatwerk oplossingen te komen. Tegenwoordig is het niet alleen een kwestie van financiën maar ook van beschikbaarheid van menskracht (kwalitatief en kwantitatief). 6.1.2 Aanleiding Dienstverlening is van ons allemaal, de hele organisatie. Iedere individuele medewerker/bestuurder levert daar een bijdrage aan of in het slechtste geval doet daar afbreuk aan. Dat vraagt om een organisatie brede en gestructureerde aanpak. Niet alles kan tegelijkertijd. Stapsgewijs werken we aan onze dienstverlening vanuit onze visie op dienstverlening.
Het programma brengt focus aan en schept duidelijkheid over wat we wanneer aanpakken en wat onze klanten kunnen verwachten. Dienstverlening heeft ook te maken met duidelijk aangeven waar je voor staat en wat inwoners en ondernemers kunnen verwachten. Zeggen wat je doet, doen wat je zegt. 6.2 Ambitie en strategie 6.2.1 Ambitie Wij zijn een open en bereikbare gemeente. Wij werken samen met onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners vanuit vertrouwen en gelijkwaardigheid. Onze dienstverlening is dichtbij. Onze professionele medewerkers zijn betrokken, ondernemend, pakken zaken snel op en denken in mogelijkheden. Het streven is om inwoners en ondernemers zoveel mogelijk online van dienst te zijn. Maar ook de andere kanalen blijven open. Digitaal waar het kan, persoonlijk waar het moet. We hanteren een modern en klantgericht dienstverleningsconcept met duidelijke servicenormen. Daarnaast communiceren wij (ook digitaal) helder over de rechten en plichten van inwoners bij veranderingen in de omgeving. De opgave dienstverlening heeft twee kanten. Enerzijds de behoeften aan dienstverlening van onze inwoners, ondernemers en maatschappelijk organisaties (onze klanten). De wereld om ons heen verandert in hoog tempo en de behoeften van onze klanten veranderen mee. Zij verwachten een niveau van dienstverlening, die ze van moderne dienstverleners gewend zijn.
Aan de balie , online, in de straat of de wijk en op alle plekken waar ons werk plaatsvindt. Anderzijds is de vraag, wat heeft de organisatie ( medewerkers en bestuurders) nodig om de goede dienstverlening te leveren. Intern gerichte acties om te zorgen dat de organisatie in staat is om goede dienstverlening te leveren. Dan hebben we het o.a. over scholing van medewerkers, het op orde hebben van de informatiehuishouding, duidelijke werkprocessen en beschikbaarheid van tools om ons werk te doen. Maar ook een werkplek en ontvangst in het gemeentehuis, die aansluit bij de open en bereikbare gemeente, die we willen zijn. Een gebouw dat voldoet aan de eisen die worden gesteld (duurzaamheid, veiligheid). De receptie en balies zijn het gezicht van de gemeente en moeten overheen komen met hetgeen we willen uitstralen en zijn. 6.2.2 Strategische doelstelling 1. Verbeteren van de kwaliteit, professionaliteit en continuïteit van de dienstverlening; 78
Het niveau van onze dienstverlening tillen we naar een hoger niveau, zowel inhoudelijk als qua snelheid van reageren op vragen van de samenleving. Daarbij passen we de gebruikte kanalen (digitaal, persoonlijk contact) aan op de behoeften van onze “klanten”. 2. Wij zijn dichtbij en weten nog beter wat er speelt in de gemeente; We zijn open, duidelijk en transparant over onze plannen en beleid. Voor onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners zijn we bereikbaar (digitaal, in het gemeentehuis en in de wijk). We weten wat er speelt in de gemeente, zodat we daarop in kunnen spelen met onze plannen en bij het formuleren van beleid. We onderzoeken de toekomstbestendigheid van het gemeentehuis voor de korte en lange termijn. Het Klant Contact Centrum (KCC) wordt doorontwikkeld, zodat er eenduidige, optimale externe communicatie plaatsvindt. In de periodieke klanttevredenheidsonderzoeken besteden we aandacht aan het gehoord voelen. 3. We betrekken onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners meer dan voorheen bij zaken die hen raken. Vanuit vertrouwen en op basis van gelijkwaardigheid en de mogelijkheden betrekken we inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties bij zaken. Voor de doelgroep jongeren hebben we specifiek aandacht. We onderzoeken hoe we deze doelgroep beter kunnen betrekken en kunnen interesseren voor wat er in hun leefomgeving speelt.
Onze communicatie sluiten we beter aan op de belevingswereld van jongeren. 6.2.3 Maatschappelijke effecten Strategische doelstelling 1: Verbeteren van de kwaliteit, professionaliteit en continuïteit van de dienstverlening. Maatschappelijke effecten: - De kwaliteit van onze (digitale) dienstverlening is verhoogd (op dit moment geven burgers ons een 6,4-6,5 voor de (digitale)dienstverlening). Ondernemers geven onze digitale dienstverlening een 5,8. - We communiceren, helder, proactief en tijdig over wat we wel en niet doen. - Administratieve lastverlichting voor inwoners , ondernemers en partners. - Klachten nemen af en we voldoen aan onze vastgestelde servicenormen. - We verlenen deskundiger advies en antwoord, zijn inlevend en denken met onze “klanten” mee. Strategische doelstelling 2: Wij zijn dichtbij en weten nog beter wat er speelt in de gemeente; Maatschappelijk effecten: - Inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties voelen zich gehoord; - Het gemeentehuis is het “huis” van de gemeente; iedereen voelt zich welkom en gehoord; - Onze (digitale) dienstverlening is afgestemd op de verschillende levensfases van onze inwoners (maatwerk, klantgericht). Strategische doelstelling 3: We betrekken onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners meer dan voorheen bij zaken die hen raken.
Maatschappelijke effecten: - Inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties hebben meer begrip voor onze besluiten, doordat ze betrokken zijn; - Ons beleid sluit beter aan bij de behoefte van inwoners, ondernemers en partners. - Jongeren voelen zich meer betrokken bij hun leefomgeving. - Zelfregie bij inwoners, ondernemers en partners is toegenomen. 6.2.4 Strategie bestuur en dienstverlening Dit programma stelt de te bereiken maatschappelijk effecten centraal, waarbij de samenhang met de maatschappelijke effecten uit andere programma’s niet uit het oog wordt verloren. We gaan hierbij 79
projectmatig te werk. Elk project heeft een heldere projectopdracht, zodat duidelijk is waar we naar toe werken en wat er van een iedereen in het project wordt verwacht. Een project is pas afgerond als de resultaten/ nieuwe werkwijze in de lijn zijn geborgd. Het programma blijft de ontwikkelingen volgen en blijft vraagbaak voor de lijnorganisatie. We doen dit samen met onze medewerkers die dagelijks betrokken zijn bij bestuur en dienstverlening. We maken gebruik van de kennis en kunde in de organisatie en houden een goed contact met de mensen waarvoor we het allemaal doen. We stemmen onze inspanningen op het onderdeel bestuur af met de gemeenteraad, omdat college en raad op een groot aantal onderdelen samen optrekken. We monitoren regelmatig de resultaten. 6.1.2.5 Afbakening bestuur en dienstverlening In het programma onderdeel dienstverlening hebben we het over de dienstverlening aan onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisatie. Onder het programma onderdeel dienstverlening worden de vernieuwingen en aanpassingen opgepakt. Over het algemeen zijn dat de wat grotere projecten. In een aantal gevallen is het implementatie van wet en regelgeving van het Rijk (bijvoorbeeld de Wet Open Overheid). Dat laat onverlet dat we in ons dagelijks werk ook bezig zijn met het verbeteren van onze dienstverlening en een bijdrage leveren aan de programmadoelen.
Bijvoorbeeld als we onze brieven aanpassen en begrijpend schrijven. Het onderdeel bestuur wordt volledig vanuit de lijn opgepakt. Daarvoor is geen afzonderlijke programmastructuur ingericht. 6.3. Aanpak bestuur Het programma is onderverdeeld in drie verschillende programmalijnen. 1. Klaar voor de toekomst Samen met onze inwoners stellen we een nieuwe toekomstvisie op.( opvolger G-kracht) 2. Eén overheid 3. Betrouwbaar, toegankelijk en inclusief. We stellen samen met de gemeenteraad regels vast over burgerparticipatie, we verstevigen de relatie tussen college en gemeenteraad. We zetten sterker in op onze communicatie naar buiten, we investeren in dataverzameling en monitoring. 6.3. Aanpak dienstverlening Dienstverlening is en blijft mensenwerk. Ter ondersteuning kunnen verschillende tools worden ingezet, maar uiteindelijk speelt de ambtenaar en de bestuurder een belangrijke rol in het beeld dat inwoners en ondernemers hebben van de dienstverlening van de gemeente. Programmalijnen Het programma dienstverlening is opgebouwd langs drie programmalijnen 1. Kwaliteit, professionaliteit en continuïteit van onze dienstverlening; 2. Klantgerichtheid, we zijn dichtbij en weten wat er speelt; 3. Betrekken inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners bij zaken, we doen het samen.
6.2 Ontwikkelingen In onderstaande tabel staan de ontwikkelingen/veranderingen t.o.v. voorgaande begrotingen/de kadernota. Omschrijving programmalijn
Mutatie 2024
Mutatie 2025
Mutatie 2026
Mutatie 2027
Betrekken onze inwoners en maatschappelijke partners meer dan voorheen bij zaken die hen raken
Burgerparticipatie
15.000 N
25.000 N
30.000 N
30.000 N
P6 Brengen ons zaak en archiefsysteem over naar de "cloud"
Cloud eenmalige kosten
60.000 N
0 -
0 -
0 -
Pr Programmalijn P6
80
P6
Brengen ons zaak en archiefsysteem over naar de "cloud". Verhoging jaarlijks onderhoud
Cloud jaarlijkse kosten
P6 Totaal
15.000 N
15.000 N
15.000 N
15.000 N
90.000 N
40.000 N
45.000 N
45.000 N
Toelichting op de tabel Burgerparticipatie De komende jaren voeren we burgerparticipatie fasegewijs in en voor de diverse participatietrajecten zijn middelen noodzakelijk. Denk bijvoorbeeld aan extra communicatiemateriaal, folders, de kosten voor bijeenkomsten, externe deskundigheid op specifieke onderwerpen etc. Zaak- en archiefsysteem overbrengen naar de cloud We gaan de continuïteit van ons zaak- en archiefsysteem verbeteren door die in de cloud te zetten. Nieuwe versies van software komen steeds meer beschikbaar als 'cloud-dienst'. Wanneer we nu niet naar de cloud gaan moet er sowieso een update komen van ons zaak- en archiefsysteem. De kosten van die update zijn ongeveer even hoog als de overstap naar de cloud. Op een later moment moeten we dan alsnog de overstap maken naar de cloud met de bijbehorende kosten. Vandaar dat het verstandig is om nu de overstap naar de 'cloud' te maken. De eenmalige kosten van € 60.000 worden gedekt uit de vrije algemene reserve.
6.3 Beleidsindicatoren Hoe gaan we dat meten? Strategisch doel
Beleidsindicatoren
Meest recente meting
Bestuur a.
Inzicht in toekomstscenario’s
b.
Als college en raad één overheid
c.
Betrouwbaar, toegankelijk en continu werken aan inclusiviteit
17% heeft heel veel vertrouwen;34% weinig tot geen score vertrouwen in overheid vertrouwen in hoe de gemeente wordt bestuurd.
Dienstverlening
a.
Kwaliteit, professionaliteit en continuïteit van de dienstverlening
Score (digitale) dienstverlening (burgerpeiling)
algemene dienstverlening gem . 6,49; digitale dienstverlening gem. 6,58
Daling aantal klachten t.o.v. 2022 b.
We zijn dichtbij en weten wat er speelt
c. Inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners betrekken bij zaken die hen raken
Score waardering klanttevredenheid/waardering inspanningen inwoners (burgerpeiling) gemeente gem. 6,37 Aantal betrokken inwoners, ondernemers, maatschappelijke partners
81
Wettelijke beleidsindicatoren Voor het programma bestuur en dienstverlening zijn geen wettelijke beleidsindicatoren.
6.4 Risico's Om goed inzicht te krijgen in de effecten van al onze inspanningen is het verzamelen van data belangrijk. Daar zijn we nog niet goed op ingericht. Data gedreven werken is in ontwikkeling. We maken zo veel mogelijk gebruik van bestaande gegevens, maar op onderdelen zullen we inspanningen moeten verrichten om aanvullende data te verzamelen. De werkdruk neemt toe als gevolg van tekort aan personeel en taken die op onze gemeente afkomen (o.a. implementatie wet- en regelgeving). Van gemeenten wordt steeds meer gevraagd op het vlak van dienstverlening (digitaal en persoonlijk contact).
6.5 Investeringen Voor het programma bestuur en dienstverlening zijn geen investeringen voorzien.
6.6 Lasten en Baten per programma Lasten en Baten In onderstaande tabel zijn, overeenkomstig de BBV voorschriften en gespecificeerd per taakveld, de lasten en baten van het programma opgenomen. Als gevolg van de weergave in een veelvoud van € 1.000 kunnen er in de tabel afrondingsverschillen zitten.
82
Begroot totaal van lasten Pr.
Taakveld Taakveld omschrijving
P6
0.1
Bestuur
P6
0.2
Burgerzaken
P6
1.1
Crisisbeheersing en brandweer
P6
1.2
Openbare orde en veiligheid TOTAAL
Na wijziging Begroting Begroting Begroting Begroting 2023 2024 2025 2026 2027 1.522
1.582
1.537
1.522
758
866
868
851
1.521 851
1.373
1.671
1.668
1.667
1.667
447
512
509
509
508
4.100
4.631
4.582
4.549
4.547
Begroot totaal van baten Pr.
Taakveld Taakveld omschrijving
Na wijziging Begroting Begroting Begroting Begroting 2023 2024 2025 2026 2027
P6
0.1
Bestuur
0
0
0
0
0
P6
0.2
Burgerzaken
215
352
357
393
393
P6
1.1
Crisisbeheersing en brandweer
10
10
10
10
10
P6
1.2
Openbare orde en veiligheid
10
10
10
10
10
TOTAAL
235
372
377
413
413
Begroot totaal van bestemming Pr.
Taakveld Taakveld omschrijving
Na wijziging Begroting Begroting Begroting Begroting 2023 2024 2025 2026 2027
P6
0.10
Mutaties reserves Lasten
0
0
0
0
0
P6
0.10
Mutaties reserves Baten
0
0
0
0
0
TOTAAL
0
0
0
0
0
TOTAAL LASTEN
4.100
4.631
4.582
4.549
4.547
TOTAAL BATEN
235
372
377
413
413
TOTAAL RESERVES
0
0
0
0
0
3.865
4.259
4.205
4.136
4.134
Begroot resultaat
SALDO Programma 6 Bedragen afgerond op veelvoud van € 1.000
83
Programma 7 Opgave Financiën en Organisatie 7.1 Programmaplan 7.1 Context en aanleiding 7.1.1 Context Een financieel gezonde gemeente blijven is in deze onzekere tijden een opgave op zichzelf. Vanuit de Meicirculaire 2023 zijn de financiële vooruitzichten zeer ongunstig voor met name de jaren 2026 en verder. Waarbij er vanuit het rijk geen duidelijkheid is of er voor 2026 en verder extra middelen bijkomen of dat er eventueel gemeentelijke taken wegvallen. De val van het kabinet maakt de onzekerheid hierover nog groter. De gemeente Geertruidenberg staat hiermee evenals de meeste andere gemeenten in Nederland dan ook voor een grote uitdaging om een reële en sluitende begroting op te stellen. We zullen daarom eerst kritisch moeten kijken naar wat we moeten doen voordat we eventueel kunnen kijken naar wat we nog méér willen doen. We zullen daarin prioriteiten durven én moeten stellen en het liefst ook nog veiligheidskleppen inbouwen om ervoor te zorgen dat we voldoende vet op de botten houden om tegenvallers op te kunnen vangen en niet alleen op de korte, maar ook op de langere termijn aan onze taken en verplichtingen te kunnen blijven voldoen. Bij het opmaken van de jaarstukken 2022 hebben we helaas ook moeten constateren dat we ten aanzien van de rechtmatigheid voor inkoop/aanbesteding steken hebben laten vallen.
Hierop zullen organisatie breed de nodige inspanning moeten worden verricht om dit in de toekomst te voorkomen. De relevante kaders voor het programma Financiën zijn: * Structureel sluitende (meerjaren-)begroting * Doelmatige en rechtmatige besteding van middelen 7.1.2 Aanleiding Een van de uitdagingen vanuit het werken met programma’s is dat er op inhoud, de te bereiken maatschappelijke effecten, keuzes gemaakt moeten worden en heroverwogen moet worden om financiële ruimte te vinden voor gewenste maatschappelijke effecten én een structureel sluitende (meerjaren) begroting. Het programma Financiën raakt alle programma’s. Enerzijds in het vinden van een balans in de lasten en baten van alle programma’s en anderzijds in de wijze waarop we hierop verantwoording afleggen en inzicht geven met behulp van meetbare criteria en ratio’s. De wijze waarop we een meerjarig structureel sluitende begroting aan college en gemeenteraad willen bieden vraagt om een organisatie brede aanpak met oog voor te behalen maatschappelijke effecten. 7.2 Ambitie en strategie 7.2.1 Ambitie We willen een financieel gezonde gemeente blijven door gemeenschapsgeld op een zorgvuldige, doelmatige en rechtmatige manier te besteden. Het streven blijft om structureel sluitende (meerjaren-)begrotingen op te stellen met ruimte voor tegenslagen.
Waarbij de lasten en baten die we hebben moeten bijdragen aan de opgaven die we geformuleerd hebben. 7.2.2 Strategische doelstellingen We hebben vijf doelstellingen geformuleerd: 1. We zorgen voor een sluitende begroting met ruimte voor tegenslagen 2. We hanteren vastgestelde, waaronder ook wettelijke, objectieve en meetbare criteria en ratio’s 84
3. We ontsluiten de P&C-producten voor iedereen en op een eenvoudige manier 4. We streven meer inzicht in de (financiële) voortgang van alle opgaven na 5. We zorgen ervoor dat de bestedingen rechtmatig worden gedaan 7.2.3 Maatschappelijke effecten In deze opgave zijn twee maatschappelijke effecten die we willen bereiken gedefinieerd. 1. De lastendruk is in balans met de ambities die vanuit alle opgaven zijn geformuleerd. 2. Onze inwoners en partners hebben inzicht in de wijze waarop wij conform wet en regelgeving onze middelen besteden en de mate waarin we de doelen realiseren. 7.2.4 Strategie Dit programma stelt de te bereiken maatschappelijk effecten centraal, waarbij de samenhang met de maatschappelijke effecten uit andere programma’s niet uit het oog worden verloren. We gaan hierbij projectmatig te werken. Elk project heeft een heldere projectopdracht, zodat duidelijk is waar we naar toe werken en wat er van een ieder in het project wordt verwacht. Een project is pas afgerond als de resultaten/ nieuwe werkwijze in de lijn is geborgd. Het programma blijft de ontwikkelingen volgen. 7.2.5 Afbakening Het programma financiën is niet leidend maar complimenterend aan de andere programma’s. De keuzes uit de andere programma’s worden financieel vertaald. De consequenties en de te maken keuze komen niet alleen in dit programma tot uiting.
7.3 Aanpak 7.3.1 Programmalijnen Het programma is onderverdeeld in twee verschillende lijnen. 1. Lastendruk is in balans met de ambities die vanuit alle opgave zijn geformuleerd 2. Inwoners en partners hebben inzicht in de wijze waarop wij conform wet en regelgeving onze middelen besteden en de mate waarin we de doelen realiseren. Beleidsindicatoren We monitoren afhankelijk van het thema op twee manieren: kwantitatief en kwalitatief. Voor een aantal thema’s en projecten is kwantitatieve monitoring (bijv. aantal klachten) mogelijk, voor andere thema’s is dat moeilijker. Om de maatschappelijke effecten van het programma financiën te monitoren maken we gebruik van bestaande ratio’s/KPI’s. We rapporteren over de ratio’s/KPI’s in de P&C-documenten. Doel
Indicator
Bron
Lastendruk is in balans met de ambities We zorgen voor een structureel sluitende begroting met ruimte voor tegenslagen Sluitende begroting met ruimte voor tegenslagen
Kengetal structurele ruimte is groter dan 0% Begroting/ jaarrekening Solvabiliteit is groter dan 20% Weerstandsratio groter dan 1,4
We maken optimaal gebruik van provinciale, landelijke en Europese subsidies
% terugverdienen salariskosten subsidiemedewerker >125%
Gemeentelijke woonlasten zijn lager of gelijk aan het landelijk % belastingcapaciteit is kleiner of gelijk aan gemiddelde 100%
Begroting/ jaarrekening/ tussentijdse raadsvoorstellen Overzicht gerealiseerde nieuwe subsidies per jaar Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Onze inwoners en partners hebben inzicht in de wijze waarop we onze middelen besteden en de mate waarin we doelen realiseren Nagaan en vaststellen welke ratio’s/KPI’s inzicht geven in de realisatie van onze doelen
Minimaal 1 indicator per doelstelling
Programmaplannen
85
We ontsluiten de P&C producten voor een iedereen en op eenvoudige manier
? nog te ontwikkelen
We streven meer inzicht in de voortgang van de opgaven na
? nog te ontwikkelen
We zorgen ervoor dat bestedingen rechtmatig worden gedaan
% Rechtmatigheidsfouten kleiner dan2% van jaarrekening de lasten incl. stortingen in reserves
7.2 Ontwikkelingen Er is één mutatie voor de programma onderdeel Financiën ten opzichte van de budgetten opgenomen in de begrotingswijziging Collegeakkoord van 9 februari 2023 Pr Programmalijn Omschrijving programmalijn
Mutatie 2024 93.000 N
Mutatie 2025 93.000 N
Mutatie 2026
Mutatie 2027
P7 -
Afschaffen hondenbelasting (nieuw)
93.000 N
93.000 N
P7 -
Uitbreiding/correctie taken Buitenruimte buiten
50.000 N
50.000 N
50.000 N
50.000 N
P6
Totaal Mutaties
143.000 N
143.000 N
143.000 N
143000 N
Toelichting op de tabel Naar aanleiding van de moties van 2022 (begroting 2023) en de eerdere motie (kadernota 2018) wordt in de begroting 2024 voorgesteld de hondenbelasting af te schaffen. De bescheiden opbrengst (0,70%) ten opzichte van de totale belastingopbrengst, in combinatie met de stijgende uitvoeringskosten maken dat deze belastingsoort eindig is. De bruto opbrengst van de hondenbelasting lag in het verleden ongeveer op € 90.000. Omdat er ook directe en indirecte kosten tegenover staan, zoals met name de kosten van de heffing en de invordering, handhaving e.d. is het netto bedrag lager. De kosten, welke worden ingeschat op € 30.000 vallen ook weg zodat in principe het netto resultaat van de afschaffing € 60.000 bedraagt. De trend zien we overigens bij steeds meer gemeenten in Nederland. Ter ondersteuning onderstaande cijfers: - In 2010 kennen 308 gemeenten een hondenbelasting - In 2020 kennen 196 gemeenten een hondenbelasting - In 2023 kennen 136 gemeenten (= 40% van alle gemeenten) een hondenbelasting
7.3 Beleidsindicatoren Hoe gaan we dat meten? Onderdeel Financiën Strategisch doel
Beleidsindicatoren
Lastendruk is in balans met de ambities Structureel sluitende begroting met ruimte voor tegenslagen
- Kengetal structurele ruimte is groter dan 0% - Solvabiliteit is groter dan 20% - Weerstandsratio groter dan 1,4
We maken optimaal gebruik van provinciale, landelijke en Europese subsidies
- % terugverdienen salariskosten subsidiemedewerker >125%
??? Gemeentelijke woonlasten zijn lager of gelijk aan het landelijk gemiddelde
- % belastingcapaciteit is kleiner of gelijk aan 100%
Onze inwoners en partners hebben inzicht in de wijze waarop we onze middelen besteden en de mate waarin we doelen realiseren
86
Criteria en ratio’s
- Minimaal 1 indicator per doelstelling
Ontsluiting van P&C-producten
- aantal raadpleging Pepperflow
Inzicht in (financiële) voortgang van alle opgaven
- nog ontwikkelen
Rechtmatige besteding
- % Rechtmatigheidsfouten kleiner dan2% van de lasten incl. stortingen in reserves
Organisatie Strategisch doel
Beleidsindicatoren
We brengen in beeld hoe onze organisatie is ingericht en welke kennis en kunde we in huis hebben om de opgaven waar we voor staan het hoofd te kunnen bieden.
Subsidies waarop we een beroep hebben gedaan
De gemeente Geertruidenberg onderscheidt zich ten opzichte van andere vergelijkbare werkgevers door in te zetten op aantrekkelijk werkgeverschap
-
Strategische personeelsplanning
-
Personeelsverloop
-
Invulling vacatures
-
Medewerkersonderzoek
We onderzoeken onze huisvesting. Voldoet het “huis van de gemeente” nog aan de vereisten op het Zie nadere uitwerking in de opgave Bestuur gebied van het hybride werken, duurzaamheid en de consequenties van het werken aan en Dienstverlening maatschappelijke opgaven?
Wettelijke beleidsindicatoren * cijfer 2023 Nr.
Taakveld
Naam indicator
Jaar
Waarde (Jaarrekening 2022)
1.
0. Bestuur en ondersteuning
Formatie
2022
7,7
7,7
Fte per 1.000 inwoners
Eigen gegevens
2.
0. Bestuur en ondersteuning
Bezetting
2022
8,1
6,8
Fte per 1.000 inwoners
Eigen gegevens
3.
0. Bestuur en ondersteuning
Apparaatskosten
2022
€ 703
€ 756
Kosten per inwoner
Eigen gegevens
Begroot Eenheid 2024
Bron
4.
0. Bestuur en ondersteuning
Externe inhuur
2022
10%
Kosten als % van totale 10% loonsom + Eigen gegevens totale kosten inhuur externen
5.
0. Bestuur en ondersteuning
Overhead
2022
11%
14%
35.
8. Vhrosv
Gemiddelde WOZ waarde
2022
292
328 * Duizend euro
36.
8. Vhrosv
Nieuw gebouwde woningen
2022
2,3
14,3
37.
8. Vhrosv
Demografische druk
2022
74,4
74,8 * %
CBS
38.
8. Vhrosv
Gemeentelijke woonlasten eenpersoonshuishouden
2022
738
826 * In Euro's
COELO
39.
8. Vhrosv
Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden
2022
834
904 * In Euro’s
COELO
% van totale lasten
Eigen gegevens CBS
Basisregistratie Aantal per 1.000 adressen en woningen gebouwen
87
7.4 Risico's Risico's onderdeel Financiën Risico renteschommelingen De gemeente leent voor haar financieringsbehoefte gelden op de kapitaalmarkt. Dat is op zich ook geen probleem als de aflossing en de rente van de leningen kan worden (terug)betaald. Omdat de gemeente de begroting in meerjarenperspectief opstelt, wordt ook de renteprognose voor de toekomstige jaren (4 jaar) ingeschat. Indien blijkt dat de rente op de wereldmarkt stijgt, zal de gemeente maatregelen moeten treffen om deze rentestijging in meerjarenperspectief op te vangen. In feite zijn er dan 2 opties. Enerzijds vergroten eigen inkomsten of anderzijds daling van voorgenomen uitgaven. Veelal is een combinatie van maatregelen de oplossing. Risico precariobelasting niet kunnen innen De gemeente heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank tot gegrondverklaring van het beroep van een netbeheerder tegen de opzegging van een duurovereenkomst. Daarnaast is de netbeheerder in cassatie gegaan tegen de uitspraak van de belastingrechter tot ongegrondverklaring van zijn beroep tegen heffing precariobelasting 2017. In het slechtste geval (hoger beroep gemeente ongegrond, cassatie netbeheerder gegrond) betekent dit dat er geen precariobelasting meer geïnd kan worden van deze netbeheerder over de jaren 2017 t/m 2021.
Risico Algemene Uitkering gemeentefonds fluctueert met grote bedragen De algemene uitkering wordt gebaseerd op een vooraf bepaald aantal maatstaven (bijv: aantal inwoners, woningen, jongeren, bijstandontvangers, woz waarde) en per maatstaf wordt een bedrag per eenheid ontvangen. Zowel de maatstaven als de eenheden zijn aan verandering onderhevig. Het Rijk hanteert bij de bepaling van de omvang van de algemene uitkering ook het principe "samen de trap op, samen de trap af". Dat wil zeggen dat als het Rijk meer uitgeeft, dat dan ook min of meer automatisch de gemeente meer uitkering ontvangen, maar andersom gaat dat ook op. Als het Rijk moet bezuinigen, wordt deze ook op de algemene uitkering gespiegeld.
7.5 Investeringen In programma 7 zijn voor de periode 2024-2027 de onderstaande investeringen voorzien: Investeringsbudget Investeringsbudget Investeringsbudget Investeringsbudget 2024 2025 2026 2027 Opgave 7 Financiën Mobile devices 2024
40.000
Vervangingsinvesteringen hardware en software
20.500
Werkplek Hardware
50.000
Hybride werken, Kadernota 2024
40.000
I&A plan investeringen
50.000
Mobile devices 2025
40.000
Vervangingsinvesteringen hardware en software
20.500
Werkplek Hardware
50.000
Hybride werken, Kadernota 2024
40.000
ESX hosts tbv VDI, iedere 5 jaar
50.000
88
SAN tbv servers en VDI hosts/ opslag
40.000
I&A plan investeringen
50.000
Verduurzaming gemeentehuis (2e fase label A)
124.000
Ipads nieuwe raad KN 2026, iedere 4 jaar
20.000
Vervanging beter-buiten app
45.000
Geluidsinstallatie
70.000
Mobile devices 2026
40.000
Vervangingsinvesteringen hardware en software
20.500
Werkplek Hardware
50.000
Hybride werken, Kadernota 2024
40.000
I&A plan investeringen
50.000
Mobile devices 2027
40.000
Vervangingsinvesteringen hardware en software
20.500
Werkplek Hardware
50.000
Hybride werken, Kadernota 2024
40.000
I&A plan investeringen
50.000
7.6 Laten en Baten per programma Lasten en Baten In onderstaande tabel zijn, overeenkomstig de BBV voorschriften en gespecificeerd per taakveld, de lasten en baten van het programma opgenomen. Als gevolg van de weergave in een veelvoud van € 1.000 kunnen er in de tabel afrondingsverschillen zitten.
89
Begroot totaal van lasten Pr.
Taakvel Taakveld omschrijving d
P7
0.3
Beheer overige gebouwen en gronden
P7
0.4
Overhead
P7
0.5
P7
0.61
P7
0.62
P7
0.64
P7
Na Begrotin Begrotin Begrotin Begrotin wijziging g g g g 2023 2024 2025 2026 2027 332
117
117
117
117
10.089
8.335
8.454
8.426
8.458
Treasury
-30
223
88
-22
-15
OZB woningen
900
740
621
487
487
OZB niet-woningen
0
0
0
0
0
Belastingen overig
22
0
0
0
0
0.7
Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds
0
0
0
0
0
P7
0.8
Overige baten en lasten
113
529
129
129
129
P7
0.9
Vennootschapsbelasting (Vpb)
0
0
0
0
0
P7
3.4
Economische promotie
0
0
0
0
0
11.426
9.944
9.409
9.137
9.176
TOTAAL Begroot totaal van baten Pr.
Taakvel Taakveld omschrijving d
P7
0.3
Beheer overige gebouwen en gronden
1.710
543
378
378
378
P7
0.4
Overhead
69
157
157
157
157
P7
0.5
Treasury
325
325
325
325
325
P7
0.61
OZB woningen
3.240
3.395
3.432
3.469
3.507
P7
0.62
OZB niet-woningen
3.975
4.173
4.217
4.260
4.303
P7
0.64
Belastingen overig
103
13
13
13
13
P7
0.7
Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds
40.803
43.449
43.170
39.009
39.008
P7
0.8
Overige baten en lasten
391
44
44
44
44
P7
0.9
Vennootschapsbelasting (Vpb)
0
0
0
0
0
P7
3.4
Economische promotie
38
30
80
118
118
50.654
52.129
51.816
47.773
47.853
TOTAAL
Na Begrotin Begrotin Begrotin Begrotin wijziging g g g g 2023 2024 2025 2026 2027
Begroot totaal van bestemming Pr.
Taakvel Taakveld omschrijving d
Na Begrotin Begrotin Begrotin Begrotin wijziging g g g g 2023 2024 2025 2026 2027
P7
0.10
Mutaties reserves Lasten
300
900
1.300
0
0
P7
0.10
Mutaties reserves Baten
1.999
368
294
245
245
TOTAAL
-1.699
532
1.006
-245
-245
TOTAAL LASTEN
11.426
9.944
9.409
9.137
9.176
TOTAAL BATEN
50.654
52.129
51.816
47.773
47.853
Begroot resultaat
TOTAAL RESERVES
-1.699
532
1.006
-245
-245
SALDO Programma 7
-40.927
-41.653
-41.401
-38.881
-38.922
Bedragen afgerond op veelvoud van € 1.000
90
Paragrafen Paragraaf A - Lokale heffingen In deze paragraaf geven we een specificatie van de lokale heffingen en belastingen. We splitsen deze uit naar beleid en hoofdlijnen met daarin de onderstaande genoemde onderdelen: a. de geraamde inkomsten; b. het beleid ten aanzien van de lokale heffingen; c. een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen, waarin inzichtelijk wordt gemaakt hoe bij de berekening van tarieven van heffingen, die hoogstens kostendekkend mogen zijn, wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de ter zake geraamde lasten niet overschrijden, wat de beleidsuitgangspunten zijn die ten grondslag liggen aan deze berekeningen en hoe deze uitgangspunten bij de tariefstelling worden gehanteerd. d. een aanduiding van de lokale lastendruk; e. een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid. Beleid en hoofdlijnen De heffingen die tot (woon)lasten leiden zijn: onroerende zaakbelastingen: • voor eigenaren van woningen; • voor gebruikers en eigenaren van niet-woningen; • afvalstoffenheffing; • rioolheffing.
De overige heffingen betreffen: • hondenbelasting • lijkbezorgingsrechten • leges • precariobelasting • havengelden • marktgelden • (woon)schepenrechten • toeristen- en watertoeristenbelasting Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) De gemeenten zijn op basis van de voorschriften in het BBV, verplicht om in de paragraaf lokale heffingen een overzicht van baten en lasten op te nemen voor de heffingen waarbij sprake is van het verhalen van kosten. Concreet is dit het geval bij de afvalstoffenheffing, de rioolheffing, de lijkbezorgingsrechten, de leges, de havengelden, de marktgelden en de woonschepenrechten. Als gevolg van de wijzigingen in het BBV mag de overhead voortaan niet meer worden verantwoord op de taakvelden. Deze mogen echter wel (extracomptabel) worden meegenomen in de tarieven en de onderbouwing daarvan. De totale overhead staat opgenomen in het nieuwe “Overzicht overhead” in de begroting. De berekening van de overhead gebeurt extracomptabel op basis van de een procentuele toerekening van de tijd en salariskosten die door de diverse medewerkers aan de taakvelden wordt besteed. Het overheadpercentage voor de begroting 2024 is gelijk aan het percentage van 2023. Voor medewerkers binnendienst is het overheadpercentage 65% en voor de buitendienst 35%. De verschillende belastingen en heffingen zijn niet altijd met elkaar vergelijkbaar.
Het verschil tussen bijvoorbeeld de onroerende zaakbelastingen (OZB) en de reinigingsheffing en de rioolheffing is dat de onroerende zaakbelastingen algemene dekkingsmiddelen zijn en de reinigingsheffing en de rioolheffing retributies. Het verschil tussen een algemeen dekkingsmiddel en een retributie is dat bij retributies er een 91
rechtstreeks verband bestaat tussen de hoogte van de heffing en de uitgaven in het kader van een betreffende activiteit. Bij algemene dekkingsmiddelen ontbreekt deze relatie. Onroerende zaakbelastingen Voor 2024 wordt er gewaardeerd naar de peildatum 1 januari 2023. Voor het belastingjaar 2024 vindt er op dit moment een hertaxatie plaats om te komen tot nieuwe WOZ-waarden per 1 januari 2023 (waardepeildatum). De hertaxaties bevinden zich in een afrondende fase. Omdat de definitieve omvang van de WOZ waardes gemeentebreed nog niet definitief is, wordt voor de inschatting van de waarde-ontwikkeling voor woningen en niet woningen aangesloten bij de cijfers uit de circulaires van het gemeentefonds. De opbrengst van 2024 wordt naast de trendmatige verhoging van 3%, met 1% extra verhoogd vanwege het feit dat het tarief, en daarmee de opbrengst, in belastingjaar 2023 circa 1% te laag was. De inflatie kwam namelijk uit op ruim 6% in 2023 terwijl er rekening was gehouden met 5%. Voor niet- woningen wordt dezelfde verhoging toegepast. Bij de gebruikers van niet- woningen wordt rekening gehouden met een lagere waarde vanwege leegstand en amendement De Pater. Het gaat hierbij om een waarde van € 56 miljoen, waar geen onroerende zaakbelasting voor in rekening kan worden gebracht.
Voor de waarde ontwikkeling van de woningen wordt aangesloten bij het percentage zoals door het ministerie berekend bij de opstelling van de meicirculaire van het gemeentefonds. Dat is 3% voor woningen en voor niet-woningen stijgt de waarde ten opzichte van 2023 met 2%. OZB opbrengst 2023 (na wijziging)
OZB opbrengst 2024
WOZ waarde 2023 (begroting)
ontwikkeling WOZ waarde
Eigenaar woning
3.227.000
3.395.000
3.200.000.000
3%
3.296.000.000
0,1031%
Eigenaar niet-woning
2.350.000
2.414.000
700.000.000
2%
714.000.000
0,3381%
Gebruiker niet-woning*
1.625.000
1.759.000
645.000.000
2%
658.000.000
0,2674%
7.202.000
7.568.000
WOZ waarde Tarief 2024 2024
* = voor de berekening tarief niet-woning gebruiker is rekening gehouden met voor leegstand en amendement de Pater ten bedrage van € 56 miljoen voor 2024 Afvalstoffenheffing en reinigingsrechten Voor 2024 is er sprake van een benodigde indexatie van 8% ten opzichte van de tarieven van 2023. Bovenop het standaard indexatiepercentage van 3% is er nog eens 5% extra nodig om de (extreme) inflatiecorrectie van het afgelopen jaar op te vangen. Ook voor 2024 worden er weer stevige indexaties verwacht op de lopende overeenkomsten. Daarbij komt nog dat dat in 2023 minder inkomsten uit de afvalstoffenheffing ontvangen zullen worden dan begroot. Met de extra 5% kan ook dit verlies aan inkomsten met terugwerkende kracht hersteld worden. Ondanks een indexatie van 8% is er meerjarig geen positief resultaat op de afvalbegroting, wat resulteert in onttrekkingen uit de egalisatievoorziening afvalstoffenheffing. Deze voorziening heeft voldoende saldo om de meerjarige onttrekkingen op te kunnen vangen. Het voornemen is om per 1 januari 2025 DIFTAR in te voeren. De resultaten van DIFTAR (daling van de verwerkingskosten) en eventuele extra lasten (afschrijvingen) zijn nog niet meegenomen in de meerjarenbegroting. De verwachting is dan ook dat vanaf 2025 wel een begroting aangeleverd kan worden met een meerjarig positief resultaat.
Kosteloos ophalen grondstoffen bij scholen Er is gestart met een project om afvalscheiding op scholen te stimuleren en grondstoffen bij scholen in te zamelen. Binnen dit project is voorzien dat de inzameling gratis plaatsvindt. Scholen zorgen zelf voor de inzameling van hun restafval. Gratis inzameling is alleen mogelijk indien daarvoor een vrijstelling in deze verordening wordt opgenomen. Daartoe is deze wijziging van de verordening nodig. De vrijstelling wordt gemotiveerd vanuit de gedachte dat afvalscheiding van algemeen belang
92
is in een duurzame samenleving. Scholen krijgen daarbij een rol om via educatie het bewustzijn van dit belang te vergroten. Daarbij past dat op scholen zelf ook scheiding van afval plaatsvindt. Om dat mogelijk te maken kunnen scholen meeliften met de inzameling van de GFT, papier en PMD grondstoffenstromen die via onze gemeente worden ingezameld. Als tegenprestatie voor de educatieve rol die scholen hierin vervullen en als extra stimulans vindt die inzameling gratis plaats bij scholen die aan dit educatieproject voor afvalvrije scholen meedoen.
Berekening van kostendekkendheid van de Afvalstoffenheffing Afvalverwijdering huisvuil
1.163.000
Afvalverwijdering Milieustraat
537.000
Afvalverwijdering beleid en algemeen
530.000
Netto kosten taakveld
2.230.000
Toe te rekenen kosten: Overhead
129.000
BTW
492.000
Onttrekking uit de voorziening Afvalstoffenheffing
-118.000
Totale kosten
503.000
Opbrengst heffingen
2.733.000
Dekkingspercentage
100%
Rioolheffing & Waterzorgheffing De riool- en waterzorgheffing geschiedt vanuit twee gezichtspunten: Een heffing van de eigenaar en een heffing van de gebruiker. De heffing heeft het karakter van een bestemmingsheffing waarmee kosten kunnen worden verhaald om maatregelen te treffen die de gemeente noodzakelijk acht voor een doelmatig werkende riolering en overige maatregelen ten aanzien van hemelwater en grondwater. Dit betekent dat het individuele profijt van de heffing door de gemeente niet meer hoeft te worden aangetoond. De gemeente kan de kosten verhalen die ze maakt voor het nakomen van de zorgplichten uit de Wet verankering en bekostiging van gemeentelijke watertaken. De voorzieningen waarvan de kosten kunnen worden verhaald, sluiten aan bij de maatregelen die de gemeente in het kader van het verbreed gemeentelijke rioleringsplan (VGRP+) onderneemt. Dit kunnen maatregelen met een collectief of individueel karakter zijn. Van belang is dat de gemeente aannemelijk kan maken dat de maatregelen van belang zijn voor het nakomen van de zorgplichten. De cijfers in de begroting 2024 zijn deels gebaseerd op het nog vast te stellen VGRP+, maar de invloed van voornoemd nieuw op te stellen rioleringsplan zal eerst in 2025 in de tarieven tot uitdrukking komen.
Hierdoor kan in 2024 worden volstaan met een trendmatige verhoging van 3% Het saldo van de totale lasten minus baten -zoals gebruikt voor de tariefberekening- voor 2024 geven wij in de onderstaande tabel weer. Berekening van kostendekkendheid van de Rioolheffing Riolering afvalwater en hemelwater
626.000
Riolering grondwater
26.000
Overige rioleringslasten waaronder kapitaallasten
1.327.000
93
Rioolaansluitingen Netto kosten taakveld
0 1.979.000
Toe te rekenen kosten: Overhead
323.000
BTW
272.000
Onttrekking uit de voorziening rioolheffing
- 102.000
Totale kosten
493.000
Opbrengst heffingen
2.472.000
Dekkingspercentage
100%
Overige rechten, heffingen en belastingen De overige rechten, heffingen en belastingen betreffen de hondenbelasting, lijkbezorgingsrechten, leges, precariobelasting, havengelden, marktgelden, woonschepenrechten en toeristen- en watertoeristenbelasting stijgen met 3% inflatiepercentage, uitgezonderd de (water)toeristenbelasting die stijgt met € 0,10 per overnachting of per etmaal. (over dit tarief heeft de gemeenteraad vorig jaar al besloten. Bij de uit de begroting voortvloeiende tarievenvaststelling worden de tarieven waar mogelijk trendmatig verhoogd. Hondenbelasting Voorgesteld wordt om met ingang van 1-1-2024 de hondenbelasting af te schaffen. De bescheiden opbrengst (0,70%) ten opzichte van de totale belastingopbrengst, in combinatie met de stijgende uitvoeringskosten maken dat deze belastingsoort eindig is. De bruto opbrengst van de hondenbelasting lag in het verleden ongeveer op € 90.000. Omdat er ook directe en indirecte kosten tegenover staan, zoals met name de kosten van de heffing en de invordering, handhaving e.d. is het netto bedrag lager. De kosten, welke worden ingeschat op € 30.000 vallen ook weg zodat in principe het netto resultaat van de afschaffing € 60.000 bedraagt. De trend zien we overigens bij steeds meer gemeenten in Nederland.
Ter ondersteuning onderstaande cijfers: - In 2010 kennen 308 gemeenten een hondenbelasting - In 2020 kennen 196 gemeenten een hondenbelasting - In 2023 kennen 136 gemeenten (= 40% van alle gemeenten) een hondenbelasting Lijkbezorgingsrechten Lijkbezorgingsrechten zijn rechten die in rekening gebracht worden voor het begraven van stoffelijke overschotten, het bijzetten van urnen en het onderhoud van graven op de gemeentelijke begraafplaatsen. We stellen voor de tarieven voor 2024 met 3% te verhogen. Het saldo van de totale lasten minus baten -zoals gebruikt voor de tariefberekening- voor 2024 geven wij in onderstaande tabel weer: Berekening van kostendekkendheid van Lijkbezorgingsrechten Algemene begraafplaatsen
127.000
Netto kosten taakveld
127.000
Toe te rekenen kosten: Overhead
94
18.000
BTW
21.000
Totale kosten
166.000
Opbrengst heffingen
50.000
Dekkingspercentage
30%
Leges Wij leveren diverse diensten en producten zoals paspoorten, rijbewijzen, uittreksels en (omgevings)vergunningen, waarvoor wij een vergoeding (leges) vragen. De tarieven inzake leges verhogen we, alleen daar waar mogelijk, slechts trendmatig en worden in rekening gebracht volgens de Legesverordening. Dit met uitzondering van de tarieven die van Rijkswege worden vastgesteld, zoals bijvoorbeeld de uitgifte van paspoorten en rijbewijzen. De Legesverordening 2024 wordt in december 2023 vastgesteld, rekening houdend met de invoering van de Omgevingswet per 1-12024. Als uitgangspunt bij het opstellen van de legesverordening van Hoofdstuk 2 onder de Omgevingswet is kostenneutraal overgaan. Ook mogen onder de Omgevingswet, net als in het verre verleden, weer leges voor milieu belastende activiteiten worden geheven. Het saldo van de totale lasten minus baten -zoals gebruikt voor de tariefberekening- voor 2024 kan helaas nog niet volledig in deze paragraaf worden ingevuld omdat de leges Omgevingswet nog niet bekend zijn. Bij de vaststelling van de legesverordening 2024 in de raadsvergadering van december zal deze worden toegevoegd. Samenvatting hoofdstuk 1,2 en 3 Recapitulatie Hoofdstuk 1, 2 en 3 Kostendekking Hoofdstuk 1
Directe kosten
Loonkosten
Overhead
Opbrengst
Kostendekkendheid
134.655
158.134
118.430
360.434
87,65%
14.235
10.659
8.611
34,59%
172.369
129.089
369.045
84,62%
Kostendekking Hoofdstuk 2 Kostendekking Hoofdstuk 3 Kostendekking totale tarieventabel
134.655
De kostendekkendheid van gemeente Geertruidenberg voldoet aan de wettelijk gestelde eisen. Onderwerp legesverordening
Directe kosten
Loonkosten Overhead Opbrengst Kostendekkendheid
Hoofdstuk 1 - Algemene dienstverlening Paragraaf 1.1 - Burgerlijke Stand
15.305
11.460
27.630
103,23%
Paragraaf 1.2 - Reisdocumenten
92.000
66.886
50.097
211.000
100,97%
Paragraaf 1.3 - Rijbewijzen
22.655
37.400
28.013
77.025
87,46%
17.603
13.180
15.444
50,17%
Paragraaf 1.4 - Verstrekkingen uit de basisregistratie personen Paragraaf 1.5 - Vervallen Paragraaf 1.6 - Bestuursstukken Paragraaf 1.7 - Vastgoedinformatie
95
Paragraaf 1.8 - Overige publiekszaken
2.000
2.624
1.965
3.948
59,93%
45
34
39
49,37%
8.767
6.565
19.159
57,48%
9.504
7.116
6.189
37,24%
158.134
118.430
360.434
87,65%
Paragraaf 3.1 - Horeca
8.842
6.621
7.532
48,71%
Paragraaf 3.2 - Algemene Plaatselijke Verordening (evenementen)
5.213
3.903
1.040
11,41%
180
135
39
12,34%
14.235
10.659
8.611
34,59%
172.369
129.089
369.045
84,62%
Paragraaf 1.9 - Gemeentearchief Paragraaf 1.10 - Vervallen Paragraaf 1.11 - Kansspelen Paragraaf 1.12 - Leegstandwet Paragraaf 1.13 - Kabels en leidingen
18.000
Paragraaf 1.14 - Verkeer en vervoer Paragraaf 1.15 - Diversen Totaal hoofdstuk 1
134.655
Hoofdstuk 2 - Omgevingswet Paragraaf 2.1 - Algemene bepalingen Paragraaf 2.2 - Voorfase Paragraaf 2.3 - Activiteiten met betrekking tot bouwwerken Paragraaf 2.4 - Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed Paragraaf 2.5 - Milieubelastende activiteiten Paragraaf 2.6 - Lozingsactiviteiten Paragraaf 2.7 - Aanlegactiviteiten Paragraaf 2.8 - Overige activiteiten Paragraaf 2.9 - Maatwerkvoorschriften bij bouwactiviteiten Paragraaf 2.10 - Gelijkwaardigheid Paragraaf 2.11 - Overige tarieven Paragraaf 2.12 - Modaliteiten Paragraaf 2.13 - Vermindering Paragraaf 2.14 - Teruggaaf Totaal hoofdstuk 2