CConstaterende datGeertruidenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

20250506 Bijlage Memorandum-2024-1-volledige-tekst

De raad debatteert 15 mei 2025, gemeente GeertruidenbergBij agendapunt: Aanwijzing trainingsvelden Kloosterweg-Eendrachtsweg als voorkeursopvanglocatie24.442 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum

Memorandum 2024-1 | 34 Memorandum 2024-1 | 34

Figuur 5.7

Hoe heeft u uw baan gevonden?

Via familie, vrienden of relaties

39%

Via een uitzendbureau

15%

Open sollicitatie

14%

Via advertentie

12%

Via gemeente

8%

Werd gevraagd

6%

Via sociale media

4%

Anders

4%

0%

5.7

10%

20%

30%

40%

50%

Gemiddeld hoge werktevredenheid, lager voor universitair opgeleiden Oekraïense vluchtelingen zijn over het algemeen tevreden met hun huidige baan (figuur 5.8). Gemiddeld geven zij hun werktevredenheid een 7,3 uit 10. Er is zelfs een groep van 22% die hun werk het hoogste rapportcijfer van een 10 geeft. Een relatief kleine groep van 10% geeft het werk een 4 of lager. Oekraïense vluchtelingen met een hoger opleidingsniveau zijn over het algemeen minder tevreden met hun werk dan degenen met een lager opleidingsniveau. Terwijl Oekraïense vluchtelingen met enkel basisonderwijs hun werk gemiddeld een 8,4 geven, daalt dit tot een 7 voor universitair opgeleide Oekraïense vluchtelingen. Het feit dat, zoals hierboven beschreven, universitair opgeleide Oekraïense vluchtelingen vaak onder hun niveau werken, speelt hierin mogelijk een rol.

Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum

Memorandum 2024-1 | 35 Memorandum 2024-1 | 35

Figuur 5.8

Alles bij elkaar genomen, hoe tevreden bent u met uw huidige baan?

25%

22%

20%

16% 15%

16% 13%

13% 10%

10% 5%

2%

2%

3%

3%

0%

5.8

Ruim drie op de tien meldt slechte arbeidsomstandigheden Het voorgaande positieve beeld over werktevredenheid neemt niet weg dat er ook Oekraïense vluchtelingen zijn die in slechte arbeidsomstandigheden werken. Aan de surveyrespondenten is gevraagd of zij één of meerdere van zeven slechte arbeidscondities herkennen op hun werk (figuur 5.9). Dit zijn onder meer het niet vrij voelen om te zeggen wat iemand denkt op de werkvloer en zeer lange werktijden. Van de werkende Oekraïners meldt 32% ten minste één van deze slechte arbeidscondities in hun huidige werk. Dit beeld is vergelijkbaar met een bevinding uit een survey in 2022 onder Oekraïense vluchtelingen in tien EU-lidstaten (Eurofound & FRA, 2023).

Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum

Memorandum 2024-1 | 36 Memorandum 2024-1 | 36

Figuur 5.9

Heeft u de volgende dingen meegemaakt op het werk?

Niet vrij voelen om alles te zeggen wat ik dacht

14%

Zeer lange werktijden

13%

Onderbetaald of niet betaald voor werk

10%

Zonder contract/met niet-dekkend contract

7%

Geen pauzes of rusttijd

7%

Bedreigingen of geweld

4%

Geen toegang tot water, voedsel of toilet

3% 0%

5.9

2%

4%

6%

8%

10%

12%

14%

16%

Meerderheid kan rondkomen, zonder werk is rondkomen lastiger De meerderheid van de Oekraïense huishoudens kan financieel rondkomen (figuur 5.10). Oekraïense vluchtelingen zonder betaald werk hebben het financieel moeilijker dan Oekraïense vluchtelingen met betaald werk. Vergeleken met de algemene Nederlandse bevolking kunnen Oekraïense huishoudens bijna twee keer zo vaak niet rondkomen (CBS, 2024e). Terwijl 32% van de Oekraïense huishoudens de eindjes niet aan elkaar kan knopen, geldt dit namelijk voor 17% van de Nederlandse huishoudens. Ten opzichte van Syrische vluchtelingen is het beeld juist weer relatief positief. In de eerste jaren na het krijgen van een vluchtelingenstatus kon 42% van de Syrische statushouders namelijk niet rondkomen (Huijnk, 2018). In de interpretatie van de cijfers rondom de financiële situatie van Oekraïense vluchtelingen is het van belang op te merken dat slechts 10% van hen zelf een woning huurt of heeft gekocht (zie hoofdstuk 4). Voor de grote meerderheid gaat het dus om financiële zelfredzaamheid zonder een eigen huis.

Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum

Memorandum 2024-1 | 37 Memorandum 2024-1 | 37

Figuur 5.10 Hoe is de financiële situatie op dit moment van uw huishouden? Is er te weinig geld, wordt er geld overgehouden of is er precies genoeg geld?

59% Precies genoeg

65% 51%

32% Te weinig geld

21% 47%

9% Overhouden; meer geld dan opgemaakt

14%

2% 0% Totaal

Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum

10%

Betaald werk

20%

30%

40%

50%

60%

70%

Geen betaald werk

Memorandum 2024-1 | 38 Memorandum 2024-1 | 38

6

Gezondheid Kasper Otten

6.1

Velen ervaren een matig tot slechte gezondheid De (psychische) gezondheid van vluchtelingen is kwetsbaar, bijvoorbeeld door de situatie in hun herkomstland, erbarmelijke omstandigheden tijdens de vlucht, en het aanpassen aan een nieuw land. Oekraïense vluchtelingen vormen hierop geen uitzondering. Zij hebben gemiddeld een minder goede gezondheid dan de algemene bevolking en dan sommige andere vluchtelingengroepen. Het gaat hierbij om hun ervaren gezondheid in algemene zin, later gaan we specifiek in op psychische gezondheid. In totaal geeft 58% aan dat hun gezondheid matig tot slecht is; bij mannen gaat het om 49% en bij de vrouwen zelfs 63% (figuur 6.1a). Deze percentages zijn aanzienlijk hoger dan voor zowel de algemene Nederlandse bevolking als Syrische vluchtelingen (27% van de algemene bevolking van 18+ jaar geeft in 2023 aan dat hun gezondheid matig tot slecht is, CBS, 2023; dit is 39% voor Syrische Nederlanders in een survey uit 2022; Kuijpers & Uiters, 2023). De ervaren gezondheid onder Oekraïense vluchtelingen daalt bovendien fors met leeftijd (figuur 6.1b). Onder 65-plussers geeft maar liefst 91% aan dat hun gezondheid matig of slecht is. Figuur 6.1

Aandeel dat aangeeft dat gezondheid matig of slecht is, uitgesplitst naar (a) geslacht en (b) leeftijd (b)

(a) 100%

100%

90%

90%

80%

80%

70% 60% 50%

63%

73%

70% 60%

49%

50%

40%

40%

30%

30%

20%

20%

10%

10%

53% 43%

0%

0% Man

6.2

91%

Vrouw

15-24 jaar

25-44 jaar

45-64 jaar

65+ jaar

Minder goede psychische gezondheid en relatief veel slaapproblemen Op psychisch gebied zijn er ook redenen tot zorg. Volgens een gangbare meting voor het indelen van personen in psychisch gezond en ongezond (de Mental Health Inventory-5; Berwick et al., 1991; CBS, 2023), is maar liefst 45% psychisch ongezond. Het gaat hierbij om 35% van de mannen en 50% van de vrouwen (figuur 6.2a). Ook deze percentages zijn hoger dan voor de algemene Nederlandse bevolking (14% is psychisch ongezond in 2023, CBS, 2023) en Syrische vluchtelingen (39% is

Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum

Memorandum 2024-1 | 39 Memorandum 2024-1 | 39

psychisch ongezond in een survey uit 2022 en 35% in een survey uit 2017, Kuijpers & Uiters, 2023). Oekraïense vluchtelingen die hoger onderwijs hebben gevolgd, zijn vaker psychisch ongezond (figuur 6.2b). Dit komt overeen met ander onderzoek dat ook laat zien dat vluchtelingen die hoger onderwijs hebben gevolgd een minder goede psychische gezondheid hebben (Porter & Haslam, 2005). Onder de algemene bevolking hebben personen die hoger onderwijs hebben gevolgd over het algemeen juist een betere psychische gezondheid (Silva et al., 2016). Verder vinden we aanwijzingen voor slaapproblemen; 41% van de Oekraïense vluchtelingen geeft aan slechts soms, zelden, of nooit goed te slapen (ter vergelijking, van de algemene bevolking in 2022 geeft 26% aan nogal, veel, of heel veel last te hebben gehad van slaapproblemen, CBS, 2023). Figuur 6.2

Aandeel dat psychisch ongezond is uitgesplitst naar (a) geslacht en (b) opleiding

(a) 50% 45% 40% 35% 30% 25% 20% 15% 10% 5% 0%

50%

35%

Man Vrouw

6.3

(b) 50% 45% 40% 35% 30% 25% 20% 15% 10% 5% 0%

43%

45%

46%

35%

Basisonderwijs Lager middelbaar Hoger middelbaar Hoger onderwijs onderwijs en beroepsonderwijs

Werk, geldzaken, en taalbarrières zijn de voornaamste bronnen van stress Tot slot laten de resultaten zien dat een deel van de Oekraïense vluchtelingen veel of heel veel stress ervaart. Het gaat hierbij om 18% van de mannen en 27% van de vrouwen (figuur 6.3a). Deze percentages liggen in de buurt van die onder de algemene bevolking (21% van de 18-plussers ervoer (veel) stress in 2022, RIVM, 2022) en Syrische vluchtelingen (29% ervoer (heel) veel stress in 2022, Kuijpers & Uiters, 2023). Net als het aandeel psychisch ongezonde personen is het aandeel Oekraïense vluchtelingen dat (heel) veel stress ervaart hoger onder personen met een hoger opleidingsniveau (figuur 6.3b).

Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum

Memorandum 2024-1 | 40 Memorandum 2024-1 | 40

Figuur 6.3

30%

(a)

Aandeel dat (heel) veel stress ervaart uitgesplitst naar (a) geslacht en (b) opleiding

21%

20%

Hoger middelbaar en beroepsonderwijs

25% 18%

20%

15%

15%

10%

10%

5%

5%

27%

Lager middelbaar onderwijs

25% 20%

(b)

27% 30%

14%

0% Man Vrouw

Hoger onderwijs

Basisonderwijs

0%

Aan degenen die hebben aangegeven stress te ervaren, is gevraagd op welke gebieden zij stress ervaren. De antwoorden op deze vraag zijn weergegeven in figuur 6.4. We zien het vaakst stress op het gebied werk (36%), geldzaken (33%), en taalbarrières (32%). Ook stress op het gebied van familie (30%), gezondheid (29%), en wonen (28%) komt relatief vaak voor ten opzichte van andere gebieden. Hierbij dient opgemerkt te worden dat een deel van de gebieden slechts voor subgroepen relevant is. Zo is stress op het gebied van studie alleen relevant voor schoolgaanden (ongeveer 8% van de groep). Onder schoolgaanden die stress ervaren, zien we zelfs dat 71% stress ervaart op het gebied van hun studie. Figuur 6.4

Aandeel dat stress ervaart door:

Werk

36%

Geldzaken

33%

Taalbarrière

32%

Familie

30%

Gezondheid

29%

Wonen

28%

Sociale contacten

16%

Relatie

16%

Studie

12%

Opvoeding

10%

Social media

9%

Mantelzorg

7%

Discriminatie

5%

Anders

10% 0%

5%

10%

Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum

15%

20%

25%

30%

35%

40%

Memorandum 2024-1 | 41 Memorandum 2024-1 | 41

6.4

Vrouwen hebben een slechtere gezondheid dan mannen Al met al is het evident dat het met de gezondheid van vrouwen gemiddeld een stuk minder goed gaat dan mannen. Vrouwen ervaren een slechtere gezondheid in het algemeen, zijn vaker psychisch ongezond, en ervaren vaker (heel) veel stress. Deze verschillen naar geslacht zijn in de algemene bevolking ook deels zichtbaar, maar vaak kleiner (CBS, 2023). In hoeverre de relatief slechtere gezondheid onder vrouwen bij Oekraïense vluchtelingen gerelateerd is aan zorgen over hun mannelijke partners en familieleden in Oekraïne, kan worden onderzocht in toekomstige studies.

6.5

Het zorggebruik in Nederland ligt relatief laag Ondanks de relatief hoge prevalentie van gezondheidsproblemen ligt het zorggebruik in Nederland onder Oekraïense vluchtelingen lager dan onder de algemene bevolking (vergeleken met de meest recente cijfers over 18-plussers uit 2023; CBS, 2023) en Syrische vluchtelingen (vergeleken met de meest recente cijfers uit 2022; Kuijpers & Uiters, 2023). Dit is gemeten door te vragen of zij voor zichzelf het afgelopen jaar in Nederland contact hebben gehad met een huisarts, een medisch specialist in een ziekenhuis, een tandarts, en een psycholoog/psychiater. Van de Oekraïense vluchtelingen heeft 56% contact gehad met een huisarts, terwijl dit onder de algemene bevolking 69% was en onder Syrische vluchtelingen 75%. Contact met een tandarts vond plaats bij 41% van de Oekraïense vluchtelingen; bij de algemene bevolking was dit 81% en bij Syrische vluchtelingen 74%. Slechts 6% van de Oekraïense vluchtelingen heeft contact gehad met een psycholoog/psychiater. Dit is minder dan de algemene bevolking (11%) en Syrische vluchtelingen (9%). Het contact met een medisch specialist in een ziekenhuis onder Oekraïense vluchtelingen (40%) wijkt niet duidelijk af van dat onder de algemene bevolking (43%) en Syrische vluchtelingen (42%). Ten slotte heeft een deel van de Oekraïense vluchtelingen het afgelopen jaar gebruikgemaakt van zorg in Oekraïne.

Van de ondervraagden heeft 27% voor zichzelf in Oekraïne contact gehad met een huisarts, 29% met een tandarts, 25% met een medisch specialist in een ziekenhuis, en 7% met een psycholoog/psychiater. Het zorggebruik in Nederland van Oekraïense vluchtelingen ligt over het algemeen dus onder dat van de algemene bevolking en Syrische vluchtelingen. Hierbij is het goed om op te merken dat het zorggebruik deels anders is in Oekraïne ten opzichte van Nederland. Zo suggereert eerder onderzoek dat in Oekraïne personen de huisarts vaak overslaan omdat zij gewend zijn bij klachten direct contact op te nemen met een specialist (Koudijs & Smal, 2022). Bovendien rapporteert eerder onderzoek dat de psychische gezondheid in Oekraïne relatief laag is maar dat er stigma’s rusten op psychosociale klachten en zorggebruik daarbij (World Health Organisation, 2020). Andere redenen die in de onderzoeksliteratuur worden aangedragen voor de mismatch onder Oekraïense vluchtelingen tussen de hoge prevalentie van gezondheidsproblemen en het lage gebruik van Nederlandse zorg voor deze problemen zijn bijvoorbeeld onbekendheid met het Nederlandse zorgsysteem, taalbarrières, en capaciteitsproblemen in de zorg (Otten et al., 2023).

Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum

Memorandum 2024-1 | 42 Memorandum 2024-1 | 42

7

Sociale contacten en taal Vardan Barsegyan Sociale contacten zijn van belang voor het mentaal welzijn en sociaaleconomische positie (Obukhova & Lan, 2013; Umberson & Montez, 2010). Daarom is het hebben van (goede) sociale contacten belangrijk, en vooral voor mensen uit kwetsbare groepen, zoals vluchtelingen (Kanas et al., 2011). We maken een onderscheid tussen sociale contacten met Nederlanders en sociale contacten met Oekraïners, omdat deze om verschillende redenen nuttig kunnen zijn. Contacten met Nederlanders kunnen helpen bij het beter navigeren in de ontvangende samenleving, bijvoorbeeld bij het vinden van werk. Contacten met Oekraïners kunnen bijvoorbeeld het mentale welzijn verbeteren.

7.1

Nederlandse taalbeheersing beperkt, vooral onder ouderen Het beheersen van de Nederlandse taal is belangrijk om sterke connecties met Nederlanders op te bouwen. We zien echter dat iets meer dan de helft van de Oekraïense vluchtelingen aangeeft geen Nederlands te spreken. Het gemiddelde cijfer dat Oekraïners zichzelf geven voor hun Nederlandse taalvaardigheid is een 2,2 (op een schaal van 1 tot 10; Van Enk et al., 2024). Figuur 7.1 laat zien dat ouderen zichzelf een lager taalcijfer geven. Figuur 7.1

Gemiddeld taalcijfer uitgesplitst naar leeftijd

10 8 6 4

3,0 2,1

2

1,9

1,3

0 15-24 jaar

25-44 jaar

45-64 jaar

65+ jaar

Als we naar het gemiddelde taalcijfer per opleidingscategorie kijken (figuur 7.2), dan zien we een interessant resultaat: Oekraïense vluchtelingen met basisonderwijs geven zichzelf een hoger taalcijfer dan mensen die andere opleidingen hebben gevolgd. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat Oekraïners die een universitaire opleiding hebben gevolgd minder investeren in het leren van Nederlands omdat zij al goed Engels spreken. Dit zien we inderdaad terug in de gegevens: 31,2% van de Oekraïners met maximaal basisonderwijs spreekt geen Engels, terwijl dit slechts 14,5% is onder Oekraïners met een universitaire opleiding. Kijken we naar de hele groep, dan zien we dat ongeveer 7 op de 10 Oekraïners Engels spreken (op verschillende niveaus). Gezien de zeer beperkte beheersing van het Nederlands in de groep, is Engelse taalvaardigheid van groot belang om de weg te kunnen vinden in Nederland. Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum

Memorandum 2024-1 | 43 Memorandum 2024-1 | 43

Figuur 7.2

Gemiddeld taalcijfer uitgesplitst naar opleidingscategorie.

10 8

6 4

3,6 1,8

2

2,2

2,1

Hoger middelbaar en beroepsonderwijs

Hoger onderwijs

0 Basisonderwijs

Lager middelbaar onderwijs

We zien dat Oekraïners de Nederlandse taal graag beter zouden leren. Wanneer we vragen op welk gebied mensen behoefte hebben aan ondersteuning, is hulp bij het leren van de Nederlandse taal het meest gegeven antwoord (43%) (Van Enk et al., 2024). De volledige lijst met alle typen hulp die mogelijk waren om te kiezen, is te vinden in een recent gepubliceerde factsheet (Van Enk et al., 2024).

7.2

Veel sociale contacten met Oekraïners, minder met Nederlanders De beperkte beheersing van de Nederlandse taal kan consequenties hebben voor sociale contacten met Nederlanders. Figuur 7.3 laat zien dat slechts 57% van de Oekraïense vluchtelingen wekelijks of vaker contact heeft met Nederlandse buren, vrienden of kennissen; en dat 20% van Oekraïners nooit of minder dan een paar keer per jaar contact heeft met Nederlanders. In vergelijking met Syrische vluchtelingen kort na hun aankomst, hebben Oekraïners iets minder frequente contacten met Nederlanders (ongeveer 11 procentpunten minder; Nooitgedagt, 2023). Mogelijk komt dit ook doordat veel Oekraïners nog in gemeentelijke opvanglocaties verblijven (67%). Lees meer over de woonsituatie van Oekraïense vluchtelingen in hoofdstuk 4 van dit rapport. Figuur 7.3 laat ook zien dat 91% van de Oekraïners wekelijks of vaker contact heeft met Oekraïense buren, vrienden of kennissen. In vergelijking met Syrische vluchtelingen kort na hun aankomst, hebben Oekraïners veel meer contacten binnen de eigen groep (ongeveer 30 procentpunten hoger; Nooitgedagt, 2023). Dit komt waarschijnlijk mede doordat veel Oekraïners in gemeentelijke opvanglocaties verblijven waar alleen mensen met de Oekraïense nationaliteit zijn ondergebracht, terwijl Syriërs al zelfstandig in Nederlandse gemeentes woonden.

Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum

Memorandum 2024-1 | 44 Memorandum 2024-1 | 44

Figuur 7.3

Frequentie contact met Oekraïners en met Nederlanders.

Met Oekraïners

73%

Met Nederlanders

26%

0% Elke dag

7.3

18%

31%

20% Elke week

40% Elke maand

15%

60%

9%

2% 6% 1%

20%

80%

Een paar keer per jaar

100% Nooit

Meer contact met Nederlanders gewenst Hoewel Oekraïense vluchtelingen nog niet veel sociale contacten hebben met Nederlanders, staan ze daar over het algemeen wel voor open. Bijna 62% van de Oekraïners zou meer contact willen hebben met Nederlanders. Dit geldt vooral voor mensen die nu nog weinig contact hebben met Nederlanders (figuur 7.4). Figuur 7.4

De wens naar meer contact met Nederlanders uitgesplitst naar contactfrequentie 0%

20%

Elke dag

40%

60%

56%

Elke week

63%

Elke maand

60%

Een paar keer per jaar

67%

Nooit

65%

Ja

Zo is het goed

80%

100%

41%

2%

36% 36% 26% 20%

1% 4% 6% 15%

Nee, liever niet

Als we kijken naar de verdeling per opleidingscategorieën en leeftijd, zien we dat Oekraïners met een opleiding op universitair niveau en van middelbare leeftijd iets vaker contact willen met Nederlanders (figuur 7.5).

Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum

Memorandum 2024-1 | 45 Memorandum 2024-1 | 45

Figuur 7.5

De wens naar meer contact met Nederlanders uitgesplitst naar opleidingscategorie en leeftijd 66%

4%

57%

36%

6%

Lager middelbaar onderwijs

60%

36%

5%

Basisonderwijs

47%

65+ jaar

51%

13%

41%

7%

66%

30%

4%

25-44 jaar

64%

32%

4%

53% 0%

Ja

40%

45-64 jaar

15-24 jaar

7.4

30%

Hoger middelbaar en beroepsonderwijs

Leeftijd

Opleiding

Hoger onderwijs

Zo is het goed

20%

38% 40%

60%

80%

9% 100%

Nee, liever niet

Relatief veel sociale eenzaamheid Het is belangrijk om genoeg mensen te kennen bij wie je terecht kunt met problemen, die je volledig vertrouwt of waar je je mee verbonden voelt. Wanneer zulke mensen ontbreken, spreken we van sociale eenzaamheid. We zien dat 45% van de Oekraïense vluchtelingen sterk sociaal eenzaam is, wat hoger ligt dan onder de algemene Nederlandse bevolking. Zo’n 27% van de Nederlandse inwoners die buiten Nederland zijn geboren, is sterk sociaal eenzaam, terwijl dit geldt voor 12% van de inwoners zonder migratieachtergrond (CBS, 2024a). Jongvolwassen Oekraïense vluchtelingen (25-44 jaar) zijn het vaakst sociaal eenzaam (figuur 7.6a). Dit is ook het geval binnen de Nederlandse bevolking (ibid.). Oekraïners met een universitaire opleiding ervaren eveneens vaak sociale eenzaamheid (figuur 7.6b). Figuur 7.6a Sterke sociale eenzaamheid uitgesplitst naar leeftijd 100% 80% 60% 40%

49% 40%

44% 33%

20% 0% 15-24 jaar

25-44 jaar

Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum

45-64 jaar

65+ jaar

Memorandum 2024-1 | 46 Memorandum 2024-1 | 46

Figuur 7.6b Sterke sociale eenzaamheid uitgesplitst naar opleidingscategorie 100% 80% 60% 40%

40%

43%

40%

Basisonderwijs

Lager middelbaar onderwijs

Hoger middelbaar en beroepsonderwijs

47%

20% 0%

Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum

Hoger onderwijs

Memorandum 2024-1 | 47 Memorandum 2024-1 | 47

8

Discriminatie en institutioneel vertrouwen Vardan Barsegyan Nederland is een rechtsstaat. Dit betekent dat iedereen gelijk is voor de wet en dat iedereen gelijkwaardig moet worden behandeld. Het is problematisch voor de rechtsstaat als bepaalde groepen, zoals vluchtelingen, zich gediscrimineerd voelen of weinig vertrouwen hebben in Nederlandse instituties, zoals de regering of rechters.

8.1

Een op de zes ervoer discriminatie door Nederlanders Oekraïense vluchtelingen hebben soms negatieve ervaringen in Nederland. Bijna 15% van de Oekraïners geeft aan dat ze zelf weleens zijn gediscrimineerd door Nederlanders (figuur 8.1). Dit percentage ligt vijf procentpunten hoger dan bij Syriërs in 2017 (kort na hun aankomst) (Nooitgedagt, 2023). Het aandeel Oekraïense vluchtelingen dat zich gediscrimineerd voelt, is echter vergelijkbaar met dat onder andere groepen uit Oost-Europa: Bulgaren (14%), Russen (14%) en Roemenen (12%), gemeten voordat de oorlog begon (Akkermans en Kloosterman, 2022). Jongere Oekraïners voelen zich iets meer gediscrimineerd dan oudere. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat jonge Oekraïners vaker participeren in de samenleving of een grotere druk ervaren om te integreren (in bredere zin), terwijl dergelijke verwachtingen voor oudere vluchtelingen minder sterk zijn. Figuur 8.1

Ervaren discriminatie door Nederlanders uitgesplitst naar leeftijd

Totaal

85%

65+ jaar

95%

5%

45-64 jaar

88%

12%

25-44 jaar

85%

15%

15-24 jaar

81% 0%

20% (Bijna) nooit

8.2

15%

40%

19% 60%

80%

100%

Af en toe en (zeer) vaak

Vier op de tien ervaart institutionele discriminatie Vervolgens kijken we naar discriminatie door instituties of in bepaalde institutionele contexten: door de gemeente of overheid, door de politie, op de woningmarkt, op het werk, op de studie, en in de zorg. Ongeveer 40% van Oekraïense vluchtelingen voelt zich (zelden, soms of vaak) gediscrimineerd in ten minste een van deze institutionele contexten. Vrouwen en jongere Oekraïners ervaren vaker institutionele discriminatie

Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum

Memorandum 2024-1 | 48 Memorandum 2024-1 | 48

dan mannen en ouderen (figuur 8.2). Discriminatie op het werk wordt het vaakst genoemd (26%), door de politie het minst (6%). Dit is vergelijkbaar met de bevindingen onder Syrische vluchtelingen (Nooitgedagt, 2023). Figuur 8.2

Ervaren discriminatie door instituties uitgesplitst naar geslacht en leeftijd

Leeftijd

65+ jaar

85%

45-64 jaar

65%

25-44 jaar

12%

56%

15-24 jaar

Geslacht

6% 5%4%

17%

52%

Vrouwen

19%

58%

Mannen 0%

20% Nooit

16% 40%

Zelden

Soms

18% 19%

15%

62%

15%

60%

18% 15% 80%

7% 9% 10% 9% 7% 100%

(Heel) vaak

Interessant is dat Oekraïners met een universitaire opleiding het vaakst institutionele discriminatie ervaren (figuur 8.3). Deze bevinding komt overeen met de integratieparadox die stelt dat migranten, inclusief vluchtelingen, die hoger onderwijs hebben gevolgd, kritischer kunnen zijn over de ontvangende samenleving omdat ze discriminatie beter herkennen en zich meer bewust zijn van hun nadelige sociale positie (Verkuyten, 2016). Tegelijkertijd zien we geen grote verschillen in ervaren discriminatie door Nederlanders tussen mensen met verschillende opleidingsniveaus.

Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum

Memorandum 2024-1 | 49 Memorandum 2024-1 | 49

Figuur 8.3

Ervaren discriminatie door instituties uitgesplitst naar opleidingsniveau

Hoger onderwijs

55%

Hoger middelbaar en beroepsonderwijs

62%

Lager middelbaar onderwijs

8.3

20%

40%

Zelden

Soms

(Heel) vaak

18%

10%

6%

12% 13% 5%

63%

0%

18%

14%

70%

Basisonderwijs

Nooit

17%

18%

60%

14% 5%

80%

100%

Veel vertrouwen in Nederlandse instituties Ondanks de ervaren institutionele discriminatie heeft de meerderheid van de Oekraïners (veel) vertrouwen in Nederlandse instituties (figuur 8.4). Meer dan 91% van de Oekraïense vluchtelingen heeft vertrouwen in rechters, de regering, de politie, en gemeentes. Iets minder mensen hebben vertrouwen in de media. Deze cijfers zijn vergelijkbaar met die onder Syrische vluchtelingen, en veel hoger dan die voor de algemene bevolking (61,2%) (Nooitgedagt, 2023; CBS, 2024i). Oudere Oekraïners hebben meer vertrouwen in instituties dan jongeren. Dit patroon is ook zichtbaar onder Syrische vluchtelingen (Noyon & Maliepaard, 2020).

Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum

Memorandum 2024-1 | 50 Memorandum 2024-1 | 50

Figuur 8.4 100%

Vertrouwen in instituties uitgesplitst naar leeftijd 95%96%98% 91%

97%98% 94% 90%

Rechters

Regering

90% 80%

91%89% 83% 78%

70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% 15-24 jaar 100% 90%

88%

91%

25-44 jaar 93%

98%

Media

45-64 jaar 92%

65+ jaar 95%

95%

99%

80% 70% 60% 50% 40% 30% 20%

10% 0% Gemeente 15-24 jaar

25-44 jaar

Politie 45-64 jaar

65+ jaar

Noot: het percentage van de Oekraïense vluchtelingen dat (veel) vertrouwen heeft in Nederlandse instituties.

8.4

Positief beeld van omgang met migranten in Nederland Ten slotte kijken we naar de opvattingen van Oekraïense vluchtelingen over het maatschappelijk klimaat in Nederland ten aanzien van migranten. In vergelijking met de positie van Syriërs is de positie van Oekraïners onzekerder. We verwachtten daarom dat zij minder positief zouden zijn over het maatschappelijk klimaat. Figuur 8.5 toont de resultaten in vergelijking met Syrische vluchtelingen kort na hun aankomst (Dagevos & Miltenburg, 2020). Hoewel Oekraïners inderdaad wat minder positief zijn over het maatschappelijk klimaat vergeleken met Syriërs, is het beeld van omgang met migranten in Nederland wel positief en zijn de verschillen beperkt.

Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum

Memorandum 2024-1 | 51 Memorandum 2024-1 | 51

Figuur 8.5

Opvattingen over het maatschappelijk klimaat in Nederland ten aanzien van migranten

91%

Nederland staat open voor andere culturen

97%

90%

Nederland is een gastvrij land voor migranten

95%

85%

In Nederland worden je rechten als migrant gerespecteerd

95%

66%

In Nederland krijg je als migrant alle kansen

74%

0% Oekraïense vluchtelingen

Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum

20%

40%

60%

80%

100%

Syrische vluchtelingen

Memorandum 2024-1 | 52 Memorandum 2024-1 | 52

Literatuur Adviesraad Migratie (2023). De prijs van tijdelijkheid. Perspectief voor Oekraïense ontheemden in Nederland. Adviesraad Migratie. Akkermans, M., & Kloosterman, R. (2022). Gediscrimineerd gevoeld? Statistische Trends. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Geraadpleegd op 27 augustus 2024, van https://www.cbs.nl/nl-nl/longread/statistischetrends/2022/gediscrimineerd-gevoeldBakker, L. & Dagevos, J. (2017). Sociale integratie of segregatie? Ontwikkelingen in de sociale contacten van asielmigranten. In M. Maliepaard, B. Witkamp, R. Jennissen (Reds). Een kwestie van tijd. De integratie van asielmigranten: een cohortonderzoek (pp. 63-76). WODC. Berwick, D. M., Murphy, J. M., Goldman, P. A., Ware Jr, J. E., Barsky, A. J., & Weinstein, M. C. (1991). Performance of a five-item mental health screening test. Medical care, 169-176. Brücker, H., Ette, A., Grabka, M. M., Kosyakova, Y., Niehues, W., Rother, N., Spieß, C. K., Zinn, S., Bujard, M., Cardozo, A., Décieux, J. P., Maddox, A., Milewski, N., Sauer, L., Schmitz, S., Schwanhäuser, S., Siegert, M., Steinhauer, H., & Tanis, K. (2023). Ukrainian Refugees in Germany: Evidence from a Large Representative Survey. Comparative Population Studies, 48, 395-424. CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek). (2022). Eenzaamheid; persoonskenmerken.

Geraadpleegd op 27 augustus 2024, van https://www.cbs.nl/nlnl/cijfers/detail/85766NED?dl=9C37E CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek) (2023). Gezondheid en zorggebruik; persoonskenmerken. Geraadpleegd op 22 juli 2024, van: https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/85454NED/table. CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek). (2024a). 1 op de 10 mensen sterk eenzaam in 2023. Geraadpleegd op 1 oktober 2024, van https://www.cbs.nl/nlnl/nieuws/2024/39/1-op-de-10-mensen-sterk-eenzaam-in-2023 CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek) (2024b). Arbeidsdeelname; kerncijfers seizoengecorrigeerd. Geraadpleegd op 8 oktober 2024, via https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/85224NED/table?dl=ABA1D CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek) (2024c). Beroepsbevolking. Geraadpleegd op 8 oktober 2024, via https://www.cbs.nl/nl-nl/visualisaties/dashboardberoepsbevolking/beroepsbevolking CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek) (2024d). Beroepsniveaus. Geraadpleegd op 8 oktober 2024, via https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2023/44/arbeidsparticipatiehoger-bij-goede-beheersing-nederlands/beroepsniveau CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek) (2024e). Consumentenvertrouwen; kenmerken huishouden. Geraadpleegd op 8 oktober 2024, via https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/83977NED/table?ts=1729004614714 CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek) (2024f). Dashboard asiel en integratie.

Geraadpleegd op 8 oktober 2024, via https://dashboards.cbs.nl/v5/asielenintegratie/

Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum

Memorandum 2024-1 | 53 Memorandum 2024-1 | 53

CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek) (2024g). International Standard CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek) (2024h). Leeftijdsverdeling. Geraadpleegd op 8 oktober 2024, via https://www.cbs.nl/nl-nl/visualisaties/dashboardbevolking/leeftijd/bevolking CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek). (2024i). Monitor Brede Welvaart & de Sustainable Development Goals. Geraadpleegd op 27 augustus 2024, van https://www.cbs.nl/-/media/cbs/infographics/monitor-bredewelvaart/2024/samenvatting-mbw-2024.pdf CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) (2024j). Netto-arbeidsparticipatie. Geraadpleegd op 8 oktober 2024, via https://www.cbs.nl/nl-nl/onzediensten/methoden/begrippen/netto-arbeidsparticipatie CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) (2024k). Werkzame beroepsbevolking; positie in de werkkring. Geraadpleegd op 8 oktober 2024, https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/85278NED/table?dl=A36C0 CBS (Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (z.d.a). Huisvesting van statushouders. Geraadpleegd op 2 oktober 2024 via https://www.coa.nl/nl/huisvesting-vanstatushouders. Classification of Occupations (ISCO). Geraadpleegd op 8 oktober 2024, via https://www.cbs.nl/nl-nl/onze-diensten/methoden/classificaties/onderwijs-enberoepen/beroepenclassificatie--isco-en-sbc--/international-standard-classificationof-occupations--isco-COA (Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers) (z.d.b).

Opvang in verschillende soorten asielzoekerscentra. Geraadpleegd op 2 oktober 2024 via https://www.coa.nl/nl/opvang-verschillende-soorten-asielzoekerscentra COA (Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers) (z.d.c). Vertrouwen in mensen en in organisaties; persoonskenmerken. Geraadpleegd op 8 oktober 2024 via https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/85533NED/table?searchKeywords=vertr ouwen Dagevos, J., Huijnk, W., & Miltenburg, E. (Reds.) (2018). Syriërs in Nederland. Een studie over hun eerste jaren in Nederland. Sociaal en Cultureel Planbureau. Dagevos, J., Miltenburg, E. (2020). Discriminatie en acceptatie. In J. Dagevos, E. Miltenburg, M. de Mooij, D. Schans, E. Uiters, A. Wijga (Red.), Syrische statushouders op weg in Nederland De ontwikkeling van hun positie en leefsituatie (pp. 178-185). Sociaal en Cultureel Planbureau. Geraadpleegd op 16 oktober 2024, van https://digitaal.scp.nl/syrische-statushouders-op-weg-innederland/discriminatie-en-acceptatie/ De Jong Gierveld, J., & Van Tilburg, T. (2006). A 6-Item Scale for Overall, Emotional, and Social Loneliness: Confirmatory Tests on Survey Data. Research on Aging, 28(5), 582-598. Geraadpleegd op 8 oktober 2024 via https://doi.org/10.1177/0164027506289723 Eldik, I. van, Jordaan, M., Lankreijer, B., & Sapulete, S. (2023). Derde Monitor Taalonderwijs volwassen Oekraïense ontheemden. Berenschot.

Gedownload van https://www.telmeemettaal.nl/documenten/rapporten/2023/12/19/onderzoeksrapp ort-derde-monitor-taalonderwijs-volwassen-oekraiense-ontheemden Enk, B. van, Negash, S.M., Otten, K.D., Barsegyan, V.M., Noyon, S.M., Maliepaard, M., & Schans, D. (2024). Oekraïense vluchtelingen in Nederland Representatieve cijfers over hun welzijn en positieverwerving. WODC. Eurofound & European Union Agency for Fundamental Rights (FRA) (2023). Barriers to employment of displaced Ukrainians (Eurofound research paper. Publishing Office of the European Union). https://www.eurofound.europa.eu/system/files/202306/ef23015en_0.pdf

Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum

Memorandum 2024-1 | 54 Memorandum 2024-1 | 54

Expertisecentrum Europees Recht (z.d.). Tijdelijke beschermingsrichtlijn. Geraadpleegd op 12 augustus 2024 via https://ecer.minbuza.nl/ecer/dossiers/asielen-immigratie/gemeenschappelijk-asielbeleid/tijdelijke-beschermingsrichtlijn Fairwork (2023). Oekraïense vluchtelingen benadeeld en uitgebuit in Nederland. Geraadpleegd 20 september 2024 via https://www.fairwork.nu/2023/03/22/oekraiense-vluchtelingen-benadeeld-enuitgebuit-in-nederland/ Gijsberts, M., & Lubbers, M. (2013). Nieuw in Nederland: Het leven van recent gemigreerde Bulgaren en Polen [Rapport]. Sociaal en Cultureel Planbureau. Gruijter, M. de, Acherrat, F., Shaidrova, M., Kozak, T., & Kool, T. (2024). Hoe gaat het met Oekraïense vluchtelingen op de arbeidsmarkt? Ervaringen en lessen. Verwey Jonker Instituut. Huijnk, W. (2018). Werk, bijstand en de ervaren financiële situatie. In J. Dagevos, W. Huijnk, M. Maliepaard, & E. Miltenburg (Eds.), Syriërs in Nederland: Een studie over de eerste jaren van hun leven in Nederland (pp. 113-129) [Rapport]. Sociaal en Cultureel Planbureau. IND (z.d.). Asiel onbepaalde tijd aanvragen in Nederland. Geraadpleegd op 23 september 2024 via https://ind.nl/nl/verblijfsvergunningen/asiel/asiel-onbepaaldetijd-in-nederland-aanvragen IND (2024). Richtlijn Tijdelijke Bescherming Oekraïne.

Geraadpleegd op 12 augustus 2024 via https://ind.nl/nl/oekraine/richtlijn-tijdelijke-bescherming-oekraine Institute for the Study of War (2024). Ukraine Conflict Updates. Geraadpleegd op 19 september 2024 via https://storymaps.arcgis.com/stories/36a7f6a6f5a9448496de641cf64bd375 Kanas, A., van Tubergen, F., & van der Lippe, T. (2011). The role of social contacts in the employment status of immigrants: A panel study of immigrants in Germany. International Sociology, 26(1), 95-122. https://doi.org/10.1177/0268580910380977 Kok, S., Pronk, A., Pucek, K., Deen, B., Sie Dhian Ho, M., & Stevenhagen, S. (2024). Beschermingsopdracht Oekraïense ontheemden in Nederland. De toekomstdiscussie dient zich aan. Gedownload op 23 oktober 2024 via https://www.clingendael.org/publication/oekraiense-ontheemden-nederlandtoekomstdiscussie-dient-zich-aan. Koudijs, H. & Smal, E. (2022). In goede handen? Een verkenning naar de gezondheid van en kwaliteit van zorg voor Oekraïense vluchtelingen in Nederland. Pharos. Kromhout, J., & Souren, M. (2024). Arbeidsduur: hoeveel uren werken mensen in Nederland? Centraal Bureau voor de Statistiek. https://www.cbs.nl/nlnl/longread/diversen/2024/arbeidsduur-hoeveel-uren-werken-mensen-innederland-?onepage=true#c-1--Inleiding Kuijpers, T., & Uiters, E. (2023). Gezondheid. In M. Maliepaard, S. Negash, J. Dagevos, Nooitgedagt, W., Kuijpers, T., & Ruiters, E.

(Eds.), Navigeren in een nieuwe samenleving: De ontwikkeling van de positie en leefsituatie van Syrische Nederlanders. WODC. Mack, A., Velseboer, J., & Witvliet, M. (2023). Oekraïense vluchtelingen op de arbeidsmarkt. Regioplan. Maliepaard, M., Witkamp, B., & Jennissen, R. (Reds.) (2017). Een kwestie van tijd? De integratie van asielmigranten, een cohortonderzoek. WODC. Maliepaard, M., Meer, M. van der, Noyon, S.M., & Schans, D. (2018). Migratie in Beeld. WODC.

Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum

Memorandum 2024-1 | 55 Memorandum 2024-1 | 55

Maliepaard, M. & Schans, D. (2018). Op de vlucht. In J. Dagevos, W. Huijnk, M. Maliepaard, & E. Miltenburg (Eds.), Syriërs in Nederland: Een studie over de eerste jaren van hun leven in Nederland (pp. 53-67). Sociaal en Cultureel Planbureau. https://www.scp.nl/binaries/scp/documenten/publicaties/2018/06/01/syriers-innederland/Syri%C3%ABrs+in+Nederland_WEB_DEF.pdf Maliepaard, M., Negash, S., Dagevos, J., Kuijpers, T., Uiters, E., Van Dijke, R., & Nooitgedagt, W. (2023). Navigeren in een nieuwe samenleving: De ontwikkeling van de positie en leefsituatie van Syrische Nederlanders. WODC. https://repository.wodc.nl/handle/20.500.12832/3297 Miltenburg, E. & Dagevos, J. (2018). Onderwijs. In J. Dagevos, W. Huijnk, M. Maliepaard, & E. Miltenburg (Eds.), Syriërs in Nederland: Een studie over de eerste jaren van hun leven in Nederland (pp. 95-112). Sociaal en Cultureel Planbureau. https://www.scp.nl/binaries/scp/documenten/publicaties/2018/06/01/syriers-innederland/Syri%C3%ABrs+in+Nederland_WEB_DEF.pdf Nooitgedagt, W. (2023). In- en uitsluiting. In M. Maliepaard, S. Negash, J. Dagevos, N. Nooitgedagt, T. Kuijpers & E. Uiters (Red.), Navigeren in een nieuwe samenleving: De ontwikkeling van de positie en leefsituatie van Syrische Nederlanders (pp. 1418). WODC. Geraadpleegd op 27 augustus 2024, van https://repository.wodc.nl/handle/20.500.12832/3297 Noyon, S., & Maliepaard, M. (2020).

Vertrouwen in Nederlandse instanties. In J. Dagevos, E. Miltenburg, M. de Mooij, D. Schans, E. Uiters & A. Wijga (Red.), Syrische statushouders op weg in Nederland: De ontwikkeling van hun positie en leefsituatie (pp. 158-161). Sociaal en Cultureel Planbureau. Geraadpleegd op 1 oktober 2024, van https://digitaal.scp.nl/syrische-statushouders-op-weg-innederland/ Nuffic (z.d.). Oekraïne. Geraadpleegd op 8 oktober 2024, van https://www.nuffic.nl/onderwijssystemen/oekraine Obukhova, E., & Lan, G. (2013). Do job seekers benefit from contacts? A direct test with contemporaneous searches. Management Science, 59(10), 2204–2216. https://doi.org/10.1287/mnsc.1120.1701 OECD (2024). Strengthening the human capital of forcibly displaced persons in and from Ukraine: Background note for the Ukraine Recovery Conference 2024 [Rapport]. OECD Policy Responses on the Impacts of the War in Ukraine. https://doi.org/10.1787/9afedf7c-en. Otten, K.D., Barsegyan, V.M., & Maliepaard, M. (2023). Oekraïense vluchtelingen: een eerste scan van de literatuur. WODC. Porter, M., & Haslam, N. (2005). Predisplacement and postdisplacement factors associated with mental health of refugees and internally displaced persons: a metaanalysis. Jama, 294(5), 602-612. RefugeeHelp (2024a). Je hebt recht op zorg via de RMO.

Geraadpleegd op 17 september 2024 via https://www.refugeehelp.nl/nl/ukrainianrefugee/article/100084-je-hebt-recht-op-zorg-via-de-rmo RefugeeHelp (2024b). Leefgeld als je gevlucht bent uit Oekraïne. Geraadpleegd op 17 september 2024 via https://www.refugeehelp.nl/nl/ukrainianrefugee/article/100051-leefgeld-als-je-gevlucht-bent-uit-oekraine RefugeeHelp (2024c). Tijdelijke Bescherming aanvragen als gezinslid. Geraadpleegd op 8 oktober 2024, via https://www.refugeehelp.nl/nl/ukrainianrefugee/article/100043-tijdelijke-bescherming-aanvragen-als-gezinslid

Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum

Memorandum 2024-1 | 56 Memorandum 2024-1 | 56

Rijksoverheid (z.d.a). Hoe is de gezondheidszorg van asielzoekers geregeld? Geraadpleegd op 17 september 2024 via https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/asielbeleid/vraag-enantwoord/gezondheidszorg-asielzoekers Rijksoverheid (z.d.b). Mogen asielzoekers werken? Geraadpleegd op 17 september 2024 via https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/asielbeleid/vraag-enantwoord/mogen-asielzoekers-werken Rijksoverheid (z.d. c). Wet inburgering 2021. Geraadpleegd op 2 oktober 2024 via https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/inburgeren-in-nederland/nieuwe-wetinburgering. Rijksoverheid (z.d. c). Werk en inkomen voor vluchtelingen uit Oekraïne. Geraadpleegd 2 oktober 2024 via https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/opvang-vluchtelingen-uitoekraine/werk-en-inkomen Rijksoverheid (2023). Asielzoekers mogen meer dan 24 weken per jaar werken. Geraadpleegd op 27 augustus 2024 via https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2023/11/29/asielzoekers-mogenmeer-dan-24-weken-per-jaar-werken. Rijksoverheid (2024a). Cijfers opvang vluchtelingen uit Oekraïne in Nederland. Geraadpleegd op 20 september 2024 via https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/opvang-vluchtelingen-uitoekraine/cijfers-opvang-vluchtelingen-uit-oekraine-in-nederland Rijksoverheid (2024b). QA’s Mobilisatiewet voor Oekraïense mannen tussen de 18 en 60 jaar die tijdelijke bescherming hebben of zoeken in Nederland.

Geraadpleegd op 8 oktober 2024, via https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/publicaties/2024/0 7/09/qa-s-mobilisatiewet-voor-oekraiense-mannen-tussen-de-18-en-60-jaar-dietijdelijke-bescherming-hebben-of-zoeken-in-nederland/mobilisatie-n-a-vbesluitvorming-ontheemden-nederlands.pdf Rijksoverheid (2024c). Verlenging Richtlijn Tijdelijke Bescherming tot en met 4 maart 2026. Geraadpleegd op 23 september 2024 via https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2024/06/25/verlenging-richtlijntijdelijke-bescherming-tot-en-met-4-maart-2026 RIVM (2022). Corona Gezondheidsmonitor; bevolking 18 jaar of ouder, regio, 2022’. Geraadpleegd op 22 juli 2024, van: https://statline.rivm.nl/#/RIVM/nl/dataset/50119NED/table. Rusinovic, K., & Jonker, D. (2023). Particuliere opvang Oekraïners noodzakelijk én waardevol alternatief. Sociale Vraagstukken. https://www.socialevraagstukken.nl/particuliere-opvang-oekrainers-noodzakelijken-waardevol-alternatief/ Schellingerhout, R. (2011). Ervaren gezondheid, leefstijl en zorggebruik. In E. Dourleijn & J. Dagevos (Reds.) Vluchtelingengroepen in Nederland. Over de integratie van Afghaanse, Iraakse, Iraanse en Somalische migranten. (Pp. 142164). Sociaal en Cultureel Planbureau. Silva, M., Loureiro, A., & Cardoso, G. (2016). Social determinants of mental health: a review of the evidence. The European Journal of Psychiatry, 30(4), 259-292.

Spijkerman, A., & Uiters, E. (2020). Psychische gezondheid. In J. Dagevos et al. (Reds.) Syrische statushouders op weg in Nederland: De ontwikkeling van hun positie en leefsituatie. Sociaal en Cultureel Planbureau. Spörlein, C., Kristen, C., Schmidt, R., & Welker, J. (2020). Selectivity profiles of recently arrived refugees and labour migrants in Germany. Soziale Welt, 71(1-2), 54-89. https://doi.org/10.5771/0038-6073-2020-1-2-54

Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum

Memorandum 2024-1 | 57 Memorandum 2024-1 | 57

Umberson, D., & Montez, J. K. (2010). Social relationships and health: A flashpoint for health policy. Journal of Health and Social Behavior, 51(Suppl), S54–S66. https://doi.org/10.1177/0022146510383501 UNHCR (2024). Ukraine Refugee Situation. Geraadpleegd op 9 augustus 2024 via https://data.unhcr.org/en/situations/ukraine United Nations Populations Fund [UNFPA] (2024). World Population Dashboard Ukraine. Geraadpleegd op 8 oktober 2024, https://www.unfpa.org/data/worldpopulation/UA Van Tubergen, F., Kogan, I., Kosyakova, Y., & Pötzschke, S. (2023). Self-selection of Ukrainian refugees and displaced persons in Europe. Journal of Refugee Studies, 37(1), https://doi.org/10.1093/jrs/fead089 Verkuyten, M. (2016). The integration paradox: Empirical evidence from the Netherlands. American Behavioral Scientist, 60(5–6), 583–596. https://doi.org/10.1177/0002764216632838 VluchtelingenWerk (2024). Hoe zit het nou écht: krijgen vluchtelingen alles gratis? Geraadpleegd op 17 september 2024 via https://www.vluchtelingenwerk.nl/nl/artikelen/nieuws/hoe-zit-het-nou-echtkrijgen-vluchtelingen-alles-gratis World Health Organisation (2020). Ukraine WHO Special Initiative for Mental Health Situational Assessment. Geraadpleegd op 19 september 2024, van https://www.who.int/publications/m/item/ukraine---who-special-initiative-formental-health.

Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum

Memorandum 2024-1 | 58 Memorandum 2024-1 | 58

Bijlage 1 Methodologische verantwoording Achtergrond en opzet Het voorliggende rapport baseert zich op gegevens uit een grootschalige en representatieve enquête, uitgevoerd in het kader van het Longitudinaal Onderzoek Cohort Oekraïense Vluchtelingen (LOCOV). Dit meerjarige onderzoeksproject wordt uitgevoerd door een samenwerkingsverband bestaande uit het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC), het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR) op aanvraag van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en het ministerie van Justitie en Veiligheid.7

De doelpopulatie en steekproef De doelpopulatie bestaat uit mensen met de Oekraïense nationaliteit die 15 jaar en ouder zijn, zich tussen 24 februari 2022 en 1 juli 2023 hebben gevestigd in Nederland en ingeschreven stonden in de Basisregistratie Personen (BRP) op 1 juli 2023. Mensen met meerdere nationaliteiten waarvan één Oekraïens is, behoren ook tot doelpopulatie, tenzij een van die nationaliteiten de Nederlandse nationaliteit is. Individuen uit deze populatie zijn via een enkelvoudige aselecte steekproef geselecteerd om benaderd te worden voor deelname aan de enquête. De steekproef is daarna nog een keer geactualiseerd op 1 november 2023, waarbij personen die tussen 1 juli en 1 november het land hebben verlaten of zijn overleden, zijn verwijderd. De daaruit resulterende bruto steekproef bestond uit 6.000 personen. Daarvan hebben in totaal 3.460 respondenten de survey volledig ingevuld, wat resulteert in een respons van 58%. De bevraagden konden de vragenlijst in het Oekraïens, Russisch en Nederlands invullen. De meeste respondenten hebben de survey in het Oekraïens ingevuld (63%) een aanzienlijk deel in het Russisch (36%) en een enkeling in het Nederlands (1%).

Het veldwerk Het veldwerk werd uitgevoerd door het onderzoeksbureau Labyrinth en vond plaats tussen 23 oktober 2023 en 25 februari 2024. De enquête werd sequentieel mixedmode aangeboden: respondenten kregen de mogelijkheid de vragenlijst online in te vullen (CAWI). Indien zij dit niet deden, werden ze thuis bezocht door een interviewer voor een face-to-face interview (CAPI). Van de respondenten heeft 75,6% de survey via CAWI ingevuld en 24,4% via CAPI. Het CBS heeft het surveybestand verrijkt met aanvullende gegevens van de respondenten op basis van registerdata. In het najaar van 2025 is een tweede wave voorzien, waarbij dezelfde groep Oekraïners die nu heeft deelgenomen aan het onderzoek en heeft aangegeven nog een keer bevraagd te willen worden, zal worden benaderd om een tweede vragenlijst in te vullen om te onderzoeken hoe hun situatie zich heeft ontwikkeld in de tussentijd. 7

Deze beschrijvende studie heeft dezelfde opzet als eerdere beschrijvende onderzoeken naar Syrische statushouders binnen het longitudinaal cohortonderzoek statushouders (LOCS). De inhoud van deze methodologische verantwoording is gebaseerd op de eerdere methodologische verantwoordingen uit het LOCS-project.

Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum

Memorandum 2024-1 | 59 Memorandum 2024-1 | 59

Weging Voor de beschrijvende analyses zijn weegfactoren gebruikt die door het CBS zijn aangeleverd. Deze weegfactoren corrigeren voor verschillen in insluitkansen en nonrespons, en hogen de netto steekproef op naar wat bekend is over de doelpopulatie aan de hand van zes achtergrondkenmerken. Hiermee kunnen op basis van de enquêtegegevens uitspraken worden gedaan over de hele populatie. De weging is uitgevoerd op basis van een additief weegmodel. Hiervoor zijn de volgende kenmerken gebruikt voor het berekenen van de gewichten: geslacht, leeftijd, burgerlijke staat (gebaseerd op de BRP), plaats in het huishouden, ProvinciePlusG4 (de provincies, waarbij de vier grootste gemeentes apart zijn genomen: Amsterdam, Den Haag, Utrecht en Rotterdam), vestigingsdatum in Nederland (24 februari - 30 juni 2022; 1 juli 2022 - 31 december 2022; 1 januari 2023 - 30 juni 2023) en stedelijkheid van de gemeente waar de respondent woont. Het minimale correctiegewicht is 0,383 en het maximale correctiegewicht is 1,653, met een mediaan correctiegewicht van 0,990. Dit betekent dat de meest ondervertegenwoordigde waarnemingen in de steekproef met 65,3% opgehoogd worden en de meest oververtegenwoordigde waarnemingen slechts voor 38,3% meetellen. Voor correctiegewichten geldt als vuistregel dat het maximum lager dan 3,5 maal de mediaan dient te zijn. Dat is met deze correctiegewichten ook het geval.

Over deze rapportage Voor deze publicatie is op een aantal thema’s gekeken naar de positie van Oekraïense vluchtelingen in Nederland: demografie, vluchtgeschiedenis, wonen, arbeidsmarktpositie, gezondheid, sociale contacten en taal en tot slot ervaren discriminatie. In deze studie worden de resultaten voor verschillende uitkomstmaten ook uitgesplitst naar een aantal achtergrondkenmerken om te onderzoeken of er verschillen zijn tussen subgroepen. Hierbij is gekeken naar de volgende kenmerken: geslacht (man/vrouw), leeftijd van de respondent (15-24 jaar, 25-44 jaar, 45-64 jaar, 65+), hoogst gevolgde opleiding bij aankomst in Nederland (maximaal basisonderwijs, lager middelbaar onderwijs, hoger middelbaar onderwijs en hoger onderwijs), aankomstdatum (eerste twintig weken na het uitbreken van de oorlog op 24 februari 2022; tweede twintig weken; derde twintig; na de zestigste week). Er is omwille van de leesbaarheid voor gekozen om niet alle uitkomstmaten en uitsplitsingen in het rapport op te nemen. Dit rapport bevat een door de onderzoekers gekozen selectie van bevindingen die het meest in het oog sprongen.

Toetsing Om te onderzoeken of subgroepen significant van elkaar verschillen, zijn verschillende toetsingsmethoden gebruikt. Voor het toetsen van een verschil in gemiddelden tussen subgroepen zijn bivariate OLS-regressiemodellen geschat om te bepalen of die verschillen statistisch significant zijn. Voor uitkomstvariabelen met twee categorieën zijn verschillen tussen subgroepen getoetst door middel van bivariate logistische regressiemodellen. Wanneer het uitkomstvariabelen met meer dan twee categorieën betrof, is gebruikgemaakt van multinomiale en ordinale logistische regressiemodellen. Voor al deze toetsen is een tweezijdige significantietoets uitgevoerd met een alfa van 5 procent. Als de p-waarde kleiner dan 0,05 was, werd de nulhypothese dat er geen

Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum

Memorandum 2024-1 | 60 Memorandum 2024-1 | 60

verschil is tussen subgroepen verworpen. Alle toetsen zijn gewogen uitgevoerd met dezelfde weegfactoren die gebruikt zijn voor de beschrijvende analyses. Wanneer in de tekst gesproken wordt over verschillen tussen groepen binnen de populatie Oekraïense vluchtelingen, betreffen deze altijd statistisch significante verschillen.

Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum

Memorandum 2024-1 | 61 Memorandum 2024-1 | 61

Bijlage 2 Variabelenoverzicht

Begrip

Toelichting

Bron

Gebaseerd op de vraag: ’In welk oblast woonde u voor de oorlog?’

LOCOV-survey

Demografie Herkomstregio voor de oorlog Het verschil tussen de antwoorden op deze vraag en ’In welk Oblast in Oekraïne heeft u het grootste deel van uw leven gewoond?’ is klein. Het voornaamste verschil ligt bij Kyiv-stad en Kyiv-oblast: het aandeel dat daar voor de oorlog woonde is groter (respectievelijk 9% en 11%) dan het aandeel dat daar het grootste deel van hun leven heeft gewoond (respectievelijk 7% en 8%).

Indeling oorlogsgebieden

Cohort

De oorlogsgebieden worden gemarkeerd op basis van de gegevens van de Institute for the

LOCOV-survey

Study of War. We hebben drie typen regio’s gemarkeerd: bezet vanaf 2014 door Rusland of

Institute for the Study of War

gerelateerde proxies, bezet vanaf 2022, en andere regio’s.

(2024)

Aankomstcohorten gebaseerd op de vestigingsdatum in Nederland volgens registerinformatie

Migratiebus (register met

van het CBS. De vestigingsdatum is gebaseerd op inschrijving in het BRP. De verwachting is dat

ingeschreven migranten in BRP)

er weinig verschil zit tussen de BRP-inschrijvingsdatum en vestigingsdatum. Het verschil tussen deze datum en de peildatum (1 november 2023) geeft de duur van het verblijf in Nederland weer. Op basis van deze duurvariabele zijn de vier cohorten bepaald in verhouding tot de periode tussen het begin van de Russische invasie op 22 februari 2022 en 1 november 2023 – een periode van 88 weken. Hieruit zijn de volgende cohorten geconstrueerd, namelijk ‘eerste 20 weken van oorlog’, ‘tweede 20 weken van oorlog’, ‘derde 20 weken van oorlog’, en ‘na 60ste week van oorlog’ Geslacht

Voor Oekraïense vluchtelingen gebaseerd op de vraag: ‘Wat is uw geslacht?’. Bij een andere

LOCOV-survey

oriëntatie dan man/vrouw is het geslacht van de respondent als missende waarde gecodeerd.

Asielcohortregister (BRP, IND, COA, Nidos)

Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum

Memorandum 2024-1 | 62 Memorandum 2024-1 | 62

Begrip

Toelichting

Bron

Voor asielzoekers is de informatie gebaseerd op het Asielcohortregister van het CBS, waarin het geslacht is afgeleid uit het BRP, IND, COA, en/of Nidos. Hierbij is geselecteerd op asielzoekers die in 2022 of 2023 in een COA-locatie instroomden en 15 jaar of ouder waren. Leeftijd

Voor Oekraïense vluchtelingen gebaseerd op de vraag ‘wat is uw leeftijd?’. Op basis van deze

LOCOV-survey

variabele zijn vier categorieën geconstrueerd, namelijk 15 t/m 24 jaar, 25 t/m 44 jaar, 45 t/m 64 jaar, en 65 jaar en ouder. Voor asielzoekers is dit gebaseerd op het Asielcohortregister van het CBS, waarbij is

Asielcohortregister (BRP, IND,

geselecteerd op asielzoekers die in 2022 of 2023 in een COA-locatie instroomden en 15 jaar of

COA, Nidos)

ouder waren. Voor de algemene bevolking wordt verwezen naar de leeftijdsverdeling volgens het bevolkingsregister van het CBS, gebaseerd op het BRP.

Bevolkingsregister (BRP)

Gezinssamenstelling

Gebaseerd op een combinatie van twee vragen: ‘Heeft u kinderen?’ en ‘Heeft u een partner?’

LOCOV-survey

(kinderen, partner)

Met een partner wordt bedoeld: degene met wie u getrouwd of verloofd bent, of een vaste relatie heeft.’ De combinatie van deze vragen levert de vier categorieën van gezinssamenstelling op, namelijk ‘heeft partner en kinderen’, ‘heeft partner maar geen kinderen’, ‘heeft kinderen maar geen partner’, en ‘alleenstaand zonder kinderen’. De vergelijking met Syrische statushouders is op basis van wave 1 van de NSN-survey. Dezelfde

NSN-survey (2017)

combinatie van vragen is voor deze groep gebruikt om de gezinssamenstelling vast te stellen. Thuiswonende kinderen

Gebaseerd op een combinatie van twee vragen. Een vraag die gesteld is aan respondenten die

LOCOV-survey

twee of meer kinderen hebben: ‘Hoeveel van uw kinderen wonen nu samen met u?’ en een vraag die gesteld is aan respondenten die één kind hebben: ‘Woont uw kind bij u in huis?’. Wanneer het antwoord op de eerste vraag één of meer is, of het antwoord op de tweede vraag ‘ja’ is, heeft de respondent ten minste één thuiswonend kind. In het buitenland wonende

Gebaseerd op een van een aantal vragen. Aan respondenten met ten minste twee kinderen,

kinderen

waarvan ten minste één niet thuis woont, is voor elk gevraagd: ‘Waar woont uw eerste kind

LOCOV-survey

(tweede kind, enz.) dat niet bij u in huis woont? In Nederland, in Oekraïne of in een ander

Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum

Memorandum 2024-1 | 63 Memorandum 2024-1 | 63

Begrip

Toelichting

Bron

land?’, en een vraag die gesteld is als de respondent één kind had dat niet inwoont: ‘Waar woont uw kind dat niet bij u in huis woont?’ Elk ander antwoord dan ‘in Nederland’ voor ten minste één kind betekent dat er ten minste één kind in het buitenland woont. Kind naar Nederland halen

Gebaseerd op een combinatie van vragen. Aan respondenten met ten minste twee kinderen,

LOCOV-survey

waarvan ten minste één in het buitenland woont, is gevraagd: ‘Bent u van plan om dit kind te laten overkomen naar Nederland?’. De antwoordcategorieën ‘Ja, mee bezig’ en ‘Ja, wel van plan, maar (nog) niet mee bezig’ zijn samengevoegd tot ‘Ja’, de antwoordcategorieën ‘Nee, niet van plan’ en ‘Is niet mogelijk’ zijn samengevoegd tot ‘Nee’. Wanneer de respondent ten minste één kind naar Nederland wil halen, wordt deze als ‘Ja’ gecodeerd. Samenwonen met partner

Gebaseerd op vraag: ‘Woont uw partner bij u in huis?’

LOCOV-survey

In het buitenland wonende

Gebaseerd op de volgende vraag: ‘In welk land woont uw partner?’, gesteld als de partner niet

LOCOV-survey

partner

bij de respondent in huis woont. Bij elk ander antwoord dan ‘Nederland’ woont de partner in het buitenland.

Partner naar Nederland

Gebaseerd op de volgende vraag: ‘Zou u uw partner naar Nederland willen laten komen, als dat

halen

mogelijk zou zijn?’, gesteld als de partner in het buitenland woont. Of iemand dit ‘overweegt’,

LOCOV-survey

betekent dat de respondent ‘ja’ of ‘misschien’ heeft geantwoord.

Vluchtgeschiedenis en verblijfsintenties Reisduur Oekraïense

Aan de Oekraïense respondenten is gevraagd wanneer ze Oekraïne hebben verlaten vanwege de

vluchtelingen

oorlog om te bepalen wat de vertrekdatum is. Om de aankomstdatum te bepalen is een andere

LOCOV-survey

vraag gebruikt die de respondenten vraagt aan te geven wanneer zij in Nederland zijn aangekomen na 24 februari 2024. Deze twee gegevens zijn gebruikt om de reisduur in maanden en de gemiddelde reisduur te berekenen. Reisduur Syrische

Aan de Syrische respondenten is gevraagd wanneer ze Syrië hebben verlaten om te bepalen wat

statushouders

de vertrekdatum is. Als ze Syrië vaker hebben verlaten, dan dienden ze de laatste keer dat ze

NSN-survey (2017)

Syrië hebben verlaten op te geven. Om de aankomstdatum te bepalen is een vraag gebruikt die

Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum

Memorandum 2024-1 | 64 Memorandum 2024-1 | 64

Begrip

Toelichting

Bron

respondent vraagt wanneer men in NL is aangekomen. Deze twee gegevens zijn gebruikt om reisduur in maanden en de gemiddelde reisduur te berekenen. Tussentijds minstens een

Aan de respondenten is gevraagd of ze sinds ze in Nederland wonen terug zijn geweest naar

keer of vaker terug geweest

Oekraïne.

LOCOV-survey

naar Oekraïne Een maand of langer verblijf

Aan de respondenten is gevraagd of ze na vertrek uit Oekraïne een maand of langer in een

in ander land dan Nederland

ander land dan Nederland hebben verbleven. Op basis hiervan is het percentage Oekraïense

na vertrek uit Oekraïne

vluchtelingen dat een maand of langer na de vlucht in een ander land heeft verbleven berekend.

Transitland top vijf

Aan de respondenten is gevraagd wat het laatste land was waar zij langer dan een maand

LOCOV-survey

LOCOV-survey

verbleven voordat zij naar Nederland kwam.

Redenen om door te

Aan personen die na het uitbreken van de oorlog een maand of langer in een ander land dan

migreren

Oekraïne verbleven, is gevraagd hoe belangrijk de volgende factoren waren bij hun beslissing

LOCOV-survey

om het laatste land waarin zij een maand of langer verbleven, te verlaten voordat zij naar Nederland kwamen: 1. Ik voelde mij daar niet veilig. 2. Ik had weinig kansen op een goede baan. 3. Vanwege discriminatie. 4. Ik kon daar geen geschikte woning vinden. 5. Mijn familie/vrienden waren in een ander land. 6. Mijn familie wilde daar niet blijven. 7. Er was daar geen toekomst voor mijn kinderen. De vraag had de volgende antwoordcategorieën: zeer onbelangrijk; onbelangrijk; niet onbelangrijk of belangrijk; belangrijk; en zeer belangrijk. De laatste twee categorieën zijn samengevoegd om tot het percentage dat een bepaalde reden als (zeer) belangrijk aanduidde te komen. Tijdelijke bescherming

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Geertruidenberg&id=cf462926-ce6e-45f0-a8c5-8abb237d9aa1