20250506 Bijlage Memorandum-2024-1-volledige-tekst
Tekst van het document
Memorandum 2024-1
Tijdelijk thuis?
De positie van Oekraïense vluchtelingen in Nederland
Memorandum 2024-1
Tijdelijk thuis?
De positie van Oekraïense vluchtelingen in Nederland WODC
Memorandum De reeks Memorandum omvat de rapporten van onderzoek dat door en in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum is verricht. Opname in de reeks betekent niet dat de inhoud van de rapporten het standpunt van de Minister van Justitie en Veiligheid weergeeft.
Alle rapporten van het WODC zijn gratis te downloaden van WODC Repository.
Inhoud 1
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 3 3.1 3.2 3.3 3.4 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9
Tijdelijk thuis? Schets van de context, beschrijvende resultaten en conclusies Sanne Noyon & Mieke Maliepaard Brede groep Oekraïense vluchtelingen in Nederland Blik op Nederland Gemeentelijke opvanglocaties bieden minder steun Vaak aan het werk maar precaire positie Kwetsbare (psychische) gezondheid In conclusie: de prijs van tijdelijkheid?
6 8 8 9 9 10 10
Demografie Ben van Enk & Vardan Barsegyan Meerderheid verbleef voor de oorlog in Zuid- en Oost-Oekraïne Groot deel Oekraïense vluchtelingen arriveerde in eerste maanden na invasie Relatief veel vrouwen onder Oekraïense vluchtelingen Oekraïense vluchtelingen hebben vaak zowel een partner als kinderen Wens om gezinsleden naar Nederland te laten komen
12
Vluchtgeschiedenis en verblijfsintenties Samir Mustafa Negash Reisduur relatief kort De meesten binnen een maand na vertrek uit Oekraïne in Nederland Beeld van Nederland en omgang met vluchtelingen belangrijk bij keuze voor Nederland als bestemming De komende tijd van plan in Nederland te blijven
18
Wonen Kasper Otten De meerderheid verblijft in gemeentelijke opvanglocaties Opvang in gastgezinnen neemt af met de tijd Gastgezin vooral gevonden via familie, vrienden, of kennissen Veel variatie in de vorm van gemeentelijke opvang Ruim de helft wil verhuizen, het liefst naar een eigen woonruimte Ondanks verhuiswens is er over het algemeen een hoge woontevredenheid Meer ervaren ondersteuning bij gastgezinnen dan bij gemeentelijke opvanglocaties
23
Arbeidsmarkt Ben van Enk Oekraïense vluchtelingen in eerste jaren veel vaker aan het werk dan statushouders Bijna een vijfde van de beroepsbevolking is werkloos Ruim de helft werkt voltijd, deel wil meer werken Vaste contracten schaars, bijna een kwart is oproepkracht Groot deel werkt onder niveau Baan meestal gevonden via familie en vrienden Gemiddeld hoge werktevredenheid, lager voor universitair opgeleiden Ruim drie op de tien meldt slechte arbeidsomstandigheden Meerderheid kan rondkomen, zonder werk is rondkomen lastiger
29
Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum
12 12 14 15 16
18 19 19 20
23 24 25 25 26 26 28
29 30 31 32 33 34 35 36 37
Memorandum 2024-1 | 4 Memorandum 2024-1 | 4
6
Gezondheid Kasper Otten Velen ervaren een matig tot slechte gezondheid Minder goede psychische gezondheid en relatief veel slaapproblemen Werk, geldzaken, en taalbarrières zijn de voornaamste bronnen van stress Vrouwen hebben een slechtere gezondheid dan mannen Het zorggebruik in Nederland ligt relatief laag
39
Sociale contacten en taal Vardan Barsegyan Nederlandse taalbeheersing beperkt, vooral onder ouderen Veel sociale contacten met Oekraïners, minder met Nederlanders Meer contact met Nederlanders gewenst Relatief veel sociale eenzaamheid
43
Discriminatie en institutioneel vertrouwen Vardan Barsegyan Een op de zes ervoer discriminatie door Nederlanders Vier op de tien ervaart institutionele discriminatie Veel vertrouwen in Nederlandse instituties Positief beeld van omgang met migranten in Nederland
48
Literatuur
53
Bijlage 1
Methodologische verantwoording
59
Bijlage 2
Variabelenoverzicht
62
6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 7 7.1 7.2 7.3 7.4 8 8.1 8.2 8.3 8.4
Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum
39 39 40 42 42
43 44 45 46
48 48 50 51
Memorandum 2024-1 | 5 Memorandum 2024-1 | 5
1
Tijdelijk thuis? Schets van de context, beschrijvende resultaten en conclusies Sanne Noyon en Mieke Maliepaard Sinds de Russische inval op 24 februari 2022 zijn miljoenen Oekraïners op de vlucht geslagen. Veel van hen zijn terechtgekomen in Polen, Duitsland en Tsjechië (UNHCR, 2024). Ook Nederland vangt een grote groep Oekraïners op. Op 13 september 2024 waren er zo’n 115.000 Oekraïense vluchtelingen geregistreerd in Nederland (Rijksoverheid, 2024a). De Oekraïense vluchtelingen vormen voor Nederland een van de omvangrijkste vluchtelingengroepen in de afgelopen 25 jaar; ter vergelijking, tussen 2014 en 2017 ontvingen zo’n 61.000 Syrische vluchtelingen een verblijfsvergunning (Maliepaard et al. 2018). Oekraïense vluchtelingen worden, anders dan andere vluchtelingen, opgevangen onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB), en doorlopen niet de reguliere asielprocedure. Als gevolg hiervan hebben Oekraïense vluchtelingen in de Nederlandse samenleving een andere positie dan andere vluchtelingen (zie pagina 7 voor een overzicht). In het huidige onderzoek wordt op basis van een enquête onder meer dan 3.000 Oekraïense vluchtelingen in kaart gebracht hoe zij hun weg vinden in Nederland. We richten ons hierbij expliciet op terreinen waarbij de RTB van invloed is, zoals wonen en werk.
Daarnaast brengen we thema’s in kaart waarvan bekend is dat ze van belang zijn voor het welzijn en de participatie van vluchtelingen, zoals (mentale) gezondheid, sociale contacten en taal. Het onderzoek laat zien dat Oekraïense vluchtelingen, ondanks de tijdelijkheid van hun verblijf, sterk gericht zijn op Nederland. Zij participeren in hoge mate op de arbeidsmarkt, willen de Nederlandse taal leren en stabielere banen en huizen vinden. Tegelijk geldt dat de leefsituatie van veel mensen precair is, met banen aan de onderkant van de arbeidsmarkt, slechte (mentale) gezondheid, zeer beperkte taalvaardigheid en een grote afhankelijkheid van Gemeentelijke Opvanglocaties voor Oekraïense Ontheemden (GOO). Hieronder schetsen we op hoofdlijnen de belangrijkste uitkomsten van het onderzoek en de implicaties daarvan. In de hoofdstukken 2 t/m 8 is meer gedetailleerde informatie te vinden over de demografische samenstelling van de groep, hun vluchtgeschiedenis en verblijfsintenties, wonen, werk, gezondheid, sociale contacten en discriminatie en vertrouwen in Nederlandse instituties. Het doel van dit rapport is in eerste instantie om een beeld te schetsen van de Oekraïense groep als geheel. Waar er opvallende verschillen zijn binnen de groep worden uitsplitsingen gemaakt (bijvoorbeeld naar mannen en vrouwen, naar leeftijd, of opleidingsniveau).
Om de resultaten in context te kunnen plaatsen, worden in dit rapport regelmatig vergelijkingen gemaakt met de algemene Nederlandse bevolking, of met andere (vluchtelingen)groepen. Syriërs vormen de meest recente omvangrijke vluchtelingengroep in Nederland, en WODC, SCP, CBS en RIVM hebben in het verleden een soortgelijk onderzoek uitgevoerd onder deze groep (zie Box 1.1). Om die reden wordt regelmatig de vergelijking met Syrische vluchtelingen in Nederland gemaakt, waarbij we gebruikmaken van informatie verzameld kort nadat zij een verblijfsvergunning kregen in Nederland (zie Dagevos et al. 2018). Hierbij is het van belang dat Syriërs niet alleen onder het reguliere asielbeleid vielen (zie pagina 7),
Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum
Memorandum 2024-1 | 6 Memorandum 2024-1 | 6
maar dat de samenstelling van deze groep ook anders is en dat zij in een andere periode naar Nederland kwamen. Figuur 1.1
De situatie van Oekraïense vluchtelingen in vergelijking met andere vluchtelingengroepen
Noot: ¹ Expertisecentrum Europees Recht. Tijdelijke beschermingsrichtlijn. ² IND. Richtlijn Tijdelijke Bescherming Oekraïne. ³ RefugeeHelp. Een eigen huis huren of kopen in Nederland. ⁴ Rijksoverheid. Werk en inkomen voor vluchtelingen uit Oekraïne. ⁵ Van Eldik et al. Derde Monitor Taalonderwijs volwassen Oekraïense ontheemden. ⁶ RefugeeHelp. Je hebt recht op zorg via de RMO. ⁷ IND. Asiel onbepaalde tijd aanvragen in Nederland. ⁸ COA. Opvang in verschillende soorten asielzoekerscentra. ⁹ COA. Huisvesting van statushouders. 10 Rijksoverheid. Mogen asielzoekers werken? 11 Rijksoverheid. Wet inburgering 2021. 12 Rijksoverheid. Hoe is de gezondheidszorg van asielzoekers geregeld? 13 VluchtelingenWerk. Hoe zit het nou écht: krijgen vluchtelingen alles gratis?
Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum
Memorandum 2024-1 | 7 Memorandum 2024-1 | 7
Box 1.1
Meer over het onderzoek
Deze publicatie verschijnt in het kader van het onderzoeksprogramma Longitudinaal Onderzoek Cohort Oekraïense Vluchtelingen (LOCOV), een samenwerking van WODC met de Erasmus Universiteit Rotterdam, het RIVM en het CBS. Een belangrijk onderdeel van dit onderzoeksprogramma is een grootschalig surveyonderzoek onder Oekraïense vluchtelingen in Nederland. In totaal hebben 3.460 mensen een vragenlijst ingevuld over verschillende aspecten van hun leven in Nederland en hun achtergrond in Oekraïne. Voor het onderzoek is door het CBS een representatieve steekproef getrokken van mensen met de Oekraïense nationaliteit van 15 jaar en ouder die zich tussen 24 februari 2022 en 1 juli 2023 in Nederland gevestigd hadden. Deze mensen hebben de vragenlijst ingevuld tussen oktober 2023 en februari 2024, toen zij tussen de 3 en 24 maanden in Nederland waren. Uitspraken in dit onderzoek kunnen worden gegeneraliseerd naar deze populatie. Gedetailleerde informatie over de methodologie is te vinden in de bijlage. De voorliggende publicatie is beschrijvend van aard. In 2025 verschijnt een vervolgstudie waarin de gevolgen van de work first versus settle first benadering verder worden uitgediept. Daarnaast volgt in 2025 een tweede ronde dataverzameling onder dezelfde groep Oekraïense vluchtelingen zodat we over de tijd kunnen volgen hoe het met deze groep gaat.
Meer informatie over LOCOV en eerdere publicaties is te vinden op de LOCOV website. Sinds 2017 loopt een panelstudie onder Syrische statushouders in Nederland, vergelijkbaar in opzet en onderzochte thematiek en met waar mogelijk overeenkomende vragenlijsten (zie de projectpagina). Hiervoor vindt de vierde en laatste dataverzamelingsronde eind 2024 plaats. Op basis van dit onderzoek zijn over de jaren verschillende publicaties verschenen.
1.1
Brede groep Oekraïense vluchtelingen in Nederland In het onderzoek kijken wij naar Oekraïense vluchtelingen in Nederland van 15 jaar en ouder. Deze groep bestaat voor twee derde uit vrouwen. Dit is waarschijnlijk deels te wijten aan de algemene mobilisatie in Oekraïne en het daaraan gerelateerde uitreisverbod voor mannen tussen 18 en 60 jaar – onder jongeren ligt het aandeel mannen inderdaad hoger. Dit betekent ook dat een deel van de Oekraïense vrouwen in Nederland hun partner in Oekraïne heeft achtergelaten. Oekraïense vluchtelingen vormen vergeleken met de algemene Nederlandse bevolking een relatief jonge groep. Vergeleken met andere vluchtelingengroepen in Nederland zijn Oekraïners juist wat ouder. Oekraïense vluchtelingen in Nederland zijn relatief hoogopgeleid – de helft volgde in Oekraïne een universitaire studie (zie ook van Enk et al. 2024). Meer dan de helft van de Oekraïners geeft aan het Engels redelijk of goed te beheersen. De Engelse spreekvaardigheid is op dit moment een stuk hoger dan de Nederlandse, maar tegelijkertijd spreekt ongeveer een derde van de groep ook geen Engels.
1.2
Blik op Nederland Onder de RTB mogen Oekraïners zich vrij vestigen in EU-landen. Het positieve beeld dat mensen hadden van Nederland en de manier waarop hier met vluchtelingen omgegaan wordt, waren belangrijk in de keuze voor Nederland. De positieve verwachtingen lijken grotendeels beantwoord te worden; Oekraïense vluchtelingen geven Nederland een rapportcijfer van een 8,7. Het vertrouwen in Nederlandse
Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum
Memorandum 2024-1 | 8 Memorandum 2024-1 | 8
instituties ligt veel hoger dan onder de algemene Nederlandse bevolking. Hoewel de bescherming die Oekraïners in Nederland genieten onder de RTB vooralsnog tijdelijk is, laten onze resultaten zien dat een deel van hen langer in Nederland zou willen blijven. Driekwart gaf in het onderzoek aan de komende twee jaar in Nederland te willen blijven. Momenteel is de oorlog in Oekraïne nog in volle gang. Mocht de situatie in Oekraïne veranderen, en het veilig zijn om terug te keren, dan wil 22% van die groep terugkeren, en 30% niet. De helft twijfelt of ze dan terug zouden willen keren. Twee derde van de mensen met een partner in Oekraïne zou deze ook graag in de toekomst laten overkomen. Het is vooralsnog onduidelijk wat er gebeurt wanneer de RTB afloopt in 2026: zal meer langdurige vestiging in Nederland voor Oekraïense vluchtelingen mogelijk zijn, en wat zou dit betekenen voor hun rechten op terreinen als gezinshereniging, huisvesting en aanspraak op sociale voorzieningen?
1.3
Gemeentelijke opvanglocaties bieden minder steun Onze resultaten laten zien dat twee derde van de Oekraïense vluchtelingen in Nederland woonachtig is op een Gemeentelijke Opvanglocatie voor Oekraïense Ontheemden (GOO). Een kwart woonde op enig moment bij een gastgezin. Dit geldt vooral voor degenen die kort na de start van het conflict naar Nederland kwamen. Op het moment dat de vragenlijst werd afgenomen, eind 2023, gold dit nog slechts voor 8%. Het verblijf bij gastgezinnen is vrij uniek voor de Oekraïense groep, en deze vorm van opvang wordt door hen over het algemeen zeer positief beoordeeld. Mensen hebben bij gastgezinnen op veel terreinen hulp gehad, bijvoorbeeld als het gaat om emotionele steun, maar ook het nemen van bureaucratische hordes. Op GOO-locaties wordt vrijwel op alle terreinen minder ondersteuning ervaren. Gastgezinnen lijken daarmee een waardevolle (tijdelijke) aanvulling op institutionele opvanglocaties. Veel Oekraïners hebben de wens om te verhuizen naar een eigen woonruimte. Anders dan vluchtelingen met een asielvergunning hebben Oekraïners onder de RTB geen toegang tot sociale huurwoningen (RefugeeHelp, 2024b), en zijn zij dus aangewezen op huur in de privésector. Slechts een op de tien Oekraïners woont zelfstandig.
Het feit dat GOO’s alleen Oekraïense vluchtelingen opvangen, betekent dat bewoners (afhankelijk van de locatie) vooral in contact zullen komen met andere Oekraïners; we zien dan ook dat Oekraïense vluchtelingen relatief veel sociale contacten hebben met landgenoten. Contact met Nederlanders komt nog minder van de grond. Dit is in zekere zin te verwachten voor een groep die nog maar kort in Nederland verblijft en de Nederlandse taal nog niet machtig is. Eenzaamheid en een gebrek aan sociale netwerken is een probleem dat veelvuldig gesignaleerd wordt onder vluchtelingengroepen (zie bijv. Bakker & Dagevos, 2017; Nooitgedagt, 2023); op dit moment lijkt dat minder te spelen bij Oekraïense vluchtelingen.
1.4
Vaak aan het werk maar precaire positie Direct na aankomst in Nederland kunnen Oekraïense vluchtelingen aan het werk, en velen doen dit ook. Familie, vrienden en andere relaties zijn een belangrijke manier om werk te vinden. De arbeidsparticipatie onder Oekraïense vluchtelingen in Nederland is zeer hoog vergeleken met die van vluchtelingen die de reguliere asielprocedure hebben doorlopen (statushouders): ruim de helft van de Oekraïners in Nederland heeft een baan terwijl van de statushouders die in 2021 een verblijfsvergunning kregen 15% na 18 maanden een baan had. Statushouders zijn de eerste jaren intensief bezig met inburgeren.
Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum
Memorandum 2024-1 | 9 Memorandum 2024-1 | 9
Hoewel de arbeidsmarktparticipatie relatief hoog is, wordt het arbeidspotentieel onder Oekraïners nog niet volledig benut. Een aanzienlijke groep Oekraïners die niet werkt, zou dat wel willen. Bovendien wil een deel graag meer uren werken. De arbeidsmarktpositie van werkende Oekraïense vluchtelingen is precair te noemen, met bijzonder veel tijdelijke contracten en werk waar het overgrote deel voor overgekwalificeerd is. Daarnaast meldt 32% een slechte arbeidsomstandigheid op hun werk, zoals zeer lange werktijden, en ervaren Oekraïners relatief vaak discriminatie op het werk. Deze bevindingen sluiten aan bij eerdere signalen dat de Oekraïense groep kwetsbaar is voor uitbuiting op de werkvloer (FairWork 2023; Mack et al., 2023). Desondanks zijn Oekraïners over het algemeen tevreden over hun werk: zij geven hun werk gemiddeld een 7,3.
1.5
Kwetsbare (psychische) gezondheid Van eerdere vluchtelingengroepen weten we dat gezondheid – met name psychische gezondheid – een groot aandachtspunt is (Schellingerhout, 2011; Dagevos et al., 2018; Koudijs & Smal, 2022). Oekraïense vluchtelingen vormen hierop geen uitzondering. Maar liefst 58% ervaart in het algemeen een matig tot slechte gezondheid en 45% van de Oekraïners is mentaal ongezond, vergeleken met 14% van de algemene bevolking; vooral vrouwen rapporteren een minder goede gezondheid. Verder is er een aanzienlijke groep Oekraïners die (heel) veel slaapproblemen en stress ervaart. Slechts een klein deel van de Oekraïners met problemen bezoekt een psycholoog. Dit is ook bij andere vluchtelingengroepen gesignaleerd (bijv. Spijkerman & Uiters, 2020) en kan te maken hebben met obstakels in het verkrijgen van de juiste zorg, maar ook met taboes rondom mentale gezondheidsproblemen (Otten et al. 2023).
1.6
In conclusie: de prijs van tijdelijkheid? Vluchtelingen hebben vaak te kampen met (mentale) gezondheidsproblemen, gevoelens van eenzaamheid en obstakels als taalproblemen die het moeilijk maken om volwaardig deel te nemen aan de Nederlandse maatschappij (zie bijv. Maliepaard et al., 2017; Dagevos et al., 2018). Uit dit onderzoek blijkt dat deze problemen ook spelen bij Oekraïense vluchtelingen in Nederland. Toch zijn er ook belangrijke verschillen met andere vluchtelingengroepen. Ten eerste valt de relatief hoge arbeidsmarktparticipatie onder Oekraïense vluchtelingen op, zeker in aanmerking genomen dat de Nederlandse spreekvaardigheid in de groep zeer laag is. Vergeleken met andere vluchtelingengroepen zijn Oekraïners veel sneller in grote getalen aan het werk, iets wat mogelijk is dankzij de RTB. De hoge arbeidsparticipatie onder Oekraïense vluchtelingen is goed nieuws gezien de krapte op de arbeidsmarkt, en ook voor de vluchtelingen zelf. Niet kunnen werken of op een andere manier deelnemen aan de maatschappij kan leiden tot gevoelens van verveling of psychische problemen, en ook op langere termijn de participatie belemmeren (Huijnk et al., 2021). Mogelijk is er ook een keerzijde aan de hoge arbeidsmarktparticipatie. Andere vluchtelingengroepen zijn in de eerste jaren na het verkrijgen van een verblijfsstatus vooral bezig met inburgeren en mede daarom minder aan het werk.
Het inburgeringsprogramma is gericht op het leren van de Nederlandse taal en cultuur en vormt een voorbereiding op participatie in de Nederlandse maatschappij. Oekraïense vluchtelingen hebben geen toegang tot het inburgeringsprogramma, en het taalaanbod voor deze groep is vooralsnog in veel gemeentes beperkt (Van Eldik et al., 2023). De
Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum
Memorandum 2024-1 | 10 Memorandum 2024-1 | 10
tijd zal leren of deze work first benadering (meteen aan het werk) op de lange termijn beter zal uitpakken voor de Oekraïense vluchtelingen zelf en de Nederlandse maatschappij dan de in het Nederlandse migratiebeleid gebruikelijke settle first aanpak (eerst inburgeren). Fungeert arbeidsmarktparticipatie voor Oekraïners als opstap naar betere banen en integratie in bredere zin? Of wreekt zich het gebrek aan inburgering op de langere termijn? Een ander belangrijk verschil tussen Oekraïners en andere vluchtelingengroepen is de tijdelijkheid van het verblijfsperspectief. Wanneer asielzoekers in de reguliere procedure een status krijgen, is dit voor vijf jaar, waarna deze omgezet kan worden in een permanente vergunning. Voor Oekraïners geldt dat de tijdelijke bescherming voor een veel kortere periode recht op verblijf geeft. Sinds de totstandkoming van de RTB is deze al verschillende keren verlengd – meest recentelijk in juni 2024 (Rijksoverheid, 2024b) – en op het moment van schrijven is de RTB vastgesteld tot en met maart 2026. Hoe de situatie daarna zal zijn voor de duizenden Oekraïners in Nederland is op dit moment onduidelijk. Die onduidelijkheid leidt tot problemen op allerlei terreinen (Adviesraad Migratie, 2023; De Gruyter et al., 2024) en het is aannemelijk dat dit zijn weerslag zal hebben op Oekraïense vluchtelingen.
Oekraïners nemen nu al veelvuldig deel aan het arbeidsproces, kinderen gaan naar Nederlandse scholen, en ook als de oorlog in Oekraïne voorbij zou zijn, twijfelt een grote groep over terugkeer. Naarmate het verblijf in Nederland langer duurt, neemt de gerichtheid op Nederland steeds verder toe (Kok et al., 2024). Dit onderzoek laat zien dat een meerderheid van de Oekraïense vluchtelingen graag meer Nederlands zou willen leren, meer contacten zou willen met Nederlanders, en zelfstandig wil wonen. Maar het beperkte verblijfsperspectief maakt het moeilijk om plannen te maken en te investeren, zowel voor Oekraïners zelf als voor werkgevers en gemeentes die niet weten of de mensen die zij aannemen of waar zij woningen voor zoeken en taalcursussen voor opzetten hier over een paar jaar nog zullen zijn. Tegelijkertijd betekent niet investeren op dit moment dat Oekraïense vluchtelingen na een mogelijke nieuwe verlenging van de RTB – of een permanentere oplossing – een grotere achterstand zullen hebben dan noodzakelijk.
Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum
Memorandum 2024-1 | 11 Memorandum 2024-1 | 11
2
Demografie Ben van Enk & Vardan Barsegyan
2.1
Meerderheid verbleef voor de oorlog in Zuid- en Oost-Oekraïne Oekraïense vluchtelingen in Nederland komen uit heel Oekraïne (figuur 2.1). De meeste van hen woonden voordat de oorlog uitbrak in oblasten (provincies) in Zuiden Oost-Oekraïne die nabij de frontlinie liggen en in sommige gevallen (gedeeltelijk) geannexeerd zijn door Rusland.1 In totaal woonde 21% voor de oorlog in de (gedeeltelijk) bezette zuidelijke en oostelijke oblasten Cherson, Zaporizja, Donetsk, Loehansk, en de Krim; 33% komt uit regio’s nabij de frontlinie, namelijk Odessa, Mykolajiv, Dnjepropetrovsk, Charkov en Soemy. Grote groepen komen verder uit het oblast Kyiv en Kyiv stad (20%), en Lviv (5%) in het westen. Van de Oekraïense vluchtelingen woonde 1% niet in Oekraïne voor de oorlog.
2.2
Groot deel Oekraïense vluchtelingen arriveerde in eerste maanden na invasie Een meerderheid van de Oekraïense vluchtelingen is in de eerste twintig weken (tussen 24 februari en 14 juli 2022) na de Russische invasie naar Nederland gekomen (figuur 2.2 a en b). In de eerste twintig weken kwamen er in verhouding weinig mannen naar Nederland. Terwijl in de eerste twintig weken van de oorlog nog ongeveer drie tiende van de Oekraïense vluchtelingen man was, geldt dit voor ongeveer vier tiende van de Oekraïense vluchtelingen ná 14 juli 2022.
1
De frontlinie is gebaseerd op de gegevens van The Institute for the Study of War (2024) op 19 september 2024.
Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum
Memorandum 2024-1 | 12 Memorandum 2024-1 | 12
Figuur 2.1
Herkomstregio voor de oorlog
Noot: de namen van de regio's zijn afkomstig van het portaal van het ministerie van Buitenlandse Zaken: https://www.nederlandwereldwijd.nl/reisadvies/oekraine. Alle Oekraïense vluchtelingen in Nederland vormen samen 100%. De percentages op de kaart geven aan welk aandeel van de Oekraïense vluchtelingen in Nederland afkomstig is uit specifieke Oekraïense regio's.
Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum
Memorandum 2024-1 | 13 Memorandum 2024-1 | 13
Figuur 2.2a Wanneer kwamen Oekraïense vluchtelingen aan in Nederland?
54%
0%
24%
20%
40%
15%
60%
80%
7%
100%
Eerste 20 weken van oorlog Tweede 20 weken van oorlog Derde 20 weken van oorlog Na 60ste week van oorlog
Figuur 2.2b Aandeel mannen en vrouwen per aankomstperiode 0% Eerste 20 weken van oorlog
20%
60%
28%
80%
100%
72%
Tweede 20 weken van oorlog
42%
58%
Derde 20 weken van oorlog
39%
61%
Na 60ste week van oorlog
40%
60%
Mannen
2.3
40%
Vrouwen
Relatief veel vrouwen onder Oekraïense vluchtelingen Van asielzoekers die in dezelfde periode aankwamen, weten we uit registerinformatie dat zij voor een relatief groot deel (71%) bestaan uit mannen. Bij Oekraïense vluchtelingen ligt dit anders: onder hen is ongeveer een derde man en twee derde vrouw (figuur 2.3). Ook wat betreft leeftijd is de samenstelling van de groep Oekraïense vluchtelingen anders vergeleken met asielzoekers. Zo zijn er nauwelijks 65-plussers (1%) en veel jongeren tussen de 15 en 24 jaar (36%) onder recente asielzoekers. Onder Oekraïense vluchtelingen is er een grotere groep ouderen en een relatief kleinere groep jongeren aanwezig (figuur 2.4). Tegelijkertijd zijn er nog altijd relatief weinig ouderen onder Oekraïense vluchtelingen (7%) vergeleken met de algemene Nederlandse bevolking en de Oekraïense bevolking. In beide landen is namelijk 20% 65 jaar en ouder (CBS, 2024b; United Nations Population Fund [UNFPA], 2024). Recent onderzoek laat dan ook zien dat relatief weinig ouderen weg zijn gevlucht uit Oekraïne (Van Tubergen et al., 2023). Ouderen zijn vaker intern ontheemd, dit betekent dat ze vaker binnen Oekraïne op de vlucht zijn (OECD, 2024). Gezondheidsproblemen kunnen hierin een rol spelen (Spörlein et al., 2020). Bovendien
Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum
Memorandum 2024-1 | 14 Memorandum 2024-1 | 14
is de prikkel om op een jongere leeftijd te migreren vaak groter omdat jongeren een mogelijk langer vooruitzicht hebben in het bestemmingsland. Als we naar de combinatie van geslacht en leeftijd kijken (figuur 2.3), valt het op dat er relatief veel mannen zijn in de jongste leeftijdscategorie van 15 t/m 24 jaar. Dit heeft naar alle waarschijnlijkheid ermee te maken dat er een uitreisverbod is voor mannen tussen de 18 en 60 jaar, dat dus niet geldt voor jongens onder die leeftijd (Rijksoverheid, 2024b). Figuur 2.3
Geslachts- en leeftijdsverdeling
Totaal
34%
66%
65+ jaar
27%
73%
45-64 jaar
28%
72%
25-44 jaar
35%
15-24 jaar
65%
42%
0%
58%
20%
40% Mannen
Figuur 2.4
2.4
80%
100%
Vrouwen
Leeftijdsverdeling
21%
0%
60%
47%
25%
20%
40%
60%
15-24 jaar
25-44 jaar
45-64 jaar
7%
80%
100%
65+ jaar
Oekraïense vluchtelingen hebben vaak zowel een partner als kinderen Wat betreft gezinssamenstelling, onderscheiden we vier verschillende groepen op basis van de vraag of Oekraïense vluchtelingen een partner en/of kinderen hebben (figuur 2.5). Dit is inclusief partners en kinderen die nog in Oekraïne of een derde land verblijven. Hier zien we dat Oekraïense vluchtelingen het vaakst zowel een partner als kinderen hebben. Een vijfde heeft kinderen, maar geen partner, en is dus alleenstaand ouder. Opvallend is dat dit in negen van de tien gevallen alleenstaande moeders zijn. De groep alleenstaande ouders is onder Oekraïense vluchtelingen (20%) veel groter ten opzichte van Syrische statushouders (3%) in hun eerste jaren na het krijgen van een vluchtelingenstatus (Maliepaard et al., 2023).
Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum
Memorandum 2024-1 | 15 Memorandum 2024-1 | 15
Figuur 2.5
Gezinssamenstelling en geslacht
Heeft partner en kinderen
38%
62%
Heeft partner maar geen kinderen
41%
59%
Heeft kinderen maar geen partner
10%
90%
Alleenstaand zonder kinderen
42%
Mannen
58%
Vrouwen
Noot: van de Oekraïense vluchtelingen heeft 39% een partner en kinderen, 16% een partner maar geen kinderen, 20% kinderen maar geen partner, en 25% is alleenstaand zonder kinderen.
2.5
Wens om gezinsleden naar Nederland te laten komen Voor een deel van de Oekraïense vluchtelingen geldt dat hun partner en kinderen bij hen in huis wonen, of elders in Nederland. In sommige gevallen bevinden partners en kinderen zich echter nog in Oekraïne, onder meer vanwege de mobilisatie, of zijn ze in een derde land. Voor partners is deze situatie weergegeven in figuur 2.6. Hier is te zien dat ongeveer drie kwart van de partners bij de respondent inwoont. Het merendeel van de partners die niet bij de respondent inwonen, woont in het buitenland. In veel gevallen gaat dit om Oekraïne. Van de mensen met een partner in het buitenland overweegt een grote meerderheid van 87% om die naar Nederland te halen. Als een partner de Oekraïense nationaliteit heeft, heeft die ook recht op Tijdelijke Bescherming. Het laten overkomen van een partner zonder de Oekraïense nationaliteit is niet altijd mogelijk (RefugeeHelp, 2024c). Ook voor kinderen – gemiddeld heeft een Oekraïense vluchteling in Nederland er één – geldt dat ze zich niet altijd bij de ouders thuis of in Nederland bevinden (figuur 2.7). Bij de helft van de Oekraïense vluchtelingen met kinderen, wonen de kinderen niet thuis. Van deze groep bevindt een ruime meerderheid zich in het buitenland, meestal in Oekraïne.
Onder 31% van de Oekraïense vluchtelingen met kinderen in het buitenland leeft de wens om ten minste één kind naar Nederland te laten komen.
Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum
Memorandum 2024-1 | 16 Memorandum 2024-1 | 16
Figuur 2.6
Partner
Figuur 2.7
Kinderen
Noot: het aandeel met kinderen in en buiten Nederland is hoger dan honderd procent, omdat voor één respondent met meerdere kinderen beide situaties kunnen gelden.
Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum
Memorandum 2024-1 | 17 Memorandum 2024-1 | 17
3
Vluchtgeschiedenis en verblijfsintenties Samir Mustafa Negash
3.1
Reisduur relatief kort De duur van de vlucht naar Nederland was onder Oekraïense vluchtelingen over het algemeen betrekkelijk kort. De meerderheid van de Oekraïners deed één maand of minder over hun reis, vanaf het moment dat zij Oekraïne verlieten tot hun aankomst in Nederland (80%). Oekraïense vluchtelingen mogen vrij door Europa reizen zonder visum, waardoor hun vluchtervaringen sterk af kunnen wijken van die van andere vluchtelingengroepen. Dit blijkt ook als we kijken naar de gemiddelde reisduur, die bij de Oekraïners 1 maand bedroeg (figuur 3.1), terwijl dit bijvoorbeeld bij Syriërs 12 maanden was (Maliepaard & Schans, 2018). Een kortere vluchtduur vermindert de blootstelling aan risico's die gepaard gaan met het vluchtproces, zoals mishandeling, afpersing of beroving (Maliepaard & Schans, 2018). Het recht om vrij door Europa te reizen, maakt Oekraïense vluchtelingen mogelijk een mobielere vluchtelingengroep, wat zich ook uit in het feit dat een aanzienlijk aandeel (37%) na de vlucht tussentijds minstens één keer is terug geweest naar Oekraïne. Figuur 3.1
Duur van de vlucht naar Nederland
Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum
Memorandum 2024-1 | 18 Memorandum 2024-1 | 18
3.2
De meesten binnen een maand na vertrek uit Oekraïne in Nederland Onderweg naar Nederland verbleven sommige Oekraïense vluchtelingen tussentijds een kortere of langere periode in een ander land. Zoals figuur 3.2 toont, verbleef 20% van de Oekraïense vluchtelingen die uiteindelijk in Nederland worden opgevangen, na het verlaten van Oekraïne en voordat zij naar Nederland kwamen, meer dan een maand in een ander land. Deze landen zijn divers, met als top vijf Polen (47%), Duitsland (8%), Tsjechië (7%), gevolgd door Hongarije en Italië (beiden 4%). Hier hoort bij vermeld te worden dat velen in deze landen geen tijdelijke bescherming hebben aangevraagd. Dit suggereert dat deze landen door de Oekraïners die door migreerden naar Nederland voornamelijk werden gezien als tussenstation of tijdelijke bestemming, of dat zij mogelijk geen noodzaak zagen om in die landen bescherming aan te vragen, zelfs wanneer ze er langere tijd verbleven. Verschillende factoren hebben ertoe bijgedragen dat deze Oekraïners vervolgens door migreerden. Het gebrek aan kansen op een goede baan wordt met afstand het vaakst genoemd als een belangrijke of zeer belangrijke reden voor hun vertrek uit deze landen.
Andere vaak genoemde beweegredenen die als (zeer) belangrijk worden beschouwd, zijn moeilijkheden met het vinden van een passende woning (46%), familieleden in een ander land (42%) of een wens van anderen in het gezin om door te migreren (42%). Figuur 3.2
Redenen om door te migreren voor Oekraïners die een maand of langer na vlucht in een ander land verbleven
Weinig kansen op een goede baan
65%
Kon daar geen geschikte woning vinden
46%
Familie wilde daar niet blijven
42%
Familie/vrienden woonden elders
42%
Voelt zich onveilig
39%
Geen toekomst voor kinderen
36%
Discriminatie
21% 0%
3.3
10% 20% 30% 40% 50% 60% 70%
Beeld van Nederland en omgang met vluchtelingen belangrijk bij keuze voor Nederland als bestemming Verschillende overwegingen kunnen een rol hebben gespeeld bij de keuze van Oekraïense vluchtelingen voor Nederland als bestemming. Aan de respondenten zijn tien mogelijke redenen voorgelegd voor de keuze om zich in Nederland te vestigen, waarbij zij gevraagd zijn aan te geven hoe belangrijk elke reden was voor hun keuze. De redenen die het vaakst als belangrijk of zeer belangrijk zijn aangemerkt, zijn het
Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum
Memorandum 2024-1 | 19 Memorandum 2024-1 | 19
positieve beeld van Nederland (83%, figuur 3.3) en de manier waarop hier met vluchtelingen wordt omgegaan (80%). De mogelijkheid om te werken of te studeren wordt door 74% van de respondenten als (zeer) belangrijk genoemd. Dat er al veel Oekraïners in Nederland wonen, wordt slechts door 26% genoemd, terwijl sociale zekerheid door 45% als (zeer) belangrijk wordt beschouwd voor hun keuze voor Nederland. Het relatieve belang dat gehecht wordt aan deze beweegredenen komt grotendeels overeen met de factoren die door Syrische statushouders, die tussen 2014 en medio 2016 een verblijfsvergunning ontvingen, werden aangemerkt als (zeer) belangrijke redenen om zich in Nederland te vestigen.2 In vergelijking met de Syrische statushouders hechten Oekraïners meer waarde aan de aanwezigheid van landsgenoten, het feit dat Nederlanders goed Engels spreken, en sociale zekerheid. Naast deze redenen zou een eerder verblijf in Nederland een rol kunnen hebben gespeeld in de keuze om zich in Nederland te vestigen. Vóór 24 februari 2022 had 22% van de Oekraïners die in Nederland opgevangen wordt Nederland al eens bezocht. Dit was vooral het geval bij degenen die in de eerste 20 weken van de oorlog naar Nederland kwamen. Er zijn verschillende redenen waarom men voorheen Nederland al eens heeft bezocht.
De meest voorkomende redenen voor een eerder bezoek waren toerisme (10%), gevolgd door familiebezoek (6%) en werk (5%). Figuur 3.3
Beweegredenen om Nederland als bestemmingsland te kiezen 83%
Positief beeld van Nederland Manier waarmee Nederlanders omgaan met vluchtelingen
80%
90%
74% 79%
Werk en studie
73%
Kans om snel tijdelijke bescherming/verblijfsvergunning te krijgen Nederlanders spreken goed Engels
59% 54%
Mogelijkheden om partner of kind naar Nederland te halen
50% 46% 45%
Familie en vrienden waren al in Nederland Sociale zekerheid Al veel landsgenoten in Nederland
13%
0% Oekraïnse vluchtelingen
3.4
91%
67%
64%
61%
26%
20%
40%
60%
80%
Syrische vluchtelingen
De komende tijd van plan in Nederland te blijven Oekraïense vluchtelingen zijn over het algemeen tevreden met de Nederlandse samenleving en geven Nederland een rapportcijfer van 8,7, vergelijkbaar met de 8,5 die Syrische statushouders in 2017 gaven (Nooitgedagt, 2023). Dit geldt voor alle 2
Bij de Syrische statushouders spelen mensensmokkelaars ook een rol in de uiteindelijke bestemming, maar dit is onder de Oekraïense bevraagden niet uitgevraagd.
Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum
92%
Memorandum 2024-1 | 20 Memorandum 2024-1 | 20
100%
leeftijdsgroepen, hoewel vooral oudere Oekraïense vluchtelingen bijzondere tevredenheid tonen over hun leven in Nederland. Een aanzienlijk deel van de Oekraïners die nu in Nederland verblijven, is van plan om ten minste de komende 24 maanden in het land te blijven (72%). Deze intentie lijkt niet af te hangen van hun herkomstregio in Oekraïne. Oekraïners afkomstig uit de door Rusland gewilde annexatiegebieden – zoals Zaporizja, Krim, Donetsk, Kherson en Luhansk – en uit gebieden die momenteel niet (deels) bezet zijn, tonen een vergelijkbare voorkeur om in Nederland te blijven.3 De intentie om in Nederland te blijven lijkt wel samen te hangen met of men een partner in het buitenland heeft (figuur 3.4). Oekraïners met een uitwonende partner in het buitenland twijfelen vaker aan hun verblijf in Nederland en geven minder vaak aan zeker de komende twee jaar in Nederland te willen blijven. Figuur 3.4
Verblijfsintenties voor de komende twee jaar uitgesplitst naar partnersituatie
Partner in het buitenland
62%
34%
Partner in Nederland
76%
Alleenstaand
71%
0%
20% Ja
Misschien
40%
4%
24%
26%
60%
80%
1%
2%
100%
Niet van plan
Er is nauwelijks verschil tussen Oekraïners uit verschillende herkomstregio’s in de intenties om terug te keren naar Oekraïne als de situatie daar veiliger wordt. Van de Oekraïners die aangeven de komende twee jaar nog in Nederland te willen blijven, zegt 22% terug te willen gaan naar Oekraïne als het daar weer veilig is. Een grote deel van deze groep twijfelt nog wel en geeft aan misschien terug te willen naar Oekraïne als het er weer veilig is (48%) (Van Enk et al. 2024). Oekraïense vluchtelingen uit de (deels) bezette delen van Oekraïne hebben niet vaker de intentie om in Nederland te blijven als Oekraïne weer veilig wordt. Oekraïners met een partner in het buitenland twijfelen vaker of ze, als het weer veilig is in Oekraïne, in Nederland willen blijven en geven wat minder vaak aan van plan te zijn om dan te blijven (figuur 3.5).
3
Het is belangrijk om te vermelden dat ook gebieden waar momenteel niet actief wordt gevochten, niet per se veilig zijn. Deze regio's worden ook getroffen door Russische raketaanvallen, wat de veiligheidssituatie in heel Oekraïne onvoorspelbaar maakt.
Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum
Memorandum 2024-1 | 21 Memorandum 2024-1 | 21
Figuur 3.5
Terugkeerintentie in geval dat het weer veilig is in Oekraïne uitgesplitst naar partnersituatie
Partner in het buitenland
26%
Partner in Nederland
21%
47%
32%
Alleenstaand
22%
47%
31%
0% Ja
51%
20% Misschien
40%
23%
60%
80%
100%
Niet van plan
De respondenten is ook gevraagd aan te geven wat hun plannen zijn als men niet kan terugkeren naar Oekraïne. Indien terugkeer naar Oekraïne niet mogelijk is, dan geeft 84% van alle Oekraïense vluchtelingen (figuur 3.6) aan dat men dan van plan is in Nederland te blijven, terwijl slechts 2% dan van plan is naar een ander land te migreren. Figuur 3.6
90%
Verblijfsintenties in geval terugkeer naar Oekraïne niet mogelijk is 84%
80% 70% 60% 50% 40% 30% 20%
14%
10%
2%
0%
In Nederland blijven
Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum
Weet niet
In een ander land
Memorandum 2024-1 | 22 Memorandum 2024-1 | 22
4
Wonen Kasper Otten
4.1
De meerderheid verblijft in gemeentelijke opvanglocaties Gemeentes zijn verantwoordelijk voor het bieden van opvang aan Oekraïense vluchtelingen, en doen dat vaak via gemeentelijke opvanglocaties. Daarnaast zijn er, vooral in de beginperiode van de oorlog, allerlei initiatieven ontplooid om Oekraïners op te vangen in gastgezinnen, en mogen ze ook zelfstandig een woonruimte zoeken als ze daar de middelen voor hebben. In figuur 4.1 is de woningsituatie weergegeven voor Oekraïense vluchtelingen die zich tussen 24 februari 2022 en 1 juli 2023 hebben gevestigd in Nederland. We zien dat het merendeel in gemeentelijke opvanglocaties verblijft, namelijk 67%. De woningsituaties die daarna het meest voorkomen, zijn een gehuurde/gekochte woning (10%), verblijf bij een gastgezin (8%) en verblijf bij familie/vrienden/kennissen die al in Nederland waren (6%). Het wonen bij familieleden die al in Nederland waren voor de oorlog wordt in dit rapport niet gezien als het wonen bij een gastgezin. Figuur 4.1
Huidige woningsituatie 67%
In een gemeentelijke opvanglocatie
10%
Zelf een woonruimte gehuurd of gekocht
8%
Bij een gastgezin
6%
Bij familie/vrienden/kennissen die al in Nederland waren
Een woonruimte beschikbaar gesteld door een werkgever
4%
Bij partner die al in Nederland was
2%
In een asielzoekerscentrum (AZC)
1%
Bij een hotel/hostel tegen betaling
1%
Anders
2%
0%
10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80%
In figuur 4.2 is te zien dat Oekraïense vluchtelingen verspreid wonen over heel Nederland. De verschillen tussen gemeentes in het aandeel Oekraïense vluchtelingen lijken over het algemeen klein.
Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum
Memorandum 2024-1 | 23 Memorandum 2024-1 | 23
Figuur 4.2
Aantal Oekraïense vluchtelingen per 1000 inwoners in de gemeente
Aantal Oekraïense vluchtelingen per 1000 inwoners 5
10
15
20
Noot: het gaat hierbij om Oekraïense vluchtelingen die tussen februari 2022 en juli 2023 in Nederland zijn gevestigd en minstens 15 jaar oud zijn. De landelijke spreiding is getoond voor peildatum 1 juli 2023. De laagste categorie voor het totale aantal Oekraïense vluchtelingen per gemeente is gezet op 10 (wat betekent dat we geen onderscheid kunnen maken in het totale aantal Oekraïense vluchtelingen tussen gemeentes met 010 Oekraïense vluchtelingen).
4.2
Opvang in gastgezinnen neemt af met de tijd De manier waarop Oekraïense vluchtelingen worden opgevangen, verandert met de tijd. Zo zien we in figuur 4.3 dat van de Oekraïense vluchtelingen die aankwamen in Nederland in de eerste 20 weken na de Russische invasie, maar liefst 36% bij een gastgezin is opgevangen. Het percentage dat wordt opgevangen in een gastgezin daalt vervolgens aanzienlijk voor Oekraïense vluchtelingen die later zijn aangekomen in Nederland. Van de Oekraïense vluchtelingen heeft 25% in Nederland op enig moment bij een gastgezin gewoond. Zij wonen daar gemiddeld iets meer dan 9 maanden. Onder vrouwen komt het wonen bij een gastgezin relatief vaker voor (29%) dan onder mannen (19%).
Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum
Memorandum 2024-1 | 24 Memorandum 2024-1 | 24
Figuur 4.3
40%
Aandeel opgevangen in gastgezin uitgesplitst naar aankomstperiode in Nederland
36%
35% 30% 25% 20% 15%
15% 11% 8%
10% 5% 0% Eerste 20 weken Tweede 20 weken Derde 20 weken v/h conflict v/h conflict vh conflict
4.3
Na 60ste week v/h conflict
Gastgezin vooral gevonden via familie, vrienden, of kennissen Van degenen die bij een gastgezin hebben gewoond, heeft 59% het gastgezin gevonden via familie, vrienden, of kennissen, 20% via een organisatie zoals RefugeeHomeNL, het Rode Kruis, Takecarebnb, en het Leger des Heils, 6% via een kerk, en 15% via verschillende overige manieren (bijvoorbeeld sociale media). Na het uitbreken van de oorlog zijn er allerlei initiatieven ontplooid om Oekraïners te matchen met gastgezinnen, en hoewel daar veel gebruik van is gemaakt, heeft een nog grotere groep dus een gastgezin gevonden via hun sociale netwerk. De vorm van opvang bij gastgezinnen is gevarieerd. Van de Oekraïense vluchtelingen bij gastgezinnen heeft 38% een aparte, zelfstandige woonruimte (bijvoorbeeld een tuinhuis of eigen verdieping), 25% heeft deels aparte voorzieningen (bijvoorbeeld een eigen toilet of keuken), en 36% heeft helemaal geen aparte voorzieningen.
4.4
Veel variatie in de vorm van gemeentelijke opvang Ook bij gemeentelijke opvanglocaties is de vorm van opvang gevarieerd. Van de Oekraïense vluchtelingen heeft 72% een tijd bij een gemeentelijke opvanglocatie gewoond. Bij deze gemeentelijke opvanglocaties heeft 23% van hen volledig eigen voorzieningen (zoals een keuken, badkamer, toilet), 28% deels eigen voorzieningen, 37% geen eigen voorzieningen, en 12% zelfs geen eigen kamer. Iets minder dan de helft van de Oekraïense vluchtelingen in gemeentelijke opvanglocaties geeft aan te wonen op locaties met minimaal 100 personen (49%), gevolgd door locaties met 50 tot 100 personen (24%), 10 tot 50 personen (20%), en minder dan 10 personen (7%).
Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum
Memorandum 2024-1 | 25 Memorandum 2024-1 | 25
4.5
Ruim de helft wil verhuizen, het liefst naar een eigen woonruimte Hoewel meer dan de helft van de Oekraïense vluchtelingen ten minste één keer verhuisd is binnen Nederland (54%, figuur 4.4), is er ook een aanzienlijke groep nog nooit verhuisd (46%, figuur 4.4). Als we kijken naar de verhuiswensen (figuur 4.5), zien we dat ruim de helft van de Oekraïense vluchtelingen wel wil verhuizen (59%). Het gaat hierbij vooral om de wens te verhuizen naar een eigen woonruimte, een woningsituatie waarvan we zagen dat die tot dusver nog niet veel voorkomt (10%, figuur 4.1). Figuur 4.4 50%
Aantal verhuizingen 46%
40%
32%
30% 20%
12%
7%
10%
2%
2%
4
5+
0% 0 Figuur 4.5
1
2
3
Verhuiswensen Nee
38%
Ja, naar eigen woonruimte
50%
Ja, naar een gemeentelijke opvanglocatie
7%
Ja, naar een woonruimte aan mij beschikbaar gesteld door een werkgever
1%
Ja, naar mijn familie/vrienden
1%
Ja, naar een gastgezin
1%
Anders
2% 0%
4.6
10%
20%
30%
40%
50%
60%
Ondanks verhuiswens is er over het algemeen een hoge woontevredenheid Dat het merendeel van de Oekraïense vluchtelingen wil verhuizen, betekent niet per se dat ze ontevreden zijn met hun huidige woning. Maar liefst 72% van de Oekraïense vluchtelingen geeft aan tevreden of zeer tevreden te zijn met hun huidige woning (figuur 4.6), en 22% is neutraal over de huidige woning. Slechts 6% is ontevreden of zeer ontevreden.
Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum
Memorandum 2024-1 | 26 Memorandum 2024-1 | 26
Figuur 4.6
Tevredenheid met huidige woning
36%
0%
10%
36%
20%
30%
40%
50%
22%
60%
70%
Zeer tevreden
Tevreden
Niet tevreden, maar ook niet ontevreden
Ontevreden
80%
5%1%
90%
100%
Zeer ontevreden
Als we de tevredenheid met het wonen uitsplitsen tussen gemeentelijke opvanglocaties en gastgezinnen, zien we dat de tevredenheid over het algemeen hoger is in gastgezinnen. De gemiddelde tevredenheidsscore gegeven aan gemeentelijke opvanglocaties is 7,7 uit 10 en aan gastgezinnen 8,7 uit 10 (figuur 4.7). Maar liefst 60% van de Oekraïense vluchtelingen die bij een gastgezin hebben gewoond, geeft het wonen daar een score van 10 uit 10. Ook bij gemeentelijke opvanglocaties is de tevredenheid over het algemeen hoog, 30% geeft daar een score van 10 uit 10. Scores lager dan een 6 uit 10 komen bij beide vormen van opvang niet vaak voor, maar wel wat vaker bij gemeentelijke opvanglocaties (20% voor gemeentelijke opvanglocaties en 12% voor gastgezinnen). De tevredenheid met de gemeentelijke opvanglocatie is iets lager naarmate er meer mensen op deze locatie wonen (het gemiddelde tevredenheidscijfer is 7,5 in locaties met minimaal 100 personen, 7,7 in locaties met 50 tot 100 personen, 8,0 in locaties met 10 tot 50 personen, en 8,2 in locaties met minder dan 10 personen). Figuur 4.7
Gemiddelde tevredenheid met wonen in gemeentelijke opvanglocatie en gastgezin
10 8.7
9 8
7.7
7 6 5 4 3 2 1 0 Gemeentelijke opvanglocatie
Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum
Gastgezin
Memorandum 2024-1 | 27 Memorandum 2024-1 | 27
4.7
Meer ervaren ondersteuning bij gastgezinnen dan bij gemeentelijke opvanglocaties Zowel gemeentelijke opvanglocaties als gastgezinnen bieden verschillende vormen van ondersteuning voor Oekraïense vluchtelingen. In figuur 4.8 is op verschillende gebieden van ondersteuning weergegeven welk percentage van de Oekraïense vluchtelingen opgevangen in gemeentelijke opvanglocaties en gastgezinnen deze ondersteuning heeft ervaren in hun opvang. We zien dat Oekraïense vluchtelingen over het algemeen meer ondersteuning ervaren van hun gastgezin dan bij de gemeentelijke opvanglocatie. Bij gastgezinnen ervaren zij meer emotionele steun, steun bij bureaucratische zaken, juridisch advies, het vinden van een baan, het vinden van onderwijs voor zichzelf, zoeken naar huisvesting, financiële steun, vinden van kinderopvang of onderwijs voor de kinderen, het oppassen op kinderen, en de opvoeding/zorg voor kinderen. Ondersteuning bij de toegang tot gezondheidszorg verschilt niet tussen gastgezinnen en gemeentelijke opvanglocaties. De enige vorm van ondersteuning die vaker voorkomt bij gemeentelijke opvanglocaties dan gastgezinnen is het leren van Nederlands of iemand vinden die daarbij kan helpen.
In de huidige discussie over de voor- en nadelen van particuliere opvang versus gemeentelijke opvang (zie bijvoorbeeld Rusinovic & Jonker, 2023), wijzen onze resultaten dus op meer ervaren voordelen van particuliere opvang. Figuur 4.8
Ontvangen ondersteuning in gemeentelijke opvanglocatie en gastgezin
Een luisterend oor/emotionele steun
85%
55%
77% 77%
Toegang tot gezondheidszorg Hulp bij bureaucratische zaken Ontvangen of vinden van juridisch advies
59% 52%
Leren van Nederlands of iemand vinden die mij Nederlands kan leren
55%
Zoeken naar huisvesting
41% 34%
Financiële steun (exclusief leefgeld)
20%
38%
29% 20%
Vinden van onderwijs voor mijzelf
8% 10%
23% 20%
Andere vorm(en) van ondersteuning
54%
Gastgezin
0% 20% 40% 60% Gemeentelijke opvanglocatie
Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum
65%
46%
16%
Vinden van kinderopvang of onderwijs voor mijn kind(eren)
Opvoeding en/of zorg voor kinderen
62%
39%
Het vinden van een baan
Op de kinderen passen
64%
47%
78% 80%
100%
Memorandum 2024-1 | 28 Memorandum 2024-1 | 28
5
Arbeidsmarkt Ben van Enk Uit de eerste factsheet met resultaten uit het LOCOV-onderzoek blijkt dat veel Oekraïense vluchtelingen in Nederland snel hun weg naar werk hebben gevonden (Van Enk et al., 2024). Bijzonder voor deze groep, ten opzichte van andere vluchtelingengroepen, is dat zij geen toegang hebben tot de inburgering (zie hoofdstuk 1). Daarentegen kunnen zij direct in loondienst aan het werk zonder tewerkstellingsvergunning. In dit hoofdstuk gaan we dieper in op de arbeidsmarktpositie van Oekraïense vluchtelingen.
5.1
Oekraïense vluchtelingen in eerste jaren veel vaker aan het werk dan statushouders Van de Oekraïense vluchtelingen is 61% in Nederland aan het werk (figuur 5.1, zie ‘nettoparticipatie’ in box 5.1). Dit zijn wat vaker mannen dan vrouwen: van de mannen heeft 66% namelijk werk, terwijl 58% van de vrouwen werk heeft. Een betrekkelijk kleine groep van 3% werkt (daarnaast) op afstand in Oekraïne. Het aandeel Oekraïense vluchtelingen dat in Nederland werkt is 9 procentpunt lager dan het aandeel dat werkte vóór de vlucht naar Nederland. Het is opmerkelijk dat het aandeel dat in Nederland werkt al in korte tijd dicht bij het aandeel is komen te liggen dat voor de vlucht in Oekraïne werkte, ook al is slechts 5% vóór de Russische invasie van 24 februari 2022 in Nederland geweest voor werk (zie hoofdstuk 3). De nettoparticipatie van Oekraïense vluchtelingen is bovendien substantieel hoger vergeleken met statushouders in een vergelijkbare periode: 11% van de statushouders die in 2021 een status kregen, had namelijk na 12 maanden werk, en 15% na 18 maanden (CBS, 2024f). Figuur 5.1
Nettoparticipatie in Nederland en voor de vlucht in Oekraïne vergeleken
100% 90% 80% 70%
70% 61%
60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% In Nederland
Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum
In Oekraïne, voor de vlucht
Memorandum 2024-1 | 29 Memorandum 2024-1 | 29
Box 5.1
De nettoparticipatie en werkloosheid toegelicht
De nettoparticipatie verwijst naar het deel van de totale bevolking (15 tot 75 jaar) dat werkt. Het werkloosheidspercentage is een percentage van de beroepsbevolking. De bevolking kan worden ingedeeld in de beroepsbevolking en de nietberoepsbevolking. De beroepsbevolking heeft betrekking op de bevolking van 15 tot 75 jaar. De beroepsbevolking kan worden onderverdeeld in: • De werkzame beroepsbevolking. Iedereen met betaald werk, ongeacht het aantal uren, valt binnen deze categorie. • De werkloze beroepsbevolking. Dit zijn personen die geen betaald werk hebben, maar wel willen werken, actief op zoek zijn naar een baan en daar op korte termijn ook beschikbaar voor zijn. Bij werkloosheid gaat het dus om een percentage van de beroepsbevolking. Personen die geen werk hebben, niet willen werken en/of niet actief op zoek zijn naar een baan en/of daar niet op korte termijn voor beschikbaar voor zijn vallen onder de niet-beroepsbevolking. Noot: gebaseerd op CBS (2024c, 2024j), Huijnk (2018, p. 118)
5.2
Bijna een vijfde van de beroepsbevolking is werkloos Het merendeel van de Oekraïense vluchtelingen valt binnen de beroepsbevolking (figuur 5.2). Dit is iedereen met werk, maar ook diegenen die willen werken, direct beschikbaar zijn voor werk en actief op zoek zijn naar werk (zie box 5.1). Van de beroepsbevolking is 18% werkloos. Ter vergelijking: in de periode dat de survey (eind 2023 - begin 2024) werd gehouden was 3,6% van de algemene Nederlandse beroepsbevolking werkloos (CBS, 2024b). In figuur 5.3 is te zien dat Oekraïense vluchtelingen in de leeftijdscategorie 25-44 jaar het minst vaak werkloos zijn, terwijl 15-24-jarigen en 45-74-jarigen vaker werkloos zijn. Voor 28% van de Oekraïense vluchtelingen geldt dat ze geen onderdeel zijn van de beroepsbevolking. Van de niet-beroepsbevolking zorgt 51% voor een gezin of huishouden, is 31% gepensioneerd, 19% scholier of student, en 20% ziek of arbeidsongeschikt.4
4
Meerdere hoofdactiviteiten kunnen tegelijkertijd van toepassing zijn, waardoor de percentages optellen tot meer dan 100 procent.
Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum
Memorandum 2024-1 | 30 Memorandum 2024-1 | 30
Figuur 5.2
Beroepsbevolking, niet-beroepsbevolking en nettoparticipatie
Figuur 5.3
Werkloosheid per leeftijdscategorie
Totaal beroepsbevolking
15-24 jaar
25-44 jaar
45-74 jaar 0%
5.3
5%
10%
15%
20%
25%
Ruim de helft werkt voltijd, deel wil meer werken Werkende Oekraïense vluchtelingen hebben vaak grote banen. Zo werkt 62% voltijd (figuur 5.4). Dit is beduidend meer dan het aandeel van de algemene Nederlandse bevolking (49%) dat voltijd werkt (Kromhout & Souren, 2024). Ondanks dat het aandeel in voltijdbanen dus al hoog ligt onder Oekraïense vluchtelingen, lijkt het arbeidspotentieel nog niet benut: 76% wil namelijk voltijd werken. Dit verschil tussen wens en praktijk is beter te begrijpen wanneer we kijken naar de aanwezigheid van partners en kinderen in het huishouden (zie hoofdstuk 2). Zo willen alleenstaande ouders – dit zijn in negen van de tien gevallen alleenstaande moeders – substantieel vaker (70%) voltijd werken dan ze in werkelijkheid (50%) doen. Voor Oekraïense vluchtelingen met een partner, maar zonder kinderen, is het verschil tussen het aandeel dat voltijd werkt (73%) en wil werken (81%) minder groot. Het is waarschijnlijk dat een gebrek aan kinderopvangplekken, eerder gesignaleerd door het Verwey-Jonker Instituut en Opora als een groot obstakel voor Oekraïense
Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum
Memorandum 2024-1 | 31 Memorandum 2024-1 | 31
vluchtelingen met (jonge) kinderen, een belangrijke rol speelt in dit grote verschil tussen wens en praktijk (De Gruijter et al., 2024). Figuur 5.4
Hoeveel uur werkt u per week volgens uw arbeidscontract?
9%
5% 12%
62%
Minder dan 12 uur
5.4
12 tot 20 uur
12%
20 tot 28 uur
28 tot 35 uur
35 of meer uur
Vaste contracten schaars, bijna een kwart is oproepkracht Een grote meerderheid van de Oekraïense vluchtelingen werkt onder een tijdelijk contract (figuur 5.5). Voor ongeveer een kwart is dit een nuluren- of oproepcontract. Dit aandeel is relatief hoog ten opzichte van de werkende Nederlandse bevolking, van wie 10% onder een dergelijk contract werkt (CBS, 2024k). Dit type contract creëert precaire posities, aangezien niet gerekend kan worden op een vast aantal uren per week – en daarmee een vast inkomen. Een vast contract wordt gemeld door 18% van de Oekraïense vluchtelingen.5 Dit lage aandeel is deels te verwachten: Oekraïense vluchtelingen zijn nog maar kort in Nederland, en vaste contracten zijn bij veel werkgevers pas een optie na een aantal tijdelijke contracten. De tijdelijke verblijfsstatus kan hierbij echter wel een extra obstakel zijn. Zo geven werkgevers in het eerdergenoemde rapport aan dat ‘leunen’ op een groot aandeel Oekraïense vluchtelingen in een organisatie een risico is gezien hun tijdelijke verblijfsstatus (De Gruijter et al., 2024).
5
Dit is opvallend hoger dan de 7% die volgens registerinformatie een vast contract heeft. Dit verschil heeft mogelijk te maken met een andere definitie van een vast contract in het register ten opzichte van de definitie van Oekraïense vluchtelingen.
Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum
Memorandum 2024-1 | 32 Memorandum 2024-1 | 32
Figuur 5.5
Wat voor soort dienstverband heeft u?
35% 31% 30%
27% 23%
25% 20%
18%
15% 10% 5% 0% Tijdelijk contract
5.5
Tijdelijk met uitzicht op vast
Nul-uren contract
Vast dienstverband
Groot deel werkt onder niveau In een eerdere publicatie is het relatief hoge onderwijsniveau van Oekraïense vluchtelingen uitgelicht (Van Enk et al., 2024). Meer dan de helft heeft universitair onderwijs genoten. Daarnaast heeft 22% hoger middelbaar en beroepsonderwijs gevolgd, 18% lager middelbaar onderwijs en 5% basisonderwijs. Een belangrijk deel geeft aan dat hun baan onder hun onderwijsniveau ligt: dit geldt voor ruim vier op de tien werkende Oekraïense vluchtelingen. Een blik op het beroepsniveau bevestigt het beeld van grote mismatches op de arbeidsmarkt (figuur 5.6).6 Maar liefst de helft van de Oekraïense vluchtelingen werkt op het laagste beroepsniveau, waarvoor basisonderwijs volstaat. Voor vrouwen is dit vaker het geval dan voor mannen: terwijl vrouwen in 55% van de gevallen op het laagste beroepsniveau werken, geldt dit voor 41% van de mannen. Onder de Oekraïense vluchtelingen die universitair onderwijs hebben gevolgd, werkt maar liefst 81% op niveaus waarvoor alleen basisonderwijs of middelbaar onderwijs (niveau 1 of 2) vereist is. Van Oekraïense vluchtelingen met hoger middelbaar en beroepsonderwijs werkt 57% in beroepen waar alleen basisonderwijs voor nodig is. Dit geldt voor 61% van de Oekraïners met lager middelbaar onderwijs.
Het grote aandeel Oekraïners dat op het laagste baanniveau werkt, doet denken aan het vaak lage baanniveau van Midden- en Oost-Europese arbeidsmigranten in Nederland. Zo geldt voor Polen die in 2009 en 2010 in Nederland aankwamen dat meer dan de helft in 2011 een baan op het laagste baanniveau had (Gijsberts & Lubbers, 2013, p. 90). Voor Bulgaren was dit ruim vier tiende.
6
De ISCO (International Standard Classification of Occupations) beroepsniveaus 1 tot en met 4 corresponderen grofweg met de vier weergegeven opleidingsniveaus. Zo is voor baanniveau 1 basisonderwijs voldoende, en is hoger onderwijs vereist voor baanniveau 4 (CBS, 2024d; 2024g).
Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum
Memorandum 2024-1 | 33 Memorandum 2024-1 | 33
Figuur 5.6 100%
80%
Beroepsniveau per opleidingsniveau
5%
5%
34%
39%
13% 6%
38%
60%
40% 61%
57% 44%
20%
0% Lager middelbaar onderwijs Niveau 1
Niveau 2
Hoger middelbaar en beroepsonderwijs Niveau 3
Niveau 4
Hoger onderwijs Niveau 3-4
Noot: de verdeling van beroepsniveaus voor basisonderwijs is niet weergeven, vanwege een te kleine groepsgrootte. Om dezelfde reden zijn niveau 3 en 4 gezamenlijk weergegeven voor lager middelbaar onderwijs en hoger middelbaar en beroepsonderwijs.
5.6
Baan meestal gevonden via familie en vrienden Oekraïense vluchtelingen werken in diverse beroepen. De meest voorkomende beroepen zijn schoonmaker in onder meer hotels en kantoren, laders en lossers, inpakkers, losse arbeiders (ook wel ‘klusjesman’), verkoopmedewerkers, ongeschoolde arbeiders in de tuinbouw, koks, keukenhulpen en kelners. Op afstand de meest belangrijke weg waarlangs zij deze banen vinden is via familie, vrienden of andere relaties (figuur 5.7). Andere routes waarlangs zij een baan vinden volgen op afstand. Vooral voor het vinden van banen aan de onderkant van de arbeidsmarkt is te zien dat informele netwerken belangrijk zijn. Voor banen op hoger niveau geldt dat vaker formele routes, zoals reageren op een advertentie of een open sollicitatie, worden bewandeld.