CConstaterende datEtten-Leur
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting bestemmingsplan 'Spoorlaan 19'

Raad besluit 10 juli 2023, gemeente Etten-LeurBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Spoorlaan 1921.448 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Spoorlaan 19 Gemeente Etten-Leur Projectnummer 0462222.100

geluidluwe zijde. De geluidbelasting blijft hier onder de voorkeursgrenswaarde. Aan deze zijde wordt ten minste één verblijfsruimte (per woning) en de bijbehorende buitenruimte gesitueerd. Ten behoeve van de geluidreductie worden de verhoogde borstweringen voorzien van glazen afscheidingen met geluidwerend glas en worden extra maatregelen getroffen in de gevel door verzwaarde HSB toe te passen. Door de opdrachtgever worden verhoogde borstweringen gerealiseerd bij de balkons van alle appartementen aan de zijde van de Spoorlaan. Door het toepassen van verhoogde borstwering bij de balkons kan bij alle appartementen (op de achterliggende gevel op de balkons) worden voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB(A) inclusief aftrek conform art. 110g van de Wet geluidhinder. Er wordt minimaal één geluidluwe verblijfsruimte en een geluidluwe buitenruimte gerealiseerd aan de geluidluwe gevel, waarmee wordt voldaan aan het hogere waardenbeleid van de gemeente Etten-Leur. Bouwbesluit 2012 De karakteristieke geluidwering van een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied dient op grond van het Bouwbesluit minimaal 20 dB te bedragen.

Gezien de voorkeursgrenswaarden voor weg- en railverkeerslawaai overschreden worden dient ten behoeve van de bouwvergunning nader onderzoek naar de geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie van de woningen/ appartementen uitgevoerd te worden. Hiermee dient aangetoond te worden dat ter plaatse van de geluidgevoelige ruimten voldaan kan worden aan de vereiste karakteristieke geluidwering conform het Bouwbesluit 2012. Ruimtelijke ordening In het kader van de ruimtelijke ordening dient de cumulatieve geluidbelasting te worden bepaald. In het akoestisch onderzoek is een overzicht gegeven van de cumulatieve geluidbelasting. In het hogere waardenbeleid van de gemeente is opgenomen dat de cumulatieve geluidbelasting ten hoogste 3 dB hoger mag zijn dan de ten hoogste te verlenen waarde. Uit de rekenresultaten blijkt dat de cumulatieve geluidbelasting omgerekend naar de bronsoort wegverkeer varieert tussen de 50 dB en 66 dB en is op grond van de kwalificatie van het woon- en leefklimaat te kwalificeren als een goed tot zeer slecht woonen leefklimaat. De cumulatieve geluidbelasting omgerekend naar de bronsoort railverkeerslawaai varieert tussen de 54 dB en 71 dB en is daarmee te kwalificeren als een redelijk tot zeer slecht woon- en leefklimaat.

Om de toekomstige bewoners van de nieuwe appartementen voldoende te beschermen tegen geluid als gevolg van weg- en railverkeerslawaai dient ten behoeve van de aanvraag om omgevingsvergunning (onderdeel bouwen) een aanvullend onderzoek naar de geluidwering van de gevels uitgevoerd te worden. Mogelijk blijkt uit dit onderzoek dat toepassing van aanvullende bouwkundige voorzieningen benodigd is om een acceptabel woon- en leefklimaat te kunnen garanderen in de woningen/ appartementen. Door het uitvoeren van het aanvullend onderzoek naar de geluidwering van de gevels, en indien noodzakelijk toepassen van aanvullende bouwkundige voorzieningen, kan in de nieuwe appartementen een acceptabel woon- en leefklimaat gewaarborgd worden. De ten hoogste vast te stellen hogere waarden voor wegverkeerslawaai bedraagt 68 dB en voor railverkeerslawaai 68 dB. Hieruit kan geconcludeerd worden dat voldaan kan worden aan de eis uit het hogere grenswaardenbeleid van de gemeente Etten-Leur waarbij de gecumuleerde geluidbelasting ten hoogste 3 dB meer mag bedragen dan de ten hoogste te verlenen waarde. Hogere waarden Ten gevolge van het wegverkeer op de Spoorlaan en het spoor is het vaststellen van een hogere grenswaarde van maximaal 67 dB noodzakelijk. Het besluit hogere waarden Wet geluidhinder is op 23 mei 2023 genomen door het college van burgemeester en wethouders. blad 31 van 62

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Spoorlaan 19 Gemeente Etten-Leur Projectnummer 0462222.100

Dit besluit is opgenomen in bijlage Bijlage 17. Advies ProRail In het kader van het vooroverleg is het concept ontwerpbestemmingsplan toegezonden aan ProRail. ProRail heeft een reactie ingediend. De reactie van ProRail heeft ten aanzien van het aspect geluidhinder niet geleidt tot aanpassingen van het bestemmingsplan. Conclusie Door het uitvoeren van maatregelen en het verlenen van hogere waarden vormt het aspect geluidhinder geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het voorliggend bestemmingsplan.

4.2

Archeologie en cultuurhistorie

4.2.1

Archeologie Toetsingskader Erfgoedwet In Europees verband is het zogenaamde 'Verdrag van Malta' tot stand gekomen. De uitgangspunten van dit verdrag dienen te worden vertaald in nationale wetgeving. In Nederland heeft deze vertaling plaatsgevonden in de Erfgoedwet, welke in werking is getreden op 1 juli 2016. De Erfgoedwet regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar reële verwachtingen bestaan dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn, dient door de initiatiefnemer voorafgaand aan bodemingrepen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek dienen vervolgens volwaardig in de belangenafweging te worden betrokken. Het belangrijkste doel is de bescherming van het archeologische in de bodem (in situ) omdat de bodem doorgaans de beste garantie biedt voor een goede conservering. Er wordt uitgegaan van het basisprincipe de 'verstoorder' betaalt voor het opgraven en het documenteren van de aangetroffen waarden als behoud in de bodem niet tot de mogelijkheden behoort.

Besluit ruimtelijke ordening Op basis van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient in de toelichting van elk bestemmingsplan een beschrijving te worden gegeven van de aanwezige cultuurhistorische en archeologische waarden van het plangebied. Beleid gemeente Etten-Leur In oktober 2010 heeft de gemeenteraad een actualisatie van het archeologiebeleid, de archeologische beleidskaart en de Erfgoedverordening vastgesteld. De beleidskaart is gebaseerd op de laatste archeologische stand van zaken en de actuele inzichten over dit onderwerp. De beleidskaart is leidend voor lokale projecten. Toetsing In het geldend bestemmingsplan is de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie 3' opgenomen. Op de archeologische beleidskaart van de gemeente Etten-Leur ligt het plangebied in een zone waarvoor de benodigde gegevens ontbreken voor het opstellen van een archeologische verwachting. Indien het te verstoren gebied groter dan 2.500 m2 is met bodemingrepen dieper dan 40 cm-mv, dient een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek plaats te vinden. Het plangebied heeft in totaal een oppervlakte van circa 2.500 m2 . De inrichting van het perceel wordt grotendeels in stand gehouden, waardoor het te verstoren gebied wordt

blad 32 van 62

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Spoorlaan 19 Gemeente Etten-Leur Projectnummer 0462222.100

beperkt. Met het realiseren van het nieuwe gebouw wordt grotendeels gebruik gemaakt van de bestaande fundering. Het te verstoren gebied blijft onder de 2.500 m2 . Archeologisch onderzoek is niet noodzakelijk. De bestemming 'Waarde - Archeologie 3' wordt in voorliggend bestemmingsplan ongewijzigd opgenomen. Hierdoor blijven eventuele archeologische waarden ook in de toekomst beschermd. Er bestaat altijd een kans dat er tijdens graafwerkzaamheden archeologische sporen en/of vondsten worden aangetroffen. Op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet dient zo spoedig mogelijk melding te worden gemaakt van de vondst bij de gemeentelijk of provinciaal archeoloog, of bij de Minister (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed: telefoon 033-4217456). Conclusie Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het voorliggend bestemmingsplan.

4.2.2

Cultuurhistorie Toetsingskader Per 1 januari 2012 is de Modernisering Monumentenzorg (MoMo) in werking getreden. Als gevolg van de MoMo wijzigt de Bro (artikel 3.1.6, lid 2). Wat eerst voor alleen archeologie gold, geldt nu ook voor al het cultureel erfgoed. In de toelichting van het bestemmingsplan dient een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. De opsteller en vaststeller van het bestemmingsplan is daarmee dus verplicht om breder te kijken dan alleen naar het facet archeologie. Ook de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie dienen te worden meegenomen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. Beleid provincie Noord-Brabant In de provincie Noord-Brabant dienen in het kader van het behoud van waardevolle cultuurhistorische elementen en archeologische vindplaatsen, bestemmingsplannen te worden getoetst aan de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart. Hierop staan de bepalende cultuurhistorische elementen aangeven. Toetsing Op de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Noord-Brabant is te zien dat ten zuiden van het plangebied cultuurhistorische waarden aanwezig zijn.

Het betreft de Oude dorpskern Etten, rijks- en gemeentelijke monumenten en karakteristieke panden. Met de beoogde herontwikkeling van het plangebied worden deze cultuurhistorische waarden niet aangetast. Daarnaast is de spoorlijn Roosendaal-Breda aangeduid als lijn van redelijk hoge waarde. Deze lijn wordt met het beoogde voornemen behouden. Binnen het plangebied zelf zijn geen cultuurhistorische waarden aanwezig.

blad 33 van 62

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Spoorlaan 19 Gemeente Etten-Leur Projectnummer 0462222.100

Figuur 4.5: Cultuurhistorische waardenkaart (Bron: Provinvie Noord-Brabant) Conclusie Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het voorliggend bestemmingsplan.

4.3

Bedrijven en milieuzonering Toetsingskader Door het aanbrengen van een zone tussen bedrijvigheid en milieugevoelige bestemmingen (zoals woningbouw) kan de overlast ten gevolge van bedrijfsactiviteiten zo laag mogelijk gehouden worden. Zonering is met name van toepassing bij nieuwbouw van woningen en andere gevoelige functies in de directe omgeving van een bedrijf en bij vestiging van een nieuw bedrijf in de directe omgeving van gevoelige bestemmingen. Op basis van de VNG-brochure 'Bedrijven en Milieuzonering 2009' (hierna: VNG-brochure) wordt onder milieugevoelige functies verstaan: woningen, woongebieden, ziekenhuizen, scholen en verblijfsrecreatie. Sommige functies kunnen zowel milieubelastend als milieugevoelig zijn (bijvoorbeeld ziekenhuizen en scholen). Vervolgens worden in de brochure, op basis van een aantal factoren (geur, stof, geluid en gevaar), richtafstanden genoemd tussen verschillende bedrijfstypen en omgevingstype 'rustige woonwijk' of 'rustig buitengebied', waarmee gemeenten bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening kunnen houden. Indien sprake is van het omgevingstype 'gemengd gebied', dan kunnen de richtafstanden – zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat en het functioneren van bedrijven – met één afstandsstap worden verlaagd. Een 'gemengd gebied' is een gebied met matige tot sterke functiemenging.

In de onderstaande tabel worden de richtafstanden van de milieucategorieën ten opzichte van omgevingstype weergegeven. Tabel 4.1: Bedrijven en milieuzonering richtafstanden

blad 34 van 62

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Spoorlaan 19 Gemeente Etten-Leur Projectnummer 0462222.100

Toetsing Door de ligging in de directe nabijheid van de spoorlijn, de belangrijke ontsluitingsweg Spoorlaan en de sportschool (Spoorlaan 21) kan de omgeving van het plangebied worden aangemerkt als omgevingtype 'gemengd gebied'. Op het naastgelegen perceel is een sportschool aanwezig. Op basis van de VNG-lijst vallen gymnastiekzalen, sportscholen en fitnesscentra onder milieucategorie 2, met een indicatieve richtafstand van 10 meter in een gemengd gebied. De afstand tussen het nieuwe gebouw en de sportschool is circa 5 meter. Hiermee wordt de indicatieve richtafstand niet gehaald. Het betreft een indicatieve richtstand waar onderbouwd van afgeweken kan worden. Gesteld kan worden dat er in het gebied al sprake is van een hoog geluidsniveau vanwege de ligging tussen het spoor en de drukke, doorgaande Spoorlaan. In 2019 is het pand verbouwd en beter geïsoleerd. Aan de zijde van het nieuwe appartementencomplex bevinden zich ruimtes waar met toestellen wordt gesport en ruimtes voor sanitaire voorzieningen. Groepslessen met muziek worden niet in dit deel van de sportschool gehouden. Geluidhinder aan de westzijde van de sportschool wordt niet verwacht. Tevens wordt de oostgevel van het nieuwe appartementencomplex doof, zonder te openen delen, uitgevoerd.

Gelet op de reeds hoge achtergrond geluidbelastingen, de bouwkundige situatie van de sportschool, de indeling van de sportschool en de ontwerpuitgangspunten voor het nieuwe appartementencomplex is geluidoverlast van de sportschool niet te verwachten. De nieuwbouwontwikkeling leidt niet tot beperkingen voor de sportschool. De eigenaar van de sportschool is door de initiatiefnemer op de hoogte gebracht van de woningbouwontwikkeling en heeft aangegeven geen bezwaar te hebben tegen de ontwikkeling.

blad 35 van 62

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Spoorlaan 19 Gemeente Etten-Leur Projectnummer 0462222.100

Figuur 4.6: Sportschool Ten oosten van het plangebied bevindt zich op 100 meter afstand het station van Etten-Leur. Voor treinstations wordt de milieucategorie 3.2 aangehouden, met een indicatieve richtsafstand van 50 meter. Er wordt voldoende afstand tot het station in acht genomen. Tussen het station en het plangebied bevinden zich fietsenstallingen ten behoeve van het treinstation. In de VNG brochure is geen fietsenstalling opgenomen. Er wordt zekerheidshalve uitgegaan van een parkeerterrein als worst-case scenario voor de fietsenstalling. Voor een parkeerterrein geldt, op basis van gebiedstype gemengd gebied, op grond van de VNG-publicatie een richtafstand tot geluidsgevoelige bestemmingen van 10 meter. De afstand tussen de fietsenstallingen en het plangebied bedraagt ten minste 35 meter. Hiermee wordt voldoende afstand in acht genomen. Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het voorliggend bestemmingsplan.

4.4

Bodem Toetsingskader Het landelijk beleid gaat uit van het principe dat de bodem geschikt dient te zijn voor de beoogde functie. Met andere woorden, de bodemkwaliteit mag geen onaanvaardbaar risico opleveren voor de gebruikers van de bodem. De gewenste functie bepaalt als het ware de gewenste bodemkwaliteit. Voor alle bestemmingen waar een functiewijziging of herinrichting wordt voorzien, dient de bodemkwaliteit door middel van een bodemonderzoek in beeld te worden gebracht. Indien op grond van historische informatie blijkt dat in het verleden bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden, dan dient een volledig verkennend bodemonderzoek te worden uitgevoerd. Op basis van de onderzoeksresultaten kan vervolgens worden nagegaan of er vervolgmaatregelen getroffen moeten worden, zoals een nader onderzoek of eventueel een (functiegerichte) sanering. Toetsing Voor de percelen Spoorlaan 19 en 21 is in 2018 door Antea Group een historisch bodemonderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit historisch bodemonderzoek zijn verwerkt in het rapport 'Historisch onderzoek Spoorlaan 19-21 te Etten-Leur' d.d. 25 mei 2018. Het rapport is opgenomen als Bijlage 2 bij de toelichting. De conclusie van het historisch bodemonderzoek luidt dat de verzamelde informatie geen aanwijzingen geeft voor de aanwezigheid van (voormalige) bodembedreigende activiteiten op het onderzoeksterrein.

Bij het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek in april 2012 (Wematech, kenmerk RS120722) zijn zowel in de bovengrond als in de ondergrond geen verhoogde gehalten aan de onderzochte parameters aangetoond. Conclusie Op basis van het vooronderzoek is de gehele onderzoekslocatie als onverdacht aan te merken. De bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het voorliggend bestemmingsplan.

4.5

Ecologie Toetsingskader Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Op grond van deze wet zijn de Natura 2000-gebieden beschermd. Daarnaast regelt de Wet natuurbescherming ook

blad 36 van 62

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Spoorlaan 19 Gemeente Etten-Leur Projectnummer 0462222.100

de bescherming van planten- en dierensoorten. In deze wet zijn de EU-richtlijnen voor de bescherming van soorten opgenomen (Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn). Nationaal beschermde soorten vallen ook onder deze wet. De doelstelling is de bescherming en behoud van in het wild levende planten en dieren. Het uitgangspunt van de wet is 'nee, tenzij'. Dit betekent dat activiteiten met een schadelijk effect op beschermde soorten zonder ontheffing verboden zijn. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dienen vooraf de effecten op Natura 2000-gebieden en het Natuur Netwerk Brabant beoordeeld te worden. Ook dient vooraf onderzocht te worden of en welke beschermde dier- en plantensoorten voorkomen, wat hun beschermingsstatus is en wat de effecten zijn van de ingreep op het voortbestaan van de gevonden soorten. Toetsing In 2018 is voor de percelen Spoorlaan 19 en 21 door Antea Group een Natuurtoets uitgevoerd. De resultaten van de Natuurtoets zijn verwerkt in het rapport 'Natuurtoets Spoorlaan Etten-Leur' d.d. 14 juni 2018. De Natuurtoets is opgenomen als Bijlage 3 bij de toelichting. Onderstaand zijn de conclusies en het advies van het onderzoek opgenomen. Beschermde gebieden In het plangebied is geen NNB-gebied of Natura 2000-gebied aanwezig. Er komen ook geen beschermde gebieden (NNB of N2000-gebieden) voor binnen de invloedsfeer van het plangebied.

Er is zowel van indirecte als directe aantasting van de NNB en de Natura 2000-gebieden dan ook geen sprake. (Significant) negatieve effecten zijn uitgesloten. In de omgeving van het plangebied liggen echter wel Natura 2000-gebieden. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied betreft het ‘Ulvenhoutse Bos’ en ligt op ruim 11,5 kilometer afstand van het plangebied. Mogelijk is sprake van een invloed op omliggende Natura 2000 gebieden door stikstofdepositie. Om hier duidelijkheid over te geven, is een door Antea Group, met behulp van het rekenprogramma AERIUS Calculator, versie 2021, de mogelijke toename van de stikstofdepositie in beeld gebracht. De resultaten van het onderzoek zijn verwerkt in de memo 'Stikstofonderzoek bestemmingsplan Spoorlaan' d.d. 4 maart 2022. De memo is toegevoegd als Bijlage 4 bij de toelichting. Uit de berekening van de gebruiksfase blijkt dat het voornemen niet leidt tot een toename van stikstofdepositie ter plaatse van enig Natura 2000-gebied. Significante gevolgen voor de habitats in Natura 2000-gebieden ten gevolge van stikstofdepositie zijn daarmee uitgesloten. Vanwege de recente uitspraak van Raad van State over de vrijstelling voor de realisatiefase dient een nieuwe berekening uitgevoerd te worden waarbij ook de realisatiefase wordt meegenomen. Deze berekening wordt voordat het bestemmingsplan wordt vastgesteld uitgevoerd.

Het aspect stikstofdepositie staat verdere besluitvorming vooralsnog niet in de weg. Beschermde soorten Uit de bureaustudie in combinatie met het terreinbezoek is gebleken dat (leefgebied van) de volgende in het kader van de Wet natuurbescherming beschermde soorten aanwezig zijn en/of mogelijk verwacht worden in het plangebied: algemene broedvogels; vleermuizen. In onderstaande tabel is aangegeven welke gevolgen de aanwezigheid van (het leefgebied van) deze soorten heeft voor het voorliggende plan. Aangegeven is of er sprake is van een overtreding van de Wet Natuurbescherming en onder welke voorwaarden het plan uitvoerbaar is. Tabel 4.2: Overzicht conclusies en vervolgstappen soortbescherming.

blad 37 van 62

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Spoorlaan 19 Gemeente Etten-Leur Projectnummer 0462222.100

Soortenmanagementplan Etten-Leur In 2019 is in opdracht van de gemeente Etten-Leur een ecologisch onderzoek uitgevoerd in het stedelijk gebied. Dit heeft geresulteerd in een Soortenmanagementplan (SMP). In april 2021 heeft de provincie Noord-Brabant op basis van het SMP aan de gemeente Etten-Leur een generieke ontheffing voor de gebouwbewonende soorten verleend wanneer maatregelen voor de betreffende soorten worden genomen. Eén van deze maatregelen kan zijn dat nieuwbouw natuurinclusief wordt uitgevoerd. Dit is nodig om een plus te realiseren op verblijf- en nestplaatsen die door onder meer verduurzaming en renovatie van woningen verloren gaan. In alle mogelijke geschikte ruimtes dient het design van de nieuwbouw geschikt te worden gemaakt voor de huismus, gierzwaluw en vleermuizen. Voor vleermuizen geldt de minimale taakstelling dat de gebouwen geschikt moeten worden gemaakt voor vleermuizen. Zeker het open houden van de spouwmuur is belangrijk voor de borging van kraamverblijfplaatsen van vleermuizen. Wanneer dit niet mogelijk is dienen minimaal twee geschakelde kasten bestaande uit vier delen of vier geschakelde kasten bestaande uit twee delen te worden opgehangen. Een extra maatregel die genomen kan worden is een extra gelaagde kast en meer schakelingen ophangen.

In het plangebied worden daarom, in lijn met het SMP van de gemeente Etten-Leur, minimaal twee inbouw neststenen voor vleermuis nesten toegepast. Nader onderzoek Door Eco Assist is een nader onderzoek naar de aanwezigheid van vleermuizen uitgevoerd. De resultaten van dit onderzoek zijn beschreven in het rapport 'Nader onderzoek vleermuizen Spoorlaan 19 Etten-Leur' d.d. 25 juli 2022. Het rapport is opgenomen als Bijlage 5 bij de toelichting. Hieronder wordt ingegaan op de conclucies en aanbevelingen uit het onderzoek. Het plangebied fungeert niet als essentieel foerageergebied voor vleermuizen. Tijdens het onderzoek werden in zijn geheel geen foeragerende vleermuizen aangetroffen in het plangebied. Gedurende het onderzoek werden geen vaste vliegroutes van vleermuizen waargenomen. De aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen is binnen het plangebied redelijkerwijs uitgesloten. Met de uitvoering van de ingreep wordt de Wet natuurbescherming niet overtreden met betrekking tot vleermuizen. Het is niet noodzakelijk nog verdere stappen te ondernemen om negatieve effecten op vleermuizen bij de ingreep te voorkomen. Omdat het onderzoek heeft plaatsgevonden volgens de richtlijnen uit het vleermuisprotocol 2021 kan geconcludeerd blad 38 van 62

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Spoorlaan 19 Gemeente Etten-Leur Projectnummer 0462222.100

worden dat het plangebied voldoende onderzocht is op de aanwezigheid van vleermuizen om de aan- dan wel afwezigheid van beschermde functies van het gebied voor vleermuizen aan te tonen. Zorgplicht Binnen het plangebied zijn geen beschermde functies voor vleermuizen aangetroffen. Wel blijft het van belang tijdens de ingreep invulling te geven aan de algemene zorgplicht zoals opgenomen in de Wet natuurbescherming (Artikel 1.11) en om verstoring van algemene broedvogels tijdens het broedseizoen te voorkomen. Bescherming houtopstanden Zoals ook blijkt uit paragraaf 3.3.8 zijn op de bomenlijst van de gemeente Etten-Leur de drie bomen in de groenstrook aan de voorzijde van het pand Spoorlaan 19 aangemerkt als beschermde bomen. Deze bomen kunnen met het voornemen niet worden behouden. De bomen worden gecompenseerd door het aanplanten van drie nieuw bomen. Conclusie Gesteld kan worden dat directe negatieve gevolgen voor het aspect ecologie kunnen worden voorkomen. Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.6

Externe veiligheid Toetsingskader Externe veiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit kan betrekking hebben op inrichtingen (bedrijven) of transportroutes. Op beide categorieën is verschillende wet- en regelgeving van toepassing. Voor inrichtingen is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) het relevante beleidskader, voor buisleidingen is dit het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het beleid voor transportmodaliteiten staat in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Binnen het beleidskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen. Hieronder worden beide begrippen verder uitgewerkt. Plaatsgebonden Risico (PR) Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die de hele tijd op die plaats aanwezig is. Het PR kan op de kan op de kaart van het gebied worden weergegeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR.

Binnen de 10-6 /jaar-contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen nieuwe kwetsbare objecten aanwezig zijn of geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6 /jaar-contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. Groepsrisico (GR) Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1% letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald): de afstand waarop nog 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Het GR kan niet 'op de kaart' worden weergegeven, maar wordt weergegeven in een grafiek waar de kans (f) afgezet wordt tegen het aantal slachtoffers (N): de fN-curve.

blad 39 van 62

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Spoorlaan 19 Gemeente Etten-Leur Projectnummer 0462222.100

Figuur 4.7: Weergave plaatsgebondenrisicocontouren, invloedsgebied en groepsrisicografiek met oriëntatiewaarde voor transport. Verantwoordingsplicht In het Bevi, het Bevb en het Bevt is een verplichting tot verantwoording van het groepsrisico opgenomen. Bij deze verantwoordingsplicht dient het bevoegd gezag op een juiste wijze de toename en ligging van het groepsrisico te onderbouwen en te verantwoorden. Hierbij geeft het bevoegd gezag aan of het groepsrisico in de betreffende situatie aanvaardbaar wordt geacht. Bij de verantwoording van het groepsrisico dient het bevoegd gezag advies in te winnen bij de veiligheidsregio. De verantwoordingsplicht van het groepsrisico dient naast de rekenkundige hoogte van het groepsrisico, dat berekend wordt door middel van een kwantitatieve risicoanalyse (QRA), tevens rekening te houden met een aantal kwalitatieve aspecten, zoals hieronder weergegeven.

Figuur 4.8: Verplichte en onmisbare onderdelen van de verantwoordingsplicht van het groepsrisico. Omgevingsveiligheid (Omgevingswet) Omgevingsveiligheid is een begrip dat hoort bij de Omgevingswet die naar verwachting in 2023 in werking zal treden. Door alle wetten en regelingen binnen het omgevingsrecht samen te voegen ontstaat een verandering onder het motto 'Eenvoudig beter'. De Omgevingswet introduceert (in het Besluit kwaliteit leefomgeving) een aantal aandachtsgebieden. Deze aandachtsgebieden verschillen per risicobron. Voor transportroutes gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen in het Basisnet (waaronder de spoorlijn direct ten noorden van het plangebied) gaan de volgende aandachtsgebieden gelden: Een brandaandachtsgebied van 30 meter; Een explosieaandachtsgebied van 200 meter. Binnen deze aandachtsgebieden kunnen aanvullende bouwkundige maatregelen van toepassing zijn. De afwegingsruimte ligt hierbij primair bij het bevoegd gezag, met blad 40 van 62

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Spoorlaan 19 Gemeente Etten-Leur Projectnummer 0462222.100

uitzondering van zeer kwetsbare gebouwen (zoals gebouwen bestemd voor het verblijf van jonge kinderen). Voor zeer kwetsbare gebouwen binnen het aandachtsgebied gelden de aanvullende bouwkundige maatregelen (of gelijkwaardige maatregelen) altijd. Toetsing Door Antea Group is een onderbouwing opgesteld voor het aspect externe veiligheid. De resulaten van de onderbouwing zijn beschreven in het rapport 'Externe veiligheid Spoorlaan 19 Etten Leur' d.d. 21 oktober 2021. Het rapport is opgenomen als Bijlage 6 bij de toelichting. Hierna worden de conclusies opgenomen. In de omgeving van het plangebied bevinden zich verschillende risicobronnen: Spoorlijn Roosendaal – Breda; Rijksweg A58. Spoorlijn Roosendaal – Breda De spoorlijn heeft een 10-6 /jaar plaatsgebonden risicocontour van 0 meter. Daarmee wordt voldaan aan de grens- en richtwaarden ten aanzien van het plaatsgebonden risico; de spoorlijn heeft geen plasbrandaandachtsgebied (PAG). Er gelden daarmee geen aanvullende eisen conform het Bouwbesluit; het groepsrisico van de spoorlijn bevindt zich onder de oriëntatiewaarde en neemt toe ten gevolge van de ontwikkeling; verantwoording van het groepsrisico is conform het Besluit externe veiligheid transportroutes van toepassing. Rijksweg A58 De weg heeft een 10-6 /jaar plaatsgebonden risicocontour van 0 meter.

Daarmee wordt voldaan aan de grens- en richtwaarden ten aanzien van het plaatsgebonden risico; een beschouwing van het groepsrisico is niet nodig vanwege de afstand tussen het plangebied en de weg (meer dan 200 meter); beperkte verantwoording van het groepsrisico is conform het Besluit externe veiligheid transportroutes van toepassing. Verantwoording groepsrisico Verantwoording van het groepsrisico is voor de spoorlijn Roosendaal – Breda en de Rijksweg A58 verplicht. In het rapport en de onderstaande paragraaf is een aanzet gedaan voor de verantwoording van het groepsrisico. Het bevoegd gezag, de gemeenteraad van Etten-Leur, kan deze elementen betrekken bij de besluitvorming ten aanzien van de ruimtelijke procedure. Algemene beschouwing veiligheidssituatie Scenario's Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van twee transportroutes gevaarlijke stoffen (spoor en weg). Bij deze risicobronnen kan een plasbrand, een BLEVE (Boiling Liquid Expanding Vapour Explosion) of een toxisch scenario optreden. De gevolgen van deze scenario's zijn verschillend. In deze paragraaf worden de scenario's verduidelijkt. Plasbrandscenario Het effect dat optreedt bij een ongeval met enkel brandbare vloeistoffen is vooral warmtestraling door een (plas)brand. Het invloedsgebied is circa 35 meter, uitgaande van een calamiteit waarbij de gehele tankinhoud vrijkomt.

De omvang van het effect wordt beïnvloed door de oppervlakte van de plasbrand. BLEVE-scenario Een koude BLEVE ontstaat wanneer de ketelwagen met brandbaar gas bezwijkt waardoor er plotseling gas kan ontsnappen, dat na ontsteking ontploft. Een warme BLEVE ontstaat door een (plas)brand in de nabijheid van een ketelwagen met bijvoorbeeld LPG. Door de hitte van blad 41 van 62

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Spoorlaan 19 Gemeente Etten-Leur Projectnummer 0462222.100

de brand loopt de druk in een tankwagen hoog op, terwijl de sterkte van de metalen wand afneemt. Hierdoor kan de wand het begeven en de tank ontploffen. Toxisch scenario Een toxisch scenario ontstaat wanneer een tank (weg- of spoorvervoer) lek raakt en toxische stoffen ontsnappen. Toxische vloeistoffen kunnen verdampen waardoor een gaswolk ontstaat die over de omgeving uit kan waaien. Bij een deel van de aanwezige personen zal letaal letsel optreden door blootstelling aan de gaswolk. Bij de toxische scenario's zit er enige tijd tussen het ontstaan van het ongeval en het optreden van letsel bij aanwezigen. Daarbij is ook de duur van de blootstelling van invloed op de ernst van het letsel. De omvang, verplaatsingsrichting en verstrooiing van de gaswolk is mede afhankelijk van de weersgesteldheid op dat moment. Hoogte van het groepsrisico Het groepsrisico van de spoorlijn Roosendaal – Breda is lager dan 0,14 keer de oriëntatiewaarde en het groepsrisico van de A58 hoeft vanwege de ligging ten opzichte van het plangebied (>200 meter afstand) niet te worden bepaald. Geconcludeerd wordt dat het groepsrisico van de spoorlijn weliswaar een toename zal kennen ten gevolge van de voorgenomen ontwikkelingen binnen het plangebied, maar deze toename zorgt er niet voor dat de oriëntatiewaarde wordt overschreden.

Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is de mate waarin personen in staat zijn zichzelf (zonder hulp van buitenaf) in geval van een calamiteit in veiligheid te brengen. Het gewenste handelingsperspectief in geval van een calamiteit (schuilen en/of vluchten) is afhankelijk van het scenario. Gerichte risicocommunicatie met aanwezigen (bijvoorbeeld via NL-Alert) kan ertoe bijdragen dat alarmering van het gebied sneller verloopt. Hierbij dient aan te worden gegeven wat het gewenste handelingsperspectief is (schuilen of vluchten) en op welke wijze hieraan invulling kan worden gegeven. Bij de realisatie van het appartementencomplex zijn er voldoende mogelijkheden om externe vluchtwegen in risicoluwe richtingen (primair het zuiden) te realiseren (tevens meest voor de hand liggende vluchtrichting). Uit de massastudie blijkt bovendien dat het gebouw direct aan de Spoorlaan is gesitueerd, waardoor er tussen de spoorlijn en de toekomstige bebouwing een buffer ontstaat (hier is parkeren voorzien). Dit betekent dat binnen het plangebied optimaal invulling wordt gegeven aan het afstand houden tot de risicobron. De beoogde ontwikkeling is specifiek voorzien voor deze kavel en er zijn geen alternatieven voorhanden.

Op de website van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant staan onder 'Wat te doen bij gevaarlijke stoffen?' (link) algemene instructies over wat te doen bij een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het is mogelijk om deze instructies te verwerken in een calamiteitenplan en/of actief te verstrekken aan huidige en toekomstige gebruikers van het gebied en hierover (bijvoorbeeld met de Veiligheidsregio) een bijeenkomst te organiseren. Mogelijkheden van zelfredzaamheid bij een plasbrand Bij een calamiteit met brandbare vloeistoffen moeten aanwezige personen zich in veiligheid brengen op een afstand van ten minste 30-50 meter (en bij voorkeur op een grotere afstand), buiten het invloedsgebied van brandbare vloeistoffen. Personen binnen dit gebied kunnen ernstige (dodelijke) brandverwondingen oplopen. Mogelijkheden van zelfredzaamheid bij een BLEVE In het geval van een 'koude' BLEVE is er geen tijd om te vluchten en zullen alle personen (die zich onbeschermd buiten bevinden) in de directe omgeving slachtoffer worden. Buiten de 150 meter is schuilen in een gebouw of woning in beginsel de beste manier om de calamiteit te overleven. Echter, een koude BLEVE kan plaatsvinden zonder enige aankondiging vooraf. blad 42 van 62

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Spoorlaan 19 Gemeente Etten-Leur Projectnummer 0462222.100

De omgeving zal dus verrast worden door het incident en zelfredzaamheid is niet aan de orde. Bij een warme BLEVE is er in principe tijd om te vluchten tot buiten het invloedsgebied van het spoor en daar te schuilen (er is eerst brand en daarna volgt pas een explosie). Mogelijkheden van zelfredzaamheid bij een toxisch scenario Bij een calamiteit waarbij toxische gassen vrijkomen is zo snel mogelijk schuilen in een gebouw het voorkeurscenario. Bij een calamiteit met toxische gassen zit er enige tijd tussen het ontstaan van het ongeval en het optreden van letsel bij aanwezigen. Daarbij is ook de duur van de blootstelling van invloed op de ernst van het letsel. Snel reageren, naar binnen vluchten en ramen en deuren sluiten is bij dit scenario dus van belang. In geval van een calamiteit met toxische stoffen op het spoor of op de weg is het van belang dat de bebouwing bescherming biedt. Van belang daarbij is dat - in dat geval - de (eventueel aanwezige) mechanische ventilatie centraal afgesloten kan worden (via een noodschakelaar). Dit voorkomt dat bij het optreden van een incident de ramen en deuren gesloten zijn, maar toch toxische stoffen via de ventilatie (versneld) tot het gebouw toetreden. Het is een goedkope maatregel die bij een calamiteit met giftige stoffen zeer effectief kan zijn.

Onder de Omgevingswet dient een mechanisch ventilatiesysteem standaard te beschikken over een voorziening waarmee het systeem handmatig kan worden uitgeschakeld (artikel 4.124 Besluit bouwwerken leefomgeving). Beperkt zelfredzame groepen Binnen het plangebied worden geen specifieke functies mogelijk gemaakt die de aanwezigheid van groepen beperkt zelfredzame personen faciliteren. De appartementen worden derhalve bestemd als reguliere wooneenheden. Bestrijdbaarheid Bestrijdbaarheid is de mate waarin een rampscenario door de brandweer te bestrijden is. De verschillende scenario's vragen allen een ander aanvalsplan. De mate waarin uitvoering aan deze aanvalsstrategieën kan worden gegeven hangt af van de capaciteit van de brandweer (opkomsttijd en beschikbare blusmiddelen) en de bereikbaarheid van het plangebied (opstelplaatsen). Ten aanzien van de bestrijdbaarheid wordt door de gemeente Etten-Leur in het kader van de ruimtelijke procedure advies ingewonnen bij de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant. Plasbrandscenario Bij een ongeval met brandbare vloeistoffen, waarbij een plasbrand kan ontstaan, kan de brandweer snel ter plaatse zijn. Een plasbrand is dan goed te bestrijden. Door het tijdig arriveren van de brandweer wordt voorkomen dat het vuur zich snel kan uitbreiden en kan overslaan op gebouwen.

BLEVE-scenario Het ontstaan van een koude BLEVE is niet te bestrijden, omdat de tank meteen explodeert. De branden die door de explosie ontstaan kunnen wel bestreden worden. De brandweer is in principe toegerust om de gevolgen van een warme BLEVE te bestrijden (en een explosie te voorkomen). Toxisch scenario Bij een ongeval met toxische gassen en vloeistoffen kan de brandweer, afhankelijk van de stofintensiteit en het groeiscenario, optreden door de gaswolk neer te slaan of te verdunnen/op te nemen met water. Advies veiligheidsregio

blad 43 van 62

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Spoorlaan 19 Gemeente Etten-Leur Projectnummer 0462222.100

In het kader van het vooroverleg is het concept ontwerpbestemmingsplan toegezonden aan de veiligheidsregio. De veiligheidsegio heeft twee documenten gestuurd met advies en een uitwerking overeenkomstig ruimtelijke besluit art. 9 van het Bevt. Het advies is als Bijlage 7 en Bijlage 8 bij de toelichting bijgevoegd. Hieronder wordt nader ingegaan op het advies. Bereikbaarheid Het plangebied is te benaderen langs twee onafhankelijke aanrijdroutes via de Spoorlaan. Daarnaast beschikken de wegen langs het plangebied over een wegbreedte van circa 5 meter, waardoor zij kunnen voldoen als opstelplaats voor zowel een tankautospuit als een redvoertuig. Uitgangspunt hierbij is dat de wegverharding geschikt is voor genoemde aslasten, totaalgewichten en stempeldruk. Tot aan het plangebied zijn er geen nadere maatregelen noodzakelijk ten behoeve van de bereikbaarheid. Bluswatervoorziening Op basis van de gegevens uit Beleidregels kan er worden gesteld dat met de reeds aanwezige bluswatervoorzieningen wordt voorzien in de behoefte aan bluswater binnen de gestelde afstanden. Opkomtsttijd brandweer Op basis van een theoretische berekening is bepaald dat de brandweer vanuit de dichtstbijzijnde brandweerkazerne in Etten-Leur binnen de geldende opkomsttijd van 12 minuten ter plaatse kan zijn. Advies met uitwerking ruimtelijke besluit art.

9 Bevt Bij het adviseren voor ruimtelijk besluiten hanteren de Veiligheidsregio’s vier kernwaarden vanuit een duidelijke visie op een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Die visie bestaat uit een aantal richtinggevende principes voor een veilige leefomgeving en is vertaald in algemene kernwaarden en ontwerpprincipes. Hieronder wordt ingegaan op kernwaarden 3 en 4. Kernwaarde 3 a.

b. c.

d.

e. blad 44 van 62

De veiligheidsregio is actief in overleggen met betrekking tot het vervoer van gevaarlijke goederen over het spoor en benadrukt het gebruik van alternatieven zoals buisleidingen voor structurele goederenstromen als brandbaar gas. Bij het adviseren op ruimtelijke plannen wordt aangedrongen om kwetsbare objecten buiten de plasbrand aandachtsgebieden en de zeer kwetsbare objecten buiten de explosie aandachtsgebieden te bestemmen. Afstand nemen van de risico's vergroot de veiligheid; dit is bepalend voor stralingswarmte en overdruk van scenario's op het spoor. Bouwwerken en omgeving bieden bescherming; door bouwkundige maatregelen aan het gebouw zoals een ballastlaag van betontegels op het dak, een steenachtige gevel en brandwerend glas dit is effectief voor stralingswarmte bij het vrijkomen en ontsteken van het gas. Centraal afsluitbare ventilatie beschermen mensen in voldoende mate. De genoemde bouwkundige maatregelen in combinatie met de geluidswerende maatregelen verbeteren de zelfredzaamheid van de bewoners van de 32 appartementen. Bouwwerken en gebieden zijn snel en veilig te verlaten; Door de uitgangen aan de zuidzijde van het gebouw te positioneren en vluchtwegen vrij te houden. Dit is niet in het plan opgenomen. Een ontruiming van het appartementencomplex met 32 woningen is niet eenvoudig. Gedacht kan worden aan een centrale ontruimingsinstallatie.

Het betreft hier een woonappartementen met redzame personen. Aanbevolen wordt de galerij aan de spoorzijde uit te voeren met een betonnen borstwering van minimaal 1.60 m1 hoogte en ter plaatse van de toegangsdeuren van de appartementen tot aan de bovenzijde van de galerij. De omgeving maakt snel en effectief optreden van de hulpdiensten mogelijk; De locatie Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Spoorlaan 19 Gemeente Etten-Leur Projectnummer 0462222.100

is bereikbaar voor de hulpdiensten van verschillende kanten hierbij dient een langere inzet tijd aangehouden worden indien omgereden moet worden bij ongevallen op de spoorlijn. De opkomsttijd is binnen de vastgestelde norm van 12 minuten. f. Mensen krijgen bij crisis passende medische zorg (zorgcontinuïteit); Bij een grootschalig incident met vele slachtoffers is interregionale ondersteuning noodzakelijk. Het Nederlands zorgsysteem is hierop ingericht. Reactie op aanbevelingen: Ten aanzien van om buiten plasbrand aandachtsgebieden en explosie aandachtsgebieden te bestemmen en afstand te nemen van de risico's (a en b): Om de verdere aantasting van buitenstedelijk groen (natuur- en cultuurlandschap) te beperken, wordt bij nieuwbouw de voorkeur gegeven aan inbreiding boven uitbreiding. Veel locaties in de stad zijn namelijk ‘nog niet af’. Het gaat om braakliggende locaties of locaties die niet passen in de rest van de omgeving. Wanneer deze locaties ontwikkeld worden, heeft dit als belangrijk voordeel dat de groene, stille, schone en veilige ruimte die de stad omringd, behouden blijft. Het appartementengebouw wordt zo veel mogelijk aan de zuidzijde van het plangebied gesitueerd, waardoor de afstand tot de spoorlijn Roosendaal - Breda zo groot mogelijk is.

Ten aanzien van om aanvullende maatregelen te nemen (c en d): Een centrale ontruimingsinstallatie en betonnen borstwering is conform het Bouwbesluit niet verplicht. De benodigde maatregelen die vanuit Bouwbesluit noodzakelijk zijn om aan de brandveiligheid te voldoen worden getroffen. Extra bouwmaatregelen bovenop de maatregelen die zijn opgenomen in het Bouwbesluit kunnen niet in een bestemmingsplan worden opgenomen. De appartementen worden geventileerd middels een individuele WTW-unit. In het geval van een calamiteit kan deze door de bewoner worden uitgeschakeld. Kernwaarde 4 Mensen zijn bekend met risico's en weten hoe te handelen als het misgaat; Risicocommunicatie is afgestemd op de bewoners in de gemeente. Aanbevolen wordt door middel van een meterkastkaart de nieuwe bewoners te informeren over de risico's van het spoor en de mogelijke handelingsperspectieven. Toxische wolk Het meest geloofwaardige scenario is dat er een lek ontstaat van 15 mm in de tankwand van een spoorketelwagon, waardoor een vloeistofplas met toxische vloeistof ontstaat. Dit heeft tot gevolg dat alle personen die zich op 40 m1 van de plas bevinden zullen overlijden. Tot op 120 m1 zullen er nog steeds personen kunnen overlijden die zich buiten bevinden. Bij het 'worst case' scenario faalt de tank catastrofaal.

Alle vloeistof stroomt binnen 1 minuut uit en vormt een vloeistofplas, die vervolgens gedurende 1.800 seconden (30 minuten) uitdampt. Dit heeft tot gevolg dat alle personen die zich op 400 m1 van de plas bevinden zullen overlijden. Tot op 1.250 m1 zullen er nog steeds personen kunnen overlijden die zich buiten bevinden. Explosie Indien een ketelwagon met brandbaar gas (zoals LPG) bij een incident zonder brand betrokken is (ontsporing) kan de tankwagon het begeven waarbij er drukgolven vrijkomen, een zogenaamde koude Bleve. Deze drukgolven kunnen tot op 85 m1 dodelijk zijn en zorgen tot op 200 m1 voor schade aan gebouwen. Daarnaast kunnen er tot op 200 m1 gewonden vallen, als gevolg glasscherven. Plasbrand Indien een ketelwagon met een (zeer) brandbare vloeistof lek raakt zal de vloeistof wegstromen en tot ontbranding komen. Op een afstand van circa 30 m1 zal de hittecontour 10 kW/m2 en tot een afstand van circa 50 m1 zal de hittecontour 3 kWm2 bedragen.

blad 45 van 62

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Spoorlaan 19 Gemeente Etten-Leur Projectnummer 0462222.100

Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.7

Luchtkwaliteit Toetsingskader In de Wet milieubeheer (Wm) zijn in hoofdstuk 5 (titel 5.2 luchtkwaliteitseisen) bepalingen opgenomen over luchtkwaliteit. Artikel 5.16 eerste lid van de Wm bepaalt in hoofdlijnen dat het bevoegd gezag er op toeziet dat een voorgenomen ontwikkeling niet leidt tot een overschrijding van luchtkwaliteitgrenswaarden zoals die zijn aangegeven in bijlage 2 van de Wm. Bijlage 2 van de Wm bevat voor diverse luchtverontreinigende stoffen in de buitenlucht grenswaarden en plandrempels. Bestemmingsplannen worden aan deze normen getoetst. Bronnen van luchtverontreiniging zijn enerzijds de achtergrondwaarde en anderzijds industriële bronnen en verkeer. Een grenswaarde geeft de kwaliteit aan van de buitenlucht die op een aangegeven tijdstip tenminste moet zijn bereikt en, wanneer die eenmaal is bereikt, niet meer mag worden overschreden. De praktijk leert dat langs wegen alleen de jaargemiddelde concentraties van stikstofdioxide en zwevende deeltjes, en de 24-uurgemiddelde concentratie zwevende deeltjes de normen kunnen overschrijden. Onderzoeken naar luchtkwaliteit zullen daarom in hoofdzaak gericht zijn op deze twee stoffen.

Niet in betekenende mate In de Regeling niet in betekende mate (NIBM) is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, infrastructuur, kantoor- en woningbouwlocaties en activiteiten of handelingen) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtkwaliteit. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Ook indien aannemelijk gemaakt kan worden dat een gepland project NIBM bijdraagt, kan toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit achterwege blijven. De wettelijke ondergrens voor onderzoek bedraagt de bouw van 1.500 woningen, bij minimaal één ontsluitingsweg. Toetsing De beoogde ontwikkeling bestaat uit de sloop van het bestaande pand en het realiseren van een appartementencomplex met 32 appartementen. Hiermee kan de beoogde ontwikkeling als 'niet in betekenende mate' worden aangemerkt. Op grond van deze constatering kan zonder luchtonderzoek worden vastgesteld dat het bestemmingsplan voldoet aan de in de Wet milieubeheer vastgelegde luchtkwaliteitseisen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is aan de hand van de NSL-monitoringstool 2021 (http://www.nsl-monitoring.nl/viewer/) een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied bekeken. Hierbij vormen fijnstof en stikstofdioxide de belangrijkste verontreinigende stoffen.

De dichtstbijzijnde maatgevende weg betreft de Spoorlaan aan de zuidzijde van het plangebied. In de onderstaande afbeelding is het dichtstbijzijnde rekenpunt rood omcirkeld. In de afbeelding zijn tevens de berekende achtergrondconcentraties in 2020 en 2030 weergegeven.

blad 46 van 62

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Spoorlaan 19 Gemeente Etten-Leur Projectnummer 0462222.100

Figuur 4.9: achtergrondconcentraties (Bron: NSL-monitoringstool) Voor stikstofdioxide geldt een jaargemiddelde grenswaarde van 40 ug/m3 . Voor fijnstof geldt een jaargemiddelde grenswaarde van 40 ug/m3 . Voor fijnstof geldt een advieswaarde van 25 ug/m3 . Voor zowel stikstofdioxide als fijnstof bevinden de concentraties zich ruim onder de grenswaarden. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat er ter plaatse van het plangebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor de beoogde ontwikkeling.

4.8

Water Toetsingskader In ruimtelijke plannen dient aandacht besteed te worden aan waterhuishoudkundige aspecten. Daarbij staan naast een duurzaam waterbeheer de integrale afweging en het creëren van maatwerk voorop. Water moet altijd bekeken worden in het licht van het watersysteem of stroomgebied waarin een stad of een dorp ligt. Een goede afstemming van waterbeleid en ruimtelijke ordening, ook in het direct aangrenzende gebied, is daarom noodzakelijk. De integratie van water in ruimtelijke plannen vindt plaats via de zogenaamde watertoets. Concreet betekent de watertoets, dat een plan een zogenaamde waterparagraaf dient te bevatten, die keuzes ten aanzien van de waterhuishoudkundige aspecten gemotiveerd beschrijft. Daarin dient een wateradvies van de waterbeheerder te worden meegenomen. De watertoets is wettelijk verankerd in artikel 3.1.6 lid 1, sub b Bro. Beleid provincie Noord-Brabant Het Provinciale Milieu- en Waterplan 2016 – 2021 (PWMP) van 30 augustus 2016 is het geldende plan. Het PMWP is de structuurvisie voor o.a. het aspect water op grond van de Wet ruimtelijke ordening. Het plan bevat de verplichte onderdelen vanuit de Europese Kaderrichtlijn Water. Behalve dat het PMWP de uitgangspunten aangeeft voor het waterbeleid van waterschappen en gemeenten, toetst de provincie aan de hand van dit plan ook of de plannen van de waterschappen passen in het provinciale beleid.

Als algemene

blad 47 van 62

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Spoorlaan 19 Gemeente Etten-Leur Projectnummer 0462222.100

uitgangspunten zijn onder andere te noemen de scheiding van relatief schone en vuile waterstromen en het benutten van mogelijkheden voor infiltratie en/of conservering van hemelwater. Beleid waterschap Brabantse Delta Het waterschap Brabantse Delta is verantwoordelijk voor het waterbeheer in de gemeente op basis van de volgende wettelijke kerntaken: het zuiveringsbeheer, watersysteembeheer, beheer van dijken en beheer van vaarwegen. Het watersysteembeheer (waaronder grondwater) heeft daarbij twee doelen: zowel de zorg voor gezond water als de zorg voor voldoende water van voldoende kwaliteit. Het beleid en de daarmee samenhangende doelen van het waterschap zijn opgenomen in het waterbeheerplan 2016-2021, wat tot stand is gekomen in samenspraak met de waterpartners. Zo zijn bijvoorbeeld relevante waterthema's gekoppeld aan de belangrijkste ruimtelijke ontwikkelingen in de regio. Daarnaast heeft het waterschap waar nodig nog toegespitst beleid en beleidsregels op de verschillende thema's/speerpunten uit het waterbeheersplan en heeft het waterschap een eigen verordening; De Keur en de legger. De Keur bevat gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. De legger geeft aan waar de waterstaatswerken liggen, aan welke afmetingen en eisen die moeten voldoen en wie onderhoudsplichtig is.

Veelal is voor deze ingrepen een watervergunning van het waterschap benodigd. De Keur is onder andere te raadplegen via de site van waterschap Brabantse Delta. Het waterschap hanteert bij nieuwe ontwikkelingen het principe van waterneutraal bouwen, waarbij gestreefd wordt naar het behoud of herstel van de 'natuurlijke' waterhuishoudkundige situatie. Vanwege dit principe wordt bij uitbreiding van verhard oppervlak voor de omgang met hemelwater uitgegaan van de voorkeursvolgorde infiltreren, bergen, afvoeren. De technische eisen en uitgangspunten voor het ontwerp van watersystemen zijn opgenomen in de 'beleidsregel Afvoer hemelwater door toename en afkoppelen van verhard oppervlak, en de hydrologische uitgangspunten bij de keurregels voor afvoeren van hemelwater'. Waterbeheerprogramma 2022-2027 In het Waterbeheerprogramma staat hoe het waterschap haar taken in de periode 2022 – 2027 uitvoert. Het waterschap streeft naar een samenhang tussen wateropgaven en andere opgaven in de samenleving en leefomgeving. Om dit te kunnen bereiken zijn er zes beleidskeuzes opgezet. Aan de hand de beleidskeuzes wordt de strategie voor waterveiligheid, gezond water, voldoende water, vaarwegen en waterketen uitgewerkt. De zes beleidskeuzes zijn: 1. water als drager voor een vitale regio; 2. evenwicht in het water- en bodemsysteem; 3. we werken samen; 4. we werken duurzaam; 5.

we werken veerkrachtig en vernieuwend; 6. we prioriteren op basis van verplichtingen en mogelijkheden. In het Waterbeheerprogramma neemt het waterschap de kerntaken als uitgangspunt. Die taken zijn: bescherming tegen overstromingen en zorgen voor schoon en gezond water dat voldoende voorhanden is. Het waterschap kijkt bij het plannen en uitvoeren van die kerntaken zo integraal mogelijk naar alle wateropgaven. Hemelwaterverordening gemeente Etten-Leur Op 19 december 2022 is de 'Hemelwaterverordening Etten-Leur' vastgesteld door de raad van de gemeente Etten-Leur. Deze nieuwe verordening gaat in op het gemeentelijke beleid met betrekking tot de opvang en verwerking van hemelwater en vervangt daarmee het Verbreed Gemeente Rioleringsplan 2019-2024 (VGRP). De hemelwaterverordening past een nieuwe blad 48 van 62

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Spoorlaan 19 Gemeente Etten-Leur Projectnummer 0462222.100

compensatieregel toe, waarmee in principe 60 liter waterberging per vierkante meter verharding moet worden gerealiseerd. De regels van de hemelwaterverordening zijn vanaf april 2023 van toepassing. Gedurende de overgangsperiode hoeft nog niet aan de volledige eis van waterberging te worden voldaan. Wel moet worden beschreven op welke manier aan de eis voor waterberging tegemoet wordt gekomen. Toetsing Door Antea Group is een watertoets opgesteld. De resultaten van de watertoets zijn opgenomen in het rapport 'Watertoets Spoorlaan 19 te Etten-Leur' d.d. 11 mei 2022. De watertoets is opgenomen als Bijlage 9 bij de toelichting. Hieronder is de waterparagraaf en de conclusies uit de watertoets opgenomen. Huidige situatie Maaiveldhoogte Om de maaiveldhoogtes in het plangebied te analyseren is de AHN-viewer (AHN4) geraadpleegd. Het maaiveld bevindt zich op circa NAP +7,3 m. Aan de noordzijde van het plangebied is een spoorlijn op een hoogte van circa NAP +6,7 m aanwezig. Ten zuiden van het plangebied ligt de straat “Spoorweg” met een maaiveldhoogte van circa NAP +6,9 m. Bodemopbouw Om de bodemopbouw ter plaatse van het plangebied te analyseren zijn grondboringen uit DINOloket geraadpleegd. Binnen het plangebied zijn geen grondboringen aanwezig. Daarom zijn 3 grondboringen (B50A1107 & B50A0021 & B50A0941) in de omgeving het plangebied bekeken.

Alle 3 de grondboringen hebben tot circa 2 m -mv een zandlaag. Dieper in de grond varieert de bodemopbouw per grondboring. Dit varieert van veen, klei en zand. De bodemopbouw van grondboring B50A0941 is weergegeven in tabel 4.3. In grondboring B50A0021 is tot 10 m -mv een zandlaag aanwezig. In grondboring B50A1107 is naast zand op 2,4 tot 2,5 m -mv een kleilaag aanwezig. Tabel 4.3: Bodemopbouw (Bron: Dinoloket grondboring B50A0941)

Grondwater In DINOloket zijn geen relevante bruikbare peilbuizen in of nabij het plangebied. Op basis van een isohypsen kaart uit Grondwatertools bevindt de grondwaterstand zich ter plaatse van het plangebied op circa NAP +4,5 m. Het grondwater stroomt in noordelijke richting. Uit de WKO-tool blijkt dat ten noorden op circa 150 m van het plangebied meerdere gesloten energiesystemen aanwezig. Uitgaande van de “Kaartbank” provincie Noord-Brabant is het plangebied niet in een grondwaterbeschermingsgebied gelegen. Daarnaast bevindt deze zich ook niet binnen de zonering van een waterwinning of boringsvrije zone. Watersysteem Op basis van de legger van waterschap Brabantse Delta zijn in en nabij het plangebied geen blad 49 van 62

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Spoorlaan 19 Gemeente Etten-Leur Projectnummer 0462222.100

watergangen aanwezig. Vuil- en hemelwater De vuilwaterriolering van de huidige bebouwing is aangesloten op een gemengd rioolstelsel. De aansluiting ligt ten westen van het pand. Het bijbehorende parkeerterrein is voorzien van een aparte hemelwaterriolering. Waterveiligheid Uit de legger van waterschap Brabantse Delta blijkt dat het plangebied zich niet in de kernof beschermingszones van waterkeringen bevindt. Toekomstige situatie Grondwater De gemiddelde grondwaterstand ligt op circa NAP +4,5 m. Het maaiveld ligt gemiddeld op NAP +7,3 m. Dit resulteert in een grondwaterstand van circa 2,8 m -mv. De gemeente Etten-Leur stelt de volgende eisen voor de ontwateringsdiepte: wegen: minimaal 0,7 m onder bovenzijde verharding; bebouwing zonder kruipruimte: minimaal 0,6 m onder vloerpeil; bebouwing met kruipruimte: minimaal 1,0 m onder vloerpeil. Tevens heeft de gemeente aangegeven dat indien voor het toepassen van kruipruimten een bemaling noodzakelijk is, dan zijn de eisen vanuit ProRail maatgevend. Watersysteem In en nabij het plangebied is geen oppervlaktewater gelegen. Verhard- en onverhard oppervlak & bergingsopgave Het verhard oppervlak neemt toe met circa 195 m2 . De toename van verhard oppervlak is <500 m2 . Op basis van algemene regel 15 is daarom artikel 3.6 uit de Keur niet van toepassing. Dit betekent dat er geen vergunning aangevraagd hoeft te worden bij het waterschap.

Door de kleine toename aan verhard oppervlak is er vanuit het waterschap ook geen retentie-eis. De toename aan verharding is echter wel meer van 75 m2 . Daarom moet de toename aan verhard oppervlak worden gecompenseerd met 60 liter per m2 (ofwel 0.06 m3 /m2 ). Dit resulteert in minimaal 11,7 m3 (0.06 m3 /m2 * 195 m2 ) aan extra waterberging in het plangebied. De waterberging wordt gerealiseerd door op eigen terrein een HWA-leiding beton Ø500; lengte 60m in te passen. Het stelsel heeft een praktische doorlaat van 40 mm (minimaal 7 mm benodigd voor leegloop binnen 48 uur) en loopt over in het gemeentelijk riool. In de regels van het bestemmingsplan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen waarin wordt geborgd dat een waterberging met de inhoud van ten minste 11,7 m3 wordt aangelegd en in stand wordt gehouden. Bij het berekenen van de benodigde watercompensatie, is echter uitsluitend rekening gehouden met het compenseren van de toename van het verhard oppervlak. Hiermee wordt niet voldaan aan de vereiste uit de Hemelwaterverordening Etten-Leur, waarbij 60 liter bij elke m2 aan verhard oppervlakte dient te worden gecompenseerd. Het onderhavig bestemmingsplan wordt pas na april 2023 vastgesteld. Hierbij dient te worden voldaan aan de regels van de Hemelwaterverordening.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EttenLeur&id=b7168634-a2fe-4645-b237-fd864d220e08