Rekenkamerrapport RKWB - Evaluatie schuldhulpverlening en armoedebestrijding Etten-Leur
Tekst van het document
3.1. Taakverdeling binnen Etten-Leur In de onderstaande tabel staat per onderdeel aangegeven hoe de taakverdeling in de uitvoering van de schuldhulpverlening is verdeeld. Tabel 3.1.1 Taakverdeling uitvoering schuldhulpverlening Dienst/product Vroegsignalering Informatie en advies Aanmelding/ Intake
Stabilisatie Budgetbeheer
Budgetcursus/ coaching
Fase 2: schuldregeling
Nazorg
Toelichting Vroegsignalering bij betalingsachterstanden Voor vragen rond financiën. In de intake wordt het individuele verhaal in beeld gebracht en wordt een plan van aanpak opgesteld Een duurzaam stabiele financiële situatie creëren voor de inwoner. (Vrijwillig) beheer van de financiën van de inwoner Opstellen van een budgetplan dat past bij de financiële doelen en behoeften. Regeling tussen een hulpvrager en schuldeisers voor een minnelijke regeling van de totale schuldenlast. Nazorg voor inwoners die de schuldregeling succesvol hebben afgerond.
Uitvoerder Gemeente EttenLeur/Surplus Surplus Gemeente Etten-Leur
Gemeente Etten-Leur / Surplus Kredietbank Nederland
Surplus
Kredietbank Nederland
Geen
Voor zelfstandigen werkt de gemeente met Overrood en met Zuidweg en partners.
3.2. Vroeg eropaf/ vroegsignalering De gemeente heeft aangegeven te willen inzetten op vroegsignalering en preventie om schulden in een zo vroeg mogelijk stadium te kunnen aanpakken. Het onderdeel vroegsignalering wordt door de gemeente in samenwerking met Surplus en Alwel opgepakt. Wanneer blijkt dat een inwoner problemen heeft met het betalen van maandelijkse rekeningen (zoals energie, huur of de zorgverzekering) wordt er een signaal afgegeven aan de gemeente. Dit wordt eventueel gecombineerd met andere signalen (ook wel matching genoemd). Bij bedragen onder de €500 stuurt de gemeente de betreffende inwoner een brief of een e-mail. Bij bedragen hoger dan €500 wordt de inwoner gebeld. Indien er twee of meer signalen van betalingsachterstanden binnenkomen, wordt er een huisbezoek gedaan door een medewerker van de gemeente en een medewerker van Surplus. Het aantal huisbezoeken varieert tussen de acht en twaalf per maand. In 2023 heeft dit vanwege capaciteitsgebrek stil gelegen. Er komen zo’n 120 meldingen per maand. Het percentage dat reageert op de vroegsignalering is met 2 procent laag. Jaarlijks stromen er circa 4 mensen door naar schuldhulpverlening. Landelijk is het gemiddelde bereik 15,8% in 2022. Er zijn geen cijfers bekend over het aandeel dat in Etten-Leur een hulpaanbod accepteert. Het landelijk gemiddelde is dat 33% van de bereikte groep een hulpaanbod accepteert.
Daarbij moet worden opgemerkt dat de definities kunnen verschillen en dit maakt de vergelijkbaarheid soms lastig.
41
Rekenkameronderzoek
Evaluatie schuldhulpverlening en armoedebestrijding Etten-Leur
Bij een dreigende uithuiszetting neemt, als de datum van de ontruiming bekend is, Alwel contact op met de gemeente. Zodra de gemeente een melding dreigende huisuitzetting ontvangt, komen de schulphulpverlener en adviseur integrale zorg en veiligheid in actie. Door deze inzet wordt vaak een daadwerkelijke huisuitzetting/ontruiming voorkomen. Hier zijn geen cijfers van bekend. De Nationale Ombudsman heeft in het rapport “Hoe eerder, hoe beter”(februari 2024) een onderzoek gedaan naar de stand van zaken rond de vroegsignalering in Nederland. Voor tien gemeenten is de werkwijze bekeken en deze stappen komen overeen met de werkwijze van de gemeenten Etten-Leur: Er zijn in het land wel variaties in wie de huisbezoeken uitvoert. Veelal is dit in handen van de gemeenten. Maar bijvoorbeeld in de gemeente Amsterdam worden de huisbezoeken uitgevoerd door de buurtteams. De buurtteams voeren tevens de schuldhulpverlening tot en met de stabilisatie uit en ook de maatschappelijke dienstverlening. De filosofie hierbij is dat er vanuit een dergelijke organisatie direct breder wordt gekeken naar de problematiek.
3.3. Werkproces schuldhulpverlening 3.3.1. Aanmelding, intake en stabilisatie Inwoners kunnen zich op verschillende plekken melden, zoals Werkplein, de gemeente, Surplus, Kredietbank Nederland, Van daaruit wordt gezorgd dat zij worden overgedragen naar de juiste partij. Bij de gemeente is het Loket Elz (het Wmo loket) de eerste plek waar men zich meldt. Dit meldpunt is te gebruiken door alle inwoners, niet alleen de inwoners die schulden hebben. De medewerker van het loket verwijst de inwoner vervolgens door naar de juiste hulpverlener, inclusief schuldhulpverlening. Bij de afdeling Geld & Recht van Surplus wordt met de klant gekeken of er eventueel betalingsregelingen kunnen worden getroffen en verzorgen stabilisatie. Ook doen zij voorwerk zoals het verzamelen van schuldeisers, budgetcoaching en doen advies en informatievoorziening. In de eerste of laatste fase van de schuldhulpverlening wordt vaak een budget coach ingezet. Dit is niet altijd gekoppeld aan een traject. Budgetcoaches zijn vaak actief als er nog niet sprake is van grote schulden maar er wel geldzorgen zijn of als het huidige traject niet goed loopt. Naast de hulpverlening op het gebied van advies en informatievoorziening, besteedt Surplus aandacht aan het psychosociale aspect van schulden, waar bijvoorbeeld de Kredietbank de focus legt op het verlagen en verhelpen van de schuld.
Het eerste aanmeldgesprek vindt plaats met de gemeente. Tijdens dit gesprek wordt de hulpvraag geïnventariseerd. De stabilisatie wordt door de gemeente opgepakt. Samen met de klant wordt gekeken naar het inkomen en de vaste lasten en worden de inkomsten en uitgaven in evenwicht gebracht. Ook wordt gekeken of de klant gebruik maakt van mogelijke regelingen. Als blijkt dat de inwoner problematische schulden heeft dan wordt de gehele aanvraag verzameld voordat er naar de Kredietbank Nederland wordt doorverwezen. Daarbij zorgt de gemeente voor het stabiliseren van de situatie en het bieden van lichte ondersteuning aan inwoners met (beginnende) schulden die nog te overzien zijn. In deze fase schakelt de gemeente desgewenst Geld & Recht van Surplus in om inwoners aanvullende ondersteuning te bieden.
3.3.2. Budgetbeheer Voor 2022 had Surplus ook veel budgetbeheerklanten, maar deze taak wordt nu uitgevoerd door Kredietbank Nederland. Oude budgetbeheerklanten zitten nog wel bij Surplus, maar de nieuwe klanten worden doorverwezen naar de Kredietbank.
3.3.3. Schuldregeling De Kredietbank Nederland is verantwoordelijk voor de schuldregelingsfase. Voor de overdracht naar de Kredietbank controleren de klantmanagers van de Kredietbank Nederland het dossier op 42
Rekenkameronderzoek
Evaluatie schuldhulpverlening en armoedebestrijding Etten-Leur
volledigheid en wordt een fysieke afspraak gemaakt met de klant voor het tekenen van de stukken en een uitlegmoment van het proces. Omdat de Kredietbank ook op locatie aanwezig is in EttenLeur zijn de communicatielijnen kort.
3.3.4. Nazorg In de gemeente Etten-Leur wordt geen nazorg geboden. Dit wordt door zowel Surplus als de Kredietbank gemist. Zoals een van de betrokkenen stelt: “Eigenlijk zou er na de afsluiting van een traject een afspraak na een aantal maanden moeten worden ingepland om te kijken hoe het gaat. Het is namelijk zonde als inwoners na een traject weer moeten terugkomen”. Van de respondenten van de vragenlijst onder de doelgroep voor schuldhulpverlening geeft 40 procent aan wel behoefte aan nazorg te hebben, liefst van Kredietbank Nederland. Het belang van nazorg wordt alleen maar groter met de verkorting van de termijn van de schuldregeling van 36 naar 18 maanden. Vanaf 2025 dient dit derhalve opgenomen te worden in het beleid21. De verkorting van de termijn van de minnelijke schuldregeling is ingevoerd, omdat het bijdraagt aan de kabinetsdoelstelling om inwoners sneller uit de problematische schulden te helpen.
Het verkorten van de aflosperiode van de minnelijke schuldregeling, uitgevoerd door de Kredietbank Nederland, naar 18 maanden heeft als belangrijkste doel dat: • De drempel voor een aanvraag schuldhulpverlening wordt verlaagd; • Meer inwoners hulp krijgen; • Inwoners sneller van hun schulden af zijn; • De minnelijke schuldregeling en de wettelijke regeling in het kader van de Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp) goed op elkaar aansluiten, elkaar aanvullen en elkaar niet verdringen. Het geeft inwoners sneller perspectief op een duurzaam schuldenvrije toekomst. Passende begeleiding (maatwerk) en nazorg aan inwoners is in dat kader van belang.
3.3.5. Werkproces in perspectief Als onderdeel van dit onderzoek is een vragenlijst onder de doelgroep voor schuldhulpverlening rondgestuurd (zie bijlage 7 voor de uitwerking van de resultaten). De meeste respondenten wisten dat de gemeente kon helpen bij geldzorgen of schulden via een medewerker van de gemeente (23 procent) of via de website van de gemeente (23 procent). Hun eerste contactpersoon voor hulp was voor 69 procent van de respondenten dan ook een medewerker van de gemeente. Respondenten geven aan dat medewerkers hun afspraken nakwamen (77 procent) en hun situatie begrepen (77 procent). De kwaliteit van de hulp is met een 7,9 beoordeeld en de aansluiting van de hulp bij de hulpvraag met een 8,0. Een paar respondenten geven aan dat er verbeterpunten zijn binnen de communicatie zoals sneller reageren en betere bereikbaarheid. Op het gebied van ondersteuning geven de respondenten mee dat er meer ruimte voor maatwerk moet zijn. Over de informatie over hulp bij schulden geven respondenten wisselende antwoorden. Driekwart van de respondenten vindt de website van de gemeente over hulp bij schulden duidelijk en geeft driekwart aan na het eerste contactmoment op de juiste plek terecht te komen. Daarnaast geven respondenten in de toelichting dat ze niet weten waar ze moeten zijn of dat de informatie lastig te vinden is.
Over het resultaat van de intake geeft de meerderheid van de respondenten aan snel te zijn doorverwezen naar de organisatie die hen ging helpen en was het duidelijk hoe ze verder geholpen zouden worden. Bijna de helft van de respondenten van de vragenlijst onder de doelgroep voor schuldhulpverlening heeft hulp gekregen van Surplus (46 procent). De meeste van deze groep hebben hulp gehad bij budgetbeheer (39 procent). De stellingen over het contact met Surplus 21 Voor meer informatie kijk o.a. op https://vng.nl/sites/default/files/2023-05/2023_qa_verkorting_mnsp.pdf
43
Rekenkameronderzoek
Evaluatie schuldhulpverlening en armoedebestrijding Etten-Leur
worden positief beoordeeld. Dit blijkt ook uit het rapportcijfer, namelijk een 8,5 voor de kwaliteit van de hulp. Ook de aansluiting van de hulp bij de hulpvraag wordt met een 8,5 beoordeeld. Van de respondenten van de vragenlijst onder de doelgroep voor schuldhulpverlening heeft ruim 80 procent hulp gekregen van de Kredietbank Nederland, voornamelijk schuldenbemiddeling (90 procent) en WSNP (80 procent). Respondenten geven een 6,9 voor het contact met de Kredietbank en een 7,1 voor de kwaliteit van hun hulp. In de toelichting benoemen een aantal respondenten de lange looptijd van het traject. Daarnaast wordt de informatievoorziening als verbeterpunt genoemd. Daarbij gaat het om met name om informatie over de voortgang van het proces. De uitvoering van de schuldhulpverlening bij de gemeente Etten-Leur is kwetsbaar. Er is maar 1 vaste medewerker verantwoordelijk voor de uitvoering.
3.4. Monitoring en evaluatie schuldhulpverlening De schuldhulpverlening wordt bij de gemeente niet gemonitord en er wordt niet inhoudelijk gestuurd. De afgelopen jaren hebben er geen interne controles plaatsgevonden. Rapportages over de schuldhulpverlening worden niet gemaakt. De onderstaande cijfers zijn specifiek opgevraagd voor dit onderzoek. De ontwikkeling in de aantallen staan weergegeven in de onderstaande tabel. Tabel 3.4.1 Ontwikkeling aantallen vroegsignalering, bron gemeente Etten-Leur Dienst / product Vroegsignalering Vroegsignalering Bereik vroegsignalering22
Aantal 2021
Aantal 2022
Aantal 2023
1.801
1.273
1.813
173 (9%)
152 (12%)
47 (3%)
Het aantal meldingen vroegsignalering is in 2023 na een daling in 2022 weer op ongeveer hetzelfde aantal als in 2021. Het percentage bereikte inwoners is in 2023 gedaald naar 3 procent. In 2022 is landelijk 18 procent van de inwoners bereikt 23 en resulteert 8 procent van de meldingen in een hulpaanbod. In de volgende tabel staan de detailgegevens van de melders in 2021.
22 Aantal personen met wie er contact is geweest na melding vanuit Vroegsignalering. 23 Bron https://www.divosa.nl/publicaties/divosa-monitor-vroegsignalering-schulden-jaarrapportage-2022
44
Rekenkameronderzoek
Evaluatie schuldhulpverlening en armoedebestrijding Etten-Leur
Tabel 3.4.2 Melders vroegsignalering 2021, bron gemeente Etten-Leur Melders Woningcorporatie Energieleverancier Waterleverancier Zorgverzekeraar Overige signaalpartners Totaal
Aantal 2021
% 16% 18% 3% 27% 36% 100%
280 326 50 488 657 1.801
Landelijk leveren zorgverzekeraars de meeste signalen aan (45 procent), gevolgd door woningcorporaties (23 procent). De Nationale Ombudsman heeft in het rapport “Hoe eerder, hoe beter”(februari 2024) een onderzoek gedaan naar de stand van zaken rond de vroegsignalering in Nederland. In dit rapport trekt de Ombudman een aantal conclusies die ook voor de gemeente Etten-Leur relevant zijn: - Signalen prioriteren is lastig. Ook andere gemeenten hebben moeite om op basis van de ontvangen signalen in te schatten hoe groot de financiële problemen van een burger zijn. Omdat Vastelastenpartners niet veel informatie mogen verstrekken bij het doorsturen van signalen, is het voor gemeenten lastig om te bepalen op welke manier zij het best contact kunnen zoeken met een burger. Gemeenten kunnen zelf regelen door, binnen de wettelijke kaders, zo veel mogelijk beschikbare informatie te combineren om een goed beeld te krijgen van de financiële situatie van de burger. Ook kan een goede samenwerking zorgen voor meer bewustwording bij vastelastenpartners dat zij zich moeten inspannen om sociaal te incasseren. - Bereik van vroegsignalering is beperkt Het lukt gemeenten niet om alle inwoners over wie een signaal is afgegeven tijdig te bereiken en te helpen. Sommige inwoners willen geen hulp van de gemeente of denken geen hulp nodig te hebben.
Voor hen komt vroegsignalering te vroeg; ze zijn nog niet klaar om een hulpaanbod te accepteren. Het is belangrijk dat gemeenten zich dat realiseren. Door meerdere contactpogingen te ondernemen, wordt de kans vergroot dat zij meer inwoners bereiken en vroegsignalering tot een succes maken. - Er is weinig zicht op welke aanpak werkt. Er is nog geen duidelijk beeld welke aanpak het meeste effect heeft. Sommige gemeenten worstelen dan ook bij het maken van beleidskeuzes. De beschikbare kennis en expertise die er is, wordt door verschillende organisaties aangeboden. Het zou goed zijn als al deze kennis en expertise bij elkaar wordt gebracht en voor gemeenten via een centraal punt te raadplegen is. De volgende tabel zet de ontwikkelingen in de vraag naar schuldhulpverlening op een rij. Tabel 3.4.3 Ontwikkeling aantallen schuldhulpverlening, bron gemeente Etten-Leur Onderdeel Schuldhulpverlening
2021
2022
2023
Informatie en advies
46
18
13
Aanmelding/ Intake
86
66
67
49 19
50 26
62
70
47 nb
51 9
4
21
4
11
Stabilisatie Budgetbeheer Budgetcursus Fase 2 Schuldregeling
39
WSNP24 Saneringskrediet verstrekt Schuldbemiddeling
24 Cijfers vanaf juli 2022. Daarvoor samenwerking met Plangroep, cijfers niet beschikbaar.
45
Rekenkameronderzoek
Evaluatie schuldhulpverlening en armoedebestrijding Etten-Leur
Het succespercentage van de schuldhulpverlening en de recidivecijfers, het aandeel mensen dat na afronding binnen 1 jaar zich opnieuw meldt bij de schuldhulpverlening, zijn niet bekend. Met externe partijen bestaan de volgende afspraken over de monitoring: • De Kredietbank Nederland levert kwartaalrapportages aan de gemeente ter verantwoording. Deze kwartaalrapportages worden ook opgeleverd door de Kredietbank. Kredietbank Nederland is aangesloten bij de NVVK, de branchevereniging voor schuldhulpverlening in Nederland. De Kredietbank Nederland werkt ook volgens de standaarden van de branchevereniging NVVK en heeft toegang tot de convenanten die landelijk worden afgesloten. Surplus en de gemeente Etten-Leur zijn geen lid van de NVVK. De Kredietbank is tevreden over de wijze waarop de dossiers aangeleverd worden vanuit de gemeente. Dit is een teken dat de kwaliteit van dienstverlening op orde is bij de gemeente. •
Surplus vraagt elk jaar subsidie aan voor het hele jaar. In het uitvoeringsplan worden globale afspraken gemaakt over de beoogde uitkomsten en evalueren deze elk kwartaal. Aan het eind van het jaar komen deze beoordelingen in een jaarverslag. Dan wordt er gekeken of dit overeenkomt met de gemaakte jaarafspraken. Vervolgens wordt er gekeken welke aanpassingen er gemaakt moeten worden.
46
Rekenkameronderzoek
Evaluatie schuldhulpverlening en armoedebestrijding Etten-Leur
4. Samenwerking In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op de samenwerking tussen organisaties op het gebied van schuldhulpverlening en armoedebestrijding.
4.1. Afspraken en werkwijze In het algemeen is er geen afgesproken werkwijze rond verwijzingen en een integrale manier van werken in het sociale domein. De werkwijze rond verwijzingen verschillen per organisatie en gaat meer op basis van maatwerk en korte lijnen tussen de verschillende organisaties. In het College Uitvoeringsprogramma is het voornemen opgenomen om een Armoedepact in de gemeente Etten-Leur op te richten. De gemeente is zich aan het oriënteren op de wijze waarop dit Armoedepact zou moeten gaan functioneren. Er zijn al meerdere netwerken in de gemeente en het nieuwe Armoedepact zou daar ingepast dienen te worden. De gemeente neemt nu de eerste stappen. Er zijn verschillende gemeenten met een actief Armoedepact. In de gemeente Almelo zijn er circa 57 organisaties actief in het Armoedepact (https://armoedepact.nl/) . Het armoedepact in Almelo verbindt verschillende organisaties die zich bezig houden met het bestrijden van armoede in Almelo. Het is met name gericht op informatie-uitwisseling en persoonlijke kennismaking tussen organisaties, vrijwilligers en belangstellenden die zich inzetten voor armoedebestrijding in de gemeente Almelo. De regie op het armoedepact ligt bij de organisaties. Ook in veel andere gemeenten zijn er vormen van armoedepacten. De mate waarin de gemeente de regie heeft verschilt. Dit heeft met name te maken met de doelstelling.
In sommige gemeenten is het armoedepact ook betrokken bij de beleidsvorming, in andere gemeenten is het doel meer op het netwerk en informatie-uitwisseling gericht.
4.2. Samenwerking met de gemeente Etten-Leur Gemeente en het Werkplein Over de samenwerking tussen de gemeente Etten-Leur en het Werkplein zijn alle betrokkenen tevreden. Gemeentelijke beleidsadviseurs en beleidsadviseurs van het Werkplein Hart van WestBrabant overleggen tweewekelijks met elkaar om mogelijke beleidswijzingen te bespreken. Het Werkplein Hart van West-Brabant bepaalt, in samenspraak met de uitvoering, de haarbaarheid van een voorstel en koppelt dit terug aan de gemeente. Na ambtelijke besprekingen, gaat het voorstel naar een Managementtafel en een Bestuurstafel. Vervolgens gaat het voorstel door de zes colleges en indien nodig door de zes raden. De gemeente is uiteindelijk beleidsbepalend voor het Werkplein. De samenwerking van EttenLeur met De6-gemeenten en het Werkplein Hart van West-Brabant heeft er niet toe geleid dat beleidswijzigingen niet mogelijk waren. De gemeenten en het Werkplein kijken nu in gezamenlijkheid hoe de besluiten doorwerken in de uitvoeringslast. Uitvoeringsmedewerkers van het Werkplein Hart van West-Brabant hebben ook contact met de beleidsmedewerkers van de gemeente over de uitvoering van regelingen. Alle betrokkenen zijn het met elkaar eens dat de gemeente Etten-Leur daadwerkelijk eigen armoedebeleid kan voeren binnen het Werkplein.
Verder lopen afspraken met externe partijen zoals Leergeld en de Voedselbank via de gemeente en niet via het Werkplein. In overleggen tussen de gemeente en het Werkplein gaat het inhoudelijk over processen, financiën en beleid. Signalen van de inwoners komen niet vaak aan de orde. Kredietbank Nederland Over de samenwerking tussen de gemeente en de Kredietbank Nederland zijn beide organisaties tevreden. Wekelijks is er een medewerker van de Kredietbank Nederland aanwezig bij de gemeente Etten-Leur. Dit maakt dat de lijnen kort zijn. Ook kan de gemeente via ‘Mijn Bankgemak’ meekijken. Wanneer een inwoner wordt overgedragen aan de Kredietbank Nederland, blijft de inwoner in het systeem bij de gemeente. Er is een vaste medewerker bij Kredietbank Nederland die de aanvragen afwerkt. Wanneer het traject bij de Kredietbank Nederland is afgerond, sluit het dossier van de inwoner bij de gemeente. Over het algemeen
47
Rekenkameronderzoek
Evaluatie schuldhulpverlening en armoedebestrijding Etten-Leur
worden alleen bijzonderheden door de Kredietbank Nederland teruggekoppeld aan de gemeente, er wordt niet met regelmaat teruggekoppeld. De Kredietbank is tevreden over de kwaliteit van de dossiers die ze van de gemeente ontvangen; deze zijn compleet en gereed voor de opstart van een traject. De overdracht verloopt goed. Doordat Kredietbank Nederland \budgetbeheer en budgethulp biedt, is de Kredietbank langdurig betrokken bij een client. Dit komt de stabiliteit in het contact met de client ten goede. Vanuit de Kredietbank is men positief over de snelle handelwijze van de gemeente bij problemen. Ook reageert de gemeente snel op signalen. Als voorbeeld noemt de Kredietbank dat de gemeente snel en positief reageerde op het verzoek van de Kredietbank om ook budgethulp te mogen uitvoeren. De Kredietbank kan nu inwoners leren om iets zelf onder de knie te krijgen voordat ze starten met budgetbeheer. Ieder kwartaal overleggen De6 gemeenten met de \Kredietbank. Als verbeterpunt geven de medewerkers aan dat de gemeentelijke medewerkers niet altijd aanwezig of telefonisch goed bereikbaar zijn. Er wordt echter wel vlot gereageerd op gestelde vragen. Surplus Ook de samenwerking tussen de gemeente en Surplus verloopt goed. Momenteel loopt de gemeente echter aan tegen een lang wachtproces.
Bij Surplus zijn er te weinig budgetcoaches (vrijwilligers), waardoor inwoners die door de gemeente worden aangemeld, niet direct een budgetcoach krijgen toegewezen. Surplus geeft aan dat trajecten complexer zijn geworden en daardoor langer duren. De gemeente heeft het afgelopen jaar meer geïnvesteerd in Surplus om dit zonder wachtlijst te kunnen blijven doen. Er zijn hier nog geen resultaten van bekend. Surplus heeft ook veel contact met het Elz loket van de gemeente. Dit gaat echter meer over de Wmo en minder vanuit Geld en Recht. Overige De gemeente Etten-Leur heeft geen afspraken met bewindvoerders. maar er zijn wel bewindvoerders waar de gemeente een voorkeur voor heeft. De gemeente probeert de klanten te bewegen naar deze bewindvoerders te gaan. Er zijn verschillende gemeenten in Nederland die convenanten hebben gesloten met bewindvoerders. 25. Zo heeft de gemeente Amsterdam een convenant beschermingsbewind. Hier zijn drie doelstellingen aan gekoppeld: 1. Het zo snel mogelijk beëindigen van een schuldsituatie of perspectief op een schuldenvrij bestaan creëren 2. Het aanbieden van de meest passende hulp en ondersteuning. Specifiek niet meer of langer ondersteuning bieden dan nodig. In dat kader werken partijen actief aan uitstroom uit beschermingsbewind 3. Kwalitatief hoogwaardige dienstverlening.
Tussen partijen vindt een continue en constructieve dialoog plaats over de efficiëntie en effectiviteit van geboden dienstverlening. Bewindvoerders worden gestimuleerd convenantpartner te worden. Hiermee krijgen ze een aantal voordelen: 1. Direct aanmelden bij de kredietbank voor een saneringskrediet zonder nadere toetsing 2. Doorverwijzing naar convenantpartners: partijen in de uitvoering (of waarmee de gemeente een financiële of subsidierelatie heeft) verwijzen door naar de convenantpartijen voor een aanvraag beschermingsbewind. De klant kiest zelf met welke partij zij in zee willen gaan. 3. Meerjarige verstrekking bijzondere bijstand. Er zijn structurele overleggen tussen met de gemeente en Alwel. Alwel is van mening dat de gemeente in het kader van Vroeg Eropaf meer actief contact kan zoeken met de huurders van Alwel.
25
https://www.amsterdam.nl/sociaaldomein/voor-intermediairs-werk-participatie-en/schuldhulpverleningamsterdam/bewindvoerders/convenant-beschermingsbewind/
48
Rekenkameronderzoek
Evaluatie schuldhulpverlening en armoedebestrijding Etten-Leur
Er is geen regelmatig overleg tussen de gemeente en de Voedselbank. De voedselbank sluit wel aan bij armoedeavonden van de gemeente. De Voedselbank is niet betrokken geweest bij het beleid van de gemeente.
4.3. Samenwerking maatschappelijke organisaties Het Werkplein Hart van West-Brabant heeft geen samenwerkingsafspraken met andere ketenpartnerorganisaties in de gemeente Etten-Leur. Stichting Leergeld, Alwel en de Voedselbank werken niet samen met het Werkplein Hart van West-Brabant in het bieden van ondersteuning aan de doelgroep. Surplus werkt de afgelopen jaren meer samen met het Werkplein Hart van West-Brabant. Volgens Surplus heeft het werkplein de afgelopen jaren een cultuuromslag gehad; er is nu meer ruimte voor een persoonlijke benadering van klanten. Surplus verwijst inwoners door naar het Werkplein voor meer informatie over regelingen en het online aanvraagproces. Surplus ondersteunt inwoners ook bij het online aanvraagproces. Hoe en of doorverwijzingen tussen organisaties plaatsvinden is, volgens Surplus, niet vastgelegd. Surplus neemt zelf contact op met de gemeente, het Werkplein Hart van West-Brabant en Woonstichting Alwel wanneer dit nodig is. Stichting Leergeld verwijst door naar Stichting Jarige Job en werkt samen met Vluchtelingenwerk. Ook geeft Stichting Leergeld aan dat Surplus en de schuldhulpverlening naar hun doorverwijzen. Alwel heeft het meest contact met Surplus. In ieder geval bij elke aanmelding voor Vroeg Eropaf is er contact tussen deze partijen.
Tussen Alwel en de Kredietbank West Brabant is geen regelmatig contact, maar zij zijn wel coöperatief: Alwel keurt betalingsafspraken vanuit de Kredietbank goed bijvoorbeeld. De Voedselbank en Surplus werken veel samen. Surplus is wekelijks op locatie aanwezig bij de Voedselbank om contact te leggen met inwoners. signalen vanuit de inwoners worden teruggekoppeld aan de Voedselbank. Binnenkort stellen Surplus en de Voedselbank een samenwerkingscontract op. De Voedselbank gaat ook samenwerkingscontracten afsluiten met de Kleding- en Speelgoedbank.
49
Rekenkameronderzoek
Evaluatie schuldhulpverlening en armoedebestrijding Etten-Leur
5. Rol van de gemeenteraad In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op de wijze waarop de gemeenteraad de controlerende en kaderstellende rol vervult en welke informatie daarvoor beschikbaar is voor de gemeenteraad. In verschillende interviews is de rol van de]gemeenteraad aan de orde gekomen. De gemeenteraad van Etten-Leur wordt gezien als actief op het gebied van armoede en schulden. De gemeenteraad draagt bijvoorbeeld zelf thema’s voor als is gebeurd rond de armoedeval. Ook heeft de raad de afgelopen tijd meerdere moties ingebracht die met name gericht waren op een verruiming van de inkomensgrenzen. In bijlage 8 is een overzicht weergegeven van de geagendeerde stukken, in chronologische volgorde. De gemeenteraad heeft geen afspraken met het college over het leveren van informatie. Wanneer de raad vragen heeft, worden deze, naar tevredenheid van de gemeenteraad, door de ambtelijke organisatie beantwoord. Verder wordt er gewerkt met de regulier planning en control cyclus. In de raad worden de bestuursrapportages van het Werkplein geagendeerd en de eventueel daaruit voortvloeiende begrotingswijzigingen. Daarnaast vindt de verantwoording plaats via de jaarrekening.
50
Rekenkameronderzoek
Evaluatie schuldhulpverlening en armoedebestrijding Etten-Leur
Bijlage 1. Normenkader onderzoek Tabel B1.1 Normenkader Etten-Leur Onderzoeksvraag A. Gemeentelijk beleid armoede en schuldhulpverlening: 1. Welke kaders, richtlijnen en uitgangspunten hebben raad en college met elkaar afgesproken ten aanzien de uitvoering van het armoedebeleid en de schuldhulpverlening en de samenhang tussen beide? 2. Welke ambities, doelen en eisen en bijbehorende effect- en prestatie-indicatoren heeft de gemeente vastgesteld? 3. A. Heeft de gemeente voldoende zicht op de gevolgen van de sterke stijging van prijzen op de financieel-economische positie van haar inwoners en is het beleid daar op afgestemd? B Is dat beleid toekomstgericht?
voldoende
robuust
en
B. Monitoring, evaluatie en resultaten 3 Leiden de gemeentelijke inspanningen, in samenwerking met die van netwerkpartners, aantoonbaar tot het realiseren van de geformuleerde doelen in de beleidsnota en werkplannen? 4 Zijn de gemeentelijke inspanningen, in samenwerking met die van netwerkpartners doelmatig? (Hoe verhouden inspanningen en kosten zich tot de bereikte resultaten in het kader van schuldhulpverlening en armoedebeleid). 5 Wat is de actuele situatie met betrekking tot de armoede- en schuldenproblematiek in de gemeente (aantallen, type problematiek, ernst problemen)? 6 Wat leert een vergelijking van de situatie en de armoedeaanpak en schuldhulpverlening in Etten-Leur met die in andere gemeenten? 7 Wat is de actuele situatie met betrekking tot a. het gebruik van de diverse vormen van schuldhulpverlening door elk van de betrokken instanties; b. aantal (en %) mensen die na een afgerond traject zich opnieuw meldt in het kader van schuldhulpverlening? C. Ervaringen van de klantgroep en samenwerkingspartners
51
Norm
Er zijn duidelijke beleidskaders op het gebied van schuldhulpverlening Er zijn duidelijke beleidskaders op het gebied van armoedebeleid De systematiek van doelen, gewenste effecten en indicatoren is voor zowel schuldhulpverlening als armoedebeleid samenhangend uitgewerkt. De gemeente heeft zicht op de financiële situatie van haar inwoners De gemeente past het beleid en/ of de uitvoering aan op basis van actuele ontwikkelingen rond de financieel-economische positie van haar inwoners. Het beleid heeft een stevige basis vanuit visie en doelstellingen. De gemeente kan op basis van het beleid en de inrichting van de uitvoering goed inspelen op actuele ontwikkelingen. Het effect van de inspanningen van de gemeente en haar partners op de te realiseren doelstellingen is in beeld.
Er wordt een heldere afweging gemaakt over de inzet van middelen om de doelen te bereiken.
De actuele situatie rond armoede en schulden is in beeld bij de gemeente.
De gemeente vergelijkt actief met omliggende gemeenten en leert daarvan.
Rekenkameronderzoek
Evaluatie schuldhulpverlening en armoedebestrijding Etten-Leur
8
Sluiten de gestelde doelen en daaruit voortvloeiende inspanningen en voorzieningen aan bij hulpvragen en wensen van de inwoners? Zijn ze goed geholpen? Is het beleid in hun beleving effectief? Wat vinden de inwoners van de mate waarin regelingen/voorzieningen m.b.t. armoedebeleid goed op elkaar zijn afgestemd, ook qua communicatie naar de inwoners? 9 Vinden de lokale organisaties waarmee de organisatie samenwerkt in de aanpak rondom schuldenproblematiek en schuldhulpverlening adequaat? En in hoeverre is er sprake van een effectieve samenwerking bij de uitvoering van de schuldhulpverlening in de keten van (voorliggende) voorzieningen en organisaties? 10 Is de dienstverlening rond schuldenproblematiek in Etten-Leur adequaat? Wat vinden de cliënten/klanten daarvan? D. Uitvoering algemeen 11 Zijn de regelingen/voorzieningen m.b.t. armoedebeleid goed op elkaar afgestemd, ook qua communicatie naar de inwoners? 12 Welke initiatieven zijn genomen door gemeente en/of partners in de uitvoering om het gebruik van regelingen en voorzieningen in het kader van armoede en schuldhulpverlening bekendheid te geven en die te optimaliseren? E. Organisatie en uitvoering schuldhulpverlening 13 Welke taken heeft de gemeente t.a.v.
schuldhulpverlening bij andere organisaties belegd en welke afspraken zijn hierover gemaakt? 14 Hoe is de samenwerking met de partners binnen De6, Werkplein, Surplus, Voedselbank, Stichting Leergeld, Kredietbank, vaste lasten partners, onderwijsinstellingen en Over Rood geregeld? 15 Hoe worden taken die bij het Werkplein, Surplus en de Kredietbank zijn belegd gemonitord, geëvalueerd? 16 Worden de uitgangspunten van de schuldhulpverlening door elk van de betrokken instanties (goed) toegepast? 17 Hoe zijn vroegsignalering en preventieve aanpak ingericht en geïmplementeerd? 18 Is de lokale organisatie en aanpak rondom schuldenproblematiek en schuldhulpverlening adequaat? En in hoeverre is er sprake van een effectieve samenwerking bij de uitvoering van de schuldhulpverlening in de keten van (voorliggende) voorzieningen en organisaties? F. Rol van de gemeenteraad
52
De inwoner heeft een duidelijk beeld van het beleid en de regelingen/ activiteiten die de gemeente daarbij onderneemt. De informatievoorziening rond de regelingen/ voorzieningen krijgt een ruime voldoende van inwoners.
De lokale organisaties hebben een duidelijk beeld van het beleid en de regelingen/ activiteiten die de gemeente daarbij onderneemt. De samenwerking rond schuldhulpverlening en armoedebestrijding wordt door de organisaties als effectief beschouwd.
De dienstverlening rond schuldenproblematiek is adequaat.
De regelingen/ voorzieningen zijn goed op elkaar afgestemd. Het beleid en de uitvoering is er op gericht het gebruik en de bekendheid van regelingen en voorzieningen in het kader van armoede en schuldhulpverlening te optimaliseren.
Er is een duidelijke en goed omschreven taakverdeling rond de uitvoering van de schuldhulpverlening. Er zijn duidelijke samenwerkingsafspraken tussen de partners van de schuldhulpverlening.
De taken rond schuldhulpverlening geëvalueerd.
de uitvoering van worden gemonitord
de en
De uitgangspunten van de schuldhulpverlening worden door de betrokkenen goed toegepast. Er is een duidelijke vroegsignalering en preventie.
organisatie
rond
De lokale organisatie en aanpak rondom schuldenproblematiek en schuldhulpverlening is adequaat
Rekenkameronderzoek
Evaluatie schuldhulpverlening en armoedebestrijding Etten-Leur
19 Welke informatie krijgt de gemeenteraad over de stand van zaken van de voortgang van de doelen van het armoedeen schuldhulpverleningsbeleid? 20 Is de informatie die de raad krijgt van het college toereikend om de kaderstellende en controlerende rol goed in te kunnen vervullen?
53
De gemeenteraad wordt periodiek geïnformeerd over de stand van zaken van de voortgang van de doelen van het armoedeen schuldhulpverleningsbeleid. De raad is in staat de kaderstellende controlerende rol goed te vervullen.
en
Rekenkameronderzoek
Evaluatie schuldhulpverlening en armoedebestrijding Etten-Leur
Bijlage 2. Sociaaleconomische kenmerken In deze bijlage staat en sociaaleconomische schets van de gemeente Etten-Leur. De gemeente is daarbij vergeleken met de omliggende gemeenten Bergen op Zoom, Drimmelen en Roosendaal. Daarnaast zijn de cijfers van Etten-Leur vergeleken met de cijfers in de provincie Noord-Brabant. Demografie, werk en inkomen In tabel B2.1 staan relevante demografische kenmerken van de gemeente Etten-Leur in vergelijking met de nabijgelegen gemeenten Bergen op Zoom, Drimmelen en Roosendaal. De gemeente Etten-Leur heeft een vergelijkbare bevolkingsdichtheid met de gemeenten Bergen op Zoom en Roosendaal, deze gemeenten hebben ook dezelfde stedelijkheidsscore. In vergelijking met de andere gemeenten heeft de gemeente Etten-Leur een hoger aandeel inwoners van 0 tot 25 jaar en een lager aandeel inwoners van 65 jaar of ouder. Op het gebied van werk en inkomen is het gestandaardiseerde en persoonlijk gemiddelde inkomen in de gemeente Etten-Leur hoger dan dat van de gemeenten Bergen op Zoom en Roosendaal, maar lager dan dat van Drimmelen. Hetzelfde geldt voor het vermogen (gemiddelde en mediaan). De gemeente Etten-Leur heeft 681,3 banen per 1.000 inwoners, dat is vergelijkbaar met de gemeente Roosendaal. Daarentegen wijkt het werkeloosheid percentage niet heel veel af van de nabijgelegen gemeenten.
Etten-Leur
Bergen op Zoom
Drimmelen
Roosendaal
NoordBrabant
Tabel B2.1 Etten-Leur vergeleken met nabijgelegen gemeenten; relevante kenmerken26 27 28
Aantal inwoners per gemeente Bevolkingsdichtheid per gemeente (inwoners per km2) Stedelijkheid (1=zeer sterk 5=niet stedelijk) % jongeren van totale bevolking (0 tot 25 jaar) % AOW van totale bevolking (65 jaar of ouder) Werk en inkomen Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen (x 1.000 euro) Mediaan gestandaardiseerd inkomen (x 1.000 euro) Gemiddeld persoonlijk inkomen (x 1.000 euro) Mediaan persoonlijk inkomen (x 1.000 euro)
44.578
68.864
27.994
77.613
46.897
806
861
295
729
597
2
2
4
2
3,4
27,0%
25,7%
24,7%
25,7%
18,1%
21,8%
22,7%
23,8%
22,4%
22,6%
35,7
34,2
37,8
33,9
37,7
33,0
31,6
34,7
31,4
34,0
35,2
34,3
35,9
33,5
35,8
28,7
27,2
28,8
26,9
28,6
Gemiddeld vermogen (x 1.000 euro)
249,5
196,1
324,3
209,3
339,3
Mediaan vermogen (x 1.000 euro)
126,1
82,3
180,8
85,8
172,6
Aantal banen per 1.000 inwoners
681,3
620,9
472,4
677,6
643
% werkloosheid
3,3%
3,6%
2,8%
3,5%
3,0%
Demografische kenmerken
Gezondheid, sociale kenmerken en mobiliteit In tabel B2.2 is te zien dat het aandeel inwoners met 2 of meer chronische aandoeningen en diabetes (type I of II) in Etten Leur vergelijkbaar is met de andere gemeenten. Tegelijkertijd is het aandeel in Etten-Leur hoger dan in Noord-Brabant. Daarnaast is het aandeel inwoners dat niet 26 Statline (z.d.). https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/. 27 Statline (z.d.). https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/. 28 Waar staat je gemeente (z.d.). https://www.waarstaatjegemeente.nl/dashboard/dashboard/demografie.
54
Rekenkameronderzoek
Evaluatie schuldhulpverlening en armoedebestrijding Etten-Leur
sport in Etten-Leur lager dan de andere gemeenten. In vergelijking met Noord-Brabant is het aandeel niet-sporters in Etten-Leur daarentegen hoger. De gemiddelde levensverwachting in Etten-Leur is hoger dan Bergen op Zoom en Roosendaal maar lager dan die van Drimmelen en Noord-Brabant. De gemiddelde afstand in Etten-Leur tot het treinstation is lager dan in de andere gebieden. De afstand tot het basis-en voortgezet onderwijs is in Etten-Leur vergelijkbaar met de andere gemeenten.
Etten-Leur
Bergen op Zoom
Drimmelen
Roosendaal
NoordBrabant
Tabel B2.2. Etten-Leur vergeleken met nabijgelegen gemeenten; relevante kenmerken29 30 31
Levensverwachting in jaren
81,7
81,2
82,1
81,4
82,1
Gebruik diabetes type I of II Personen met 2 of meer chronische aandoeningen (% van alle verzekerden) % Niet-sporters
6,2%
6,9%
5,1%
6,5%
5,5%
4,7
5,2
4,7
4,8
4,5
47,7%
52,7%
50,9%
53,1%
41%
2
2,7
9,3
3,1
8,3
Gemiddelde afstand tot basisschool (km)
0,7
0,6
0,8
0,7
0,8
Gemiddelde afstand tot VO (km)
1,9
1,4
3,9
2,4
3,3
Zorg- en gezondheidskenmerken
Mobiliteit Afstand tot treinstation (km)
29 Beleidsplan sociaal domein gemeenten Brabantse Wal 2018 t/m 2021. 30Statline (z.d.). https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/. 31 Waar staat je gemeente (z.d.). Https://www.waarstaatjegemeente.nl/dashboard/dashboard/demografie.
55
Rekenkameronderzoek
Evaluatie schuldhulpverlening en armoedebestrijding Etten-Leur
Bijlage 3. Besluitvormingsprocedure ter afweging harmonisatie De6-gemeenten32 De afweging om met een nieuw of aangepast armoede-instrument al dan niet af te wijken van de situatie binnen De6, dient bewust gemaakt te worden. We stellen daarom de volgende procedure voor om deze afweging op te nemen in het besluitvormingsproces. Heeft een gemeente de behoefte om bestaande armoede-instrumenten aan te passen, of nieuwe instrumenten in te voeren, dan legt die gemeente de voorgenomen wijziging eerst in het regionaal overleg voor aan de overige De6 gemeenten. De andere gemeenten bespreken vervolgens binnen de eigen organisatie of zij de wijziging willen volgen. Wanneer na intern overleg blijkt dat de gemeenten unaniem de voorgenomen wijziging willen volgen, dan worden de colleges, dan wel raden, gevraagd de voorgenomen wijziging middels een gezamenlijk voorstel door te voeren. Wanneer na intern overleg blijkt dat niet alle gemeenten de voorgenomen wijziging willen volgen, dan ligt de verantwoordelijkheid voor het vergroten van de diversiteit van armoede-instrumenten, bij de gemeenten die de wijziging wel volgen. Zij besteden hier bij de verdere besluitvorming expliciet aandacht aan. In het college- of raadsvoorstel dat dient ter vaststelling van het instrument, vormt het afwijken van regionale harmonisatie een apart beslispunt.
Hierbij weegt het bestuur of de waarde van het lokale instrument opweegt tegen de meerwaarde van harmonisatie. Hierbij wordt gekeken naar de 3 aspecten van meerwaarde van geharmoniseerd beleid. 1. Gelijke regelingen geven de inwoners duidelijkheid en voorkomen ongelijkheid tussen inwoners van de verschillende gemeenten. 2. Gelijke regelingen maken uitvoering van de regelingen eenvoudiger. 3. Gelijke regelingen maakt samenwerking met de De6-gemeenten voor regionaal opererende partners gemakkelijker en aantrekkelijker.
32 Nota Integraal armoede- en schuldenbeleid, De6 gemeenten
56
Rekenkameronderzoek
Evaluatie schuldhulpverlening en armoedebestrijding Etten-Leur
Bijlage 4. Indicatoren monitoring schuldhulpverlening33 Tabel B4.1 Indicatoren beleid schuldhulp Indicator
Toelichting
Waar komen de cijfers vandaan
Het aantal bereikte inwoners op basis van ontvangen vroegsignalen, uitgesplitst in aantal inwoners dat een hulpaanbod accepteert en aantal inwoners dat aangeeft daar geen behoefte aan te hebben of reeds in een (schuld)hulptraject zit.
Op basis hiervan kunnen we de effectiviteit van vroegsignalering meten en monitoren en zo nodig de aanpak bijstellen.
Registratiesysteem gemeente
Het aandeel particuliere huishoudens binnen de gemeente Etten-Leur dat te maken heeft met geregistreerde schulden (Deze indicator is reeds opgenomen in het collegeuitvoeringsprogramma 20222026)
Het aantal aanmeldingen voor fase 1 van schuldhulpverlening (met en zonder beschikking) Het aantal mensen dat uit fase 1 is uitgestroomd
Het aantal mensen dat vanuit fase 1 naar fase 2 van de schuldhulpverlening zijn doorverwezen.
No Show in fase 2
De gemiddelde looptijd waarbinnen een schuldregeling tot stand wordt gebracht.
Het aantal gerealiseerde minnelijke schuldregelingen
Dit betreft huishoudens waarvan bekend is dat zij bij een van de volgende partijen een schuld hebben openstaan: De belastingdienst, DUO, CAK, CJIB, Zorgverzekeraar en/of vanwege problematische schulden onder bewind zijn gesteld, in een Wnsp-traject zitten of geregistreerd staan bij het BKR. Betreft mensen die zich met een hulpvraag bij fase 1 van schuldhulpverlening hebben gemeld Betreft mensen waarvan het dossiers in fase 1 is afgesloten of is doorgezet naar fase 2 van schuldhulpverlening Betreft mensen die zijn doorverwezen naar Kredietbank Nederland die momenteel de fase 2 uitvoert namens de D6 gemeenten Betreft mensen die na doorverwijzing naar Kredietbank Nederland niet bij het gesprek zijn verschenen. Betreft de tijd die benodigd is om tot een akkoord te komen met schuldeisers op de voorgestelde betalingsregeling. Kredietbank hanteert als streeftermijn max. 120 dagen. Betreft de minnelijke schuldregelingen waarop de
33 Beleidsplan schuldhulpverlening 2022-2026 (conceptversie)
57
Te raadplegen via het dashboard van het CBS
Registratiesysteem gemeente
Registratiesysteem gemeente
Kredietbank Nederland
Kredietbank
Kredietbank Nederland
Kredietbank Nederland
Rekenkameronderzoek
(uitgesplitst in schuldbemiddeling en saneringskrediet)
Het aantal keren dat voor een minnelijk traject een dwangakkoord is ingezet
Het aantal geslaagde/succesvol afgesloten minnelijke schuldregelingen (=klant heeft het traject succesvol doorlopen met finale kwijting)
Het aantal verstrekte Wsnp verklaringen
Het aantal deelnemers aan budgetbeheer
Het aantal uitvallers gedurende het minnelijke traject in fase 2 (kan ook in % worden uitgedrukt) Het aantal recidive klant die na een schuldregeling zich binnen 2 jaar opnieuw melden
Evaluatie schuldhulpverlening en armoedebestrijding Etten-Leur
schuldeisers (zonder dwangakkoord via rechter) akkoord zijn gegaan met finale kwijting Dit betreft de voorgestelde minnelijke schuldregelingen waar met (een deel van) de schuldeisers geen akkoord bereikt kon worden, en waarvoor Wsnp nog de enige resterende oplossing is. Betreft mensen die het minnelijke traject succesvol hebben voltooid met finale kwijting van restschuld aan het eind. Deze mensen zijn schuldenvrij. Betreft mensen waarbij het minnelijk schuldregelingstraject niet is gelukt of geen oplossing voor kan bieden en daardoor aangewezen zijn op een wettelijk schuldregelingstraject via de rechter. Hiervoor hebben deze mensen een Wsnp verklaring nodig die de gemeente en/of schuldhulpverlenende instantie moet uitreiken. Het betreft mensen die gebruik maken van budgetbeheer al dan niet in combinatie met een minnelijk traject) Betreft mensen die gedurende het traject zijn uitgevallen. Hier kunnen diverse redenen aan ten grondslag liggen. Betreft mensen die al een keer een hulpaanbod hebben gehad en die zich binnen 2 jaar opnieuw melden
58
Kredietbank Nederland
Kredietbank Nederland
Kredietbank Nederland
Kredietbank Nederland
Kredietbank Nederland
Gemeente Etten-Leur
Rekenkameronderzoek
Evaluatie schuldhulpverlening en armoedebestrijding Etten-Leur
Bijlage 5 Verantwoording sociaal domein breed Om te meten in hoeverre de doelstellingen voor het sociale domein zijn bereikt (‘We willen dat alle inwoners zoveel mogelijk op een gelijkwaardige manier kunnen meedoen aan de samenleving.’ en ‘We willen onze inwoners de mogelijkheden bieden om zo lang mogelijk zelfstandig te wonen in hun eigen omgeving,’), monitort de gemeente de indicatoren zoals weergegeven in de onderstaande tabel. Indicatoren sociaal domein 202234 (BBV: Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten) Indicator Het gemiddelde rapportcijfer dat inwoners geven voor de inspanning van de gemeente om inwoners volledig te laten deelnemen aan de maatschappij Percentage inwoners dat (zeer) tevreden is over het aanbod van welzijnsvoorzieningen (buurtwerk, jongeren- en ouderenvoorzieningen e.d.) Percentage werklozen ten opzichte van de beroepsbevolking Het percentage mantelzorgers met hoge belasting Het percentage inwoners dat nauwelijks of geen gevoelens van eenzaamheid ervaart Het percentage inwoners dat nauwelijks tot geen financiële beperkingen ervaart om deel te nemen aan het maatschappelijk leven Aantal personen per 1.000 inwoners met bijstandsuitkering (18 jaar en ouder) (BBV) Wmo-cliënten met een maatwerk arrangement per 10.000 inwoners Percentage kinderen in armoede (BBV) Percentage jeugdwerkloosheid (BBV) Jongeren met jeugdhulp (BBV) Jongeren met
jeugdreclassering (BBV) Jongeren met jeugdbescherming (BBV) Het aantal lopende re-integratievoorzieningen per 1.000 inwoners tussen 15 en 64 jaar (BBV) Het aantal banen per 1.000 inwoners in de leeftijd van 15 t/m 64 jaar (BBV)
34 Jaarstukken 2022, Etten-Leur
59
Laatste meting 6,38 2021 72 2021 3,5 2020 31 2021 58 2021 74 2019 38,0 2021 801 2022 5,0 2021 2,0 2021 10,7 2022 0,2 2022 1,0 2022 17,1 2022 791,3 2021
Ambitie 2022 7,0 74 4,4 30 72 74 28,1 720 5,1 1,26 10,4 0.5 0.8 12,0 770,0
Rekenkameronderzoek
Evaluatie schuldhulpverlening en armoedebestrijding Etten-Leur
Bijlage 6: Resultaten behoeftepeiling doelgroep minima Respons De vragenlijst is verstuurd naar 2.345 inwoners in de gemeente Etten-Leur. In totaal hebben we de antwoorden van 485 respondenten meegenomen (88 online en 397 op papier ). Dat brengt de respons op 18 procent. De respons is ruim voldoende om betrouwbare uitspraken te doen over de volledige doelgroep van huishoudens die gebruikmaken van het minimabeleid in de gemeente Etten-Leur. Om een betrouwbare uitspraak te kunnen doen, zijn er 331 respondenten nodig voor een betrouwbaarheid van 95 procent.
Regelingen voor volwassenen Figuur B6.1 Regelingen voor volwassenen (n= 352~46135)
Regelingen voor volwassenen Ja, gebruik ik
Nee, maar ken ik wel
Energietoeslag
87%
Collectieve zorgverzekering
8% 5%
66%
Kwijtschelding gemeentelijke belastingen
20%
40%
Meedoen webshop
27%
Bijzondere bijstand
23%
Individuele inkomenstoeslag
23%
Studietoeslag 3% Bijdrage maaltijdkosten 1%
Nee, ken ik niet
36%
24%
18%
55% 49%
28%
23% 39%
26%
35 Dit betekent dat deze vraag door 352 van de 461 respondenten is ingevuld.
60
14%
55% 58% 72%
Rekenkameronderzoek
Evaluatie schuldhulpverlening en armoedebestrijding Etten-Leur
Figuur B6.2 Redenen voor niet gebruik van de regelingen (n=15~150)36
Redenen niet gebruik regelingen Ik ken de regelingen niet
51%
Ik had er geen recht op
31%
Ik vind het aanvragen moeilijk
18%
Geen reden / niet van toepassing
13%
Ik heb de regelingen niet nodig
11%
Ik vind het aanvragen van de regelingen teveel werk/moeite
9%
Ze passen niet bij wat ik nodig heb
8%
Ik wil niet dat iemand weet dat ik weinig geld 4% heb / Ik wil geen hulp vragen De vergoeding van de gemeente is te laag 3% Anders, namelijk:
7%
Aanvullingen op de redenen voor het niet gebruiken van regelingen (n = 32) Respondenten noemen bij de antwoordcategorie ‘Anders’ aanvullende redenen voor het nietgebruiken van de regelingen. Een deel geeft aan moeite te hebben met lezen of de aanvraag niet zonder hulp te kunnen doen. Daarnaast zijn een aantal bang om de aanvraag verkeerd in te vullen of hebben ze een negatieve ervaring gehad in het verleden.
36 Bij dit figuur konden de respondenten een reden geven voor het niet gebruiken van de regelingen. De
meest genoemde categorie is 150 keer gekozen, de minst genoemde 15 keer.
61
Rekenkameronderzoek
Evaluatie schuldhulpverlening en armoedebestrijding Etten-Leur
B6.3 Effecten van het hebben van te weinig geld (n=17~155) 37
Effect van het hebben van te weinig geld Te weinig geld voor noodzakelijke dingen (kleding, fiets, huishoudelijke apparaten)
32%
Te weinig geld voor sociale behoeften zoals sporten en vrije tijdsactiviteiten
31%
Ik ervaar deze situaties nooit
30%
Te weinig geld voor gezonde en afwisselende voeding
27%
Voortdurend zorgen hebben over geld
26%
Te weinig geld voor goede gezondheidszorg (medicijnen, naar de dokter of tandarts gaan)
22%
Te weinig geld voor het betalen van vaste lasten (huur, energie)
21%
Te weinig geld voor reiskosten (voor het bezoeken van familie of het ziekenhuis)
19%
Te weinig geld om noodzakelijke dingen voor mijn kinderen te kopen (kleding fiets)
10%
Het hebben van schulden
9%
Te weinig geld waardoor mijn kinderen niet altijd de leuke dingen kunnen doen die ze zouden… Te weinig geld waardoor mijn kinderen niet met alles op school kunnen meedoen
7% 4%
Aanvullingen op de antwoorden Respondenten kregen de gelegenheid om hun antwoorden op de vraag toe te lichten. Een aantal respondenten geven aan moeite te hebben met rondkomen. Vaak kunnen zij net rondkomen maar houden zij geen geld meer over voor extra’s, onverwachte kosten, reparaties of zorgkosten.
37 Bij dit figuur konden de respondenten meerdere antwoorden aankruisen. Het minst genoemde antwoord
is 17 keer gekozen, het meest genoemde antwoord 155 keer.
62
Rekenkameronderzoek
Evaluatie schuldhulpverlening en armoedebestrijding Etten-Leur
Regelingen voor kinderen Figuur B6.4 Aandeel respondenten met kinderen (n=442)
Aandeel respondenten met kinderen <18 Ja
Nee
13%
87%
Figuur B6.5 Regelingen voor kinderen (n=53~56)38
Regelingen voor kinderen Ja, gebruik ik
Nee, maar ken ik wel
Meedoen webshop
Nee, ken ik niet
68%
Stichting Leergeld
14%
56%
Bijdrage in de schoolkosten
23%
44%
Tegemoetkoming zwemlessen diploma A
26%
28%
33%
Tijdschriftenregeling
12%
23%
65%
Jeugdfonds Sport en Cultuur
10%
28%
62%
Overstapregeling PO-VO 2% 13%
21% 28%
41%
Tegemoetkoming vakantieactiviteit 4% 18%
18%
78% 85%
38 Bij dit figuur konden de respondenten meerdere antwoorden aankruisen. Het minst genoemde antwoord
is 53 keer gekozen, het meest genoemde antwoord 56 keer.
63
Rekenkameronderzoek
Evaluatie schuldhulpverlening en armoedebestrijding Etten-Leur
Aanbod en ondersteuning Figuur B6.6 Gebruik landelijke regelingen (n=54~464) 39
Gebruik landelijke regelingen Ja, gebruik ik
Nee, maar ken ik wel
Zorgtoeslag
Nee, ken ik niet
93%
5% 2%
Kindgebonden budget
75%
19%
5%
Huurtoeslag
74%
22%
4%
Kinderopvangtoeslag
15%
67%
18%
Figuur B6.7 Hulpvraag inwoners
Toelichting de antwoorden De meeste respondenten geven aan niet te weten waar de verbeterpunten liggen. Een aantal geeft aan verbeterpunten te zien binnen de informatievoorziening en het aanvraagproces. De regelingen zijn bijvoorbeeld niet voldoende bekend en het aanvraagproces wordt als ingewikkeld ervaren. Daarnaast wordt aangegeven dat alles duurder wordt, maar dat de bedragen niet omhoog gaan.
39 De meest genoemde categorie is 445 keer gekozen, de minst genoemde 45
64
keer.
Rekenkameronderzoek
Evaluatie schuldhulpverlening en armoedebestrijding Etten-Leur
Figuur B6.8 Aanvullende hulpvraag
Hulp nodig voor… (n=136) Respondenten geven aan hulp te willen bij administratieve zaken, bijvoorbeeld bij het invullen van formulieren. Daarnaast hebben respondenten behoefte aan meer informatie en zouden ze graag hulp willen bij het opbouwen van sociale contacten.
Informatie & contact Figuur B6.9 Informatiebron respondenten (n=20~160)40
Initiële informatiebron respondenten Via familie, vrienden of kennissen
38%
Via een medewerker van de gemeente/Werkplein
33%
Via de website van de gemeente/Werkplein
25%
Uit de lokale krant of een folder
18%
Via een hulpverlener/consulent van een andere organisatie
13%
Dat weet ik niet meer
9%
Via een vrijwilligersorganisatie zoals KBO, Platform Minima
6%
Via sociale media (Facebook, Instagram)
5%
Via mijn bewindvoerder
4%
Anders namelijk...
14%
40 Bij dit figuur konden de respondenten meerdere antwoorden aankruisen. Het minst genoemde antwoord
is 20 keer gekozen, het meest genoemde antwoord 160 keer.
65
Rekenkameronderzoek
Evaluatie schuldhulpverlening en armoedebestrijding Etten-Leur
Anders, namelijk… (n=67) Bij de antwoordoptie ‘Anders’ geven respondenten aan informatie via zelfonderzoek of via een overige hulpverlener (Wmo, overige organisaties) te hebben gekregen. B6.10 Stellingen over informatievoorziening van de gemeente (n= 434 ~ 457)41
Informatievoorziening van de gemeente Eens
Neutraal
Oneens
Het loket van de gemeente is goed vindbaar.
65%
De gemeente is telefonisch goed bereikbaar.
53%
Ik weet waar ik terecht kon om ondersteuning te…
50%
30%
5%
35%
12%
28%
22%
Ik snap de informatie die ik krijg/vind.
43%
38%
19%
Ik kan de informatie vinden die ik zoek.
41%
36%
23%
Figuur B6.11 Stellingen over de medewerkers van de gemeente (n=256~324) 42
Medewerkers van de gemeente Eens
Neutraal
Oneens
De medewerker nam mij serieus.
75%
De medewerker legde alles duidelijk uit.
70%
De medewerker zocht samen met mij naar een oplossing. De medewerker vertelde mij over andere organisaties waar ik ondersteuning kan krijgen
21% 25%
58% 40%
4%
33% 39%
5% 9%
21%
Toelichting op de antwoorden Een aantal respondenten geeft aan geen of weinig contact te hebben gehad met de gemeente. Daarnaast hebben een aantal meer behoefte aan regelmatig contact (met initiatief van de gemeente) om op de hoogte te blijven. Over het algemeen zijn de respondenten positief over de hulp maar dit kan verschillen per medewerker. Een enkele respondent wacht al een lange tijd op specifieke hulp of hebben een slechte ervaring gehad in het verleden.
41
De respons per vraag varieert tussen de 434 en 457 antwoorden.
42 De respons per vraag varieert tussen de 256 en 324 antwoorden.
66
Rekenkameronderzoek
Evaluatie schuldhulpverlening en armoedebestrijding Etten-Leur
Invloed van de regelingen Figuur B6.12 Stellingen over de effecten van de regelingen (n=69~349) 43
Effecten van de regelingen Eens
Neutraal
Oneens
De regelingen passen bij wat ik nodig heb.
59%
34%
7%
Door de regelingen heb ik minder zorgen over geld.
50%
32%
18%
Ik ben bang dat ik de regelingen kwijtraak als ik aan het werk ga en/of meer inkomen verdien.
45%
37%
18%
Door de regelingen kan ik meedoen.
42%
44%
14%
Door de regelingen kan ik elke maand rondkomen.
40%
38%
22% 18%
Door de regelingen kan mijn kind meedoen.
33%
49%
De regelingen passen bij wat mijn kinderen nodig hebben.
28%
61%
11%
Toelichting op de antwoorden Ondanks de regelingen geven een aantal respondenten aan het nog steeds moeilijk te hebben. Zij zijn erg dankbaar voor de energietoeslag die voor verlichting heeft gezorgd. Een aantal respondenten zijn met pensioen en geven aan het wel te kunnen redden.
Andere ondersteuning Figuur B6.13 Gebruik landelijke regelingen (n=54~464) 44
Gebruik landelijke regelingen Ja, gebruik ik
Nee, maar ken ik wel
Zorgtoeslag
Nee, ken ik niet
93%
5% 2%
Kindgebonden budget
75%
19%
5%
Huurtoeslag
74%
22%
4%
Kinderopvangtoeslag
15%
67%
18%
43 Bij deze vraag konden de respondenten meerdere antwoorden aankruisen. Het minst genoemde antwoord
is 69 keer gekozen, het meest genoemde antwoord 349 keer. 44 Bij deze vraag konden de respondenten meerdere antwoorden aankruisen. Het minst genoemde antwoord is 54 keer gekozen, het meest genoemde antwoord 464 keer.
67
Rekenkameronderzoek
Evaluatie schuldhulpverlening en armoedebestrijding Etten-Leur
Figuur B6.14 Andere ondersteuning (n=414-446)45
Overige ondersteuning Ja, gebruik ik
Nee, maar ken ik wel
Surplus Voedselbank
Nee, ken ik niet
17%
63%
5%
82%
Meedenkcoach 2% Onafhankelijke cliëntondersteuner van Mee West1% Brabant
20% 13%
41% 28%
Anders, namelijk…
57% 71%
51%
16%
33%
Anders, namelijk… Bij de antwoordcategorie ‘Anders’ benoemen respondenten thuiszorg, cliëntondersteuning en overige hulpverleners als aanvullende ondersteuning. Figuur B6.15 Stellingen contact Surplus (n=134~141)46
Contact Surplus Eens
Neutraal
Oneens
Het contact verliep goed
65%
28%
7%
Ik ben goed geholpen
65%
28%
7%
45 Bij deze vraag konden de respondenten meerdere antwoorden aankruisen. Het minst genoemde antwoord
is 414 keer gekozen, het meest genoemde antwoord 446 keer. 46 Bij dit figuur varieerde de respons per antwoord tussen 134 en 141.
68
Rekenkameronderzoek
Evaluatie schuldhulpverlening en armoedebestrijding Etten-Leur
Figuur 5.1.2. Doorverwijzing (n= 398)
Figuur B6.16 Stellingen over doorverwijzing (n=40~44)47
Doorverwijzingen Eens
Neutraal
Oneens
Ik heb informatie gekregen over de regelingen van de gemeente.
82%
Door de doorverwijzing heb ik meer ondersteuning gekregen.
69%
Ik ben naar de juiste organisatie doorverwezen.
63%
13% 5%
23%
24%
8%
13%
Toelichting (n=19) Bij de toelichting zijn er een paar respondenten ontevreden omdat hun probleem niet is opgelost, het veel energie kost en stress kan opleveren. Een aantal geven aan via een organisatie te zijn doorverwezen. Ook maken respondenten van de gelegenheid gebruik om zich positief te uiten tegenover de gemeente of een andere instantie.
47 Bij deze vraag konden de respondenten meerdere antwoorden aankruisen. Het minst genoemde antwoord
is 40 keer gekozen, het meest genoemde antwoord 44 keer.
69
Rekenkameronderzoek
Evaluatie schuldhulpverlening en armoedebestrijding Etten-Leur
Algemene vragen Figuur B6.17 Leeftijd (n=474) & Woonsituatie (n=477)
Leeftijd
Woonsituatie
1 18 t/m 27 jaar
2 28 t/m 45 jaar
Alleenwonend
3 46 t/m 66 jaar
4 67 jaar of ouder
Alleenstaande ouder met kinderen Samenwonend/gehuwd Samenwonend/gehuwd met kinderen
4%
Anders, namelijk:
14%
5%
6%
52% 30%
25% 57% 7%
Anders (n=27) Een aantal zijn inwonend bij familie of wonen in een woon/zorginstelling. Figuur B6.18 Voornaamste inkomensbron (n=472)
Inkomensbron Loon of salaris (loondienst)
Bijstandsuitkering
AOW en/of pensioen
Ondernemer of ZZP'er
Dat zeg ik liever niet
Anders, namelijk: 8%
18% 1% 21%
1%
51%
Anders (n=85) Andere inkomensvormen zijn WIA, Wajong, WAO of een uitkering van het UWV.
70
Rekenkameronderzoek
Evaluatie schuldhulpverlening en armoedebestrijding Etten-Leur
Tips en opmerkingen (n=186) Een aantal respondenten maken van de gelegenheid gebruik om zich positief uit te laten over de gemeente en de ondersteuning die ze krijgen. Daarnaast wordt aangegeven dat de gemeente meer aan informatievoorziening zou kunnen doen. Ook vinden respondenten dat er meer kan worden meegedacht, beter kan worden geluisterd en meer maatwerk kan worden geleverd.
71
Rekenkameronderzoek
Evaluatie schuldhulpverlening en armoedebestrijding Etten-Leur
Bijlage 7: Resultaten behoeftepeiling doelgroep schuldhulpverlening Respons De vragenlijst is verstuurd naar 179 inwoners in de gemeente Etten-Leur. In totaal hebben we de antwoorden van 15 respondenten meegenomen (6 online en 9 op papier). Dat brengt de respons op 9 procent. De respons is onvoldoende om uitspraken te doen over de volledige doelgroep van huishoudens die gebruikmaken van schuldhulpverlening in de gemeente Etten-Leur. De resultaten van de behoeftepeiling zijn dus indicatief.