CConstaterende datEtten-Leur
Koppel je AI →
Document · PDF

P06250_RO KFC-restaurant Trivium 170, Etten-Leur_20241015

Raad besluit 9 december 2024, gemeente Etten-LeurBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen i.v.m. afwijken van het omgevingsplan locatie Trivium 17036.602 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Tabel 7: Achtergrondwaarden CIML-kaart projectgebied

te bevorderen en daarnaast bedrijven voldoende zekerheid te bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen

PM10

uitvoeren.

Overschrijdingsda-

Figuur 11: NIBM-tool berekening planvoornemen op de luchtkwaliteit

Met de NIBM-tool is een berekening gemaakt om te bepalen of het plan

Locatie

NO2

PM10

gen

PM2,5

Jaar

x: 105110 y: 398340

22,38

15,97

6

8,69

2021

x: 105122 y: 398324

26.81

16.54

6

8.92

2021

x: 105021 y: 398282

20.82

15.78

6

8.61

2021

x: 105297 y: 398432

24.52

16.24

6.01

8.80

2021

EUNORM

40

40

-

25

-

Richtafstanden van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde publicatie ‘Bedrijven en

en met een aandeel van vrachtverkeer van 0.5%. Aan de hand van de berekening blijkt dat deze verkeerstoename zorgt

milieuzonering’2. In de publicatie is een lijst opgenomen met bedrijfstypen. Voor de bedrijfstypen zijn indicatieve (richt)afstanden bepaald voor de milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden vormen een indicatie van de aanvaardbaarheid in de situatie dat gevoelige functies in de nabijheid van milieubelastende functies worden gesitueerd. Indien bekend is welke activiteiten concreet worden beoogd of aanwezig zijn, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelas-

‘niet in bekende mate bijdraagt’ aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Deze is ingevoerd in de NIBM-tool, met jaar van planrealisatie 2025

Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging

ting (in plaats van de richtafstanden). Geconcludeerd wordt dat de waarden ruim onder de norm liggen. Om deze reden kan geconcludeerd worden dat sprake is van een goed woonen leefklimaat in het kader van de luchtkwaliteit.

Omgevingstype De richtafstanden zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit zoals die wordt nagestreefd in een rustige woonwijk of een vergelijkbaar omgevingstype

voor een toename van het gehalte stikstof in de lucht van 1,17 µg/m³ en

(zoals een rustig buitengebied, een stiltegebied of een natuurgebied). Een

de concentratie fijnstof 0,34 µg/m³. De grenst voor “Niet in Betekenende

rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van

2

‘Bedrijven en Milieuzonering’, Uitgave VNG, Den Haag, 2009.

Ruimtelijke onderbouwing KFC-restaurant Trivium 170, Etten-Leur

20

functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel

rondom het projectgebied. Er worden hierbij geen richtafstanden over-

de omgeving kunnen bevinden. Voor het groepsrisico geldt geen grens-

geen andere functies (zoals bedrijven en kantoren) voor. Binnen ge-

schreden.

waarde, maar een oriëntatiewaarde. Dit is een ijkwaarde waaraan veran-

mengde gebieden heeft men te maken met milieubelastende en milieuge-

deringen getoetst kunnen worden. Deze oriëntatiewaarde mag overschre-

voelige functies die op korte afstand van elkaar zijn gesitueerd. Direct

4.4.3

naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en

Het aspect ‘Bedrijven en milieuzonering’ vormt geen belemmering voor de

met de hoogte van groepsrisico moet andere kwalitatieve aspecten wor-

kleine bedrijven. Voorbeelden van gebieden met functiemenging zijn hore-

realisatie van het plan.

den meegewogen in de beoordeling van het groepsrisico. Onder deze as-

caconcentratiegebieden, stadscentra, winkelcentra en winkelgebieden van dorpskernen, woon-werkgebieden met kleinschalige ambachtelijke bedrijvigheid, gebieden langs stadstoegangswegen met meerdere functies en lintbebouwing in het buitengebied met veel agrarische en andere bedrijvigheid. 4.4.2

Conclusie

4.5

Externe veiligheid

4.5.1

Toetsingskader

Externe veiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van de opslag van of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit kan betrekking hebben op inrichtingen (bedrijven) of transportroutes. Op beide categorieën is landelijke wet- en regelgeving van toepassing.

Onderzoek

Invloed van het initiatief op de omgeving Het plan voorziet in een KFC-restaurant incl. ‘drive-through’. Het restaurant past binnen de bouwbepalingen van het geldende bestemmingsplan maar niet binnen de gebruiksregels. Het betreft geen bar/dancing/discotheek en aangezien er reeds twee restaurants zijn gevestigd binnen de bestemming “Gemengde doeleinden”, bouwvlak B, van bestemmingsplan Trivium, voldoet het bouwplan niet aan het geldende bestemmingsplan. Onderhavig plan betreft derhalve geen grote structurele wijzigingen t.o.v. van wat mogelijk is volgens het bestemmingsplan gezien de functie al met

In de landelijke wet- en regelgeving zijn kwaliteitseisen en normen op het gebied van externe veiligheid geformuleerd. Doel is om bepaalde risico's, waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld, tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Deze bedoelde risico's hangen vooral samen met: 

activiteiten met gevaarlijke stoffen in inrichtingen;

transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen;

transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het water.

den worden, mits goed beargumenteerd door het bevoegd gezag. Samen

pecten vallen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Deze argumentatie is een onderdeel van de verantwoording van het groepsrisico. Onderdeel van deze verantwoording is overleg met (advies vragen aan) de regionale brandweer. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans, per jaar, op overlijden van een onbeschermd individu ten gevolge van ongevallen met gevaarlijke stoffen. De aanwezigheid van een persoon is fictief. Niet wordt beoordeeld hoe groot de kans op de aanwezigheid van een persoon feitelijk is. Groepsrisico Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans per jaar dat een groep van bijvoorbeeld 10, 100 of 1000 personen het slachtoffer wordt van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico wordt ook beschouwd als een maat voor de maatschappelijke ontwrichting.

een maximum van twee restaurants toegestaan was. De omliggende bestemmingen worden daarom niet nadelig beïnvloed.

Ook zijn er onder meer landelijke regels voor de opslag en verkoop van vuurwerk. Verder wordt bij de plaatsing van windmolens ook de externe

Daarnaast kent een restaurant een richtafstand van 30 meter in verband

veiligheid in ogenschouw genomen.

met het aspect geluid. Dit houdt in dat 30 meter afstand gehouden moet worden tot geluidsgevoelige functies. Binnen 30 meter bevinden zich geen geluidsgevoelige functies zoals woningen.

Onderzoek

Navolgend wordt in gegaan op risicovolle transportroutes, buisleidingen en inrichtingen. Voor de beschouwing hiervan is gebruik gemaakt van de professionele Risicokaart (zie figuur 12).

De risico's voor externe veiligheid komen tot uitdrukking via het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico kan op de kaart worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten

Invloed van de omgeving op het initiatief

4.5.2

verbinden met eenzelfde plaatsgebonden risico. Via het plaatsgebonden

Rondom het projectgebied ligt met name de bestemming ‘gemengde doel-

risico wordt een basisbeschermingsniveau gewaarborgd. Bij het groepsri-

einden’. Hier zijn o.a. kantoren, groothandel of bijvoorbeeld een bouw-

sico wordt wel beoordeeld hoeveel personen zich, redelijkerwijs, feitelijk in

Transportroutes Ten zuiden van het projectgebied, op ca. 90 meter van het projectgebied vindt er transport van gevaarlijke stoffen plaats over de A58. Het gaat conform de referentieaantallen om de volgende stoffen: LF1, LF2, LT1, LT2, GF1, GF2, GT3 en GT4. Het projectgebied valt voor enkelen van deze

markt toegestaan. Daarnaast bevinden zich enkele bedrijfsbestemmingen

Ruimtelijke onderbouwing KFC-restaurant Trivium 170, Etten-Leur

21

stoffen in het invloedsgebied. Verder kent de A58 een plasbrandaan-

ruimtelijke keuzes. Deze verantwoording is kwalitatief en bevat verschil-

dachtsgebied (PAG) van 30 meter. Het projectgebied valt buiten dit ge-

lende onderdelen die aan bod kunnen of moeten komen.

bied. Aangezien het projectgebied binnen het invloedsgebied ligt is een verantwoording van het groepsrisico nodig. Daarnaast ligt op ca. 1,1 kilo-

Het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) geeft de regionale

meter ten noorden van het projectgebied een spoorroute waarover ge-

brandweer/Veiligheidsregio een wettelijke adviestaak bij het invullen van

vaarlijke stoffen (A, B2, C3, D3, D4) worden vervoerd. Het projectgebied

de verantwoordingsplicht. Het advies van de regionale brandweer/Veilig-

valt enkel voor stof D4 in het invloedsgebied.

heidsregio gaat vooral over het groepsrisico en mogelijkheden om een ramp of zwaar ongeval te voorkomen of de omvang ervan te beperken en

Buisleidingen

de zelfredzaamheid van personen te vergroten.

Op ca. 1 kilometer afstand ten oosten van het projectgebied ligt een buisleiding van de Gasunie. Het gaat om een aardgasleiding (NEN 3650-lei-

Het Bevt geeft de regionale brandweer/Veiligheidsregio een wettelijke ad-

ding).

viestaak bij het invullen van de verantwoordingsplicht. De adviestaak om-

De gasleiding kent een maximale werkdruk van 40,00 bar en een uitwen-

vat de mogelijkheden om een ramp of zwaar ongeval te voorkomen of de

dige diameter van 15,98 inch. Dit betekent dat er een 1% - letaliteitsafstand van 170 meter. Door de geruime afstand vindt er geen invloed

omvang ervan te beperken en de zelfredzaamheid van personen te vergFiguur 12: Risicokaart (projectgebied aangeduid middels licht blauwe cirkel

plaats op het projectgebied.

roten. Voor zover mogelijk wordt in deze paragraaf invulling gegeven aan de verantwoordingsplicht. De aanvullende adviezen van de regionale

4.5.3

(Beperkte) verantwoording groepsrisico

brandweer/ Veiligheidsregio dient de gemeente Etten-Leur mee te wegen

Verder ligt op ca. 1.1. kilometer afstand ten noorden van het projectgebied

Een (beperkte) verantwoording van het groepsrisico is voor dit plan nodig.

in haar besluitvorming. In artikel 7 en 8 van het Bevt is opgenomen wan-

een buisleiding van de Gasunie. Het gaat om een aardgasleiding (NEN

Het plan ligt namelijk binnen het invloedsgebied van de Rijksweg A58 en

neer sprake is van het verantwoorden van het groepsrisico. In onderha-

3650-leiding). De gasleiding kent een maximale werkdruk van 40,00 bar

binnen de spoorlijn in het noorden (traject Etten-Leur – Breda). Echter

vige situatie is sprake van een beperkte verantwoordingsplicht.

en een uitwendige diameter van 8,62 inch. Dit betekent dat er een 1% - le-

zorgt dit plan ervoor dat het aantal personen dat gelijktijdig aanwezig is op

taliteitsafstand van 120 meter. Door de geruime afstand vindt er geen in-

de locatie afneemt. De voormalig evenementenlocatie van ca. 1.631 m2

In een beperkte verantwoording worden de volgende aspecten be-

vloed plaats op het projectgebied.

bvo wordt namelijk gesloopt en een nieuw KFC-restaurant met een bvo

schouwd:

van ca. 310 m2 wordt gerealiseerd. Aangezien het aantal personen niet

a. mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de

Risicovolle inrichtingen

toeneemt is een RBMII-berekening niet noodzakelijk. Het groepsrisico kan

Op ca. 580 meter ten westen van het projectgebied is een tankstation ge-

beperkt verantwoord worden.

vestigd. Dit tankstation kent zowel een brandaandachtsgebied als een ex-

omvang van een ramp of zwaar ongeval; b. zelfredzaamheid ten aanzien van nog niet gerealiseerde (beperkt) kwetsbare objecten.

plosieaandachtsgebied. Het projectgebied valt buiten beide aandachtsge-

Met de verantwoordingsplicht wordt antwoord gegeven op de vraag in

bieden en ligt op geruime afstand van het tankstation.

hoeverre externe veiligheidsrisico's in het projectgebied worden geaccep-

Als gevolg van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg en het

Op ca. 1,2 kilometer en 1,4 kilometer liggen een tweetal tankstations.

teerd en welke maatregelen zijn getroffen om het risico zoveel mogelijk te

spoor, dient binnen de projectgebied rekening te worden gehouden met de

Beide tankstations kennen zowel een brandaandachtsgebied als een ex-

beperken. Het invullen van de verantwoordingsplicht is een taak van het

volgende scenario’s.

plosieaandachtsgebied. Het projectgebied valt buiten deze aandachtsge-

bevoegd gezag. Door de verantwoordingsplicht worden gemeenten ver-

bieden en ligt op geruime afstand van de tankstations.

plicht het externe veiligheidsaspect mee te laten wegen bij het maken van

Ruimtelijke onderbouwing KFC-restaurant Trivium 170, Etten-Leur

22

BLEVE-scenario

Dit betreft voornamelijk maatregelen om de bereikbaarheid van bestem-

Bij een ongeval met toxische gassen en vloeistoffen kan de brandweer, af-

Een BLEVE is een afkorting voor “Boiling Liquid Expanding Vapour Explo-

mingen, de inzet van hulpdiensten en de zelfredzaamheid van mensen te

hankelijk van de stofintensiteit en het groeiscenario, optreden door de gas-

sion” (kokende vloeistof-gasexpansieexplosie). Er bestaat een koude en

verbeteren.

wolk neer te slaan of te verdunnen/op te nemen met water. Hiertoe dienen

een warme BLEVE. Bij een koude BLEVE explodeert de tank meteen. Bij een warme BLEVE explodeert de tank als gevolg van een brandhaard.

voldoende bluswatervoorzieningen nabij de risicobron aanwezig te zijn. De Binnen het project zijn de volgende maatregelen genomen:

aanwezigheid van bluswatervoorzieningen binnen het projectgebied is met

in drie van de vier gevels is een nooduitgang gesitueerd, één van

het oog op een toxisch scenario niet relevant. Ook ten aanzien van de be-

deze nootuitgangen is van de “risicobron” af gesitueerd (de A58).

reikbaarheid is bij een toxisch scenario met name de bereikbaarheid van

Gevels zijn voorzien van materialisering conform het RED designpak-

de risicobron maatgevend. De inrichting van het projectgebied heeft geen

ket.

invloed op de bereikbaarheid en de bluswatervoorzieningen ter plaatse

Toxisch scenario Toxische vloeistoffen en gassen kunnen vrijkomen als de tankwagon/tankwagen met toxische stoffen het begeeft als gevolg van bijvoorbeeld een

incident. Hierbij komen de toxische stoffen vrij in de vorm van een plas of

van de risicobron.

een wolk. Een toxische plas zal vervolgens (gedeeltelijk) verdampen,

Voor het project is ook de veiligheidsregio Midden- en West-Brabant ad-

waarbij een toxische wolk wordt gevormd. Afhankelijk van de windrichting

vies gewonnen. Het advies is opgenomen in bijlage 11.

en de weersomstandigheden kan de toxische wolk richting het projectgebied drijven.

Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend ge-

Zorgnorm

vaar, zonder daadwerkelijke hulp van hulpverleningsdiensten. De moge-

De brandweerzorgnorm is een aanbevolen opkomsttijd die afhankelijk is

lijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen en ontvluch-

Bestrijdbaarheid van de omvang van een ramp of zwaar ongeval

van het soort object en de risico’s voor de aanwezige personen. De op-

ten.

De beheersbaarheid is afhankelijk van de inzetbaarheid van hulpverle-

komsttijd bestaat uit een optelsom van de uitruktijd en de aanrijdtijd. De

ningsdiensten. De brandweer moet in staat zijn om haar taken goed uit te

uitruktijd betreft de tijd die men heeft vanaf het alarmeren totdat men ge-

Mobiliteit van de aanwezigen

kunnen voeren om daarmee verdere escalatie van een incident te voorko-

reed is om te vertrekken naar het plaats van het incident. De uitruktijd voor

Binnen het projectgebied zullen doorgaans geen minder zelfredzame per-

men. Hierbij kan gedacht worden aan het voldoende/ adequaat aanwezig

een beroepskorps ligt lager dan die van een vrijwillig korps, omdat de be-

sonen aanwezig zijn. Indien dit incidenteel wel het geval is, wordt ervan

zijn van aanvalswegen en bluswatervoorzieningen, maar ook de brand-

roepsmedewerkers zich in de directe nabijheid van de kazerne bevinden.

uitgegaan dat zij met behulp van valide personen in veiligheid kunnen wor-

weerzorgnorm wordt hier onder geschaard. Hierbij hanteert de brandweer

den gebracht.

richtlijnen zoals beschreven in de publicatie “Handleiding bluswatervoor-

Bestrijdbaarheid per scenario

ziening en bereikbaarheid” van brandweer Nederland.

Een koude BLEVE is niet te bestrijden omdat de tankwagon of -container

Mogelijkheden voor ontvluchting/schuilen

meteen explodeert. Gezien de snelle ontwikkeltijd zijn er geen mogelijkhe-

Bij incidenten zal een afweging gemaakt moeten worden tussen schuilen

In een dichtbevolkt gebied is het, vanwege de beperkte ruimte, onvermij-

den voor bronbestrijding en primaire effectbestrijding. De effectbestrijding

of vluchten. Binnen het invloedsgebied van een BLEVE-scenario is vluch-

delijk dat nieuwe bestemmingen, hun plaats krijgen binnen de invloeds-

zal daarom gericht zijn op het bestrijden van secundaire branden. Voor het

ten het uitgangspunt waarbij gerealiseerd dient te worden dat indien daad-

sfeer van risicobronnen, zoals wegen en bedrijven. Wat de initiatiefnemer

voorkomen van een warme BLEVE dient een aangestraalde tankwagon, -

werkelijk een BLEVE dreigt, de vluchttijd bijzonder kort is. In geval van

kan doen, is maatregelen treffen om de effecten van eventuele incidenten

wagen of -container tijdig te worden gekoeld en de brandhaard te worden

een calamiteit is een vroegtijdige alarmering van levensbelang om ervoor

te beperken.

geblust. Hiervoor dient voldoende bluswater nabij de risicobron aanwezig

te zorgen dat de aanwezigen veilig kunnen vluchten. De mogelijkheden

Te denken valt aan:

te zijn.

om op eigen kracht te kunnen vluchten nemen toe door (nood)uitgangen

het situeren van nooduitgangen van de risicobron af;

het aanbrengen van brandwerende gevels of het realiseren van op-

en vluchtroutes zoveel mogelijk loodrecht van de weg af te richten. Op die

stelplaatsen voor hulpdiensten.

Ruimtelijke onderbouwing KFC-restaurant Trivium 170, Etten-Leur

23

manier worden vluchtende personen afgeschermd door de bebouwing bin-

door het bestuur van de Veiligheidsregio’s uitgevoerd te worden. De Vei-

Gebiedsbescherming vanuit de Wet natuurbescherming

nen het projectgebied alsmede de andere aanwezige bebouwing tussen

ligheidsregio ondersteunt en adviseert de gemeenten hierin in voorberei-

De Wnb heeft voor wat betreft gebiedsbescherming, betrekking op de Eu-

projectgebied en de risicobron.

ding op een alarmering bij rampen.

ropees beschermde Natura 2000-gebieden. Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten, afzonderlijk of in combinatie met andere

Bij een toxische wolk kunnen mensen komen te overlijden als gevolg van

Advies Veiligheidsregio

plannen of projecten, mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen

blootstelling aan de toxische stof. Of mensen daadwerkelijk komen te

Een advies van de Veiligheidsregio is noodzakelijk. Dit advies wordt opge-

deze bij de voorbereiding van een bestemmingsplan in kaart te worden

overlijden is afhankelijk van de dosis, die bestaat uit de blootstellingsduur

vraagd en zal te zijner tijd worden toegevoegd aan deze ruimtelijke onder-

gebracht en beoordeeld.

en de concentratie waaraan de persoon is blootgesteld. Aangenomen

bouwing.

Natura 2000-gebieden hebben een externe werking, zodat ook ingrepen

wordt dat personen die zich binnen in een van de buitenlucht afgesloten

die buiten deze gebieden plaatsvinden en verstoring kunnen veroorzaken,

ruimte bevinden een 10 keer zo lage kans hebben te overlijden als perso-

4.5.4

nen die zich buiten bevinden.

Afhankelijk van het advies van de Veiligheidsregio wordt een conclusie ge-

tats. Een ruimtelijk plan dat significante gevolgen kan hebben voor een

trokken ten aanzien van externe veiligheid. Het groepsrisico neemt af aan-

Natura 2000-gebied kan alleen worden vastgesteld indien uit een pas-

Het beste advies bij het vrijkomen van een toxische wolk als gevolg van

gezien het aantal personen in het projectgebied ook afneemt. Het groeps-

sende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan de natuurlijke

een incident is te schuilen, mits ramen, deuren en ventilatie gesloten kun-

risico is beperkt verantwoord. Vooralsnog worden er geen belemmeringen

kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Indien deze zekerheid niet

nen worden. Om personen goed te kunnen beschermen tegen de effecten

verwacht.

is verkregen, kan het plan worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan

van een giftige gaswolk dienen ramen en deuren dan ook goed gesloten te kunnen worden. Eventueel aanwezige luchtbehandelingsinstallaties dienen met één handeling uitgeschakeld te worden. Indien desalniettemin bij een toxische wolk wordt besloten het gebied te ontruimen, is het van belang dat personen haaks op de wolk kunnen vluchten. Hiervoor is het nodig dat er haaks op elkaar staande vluchtwegen beschikbaar zijn, die van de bron af gericht zijn. Deze wegen mogen niet doodlopend zijn. Op basis van het bestaande wegennet kan afzijdig van de bron gevlucht worden.

Conclusie

4.6

Flora en Fauna

4.6.1

Toetsingskader

De bescherming van de natuur is vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). De Wnb geeft het wettelijke kader voor de bescherming van natuurgebieden en voor soortenbescherming. Bij de voorbereiding van

In zijn algemeenheid kan worden gesteld dat de zelfredzaamheid kan worden verbeterd door maatregelen zoals een waarschuwings- en alarmeringssysteem en risicocommunicatie (hoe te handelen bij een incident, gebaseerd op het eerdergenoemde scenario). In geval van een calamiteit is het van levensbelang dat de aanwezigen tijdig gewaarschuwd worden. Vluchtroutes dienen zichtbaar en duidelijk te worden aangeduid. De invulling van de risicocommunicatie dient conform de Wet veiligheidsregio’s

de volgende drie voorwaarden: 1. Alternatieve oplossingen zijn niet voorhanden. 2. Het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard. 3. De noodzakelijke compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-net-

een ruimtelijk plan dient onderzocht te worden of de Wnb ten aanzien van

werk bewaard blijft.

de bescherming van dier- en plantensoorten en gebieden de uitvoering van het plan niet in de weg staan. De provincie is bevoegd gezag voor de toetsing van handelingen met mogelijke gevolgen voor beschermde dieren plantensoorten (de soortenbeschermingsbepalingen) én voor Natura 2000-gebieden (de gebiedenbeschermingsbepalingen). Alleen bij ruimte-

Risicocommunicatie

moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habi-

lijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, blijft het Rijk bevoegd gezag. Daarnaast vindt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Ook in dit kader zijn de provincies het bevoegd gezag.

Ruimtelijke onderbouwing KFC-restaurant Trivium 170, Etten-Leur

Projecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunningplichtig. Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid Het Natuurnetwerk Nederland is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden. Het netwerk wordt gevormd door kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones met als doel natuurgebieden beter met elkaar en met het omringende agrarisch gebied te verbinden.

24

Soortenbescherming

betreft dit een extern effect als gevolg van storingsfactoren als toename

De Wnb onderscheidt beschermingsregimes voor soorten op grond van in-

van geluid, licht of depositie van stikstof. Mede gezien de afstand tot het

ternationale verdragen, aangevuld met soorten die vanuit een nationaal

projectgebied zijn externe effecten als gevolg van aspecten als licht, ge-

oogpunt beschermd worden. Hierdoor zijn er in de Wnb drie verschillende

luid en trillingen uitgesloten.

verbodsartikelen per categorie soorten;

Daar de voorgenomen ontwikkeling van de realisatie van een nieuw be-

soorten van de Vogelrichtlijn (artikel 3.1);

drijfspand betreft, is een toename aan stikstofuitstoot te verwachten. Een

soorten van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (ar-

toename van stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied is niet uit te

tikel 3.5);

sluiten. Hiertoe is een onderzoek in de vorm van een AERIUS-berekening

andere soorten (artikel 3.10).

voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase uitgevoerd om uit te wijzen

of er een toename van stikstofdepositie plaatsvindt. Zie hiervoor paragraaf Per beschermingsregime is aangegeven welke verboden er gelden en on-

4.11 en bijlage 5.

der welke voorwaarden ontheffing of vrijstelling kan worden verleend door

Figuur13: Ligging NNN gebieden ten opzichte van voorgenomen projectgebied (rood omlijnd)

het bevoegd gezag. Volgens artikel 3.31 zijn de verboden, bedoeld in de

Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid

artikelen 3.1, 3.5 en 3.10 niet van toepassing op handelingen die zijn

Het projectgebied is niet gelegen binnen het NNB (zie figuur 13). Het

beschreven in en aantoonbaar worden uitgevoerd overeenkomstig een

dichtstbijzijnde onderdeel van het NNB ligt ongeveer 388 meter ten zuid-

door het Ministerie van Economische Zaken goedgekeurde gedragscode

oosten van het projectgebied. Gezien de aard van de voorgenomen plan-

en die plaatsvinden in het kader van bestendig beheer, bestendig gebruik,

nen zullen de omgevingscondities redelijkerwijs gelijk blijven, waardoor de

of ruimtelijke ontwikkeling of inrichting.

wezenlijke kenmerken en waarden van het NNB niet worden aangetast. Vervolgonderzoek in het kader van het NNB wordt dan ook niet noodzake-

Conform artikel 1.12 van de Wnb dragen gedeputeerde staten in hun pro-

4.6.2

vincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhan-

Er is door BRO een quickscan naar Flora en Fauna uitgevoerd (zie bijlage

gend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘Natuurnetwerk Nederland’.

4). In de quickscan zijn de gevolgen van de ruimtelijke ingreep afgezet te-

Toetsing beschermde houtopstanden

Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die tot dit netwerk

gen potentieel aanwezige natuurwaarden die vanuit de Wet natuurbe-

Aangezien binnen het projectgebied geen (onderdelen van) houtopstan-

behoren. De planologische begrenzing en beschermingsregimes van het

scherming en provinciaal beleid zijn beschermd. Deze werkwijze vloeit

den aanwezig zijn is toetsing aan het onderdeel houtopstanden conform

Natuurnetwerk Nederland loopt via het traject van de provinciale ruimte-

voort uit de brochure ‘Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen’ van het

de Wet natuurbescherming bij dit plan niet aan de orde.

lijke structuurvisies en verordeningen. Voor deze gebieden geldt een pla-

Ministerie van Economische Zaken van december 2016. Hieronder volgen

nologisch beschermingsregime. Activiteiten in deze gebieden zijn alleen

de belangrijkste conclusies.

Toetsing soortenbescherming Vogels

Toetsing gebiedsbescherming Wettelijke gebiedsbescherming

Bij uitvoering van de plannen gaan geen nestlocaties van soorten met een

Het projectgebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat

nesten verloren gaan die niet jaarrond zijn beschermd. Voor de betref-

aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura

fende vogelsoorten geldt dat, indien het verwijderen van het opgaand

2000-gebied, “Ulvenhoutse Bos”, bevindt zich op circa 9 kilometer afstand

groen buiten het broedseizoen wordt uitgevoerd, er redelijkerwijs geen

ten oosten van het projectgebied. Indien er sprake zou zijn van een effect,

overtredingen plaats zullen vinden met betrekking tot broedvogels. In de

Onderzoek

toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op de wezenlijke kenmerken of waarden of als deze kunnen worden tegengegaan met mitigerende maatregelen.

Ruimtelijke onderbouwing KFC-restaurant Trivium 170, Etten-Leur

lijk geacht.

jaarrond beschermde status verloren. Bij de werkzaamheden kunnen wel

25

Wet natuurbescherming wordt geen vaste periode gehanteerd voor het

Amfibieën

broedseizoen. Globaal kan voor het broedseizoen de periode maart tot

De voorgenomen plannen zullen geen afname van geschikt essentieel ha-

half augustus worden aangehouden. Geldend is echter de aanwezigheid

bitat van een amfibieënsoort veroorzaken, inbreuk op de gunstige staat

van een broedgeval op het moment van ingrijpen. Bij twijfel over de

van instandhouding van populaties en overtreding van de Wnb is dan ook

delijkerwijs te voorkomen, de werkzaamheden buiten het broedsei-

aan/afwezigheid van een vervroegd of verlaat broedgeval (bijvoorbeeld

uitgesloten. In het kader van de algemene zorgplicht is het wel noodzake-

zoen te worden uitgevoerd, of een controle moet de aanwezigheid van

van een houtduif) dient een controle hieromtrent zekerheid te bieden. De

lijk om voldoende zorg te dragen voor eventueel passerende individuen.

gaand groen en oppervlaktewater te worden vermeden. 

Ten aanzien van broedvogels dienen, om overtreding op voorhand re-

een broedgeval kunnen uitsluiten. 

voorgenomen plannen zullen geen afname van essentieel broedhabitat

Ten aanzien van vleermuizen dient licht gericht of uitstralend op op-

In het kader van de algemene zorgplicht is het noodzakelijk om vol-

veroorzaken van een vogelsoort, inbreuk op de gunstige staat van in-

Vissen

doende zorg te dragen voor aanwezige individuen. Dit houdt in dat al

standhouding van lokale populaties is dan ook uitgesloten.

Vanwege het ontbreken van oppervlaktewater binnen het projectgebied

het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van

kan deze soortgroep buiten beschouwing worden gelaten.

individuen te voorkomen.

Vleermuizen Het te slopen gebouw bevat verder geen geschikte rust- en verblijfplaat-

Ongewervelde diersoorten

Het aspect ‘Flora en fauna’ vormt geen belemmering voor de realisatie

sen voor een vleermuizensoort in de vorm van open stootvoegen en an-

In de ruime omgeving van het projectgebied zijn waarnemingen bekend

van dit plan mits de onderzoekaanbevelingen in acht worden genomen.

dere openingen naar ruimtes onder het dak of in de spouw. Bij de sloop-

van grote vos en teunisbloempijlstaart. Beide soorten stellen echter zeer

Een AERIUS berekening is reeds uitgevoerd, zie paragraaf 4.11.

werkzaamheden is de kans op dat er één of meerdere verblijfplaatsen van

specifieke eisen aan hun habitat, die in het projectgebied niet aanwezig

een vleermuissoort verloren gaan dan ook nihil. Het opgaand groen en op-

zijn.

4.7

Bodem

pervlaktewater rond het projectgebied kan mogelijk dienen als foerageer-

4.7.1

Toetsingskader

gebied en/of vliegroutes voor een of meerdere soorten vleermuizen. Licht

Vaatplanten

In het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 1 onder d) is bepaald

gericht of uitstralend op hierop dient te worden vermeden, zowel tijdens de

In de directe omgeving van het projectgebied zijn waarnemingen bekend

dat voor de uitvoerbaarheid van een plan rekening gehouden moet wor-

werkzaamheden als in de toekomstige situatie.

van de beschermde dreps. Deze soort stelt echter zeer specifieke eisen

den met de bodemgesteldheid in het projectgebied. Bij functiewijzigingen

aan zijn standplaats. Gezien het aanwezige biotoop van het projectgebied

dient te worden bepaald of de bodemkwaliteit voldoende is voor de be-

Grondgebonden zoogdieren

is de aanwezigheid van dergelijk beschermde vaatplanten redelijkerwijs

oogde functie en moet worden bepaald of nader onderzoek en eventueel

Met de ontwikkeling binnen het projectgebied gaan geen verblijfplaatsen

uitgesloten..

saneringen noodzakelijk zijn.

gebied van een grondgebonden zoogdiersoort verloren. Inbreuk op de

4.6.3

In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bo-

gunstige staat van instandhouding van lokale populaties van soorten en

Gelet op de potentiële ecologische waarden kan het voorgenomen plan al-

demkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond

overtreding van de Wnb is niet aan de orde. In het kader van de zorgplicht

leen in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provin-

zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de

is het echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor (inciden-

ciale natuurbeleid worden uitgevoerd, mits voorafgaand en tijdens het uit-

desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen

teel) aanwezige individuen.

voeren van de werkzaamheden het bepaalde in de Wet natuurbescher-

dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd. Hiervoor is

ming in acht wordt genomen:

dan een bodemonderzoek conform de NEN 5740 richtlijnen noodzakelijk.

van niet-vrijgestelde soorten verloren. Ook gaat er geen (essentieel) leef-

Reptielen Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van reptielen zijn op

Conclusie

Een AERIUS-berekening dient de toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden door de werkzaamheden te berekenen.

voorhand uitgesloten.

Ruimtelijke onderbouwing KFC-restaurant Trivium 170, Etten-Leur

26

4.7.2

Provinciaal beleid

welke afmetingen en eisen die moeten voldoen en wie onderhoudsplichtig

Met onderhavig planvoornemen wijzigt de bestemmingsklasse niet. Er is

Naast het Europees en landelijk beleidskader is het Regionaal Water en

is. Veelal is voor deze ingrepen een watervergunning van het waterschap

dus geen sprake van het planologisch mogelijk maken van een meer ge-

Bodem Programma 2022-2027 (RWP) ook het toetsingskader voor de

benodigd. De Keur is onder andere te raadplegen via de site van water-

voelige bestemming. Een daadwerkelijk bodemonderzoek wordt derhalve

taakuitoefening van lagere overheden op het gebied van water opgeno-

schap Brabantse Delta.

niet noodzakelijk geacht in het kader van de planologische afwijkingspro-

men. Het RWP staat voor een klimaatadaptief Brabant met veilig, schoon

cedure.

en voldoende water en een vitale bodem. Om dit te realiseren, zijn er in

Het waterschap hanteert bij nieuwe ontwikkelingen het principe van water-

Nederland diverse waterschappen actief die zich richten op een veilig en

neutraal bouwen, waarbij gestreefd wordt naar het behoud of herstel van

goed bewoonbaar land met gezonde, duurzame watersystemen. De wa-

de ‘natuurlijke’ waterhuishoudkundige situatie. Vanwege dit principe wordt

Het aspect ‘Bodem’ vormt geen belemmering voor de realisatie van het

terbeheerders werken daarvoor integraal samen met gemeenten, die het

bij uitbreiding van verhard oppervlak voor de omgang met hemelwater uit-

plan.

beheer over de ruimtelijke ordening en openbare ruimte hebben, om deze

gegaan van de voorkeursvolgorde infiltreren, bergen, afvoeren. De techni-

doelstellingen te halen.

sche eisen en uitgangspunten voor het ontwerp van watersystemen zijn

4.7.3

Onderzoek

Conclusie

4.8

Water

4.8.1

Toetsingskader

opgenomen in de ‘beleidsregel Afvoer hemelwater door toename en afWaterschapsbeleid Brabantse Delta

koppelen van verhard oppervlak, en de hydrologische uitgangspunten bij

In het kader van het Besluit ruimtelijke ordening is het sinds 1 november

Het projectgebied valt onder het beheergebied van Waterschap Brabantse

de keurregels voor afvoeren van hemelwater’.

2013 wettelijk verplicht om een watertoets (of waterparagraaf) te verrich-

Delta. Het waterschap Brabantse Delta is verantwoordelijk voor het water-

ten bij een ruimtelijk ontwikkelingsproject. De waterparagraaf beschrijft de

beheer in de gemeente op basis van de volgende wettelijke kerntaken: het

Hemelwaterverordening Etten-Leur

invloed van het plan op het watersysteem en geeft aan welke eisen het

zuiveringsbeheer, watersysteembeheer, beheer van dijken en beheer van

Op 6 december 2022 heeft de gemeenteraad de 'Hemelwaterverordening

watersysteem aan het besluit of plan oplegt. De waterparagraaf omschrijft

vaarwegen. Het watersysteembeheer -waaronder grondwater- heeft daar-

Etten-Leur' vastgesteld. Deze verordening bevat regels en afspraken over

daarnaast de waterhuishoudkundige consequenties van het plan of besluit

bij twee doelen: zowel de zorg voor gezond water als de zorg voor vol-

het verplicht opvangen van hemelwater in een hemelwaterberging. In de

en omvat het wateradvies en de gemaakte afwegingen. Om invulling te

doende water van voldoende kwaliteit.

verordening zijn eisen opgenomen waaraan de hemelwaterberging moet voldoen. De verordening is o.a. van toepassing bij de bouw van een nieuw

kunnen geven aan de waterparagraaf en de waterbelangen te waarborgen dient in deze situatie de watertoets te worden opgesteld. De watertoets

Het beleid en de daarmee samenhangende doelen van het waterschap

gebouw en/of aanleg van nieuw verhard oppervlak waarvoor een Omge-

vormt de basis voor het vastleggen van het wateraspect in het ruimtelijke

zijn opgenomen in het waterbeheerprogramma 2022-2027, wat tot stand is

vingsvergunning nodig is. Uitgangspunt is het (tijdelijk) bergen van 60 liter

plan.

gekomen in samenspraak met de waterpartners. Het programma brengt

water per m² verharding (dakoppervlak en bestrating). Voor een groen dak

op strategisch niveau samenhang tussen de verschillende kerntaken en

dat minimaal 30 liter water per m2 kan bergen is er een uitzondering en

Beleidskader

draagt zo bij aan integraal waterbeheer en duurzame ontwikkeling in de

bedraagt de bergingseis 30 liter water per m2 verharding. Vanuit de he-

Europees beleid

regio.

melwaterberging mag 2 liter per m2 per uur naar het riool worden afgevoerd. Daarmee wordt voorkomen dat het riool bij een extreme bui ineens

De Europese Commissie verplicht alle lidstaten elke zes jaar over het watersysteem te rapporteren in een beheerplan per stroomgebied, het

Daarnaast heeft het waterschap waar nodig nog toegespitst beleid en be-

vol is. De berging moet daarbij goed worden onderhouden, zodat deze na

SGBP.

leidsregels op de verschillende thema’s/speerpunten uit het waterbeheer-

vijf dagen weer volledig beschikbaar is. Alle details over de vereisten

programma en heeft het waterschap een eigen verordening; De Keur en

staan in de verordening en de toelichting.

de legger. De Keur bevat gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. De legger geeft aan waar de waterstaatswerken liggen, aan

Ruimtelijke onderbouwing KFC-restaurant Trivium 170, Etten-Leur

27

Gemeentelijk Waterplan 2024-2028

De onderzoekslocatie ligt niet in een (grond)waterbeschermingsgebied.

Totaal verhard, circa

Op 23 mei 2023 is het gemeentelijk waterplan 2024-2028 vastgesteld door

Om verontreiniging van het toekomstig hemelwater te vermijden, dient er

Tabel 8 Overzicht bestaand verhard oppervlak binnen het projectgebied

de gemeenteraad. In het Waterplan 2024-2028 gaat de gemeente in op de

gebouwd te worden met niet-uitloogbare en duurzame bouwmaterialen.

uitvoering van de zorgtaken voor afvalwater, hemelwater en het grondwa-

Toe te passen duurzame materialen zijn bijvoorbeeld:

ter. Het document geeft daarnaast ook inzicht in de ontwikkelingen en kos-

ten van de beoogde klimaat maatregelen. Het gemeentelijk Waterplan is de opvolger van het verbreed gemeentelijk Rioleringsplan 2019-2023.

daken: dakpannen van natuurlijk, beton, keramisch materiaal of bekleed met EPDM rubber of vergelijkbaar;

dakgoten en afvoerpijpen; PVC/PP/PE/ staal, aluminium, bij voorkeur ook geen gecoate materialen i.v.m. verwering;

In de komende jaren wordt op een aantal locaties het hemelwater losgekoppeld van het vuilwater. Etten-Leur zet met dit rioleringsplan in op een

Door het planvoornemen met bijkomend groen en minder dakoppervlak zal het verhard oppervlak binnen het plangebied afnemen. Tabel 9 geeft een overzicht weer van de verwachte toekomstige verharding binnen de onderzoekslocatie.

ontsluitingspaden / wegen / terrassen; voorzien van natuurlijk of nietuitloogbare materialen zoals keramische of betonproducten.

doelmatig en duurzaam beheer van de gemeentelijke riool- en watervoorzieningen om het (afval)watersysteem toekomstbestendig te maken.

1.825

Ter plaatse is reeds een gescheiden rioolstelsel aanwezig waarop de nieuwbouw aangesloten kan worden. Het verzamelde afvalwater op het

Bruto (verharde) oppervlakten

Toekomstige situatie (m2)

Daken, circa

310 en 19

Toegangswegen, parkeerplekken

1.196

en terras, circa

De afvoer van regenwater van nieuwe verharde oppervlakken die zijn aan-

perceel wordt separaat aangeboden op het gemeentelijk stelsel nabij de

gelegd na 21 maart 2023 moet voldoen aan de hemelwaterverordening,

Bredaseweg. Gezien het huidig gebruik als evenementenlocatie is door de

Totaal verhard, circa

waarbij er eisen worden gesteld aan het bergen van hemelwater op eigen

bouw van een restaurant slechts een beperkte toename van de totale

Tabel 9 Overzicht toekomstig verhard oppervlak binnen het projectgebied

terrein.

afvalwaterafvoer te verwachten (en een lagere piekafvoer). Voor het res-

1.525

taurant is vanuit het activiteitenbesluit de plaatsing van een vetvanger

De toekomstige verharding binnen het plangebied zal circa 1.525 m2 be-

noodzakelijk geacht. Het afvalwater van de nieuwbouw zal net als be-

dragen. Door de ontwikkeling met een verhardingsafname is er vanuit het

Door ingenieursbureau Aeres milieu is een waterparagraaf opgesteld.

staand gescheiden gehouden worden op het DWA-stelsel op eigen per-

waterschap geen verplichting tot de aanleg van bijkomende waterretentie.

Hieronder worden de belangrijkste conclusies weergegeven. Voor het ge-

ceel. Het afvalwater van de nieuwbouw zal net als bestaand gescheiden

Door bijkomend groen aan te leggen, wordt de gevoeligheid voor hitte-

hele onderzoek wordt verwezen naar bijlage 6.

gehouden worden op het DWA-stelsel op eigen perceel. Voor een wijzi-

stress en wateroverlast verder verminderd (lagere piekafvoer). Vanuit de

ging aan de rioolaansluiting dient te zijner tijd bij de gemeente Etten-Leur

hemelwaterverordening van de gemeente dient bij nieuwbouw op eigen

een aanvraag ingediend te worden.

terrein een hemelwaterberging van 60 mm aangelegd te worden. Dit komt

4.8.2

Onderzoek

De onderzoekslocatie kent bijna geen hoogteverschil en ligt op circa 5-5,4 m +NAP. Door de bestaande hoogteligging wordt voldaan aan de beno-

neer op een waterberging van ca. 91,5 m3.

digde ontwateringsdiepte. De huidige bebouwing ligt op ca 5,5 m +NAP

De huidige verharding is vastgesteld op basis van (topografische) kaarten

door de koppeling met de westelijke aanbouw. Voor de nieuwbouw wordt

en satellietbeelden. Onderstaande tabel 8 geeft een overzicht van het hui-

Naast het beperken van nieuwe gesloten verharding kan geopteerd wor-

een bouwpeil van 30 centimeter boven de kruin van de weg of minimaal

dig verhard oppervlak weer.

den voor aanvullende maatregelen toe te passen voor het hemelwater zo-

4,9-5 m +NAP geadviseerd om eventuele instroom te voorkomen. Ter plaatse dient rekening gehouden te worden met de aansluiting op het bestaande aflopende maaiveldniveau in oostelijke richting.

als bijvoorbeeld: Bruto (verharde) oppervlakten

Huidige situatie (m2)

Daken, circa

1.150

Weg, parkeren

675

Ruimtelijke onderbouwing KFC-restaurant Trivium 170, Etten-Leur

•

Opvang en hergebruik als grijswatercircuit voor toiletspoeling, koeling,…

•

Aanleg groendak: met een bergend vermogen van minimaal 20 mm wordt dit als onverhard oppervlak beschouwd.

28

 Daarnaast bieden groene daken extra isolerend vermogen, vermindert het hittestress en bevordert het de biodiversiteit. Wel dient rekening ge-

mag altijd, maar het is vooralsnog dus geen bergingsmaatregel omdat

deze onderdelen is daartoe in de Erfgoedwet voor de periode tot inwer-

dit afhankelijk is van de doorlatendheid van de bodemopbouw.

kingtreding van de Omgevingswet een overgangsregeling opgenomen.

houden te worden met extra gewicht op de (dak)constructie. Dit kan bij •

voorbeeld

Insteek is om onder de parkeervakken een enkele laag IT-kratten onder

De basis van de bescherming van archeologisch erfgoed in de Erfgoedwet

op het restaurant van ca. 310 m 2 aangelegd worden welke een reductie

de parkeervakken aan te leggen. Met kratten van een inhoud van 400 liter

is het verdrag van Valletta (ook wel het verdrag van Malta). De bescher-

oplevert van ca. 12 m 3.

is een oppervlak van ca. 165 m 2 benodigd. Hiervoor is ruimte aanwezig,

ming heeft als doel om archeologisch erfgoed zoveel mogelijk in situ, dus

Aanvullend lokaal verwerken middels bijvoorbeeld groene parkeer-

zie figuur 14.

in de grond, te behouden. Dankzij het principe van “de verstoorder betaalt”

plaatsen,.. Uit het vooroverleg met de gemeente blijkt dat grasbetontegels als geheel verhard oppervlak worden gezien. Open verharding

uit het verdrag van Valletta worden meer archeologische resten in situ beOpgemerkt wordt dat binnen Trivium reeds een bestaande centrale hemel-

houden.

waterverwerking plaatsvindt. Het bestaande pand heeft aan de noordzijde een aansluiting welke in westelijke richting naar de A-watergang stroomt

Indien ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden dient te worden beoordeeld

waar de berging en vertraagde leegloop plaatsvindt. Mogelijk kan hiervan

of archeologische waarden in het geding raken.

nog deels gebruik gemaakt worden (hiervoor is ooit berging aangelegd). Dit dient echter met de betreffende eigenaar en het bevoegd gezag afge-

4.9.2

Onderzoek

stemd te worden. Hoeveel waterberging destijds aan het gebouw toegere-

Het projectgebied valt op de bestaande archeologische beleidskaart van

kend is, is vooralsnog niet bekend en dient bij het voorgenomen gebruik

de gemeente Etten-Leur in de zone ‘archeologische vindplaats’. Deze

van de bestaande waterberging nader onderzocht te worden.

vindplaats is gebaseerd op een ARCHIS-waarneming. Zuidelijk van het projectgebied ligt een ARCHIS-waarneming. Dit betekent in geval het pro-

Door rekening te houden met de genoemde aandachtspunten wordt hydrologisch gezien positief ontwikkeld en is geen verhoogd risico op wateroverlast te verwachten door de voorgenomen planontwikkeling. 4.8.3

Conclusie

Het aspect ‘Water’ vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling, mits rekening gehouden wordt met de genoemde aandachtspunten.

4.9

Archeologie

4.9.1

Toetsingskader

De bescherming van archeologisch erfgoed in Nederland is vastgelegd in de Erfgoedwet, die op 1 juli 2016 in werking is getreden. De Erfgoedwet is in de plaats gekomen van zes wetten en regelingen op het gebied van cultureel erfgoed, waaronder de Monumentenwet 1988. Onderdelen van de Figuur 14: Indicatie mogelijke plaatsing IT-kratten ten behoeve van de waterberging.

Monumentenwet die van toepassing waren op de fysieke leefomgeving gaan naar de Omgevingswet die op 1 januari 2024 van kracht wordt. Voor

Ruimtelijke onderbouwing KFC-restaurant Trivium 170, Etten-Leur

Figuur 15:: Uitsnede gemeentelijke archeologische beleidskaart gemeente EttenLeur. Plangebied aangeduid middels rode cirkel.

29

jectgebied zich binnen de straal van 150 meter rond deze vindplaats gele-

Bureauonderzoek

naar laag worden bijgesteld. Econsultancy adviseert om bij de wijziging

gen is, het bevoegd gezag dient te bepalen of waarderend onderzoek

Volgens het bureauonderzoek heeft de top van het dekzand een middel-

van het bestemmingsplan het projectgebied vrij te geven voor de geplande

noodzakelijk is. Verder valt het projectgebied, conform de archeologische

hoge verwachting voor resten uit het Laat-Paleolithicum – Midden-Neolithi-

werkzaamheden.

beleidskaart, onder de categorie ‘verstoord’. Dit betekent dat er sprake zal

cum. Resten uit het Laat-Neolithicum – Vroeg Middeleeuwen worden niet

zijn van een lagere gaafheid en eventuele oppervlakkige resten verstoord

verwacht, omdat het gebied op dat moment is bedekt met veen. Archeolo-

4.9.3

zullen zijn. Tevens is er al in de grond geroerd gezien de locatie reeds be-

gische resten worden alleen verwacht als het gebied voor de periode van

Aan de hand van het uitgevoerde archeologisch bureauonderzoek inclu-

bouwing kent.

veenvorming droog genoeg is geweest om podzolisatie te laten plaatsvin-

sief vooronderzoek verkennende fase kan de verwachting voor alle perio-

den en wanneer deze podzolbodem niet is afgetopt bij de ontginning van

den naar ‘laag’ worden bijgesteld. Econsultancy adviseert om het project-

De projectlocatie heeft aan de hand van de archeologische beleidskaart

het gebied in de Middeleeuwen. Aan het maaiveld worden sporen van

gebied vrij te geven voor de geplande werkzaamheden. De gemeente Et-

de categorie ‘hoog’. Voor deze waarde is het uitgangspunt is behoud ‘in

landgebruik uit de Late Middeleeuwen – Nieuwe tijd verwacht. De archeo-

ten-Leur heeft een selectiebesluit genomen om in te stemmen met het ad-

situ’. In geval van planvorming in een planvorming in een plangebied gro-

logische verwachting voor dit niveau is laag.

vies van Econsultancy om geen vervolgonderzoek te laten uitvoeren (d.d. 5 februari 2024). Het aspect ‘Archeologie’ vormt geen belemmeringen

ter dan 1000 m2 met bodemverstoringen dieper dan 40 cm – Mv dient vroegtuiging archeologisch onderzoek plaats te vinden. Afhankelijk van de

Veldonderzoek

aard van de verwachte vindplaatsen dient dit onderzoek te bestaan uit;

Het veldonderzoek heeft aangetoond dat het projectgebied is opgehoogd

jager-verzamelaars: bureauonderzoek en verkennend booronderzoek

met een 190 tot 290 cm dik zandpakket. De oorspronkelijke bodem is ver-

om bodemverstoring vast te stellen en verwachting te toetsen;

moedelijk alleen in boring 1 bereikt, op een diepte van 280 cm -mv (2,67

landbouwers; bureauonderzoek en proefsleuvenonderzoek/opper-

m NAP). De oorspronkelijke bodem bestaat hier uit leemafzettingen van

vlakte kartering om de verwachting te toetsen en eventuele vindplaat-

de Formatie van Stramproy. Het is mogelijk dat op de leemafzettingen in

sen op te sporen.

boring 1 een 40 cm dik dekzandpakket is aangetroffen. Het dekzand is

Conclusie

echter geroerd en bevat veel zwarte vlekken en roestvlekken, waardoor Bureauonderzoek inclusief booronderzoek (IVO, verkennende fase)

het niet met zekerheid is te zeggen. Wanneer er inderdaad geroerd dek-

Gezien de ligging van het projectgebied binnen zone 3 ‘zones met een

zand is aangetroffen kan aangenomen worden dat het projectgebied niet

hoge kans op vindplaatsen en landbouwers en/of staatssamenlevingen’

droog genoeg is geweest voor de vorming van een podzolbodem of dat de

van de archeologische beleidskaart is archeologisch onderzoek noodzake-

podzolbodem volledig is verdwenen. In de andere boringen is enkel een

lijk. Het archeologisch onderzoek is noodzakelijk om vast te stellen of er

ophoogpakket aangetroffen.

archeologische waarden aanwezig kunnen zijn binnen het projectgebied en om te bepalen of deze door de voorgenomen bodemingrepen kunnen

Conclusie/advies Econsultancy

worden aangetast.

Uit het vooronderzoek kan worden geconcludeerd dat de bodem in het projectgebied bestaat uit een ophoogpakket van 190 tot 290 cm. De oor-

Er is een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonder-

spronkelijke bodem is vermoedelijk alleen in boring 1 (in het zuidwestelijke

zoek (IVO, verkennende fase) door middel van boringen uitgevoerd door

deel van het projectgebied) bereikt, op een diepte van 280 cm -mv (2,67 m

het onderzoeksbureau Econsultancy. Dit onderzoek is uitgevoerd in sep-

NAP). De oorspronkelijke bodem bestaat hier uit leemafzettingen van de

tember en oktober 2023. De volledige onderzoek rapportage is opgeno-

Formatie van Stramproy, met eventueel daarbovenop een 40 cm dik ge-

men in Bijlage 7. Hieronder zijn de belangrijkste conclusies opgenomen.

roerd dekzandpakket. De verwachting kan daarmee voor alle perioden

Ruimtelijke onderbouwing KFC-restaurant Trivium 170, Etten-Leur

voor het voorstaand planinitiatief.

4.10

Cultuurhistorie

4.10.1

Toetsingskader

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, tweede lid, onderdeel a Bro) dient in het plan rekening gehouden te worden met cultuurhistorie. Cultuurhistorie heeft onder andere betrekking op de historische stedenbouwkundige en historisch geografische waarden in het gebied. In het plan moet beschreven worden hoe met de in het gebied aanwezige waarden en de aanwezige of te verwachten monumenten wordt omgegaan. De Erfgoedwet bevat de wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed en archeologie in Nederland. Het is op basis hiervan verplicht om de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie mee te nemen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. 4.10.2

Onderzoek

Om de cultuurhistorische waarden ter plaatse van het projectgebied te achterhalen is gekeken naar de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHWkaart) van Noord-Brabant. Op navolgende figuur 16 is een uitsnede van deze kaart ter weergegeven.

30

Op de afbeelding is te zien dat er geen cultuurhistorische waarden binnen

natuurbescherming. Per plan dient aangetoond te worden dat er geen toe-

belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden, moet er een m.e.r.-

het projectgebied liggen. Er bevinden zich geen monumentale gebouwen,

name is van de stikstofdepositie.

procedure worden doorlopen.

jectgebied niet gelegen in een cultuurhistorisch waardevol landschap of

Op 2 november 2022 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak geoordeeld

In het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) is omschreven in

een molenbiotoop. Daarentegen ligt wel parallel aan de Bredaseweg een

dat de bouwvrijstelling stikstof niet voldoet aan het Europese natuurbe-

welke gevallen een m.e.r. (beoordelings)procedure gevolgd moet worden.

cultuurhistorisch waardevol lijnelement. De gele lijn valt in de categorie:

schermingsrecht. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. zijn activiteiten op-

‘Lijn van redelijk hoge waarde’. Met het beoogde plan wordt geen wijziging

heeft daardoor geconstateerd dat de bouwvrijstelling niet meer gebruikt

genomen waarvoor respectievelijk een m.e.r.-procedure of m.e.r.-beoorde-

in deze lijnstructuur beoogd. Van een negatief effect op deze waarde is

mag worden bij bouwprojecten. Hierdoor dient naast de gebruiksfase ook

lingsprocedure doorlopen moet worden. Met betrekking tot stedelijke ont-

geen sprake.

de aanlegfase berekend te worden.

wikkelingsprojecten moet op grond van D11.2 bij het ruimtelijk plan een

4.10.3

4.11.2

bomen, landschappen of bouwwerken in het projectgebied. Ook is het pro-

plan-MER opgesteld worden bij de stedelijke ontwikkelingsprojecten als de Conclusie

Onderzoek

activiteit betrekking heeft op:

Het aspect ‘Cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de beoogde ont-

Een stikstofdepositieonderzoek is uitgevoerd (d.d. 15 oktober 2024). Dit

een oppervlakte van 100 hectare of meer;

wikkeling.

onderzoek is opgenomen in bijlage 5. Hieronder worden de belangrijkste

een aaneengesloten gebied en 2000 woningen of meer;

resultaten beschreven.

een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.

Uit de uitgevoerde berekeningen blijkt dat er bij de gebruiksfase en de

4.12.2

aanlegfase geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j. Daarmee

Voor de beoogde ontwikkeling is een aanmeldingsnotitie en vormvrije

kunnen op voorhand negatieve effecten op Natura 2000-gebieden van-

m.e.r.-beoordeling opgesteld. De aanmeldingsnotitie met vormvrije m.e.r.-

wege stikstofdepositie uitgesloten worden.

beoordeling is opgenomen als separate bijlage nr. 8.

Omdat significant negatieve gevolgen zijn uitgesloten, hoeft voor de ont-

Het bevoegd gezag beslist of er een m.e.r.-plicht geldt. De conclusie van

wikkeling geen passende beoordeling opgesteld te worden. Omdat er van

de m.e.r.-beoordeling is dat het plan geen belangrijke negatieve gevolgen

het project geen significant negatieve gevolgen te verwachten zijn, geldt

zal hebben voor de kenmerken van het gebied en voor het woon- en leef-

ook geen vergunningplicht van de Wet natuurbescherming.

milieu in de omgeving. Er worden geen negatieve effecten verwacht van-

4.11

Stikstof

4.11.1

Toetsingskader

Onderzoek

wege de ligging van het projectgebied ten opzichte van gevoelige gebie4.11.3

Conclusie

Het aspect ‘Stikstof’ vormt geen belemmering voor uitvoering van het plan.

Figuur 16: Uitsnede CHW-kaart van Noord-Brabant

Op 29 mei 2019 heeft de Raad van State bepaald dat het Programma Aanpak Stikstof (PAS) niet als basis voor toestemming mag worden ge-

4.12

M.e.r.-beoordeling

4.12.1

Toetsingskader

Een milieueffectrapportage-beoordeling (m.e.r.-beoordeling) is een toets van het bevoegd gezag om te beoordelen of bij een project belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. Wanneer uit de toets blijkt dat er

bruikt voor het onderdeel Natura 2000 (gebiedsbescherming) van de Wet

Ruimtelijke onderbouwing KFC-restaurant Trivium 170, Etten-Leur

den. Geconcludeerd wordt dat geen belangrijke nadelige milieugevolgen worden verwacht en dat het opstellen van een MER niet noodzakelijk wordt geacht. In de notitie wordt het college van burgemeester en wethouders geadviseerd te besluiten dat er geen MER behoeft te worden vastgesteld. 4.12.3

Conclusie

In de aanmeldingsnotitie (zie hiervoor bijlage 8) wordt aanbevolen om een gemeentelijk besluit voor te bereiden waarin wordt aangegeven dat voor

31

de verdere planvorming van het onderhavig plan geen milieueffectrapportage wordt vereist.

Ruimtelijke onderbouwing KFC-restaurant Trivium 170, Etten-Leur

32

5

Uitvoerbaarheid

5.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

het terrein onderdeel uit van de dagelijkse bedrijfsexploitatie van de initia-

stuursrechtspraak van de Raad van State. Indien binnen de beroepster-

tiefnemer.

mijn geen beroep wordt ingesteld, is de omgevingsvergunning na het verstrijken van de beroepstermijn onherroepelijk. Belanghebbenden kunnen

De aanvraag om de omgevingsvergunning voor de realisatie van het res-

Gevelaanpassing Trivium 166

eventueel ook een voorlopige voorziening vragen tegen de omgevingsver-

taurant betreft het afwijken van het huidige bestemmingsplan. Op de on-

Met onderhavig plan wordt het huidige pand aan het Trivium 170 te Etten-

gunning.

derhavige aanvraag is artikel 2.12, eerste lid, aanhef onder a, onder 3

Leur gesloopt. Dit leidt tot een gevelaanpassing bij het pand op Trivium

Wabo van toepassing. Het betreft hier de ‘uitgebreide procedure’ waarte-

166. Door het slopen van het huidige pand zal de initiatiefnemer voor zijn

5.1.5

gen bezwaar en beroep open staat.

rekening het buitenblad van de dan ontstane buitengevel van de sport-

Naast de beoogde locatie voor het KFC-restaurant ligt een locatie van een

school herstellen. Onderling zullen over de uitvoering hiervan afspraken

bestaand McDonalds-restaurant. McDonalds Nederland B.V. is eigenaar

worden gemaakt.

van deze percelen, kadastraal bekend bij de gemeente Etten-Leur als sec-

5.1.1

Omgevingsdialoog

Belangen van derden

tie P, nummers 3085 en 3086 (Trivium 180).

In het kader van de planontwikkeling heeft overleg plaatsgevonden tussen de initiatiefnemer en belanghebbenden. Met de volgende belanghebben-

5.1.2

den gevestigd op de volgende adressen hebben gesprekken plaatsgevon-

In het kader van artikel 3.1.1 Bro worden de gebruikelijke vooroverlegin-

Ten behoeve van de percelen van het McDonalds-restaurant en ten laste

den in de periode tussen januari - maart 2023:

stanties om reactie gevraagd. Het gaat om instanties wiens belangen in

van het beoogde KFC-restaurant is een recht van opstal gevestigd. Er

Trivium 60 (Munnikenheide College);

het kader van het bouwproject in het geding kunnen zijn. Eventuele reac-

geldt namelijk onder andere de inhoudende plicht tot het aanbrengen van

Trivium 152 (Praxis);

ties van deze partijen worden samengevat en beantwoord en vervolgens

een schijngevel als verbindend element. Deze schijngevel bevindt zich bo-

Trivium 162 (Boerenbond Etten-Leur incl. de vastgoedeigenaar van

in de onderbouwing verwerkt.

ven de locatie van het McDonalds-restaurant en boven de locatie van het

Vooroverleg

beoogde KFC-restaurant. De schijngevel gaat aan de achterzijde van het

Wijnen);

McDonalds-restaurant verder door naar het Westen.

Trivium 166 (Trivium Sport B.V.);

5.1.3

Trivium 166 (CrossFit Etten-Leur B.V.);

De ontwerp omgevingsvergunning wordt gedurende een periode van zes

Trivium 180 (McDonald’s).

weken ter visie gelegd. De aanvraag, de bijlagen en de bijbehorende ruim-

Daarnaast is er een recht van erfdienstbaarheid ten behoeve van de per-

telijke onderbouwing zijn onderdeel van de (ontwerp) omgevingsvergun-

celen van McDonalds en ten laste van de beoogde KFC-locatie. Dit recht

Van elk gesprek is een gespreksverslag opgemaakt en verstuurd richting

ning. Gedurende de termijn van de ter visie legging kan eenieder een

van erfdienstbaarheid is gevestigd in verband met de toegang tot de

de belanghebbenden. Veelal zijn in de gesprekken zorgen geuit omtrent

zienswijze indienen. Op basis van de zienswijzen neemt het college van

McDrive.

zwerfafval en verkeers- en parkeerdruk. De documentatie van de omge-

burgemeester en wethouders een definitief besluit over het al dan niet af-

vingsdialoog is opgenomen in bijlage 9.

geven van de omgevingsvergunning.

Tervisielegging

Tevens is een recht van erfdienstbaarheid parkeerplaatsen gevestigd ten behoeve en ten laste van de beoogde KFC-locatie en ten laste en ten behoeve van de aangrenzende bouwpercelen. Het gaat om de percelen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EttenLeur&id=fc90593e-8320-4480-9d9e-b7b3d08ca313