CConstaterende datEtten-Leur
Koppel je AI →
Document · PDF

Groenplan

Raad besluit 14 oktober 2024, gemeente Etten-LeurBij agendapunt: Raadsvoorstel Groenplan Etten-Leur21.008 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Werkgebieden Werkgebieden zijn ten opzichte van woongebieden meer versteend en bebouwd. Daarnaast is er minder openbare ruimte in verhouding tot particuliere percelen aanwezig waardoor er ook minder openbaar groen aangelegd kan worden. Belemmerend hierbij zijn ook de grote hoeveelheid kabels en leidingen in de ondergrond. Door de beperkte hoeveelheid openbaar groen is het in deze gebieden lastig om regenwater te bergen en wordt het op zomerse dagen erg heet. De ambitie om in deze gebieden te vergroenen is daarom groot. Gezien de stedenbouwkundige opzet en de beperkte openbare ruimte is een groene oppervlaktenorm van 1 m2 openbaar groen per m2 bebouwd oppervlak hier niet haalbaar. Om een goede norm te kunnen bepalen hebben we eerst de bestaande situatie doorgerekend. Deze komt uit op 0,27 m2 openbaar groen per m2 bebouwd oppervlak. Omdat hier een duidelijke ambitie ligt om te vergroenen, stellen we de groene oppervlaktenorm voor werkgebieden vast op 0,35 m2 openbaar groen per m2 bebouwd oppervlak.

Centrumgebieden Centrumgebieden zijn ten opzichte van woongebieden meer verdicht. Daarnaast is er meer verhard oppervlak aanwezig omdat er ook ruimte geboden moet worden aan bijvoorbeeld evenementen en de warenmarkt. Belemmerend hierbij is ook de ondergrondse parkeergarage, waardoor het minder goed mogelijk is vast groen zoals plantvakken aan te brengen. Een gevolg hiervan is dat het lastig is om regenwater te bergen en dat het op zomerse dagen erg warm kan worden. Daarnaast is een groenarm centrumgebied minder aantrekkelijk voor bezoekers. We hebben daarom de ambitie om het centrumgebied te vergroenen. Gezien beperkingen als de ondergrondse parkeergarage en ruimte voor evenementen is een groene oppervlaktenorm van 1 m2 openbaar groen per m2 bebouwd oppervlak niet haalbaar. Om een goede norm te kunnen bepalen hebben we ook voor dit gebied de bestaande situatie doorgerekend. Deze komt uit op 0,42 m2 openbaar groen per m2 bebouwd oppervlak. Omdat hier een ambitie ligt om te vergroenen, stellen we de groene oppervlaktenorm voor centrumgebieden vast op 0,5 m2 openbaar groen per m2 bebouwd oppervlak.

27

7.9.

Uitwerking bomennorm

Bij de bomennorm gaat het niet alleen om het aantal bomen maar meer ook om de omvang, oftewel het boomkroonvolume of boomkroonbedekkingsgraad. Er zijn verschillende methoden om dit te berekenen. De voor ons beschikbare gegevens zijn nog niet volledig genoeg om dit voor Etten-Leur te doen. Daarnaast zijn er nog veel ontwikkelingen op zowel technisch vlak als het bepalen van een werkbare en reële normering. Het Norminstituut Bomen stelde in 2024 een nieuwe landelijke bomennorm beschikbaar. We onderzoeken of deze norm voor Etten-Leur werkbaar is en of wij die toe gaan passen. Voor dit groenplan stellen we daarom nu nog geen harde bomennorm vast. Wel volgen we de ontwikkelingen en brengen we het gemeentelijk bomenbestand beter in beeld. In het groenbeheersysteem zijn alle gemeentelijke bomen opgenomen. In deze gegevens is locatie en in veel gevallen ook sortiment opgenomen. Om de huidige situatie in beeld te brengen, maken we gebruik van dit systeem. Met behulp van de gegevens in het groenbeheersysteem koppelen we iedere boom in Etten-Leur aan een categorie. Deze indeling in categorieën sluit aan bij een landelijke methode voor het bepalen van de grootte van een boom bij het bereiken van het eindbeeld: -

1e grootte vanaf 15 m 2e grootte 8-15 m 3e grootte kleiner dan 8 m Aparte categorie voor bomen waarvan sortiment onbekend is.

Afbeelding 7.2: Toelichting 1e, 2e en 3e boomgrootte – Bron: Niet bekend

28

Met het maken van deze indeling in categorieën krijgen we beter inzicht in ons bomenbestand. In combinatie met het kaartmateriaal uit het groenbeheersysteem, de gegevens op www.boomregister.nl en de hittestresskaart kunnen we gericht bepalen in welke wijk en op welke locatie het toevoegen van bomen noodzakelijk is. Met uitvoering van onderhoudswerkzaamheden in de openbare ruimte kan hier rekening mee gehouden worden. Of er kan, bij voldoende ruimte, direct een boom aangeplant worden.

7.10. Uitwerking groenscorekaart Bij binnenstedelijke herontwikkelingen met voldoende ruimte of uitbreidingen van het stedelijk gebied geldt de groene oppervlaktenorm en de bomennorm als ondergrens. Bij binnenstedelijke herontwikkelingen met onvoldoende ruimte kan daarnaast een kwalitatieve toetsing plaatsvinden. Hiermee kan bepaald worden of het toegevoegde openbaar groen van voldoende waarde is om het tekort aan oppervlakte of aantal bomen te compenseren. Aspecten als (bio)diversiteit, toepassing van gevelgroen en daktuinen, inpassing van bestaande groenelementen en potentiële recreatieve en educatieve waarden nemen we hierin mee. Omdat de groenscorekaart ook gaat over de bomennorm, kunnen we deze nu nog niet vast laten stellen. De uitwerking hiervan nemen we daarom mee in de uitvoeringsfase van dit groenplan.

8. Bomenbeleid 8.1.

Onze visie: Wij behouden en versterken de hoofdbomenstructuur

Een belangrijke rol is weggelegd voor het structurerende groen en dan met name de bomen in de hoofdbomenstructuur. Hiermee heeft de gemeente een basis van waardevol groen dat de openbare ruimte herkenbaar maakt en gebieden met elkaar verbindt. Het behoud van de bomen in de hoofdbomenstructuur staat daarom voorop.

Bomen zijn onmisbaar en geven waarde aan onze omgeving. Ze vervullen veel waardevolle functies zoals het verbeteren van de luchtkwaliteit, het vergroten van de (bio)diversiteit en ze zijn belangrijk voor de waterhuishouding. Daarnaast zijn bomen essentieel voor een gezond leefklimaat en verfraaien ze ook het straatbeeld. Behoud van bomen, de aanplant van nieuwe bomen en het in stand houden van de hoofdbomenstructuur staat in dit hoofdstuk centraal. We beschrijven onze toekomstvisie en beleidsuitgangspunten specifiek voor bomen.

Het versterken van de bestaande hoofdbomenstructuur en het aanleggen van nieuwe verbindingen hierin is geen gemakkelijke opgave. De ruimte voor aanplant van nieuwe bomen is schaars en vaak technisch niet mogelijk vanwege bijvoorbeeld de ligging van kabels en leidingen. Het behouden, realiseren en versterken van de hoofdbomenstructuur nemen we wel als uitgangspunt mee bij reconstructies en herontwikkelingen. Als er zich kansen voordoen om binnen deze trajecten de hoofdbomenstructuur te verbeteren, dan moeten we deze ook grijpen.

29

De hoofdbomenstructuur moet ook meegroeien met de gemeente. Bij uitbreidingsplannen leggen we daarom nieuwe boomstructuren aan. Bij dergelijke trajecten is het vanaf het begin van de ontwerpfase al mogelijk om rekening te houden met de aanplant van bomen en de aanleg van een hoofdbomenstructuur.

8.2.

Onze visie: We zijn zuinig op bijzondere en waardevolle bomen

Bomen kunnen bijzonder zijn vanwege soort, vorm, omvang of locatie. Ze kunnen daarmee een bijzondere waarde vertegenwoordigen voor de natuur en leefbaarheid of ze hebben een bijzondere beeldbepalende waarde. Ook kan er een waarde aan een boom zijn toegekend doordat ze zijn aangeplant bij een bepaalde gelegenheid of als herdenkingsboom. Bomen met een dergelijke bijzondere waarde blijven behouden. Wij gaan zuinig om met deze bijzondere en waardevolle bomen. Als een boom niet meer veilig is en verwijderd moet worden, dan planten we op dezelfde locatie direct een nieuwe boom.

8.3.

Onze visie: We zijn zuinig op oude bomen

De waarde van bomen neemt toe naarmate ze ouder worden. Oude bomen leggen aanmerkelijk meer en langduriger CO₂ vast dan jongere exemplaren. Ze zorgen op een warme zomerse dag voor veel verkoeling door schaduw en de verdamping van veel water. Ook zijn oude bomen erg belangrijk voor de biodiversiteit. Ze zijn een ecosysteem op zichzelf. Allerlei insecten, vogels en zoogdieren voelen zich er thuis en vinden er nestplaats en voedsel. Volgroeide oude bomen zijn dus een kostbaar bezit. Oude bomen laten we, zolang ze veilig zijn, zoveel als mogelijk staan. Maar er moeten zeker ook nieuwe, jonge bomen aangeplant worden.

8.4.

Onze visie: We streven naar een toekomstbestendig bomenbestand

We gaven eerder in dit groenplan aan dat we in het verleden te weinig varieerden met boomsoorten in het openbaar gebied. Door ze ook nog in een lijn te plaatsen maakten we snellere verspreiding van ziekten en plagen mogelijk. Om het bomenbestand meer toekomstbestendig te maken, is het daarom van belang meer variatie in soort toe te passen. Een landelijk veelal gehanteerde vuistregel hiervoor is: 10% bomen van een soort, 20% van een geslacht en 30% van een familie. Deze vuistregel lichten we verder toe in het uitvoeringsplan. Ook diversiteit in leeftijd en ontwikkelen van andere structuren is een aspect dat de toekomstbestendigheid van het bomenbestand verhoogt. Bij de ontwikkeling van een toekomstbestendig bomenbestand moeten we steeds op tijd ingrijpen. Door tijdige en planmatige vervanging werken we aan een evenwichtigere en beheersbare leeftijdsverdeling.

30

Afbeelding 8.1: Verschillende soorten groen en bomen rond een vijver – Bron: Gemeente Etten-Leur

Een evenwichtige leeftijdsopbouw van het bomenbestand bereiken we door: -

Te behouden wat kwaliteit heeft; Te ontwikkelen wat de potentie heeft om kwaliteit te krijgen; Het vervangen van de bomen die geen toekomst hebben; Het planten van nieuwe toekomstbomen.

Bij vervanging en nieuwe aanplant bekijken we uiteraard of er zowel boven- als ondergronds voldoende beschikbare ruimte is. Uiteindelijk is de kwaliteit belangrijker dan hoeveelheid.

8.5.

Onze visie: Er is extra aandacht voor nieuwe bomen bij het inrichten van de openbare ruimte

Een optimale groene inrichting begint bij het ontwerp van een gebied. Het maakt hierbij niet uit of het gaat om een herontwikkeling, uitbreiding of reconstructie. We moeten dan de randvoorwaarden voor groen met een goede gezondheid kunnen garanderen. Standplaats, groeiruimte, bodem, waterhuishouding en de juiste soortkeuze zijn hiervoor essentieel. Bomen zijn in meerdere opzichten erg waardevol voor de openbare ruimte. Ze veroorzaken echter ook regelmatig overlast. Om toch bomen op een duurzame manier aan te planten, is het belangrijk om hier in het ontwerp al extra aandacht aan te besteden. Het is soms beter om bijvoorbeeld alleen enkele grote bomen op markante plekken neer te zetten in plaats van een hele straat vol kleinere bomen. Op andere plekken is en enkele rij met grote bomen veel groener dan 31

een dubbele rij met kleine bomen. Als ergens geen bomen geplant kunnen worden zal er soms worden uitgeweken naar creatieve oplossingen zoals boombakken. Een boom moet uiteindelijk kunnen uitgroeien tot de soorteigen groeivorm. Dat wil zeggen dat een boom bovengronds en ondergronds de ruimte moet hebben om uit te groeien tot de vorm die de soort van nature ontwikkelt. We kunnen het beheer dan beperken tot regulier beheer. Het verkrijgen van voldoende takvrije stamlengte bij doorgaande wegen is weliswaar een aantasting van de soorteigen groeivorm, maar is voor de gebruiksfunctie van de boom langs een openbare weg niet te voorkomen. Bij de inrichting houden we ook rekening met de juiste soortkeuze. Zo voorkomen we voor een groot deel de kans op problemen in de toekomst. Door gebruik te maken van de beschreven soorteigenschappen kan een betere soortkeuze worden gemaakt. Wij passen daarom bijvoorbeeld geen vruchtdragende of plakgevoelige bomen toe bij parkeerplaatsen.

8.6.

Onze visie: Klachten over bomen nemen we serieus en behandelen we op een eenduidige manier

Bomen leveren op meerdere vlakken een positieve bijdrage aan de leefomgeving van onze inwoners. Zij kunnen echter ook overlast ervaren van de aanwezige bomen. Het is belangrijk om op een serieuze en eenduidige manier met klachten ten aanzien van bomen om te gaan. Zodra we een klacht ontvangen sturen we een ontvangstbevestiging. Daarna onderzoeken we de klacht. Hoe we dat aanpakken kan per situatie verschillen. We zoeken daarbij steeds naar een constructieve oplossing. Na onderzoek kunnen we ook concluderen dat we het niet constructief kunnen oplossen. Behoud van bomen is ons uitgangspunt. We gaan in gesprek met de melder over de klacht. Hierbij leggen we uit wat ons beleid is, hoe we beheren en dat we vanuit het algemeen belang werken. Daarna is meestal geen verdere maatregel nodig. Het kan zijn dat het gevoel van overlast bij de melder blijft. Dan maken we de afweging hoe we verder met de klacht omgaan. Die afweging moet helder en consequent zijn. Ook moet die afweging voor iedere inwoner in een vergelijkbare situatie hetzelfde zijn. Alleen als na afweging sprake is van onevenredig grote overlast kunnen we bij uitzondering overgaan tot drastische snoei of het verwijderen van bomen.

8.7.

Onze visie: Bomen worden niet verwijderd of drastisch gesnoeid ten behoeve van zonnepanelen

In de laatste jaren zijn er steeds meer zonnepanelen op particuliere daken gekomen. Hiermee is ook het aantal verzoeken om bomen te verwijderen of drastisch snoeien ten behoeve van de zonnepanelen toegenomen.

32

Zowel het groen als de zonnepanelen zijn echter nodig voor een leefbare en duurzame toekomst. In dit geval gaat het algemeen belang van de aanwezigheid van voldoende groen boven het individueel belang van de opbrengst van zonnepanelen. Degene die voornemens is om zonnepanelen te plaatsen, zal rekening moeten houden met de aanwezigheid van bestaande bomen en het feit dat deze mogelijk nog kunnen groeien. Als blijkt dat door de aanwezigheid van bomen het rendement onvoldoende is, zal men zelf de afweging moeten maken of de plaatsing van zonnepanelen zinvol is. De aanwezigheid of voornemen tot plaatsing van zonnepanelen is geen reden voor kap of (drastische) snoei van vitale bomen. In nieuwe situaties houden we bij de aanplant van bomen zoveel als mogelijk rekening met de plaatsing van zonnepanelen.

33

Deel II: We zijn op de groene weg Uitvoeringsplan en aandachtspunten voor het openbaar groen

34

1. Duurzaamheid, natuur en ecologie Een samenhangend netwerk van groen met meer biodiversiteit en aandacht voor klimaatbestendigheid. Dit bereiken we door:

1.1.

We kiezen bij vervanging en nieuwe aanplant voor groen met diversiteit in type, soort en structuur

Er zijn verschillende momenten waarop openbaar groen wordt vervangen of aangeplant. Dit kan zijn bij de reguliere vervanging door slijtage of uitval (inboet), bij grootschalige onderhoudsprojecten of bij herontwikkelingen en uitbreidingen. Bij het maken van de inrichtingsplannen hiervoor, houden we rekening met het verbeteren van de biodiversiteit. Voor een rijke biodiversiteit is een variatie in zowel type, soort als structuur belangrijk. Dit bereiken we door verschillende typen en soorten beplanting (bijvoorbeeld bodembedekkend, opgaand, bloeiend, wintergroen), grassen en bomen met elkaar af te wisselen. Wij houden hierbij ook rekening met aspecten als verkeersveiligheid en sociale veiligheid.

1.2.

In dit uitvoeringsplan geven we aan met welke maatregelen en uitgangspunten we de in deel I omschreven visie bereiken. Hierbij hanteren we dezelfde thema’s als in deel I: duurzaam denken en doen in het groen, wonen en werken in het groen, mobiliteit in het groen, verblijven en ontmoeten in het groen en samenwerken en leren over groen. Een aantal van de genoemde maatregelen kunnen in meerdere thema’s vallen. Ze zijn echter maar één keer opgenomen in dit uitvoeringsplan. Voorbeelden hiervan zijn de gebiedspaspoorten en diversiteit in groen.

We passen ecologisch beheer van openbaar groen toe op locaties waar dit mogelijk is

Een biodivers en samenhangend groen netwerk is belangrijk voor de natuurwaarden van het openbaar groen. Ook kan hierdoor uitwisseling van dieren en planten tussen de verschillende groengebieden beter plaatsvinden. Door meer openbaar groen op een ecologische wijze te beheren, zal de biodiversiteit toenemen en het groene netwerk versterken. Het toepassen van ecologisch beheer, zoals extensief maaien, is niet overal mogelijk. Dit kan het beste worden toegepast in bij grootschalige groenobjecten zoals bosplantsoen, bermen, vijvers en singels. Kleine plantvakken in een woonstraat lenen zich hier bijvoorbeeld niet voor. Op dit moment passen wij ecologisch groenbeheer onder andere toe bij de bermen in het buitengebied, bermen langs de Parklaan (Bredaseweg/Roosendaalseweg) de geluidswal (Bolwerk), het Koninginnebos en de Oude Leemput. We herzien het beheer van het volledige areaal aan openbaar groen om te onderzoeken of er meer locaties op een ecologische wijze onderhouden kunnen worden.

35

1.3.

We breiden de locaties met bloembollen verder uit en maken deze gevarieerder

Bloembollen leveren een belangrijke bijdrage aan de biodiversiteit in de openbare ruimte. Met name in het vroege voorjaar, als weinig andere planten bloeien, fungeren ze als belangrijke voedselbron. Bloembollen bevatten relatief veel nectar en stuifmeel. Nectar en stuifmeel vormen essentieel voedsel voor insecten, onder meer om weerstand op te bouwen. Als de omringende beplanting nog weinig te bieden heeft, vliegen insecten massaal op de wel aanwezige bloeiende bloembollen. Ook na het voorjaar zijn er bloembollen die nectar en stuifmeel geven en daardoor interessant zijn voor insecten. We zetten daarom in op een uitbreiding van het sortiment en het aantal locaties met bloembollen. Dit doen we door de huidige locaties duidelijk in beeld te brengen en jaarlijks een bedrag te reserveren om nieuwe bloembollen aan te planten.

1.4.

We leggen proeftuinen aan om nieuwe plantsoorten en -types uit te proberen

De ontwikkeling van nieuwe plantsoorten en variëteiten gaat erg snel. Maar bij het opstellen van beplantingsplannen kiezen we vaak toch weer voor de bekende soorten waarvan zeker is dat deze sterk zijn en het beplantingsvak snel dichtgroeien. Om ervaring op te doen met nieuwe soorten, het sortiment te vergroten en daarmee uiteindelijk de biodiversiteit te verbeteren, gaan we nieuwe soorten op kleine schaal uitproberen in proeftuinen. Deze proeftuinen worden voorzien van een informatiebordje, waardoor bewoners informatie over de planten kunnen zien en het ook als inspiratie kan dienen voor hun eigen tuin. Daarnaast blijven wij contact houden met de leverancier van de planten, zodat ook zij ervaring kunnen opdoen met het toepassen van deze nieuwe soorten in het openbaar gebied.

Afbeelding 1.1: Fietspad in een gebied met bomen en gras – Bron: Gemeente Etten-Leur

36

1.5.

We vormen onze grasvelden gedeeltelijk om naar gevarieerdere beplantingen of kruidenvegetaties

Niet alleen bomen, beplantingen en kruiden leveren een bijdrage aan de biodiversiteit, maar ook grasvelden dragen hieraan bij. In Etten-Leur is in verhouding tot het volledige groenareaal alleen heel veel gras. Door de bezuinigingen op het groenbeheer in de afgelopen jaren, is veel beplanting omgevormd naar gras. Om de biodiversiteit te vergroten, draaien wij deze omvormingen gedeeltelijk terug. Dit doen we door beplantingsvakken aan te leggen, een bloemrijk kruidenmengsel in te zaaien of de maaifrequentie aan te passen.

1.6.

We zoeken meer ruimte voor groen door onnodige verharding te verwijderen

In Etten-Leur zijn locaties aanwezig die nu verhard zijn, maar ook groen zouden kunnen zijn. Dit zijn bijvoorbeeld te brede of zelfs niet belopen voetpaden of verharde reststroken en pleintjes. We willen recht doen aan de Omgevingsvisie, waarin we inzetten op meer groen in Etten-Leur. Daarom brengen we in beeld op welke locaties er overbodige verharding ligt. Vervolgens bekijken we of die plekken ook groener kunnen maken en op welke manier dat dan mogelijk is. Deze inventarisatie nemen we op in de groene gebiedspaspoorten. De uitvoering van de werkzaamheden doen we tijdens een reconstructie of direct als een los project.

1.7.

Bij grootschalig onderhoud aan de openbare ruimte voegen we groen toe

Bij de grootschalige onderhoudswerkzaamheden aan de openbare ruimte, zoals reconstructies en renovaties werd het terugbrengen van de bestaande situatie als uitgangspunt gehanteerd. Hierbij was het soms mogelijk om kleine verbeteringen of aanpassingen in de openbare ruimte door te voeren. Deze werkwijze leidde er soms ook toe dat er verharding werd teruggebracht die niet altijd nodig was. Voor een toename van openbaar groen en een sterker samenhangend groen netwerk, bekijken we bij het grootschalig onderhoud nadrukkelijker of het toevoegen van groen mogelijk is. Hierbij kan de toevoeging van groen zwaarder wegen dan de toevoeging van bijvoorbeeld parkeerplaatsen. In sommige gevallen gaan we uit van een blanco situatie waarbij alleen randvoorwaarden zoals kadastrale grenzen en uitritten zijn weergegeven. Dit biedt kansen om tot een geheel nieuwe inrichting van een straat of gebied te komen die beter voldoet aan de huidige wensen en eisen. Per project zal hier een afweging in gemaakt worden.

1.8.

We brengen het groene netwerk in beeld en benoemen de knelpunten en kansen

Al het groen in Etten-Leur samen vormt een groen netwerk. Door dit netwerk worden grotere groengebieden, zoals parken met elkaar verbonden. Ook leggen we hiermee een verbinding met het groen in het buitengebied en de daar gelegen natuurgebieden. Om dit netwerk te kunnen versterken is het nodig om eerst de bestaande situatie goed in beeld te brengen.

37

Hierna is het mogelijk om de knelpunten en kansen te benoemen. Dit kan vervolgens weer als basis dienen om inzichtelijk te maken waar meer groen of meer variatie toegevoegd moet worden. In de gebiedspaspoorten werken we dit verder uit.

1.9.

We stimuleren de aanleg van gevelgroen en -tuintjes en stellen hier spelregels voor op

Het vergroenen van de openbare ruimte hoeft niet alleen door de gemeente gedaan te worden. Ook bewoners en bedrijven kunnen hier een bijdrage aan leveren. Een eenvoudige manier hiervoor is de aanleg van geveltuintjes en gevelgroen. Voor de aanleg hiervan is een beperkte ruimte nodig en het onderhoud is beperkt. Om ervoor te zorgen dat de omliggende openbare ruimte toegankelijk en goed te beheren blijft, stellen we spelregels hiervoor op. Ook is het belangrijk om afspraken te maken met bewoners over bijvoorbeeld graafdieptes vanwege de mogelijke aanwezigheid van kabels en leidingen. Om de aanleg van geveltuintjes en gevelgroen te stimuleren stellen we een folder of informatiebrief op met de spelregels en enkele inspirerende voorbeelden.

1.10. We testen nieuwe en creatieve vormen van groen In de openbare ruimte moeten veel functies een plek vinden, terwijl de beschikbare ruimte, zowel boven- als ondergrond, vaak beperkt is. Om dan toch groen te kunnen toevoegen, moeten we soms nieuwe en creatieve vormen van groen uitproberen. Enkele voorbeelden hiervan zijn sedummatten, gevelbegroeiing, mobiele boom- en plantenbakken, proeftuinen en daktuinen. Ook het combineren van functies zoals speelgroen en eetbaar groen bieden kansen. De ontwikkelingen op het gebied van de aanleg van groen en creatieve oplossingen hierin gaan heel snel. Deze blijven we uiteraard volgen. Maar ook gaan we zelf ervaring opdoen met deze nieuwe ontwikkelingen. Een voorbeeld hiervan is het op tijdelijke basis plaatsen van mobiel groen. Hierdoor kunnen we voorafgaand aan het grootschalig onderhoud in een straat bekijken wat de effecten zijn op bijvoorbeeld het vervangen van een parkeerplek voor meer groen. Bewoners kunnen dan ook ervaren wat extra groen voor hen betekent. Om het effect te meten moet dit tijdelijke groen minimaal 3 maanden op een plek staan.

1.11. We bestrijden ongewenste kruiden en invasieve exoten Planten en dieren die van nature niet voorkomen in Nederland of in Europa, kunnen uitgroeien tot een plaag. Deze exoten kunnen een bedreiging vormen voor de natuur en de gezondheid van mens en dier. Daarom volgen we de ontwikkeling van deze schadelijke exoten en bestrijden wij deze actief. Als deze soorten voorkomen op particulier terrein, dan schrijven we de eigenaar hiervan aan. Alleen samen voorkomen we verdere verspreiding van de invasieve exoten. Ook andere kruiden kunnen in grote hoeveelheden ongewenst zijn. Een voorbeeld hiervan is het Sint Jacobskruiskruid. Dit kan schadelijk zijn voor paarden en andere dieren die het eten. 38

Daartegenover is dit kruid een belangrijke voedselbron voor veel bestuivende insecten. Het is dus van belang om de balans te vinden in de aanwezige hoeveelheid en grootschalige verspreiding te voorkomen.

2. Wonen en werken in het groen We gaan voor een groene een duurzame leef- en werkomgeving. Dit bereiken we door:

2.1.

We stellen groene gebiedspaspoorten op

Het werken aan een groene gemeente vindt vooral plaats in de wijken en buurten. Door de historische groei van Etten-Leur heeft het groen in de diverse wijken een zeer verschillend karakter. Dat betekent dat andere kansen en opgaven heeft voor biodiversiteit, grote groenvlakken en de ontwikkeling van natuur. Voor elk van de wijken in de gemeente maken we een gebiedspaspoort. Daarin gaan we in op de groene kenmerken van de wijk en de specifieke knelpunten en doelen. De opgaven en maatregelen lopen uiteen van natuurvriendelijk beheer van bermen, het in beeld brengen van grote versteende oppervlakten en het aanplanten van bomen. Dit doen we ook voor de bedrijventerreinen, waarbij we aansluiten bij het project Grote Oogst. Ook voor de centrumgebieden maken we, vanwege de eigen specifieke kenmerken, een gebiedspaspoort.

2.2.

We stoppen met de verkoop van snippergroen

Gemeente Etten-Leur verkocht in de afgelopen jaren regelmatig snippergroen. Dit varieerde van grotere stukken tot kleine strookjes snippergroen. Dit zijn stukken openbaar groen die geen onderdeel uitmaken van de hoofdgroenstructuur of het wijkgroen en grenzen aan een privétuin. De verkoop van snippergroen zagen we als financieel voordelig. De verkoop leverde inkomsten op en de kosten voor het groenonderhoud gingen omlaag. Er zijn echter ook nadelen aan de verkoop van snippergroen. We beperken daarmee onze mogelijkheden om het openbaar gebied aan te passen. Na verkoop kunnen we daar geen kabels en leidingen meer aanleggen of de grond benutten voor de energietransitie. Ook nieuwe bomen planten, ander groen aanleggen of opvangen van water gaat op die plekken niet meer zodra we de grond verkopen. In het geheel gaat de verkoop van snippergroen in tegen het uitgangspunt om het stedelijk gebied te vergroenen. We stoppen daarom na afronding van de lopende verkoopprojecten met de verkoop van snippergroen. Het college kan hier in specifieke gevallen van afwijken. Een onderbouwing van de afwijking vanuit de groennorm is dan nodig. We blijven het onrechtmatig in gebruik nemen van openbaar groen wel handhaven.

39

2.3.

We beheren het groen overal op hetzelfde kwaliteitsniveau met accenten op bijzondere locaties

We vinden het belangrijk dat heel Etten-Leur een groene uitstraling heeft. Dat is goed voor de leefbaarheid van de hele gemeente. We beheren het openbaar groen daarom bijna overal op het hetzelfde gemiddelde beeldkwaliteitsniveau. Op bijzondere locaties kunnen door middel van inrichting, soortkeuze of beeldkwaliteitsniveau andere keuzes gemaakt worden. Hierdoor leggen we accenten in beeld, biodiversiteit of gebruikswaarde. Voorbeelden hiervan zijn de vaste planten tuin bij de Nobelaer, de begraafplaatsen, de gedenkparken of essentiële knooppunten in het groene netwerk. Het beeldkwaliteitsniveau komt echter nooit onder het algemene gemiddelde.

2.4.

We trekken samen op met project Grote Oogst om Vosdonk sneller te vergroenen

Op het bedrijventerrein en dan met name Vosdonk is momenteel weinig groen aanwezig. Dit geldt zowel voor het openbaar gebied als privaat terrein. In het openbaar gebied is de beschikbare ruimte beperkt en ligt de ondergrond vol met kabels en leidingen. Bedrijven richten hun terrein zo efficiënt mogelijk in voor een optimale bedrijfsvoering. Hierbij heeft de aanleg groen meestal niet de prioriteit. Met het project Grote Oogst wordt het belang van voldoende groen onder de aandacht gebracht bij bedrijven. Ook trekken gemeente en bedrijven hierin samen op om Vosdonk te vergroenen. Door vanuit het groenbeheer bij dit project aan te sluiten, bieden we kansen om dit proces te versnellen. Samenwerking met bedrijven, kennis over de toepassingsmogelijkheden van groen en de directe communicatie met de uitvoerende afdeling kunnen hieraan bijdragen. Om dit te stimuleren kan van rijks- of provinciale subsidies gebruik gemaakt worden.

2.5.

We breiden de plukroutes uit en brengen deze beter in beeld

Op diverse locaties in Etten-Leur is plukfruit in de vorm van plukroutes en pluktuinen aanwezig. Ook worden in het openbaar gebied regelmatig notenbomen toegepast in parken en kleinere groengebieden. Dit draagt onder andere bij aan de biodiversiteit, ontmoeting en natuurbeleving. In de openbare ruimte zijn eetbare plant- en boomsoorten niet voor iedereen herkenbaar. Ook is niet altijd bekend waar deze zich bevinden. We brengen daarom deze pluklocaties beter in beeld met kaartmateriaal en plantomschrijvingen. Dit komt beschikbaar op de website van Vergroen Etten-Leur en op borden bij grotere locaties met plukfruit. Door de locaties met plukfruit daarnaast ook uit te breiden, komen meer mensen hiermee in aanraking. Aandachtspunt hierbij blijft wel de balans in vraag en aanbod en het voorkomen van overlastsituaties door bijvoorbeeld ongedierte zoals wespen en ratten.

2.6.

We voorkomen versnippering van het openbaar groen 40

Voor de beleving van het openbaar groen en het efficiënt uitvoeren van het beheer en onderhoud ervan, is het gewenst om het groen zoveel mogelijk aaneengesloten te houden. Met bijvoorbeeld de aanleg van inritten en plaatsing van laadpalen en verdeelkasten wordt soms het groen verdeeld in meerdere kleinere stroken. In een enkel geval gaat het ook ten koste van een boom. Versnippering van openbaar groen leidt tot lastig in te richten en te onderhouden plantvakken of grasstroken. Hele kleine plantvakken dragen ook nauwelijks bij aan de groenbeleving, berging van water of beperking van hittestress. Versnippering van openbaar groen willen we daarom zoveel als mogelijk voorkomen. Bij het realiseren van inritten en plaatsen van bijvoorbeeld verdeelkasten en laadpalen proberen we het groen zoveel mogelijk aaneengesloten te handhaven en plantvakken kleiner dan 2 meter te voorkomen.

3. Mobiliteit in het groen Groen verhoogt de herkenbaarheid van de wegenstructuur en stimuleert fietsen en wandelen. Dit bereiken we door:

3.1.

We versterken de herkenbaarheid van de wegenstructuur met behulp van de groene aankleding

De wegen in Etten-Leur zijn onder te verdelen in drie wegcategorieën: stroomwegen (rijksweg), gebiedsontsluitingswegen en erftoegangswegen. Ieder wegcategorie heeft eigen inrichtingseisen, kenmerken en gebruik. Het groen langs de wegen draagt bij aan de herkenbaarheid, het aantrekkelijker maken van de omgeving en het verhogen van de verkeersveiligheid. Bij elke wegcategorie past daarom een eigen groene aankleding. Bij werkzaamheden aan de openbare ruimte behouden en verbeteren we de groene aankleding die passend is bij de betreffende wegcategorie. Bij gebiedsontsluitingswegen gaat het om een doorgaande laanbeplanting aan minimaal één zijde van de weg en een groene afscheiding tussen fietspad en rijbaan. Het groen in erftoegangswegen dient voornamelijk als aankleding van openbare ruimte. Bij het maken van een inrichtingsplan voor grootschalig onderhoud, hanteren we dit als uitgangspunt.

41

Afbeelding 3.1: Een parkeerplaats met groene invulling – Bron: Pixabay/rkit (creative commons)

3.2.

We proberen de aanleg van half verharde en groene parkeerplaatsen uit

De aanleg van half verharde of groene parkeerplaatsen is een duurzamere keuze dan volledig verharde parkeerplaatsen. Het draagt bij aan het voorkomen van hittestress en kan soms bijdragen aan de berging en infiltratie van regenwater. De ontwikkelingen van materialen en geschikte grassen en kruiden gaat snel. Om dit te blijven volgen en te onderzoeken wat het meest geschikt is voor Etten-Leur gaan we dat op kleine schaal testen. Bij reconstructies, herontwikkelingen en uitbreidingsplannen bekijken we of de betreffende locatie hiervoor geschikt is. Hierbij kijken we bijvoorbeeld naar infiltratiemogelijkheden in de ondergrond en de parkeerintensiteit. Uiteraard nemen we ook andere mogelijkheden om parkeerplaatsen te vergroenen direct mee.

4. Verblijven en ontmoeten in het groen Een groene omgeving draagt bij aan ontmoeting, beweging en spel. Dit bereiken we door:

4.1.

We brengen het monumentale en cultuurhistorisch waardevolle groen beter in beeld

Verspreid over Etten-Leur zijn veel locaties met cultuurhistorisch waardevol of monumentaal groen. Het gaat hierbij voornamelijk om bomen en laanbeplantingen, maar ook sommige oude houtwallen vertegenwoordigen deze waarde. Sommige bomen hebben ook een bijzonder verhaal 42

of zijn aangeplant vanwege een bijzondere gebeurtenis. Buiten is dit echter niet altijd zichtbaar en informatie hierover is moeilijk te vinden. Vanuit onder andere het groenbeheersysteem en oude documentatie is meer informatie te verzamelen over dit bijzondere groen. Deze informatie gaan we gestructureerd beschikbaar stellen aan inwoners, ondernemers en bezoekers. Of dit het beste kan via een website, folder of bordjes in het openbaar gebied gaan we verder onderzoeken. Eventueel zoeken we hierbij een samenwerking met Heemkundekring Jan uten Houte.

4.2.

We maken de speellocaties aantrekkelijker door groen toe te voegen en dit meer divers te maken

Op basis van de meerjarenplanning en de speelplannen per wijk voeren we jaarlijks werkzaamheden aan de speelvoorzieningen uit. Hierbij knappen we speellocaties op en vervangen we versleten speelelementen. In sommige gevallen voegen we speelaanleidingen zoals pleinstickers toe. Ook een groene aankleding is belangrijk voor een aantrekkelijke speellocatie. Bloeiende beplanting, dichte struiken om in te verstoppen of de aanwezigheid van bomen kan aanleiding geven tot spelen. Daarbij geven bomen en opgaande beplanting schaduw, waardoor een speellocatie ook op warme dagen een aangename plek is om te verblijven. We bekijken daarom met de uitvoering van de speelplannen direct de mogelijkheid om groen op speellocaties toe te voegen of meer divers te maken. Door in een vroeg stadium in de ontwikkeling van de speelplannen aan te haken, kunnen we hier de bewoners ook betrekken bij het vergroenen van de speellocaties en hun directe omgeving. De meerjarenplanning van de speelplannen is hierbij leidend. Ook gaan we in samenwerking met het onderwijs waar mogelijk de schoolpleinen een groene aankleding geven.

4.3.

We zorgen voor meer groene variatie langs vrij liggende voet- en fietspaden en recreatieve routes

Een groene omgeving is aangenamer om in te verblijven, bewegen en recreëren. Dit geldt ook voor de recreatieve routes en de voet- en fietsverbindingen. Door deze groen aan te kleden, stimuleren we het gebruik ervan. Het groen langs deze routes maakt meestal ook onderdeel uit van het groene netwerk. Het zijn vaak lintvormige groenelementen die groengebieden met elkaar verbinden. Bij werkzaamheden aan de openbare ruimte besteden we daarom extra aandacht aan gevarieerd en aantrekkelijk groen langs vrij liggende voet- en fietspaden. Dit doen we door groen toe te voegen of het aanwezige groen gevarieerder te maken.

43

4.4.

We voegen groen toe aan het centrumgebied en proberen nieuwe vormen van groen uit

De centrumgebieden in Etten-Leur zijn momenteel veelal versteende gebieden. Met name in het Winkelhart is weinig openbaar groen aanwezig. Door hier substantieel meer groen toe te voegen, maken we het gebied aantrekkelijker en aangenamer om te verblijven. Op basis van het gebiedspaspoort en de huidige hoeveelheid groen, bepalen we hoeveel groen er toegevoegd moet worden. Vanwege de aanwezigheid van een ondergrondse parkeergarage en een open ruimte voor evenementen en de weekmarkt, vraagt het toevoegen van groen om creatieve oplossingen. Naast dat we groen toevoegen op plekken in het Winkelhart waar dit zondermeer mogelijk is, gaan we ook nieuwe vormen van groen uitproberen. Dit kan bijvoorbeeld zijn met verticale tuinen, gevelbeplanting, mobiele beplanting of sedumbegroeiing. We volgen nieuwe ontwikkelingen en vragen ervaringen op bij gemeenten die hier al verder in zijn. Door deze proeven met groen vergroenen we niet alleen de versteende omgeving, maar geven we ook het goede voorbeeld en bieden we inspiratie aan inwoners en ondernemers.

44

5. Samenwerken en leren over groen Communicatie, participatie en samenwerking draagt bij aan de waardering en beleving van openbaar groen. Dit bereiken we door:

5.1.

We stellen een communicatieplan op om meer en heldere informatie te verstrekken over groen

Als bewoners en ondernemers weten wat de voordelen van groen zijn en hoe de natuur werkt, dan zorgt men er over het algemeen ook beter voor. Hierdoor neemt de bereidheid om de omgeving te vergroenen en om iets te betekenen in het onderhoud van het openbaar groen toe. Om gestructureerd meer te communiceren over groen en hier activiteiten rondom te organiseren, stellen we een communicatieplan op. Hierbij trekken we samen op met Vergroen Etten-Leur en Grote Oogst en stemmen de communicatiemomenten af. Bij onderwerpen die hier ruimte voor bieden, zal de samenwerking gezocht worden met externen zoals IVN, NME of Heemkundekring Jan uten Houte.

Voorbeelden van onderwerpen en activiteiten die een plek krijgen in het communicatieplan • Uitleg geven over onderhoudswerkzaamheden zoals ecologisch maaibeheer, boomveiligheidsinspecties en aanplantwerkzaamheden; • Informatie verstrekken over de waarde van groen zoals de waarde van bomen in de bebouwde omgeving, gevarieerde plantvakken en uitbreiding van het areaal aan bloembollen; • Bijzondere bomen voorzien van informatie en beter vindbaar maken; • Inspiratie over plant- en boomsoorten of het vergroenen van particulier terrein; • Beter in kaart brengen van het beschikbare plukfruit; • Kenbaar maken van de spelregels over geveltuintjes en gevelgroen en hier inspirerende voorbeelden voor geven; • Aansluiting zoeken bij bewonersavonden over grootschalig onderhoud in de openbare ruimte om groen meer onder de aandacht te brengen; • Opstellen van folders met wandelroutes langs bijzonder groen in Etten-Leur.

45

6. Kwaliteit en kwantiteit in het openbaar groen: De groennorm 6.1.

We passen de vastgestelde groene oppervlaktenorm als ondergrens toe

Om voldoende openbaar groen het behouden of naar een vastgesteld niveau van openbaar groen toe te groeien, passen we een groene oppervlaktenorm toe. In deel I van dit groenplan hebben we deze vastgesteld op: -

1 m2 openbaar groen per m2 bebouwd oppervlak voor de woongebieden 0,35 m2 openbaar groen per m2 bebouwd oppervlak voor de werkgebieden 0,5 m2 openbaar groen per m2 bebouwd oppervlak voor de centrumgebieden

Bij grootschalige onderhoudswerkzaamheden in de openbare ruimte, zoals reconstructies, toetsen we de openbare ruimte op wijkniveau aan de groene oppervlaktenorm. Als er te weinig openbaar groen aanwezig is, zoeken we naar mogelijkheden om op dat moment groen toe te voegen. Als de hoeveelheid openbaar groen boven de vastgestelde norm ligt, dan behouden we in ieder geval wat er al aanwezig is. In het geval van binnenstedelijke herontwikkelingen is de vastgestelde groene oppervlaktenorm voor het betreffende gebied het uitgangspunt. De toets hiervoor vindt plaats op projectniveau. Als er onvoldoende ruimte is om genoeg groen aan te brengen, dan toetsen we op kwaliteit door middel van de groenscorekaart. Hiermee kan door het toepassen van meer (bio)diversiteit, behouden van bestaand groen en toevoegen van bomen het tekort aan oppervlakte gecompenseerd worden. Voor uitbreidingsplannen geldt de groene oppervlaktenorm als absolute ondergrens. Compensatie door middel van een kwaliteitstoetsing met de groenscorekaart is hier niet mogelijk. Uiteraard blijven aspecten als (bio)diversiteit, toepassen van voldoende bomen en aantrekkelijk groen nog steeds belangrijk.

6.2. Vergelijkingen huidige en minimaal gewenste groennormen Groenareaal totaal

Verdeling groenareaal totaal BOMEN TOTAAL BEPLANTINGEN TOTAAL HAGEN TOTAAL GRASSEN TOTAAL WATER TOTAAL

46

Groenareaal totaal in cijfers (2024) Stuks / m2

Totaal Bomen totaal

35.049

Beplantingen totaal

716.365

Hagen totaal

167.076

Grassen totaal

2.088.735

Water totaal

310.008

Groennorm woonwijken

Groennorm woonwijken

ak e

rs

Ba n Sc

ho

en

m

er nd Sa

ho ...

ke

n

d or No

en Ke

is hu og

Ho

ra er st

Ne Ho

ge

uw ra G

at

nt rie G

e

Po ld er

re ek St

t

nt

ru

m

m Ce

tru

De

O

os

W es

t

s ke r ak Ce n

Ba n

Ba a

ie

.o .

2,50 2,00 1,50 1,00 0,50 0,00

GROENNORM WERKELIJK

GROENNORM DOEL (minimum)

De verdeling van groen over de Etten-Leurse woonwijken is niet gelijk. Uit analyse blijkt dat er drie wijken duidelijk boven de minimaal gewenste groennorm scoren. Dan volgen de wijken uit de jaren ’90 en begin 2000 die iets boven de minimaal gewenste groennorm scoren. Er is een grote middenmoot met woonwijken uit alle verschillende periodes die net wel of net niet aan de minimale norm voldoet. Twee wijken scoren duidelijk onder de minimale norm. Dat is de belangrijkste uitdaging om op te pakken.

Groennorm werkgebieden

Groennorm werkgebieden 0,40 0,30 0,20 0,10 0,00

Attelaken GROENNORM WERKELIJK

Trivium

Vosdonk (bedrijventerrein)

GROENNORM DOEL (minimum)

Geen enkel werkgebied scoort de minimaal gewenste groennorm. We richten ons waar dat in de openbare ruimte kan op het verbeteren van de score. 47

Groennorm Centrum

Groennorm centrum 0,60 0,50 0,40 0,30 0,20 0,10 0,00

Centrum GROENNORM WERKELIJK

GROENNORM DOEL (minimum)

In het centrum behalen we de minimaal gewenste groennorm nog niet. Bij het maken van plannen voor het centrum zetten we in op vergroenen om de score te verbeteren.

6.3.

We stellen een werkbare en reële bomennorm op

Bij een bomennorm gaat het niet alleen om het aantal bomen maar meer ook om de omvang, oftewel het boomkroonvolume of boomkroonbedekkingsgraad. Er zijn verschillende methoden om dit te berekenen. Veelal gaat het om ingewikkelde berekeningen of op basis van gegevens die wij (nog) niet beschikbaar hebben. Momenteel gaan de ontwikkelingen op zowel technisch vlak als het bepalen van een werkbare normering hard. Het Norminstituut Bomen stelde in 2024 een nieuwe landelijke bomennorm beschikbaar. We onderzoeken of deze norm voor Etten-Leur werkbaar is en of wij die toe gaan passen. Vervolgens stellen we onze eigen bomennorm vast. Tot dat moment monitoren we de hoeveelheid en omvang van de gemeentelijke bomen op basis van het sortiment.

Verdeling boomhoogten We brachten voor woonwijken, werkgebieden en het centrum de boomhoogten in kaart van de bomen die bij de gemeente in beheer zijn. In de volgende grafieken staat de stand zoals die in april 2024 was. Die staan op de volgende pagina.

48

Boomhoogten woonwijken (beheer gemeente)

en

m

ak

er

sh

nk rB a

oe k

en

d or

Sc

ho

Ho

ge

Sa n

de

No

en Ke

s ui gh

at

Ho o

er Ne

uw ra G

st ra

nt G rie

Po ld er e

St

re ek

t

De

m nt ru Ce

nt

ru

m

O

W

os

es

t

s kk er na

Ce

Ba

Ba

ai

e.

o.

4000 3500 3000 2500 2000 1500 1000 500 0

KLASSE 1 (HOGER DAN 15 METER)

KLASSE 2 (8 - 15 METER)

KLASSE 3 (LAGER DAN 8 METER)

Bomen waarvan hoogte onbekend is

Boomhoogten werkgebieden (beheer gemeente) 3500 3000 2500 2000 1500 1000 500 0

Attelaken

Trivium

Vosdonk (bedrijventerrein)

KLASSE 1 (HOGER DAN 15 METER)

KLASSE 2 (8 - 15 METER)

KLASSE 3 (LAGER DAN 8 METER)

Bomen waarvan hoogte onbekend is

Trivium bevat geen bomen die in openbaar beheer zijn bij de gemeente Etten-Leur. Voor de boomhoogten in het centrum voeren we nog nader onderzoek uit.

6.4.

We stellen een groenscorekaart op voor de kwalitatieve toetsing van openbaar groen

Bij binnenstedelijke herontwikkelingen met voldoende ruimte of uitbreidingen van het stedelijk gebied geldt de groene oppervlaktenorm en de bomennorm als ondergrens. Bij binnenstedelijke herontwikkelingen met onvoldoende kan een kwalitatieve toetsing plaatsvinden. Hiermee bepalen we of het toegevoegde openbaar groen van voldoende waarde is om het tekort aan oppervlakte of aantal bomen te compenseren Voor deze toetsing gebruiken we een eenduidige groenscorekaart. Op die manier onderbouwen we dat we bij alle ontwikkelingen op dezelfde manier naar de aanleg van openbaar groen kijken. Daarnaast administreren we zo welke keuzes en afspraken we maken. We weten dan in de toekomst waarom we een afweging maakten. We meten de groen- en bomennorm periodiek. 49

De onderwerpen waar we op toetsen zijn onder andere: -

De mate van (bio)diversiteit; Toepassing van gevelgroen en daktuinen; Inpassing van bestaande groenelementen; Toevoegen van bomen in verschillende soorten en groottes; De potentiële recreatieve en educatieve waarden van het groen;

De groenscorekaart stellen we op zodra we de bomennorm hebben vastgesteld.

7. Bomenbeleid 7.1.

We planten alleen bomen als deze ook in de toekomst duurzaam behouden kunnen blijven

We willen bomen duurzaam kunnen blijven behouden. Daarvoor volgen we technische uitgangspunten en nemen deze ook op in het moederbestek. Dat is een lijst met afspraken over de inrichting van een gebied. We hanteren in ieder geval de volgende uitgangspunten: -

-

We kiezen voor bomen die een gezond wortelgestel heeft kunnen ontwikkelen. Bij de selectie kijken we ook naar de boomkroon. Die moet door vakkundig snoeien en onder begeleiding tot stand zijn gekomen. Bomen moeten duurzaam gekweekt zijn. Dan zijn ze beter bestaand tegen invloeden van buitenaf omdat ze een hogere weerstaand tegen ziekten en plagen hebben. De boom moet geschikt zijn voor de omstandigheden op de standplaats. We letten daarbij onder andere op de grondsoort en wind, vorst, verharding en vochtigheid. Als een boom langzaam groeit heeft die de potentie om oud te worden. Omdat de boom uit meer kleine cellen bestaat is die harder en bestendiger. Een boom heeft bovengronds en ondergronds voldoende ruimte nodig. Een grote boom groeit ondergronds een kubieke meter per jaar. Vakkundige aanplant is belangrijk. Dat begint met voorbereiding door grondverbetering. Ook is een passende verankering voor de boom noodzakelijk. Na de plant is begeleidingssnoei voor een mooie evenwichtige kroon nodig. We kunnen er ook voor kiezen om een grotere maat boom te planten waarbij de kroon al gevormd is op de kwekerij.

7.2.

We brengen de samenstelling van het gemeentelijk bomenbestand in beeld

Om het bomenbestand toekomstbestendig te maken is het van belang om meer diversiteit toe te passen. De mate waarin dit gedaan moet worden, is afhankelijk van de bestaande situatie. Deze brengen we daarom in beeld op basis van de 10-20-30 vuistregel.

50

Hierbij is maximaal 10 procent van een bomenbestand van één soort (bijvoorbeeld Quercus robur – zomereik), maximaal 20 procent van één geslacht (bijvoorbeeld Quercus – eik) en maximaal 30 procent van één familie (bijvoorbeeld Fagacaea – napjesdragersfamilie). Om de verdeling in boomsoorten in beeld te brengen en de vuistregel als meetlat te kunnen toepassen, maken we gebruik van de gegevens uit het groenbeheersysteem. Hierin staat voor nagenoeg alle bomen het sortiment in opgenomen.

Onderverdeling soorten in Etten-Leur We passen in Etten-Leur 66 verschillende soorten bomen toe. In dit groenplan zetten we top 15 op een rij. Familienaam

Aantal

Quercus (eik)

11.167

Tilia (linde)

3.794

Acer (esdoorn)

2.221

Fraxinus (es)

2.216

Betula (berk)

1.994

Salix (wilg)

1.718

Fagus (beuk)

1.587

Nader te bepalen

1.472

Platanus (plantaan)

920

Carpinus (beuk)

830

Catalpa (trompetboom)

830

Populus (populier)

703

Alnus (els)

617

Aesculus (kastanje)

592

Prunus (diverse type bloesem/fruit bomen)

548

Tabel 7.1: Top 15 toegepaste boomsoorten in Etten-Leur

7.3.

We passen de kapverordening en de APV-onderdeel kappen van houtopstanden aan

Bomen die een bijzondere waarde vertegenwoordigen en oude bomen willen we beschermen en behouden. Deze bomen mogen daarom niet zomaar verwijderd of vervangen worden. In de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) is daarom een regelgeving over het kappen van houtopstanden opgenomen. De bomen met een bijzondere of monumentale waarde hebben we opgenomen op de gemeentelijke beschermde bomenlijst. Ook particuliere bomen nemen we in deze lijst op. Een boom of houtopstand kan op de beschermde bomenlijst worden opgenomen als deze voldoet aan beide hoofdcriteria en minimaal twee subcriteria.

51

Hoofdcriteria De houtopstand: I. heeft een goede conditie; de levensverwachting is nog van lange duur; II. kan zich op de standplaats volledig ontwikkelen, er zijn geen belemmeringen van reeds aanwezige bouwkundige elementen en dergelijke.

Subcriteria De houtopstand: a. is karakteristiek in relatie tot de standplaats; b. is beeldbepalend en onvervangbaar voor het karakter van de omgeving; c. is bijzonder door zijn leeftijd en/of verschijning; d. is dendrologisch van bijzondere waarde; e. heeft cultuurhistorische waarde en/of de boom is verweven met de geschiedenis van de omgeving; f. betreft een adoptie- of herdenkingsboom geplant ter gelegenheid van een belangrijke gebeurtenis; g. heeft een bijzondere natuurwaarde of ecologische waarde; h. heeft een bijzondere landschappelijke waarde; i. heeft een bijzondere waarde voor de leefbaarheid van de omgeving. De laatste mutaties op deze lijst voerden we in 2014 door. In de loop van de jaren zijn er nieuwe waardevolle bomen aangeplant of zijn bomen uitgegroeid tot waardevolle exemplaren. We herzien daarom de beschermde bomenlijst en vullen deze aan waar nodig. Voor het verwijderen of vervangen van bomen op de beschermde bomenlijst is een omgevingsvergunning noodzakelijk. Bij het afgeven van deze vergunning leggen we altijd een herplantplicht op. Een omgevingsvergunning voor het verwijderen van een boom verlenen we niet zomaar. Dit kan alleen als er voldaan wordt aan minimaal één van de volgende redenen: -

-

de houtopstand is aantoonbaar levensbedreigend ziek en er is gevaar voor verspreiding hiervan (bijvoorbeeld iepziekte, kastanjebloedingsziekte); de houtopstand is aantoonbaar verminderd vitaal, waardoor gevaar voor de omgeving kan ontstaan; dit moet krachtens de Plantenziektenwet; de houtopstand is instabiel ten gevolge van bliksem-, storm- of aanrijschade; bij (noodzakelijke) herontwikkeling, reconstructies, rioolvernieuwingen en dergelijke waarbij het sparen van de boom/houtopstand niet redelijk is (bijvoorbeeld kostenafweging of technische haalbaarheid van noodzakelijke uitvoering); ernstige schadedreiging aan de omgeving (bebouwing, ondergrondse infrastructuur etc.); de kap is opgelegd door middel van een besluit van het college van burgemeester en wethouders.

52

We hebben de bijzondere en monumentale bomen, maar ook andere grote bomen in het openbaar gebied geven we een beschermde status. We maken ze vergunningplichtig als ze op de hoogte van 1,3 meter een omtrek van 0,8 meter of meer hebben. Voor het verwijderen van deze bomen gelden, voor bomen in openbaar gebied en bij particulieren, ook voorgaande voorwaarden. Er ontstaat zo een goede balans tussen beschermingsniveau en regeldruk.

Afbeelding 7.2: Afbeelding van de meetwijze of de boom vergunning plichtig is – Bron: Gemeente De Bilt

7.4.

We volgen de ontwikkelingen van ziekten en plagen in het groen

Ziekten en plagen in het groen ontwikkelen zich steeds door. Ook ontstaan er door onder andere klimaatveranderingen steeds nieuwe ziekten en plagen. Sommige hiervan kunnen gevolgen hebben voor de vitaliteit van het groen en de veiligheid van de omgeving van bomen. We volgen daarom de ontwikkelingen daarover. Ook als er nieuwe oplossingen of bestrijdingstechnieken ontstaan kijken we naar de toepasbaarheid daarvan in Etten-Leur. Het volgen van de ontwikkelingen is een doorlopend proces.

7.5.

We voeren boomveiligheidsinspecties ten behoeve van de zorgplicht uit

Een boomeigenaar heeft volgens het recht een zorgplicht voor zijn bomenbestand. Voor de bomen in de openbare ruimte zijn wij de boomeigenaar. Dat is relevant bij een aansprakelijkheidsstelling. Als iemand schade leidt door een gebrek aan een gemeentelijke boom moet die persoon aantonen dat we nalatig waren in onze zorgplicht. Als blijkt dat wij nalatig waren of er was achterstallig onderhoud kunnen mensen ons aansprakelijk stellen. We moeten daarom het onderhoud uitvoeren, controles doen en dat administreren. Daarmee tonen we aan dat we aan de zorgplicht voldoen. Op dit moment worden alle gemeentelijke bomen periodiek gecontroleerd. Hoe vaak dit gebeurt kan per boom(soort) verschillen. We kijken naar het risico wat een boom vormt en de resultaten van een voorgaande controle. Tijdens een controle brengen we de conditie van de boom, eventuele gebreken en de noodzakelijke maatregelen in beeld.

53

Zowel de controle als de geadviseerde maatregelen en de uitvoering hiervan slaan we op in ons beheersysteem. Om de zorgplicht te waarborgen zetten we deze werkwijze voort en maken die waar mogelijk efficiënter.

7.6.

We nemen klachten over bomen serieus en behandelen ze op een eenduidige manier

Uitgangspunt bij klachten en meldingen is het behoud van de bomen. Daarom gaan we als eerst in gesprek met de melder. Hierbij leggen we uit wat ons beleid is, hoe we beheren en dat we vanuit het algemeen belang werken. Daarna is meestal geen verdere maatregel nodig. Het kan zijn dat het gevoel van overlast bij de melder blijft. Dan maken we de afweging hoe we verder met de klacht omgaan. Die afweging moet helder en consequent zijn. Om deze afweging helder en consequent te kunnen maken is in onderstaande tabel voor de meest voorkomende klachten aangegeven welke maatregelen wij bij gemeentelijke bomen nemen. Soort klachten Seizoensgebonden klachten

Voorbeelden Bladval

Mogelijke acties

Vallende vruchten

• Extra vuil ruimen bij veel vruchtval op locaties waar dit een risico vormt. • In beginsel niets doen. Bij extreme overlast wordt er gezocht naar een passende oplossing. Dit kan in eerste instantie bestaan uit een biologische bestrijding door middel van het uitzetten van lieveheersbeestjes.

Bladluis (overlast door plak)

Allergieklachten

• Extra blad ruimen. • Plaatsen van bladkorven op locaties die voldoen aan de voorwaarden voor het plaatsen van een bladkorf.

• Niets doen. De lucht zit op dat moment vol met pollen. Allergieklachten worden niet veroorzaakt door een enkele boom. Acties zijn niet zinvol.

Klachten door uitgroei van Beperkte toetreding van bomen zonlicht

• Deel van de dag geen zonlicht in de woning: niets doen. • Volledige dag geen zonlicht in de woning: boom technisch verantwoorde snoeimaatregelen zijn mogelijk. Dit wordt individueel beoordeeld. Bij ernstige schaduwwerking door een niet-beschermde of structuurboom is verwijdering mogelijk.

Belemmering uitzicht (niet verkeerstechnisch)

• Deels geen uitzicht: niets doen. • Totaal geen uitzicht: boom technisch verantwoorde snoeimaatregelen zijn mogelijk. Dit wordt individueel beoordeeld. Bij ernstige schaduwwerking door een nietbeschermde of structuurboom is verwijdering mogelijk. • In gevaarlijke situaties mag boomtechnisch verantwoord wortelkaprecht toegepast worden. De perceelsgrens is hierbij bepalend. • Beschikbaar stellen van wortelwering/ -geleiding aan bewoners en bedrijven in geval van wortelopdruk door een gemeentelijke boom.

Schade door wortels aan bestrating (wortelopdruk)

Schade door wortels aan gebouwen of riolering

• Aanpak afhankelijk van de ernst van de schade. Het toepassen van boom technisch verantwoord wortelkaprecht en beschikbaar stellen van wortelwering/geleiding is mogelijk. De perceelsgrens is hierbij bepalend.

54

Klachten door gevaarlijke situaties

7.7.

Laaghangende takken

• In straatprofiel of langs wandelpad: opkronen. • In park of brede groenstrook: niets doen.

Vallende takken

• Door dood hout: dode takken langer dan één meter en dikker dan vier cm verwijderen. • Soorteigen: snoeien of op locaties met verhoogde gevaarzetting boom verwijderen. • Bij ziekten: Intensieve monitoring en aangetaste takken verwijderen.

Bomen groeien tegen gebouwen

• Uitvoeren van boom technisch verantwoorde snoeimaatregelen. Als hiermee de gevaarlijke situatie niet kan worden weggenomen, wordt de boom verwijderd.

Belemmering uitzicht (verkeerstechnisch)

• Uitvoeren van boom technisch verantwoorde snoeimaatregelen. • Situatie voorleggen aan verkeerskundige om te bepalen het aanpassen van de verkeerssituatie mogelijk is. • Als de gevaarlijke situatie niet kan worden weggenomen, wordt de boom verwijderd.

We passen boombescherming toe tijdens werkzaamheden in de openbare ruimte

Als we zelf werken aan het openbaar gebied of een initiatiefnemer gaat aan de slag beschermen we de bomen in de omgeving. We weten dan dat de boom tijdens en na de werkzaamheden in goede staat blijft. De wijze van boombescherming is per situatie en per fase verschillend. In de ontwerpfase brengen we de bomen en de gevolgen van de werkzaamheden op de bomen in beeld. Dit doen we door middel van een Boom Effect Analyse (BEA). Hiermee worden ook kansen, bedreigingen, alternatieven en benodigde maatregelen onderzocht. In de uitvoeringsfase passen we de daadwerkelijk boombescherming toe welke in de BEA is voorgeschreven. Dit kan variëren van stamommanteling tot het watergeven in geval van bemaling.

7.8.

We zoeken aansluiting bij het Norminstituut Bomen

Het Norminstituut Bomen is een onafhankelijke stichting met als doel het verbeteren van de kwaliteitszorg rond bomen. Hiervoor heeft het norminstituut veel kennis over bomen verzameld en gestandaardiseerde kwaliteitseisen, richtlijnen en normen die van toepassing zijn bij de uitvoering van werkzaamheden in, rond en met bomen in beeld gebracht. Door aansluiting te zoeken bij deze organisatie, kunnen wij deze gegevens toepassen bij onze eigen werkzaamheden en opleggen bij anderen die werken in het openbaar gebied. Hiermee benadrukken we dat bomen belangrijk zijn en waarborgen we de bescherming van bomen beter.

55

8. Knelpunten en bedreigingen 8.1.

De openbare ruimte wordt drukker

Etten-Leur groeit, dus maken er meer mensen gebruik van de openbare ruimte. Ook krijgen steeds meer functies en voorzieningen een plek in het openbaar gebied. Dat heeft invloed op de fysieke ruimte voor aanleg van openbaar groen. Bovengronds en ondergronds neemt de ruimte voor groen af. Tegelijkertijd stijgt de vraag naar openbaar groen en ook neemt het gebruik toe van omgevingen met veel groen.

De visie op het (openbaar) groen en de maatregelen die nodig zijn om deze te behalen zijn beschreven vanuit een gewenst eindbeeld. Er is een aantal knelpunten en bedreigingen die ervoor kunnen zorgen dat dit gewenste eindbeeld niet kan worden behaald.

Door de toename van het gebruik van voorzieningen is er ook meer slijtage en vervuiling van de openbare ruimte. Er is meer en intensiever onderhoud nodig om de openbare ruimte en het openbaar groen in goede staat te houden.

8.2.

Klimaatverandering

Klimaatverandering heeft sterke invloed op het groen. Omdat meer extremen voorkomen zoals te nat of te droog is niet iedere boom en groensoort daartegen bestand. Groen is echter ook een sleutel in de omgang met klimaatverandering. Het kan verkoeling bieden in de zomer en water langer vasthouden om verdroging tegen te gaan. Een toename van groen in hoeveelheid en soort is daarom van belang. Het kan echter door klimaatverandering voorkomen dat de keuzes die we nu maken voor het groen, zoals sortiment en aanplantwijze, in de toekomst toch niet blijken te werken.

8.3.

Beperkte burgerparticipatie door gebrek interesse en vrijwilligers

In Etten-Leur hechten we veel waarde aan participatie. Daarmee bedoelen we meepraten en meedoen. Zolang een (groen)project de directe omgeving van Etten-Leurenaren betreft is een behoorlijk aantal inwoners bereid om mee te praten en denken. Een klein deel van de inwoners helpt mee in de aanleg en het beheer van het groen of heeft daar interesse in. We vinden het belangrijk dat inwoners participeren. Dat kan bij het onderhoud van groen goed, bij bomen is dat vanwege regelgeving niet mogelijk. We werken als gemeente het liefst samen met onze inwoners aan hun leefomgeving. Daarbij kunnen we er echter niet omheen dat mensen het druk hebben en de interesse afneemt. Hierdoor wordt de bereidheid om mee te doen steeds kleiner. Dit kan gevolgen hebben voor de visie en doelstellingen van dit groenplan.

56

Afbeelding 8.1: Narcissen zorgen voor kleur en dragen bij aan biodiversiteit – Bron: Gemeente Etten-Leur

8.4.

Beperkte beschikbaarheid van vakbekwaam personeel

De groensector heeft te kampen met een flink tekort aan vakbekwaam personeel. Ook met de uitvoering van het beheer en onderhoud van het openbaar groen is dit merkbaar. Zowel voor aannemers als voor onze eigen buitendienst is het lastig voldoende geschikt personeel aan te trekken en vast te houden. Dit tekort wordt onder andere veroorzaakt door de economische groei, de vergrijzing en onvoldoende instroom uit het onderwijs. De verwachting is dat de personeelsschaarste de komende jaren zal aanhouden. Hierdoor vormt dit een bedreiging voor het behalen van de visie en doelstellingen van dit groenplan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EttenLeur&id=a3afd595-6cfd-4d88-a4fe-974f077eed0f