CConstaterende datEtten-Leur
Koppel je AI →
Document · PDF

BP Reconstructie N389 - Toelichting

Raad debatteert 11 juni 2024, gemeente Etten-LeurBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan “Reconstructie N389”19.810 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Om het gebruik van de bomen als verblijfplaats door vleermuizen al dan niet vast te kunnen stellen, is nader onderzoek uitgevoerd. Hierbij zijn geen zomerverblijfplaatsen waargenomen binnen het plangebied. Ook is geen zwermgedrag dat daar op duidt waargenomen. Sporen (keutels en resten van insecten) die duiden op het voorkomen van vleermuizen zijn tevens niet gevonden. Zomerverblijfplaatsen zijn derhalve uitgesloten. Wel is één paarverblijfplaats van de ruige dwergvleermuis aanwezig in het plangebied. De boom waarin de paarverblijfplaats in waargenomen blijft behouden. Mocht de boom verwijderd worden dan dient een ontheffing aangevraagd te worden waaraan een aantal voorwaarden zijn verbonden. Vliegroutes blad 25 van 49

Reconstructie N389 Etten-Leur - Zevenbergen Bestemmingsplan tracédeel gemeente Etten-Leur projectnummer 0477837.100 26 april 2024 revisie 05 Provincie Noord-Brabant

Vliegroutes van vleermuizen betreffen (vaak) lijnvormige elementen in het landschap welke als verbinding tussen verblijfplaatsen en foerageergebied fungeren. Het gehele plangebied bevat bomenlanen. Als gevolg van het voornemen gaan mogelijk lijnvormige elementen verloren. Op basis van het nader onderzoek zijn binnen het plangebied geen essentiële vliegroutes aangetoond. Wel is bekend dat essentiële vliegroutes aanwezig zijn langs de Zeedijk-oost en de Zuiddijk. De lanen langs de N389 zijn meer open gelegen en bestaan over het algemeen uit jongere bomen (behalve ten hoogte van de Mark). Bij de oudere bomen nabij de Mark is fysiek onderzoek uitgevoerd middels vijf veldbezoeken, ook hier zijn geen essentiële vliegroutes aangetoond. Opgemerkt moet worden dat de N389 een intensief bereden weg is waardoor in de avond en nacht er veel lawaai/ruis plus storende autoverlichting is. Deze factoren maken het gebied in de huidige situatie minder geschikt voor vleermuizen. Foerageergebied Foerageergebied van vleermuizen betreft locaties waar vleermuizen hun voedsel verzamelen. Dit kunnen uiteenlopende gebieden zijn. In de omgeving kunnen foerageergebieden aanwezig zijn, maar deze worden door het voornemen niet aangetast. De verharde weg en de wegbermen zijn geen onderdeel van essentieel foerageergebied.

Met name door de verlichting en windwervelingen door passerende voertuigen zal het gebied minimaal gebruikt worden als foerageergebied. Essentieel foerageergebied binnen het plangebied kan redelijkerwijs worden uitgesloten. Ook in het nader onderzoek is vastgesteld dat in en nabij het plangebied al passerend vleermuizen foerageren, maar dat er geen sprake is van een essentieel foerageergebied. Beschermde gebieden Natura 2000-gebieden Het plangebied ligt niet in een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is Hollands Diep en ligt op circa zes kilometer afstand ten noorden van het plangebied (zie Figuur 4-1). Dit gebied is aangewezen op basis van de Habitatrichtlijn en de Vogelrichtlijn. Overige Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied zijn het Ulvenhoutse Bos, Langstraat, Biesbosch, Krammer-Volkerak en Brabantse Wal.

Figuur 4-1 Natura 2000-gebieden in de omgeving van de functiewijzigingen. Bron: AERIUS-calculator, versie 2023.0.1.

Bij voorliggend planvoornemen is er zowel sprake van een realisatiefase als gebruiksfase. Er kan daardoor sprake zijn van zowel tijdelijke als permanente effecten.

blad 26 van 49

Reconstructie N389 Etten-Leur - Zevenbergen Bestemmingsplan tracédeel gemeente Etten-Leur projectnummer 0477837.100 26 april 2024 revisie 05 Provincie Noord-Brabant

Gezien de afstand van het plangebied tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied in combinatie met het planvoornemen is de kans op directe significant negatieve effecten uit te sluiten. Een indirect effect als gevolg van verzuring en vermesting kan vanuit het nieuwe voornemen, in de permanente situatie (gebruikssituatie) tevens worden uitgesloten. Het planvoornemen maakt geen nieuwe weg mogelijk, maar gaat enkel om een reconstructie van een bestaande weg, waardoor geen extra verkeersaantrekkende werking te verwachten is. Stikstofdepositie Door Antea Group is in juli 2023 een stikstofdepositie-onderzoek uitgevoerd (Bestemmingsplan reconstructie N389, Stikstofdepositie-onderzoek, d.d. 10-11-2023). De resultaten en conclusies uit dit rapport worden hieronder besproken. De rapportage is als bijlage 5 bij dit bestemmingsplan opgenomen. Het voorliggende bestemmingsplan is opgesteld omdat een aantal van de voorgenomen ontwikkelingen niet binnen het huidige bestemmingsplan passen (functiewijzigingen). Ten behoeve van dit bestemmingsplan dienen de maximale planologische mogelijkheden beschouwd te worden ten opzichte van de huidige planologisch legale invulling. Dit houdt in dat voor het bestemmingsplan de functiewijzigingen beschouwd moeten worden. Dit zijn:  De nieuwe rotonde op de huidige kruising Zevenbergseweg / Strijpenseweg.

 De nieuwe brug over de Mark met haar gewijzigde aanlandingen en de verplaatsing van het fietspad. Het plan voorziet een reconstructie van de N389 waarbij in de basis de weg hetzelfde blijft. Wel worden er een aantal aanpassingen doorgevoerd om bijvoorbeeld de verkeersveiligheid te verbeteren. Deze aanpassingen leiden niet tot veranderingen in verkeerstromen omdat deze punten geen doorstromingsknelpunten zijn. Bij doorstromingsknelpunten kan er bijvoorbeeld sprake zijn van omrijdend verkeer dat door de aanpassing weer gebruik gaat maken van de N389. Doordat de N389 geen doorstromingsknelpunten kent zal er geen sprake zijn van omrijdend verkeer en dus grootschalig veranderende verkeersstromen die tot andere verkeersintensiteiten zal leiden. Omdat beide functiewijzigingen niet leiden tot veranderende verkeersstromen in de nieuwe situatie is enkel de realisatiefase beschouwd. De realisatiefase betreft een tijdelijke situatie. Hierbij zullen er werkzaamheden plaatsvinden ten behoeve van de aanleg van de rotonde en de brug. Daarnaast zal door de werkzaamheden een deel van het huidige verkeer (tijdelijk) anders gaan rijden. Tijdens de realisatiefase worden er mobiele werktuigen ingezet. De inzet van deze mobiele werktuigen leiden tot een uitstoot van stikstofemissie. Voor het uitvoeren van de werkzaamheden worden er tevens (tijdelijke) omleidingsroutes ingezet.

De verplaatsing van het verkeer door de omleidingsroutes kan leiden tot een wijziging van emissies en/of deposities. Worstcase zijn alle emissies (werktuigen, bouwverkeer en omleidingsroutes) die gemoeid zijn met beide functiewijzigingen in het AERIUS-model ingevoerd. De berekeningen zijn uitgevoerd met het rekenprogramma AERIUS Calculator, versie 2023.0.1, voor het rekenjaar 2023. Uit de rekenresultaten van de realisatiefase volgt een maximale (tijdelijke) toename van 0,00 mol/ha/jaar op de omliggende Natura 2000-gebieden. Omdat er geen sprake is van wijzigingen in verkeersstromen na gereedkomen van de functiewijzigingen kent het plan ook geen toename in de gebruiksfase. Uit de met AERIUS Calculator uitgevoerde berekeningen blijkt dat er als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden en bijbehorende omleidingen geen sprake is van een toename van de stikstofdepositie. Hiermee is voor het plan de zekerheid verkregen dat de natuurlijke kenmerken van de Natura 2000-gebieden niet zal aantasten.

blad 27 van 49

Reconstructie N389 Etten-Leur - Zevenbergen Bestemmingsplan tracédeel gemeente Etten-Leur projectnummer 0477837.100 26 april 2024 revisie 05 Provincie Noord-Brabant

Natuurnetwerk Brabant Het plangebied bevindt zich niet binnen de begrenzing van het NNB, maar direct langs het plangebied grenzen wel NNB gebieden als EVZ (N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland, zie ook figuur 2.6). Daarnaast is de Mark aangewezen als NNB-gebied (N03.01 – Beek en Bron).

Figuur 4-2 NNB-gebieden in de omgeving van het plangebied. Bron: Kaartbank Brabant.

Het plangebied komt hiermee langs het NNB te liggen, maar van een wijziging in de NNB is geen sprake. Ook ten opzichte van de huidige situatie treedt geen wijziging op en tevens geen aanvullende verstoring ten opzichte van het huidige gebruik in het plangebied. Derhalve zijn vervolgstappen niet aan de orde voor het beleid van het Natuurnetwerk Brabant. Beschermde houtopstanden Wnb De bomen in het plangebied vallen onder de bescherming van de Wnb. Het oppervlak aan houtopstanden dat verloren gaat, dient nader bepaald te worden. Voor deze bomen geldt vervolgens een meldingsplicht bij het bevoegd gezag (provincie Noord-Brabant) en een herplantplicht. Bij de herplantplicht dient de afstand van de verloren bomenlanen gecompenseerd te worden, zo dichtbij mogelijk van waar de voormalige bomen zijn verwijderd. Aangezien het een laanstructuur betreft is het van belang om de ruimte te compenseren en niet één op één het aantal bomen (jonge bomen zijn niet vergelijkbaar met de huidige bomen). Een kilometer bomenlaan wordt dus gecompenseerd met een kilometer lange bomenlaan. Daarnaast is ook de Beschermde bomenlijst 2014 van de gemeente Etten-Leur relevant. Over het behouden of compenseren van bomen wordt verder ingegaan in de paragraaf bomeninventarisatie.

blad 28 van 49

Reconstructie N389 Etten-Leur - Zevenbergen Bestemmingsplan tracédeel gemeente Etten-Leur projectnummer 0477837.100 26 april 2024 revisie 05 Provincie Noord-Brabant

Kansen voor natuurwaarden In het plangebied zijn de volgende kansen voor het behoud en/of vergroten, verbeteren of verbinden van de Natuurwaarden geïdentificeerd: • kwaliteit en aansluiting vegetatie verbeteren, bijvoorbeeld door middel van natuurlijker maaibeheer, aanplanten van inheemse soorten of aanbrengen van bloemrijke vegetatie; • inzaaien van wegbermen/fietswegbermen met een inheems bloemenmengsel. Langs het gehele tracé zullen de bermen ecologisch en extensief worden beheerd. De 1e meter van de rijbaan en de 1e halve meter van het fietspad dienen wel intensief beheerd te worden. Bomeninventarisatie Het merendeel van de bomenrijen bestaan uit wegbeplanting met gewone es, schietwilgen en Zweedse lijsterbes. In de rapportage (welke is bijgevoegd als bijlage 4 bij dit bestemmingsplan) zijn kaarten opgenomen waarop de locaties van de ingemeten bomen zijn weergegeven. Een deel van de geïnventariseerde bomen zijn in een matige tot redelijke staat. In de bomen zijn bijvoorbeeld parasitaire schimmels, essentakkensterfte en beschadigingen waargenomen. Vooral grote volwassen bomen dragen bij aan een hoge biodiversiteit en vervullen veel ecosysteemdiensten.

Ten behoeve van de voorgenomen werkzaamheden wordt het volgende geadviseerd: • Kap alleen bomen indien het noodzakelijk is voor de realisatie van het project; • Bescherm de te behouden bomen (rondom de begrenzing van het voornemen) en hun groeiplaatsen door er in de uitvoeringsfase een stevig hek om de gehele groeiplaats (globaal de kroonprojectie) te plaatsen. Binnen dit hek mogen geen werkzaamheden, materiaal en/of materieel opslag of ophogingen (>10 cm) plaatsvinden. Door opslag en materieel ver genoeg van bestaande bomen weg te houden (bijvoorbeeld opslag in een weiland te plaatsen) kan het aantal hekken beperkt blijven; • Eventuele takken van te behouden bomen die zich binnen het werkterrein bevinden worden alleen door en met toestemming van een ter zake deskundige (ETW) verwijderd; • Indien er zich tijdens de werkzaamheden knelpunten met betrekking tot bomen voordoen (zoals het aantreffen van dikke stabiliteits-worteling) neem dan altijd contact op met een ter zake deskundige (ETT); • Het wordt geadviseerd om kapwerkzaamheden uit te voeren buiten het broedseizoen van vogels, om zo mogelijk verstoring te voorkomen. Het ontwerp voorziet in compensatie van de te kappen bomen. De locatie van de nieuwe bomen is gekozen aan de hand van het groenstructuurplan. In het ontwerp worden 184 bomen gekapt en komen 209 nieuwe bomen terug. Dit is een toename van 25 bomen.

In de inventarisatie zijn 15 bomen opgenomen die in 2022 zijn verwijderd door provincie Noord-Brabant, gezien uit de laatste veiligheidscheck (VTA controle) werd geadviseerd deze bomen te rooien. Ook voor deze bomen geldt een herplantplicht, en deze zullen daarom worden gecompenseerd binnen het plan. De nieuwe bomen worden bij voorkeur op dezelfde locatie herplant, maar in ieder geval binnen het project gecompenseerd (op enkele plaatsen zijn bomen in conflict met het groenstructuurplan). Onder de gekapte bomen bevinden zich 10 knotwilgen. Deze zijn gecompenseerd door 13 nieuwe knotwilgen. De gekapte essen worden vervangen door andere bomen om meer diversiteit te krijgen en omdat essen gevoelig zijn voor ziekte. Ecologisch werkprotocol Naar aanleiding van de aangetroffen beschermde soorten langs het tracé van de N389 is een ecologisch werkprotocol opgesteld. In dit werkprotocol staat voor de verschillende type werkzaamheden per soort beschreven welke maatregelen getroffen dienen te worden. Conclusie Om overtreding van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming te voorkomen en om zorgvuldig met de aanwezige soorten om te gaan, dienen de werkzaamheden uitgevoerd te worden conform het ecologisch werkprotocol. Wanneer rekening wordt gehouden met de beschreven maatregelen wordt geconcludeerd dat het aspect ‘natuur’ geen belemmering vormt voor het planvoornemen. blad 29 van 49

Reconstructie N389 Etten-Leur - Zevenbergen Bestemmingsplan tracédeel gemeente Etten-Leur projectnummer 0477837.100 26 april 2024 revisie 05 Provincie Noord-Brabant

4.3

Archeologie en cultuurhistorie Kader Archeologie In de Wet op de Archeologische Monumentenzorg is de verantwoordelijkheid voor archeologie(-beleid) grotendeels bij de gemeentelijke overheid neergelegd. Gemeenten dienen archeologie te borgen in hun ruimtelijk beleid, bijvoorbeeld door dubbelbestemmingen voor archeologie op te nemen in bestemmingsplannen. De gemeente Etten-Leur heeft een beleidsadvieskaart met betrekking tot archeologie. Het plangebied ligt op deze kaart in zones met een hoge, middelhoge en lage verwachting. In het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied’ (vastgesteld op 30-09-2013) zijn deze gebieden aangeduid met de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 1’, ‘Waarde – Archeologie 3’ en ‘Waarde – Archeologie 4’. Cultuurhistorie Op 1 januari 2012 is de wet Modernisering monumentenzorg (Momo) in werking getreden. Een belangrijke doelstelling van de Modernisering van de Monumentenzorg is het versterken van de koppeling tussen erfgoed en ruimte. In het kader van de Momo dient in de toelichting van elk bestemmingsplan of ruimtelijke onderbouwing beschreven te worden op welke wijze met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden.

Toetsing Archeologie In november 2022 is in opdracht van de provincie Noord-Brabant door Antea Group een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor plangebied in gemeenten Moerdijk en Etten-Leur (Antea Group Archeologie 2022/155, Bureauonderzoek, Groot onderhoud N389 tussen Etten-Leur (gem. Etten-Leur) en Zevenbergen (gem. Moerdijk), d.d. 28-07-2022), gevolgd door een inventariserend veldonderzoek door middel van boringen in juni 2023 (Antea Group Archeologie, Inventariserend veldonderzoek met verkennende boringen (IVO-O), Groot onderhoud N389 (Zevenbergen – Etten-Leur), d.d. 17-10-2023). De conclusies en aanbevelingen uit het onderzoek zijn hieronder voor het traject binnen de gemeente Etten-Leur beschreven. De rapportages zijn als bijlagen 6 en 7 bij dit bestemmingsplan opgenomen. Bureauonderzoek Op basis van het bureauonderzoek kunnen archeologische resten in de gebieden van de dekzandruggen verwacht worden. Het pleistocene dekzand in de ondergrond was toegankelijk voor jagers en verzamelaars uit het laatpaleolithicum en mesolithicum. Deze groepen kozen voornamelijk de flanken van dekzandruggen als vestigingsplaats. Binnen het plangebied zijn volgens de geomorfologische kaart en de AHN drie dekzandruggen aanwezig. Booronderzoek Ten behoeve van het booronderzoek is het onderzoeksgebied opgedeeld in deelgebieden.

Deelgebieden 1 tot en met 3 liggen in de gemeente Zevenbergen en worden daarom niet behandeld in dit bestemmingsplan. Deelgebieden 4 tot en met 6 zijn relevant voor het onderhavige bestemmingsplan.

blad 30 van 49

Reconstructie N389 Etten-Leur - Zevenbergen Bestemmingsplan tracédeel gemeente Etten-Leur projectnummer 0477837.100 26 april 2024 revisie 05 Provincie Noord-Brabant

Figuur 4-3 Deelgebieden archeologisch onderzoek. Bron: Inventariserend veldonderzoek, Antea Group, 17-10-2023.

Binnen het plangebied is één potentieel archeologisch niveau aangetroffen: de top van het dekzand. Hier kunnen zich archeologische resten uit laat paleolithicum en mesolithicum bevinden. De top van het dekzand bevindt zich in de deelgebieden 4 en 5 tussen 0,5 en 0,6 m -NAP. Archeologische lagen zijn hier tussen 0,6 en 0,8 m -NAP aangetroffen. Voor deelgebieden 4 en het noordelijk deel van deelgebied 5 wordt geadviseerd om werkzaamheden tot 0,3 m -NAP te beperken. In deze zone blijft sprake van een (middel)hoge verwachting. Waarschijnlijk is het in deelgebied 4 mogelijk om de graafwerkzaamheden te beperken tot 0,3 m -NAP. Hier is een ophogingspakket van ongeveer 0,5 m in de berm van de weg aanwezig. De verwachting is dat het potentieel archeologisch niveau tijdens de graafwerkzaamheden niet wordt geraakt. In deelgebied 5 zijn de geplande graafwerkzaamheden dieper dan 0,3 m -NAP. Deze graafwerkzaamheden zijn gepland tot 0,6 m -NAP. Daarom wordt het potentiële archeologische niveau in het noorden van deelgebied 5 door de werkzaamheden geraakt. Indien het niet mogelijk is om de grens van 0,3 m -NAP aan te houden, wordt nader archeologische onderzoek in de vorm van proefsleuvenonderzoek, variant archeologische begeleiding geadviseerd. Het doel van dit onderzoek is nader te bepalen of archeologische resten aanwezig zijn in deze zone.

blad 31 van 49

Reconstructie N389 Etten-Leur - Zevenbergen Bestemmingsplan tracédeel gemeente Etten-Leur projectnummer 0477837.100 26 april 2024 revisie 05 Provincie Noord-Brabant

Figuur 4-4 Resultaten booronderzoek. Bron: Inventariserend veldonderzoek, Antea Group, 17-10-2023.

In de rest van het plangebied zijn op basis van de resultaten uit het zuidelijk deel van deelgebied 5 en heel deelgebied 6 geen potentiële archeologische niveaus aanwezig. Dit gebied kan worden vrijgegeven. Op basis van dit advies wordt de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ niet overgenomen in het nieuwe bestemmingsplan. Ook voor vrijgegeven delen van plangebieden bestaat altijd de mogelijkheid dat er tijdens graafwerkzaamheden toch losse sporen en vondsten worden aangetroffen. Het betreft dan vaak kleine sporen of resten die niet door middel van een booronderzoek kunnen worden opgespoord. Op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet dient zo spoedig mogelijk melding te worden gemaakt van de vondst bij de Minister (de Rijksdienst voor het Cultureel). Een vondstmelding bij de gemeentelijk of provinciaal archeoloog kan ook. Cultuurhistorie In het Groenstructuurplan N389 (BRO, maart 2018) is een inventarisatie gemaakt van de cultuurhistorische waarden. Dit is hieronder beschreven.

blad 32 van 49

Reconstructie N389 Etten-Leur - Zevenbergen Bestemmingsplan tracédeel gemeente Etten-Leur projectnummer 0477837.100 26 april 2024 revisie 05 Provincie Noord-Brabant

Figuur 4-5 Cultuurhistorische waarden in het plangebied en omgeving. Bron: Groenstructuurplan N389, BRO, maart 2018.

De omgeving van de weg behoort tot het cultuurhistorisch landschap ‘landgoederen en veenrelicten bij Zundert en Etten-Leur’ (het plangebied met de weg zelf is hiervan uitgesloten). Het gebied bevat tal van sporen van vroegere turfwinning, onder meer in de vorm van turfvaarten. Langs het tracé van de N389 ligt bijvoorbeeld de Leursche Haven, een waterloop die Etten-Leur verbindt met de Mark. De nadruk ligt hier op het behouden en versterken van structuren en relicten van vervening zoals de kleinschalige verkaveling in de polders en de logische samenhang tussen de turfvaarten. Een gedeelte is planologisch beschermd doordat het is opgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant. De N389 valt buiten dit vlak. De weg is aangeduid als ‘historische geografie lijn’ van hoge en redelijk hoge waarde. Het gedeelte Zevenbergseweg vanaf de rotonde Rijsdijk naar de kruising Strijpenseweg is getypeerd als ‘redelijk hoog’. Vanaf deze kruising tot de brug is de Zevenbergseweg getypeerd als ‘hoog’. De historisch-geografische lijn blijft bestaan, met enkele aanpassingen ter plaatse van het kruispunt N389-Strijpenseweg en de (aanlanding van de) brug over de Mark. Deze wijzigingen horen bij de functie en het karakter van een dergelijke historisch-geografische lijn en leiden in dit geval niet tot het verlies van belangrijke cultuurhistorische waarden.

Nabij het kruispunt N389-Strijpenseweg, waar de rotonde gerealiseerd zal worden, zijn twee rijksmonumenten gesitueerd; de Zwartenbergse Poldermolen (RM-15433) en het naastgelegen dorpshuis (RM-15432). De Zwartenbergse Poldermolen is een markante poldermolen die vrij in het landschap staat. Rondom de molen is een ‘Historische zichtrelaties vlak’ in de vorm van een molenbiotoop opgenomen. De molenbioop zorgt er voor dat dit bouwwerk tot zijn recht komt in het landschap. Historisch gezien blijft zichtbaar hoe deze molen in zijn blad 33 van 49

Reconstructie N389 Etten-Leur - Zevenbergen Bestemmingsplan tracédeel gemeente Etten-Leur projectnummer 0477837.100 26 april 2024 revisie 05 Provincie Noord-Brabant

vrije omgeving functioneerde. De herinricht van het kruispunt tot rotonde heeft afgezien van eventuele obstakels in het blikveld geen negatief effect op de beschermde cultuurhistorische waarden. Over eventuele obstakels in deze zone dient afgestemd te worden met het bevoegd gezag en de molenaar. Te kappen bomen worden in de molenbiotoop bij voorkeur niet gecompenseerd. Historische ‘overige bouwkunst’ in de omgeving hangen samen met enkele historische gebouwen en bebouwingsclusters langs de dijken in de zeekleipolders. Deze bestaan voornamelijk uit oude woonhuizen en boerderijen. De bouwvolumes zijn geclusterd tussen de N389 en de parallelweg Boutweg. De aanpassingen aan de (aanlanding van de) brug zullen grotendeels aan de zuidzijde plaatsvinden en hebben zodoende geen effect op de historische bebouwing. Langs het tracé zijn diverse ‘historische groenstructuren’ gelegen. In de Westpolder bevinden zich gedeeltelijk oorspronkelijke langgerekte percelen met oud hakhout en struwelen. In de Oostpolder bevindt zich een groter geheel op afstand, natuurreservaat de Berk. Langs de aanlanding van de brug staat een laanstructuur van Meelbes uit de periode 1893-1950, met een historische waarde van redelijk hoog. Ten behoeve van de aanpassingen aan de aanlanding dient aan de zuidwestzijde van de brug een historische structuur verwijderd te worden.

Hier wordt weer een nieuwe groenstructuur aangebracht. Ook in het algemeen geldt dat de te verwijderen bomen overal ruim worden gecompenseerd waarbij de groenstructuren zoveel mogelijk worden behouden. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de aspecten ‘archeologie en cultuurhistorie’ geen belemmeringen opleveren voor het planvoornemen. Naar aanleiding van de resultaten van het archeologisch onderzoek wordt de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ niet overgenomen in het nieuwe bestemmingsplan.

4.4

Externe veiligheid Kader De externe veiligheidsregelgeving is gericht op het beperken en beheersen van risico's en effecten van calamiteiten alsmede het bevorderen van de veiligheid van personen in de omgeving van activiteiten (bedrijven en transport) met gevaarlijke stoffen. Dat gebeurt door te voorkomen dat te dicht bij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden, door de zelfredzaamheid te bevorderen en door de calamiteitenbestrijding te optimaliseren. De wet- en regelgeving ten aanzien van externe veiligheid is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb), de Structuurvisie buisleidingen, het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Basisnet. Om voldoende ruimte aan te houden tussen risicobronnen en de personen of objecten die risico lopen (kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten) moeten vaak afstanden in acht worden genomen. Ook ontwikkelingsmogelijkheden die ingrijpen in de personendichtheid rondom een risicobron kunnen om onderzoek vragen. Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt in het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans dat een persoon, die (onafgebroken en onbeschermd) op een bepaalde plaats aanwezig is, overlijdt als gevolg van een calamiteit op het terrein van een inrichting of bij een transportmodaliteit.

Het groepsrisico (GR) bestaat uit de cumulatieve kans per jaar dat een groep van een bepaalde omvang overlijdt als gevolg van een calamiteit op het terrein van een inrichting of bij een transportmodaliteit. De wetgeving rond externe veiligheid richt zich op het beschermen van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. Kwetsbaar zijn onder meer woningen, onderwijs- en gezondheidsinstellingen en kinderopvang- en dagverblijven. Beperkt kwetsbaar zijn onder meer kantoren, winkels, horeca en parkeerterreinen. Toetsing Over de N389 worden geen gevaarlijke stoffen vervoerd. Het risico van de weg zelf voor de omgeving hoeft dus niet te worden beschouwd. De impact van de omgeving op de N389 dient wel te worden beschouwd. In de omgeving van het plangebied bevinden zich verschillende risicobronnen. De volgende risicobronnen zijn mogelijk relevant in relatie tot de N389: blad 34 van 49

Reconstructie N389 Etten-Leur - Zevenbergen Bestemmingsplan tracédeel gemeente Etten-Leur projectnummer 0477837.100 26 april 2024 revisie 05 Provincie Noord-Brabant

 

Hogedruk aardgastransportleiding Z-524-01; Inrichting Shell Nederland Chemie B.V.

Inrichting Shell Nederland Chemie B.V. Ten noorden van het plangebied op circa 4 kilometer ligt de BRZO Inrichting Shell Nederland Chemie B.V. Het toxisch invloedsgebied van deze inrichting ligt over de N389. Aangezien er binnen het plangebied geen verblijfsobjecten mogelijk worden gemaakt is het toxisch scenario niet relevant. De inrichting is daarmee niet relevant met betrekking tot de N389. Hogedruk aardgastransportleiding Z-524-01 Ten westen van de N389 ligt een loze mantelbuis van een hogedruk aardgastransportleiding (de rest van de hogedruk aardgastransportleiding is reeds geamoveerd). De ligging van deze leiding is weergegeven in Figuur 4-6.

Figuur 4-6 Ligging van de hogedruk aardgastransportleiding (rode stippellijn) ten opzichte van de N389 (dikke rode lijn).

Naast het feit dat de overgebleven mantelbuis niet meer in gebruik is reikt het invloedsgebied van deze leiding ook niet tot het plangebied. Het is dan ook geen relevante risicobron met betrekking tot de N389. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.

4.5

Verkeer en parkeren Kader Om een inschatting te maken van de verkeersaantrekkende werking en het benodigde aantal parkeerplaatsen van een nieuwe ontwikkeling kan gebruik worden gemaakt van de kencijfers uit de publicatie ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’ van het CROW. Toetsing Het planvoornemen maakt geen nieuwe weg mogelijk, maar gaat enkel om een reconstructie van een bestaande weg. Het voornemen leidt daarom na afronding niet tot een wijziging van de verkeersstromen of een extra verkeersaantrekkende werking. Ook is er geen sprake van een parkeerbehoefte. De verkeersgeneratie en parkeerbehoefte zijn daarom niet verder onderzocht. Conclusie De aspecten ‘verkeer en parkeren’ vormen geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. blad 35 van 49

Reconstructie N389 Etten-Leur - Zevenbergen Bestemmingsplan tracédeel gemeente Etten-Leur projectnummer 0477837.100 26 april 2024 revisie 05 Provincie Noord-Brabant

4.6

Geluid Kader Op grond van de Wet geluidhinder geldt rond wegen met een maximumsnelheid hoger dan 30 km/uur, spoorwegen en inrichtingen die in belangrijke mate geluidhinder veroorzaken, een geluidzone. De Wet geluidhinder is alleen van toepassing binnen de wettelijke vastgestelde zone van de weg. Binnen de zone van een weg dient een akoestisch onderzoek plaats te vinden naar de geluidbelasting op de binnen de zone gelegen woningen en andere geluidgevoelige gebouwen. De breedte van de geluidzone langs de weg is geregeld in artikel 74 Wet geluidhinder en is gerelateerd aan het aantal rijstroken en het type van de weg (stedelijk of buitenstedelijk De afstanden worden aan weerszijden van de weg gemeten vanaf de buitenste begrenzing van de buitenste rijstrook). De ruimte boven en onder de weg behoort eveneens tot de zone van de weg. De berekende geluidbelasting dient getoetst te worden aan de grenswaarden uit de Wet geluidhinder. Indien de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting (ook wel voorkeurswaarde genoemd) wordt overschreden, dient beoordeeld te worden of maatregelen ter beperking van het geluid mogelijk zijn. Als maatregelen niet mogelijk en/of doelmatig zijn, dan kan onder bepaalde voorwaarden een hogere waarde worden vastgesteld door het bevoegd gezag.

Geluidnormen bij de reconstructie van een weg Bij een wijziging aan een weg is de normering afhankelijk van de situatie voorafgaand aan het wijzigen. De ten hoogste toelaatbare geluidbelasting bij wijzigingen op of aan een weg zijn vermeld in de artikelen 100, 100a en 100b. Er is sprake van een reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder bij een wijziging op of aan een aanwezige weg waarbij de toename in geluidbelasting 2 dB (onafgerond 1,50 dB) of meer bedraagt. Toenames van 6 dB of meer zijn niet toegestaan, tenzij er elders voor een gelijk aantal woningen een ten minste gelijke afname in geluidbelasting optreedt. Op basis van artikel 99, lid 2, Wet geluidhinder dienen bij wijzigingen op of aan een weg ook andere wegen te worden onderzocht waar naar verwachting een toename van 2 dB of meer zal optreden als gevolg van de wijzigingen op of aan de eerdergenoemde weg. Het betreft hier de zogenaamde ‘neveneffecten’ of ‘uitstraling van de reconstructie’. Op deze wegvakken is geen geluidnorm van toepassing. Toetsing Door Antea Group is in juni 2023 een akoestisch onderzoek uitgevoerd voor het traject tussen Etten-Leur en Zevenbergen (Akoestisch onderzoek, Reconstructieonderzoek – groot onderhoud N389, d.d. 10-07-2023). De conclusies en aanbevelingen uit het onderzoek zijn hieronder voor het traject binnen de gemeente Etten-Leur beschreven.

De rapportage is als bijlage 8 bij dit bestemmingsplan opgenomen. In dit onderzoek wordt in het kader van de wegwijzigingen de N389 beschouwd. Het betreft een weg met twee rijstroken in buitenstedelijk gebied. Deze weg heeft daarmee een zonebreedte van 250 m. In samenspraak met het bevoegd gezag is ervoor gekozen de zone in het verlengde van de weg uit te breiden met 1/3de van de zonebreedte, om zo tot het onderzoeksgebied te komen waarbinnen de woningen zijn gelegen die beschouwd worden. Reconstructietoets Uit de rekenresultaten blijkt dat er op het traject tussen Etten-Leur en de rivier de Mark (kilometrering 1,0 tot 4,9) geen sprake is van een toename van 2 dB of hoger, en er dus geen sprake is van een reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder. Er is dan ook geen sprake van een overschrijding van de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting, en er hoeven geen hogere waarden te worden vastgesteld. Daarmee is een beschouwing van de cumulatieve geluidbelasting door het bevoegd gezag in het kader van de Wet geluidhinder ook niet aan de orde. Gezien de wijziging aan de weg zijn grondslag vindt in groot onderhoud en de daadwerkelijke fysieke wijziging gering is, vinden er geen wijzigingen in de verkeersstromen plaats. Er is dan ook geen verkeersaantrekkende werking als gevolg van het plan.

Daarmee is er geen geluidtoename op de omliggende wegen, en zijn neveneffecten uitgesloten en is er geen reden om aan te nemen dat de geluidkwaliteit in de omgeving afneemt als gevolg van het plan.

blad 36 van 49

Reconstructie N389 Etten-Leur - Zevenbergen Bestemmingsplan tracédeel gemeente Etten-Leur projectnummer 0477837.100 26 april 2024 revisie 05 Provincie Noord-Brabant

Conclusie Het aspect ‘geluid’ vormt geen belemmering voor het vaststellen van het voorliggende bestemmingsplan.

4.7

Luchtkwaliteit Kader Hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen, ook wel bekend als de 'Wet luchtkwaliteit') bevat de regelgeving op het gebied van luchtkwaliteit. In de Wet milieubeheer zijn luchtkwaliteitseisen opgenomen voor diverse verontreinigende stoffen, waaronder stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10). In artikel 5.16 van de Wet milieubeheer is vastgelegd dat bestuursorganen bevoegdheden (zoals het vaststellen van een bestemmingsplan) mogen uitoefenen wanneer sprake is van één of meer van de volgende gevallen:  er is geen sprake van een (dreigende) overschrijding van de grenswaarden;  de concentratie van de desbetreffende stoffen in de buitenlucht verbetert of blijft tenminste gelijk;  het plan draagt 'niet in betekenende mate' bij aan de concentratie van de desbetreffende stoffen in de buitenlucht;  de ontwikkeling is opgenomen in een vastgesteld programma, zoals het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Niet in betekenende mate Een nadere uitwerking van de regelgeving met betrekking tot het begrip 'niet in betekenende mate' is vastgelegd in het 'Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' en de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)'.

In de Regeling zijn categorieën van gevallen benoemd die in ieder geval als 'niet in betekenende mate' (NIBM) worden aangemerkt en waarvoor toetsing aan de grenswaarden dus zonder meer achterwege kan blijven. De criteria om te kunnen beoordelen of voor een project sprake is van NIBM, zijn vastgelegd in de AMvB-NIBM. In de AMvB-NIBM is vastgelegd dat na vaststelling van het NSL of een regionaal programma een grens van 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 µg/m3 NO2 of PM10) als 'niet in betekenende mate' wordt beschouwd. Onderzoek Het project heeft geen extra verkeersgeneratie als gevolg. Daarom kan gesteld worden dat het project niet in betekenende mate bijdraagt aan luchtvervuiling. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. Conclusie Het aspect ‘luchtkwaliteit’ vormt geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.8

Trillingshinder Kader Wegverkeer, voor en na het onderhoud, en de onderhoudswerkzaamheden kunnen panden blootstellen aan trillingen. De vraag is in hoeverre deze trillingsbelasting tot schade aan een pand kan leiden en/of tot trillingshinder aanleiding kunnen geven. Met een nulmeting, om de huidige situatie wat betreft trillingsblootstelling vast te leggen, kunnen deze risico’s worden ingeschat en kunnen vervolgens indien nodig voorzieningen worden overwogen en ingepland. Onderzoek Ter voorbereiding op het groot onderhoud aan de N389 is in februari 2023 door Level Acoustics & Vibration een onderzoek naar trillingshinder uitgevoerd voor een dijkhuis dat op geringe afstand van de weg is gelegen, namelijk Zevenbergseweg 42 (Trillingsoverdracht N389, Schade en hinder: nulmeting, d.d. 15-02-2023). De rapportage is als bijlage 9 bij dit bestemmingsplan opgenomen. Uit het onderzoek blijkt dat de kans op schade gering is omdat de rekenwaarde van de trillingssnelheid voldoet aan de grenswaarde in de huidige situatie. Er is geen aanleiding om de geplande werkzaamheden aan de N389 aan te passen om schade en hinder door trillingen te voorkomen. blad 37 van 49

Reconstructie N389 Etten-Leur - Zevenbergen Bestemmingsplan tracédeel gemeente Etten-Leur projectnummer 0477837.100 26 april 2024 revisie 05 Provincie Noord-Brabant

Conclusie Het aspect ‘trillingshinder’ vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

4.9

Bodem Kader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening gehouden te worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijziging dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd. Onderzoek Door Antea Group is in augustus 2022 een historisch (water)bodemonderzoek uitgevoerd voor het traject tussen Etten-Leur en Zevenbergen (Historisch (water)bodemonderzoek, Groot onderhoud N389, d.d. 15-08-2022). Naar aanleiding hiervan is ook een verkennend (water)bodemonderzoek uitgevoerd (Milieukundige onderzoeken, Groot onderhoud N389 tussen Etten-Leur en Zevenbergen, d.d. 07-09-2023). De conclusies en aanbevelingen uit het onderzoek zijn hieronder voor het traject binnen de gemeente Etten-Leur beschreven. De rapportages zijn als bijlagen 10 en 11 bij dit bestemmingsplan opgenomen.

Op basis van de bekende gegevens is het traject binnen de gemeente Etten-Leur opgedeeld in twee deellocaties (zie Figuur 4-7).

Figuur 4-7 Deelgebieden traject N389 binnen gemeente Etten-Leur

Grond Per deellocatie kan voor grond het volgende worden geconcludeerd: Deellocatie 01: kmp 1,0 – kmp 2,7

blad 38 van 49

Reconstructie N389 Etten-Leur - Zevenbergen Bestemmingsplan tracédeel gemeente Etten-Leur projectnummer 0477837.100 26 april 2024 revisie 05 Provincie Noord-Brabant

Binnen deze deellocatie zijn géén verdachte activiteiten bekend ter plaatse van of grenzend aan de onderzoekslocatie. Van de bekende bodemonderzoeken is één locatie grenzend aan de onderzoekslocatie aanwezig waarbij onvoldoende informatie bekend is (Zevenbergseweg 34). In het verkennend bodemonderzoek zijn in zowel de boven- als ondergrond licht verhoogde gehalten aan diverse zware metalen, PAK, PCB en/of minerale olie aangetoond. De grond met bodemvreemde bijmengingen voldoet overwegend aan de klasse industrie. De overige monsters voldoen aan de klassen achtergrondwaarden tot wonen. Deellocatie 02: kmp 2,7 – kmp 5,0 Binnen deze deellocatie is ter hoogte van een deel van de zuidelijke wegberm sprake van een nazorgcontour waarbij eerder een sanering heeft plaatsgevonden en waar een ophooglaag met baggerspecie geregistreerd staat. Tevens is een voormalige watergang bekend die de onderzoekslocatie doorkruist. Verder zijn geen verdachte activiteiten ter plaatse of aangrenzend de locatie bekend noch bodemonderzoeken bekend die aanleiding geven dat de locatie verdacht is. In het verkennend bodemonderzoek zijn ter plaatse van deellocatie 2.1, zuidelijke berm km 2.8-3.2, eveneens in zowel de boven- als ondergrond licht verhoogde gehalten aan diverse zware metalen, PAK, PCB en/of minerale olie aangetoond. In de ondergrond van deellocatie 2.2, gedempte watergang t.h.v.

km 3.9 zijn geen verhoogde gehalten aan onderzochte parameters aangetoond. Op het overige terreindeel zijn in zowel de boven- als ondergrond licht verhoogde gehalten aan diverse zware metalen, PAK, PCB en/of minerale olie aangetoond. Plaatselijk is een sterk verhoogd gehalte aan PAK aangetoond (ter plaatse van boring O10, traject 0,8-1,0 m-mv; zie voor meer informatie de rapportage van het verkennend (water)bodemonderzoek). Aanbevolen is om vervolgonderzoek te doen naar het sterk verhoogde gehalte PAK in de grond. De sterk verhoogde concentratie aan nikkel in het grondwater (PB07) kan zonder aantoonbare bron of oorzaak worden gerelateerd aan een verhoogde achtergrondwaarde, waardoor nader onderzoek achterwege kan blijven. De beslissing tot het uitvoeren van nader onderzoek is aan het bevoegd gezag. De grond met bodemvreemde bijmengingen voldoet overwegend aan de klasse industrie. De overige monsters voldoen aan de klassen achtergrondwaarden tot wonen. Plaatselijk is sprake van niet toepasbare grond. Grondwater Uit het verkennend bodemonderzoek blijkt dat het grondwater van deellocatie 1.1 Zevenbergseweg 34 een licht verhoogde concentratie aan barium bevat. In het grondwater van het overige terreindeel is een licht verhoogde concentratie aan barium en/of molybdeen gemeten.

In het grondwater ter plaatse van deellocatie 2.1, zuidelijke berm km 2.8-3.2 zijn licht verhoogde concentraties aan nikkel en barium aangetoond. In het grondwater op het overige terreindeel zijn geen verhoogde concentraties aan onderzochte parameters gemeten. Asbest Op basis van het historisch onderzoek kan de bodem in de wegbermen, onder de klinkerverhardingen en onder het asfalt als onverdacht op het voorkomen van asbest boven de interventiewaarde worden beschouwd. Uit het booronderzoek is gebleken dat onder de geasfalteerde rijbaan ter plaatse van deellocatie 1 (km 1,0 – 2,7) plaatselijk een fundering aanwezig is met gebonden of ongebonden volledig puin en/of brac materiaal met een dikte variërend tussen 20 à 35 cm. Onder het geasfalteerde fietspad is geen funderingslaag waargenomen. De aanwezige (on)gebonden puin fundatie ter plaatse van deellocatie 1 is indicatief onderzocht en voldoet aan de samenstellings- en emissiewaarden voor een niet-vormgegeven bouwstof. In het puin is lokaal asbest aangetoond in een indicatief gehalte dat de grenswaarde voor nader asbestonderzoek niet overschrijdt.

blad 39 van 49

Reconstructie N389 Etten-Leur - Zevenbergen Bestemmingsplan tracédeel gemeente Etten-Leur projectnummer 0477837.100 26 april 2024 revisie 05 Provincie Noord-Brabant

Ter plaatse van deellocatie 2 (km 2,7-6,7) is onder de geasfalteerde rijbaan plaatselijk een fundering aanwezig met gebonden of ongebonden silex en plaatselijk volledig puin met een dikte variërend tussen 20 à 35 cm. Onder het geasfalteerde fietspad is een funderingslaag bestaande uit puin waargenomen. De in deellocatie 2 aanwezige silex fundatie is indicatief onderzocht op samenstelling en emissie en voldoet indicatief aan de eisen van een niet-vormgegeven bouwstof alsook een IBC-bouwstof. Silex is als onverdacht op asbest beschouwd. In de aanwezige puinfundatie is zowel visueel als analytisch geen asbest aangetoond. De uit puin bestaande fundering is in de andere deellocaties onderzocht op kwaliteit. Waterbodem Uit het historisch onderzoek blijkt voor waterbodem dat voor de waterlichamen waar werkzaamheden zullen plaatsvinden geen gegevens bekend zijn die er op duiden dat de waterbodem mogelijk verontreinigd is. De waterlichamen zijn geïdentificeerd als kleinschalig oppervlaktewater met een lijnvormig karakter. Uit het verkennend waterbodemonderzoek blijkt dat de kwaliteit van de waterbodem in de diverse watergangen (7 stuks) van deellocatie 1 varieert tussen wel/niet en onder voorwaarden toepasbaar op landbodem en in oppervlaktewater. In het algemeen is de waterbodem verspreidbaar op aangrenzend perceel.

De sliblaag van watergang 8 in deellocatie 2, ten westen van de opgang naar de brug, is onder voorwaarden toepasbaar op landbodem en in oppervlaktewater (klasse industrie, klasse A) en is verspreidbaar op aangrenzend perceel. De vaste waterbodem is vrij toepasbaar op landbodem en in oppervlaktewater en verspreidbaar op aangrenzend perceel. PFAS Er zijn geen directe (punt)bronnen of activiteiten bekend waarbij PFAS is gebruikt. Atmosferische depositie wordt gezien als de enige bron van PFAS-verontreiniging op deze locatie. Er is eerder geen dekkend onderzoek verricht naar de aanwezigheid van PFAS. Uit de bodemkwaliteitskaart blijkt dat de bodem gemiddeld voldoet aan de klasse Landbouw/Natuur. Indien vrijkomende grond naar een erkend verwerker zal worden afgevoerd, is afhankelijk van de acceptatie-eisen van de ontvanger mogelijk wel onderzoek naar PFAS benodigd. Uit het verkennend onderzoek blijkt dat ten aanzien van PFAS de bovengrond ter plaatse van deellocatie 1 voldoet aan de toepassingsklassen landbouw/natuur en wonen/industrie; en ter plaatse van deellocatie 2 aan de toepassingsklasse landbouw/natuur. Conclusie In het kader van de CROW 400 is het niet noodzakelijk om voor de werkzaamheden een V&G-plan op te stellen en om veiligheidsmaatregelen te treffen in relatie tot verontreinigde grond.

Bij de uitvoering van de werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met het aantreffen van bodemvreemde materialen. In het verkennend onderzoek zijn de meest verdachte bijmengingen onderzocht, waarbij behoudens de hierboven genoemde aandachtspunten geen noemenswaardige bijzonderheden zijn aangetroffen (geen veiligheidsmaatregelen). Bij twijfel dient in overleg te worden getreden met een veiligheidskundige. De resultaten (waaronder het sterk verhoogde gehalte PAK) vormen geen belemmering voor de uitvoer van het onderhoud en/of de reconstructie van de N389.

4.10

Bedrijven en milieuzonering Kader De Wet ruimtelijke ordening (Wro) verplicht om in het kader van een goede ruimtelijke ordening aan te tonen dat (toekomstige) bewoners en gebruikers een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. Daarnaast dient aangetoond te worden dat (bestaande) bedrijven niet in hun belangen worden geschaad. Hiertoe kan een bepaalde afstand tussen een milieubelastende activiteit en een milieugevoelig object noodzakelijk zijn. Deze afstand wordt een milieuzone genoemd. Om te bepalen in hoeverre er voldoende afstand is tussen bedrijven en gevoelige objecten kan gebruik gemaakt worden van de brochure 'Bedrijven en milieuzonering' van de VNG, versie 2009. blad 40 van 49

Reconstructie N389 Etten-Leur - Zevenbergen Bestemmingsplan tracédeel gemeente Etten-Leur projectnummer 0477837.100 26 april 2024 revisie 05 Provincie Noord-Brabant

Toetsing De reconstructie van de weg betreft geen bedrijfsmatige activiteit of milieugevoelig object. Ook is er geen wijziging in de afstand tussen bedrijven en andere functies vanwege dit project. Derhalve is niet aan de richtafstanden van de VNG-brochure getoetst. Conclusie Het aspect ‘Bedrijven en milieuzonering’ is niet van toepassing op dit plan.

4.11

Kabels en leidingen Kader De hiernavolgende leidingen zijn planologisch relevant, voor zover zij geen deel uitmaken van een inrichting zoals bedoeld in de Wet milieubeheer. 1. Hoogspanningsverbindingen van 50 kV en hoger; 2. buisleidingen voor transport van aardgas met een uitwendige diameter van meer dan 50 mm en een druk van meer dan 16 bar; 3. buisleidingen voor transport van aardolieproducten met een uitwendige diameter van meer dan 70 mm en een druk van meer dan 16 bar; 4. buisleidingen met een diameter van 400 mm of meer buiten de bebouwde kom; 5. buisleidingen voor transport van andere stoffen dan aardgas en aardolieproducten, die risico’s met zich meebrengen voor mens en/of leefomgeving wanneer deze leidingen beschadigd raken. Toetsing Aan de noordzijde van het tracé bevindt zich een dubbelbestemming ('Leiding’) en functieaanduiding ('specifeke vorm van leiding - gas’) met betrekking tot een gasleiding het plangebied. Uit contact met Gasunie blijkt echter dat deze gasleiding reeds is geamoveerd en dat Gasunie daarom geen belang meer heeft binnen het plangebied. De betreffende dubbelbestemming en functieaanduiding worden dan ook niet meegenomen in dit bestemmingsplan. Aan de zuidzijde van het tracé kruist een hoogspanningsverbinding de N389. Hier geldt de dubbelbestemming ‘Leiding – Hoogspanningsverbinding’.

Het normale onderhoud in verband met de overige bestemmingen is toegestaan. De kabels en leidingen worden niet verlegd en tijdens de werkzaamheden wordt zorggedragen dat kabels en leidingen niet beschadigd raken. De betreffende dubbelbestemming wordt in dit bestemmingsplan overgenomen. Conclusie Het aspect ‘kabels en leidingen’ vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.12

Ontplofbare oorlogsresten Kader Ontplofbare Oorlogsresten (OO), in het verleden ook wel bekend als CE (Conventionele Explosieven), betreffen (fabrieksmatig geproduceerde) explosieven, niet zijnde geïmproviseerd, nucleair, biologisch of chemisch, welke zijn achtergebleven als gevolg van oorlogshandelingen tijdens de Tweede Wereldoorlog en waarop de richtlijnen van het CS-OOO (Certificatieschema Opsporen Ontplofbare Oorlogsresten) van toepassing zijn. In de praktijk wordt vaak tevens de term NGE (Niet Gesprongen Explosieven) gehanteerd wanneer men doelt op de omgang met Ontplofbare Oorlogsresten, waarmee ook explosieven voor terroristische doeleinden kunnen worden aangeduid. In sommige gevallen, met name in delen van Nederland waar tijdens de Tweede Wereldoorlog (intensieve) oorlogshandelingen hebben plaatsgehad, kan de aanwezigheid van OO leiden tot belemmeringen voor grondroerende werkzaamheden die nodig zijn voor een bepaalde ontwikkeling. Daarom wordt in deze paragraaf beschreven hoe en of OO een rol van betekenis spelen in de voorgenomen ontwikkeling.

blad 41 van 49

Reconstructie N389 Etten-Leur - Zevenbergen Bestemmingsplan tracédeel gemeente Etten-Leur projectnummer 0477837.100 26 april 2024 revisie 05 Provincie Noord-Brabant

Toetsing In augustus 2022 heeft Antea Group een vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten uitgevoerd (Vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten, Groot onderhoud N389 Etten-Leur – Zevenbergen, d.d. 08-08-2022). Hieruit is gebleken dat het deel vanaf Etten-Leur tot Zevenbergseweg 42a (km 3,7) is vrijgegeven. Voor het deel vanaf km 3,7 tot aan km 4,9 is geadviseerd onderzoek uit te voeren met behulp van passieve detectie. De passieve detectie ontplofbare oorlogsresten is uitgevoerd door AVG Explosieven Opsporing NL in januari 2023 (N389 Ettenleur – Zevenbergen, Detectierapport, d.d. 25-01-2023). Op basis van de resultaten kan het onderzochte gebied niet vrij worden gegeven. Daarom wordt in dit gebied explosievenbegeleiding ingezet waar dat vanwege de werkzaamheden benodigd is. Verder heeft Bombs Away voor (onder andere) de rivier de Mark een vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten uitgevoerd (Vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten, Inhaalslag baggeren Dintel, Gemeenten Roosendaal, Steenbergen, Moerdijk, Halderberge, Etten-Leur, Breda en Drimmelen, d.d. 30-11-2022). Hieruit is gebleken dat de (water)bodem ter plaatse van de brug over de Mark verdacht is op ontplofbare oorlogsresten, specifiek van afwerpmunitie en geschutmunitie (zie Figuur 4-8). De rapportages zijn als bijlagen 12, 13 en 14 bij dit bestemmingsplan opgenomen.

Figuur 4-8 Bodembelastingkaart OO. Bron: Bombs Away, 2022

Conclusie Het traject vanaf km 1,0 tot km 3,7 is vrijgegeven. Voor het overige deel van het traject (tussen km 3,7 en km 4,9) wordt explosievenbegeleiding ingezet tijdens de werkzaamheden. Hiermee is het aspect explosieven voldoende beheerst en vormt dit aspect geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

blad 42 van 49

Reconstructie N389 Etten-Leur - Zevenbergen Bestemmingsplan tracédeel gemeente Etten-Leur projectnummer 0477837.100 26 april 2024 revisie 05 Provincie Noord-Brabant

4.13

Besluit milieueffectrapportage Kader M.e.r.-verplichtingen kunnen volgen vanuit twee sporen:  Als de activiteit en het ruimtelijk plan of besluit daarvoor zijn opgenomen in het Besluit m.e.r.  Als sprake is van een kaderstellend ruimtelijk plan voor een activiteit waarvoor een passende beoordeling moet worden opgesteld conform de Wet natuurbescherming, omdat significante effecten op Natura 2000-gebieden niet op voorhand zijn uit te sluiten. In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning plan-m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Indien een activiteit onder de drempelwaarden blijft, dient alsnog een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden, waarbij onderzocht dient te worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten. Toetsing Groot onderhoud N389 in relatie tot het Besluit m.e.r. Voor aanleg of aanpassing van wegen gelden verplichtingen ten aanzien van m.e.r.

als sprake is van de volgende activiteiten (bijlage C en D van het Besluit m.e.r.):  M.e.r.-categorie C1.2: De aanleg van een autosnelweg of autoweg => in alle gevallen een projectm.e.r.-plicht bij een concreet besluit (zoals bv. bestemmingsplan), plan-m.e.r.-plicht bij een kaderstellend besluit (zoals b.v. structuurvisie); => niet van toepassing: groot onderhoud van de N389 betreft geen “aanleg” van een nieuwe weg (en is bovendien geen autosnelweg of autoweg zoals gedefinieerd in het besluit m.e.r. (zie bullit 3)  M.e.r.-categorie C1.3: De aanleg, wijziging of uitbreiding van een weg bestaande uit vier of meer rijstroken, of verlegging of verbreding van bestaande wegen van twee rijstroken of minder tot wegen met vier of meer rijstroken niet zijnde een autosnelweg of autoweg.

=> bij een lengte van 10 km of meer: project-m.e.r.-plicht bij een concreet besluit, plan-m.e.r.-plicht bij een kaderstellend besluit; => niet van toepassing: de N389 is en blijft een weg met 2 rijstroken;  M.e.r.-categorie D1.1: De wijziging of uitbreiding van een autosnelweg of autoweg => bij een lengte van 5 km of meer: m.e.r.-beoordelingsplicht bij een concreet besluit, plan-m.e.r.-plicht bij een kaderstellend besluit; => niet van toepassing: groot onderhoud van de N389 valt weliswaar onder wijziging of uitbreiding, maar het betreft geen autosnelweg en ook geen autoweg zoals gedefinieerd in het besluit m.e.r. (bijlage A Besluit m.e.r., begripsbepaling): a een voor autoverkeer bestemde weg die alleen toegankelijk is via knooppunten of door verkeerslichten geregelde kruispunten en waarop het is verboden te stoppen en te parkeren, => de N389 is ook rechtstreeks toegankelijk vanaf andere wegen (bv de Elshoutweg), vanuit woon- en bedrijfspercelen en landbouwpercelen (en dus niet alleen via knooppunten of met verkeerslichten geregelde kruispunten. Dit blijft ook na het groot onderhoud zo. Daarnaast is en blijft de N389 toegankelijk voor landbouwverkeer (en dus niet alleen voor autoverkeer); b een weg als bedoeld in artikel 1, onder d, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 => de N389 is en wordt niet bebord met het bord autoweg.

 M.e.r.-categorie D1.2: De wijziging of uitbreiding van een weg bestaande uit vier of meer rijstroken, of verlegging of verbreding van bestaande wegen van twee rijstroken of minder tot wegen met vier of meer rijstroken niet zijnde een, autosnelweg of autoweg => bij een lengte van 5 km of meer: m.e.r.beoordelingsplicht bij een concreet besluit, plan-m.e.r.-plicht bij een kaderstellend besluit => niet van toepassing: de N389 is en blijft een weg met 2 rijstroken. Groot onderhoud N389 in relatie tot de Wet natuurbescherming blad 43 van 49

Reconstructie N389 Etten-Leur - Zevenbergen Bestemmingsplan tracédeel gemeente Etten-Leur projectnummer 0477837.100 26 april 2024 revisie 05 Provincie Noord-Brabant

De N389 loopt niet door of direct nabij Natura 2000-gebieden. Het dichtstbijzijnde gelegen Natura 2000-gebied is Ulvenhoutse Bos ten zuiden van Breda, op minimaal 11 km afstand van de N389. De meeste effecten (zoals ruimtebeslag, versnippering, verdroging/vernatting, verstoring) kunnen gezien de afstand op voorhand worden uitgesloten. Enig mogelijk relevant effect is verzuring/vermesting door toename van stikstofdepositie (omdat uitstoot van stikstof ver reikt). In het kader van het bestemmingsplan is een Aerius-berekening gedaan naar mogelijke stikstofeffecten van het groot onderhoud van de N389. Uit de berekeningen blijkt dat het groot onderhoud N389, zowel in de aanlegfase als de gebruiksfase geen stikstofeffect (0,00 mol/ha/jr.) heeft om Natura 2000-gebieden. Beschouwing eventuele milieugevolgen Hoewel er geen m.e.r.-verplichtingen gelden is voor de volledigheid en zorgvuldigheid gekeken of het groot onderhoud N389 leidt tot belangrijke nadelige milieugevolgen die zouden noodzaken tot het doorlopen van een m.e.r.-procedure. Het groot onderhoud N389 leidt niet wezenlijke veranderingen voor het aspect verkeer, verkeersstromen en intensiteiten blijven naar verwachting hetzelfde. De doorstroming verbetert, wat ten goede komt aan de bereikbaarheid. Aan de weg gelegen functies en percelen blijven direct op de weg aangesloten en daarmee bereikbaar.

Daarmee is ook geen wezenlijk effect op geluid, luchtkwaliteit, trillingshinder en lichthinder te verwachten. Tijdens de aanlegfase kan lokaal en tijdelijk sprake zijn van verkeers- en geluidhinder door aanlegwerkzaamheden. Dit wordt gezien de aard en omvang en de tijdelijkheid niet gezien als een belangrijk nadelig milieueffect. Het groot onderhoud N389 heeft geen invloed op externe veiligheidsrisico’s: het introduceert geen nieuwe risicobronnen en heeft geen effect op het risico van bestaande bronnen. De verkeersveiligheid verbetert door de herinrichting. Het groot onderhoud N389 heeft lokaal mogelijk effect op landschappelijke, cultuurhistorische en archeologische waarden. Maar het geen aantasting van “maagdelijk” gebied: het gebied en daarmee de landschappelijke en cultuurhistorische waarden zijn al doorsneden door de bestaande N389. Het groot onderhoud leidt niet tot wezenlijk extra aantasting. Er worden geen beschermde landschappelijke en cultuurhistorische waarden (Unesco Werelderfgoed, Beschermd Stads- of Dorpsgezicht, Rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten) aangetast. Het zuidelijk deel van de N389 loopt door provinciaal aangeduid cultuurhistorisch waardevol vlak (Oostpolder en Westpolder), maar de ruimte voor de weg is buiten het beschermde gebied gehouden.

Daarnaast leidt het groot onderhoud niet tot wezenlijk ander of meer effect op dit cultuurhistorisch waardevol gebied. Het groot onderhoud leidt tot de noodzaak van de kap van bomen, maar dit wordt ruim gecompenseerd. Aan de westzijde van de brug wordt hierbij een historische structuur verwijderd. Ook dit effect wordt gecompenseerd. Het betreft geen beschermde waarden en wordt niet als belangrijk nadelig milieueffect gezien. Het groot onderhoud tast geen archeologische monumenten en of provinciaal aangeduid archeologisch waardevol landschap aan. Lokaal kan het groot onderhoud mogelijk ten koste gaan van archeologische waarden, maar met een (verplichte) dubbelbestemming met onderzoeksverplichting in het bestemmingsplan wordt het archeologisch belang geborgd: waarden worden niet aangetast of zorgvuldig onderzocht en gedocumenteerd voorafgaand aan aantasting. Groot onderhoud N389 heeft geen wezenlijk effect op de bodem. Ten behoeve van het onderhoud vinden graafwerkzaamheden plaats. Vrijkomende grond wordt zoveel mogelijk hergebruikt in het plan. Naar verwachting is geen grootschalige aanvoer van grond nodig. Het groot onderhoud leidt niet tot bodemverontreiniging. Eventuele al aanwezige bodemverontreiniging kan zo nodig worden gesaneerd. Groot onderhoud N389 heeft lokaal effect op de waterhuishouding. Lokaal moeten sloten en greppels worden verlegd.

Deze worden ruim gecompenseerd zodat er geen negatief effect optreedt op de waterhuishouding. Er is geen sprake van toename van verhard oppervlak. In het zuidelijk deel van de N389 ligt aan de westzijde van weg reserveringsgebied waterberging. Dit is gevrijwaard van aantasting door het groot onderhoud. Ter hoogte van de passage van de Mark ligt de N389 in reserveringsgebied waterberging. Bij de aanleg van de nieuwe brug is uitgangspunt dat dit niet ten koste gaat van de afvoerfunctie en waterbergende functie van de Mark. Technische voorzieningen voorkomen toename van waterverontreiniging vanaf de weg.

blad 44 van 49

Reconstructie N389 Etten-Leur - Zevenbergen Bestemmingsplan tracédeel gemeente Etten-Leur projectnummer 0477837.100 26 april 2024 revisie 05 Provincie Noord-Brabant

Zoals eerder in deze paragraaf gesteld heeft het groot onderhoud N389 geen effect op Natura 2000-gebieden. Het zuidelijk deel van de N389 ligt door gebied dat is aangewezen als Natuurnetwerk Brabant (NNB). De weg is uitgesloten van het beschermd gebied. Groot onderhoud leidt niet tot ruimtebeslag in NNB. Ook is er geen sprake van toename van externe effecten (verstoring door geluid, licht e.d.). Lokaal kan tijdens de aanlegfase wel sprake zijn van een tijdelijke verstoring. Omdat dit direct langs de bestaande weg plaatsvindt en gezien het tijdelijke karakter wordt dit niet beschouwd als belangrijk nadelig milieugevolg. Zo wordt ter hoogte van de kruispunten met de Elshoutweg en Strijpenseweg greppels verlegd in NNB-gebied. Lokaal kan het groot onderhoud negatieve effecten hebben op beschermde diersoorten, met name vogelsoorten en vleermuizen. Eventuele negatieve effecten worden voorkomen dan wel beperkt door mitigerende maatregelen als niet werken in het broed/paarseizoen en het aanbieden van vervangende nestvoorzieningen en vervangend leefgebied. Daarmee is geen sprake van een belangrijk nadelig milieugevolg op populatieniveau. Conclusie Voor het bestemmingsplan voor het groot onderhoud van de N389 hoeft zowel vanuit het Besluit-m.e.r.-spoor als het Wet natuurbescherming-spoor geen m.e.r.- of m.e.r.-beoordelingsprocedure te worden doorlopen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EttenLeur&id=bb3498a8-c974-4079-9d5e-3f8b82eab787