CConstaterende datEtten-Leur
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 3 Omgevingsvisie Etten-Leur versie 3 mei LR.pdf

Raad besluit 11 juli 2022, gemeente Etten-LeurBij agendapunt: Vaststelling Omgevingsvisie28.793 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Kleinschalige toepassingen, bijvoorbeeld op het erf, of bij gebleken noodzaak zonthermie nabij de kern voor warmteopwekking, sluiten we niet op voorhand uit. Dat is maatwerk van geval tot geval. Bij bio-vergisting als energievoorziening willen we het naar de huidige inzichten laten bij het daarvoor gebruiken van mest afkomstig van alleen het eigen bedrijf. Het is niet de bedoeling dat er bedrijfsvoeringen ontstaan waarbij ook mest van andere bedrijven wordt aangevoerd. De omvang van dergelijke bedrijfsvoeringen past niet in ons buitengebied, betekent een aantasting van de gebiedswaarden en leidt tot de nodige verkeersbewegingen in verband met aan- en afvoer. Het wegennet in het buitengebied is daar niet op afgestemd en daarom vinden we een dergelijke activiteit meer passend op een industrieterrein. Bij een duurzame landbouw hoort een zo veel mogelijk energieneutrale bedrijfsvoering. De daken van bedrijfsopstallen bieden volop ruimte voor elektriciteitsopwekking via zonnepanelen.

OMGEVINGSVISIE ETTEN-LEUR | 29

Ook innovatieve ontwikkelingen als geïntegreerd onderdeel of als doorzichtige overkappingen van teeltonder- steunende voorzieningen zijn onder voorwaarden denkbaar. Ter vervanging van aardgas als brandstof zijn er verschillende opties, bijvoorbeeld temperatuurwarmte uit geothermie, warmtepompen, vergisting, biobrandstoffen of waterstof. De uiteindelijke oplossing hangt samen met de ontwikkelingen en uiteindelijke mogelijkheden op dit vlak.

OMGEVINGSVISIE ETTEN-LEUR | 30

4.3 GEBIEDSVISIE CENTRUMGEBIED Het centrumgebied van EttenLeur is één van de belangrijkste plekken van ontmoeting. Winkels, horeca, maatschappelijke voorzieningen, toerisme en recreatie komen in dit gebied bijeen. Deze voorzieningen zijn vooral op de begane grond gevestigd. Op de verdieping zijn vaak woningen. Daarmee heeft het centrum ook een woonfunctie. We willen dat het centrum een aantrekkelijke plek voor ontmoeting blijft. Niet alleen voor de eigen inwoners, maar ook voor inwoners van buurgemeenten, toeristen, ondernemers en andere in het centrum gevestigde partijen. Online winkelen, de concurrentie van groter steden en veranderende wensen van het winkelend publiek vragen om een passend antwoord en aanpassingen. De leefbaarheid in het centrumgebied vormt een ander aandachtspunt.

Centrumgebied: bundeling van voorzieningen De winkels in het centrum van Etten-Leur vormen het hoofdwinkelcentrum. Inwoners vinden daar een compleet aanbod aan winkels. Zij doen hier frequent en gericht aankopen. En waarderen het sterke aanbod aan dagelijkse producten. Aan de randen van het winkelgebied vind je het stadskantoor, een plein met horeca, een bioscoop, cultureel centrum en het zwembad. De historische linten Markt, Bisschopsmolenstraat en Oude Bredaseweg zijn uitlopers van het centrumgebied. Van oudsher hadden deze straten een gecombineerde woon-, winkel- en verblijfsfunctie. Deze functie tref je nog steeds aan in het noordelijk deel van de Bisschopsmolenstraat. Juist hier vind je de lokale winkelier. De winkelfunctie aan de Markt en de Oude Bredaseweg is sterk afgenomen. Het accent ligt steeds meer op wonen en rondom de Moeierboom op (avond) horeca en toerisme. De Vincent van Gogh-kerk als toeristische trekker en jaarlijkse grotere en kleinere evenementen zorgen voor levendigheid en diversiteit. Samen met het Oderkerkpark, diverse ontmoetingscentra en het station op loopafstand maakt dat het centrumgebied bovenal een plek voor ontmoeting. Een plek waar inwoners van Etten-Leur maar ook inwoners van buurgemeenten regelmatig gebruik van maken.

Van winkelen naar beleving Het gedrag van de consument verandert. Hij maakt gebruik van internet of kiest voor de grote stad. Deze trends leiden tot afname van het aanbod in mode en niet dagelijkse winkels zoals een boekwinkel. Lokale ondernemers merken dit aan het aantal bezoekers en hun verblijfsduur. Beide lopen terug. Verandering is nodig om vaste (lokale) bezoekers te blijven binden en nieuwe bezoekers (van buiten) aan te trekken. Hiervoor is beleving belangrijk. De bezoeker is op zoek naar een onderscheidend en gevarieerd aanbod, gastvrijheid, persoonlijke aandacht en ontspanning. Bij een vitaal hoofdwinkelcentrum hoort een goed supermarktaanbod. Dit aanbod vervult een publiek aantrekkende rol. Het huidige aanbod volstaat. Uitbreiding is alleen aan de orde als er sprake is van toegevoegde waarde en het de structuur van een compact winkelgebied versterkt. Op termijn neemt het aantal winkels af, maar het resterend aanbod sluit beter aan bij de wens van de inwoners. Een deel van de winkels is vervangen door een mix van horeca, gezondheidszorg (zoals fitnesscentra), entertainment, (gedeelde) kantoorruimten en vrijetijdsbesteding. Op die manier blijft het hoofdwinkelcentrum dé gezellige ‘centrale huiskamer’ voor iedereen. Belangrijk is om hun wensen te volgen en daarop actueel in te spelen. Ondernemers en vastgoedeigenaren staan hiervoor aan de lat.

Zij ontplooien samen steeds weer nieuwe initiatieven. Gemeentelijke regels mogen hiervoor geen belemmering vormen. Herontwikkeling as station – centrum De Anna van Berchemlaan vormt de as tussen het station en het centrum en vormt één van de entrees van Etten-Leur. We versterken het groene karakter van deze entree. Er ontstaat een mix van verplaatsen en verblijven. Het gebied rondom het station wordt steeds belangrijker als knooppunt voor openbaar vervoer. Passende voorzieningen ondersteunen deze functie. Met de verplaatsing van het cultureel centrum ‘De Nobelaer’ en de herontwikkeling van verouderde (kantoor)panden neemt het aantal woningen in de stad toe. Een invulling met gestapelde bebouwing past bij de ligging aan de as. Wel houden we rekening met ruimte voor groen, waterberging en natuurvriendelijk bouwen. Ook het gebied tussen Wipakker en Lambertusstraat

OMGEVINGSVISIE ETTEN-LEUR | 31

CENTRUMGEBIED

krijgt op termijn steeds meer een woonfunctie waarbij ruimte is voor een combinatie met zorg. Binnen de as station-centrum vormt het Oderkerkpark een blijvende groene plek voor ontmoeting, passende activiteiten en evenementen. We bieden ruimte om de verblijfsfunctie van het park te versterken. Deze groene long brengt de natuur in het centrumgebied. Een leefbaar centrum Behalve een ontmoetingsfunctie heeft het centrumgebied van Etten-Leur een woonfunctie. In de toekomst zal de woonfunctie toenemen. We willen de bewoners een passend woon- en leefklimaat bieden. De randvoorwaarden kunnen niet gelijk zijn als voor een woongebied gezien de dynamiek aan functies. De bebouwingsdichtheid en de hoeveelheid verharding in het centrumgebied is relatief hoog. Tijdens warme periodes is daardoor de temperatuur hoger wat de leefbaarheid nadelig beïnvloedt. Meer groen in de openbare ruimte, maar ook op privéterreinen is nodig om de nadelen te beperken. Bij nieuwe ontwikkelingen of herinrichting van nemen we dit als uitgangspunt mee. Meer groen zorgt voor meer schaduw, verkoeling bij warmte, berging van regenwater en meer natuur. De hoogbouw biedt kansen voor het plaatsen van zonnepanelen en luchtwarmtepompen. Daarentegen is het energieneutraal maken van panden langs de historische linten niet eenvoudig. Daar ligt een uitdaging.

Een goed bereikbaar centrum We willen dat het centrum de ‘centrale huiskamer’ is van onze gemeente. Dit vraagt ook om goede bereikbaarheid en een aantrekkelijke, schone en veilige (semi)openbare ruimte zonder beperkingen voor de bezoekers. Voor elke bezoeker, te voet, te fiets, met het openbaar vervoer of met de auto is het centrum goed bereikbaar. Uniek is de ondergrondse parkeergarage met grote capaciteit (1000 parkeerplaatsen). Een bezoek, bij voorkeur met de fiets en openbaar vervoer, kan worden bevorderd door veilige langzaam verkeerroutes en stallingsvoorzieningen. We verbeteren de verblijfskwaliteit van de openbare ruimte. Dat doen we zo veel mogelijk in combinatie met andere ontwikkelingen.

OMGEVINGSVISIE ETTEN-LEUR | 32

Zwartenberg ● Aan de rivier de Mark; ● Ontsloten via provinciale weg naar Zevenbergen; ● Circa 18 ha groot + circa 8 bedrijven. Een deel van de bedrijven maakt gebruik van de aanwezigheid van (vaar)water. De gevestigde bedrijven vallen in de zwaardere milieucategorieën.

Attelaken ● Ontsloten via het lokaal hoofdwegennet; ● Indirecte aansluiting op de Rijksweg (A58); ● Circa 21 ha groot + circa 105 bedrijven. De werklocatie kent vooral kleine en middelgrote midden- en kleinbedrijven: ● Maakindustrie en handel; ● Zakelijke dienstverlening; ● Ruimte voor maatschappelijke diensverlening.

Oostpoort - Trivium ● Directe aansluiting op de Rijksweg (A58); ● Circa 114 bedrijven.

Vosdonk ● Directe aansluiting op de Rijksweg (A58) en provinciale weg richting Hoeven; ● Circa 340 ha groot + circa 470 bedrijven. Vosdonk kent een mix van kleine en middelgrote bedrijven en enkele grotere bedrijven: ● Maakindustrie, handel, logistiek: sterk vertegenwoordigd; ● Zakelijke dienstverlening groeit; ● Combinaties van wonen-werken: ◦ Hoofdzakelijk het zuidoostelijk deel; ◦ Veelal kleine zelfstandige kantoren; ◦ Vaak gevestigd in bedrijfsverzamelgebouwen. ● Detailhandel in grootschalige goederen: ◦ Verspreid op het zuidelijk deel; ◦ bundeling van detailhandel in bouwgoederen, keuken en sanitair nabij de afslag van de snelweg.

12

|

OMGEVINGSVISIE ETTEN-LEUR

Deze werklocatie bestaat uit: ● Langs de toegangsweg naar het centrum van Etten-Leur een kantorenpark; ● Een strook aan de zuidoostzijde een gebied met: ◦ Onderwijs; ◦ (grootschalige) Detailhandel; ◦ Kantoren; ◦ Horeca; ◦ Sport en vrijetijdsbesteding

4.4 GEBIEDSVISIE WERKGEBIEDEN In Etten-Leur werken ruim 10.000 personen op specifieke werkgebieden (48% van de werkgelegenheid). Deze werkgebieden zijn niet alleen belangrijk voor de lokale en regionale economie, maar ook in sociaaleconomisch opzicht. Zij stellen mensen in staat om met hun arbeid en inzet een bijdrage te leveren aan de samenleving. Nieuwe producten en nieuwe werkprocessen zijn van invloed op de aard van het werk. Bedrijven verdwijnen, nieuwe bedrijven vestigen zich. Zo neemt het aantal ondernemers in Etten-Leur in de logistiek, groothandel, zakelijke dienstverlening en ICT verder toe. Tegelijk blijft de maakindustrie een belangrijke sector. Ondernemers die zich willen vestigen of hun bedrijf willen verplaatsen zijn aangewezen op de bestaande werkgebieden. De eisen aan huisvesting en omgeving veranderen. Door hierop tijdig en alert in te spelen, zijn leegstand, verpaupering en criminaliteit te voorkomen. Geleidelijk veranderen gebruik en inrichting van sommige werkgebieden daardoor. De energietransitie, de ontwikkeling naar een circulaire economie en klimaatmaatregelen zijn ook van invloed. Zowel binnen de werkgebieden als in de directe omgeving wordt de leefbaarheid steeds belangrijker. Etten-Leur kiest ervoor om samen met ondernemers en grondeigenaren bestaande werkgebieden toekomstbestendig te maken. Eventuele uitbreiding blijft beperkt tot restgebieden.

Op regionale schaal is er voldoende aanbod.

Etten-Leur: vier werkgebieden met een eigen karakter In Etten-Leur zijn er vier werkgebieden te onderscheiden met eigen herkenbare economische betekenis, dynamiek en invloed op de leefomgeving: • Vosdonk; • Attelaken; • Zwartenberg; • Oostpoort-Trivium. Ruimte bieden voor vernieuwing Bedrijven veranderen, zij ontwikkelen nieuwe activiteiten en boren nieuwe markten aan. Automatisering en digitalisering zetten door. De productie verandert van aanbod- naar vraaggericht.

Behalve productvernieuwing is er vernieuwing in de productieprocessen. Om adequaat op deze vernieuwingen in te spelen zijn flexibele gebouwen, gedeelde onderzoeksen productieruimten, ontmoetingsruimtes en experimenteerplekken nodig. Vernieuwing vraagt dus om een flexibel omgevingsbeleid. Etten-Leur wil ruimte bieden aan ondernemers om hun bedrijfsvoering aan te passen aan ruimtelijke, technische en maatschappelijke ontwikkelingen. Zowel bestaande als nieuwe bedrijven kunnen hiervan gebruik maken. Uitgangspunt is dat vernieuwing (product en/of productieproces) bijdraagt aan een goede werk- én leefomgeving; niet alleen binnen de werklocatie maar ook daarbuiten. Bestaande werkgebieden toekomstbestendig maken De veranderende huisvestingseisen en wensen van ondernemers hebben effect op de inrichting van de openbare ruimte. Bedrijven zijn eerder bereid tot vestigen of investeren in bestaand vastgoed als de vestigingsplaats aantrekkelijk is en de kwaliteit en bereikbaarheid goed is. Zij hechten ook steeds meer waarde aan een gezonde passende werkomgeving met ruimte voor ontmoeting en ontspanning voor hun werknemers (het nieuwe werken). Een toekomstbestendige werklocatie beschikt over een optimale infrastructuur voor zowel transport van personen als goederen.

Ook het behouden en versterken van de infrastructuur voor de uitwisseling van energie, water, grondstoffen en informatie is van groot belang op een toekomstbestendige werklocatie. Zo’n locatie is ook energieneutraal, circulair en klimaatbestendig en kent zo min mogelijke overlast voor de omgeving. Om dit te bereiken moeten ondernemers onderling en met de gemeente samenwerken. Meer ruimte voor groen, natuur en water De meeste werkgebieden kennen relatief veel bebouwd oppervlak en verharding. De risico’s van hittestress en toenemende kans op wateroverlast of langdurige periodes van droogte zijn reëel. In warme zomers is de temperatuur op bedrijventerreinen het hoogst van alle gebieden in Etten-Leur. Behalve het effect op het werkklimaat zijn er ook andere risico’s. Wateroverlast leidt tot schade aan vastgoed en continuïteit in de productieprocessen. Langdurige droogte is een maatschappelijk probleem, dat ook voor productieprocessen nadelige gevolgen kan hebben.

OMGEVINGSVISIE ETTEN-LEUR | 33

Ook op bedrijventerreinen is het nodig dat regenwater in de grond kan trekken en wordt opgeslagen voor gebruik in droge perioden. Voor een betere verdeling tussen verhard en onverhard oppervlak willen we meer ruimte voor groen en water. De gemeente werkt aan de openbare ruimte, de ondernemer neemt maatregelen op eigen terrein. Regels om hen hiertoe te stimuleren zijn in de maak. Tegelijkertijd benutten we kansen in de openbare ruimte. De aanleg van centrale plekken voor parkeren is een voorbeeld. Oplossingen mogen niet indirect leiden tot de aanleg van nieuw bedrijventerrein. Een betere verdeling op bestaande werkgebieden zal geleidelijk worden bereikt. We willen hierover in gesprek met ondernemers en grondeigenaren. Uitbreiding en nieuwbouw willen we koppelen aan een eis voor de opvang van regenwater (retentie) op eigen terrein. Bij herstructureringslocaties en nieuwe locaties zorgen we direct voor een goede verdeling tussen verhard en onverhard oppervlak. Meer groen en water verbeteren de uitstraling, leiden tot een prettigere en gezondere werk- en leefomgeving. Het nodigt uit tot een wandeling tijdens pauzes en kan de biodiversiteit op de werkgebieden vergroten. Transformatie naar energieneutraal bedrijventerrein Bedrijven zullen moeten overschakelen naar nieuwe energiebronnen (zowel bij de productieprocessen als bij de verwarming van gebouwen).

Bedrijven in de chemische en voedingsmiddelenindustrie zijn grootverbruikers qua gas en elektriciteit. De voedingsmiddelen- industrie is sterk vertegenwoordigd in Etten-Leur maar ook de glaswolproductie bij Isover is relevant. Het overschakelen naar duurzame energie vindt geleidelijk plaats. Besparen, isoleren en zon op dak zijn de eerste stappen die ondernemers en eigenaren van gebouwen kunnen maken op weg naar een energieneutrale bedrijfsvoering. Zij pakken niet alleen hun gebouwen aan maar kijken ook waar winst is te halen in het productieproces en schakelen over op duurzaam transport. Bedrijventerreinen zijn bij uitstek locaties voor het ontwikkelen van energienetwerken en het realiseren van nieuwe duurzame collectieve energiebronnen. Samenwerking biedt voordelen. De kansen per locatie zijn verschillend. De locatie ‘Vosdonk’ biedt voor samenwerking de meeste kansen. De komende tien jaar willen we benutten om via overleg en ondersteuning van initiatieven een breed draagvlak te creëren voor het omvormen van bestaande

werkgebieden tot energieneutrale zones. In die periode zal er steeds meer informatie beschikbaar zijn om een antwoord te geven op de vraag wat nodig is om dit te bereiken. Bij nieuwbouw houden we ondernemers minstens aan landelijke regels. Op weg naar een circulaire economie in 2050 Schaarste aan grondstoffen en een toenemende hoeveelheid afvalstoffen in het milieu vraagt om oplossingen, zoals hergebruik van producten, materialen en stoffen, het benutten van hernieuwbare bronnen en het vervaardigen van composteerbare materialen. In 2050 is er sprake van een circulaire economie, gebaseerd op samenwerking, nabijheid van producenten/ leveranciers, afzetmarkt en energiebronnen. De locatie ‘Vosdonk’ biedt vanwege de diversiteit aan bedrijven de meest kansen voor een circulaire economie. Ondernemers zouden bij het bepalen van de vestigingslocatie juist meer rekening moeten houden met de kansen op samenwerking in de nabijheid. Meer inzicht in mogelijkheden en belemmeringen zijn nodig om de juiste keuzes te maken. We kunnen daarmee starten bij de herstructurering, transformatie van verouderde bedrijfsterreinen of panden en de aanleg van nieuw bedrijventerrein. Over de uitwerking gaan we het gesprek met ondernemers aan. Samen met hen formuleren we onze doelen voor 2030 en volgende jaren.

Aandachtsgebieden en milieugebruiksruimte Een goede omgevingskwaliteit is gebaat bij functiescheiding en het aanhouden van voldoende afstand tot gevoelige gebouwen en locaties. Op termijn hanteren we niet meer het oude systeem van milieuzonering, maar bepalen we per bedrijf de gebruiksruimte (milieuruimte die een bedrijf mag benutten voor het uitoefenen van zijn bedrijfsvoering). Hoe groter de afstand tot gevoelige gebouwen en locaties des te groter is de gebruiksruimte. Per bedrijf is de gebruiksruimte gelimiteerd zodat ieder bedrijf onafhankelijk van andere bedrijven kan groeien zonder andermans ruimte op te maken. De Omgevingswet introduceert voor externe veiligheid een iets andere aanpak (aandachtsgebieden) maar inhoudelijk kunnen we het huidige beleid voortzetten. Rondom bedrijven die vallen onder de regeling ‘externe veiligheid’ gelden regels ter bescherming van werknemers en omwonenden. Ook gelden er beperkingen voor zeer kwetsbare en beperkt kwetsbare gebouwen. Dit is van invloed op bijvoorbeeld de vestiging van grote zelfstandige kantoren, de bouw van woningen en de huisvesting van arbeidsmigranten. Ook bij geluid verandert de aanpak en gaan gemeenten over tot het vaststellen van geluidproductieplafonds voor de gecumuleerde geluidbelasting.

OMGEVINGSVISIE ETTEN-LEUR | 34

Een goede omgevingskwaliteit: werkgebieden en milieu We hechten waarde aan een gezonde en veilige leefomgeving. Een schone bodem, schoon water, schone lucht, het beperken van hinder van geluid, geur, stof, licht, straling en trilling en de bescherming tegen gevaren bij productie en verwerking van gevaarlijke stoffen vormen hiervoor de basis. Hiervoor is een balans tussen het economisch belang en de kwaliteit van de leefomgeving nodig. De bescherming van de omgevingskwaliteit ligt voor een groot deel vast in landelijke en/of provinciale regelgeving. Een voorbeeld zijn de aandachtsgebieden voor de luchtkwaliteit. Op het gebied van geluid, trilling, geur en externe veiligheid hebben gemeenten de ruimte om maatwerk te leveren. De scheiding tussen wonen en werken heeft ertoe geleid dat er in Etten-Leur geen grote knelpunten zijn of sprake is van overmatige hinder. De toepassing van milieuzonering heeft ervoor gezorgd dat de meeste bedrijven op de juiste locatie zijn gevestigd. We willen dit continueren en waar nodig eventuele hinder verder terugdringen, bijvoorbeeld op Vosdonk. Naar verwachting zullen herstructurering, technologische vernieuwing, energietransitie en circulaire economie in sommige situaties leiden tot een betere omgevingskwaliteit. Het is de vraag of dat voldoende is. Behoud van een goede omgevingskwaliteit vraagt om een continue zorg.

Op weg naar toekomstbestendige werkgebieden: een eerste verkenning per locatie Etten-Leur geeft prioriteit aan het toekomstbestendig maken van bestaande werkgebieden. Dit is een geleidelijk proces en zal niet van vandaag op morgen gerealiseerd zijn. Het is ook proces van continue verbetering. Parkmanagement, BedrijvenInvesteringszones (BIZ) en publiek-private samenwerking met ondernemers en eigenaren zijn nodig om successen te boeken. Dit geldt voor alle werkgebieden. We geven in deze visie aan wat belangrijk is om tot toekomstbestendige werkgebieden te komen. Soms geven we richting, of geven we aan welke stappen we willen zetten of welke doelen we willen bereiken. De werkgebieden behouden elk hun eigen functie en economische betekenis.

Dit geldt voor alle vier de locaties, de gevolgen per locatie verschillen: Een toekomstbestendig Vosdonk Binnen de werklocatie ‘Vosdonk’ is de verandering van bedrijven het grootst. In de afgelopen decennia werden verouderde bedrijfsterreinen ontmanteld en opnieuw benut. Dit proces zal de komende tien jaar voortduren. We handhaven het huidige beleid voor detailhandel. Een versterking van de zone op het zuidelijk deel van het bedrijventerrein met detailhandel in grootschalige goederennabij de afslag is voorstelbaar. De directe omgeving van de afslag vormt ook een prima locatie voor een centrale parkeervoorziening en knooppunt voor openbaar vervoer met voorzieningen die werknemers kunnen gebruiken om naar de werkplek te komen. In de overgangszone tussen spoorlijn en Roosendaalseweg vindt een transformatie plaats. Een terrein van ongeveer 8 ha biedt straks ruimte aan de vestiging van kleine en middelgrote bedrijven. Hiervoor gelden de voorwaarden voor een toekomstbestendig bedrijventerrein. De ontsluiting van dit gebied vraagt nadere studie. In tegenstelling tot andere delen van het bedrijventerrein staan we in dit transformatiegebied de bouw van een groter zelfstandig kantoor toe mits hiervoor op regionaal niveau ruimte is. Binnen het transformatiegebied is er geen ruimte voor distributieen/of logistieke bedrijven.

Elders op het bedrijventerrein zien we bij voorkeur de vestiging van nieuwe logistieke bedrijven gekoppeld aan gevestigde bedrijven in de maakindustrie. Dit leidt tot efficiëntie en minder vervoersbewegingen. Op termijn komt de overgangszone ten zuiden van de Roosendaalseweg voor transformatie in aanmerking. Doen zich elders binnen de werklocatie ‘Vosdonk’ kansen voor dan spelen we daar alert op in. Hevige regenbuien leiden soms tot (ernstige) wateroverlast. Samen met het waterschap werken we aan oplossingen zoals het afkoppelen van regenwater van de riolering en de aanleg van retentie. De komende jaren zetten we deze activiteiten voort. De problemen kunnen niet alleen door gemeente en waterschap worden opgelost. Ondernemers hebben hierin ook een verantwoordelijkheid. In de huidige situatie varieert de invloed van de gevestigde bedrijven op de leefomgeving. Via milieuzonering aan de hand van milieucategorieën en richtafstanden is er grip op hinder voor de omgeving.

OMGEVINGSVISIE ETTEN-LEUR | 35

Een deel van het terrein biedt ruimte voor de vestiging van bedrijven die veel en/of hard lawaai maken. Hieraan is gekoppeld een geluidszone met beperkingen voor woningen en andere geluidgevoelige functies. De omvang van deze zone is groter dan de feitelijke geluidhinder van aanwezige bedrijven. De werklocatie ‘Vosdonk’ blijft een gemengd bedrijventerrein met een mix aan kleine en grote bedrijven met per bedrijf een eigen gebruiksruimte afhankelijk van de afstand tot de woonwijken en woningen in het landelijk gebied. Via een flexibel omgevingsbeleid bieden we ruimte aan vernieuwing. Vanwege toegestane activiteiten op het terrein ontbreken de randvoorwaarden voor een goed woonklimaat. Op het terrein zelf is er daarom geen ruimte voor nieuwe woningen of andere gevoelige gebouwen. Een uitzondering vormt de overgang van het oostelijk deel van het bedrijventerrein direct grenzend aan het woongebied. Een toekomstbestendig Attelaken De woon-werklocatie ‘Attelaken’ ontwikkelt zich steeds meer als een gemengd werkgebied. Naast wonen aan de randen en bedrijven in het middengebied is er ruimte voor de vestiging van maatschappelijke of andere voorzieningen. De eventuele aanleg van een tunnel onder het spoor in het verlengde van de Ambachtlaan verbetert de bereikbaarheid van de locatie.

Een toekomstbestendig Zwartenberg Vanwege de specifieke aard van de bedrijvigheid vinden er weinig bedrijfswisselingen plaats. De locatie ‘Zwartenberg’ blijft beschikbaar voor vaarwater-gebonden bedrijven in de zwaardere milieucategorieën. De geluidzone rondom het terrein blijft intact. Wel zal deze geluidzone op een andere manier worden vastgelegd omdat op grond van nieuwe regelgeving er straks een geluidproductieplafond geldt.

De uitbouw tot knooppunt van openbaar vervoer en voorzieningen voor natransport biedt kansen voor het terugdringen van het aantal autoritten door de stad. Uitbreiding van en nieuwe werkgebieden Het provinciaal beleid voor bedrijventerreinen is gericht op balans tussen vraag en aanbod op regionaal niveau. Op regionaal niveau zijn afspraken gemaakt over hergebruik van bestaande bedrijventerreinen en de noodzaak voornieuwe terreinen. Uitbreiding van het areaal is alleen mogelijk als ruimte op bestaande werkgebieden ontbreekt of als uitbreiding in het belang is van de gewenste verbetering van bestaande locaties. Recente cijfers laten zien dat er vooral vraag is naar grootschalige logistieke en industriële bedrijfsterreinen. De werkgebieden in Etten-Leur zijn daarvoor niet bestemd. De werkgebieden kenmerken zich als functioneel werkmilieu, kleinschalig. Voor dit type werkmilieu is de komende jaren voldoende aanbod. Uitbreiding van dit aanbod met de aanleg van nieuw bedrijventerrein voor dit segment is niet nodig. De aanleg van nieuw bedrijventerrein aan de noordwestzijde van de locatie ‘Vosdonk’ is niet aan de orde. Het accent ligt op het benutten van kansen op bestaand bedrijventerrein. Toch is uitbreiding niet helemaal uitgesloten.

Onder voorwaarden kan het perceel gelegen tussen het distributiecentrum aan het Zwarthoofd, de gemeentegrens en spoorlijn een bedrijfsbestemming krijgen. Het gebied tussen de Nijverheidsweg, Hoge Donk en snelweg werd in 2005 aangewezen als zoekgebied voor uitbreiding. De transformatie naar bedrijventerrein is tot op heden overgelaten aan particulier initiatief. Woonbestemmingen kunnen worden gewijzigd in bedrijfsbestemmingen. Deze zone blijft een zoekgebied voor transformatie.

Een toekomstbestendig Oostpoort-Trivium De locatie ’Oostpoort’ blijft primair een kantorenpark waar naast zakelijke dienstverlening ook andere maatschappelijke voorzieningen kunnen worden gevestigd. De gemengde functie van ‘Trivium’ blijft ongewijzigd. Met de bouw van een nieuw tenniscentrum is het gebied vol. Een uitbreiding aan de noordoostzijde is niet uitgesloten. We denken aan de verplaatsing van het in de buurt aanwezige tuincentrum. Verplaatsing biedt het centrum kansen voor innovatie maar draagt ook bij aan verbetering van de verkeersafwikkeling op de Lage Vaartkant.

OMGEVINGSVISIE ETTEN-LEUR | 36

5 S T R AT E G I S C H E O N T W I K K E L L O C AT I E S

5 S T R AT E G I S C H E O N T W I K K E L L O C AT I E S S TA N D VA N

In de voorgaande hoofdstukken beschreven wij onze visie op het bestaande woongebied, buitengebied, centrum en werklocaties. Kijken we vooruit dan zien we heel wat opgaven, maar vooral kansen om de kwaliteiten van Etten-Leur verder uit te bouwen. Dit in het belang van onze huidige en toekomstige inwoners. Diverse onderzoeken en analyses laten zien dat Etten-Leur deel uitmaakt van een dynamische regio. Etten-Leur heeft de potentie zich op verschillende gebieden en manieren

te onderscheiden en ‘op de kaart te zetten’. Etten-Leur doet het ook in 2040 nog ‘gewoon’, maar waar het kan bijzonder. Daar gaan we voor. Hoe we dat voor ons zien en waar het toe gaat leiden, belichten we op hoofdlijnen in dit hoofdstuk.

5.1 WONEN Wat we bouwen onderscheidt ons van andere gemeenten Als hoofdopgave zien we tot 2040 het bouwen van circa 3.800 woningen. De lijn van afgelopen tien à twintig jaar, om jaarlijks ongeveer 200 woningen toe te voegen, zetten we daarmee onverminderd voort. Een groot deel van alle nieuwbouw moet in zijn verschijningsvorm het imago van Etten-Leur als dorp met stadse voorzieningen verder versterken. We veroorloven het ons om op sommige locaties ‘net even wat meer te doen’, omdat Etten-Leur 2040 dat best kan hebben. We gaan de uitdaging aan zoals beschreven in diverse onderzoeken en analyses om een unieke woonstad te zijn in de stedenrij van West-Brabant. In de nabijheid van centrumstad Breda nemen wij slechts genoegen met opvallende architectuur, stedenbouwkundig slimme oplossingen en veel inbreng door en voor onze inwoners. Simpel waar nodig en bijzonder als het kan, zijn voor ons daarbij uitgangspunt. Duurzaam, groen en ‘samen doen’ zijn voor ons de kernwaarden voor toekomstige woningbouw. We gaan voor nieuwe en vooral vernieuwende woonvormen die aansluiten bij veranderende woonwensen. Een wandeling door Etten-Leur 2040 moet een verrassende ontdekkingstocht zijn. Bij het bouwen van onze nieuwe woonwijken vergeten we natuurlijk onze bestaande wijken niet. Daar starten we op korte termijn met een gebiedsgerichte impuls.

Daar hoort bij dat we maximaal ruimte maken en bieden voor toekomstgerichte woningen en woongemeenschappen. Het spreekt voor zich dat we deze klus samen met onze inwoners en onze partners tot een succes maken. Met dank aan suggesties van omliggende gemeenten gaan we ook aan de slag met het gebied rondom het spoor. In onze ’spoorzone’ worden waar mogelijk en nodig werklocaties getransformeerd naar wonen. Etten-Leur biedt met deze transformatiestrategie een gevarieerder aanbod aan woningtypologieën aan, op een perfect bereikbare locatie. Binnen 15 minuten zijn de centra van Breda en Roosendaal met de trein te bereiken. Wonen in Etten-Leur betekent dat naast alle basisvoorzieningen in de eigen stad, dankzij deze snelle verbinding ook de voorzieningen van Breda en Roosendaal beschikbaar zijn.

Strategische ontwikkelzones wonen De komende jaren bouwt Etten-Leur vooral woningen in bestaande wijken. In bestaande wijken zetten we in op strategische gebiedsontwikkelingen. Dat doen we in ieder geval samen met Alwel. De strategische gebiedsontwikkelingen zijn gericht op enkele wijken waardoor de leefbaarheid daar een impuls krijgt. Vanaf 2025 is er ook nieuw woongebied nodig. Een intensiever woonprogramma in ons stedelijk gebied leidt namelijk onherroepelijk tot meer hoogbouw en minder openbare en groene ruimte. Dat zou juist afbreuk doen aan het zo gewaardeerde groenstedelijke karakter van onze woonwijken. Wij zien vanaf 2025 ruimte voor woningbouw: • aan de noordwestzijde (Hoge Haansberg) en • aan de oostzijde (Lage Vaartkant). In beide nieuwe woongebieden gaan we uit van een groene groei. Een kwaliteit en kenmerk van Etten-Leur is namelijk een structuur van ruim opgezette wijken met relatief veel laagbouw en een (centrale) groene ruimte die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten. En natuurlijk leidt dat tot een aantrekkelijke woonomgeving. De ontwikkeling van royale groene zones hebben we al ingezet in onze bestaande wijken. De groene zone door de Hoge Neerstraat, de verlenging van het park Grote Toer en de ontwikkeling van het Oderkerkpark zijn daar enkele voorbeelden van.

Deze Etten-Leurse kwaliteiten dienen als belangrijk handvat voor de ontwikkeling van de nieuwe wijken. Zo is de lage ligging van Lage Vaartkant én de aanwezigheid van de Brandse Vaart een uniek en natuurlijk uitgangspunt voor wijkontwikkeling aan de oostzijde van onze gemeente. Daar zullen het aanwezige water en de wateropgave een belangrijk ordenend principe zijn voor de inrichting. De mogelijkheden voor waterretentie en de aanwezigheid van het beekdal worden benut om een bijzondere woonwijk te creëren. Een klimaatadaptieve woonwijk waar het wonen samengaat met landschapsontwikkeling, zoals het zichtbaar maken van het beekdal. Dit is goed te combineren met het benutten van recreatieve mogelijkheden. De aanwezige gebiedspecifieke kenmerken zorgen ervoor dat we een woongebied met circa 1.000 woningen kunnen toevoegen dat uniek is voor Etten-Leur. Het voegt daarmee kwaliteit toe aan onze gemeente en de regio.

OMGEVINGSVISIE ETTEN-LEUR | 37

Datzelfde geldt voor een nieuwe woonwijk Hoge Haansberg in het noordwesten van onze gemeente. De ligging in de buurt van het centrum, buitengebied en treinstation biedt kansen voor een aantrekkelijke en lokaal en regionaal goed verbonden woonwijk. En ook daar zal wijkontwikkeling, met een toevoeging van indicatief 1.100 à 1.300 woningen, een bijdrage leveren aan Etten-Leur als geheel. Bijvoorbeeld door een algemene verbetering van de verkeersdoorstroming en waterhuishouding. Maar ook een toevoeging van bijzondere architectuur of woonvormen voor een specifieke doelgroep, zoals wonen in combinatie met zorg of ecologie en ook woonwagenstandplaatsen, dragen bij aan de ontwikkeling van onze gemeente. In zowel Hoge Haansberg als Lage Vaartkant zien wij verschillende opgaven samenkomen die vragen om een integrale en gebiedsgerichte benadering. Wij hebben de kennis en kunde van onze partners nodig om tot een duurzame en gedragen gebiedsontwikkeling te komen. Dat geldt in elk geval voor wat betreft de kennis en kunde van het waterschap de provincie. Maar ook onze buurgemeenten en inwoners betrekken wij hierbij. Wij willen een oplossing vinden voor de noodzakelijke waterberging en andere waterhuishoudkundige knelpunten die het gebied nu al heeft. Wij willen de bestaande wateroverlast tegengaan en toename van water voorkomen.

Wij gaan deze woonwijken realiseren in goede samenspraak met het waterschap en de provincie. Kansrijke transformatie kantoren naar tijdelijke woningen Met ons woningbouwprogramma voorzien we de komende jaren in de groeiende behoefte aan vooral betaalbare woningen. Behalve via reguliere nieuwbouw op diverse locaties in bestaande wijken en buurten en in geplande nieuwe woonwijken, zetten we nadrukkelijk in op herontwikkeling van verouderde woningen en transformatie van leegstaand of leegkomend vastgoed. Leegstaand vastgoed kan met name voorkomen bij kantoorpanden. Door thuiswerken, digitalisering en geconcentreerde verstedelijking daalt de vraag naar m2 kantoren. De COVID pandemie heeft dit nog verder versterkt. Met de mogelijkheden van transformatie voorkomen we leegstand van kantoorpanden en spelen we in op de volkshuisvestelijke opgave. Specifiek voor verouderde kantoorpanden aan de Bredaseweg zien we mogelijkheden voor het realiseren van tijdelijke woningen voor spoedzoekers en andere doelgroepen.

Landschapspark en ruimte voor waterretentie Stedelijk uitloopgebied creëren Tussen het bestaande woongebied, de nieuwe woongebieden en een noordelijke randweg ontstaan gebieden die ontwikkeld kunnen worden als stedelijk uitloopgebied. Ook de Groene Wig behoort daarbij. In het stedelijk uitloopgebied blijven de bestaande woningen en functies gehandhaafd, maar ontstaan er ook mogelijkheden voor een ontwikkeling van natuur, recreatie en bijzondere woonvormen. Zoekgebied waterretentie Wij willen overlast van overtollig regenwater op bedrijventerrein Vosdonk tegengaan. We willen het regenwater opvangen en langer vasthouden in het gebied zelf en als dat niet kan in de nabijheid daarvan. De ruimte ten noorden van het spoor tot de Hoevenseweg komt daarvoor in aanmerking als zoekgebied voor retentie. Het zoekgebied retentie dat vanaf de Hoevenseweg naar het noorden is aangeduid, kan daarnaast worden ingezet en benut bij de ontwikkeling van de beoogde woonwijk Hoge Haansberg.

5.2 WERKEN Benutten van de bestaande werklocaties Etten-Leur wil haar inwoners niet alleen een passende woning en goede voorzieningen bieden; werk is ook belangrijk. Etten-Leur wil samen met ondernemers nieuwe banen creëren op bestaande werklocaties door: • verouderde delen van bedrijventerreinen opnieuw in te delen; • ruimte te bieden aan innovatie en • de werkomgeving aantrekkelijker te maken. Voorlopig is een grote uitbreiding van de bestaande werklocaties niet aan de orde. We benutten eerst de bestaande terreinen beter. Dit kan door innovatie, hergebruik en herontwikkeling. De herontwikkeling van de locatie Oude Kerkstraat op bedrijventerrein Vosdonk is daar een voorbeeld van. Onderdeel van het beter benutten van bestaande terreinen is ook het verbeteren van de aansluiting Kattestraat/ Verschuurweg.

OMGEVINGSVISIE ETTEN-LEUR | 38

STRATEGISCHE ONTWIKKELLOCATIES

Beperkte ruimte voor uitbreiding werklocaties Aan de westzijde van het bedrijventerrein Vosdonk (aan het Zwarthoofd) is een gebied ingeklemd tussen bedrijventerrein, de gemeentegrens en de spoorlijn. De aanwijzing van een strategische ontwikkelzone bedrijventerrein kan helpen om een transformatie naar werken mogelijk te maken. Het initiatief tot ontwikkeling van bedrijventerrein hoeft niet van de gemeente te komen. De markt kan dit oppakken, maar ook eigenaren in dit gebied.

5.3 MOBILITEIT Het bestaande wegennet van Etten-Leur nadert op een aantal locaties zijn maximale capaciteit. Binnen de huidige ruimte zijn niet altijd mogelijkheden om de doorstroming te verbeteren. We kijken daarom naar de aanleg van nieuwe wegen om leefbaarheidsproblemen aan te pakken. Ook focussen we meer op duurzame en milieuvriendelijke verplaatsingen. Deze kunnen ook bijdragen aan het verminderen van knelpunten. Randwegen om (toekomstige) knelpunten op te lossen Zowel voor het strategische ontwikkelgebied Hoge Haansberg als de Lage Vaartkant willen we randwegen aanleggen. Deze nieuwe wegen lossen bestaande verkeersknelpunten op. Daarnaast voorkomen ze knelpunten als in de toekomst met de bouw van nieuwe woningen ook het aantal verkeersbewegingen toeneemt. Nieuwe tracés zijn indicatief aangegeven op de kaart Een oostelijke randweg met een tunnel onder het spoor heeft onze voorkeur om het gebied Lage Vaartkant te ontsluiten. Het biedt namelijk een effectieve oplossing voor de verkeersproblemen in Etten-Leur-Noord en leidt tot verbetering van het woon- en leefklimaat langs verschillende wegen en in het centrum van Etten-Leur Noord. Er is geen andere goede oplossing te vinden voor dit knelpunt, zonder het nadeel daarvan te ervaren op een andere plaats in de gemeente. Wij willen niet het probleem verplaatsen, maar oplossen. Dat doen we met deze randweg.

Bij de opzet van de woonwerklocatie Attelaken is rekening gehouden met de aanleg van een tunnel in het verlengde van de Ambachtlaan. De tunnel op deze locatie heeft nog steeds onze voorkeur en is effectief bij het opheffen van de spoorwegovergang Lichttorenhoofd/Lage Vaartkant voor autoverkeer. De wens is wel

om deze overgang open te houden voor langzaam verkeer. De ontwikkeling van een groot woongebied Hoge Haansberg vraagt ook om de aanleg van nieuwe infrastructuur. Een randweg om de Hoge Haansberg ontsluit die wijk én functioneert als scheiding tussen stedelijk en landelijk gebied. Wij zoeken voor deze noordelijke randweg naar een verbinding tussen het kruispunt Hoevenseweg-Kattestraat en de Rijsdijk. Hiermee wordt een bestaand aandachtspunt in onder andere de Statenlaan en Aletta Jacobslaan opgelost. Ook een verkeerskundig knelpunt bij de rotonde Hoevenseweg – Concordialaan wordt verminderd. Uit studie blijkt dat deze nieuwe weg voldoende verkeer aantrekt om goed te functioneren. Aanvullende maatregelen om de effectiviteit van de nieuw aan te leggen noordelijke randweg te verhogen zijn daardoor niet direct nodig. Wel kan onder andere de wijk Groot Sander op de noordelijke randweg worden aangesloten. Andere vormen van mobiliteit benutten Naast de aanleg van nieuwe wegen, kijken we ook naar de inzet van nieuwe en andere vormen van mobiliteit. We zetten meer in op duurzame en schonere vormen van verplaatsen, zoals fietsen en lopen. Ook deelmobiliteit, zoals een (elektrische) deelauto of het aanbieden van deelfietsen, kan zorgen voor minder verplaatsingen met auto's.

Bij de inrichting van de nieuwe wijken kijken we daarom niet alleen naar de infrastructuur voor auto's, maar zeker ook naar een goed en direct netwerk voor fietsers en voetgangers. Dit draagt, naast vermindering van het autoverkeer, ook bij aan een gezonde woonomgeving die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten. Ook het openbaar vervoer, of Mobility as a Service (MaaS) zoals het aanbieden van deelvervoer, is belangrijk bij de inrichting van een nieuwe wijk. Bij MaaS is vervoer van deur tot deur mogelijk met behulp van bijvoorbeeld een app. Als deze vormen van mobiliteit als basis van de wijk goed zijn, dan vermindert het aantal verplaatsingen met de auto vanzelf. Dit vraagt wel om een andere manier van inrichten van wijken en het denken over mobiliteit. Dit past bij Etten-Leur doet het ‘gewoon’, maar waar het kan bijzonder.

OMGEVINGSVISIE ETTEN-LEUR | 39

6 WERKEN MET DE OMGEVINGSVISIE

6 WERKEN MET DE O M G E V I N G S V I S I E E S TA N D VA N

De Omgevingsvisie is ons kompas voor de toekomst. De richting en doelen zijn bepaald. Het daadwerkelijke werk kan nu starten. Maar niet alles kan tegelijk. De uitvoering strekt zich uit van korte naar lange termijn afhankelijk van het opstellen van concrete plannen, maatregelen of omgevingswaarden en financiering. Het initiatief ligt daarbij niet altijd bij de gemeente. De Omgevingsvisie creëert ruimte voor vernieuwing en initiatieven vanuit de samenleving. We handelen daarbij in de geest van de Omgevingswet: ‘ja, mits’ in plaats van ‘neen, tenzij’. Een andere manier van denken, werken en handelen om binnen de kaders van de Omgevingsvisie kansen te verzilveren. Een

integrale aanpak en creëren van meerwaarde zijn daarbij leidend. In dit hoofdstuk geven we aan hoe we met de uitvoering van onze Omgevingsvisie aan de slag en welke rol inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en andere instanties daarbij kunnen spelen. De samenwerking met buurgemeenten wordt daarbij steeds belangrijker.

6.1 RELATIE MET BESTAAND BELEID De Omgevingsvisie vormt geen nieuwe start. Etten-Leur kent veel bestaand beleid. Een deel van dit bestaande beleid zetten we onverminderd voort. Wat goed is, is goed. De diverse beleidsnota’s bevatten meer informatie over de achtergronden. Zij blijven als specifiek beleid onder de Omgevingsvisie gehandhaafd. De strategische onderdelen uit het huidige beleid zijn vertaald in deze visie. De overige zaken vertalen we de komende jaren naar programma’s. Nog niet al het (sectorale) beleid kan daarom ingetrokken worden. Dat komt omdat beleidsdocumenten: • als (actie)programma blijven gelden met bijbehorend investeringsprogramma; • nog zeer actueel zijn, waardoor het te vroeg is dit nu in te trekken; • regels bevatten waarvoor het nog op te stellen omgevingsplan de plek is waar deze in worden opgenomen • gebiedsgericht en meer operationeel van aard zijn; waarvoor bijvoorbeeld een gebiedsprogramma de plek is waar dit beleid wordt ondergebracht; • een evaluatie aan de orde is, alvorens een definitieve afweging over het betreffende beleid kan worden gemaakt. De Omgevingsvisie is onderdeel van de beleidscyclus. Bij de periodieke actualisatie van de Omgevingsvisie vindt telkens de afweging plaats over de nog bestaande beleidsdocumenten en de op te stellen programma’s.

6.2 RELATIE MET ANDERE INSTRUMENTEN UIT DE OMGEVINGSWET De gemeente heeft 4 instrumenten uit de Omgevingswet ter beschikking: • Omgevingsvisie: deze bevat het strategisch gemeentelijk beleid; • Omgevingsprogramma: deze bevatten de uitwerking/ uitvoering van beleid; • Omgevingsplan: deze bevat de regels voor de fysieke leefomgeving; Omgevingsvergunningen: deze bevat toestemming voor activiteiten (zoals bouwen).

voor de uitvoering. Daarvoor zal de Omgevingsvisie uitgewerkt moeten worden. We denken aan een uitwerking aan de hand van een beperkt aantal thema’s, die gezamenlijk de ambities en doelen van de visie bevatten. Wij denken aan een thematische uitwerking op gebied van mensen, economie en werk, duurzaamheid, wonen en leven en bereikbaarheid en mobiliteit. Binnen die thema’s en bij de uitwerking kan gebruik worden gemaakt van het instrument ‘programma’ dat de Omgevingswet biedt. De aard van het programma kan verschillen: • programma’s gericht op bescherming, beheer of ontwikkeling; • programma’s gericht op een specifiek gebied of project; • programma’s over thema’s zoals mobiliteit, energie, klimaatadaptatie, maatschappelijke voorzieningen of gezondheid. De aard van de uitwerking in thema’s is gericht op uitvoering, financiering en kaders voor particulier initiatief of samenwerking met derden. Tussentijdse evaluatie maakt het mogelijk om alert om op actuele ontwikkelingen in te spelen en maatregelen aan te passen. Wij denken daarvoor aan een koppeling met het vierjaarlijks raadsprogramma. De verantwoording vindt plaats binnen de begrotingscyclus. Van Omgevingsvisie naar omgevingsplan Na inwerkingtreding van de Omgevingswet vormen de geldende bestemmingsplannen, verordeningen en beleidsregels van rechtswege het omgevingsplan.

Gemeenten hebben tot een door het Rijk nader te bepalen jaar de tijd om dit plan om te vormen tot een omgevingsplan dat in overeenstemming is met de Omgevingswet. We pakken de omvorming gefaseerd en gebiedsgericht aan. Voorlopig blijven veel regels intact en zijn ook in de toekomst de regels nodig. Juist waar regels bescherming bieden aan de te handhaven belangen blijven regels nodig. In andere gevallen is er ruimte om geleidelijk tot vereenvoudiging over te gaan en ruimte te bieden aan particulier initiatief en innovatie. Deze lijn willen we ook hanteren voor bijvoorbeeld het welstandstoezicht. Het einddoel is een beleid meer gericht op het behoud en versterken van kwaliteiten die er werkelijk toedoen.

Van Omgevingsvisie naar uitvoering De denkrichting en doelen in de Omgevingsvisie zijn globaal gehouden. Het geeft richting voor de toekomst van Etten-Leur maar geeft nog geen concrete oplossing

OMGEVINGSVISIE ETTEN-LEUR | 40

6.3 STURINGSFILOSOFIE De Omgevingsvisie bevat veel ambities en doelen. De gemeente zal niet altijd het voortouw nemen. Haar rol varieert van regie tot voorwaardenscheppend. De gemeente Etten-Leur ziet een rol als regisseur op het gebied van bijvoorbeeld: • de woningbouwopgave; • de herstructurering van bedrijventerrein; • de aanleg van infrastructuur; • het beheer van de openbare ruimte; • de energie- en warmtetransitie; • klimaatadaptatie; • sociaal-maatschappelijke voorzieningen. De gemeente Etten-Leur werkt daarbij samen met private partijen (bedrijven, particulieren, beleggers), corporaties, instellingen en andere overheden. Meerjarenprogramma’s en een verantwoorde exploitatie zorgen voor een gezonde financiële positie. Alleen met investeringen van samenwerkingspartners is dat mogelijk. De rol van de gemeente bij initiatieven van anderen is voorwaardenscheppend. De initiatieven moeten bijdragen aan het behalen van de ambities en doelen, een meerwaarde hebben voor de stad en/of platteland, kansrijk, financieel haalbaar, waar nodig faseerbaar zijn en voldoende draagvlak hebben. Particuliere investeringen hebben vaak geen directe financiële gevolgen voor de gemeente, maar kunnen wel leiden tot gemeentelijke investeringen in openbare ruimte. In dat geval maken gemeente en initiatiefnemer in een vroegtijdig stadium afspraken over een bijdrage in aanleg en beheer.

6.4 INTEGRALE AANPAK EN SAMENWERKING Initiatieven, activiteiten en projecten pakken we integraal aan. Op die manier brengen we alle relevante zaken in een vroegtijdig stadium in beeld en wegen we belangen tegelijk af. Want elke verandering of ingreep heeft gevolgen voor onze leefomgeving.

Samenwerking met buurgemeenten Voor een deel speelt het dagelijks leven van inwoners zich af buiten de gemeentegrens. Afstand vormt geen belemmering. Onze inwoners werken, winkelen, besteden vrije tijd of volgen onderwijs ook in andere gemeenten. Andersom werken inwoners uit vooral onze buurgemeenten in Etten-Leur, doen hier hun boodschappen, gaan hiernaar school, bezoeken horeca, evenementen en andere voorzieningen. Samenhang activiteiten Bij het uitoefenen van activiteiten en het opstellen van plannen kunnen meerdere belangen van toepassing zijn. De belangen kunnen tegengesteld zijn. De Omgevingswet gaat uit van een integrale benadering van deze belangen. De initiatiefnemer brengt de belangen in een vroegtijdig stadium in beeld en pleegt daarover overleg met bewoners, bedrijven en/of belangengroepen: de omgevingsdialoog. Voor zover de gemeente niet zelf initiatiefnemer is, kijkt zij mee tijdens het proces. Afhankelijk van de aard van de activiteit of het plan neemt de gemeente besluiten over de toelaatbaarheid van de activiteit of de uitvoering van het plan. De omgevingsdialoog is erop gericht om in samenspraak te komen tot afspraken over de voorwaarden voor de uitoefening van de activiteit of de uitvoering van het plan. Dit vraagt om een afweging van belangen. In sommige gevallen lukt het om meerwaarde te creëren door activiteiten of plannen te bundelen.

Dit zal niet altijd mogelijk zijn. In het kader van een veilige en fysiek gezonde leefomgeving en een goede leefomgevingskwaliteit zijn keuzes onvermijdelijk

Welke instrumenten hebben gemeenten?

• Actief grondbeleid: grondverwerving, voorkeursrecht en onteigening. • Passief grondbeleid: kostenverhaal. • Publiek-private samenwerking.

Samenwerking met initiatiefnemers We organiseren het proces via omgevingstafels; initiatiefnemers, gemeente en andere betrokken instanties gaan met elkaar in gesprek, bepalen wat er wel of niet kan en zoeken samen naar oplossingen. Zo creëren we samen meerwaarde. De omgevingstafel kan het startpunt voor de omgevingsdialoog zijn. We willen dat omwonenden en belanghebbenden vooraf kunnen meedenken.

OMGEVINGSVISIE ETTEN-LEUR | 41

6.4 GRONDBELEID Gemeenten kunnen via grondbeleid opgaven uit de omgevingsvisie realiseren. Juist vanuit maatschappelijk en ruimtelijk belang is soms een actieve rol van de gemeente gewenst. Het grondbeleid biedt kansen om de bouw en aanleg van infrastructurele en maatschappelijke voorzieningen mogelijk te maken. Maar niet in alle gevallen zal er sprake zijn van een actief grondbeleid. Samenwerken met andere partijen en faseren van plannen is nodig om de gezonde financiële basis te garanderen. De rol van de gemeente is mede afhankelijk van het behalen van opgaven, de slagvaardigheid en de kansen dat door private partijen of door samenwerking het opgaven kunnen worden behaald. Dat kan per opgave of project verschillen. We werken dit uit in de programma’s. Flexibel grondbeleid De gemeente Etten-Leur kiest voor een flexibel grondbeleid. Dat houdt in:  een actief grondbeleid bij nieuwe bouwlocaties;  een actief grondbeleid bij strategische locaties (potentieel vrijkomende locaties) in woonwijken en op bedrijventerreinen;  een voorwaardenscheppend ontwikkelbeleid bij overige locaties in stedelijk gebied;  samenwerking met ontwikkelende partijen met grondposities in uitleglocaties. Bij een actief grondbeleid hoort het actief kopen en ontwikkelen van gronden. Alle productiekosten berekenen we in beginsel door in de uitgifteprijs.

Om de positie te versterken vestigen we waar nodig een voorkeursrecht op de te ontwikkelen gronden (Wet voorkeursrecht gemeenten). Eigenaren zijn dan verplicht bij voornemen tot verkoop de gronden aan de gemeente aan te bieden.

Vormen van kostenverhaal Met het oog op een gezonde financiële positie zullen we meer dan voorheen het wettelijk instrumentarium inzetten om kosten te verhalen die nodig zijn voor de verbetering van de leefomgeving. We hanteren het profijtbeginsel. We geven hier invulling aan door:  afspraken te maken over het kostenverhaal via een exploitatieovereenkomst (anterieure overeenkomst);  het vaststellen van een exploitatieplan als de juridische basis om bij de afgifte van de omgevingsvergunning kostenverhaal via betalingsvoorschrift af te dwingen. Initiatiefnemers en ontwikkelaars moeten rekening houden met een of meerdere van deze bijdragen:  voor voorzieningen die nodig ter verbetering van de leefomgeving waaronder bovenwijkse infrastructurele voorzieningen;  een vergoeding in de vorm van natuurcompensatie of nieuw ruimtebeslag ten koste van het buitengebied (groen voor rood);  een kwaliteitsverbetering landschap en/of  een bijdrage herstructurering bedrijventerreinen. Een nadere uitwerking van het kostenverhaal vindt plaats in de omgevingsplannen. Subsidies De gemeente Etten-Leur zet gericht in op het verwerven van provinciale, nationale en Europese subsidies. Dit is soms noodzakelijk om, samen met partners, ontwikkelingen te kunnen financieren (cofinanciering). Om de slagkracht te versterken, participeert zij actief in regionale samenwerkingsinitiatieven.

Gemeenten moeten de kosten voor werken, werkzaamheden en maatregelen verhalen op initiatiefnemers die daar profijt van hebben. Het afsluiten van een overeenkomst heeft daarbij de voorkeur. Is er geen overeenkomst dan is de publiekrechtelijke weg verplicht.

OMGEVINGSVISIE ETTEN-LEUR | 42

7 VERANTWOORDING

7 V E R A N T W O O R D I N G E S TA N D VA N E T T E N ͳ L E U R , T R E N D S E N O P G AV E N

De Omgevingsvisie is van onze gemeente, maar we staan natuurlijk niet alleen. Wat is de relatie met andere overheden? Wat zijn de effecten van onze keuzes op onze leefomgeving? En hoe hebben we inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties, belangengroepen en overige instanties betrokken bij de totstandkoming? Dat geven we aan in dit hoofdstuk.

7.1 RELATIE BELEID ANDERE OVERHEDEN Omdat gemeentegrenzen vervagen wordt onderlinge afstemming en samenwerking tussen gemeenten belangrijker. Een sterke leefomgeving vraagt om regionale afstemming en keuzes. Op het gebied van wonen, werken, mobiliteit, energie maar ook natuuren recreatie vindt afstemming plaats. We noemen onder andere de Visie Sterke Steden, Vitaal Platteland, Regionale investeringsagenda Breda, Stedelijke Regio Breda-Tilburg en voor de Regionale Energie Strategie. Binnen het regionale netwerk van steden en dorpen vervult Etten-Leur zich steeds meer als ruim opgezette rustige woonstad. De komende jaren zal Etten-Leur groeien en kan de (leef)kwaliteit toenemen. Dit zal zich geleidelijk voltrekken en afhankelijk zijn van afspraken met Rijk, provincie en buurgemeenten over bijvoorbeeld een extra woningbouwtaak. Deze taak kan niet los worden gezien van investeringen in bereikbaarheid, water, natuur en landschap. Dus ook het Rijk, de provincie, het waterschap en andere instanties zijn daarbij nodig. De Omgevingsvisie bevat een lokale visie voor de aanpak van maatschappelijke opgaven, wensen en ontwikkelingen. Gemeenten mogen zelf een afweging maken maar zij dienen rekening te houden met landelijk, provinciaal en regionaal beleid.

Rijk en provincie kunnen gemeenten instructies voor uitvoering van dit beleid geven Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Het Rijk werkt aan een Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Daarin schetst het Rijk de belangrijke maatschappelijke opgaven waarvoor we in Nederland staan. Dit vraagt om keuzes en slimme combinaties, niet alleen op landelijk maar op regionaal en lokaal niveau. In de Nationale Omgevingsvisie staat de keuze op nationaal niveau. De rijksoverheid hanteert drie uitgangspunten namelijk: • slimme combinaties maken waar dat mogelijk is; • de kenmerken van het gebied centraal stellen; • niet uitstellen of doorschuiven. De Nationale Omgevingsvisie richt zich op vier prioriteiten. Deze hebben onderling veel met elkaar te maken. Voor deze prioriteiten geeft het Rijk in de NOVI richting aan hoe we onze fysieke leefomgeving inrichten:

Ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie In 2050 is Nederland klimaatbestendig en water robuust. Hiervoor is nodig voldoende groen en ruimte voor wateropslag in de steden. Dit verhoogt de kwaliteit van de leefomgeving en biedt kansen voor natuur. In 2050 wekt Nederland de energie duurzaam op. Wind op zee heeft de voorkeur, maar ook op land zijn geclusterd windmolens nodig. Zonnepanelen op daken en gevels hebben de voorkeur boven zonneparken. De economie van Nederland verduurzamen en ons groeipotentieel behouden Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Goede infrastructurele verbindingen, samenwerking en innovatie versterken de economie en dragen bij aan een goede kwaliteit van leven. Onze steden en regio’s sterker en leefbaarder maken De vraag naar nieuwe locaties voor wonen en werken vragen om optimale afstemming, aandacht voor mobiliteit en tegelijk het verbeteren van de leefbaarheid en klimaatbestendigheid van steden en dorpen. We zorgen dat de leefomgevingskwaliteit en veiligheid verder toeneemt. Hiervoor zijn nodig heldere randvoorwaarden bij de keuzes van nieuwe verstedelijkingslocaties. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd. Het Rijk stuurt op de ontwikkeling van een stedelijk netwerk. Dit netwerk concentreert zich de woningbouwopgave tot 2035.

Rijk en provincie wijzen locaties aan voor grootschalige distributiecentra. Zij proberen zo de impact op het landschap te beperken. Het landelijke gebied toekomstbestendig ontwikkelen. De landbouwsector ontwikkelt zich tot een duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. Dit levert ook een noodzakelijke positieve bijdrage aan het verbeteren van de biodiversiteit. De rijksoverheid zet zich in alle gevallen in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Rijk, provincie en gemeenten werken de Novi per landsdeel uit. Brabant en Limburg vormen het landsdeel Zuid.

OMGEVINGSVISIE ETTEN-LEUR | 43

Provinciale Omgevingsvisie Op 18 december 2019 stelden provinciale staten van Noord-Brabant de Omgevingsvisie Noord-Brabant vast. De Brabantse Omgevingsvisie staat in het teken van vier opgaven: Brabantse energietransitie in stroomversnelling brengen Om de doelstelling op het gebied van energie te behalen wil Brabant per regio een heldere koers bepalen. We verbinden de energieopgaven zoveel mogelijk met andere maatschappelijke opgaven. Belangrijk is meervoudig en zuinig ruimtegebruik, sparen van natuurnetwerken en rekening houden met de ondergrond. Brabant klimaatproof Provincie, gemeenten en waterschappen zorgen samen met bedrijven en maatschappelijke organisaties voor een klimaatbestendige en water robuuste leefomgeving. Meer groen en water in stad of dorp. Geen uitbreiding maar inbreiding. Het opnieuw inrichten van het beeklandschap om hevige regenval op te vangen. Werken aan een slimme netwerkstad Duurzaamheid leidt tot verandering in stad en dorp. Daarnaast vragen demografische ontwikkelingen om meer diversiteit aan woonmilieus en voorzieningen. We zorgen voor voldoende kwalitatieve woon-en werkgebieden. Herbestemmen is het nieuwe bouwen. Brabant kent in 2050 een circulair stedelijk netwerk waarbij gezondheid en leefklimaat zijn versterkt. De verkeers- en vervoerssystemen zijn duurzaam, slim, comfortabel en betrouwbaar.

Het daily urban system vormt de basis voor de verstedelijkingsopgave. We bereiken onze doelen door samen te werken met partners. En schuwen het experiment niet. Werken aan een duurzame, concurrerende economie Brabant wil zich ontwikkelen tot een sterke kennis en innovatieregio. Innovatie en digitalisering dragen bij aan aantrekkelijk vestigingsklimaat en een duurzame (circulaire) agrofoodsector. We hebben oog voor de sociale impact. Naast deze vier opgaven heeft Brabant de basis op orde. Als randvoorwaarden voor alle handelingen hanteren we veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Daarnaast beschermen en

bevorderen we actief onze natuur, cultuurhistorie en landschapskwaliteit. De provincie geeft gemeenten volop de ruimte om een eigen verantwoordelijkheid te nemen. We ontkomen er vaak niet aan om verschillende doelen met elkaar te verweven en slimme combinaties te maken zodat er een meerwaarde ontstaat. Het streven naar meerwaarde staat centraal in de Brabantse Omgevingsvisie. Bepalend is hoe naar een initiatief gekeken wordt. Ons handelen richten we op het verknopen en verweven van opgaven, het zoeken naar samenwerking en meerwaarde. Naast samenwerking en meerwaardecreatie zet de provincie in op technische en sociale innovatie. Kwaliteit gaat boven kwantiteit, behoud van regionale verschillen en zorgen voor complementariteit. Brabant gaat voor steeds beter en gaat voor proactief en preventief. Regio West-Brabant De regio West-Brabant dankt zijn sterke economische positie aan de strategische ligging op de noordzuidverbinding tussen de Randstad en de Vlaamse Ruit met onder andere snelle en directe treinverbindingen (internationaal station Breda). Maar ook de Zeehaven Moerdijk (4e zeehaven van Nederland), het Logistiek Park Moerdijk en de International Airport Breda zijn economische trekkers. De regio is in trek bij bedrijven omdat het vestigingsklimaat goed is. Het aantal inwoners neemt daardoor nog steeds toe. Zij kunnen kiezen uit diverse woon- en leefmilieus.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EttenLeur&id=b4f1be65-0521-4e8f-a440-3300f7fe9cef