CConstaterende datEtten-Leur
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 3 Omgevingsvisie Etten-Leur versie 3 mei LR.pdf

Raad besluit 11 juli 2022, gemeente Etten-LeurBij agendapunt: Vaststelling Omgevingsvisie28.793 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Waar mogelijk faciliteren we dit;  de toeristische sector biedt kansen waarbij samenwerken, vernieuwen en aansluiten op de beleving van mensen noodzakelijk zijn.

Circulaire economie: Een economisch systeem van gesloten kringlopen waarin grondstoffen, onderdelen en producten hun waarde zo min mogelijk verliezen, hernieuwbare energiebronnen worden gebruikt en systeemdenken centraal staat. Een kringloop economie.

Nederland streeft naar een circulaire economie in 2050. Deze verandering staat nog in de kinderschoenen, waarbij onder andere verder gescheiden inzameling of nascheiding van afval noodzakelijk is. Om het einddoel te bereiken moeten nog veel stappen worden gezet. De

OMGEVINGSVISIE ETTEN-LEUR | 15

3 O N Z E KO E R S

3 O N Z E KO E R S E S TA N D VA N E T T E N ͳ L E U R , T R E N D S E N O P G AV E N D E

Nu we weten waar Etten-Leur staat en welke opgaven ons te wachten staan, kunnen we de koers bepalen. Dit doen we gebiedsgericht voor de woongebieden, het buitengebied, het centrum en de werkgebieden. Daar hoort ook een koers voor infrastructuur en mobiliteit bij. We benoemen de koers die altijd voor alle gebieden geldt. Deze koers vormt de rode draad voor het beleid en de realisatie daarvan. Daarbij staan een goede leefomgeving, meedoen en duurzame economische ontwikkeling centraal. Inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en andere partners nemen het initiatief bij het realiseren van nieuwe wensen en plannen. De gemeente faciliteert, stelt randvoorwaarden of neemt waar nodig de regie. Zij bewaakt een basiskwaliteit voor de leefomgeving, draagt zorg voor de leefbaarheid

en gezondheid en bevordert een goede bereikbaarheid. Initiatieven moeten passen in een duurzame ontwikkeling. Innovaties dragen daaraan bij. De gemeente stuurt hierbij aan op samenwerking tussen partners en brengt hen samen.

3.1 MAATSCHAPPELIJKE DOELEN Uit de door ons opgehaalde opgaven en wensen zijn de maatschappelijke doelen te halen voor onze gemeente. Om deze doelen te behalen schetsen we onze koers. De koers in onze Omgevingsvisie geeft aan hoe deze in evenwicht en gelijkwaardig binnen het gemeentelijk grondgebied tot hun recht komen. Dit betekent dat niet één van deze hoofddoelen ten koste mag gaan van andere. De bedoeling is juist om een evenwicht te bereiken en waar mogelijk te verbinden. Bij de beschrijving van de stand van zaken, trends en opgaven sluiten we met ‘mensen, leefomgeving, economie/ welvaart’ aan bij de drie overkoepelende maatschappelijke doelen van de Omgevingswet: • duurzame ontwikkeling; • bewoonbaarheid van het land en • beschermen en verbeteren van het leefmilieu. Ook passen de doelen bij de door de Verenigde Naties in 2015 vastgestelde Global Goals (duurzame ontwikkeldoelen):

Deze duurzame ontwikkeldoelen bevatten alle onderwerpen die van belang zijn voor de fysieke leefomgeving. Met onze koers in deze Omgevingsvisie sluiten we hierbij aan.

OMGEVINGSVISIE ETTEN-LEUR | 16

3.2 OMGEVINGSVISIE ETTEN-LEUR: ONZE KOERS

De leefomgeving

Voor een prettige, veilige en gezonde leefomgeving van Etten-Leur is belangrijk dat minimaal aan (wettelijke) basiswaarden wordt voldaan. Onze huidige leefomgeving is van meer dan voldoende kwaliteit. Dit willen we zeker behouden en het liefst nog versterken. We streven naar een duurzaam raamwerk voor onze leefomgeving en hanteren daarbij onze koers.

In het bij deze Omgevingsvisie behorende milieueffectrapport is in beeld gebracht waar de basiskwaliteiten van onze leefomgeving nog (te) dun zijn. De daarbij behorende aanbevelingen vormen de leidraad bij de nadere invulling en uitwerking. We hebben het dan over een gezonde bodem, goede waterkwaliteit, robuuste groenstructuren en watersystemen in en buiten de bebouwde kom en een goede biodiversiteit.

Etten-Leur wil zich duurzaam ontwikkelen. Zij streeft naar een balans tussen: • het lichamelijke en geestelijke welzijn van inwoners (de mensen); • de veerkracht en kwaliteit van de natuur en het landschap (leefomgeving); • een gezonde en vitale economische ontwikkeling (economie). We schuiven de gevolgen niet door naar toekomstige generaties of andere locaties binnen of buiten de gemeente. Veranderingen moeten bijdragen aan het evenwicht tussen deze pijlers.

De mensen Iedereen kan meedoen Etten-Leur is een sterke gemeente waar mensen elkaar kennen, ontmoeten en helpen. Ze voeren de regie over hun eigen leven. Eigen verantwoordelijkheid, zelfredzaamheid en gelijkwaardigheid staan voorop. De gemeente geeft haar inwoners de maximale ruimte om zich te ontplooien. Waar nodig zorgt de gemeente voor ondersteuning. Alle inwoners van Etten-Leur moeten mee kunnen doen aan de samenleving, ongeacht leeftijd, levensstijl of eventuele beperking. Zij hebben een eigen huishouden, beschikken over een sociaal netwerk en nemen deel aan samenleving en arbeidsmarkt. Veel vrijwilligers en verenigingen zorgen voor grote sociale betrokkenheid en saamhorigheid. Dit stelt inwoners in staat om elkaar te ontmoeten en bevordert de sociale cohesie. Groen, veilige fiets- en wandelpaden, plekken voor sport en spel dragen bij tot meer bewegen. Een passend woningaanbod, voldoende werkgelegenheid en voorzieningen in nabijheid zijn voor iedereen belangrijk. Ook kan iedereen zijn of haar steentje bijdragen aan het halen van milieu- en duurzaamheidsdoelstellingen. De gemeente is daarvoor niet alleen verantwoordelijk.

Behoud en versterking (basis)kwaliteit leefomgeving Robuuste ecosystemen zijn een voorwaarde voor een leefbare aarde. Een rijke biodiversiteit zorgt ervoor dat deze systemen op niveau blijven. Natuurlijk kapitaal is noodzakelijk voor voedsel, schone lucht, water en bodem, voor een goede gezondheid en welzijn en opvang van de gevolgen van de klimaatverandering. We moeten een veilige en gezonde leefomgeving voor de huidige en toekomstige generaties in stand houden. Bij het ontplooien van activiteiten zorgen we voor goede balans gericht op beschermen en herstel van de natuurlijke ecosystemen. Bescherming van flora en fauna, hun leefgebieden (binnen en buiten de beschermde natuurgebieden) en de milieufactoren die bepalend zijn voor flora en fauna (bijvoorbeeld bodem, water, verstoring) zijn belangrijk. We moeten daarvoor dieren en planten meer gaan zien als gelijkwaardige partners binnen het ecosysteem. Bij elk initiatief of elke activiteit moeten we in een vroegtijdig stadium naar de gevolgen voor flora en fauna kijken. Het gaat om een breed pakket, variërend van: • het gebruik van de bodem; • het verbeteren van de kwaliteit van oppervlakte- en grondwater en de luchtkwaliteit (inclusief het terugdringen van de stikstofuitstoot); • de bestrijding van ziektekiemen en plagen; • de bouw en het verbouwen van panden en • de aanleg van infrastructuur.

We kijken daarbij niet alleen naar de effecten in de eigen gemeente maar ook daarbuiten. Wettelijke normen zijn maatgevend. De specifieke water-, natuur-, landschappelijke, cultuurhistorische en aardkundige structuren en elementen in het buitengebied en stedelijk gebied vormen de basiskwaliteit. Etten-Leur gaat voor behoud en versterken van deze kwaliteit. Als voorbeelden noemen we in het buitengebied de typische structuren

OMGEVINGSVISIE ETTEN-LEUR | 17

en elementen in het overgangsgebied zand-klei, het reliëf, de open beekdalen, lintbebouwing op hoger gelegen zandruggen met monumentale gebouwen en bomen. In het stedelijk gebied betreft het de historische kernen en het groen stedelijk karakter van woongebieden met de kenmerkende laanbeplanting langs hoofdwegen en in woonstraten. Ontwikkelingen mogen geen afbreuk doen aan de basiskwaliteit en moeten deze waar mogelijk zo veel mogelijk versterken. Zorg voor leefbaarheid en gezondheid De zorg voor leefbaarheid en gezondheid krijgt steeds meer aandacht. Het betreft traditionele milieukwaliteiten voor geluid, lucht, bodem, externe veiligheid, geur en licht. Ook het voorkomen van zoönose van veehouderijen is een belangrijk aandachtspunt. De kwaliteit van de bodem, (grond)water en lucht moet dusdanig zijn dat er een geschikte basis is voor leefbaarheid en gezondheid, voor de fysieke leefomgeving. Ter bescherming van de fysieke leefomgeving tegen zogenaamde ‘onevenredig nadelige gevolgen van activiteiten’ zijn in de Omgevingswet vier milieubeginselen opgenomen die ook hier van toepassing zijn, namelijk: voorzorg, preventie, maatregelen aan de bron en de vervuiler betaalt. De druk op de kwaliteit van de leefomgeving door effecten van met name industrie, verkeer en landbouw blijft hoog.

Het veranderend klimaat dwingt ons na te denken over oplossingen voor de gevolgen van extreme regenval, langdurige droogte en hitte. Luchtverontreiniging leidt tot gezondheidsschade. Op dit gebied is nog winst te behalen. Hiervoor is nodig een vermindering van de uitstoot van stikstofdioxide (NO2), ammoniak (NH3) en deeltjes fijnstof. Voor een goede leefbaarheid, veiligheid en gezonde leefomgeving is ook belangrijk het beperken van overlast door geluid, geur, licht, straling en trillingen en het beperken van afval en bestrijden van illegale dumping. De bescherming tegen de verspreiding van ziektekiemen mogen we niet vergeten. We blijven alert, nieuwe bedreigingen kunnen zich altijd aandienen. Per gebiedstype (woongebieden, centrum, werkgebieden en buitengebied) kunnen straks in het Omgevingsplan omgevingswaarden worden geformuleerd. In deze visie gebruiken we de vier milieubeginselen om alvast beleidsmatige kaders voor deze regels op te stellen. De vertaling van omgevingsaspecten vindt plaats bij de uitwerking van

het omgevingsplan. In nieuwe situaties zijn deze beginselen leidend. In bestaande situaties is toepassing niet altijd direct mogelijk in verband met bestaande belangen. In dat geval geldt het ‘stand-still’-beginsel: de huidige hinder is maatgevend. Aanpassing of verandering van activiteit biedt kansen om verbeteringen door te voeren. Etten-Leur wil inzetten op integrale oplossingen en het creëren van meerwaarde. Bevorderen van een goede (ook digitale) bereikbaarheid Bereikbaarheid is een primaire voorwaarde voor een goede en veilige leefomgeving. Maar ook voor het vestigingsklimaat. Het gaat daarbij om een goed fietsen wandelnetwerk en openbaar vervoer, de doorstroming van het autoverkeer en landbouwverkeer, maar ook om digitale infrastructuur. Samen met inwoners en ondernemers willen we komen tot een slim en duurzaam mobiliteitssysteem. Veiligheid voor alle weggebruikers staat daarbij voorop. Een veilige, toegankelijke inrichting van de omgeving en toegankelijke voorzieningen helpen kwetsbare mensen om zelfstandig te blijven en volwaardig mee te doen. Meer voorrang aan fietsen en lopen en wat minder aan de auto. We moeten meer prioriteit toekennen aan duurzame mobiliteit en verder inzetten op verduurzaming van het gemotoriseerde verkeer. Ook digitale netwerken stellen ons in staat met elkaar in contact te komen of zaken te doen zonder verplaatsing.

Digitale techniek stimuleert innovatie en is onontbeerlijk voor onder andere een betere en efficiëntere zorg, flexibel onderwijs en gerichte communicatie. De ontwikkelingen op dit gebied gaan snel. Daarvoor is een goede digitale infrastructuur nodig. Breda werkt samen met de provincie en andere grote gemeenten aan de zogeheten Brabantring, een koppeling van glasvezelnetten. Uitbreiding van dit netwerk biedt voor Etten-Leur kansen.

De economie/welvaart Duurzame economische ontwikkeling met haalbare en betaalbare doelen en oog voor innovatie De komende decennia staan in het teken van herstel van de balans met als belangrijkste opgaven: • de energietransitie; • het beperken van de nadelige gevolgen van de klimaatverandering en • de omslag naar een circulaire economie.

OMGEVINGSVISIE ETTEN-LEUR | 18

Uitgangspunt bij deze opgaven zijn haalbare en voor iedereen betaalbare doelen. De innovatie in de techniek gaat snel. We stimuleren waar mogelijk initiatieven die leiden tot meerwaarde, bijdragen aan de duurzaamheidsopgave en verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving. Innovatie helpt ons om met slimme oplossingen complexe vraagstukken aan te pakken. Zo versterken we de sterke economische positie van Etten-Leur, maar tegelijk verhogen we de kwaliteit van leven, de zorg voor de directe leefomgeving, verbeteren we het onderwijs en versterken we de sociale samenhang.

OMGEVINGSVISIE ETTEN-LEUR | 19

4 GEBIEDSVISIE

4 G E B I E D S V I S I E S TA N D VA N E T T E N ͳ L E U R , T R E N D S E N O P G AV E N D E Het motto van de Omgevingswet is: ‘Ruimte voor ontwikkeling, waarborgen voor kwaliteit’. De Omgevingswet staat voor een goede balans tussen het benutten en beschermen van de fysieke leefomgeving. Ook wij willen dit. Belangrijk voor een prettige, vitale en duurzame leefomgeving van Etten-Leur is dat minimaal aan (wettelijke) basiswaarden wordt voldaan. Voor grote delen van Etten-Leur wordt daaraan voldaan. Op sommige locaties is aandacht nodig om de omstandigheden te verbeteren. Uiteindelijk streven we naar een duurzaam raamwerk voor de leefomgeving waarin behoud van aanwezige kwaliteiten het fundament is. Etten-Leur blijft ontwikkelen. Nieuwe opgaven zorgen voor verandering en transformatie van verschijningsvorm en gebruik van gebieden. Dit ingegeven door initiatieven vanuit de markt of overheid. We vertalen onze koers naar een gebiedsgerichte benadering. Onze gemeente kent verschillende typen gebieden. Ieder gebied kent andere kwaliteiten, activiteiten en een andere verschijningsvorm. Zo wordt er in het ene gebied vooral gewoond en in het andere gebied vooral gewerkt. De activiteit die in een

gebied plaatsvindt, bepaalt in grote mate de sfeer en het karakter. Onze gemeente is in te delen in vier gebieden met een eigen karakteristiek en dynamiek: • de woongebieden; • het buitengebied; • het centrumgebied; • de werkgebieden. In onze gebiedsgerichte benadering geven we op basis van de trends en opgaven aan wat we in een gebied belangrijk vinden en wat we willen in de toekomst. Initiatiefnemers vinden hier de koers voor de verschillende gebieden in onze gemeente. Onze gemeente kent ook een aantal strategische ontwikkelzones voor de langere termijn. Die zones beschrijven we in hoofdstuk 5.

4.1 GEBIEDSVISIE WOONGEBIEDEN Wij willen voor onze inwoners een passende duurzame woning. In een buurt waar men zich thuis voelt en welkom is. Iedereen kan meedoen. En waar jong en oud, gevestigde bewoners en nieuwkomers elkaar kunnen ontmoeten. Je kunt in je eigen omgeving opgroeien en oud worden. We streven naar zorgvriendelijke wijken waar gezonde leefomstandigheden heersen. De wijk is schoon, toegankelijk, veilig met aantrekkelijke plekken voor ontmoeting, ontspanning en beweging. Groen en water zorgen voor een natuurlijke uitstraling en helpen bewegen te stimuleren. De basisvoorzieningen (woningaanbod, winkels, scholen, zorg-, cultuur- en sportvoorzieningen) zijn op orde en goed bereikbaar. Zij vormen ontmoetingspunten in de wijk en zorgen voor levendigheid. Werken aan huis is mogelijk mits er geen overlast is voor de omgeving. We willen wijken leefbaar houden en klaar zijn voor de toekomst. Daarbij gaat het niet alleen om het energieneutraal maken van woningen of maatregelen om wateroverlast of hittestress te voorkomen. Het gaat om het totale pakket; wijken moeten voldoen aan de wensen van bewoners. Daarbij werken we samen met bewoners, ondernemers en organisaties. Beschermen en behouden groen stedelijk karakter De historische linten in de kernen Etten en Leur vormden de basis voor de stedelijke groei.

De kenmerken van de historie vind je in verschillende wijken terug in de infrastructuur, beplanting en ondergrond en bebouwing. In de structuur van de wijken is de tijdgeest herkenbaar. De wijken in Etten-Leur hebben een groen stedelijk karakter dat bestaat uit: • veel eengezinswoningen; • relatief veel groen in de openbare ruimte; • een, per wijk verschillende, hoeveelheid openbaar groen van gemiddeld 88 m2/ woning; • zowel historische linten, als landschapselementen, laanbeplanting en kleinere en grotere (groene) open plekken in de nabijheid van woningen. Groen bepaalt niet alleen de identiteit van elke wijk. Groen is ook belangrijk voor de natuur, de gezondheid, een aangenaam verblijf en woonomgeving en voor

De gemiddelde hoeveelheid openbaar groen over alle woningen in Etten-Leur (binnen stedelijk gebied, exclusief bovenwijks groen) bedraagt ruim 88 m2/ woning. Dit is hoger dan de landelijke richtlijn (75 m² groen per woning bij nieuwe locaties). Het verminderen van verharde oppervlaktes moet meer prioriteit krijgen. Veel hemelwater vloeit rechtstreeks het riool in. Een groene tuin (maximaal 20 % verharding) leidt tot minder afstroom. We houden daarom vast aan minstens 80 m² openbaar groen per woning. Binnenstedelijke initiatieven waarbij groen of water verloren gaat, zijn alleen mogelijk als de groennorm intact blijft. Bij voorkeur komt er een grotere hoeveelheid groen of water terug.

verkeersveiligheid. De instandhouding, uitbreiding en bevordering van biodiversiteit in groen staat daarbij voorop. Groen maar ook water nodigt uit tot ontmoeting, geeft verkoeling en brengt natuur in de woonomgeving. Het draagt bij aan de aantrekkelijkheid van de openbare ruimte. De hoofdgroenstructuur bestaat uit vijvers en waterlopen, bomen en hagen langs straten en kleine groenelementen en speelplekken. Dit waarderen inwoners. Daarom zetten we in op versterking van groen. De gevolgen van de klimaatverandering maken duidelijk hoe belangrijk het behoud en versterken van groen is. We denken onder andere aan meer groen op schoolpleinen, in het centrumgebied, op bedrijfsterreinen en in privétuinen. Meer aandacht voor soortendiversiteit en natuurlijk beheer vergroten de biodiversiteit en verkleinen ook de kans op verspreiding van ziekten of plagen. Bij nieuwe aanplant zijn de effecten pas op de lange termijn merkbaar. Bij het beheer van de openbare ruimte hanteert Etten-Leur al diverse natuurvriendelijke methoden (schoffelen, borstelen, verbranden, ecologisch maaien van bermen en ecologisch beheer van groengebieden). Het beleid is gericht op uitbreiding van deze wijze van beheer. Iedereen kan bijdragen aan de vergroening. Het gaat dus niet alleen om meer groen in de openbare ruimte maar ook op privéterreinen.

Als gemeente willen we inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties actief stimuleren om te helpen bij de opgave om te vergroenen.

OMGEVINGSVISIE ETTEN-LEUR | 20

Daarnaast is er een wateropgave in de woonwijken. De gemeente Etten-Leur is al jaren actief om in woongebieden de wateroverlast (als gevolg van klimaatverandering) zoveel mogelijk te voorkomen. Zo zijn meerdere plekken ingericht om regen in wadi’s, poelen en plassen op te vangen. In onze Activeringsstrategie en het uitvoeringsprogramma Klimaatadaptatie 2022-2024 benoemen we dat ook concreet. Dat plan is afgestemd in de Water- en Klimaatkring De Baronie. Behoud, versterken en verduurzamen van de bestaande woningvoorraad Etten-Leur kent nu en straks een compleet en gedifferentieerd woningaanbod voor alle inwoners. Binnen de wijken tref je verschillende woonmilieus. De verschillende woontypen dragen bij aan een menging van leeftijden en leefstijlen. Deze kwaliteiten behouden we. Dat betekent een op actuele vraag en aanbod aansluitende mix tussen huur en koop en aanbod voor jong en oud. De kwaliteit van de huidige woningvoorraad is over het algemeen goed. Etten-Leur kent een relatief jonge woningvoorraad. Waar mogelijk zorgen we ervoor dat de bestaande woningvoorraad eigentijds en passend blijft. We stimuleren innovatie en verduurzamen van woningen. Regels mogen aanpassing aan een andere levensfase, gebruik voor andere samenlevingsvormen of zorgvraag niet in de weg staan.

Gefaseerd en per wijk gaan woningen van het gasnet af en wordt gezocht naar duurzame manieren van verwarming De eerste stap is een goede isolatie. Het verduurzamen van woningen is alleen haalbaar als alle partijen hun bijdrage leveren en woonlasten in balans blijven. De gemeente schept voorwaarden voor een succesvolle omschakeling. Zij voert de regie, brengt partijen bijeen, organiseert acties en biedt in haar regels ruimte voor initiatieven. Met het nieuwe werken verandert de functie van de woning. De woning is steeds meer ook een werkplek. We bieden daarvoor ruimte en bevorderen een goede digitale infrastructuur.

Verbreden woningaanbod in bestaande wijken Het grootste deel van het woningaanbod bestaat uit grondgebonden eengezinswoningen. Beperkt zijn er passende woningen voor eenen tweepersoonshuishoudens aanwezig. Juist die huishoudens nemen toe als gevolg van vergrijzing, scheidingen en andere maatschappelijke ontwikkelingen. Dat vraagt meer kleinere woningen, vooral in de vorm van appartementen en ook tijdelijke woonproducten. Binnen de wijken bieden we hiervoor ruimte. Waarbij we samen met onze partners wel goed blijven kijken wat het effect is op de samenstelling van wijken. De instroom van jongeren en jonge gezinnen is daarbij belangrijk. Nog op te stellen wijkprofielen bieden voor de middellange termijn handvatten voor nieuwe initiatieven en herontwikkeling. Een passende woningvoorraad voor Etten-Leur vraagt om: • het verbeteren van het aanbod aan de vraag door het aanpassen van de bestaande woningvoorraad en ook nieuwbouw; • het verbreden van het aanbod door bestaande woningen geschikte te maken voor meerdere huishoudens of samenlevingsvormen; • de bouw van nieuwe woningen in bestaande woonwijken zowel in de sociale huur, middenhuur en dure huur als in de goedkope en dure koop ter versterking van de gewenste sociale samenstelling in de wijken.

De nieuw te bouwen woningen zijn energieneutraal, levensloopbestendig, natuurvriendelijk, waterbesparend, flexibel en gebouwd met duurzame materialen. De hoogte van gestapelde bouw stemmen we af op de omgeving. Dat geldt ook voor ondergrondse voorzieningen als parkeren. Het huidig aanbod aan woningen in wijken is op termijn te beperkt om de vraag op te vangen. Aansluitend op bestaand stedelijk gebied van Etten-Leur is zeker één nieuwe uitleglocatie nodig voor de overige woningen. Wijk- en buurtwinkelcentra zijn plek voor ontmoeting Naast de centrale winkelvoorziening in het centrum kent Etten-Leur: • het wijkwinkelcentrum in Etten-Leur Noord; • de buurtwinkelcentra aan de Kerkwerve en het Van Bergenplein; • solitaire supermarkten aan de Trompetlaan en Schoonhout. Deze centra vormen een plek voor ontmoeting en behoud van de centra is het uitgangspunt.

OMGEVINGSVISIE ETTEN-LEUR | 21

VOORZIENINGEN

DETAILHANDEL

ZORG

ONDERWIJS EN KINDEROPVANG

SPORT EN CULTUUR

De supermarkt is de trekker. Een omvang van een supermarkt van ongeveer 1.500 m2 sluit aan op de functie van wijk- en of buurtcentrum. Belangrijk is om deze voorzieningen in stand te houden en aan te passen aan de wensen van de tijd. Passend bij de functie en de locatie bieden we eigenaren en ondernemers hiervoor ruimte. Een uitbreiding van het winkeloppervlak in deze centra is niet aan de orde. De trend is inkrimping van het winkelaanbod en het onttrekken van panden aan de winkelbestemming. We werken mee aan omzetting naar functies die de ontmoetingsfunctie versterken zoals bijvoorbeeld daghoreca of een zorgfunctie. Al eerder is besloten om behoud van winkels en aanverwante voorzieningen aan de Concordialaan en Wilhelminalaan niet actief na te streven. Vanwege ligging en omvang sluiten zij minder aan bij de eisen van deze tijd. Hier ligt dan een transformatie opgave. De ontmoetingsfunctie van de centra beperkt zich niet alleen tot een bezoek aan winkels en andere voorzieningen. De inrichting van deze gebieden moet aanhaken op 'toegankelijke routes' waar ook artsen, apotheken, scholen, woonzorgcentra en buurthuizen op aangesloten zouden moeten worden. De inrichting van de openbare ruimte bepaalt namelijk mede de verblijfskwaliteit en de toegankelijkheid voor kinderen, ouderen en kwetsbare inwoners.

De verkeersdrukte en het parkeren in en rondom de winkelgebieden vragen hiervoor om passende maatregelen. Onderwijs, spel, sport en andere maatschappelijke voorzieningen Binnen de wijken zijn nu en in de toekomst naast de wijk- en buurtwinkelcentra op loopafstand van woningen goed bereikbare voorzieningen. Ze zijn verspreid gelegen over de wijken. De voorzieningen variëren van basisonderwijs, kinderopvang en kleinere en grotere speel- en sportvoorzieningen, waarbij het basisonderwijs is ondergebracht in brede scholen, een combinatie van onderwijs en kinderopvang. Sommige brede scholen zijn gecombineerd met wijkcentra. Niet in alle wijken is er sprake van de combinatie. In dat geval zijn wijkactiviteiten elders ondergebracht. Bij speelplekken maken we onderscheid in: • speelplekken voor de jongsten, in de buurt; • meer algemene speelplekken zoals multicourts en een skatebaan, voor heel Etten-Leur.

In diverse wijken zijn wijkparken. Zij zijn een plek voor ontmoeting, beweging voor jong en oud en wijkactiviteiten. Het Oderkerkpark en Brabantpark hebben een functie voor heel Etten-Leur. Zij bieden ook ruimte aan evenementen. Drie sportparken, twee tennisparken, diverse sportscholen, een zwembad en een cultureel centrum complementeren het aanbod aan voorzieningen. Aanvullend is er voldoende ruimte voor het verenigingsleven en recreatie. Het aanbod is soms voor regionaal gebruik. Innovaties en initiatieven op het gebied van onderwijs (een leven lang leren), jeugdzorg, sport en vrijetijdsbesteding van jong tot oud en zorg krijgen volop de ruimte. We benutten daarbij zo veel als mogelijk bestaande gebouwen en terreinen (multifunctioneel gebruik). In toenemende mate gebruiken ook volwassenen de openbare ruimte om te sporten. Bij de inrichting moeten we daarmee meer rekening houden. Verruiming van het aanbod met nieuwe voorzieningen als sportscholen en bewegingscentra is mogelijk. Zorgvriendelijke wijken Goede wijkcentra en voorzieningen vormen één van de pijlers van een zorgvriendelijke wijk. Zij zijn essentieel nu de zorg zich ontwikkelt van individuele maatwerkondersteuning naar algemene en collectieve voorzieningen. Deze voorzieningen moeten laagdrempelig zijn en zonder indicatie kunnen worden bezocht. Een groeiende groep ouderen en kwetsbare inwoners is daarvan afhankelijk.

Het stelt hen in staat om mee te (blijven) doen in de samenleving. Zeker nu ouderen langer zelfstandig moeten blijven wonen. Soms in de eigen woning, soms in een aangepaste woonvorm. Het initiatief ligt niet alleen bij de gemeente, bouwers en zorginstellingen, maar ook bij de inwoners zelf. De afgelopen periode hebben we geïnvesteerd in het realiseren van woonservicezones: een bundeling van beschut en beschermd wonen, zorg en maatschappelijke voorzieningen met een wijkservicepunt van waaruit 24 uurs zorgverlening is gegarandeerd. De woonomgeving is veilig en toegankelijk. Daarnaast zullen inwoners met een beperking meer moeten kunnen deelnemen aan de samenleving. Zij komen in de wijk wonen met de nodige vormen van (professionele) ondersteuning. Plekken voor ontmoeting zoals de wijkcentra zijn essentieel, maar dat niet alleen.

OMGEVINGSVISIE ETTEN-LEUR | 22

Ook de inrichting van de openbare ruimte en openbare gebouwen moet inwoners in staat stellen om mee te (blijven) doen (obstakel- en drempelvrij). De integratie van zorgdiensten en technologie maakt zorg op afstand mogelijk. Digitale infrastructuur moet online comfortzorg aan huis mogelijk maken. Behoud en versterken van het niveau van de woonservicezones staat voorop omdat ze bijdragen aan zorgvriendelijke wijken met een spreiding van de locaties van deze functies. Voor een goede spreiding en bereikbaarheid is aan de noordwestzijde van Etten-Leur een nieuwe woonservicezone nodig. Daarnaast blijft een goede spreiding van de direct toegankelijke gezondheidsvoorzieningen belangrijk. Nieuwe initiatieven moeten zorgen voor nog betere bereikbaarheid. Gezonde wijken met een goede omgevingskwaliteit Je lichamelijk en geestelijk gezond voelen, zingeving en kwaliteit van leven en meedoen, vormen de basis voor een positieve gezondheid. Een gezonde, veilige leefomgeving en inrichting van de openbare ruimte is hiervoor een basisvoorwaarde.

Om gezonde wijken met een goede omgevingskwaliteit te bereiken moeten we: • bewegen stimuleren door: o een comfortabel, groen, veilig en samenhangend wandel- en fietsnetwerk in en tussen wijken, voorzieningen en werkgebieden; o prioriteit te geven aan het wandel- en fietsnetwerk het een volwaardig alternatief voor het gebruik van de auto te laten zijn; o stoepen en bushaltes goed bereikbaar te maken voor rolstoelen, kinderwagens en rollators; o woongebieden verkeersveilig in te richten met ruimte voor verblijven en spelen; o straten geen barrière maar een verbinding te laten vormen; o goed doorlopende voetgangersroutes naar scholen, wijkcentra en openbaar vervoerhaltes te creëren; o gezonde mobiliteit aantrekkelijk te maken door toegankelijk openbaar vervoer of andere mobiliteitsdiensten. • de verblijfskwaliteit van de openbare ruimte behouden en verbeteren door: o zo veel mogelijk dit met andere ontwikkelingen te combineren;

o meer groen en water: dit verbetert niet alleen de uitstraling, maar zorgt ook voor meer schaduw, verkoeling bij warmte en berging van regenwater. Dat heeft een positief effect op de gezondheid en draagt bij aan de leefbaarheid van een wijk; o variatie in soort bomen en onderbeplanting. Meer variatie en afwisseling in boomsoorten beperkt de risico’s van ziektes. De biodiversiteit neemt tegelijk toe; o bij herontwikkeling of eventuele verdichting van het aantal woningen uit te gaan van kwaliteitsverbetering (invulling per locatie kan verschillen); o voldoende parkeergelegenheid, waarbij de beschikbare parkeergelegenheid efficiënt wordt benut en er voldoende ruimte overblijft voor groen en water; o het bevorderen van verdiept, half-verdiept en inpandig parkeren; o het faciliteren van voorzieningen vooral voor meerdere vormen van mobiliteit, zoals laadpalen, flexibele routebegeleiding en deelauto’s; • vervuiling en/of overlast van water, bodem, lucht, geluid, geur en trilling en risico’s bij vervoer en gebruik van gevaarlijke stoffen voorkomen door minimaal te voldoen aan de wettelijke normen; • de samenhang in het kenmerkende onderscheid in harde en zachte randzones verbeteren waardoor er meer verbinding tussen stedelijk en landelijk gebied ontstaat. Het moet uitnodigen tot recreatief medegebruik van het buitengebied.

Deze aspecten werken we per wijk in de wijkprofielen nader uit. Uitbreiding van en ruimte voor nieuwe woongebieden Om in de actuele en toekomstige vraag naar woningen te voorzien is naast aanpassing van de bestaande woningvoorraad ook een uitbreiding van de huidige woningvoorraad nodig. Voor deze Omgevingsvisie is daarom een locatieverkenning uitgevoerd waarbij potentiële uitbreidingslocaties zijn onderzocht op diverse ruimtelijke en aspecten. Zie hiervoor het hoofdstuk ‘Strategische ontwikkellocaties’.

OMGEVINGSVISIE ETTEN-LEUR | 23

4.2 GEBIEDSVISIE BUITENGEBIED Ons buitengebied kent een sterke verwevenheid van functies, namelijk land- en tuinbouw, veeteelt, wonen, natuur, landschap, waterbeheer, recreatie en toerisme. In toenemende mate vragen ook energieopwekking en klimaatadaptatie om een plek in ons buitengebied. Mede vanwege de verwevenheid vinden we een duurzame ontwikkeling van al deze functies belangrijk. Geen afwenteling van milieuproblemen en een goede balans tussen natuur en milieu, economie en de mens. Een duurzaam buitengebied: goede balans tussen de mens, de leefomgeving en de economie De land- en tuinbouw en veeteelt zijn nog steeds de grootste ruimtegebruiker van het buitengebied en van relevant economisch belang voor de vitaliteit er van. Een vitale agrarische sector is belangrijk voor een leefbaar buitengebied, goede economische dragers moeten aan de basis liggen. Het is ook belangrijk om de diversiteit van de agrarische structuur te behouden. Een juiste balans tussen het bedrijfsbelang van de individuele ondernemer, de omgeving en het belang van een vitaal en gezond functionerend buitengebied draagt bij aan een duurzame ontwikkeling van het buitengebied. Het gaat om een evenwichtige benadering tussen de mens, de leefomgeving en de economie.

Met alle betrokken partners moeten we op zoek naar een nieuw evenwicht tussen het beschermen van een veilige, gezonde, natuurrijke en rustige leefomgeving en het optimaal benutten en ontwikkelen van het buitengebied voor verschillende functies. Dit vraagt van allen aanpassing en een andere manier van denken over onder andere voedselproductie, bodembeheer, waterbeheer, maar ook vormen van recreatie en landschaps- en natuurbeheer. Waar nodig scheiden we de verschillende functies, waar mogelijk zetten we in op verweven. We houden rekening met de specifieke kenmerken van de waarden van ons landschap. Behoud en versterken van de landschappelijke identiteit en verscheidenheid Het buitengebied van Etten-Leur is onder te verdelen in vier deelgebieden met eigen kenmerken en verscheidenheid: • het noordelijk open kleigebied met veelal melkveehouderijen en akkerbouw als agrarisch grondgebruik;

• het overgangsgebied zand-klei met diverse natuurgebieden; • het centraal zandgebied met (beperkt intensieve) veehouderijen, vollegrondstuinbouw en glastuinbouw als agrarisch grondgebruik; en • het zuidelijk zandgebied met afwisselend agrarisch gebruik en bos- en natuurgebieden. De diverse vaarten, zandruggen (donken), heideontginningsgebieden en groenstructuren maken het geheel compleet. Zij zijn cultuurhistorisch, archeologisch en aardkundig van waarde. Op de zandruggen zijn diverse monumentale boerderijen aanwezig. We moeten de basiskwaliteiten van het Etten-Leurse landschap beschermen. Daarom continueren we bestaand beleid ten aanzien van bescherming en ontwikkeling van landschappelijke, cultuurhistorische en natuurwaarden. Dit kunnen gebieden zijn, maar ook solitaire (lijn) elementen zoals bomenrijen, zandpaden, dreven, vaarten en sloten. Ontwikkelingen zijn alleen aanvaardbaar als zij geen afbreuk doen aan de basiskwaliteiten. Via meerwaardecreatie (regels voor kwaliteitsverbetering landschap en landschappelijke inpassing) dienen de kwaliteiten van het landschap en de natuur te worden versterkt. Voor de afweging van de meerwaarde kijken we naar de landschaps- en natuurtypen en hoe deze kunnen worden versterkt.

Het gaat vooral om fysieke maatregelen op of in de directe omgeving van de locatie waar een ontwikkeling plaatsvindt, al dan niet in combinatie met een storting in een kwaliteitsfonds voor het buitengebied. Maar ook de middelen uit dat fonds dienen besteed te worden aan fysieke kwaliteitsverbetering van het landschap. Ook bijvoorbeeld maatregelen om het landschap en de natuur beter te kunnen beleven, vallen hier onder. Het is de bedoeling voor dat fonds een uitvoeringsprogramma kwaliteitsverbetering landschap op te stellen. Behalve uit ontwikkelingen die plaatsvinden in het buitengebied worden ter compensatie ook middelen ten behoeve van natuur en landschap gegenereerd uit stedelijke ontwikkelingen, dit via een vast percentage van de gronduitgifteprijs. Deze middelen worden ingezet om buitengebied dat verloren gaat door stedelijke ontwikkelingen, elders in het buitengebied te compenseren. Deze middelen worden onder andere ingezet voor de realisatie van ecologische verbindingszones.

OMGEVINGSVISIE ETTEN-LEUR | 24

Daarnaast stimuleren we actief landschapsbeheer door ondernemers en bewoners (agrarisch en particulier landschapsbeheer). We willen de (landschappelijke) kwaliteit versterken. Ook de relaties met het stedelijk gebied moeten worden versterkt, het buitengebied zou toegankelijker moeten zijn. Behoud en versterken van ecologische en waterstructuur en de biodiversiteit De soortenrijkdom van de ecologische structuur (bodem, water, flora en fauna) is de basis voor de functies die deze structuur kan vervullen. Door menselijk ingrijpen als gevolg van industriële ontwikkeling, de verstedelijking en intensivering van de landbouw is deze structuur, het ecosysteem, verstoord. Klimaatverandering versterkt de verstoring. We zetten in op behoud en versterken van landschapsen groenstructuren en willen de afname van de biodiversiteit stoppen en ombuigen in een opgaande lijn.

Dat doen we door: • in te zetten op het afronden van het Natuurnetwerk Brabant; • een ecologisch goed en in samenhang functionerend stelsel van onze beken en natuurgebieden te realiseren; • samen te werken met natuurbeheerders, waterschap en bij voorkeur ook agrariërs en andere grondeigenaren aan het realiseren en in stand houden van de natuur-, water- en landschapsopgaven; • natuur- en wateropgaven met elkaar te combineren, bijvoorbeeld door de te realiseren ecologische verbindingszones ook een functie te geven bij bestrijding van wateroverlast en het tegengaan van verdroging; • ook buiten natuurgebieden een toename van biodiversiteit te stimuleren door onder andere natuurvriendelijke landbouw, agrarisch en particulier landschapsbeheer, bloemrijke bermen en andere vormen van bermbeheer; • aandacht te hebben voor afwisseling in weg- en laanbeplanting en introductie van klimaat robuuste soorten; • met educatie en voorlichting scholieren, inwoners en ondernemers bewust te maken van hun gedrag en de invloed op de natuur.

In Etten-Leur doen we dit bijvoorbeeld met: • het natuurontwikkelingsproject Noordrand-Midden in het noordelijk buitengebied; • het realiseren van ecologische verbindingszones tussen robuuste natuurgebieden zoals de Pannenhoef, het Liesbos, De Berk, Kelsdonk/Zwermlaken en de Haagse Dijk; • kleinschalige maatregelen zoals agrarisch en particulier landschapsbeheer. Deze dragen allemaal bij aan een goed functionerend ecologisch stelsel en de biodiversiteit.

Het behouden en versterken van natuur en landschap kunnen we combineren met onze wateropgaven. We moeten beschikken over duurzame watersystemen met voldoende water en van goede kwaliteit. Daarnaast willen we wateroverlast voorkomen. Bij het treffen van maatregelen houden we rekening met het landschap en we maken waar mogelijk gebruik van bestaand of oorspronkelijk landschap. De uitdaging is om dezelfde gebieden in zowel natte perioden als ten behoeve van droge perioden te gebruiken voor het vasthouden van water. Denk aan aanleg van retentiegebieden en bescherming van natuurlijke overloopgebieden (beekdalen). Maatregelen in de vorm van de aanleg van (natte) ecologische verbindingszones langs vaarten zijn deels uitgevoerd of in voorbereiding. Het streven is om alle ecologische verbindingszones in 2027 gerealiseerd te hebben. Deze zones dragen ook bij aan een duurzaam watersysteem en een betere waterkwaliteit. Daarnaast is er de opgave om het grondgebied van Etten-Leur uit veiligheidsoverwegingen te beschermen tegen overstromingsgevaar. Maatregelen hiervoor zijn dijkverbetering en andere keermiddelen langs rivier de Mark. De dijk langs de Mark (de Zeedijk) is ook een te realiseren droge ecologische verbindingszone. Ook hier worden beide opgaven gecombineerd. De gevolgen van de klimaatverandering vragen wellicht om aanvullende maatregelen.

Het watersysteem moet klimaatbestendig en daarmee robuust zijn. De sponswerking van de bodem moet verbeterd worden, belangrijk daarvoor is het verhogen van het aandeel organische stof in de bodem. Agrariërs en natuurbeheerders hebben een gemeenschappelijk belang om de gevolgen van toenemende weersextremiteiten op te lossen. We denken mee met het waterschap, natuurbeheerders en grondeigenaren.

OMGEVINGSVISIE ETTEN-LEUR | 24

Het doel is tweeledig: • enerzijds opvang van water bij piekbuien ter ontlasting van beken, beteelde agrarische gronden en stedelijk gebied; en • anderzijds vasthouden van voldoende water voor landbouw, natuur en stedelijk gebied voor tijden van droogte. De uitdaging is om deze twee opgaven te combineren. Voor de hand ligt om de maatregelen te combineren met een klimaatbestendig beeklandschap en de natte ecologische verbindingszones. Het is in ieder geval nodig om de vaak van nature al aanwezige bergingsgebieden langs de Oude Turfvaart, Vossenbergsevaart, Brandse Vaart (zowel ten zuiden als ten noorden van de Rijksweg), Kibbelvaart, Lokkervaart/Heivaart (Midden Donk) en Laakse Vaart in stand te houden en zo nodig uit te breiden of extra berging aan te leggen. Daarbij zou ook een stuk van het turfvaartverleden terug zichtbaar gemaakt kunnen worden. Daarnaast kan ook specifieke inrichting van lagergelegen gebieden aan de orde zijn. De maatregelen dienen afgestemd te zijn op de functie van het gebied, bijvoorbeeld landbouw of natuur. Het gebied aan weerszijden van rivier de Mark blijft buitendijks gebied. Deze gebieden kunnen overstromen bij hoge piekafvoeren. De functies in het gebied zijn hier al op afgestemd. Een uitzondering hierop vormt het bedrijventerrein Zwartenberg, dat van oudsher daar aanwezig is. Ook het grondwaterpeil moet mede afgestemd zijn op de functie.

Soms moet een nieuwe balans worden gezocht om verdroging of wateroverlast te voorkomen. Dit in overleg met de gebruikers en het waterschap. Bij het beheer van de grondwaterstand onderscheiden we drie soorten gebieden, namelijk infiltratiegebieden, kwelgebieden en intermediaire gebieden: • Infiltratiegebieden, waar het water goed in kan dringen, combineren we bij voorkeur niet met functies die een hoge grondwaterstand eisen, maar eerder met functies die bijdragen aan infiltratie van schoon regenwater voor aanvulling van het grondwater. De infiltratiegebieden bevinden zich maar op enkele plekken in onze gemeente. Deze gebieden zijn gevoelig voor verdroging en dat kan leiden tot droogteschade voor landbouw en natuur. • In de lager gelegen kwelgebieden (beekdalen of overgang van zand naar klei) zien we liever geen functies die een lage grondwaterstand wensen.

Ontwatering past niet bij de eigenschap van het watersysteem daar. • In de zogeheten intermediaire gebieden, het grootste deel van onze gemeente (centraal en zuidelijk zandgebied), zijn grondgebruiksvormen met matig diepe grondwaterstand en plaatselijke infiltratie mogelijk. Behoud en versterken van aardkundige, cultuurhistorische en archeologische waarden Cultuurhistorie bepaalt mede de identiteit van EttenLeur. Historische lijnen, zoals oorspronkelijke wegen, donken, dijken, beekdalen, historische gebieden, zoals heideontginningen en akkercomplexen en historische bebouwing, zoals molens, monumenten en de watertoren zijn hiervoor bepalend. In het buitengebied zijn verschillende waardevolle elementen en gebieden goed herkenbaar aanwezig in het landschap. Zo is een aantal donken nog goed herkenbaar, bijvoorbeeld de Midden Donk en de Hoge Bremberg. Aan deze wegen is onregelmatig verspreid bebouwing gelegen. Er is een duidelijke zichtrelatie met het omliggende gebied. Naast de genoemde donken zijn er verschillende historische structuren, die als herkenbare oude wegen met historische bestrating van gebakken klinkers door de gemeente lopen. Ook de voormalige turfvaarten vormen een kenmerkend element, bijvoorbeeld de Laakse Vaart en de Kibbelvaart.

Daarnaast vormen onder meer de Hillekens, de Westpolder, de Lage Donk en de Oostpolder aan de noordzijde van Etten-Leur een reeks van polders met afwisselend bouwland en grasland in strookvormige percelering. Opvallend hierin zijn de verspreide broekbosjes, met name bij De Leemblokken, Het Achtergat, Zwermlaken en Het Windgat. Dit zijn cultuurhistorische waardevolle gebieden. Dit geldt ook voor de heideontginningen in het zuiden, zoals Bellen, Lazerij en Locht en het beekdal van de Brandse Vaart, aan de oostzijde van de gemeente, kent ook een waardevolle percelering. In de noordoostelijke hoek van het poldergebied is het aardkundig waardevolle gebied ‘Strijpen, Zwermlaken, Weimeren’ gelegen. In dit unieke gebied, gelegen op de overgang van zand naar klei, is de oorspronkelijke perceelsstructuur nauwelijks veranderd. Daarnaast wordt het gebied door kwelwater gevoed, wat een bijzondere vegetatie met zich meebrengt.

OMGEVINGSVISIE ETTEN-LEUR | 25

Tenslotte zijn binnen de gemeente gebieden met verschillende archeologische trefkansen aanwezig. Het archeologische beleid ter bescherming hiervan wordt voortgezet. Bij de transformatie naar een ander grondgebruik zal bij relevante bodemingrepen onderzoek moeten plaatsvinden en de mogelijke informatie die dit oplevert kan een bron van inspiratie vormen voor de ontwikkeling van een gebied. Ontwikkelingen zijn alleen aanvaardbaar als zij geen onaanvaardbare afbreuk doen aan de aardkundige, cultuurhistorische en archeologische kwaliteiten in het buitengebied. Deze kwaliteiten moeten worden beschermd en waar mogelijk op een goed passende wijze worden meegenomen bij ontwikkelingen. Duurzame (voedselproductie) op basis van een circulaire of natuur inclusieve bedrijfsvoering Etten-Leur maakt deel uit van de agrarische topregio West-Brabant op het gebied van plantaardige producten, zaadveredeling en verwerking van landbouwproducten tot voedsel en andere goederen. Het is zoeken naar de balans tussen economisch perspectief voor de agrarische sector en de kwaliteit van de leefomgeving. We bieden ruimte aan innovaties die leiden tot een duurzame en rendabele landbouw.

Landbouw gebaseerd op duurzaamheid houdt rekening met het herstel van ecosystemen, verbetering van de kwaliteit van de bodem en het watersysteem, klimaatadaptie, milieu, dierenwelzijn, gezondheid en behoud en versterking van natuur en landschap. Dit in balans met economisch perspectief en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Geleidelijk groeien bestaande bedrijven toe naar een circulaire landbouw. Of zelfs naar natuurvriendelijke landbouw. De productie van plantaardige producten richt zich primair op de menselijke consumptie en het verbeteren van de kwaliteit. Dieren worden gevoed met door de agrariërs zelf geteeld voer, oogstresten en reststromen uit de voedingsindustrie. Bij circulaire landbouw hoort ook mest voor lokaal of regionaal gebruik. We geven ruimte aan innovaties gericht op het terugdringen van emissies van stikstof, ammoniak, fosfaat en overige (broeikasgas)stoffen die ten koste gaan van de leefomgeving en in het bijzonder natuurgebieden. We staan positief tegenover een agrarisch gebruik dat een bijdrage levert aan meer biodiversiteit, aandacht voor specifiek natuurbeheer of meer natuurvriendelijke vormen van landbouw.

De beschreven ontwikkelingen zijn in ieder geval tendensen waarmee we rekening moeten houden. Het is primair aan de ondernemers zelf om daarin een keuze te maken. Het is belangrijk om de diversiteit van de agrarische structuur te behouden. Ook samenwerking tussen bedrijven is denkbaar. Aandachtspunt is dat activiteiten moeten blijven passen in het buitengebied en niet ten koste mogen gaan van de leefomgeving. We beseffen dat de aanpassingen geleidelijk zullen plaatsvinden. Voorlopig blijven vanwege ontwikkelingen in de markt en de regelgeving, schaalvergroting en het vergroten van de effectiviteit nog doorgaan. Binnen randvoorwaarden van duurzaamheid is daar niets op tegen. Initiatieven tot uitbreiding of omschakeling worden getoetst aan hun bijdrage aan de uitgangspunten voor een duurzame landbouw en inpasbaarheid in de omgeving. Het huidige terughoudende beleid voor intensieve veehouderij en de toets aan de regels voor een zorgvuldige veehouderij dragen hieraan al bij. Als basiswaarden hanteren we de landelijke en provinciale richtlijnen en wetgeving. De vestiging van agrarische bedrijven op nieuwe locaties blijft in principe uitgesloten. De tuinbouwsector: bestendigen omvang glastuinbouw, meer ruimte voor teeltondersteunende voorzieningen De tuinbouwsector -een belangrijke sector in onze gemeente- groeit.

Deze sector heeft een aantal specifieke kenmerken die nader aandacht vergen. De diversiteit van teelten neemt toe. Juist in deze sector verwachten we de introductie van nieuwe teelten en teeltsystemen. De ontwikkelingen kunnen van relevante invloed zijn op het landschap. Dat is een belangrijk aandachtspunt. Voor de glastuinbouwsector geldt dat de hoofdlijn van het beleid hetzelfde blijft. Dat betekent dat we voor de glastuinbouwsector voor ogen hebben dat: • er geen sprake is van grootschaligere en projectmatige glastuinbouw in nieuwe gebieden; • doorgroei van de bestaande en de eventuele vestiging van nieuwe glastuinbouwbedrijven mogelijk is in de bestaande aangewezen gebieden, zo mogelijk geclusterd en in ieder geval onder de voorwaarde van een passende landschappelijke inpassing;

OMGEVINGSVISIE ETTEN-LEUR | 26

• de voorwaarde van maximaal 8 ha glas per bedrijf wordt losgelaten. De maximale totale hoeveelheid potentieel glas in de glastuinbouwgebieden wordt niet groter, wel is dan betere benutting en indeling van de gebieden en bedrijven mogelijk, bijvoorbeeld door een betere situering van ondersteunende gebouwen, installaties en voorzieningen. Voor de vollegrondstuinbouw geldt vanuit de sector de wens/noodzaak tot verruiming van de mogelijkheden voor teeltondersteunende voorzieningen. Met name voor de teelt van zacht fruit (deze voorzieningen dragen bij aan het verbeteren van de kwaliteit en opbrengst van het product en ze leiden tot vermindering van de belasting van de bodem, gerichtere toediening en hergebruik van waterstromen, vermindering van gewasbeschermingsmiddelen vanwege gerichte toediening en betere arbeidsomstandigheden). Hiervoor is het nodig dat er voorwaarden gelden voor: • landschappelijke inpassing van (in ieder geval) de zogenoemde permanente teeltondersteunende voorzieningen vanwege de impact op het landschap, afgestemd op de aard en impact van de voorziening; • bescherming van de waterhuishouding van het gebied, vooral bij toevoeging van verhard oppervlak. We gaan in overleg met de betrokken partners hoe eventuele verruiming kan worden gekoppeld aan voorwaarden voor landschappelijke inpassing.

Het waterschap ziet erop toe dat een goede waterhuishouding gewaarborgd blijft. Duurzaam toekomstperspectief op basis van verbreding of andere activiteiten Ruimte voor verbrede landbouw en nevenactiviteiten De veranderingen in de agrarische sector vinden geleidelijk plaats. Voorlopig zal schaalvergroting nog doorgaan. Niet alle ondernemers kunnen of willen de slag naar schaalvergroting maken. Sommigen kiezen voor verbreding van hun activiteiten. Zij richten zich bijvoorbeeld op verkoop van streekproducten, zorgactiviteiten, natuur- en landschapsbeheer en/of een niet-agrarische nevenactiviteit. Anderen kiezen voor omschakeling. Er is ruimte voor nevenactiviteiten, passend in de omgeving: • als een nieuwe functie als hoofdfunctie toelaatbaar wordt geacht, is deze ook als nevenactiviteit aanvaardbaar;

• maatwerk is belangrijk om de kwaliteit van onze leefomgeving te behouden en versterken, kwaliteitsverbetering van het landschap, waaronder ook natuur, is belangrijk; • voor bepaalde activiteiten overwegen we de koppeling los te laten tussen het ondernemerschap van de hoofdactiviteit en de nevenactiviteit. Dat wil zeggen dat degene die de nevenactiviteit uitoefent, niet langer dezelfde persoon (of diens partner) hoeft te zijn als die ter plaatse de hoofdactiviteit uitoefent. Bijvoorbeeld op het gebied van zorg. Wel moet er dan een relatie zijn tussen de hoofd- en nevenactiviteit en bij voorkeur draagt de activiteit bij aan de levensvatbaarheid van de onderneming. Verruimen mogelijkheden hergebruik van vrijkomende agrarische bebouwing De verwachting is dat ook de komende jaren agrarische bedrijven stoppen. Veelal gaan de gronden over naar andere agrarische bedrijven. De huiskavel met woning en bedrijfsgebouwen komt vrij. Omzetten naar burgerwoning met een passende oppervlakte aan bijgebouwen is een mogelijkheid. Maar ook andere passende functies zijn denkbaar.

We staan open voor initiatieven die leiden tot een meerwaarde voor de directe omgeving en/of het buitengebied in het algemeen of initiatieven die bijdragen aan het versterken van de landschappelijke kwaliteit en/of leiden tot sociale innovatie: • het toelaten van qua aard en omvang passende functies kan verloedering tegengaan en behoud van een bijzonder object of van omgevingskwaliteiten betekenen. Dat geldt in het bijzonder voor cultuurhistorisch waardevolle bebouwing. Ruimere herbenuttingsmogelijkheden van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing kunnen de renovatie en instandhouding daarvan bevorderen; • nieuwe functies en activiteiten mogen niet de functie van de reguliere werklocaties (bedrijventerreinen en woon-/werkgebieden) overnemen; • bij sloop van relevante oppervlaktes voormalige (veelal agrarische) bedrijfsbebouwing zijn nieuwe woningen mogelijk op passende locaties. Daarbij gaat het om incidentele toevoeging van woningen in bebouwingsconcentraties- en kernrandzones. Er moet in

OMGEVINGSVISIE ETTEN-LEUR | 27

onze eigen gemeente sprake zijn van een ruimtelijke kwaliteitswinst; • we verkennen de mogelijkheden voor passende recreatieve invullingen of het hergebruik van voormalige agrarische objecten voor gemeenschappelijke woonvormen of ontmoetingsplekken en zorg voor bewoners. Vanwege de verwachte vergrijzing is hulp en ondersteuning in de directe omgeving belangrijk voor de leefbaarheid. Nabuurschap zien bewoners als een van de basiswaarden. In alle gevallen gaat het om een maatwerkafweging, waarbij onder andere aspecten spelen als aard, omvang, intensiteit en ruimtelijke uitstraling van de activiteit, aard van de omgeving, relatie met het buitengebied, ruimtelijke en/of milieuhygiënische kwaliteitsslag. Een en ander vergt een gedegen afweging die steeds vooraf dient plaats te vinden. Uitgangspunten blijven dat de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van nabijgelegen agrarische bedrijven niet mogen worden beperkt en dat een reële herinvulling met een agrarische functie op een vrijkomende agrarische locatie niet meer voor de hand ligt. Ook behoud van het karakter van het buitengebied is een belangrijk aandachtspunt, evenals kwaliteitsverbetering van het landschap, waaronder ook natuur. Met het toestaan van nieuwe, passende functies wordt ook leegstand voorkomen en daarmee de kans op vestiging van ondermijnende criminaliteit verkleind.

Ook sloop van overtollige, voormalige agrarische bebouwing is daarbij van belang. Wonen blijft een belangrijke functie in het buitengebied In het buitengebied van Etten-Leur bevinden zich veel burgerwoningen, meestal voormalige agrarische bedrijfswoningen. Die woonfunctie blijft belangrijk in ons buitengebied, naast bijvoorbeeld de agrarische activiteiten en functies als natuur, landschap en recreatie. Voor wat betreft wonen in het buitengebied willen we de mogelijkheden verkennen voor gemeenschappelijke of andere bijzondere woonvormen, al dan niet met een vorm van zorg. Nieuwe woonfuncties moeten passen in de omgeving en bijdragen aan een verbetering van de omgevingskwaliteit. We kennen in het buitengebied ook een vorm van tijdelijk wonen. Het is in het buitengebied onder voorwaarden toegestaan om seizoenarbeiders te

huisvesten ten behoeve van de agrarische bedrijfsvoering. De mogelijkheden zijn recent wat verruimd: • de strikte koppeling tussen de huisvestingslocatie en de locatie waar de werkzaamheden worden verricht, is losgelaten; • het moet wel gaan om de huisvesting van seizoenarbeiders ten behoeve van het eigen agrarisch bedrijf (en op een eigen bedrijfslocatie); • per locatie wordt beoordeeld of en tot welke omvang huisvesting van eigen seizoenarbeiders inpasbaar is in de omgeving. Behoud en versterken van extensieve recreatie en kleinschalige voorzieningen Het buitengebied heeft ook een belangrijke functie voor extensieve vormen van recreatie zoals wandelen, fietsen, paardrijden en varen. Voor wandelen en fietsen is een netwerk van routes beschikbaar en verspreid treffen we ondersteunende voorzieningen aan. Maar ook hardlopers, wielrenners en mountainbikers maken gebruik van het buitengebied en delen dit netwerk. Het in stand houden en uitbreiden van de mogelijkheden is niet alleen van belang voor de vrijetijdsbesteding van de eigen inwoners en hun gezondheid. Het is ook belangrijk voor de bevordering van het toerisme en de recreatie in zijn algemeenheid. Kijken we naar extra voorzieningen, dan willen we ruimte bieden aan nieuwe kleinschalige voorzieningen die de netwerken versterken en functies die aanvullend zijn.

Bijvoorbeeld kleinschalige horeca (zoals een theetuin), maïsdoolhof, midgetgolf, een speelboerderij, bed & breakfast, boerderij-appartementen, mits inpasbaar in de omgeving en niet al te zeer verkeer aantrekkend. Recreatief (mede)gebruik en kleinschalige voorzieningen moeten passend zijn en mogen geen afbreuk doen aan de waarden van het gebied. Ook een goede afstemming met onder andere het landbouwverkeer en waar nodig een passende infrastructuur vormen aandachtspunten. Grootschalige voorzieningen in vorm van vakantie- en recreatieparken blijven uitgesloten. De Westpolderplas met jachthaven vormt een bijzondere plek. De ligging aan de rand van het stedelijk gebied nodigt uit tot combinatie met andere activiteiten. Het is behalve een jachthaven en zwemplas een knooppunt voor de wandelaar,

OMGEVINGSVISIE ETTEN-LEUR | 28

recreatieve fietser en de kanovaart. Uitbreiding van het aanbod is denkbaar maar moet wel passend zijn in de omgeving en de omgevingskwaliteit verbeteren. Schone energieopwekking en de draagkracht van en inpasbaarheid in het landschap Duurzame en hernieuwbare energie zullen ook in het buitengebied leiden tot nieuwe initiatieven om de ‘energieoogst’ te verbeteren. Die initiatieven hebben invloed op de kwaliteit van het buitengebied. De opwek van duurzame elektriciteit via grootschalige installaties voor windenergie is tot 2030 vooral een regionale opgave. Etten-Leur levert daaraan nu al een relevante bijdrage met drie windmolenparken in het grootschaligere kleigebied aan de noordzijde van de gemeente. Dat gebied wordt voor onze gemeente het meest passend geacht voor windenergie. Opschaling van de capaciteit, in vakjargon ‘repowering’ (meer vermogen per windturbine), kan aan de orde zijn om de energieoogst te vergroten. De eerste capaciteitsopschaling heeft al plaatsgevonden (langs de Groene Dijk). Voor nieuwe windturbines in Etten-Leur geldt het volgende: • de maximale tiphoogte van een windturbine bedraagt 200 meter; • de afstand tussen een windturbine en woningen is voldoende om aan alle relevante wettelijke normen en algemeen aanvaarde richtlijnen te voldoen. Nieuwe windparken bij de bestaande parken zijn niet wenselijk.

Andere gebieden in Etten-Leur dan het noordelijk kleigebied vinden we niet geschikt voor windturbineopstellingen vanwege het meer besloten karakter van het landschap en de aanwezigheid van veel woningen. Voor de opwek van elektriciteit is het aandeel windenergie medebepalend voor de hoeveelheid zonne-energie die nodig is. Voor Etten-Leur denken we daarbij van binnen naar buiten: eerst kijken naar de bebouwde omgeving, daarna pas naar het buitengebied. Voor zonne-energie richten we onze aandacht op: • het zo veel mogelijk benutten van daken van gebouwen (in stedelijk gebied, bedrijventerreinen en buitengebied); • de geluidwal langs de Rijksweg;

• de voormalige Bollendonkseweg.

stortplaats

aan

de

Zonnevelden op agrarische gronden vinden we niet wenselijk. Ook niet in het noordelijk buitengebied van Etten-Leur bij de bestaande windparken om zo het elektriciteitsnet efficiënter te benutten en een energielandschap te creëren. Het noordelijk kleigebied van Etten-Leur is een belangrijk primair agrarisch gebied. Vrijwel alleen daar kan in Etten-Leur nog grootschalige landbouw in de vorm van grondgebonden veehouderij en akkerbouw uitgeoefend worden. Zonnevelden zouden de primair agrarische mogelijkheden daar tenietdoen. Datzelfde geldt voor het centraal zandgebied waar zich behalve veehouderijen vooral vollegrondstuinbouw en glastuinbouw bevinden. Agrarische gronden willen we zoveel mogelijk beschikbaar houden voor voedselproductie. Bovendien vormen landschaps- en natuurkwaliteiten een belemmering: de openheid van het noordelijk kleigebied, de natuurgebieden in het overgangsgebied zand-klei, de beekdalen en de landschappelijke kleinschaligheid en bos- en natuurgebieden van het zuidelijk zandgebied. Ook kunnen cultuurhistorische argumenten aan de orde zijn. Pas als dat vanuit het oogpunt van de energietransitie en in het bijzonder de Regionale Energiestrategie noodzakelijk is, willen we andere mogelijkheden overwegen en eventueel ook meer naar het buitengebied kijken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EttenLeur&id=b4f1be65-0521-4e8f-a440-3300f7fe9cef