CConstaterende datEtten-Leur
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 3 Omgevingsvisie Etten-Leur versie 3 mei LR.pdf

Raad besluit 11 juli 2022, gemeente Etten-LeurBij agendapunt: Vaststelling Omgevingsvisie28.793 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Op het gebied van onderwijs, winkelen, recreatie en sociale contacten zijn er volop voorzieningen aanwezig. In het landelijk gebied ligt het accent op de voedselproductie, rust, natuur en recreatie. Het toerisme is sterk in opkomst. Op regionaal niveau maken gemeenten afspraken en/of plannen over economie, wonen, mobiliteit, energie, klimaat, recreatie en natuur. Denk bijvoorbeeld aan de ‘Regionale Investeringsagenda (RIA) Regio Breda’, de ‘Ruimtelijk-Economische Agenda West-Brabant en Hart van Brabant’, de ‘Regionale Energiestrategie West-Brabant’ maar ook aan afspraken over het aanbod bedrijventerreinen, kantoren en winkels. In regionaal verband zoeken we samen kansen om de functie van de steden te versterken (‘Position Paper Sterke Steden’) en platteland vitaal te houden.

OMGEVINGSVISIE ETTEN-LEUR | 44

Daarnaast vindt samenwerking plaats op subregionaal niveau. Deze samenwerking is georganiseerd rondom de centrumstad Breda. Tussen Breda en omringende gemeenten zijn in de dagelijkse levenssfeer (daily urban system) aanwijsbare verbanden. Gemeenten vormen onderling een netwerk. Elke gemeente levert binnen het netwerk een eigen waardevolle bijdrage. Onderling kunnen deze verschillen. Landelijke gemeenten met diverse dorpskernen vervullen een andere functie dan de centrumstad Breda en meer stedelijke gemeenten zoals Oosterhout en Etten-Leur. Binnen het stedelijk netwerk vullen gemeenten elkaar aan. De regionale samenwerking is verbreed met samenwerking met gemeenten rondom Tilburg. Dit als opmaat om te komen tot een verstedelijkingsakkoord Breda-Tilburg.

• Maar ook daarbuiten is het nodig om waterdoelen mee te nemen in ruimtelijkeconomische of andere ontwikkelingen. Zo sluit een duurzame landbouw naadloos aan bij de aanpak van droogte, wateroverlast en waterkwaliteit. • De kwaliteit van de ondergrond vraagt meer aandacht. De ondergrond wordt voor steeds meer doeleinden benut. Vanwege het vitale belang voor de drinkwatervoorziening en eventuele nadelige gevolgen voor de volksgezondheid is extra aandacht nodig. Ook in de toekomst willen we beschikken over voldoende schoon en gezond water.

Het einddoel is om samen een totaalpakket aan inwoners, bedrijven en organisaties aan te bieden. Een pakket dat voldoet aan hun wensen en logisch is georganiseerd. Ontbrekende schakels pakken we samen op. We organiseren netwerkkracht. De subregio Breda heeft voor vijf thema’s uitgangspunten verwoord: • Economie: Sterke ‘slimme’ stad en vitaal landelijk gebied • Mobiliteit: Optimale bereikbaarheid en innovatie • Duurzaamheid: Veilig, robuust en gezond • Wonen: Aantrekkelijke steden en leefbare dorpen • Vrijetijdseconomie: Kansen benutten Water in Brabant 2030 De Brabantse waterschappen en de provincie NoordBrabant hebben een gezamenlijke wateragenda opgesteld. De agenda fungeerde als onderlegger voor de provinciale omgevingsvisie. De agenda bevat ook uitgangspunten voor het lokaal waterbeheer. Om die reden benoemen we de belangrijkste uitgangspunten uit deze agenda: • Het bestaande beleid op het gebied van waterveiligheid, wateroverlast, drinkwater, droogtebestrijding, beekherstel, waterkwaliteit en ecologische verbindingszones vormt de basis voor een leefbaar en klimaatbestendig Brabant. • Dat is niet genoeg om effecten van de klimaatverandering op te vangen. In de toekomst is er meer ruimte voor water en schoner water nodig. Dit vraagt soms om drastische keuzes in gebieden met water als primaire omgevingswaarde.

OMGEVINGSVISIE ETTEN-LEUR | 45

7.2 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN MER In het kader van de Omgevingsvisie is een m.e.r.procedure doorlopen (waarbij m.e.r. staat voor milieueffectrapportage) en een milieueffectrapport (MER) opgesteld. De Omgevingsvisie is een strategisch document op een bepaald abstractieniveau. Het MER moet daar bij aansluiten. Het MER en de Omgevingsvisie hebben daarom continue een parallel spoor gelopen waarbij telkens de informatie uit de verschillende stappen van het MER zijn gebruikt voor stappen in de Omgevingsvisie en andersom. Deze stappen samen hebben geleid tot het definitief MER en de (ontwerp)Omgevingsvisie. Beoordeling effecten ambities Omgevingsvisie Met de Omgevingsvisie zet de gemeente Etten-Leur een eerste belangrijke stap naar een integraal strategisch beleid voor de fysieke leefomgeving. Dit voor de gehele gemeente en voor alle aspecten van de fysieke leefomgeving. Dit betekent niet dat er een compleet nieuwe “wind gaat waaien” door de gemeente. Etten-Leur heeft met haar Structuurvisie Plus 2020 en actuele bestemmingsplannen al een prima integrale basis voor haar omgevingsbeleid. Ook voor een groot aantal sectorale beleidsvelden is het bestaande beleidskader geschikt of grotendeels geschikt om 1 op 1 in de Omgevingsvisie overgenomen te worden. Wat goed is blijft behouden, niet veranderen als dat niet hoeft.

In de Omgevingsvisie krijgen “recente” actuele leefomgevingsthema’s als klimaatadaptatie, energietransitie, transitie van de landbouw en het buitengebied, gezondheid en duurzaamheid een plaats naast de “traditionele” ruimtelijke ordeningsthema’s als landschap, erfgoed, natuur, water, verkeer en hinder. Voor de meest nieuwe leefomgevingsthema’s is het rijks-, provinciaal en regionaal beleid nog in ontwikkeling. In de Omgevingsvisie wordt dan ook aangehaakt op al ingezette ontwikkelingen bovenlokaal. Ook worden in afwachting van de bovenlokale keuzes en kaders nog geen definitieve lokale keuzes gemaakt. Dit komt later, op het moment dat de rijks-, provinciale en regionale kaders bepaald zijn. Het MER laat zien voor een aantal thema’s (bijvoorbeeld landschap) het huidige beleid in EttenLeur al op orde is om de ambities en doelstellingen voor de toekomst te halen. Voor thema’s waar dat nog niet zo is, zoals bijvoorbeeld biodiversiteit en klimaatadaptatie, geeft de Omgevingsvisie handvatten om de gewenste beleidsontwikkeling te realiseren.

Ook koppelt de Omgevingsvisie de diverse thema’s aan elkaar zodat er meerwaarde voor Etten-Leur ontstaat. Dit gebeurt bijvoorbeeld met natuur-en biodiversiteit, landschap, water en klimaatadaptatie. Het MER laat zien dat verdere ontwikkeling van EttenLeur aandachtspunten geeft. Bijvoorbeeld op het gebied van verkeer en geluid. Dit speelt met name bij de keuzes over de strategische ontwikkellocaties en infrastructuur. Ook zijn er in het buitengebied nog diverse uitdagingen om de verschillende ontwikkelingen en ambities op elkaar af te stemmen. Dit betreft onder meer de landbouwtransitie, energietransitie, klimaatadaptatie, ruimte voor wonen, verminderen milieuhinder en het verbeteren van de biodiversiteit. Voor een uitgebreidere analyse van de effecten van de ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie wordt verwezen naar het MER. Deze vormt een bijlage bij onze Omgevingsvisie. Beoordeling effecten strategische ontwikkellocaties In het milieueffectrapport (MER) zijn ook de effecten en aandachtspunten van de diverse varianten voor de strategische ontwikkellocaties onderzocht. Dit is kwalitatief beschrijvend en op het abstractieniveau van de Omgevingsvisie gedaan: verkennend en agenderend. Detailonderzoek en toetsing vindt plaats bij verdere uitwerking van de planning in vervolgprocedures.

Er is in eerste instantie onderzoek gedaan naar varianten voor 600 woningen, 10 ha nieuw bedrijventerrein en drie infrastructuurvarianten tot 2030. Na het gemeenteraadsbesluit van 22 februari 2021 op basis van eerste onderzoeksresultaten, is het onderzoek aangevuld met en aangepast tot een doorkijk tot 2040 met 2.300 woningen buiten bestaand stedelijk gebied en nieuwe infrastructuurvarianten. Algemeen kan gesteld worden dat de beoogde woningbouwlocaties bijdragen aan de realisatie van het woningbouwprogramma van Etten-Leur. Daarmee dragen ze bij aan de ambitie om het woningaanbod te verbreden en voor inwoners een passende duurzame woning in een buurt waar men zich thuis voelt te bieden. Er is daarin geen wezenlijk onderscheid tussen de varianten en/of locaties. De beoogde locaties liggen aan de rand van Etten-Leur, op de overgang van de kern, de woongebieden naar het buitengebied en in de invloedssfeer van de kern en bestaande woon-gebieden. Ook liggen de locaties

OMGEVINGSVISIE ETTEN-LEUR | 46

binnen de invloedssfeer van hinderbronnen als A58, het spoor en bedrijventerrein Vosdonk. Daarin verschillen de beide locaties niet wezenlijk van elkaar. De locatie Hoge Haansberg ligt in gebied met relatief weinig wezenlijke beschermde waarden op het gebied van landschap, natuur, water en erfgoed. Voor de locatie Lage Vaartkant is inpassing in en van het beekdal van de Brandse Vaart met bijbehorende aandachtspunten op het gebied van landschap, water en natuur een belangrijk aandachtspunt. Tegelijkertijd biedt dit ook kansen om verschillende opgaven met elkaar te combineren. Uitbreiding van woningbouw leidt in alle gevallen tot een toename van verkeer. Beperkte woningbouw op de locatie Hoge Haansberg kan nog, met enkele aanpassingen, afgewikkeld worden op het huidige wegennet. Woningbouw op de locatie Lage Vaartkant kan, ook in beperkte omvang, niet meer afgewikkeld worden op de bestaande wegen. Hetzelfde geldt voor woningbouw in de uitgebreidere varianten. Nieuwe randwegen bieden een oplossing voor de ontsluiting van de beoogde nieuwe woningbouwlocaties en kunnen bestaande verkeersknelpunten in de kern ontlasten. Daar staat tegenover dat nieuwe randwegen zelf ook nieuwe effecten en aandachtspunten geven. Ze leiden tot verkeerstoename op wegen elders en doorsnijden het buitengebied.

Een uitgebreidere analyse van de effecten van de strategische ontwikkellocaties is opgenomen in het MER welke als bijlage bij deze Omgevingsvisie is opgenomen. In het MER zijn de volgende aandachtspunten voor de verdere uitwerking van de strategische ontwikkellocaties benoemd: Woonlocaties Hoge Haansberg • Inpassing van de bestaande linten Goorstraat en Haansberg (bij de variant van 1.300 woningen); • Ontsluiting op de bestaande wegenstructuur van de Hoevenseweg en de Haansberg; • Ligging in 2 km cirkel geitenhouderij. Lage Vaartkant • Inpassing in beekdal Brandse Vaart: aandachtspunten en kansen met betrekking tot landschap, waterberging en natuurontwikkeling; • Inpassing van het bestaande lint Lage Bremberg (bij de variant met 1.000 woningen);

• Afscherming nodig van effecten A58 en spoor. Infrastructuur Bestaande wegenstructuur • Opwaarderen capaciteit kruisingen en rotondes, zoals Hoevenseweg-Vossendaal; • Voorkomen en/of beperken van de toename van hinder langs wegen waar verkeer toeneemt, zoals de Hoevenseweg en de Kattestraat; Noordelijke randweg • Inpassing in landschap; • Inpassing passage bestaande linten; • Voorkomen van en/of passende invulling van restruimtes; • Voldoende capaciteit en voorkomen van dan wel beperken van toename van hinder langs wegen waar verkeer toeneemt zoals Hoevenseweg en de Kattestraat. Oostelijke randweg • Inpassing in beekdal; • Inpassing passage bestaande linten; • Voorkomen van en/of passende invulling van restruimtes; • Voldoende capaciteit en voorkomen van dan wel beperken van toename van hinder langs wegen waar verkeer toeneemt zoals Liesbosweg en de Lange Brugstraat. Parallelweg • Inpassing langs rijksweg A58; • Wijze van aansluiting op bestaande wegenstructuur, bijvoorbeeld bij de Bollenstraat; • Inpassing van bestaande woningen en functies, bijvoorbeeld langs de Hilsebaan). Het MER heeft samen met de ontwerp-Omgevingsvisie ter inzage gelegen. Conform de wettelijke eisen is de Commissie voor de milieueffectrapportage (Commissie m.e.r.), een onafhankelijke toetsende instantie, gevraagd het MER te toetsen. De Commissie m.e.r.

heeft op 17 maart 2022 een toetsingsadvies uitgebracht over het MER. In de bijlage bij de Omgevingsvisie is een reactie gegeven op het toetsingsadvies van de Commissie m.e.r.. Daar waar relevant wordt aanvullende informatie gegeven en is aangegeven hoe hiermee in de door de gemeenteraad vast te stellen Omgevingsvisie wordt omgegaan.

OMGEVINGSVISIE ETTEN-LEUR | 47

7.3 PARTICIPATIE In 2012 stelde Etten-Leur de ‘Toekomstvisie Etten-Leur, 2030’ vast. Dit document kwam tot stand in overleg met inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties, belangengroepen en overige instanties. Bij het opstellen van de Omgevingsvisie is gekozen om de ‘Toekomstvisie’ als basis te nemen en niet opnieuw uitvoerig alle partijen te horen. Daarnaast keken we naar het huidige gemeentelijke, regionale, provinciale en landelijk beleid. Betrokken we diverse studies, onderzochten de kwaliteiten van onze gemeente en hebben we een milieueffectrapportage uitgevoerd. Dit alles leverde veel informatie op en is verwerkt in deze Omgevingsvisie.

In de verkenning beschreven we aan de hand van de thema’s: duurzaamheid, wonen, werkgebieden, buitengebied, zorg & welzijn, mobiliteit, detailhandel, vrijetijdseconomie, horeca, onderwijs en sport: per thema de belangrijkste ontwikkelingen, vraagstukken en/of opgaven. De informatie uit deze verkenningen gebruikten we om de samenhang tussen deze thema’s inzichtelijk te maken. Dit leidde tot een aantal hoofdopgaven. Deze hoofdopgaven vormen de kern van de verkenning en bevatten ontwikkelingen waarmee wij in de Omgevingsvisie rekening moeten houden. De verkenning brachten we in de inspraak. De resultaten zijn verwerkt in een afzonderlijk eindverslag en een infographic.

Verkenningsfase De verkenning beperkten we tot gesprekken met vertegenwoordigers van belangenorganisaties. We vroegen hen welke ontwikkelingen zij de komende vijftien jaar verwachten. Een deel van de gesprekken vond plaats in het zogeheten ‘Partnerplatform Omgevingsvisie’. Daarnaast voerden we met diverse partijen aparte gesprekken. De resultaten van de gesprekken legden wij vast in verslagen en verwerkten tot verkenningen. We betrokken informatie uit studies en beleid van andere overheidsinstanties. Dit leidde de ‘Verkenning Omgevingsvisie’ (2017).

OMGEVINGSVISIE ETTEN-LEUR | 48

Planvormingsfase We volgden een tweesporenbeleid. Het eerste spoor betrof de ambities en doelen voor het bestaande stedelijk en landelijk gebied. Tijdens bijeenkomsten, werksessies en individuele gesprekken met vertegenwoordigers van (maatschappelijke) organisaties en belangengroepen onderzochten we de gevolgen van de diverse opgaven voor bestaand beleid. De resultaten verwerkten we in 2020 tot een 60 % conceptversie voor de Omgevingsvisie. Gedurende een periode van bijna vier maanden kon iedereen op de conceptversie reageren. De resultaten zijn opgenomen in de ‘Beoordeling reacties op 60 % conceptversie Omgevingsvisie’. Het tweede spoor betrof het onderzoek naar de bouwlocaties voor bedrijventerrein en bedrijventerrein buiten bestaand stedelijk gebied. Dit spoor liep parallel aan het verplichte overleg over de ‘Notitie Reikwijdte en Detailniveau PlanMer Omgevingsvisie’ (zie Eindverslag inspraak NRD PlanMer). Tijdens twee goed bezochte bijeenkomsten konden omwonenden van de onderzoeklocaties en vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties en belangengroepen onder andere aangegeven wat zij belangrijk vinden bij de locatiekeuze. Unaniem vroegen zij aandacht voor de afwikkeling van het verkeer rondom deze locaties en de gevolgen voor het bestaande wegennet. Dit leidde tot aanvulling van het onderzoek met twee mogelijke rondwegen.

Naast de bijeenkomsten vonden er afzonderlijke gesprekken plaats met verontruste inwoners.

komsten en lokale en sociale media geïnformeerd over de plannen en is hen gevraagd naar hun mening daarover. De binnengekomen reacties zijn samengevat en beantwoord in de ‘Nota beantwoording reacties bouwlocaties en wegvarianten’. Op basis van de ingediende reacties is de tekst over de bouwlocaties en wegvarianten op onderdelen gewijzigd en opgenomen in de omgevingsvisie. Het vormde hoofdstuk 5 over de strategische ontwikkellocaties. Met de toevoeging van dat hoofdstuk was de Omgevingsvisie compleet. Eind 2021 heeft de gemeenteraad besloten om de omgevingsvisie en het milieueffectrapport als ontwerp voor 6 weken ter inzage te leggen. In deze periode (van 13 januari tot en met 23 februari 2022) zijn zienswijzen ingediend door inwoners, bedrijven, maatschappelijke instellingen en overheden. Deze zienswijzen zijn in de Nota van Beantwoording samengevat en voorzien van een reactie. In die nota is ook aangeven welke zienswijzen aanleiding hebben gegeven om de Omgevingsvisie en het milieueffectrapport aan te passen.

Etten-Leur, 3 mei 2022

De resultaten van de onderzoeken gebruikten burgemeester en wethouders voor het formuleren voor een denkrichting over de toekomstige groei van Etten-Leur, de deelnotitie ‘Omgevingsvisie: bouwlocaties en wegvarianten’. De denkrichting was bedoeld als leidraad voor het gesprek met inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties, belangengroepen en anderen. Voorafgaand aan dit gesprek konden zij tijdens een webinar en de behandeling door de gemeenteraad al een mening kenbaar maken. De gemeenteraad besloot om aan een deel van de opmerkingen tegemoet te komen en paste de denkrichting begin 2021 op enkele onderdelen aan. De aangepaste denkrichting (herziene versie d.d. 17 mei 2021) vormde vervolgens de leidraad van het gesprek waarbij het draagvlak in de samenleving werd verkend. In een periode van negen weken in de tweede helft van 2021 zijn inwoners via (digitale) bijeen-

OMGEVINGSVISIE ETTEN-LEUR | 49

COLOFON Bij het opstellen van deze Omgevingsvisie is dankbaar gebruik gemaakt van de inbreng van tal van inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. De Omgevingsvisie is opgesteld door de gemeente Etten-Leur, ondersteund door Antea Group. Omgevingsvisie 3 mei 2022

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EttenLeur&id=b4f1be65-0521-4e8f-a440-3300f7fe9cef