Bijlage 2 - Haalbaarheidsonderzoek CA + GW Etten-Leur mei 2024
Tekst van het document
Figuur 16. voorbeeld van een insectenhotel
VARIANT 1
Gemeentewerf Hermelijnweg
Gemeentewerf Fri-Jado-terrein
Circulair Ambachtscentrum
Milieustraat
Bouwkosten
€ 1.475.000
nvt
nvt
nvt
Totale bouwkosten
€ 1.475.000
Kapitaallasten
€ 73.800
Tabel 5. Overzicht investeringskosten gemeentewerf in geval van verduurzaming op de huidige locatie. Naar Financiële investering variant 2
Naar Financiële investering variant 3
Naar Financiële investering variant 2
Naar Financiële investering variant 3
35
4.3 Uitwerking variant 2 Leeswijzer 4.3.1 Ruimtelijke kwaliteit
4.3.2 Ruimtebeslag
4.3.3 Circulaire opbrengst/impact
4.3.4 Personele inzet
Figuur 17. Dit hoofdstuk beschrijft variant 2: de GW blijft op de huidige locatie, nieuwbouw van een CA op Fri-Jado.
4.3.5 Mobiliteit
4.3.6 Duurzaamheid
4.3.7 Flexibiliteit/ toekomstbestendigheid
4.3.8 Financieel
Figuur 18. Thematische indeling beschrijving varianten.
Naar beschrijving variant 1
Naar beschrijving variant 3
Naar beschrijving variant 1
Naar beschrijving variant 3
36
Variant 2
4.3.1 Ruimtelijke kwaliteit Terrein Het terrein van de GW blijft ongewijzigd t.o.v variant 1 Het terrein van de MS ondergaat een kleine aanpassing om zo beter aan te sluiten bij het CA. De benodigde aanpassing is voor een extra opstelling van afvalcontainers ten behoeve van de inzameling van bedrijfsafval en andere aanrijroute voor de inwoners.
Bebouwing Voor het hoofdgebouw van de GW betreffen de maatregelen met name het extra isoleren van het gebouw en de vervanging van de installaties (gasloos). Daarnaast worden extra renovatieverduurzamingsmaatregelen genomen zoals beschreven in variant 1. Er verandert ter plaatse niets aan de ruimtelijke kwaliteit t.o.v. de huidige situatie / variant 1. Door de realisatie van een modern CA zal de ruimtelijke kwaliteit op het Fri-Jado terrein naast de MS toenemen. Er is een groen scherm op de gevel van het CA voorzien langs de Verschuurweg. Het groene scherm zorgt voor een meer duurzame uitstraling en biedt meer kansen voor biodiversiteit. Daarnaast wordt ruim 13 % van het perceel groen ingericht. Aan de zijde van de Verschuurweg is met name aandacht besteed aan een robuuste groene inrichting. Zie Figuren 20 t/m 23 op de volgende pagina’s om een beter beeld te krijgen van het nieuwe CA en inrichting van het perceel op deze locatie.
Naar beschrijving Ruimtelijke kwaliteit variant 1
Naar beschrijving Ruimtelijke kwaliteit variant 1
Naar beschrijving Ruimtelijke kwaliteit variant 3
Naar beschrijving Ruimtelijke kwaliteit variant 3
Figuur 19. luchtfoto bestaande Gemeentewerf en 3D visualisatie vogelvlucht Noord-West Variant 2
37
Variant 2
Figuur 20. 3D visualisatie vogelvlucht Noord-Oost Variant 2
Figuur 21. 3D visualisatie entree ambachtscentrum Variant 2
Figuur 22. 3D visualisatie opstelstrook en achterzijde CA Variant 2
Figuur 23. 3D visualisatie Noord-Oost Variant 2
38
Variant 2
4.3.2 Ruimtebeslag Hermelijnweg Het bestaande terrein van de GW betreft een perceel van 14.725 m2. Het hoofdgebouw heeft een oppervlak van 1.290 m 2. De GW blijft behouden op het terrein aan de Hermelijnweg.
Ruimtebeslag variant 2
Fri-Jado terrein Op het Fri-Jado terrein is een reservering gedaan voor de gronden van 18.836 m2. Voor de bouw van het CA en het benodigde terrein (rijroute naar de milieustraat, parkeren e.d.) is 7.341 m2 grond benodigd. Wanneer de resterende grond van 11.495 m2 gelijktijdig wordt gekocht, ontstaat ruimte voor toekomstige circulaire ontwikkelingen. In de financiële berekeningen is daarom het totale perceel van 18.836 m 2 meegenomen. MS Verschuurweg Het bestaande perceel bedraagt 9.986 m 2.
Figuur 24. Ruimtebeslag variant 2
Naar beschrijving Ruimtebeslag variant 1
Naar beschrijving Ruimtebeslag variant 1
Naar beschrijving Ruimtebeslag variant 3
Naar beschrijving Ruimtebeslag variant 3
39
Variant 2
4.3.3 Circulaire opbrengst Op basis van de hoeveelheid en samenstelling van de huidige MS stromen is op pagina 41 de potentiële circulaire impact van de combinatie CA/MS gekwantificeerd. Dit is gedaan door te bepalen hoeveel materialen één of meerdere stappen hoger op de R-ladder verwerkt kunnen worden dan in de huidige situatie het geval is. Deze berekening brengt uitsluitend de extra circulaire impact in beeld die gerealiseerd kan worden met de materialen die nú al op de MS worden ingeleverd. Daarnaast zijn er diverse andere mogelijkheden om hoger op de Rladder te komen. Denk aan realisatie van een textielsorteercentrum, demontage van elektrische apparaten of het realiseren van nieuwe vormen van recycling. Deze doorgroeimodellen worden kwalitatief beschreven op pagina 42.
Product slimmer gebruiken en maken
Levensduurverlenging van het product en/of onderdelen
Nuttig toepassen van materialen
R-ladder
Hoe draagt het Circulair Ambachtscentrum hieraan bij?
R0 Refuse Een product overbodig maken door ervan af te zien.
Het CA draagt bij aan bewustwording over hergebruik en circulariteit, daarmee zetten we inwoners aan tot ander consumptiegedrag en betere afvalscheiding.
R1 Rethink Het productgebruik intensiveren, bijvoorbeeld door te delen.
Een CA kan faciliteiten bevatten voor het lenen en/of gezamenlijk gebruiken van producten. Denk aan gereedschappen.
R2: Reduce Het product efficiënter fabriceren door minder materiaalgebruik.
Inwoners worden meer bewust van de waarde van producten, daardoor kopen zij minder en/of duurzamere producten.
R3: Reuse Hergebruik van een afgedankt product.
Herbruikbare goederen en materialen worden apart ingezameld zodat deze kunnen worden hergebruikt. Bijvoorbeeld door verkoop van goederen/materialen in een (bouw)kringloopwinkel.
R4: Repair Reparatie ten behoeve van producthergebruik.
Kapotte producten, zoals fietsen of meubels, worden gerepareerd.
R5 Refurbish Opknappen of moderniseren van een oud product.
Oude producten, zoals bijvoorbeeld elektronica of huishoudelijke apparaten worden gescheiden en gesorteerd ten behoeve van refurbishing in het CA of bij een externe partner.
R6 Remanufacture Onderdelen van een afgedankt product hergebruiken in een nieuw product met dezelfde functie.
Oude producten, zoals bijvoorbeeld elektronica of huishoudelijke apparaten worden gedemonteerd om herbruikbare onderdelen te verkrijgen ten behoeve van remanufacturing..
R7 Repurpose Onderdelen van een afgedankt product hergebruiken in een nieuw product met een andere functie.
Oude producten, zoals bijvoorbeeld elektronica of huishoudelijke apparaten worden gedemonteerd om herbruikbare onderdelen te verkrijgen voor andere producten.
R8: Recycle Materialen verwerken tot dezelfde of een mindere kwaliteit.
Materialen die niet direct herbruikbaar zijn, worden als monostromen ingezameld en zo hoogwaardig mogelijk gerecycled. Het beter scheiden en demonteren van het grof restafval draagt hieraan bij.
R9: Recover Verbranden van materialen met Tabel X. R-ladder (bron …) energieterugwinning.
Tabel 6. De R-ladder
De hoeveelheid restafval wordt zoveel mogelijk teruggedrongen, het restafval dat overblijft wordt verbrand met energieterugwinning. 40
Variant 2
Kwantificering potentiële circulaire impact Tabel 6 geeft de potentiële circulaire impact van een basis CA weer. De tabel laat zien hoeveel materialen één of meer stappen hoger op de R-ladder verwerkt kunnen worden dan in de huidige situatie het geval is. In de berekening zijn de volgende stappen op de R-ladder meegenomen: • Materialen in het grof restafval worden gescheiden in monostromen voor recycling (R9 → R8); • Samengestelde goederen in het grof restafval worden gedemonteerd in monostromen voor recycling (R9 → R8); • Samengestelde goederen in het grof restafval die geschikt zijn voor hergebruik, bijvoorbeeld voor verkoop in kringloopwinkel of als grondstof in de circulaire werkplaatsen (R9 → R3+R4), zoals het voorbeeld in Figuur 25; • Direct hergebruik van goederen uit monostromen (R8 → R3); • Hergebruik van monostromen als grondstof of bouwmateriaal (R8 → R4 t/m R7). Tabel 7 geeft een vereenvoudigde samenvatting van de circulaire impact van het CA. Hierin zijn uitsluitend de milieustraatstromen opgenomen, die onder de huidige omstandigheden hoger op de Rladder verwerkt kunnen worden. Stromen zonder directe circulaire potentie zijn voor de overzichtelijkheid achterwege gelaten. LET OP: Door het realiseren van nieuwe functies en aangaan van nieuwe allianties kan het aantal en de omvang van stromen met circulaire impact aanzienlijk toenemen.
Fractie milieustraat
Huidige hoeveelheid
Kg Grof restafval
Hoeveelheid die hoger op de R-ladder verwerkt kan worden
Kg/inw/jr
Kg
Kg/inw/jr
1.064.636
24
527.634
12
133.779
3
61.397
1
Hout A+B
1.019.787
23
568.022
13
Metaal
142.648
3
125.530
3
TOTAAL
2.360.850
53
1.027.424
29
Harde Kunststoffen
Tabel 7. Circulaire impact van de huidige milieustraatstromen
Uit de tabel volgt dat ruim 1.027 ton materialen hoogwaardiger verwerkt kan worden door realisatie van het CA. Van deze hoeveelheid krijgt 650 ton een hoogwaardiger toepassing door direct producthergebruik of toepassing in circulaire werkplaatsen. De overige 377 ton gaat terug naar de MS, maar wordt door scheiding in monostromen gerecycled in plaats van verbrand. Het scheidingspercentage op de MS neemt van 85% in de huidige situatie toe naar 93%.
Figuur 25. Meubilair in het grof restafval (bron: De Afvalspiegel, sorteeranalyse grof afval Etten-Leur)
41
Variant 2
Toekomstige circulaire impact en invulling circulaire hal De potentiële circulaire impact is gekwantificeerd op basis van de huidige situatie. De circulaire impact wordt echter sterk beïnvloed door de invulling van de circulaire hal en toekomstige ontwikkelingen. In dit hoofdstuk geven we een kwalitatieve beschrijving van toekomstige mogelijkheden om de circulaire impact te vergroten. We besluiten met een aantal suggesties voor de invulling van de circulaire hal.
Wanneer andere CA’s in de regio zich op lokale verwerking van andere specifieke materiaalstromen richten, wordt materialenuitwisseling voor circulaire verwerking binnen de regio gestimuleerd. Er loopt momenteel binnen een regionaal samenwerkingsverband circulariteit met 8 gemeenten een onderzoek naar samenwerkingsmogelijkheden op het gebied van afval en circulariteit. Voor het optimaliseren van de impact van het CA is het van belang hier goed op aangehaakt te blijven.
Uitbreiding inzameling reststromen Reststromen die momenteel huis-aan-huis (al dan niet via externe partijen) worden opgehaald, kunnen in de toekomst mogelijk via het CA worden ingezameld en/of verwerkt. Voorbeelden zijn: • Wit- en bruingoed. Momenteel wordt dit opgehaald door De Kringloper en op circulaire wijze verwerkt (refurbishen). Dit kan mogelijk ook op locatie van het CA in Etten-Leur plaatsvinden. Het bepalen van de meerwaarde hiervan vereist aanvullend onderzoek. • AEEA (afgedankte elektrische en elektronische apparaten) wordt momenteel ingezameld op de milieustraat en gesorteerd en verwerkt door Stichting Open. Mogelijk kan een deel van het AEEA in het CA gesorteerd worden voor recycling. Het bepalen van de meerwaarde hiervan vereist aanvullend onderzoek. • Textiel. Momenteel vindt in samenwerking met gemeente Breda en Midwaste zo’n 5 kg textiel per inwoner per jaar ingezameld en verwerkt. Rondom textiel lopen in de regio reeds uiteenlopende circulaire initiatieven. Het CA biedt fysieke ruimte voor uitbreiding van bestaande of realisatie van aanvullende regionale initiatieven ten aanzien van de textielketen.
Sinds 2021 heeft de gemeente Etten-Leur een samenwerkingsovereenkomst met de gemeente Breda voor Afval- en Milieubeheer. Deze samenwerking is breed opgezet. De basis is de afvalinzameling aan huis en in de wijken. Dit kan aangevuld worden met de inzet van afvalcoaching en handhaving, huren van elkaars voertuigen, bemensing van de voertuigen en milieustraten, opzetten van en samenwerken in een kringloopwinkel en de vormgeving van de circulaire economie en het uitvoeren van pilots.
Regionale samenwerking Het volume van de materiaalstromen in het CA kan worden opgeschaald door regionale samenwerking. Door te specialiseren in de lokale verwerking van specifieke materiaalstromen, kan een regionale verwerkingsfunctie worden gerealiseerd.
Samenwerking met lokale en regionale ondernemers In de regio zijn diverse bedrijven gespecialiseerd in de circulaire verwerking van specifieke materiaalstromen. Samenwerking met deze ondernemers kan de circulaire impact van het CA vergroten. Zo heeft RetourMatras een vestiging in Etten-Leur voor recycling van afgedankte matrassen. Een ander voorbeeld is Respect Textiles, dat is gespecialiseerd in de verwerking van gebruikt textiel (kleding, schoenen en bedlinnen). Nieuwe verwerkingstechnieken De verwachting is dat innovatieve verwerkingstechnieken er in de nabije toekomst voor zorgen dat méér materialen gerecycled of hoogwaardiger hergebruikt kunnen worden. Een voorbeeld is meubelfoam (schuimrubber dat na demontage vrijkomt uit zitmeubilair): dit wordt nu verbrand via het grof restafval. Onder meer Cyclus NV zoekt naar oplossingen voor hoogwaardigere verwerking van meubelfoam. Het CA kan bijdragen aan de ontwikkeling van innovatieve verwerkingstechnieken door nieuwe materiaalstromen (ook kleinere volumes) gescheiden in te zamelen én ruimte te bieden voor het uitvoeren van pilots. Het faciliteren van start-ups om te experimenteren met de hoogwaardiger verwerking leidt tot innovatieve ideeën, zoals de resultaten van de BlueCity Circulair Challenge Afvalverwerker editie (juni 2022) laten zien. 42
Variant 2
Inzetten op hergebruik, repareren en delen Het CA heeft een belangrijke bewustwordingsfunctie doordat het circulariteit zichtbaar maakt voor inwoners. Deze bewustwording is een essentiële randvoorwaarde om te komen tot gedragsverandering en afvalpreventie. Het CA kan hieraan een bijdrage leveren door tweedehands kopen te stimuleren. Dit kan onder meer door realisatie van een kringloopwinkel of tweedehands bouwmaterialenzaak. Daarnaast kan het CA lenen of delen stimuleren, bijvoorbeeld door een leenfaciliteit voor gereedschap of andere gebruiksvoorwerpen te starten. Tot slot kan het realiseren van zichtbare en laagdrempelige reparatiefaciliteiten een belangrijke bijdrage leveren aan bewustwording en levensduurverlenging van producten. [bron: VANG-HHA menukaart Afvalpreventie] Invulling circulaire hal De invulling van de circulaire hal heeft grote invloed op de circulaire impact. Hieronder lichten we een aantal mogelijkheden toe: •
•
Werkplaatsen gespecialiseerd in specifieke materiaalstromen Afhankelijk van de regionale samenwerking met andere gemeenten en/of ondernemers kan er gekozen worden om werkplaatsen voor de lokale verwerking van specifieke materiaalstromen in te richten. Schaalvergroting is een belangrijke voorwaarde voor circulaire impact.
•
Kringloopwinkel Door het realiseren van een kringloopwinkel in het CA wordt tweedehands kopen gestimuleerd én kunnen de ingezamelde herbruikbare goederen op dezelfde locatie worden verkocht.
•
Bouwkringloopwinkel. Door realisatie van een bouwkringloopwinkel ontstaan mogelijkheden om herbruikbare bouwmaterialen (zoals hout) beschikbaar te maken voor inwoners en ondernemers. Er bestaat nog geen bouwkringloopwinkel (of een vergelijkbaar initiatief) in de regio. Hiermee wordt een nieuwe markt aangeboord.
•
Faciliteit voor lenen/delen van gereedschap Door een fysieke plek in te richten waar inwoners gereedschap kunnen lenen of delen, stimuleert dit afvalpreventie doordat inwoners zelf minder nieuw gereedschap kopen. Daarnaast worden de opties en voordelen van delen en lenen hiermee zichtbaar voor inwoners en draagt dit bij aan bewustwording. [bron: VANG-HHA menukaart Afvalpreventie]
In het ontwerp van de circulaire hal wordt rekening gehouden met maximale flexibiliteit. De hal kan op deze manier benut worden voor één of meerdere, zo nodig wisselende, circulaire activiteiten.
Sorteercentrum. In een sorteercentrum worden goederen waar vraag naar is, gesorteerd in bruikbare fracties en/of monostromen. Hierbij wordt gestreefd naar maximaal hergebruik. Er wordt onderscheid gemaakt in producthergebruik (bijvoorbeeld voor de verkoop in een kringloopwinkel) en materiaalhergebruik (voor de productie van nieuwe producten of recycling). Door deze voorsortering wordt de potentiële circulaire impact zoveel mogelijk benut. De regio kent reeds uiteenlopen initiatieven ten aanzien van sorteren. Een CA biedt kansen hier in regionaal verband verder op in te zetten. 43
Variant 2
4.3.4 Personele inzet Figuur 26 op de volgende pagina geeft een schematische weergave van de benodigde personele invulling van variant 2. Daarbij geldt: • •
•
De opzichter van de volledige locatie Fri-Jado (MS en CA) is verantwoordelijk voor de aansturing en verbinding tussen de MS en het CA. De CA Locatiebeheerder voert de regie over de hele CA-locatie. Tot de taken van deze functionaris behoren onder meer: • De operationele aansturing van het CA; • Het doorontwikkelen van het CA, d.w.z. het aangaan van nieuwe allianties en opstarten van nieuwe projecten. Onder verantwoordelijkheid van de locatiebeheerder werken uitvoerende medewerkers (eventueel uitbesteed aan een externe partij) aan: • Het innemen en sorteren van materialen en goederen; • Het werk in de demontageruimte en de werkplaatsen; • Programmering van de belevenisruimte; • De bezetting van de circulaire hal. Werkzaamheden in gemeentelijk beheer vallen onder de locatiebeheerder. Voor het overige is de locatiebeheerder de regievoerder en het eerste aanspreekpunt voor externe organisaties die in de circulaire hal actief zijn.
Tabel 8, op pagina 46, geeft een indicatie van het minimaal benodigde aantal FTE voor het CA op basis van de huidige situatie en op basis van inzet van volledig reguliere arbeid. Op pagina 47 lichten we de mogelijkheden voor de inzet van sociale arbeid toe.
Een groot deel van de bovenstaande taken biedt kansen voor het realiseren van sociale werkgelegenheid voor uiteenlopende doelgroepen. Dit vereist uiteraard professionele en gecertificeerde begeleiding op maat. In de praktijk is daarom altijd sprake van een combinatie van reguliere en sociale arbeid. De exacte hoeveelheid in te zetten arbeid in het CA hangt tot slot sterk af van de hoeveelheid en type input materialen en de aard en complexiteit van de werkzaamheden. .
44
Variant 2
Locatie Hermelijnweg
Locatie Fri-Jado Opzichter hele locatie (MS en CA)
Opzichter GW
MS
CA - basis
GW
CA Locatiebeheerder
Innamepunt + sortering
Demontage en werkplaatsen
Programming Belevenisruimte
Milieustraat
Gemeentewerf
Circulaire hal 2 extra werkplaatsen
en/of
(Bouw-) kringloopwinkel
Figuur 26. Schematische weergave personele invulling in scenario 2 45
Variant 2
Indicatie aantal FTE Tabel 8 geeft een indicatie van het minimaal benodigd aantal FTE voor een CA, onderverdeeld in reguliere arbeid, vrijwilligers en educatief (reguliere stageplaatsen). Bij de tabel gelden de volgende aandachtspunten: •
•
•
Het aantal FTE staat niet gelijk aan het aantal medewerkers, maar betreft een full time equivalent. Eén FTE kan dus ingevuld worden door meerdere personen die in deeltijd werken. Ter indicatie: in een gemiddelde kringloopwinkel worden 5 FTE reguliere arbeidsplaatsen ingevuld door 8 personen, 5 FTE vrijwilligersfuncties worden ingevuld door 20 personen [Bron: Branchevereniging Kringloop Nederland (BKN), Monitor Kringloop Nederland 2022)]. Het betreft nadrukkelijk een minimuminzet, gebaseerd op de huidige omstandigheden. Wanneer bijvoorbeeld de hoeveelheid input materiaal toeneemt, de openingstijden verruimen of het aantal te sorteren stromen toeneemt, is meer personele inzet nodig. De inzet van sociale arbeid is in deze tabel vooralsnog niet meegenomen, dit zien we als een doorgroeimodel, zoals toegelicht op pagina 47. De reguliere arbeid kan deels worden vervangen door sociale arbeid. Gezien de benodigde begeleiding en de doorgaans lagere arbeidsproductiviteit neemt het aantal benodigde FTE in dit geval toe.
De personele invulling is gebaseerd op ‘expert judgement’.
Tabel 8. Indicatie (minimale) personele invulling variant 2
46
Variant 2
Doorgroeimodel: inzet sociale arbeid De reguliere arbeidsplaatsen in Tabel 8 kunnen deels worden ingevuld met sociale arbeidsplaatsen. Dit zien we als een doorgroeimodel voor de personele invulling in het CA. Daarmee genereert het CA – naast circulaire impact – ook sociaalmaatschappelijk impact. Met de komst van de Participatiewet in 2015 werd het de taak van gemeenten om mensen met een (arbeids)beperking te begeleiden op de arbeidsmarkt en te helpen aan passende arbeid. Door inzet van sociale arbeid kan het CA bijdragen aan deze taak. Een CA kent een breed aanbod van uiteenlopende werkzaamheden en kan daarmee uiteenlopende doelgroepen kansen bieden. Denk bijvoorbeeld aan dagbesteding, beschut werk, leerwerktrajecten, banenafspraken, pso-doelgroepen, halt-projecten, inburgeringstrajecten, etc. Bij de inzet van sociale arbeid moet onder meer rekening gehouden worden met de volgende aspecten: •
•
•
•
Type en complexiteit werkzaamheden: de werkzaamheden moeten aansluiten bij de behoeften en capaciteit van de doelgroep. Voor sommige doelgroepen zijn dit repeterende werkzaamheden, voor andere doelgroepen is het juist belangrijk dat er ontwikkelstappen gemaakt kunnen worden. Loonwaarde: dit is de economische waarde van arbeid. De loonwaarde is gebaseerd op onder andere de inzetbaarheid, werktempo en geleverde kwaliteit. Over het algemeen hebben sociale arbeidskrachten een lagere loonwaarde dan reguliere arbeidskrachten. Dat betekent dat inzet van sociale arbeid een groter aantal FTE vereist dan inzet van reguliere arbeid. Begeleiding: inzet van sociale arbeid vraagt om professionele en gecertificeerde begeleiding die aansluit bij de specifieke doelgroep. Daarom zal er altijd reguliere arbeid nodig zijn naast sociale arbeid. (Subsidie)regelingen: afhankelijk van de doelgroep zijn er uiteenlopende (subsidie)regelingen. Deze regelingen zijn aan externe veranderingen onderhevig.
Potentiële samenwerkingspartners Diverse instanties treden op als bemiddelaar tussen de doelgroepen en de werkgevers, zoals naar voren kwam tijdens het stakeholderonderzoek. In gemeente Etten-Leur zijn de gemeenschappelijke regelingen Werkplein Hart van West-Brabant en WVS belangrijke potentiële samenwerkingspartners voor het invullen van functies in het CA. Daarnaast zijn er ook diverse zelfstandige sociaal-maatschappelijke organisaties die mogelijk sociale arbeidsplaatsen kunnen invullen. Gemeente Etten-Leur werkt voor de afvalinzameling samen met gemeente Breda. Een onderdeel hiervan is de inzet van personeel. Hierbij wordt ook gekeken naar de inzet van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Met het oprichten van een Circulair Ambachtscentrum kan dit geïntensiveerd worden. Aandachtspunt kringloopwinkel Indien een kringloopwinkel wordt gerealiseerd in de circulaire hal is het belangrijk om rekening te houden met het feit dat kringloopwinkels vaak als belangrijkste doel hebben om sociale werkgelegenheid creëren. In de praktijk zijn er vrijwel geen voorbeelden van kringloopwinkels die volledig met reguliere arbeid werken; bijna de helft van het totaal aantal FTE in een gemiddelde kringloopwinkel bestaat uit sociale arbeid. [Bron: Branchevereniging Kringloop Nederland (BKN), Monitor Kringloop Nederland 2022)].
47
Variant 2
4.3.5 Mobiliteit Verkeer en vervoersbewegingen In variant 2 zijn er geen wijzigingen bij de GW op de Hermelijnweg. Wel wordt het CA naast de bestaande MS aan de Verschuurweg gerealiseerd. Hierdoor is er een nieuwe inrit voorzien en wordt de routing van de bestaande MS iets aangepast zodat een betere aansluiting met het CA ontstaat. In deze variant blijft de verkeersstroom tussen GW en MS/CA het zelfde. Afhankelijk van de definitieve invulling van het CA zullen er naar verwachting wat extra verkeersbewegingen bijkomen. Voordeel van de combinatie van de functies MS en CA naast elkaar is dat tussen die 2 functies de afstanden zeer kort zijn en het openbare wegenstelsel niet wordt belast.
Parkeren Op de GW vinden er geen wijzigingen plaats, maar afhankelijk van de definitieve invulling van het CA kunnen wellicht functies (denk aan kantoor/overlegruimte) van de GW (deels) overgebracht worden naar het CA waardoor de parkeerdruk aan de Hermelijnweg zal afnemen. Bij de realisatie van het CA kan namelijk ruimschoots voldaan worden aan de parkeernorm.
Inname goederen CA Bij aankomst van de bezoekers van het ambachtscentrum zal, aan het einde van de opstelstrook, een beoordeling plaats vinden van de meegenomen goederen. Bruikbare goederen gaan niet naar de MS, maar naar het CA. Bij het CA vindt de inname plaats aan de zijkant en achterzijde van het gebouw. Na afgifte van de goederen bij het CA kunnen de bezoekers door rijden naar de MS indien daar nog afgifte plaats moet vinden of ze rijden door om het terrein te verlaten. In het CA zullen de ingenomen goederen gesorteerd en verder beoordeeld worden. Daarna worden de goederen “tijdelijk” opgeslagen. De beoordeelde goederen kunnen vervolgens opgenomen worden in diverse “reststromen”. Goederen kunnen gedemonteerd worden in de demontage hal of ter reparatie worden aangeboden in één van de werkplaatsen. Vanuit de slimme samenwerking in de keten kunnen goederen ook naar andere locaties gebracht worden. Mogelijk worden goederen ook te koop aangeboden in de circulaire hal, indien hier een (bouw)kringloopwinkel wordt gerealiseerd. Om volledig circulair te worden is het doel om zoveel mogelijk aangeboden goederen op diverse manieren her te gebruiken.
Figuur 27. 3D visualisatie afgifte goederen Ambachtscentrum variant 2 Naar mobiliteit variant 1
Naar mobiliteit variant 3
Naar mobiliteit variant 1
Naar mobiliteit variant 3
48
Variant 2
Figuur 28. Weergave terrein variant 2 (gebouw CA)
49
Variant 2
4.3.6 Duurzaamheid Ten opzichte van variant 1 vinden er geen wijzigingen plaats bij de voorgestelde duurzaamheidsmaatregelen op de GW op de Hermelijnweg. In deze paragraaf wordt verder ingegaan op duurzaamheid voor het CA op het Fri-Jado terrein. Bij het ontwerpen is nadrukkelijk het thema duurzaamheid meegenomen. Circulaire bouw en inrichting Er is uitgegaan van een duurzame circulaire constructie. Hierbij denken we aan een hybride constructie van hout en staal. Bij de kantoordelen is een duurzame houten CLT-constructie (Cross Laminated Timber) voorzien. Langs de Verschuurweg is het groene scherm opgebouwd uit een CLT-constructie en zijn de panelen met groen ingevuld. De overige constructie is staal, waarbij deze volledig demontabel aangebracht wordt doordat de lasverbindingen vervangen worden door connectors. Natuurinclusiviteit en biodiversiteit In Tabel 9 op pagina 52 is inzichtelijk gemaakt dat variant 2 voldoet aan de eisen vanuit het rapport Orbis* (lichtgroen). Door het gebruik van groene daken en gevels en min. 10 % groen is het gebied aantrekkelijk voor vogels en insecten en vormt het een uitbreiding van het bestaande leef- en foerageergebied. Ook worden in de bebouwing gelegenheden gemaakt waar vogels en vleermuizen zich kunnen vestigen. Biodiversiteit kan vergroot worden door het plaatsen van een insectenhotel.
De figuren 29 t/m 35 tonen foto’s van voorbeelden van de diverse maatregelen die opgenomen kunnen worden.
Klimaatadaptatie Het aanbrengen van waterdoorlatende verhardingen zorgt voor infiltratie van regenwater en vermindert daardoor wateroverlast en verdroging. In deze variant zijn bijvoorbeeld grasbetontegels opgenomen ter plaatse van de parkeervoorzieningen. Het terrein ter plaatse van de groenvoorzieningen is onverhard. De groenvoorziening samen met de aanwezige bomen werken verkoelend in periodes van hitte. Bebouwing Er zijn multifunctionele daken opgenomen bij deze variant. Hier is een combinatie van blauw-groen daken met sheddaken ontworpen. Waarbij de zonnepanelen op de sheddaken liggen. Tevens dienen de sheddaken voor de opvang van hemelwater voor hergebruik. De multifunctionele daken hebben tevens een positief effect op hitte overlast. Zowel in het gebouw zelf als op de omgeving. Buitenterrein Minimaal 10% wordt groen aangelegd (zie natuurinclusiviteit). Waterdoorlatende verharding zorgt voor infiltratie van regenwater en groen en bomen zorgen voor verkoeling (zie klimaatadaptatie). Water Het gebouw CA wordt voorzien van een water berging i.c.m. het blauwgroen dak (50 % berging van het regenwater op het dakoppervlak). Water uit de ondergrondse waterberging kan bijvoorbeeld voor een wasbox gebruikt worden. Het aanleggen van een Wadi of infiltratiekratten zorgt voor extra infiltratie mogelijkheden.
Mogelijkheden moeten verder onderzocht worden en worden afgestemd met het bevoegd gezag i.v.m. resterende vervuiling in de bodem en de waterdoorlatendheid van de bodem.
*Zie voor een toelichting op het Orbis rapport pagina 20. Naar duurzaamheid variant 1
Naar duurzaamheid variant 3
Naar duurzaamheid variant 1
Naar duurzaamheid variant 3
50
Variant 2
Figuur 29. Groene gevels [bron: Orbis]
Figuur 32. Insectenhotel [bron: Orbis]
Figuur 30. Groene gevels [bron: Orbis]
Figuur 33. Takkenril [bron: Orbis]
Figuur 31. Gebruik zonne-energie [bron: Orbis]
Figuur 34. Stapelmuur [bron: Orbis]
Figuur 35. Groene parkeerplaatsen [bron: Orbis]
51
Variant 2
Duurzaamheid – overzicht maatregelen GW + CA/MS Lichtgroene zone Orbis
Maatregelen Variant 2 GW
Maatregelen Variant 2 CA
1. Groene gevels/inkleding
☺
☺
2. Blauw - Groene daken
☺
☺☺
3. Gele daken (zonnepanelen)
☺
☺
☺☺
4. Inbouw Nestkasten
☺
☺
☺
5. Groene erfafscheidingen
☺
☺
☺
6. Waterdoorlatende (half)verharding paden, wegen en parkeerterrein personenwagens
☺
☺
7. Bomen en struiken op onverharde delen (25% van onverhard oppervlak)
☺
☺
8. Afkoppeling regenwater, infiltratie via wadi
☺
☺
9. Hergebruik regenwater (planten, toiletten, etc.)
☺
☺
10. Insectenhotels / stapelmuur
☺
☺
☺
11. Takkenril voor vogels & kleine zoogdieren
☺
☺
☺
Bebouwing:
Buitenterrein
Water
Biodiversiteit
Tabel 9. Duurzaam bouwen (Orbis)
Maatregelen lichtgroene zone Orbis
☺ = Verplicht ☺ = Facultatief = Geen optie
52
Variant 2
4.3.7 Flexibiliteit / Toekomstbestendigheid Voor de GW aan de Hermelijnweg verandert er niets ten opzichte van variant 1. Onderstaande heeft betrekking op de flexibiliteit / toekomstbestendigheid van het CA aan de Verschuurweg op het Fri-Jado terrein. Flexibiliteit bouwen extern Bij het ontwerp van het CA wordt hier rekening mee gehouden. Bij het inrichten van het terrein is daarnaast rekening gehouden met mogelijke uitbreiding van het gebouw. Op het terrein is ruimte beschikbaar om het gebouw te vergroten. Dit vergroot de mogelijkheden in de toekomst en draagt bij aan een grotere toekomstbestendigheid.
Daarbij geldt dat het op een later moment verplaatsen van de GW duurder zal zijn dan gelijktijdige realisatie van een nieuwe GW met het CA, zoals verwoord in variant 3. Tot slot is het nog een aanvullende optie om een extra bouwlaag mee te nemen. Deze kan dan ingezet worden voor uitbreidingen, projectkamers, flexplekken of verhuur.
Perceel optie gemeente (zie figuur 28) Bij deze variant is niet het volledige perceel op het Fri-Jado terrein (18.836 m2) gebruikt. Naast het CA blijven resterende gronden, grootte 11.495 m2, vrij die op termijn nader ingevuld kunnen gaan worden. Dit biedt een maximale flexibiliteit om in te spelen op toekomstige ontwikkelingen.
Flexibiliteit bouwen en gebruik intern Doordat de constructie van het gebouw dusdanig wordt ontworpen, met een maximale overspanning tussen de kolommen, ontstaat een gebouw dat functioneel zo flexibel mogelijk ingedeeld kan worden. Daarnaast zijn de meeste binnenwanden opgebouwd als lichte scheidingswanden, welke eenvoudig verwijderd kunnen worden. Ook dit zorgt voor voldoende flexibiliteit. Daarnaast is het programma op met name de verdieping nog beperkt. Hierdoor zijn er nu diverse vides opgenomen in de varianten. Deze vides kunnen op termijn dichtgelegd worden, zodat er extra vloeren ontstaan die functioneel ingericht kunnen worden. Ook is een 3e verdieping voor bijvoorbeeld kantoren een mogelijkheid (bouwkundig en planologisch tot 15 meter). Deze kan dan ingezet worden voor uitbreidingen, projectkamers, flexplekken of verhuur. Flexibiliteit gebruik extern De indeling laat in principe wat ruimte voor flexibiliteit. In deze variant is uitwisseling tussen functies GW en CA vooralsnog wel lastig, omdat deze op 2 verschillende locaties gevestigd zijn. Als de gronden naast het CA beschikbaar blijven voor doorontwikkeling van het CA of eventuele toekomstige verplaatsing van de GW ontstaat er veel flexibiliteit. Naar Flexibiliteit/toekomstbest. variant 1
Naar Flexibiliteit/toekomstbest. variant 1
Naar Flexibiliteit/toekomstbest. variant 3
Naar Flexibiliteit/toekomstbest. variant 3
53
Variant 2
4.3.8 Financieel: investering Investering De totale investering is in de tabel 10 hieronder uitgesplitst. In dit overzicht staan de bouwkosten en de bruto kapitaallasten. Dat betekent dat de rente en afschrijving zijn berekend over de totale bouwkosten. Een goed vergelijk van de varianten en een totale kostenopzet, zoals de jaarlijkse lasten per variant, leest u in het raadsvoorstel.
VARIANT 2
Gemeentewerf Hermelijnweg
Gemeentewerf Fri-Jado-terrein
Circulair Ambachtscentrum
Milieustraat
Bouwkosten
€ 1.475.000
nvt
€ 6.520.000
€ 425.000
Totale bouwkosten
€ 8.420.000
Kapitaallasten
€ 317.000
Tabel 10. Ontwikkelingskosten variant 2 alleen gebouw CA op terrein Fri-Jado
Naar Financiële investering variant 1
Naar Financiële investering variant 3
Naar Financiële investering variant 1
Naar Financiële investering variant 3
54
4.4 Uitwerking variant 3 Leeswijzer 4.4.1 Ruimtelijke kwaliteit
4.4.2 Ruimtebeslag
4.4.3 Circulaire opbrengst/impact
4.4.4 Personele inzet
Figuur 36. Dit hoofdstuk beschrijft variant 3: Nieuwbouw van een GW en CA op Fri-Jado.
4.4.5 Mobiliteit
4.4.6 Duurzaamheid
4.4.7 Flexibiliteit/ toekomstbestendigheid
4.4.8 Financieel
Figuur 37. Thematische indeling beschrijving varianten.
Naar beschrijving variant 1
Naar beschrijving variant 2
Naar beschrijving variant 1
Naar beschrijving variant 2
55
Variant 3
4.4.1 Ruimtelijke kwaliteit Terrein De GW aan de Hermelijnweg wordt verlaten. Daar ontstaat ruimte (14.725 m2) voor een nieuwe ontwikkeling. Dat biedt ruimte om de ruimtelijke kwaliteit te verbeteren. Aan de Verschuurweg naast de MS op het Fri-Jado terrein worden twee functies toegevoegd. Beide functies hebben een duidelijke relatie met de al aanwezige MS. Buitenopslag Op het achterste gedeelte van het terrein zijn diverse boxen als buitenopslag voorzien. De totale oppervlakte is conform het functionele programma en diverse goederen kunnen hier opgeslagen worden. Dit is bewust achter op het terrein vormgegeven zodat ze uit het zicht vanaf de Verschuurweg staan. Dit komt de ruimtelijke kwaliteit ten goede. Groene invulling Vergelijkbaar met variant 2 is met name aan de zijde van de Verschuurweg aandacht besteed aan een robuuste groene inrichting. In deze variant wordt 13% groen ingericht. Conform de uitgiftevoorwaarden van het Fri-Jado terrein dient een bedrijfsperceel voor minimaal 10% van de oppervlakte groen aangelegd te worden met een voorkeur voor inheemse soorten en aandacht voor biodiversiteit.
Bebouwing In deze variant is sprake van één gezamenlijk gebouw voor de functies GW en CA, zoals weergegeven in de figuren 38 t/m 41 op de volgende pagina’s. De functies van de GW zijn voornamelijk aan de zijde van de doorgaande weg gesitueerd, terwijl het CA grenst aan de MS. Het gebouw bestaat uit twee lagen. De relatief eenvoudige opbouw bestaat uit een hoofdmassa met enkele accenten op de plaatsen waar de belangrijke functies gesitueerd zijn, zoals de verschillende entrees voor GW, belevenisruimte en circulaire hal. Met name aan de nieuwe doorgaande weg is aandacht voor extra architectonische kwaliteit. Hier is de kantoorvleugel van de GW gesitueerd, vormgegeven in een uit de hoofdmassa stekend volume. De gevel aan deze zijde heeft een terug liggend dakterras als uitsnede in het volume, die een groene aankleding krijgt als “daktuin”. Verder is deze gevel en de gevel aan de Verschuurweg voorzien van een groene gevel en duurzame circulaire gevellatten. In het midden van het gebouw is de entree voor de belevenisruimte gelegen en aan de zijde van de MS is de entree voor de circulaire hal. De multifunctionele daken zorgen voor waterberging, extra groen en zonne-energie. Stallingen Achter op het terrein (zuidzijde) worden twee overdekte stallingen gerealiseerd, zoals weergegeven in de figuren 42 en 43.
De gebruiksoppervlakte, conform het functioneel programma biedt voldoende ruimte voor de diverse voertuigen die momenteel in gebruik zijn. Tevens is er voldoende flexibiliteit om in de toekomst ook andere voertuigen te kunnen stallen. In de overdekte stalling is ook de zoutopslag en de zoutmeng-installatie opgenomen. Naast de stallingen ligt de wasbox voor het schoon spuiten van de voertuigen. Hier is ook een waterberging voorzien, zodat er gebruik gemaakt kan worden van hemelwater. Op de daken van de stallingen zijn zonnepanelen voorzien.
Naar beschrijving Ruimtelijke kwaliteit variant 1
Naar beschrijving Ruimtelijke kwaliteit variant 1
Naar beschrijving Ruimtelijke kwaliteit variant 2
Naar beschrijving Ruimtelijke kwaliteit variant 2
56
Variant 3
Figuur 38. 3D visualisatie entree Ambachtscentrum Variant 3
Figuur 39. 3D visualisatie Noord-Oost Variant 3
Figuur 40. 3D visualisatie entree belevenisruimte Variant 3
Figuur 41. 3D visualisatie vogelvlucht Noord-West Variant 3
57
Variant 3
Figuur 42. 3D visualisatie buitenterrein en stallingen GW Noord-Oost variant 3
Figuur 43. 3D visualisatie buitenterrein en stallingen GW Noord-West variant 3
58
Variant 3
4.4.2 Ruimtebeslag Hermelijnweg Locatie Hermelijnweg komt vrij (14.725 m2) en kan een andere invulling krijgen/verkocht worden.
Figuur ruimtebeslag variant 3
Fri-Jado terrein Door de combinatie van de functies GW en CA op het Fri-Jado terrein kunnen alle gereserveerde gronden benut worden. (18.836 m2). Verschuurweg Het bestaande perceel van de MS bedraagt 9.986 m 2.
Figuur 44. ruimtebeslag variant 3
Naar beschrijving Ruimtebeslag variant 1
Naar beschrijving Ruimtebeslag variant 1
Naar beschrijving Ruimtebeslag variant 2
Naar beschrijving Ruimtebeslag variant 2
59
Variant 3
4.4.3 Circulaire opbrengst De circulaire impact van dit scenario is identiek aan de impact van scenario 2. Deze is beschreven in paragraaf 4.3.3.
60
Variant 3
4.4.4 Personele inzet De personele invulling van het CA is in variant 3 identiek aan die van variant 2, met als enige verschil dat de opzichter verantwoordelijk is voor het geheel van CA, MS en GW. Een organogram van variant 3 is weergegeven in figuur 45. Een toelichting is opgenomen in de beschrijving van variant 2 op pagina 44.
en/of
Figuur 45. Schematische weergave personele invulling in scenario 3
61
Variant 3
Indicatie FTE Tabel 11 geeft een indicatie van het minimaal benodigd aantal FTE, onderverdeeld in reguliere arbeid, vrijwilligers en educatief (reguliere stageplaatsen). Bij de tabel gelden de volgende aandachtspunten: •
•
•
Het aantal FTE staat niet gelijk aan het aantal medewerkers, maar betreft een full time equivalent. Eén FTE kan dus ingevuld worden door meerdere personen die in deeltijd werken. Ter indicatie: in een gemiddelde kringloopwinkel worden 5 FTE reguliere arbeidsplaatsen ingevuld door 8 personen, 5 FTE vrijwilligersfuncties worden ingevuld door 20 personen [Bron: Branchevereniging Kringloop Nederland (BKN), Monitor Kringloop Nederland 2022)]. Het betreft nadrukkelijk een minimuminzet, gebaseerd op de huidige omstandigheden. Wanneer bijvoorbeeld de hoeveelheid input materiaal toeneemt, de openingstijden verruimen of het aantal te sorteren stromen toeneemt, is meer personele inzet nodig. De inzet van sociale arbeid is in deze tabel vooralsnog niet meegenomen, dit zien we als een doorgroeimodel, zoals toegelicht in paragraaf 3.3.2. De reguliere arbeid kan deels worden vervangen door sociale arbeid. Gezien de benodigde begeleiding en de doorgaans lagere arbeidsproductiviteit neemt het aantal benodigde FTE in dit geval toe.
De personele invulling is gebaseerd op ‘expert judgement’.
Tabel 11. Indicatie (minimale) personele invulling CA variant 3 62
Variant 3
Doorgroeimodel: inzet sociale arbeid De reguliere arbeidsplaatsen in Tabel 11 kunnen deels worden ingevuld met sociale arbeidsplaatsen. Dit doorgroeimodel komt overeen met variant 2, zie voor een beschrijving pagina 47.
63
Variant 3
4.4.5 Mobiliteit Verkeer en vervoersbewegingen In variant 3 komt het gebouw GW-CA naast de bestaande MS. Hierdoor is er een nieuwe inrit voorzien en wordt de routing voor de functies GW, CA en MS goed op elkaar afgestemd. De bundeling van de functies GW-MS-CA geeft in vergelijking tot de andere varianten de minste verkeersstromen tussen de functies over de weg. Dit resulteert tevens in minder CO2-uitstoot. Parkeren Bij de realisatie van GW / CA op het Fri-Jado terrein kan ruimschoots voldaan worden aan de parkeernorm.
Inname goederen CA Bij aankomst van de bezoekers van het ambachtscentrum zal, aan het einde van de opstelstrook, een beoordeling plaats vinden van de meegenomen goederen. Bruikbare goederen gaan niet naar de MS, maar naar het CA. Bij het CA vindt de inname plaats aan de zijkant en achterzijde van het gebouw. Na afgifte van de goederen bij het CA kunnen de bezoekers door rijden naar de MS indien daar nog afgifte plaats moet vinden of ze rijden door om het terrein te verlaten. In het CA zullen de ingenomen goederen gesorteerd en verder beoordeeld worden. Daarna worden de goederen “tijdelijk” opgeslagen. De beoordeelde goederen kunnen vervolgens opgenomen worden in diverse “reststromen”. Goederen kunnen gedemonteerd worden in de demontage hal of ter reparatie worden aangeboden in één van de werkplaatsen. Vanuit de slimme samenwerking in de keten kunnen goederen ook naar andere locaties gebracht worden. Mogelijk worden goederen ook te koop aangeboden in de circulaire hal, indien hier een (bouw)kringloopwinkel wordt gerealiseerd. Om volledig circulair te worden is het doel om zoveel mogelijk aangeboden goederen op diverse manieren her te gebruiken.
Figuur 46 3D visualisatie afgifte goederen Ambachtscentrum variant 3
Naar mobiliteit variant 1
Naar mobiliteit variant 2
Naar mobiliteit variant 1
Naar mobiliteit variant 2
64
Variant 3
Figuur 47. Weergave terrein variant 3 (één gebouw)
65
Variant 3
4.4.6 Duurzaamheid Ten opzichte van variant 2 wordt nu ook de GW verplaatst naar het Fri-Jado terrein. Onderstaande heeft dus betrekking op zowel de GW als het CA. Bij het ontwerpen is nadrukkelijk het thema duurzaamheid meegenomen. Circulaire bouw en inrichting Er is uitgegaan van een duurzame circulaire constructie. Hierbij denken we aan een hybride constructie van hout en staal. Bij de kantoordelen is een duurzame houten CLT-constructie voorzien. De overige constructie is staal, waarbij deze volledig demontabel aangebracht wordt doordat de lasverbindingen vervangen worden door connectors. Natuurinclusiviteit en biodiversiteit In Tabel 12 op de volgende pagina is inzichtelijk gemaakt dat variant 3 voldoet aan de eisen vanuit het rapport Orbis (lichtgroen). Door het gebruik van groene daken en gevels en min. 10 % groen is het gebied aantrekkelijk voor vogels en insecten en vormt het een uitbreiding van het bestaande leef- en foerageergebied. Ook worden in de bebouwing gelegenheden gemaakt waar vogels en vleermuizen zich kunnen vestigen. Biodiversiteit kan vergroot worden door het plaatsen van een insectenhotel.
Naar duurzaamheid variant 1
Klimaatadaptatie Het aanbrengen van waterdoorlatende verhardingen zorgt voor infiltratie van regenwater en vermindert daardoor wateroverlast en verdroging. In deze variant zijn bijvoorbeeld grasbetontegels opgenomen ter plaatse van de parkeervoorzieningen. De groenvoorziening samen met de aanwezige bomen werken verkoelend in periodes van hitte.
Bebouwing Er zijn in het ontwerp multifunctionele daken opgenomen. Dit is een combinatie van blauw-groen daken met zonnepanelen. Bij variant 3 zijn de zonnepanelen op het platte dak van het gebouw voorzien. Ook de beide stallingen zijn voorzien van zonnepanelen aan de zuidzijde. De multifunctionele daken hebben een positief effect op hitte overlast. Zowel in het gebouw zelf als op de omgeving. Buitenterrein Het aanbrengen van waterdoorlatende verhardingen zorgt voor infiltratie van regenwater en vermindert daardoor wateroverlast en verdroging. Het terrein ter plaatse van de groenvoorzieningen is onverhard. Water Het gebouw is voorzien van een water berging i.c.m. het blauw-groen dak (50 % berging van het regenwater op het dakoppervlak). Water uit de ondergrondse waterberging kan bijvoorbeeld voor een wasbox gebruikt worden. Het aanleggen van een Wadi of infiltratiekratten (indien mogelijk en in overleg met het bevoegd gezag) zorgt voor extra infiltratie mogelijkheden.
Naar duurzaamheid variant 2
Naar duurzaamheid variant 1
Naar duurzaamheid variant 2
66
Variant 3
Duurzaamheid – overzicht maatregelen GW/CA + MS Lichtgroene zone Orbis
maatregelen Variant 3
1. Groene gevels/inkleding
☺
☺
2. Blauw - Groene daken
☺
☺☺
3. Gele daken (zonnepanelen)
☺
☺☺
4. Inbouw Nestkasten
☺
☺
5. Groene erfafscheidingen
☺
☺
6. Waterdoorlatende (half)verharding paden, wegen en parkeerterrein personenwagens
☺
☺
7. Bomen en struiken op onverharde delen (25% van onverhard oppervlak)
☺
☺
8. Afkoppeling regenwater, infiltratie via wadi
☺
☺
9. Hergebruik regenwater (planten, toiletten, etc.)
☺
☺
10. Insectenhotels / stapelmuur
☺
☺
11. Takkenril voor vogels & kleine zoogdieren
☺
☺
Bebouwing:
Buitenterrein
Water
Biodiversiteit
Tabel 12. Duurzaam bouwen (Orbis)
Maatregelen lichtgroene zone Orbis
☺ = Verplicht ☺ = Facultatief = Geen optie 67
Variant 3
4.4.7 Flexibiliteit / Toekomstbestendigheid Bij variant 3 verplaatst ook de GW naar het Fri-Jado terrein en ontstaat er meer flexibiliteit / toekomstbestendigheid. Flexibiliteit bouwen extern Bij het ontwerp van het CA wordt hier rekening mee gehouden. Bij het inrichten van het terrein is daarnaast rekening gehouden met mogelijke uitbreiding van het gebouw. Op het terrein is ruimte beschikbaar om het gebouw te vergroten. Dit vergroot de mogelijkheden in de toekomst en draagt bij aan een grotere toekomstbestendigheid.
Flexibiliteit gebruik extern De indeling laat in principe wat ruimte voor flexibiliteit. Daarnaast biedt deze variant met alle functies op 1 plek meer flexibiliteit dan variant 2 aangezien je functies kunt combineren waardoor meer ruimte ontstaat.
Flexibiliteit bouwen en gebruik intern Doordat de constructie van het gebouw dusdanig wordt ontworpen, met een maximale overspanning tussen de kolommen, ontstaat een gebouw dat functioneel zo flexibel mogelijk ingedeeld kan worden. Daarnaast zijn de meeste binnenwanden opgebouwd als lichte scheidingswanden, welke eenvoudig verwijderd kunnen worden. Ook dit zorgt voor voldoende flexibiliteit. Daarnaast is het programma op met name de verdieping nog beperkt. Hierdoor zijn er nu diverse vides opgenomen in de varianten. Deze vides kunnen op termijn dichtgelegd worden, zodat er extra vloeren ontstaan die functioneel ingericht kunnen worden. Ook is een 3e verdieping voor bijvoorbeeld kantoren een mogelijkheid (bouwkundig en planologisch tot 15 meter). Deze kan dan ingezet worden voor uitbreidingen, projectkamers, flexplekken of verhuur. Tot slot biedt het combineren van de functies GW en CA in één gebouw mogelijk efficiencyvoordeel, bijvoorbeeld door gezamenlijk gebruik van vergaderruimtes, sanitaire voorzieningen en een kantine.
Naar Flexibiliteit/toekomstbest. variant 1
Naar Flexibiliteit/toekomstbest. variant 1
Naar Flexibiliteit/toekomstbest. variant 2
Naar Flexibiliteit/toekomstbest. variant 2
68
Variant 3
4.4.8 Financieel: investering Investering De totale investering is in de tabel 13 hieronder uitgesplitst. In dit overzicht staan de bouwkosten en de bruto kapitaallasten. Dat betekent dat de rente en afschrijving zijn berekend over de totale bouwkosten. Een goed vergelijk van de varianten en een totale kostenopzet, zoals de jaarlijkse lasten per variant, leest u in het raadsvoorstel.
VARIANT 3
Gemeentewerf Hermelijnweg
Gemeentewerf Fri-Jado-terrein
Circulair Ambachtscentrum
Milieustraat
Bouwkosten
nvt
€ 7.171.000
€ 6.463.000
€ 425.000
Totale bouwkosten
€ 14.060.000
Kapitaallasten
€ 492.000
Tabel 13. Ontwikkelingskosten variant 3: 1 gebouw GW+CA op terrein Fri-Jado
Naar Financiële investering variant 1
Naar Financiële investering variant 2
Naar Financiële investering variant 1
Naar Financiële investering variant 2
69
4.5 Vergelijking varianten
Toetsingscriteria
Variant 1
Variant 2
Variant 3
Ruimtelijke kwaliteit
+/-
+
++
Ruimtebeslag
+
+/-
++
Circulaire opbrengst/impact
+/-
++
++
Personele inzet
+/-
++
++
Mobiliteit
+/-
+
++
Duurzaamheid
+/-
+
++
Flexibiliteit/ toekomstbestendig
-
++
+
€ 73.800
€ 317.000
€ 492.000
Kapitaallasten
opmerkingen
Minder m2 = hogere score
Meer FTE = hogere score
+/- bij var 2 indien gronden op Fri-Jado terrein verkocht worden.
Tabel 14. Vergelijking ruimtelijke varianten 70
Hoofdstuk 5
Conclusies en aanbevelingen
71
5.1 Conclusies Deze paragraaf beschrijft puntsgewijs de conclusies die volgen uit de uitwerking en vergelijking van de onderzochte varianten. Daarbij gaan we eerst in op de meerwaarde van het realiseren van een CA en vervolgens op de (ruimtelijke) vergelijking van de varianten.
Vergelijking varianten •
Variant 3 scoort op álle onderdelen, met uitzondering van financiën het hoogst. Deze variant sluit daarmee het beste aan bij de inhoudelijke beleidsuitgangspunten van gemeente EttenLeur, zoals weergegeven in paragraaf 1.2.
•
Variant 2 heeft dezelfde circulaire en personele impact als variant 3, maar kent door het handhaven de GW op de huidige locatie een groter ruimtebeslag. Ook op het gebied van mobiliteit, duurzaamheid en toekomstbestendigheid scoort deze variant suboptimaal ten opzichte van variant 3.
•
Variant 1 is vanuit financieel perspectief de meest gunstige optie omdat er geen CA wordt ontwikkeld. De bijdrage aan de inhoudelijke beleidsuitgangspunten op het gebied van circulariteit en duurzaamheid is echter zeer beperkt.
Meerwaarde realisatie CA •
•
•
Een basis CA, gekoppeld aan de huidige MS, heeft een significante circulaire impact. Hierin zijn aanvullende functies binnen de circulaire hal nog niet meegenomen. Realisatie van dergelijke aanvullende functies in samenwerking met partnerorganisaties kan de circulaire impact sterk vergroten. Uit het eerder uitgevoerde stakeholderonderzoek blijkt dat er regionaal goede kansen zijn voor deze samenwerkingsverbanden. Realisatie van een basis CA resulteert in een significant aantal nieuwe arbeidsplaatsen. Deze zijn voor een groot deel geschikt voor invulling door uiteenlopende doelgroepen in het sociale domein. Daarmee heeft het CA naast de circulaire meerwaarde een relevante sociaal-maatschappelijke meerwaarde. In juridisch oogpunt zijn er geen zwaarwegende belemmeringen voor de realisatie van het CA. Belangrijk aandachtspunt voor de functionele invulling van het CA is dat een retailfunctie niet binnen het huidige (tijdelijk) omgevingsplan past. Voor het realiseren van deze functie is het noodzakelijk een planologische procedure te doorlopen of hier gemotiveerd van af te wijken. Ook bij de invulling van de werkplaatsen (met name bij demontage) is het (tijdelijk) omgevingsplan een aandachtspunt.
Overkoepelende eindconclusie Uit het haalbaarheidsonderzoek volgt de overkoepelende conclusie dat realisatie van een CA op Fri-Jado in significante mate bijdraagt aan realisatie van de gemeentelijke beleidsambities ten aanzien van circulariteit en duurzaamheid. Daarbij komt variant 3 als de meest optimale variant uit de vergelijking naar voren. Deze vraagt echter een hogere investering dan de andere varianten.
72
5.2 Advies vervolgstappen Stantec adviseert de gemeente Etten-Leur de volgende stappen te zetten in het proces rond de mogelijke realisatie van een CA en het al dan niet verplaatsen van de GW. •
•
Neem op basis van de tot nu toe uitgevoerde onderzoeken en beschikbare expertise een definitief besluit over het al dan niet ontwikkelen van één van de varianten. Werk voor deze variant een gedetailleerd voorlopig ontwerp uit (fase 3 uit figuur 1). Om te komen tot dit voorlopig ontwerp is een aantal aanvullende stappen en besluiten noodzakelijk: •
Bepaal op basis van de duurzaamheidsdoelstellingen van gemeente Etten-Leur het juiste ambitieniveau met betrekking tot duurzaamheid. Afhankelijk van de facetten waar de gemeente de nadruk op wil leggen kan een certificering gekozen worden.
•
Voer onderzoek uit naar de verschillende waterbergingsmogelijkheden en neem hierover een besluit. Ten aanzien van infiltreren, bergen en afvoeren zijn verschillende opties mogelijk. Bij infiltratie dient er rekening gehouden te worden met de aanwezige VOCI-pluim. Nadere afstemming met het bevoegd gezag is wenselijk.
•
Kijk naast de standaard berekening van de investeringskosten naar de TCO (Total Costs of Ownership) ofwel life cycle cost analysis. Deze methode brengt niet alleen de investeringskosten voor de nieuwbouw, maar de totale kosten gedurende de volledige levensduur van het gebouw in kaart.
•
Maak gebruik van subsidies voor bouwen met circulaire materialen. Omdat CO2-uitstoot duurder wordt en de EU strengere milieu- en klimaatregels oplegt, zijn duurzame gebouwen met circulaire materialen op termijn goedkoper.
•
•
Breng –in geval van een keuze voor variant 2 of 3- alle gemeentelijke kaders, randvoorwaarden, eisen en wensen voor de circulaire hal in kaart en toets deze juridisch. Neem op basis hiervan een besluit over de invulling van de circulaire hal.
•
Met name een besluit over het al dan niet realiseren van een retailfunctie is cruciaal. Realisatie van een retailfunctie is immers niet rechtstreeks mogelijk, maar vereist een planologische procedure. Vroegtijdige besluitvorming hierover is raadzaam omdat een dergelijke procedure de nodige tijd vraagt én omdat bij tijdige uitwerking van een eventuele retailfunctie de beoogde partner betrokken kan worden in het bouwproces.
Ga parallel aan de uitwerking van het voorlopig ontwerp in gesprek met potentiële en huidige samenwerkingspartners om de samenwerking in het CA verder te concretiseren. Het eerder uitgevoerde stakeholderonderzoek geeft hier handvatten voor.
73
Bijlagen Inhoud A. Risicomatrix B. Duurzaamheid variant 1
74
Bijlage A: Risicomatrix
•
•
•
•
Strategische risico’s. Deze hebben betrekking op de samenwerking met externe partijen, regievoering en de afzetmarkt voor grondstoffen. Risico’s met betrekking tot wet- en regelgeving. Deze hebben betrekking op enerzijds huidige regelgeving (bijvoorbeeld gerelateerd aan veiligheid) en anders aankomende/verwachte wet- en regelgeving (gerelateerd aan BTW ontwikkelingen en aan stikstof/CO2). Risico’s met betrekking tot de bouw. Deze hebben betrekking op de kosten en beschikbaarheid van materialen, aansluiting op het elektriciteitsnet, grondkwaliteit en vergunningverlening. Operationele risico’s. Deze hebben betrekking fluctuerende kosten, personele inzet en de kwaliteit en afzet van grondstoffen.
Zeer groot > € 1.000.000
Groot € 250.000 tot € 1.000.000
Middel € 100.000 tot € 250.000
OVERDRAGEN / DELEN
VERMIJDEN
ACCEPTEREN
OPLOSSEN / REDUCEREN
IMPACT
Om de (financiële) risico’s in kaart te brengen en te beheren is een risicomatrix opgesteld. Risico’s worden beoordeeld aan de hand van de matrix zoals weergegeven in Figuur 48. Het resultaat van de formule ‘kans x impact’ geeft richting in de risicobeheersing. De volledige risicomatrix is opgenomen op de volgende pagina’s. Hierbij maken we onderscheid in:
Klein € 25.000 tot € 100.000 Zeer klein € 0 tot € 25.000
KANS Verwaarloosbaar – Minimaal – Gemiddeld – Maximaal – Catastrofaal
Figuur 48. Risicomatrix
75
Bijlage A: Risicomatrix (1)
Beoordeling risico's (score 1-5): SCORE 1 2 3 4 5
KANS Verwaarloosbaar Minimaal Gemiddeld Maximaal Catastrofaal
Nr. R1
Type risico Strategisch
Omschrijving Te weinig marktvraag naar ingezamelde grondstoffen.
Kans (score) 4
R2
Strategisch
Er zijn onvoldoende partners geinteresseerd in samenwerking in het CA
2
2
Accepteren
R3
Strategisch
Onderlinge onduidelijkheid of onenigheid over de samenwerking en/of financiële afwikkeling met derden.
3
2
Oplossen/reduceren
R4
Strategisch
De gemeente heeft onvoldoende regie over de activiteiten in het CA en kan daardoor bij tegenvallende resultaten niet bijsturen. Wet- en regelgeving Veiligheidsrisico's, zoals ongevallen tijdens werkzaamheden.
4
4
Vermijden
2
4
Overdragen/delen
R6
Wet- en regelgeving Een veranderend BTW-regime waardoor meer activiteiten in het CA BTW-plichtig worden.
2
2
Accepteren
R7
Wet- en regelgeving Landelijke regelgeving rondom CO2 en stikstof.
4
3
Vermijden
R5
Impact (score) Risicobeheersing (o.b.v. score) 2 Oplossen/reduceren
IMPACT Zeer klein: € 0 tot € 25.000 Klein: € 25.000 tot € 100.000 Middel: € 100.000 tot € 250.000 Groot: € 250.000 tot € 1.000.000 Zeer groot: > € 1.000.000
Mogelijke maatregelen Gericht scheiden op marktbehoeften. O.a. rekening houden met aankomende UPV's (uitgebreide producenten verantwoordelijkheden). Gemeenten moet zelf meer in eigen regie doen en minder uitbesteden. 1. Gezamenlijke financiële uitgangspunten opnemen in de overeenkomst. 2. Jaarlijks uitvoeringsplan met (financiële) afspraken voor komend jaar. 3. Periodiek voortgangsgesprek aan de hand van monitorgegevens. De afspraken met samenwerkingspartners contractueel vastleggen: wat zijn de beoogde resultaten en wat zijn de consquenties als deze niet behaald worden? 1. Voldoen aan wet- en wetgeving zoals arbo, werktijden, vereiste diploma's en certificaten chauffeurs, etc. 2. Afsluiten verzekering. 1. Inzet (externe) fiscale advisering in voorbereiding op verschillende partijen. 2. Periodiek samenwerking fiscaal herijken in relatie tot BTW-ontwikkelingen op het gebied van afval of samenwerkingen. 1. Landelijke richtlijnen volgen. 2. Aandacht voor bouwmaterialen, bijv houtbouw. 3. De mogelijkheden onderzoeken voor electrisch bouwmatrieel. 76
Risicomatrix (2) Nr. R8
Type risico Bouw
R9
Bouw
R10
Bouw
R11
Omschrijving Sterk fluctuerende bouwkosten / grondstofkosten (met prijsstijgingen tot gevolg) Beschikbaarheid (circulaire/duurzame) materialen
Kans (score) 4
Impact (score) Risicobeheersing (o.b.v. score) 4 Vermijden
4
3
Oplossen/reduceren
Aansluiting elektriciteitsnet en netcongestie
4
4
Vermijden
Bouw
Vergunningverlening en/of bezwaarprocedures
2
4
Overdragen/delen
R12
Bouw
4
3
Oplossen/reduceren
R13
Bouw
Grondkwaliteit / vervuilde grond (indien dit tijdens uitvoering anders blijkt dat uit de informatie uit de sanering) Opstelstrook (indien deze niet voldoet, leidt dit tot mogelijke aanpassing Verschuurweg)
4
4
Vermijden
R14
Operationeel
Afkeur wegens slechte kwaliteit ingezamelde grondstoffen (geen acceptatie door afnemers)
3
2
Oplossen/reduceren
Mogelijke maatregelen 1. Inspelen op de economische verwachtingen 2. Voldoende budget reserveren 1. Zijn juiste materialen op juiste moment beschikbaar? Hiervoor deze materialen tijdig reserveren. Zonodig deze zelf inkopen. 2. Beschrijven in hoeverre je van het ontwerp en uitstraling mag afwijken, om niet beschikbare materialen te vervangen door anderen. 1. Onderzoeken of het netwerk van oude fabriek er nog ligt en in hoeverre daar op nog ruimte op beschikbaar is? 2. Indien mogelijk in 2025 de aanvraag al indienen. 1. Omgevingsvergunning (oa incl bouwvergunning, bestemmingsplan, milieustraat ed). Tijdig aanvragen. Via de omgevingsvergunning wordt de omgeving geinformeerd. Deze gesprekken tijdig aangaan en de informatie ophalen die nodig is om bezwaren te voorkomen. 2. De plannen tijdig voorleggen aan welstand en ook het gesprek aangaan over de inzet van circulaire bouwmaterialen? Waar in het plan risico's zichtbaar worden tijdens het ontwerp (bijv door diepere ontgraving voor fundering) extra onderzoek doen. Indien de opstelstrook in praktijk regelmatig niet voldoet, dan kan bij de uitwerking van het DO nog naar de volgende opties worden gekeken: - Verschuurweg 1 richting verkeer - Extra opstelstrook langs Verschuurweg Zorgvuldig scheiden van grondstoffen die voldoen aan eisen/wensen (potentiële) afnemers
77
Risicomatrix (3) Nr. R15
Type risico Operationeel
R16
Operationeel
R17
Operationeel
R18
Operationeel
Omschrijving Onvoldoende (gekwalificeerd) personeel, ook vanuit sociaal domein. Sterk wisselende prijzen voor de grondstoffen, waardoor financiële beheersing lastig is. Sterk fluctuerende exploitatierekening. Bijvoorbeeld door verlies of winst ten opzichte van prognoses en afgesproken tarieven met afwijkingen op de begroting als gevolg (ook politiek risico) en/of door onvoorziene kostenontwikkelingen (bijv. als gevolg van nieuwe contracten, inflatie of wijzigingen in overheadpercentages).