Bijlage 2 - Haalbaarheidsonderzoek CA + GW Etten-Leur mei 2024
Tekst van het document
Haalbaarheidsonderzoek Circulair Ambachtscentrum en verplaatsing gemeentewerf
Etten-Leur Definitief eindrapport | 03 mei 2024
1
Colofon
Haalbaarheidsonderzoek circulair ambachtscentrum en verplaatsing gemeentewerf Etten-Leur
Projectnummer
327200686
Opdrachtgever
Gemeente Etten-Leur
Datum
26 augustus 2024
Uitgevoerd door
Stantec B.V.
Opgesteld door
Ronald Behrtel en Judith Beltman
Gecontroleerd door
Martijn Prins
2
Inhoudsopgave 1.
Inleiding
1.1 Aanleiding en doel 1.2 Beleidsuitgangspunten 1.3 Onderzoeksaanpak 1.4 Financieel 2. Introductie Circulair Ambachtscentrum
2.1 Wat is een Circulair Ambachtscentrum 2.2 Circulaire meerwaarde 2.3 Organisatorische uitgangspunten 2.4 Juridische aspecten realisatie CA 3. Introductie ruimtelijke aspecten 3.1 Planologische aspecten 3.2 Ruimtelijk programma van eisen nieuwbouw 3.3 Duurzaamheidsaspecten
4.3 Uitwerking variant 2 4.3.1 Ruimtelijke kwaliteit 4.3.2 Ruimtebeslag 4.3.3 Circulaire opbrengst 4.3.4 Personele inzet 4.3.5 Mobiliteit 4.3.6 Duurzaamheid 4.3.7 Flexibiliteit/ toekomstbestendigheid 4.3.8 Financieel
4.4 Uitwerking variant 3 4.4.1 Ruimtelijke kwaliteit 4.4.2 Ruimtebeslag 4.4.3 Circulaire opbrengst 4.4.4 Personele inzet 4.4.5 Mobiliteit 4.4.6 Duurzaamheid 4.4.7 Flexibiliteit/ toekomstbestendigheid 4.4.8 Financieel
4. Uitwerking en vergelijking varianten
4.5 Vergelijking varianten
4.1 Inleiding 4.2 Uitwerking variant 1
5. Conclusies en aanbevelingen 5.1 Conclusies 5.2 Advies vervolgstappen
4.2.1 Ruimtelijke kwaliteit 4.2.2 Ruimtebeslag 4.2.3 Circulaire opbrengst 4.2.4 Personele inzet 4.2.5 Mobiliteit 4.2.6 Duurzaamheid 4.2.7 Flexibiliteit/ toekomstbestendigheid 4.2.8 Financieel
Bijlagen A. Risicomatrix B. Duurzaamheid variant 1
3
Hoofdstuk 1
Inleiding Leeswijzer
Dit hoofdstuk beschrijft achtereenvolgens de aanleiding voor en doelstelling van het project, de beleidsuitgangspunten waar het project op aansluit en de gehanteerde onderzoeksaanpak, de financiële uitgangspunten en een risicomatrix.
4
1.1 Aanleiding en doel Aanleiding In het Nationaal Programma Circulaire Economie heeft de Rijksoverheid de ambitie geformuleerd om een volledig circulaire economie te realiseren in 2050. Gemeente Etten-Leur overweegt een Circulair Ambachtscentrum (CA) te realiseren om daarmee bij te dragen aan de realisatie van deze circulaire economie. Hiervoor is grond gereserveerd op het voormalige Fri-Jado terrein naast de huidige milieustraat (MS). Op deze locatie kan mogelijk ook een nieuwe gemeentewerf (GW) verrijzen. Dit is een interessante optie omdat de huidige GW renovatie behoeft en bundeling van functies mogelijk efficiencyvoordeel biedt. De herstructurering / realisatie van de functies CA, MS en GW vindt gefaseerd plaats, zoals weergegeven in figuur 1. Onderhavige rapportage maakt onderdeel uit van Fase 2 en is mede tot stand gekomen met behulp van subsidie van RWS Leefomgeving. Voortraject Het voortraject zag er als volgt uit: Fase 0: Variantenstudie CA/MS met en zonder GW op Fri-Jado • Uitwerking van 3 ruimtelijke varianten op Fri-Jado • Collegebesluit 05-07-2022: reservering van 1,8 ha grond op FriJado Fase 1: Stakeholderonderzoek • Verkenning lokale en regionale samenwerkingsmogelijkheden voor een CA en vaststellen doelen CA. • Conclusies: − De gemeente Etten-Leur streeft met realisatie van een CA de doelen na zoals weergegeven in figuur 2.
− Er is bij relevante samenwerkingspartners brede interesse in participatie in een CA. De exacte samenwerkingsvorm vereist nader onderzoek.
Doel Fase 2 haalbaarheidsonderzoek / businesscase Doel van het haalbaarheidsonderzoek is te komen tot een onderbouwde businesscase voor 3 verschillende varianten van de functies GW en MS, al dan niet in combinatie met een CA, op de locaties Hermelijnweg en Fri-Jado (zie paragraaf 3.1). Op basis hiervan kan bestuurlijke besluitvorming plaatsvinden over:
- Het al dan niet realiseren van een CA op het Fri-Jado terrein - Het al dan niet verplaatsen van de GW naar het Fri-Jado terrein Ten behoeve van deze besluitvorming zijn in dit rapport de verschillende varianten op het niveau van een schetsontwerp uitgewerkt. Na besluitvorming volgt in fase 3 de verdere detaillering van de gekozen variant tot een voorlopig ontwerp, waarover opnieuw besluitvorming kan plaatsvinden.
Fase 0
2022
Variantenstudie CA
Collegebesluit: reservering grond
Fase 1
2022
Stakeholderonderzoek
Fase 2
2023 2024
Haalbaarheidsonderzoek, incl. schetsontwerp
Raadsbesluit: functies en locaties Fase 3
n.t.b.
Voorlopig ontwerp, incl. besluitvorming
Fase 4
n.t.b.
Definitief ontwerp, incl. besluitvorming
Fase 5
n.t.b.
Realisatie
Figuur 1. Fasering herstructurering / realisatie GW/MS/CA. Onderhavig rapport betreft Fase 2. 5
1.2 Beleidsuitgangspunten In figuur 2 zijn de belangrijkste doelstellingen van een CA samengevat. Deze doelstellingen sluiten nauw aan bij de beleidsuitgangspunten die gemeente Etten-Leur in diverse documenten heeft vastgelegd en vastgesteld.
Een CA sluit bijvoorbeeld nauw aan bij de duurzaamheidsambities van gemeente Etten-Leur, zoals vastgelegd in het Raadsprogramma 2022 – 2026. Hierin heeft de gemeenteraad de landelijke ambities om toe te groeien naar een 50% circulaire economie in 2030 een en volledig circulaire economie in 2050 overgenomen. De raad wil nadrukkelijk de voorwaarden scheppen voor bedrijven om productieprocessen circulair in te richten. In het College – Uitvoeringsprogramma 2022 – 2026 is deze algemene ambitie vertaald in het concrete doel om de mogelijkheden voor realisatie van een CA te onderzoeken.
Primair doel = circulaire impact realiseren
Door reststromen hoger op de R-ladder te verwerken en de hoeveelheid restafval die verbrand wordt te minimaliseren.
Secundaire doelen = • Sociaal-maatschappelijke meerwaarde realiseren Door het creëren van sociale arbeidsplaatsen
•
Kostenbeheersing
Door gemeentelijke regievoering over de exploitatie
Figuur 2. Doelstellingen CA
Ook in de Omgevingsvisie Etten-Leur (juli 2022) wordt de transitie naar een circulaire economie tot één van de belangrijkste maatschappelijke opgaven bestempeld. Etten-Leur ziet zichzelf als een belangrijke speler in een Brabants circulair stedelijk netwerk en schuwt experimenten daarbij niet. Een CA past naadloos in deze ambitie. De doelstellingen van het CA sluiten aan bij de voorlopige beleidsuitgangspunten van het afval- en grondstoffenbeleid die zijn opgesteld naar aanleiding van de evaluatie van het afvalbeleid 2020. In de samenwerkingsovereenkomst (SOK) met gemeente Breda voor de afvalinzameling zijn afspraken vastgelegd over samenwerking m.b.t. duurzaamheid en circulariteit.
6
1.3 Onderzoeksaanpak In dit onderzoek zijn drie varianten voor het combineren van de functies GW, MS en CA (zie voor een beschrijving van deze nieuwe functie hoofdstuk 2) op de locaties Hermelijnweg en Fri-Jado onderzocht. De betreffende varianten zijn weergegeven in figuur 3 en hieronder toegelicht.
Variant 3: Nieuwbouw CA en GW op Fri-Jado terrein In deze variant realiseert gemeente Etten-Leur een CA én een nieuwe GW op het Fri-Jado terrein. De MS wordt op enkele punten aangepast om de aansluiting met het CA te borgen. Het terrein van de huidige GW aan de Hermelijnweg wordt verkocht.
Variant 1 (Uitgangssituatie handhaven): Uitsluitend noodzakelijke renovatie en verduurzaming GW In deze variant verduurzaamt gemeente Etten-Leur de bestaande GW om deze toekomstbestendig te maken. De GW blijft gevestigd op de huidige locatie. Deze variant bevat geen CA en er is geen nieuwbouw voorzien.
In het vervolg van dit rapport zijn per variant de volgende aspecten uitgewerkt: • Ruimtelijke kwaliteit • Ruimtebeslag • Circulaire impact • Personele inzet • Mobiliteit • Duurzaamheid • Flexibiliteit en toekomstbestendigheid • Financiële aspecten
Variant 2: Nieuwbouw CA op Fri-Jado terrein, GW op Hermelijnweg In deze variant verduurzaamt gemeente Etten-Leur de huidige GW om deze toekomstbestendig te maken. De GW blijft gevestigd op de huidige locatie. Op het Fri-Jado terrein verrijst een CA naast de bestaande MS. De MS wordt op enkele punten aangepast om de aansluiting met het CA te borgen.
Aandachtspunt bij variant 1: Variant 1 draagt niet of nauwelijks bij aan de realisatie van de beleidsambities en is opgenomen als vergelijkingsbasis voor de overige varianten. Het betreft in feite het handhaven van de uitgangssituatie. Wel zijn hierin de noodzakelijke duurzaamheidsmaatregelen meegenomen. Omdat er in dit scenario wél iets verandert, spreken we in de tekst over ‘variant 1’ in plaats van ‘handhaven uitgangssituatie.’ Figuur 3. Onderzoeksaanpak: de drie uitgewerkte varianten
7
1.4 Financieel In dit rapport is voor de varianten een financiële verkenning gedaan om inzicht te krijgen in de ontwikkelkosten voor de beoogde inrichting en bebouwing. De verkenning voor het CA is gedaan op basis van een elementenraming. Het betreft slechts een indicatie op basis waarvan een afweging kan worden gemaakt. Door de huidige inflatie, andere externe economische invloeden en de steeds duurdere materialen en loonkosten geldt dat er veel onzekerheid in de berekening zit. De kosten voor de ontwikkeling zijn opgebouwd uit verschillen kostenposten namelijk: kosten aankoop gronden, planontwikkelingskosten, inrichtingskosten en kosten voor de ontwikkeling van bebouwing. Hieronder zijn de belangrijkste uitgangspunten beschreven. Kosten aankoop gronden Gemeente Etten-Leur heeft voorlopig 1,8 ha gereserveerd voor eventuele realisatie van een CA/GW. Bij variant 3 wordt de gereserveerde grond volledig gebruikt, maar komt het terrein van de huidige GW beschikbaar (1,4 ha). Voor variant 2 is circa 0,9 ha gereserveerde grond nodig. Voor variant 1 is géén extra grond nodig. Bij een keuze voor variant 1 of 2 kan de gemeente de gereserveerde grond die niet voor de ontwikkeling noodzakelijk is alsnog uitgeven. In variant 2 is het ook te overwegen deze grond in eigen bezit te houden, ten behoeve van eventuele toekomstige doorontwikkeling van het terrein.
Bouwkosten Kosten voor de bouw van de diverse gebouwen inclusief installaties. Terreininrichting (civiel) Kosten voor terreininrichtingen en aanpassing bestaande MS.
Planvorming bouwkundig en civiel De planontwikkelingskosten bestaan uit de bouwkundige en civieltechnische uitwerking van de locatie. Het gaat om de verdere uitwerking van het plan tot een definitief ontwerp en de daarop volgende aanbesteding om tot de selectie van een uitvoerende partij te komen.
Directievoering en toezicht uitvoering Nadat de selectie van een uitvoerende partij heeft plaats gevonden zal tijdens de uitvoering directievoering en toezicht wenselijk zijn, zodat het bouwproject binnen budget, op tijd, in goed overleg en met hoge kwaliteit wordt afgerond. Duurzaam bouwen In de kostenraming zijn de in de paragraaf ‘duurzaamheid’ beschreven maatregelen opgenomen (groene daken, groene gevels, maar ook hogere isolatiewaarden en lage temperatuur verwarming). Het uiteindelijke ambitieniveau voor duurzaamheid moet nog vastgesteld worden door de gemeente. Kosten voor certificering volgens een duurzaamheidslabel zijn niet opgenomen. Kosten onvoorzien bouwkundig en civiel Het blijft lastig te voorspellen of en in welke mate de huidige prijsstijging voor de bouwkosten zich verder ontwikkelt. Om hierop te anticiperen is aan het subtotaal een marge opgenomen van 10%. Daarnaast geldt dat rekening is gehouden met een eventuele scopewijziging en andere onvoorziene omstandigheden. Daarvoor is in de calculatie een risico reservering opgenomen van 15%. Risico’s In Bijlage A is een risicomatrix opgenomen. Hierin zijn risico’s opgenomen in de categorieën strategisch, wet- en regelgeving, bouw en operationeel.
8
Hoofdstuk 2
Introductie Circulair Ambachtscentrum Leeswijzer Van de in dit rapport besproken functies, betreft het CA een nieuw te realiseren functie. Dit hoofdstuk beschrijft daarom wat een CA is, welke invulling gemeente Etten-Leur er op hoofdlijnen aan wil geven en welke organisatorische uitgangspunten daarbij horen.
9
2.1 Wat is een Circulair Ambachtscentrum? Eén van de ambities in het Nationale Programma Circulaire Economie (NPCE) is het realiseren van een landelijk dekkend netwerk van circulaire ambachtscentra. Sinds enkele jaren is dit concept daarom – in uiteenlopende verschijningsvormen – sterk in opkomst. Het landelijke stimuleringsprogramma circulaire ambachtscentra hanteert als uitgangspunt dat in een CA in ieder geval vier elementen samenkomen (zie ook figuur 4): • • • •
hergebruik en recycling; reparatie en kringloop; ambacht en onderwijs; sociale cohesie en werkgelegenheid
Functies en bouwstenen die daarbij horen zijn onder meer de gemeentelijke milieustraat, kringloopwinkels, organisaties voor sociale werkvoorziening, repaircafés, diverse onderwijsinstellingen en circulaire bedrijven. Het slim combineren van deze elementen resulteert in maatschappelijke meerwaarde op het gebied van circulariteit én in het sociale domein. Uitvoeringsvorm CA Etten-Leur Een elders reeds succesvol gerealiseerde verschijningsvorm van een CA betreft een fysieke locatie, gekoppeld aan de gemeentelijke MS. Deze uitvoeringsvorm biedt inwoners één loket voor het inleveren van uiteenlopende materialen en herbruikbare producten. Alvorens de MS te bezoeken, rijdt de inwoner door de sorteerstraat van het CA. Hier selecteren hiervoor geschoolde medewerkers alle materialen die geschikt zijn voor hergebruik, bijvoorbeeld door een kringloopwinkel of gespecialiseerde maakbedrijven. Met de stromen die resteren kan de inwoner vervolgens terecht op de MS (zie ook figuur 4.) Het vrijkomen van de gronden naast de MS op het FriJado terrein biedt gemeente Etten-Leur een unieke kans om een dergelijk fysiek CA te realiseren. Dit is dan ook het uitgangspunt in dit rapport.
Figuur 4. De (minimale) bouwstenen van een CA
10
2.2 Circulaire meerwaarde Het primaire doel van het CA is circulaire meerwaarde te realiseren. De R-ladder is een veelgebruikt instrument dat laat zien op welke manieren deze meerwaarde tot stand kan komen. Daarbij geldt: hoe hoger op de ladder, des te groter de circulaire impact. Tabel 1 brengt dit in beeld. De linker kolom beschrijft de verschillende treden op de R-ladder. De rechter kolom geeft een kwalitatieve beschrijving van de manier waarop de betreffende stap in het CA vorm kan krijgen. Uit de tabel blijkt dat het CA aan vrijwel alle stappen op de R-ladder invulling kan geven. In Figuur 5 op de volgende pagina is de circulaire impact van het CA gevisualiseerd. Figuur 5 laat zien dat door realisatie van het CA de gemeente aanzienlijk hoger op de R-ladder scoort dan enkel met de MS. Inwoners die reststromen brengen, komen éérst langs het CA, voordat ze naar de MS gaan. Zo zorgt het CA er voor dat overbodige producten zo hoog mogelijk op de R-ladder verwerkt worden. De huidige MS richt zich op R8 en R9. Door toevoeging van het CA wordt dit uitgebreid met R3 t/m R7. Daarnaast draagt het CA bij aan meer bewustwording (R0 t/m R2).
Product slimmer gebruiken en maken
Levensduurverlenging van het product en/of onderdelen
Vermeden CO2 uitstoot De circulaire verwerking van reststromen levert uiteindelijk een vermindering van de CO2-uitstoot op. Daarbij geldt: hoe hoger op de R-ladder, hoe groter de potentiële CO2-reductie. De daadwerkelijke CO2 -reductie loopt daarnaast per product en/of materiaal sterk uiteen. Factoren die daarbij onder meer een rol spelen zijn bijvoorbeeld de CO2 die nodig is om het product of materiaal te maken, de CO2 die vrijkomt bij transport, de CO2 die nodig is voor de verwerking van reststromen en de levensduur van een product. Uit het bovenstaande volgt dat het volledig kwantificeren van de potentiële CO2 reductie van het CA een zeer complexe aangelegenheid is. In de huidige situatie levert een dergelijke berekening gezien het zeer grote aantal aannames dat vereist is, geen betrouwbaar beeld op.
Als algemene richtlijn geldt dat 1 ton producthergebruik gelijk staat aan 1 ton vermeden CO2 uitstoot.
Nuttig toepassen van materialen
R-ladder
Hoe draagt het Circulair Ambachtscentrum hieraan bij?
R0 Refuse Een product overbodig maken door ervan af te zien.
Het CA draagt bij aan bewustwording over hergebruik en circulariteit, daarmee zetten we inwoners aan tot ander consumptiegedrag en betere afvalscheiding.
R1 Rethink Het productgebruik intensiveren, bijvoorbeeld door te delen.
Een CA kan faciliteiten bevatten voor het lenen en/of gezamenlijk gebruiken van producten. Denk aan gereedschappen.
R2: Reduce Het product efficiënter fabriceren door minder materiaalgebruik.
Inwoners worden meer bewust van de waarde van producten, daardoor kopen zij minder en/of duurzamere producten.
R3: Reuse Hergebruik van een afgedankt product.
Herbruikbare goederen en materialen worden apart ingezameld zodat deze kunnen worden hergebruikt. Bijvoorbeeld door verkoop van goederen/materialen in een (bouw)kringloopwinkel.
R4: Repair Reparatie ten behoeve van producthergebruik.
Kapotte producten, zoals fietsen of meubels, worden gerepareerd.
R5 Refurbish Opknappen of moderniseren van een oud product.
Oude producten, zoals bijvoorbeeld elektronica of huishoudelijke apparaten worden gescheiden en gesorteerd ten behoeve van refurbishing in het CA of bij een externe partner.
R6 Remanufacture Onderdelen van een afgedankt product hergebruiken in een nieuw product met dezelfde functie.
Oude producten, zoals bijvoorbeeld elektronica of huishoudelijke apparaten worden gedemonteerd om herbruikbare onderdelen te verkrijgen ten behoeve van remanufacturing..
R7 Repurpose Onderdelen van een afgedankt product hergebruiken in een nieuw product met een andere functie.
Oude producten, zoals bijvoorbeeld elektronica of huishoudelijke apparaten worden gedemonteerd om herbruikbare onderdelen te verkrijgen voor andere producten.
R8: Recycle Materialen verwerken tot dezelfde of een mindere kwaliteit.
Materialen die niet direct herbruikbaar zijn, worden als monostromen ingezameld en zo hoogwaardig mogelijk gerecycled. Het beter scheiden en demonteren van het grof restafval draagt hieraan bij.
R9: Recover Verbranden van materialen met energieterugwinning.
De hoeveelheid restafval wordt zoveel mogelijk teruggedrongen, het restafval dat overblijft wordt verbrand met energieterugwinning.
Tabel 1 De R-ladder
11
Visuele weergave circulaire meerwaarde CA
Verkoop / verwerking
Circulair Ambachtscentrum Direct producthergebruik
Reparatie t.b.v. hergebruik
R3
R4
Gesorteerde producten en materialen
Verkoop of verwerking van gesorteerde producten en materialen in het CA en/of in het regionale CA-netwerk
Milieustraat Grondstoffen voor nieuwe / vernieuwde producten
R5/R6/R7
Demontage en beter scheiden in monostromen
R8
Inname en sorteerstraat
Figuur 5. Visuele uitwerking van de circulaire meerwaarde van een CA
Materiaalopbrengst uit demontage
Gescheiden inzameling monostromen voor recycling
Grof Restafval
R8
R9
Vervolg route op milieustraat
12
2.3 Organisatorische uitgangspunten In dit rapport zijn onder meer de circulaire impact, personele invulling, exploitatiekosten en de juridische aspecten van het CA beschreven. Daarbij maken we onderscheid in de basisfuncties van het CA en een nader in te vullen circulaire hal (zie figuur 6). Ten behoeve van de vergelijking van varianten in hoofdstuk 4 zijn de basisfuncties voor zover mogelijk gekwantificeerd. Hierbij is de huidige operationele situatie van de MS (openingstijden, hoeveelheid afval, etc.) als uitgangspunt genomen. Daarnaast geldt als uitgangspunt dat gemeente Etten-Leur de basisfuncties in eigen beheer exploiteert. Naast de basisfuncties (zie figuur 6) bevat het CA een nader in te vullen circulaire hal. De exacte invulling hiervan beïnvloedt de circulaire impact en exploitatie van het CA aanzienlijk. De meerwaarde van de circulaire hal is op dit moment echter nog niet te kwantificeren. De mogelijke effecten van keuzes ten aanzien van de circulaire hal beschrijven we daarom kwalitatief. Daarbij onderscheiden we een situatie mét detailhandel en een situatie zonder detailhandel, maar met aanvullende werkplaatsen. We kiezen voor dit onderscheid omdat:
BASIS UITVOERINGSVORM (kwantitatieve beoordeling)
UITGANGSPUNT:
BASISFUNCTIES
HUIDIGE OPERATIONELE SITUATIE
• • • • •
Innamepunt met sortering Demontagewerkplaats 2x overige werkplaatsen, bijvoorbeeld fietsen en hout. Belevenisruimte Coördinatie / locatiebeheer
• • • • •
Huidige openingstijden milieustraat Hoeveelheid input materiaal (o.b.v. CBS 2022) Samenstelling input materiaal (sorteeranalyse 2023) Personeel Verwerkingstarieven (2023)
AANVULLENDE FUNCTIES CIRCULAIRE HAL (kwalitatieve beoordeling)
VERANDERENDE UITGANGSPUNTEN: TOEKOMSTIGE OPERATIONELE SITUATIE
KEUZE INVULLING CIRCULAIRE HAL
•
•
De keuze voor het al dan niet realiseren van een publieksfunctie in het CA leidt tot een fundamenteel ander ambachtscentrum ten aanzien van de circulaire impact, het bewustwordingseffect én de operationele aspecten. Realisatie van detailhandel vereist aanpassing of afwijking van het (tijdelijk) omgevingsplan. Hierover moet politieke besluitvorming plaatsvinden.
Het onderscheid in basisfunctie en circulaire hal, met de bijbehorende uitgangspunten is samengevat in figuur 6.
Optie 1: Zonder detailhandel: • Extra werkplaatsen, gespecialiseerd in specifieke materiaalstromen;
• •
Optie 2: Met detailhandel: • Kringloopwinkel; • Bouwkringloopwinkel of tweedehands bouwmarkt.
•
NB: een combinatie van optie 1 en optie 2 is in de praktijk uiteraard ook mogelijk.
•
•
•
Verruiming openingstijden Meer input materiaal; bijv. door inzet communicatie of door regionale opschaling Uitbreiding met andere typen input materiaal (bijv. inzameling nieuwe stromen, zoals textiel of wit/bruingoed) Veranderde samenstelling input materiaal (bijv. door inzet communicatie) Nieuwe verwerkingsmogelijkheden (bijv. door start-ups, afhankelijk van externe ontwikkelingen Inzet sociale arbeid
Figuur 6. Onderscheid basisfuncties en circulaire hal
13
2.4 Juridische aspecten realisatie CA Dit hoofdstuk beschrijft op hoofdlijnen de relevante juridische aandachtspunten bij realisatie van een CA. Hierin maken we onderscheid in de realisatiefase en de exploitatiefase van het CA. In algemene zin geldt daarbij dat er op voorhand geen zwaarwegende juridische kanttekeningen zijn te plaatsen bij realisatie van het CA in de beoogde vorm. Uiteraard dient wel altijd gewerkt te worden binnen de geldende wet- en regelgeving. Het is daarom aan te bevelen om bij de realisatie van specifieke elementen van het CA tijdig juridisch advies op maat in te winnen. Realisatiefase: (tijdelijk) omgevingsplan en milieurecht In de realisatiefase is de keuze voor de invulling van de circulaire hal in relatie tot het (tijdelijk) omgevingsplan een belangrijk aandachtspunt. Daarbij gaat het met name om het al dan niet realiseren van een retailfunctie, een dergelijke functie is nu niet mogelijk binnen de kaders van het (tijdelijk) omgevingsplan. Daarnaast vraagt de inrichting van specialistische werkplaatsen, zoals bijvoorbeeld en demontagehal, aandacht in het kader van de vergunningverlening. De realisatie van een CA in relatie tot het (tijdelijk) omgevingsplan komt uitgebreider aan bod in hoofdstuk 3. Het vormen van samenwerkingsverbanden met externe partijen zijn het aanbestedingsrecht en regelgeving rondom staatssteun relevant.
Wanneer de gemeente gaat deelnemen aan de markt komt de Wet Markt en Overheid in beeld. Bij de verdere voorbereiding en uitwerking is het daarom van belang juridisch advies in te winnen over onder meer de aanbestedingsrechtelijke aspecten, het opstellen van de voorwaarden en contracten met samenwerkingspartners, de toepasselijkheid van de staatssteunregels en het fiscale regime. Exploitatie CA De exacte juridische kaders voor de exploitatie van het CA zijn afhankelijk van de exacte invulling van werkplaatsen en de circulaire hal. Daarbij zijn onder meer de volgende juridische aspecten relevant:
• •
•
Naleving van contractuele afspraken met samenwerkingspartners. Bij het werken met reststromen en afvalmaterialen is het milieurecht in het algemeen en het afvalstoffenrecht in het bijzonder van belang. Een aandachtspunt is onder meer de regelgeving rondom de afvalstatus en einde – afvalstatus van materialen. Bij het bewerken van producten en consumentengoederen in werkplaatsen, moet rekening worden gehouden met aspecten van productveiligheid en productgaranties. Voor het demonteren en repareren van elektronica is bijvoorbeeld specifieke certificering nodig.
Aanvullende documentatie in ontwikkeling De circulaire economie is in juridisch opzicht een relatief nieuw thema. Als gevolg daarvan werkt bestaande wet- en regelgeving soms belemmerend of biedt onvoldoende duidelijkheid. Het realiseren van heldere en werkbare juridische kaders voor de materialentransitie staat bij steeds meer partijen op de agenda. Op het kennisplatform CircuLaw worden handvatten geboden aan beleidsmakers om meer en beter gebruik te maken van de bestaande wet- en regelgeving om de circulaire economie te bevorderen [bron: https://www.circulaw.nl/]. Binnen het stimuleringsprogramma CA (onderdeel van het programma VANG-HHA van Rijkswaterstaat) is aandacht voor de belemmeringen in de huidige wet- en regelgeving en wordt gewerkt aan documenten die duidelijkheid bieden over de juridische vraagstukken [bron: https://circulairambachtscentrum.nl/slag/wetregelgeving/]. Toekomstige wet -en regelgeving voor de circulaire transitie Aangezien de circulaire transitie zich nog in de beginfase bevindt, zijn wijzigingen in de wet- en regelgeving in de nabije toekomst niet uit te sluiten. Het Nationaal Programma Circulaire Economie stelt bijvoorbeeld dat de huidige Wet Milieubeheer circulariteit onvoldoende stimuleert. De veel ambitieuzere EUregelgeving gerelateerd aan circulaire economie moet een plek krijgen in de nationale wet- en regelgeving.
Ook is een aanpassing nodig in de definitie van de afvalstatus. In 2025 wordt het Circulair Materialenplan (vervanger van LAP3) gelanceerd dat een uniform en bindend kader gaat bieden voor het afvalstoffenbeheer. Daarnaast wordt gesproken over een Circulaire Economie-wet als mogelijke toekomstige ontwikkeling. [bron: Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030] 14
Hoofdstuk 3
Introductie ruimtelijke aspecten Leeswijzer Dit hoofdstuk bevat een algemene beschrijving van de ruimtelijke aspecten waarmee rekening gehouden moet worden bij realisatie van de beoogde functies op de verschillende locaties. Achtereenvolgens komen de volgende aspecten aan bod: 3.1 Planologische aspecten 3.2 Ruimtelijk programma van eisen nieuwbouw 3.3 Duurzaamheidsaspecten
15
3.1 Planologische aspecten Inleiding Deze paragraaf beschrijft alle algemene planologische aspecten waarmee rekening gehouden moet worden bij het realiseren van de beoogde functies (CA, MS, GW) op de twee locaties, inclusief een toets aan het (tijdelijk) omgevingsplan (de op 31 december geldende bestemmingsplannen).
Milieustraat Ter plaatse van de MS verandert er in variant 1 niets. In varianten 2 en 3 zijn de wijzigingen minimaal. Er wijzigen geen functies. Ter plaatse zijn bedrijven tot categorie 4.1 toegestaan, waardoor de MS rechtstreeks is toegestaan.
Verder zijn bij de bedrijfsactiviteiten behorende ondergeschikte kantoren, technische ontwerp- en adviseurs, reclamebureau en audiovisuele studio’s, detailhandel in volumineuze goederen en een koeltechniekenbedrijf toegestaan. Onderstaand zijn de te verwachte functies getoetst aan het (tijdelijk) omgevingsplan. Het is op dit moment nog niet geheel helder welke functies er straks gehuisvest worden in het ambachtscentrum. Wel zullen vormen van transport, demontage en reparatie een plaats krijgen binnen het ambachtscentrum. Hieronder volgt een globale toets aan de regels van het (tijdelijke) omgevingsplan (bestemmingsplan ‘Herziening 1 Bedrijventerrein Vosdonk’) op deze functies: •
Transport: in de SvB zijn diverse categorieën opgenomen waarbij ‘transport’ wordt genoemd. Bij de uiteindelijke uitwerking van het CA, dient te worden beschouwd welk type goederen wordt opgeslagen en getransporteerd en dient te worden getoetst aan de SvB. Het (tijdelijk) omgevingsplan laat op de beoogde gronden bedrijven tot en met milieucategorie 3.2 toe. Indien de beoogde transportfunctie niet past maar qua aard en invloed gelijk te stellen is met de toegestane milieucategorie, kan de afwijkingsmogelijkheid in het (tijdelijk) omgevingsplan worden toegepast. Anders dient afgeweken te worden van het (tijdelijk) omgevingsplan en dient een separate planologische procedure doorlopen te worden.
•
Demontage: in de SvB is een demontageruimte niet specifiek opgenomen. Daarom is beschouwd met welke bedrijfstype dit vergelijkbaar is. Zo betreft een ‘Bouwbedrijf algemeen: b.o. > 2.000 m²’ evenals een ‘plaatwerkerij’ een milieucategorie 3.2. De realisatie van een demontageruimte zal in veel gevallen passend zijn binnen de geldende maximale milieucategorie van 3.2. Indien de beoogde demontagefunctie niet past maar qua aard en invloed gelijk te stellen is met de toegestane milieucategorie, kan de afwijkingsmogelijkheid in het (tijdelijk) omgevingsplan worden toegepast. Anders dient afgeweken te worden van het (tijdelijk) omgevingsplan en dient een separate planologische procedure doorlopen te worden.
Gemeentewerf Indien de GW behouden blijft op de locatie Hermelijnweg is een planologische toets niet nodig. Ter plaatse van de beoogde GW in variant 3 (Fri-Jado terrein) zijn bedrijven tot maximaal categorie 3.2 toegestaan. In de SvB is de categorie ‘Gemeentewerven (afvalinzameldepots)’ opgenomen als milieucategorie 3.1. Het gebruik als GW is daarmee passend binnen het (tijdelijke) omgevingsplan. Circulair Ambachtscentrum Voor de beoogde locatie van het CA op het Fri-Jado terrein gelden op basis van het (tijdelijke) omgevingsplan vooralsnog de regels van het bestemmingsplan ‘Herziening 1 Bedrijventerrein Vosdonk’. Het grootste deel van de locatie heeft de bestemming ‘Bedrijventerrein - 1’. Voor de gronden geldt dat bedrijfsactiviteiten tot een bepaalde milieucategorie zijn toegestaan met de daarbij behorende voorzieningen. Ter plaatse van de planlocatie geldt dat bedrijven van milieucategorie 1 tot en met 3.2 zijn toegestaan en op het perceel van de bestaande MS zijn bedrijven in de milieucategorie 2 t/m 4.1 toegestaan. Bedrijven zijn op basis van het (tijdelijk) omgevingsplan direct toegestaan als ze passen binnen deze milieucategorieën en zijn opgenomen in de Staat van Bedrijfsactiviteiten (SvB).
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning bedrijven toestaan die niet zijn opgenomen in de SvB, maar die qua aard en invloed op de omgeving gelijk zijn te stellen aan de toegelaten milieucategorieën.
16
•
Reparatie: in de SvB zijn diverse categorieën opgenomen waarbij ‘reparatie’ wordt genoemd. Daarnaast is specifiek ‘Reparatie t.b.v. particulieren (excl. auto’s en motorfietsen) opgenomen, wat milieucategorie 1 betreft. Bij de uiteindelijke uitwerking van het CA, dient te worden beschouwd welk type goederen wordt verwerkt en gerepareerd en te worden getoetst aan de SvB. Problemen worden niet voorzien omdat veel reparatieactiviteiten mogelijk zijn binnen milieucategorie 3.2. Indien de beoogde reparatiefunctie niet past maar qua aard en invloed gelijk te stellen is met de toegestane milieucategorie, kan de afwijkingsmogelijkheid in het (tijdelijk) omgevingsplan worden toegepast. Anders dient afgeweken te worden van het (tijdelijk) omgevingsplan en dient een separate planologische procedure doorlopen te worden.
Advies is om tijdens de voorbereiding op de realisatie van het CA een overzicht te maken van beoogde goederenstromen/activiteiten om indien nodig zo snel als mogelijk de eventueel benodigde vergunningen aangevraagd kunnen worden. Kantoren Zelfstandige kantoren zijn binnen het plangebied niet toegestaan. Wel zijn bij de bedrijfsactiviteit behorende kantoren toegestaan. De bedrijfsvloeroppervlakte van bij de bedrijfsactiviteit behorende, aan de bedrijfsactiviteit ondergeschikte kantoren mag niet meer bedragen dan 30% van de bedrijfsvloeroppervlakte van het totale bedrijf, waarbij bij het bedrijf behorende gebouwen op andere percelen mogen worden meegerekend bij het bepalen van de bedrijfsvloeroppervlakte. De regeling voor bedrijfsverzamelgebouw is niet van toepassing aangezien deze worden uitgesloten in de uitgiftevoorwaarden.
Algemene- en bijeenkomstfunctie In de nieuwe CA/MS/GW-locatie zijn diverse algemene- en bijeenkomstruimten beoogd. Hierbij wordt gedacht aan de kantine voor de medewerkers en bijeenkomstruimten voor presentaties en lessen over bijvoorbeeld circulariteit en duurzaamheid. Denk ook aan een Milieu Educatie Centrum. Uitgangspunt is dat de algemene- en bijeenkomstfuncties ondergeschikt zijn aan de overige functies op de CA/MS/GW-locatie en dit ten aanzien van het (tijdelijk) omgevingsplan geen belemmeringen met zich meebrengt. Invulling circulaire hal Voor exacte invulling van de circulaire hal wordt onderscheid gemaakt tussen mét en zonder Retail functie. Een (bouw)kringloopwinkel betreft een detailhandelsfunctie. Conform het (tijdelijk) omgevingsplan is ter plaatse alleen detailhandel in volumineuze goederen toegestaan.
Definitie Detailhandel ’Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, hieronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan diegenen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, met dien verstande dat postorderbedrijven en daarmee vergelijkbare internetwinkels niet worden aangemerkt als detailhandel, tenzij ter plaatse sprake is van fysiek klantcontact;’ De algemene beleidslijn van de gemeente is dat detailhandel zoveel als mogelijk in centrumgebieden plaatsvindt. Hierop zijn uitzonderingen aanwezig, waaronder handel in ABC-goederen (auto-boten-caravan), grove bouwmaterialen, etc. In het (tijdelijk) omgevingsplan is een mogelijkheid opgenomen om met een omgevingsvergunning af te wijken ten behoeve van detailhandel, mits wordt voldaan aan de gestelde voorwaarden:
17
•
productiegebonden detailhandel (1.65): detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, gerepareerd en/of worden toegepast in het productieproces dan wel worden bewerkt voor toepassingen elders, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie) tot een maximum van 30% van de bedrijfsvloeroppervlakte van het totale bedrijf, waarbij bij het bedrijf behorende gebouwen op andere percelen mogen worden meegerekend bij het bepalen van de bedrijfsvloeroppervlakte;
•
verkoop van grove bouwmaterialen: detailhandel in materialen voor de ruwbouw van gebouwen e.d., zoals stenen, zand, beton, (sier)bestratingsmaterialen en hout, en in grove bouwonderdelen, zoals serres, dakkapellen, dakramen, kozijnen, trappen, open haarden, buitenhaarden, en daarmee naar aard gelijk te stellen bouwonderdelen, doch met uitzondering van parket, laminaat en kurkvloeren), mits de bedrijfsvloeroppervlakte die in gebruik is voor de detailhandelsfunctie minimaal 500 m2 bedraagt. Indien de verkoop en uitstalling van grove bouwmaterialen niet inpandig plaatsvindt, dient de oppervlakte van (het gedeelte van) het bouwperceel dat in gebruik is voor de detailhandelsfunctie minimaal 500 m2 te bedragen;
•
Bouwen Voor de ontwikkeling van een CA geldt dat in het (tijdelijk) omgevingsplan verschillende bouwregels zijn opgenomen. De gronden zijn voorzien van een (relatief groot) bouwvlak die ongeveer 10 meter uit de grens van de bedrijfsbestemming ligt. Bebouwing mag enkel worden gerealiseerd binnen het bouwvlak. Daarnaast zijn nog een aantal aanvullende bouwregels opgenomen. Beide varianten passen binnen de bouwregels die in het (tijdelijk) omgevingsplan zijn opgenomen. Bouwhoogte conform (tijdelijk) omgevingsplan is 15 meter en geeft mogelijkheid om voor kantoren extra laag toe te voegen. Bij nadere uitwerking is aandacht voor deze bouwregels noodzakelijk. Afwijken onder de Omgevingswet Mocht de toekomstige ontwikkeling (bijvoorbeeld door het opnemen van een Kringloopwinkel) niet passen binnen de kaders van het (tijdelijke)omgevingsplan dan dient de aanvraag te voldoen aan de eisen van de Omgevingswet en dient aangetoond te worden dat sprake is van een evenredige toedeling van functies aan locaties.
verkoop van motoren: detailhandel in motoren, al dan niet in combinatie met detailhandel in scooters en bromfietsen, en daarmee rechtstreeks samenhangende artikelen, zoals motoronderdelen, accessoires, onderhoudsmiddelen en motorkleding) al dan niet in combinatie met scooters en bromfietsen, mits de bedrijfsvloeroppervlakte die in gebruik is ten behoeve van de detailhandelsfunctie minimaal 250 m2 bedraagt.
18
3.2 Ruimtelijk programma van eisen nieuwbouw Voor de nieuwbouw van het CA CA en GW (varianten 2 en 3) op het Fri-Jado terrein zijn randvoorwaarden, eisen, richtlijnen, uitgangspunten en wensen opgesteld. Deze vormen het programma van eisen (PvE). 3.2.1 Functioneel programma Voor de nieuwbouw van de GW en/of het CA is een functioneel programma (oppervlakten in m2 per functie) opgesteld. Het programma is onderverdeeld naar de hoofdfuncties van de gebouwen, bestaande uit GW, stallingsruimten en CA. 3.2.2 Uitgiftevoorwaarde Fri-Jado terrein Naast het functioneel programma heeft de gemeente ook concept uitgiftevoorwaarden opgesteld voor het Fri-Jado terrein. Deze hebben geen formele status, maar bij de uitwerking van de varianten is hier wel rekening mee gehouden. Op een aantal onderdelen zijn de uitgiftevoorwaarden de afgelopen periode aangescherpt. Ambtelijk is aangegeven dat varianten 2 en 3 voldoen aan de uitgiftevoorwaarden dan wel dat de afwijking akkoord is.
19
3.3 Duurzaamheidsaspecten Duurzaamheid is een breed begrip. In deze paragraaf beperken we ons tot 'circulair bouwen en inrichting', 'natuur inclusiviteit’ & biodiversiteit’, ‘klimaatadaptatie' en 'water'. Deze paragraaf sluiten we af met een toelichting op certificaten voor duurzaamheid. Circulair bouwen en inrichting Voor circulair bouwen en inrichten zijn tal van mogelijkheden. Dit met als doel om de effecten op het milieu te minimaliseren, kijkend naar de hele levensduur van een gebouw en het terrein. Gedacht kan worden aan: • De (gewenste) technische levensduur van het gebouw, door in het ontwerp rekening te houden met milieuvriendelijke bouwwijzen en materialen. • Ontwerp van het gebouw zo dat dit later makkelijk is aan te passen aan wensen van (nieuwe) gebruikers. • Het toepassen van duurzame technieken om te besparen op materiaal-en energieverbruik. • Het gebruik van circulaire materialen, demontabel bouwen en/of gebruik maken van een materiaalpaspoort. Natuur inclusiviteit & biodiversiteit Dit aspect is met name beschouwd voor het Fri-Jado terrein (varianten 2 en 3). De gemeente Etten-Leur wil bij de herontwikkeling van het Fri-Jado terrein zoveel mogelijk rekening houden met de biodiversiteit. Orbis heeft hiervoor een visie opgesteld [bron: Orbis, Visie biodiversiteit voormalig Fri-Jado terrein “Van donkergrijs naar lichtgroen”, 28-09-2021].
In de ontwikkeling wordt aangesloten bij de maatregelen zoals genoemd in deze visie. In de visie is het gebied in verschillende zones opgedeeld waarvoor verschillende maatregelen verplicht of facultatief zijn, waarbij er een minimaal aantal facultatieve punten gescoord dient te worden. De gronden van het CA zijn grotendeels aangeduid als ‘Uitbreiding milieustraat’ en deels als ‘Lichtgrijze zone’. In de lichtgrijze zone zijn verplicht: groene gevels/inkleding
en erfafscheidingen, waterdoorlatende (half)verharding paden, wegen en parkeerterrein personenwagens, afkoppeling regenwater, infiltratie via wadi. Daarnaast zijn diverse maatregelen opgenomen die facultatief zijn. Vanuit het rapport van Orbis en in overleg met de gemeente is in het PvE uitgifte Fri-Jado (zie paragraaf 3.2) vastgesteld dat we voor het plangebied uitgaan van de typering “Lichtgroen”. In deze lichtgroene zone wordt zo groen mogelijk gebouwd. Waar groen mogelijk is wordt groen gerealiseerd. De zone is een bedrijventerrein, maar worden wel zo groen mogelijk ingericht, waardoor het kansen biedt voor biodiversiteit. Door onder andere gebruik te maken van multifunctionele daken (bijvoorbeeld groen i.c.m. zonnepanelen, zoals toegelicht in het kader op de volgende pagina) en groene gevels en zo weinig mogelijk terreinverharding is het gebied aantrekkelijk voor vogels en insecten en vormt het een uitbreiding van het bestaande leef- en foerageergebied. Ook worden in de bebouwing gelegenheden gemaakt waar vogels en vleermuizen zich kunnen vestigen. Klimaatadaptatie Het veranderende klimaat zorgt voor hogere temperaturen, langere periodes van droogte en zwaardere regenbuien komen steeds vaker voor. De gevolgen zijn groot voor zowel de gezondheid, de leefbaarheid, de gebouwen en openbare ruimte, arbeidsproductiviteit en voedselproductie.
Ook economisch kan de schade aanzienlijk zien. De gemeente Etten-Leur werkt aan een klimaatbestendige leefomgeving. Het gaat om thema’s als voorkomen van wateroverlast, hoogwaterbescherming, droogtebestrijding en voorkomen van hittestress. De omgeving van de onderzoekslocaties kenmerkt zich door relatief veel bebouwd oppervlak en verharding. De risico’s van hittestress en toenemende kans op wateroverlast of langdurige periodes van droogte zijn reëel. In warme zomers is de temperatuur op het bedrijventerrein het hoogst van alle gebieden in Etten-Leur. Bovendien heeft de gemeente ambities om in te zetten op het verduurzamen van bedrijventerreinen om dit te voorkomen. Bij de verdere uitwerking is daarom van belang deze aspecten vroegtijdig mee te nemen.
20
Toelichting multifunctionele daken De daken hebben een meerwaarde ten opzichte van een Standaard dak (bitumen, pvc, EPDM, etc.). We onderscheiden verschillende functionaliteiten die we extra toe kunnen kennen aan een dak. Zo kunnen we onderscheid maken tussen: • Groene daken zorgen voor een groene omgeving en zijn nuttig bij extreem droog, warm en nat weer. Tevens heeft het een positieve bijdrage aan de biodiversiteit. • Gele daken wekken duurzame energie op uit zon of wind. • Grijze daken zijn voor technische installaties. Grijze daken zijn voorzien van een laag kiezelstenen, ook kunnen schelpen gebruikt worden op delen van het dak. Deze hebben een minder groene functie maar bieden voor bepaalde soorten zoals de Scholekster toch een meerwaarde. • Blauwe daken vangen water op. Ze spelen een belangrijke rol bij erg nat of juist droog weer. • Bruine daken: Een aantal vogelsoorten zoeken hun voedsel op braakliggende terreinen. Om deze soorten (waaronder de zwarte roodstaart) te ondersteunen kan een bruin dak worden aangelegd. Hierbij wordt doorgaans voorafgaand aan de bouw een laag van het braakliggend terrein afgegraven en in depot gezet. Na realisatie van het gebouw wordt de grond op het dak gebracht.
Figuur 7. Referentie multifunctioneel dak
Door meerdere functionaliteiten te combineren op een dak kunnen we nog effectiever omgaan met een dak. Deze multifunctionele daken bieden veel voordelen; dat noemen we gouden combinaties. Ook kan een groen, blauw of geel dak goed gecombineerd worden met een dakterras. Een groen dak zorgt voor een wel twee keer langere levensduur van het dak. Bovendien kan het groene dak ballast vormen voor zonnepanelen op het dak. De vegetatie zorgt voor een 5-15% hoger rendement van zonnepanelen. Om van regenwateroverlast in de straat af te komen kan een blauw dak extra water bergen.
21
Water Water is een van de belangrijkste natuurlijke hulpbronnen ter wereld en een onmisbaar element in ons dagelijks leven. Het belang van duurzaam watergebruik wordt steeds duidelijker. Bij de ontwikkeling van het CA is ook aandacht voor de waterhuishouding binnen het plangebied. Dit aspect is met name beschouwd voor het Fri-Jado terrein (varianten 2 en 3). Variant 1 betreft in principe alleen de noodzakelijke verduurzaming van de GW. De uitgangspunten voor de waterhuishouding op het Fri-Jado terrein zijn als volgt: • Hemelwaterberging volgens hemelwaterverordening Etten-Leur bedraagt 60 liter per m2 verhard oppervlak. • Programma van Eisen (PvE) en uitgiftevoorwaarden voor het voormalige Fri-Jado terrein stelt 78 liter berging per m2 bebouwd en/of verhard oppervlak. • Groene daken moeten minimaal 30 L per m 2 bergen.
Daarnaast wordt gekeken naar de berging/opslag van hemelwater voor hergebruik. Er zijn mogelijkheden om een ondergrondse berging te realiseren en in de bodem te infiltreren. De mogelijkheden worden echter beperkt door de volgende omstandigheden in het terrein: • Het gebied is erg fijnzandig, doorkruist met leemlagen van een paar decimeter die moeilijk doorlaten. De eerste leemlaag zit op 2 m-mv. • Onder een deel van het terrein ligt een VOCl-pluim (vluchtige organische chloorkoolwaterstoffen verontreiniging). Liefst stroomafwaarts daarvan infiltreren. Dat is aan de westkant. Met het bevoegd gezag dient overlegd te worden of infiltratie wenselijk is. Tenslotte wordt het hemelwater zoveel mogelijk geïnfiltreerd op eigen terrein. Hierbij wordt gekeken naar de volgende mogelijkheden: • Het aanleggen van een Wadi of infiltratiekratten (indien mogelijk) en in overleg met het bevoegd gezag met betrekking tot de invloed op de VOCl-verontreiniging. • Het aanleggen van hemelwater transportriolen naar een locatie, geschikt voor infiltratie.
Om duurzaam met water om te gaan wordt eerst gekeken naar de opvang van het hemelwater. Begroeide daken met extra waterbergingscapaciteit kunnen de gevolgen van hevige buien verminderen. Deze ‘groen-blauwe’ daken kunnen regenwater tijdelijk of permanent vasthouden. Regenwater wordt vertraagd afgevoerd en/of wordt geabsorbeerd door het substraat en beplanting.
Figuur 8. principe waterberging en hergebruik (bron: GEP watermanagement)
22
Certificeringen Bij de uitwerkingen in de VO / DO fase van de gekozen voorkeurs variant zal verder bepaald worden of er een certificering voor het gebouw aangevraagd zal worden. Met name voor de aanvraag van mogelijke subsidies speelt deze certificering een belangrijke rol. Wel dient daarbij rekening te worden gehouden met meerkosten ten opzichte van meer traditionele bouw. Op basis van referenties kan een percentage van 10% aan meerkosten op de realisatiekosten als uitgangspunt worden genomen. Onderstaande enkele geschikte mogelijkheden voor certificering: LEED is een evaluatie- en certificatiesysteem waarmee de duurzaamheidsprestatie van gebouwen bepaald kan worden. LEED is een scoresysteem dat gebruik maakt van een checklist. De score bepaalt of het gebouw een basis certificering, zilver, goud of platina krijgt toebedeeld. BREEAM-NL Nieuwbouw is een beoordelingsmethode om de duurzaamheidprestatie van gebouwen en gebieden te bepalen en is ontwikkeld door advies- en onderzoeksbureau BRE (Building Research Establishment) uit het Verenigd Koninkrijk. BREEAM-NL waardeert de mate van duurzaamheid van een project in 5 klassen, te weten: Pass, Good, Very Good, Excellent of Outstanding. GPR Gebouw meet duurzaamheidsprestaties voor onder meer utiliteitsbouw.
GPR Gebouw meet duurzaamheid op 5 verschillende thema’s, te weten; ‘energie’, ‘milieu’, ‘gezondheid’, ‘gebruikskwaliteit’ en ‘toekomstwaarde’. Bij een gemiddelde score van 9,5 of hoger zijn vijf sterren te behalen, een gebouw dat een 7,5 scoort krijgt 3 sterren. BCI staat voor de Building Circularity Index© en is een wetenschappelijk onderbouwd en in de praktijk beproefd meetinstrument om de circulaire potentie van een nieuw gebouw te bepalen. BCI Gebouw brengt verschillende erkende meetmethoden voor milieu-impact en circulariteit samen in één integrale tool. 23
Hoofdstuk 4
Uitwerking en vergelijking varianten Leeswijzer Dit hoofdstuk bevat de vergelijking van de varianten. Achtereenvolgens komen de volgende aspecten aan bod: 4.1 Inleiding 4.2 Uitwerking variant 1 4.3 Uitwerking variant 2 4.4 Uitwerking variant 3
24
4.1 Inleiding In dit onderzoek zijn drie varianten voor het combineren van de functies GW, MS en CA op de locaties Hermelijnweg en Fri-Jado onderzocht. De betreffende varianten zijn reeds weergegeven in figuur 3 in hoofdstuk 1. Voor de overzichtelijkheid is deze figuur hieronder herhaald. De hoofdstukken 4.2 tot en met 4.4 bevatten een uitgebreide beschrijving van de afzonderlijke varianten en waar relevant een visualisatie van de ruimtelijke uitwerking. Om een vergelijking van de varianten mogelijk te maken, komt in deze hoofdstukken steeds een aantal terugkerende thema’s aan bod.
Figuur 9. Onderzoeksaanpak: de drie uitgewerkte varianten Naar beschrijving variant 1
Naar beschrijving variant 2
Naar beschrijving variant 1
Naar beschrijving variant 3
Naar beschrijving variant 2
Naar beschrijving variant 3
25
4.2 Uitwerking variant 1 Leeswijzer 4.2.1 Ruimtelijke kwaliteit
4.2.2 Ruimtebeslag
4.2.3 Circulaire opbrengst/impact
4.2.4 Personele inzet
Figuur 10. Dit hoofdstuk beschrijft variant 1: GW en MS blijven op de huidige locatie, géén realisatie van een CA. Let op: Deze variant draagt niet of nauwelijks bij aan de realisatie van de beleidsambities en is opgenomen als vergelijkingsbasis voor de overige varianten. Het betreft in feite het handhaven van de uitgangssituatie. Wel zijn de noodzakelijke duurzaamheidsmaatregelen hierin meegenomen. Omdat er in dit scenario wél iets verandert, spreken we in de tekst over ‘variant 1’ in plaats van ‘handhaven uitgangssituatie.’
4.2.5 Mobiliteit
4.2.6 Duurzaamheid
4.2.7 Flexibiliteit/ toekomstbestendigheid
4.2.8 Financieel
Figuur 11. Thematische indeling beschrijving varianten.
Naar beschrijving variant 2
Naar beschrijving variant 3
Naar beschrijving variant 2
Naar beschrijving variant 3
26
Variant 1
4.2.1 Ruimtelijke kwaliteit In variant 1 vindt er geen nieuwe ruimtelijke ontwikkeling plaats. Onderstaand is een beschrijving van de huidige ruimtelijke kwaliteit.
Terrein Het buitenterrein van de GW wordt gebruikt voor de opslag van goederen en materieel. Aan de westzijde van het hoofdgebouw zijn 21 parkeerplaatsen voor personenauto's en bezoekers aanwezig. Onlangs is het terrein aan de voorzijde van het gebouw heringericht, waardoor ook hier extra parkeerplaatsen zijn gerealiseerd. De huidige MS is gerealiseerd in november 2011. Het terrein voldoet aan de huidige eisen voor het inzamelen van het afval.
Bebouwing Het huidige hoofdgebouw van de GW is gerealiseerd in het midden van de jaren 90 en is in 1999 verbouwd tot gemeente terrein. In het hoofdgebouw zijn kantoren, werkplaatsen en opslagruimten aanwezig. In 2012 zijn er diverse stallingen aan de oostzijde bijgebouwd. In 2022 is de open voertuigenstalling aan de oostzijde gerealiseerd. De gebouwen voldoen bouwtechnisch niet geheel meer aan de huidige eisen en grootschalig onderhoud aan het hoofdgebouw en installaties is noodzakelijk. Ruimtelijk en functioneel voldoet het hoofdgebouw, maar het interieur en exterieur is gedateerd. Ook na aanpassing zal het gebouw van de GW geen hoogwaardige / duurzame uitstraling krijgen, zoals bij de nieuwbouw van variant 3.
Figuur 12. luchtfoto bestaande Gemeentewerf en Milieustraat Naar beschrijving Ruimtelijke kwaliteit variant 2
Naar beschrijving Ruimtelijke kwaliteit variant 2
Naar beschrijving Ruimtelijke kwaliteit variant 3
Naar beschrijving Ruimtelijke kwaliteit variant 3
27
Variant 1
4.2.2 Ruimtebeslag In variant 1 vindt geen nieuwe ruimtelijke ontwikkeling plaats. Hermelijnweg Het bestaande terrein van de GW betreft een perceel van 14.725 m2. Het hoofdgebouw heeft een oppervlak van 1.699 m2. De GW blijft behouden op het terrein aan de Hermelijnweg.
Bestaande GW
Fri-Jado terrein Op het Fri-Jado terrein is een reservering gedaan voor de gronden van 18.836 m2. In deze variant vinden er geen ontwikkelingen plaats op het Fri-Jado terrein. Verschuurweg Het bestaande perceel van de MS bedraagt 9.986 m2. Stalling A voertuigen
Stalling B voertuigen
TERREIN GW AAN DE HERMELIJNWEG stortbakken TERREIN MS AAN VERSCHUURWEG
Naar beschrijving Ruimtebeslag variant 2
Naar beschrijving Ruimtebeslag variant 2
Opslag buitenterrein
Figuur 13. Ruimtebeslag variant 1
Naar beschrijving Ruimtebeslag variant 3
Naar beschrijving Ruimtebeslag variant 3
28
Variant 1
4.2.3 Circulaire opbrengst Inzamelcijfers (CBS; 2022) In variant 1 treft gemeente Etten-Leur geen specifieke maatregelen om te komen tot een hogere circulaire impact van de afval- en grondstofstromen op de MS. De huidige situatie wordt in feite gehandhaafd. Dat betekent dat de verwerking plaatsvindt op trede R9 (verbranding met energieterugwinning) en R8 (recycling) van de R-ladder (zie tabel 1).
Fractie milieustraat
Tabel 2 brengt de afvalscheiding op de MS in beeld. Uit de tabel volgt een afvalscheidingspercentage van 85% voor variant 1. Met een oranje markering is aangegeven voor welke stromen in de huidige situatie reeds hoogwaardiger verwerking mogelijk is*. Het daadwerkelijke potentieel voor hoogwaardiger verwerking is in de praktijk waarschijnlijk groter. Dit vraagt echter onderzoek naar nieuwe verwerkingsmethoden en/of nieuwe samenwerkingspartners. De gemeentewerf is in de analyse van de circulaire opbrengst buiten beschouwing gelaten.
kg/inw
1.064.636
24
24.637
1
Autobanden
8.201
0
Dakleer
57.801
1
Frituurvet
5.867
0
Gips
70.573
2
Vlakglas
43.694
1
Harde Kunststof
133.779
3
Hout A+B
1.019.787
23
Hout C
114.922
3
KCA
68.180
2
Kunststofverpakkingen inzameling op milieustraat
37.208
1
Matrassen
41.786
1
Metaal
142.648
3
Papier
206.501
5
6.406
0
Puin
1.345.307
30
Tapijt
45.603
1
Tuinafval Burgers
1.513.399
34
Zwarte grond
1.084.215
24
0
0
7.035.150
158
Grof restafval Asbest
Piepschuim
Textiel TOTAAL Percentage scheiding * Technisch gezien is hoogwaardiger verwerking mogelijk, in de huidige situatie is dit vanuit operationeel en/of financieel oogpunt voor gemeente Etten-Leur (nog) niet haalbaar.
kg totaal
85%
Tabel 2. Afvalscheiding op de milieustraat in de huidige situatie – situatie 2022. Voor de oranje gemarkeerde afvalstromen is in de huidige situatie reeds een hoogwaardiger verwerkingsmethode beschikbaar. 29
Variant 1
4.2.4 Personele inzet Variant 1 gaat uit van de huidige personele inzet op de GW en de MS – hierin is in deze variant geen verandering voorzien. De personele inzet is in tabel 3 weergegeven.
Functie
Reguliere arbeid
Sociale arbeid
Totaal
(FTE, 2024)
(FTE, 2024)
(FTE, 2024)
Milieustraat
3
2,3
5,3
Gemeentewerf
38
8
46
Tabel 3. Personele inzet milieustraat en gemeentewerf
30
Variant 1
4.2.5 Mobiliteit In variant 1 vinden geen aanpassingen plaats aan de bestaande situatie bij de GW of de MS. Figuur 14 geeft een overzicht van de ligging van de GW ten opzichte van de MS en het Fri-Jado terrein. In zijn algemeen voldoet de huidige situatie. Verkeer en vervoersbewegingen De GW en MS liggen hemelsbreed niet ver uit elkaar, maar liggen aan weerszijden van het spoor. Om van de GW naar de MS te komen wordt omgereden vanaf Hermelijnweg, via Kattestraat naar de Verschuurweg.
Terrein GW
De opstelstrook van de MS is lang genoeg. Enkel op de drukke dagen voor openingstijd als de poort nog niet open is staan er wachtende auto's op de Verschuurweg. Parkeren Parkeren is voorzien aan de westzijde van het Hoofdgebouw. Later is parkeren op de GW toegevoegd aan de noordzijde van het hoofdgebouw.
Fri-Jado terrein
Terrein MS
Figuur 14. Luchtfoto bestaande gemeentewerf en milieustraat
Naar mobiliteit variant 2
Naar mobiliteit variant 3
Naar mobiliteit variant 2
Naar mobiliteit variant 3
31
Variant 1
4.2.6 Duurzaamheid Bij deze variant worden in principe alleen de benodigde duurzaamheidsmaatregelen getroffen. Voor het hoofdgebouw van de GW betreffen de maatregelen met name het extra isoleren van het gebouw en de vervanging van de installaties (gasloos). (zie details maatregelen in bijlage B) Optionele maatregelen Naast de benodigde maatregelen kan de GW verder verduurzaamd worden. Bij deze optionele maatregelen kan bijvoorbeeld gedacht worden aan onderstaande punten. Deze zaken zijn financieel niet meegenomen in de verdere uitwerking van deze variant. Zo kan er extra aandacht besteed worden aan het toepassen van duurzame, circulaire materialen, bijvoorbeeld bij het vervangen van de inrichting of andere aanpassingen aan het interieur en exterieur. Voor natuur inclusiviteit kunnen kunstmatige nest- en verblijfplaatsen gerealiseerd worden. Voor huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen zijn verschillende maatregelen toe te passen (zie figuur 15). Een insectenhotel biedt nestgelegenheid aan solitaire bijen en andere kleine insecten. (zie figuur 16) Het aanbrengen van waterdoorlatende verhardingen zorgt voor infiltratie van regenwater en vermindert daardoor wateroverlast en verdroging. Bovendien helpt het bij het voorkomen van overstromingen en wateroverlast. Groene gevels zijn duurzaam en kunnen worden geïntegreerd op bestaande gebouwen.
Zo kan de bestaande GW een groene makeover krijgen. Er zijn geen maatregelen voorzien voor duurzaam watergebruik. Op termijn kan er gekeken worden naar extra opvang van regenwater of zelfs hergebruik voor doorspoelen toiletten of hoge drukreiniger voertuigen.
Naar duurzaamheid variant 2
Figuur 15. kunstmatige nest- en verblijfplaatsen variant 1
Naar duurzaamheid variant 3
Naar duurzaamheid variant 2
Naar duurzaamheid variant 3
32
Variant 1
Duurzaamheid – overzicht maatregelen GW (*) Lichtgroene zone Orbis
Maatregelen Variant 1 GW
1. Groene gevels/inkleding
☺
2. Blauw - Groene daken
☺
3. Gele daken (zonnepanelen)
☺
☺
4. Inbouw Nestkasten
☺
☺
5. Groene erfafscheidingen
☺
☺
6. Waterdoorlatende (half)verharding paden, wegen en parkeerterrein personenwagens
☺
7. Bomen en struiken op onverharde delen (25% van onverhard oppervlak)
☺
8. Afkoppeling regenwater, infiltratie via wadi
☺
9. Hergebruik regenwater (planten, toiletten, etc.)
☺
10. Insectenhotels / stapelmuur
☺
☺
11. Takkenril voor vogels & kleine zoogdieren
☺
☺
Bebouwing:
Buitenterrein
Water
Biodiversiteit
Tabel 4. Duurzaam bouwen (Orbis) (*) De bestaande gemeentewerf valt buiten de opzet van rapport Orbis maar de tabel is meegenomen voor de vergelijking met variant 2 en 3
Maatregelen lichtgroene zone Orbis
☺ = Verplicht ☺ = Facultatief = Geen optie
33
Variant 1
4.2.7 Flexibiliteit / toekomstbestendigheid In variant 1 hebben we te maken met een bestaand gebouw, terrein-inrichting en stallingen. Momenteel zijn deze volledig in gebruik. Toekomstbestendigheid van dit bestaande gebouw is minder dan bij nieuwbouw. Flexibiliteit bouwen extern Uitbreiding van het gebouw is lastig, omdat het terrein van de GW al volledig benut wordt op dit moment. Daarnaast is er bouwkundig ook geen rekening gehouden met uitbreiding van het gebouw. Flexibiliteit bouwen en gebruik intern Binnen het gebouw kunnen wat optimalisaties gemaakt worden, waardoor er bijvoorbeeld enkele extra kantoor werkplekken mogelijk zijn of een extra spreekkamer. De mogelijkheden voor een flexibele indeling zijn verder beperkt. Renovatiemaatregelen Het bestaande gebouw is 30 jaar oud en gedateerd. Als dit gebouw met kantoren, inpandige stalling en werkplaats verduurzaamd wordt, is het logisch om het gebouw tegelijkertijd goed te renoveren, zodat het als geheel weer bij de tijd en toekomstbestendig is. Deze renovatie betreft in hoofdlijnen: Binnenindeling aanpassen/optimaliseren Vervangen van alle sanitaire voorzieningen Vervangen van de vloeren Binnenwanden stucen / schilderen Vervangen installaties en verplaatsen techniekruimte.
Flexibiliteit gebruik extern Het buitenterrein en de bestaande stallingen zijn in een eerder stadium al geoptimaliseerd en bieden nauwelijks flexibiliteit. Doordat de functies GW en MS op verschillende locaties gevestigd zijn is er geen onderlinge uitwisseling mogelijk.
Naar Flexibiliteit/toekomstbest. variant 2
Naar Flexibiliteit/toekomstbest. variant 2
Naar Flexibiliteit/toekomstbest. variant 3
Naar Flexibiliteit/toekomstbest. variant 3
34
Variant 1
4.2.8 Financieel: investering Investering De totale investering is in de tabel 5 hieronder uitgesplitst. In dit overzicht staan de bouwkosten en de bruto kapitaallasten. Dat betekent dat de rente en afschrijving zijn berekend over de totale bouwkosten. Een goed vergelijk van de varianten en een totale kostenopzet, zoals de jaarlijkse lasten per variant, leest u in het raadsvoorstel. De bron van de genoemde bedragen is het kostenkentallenplatform van RVO, aangevuld met ervaringscijfers van Stantec. De bedragen zijn een indicatie van de investeringskosten voor het verduurzamen van de GW. De bedragen zijn een inschatting van de totale bouwsom, exclusief btw en gebruikelijke opslagen (AK, AUK, winst en risico). De bedragen zijn exclusief ontwerpkosten, interne projectkosten en eventuele subsidies. Ook leert de ervaring dat verduurzamingsprojecten vaak aanleiding zijn om aanvullende maatregelen te nemen zoals asbest verwijderen of schilderwerk. Deze kosten zijn eveneens niet meegenomen.