bijlage 1 Nota van Beantwoording zienswijzen omgevingsvisie en planMER d.d. 3 mei 2022.pdf
Tekst van het document
Het IVN pleit ervoor om bij nieuwe plannen en activiteiten als uitgangspunt te hanteren dat voorkomen van verstoring van natuurwaarden prevaleert ten opzichte van het herstellen of compenseren daarvan. Het IVN ziet graag het jaartal 2027 opgenomen bij het voornemen om de ecologische verbindingszones tussen de natuurgebieden in het noordelijk en zuidelijk deel van de 23
Het uitgangspunt wordt onderschreven. In paragraaf 2.2 ‘De leefomgeving’ wordt aan het slot van het onderdeel ‘Natuur en biodiversiteit' daarom aan de opgave ‘verder gaande verstoring voorkomen’ toegevoegd: ‘wat de voorkeur heeft boven herstellen of compenseren’ (A). Het streven is inderdaad om alle ecologische verbindingszones in 2027 gerealiseerd te hebben. Voor de duidelijkheid goed om dat in de Omgevingsvisie op te nemen. Dit wordt
gemeente gerealiseerd te hebben. Ook versterking van de natuur buiten het Natuurnetwerk wordt noodzakelijk geacht. Onder verwijzing naar een passage in de Omgevingsvisie over “het zo veel mogelijk behouden van de stedelijke Hoofdgroenstructuur”, zegt het IVN geen groenstructuurplan te kennen, maar het belang ervan te ondersteunen. Het IVN vindt dat die structuur versterkt moet worden. Voor binnenstedelijke natuur en biodiversiteit ziet het IVN graag meer ambitie dan “(…) verder gaande verstoring voorkomen; de afname van biodiversiteit stoppen". Het IVN vindt dat niet voldoende en vindt herstel van de biodiversiteit nodig. Ook kan meer groen bijdragen aan oplossingen voor de gevolgen van de klimaatverandering. Voor wat betreft de energietransitie ziet het IVN graag duidelijke randvoorwaarden om de natuur te beschermen. Uitgangspunt voor het IVN is dat er geen verdere aantasting van de ecosystemen zal plaatsvinden. Voor het IVN betekent dat onder andere geen zonneparken en windmolens in of vlakbij natuurgebieden. Het IVN vindt dat de gemeente zich moet inzetten om de normen voor luchtkwaliteit en geluidsoverlast van de WHO in het jaar 2030 (en liever nog 2023) gerealiseerd te hebben. Het is het IVN niet duidelijk waarom de gemeente de opmerking uit het planMER (maak een programma luchtkwaliteit) niet overneemt.
Dat geldt ook voor de aanbeveling aan te sluiten bij het Schone Lucht-akkoord.
24
verwerkt in de Gebiedsvisie buitengebied (paragraaf 4.2 van de Omgevingsvisie) (A). De voor de ecologische verbindingszones benodigde financiële middelen worden gereserveerd, de grootste moeilijkheid is de vrijwillige grondverwerving. Ook de natuur buiten het Natuurnetwetwerk behoeft zeker aandacht. In onze groenbeleidsnota hebben wij onze belangrijke stedelijke groenstructuren opgenomen en de kwantiteit van het aanwezige openbaar groen. Die nota is nog steeds van kracht en gaan we overigens na vaststelling van de omgevingsvisie actualiseren.
In de omgevingsvisie is de ambitie uitgesproken om meer natuur, groen, water en biodiversiteit in het binnenstedelijke gebied – zowel in openbaar gebied en op privéterrein- en om aan het herstel van natuur en biodiversiteit te werken. Deze ambitie zal worden vertaald in een programma en/of beleidsdocumenten. Ook sluit dit aan bij de klimaatadaptatie. Voor gebouwbewonende soorten heeft de gemeente in samenwerking met woningcorporatie Alwel voor het stedelijk gebied een Soortenmanagementplan (SMP) met een generieke ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming. De aanleiding hiervoor was de verduurzaming (zoals warmteisolatie). Een van de voorwaarden is dat er natuurinclusief wordt gebouwd en daarmee wordt gecompenseerd. De randvoorwaarden zullen in het programma en/of de beleidsdocumenten worden verankerd. De Omgevingswet biedt de gemeente meer mogelijkheden om dit te verankeren. Voor zonne- en windparken bevat de Omgevingsvisie een zeer terughoudend beleid, zie ook de door de gemeenteraad in 2021 vastgestelde Visie op opwek duurzame energie.
Het uitgangspunt is dat de gemeente inzet op de standaardwaarden uit het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (BKL). Het BKL is een besluit van de regering waarin regels uit een wet (de omgevingswet) verder worden uitgewerkt. Volgens dit BKL is de gemeente Etten-Leur verplicht een luchtkwaliteitsplan op te stellen. Aan deze wettelijke verplichting zal invulling worden gegeven. Dan zal ook worden bekeken of bij het Schone Lucht Akkoord (SLA) zal worden aangesloten.
Het IVN vindt het vreemd dat rond de Bettinehoeve een milieucirkel is getekend en melden dat ze die juist missen bij de geitenhouderij aan de Haansberg. Het IVN geeft aan dat in de huidige situatie er ongeveer 88 m2 groen per woning aanwezig is. Zij vinden de doelstelling dat die mag zakken naar 80 m2 niet getuigen van een groene ambitie. Bovendien zien ze niet of hier bijvoorbeeld ook openbaar water of bovenwijks groen valt.
Het voornemen om nieuwe woningen energieneutraal, natuurvriendelijk, etc. te bouwen ziet het IVN ook graag van toepassing op bedrijfsgebouwen. Het IVN vindt dat de rol van de gemeente meer dan faciliteren behoort te zijn en ook sturend moet zijn. Dat is ook nodig, als de gemeente met haar visie een bepaalde richting uit wil met een helder doel voor ogen. Het IVN geeft aan dat er grote uitdagingen liggen in het buitengebied. Het IVN vraagt zich af wat er bedoeld wordt met het kwaliteitsfonds voor het buitengebied (hoe wordt het fonds gevoed, wie bepalen de bestemming van de financiële middelen, welke missie wordt aan het fonds meegegeven?). Het IVN onderschrijft het inzetten op behoud en versterken van landschaps- en groenstructuren en het stoppen van de afname van de biodiversiteit en die om te buigen in een opgaande lijn. Gepleit wordt dit uit te werken in een specifiek programma.
25
Per ongeluk is die cirkel rond de Bettinehoeve in plaats van de geitenhouderij aan de Haansberg geplaatst (A). In de omgevingsvisie schetsen wij voor Etten-Leur een aantal grote opgaven die om fysieke ruimte vragen. Ons woningbouwprogramma is een van die opgaven en wij vinden dat we die niet volledig buiten het bestaand stedelijk gebied moeten realiseren. Binnenstedelijk bouwen gaat ten koste van openbaar groen, maar het brengt ook voordelen met zich mee. Het leidt bijvoorbeeld tot verjonging van een wijk of vernieuwing. In de afweging van voordelen en nadelen kiezen wij voor de doelstelling van 80m2 groen per woning. Daarmee behouden we ons karakter van een ruim opgezet groen dorp. Onder deze 80 m2 valt ook het oppervlak aan water indien het hoort bij de betreffende wijk. Bovenwijks water en bovenwijks groen valt niet onder deze oppervlakte. Vanaf 1 januari 2021 geldt ook voor bedrijfsgebouwen dat deze moeten voldoen aan de eisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG normen).
Als gemeente willen we met de Omgevingsvisie zowel sturend als faciliterend zijn. Er liggen inderdaad grote uitdagingen. Het is de bedoeling die uitdagingen samen met alle partners op te pakken. Dat is niet alleen de rol van de gemeente, maar van iedereen. Dat past ook in de filosofie van de Omgevingswet.
In de Omgevingsvisie wordt inderdaad melding gemaakt van een kwaliteitsfonds voor het buitengebied. Dat fonds vloeit voort uit de provinciale regels ruimtelijke ordening en de afspraken die daarover regionaal zijn gemaakt. Bij bepaalde ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied dient er sprake te zijn van een inspanning op het gebied van kwaliteitsverbetering van het landschap. Het gaat vooral om fysieke maatregelen op of in de directe omgeving van de locatie waar een ontwikkeling plaatsvindt, bijvoorbeeld landschappelijke inpassing of sloop van bebouwing. Aanvullend kan ook een financiële storting in het kwaliteitsfonds voor het buitengebied aan de orde
Het IVN wijst op de zorgelijke situatie in Brabant met betrekking tot het grond- en oppervlaktewater en op de noodzaak om de verdrogingsproblematiek aan te gaan pakken. De overgang naar circulaire, duurzame landbouw vindt het IVN een goede zaak. Het IVN pleit voor een natuurinclusieve en klimaatbestendige landbouw met als uitgangspunt het zorgvuldig gebruik van natuurlijke hulpbronnen, een duurzaam beheer, versterking van de biodiversiteit en het minimaliseren van emissies. Het IVN vraagt om actiever beleid ten aanzicht van lichthinder van glastuinbouwbedrijven. Ook pleit het IVN ervoor om nog niet benutte locaties binnen de glastuinbouwgebieden niet verder in te vullen, in elk geval de mogelijkheden niet te verruimen. en de maximale omvang per bedrijf (8 ha) te handhaven. Verder pleit het IVN voor een betere inpassing in het landschap van de bestaande bedrijven. Ook de toepassing van teeltondersteunende voorzieningen vindt het IVN ten koste gaan van het landschap.
26
zijn. Maar ook de middelen uit dat fonds dienen besteed te worden aan fysieke kwaliteitsverbetering van het landschap. Ook bijvoorbeeld maatregelen om het landschap en de natuur beter te kunnen beleven, vallen hier onder. En behalve uit ontwikkelingen die plaatsvinden in het buitengebied worden ter compensatie ook middelen ten behoeve van natuur en landschap gegenereerd uit stedelijke ontwikkelingen, dit via een vast percentage van de gronduitgifteprijs. Het fonds heeft intussen enige omvang. Een van de gedachten is nu om in overleg met relevante buitengebiedpartners, waaronder het IVN, binnen de grenzen van de toegestane bestedingsdoelen de bestemming van de beschikbare financiële middelen te gaan bepalen. Onderdeel daarvan kan zijn behoud en versterking van landschaps- en groenstructuren. De zorgelijke situatie met betrekking tot het grond- en oppervlaktewater en de verdroging onderschrijven wij. Wat betreft beleid en regelgeving zijn de provincie en het waterschap daarbij leidend. Binnen de eigen mogelijkheden wil de gemeente zeker meedenken over de oplossingen daarvoor en die faciliteren. De gemeente benoemt in de Omgevingsvisie het toegroeien naar een circulaire landbouw, of zelfs naar natuurvriendelijke landbouw. Beseft moet worden dat dat een geleidelijk proces zal zijn. De gemeente zal dat proces zeker faciliteren.
Glastuinbouwbedrijven moeten voldoen aan landelijke regels om lichthinder te voorkomen. Op de naleving wordt toegezien. Voor de glastuinbouwsector geldt dat de hoofdlijn van het beleid hetzelfde blijft. In overleg met alle buitengebiedpartners, waaronder het IVN (destijds Vereniging voor Vogel- en Natuurbescherming Etten-Leur) zijn in het verleden de glastuinbouwgebieden in Etten-Leur zeer fors verkleind, onder de gelijktijdige afspraak dat in de resterende gebieden per bedrijf ruimere mogelijkheden gegeven zouden worden. Dat is vervolgens zo vastgelegd in het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ van 2013. In de Omgevingsvisie blijven de mogelijkheden beperkt tot de eerder, in goed overleg aangewezen gebieden. Het past niet binnen de gemaakte afspraken om de invulling van die gebieden nu verder te beperken.
De voorwaarde van maximaal 8 ha glas per bedrijf wordt losgelaten, maar daarmee wordt de maximale totale hoeveelheid potentieel glas in de glastuinbouwgebieden niet groter. Wel is dan een betere indeling van de gebieden en bedrijven mogelijk, bijvoorbeeld door een betere situering van ondersteunende gebouwen, installaties en voorzieningen, wat tot een betere ruimtelijke ordening en landschappelijke inpasbaarheid kan leiden. Aandachtspunten voor de glastuinbouw zijn: zo mogelijk geclusterd en in ieder geval onder de voorwaarde van een passende landschappelijke inpassing. Landschappelijke inpassing kan echter niet geëist worden in bestaande situaties. Een onderdeel van de eerder, in gezamenlijkheid gemaakte afspraken is dat landschappelijke inpassing een voorwaarde is boven een bepaalde maatvoering. De beleidsregels hoe die landschappelijke inpassing moet plaatsvinden, zijn ook in samenspraak met onder andere het IVN opgesteld. De bestaande mogelijkheden voor teeltondersteunende voorzieningen liggen ook vast in het bestemmingsplan ‘Buitengebied’. En de landschappelijke inpassing van teeltondersteunende voorzieningen maakt onderdeel uit van eerdergenoemde beleidsregels. Bij eventuele aanpassingen van het beleid zal het IVN ook steeds betrokken worden. Dat er werk wordt gemaakt van leegstaande of vrijkomende agrarische bebouwing vindt het IVN een goede zaak.
Het IVN is er voorstander van dat er niet meer gebouwd wordt op onbebouwde agrarische gronden. Gewezen wordt op de provinciale voorwaarden. Het is het IVN niet duidelijk waartoe het beleid dient voor verruiming van de mogelijkheid tot wonen in het buitengebied. Zij vragen zich af wat de criteria zijn voor de ruimtelijke kwaliteitswinst die wordt genoemd.
Voor wat betreft recreatie in en gebruik van het buitengebied vindt het IVN dat dat kleinschalig kan, mits 27
De gemeente onderschrijft het belang van passende nieuwe functies en eventueel gedeeltelijke sloop van leegstaande of vrijkomende agrarische bebouwing. Uitgangspunt is behoud en zo mogelijk verbetering van de omgevingskwaliteit. Het voldoen aan de provinciale voorwaarden is daarbij een minimumvereiste. Voor wat betreft wonen in het buitengebied spreken we in de Omgevingsvisie niet over het verruimen van mogelijkheden tot wonen, maar over het verkennen van de mogelijkheden voor gemeenschappelijke of andere bijzondere woonvormen, al dan niet met een vorm van zorg. Op dit moment denken wij daarbij met name aan het omvormen van bestaande, vrijgekomen of vrijkomende boerderijcomplexen. Dergelijke woonfuncties moeten passen in de omgeving en bijdragen aan een verbetering van de omgevingskwaliteit. Dat is maatwerk van geval tot geval. Recreatieve voorzieningen en recreatief gebruik van het buitengebied hoeven niet altijd bij te dragen aan de natuur. Het gaat altijd om een integrale afweging van belangen.
inpasbaar. Wat het IVN betreft wordt daaraan toegevoegd dat het dient bij te dragen aan de natuur in het buitengebied. Voor wat betreft schone energieopwekking onderschrijft het IVN de punten: geen nieuwe windparken, eerst kijken naar de bebouwde omgeving, geen zonnevelden in het buitengebied, op agrarische gronden en zeker ook niet in beekdalen en natuurgebieden. Het IVN is ook geen voorstander van andere grondgebonden oplossingen. Het IVN is huiverig voor de mogelijkheid tot gebruik als energievoorziening van bio-vergisting en bio-brandstoffen en vindt dat in beginsel geen vormen van schone energieopwekking. Het IVN verzoekt om ook in de werkgebieden een norm (minimaal 20%) voor openbaar groen op te nemen.
Bovendien kunnen voorzieningen ook bijdragen aan beleving van het buitengebied, waaronder de natuur. Op het gebied van schone energieopwekking komt de Omgevingsvisie overeen met de inzichten van het IVN. Pas als dat vanuit het oogpunt van de energietransitie en in het bijzonder de Regionale Energiestrategie noodzakelijk is, willen we andere mogelijkheden overwegen dan genoemd in de Omgevingsvisie en eventueel ook meer naar het buitengebied kijken.
Bij bio-vergisting en dergelijke als energievoorziening willen we het naar de huidige inzichten laten bij het daarvoor gebruiken van mest afkomstig van alleen het eigen bedrijf. Het is niet de bedoeling dat er in het buitengebied bedrijfsvoeringen ontstaan waarbij ook mest van andere bedrijven wordt aangevoerd.
Een groennorm voor de werkgebieden is een zeer interessante om op te nemen (af te dwingen) bij de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen. In de omgevingsvisie noemen wij echter dat wij daarvoor geen grootschalige ruimte reserveren. Deze norm afdwingen in de bestaande werkgebieden is lastig vanwege het particuliere grondbezit. Vergroening en verduurzaming van bedrijventerrein heeft wel onze aandacht. Zo nemen wij deel aan het project ‘Grote Oogst’ van de provincie. Met Grote Oogst willen wij een impuls geven aan het verduurzamen van bedrijventerreinen.
Het is IVN niet duidelijk waar het bouwprogramma van 3800 woningen op is gebaseerd. Zij vragen zich af of die aantallen in de regio zijn afgestemd.
Deze aantallen zijn inderdaad regionaal afgestemd.
Het IVN vindt dat met grote terughoudend moet worden omgegaan met de aanleg van randwegen. Dit vanwege de aantasting van landschap en biodiversiteit. En als de randwegen er toch komen, dit ruimschoots gecompenseerd moet worden.
De opgave om woningen toe te voegen is groot. En extra woningen (mensen) leidt tot extra verkeersbewegingen, terwijl er nu al verkeersknelpunten zijn. Wij zien geen mogelijkheden om deze toename van verkeersbewegingen binnenstedelijk op lossen. Daar
28
is geen ruimte voor. Om de verkeersknelpunten niet toe te laten nemen, maar juist te ontlasten opteren wij voor de aanleg van een stelsel van randwegen.
23 TenneT Zienswijze TenneT geeft aan dat zij een tweetal 150 kV hoogspanningverbindingen binnen de gemeente heeft lopen en één 150 kV hoogspanningsstation. Zij verzoekt om bij de uitwerking van de visie of doorvertaling naar het omgevingsplan daar rekening mee te houden. Dat geldt met name voor het natuurontwikkelingsproject NoordrandMidden, het zoekgebied retentiegebied tussen de spoorlijn en de Hoevenseweg en de ontwikkeling woonwijk Hoge Haansberg.
Reactie De Omgevingsvisie is een visie op hoofdlijnen waarin wij aangeven in welke richting wij Etten-Leur willen ontwikkelen. In de volgende fase werken wij aan de zogenaamde inrichting. Wij zoeken in die fase contact met diverse belanghebbenden en partners in het gebied om tot een goede inrichting te komen. Ook TenneT wordt in dat traject betrokken om de belangen van de aanwezige energievoorzieningen in te brengen. Het natuurontwikkelingsproject Noordrand Midden is overigens geen gemeentelijk project, maar een gezamenlijk project van de provincie, het waterschap en Staatsbosbeheer.
Daarnaast geeft TenneT in een bijlage een aantal algemene aandachtpunten.
24 provincie Noord-Brabant Zienswijze Algemeen De provincie geeft aan dat zij uit de visie halen dat er veel ambitie, energie en deskundigheid in is gestoken. Ook ziet de provincie het als sterk punt dat de visie ruimte biedt om
29
Reactie Algemeen Van deze positieve reactie is kennis genomen. Goed om te vernemen dat de provincie graag betrokken wil blijven.
periodiek te herzien en blijven zij graag betrokken bij verdere ontwikkelingen. Buitengebied Voor het buitengebied mist de provincie soms een duidelijk en samenhangend beeld tussen de verschillende structuren (water, natuur, landschap, cultuurhistorie). Zij geeft de suggestie om dit met een of meer kaartbeelden kracht bij te zetten. De provincie geeft aan dat, ondanks dat het niet verplicht is, het goed zou zijn om de verschillende bebouwingsconcentraties te benoemen en te beschrijven. De provincie denkt daar graag over mee. De provincie vindt het positief dat de gemeente het beleid benoemt ten aanzien van bescherming en ontwikkeling van landschappelijke, cultuurhistorische en natuurwaarden en die wenst te continueren. De gemeente heeft een goede reputatie waar het gaat om oog voor landschappelijke waarden. Op het gebied van kwaliteitsverbetering van het landschap heeft Etten-Leur naar het oordeel van de provincie zelfs een voorbeeldfunctie in Brabant. Op het gebied van teeltondersteunende voorzieningen (TOV's) constateert de provincie dat de gemeente daar meer ruimte voor wil bieden. De provincie geeft aan dat daarbij ook andere belangen meegewogen moeten worden, zoals bodemkundige, waterhuishoudelijke, cultuurhistorische en landschappelijke waarden. Vanuit zuinig ruimtegebruik pleit de provincie voor concentratie van voorzieningen en het voorkomen van nieuwvestiging.
Zij vindt de benadering van diep-rond-breed een heel bruikbare methode om een goede 30
Buitengebied Een terechte opmerking. Met aanpassing en/of toevoeging van het kaartmateriaal zullen de belangrijkste structuren beter tot uitdrukking worden gebracht (A). Daarmee komt ook de samenhang beter in beeld.
Gelet op het gekozen abstractieniveau van de Omgevingsvisie zijn de bebouwingsconcentraties nu niet benoemd en beschreven. Bebouwingsconcentraties zijn vooral relevant voor eventuele ruimtelijke ontwikkelingen, zoals (wel/geen en welke mogelijkheden voor) nieuwe functies en herinvulling van vrijkomende agrarische bebouwing en eventueel incidentele toevoeging van woonfuncties onder voorwaarde van sanering van bebouwing elders in Etten-Leur. Dergelijke onderwerpen zullen in 2023 met de gemeenteraad nader verkend worden ten behoeve van latere vertaling in het omgevingsplan of daaraan voorafgaand maatwerk. In het kader van die verkenning zal ook de noodzaak van het benoemen en beschrijven van de verschillende bebouwingsconcentraties bepaald worden. Goed om te weten dat de provincie daarover mee wil denken. Wij zijn verheugd over deze opmerking, waaruit blijkt dat onze inspanningen van bescherming en ontwikkeling van het waardevolle buitengebied gezien en gewaardeerd worden. Het is voor ons een extra stimulans om op die weg voort te gaan. Ook het onderwerp teeltondersteunende voorzieningen zal in 2023 met de gemeenteraad nader verkend worden. En ook in regionaal verband vindt een verkenning plaats over de mogelijkheden en voorwaarden. Bij die regionale verkenning worden ook de provincie en het waterschap betrokken.
Aspecten als bodem, water en landschap krijgen daarbij ook aandacht. De benadering diep-rond-breed kan daarbij goed toegepast worden. Dat geldt ook voor de ontwikkellocatie Lage Vaartkant.
integrale afweging te kunnen maken. Die methode past volgens de provincie ook bij de ontwikkellocatie Lage Vaartkant. De provincie kan het zich voorstellen dat Etten-Leur meer ruimte wil bieden voor nevenactiviteiten, maar constateert dat de gemeente voor sommige activiteiten de koppeling wil loslaten tussen het ondernemerschap van de hoofdactiviteit en de nevenactiviteit. De provincie vindt dat er wel een relatie moet blijven met de hoofdactiviteit. Splitsing van een bouwperceel kan dan ook niet aan de orde zijn. De provincie raadt aan om de mogelijkheden om bij de sloop van agrarische bebouwing elders woningen toe te voegen, uit te werken binnen de mogelijkheden van de (interim) Omgevingsverordening. En ook de lopende herijking van de afsprakenkaders kwaliteitsverbetering landschap daarbij te betrekken. Binnen dit laatste spoor zijn grote VABontwikkelingen met woningbouw namelijk nadrukkelijk punt van aandacht. Dit geldt in vergelijkbare mate ook voor de mogelijkheden van collectieve woonvormen. Aldus de provincie. Erfgoed Het is de provincie niet duidelijk welke cultuurhistorische waarden Etten-Leur wil behouden en/of versterken. En ook niet hoe dat dan bereikt zal worden. Met name de gebiedsvisie over het buitengebied mag van de provincie concreter worden; bijvoorbeeld met een kaartje van waardevolle gebieden, structuren en objecten.
Dat uitgebreid met een streefdoel zou duidelijk maken waar men met het erfgoed heen wil en welke (nieuwe) functies daarbij mogelijk zijn. Denk aan het herbestemmen van 31
Een begrijpelijke opmerking. Naar aanleiding hiervan wordt de tekst in de Omgevingsvisie genuanceerder geformuleerd, namelijk dat we overwegen om de koppeling los te laten (A). Het onderwerp nevenactiviteiten is ook een van de onderwerpen die we met de gemeenteraad in 2023 nader gaan verkennen. Daarbij zal de opmerking van de provincie zeker betrokken worden. Dat er een relatie moet zijn en blijven tussen de hoofd- en nevenactiviteit is ook voor de gemeente een vereiste, daarover bestaat geen enkel misverstand. Zoals eerder aangegeven, zullen de onderwerpen (wel/geen en welke mogelijkheden voor) nieuwe functies en herinvulling van vrijkomende agrarische bebouwing en eventueel incidentele toevoeging van woonfuncties onder voorwaarde van sanering van bebouwing elders in Etten-Leur, in 2023 met de gemeenteraad nader verkend worden. Daarbij zal deze opmerking van de provincie zeker betrokken worden. Dat geldt zowel voor wat betreft de passendheid binnen de (interim) Omgevingsverordening als voor hetgeen gesteld wordt over grote VAB-ontwikkelingen met woningbouw en over collectieve woonvormen.
Erfgoed Door middel van kaartmateriaal zullen de cultuurhistorisch meest waardevolle gebieden en structuren tot uitdrukking worden gebracht (A). In de daarbij behorende tekst zal het streven tot behoud en versterking daarvan tot uitdrukking worden gebracht (A). Herbestemming van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing kan de instandhouding daarvan bevorderen. De exacte mogelijkheden zullen een plek krijgen in het omgevingsplan of via maatwerk. Maar de gedachte op zich wordt aan de tekst van de Omgevingsvisie toegevoegd om te etaleren dat die basisgedachte onderschreven wordt (A).
cultuurhistorisch waardevolle gebouwen of het toekennen van een waterbergende functie van een turfvaart. Ook een stuk van het turfvaartverleden zou terug zichtbaar kunnen worden gemaakt. Bij structuren (zoals de historische turfvaarten) die over gemeentegrenzen lopen is het van belang samen te werken met omliggende gemeenten.
De zones/beekdalen langs de veelal voormalige turfvaarten kunnen inderdaad een waterbergende functie krijgen die passend is in het landschap. Dat is een bewuste gedachte in de Omgevingsvisie, die dus door de provincie onderschreven wordt. Verder een goede suggestie om daarbij ook een deel van het turfvaartverleden terug zichtbaar te maken. Deze suggestie wordt in de tekst van de Omgevingsvisie overgenomen (A).
De provincie onderschrijft het principe van de gemeente inzake zonne-energie om eerst te zoeken naar mogelijkheden in binnenstedelijk gebied. Naast agrarische argumenten, landschappelijke en natuurlijke belemmeringen, zijn er ook cultuurhistorische argumenten om in bepaalde gebieden geen zonneweiden te voorzien. De provincie verwijst in dit verband naar de Omgevingsverordening.
Pas als dat vanuit het oogpunt van de energietransitie en in het bijzonder de Regionale Energiestrategie noodzakelijk is, willen we eventueel ook meer naar het buitengebied kijken. Goed om te weten dat de provincie die gemeentelijke gedachtegang onderschrijft. Dat ook cultuurhistorische argumenten aan de orde kunnen zijn, is inderdaad het geval. Dat wordt aan de tekst van de Omgevingsvisie toegevoegd (A).
In de zones van de ontwikkeling van Hoge Haansberg, Lage Vaartkant en het retentiebekken (Kibbelvaart) benoemt de provincie de aanwezige cultuurhistorische waarden. De provincie zegt niet dat deze ontwikkelingen niet mogelijk zijn, maar verzoekt gebruik te maken van de historische relicten en van de historie van de plek zodat de ontwikkelingen een identiteit krijgen die past bij het gebied.
Van deze opmerking wordt voor dit moment nadrukkelijk kennis genomen. Bij de verdere gedachtevorming over de woongebieden Hoge Haansberg en Lage Vaartkant en (bedoeld wordt) de retentiezone langs de Lokkervaart/Heivaart (Midden Donk)/Laakse Vaart, zal met de cultuurhistorische waarden rekening moeten worden gehouden en kunnen deze worden gebruikt bij de voorgenomen inrichting van de gebieden.
Voor de cultuurhistorische gebieden Oostpolder en Westpolder, Brandsche Vaart en Pannenhoef/Lokker (deels) geeft de provincie aan, dat het provinciale beleid voor deze gebieden is gericht op behoud, versterking en duurzame ontwikkeling van cultuurhistorische waarden. Voor wat betreft de archeologische monumentenzorg constateert de provincie dat die onvoldoende in de visie is
32
Ook van deze opmerking over de cultuurhistorische gebieden wordt kennis genomen. Ook bij ontwikkelingen in deze gebieden zullen de cultuurhistorische waarden goed in het oog gehouden moeten worden.
Voor wat betreft archeologie zullen een kaartbeeld en een daarbij behorende tekst worden toegevoegd aan de Omgevingsvisie (A).
verwerkt. Zij verzoekt de Omgevingsvisie op dat punt aan te vullen. Natuur De gemeente houdt in de optiek van de provincie in de Omgevingsvisie voldoende rekening met natuur. De provincie vindt het goed om te lezen dat de gemeente zich concreet toelegt op de inzet voor het afronden van het Natuur Netwerk Brabant.
Water en klimaat De provincie juicht het toe dat de gemeente water ziet als ordenend principe. Het is haar niet duidelijk welk ambitieniveau Etten-Leur heeft voor het infiltreren van water in de hoge zones om de bestaande wateroverlast tegen te gaan. De provincie verzoekt dit te verduidelijken. Daarnaast verzoek de provincie aan te geven hoe wij zorgen voor een kwaliteitsverbetering voor natuur en biodiversiteit bij de inrichting van het landschap.
Daarnaast adviseert de provincie om (zoals dat ook bij 'gebiedsvisie buitengebied’ is gedaan, ook de opgaven in woongebieden te combineren met de wateropgaven. En zij verzoeken meer concreet in de visie op te nemen welke concrete acties de gemeente gaat ondernemen (eventueel samen met andere gemeenten).
33
Natuur Binnen de mogelijkheden die onze gemeente heeft, houden we zo goed mogelijk rekening met de natuur. En waar de gemeente een rol heeft in de afronding van het Natuur Netwerk Brabant, namelijk het realiseren van de ecologische verbindingszones, wordt daaraan invulling gegeven. Dat gebeurt samen met het waterschap. In Etten-Leur betreft het namelijk voornamelijk natte ecologische verbindingszones. Het streven is om alle ecologische verbindingszones in 2027 gerealiseerd te hebben. Financiële middelen daarvoor worden gereserveerd, de grootste moeilijkheid is de vrijwillige grondverwerving. Water en klimaat We willen het behouden en versterken van het landschap en de natuur (inclusief de biodiversiteit) combineren met onze wateropgaven. We moeten gaan beschikken over duurzame watersystemen. Bij het treffen van maatregelen daarvoor houden we rekening met het landschap en maken we waar mogelijk gebruik van bestaand of oorspronkelijk landschap. De uitdaging is om dezelfde gebieden in zowel natte perioden als ten behoeve van droge perioden te gebruiken voor het vasthouden van water. De beekdalen en de te realiseren (natte) ecologische verbindingszones kunnen daarin een belangrijke rol vervullen. De grootste moeilijkheid daarbij is de benodigde grondverwerving, die alleen maar op vrijwillige basis kan. Voor het buitengebied ligt de trekkersrol bij het waterschap.
Binnen de gemeentelijke bevoegdheden zien wij geen mogelijkheden een rol te vervullen bij het infiltreren van water in hoge zones, behalve planologisch faciliterend. Tot slot mag niet onvermeld blijven dat we in overleg met relevante buitengebiedpartners een Uitvoeringsprogramma kwaliteitsverbetering landschap willen gaan opstellen. Landschap, natuur (inclusief de biodiversiteit) en water zullen daarbij zeker aan bod komen. De gemeente Etten-Leur is al jaren actief om wateroverlast in woongebieden (als gevolg van klimaatverandering) zoveel mogelijk te voorkomen. In ons Activeringsstrategie en uitvoeringsprogramma Klimaatadaptatie 2022-2024 benoemen we dat ook concreet. Dat plan is afgestemd in de Water- en Klimaatkring De Baronie. Dit is een werkregio bestaande uit de samenwerkende gemeenten Alphen-Chaam, Baarle-Nassau, Breda, Etten-Leur. Zo
zijn meerdere plekken ingericht om regen in wadi’s, poelen en plassen op te vangen. Wij gaan daar onverminderd mee door. Wij passen de tekst in de omgevingsvisie hier op aan (A).
Voor wat betreft de woningbouwplannen in Lage Vaartkant en Hoge Haansberg ziet de provincie uitdagingen om wateroverlast te voorkomen. Zij verzoeken in de tekst duidelijk te maken dat deze gebieden alleen gerealiseerd kunnen worden als de gemeente daarover met waterschap en de provincie overeenstemming heeft. Het is volgens de provincie goed om een verbinding te maken tussen klimaatadaptatie en de wens om verkoelingsmogelijkheden in de vorm van zwemwater voor dagrecreatie. Ook als dat niet mogelijk is, is het goed dat te benoemen. In het kader van de waterveiligheid zijn in 2020 reeds keersluizen met pompen aangebracht in de mondingen van de Leursche Haven en de Laaksche Vaart om het achterliggende gebied te beschermen. Waterschap, provincie en gemeente werken voortdurend nauw samen om de waterveiligheid van de omliggende dijken te garanderen middels dijkverbetering, beheer en onderhoud, hierbij ook rekening houdend met samenhangende ruimtelijke kwaliteit en ontwikkelingen. De provincie mist een passage over ontgrondingen en stellen voor om dat wel te benoemen omdat zandwinning nu eenmaal nodig is voor de woningbouwopgave. De provincie heeft daarvoor een tekstvoorstel aangereikt. Wonen
34
Wij zien in de locaties Hoge Haansberg en Lage Vaartkant verschillende opgaven van verschillende partners samenkomen. Voor ons zijn het bij uitstek locaties die zich lenen voor een gebiedsontwikkeling, waarin de verschillende partijen gelijkwaardig aan tafel zitten om gezamenlijk tot een gedragen oplossing te komen. En waarbij een oplossing misschien wel (ver) buiten de projectlocatie kan worden gevonden. Wij nemen in de omgevingsvisie op dat we deze woonwijken realiseren in goede samenspraak met het waterschap en de provincie (A). Inderdaad zijn op het gebied van waterveiligheid de afgelopen jaren al de nodige maatregelen getroffen. Voor 2022 en 2023 staat de nog resterende opgave ter verbetering van het dijklichaam van de Zeedijk op het programma. Die opgave wordt gecombineerd met het realiseren van een droge ecologische verbindingszone op de Zeedijk. Na die werkzaamheden is de waterveiligheidsopgave voor Etten-Leur voorlopig op orde. Behalve waterveiligheid is natuurlijk het voorkomen van 'normale’ wateroverlast een opgave.
Het is op dit moment nog niet duidelijk of ontgrondingen en zandwinning voor de te realiseren woningbouwopgave nodig zijn. Dit zal duidelijk worden bij het omgevingsplan. Het uitgangspunt is om zoveel mogelijk met een gesloten grondbalans te werken.
Wonen Het spreekt voor zich dat we met gemeenten van onze sub regio heldere afspraken maken over de woningbouwplannen.
De provincie constateert dat de omgevingsvisie aansluit op het regionaal perspectief wonen en de regionale investeringsagenda. Zij vragen daarbij nog extra aandacht de borging van flexibiliteit en faseerbaarheid. En zij vragen aandacht voor de betaalbaarheid van de woningen en de afstemming in de subregio Breda. Juridisch kader De provincie geeft aan dat hun nieuwe omgevingsverordening in maart door provinciale staten wordt vastgesteld en gelijktijdig met de omgevingswet in werking treedt. Zij verzoeken daar bij de uitwerking van de visie (bijvoorbeeld naar omgevingsplannen) rekening mee te houden.
25 ProRail Zienswijze ProRail ziet de bereikbaarheid per spoor als belangrijke voorwaarde voor ruimtelijke ontwikkelingen die ook een mobiliteitsbehoefte hebben. Daarbij voorzien zij voor 2040 dat Rijkswegen rond Etten-Leur dichtslibben, terwijl er op het spoor en station een restcapaciteit zit. Het ligt voor ProRail voor de hand om de mobiliteitsbehoefte te faciliteren met een goede bereikbaarheid van station EttenLeur. Voor wat betreft de nieuwe woongebieden, adviseert ProRail om bij het ontwerp primair rekening te houden met de voetganger/fietser en dan pas met de auto. En ook het toestaan van een lager parkeernorm in combinatie met het 35
Juridisch kader Bij de uitwerking van onze plannen houden wij rekening met de nieuwe omgevingsverordening.
Reactie In onze zoektocht naar locaties voor 3800 woningen tot 2040 hebben wij voor ongeveer 1500 woningen ruimte gevonden in binnenstedelijk gebied. Wij delen de mening van ProRail dat woningbouw in de nabijheid van het station voordelen biedt. Een aantal woningbouwontwikkellocaties zijn ook zeer nabij bij het station.
Wij hebben nog geen stedenbouwkundige opzet voor de gebieden Hoge Haansberg en Lage Vaartkant. Dat komt in een volgende fase; nadat de omgevingsvisie is vastgesteld. Wij delen de mening van ProRail dat bij het ontwerp van nieuwe woonwijken fietsers en voetgangers goed gefaciliteerd moeten worden. De wijze waarop dat goed kan, gaan we nog bepalen.
faciliteren van deelauto's geeft ProRail in overweging. Minder auto's/ autogebruik leidt volgens hen ook tot positieve effect op de terreinen zoals milieu en gezondheid. Daarnaast verzoekt ProRail om haar bij de uitwerking van de plannen actief te betrekken. Zij wijzen daarbij onder ander op de volgende aspecten om rekening mee te houden: externe veiligheid, geluid, trillingen, overwegen, bodemstabiliteit en spoorwegwetgeving.
26 Waterschap Brabantse Delta Zienswijze Het waterschap ziet de omgevingsvisie als een ambitieus document met veel aandacht voor groen, water én klimaat. De uitbreidingsvisie, die zich richt op de stadsranden en het buitengebied, zet wat betreft het waterschap extra druk op het bergen van water en het functioneren van het watersysteem.
Wij gaan graag met onze partners in gesprek om ook de uitwerking en uitvoering van onze omgevingsvisie in goede banen te leiden. Gezien de bouwlocatie nabij het spoor en de tunnel onder het spoor, is ProRail een belangrijke gesprekspartner.
Reactie Het is fijn dat het waterschap constateert dat we een ambitie hebben op het gebeid van groen, water en klimaat. Wij delen de opmerking van het waterschap de woningbouwopgave een extra druk zet op het watersysteem. Daar moeten goede oplossingen voor gevonden worden.
Daarom spreekt het waterschap haar zorgen uit over de woningbouwlocaties Hoge Haansberg en Lage Vaartkant. Lage Vaartkant omdat dit een laag, inundatiegevoelig gebied is dat bovendien is gereserveerd voor waterberging. Het waterschap vindt dat de gemeente te optimistisch denkt over de mogelijkheid om de woonopgave te combineren met de wateropgave. Zij adviseren niet in dit gebied te bouwen.
Het is ons duidelijk dat er zowel in Lage Vaartkant als Hoge Haansberg een opgave ligt om wateroverlast te voorkomen en waar mogelijk te verbeteren. Wij denken echter dat de oplossing daarvoor wel eens (ver) buiten deze projectgebieden kan liggen. Wij willen in deze gebieden zoeken naar een ontwikkelingsrichting die een oplossingen biedt voor de verschillende opgaven van de verschillende instanties. Voor ons zijn Hoge Haansberg en Lage Vaartkant bij uitstek locaties die zich lenen voor een gebiedsontwikkeling. Een ontwikkeling waarin de verschillende partijen gelijkwaardig aan tafel zitten om gezamenlijk tot een gedragen oplossing te komen. Wij nemen in de omgevingsvisie op dat we deze woonwijk realiseren in goede samenspraak met het waterschap en de provincie (A).
In het gebied de Hoge Haansberg ziet het waterschap wel kansen voor een robuust watersysteem, maar dat vraagt
Voor het gebied Hoge Haansberg zal de opzet in goed overleg met het waterschap plaatsvinden. Hierbij zal gekeken worden naar een groter gebied als alleen het gebied
36
volgens hen wel om extra ruimte voor de Lokkervaart of afwatering en waterberging richting het noorden
Hoge haansberg. Mogelijk dat hierbij ook bestaande problemen in de waterhuishouding opgelost kunnen worden.
Het waterschap geeft aan dat veehouders langzaam verdwijnen en dat die trend aanleiding geeft tot intensivering. Het waterschap is blij met een omschakeling naar circulaire bedrijfsvoering, maar vraagt aandacht voor het feit dat de zandgronden zich daar niet zo voor lenen als de polders. De stoppers zitten volgens het waterschap vooral op het zand en daar is intensivering lastiger. Er is onvoldoende zoetwater beschikbaar, zeker met klimaatverandering in het vooruitzicht. Het waterschap is van mening dat de oplossingen niet zo eenvoudig zijn als het in de Omgevingsvisie lijkt. Intensiveren kan maar op beperkte plaatsen tot op zekere hoogte en zal ook vaker teeltondersteunende voorzieningen (TOV's) gaan vergen. Dat verhoudt zich niet met de landschappelijke waarden en vraagt een verdere uitdieping in het gemeentelijk beleid aldus het waterschap.
De komende jaren zullen inderdaad diverse agrarische bedrijven verdwijnen. Maar dat zal niet alleen veehouderijen betreffen. Bij de agrarische bedrijven die nog volop operationeel (zullen) zijn, zien we een toename van de omvang door overname van gronden en rechten van stoppende bedrijven en nieuwe verschijningsvormen en intensivering, waaronder teeltondersteunende voorzieningen. De stoppende agrarische bedrijven zullen zich naar verwachting inderdaad vooral bevinden op de zandgronden. Begrijpelijk en terecht dat het waterschap in relatie tot de te verwachten intensivering wijst op het onvoldoende beschikbaar zijn van zoetwater en de tendens naar meer teeltondersteunende voorzieningen. Het onderwerp teeltondersteunende voorzieningen, en in relatie daarmee intensivering in zijn algemeenheid, zal in 2023 met de gemeenteraad nader verkend worden. En ook in regionaal verband vindt een verkenning plaats over de mogelijkheden en voorwaarden. Bij die regionale verkenning worden ook de provincie en het waterschap betrokken. In dat verband moeten we samen de mogelijkheden en onmogelijkheden gaan verkennen. Aspecten als bodem, water en landschap krijgen daarbij ook aandacht. De benadering diep-rond-breed die de provincie voorstaat, kan daarbij goed toegepast worden.
Het waterschap is enthousiast over de groennorm, maar vindt dat het daarbij niet moet gaan over een streefgemiddelde. Dat kan namelijk ook betekenen dat locaties met een hogere norm groen mag verdwijnen. Het waterschap vindt dat de ambitie moet zijn om niet een beetje in te leveren, maar het groen moeten behouden waar het is. Met name met het oog op de klimaatverandering, hittestress.
Ook wij zien dat een groene woonwijk waardevol is vanuit verschillende invalshoeken. Het geeft verkoeling in de zomer, vermindert waterlast in de herfst, verhoogt het woongenot en nodigt uit tot activiteiten (bijvoorbeeld bij een grasveld). Dus ook als het oppervlak aan groen in de wijk boven de norm stijgt, gaan wij die niet zondermeer weggeven aan andere functies. Wel is in sommige gevallen ruimte nodig voor woningbouw omdat het toevoegen daarvan ook voordelen biedt. Het zorgt bijvoorbeeld voor een nieuwe demografische samenstelling van een wijk.
Het valt het waterschap op dat de gemeente enerzijds de ambitie heeft om in het centrum meer groen te realiseren, maar anderzijds ook de plekken die zich daarvoor lenen
37
Zowel bij uitbreidingslokaties als bij binnenstedelijke ontwikkelingen zal de gemeente zoeken naar een juiste balans tussen verhard en onverhard/groen. Zo zal bij de
willen bebouwen. Bijvoorbeeld Wipakker, het oude terrein van Openbare Werken.
ontwikkeling van het gebied Wipakker ook het groen een wezenlijk onderdeel van de plannen uitmaken.
Het waterschap verzoekt de gemeente om hen nauw te blijven betrekken bij de verdere visievorming en planontwikkeling.
Zoals hierboven gemeld willen wij samen met het waterschap onderzoeken wat de (on)mogelijkheden zijn om de gebieden Hoge Haansberg en Lage Vaartkant te ontwikkelen.
27 Brandweer, Veiligheidsregio Midden en West-Brabant Zienswijze
Reactie
De veiligheidsregio somt in haar zienswijze een aantal uitgangspunten en werkwijzen op die in zijn algemeenheid in omgevingsvisies aan de orde moeten komen. Dus ook in de visie van de gemeente Etten-Leur. Het gaat daarbij om onderwerpen zoals de gebouwde omgeving, de natuurlijke omgeving, de sociaal-maatschappelijke omgeving en mobiliteit (verkeer en vervoer).
De aspecten die de veiligheidsregio noemt, hebben een plek gekregen in onze omgevingsvisie via ambities en beleidsdoelstellingen. Voor wat betreft de opgave op gebied van wonen en mobiliteit is dat wat concreter geworden. Daarvoor zijn Hoge Haansberg en Lage Vaartkant als toekomstig woongebied aangewezen dat wordt ontsloten via randwegen.
De veiligheidsregio geeft daarbij aan dat zij haar kennis en ervaring graag inzet om gemeenten en initiatiefnemers te ondersteunen bij planvorming, realisatie en gebruik. Zij geven daarbij aan dat ze in elk geval een rol kunnen oppakken op het gebied van de energietransitie, omgevingsveiligheid. En ook over aspecten zoals hoogspanningsmasten, wateroverlast, dataveiligheid. Zij verzoeken de gemeente hen actief te betrekken bij de uit te werken doelen en ook het op te stellen omgevingsplan.
Die plannen en ambities moeten wij na vaststelling van de omgevingsvisie verder uitwerken. Wij maken daarbij graag gebruik van de expertise van de Veiligheidsregio.
38
28 Marokkaanse Vereniging At-Taqwa Zienswijze De zienswijze van de vereniging richt zich specifiek op de nieuwbouwlocatie Hoge Haansberg en de manier waarop zij waarde willen toevoegen aan die woonwijk. De vereniging geeft aan dat zij, naast religieuze activiteiten in strikte zin, ook activiteiten ontplooien die in een bredere religieuze context kunnen worden geplaatst. Zoals educatieve, sportieve en sociaal-maatschappelijke activiteiten. Door groei van hun leden, zo geven zij aan, hebben zij meer ruimte nodig. Zij hebben behoefte aan een gebouw van ongeveer 1.500 m2 voor de komende 30 a 50 jaar. Zij zien daarbij voordelen om samen met andere verenigingen te verhuizen naar een locatie zodat ook gezamenlijk activiteiten ontplooit kunnen worden. De vereniging ziet een verhuizing naar Hoge Haansberg als toegevoegde waarde voor de wijk door: ▪ verdere verbinding met de samenleving; ▪ sociaal maatschappelijke functie te vervullen in de brede zin; ▪ diversiteit en inclusiviteit te bevorderen. De vereniging is graag bereid de zienswijze mondeling toe te lichten.
39
Reactie Na de vaststelling van de omgevingsvisie gaan we nadenken over de stedenbouwkundige opzet van de wijk en de programmatische invulling daarvan. Wij blijven graag met u in overleg om op basis van uw wensen en behoefte te bezien op welke wijze de functie van uw vereniging en het bouwprogramma dat u voor ogen heeft past in de toekomstige wijk.
29 Heemkundekring Jan uten Houte Zienswijze De Heemkundekring vraagt aandacht om een erfgoedvisie op te nemen of te verwijzen naar een nog op te stellen erfgoedplan. Zij bieden aan daar graag aan mee te werken.
30 CUMELA namens bedrijf Zienswijze
Reactie Door middel van kaartmateriaal zullen de cultuurhistorisch meest waardevolle gebieden en structuren tot uitdrukking worden gebracht (A). In de daarbij behorende tekst zal het streven tot behoud en versterking daarvan tot uitdrukking worden gebracht (A). Herbestemming van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing kan de instandhouding daarvan bevorderen. De exacte mogelijkheden zullen een plek krijgen in het omgevingsplan of via maatwerk. Maar de gedachte op zich wordt aan de tekst van de Omgevingsvisie toegevoegd om te etaleren dat die basisgedachte onderschreven wordt (A). Mochten wij de uitwerking van de Omgevingsvisie een erfgoedplan opstellen, is het goed te weten dat we daarbij gebruik mogen maken van uw expertise.
Reactie
De ondernemer is gevestigd in het gebied Lage Vaartkant. Hij kan zich niet vinden in de uitgevoerde onderzoeken en voorstellen voor woningbouw en spoortunnel. Hij geeft aan dat bouwen in dit beekdal kostbaar is en risicovol in relatie tot wateroverlast en schades. Ook stelt de ondernemer dat de geluidsbelasting in dit gebied te hoog is om een goed woon- en leefklimaat te bereiken. Hij verzoekt de omgevingsvisie aan te vullen met een risicoanalyse van mogelijke kosten in relatie tot de bodemgesteldheid en eventuele klimaatrisico's.
De omgevingsvisie is een visie op hoofdlijnen. Het geeft richting aan de ontwikkeling die we de komende tien a twintig jaar als Etten-Leur willen doormaken. De onderzoeken die we hebben uitgevoerd op gebied van milieu, verkeer, kosten sluiten daar op aan. Ook die zijn over het algemeen op hoofdlijnen en laten zien waar in de uitwerking de aandachtspunten zitten. Er zijn geen aandachtspunten gesignaleerd die de ontwikkeling van Lage Vaartkant op voorhand uitsluiten of onmogelijk maken. Dat geldt ook voor de locatie van een spoortunnel bij de Ambachtlaan. Bovendien weten wij uit onderzoek dat een oostelijke verschuiving van de tunnel en randweg verkeerskundig gezien minder goed functioneert.
De ondernemer geeft aan dat de spoortunnel mogelijk niet uitvoerbaar is ter plaatse van de Ambachtlaan. Belangrijke punten zijn de bedrijfslocaties die opgekocht moeten worden, beperkte ruimte voor een veilig ontwerp, te
Wij zijn van mening dat woningbouw op Lage Vaartkant een kans biedt om verschillen opgaven (waaronder het knelpunt op gebied van water) in samenhang op te lossen. Wij zien een gebiedsontwikkeling voor ons waarin de verschillende partijen gelijkwaardig aan tafel zitten om gezamenlijk tot een gedragen oplossing te komen. Wij nemen in de
40
kostbaar. De ondernemer vindt de het alternatief (de oostelijke variant van de randweg oost) beter.
omgevingsvisie op dat we deze woonwijk realiseren in goede samenspraak met het waterschap en de provincie (A).
De ondernemer geeft aan dat hij zijn uitrit aan de Ambachtlaan nodig blijft houden, maar dat een afsnijding door de randweg oost de uitvoering van zijn bedrijf niet meer mogelijk maakt. Intensivering van verkeer over de Ambachtlaan zorgt voor onveilige situatie.
Vanzelfsprekend voeren we nog diverse onderzoeken uit om de risico's, kosten, (on)mogelijkheden in dit gebied nader te bepalen. In het proces zullen die onderzoeken steeds gedetailleerder worden en informatie leveren om goede afwegingen te maken. Ook dan wordt uw specifieke situatie bekeken.
31 Gemeente Halderberge Zienswijze Gemeente Halderberge ziet graag welke verkeerskundige impact het vergroten van de woningbouwlocaties (van 600 naar 1300) heeft. Deze gemeente ziet in het planMER dat een noordelijke randweg leidt tot verkeerstoename richting de Hoevenseweg. Halderberge vraagt ook andere ontsluitingsvarianten te onderzoeken en de noordelijke randweg te heroverwegen. Indien Etten-Leur definitief kiest voor een noordelijke randweg dan wil Halderberge in gesprek voor maatregelen om negatieve effecten van toegenomen verkeersstromen zoveel mogelijk te beperken. De gemeente Halderberge verzoekt te motiveren op welke wijze het voorzieningen niveau van Etten-Leur meegroeit met de nieuwe wijk Hoge Haansberg. Tot slot verzoekt Halderberge om plannen over de ontwikkeling van de werklocaties tegen hun gemeentegrens ook te publiceren in de Halderbergse bode. Zodoende kunnen hun inwoners daar ook kennis van nemen.
41
Reactie Het is juist dat er een toename komt op de Hoevenseweg tussen Hoeven en Etten-Leur / Vossendaal. Met de bouw van 1300 woningen en de aanleg van een randweg neemt dit met ca. 1400 voertuigen per dag toe. We onderzochten andere mogelijkheden, zoals het doortrekken van de Aletta Jacobslaan en ook het aansluiten van de woningen op de bestaande infrastructuur. De gemeenteraad heeft ervoor gekozen om deze variant (doortrekken van de Aletta Jacobslaan) af te laten vallen en niet verder in het proces te betrekken. Als we geen randweg aanleggen, dan lossen we de bestaande leefbaarheids- en verkeersknelpunten op onze wegen niet op. Overigens, indien we bij de ontwikkeling van Hoge Haansberg geen randweg zouden aanleggen, is de verhoging ‘slechts’ 400 voertuigen per dag minder op de Hoevenseweg ten opzicht van mét een noordelijke randweg. Samen met de provincie en u bekijken we wat de toename in woningbouw en verkeer voor gevolgen heeft voor de N640 en welke maatregelen nodig zijn. Om het voorzieningenniveau in de toekomstige wijk Hoge Haansberg te bepalen, onderzoeken we per voorziening/functie de behoefte. Dit aansluitend op het beoogde karakter van het gebied, de gewenste doelgroepen, gewenste woningbouw én aanvullend op de huidige voorzieningen. Wij zorgen ervoor dat de basisvoorzieningen in de wijken van Etten-Leur aanwezig zijn.
Bij de ontwikkeling van de werklocaties publiceren wij in de Halderbergse bode over onze plannen en bijeenkomsten. Dat doen we inmiddels voor de ontwikkeling van de Lidl op dat terrein.
32 gemeente Moerdijk Zienswijze
Reactie
Moerdijk geeft aan dat zij geen zienswijze indienen. Zij vinden het belangrijk om samen met Breda en Etten-Leur blijven te werken aan de gedeelde opgave op de thema's wonen, werken, mobiliteit en landschap.
Wij nemen deze zienswijze voor kennisgeving aan. Ook wij hechten aan de samenwerking op de regionale thema's. De uitwerking van de Regionele Investeringsagenda (RIA), voor wat betreft het gebied rond Breda, Moerdijk en Etten-Leur is daar een mooi voorbeeld van.
33 GGD Zienswijze
Reactie
De GGD adviseert: - bij de inrichting van de leefomgeving tenminste rekening te houden met de gezondheidskundige advieswaarden (voor o.a. geur, fijnstof, geluid) en dit concrete uitgangspunt in de visie op te nemen; - rekening te houden met de cumulatieve omgevingseffecten op gezondheid en dit als concreet uitgangspunt in de visie op te nemen; - sterker dan nu al het geval is de visie te verbinden met alle beleid op onderdelen van het spinnenweb positieve gezondheid; - aandacht te hebben voor kwetsbare groepen in de samenleving; - een hoofdstuk toe te voegen waarin wordt aangegeven hoe de ambities en doelen concreet worden uitgewerkt en gemonitord. 42
Bij de inrichting van de leefomgeving wordt rekening gehouden met de gezondheidskundige advieswaarden. Het blijft ‘rekening houdend met‘ vanwege onder meer verhoogde achtergrondniveaus waar een gemeente geen invloed op heeft en de gemeentelijke opgaven (zoals woningbouw en infrastructuur). Impliciet is dit uitgangspunt verwoord in de ambities van de omgevingsvisie. Ook met cumulatieve omgevingseffecten wordt rekening gehouden en is impliciet in de omgevingsvisie verwoord. We werken aan het verbeteren van de gezondheid en een gezonde leefomgeving. Daarbij gaan we uit van een integrale aanpak en verbinden van het fysieke met het sociale domein. De 6 onderdelen van ‘mijn positieve gezondheid’ nemen we hierbij als uitgangspunt. Aandacht voor kwetsbare groepen is en blijft de kern van het Etten-Leurse beleid in het sociaal domein. De strategische onderdelen uit het huidige beleid zijn vertaald in deze ontwerp omgevingsvisie. De overige zaken vertalen we de komende jaren naar programma’s. In die programma's zien wij de plek om de doelen en ambities concreet uit te werken en te
De GGD merkt op dat de wet Publieke Gezondheid voorschrijft dat gemeenten advies vragen aan de GGD voordat zij besluiten nemen die belangrijke gevolgen kunnen hebben voor de publieke gezondheid. De GGD geeft aan graag mee te denken en te doen.
34 Actiegroep Randweg Noord Nooit Zienswijze De actiegroep Randweg Noord Nooit geeft aan dat zij zo'n 200 huishoudens vertegenwoordigen aan de Rijsdijk, Hanekinderstraat, Slagveld, Meeuwisdijk, Sander, Haansberg, Goorstraat en de Hoevenseweg. Hun belangrijkste doelstelling is dat de gemeente komt tot een zorgvuldige afweging met betrekking tot vraagstukken over de verkeersafwikkeling in Etten-Leur. Zij vinden daarom dat geen enkel verkeersvariant buiten beschouwing kan blijven en dat er een toekomstbestendig mobiliteitsplan gemaakt moet worden. De actiegroep ziet voor een woonwijk als Hoge Haansberg (met 1300 woningen) drie basisopties die onderzocht moeten worden. 1) Geen randwegen of doorgetrokken wegen (al dan niet in combinatie met een goed mobiliteitsplan), 2) doortrekken Aletta Jacobslaan en 3) noordelijke randweg. De actiegroep vindt dat deze varianten op gelijkwaardige wijze onderzocht moeten worden om tot een zorgvuldige afweging te kunnen komen. Met betrekking tot optie 2 (doortrekken Aletta Jacobslaan tbv ontsluiting Hoge Haansberg) geven zij aan dat hier al sinds de realisatie van de wijk SanderBanken op geanticipeerd is. Zij citeren daarvoor uit het 43
bepalen op basis van welke indicatoren de voortgang gemonitord wordt. Het is fijn dat de GGD aangeeft mee te willen denken over de aspecten die de publieke gezondheid raken.
Reactie Voor de ontwikkeling van de wijk Hoge Haansberg zijn de drie ontsluitingsvarianten onderzocht die u noemt. De variant ‘geen nieuwe wegen aanleggen’ verhelpt (logischerwijs) niet de bestaande verkeers- en leefbaarheidsknelpunten die nu ervaren worden. Door de toevoeging van 1300 woningen zullen die knelpunten wel verder toenemen. En alleen inspanningen (bijvoorbeeld via een mobiliteitsplan) om verkeersdeelnemers te motiveren om te voet, per fiets of met het openbaar vervoer te reizen gaan dat niet verhelpen. Daarom ontkomen wij er niet aan om een nieuwe ontsluiting te realiseren. De variant ‘doortrekken van de Aletta Jacobslaan’ hebben we in een eerder stadium onderzocht en samen met andere varianten als optie aan de gemeenteraad gepresenteerd. De kosten en milieuaspecten maakten daar onderdeel van uit. Tijdens de vergadering van 22 februari 2021 gaf de raad, op basis van de beschikbare gegevens op dat moment, aan zij deze variant dermate nadelig vonden dat het geen realistische optie was. De opdracht was daarom om deze niet verder in het proces te betrekken. Die is dan ook buiten beschouwing gebleven. In de variant ‘noordelijke randweg’ zien wij mogelijkheden om de wijk Hoge Haansberg te ontsluiten en bovendien de binnenstedelijke verkeers- en leefbaarheidsknelpunten verder terug te dringen.
Voor wat betreft uw vragen aan de raad het volgende: - de keuze voor een wegvariant wordt altijd gemaakt op basis van een integrale afweging van verschillende waarden. Waarden zoals milieu, landschap, kosten, etc.
bestemmingsplan uit 2013 waarin het gebied tussen de Aletta Jacobslaan en de Haansberg de bestemming Verkeer heeft gekregen. Zij geven daarbij aan dat aan- en omwonenden dus ook hadden kunnen weten dat hun woonomgeving in de toekomst mogelijk wijzigt als gevolg van de verkeersontsluiting voor Hoge Haansberg. Voor wat betreft de geluidsmeting (die ze als bijlage voegen) geven zij aan dat de belasting op de gevel van de woningen voldoen aan de wettelijke normen. Zij vinden dat de aanleg van een dure randweg met gemeenschapsgeld, om daarmee een beperkt aantal bewoners te ontlasten van overlast, veel te ver gaan. Zij geven aan dat de kosten voor het doortrekken van de Aletta Jacobslaan EUR 2,7 miljoen bedragen en de noordelijke randweg uitkomt op EUR 40 miljoen. Daarbij merken zij op dat uit de planMER blijkt dat de doorgetrokken Aletta Jacobslaan op alle milieuaspecten beter scoort en een robuustere verkeersoplossing is voor Hoge Haansberg.
De actiegroep heeft een aantal vragen aan de raad: - vindt de raad het waard om het landschap te doorsnijden met een noordelijke randweg? - wat is de motivatie om de Aletta Jacobslaan niet als realistische optie te onderzoeken en bij de eindafweging te betrekken? - verwacht u geen problemen bij een rechter indien u geen zorgvuldige afweging voor alle opties maakt? - waarom volgt u een emotioneel pleidooi van een kleine groep inwoners om doortrekking van de Aletta Jacobslaan niet verder te onderzoeken? - wilt u een mobiliteitsplan opstellen en meenemen in de besluitvorming voor aanpassing van het bestaande wegennet in Etten-Leur? 44
-
-
-
zijn in samenhang bekeken en gewogen. De keuze voor de noordelijke randweg (door het landschap) maakt dat het in de totale afweging van alle belangen als passend wordt gezien; zoals hierboven aangegeven, heeft de gemeenteraad 22 februari 2021 voor- en nadelen van verschillende wegvarianten beoordeeld. Op basis van de beschikbare gegevens op dat moment gaven zij aan dat ze de variant doortrekken Aletta Jacobslaan dermate nadelig vonden dat het geen realistische optie was. Zij wensen deze daarom niet verder in het proces te betrekken; in dit proces zijn de verschillende belangen naast elkaar gezet. De raad heeft de bevoegdheid om deze af te wegen en keuzes te maken. Dat kan ook gedurende het proces indien vroegtijdig blijkt dat een bepaalde variant geen realistisch eindperspectief is. In onze ogen wordt het proces daarmee zorgvuldig doorlopen; zoals bij het vorige punt genoemd, is het aan de raad om een algehele afweging van belangen te maken en daarin een keuze te maken. Indien de gemeenteraad dat wenst, kan hij deze dit heroverwegen indien er bijvoorbeeld nieuwe inzichten zijn; wij geloven niet dat een mobiliteitsplan de aanleg van nieuwe infrastructuur voor de woonwijk Hoge Haansberg overbodig maakt. Wij stellen daarom geen mobiliteitsplan op.
De bestaande verkeersstructuur binnen onze gemeente wordt intensief gebruikt. Dit uit zich door diverse knelpunten binnen en buiten de spitstijden. Vanwege de beperkte
In de nazending levert de actiegroep een adviesnotitie op de verkeerskundige onderzoeken van VAGN. Als algehele eindconclusie stelt deze dat de aanvankelijke uitgangspunten bij de planvorming voor de gebiedsontwikkeling Hoge Haansberg een ongunstig uitgangspunt kende, waarbij de noodzakelijk aanleg van nieuwe infrastructuur als randvoorwaarde werd verondersteld. Een onderzoek door Goudappel waarbij ook gekeken is naar verkeerseffecten die optreden zonder vooraf gedefinieerde ingrepen in de infrastructuur (de zogenaamde variant 8) toont volgens hen nu aan dat er geen noodzaak is voor de aanleg van grote infrastructuur. VAGN stelt in de adviesnotitie dat het toch raadzaam is om de reservering voor een doortrekking van de Aletta Jabobslaan in stand te houden, zowel ruimtelijk als planologisch. Zodoende wordt, indien gewenst, in een latere situatie een doortrekking van de Aletta Jacobslaan naar de Hoevenseweg niet onmogelijk gemaakt.