CConstaterende datEtten-Leur
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 1 Nota van Beantwoording zienswijzen omgevingsvisie en planMER d.d. 3 mei 2022.pdf

Raad besluit 11 juli 2022, gemeente Etten-LeurBij agendapunt: Vaststelling Omgevingsvisie19.774 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

NOTA VAN BEANTWOORDING ZIENSWIJZEN OP OMGEVINGSVISIE ‘ETTEN-LEUR DOET HET GEWOON’ EN BIJBEHORENDE MILIEUEFFECTRAPPORTAGE (d.d. 3 mei 2022) De gemeente Etten-Leur werkt aan een omgevingsvisie. Het ontwerp daarvan is samen met de ontwerp milieueffectrapportage (planMER) ter inzage gelegd van 12 januari tot en met 23 februari 2022. Het is gepubliceerd en naar diverse medeoverheden en partners gestuurd. Ook is een filmpje gemaakt en verspreid via social media om deze visie en milieueffectrapportage onder de aandacht te brengen. In de periode van de terinzagelegging zijn diverse zienswijzen ingediend bij de gemeenteraad. Die zijn hieronder (in volgorde van binnenkomst) samengevat en voorzien van een reactie. Dat de zienswijzen samengevat zijn weergegeven, betekent niet dat deze slechts gedeeltelijk zijn beoordeeld; bij de beantwoording zijn de volledige zienswijzen betrokken. Indien een zienswijze voor het college van burgemeester en wethouders aanleiding is geweest de Omgevingsvisie of planMER te wijzigen, dan is dat kenbaar gemaakt met de aanduiding A (Aangepast). Deze nota van beantwoording wordt samen met de (op onderdelen aangepaste) Omgevingsvisie en planMER ter vaststelling aangeboden aan de gemeenteraad.

1

Zienswijzen 1 Bewoner Zienswijze

Reactie

Bewoner heeft een alternatief ingetekend voor de randweg noord die in zijn ogen tot minder kosten leidt. Zijn tracé loopt vanaf de Kattestraat naar het noorden maar kruist niet de Goorstraat. In plaats daarvan buigt het af naar het oosten om de straat Haansberg te passeren en in het midden van het open gebied in Haansberg Oost de weg naar het noorden te vervolgen.

Elk tracé kent voordelen en nadelen. Wij hebben gekozen voor een tracé Randweg Noord dat om Etten-Leur komt te liggen. Wij zien daarin als voordeel dat het de toekomstige woonwijk Hoge Haansberg ontsluit én een oplossing biedt voor bestaande verkeersknelpunten binnen de bebouwde kom. Doordat dit deel van de randweg om Etten-Leur ligt (en er niet doorheen gaat) is de overlast als gevolg van het verkeer enigszins beperkt. In uw alternatief zien wij als groot nadeel dat de randweg niet om de wijk, maar door de toekomstige woonwijk Haansberg Oost gaat.

Bewoner maakt bezwaar als de randweg noord dicht langs zijn woning komt te liggen. Hij ziet verkeersoverlast, waardevermindering van zijn woning. Hij geeft aan wel bereid te zijn om ‘te verkassen’.

Over de gevolgen van de Randweg Noord voor uw specifieke situatie en uw bereidheid om te verhuizen gaan we in de volgende fase (na vaststelling van de Omgevingsvisie) graag met u in overleg.

2 Bewoner Zienswijze Bewoner vindt de overzichtskaart in de bode onduidelijk en geeft aan geen voorstander van het project te zijn. Bewoner denkt dat binnen de bestaande bouwkern van Etten-Leur ruimte gevonden moet worden voor woningbouw. En landbouwgrond niet geofferd moet worden. Bewoner heeft de volgende vragen: - voor wie gaan we bouwen en wat wordt er gebouwd?;

2

Reactie De overzichtskaart in de bode is de zeer versimpelde en geanimeerde weergave. De gedetailleerdere kaart staat in de omgevingsvisie zelf. In de bode is daar ook naar verwezen. De gemeente Etten-Leur vindt het belangrijk om te voorzien in de actuele behoefte aan woningen. Om aan die behoefte te voldoen voegen we gemiddeld 200 woningen per jaar toe aan de voorraad. We zien die behoefte ook de komende twintig jaar voor ons. Het gaat per saldo om ongeveer 3800 woningen tot 2040. Die kunnen we niet allemaal bouwen in

-

komen hier dorps villa's van meer dan 500.000 euro of basis start huizen, woningen, bereikbaar voor 250.000; - komen hier sociale huurwoningen voor een max van 750 euro per maand?; - wordt dit een opvang overloop voor rand stedelijke verhuizers en daarmee een soort gemeentelijke belasting melkkoe?; Bewoner vindt de locatie ongeschikt voor ouderen, door de bereikbaarheid van faciliteiten zoals winkels en openbaar vervoer.

binnenstedelijke gebieden. We denken dat we, met behoud van de groenstedelijke en dorpse kwaliteiten, ongeveer 1500 woningen binnenstedelijk kunnen realiseren. Vanaf ongeveer 2025 zullen we nieuwe woonwijken moeten realiseren om aan woonbehoeften invulling te kunnen geven. Uitgangspunt is dat we niet meer ruimte gebruiken dan nodig is. De locaties Hoge Haansberg en Lage Vaartkant bieden die ruimte wat ons betreft. Daar komt een goede mix van huur- en koopwoningen. Dat worden grondgebonden woningen, appartementen en andere woonvormen als daar behoefte aan is. Er wordt vanzelfsprekend betaalbaar gebouwd, zowel in de huur als koop. We bouwen voor jong en oud, alleenstaanden en gezinnen. We zorgen ervoor dat woningen geschikt en zo nodig levensloopbestendig zijn. Dat vraagt ook goede en bereikbare voorzieningen, zodat bijvoorbeeld ouderen er ook zo lang mogelijk kunnen blijven wonen.

3 VAN IERSEL LUCHTMAN ADVOCATEN NAMENS BEWONERS Zienswijze Reactie De zienswijze is ingediend namens vier bewoners. Zij geven Wij kiezen voor woningbouw in het gebied Lage Vaartkant. Wij weten dat het gebied Lage aan dat hun eerdere reactie tijdens de Raad Luistert, de brief Vaartkant een waterbergende functie heeft en dat er knelpunten in het watersysteem van 29 november 2021, als herhaald en ingelast moet zitten die opgelost moeten worden om het gebied als goede woonlocatie te bestempelen. worden beschouwd. Wij zijn het met bewoners eens dat een woonwijk in Lage Vaartkant niet moet leiden tot Bewoners hebben bezwaar tegen het plan om 1000 meer wateroverlast of de verplaatsing daarvan. Wij zien de realisatie van een woonwijk op woningen te bouwen op Lage Vaartkant. Bewoners ervaren deze plek als een unieke kans en aanjager om bestaande knelpunten in samenhang op te nu al wateroverlast en willen dat meer rekening wordt lossen. Wij zien kansen om het watersysteem te verbeteren en een mobiliteitsvraagstuk gehouden met het water. Zij stellen dat deze ontwikkeling op te lossen. Wij denken graag met het waterschap (en ook met andere partijen) in een niet in overeenstemming is met het standpunt van het vroeg stadium na over de wijze waarop we verschillende doelstellingen (zoals ecologie, waterschap om daar niet te bouwen.

recreatie, water, woningbouw, verkeer) kunnen verenigen in de gebiedsontwikkeling. Bewoners vrezen dat, indien de Lage Vaartkant wel wordt bebouwd, de inundatielocatie wordt verplaatst naar de lage Wij zien het waterschap en de provincie als belangrijke (kennis) partners om te komen tot percelen waar zij wonen en bedrijf houden. Voor de een goede en toekomstbestendige gebiedsontwikkeling. Wij willen een oplossing vinden toekomst vrezen zij meer overlast en mogelijk ook schade voor de noodzakelijke waterberging, wij willen de bestaande wateroverlast tegengaan en aan hun woning en gewassen. toename van water voorkomen. Wij nemen in de omgevingsvisie op dat we deze woonwijk realiseren in goede samenspraak met het waterschap en de provincie (A). 3

Bewoners verzoeken om de behoefte naar nieuwe woningen elders te faciliteren, bijvoorbeeld door meer woningen te bouwen in het gebied Hoge Haansberg. Indien de plannen voor woningbouw in Lage Vaartkant gehandhaafd blijft, dan verzoeken bewoners de te verwachten wateroverlast nader te onderzoeken en met de uitkomsten rekening te houden.

4 Bewoner Zienswijze

4

Reactie

Bewoner vindt het een kwalijke zaak dat in de omgevingsvisie niets is opgenomen over luchtvervuilende activiteiten zoals het stoken van hout en bbq’s. Bewoner geeft aan dat de gevolgen voor de gezondheid gigantisch zijn.

Incidenteel worden bij ons klachten geuit over het stoken van houtkachels vanuit woningen. Landelijk is er aandacht voor de effecten van houtkachels op de luchtkwaliteit in de directe omgeving. Het gebruik van houtkachels kan niet worden verboden.

Bewoner ziet graag dat de gemeente een plan maakt om houtstook e.d. uit woonwijken te verbannen. Bewoner geeft aan dat daardoor kinderen en andere personen met longaandoeningen, niet beperkt worden als gevolg van slechte lucht.

De Omgevingsvisie zet, binnen de mogelijkheden die de gemeente heeft, in op het verbeteren van de luchtkwaliteit. Houtrook is een van de bronnen van luchtverontreiniging. Wettelijk wordt de gemeente verplicht een luchtkwaliteitsplan op te stellen. Hoe om te gaan met het stoken van hout en houtkachels zal hierin aan de orde komen.

5 Bewoner Zienswijze

Reactie

Bewoner geeft aan nu al geluidsoverlast te ervaren van de Hoevenseweg en het dichtbijgelegen industrieterrein. Bewoner ziet te weinig terug in de stukken welke maatregelen de gemeente neemt om deze overlast binnen de perken te houden of te reduceren. Daarnaast vreest

De ambitie van de omgevingsvisie is om – ondanks allerlei ontwikkelingen – te voorkomen dat de geluidshinder toeneemt. Op plaatsen met overmatige geluidshinder zal worden nagegaan hoe die kan worden verminderd. Het beleid is om op de drukkere wegen geluidreducerend asfalt toe te passen. Hierdoor neemt het geluid dat u van het verkeer ervaart af. De hoeveelheid verkeer op de Hoevenseweg verminderen we niet. Dit is

bewoner toename van verkeer omdat (zo stelt deze) de woningbouw voorrang krijgt op de aan te leggen randweg. Bewoner denkt dat de randweg niet effectief is en vraagt zich af hoe de gemeente het gebruik daarvan gaat stimuleren. Bewoner maakt uit de MER (blz. 101) niet op of en wanneer onderzoek wordt gedaan om het knelpunt Hoevenseweg (eventueel in combinatie met doortrekken Aletta Jacobslaan) op te lossen.

namelijk een belangrijke weg om Etten-Leur te bereiken. Door het aanleggen van een rotonde bij de aansluiting van de randweg remmen we de snelheid van het verkeer af. Verder zijn er weinig mogelijkheden om de snelheid af te remmen, vanwege de functie van deze weg voor zowel (hoogwaardig) openbaar vervoer als de hulpdiensten. We bekijken maatregelen voor het verbeteren van de oversteekbaarheid van de Hoevenseweg voor langzaam verkeer. In de fasering van de woonwijk Hoge Haansberg willen maatregelen treffen om verkeersoverlast laag te houden als gevolg van de nieuwe bewoners. Bijvoorbeeld door met die fasering ook de Randweg Noord aan te leggen.

Voor wat betreft de Hoevenseweg heeft bewoner een ander beeld over de verkeersintensiteit dan hetgeen de gemeente meet en rapporteert. Bewoners ervaren hinder en wensen meer metingen op gebied van overlast (zoals geluid en trillingen). Met name wenst bewoner een 0-meting op al die onderdelen zodat er een totaalplaatje ontstaat. Bewoner is graag bereid te overleggen over mogelijke oplossingsrichtingen.

In de omgevingsvisie is opgenomen dat de geluidszone van het industrieterrein Vosdonk zal worden teruggelegd. Dit betekent dat de (beleids)ruimte om meer geluid te produceren wordt ingeperkt. Dit is een traject dan na vaststelling van de omgevingsvisie en na in werkingtreding van de omgevingswet wordt opgepakt. De Omgevingswet verplicht gemeenten om voor de gemeentelijke wegen het zogenaamde basisgeluidsemissies vast te stellen en die te monitoren. Hierdoor zal ook een beter zicht ontstaan op de geluidskwaliteit langs gemeentelijke wegen. We stimuleren het gebruik van de randweg door maatregelen te nemen op andere wegen. Bijvoorbeeld door daar de snelheid omlaag te brengen. Er is op dit moment geen knelpunt op de Hoevenseweg als het gaat om de doorstroming. De Hoevenseweg is behalve voor de snelheid geen knelpunt voor ons. We zijn, gelet op de kosten en geringe meerwaarde terughoudend om geluids- of trillingsmetingen uit te voeren. Wij zetten in op het vaststellen van de basisgeluidsemissies (= nulmeting) van de gemeentelijke wegen en nadien monitoring. Berekeningen geven een goed beeld van de geluidsbelasting, de toegevoegde waarde van metingen is gering.

5

6 Bewoners Zienswijze Bewoners geven aan dat zij verhuisd zijn uit Prinsenbeek vanwege de uitbreidingsplannen dáár. Na de aankoop zijn zij gestart met plannen om hun woning (boerderij met 1 ha) ‘eigen’ te maken. Vanwege de omgevingsvisie en de plannen voor Lage Vaartkant is dat volledig stil komen te liggen. Bewoners geven aan dat hun woning binnen het plangebied voor Lage Vaartkant ligt en het voor hun geen optie is (mede vanwege hun ezels/diergeluid) om ingepast te worden in de nieuwe woonwijk. Bewoners melden dat zij nu geconfronteerd worden met een onzekere situatie en lange procedures. Zij verwachten van de gemeente snel duidelijk zodat zij verder kunnen bouwen aan een toekomst op een andere plek. Bewoners geven aan deze zienswijze graag mondeling toe te willen lichten.

6

Reactie Wij begrijpen de onzekere situatie waarin u zich momenteel bevindt. Onze opgave om ook voor de langere termijn te voorzien in voldoende woningen brengt met zich mee dat we ruimte moeten vinden buiten de bebouwde kom. Daarvoor kijken we nadrukkelijk naar mogelijkheden in uw omgeving. Het democratische en juridische proces om tot woningbouwontwikkeling te komen duren vaak lang. Dat heeft als voordeel dat de tijd wordt genomen en geboden om verschillende belangen zorgvuldig af te wegen en eventueel door een rechter te laten toetsen. Het heeft als nadeel dat het lang duurt. Wij blijven ons best doen door open en eerlijk naar u te communiceren en u te voorzien van informatie zodat u weloverwogen keuzes kunt maken. Daarbij kunnen wij ook met u meedenken over de (on)mogelijkheden van dieren in of nabij een woonwijk.

7 Bewoners Zienswijze

Reactie

Bewoners geven aan dat zij twintig jaar aan de Turfstraat wonen en destijds (bij de aankoop) de gemeente heeft gezegd dat daar nooit gebouwd zou worden.

Elke vier jaar zijn gemeenteraadsverkiezingen. Daarmee kan de politieke samenstelling van de gemeenteraad wijzigen, wat logischerwijs kan leiden tot nieuwe politieke keuzes. Bij de gemeente zijn geen stukken bekend over een mogelijke toezegging.

Bewoners geven aan dat woningbouw op de Lage Vaartkant niet aansluit op het bestemmingsplan Buitengebied van de gemeente en de Verordening Ruimte van de provincie.

Het is juist dat het bestemmingsplan niet toestaat om in Lage Vaartkant 1100 woningen te bouwen. Indien de gemeenteraad de omgevingsvisie als zodanig vaststelt, gaan we daar wel aan werken. Als onderdeel daarvan gaan wij de planologische procedure doorlopen

Bewoners begrijpen niet waar de verhoging van 600 woningen naar 1100 woningen in Lage Vaartkant vandaan komt. Bewoners willen dat de authentieke kwaliteiten van dit gebied behouden blijven en verwachten problemen met de waterhuishouding. Dat laatste geldt temeer (zo melden bewoners) doordat het klimaat verandert en overstromingsgevaar toeneemt. Bewoners vinden dat een Randweg Oost een te groot negatief effect heeft op landschappelijk, ecologische en hydrologische waarden. Bewoners zien niet in hoe de ontwikkeling van Lage Vaartkant het beekdal duurzaam en toekomstvast is in te passen. Bewoners willen geen woningbouw in Lage Vaartkant en zien graag dezelfde aanduiding als de Groene Wig. Bewoners merken op dat zij het recht voorbehouden om een verzoek om planschade in te dienen.

8 Actiegroep Zwaar verkeer doet onze wijk zeer Zienswijze De actiegroep geeft aan dat zij tijdens diverse raadsvergaderingen hun zorgen hebben geuit over verkeersoverlast en onveilige situaties in de straten Statenlaan/Aletta Jacobslaan. De eerder gekozen oplossingen om het beter/ veiliger te maken hebben niet geholpen. De actiegroep steunt de aanleg van Randweg Noord die verbonden wordt met de omliggende provinciale wegen. De

7

om het bestemmingsplan (na inwerkingtreding van de omgevingswet ‘omgevingsplan’) aan te passen. Er zullen daarom nog vele onderzoeken en gesprekken plaatsvinden om tot een goede gebiedsontwikkeling en omgevingsplan te komen. Cultuurhistorie, landschap, waterberging en ecologie zijn voorbeelden van waarden die betrokken worden om tot een stedenbouwkundig ontwerp te komen waarin ook de woonopgave en verkeersopgave een plek krijgen. En juist omdat in dit gebied (anders dan in de Groene Wig) de opgave én oplossing voor wonen en mobiliteit samen komen willen wij dit ontwikkelen. Dat is niet makkelijk en wij hebben daarvoor onze partners zoals het waterschap en de provincie bij nodig. Wij nemen in de omgevingsvisie op dat we deze woonwijk realiseren in goede samenspraak met het waterschap en de provincie (A). Overigens heeft de wijziging van 600 naar 1000 woningen te maken met de periode waarover de omgevingsvisie de woningbouwopgave ziet. Die is van 2030 met tien jaar verruimd naar 2040. Deze tien jaar (met een gemiddelde jaarlijkse toevoeging van 200 woningen) houdt in dat we ruimte faciliteren voor 2000 extra woningen. Ongeveer 400 daarvan zijn extra voorzien in het gebied.

Reactie college We spraken samen met de actiegroep over de problemen langs de Aletta Jacobslaan en Statenlaan. We deden ook metingen, zowel diverse verkeerstelling als een geluids-/ trillingsmeting. Objectief is er geen probleem. De bewoners ervaren wel een probleem, namelijk geluidsoverlast van met name zwaar verkeer en motoren. Het aanbrengen van een wegversmalling om de snelheid af te remmen zorgde voor meer geluidsoverlast. Daarnaast was er geen afname van de snelheid te zien. We haalden deze daarom in overleg weer weg. Met de aanleg van een randweg komt er een mogelijkheid om zwaar verkeer een alternatieve route te bieden, zodat deze niet meer over de Aletta Jacobslaan en Statenlaan hoeven te rijden.

groep opteert om eerst de randweg aan te leggen en daarna de woonwijk. Daarnaast zien zij graag: op verbindingswegen binnen de bebouwkom een maximum snelheid van 30 km/u, herhalingsborden van snelheid en een camera op de Statenlaan/ Aletta Jacobslaan, verbod op vrachtverkeer (als de randweg er ligt) en milieuzones binnen de randweg. De actiegroep adviseert om in dit proces duidelijk te maken wat de bijdrage is van de EU, het rijk, de provincie, andere gemeenten en burgers/ondernemers/waterschap.

Deze groep levert tevens een bijlage met voorbeelden van anderen gemeenten over de aanpak van verkeersoverlast. Concrete vragen die voor hen nog open staan zijn: 1. sta vervuilende vrachtauto's en landbouwverkeer niet toe; 2. welke gronden zijn al aangekocht door de gemeente? 3. wanneer zijn alle gronden in bezit voor woningbouw en de randweg?; 4. hoe staat het met bodemonderzoek? 5. sterkte ondergrond bepalen om verrassingen te voorkomen; 6. sta open voor nieuwe ontwikkelingen zoals elektrificatie.

8

De fasering van de wijk Hoge Haansberg en de randweg noord is nu nog niet bepaald. Duidelijk is wel dat ook de infrastructuur ook voor de eerste bewoners van die wijk goed verbonden met zijn met het bestaande wegennet. Bij de uitwerking en vormgeven van de randweg bekijken we de maatregelen op de andere wegen en stellen we ook een nieuwe wegencategorisering vast. Een van de maatregelen waar we naar kijken is het instellen van een lagere maximumsnelheid en het instellen van een verbod op vrachtverkeer. Het plaatsen van camera's bespraken we met u. Als gemeente kunnen we dit niet. Dit is aan het Openbaar Ministerie. Zij stellen daaraan voorwaarden waar de Aletta Jacobslaan en Statenlaan helaas niet aan voldoen. Op dit moment hebben we nog geen plannen voor het instellen van zero emmissie zones. Eventuele bijdragen in de kosten van andere partijen (zoals provincie, gemeenten, Europa) komen in de volgende fase aan de orde. Dan zal ook de bekostiging aan de orde komen en ter besluitvormging aan de raad worden voorgelegd. In die fase wordt duidelijk welke bijdragen onze partners leveren en op welke wijze onze gemeente haar deel financiert. Wij danken u voor de inspirerende voorbeelden en de suggesties. Hier reageren we nu niet op en nemen deze wel mee bij de verdere uitwerking van de randweg.

We stellen een nieuw gemeentelijk verkeers- en vervoersplan op waar we ook de uitwerking van zero emissie zones in mee nemen. We stimuleren elektrisch rijden. Vanaf juli hebben we een nieuw contract voor het plaatsen van laadpalen en laadpleinen waarbij we ook proactief plaatsen, zonder dat er een aanvraag van een bewoner aan ten grondslag ligt. Voor wat betreft uw overige concrete vragen kunnen wij in zijn algemeenheid melden dat we nog niet alle gronden in bezit hebben. En dat hoeft ook niet, want in sommige gevallen is een projectontwikkelaar eigenaar en die zal samen met ons werken aan deze gebiedsontwikkeling. In een aantal gevallen zullen wij gesprekken moeten voeren om gronden in eigendom te krijgen. Met die gesprekken starten wij nadat de omgevingsvisie is vastgesteld en de woonwijk en randweg daarin als zodanig is opgenomen. Ook zullen wij nog diverse onderzoeken uitvoeren om onder andere de draagkracht van de ondergrond en milieutechnische gesteldheid in beeld te krijgen.

9 Werkgroep De Bremberg Zienswijze De werkgroep De Bremberg stelt zich op het standpunt dat de locatie Lage Vaartkant/ Lage Bremberg niet geschikt is voor woningbouw. Als zienswijzen voegen zij bij de documenten die zij eind 2021 in het kader van de nota Bouwlocaties en Wegvarianten hebben opgesteld en ingediend. Deze reacties gingen op hoofdlijnen over: - nog veel onduidelijkheid; - geen noodzaak randweg of extra woningen; - aantasting natuur en waterhuishouding; - hoge kosten.

Reactie In de nota van beantwoording reacties Bouwlocaties en Wegvarianten (d.d. 1 november 2021) hebben wij gereageerd op de vragen en opmerkingen die u in 2021 heeft ingediend. Ook zijn de documenten die u eind 2021 naar de gemeenteraad heeft gestuurd betrokken bij het besluit om de Lage Vaartkant als toekomstig woongebied in de ontwerpomgevingsvisie op te nemen. Daarna hebben wij geen nieuwe inzichten gekregen en ook is de situatie niet veranderd over de Lage Vaartkant en de randweg Oost. Ons antwoord op uw reactie is daarom ook hetzelfde en die hebben wij hieronder in cursieve tekst herhaald. Wél gaan wij in onze omgevingsvisie duidelijker verwoorden dat we Lage Vaartkant zien als een gebiedsontwikkeling waarbij veel opgaven, belangen en oplossingen samen kunnen komen. Cultuurhistorie, landschap, waterberging en ecologie zijn voorbeelden van waarden die betrokken moeten worden om tot een stedenbouwkundig ontwerp te komen waarin ook de woonopgave en verkeersopgave een plek krijgen. Dat is niet makkelijk en wij hebben daarvoor onze partners zoals het waterschap en de provincie nodig. Wij nemen in de omgevingsvisie op dat we deze woonwijk realiseren in goede samenspraak met het waterschap en de provincie (A). ‘Voor een uitgebreide toelichting verwijzen wij naar onze thematische beantwoording.

Daar leest u hoe de woningaantallen in de Lage Vaartkant tot stand zijn gekomen en hoe we in dat gebied omgaan met de aanwezige waarden. Ook leest u daar dat we met de omgevingsvisie tot 2040 op hoofdlijnen de richting bepalen en dat we in de fase daarna onderzoeken en gesprekken voeren over de inrichting. Ook in die fase is er de (wettelijke) mogelijkheid om plannen te beïnvloeden. Het ontbreken van bepaalde kennis of onderzoeken hoeft een principieel standpunt (voor of tegen de plannen) niet in de weg te staan. Uit uw reactie leiden wij af dat dit (gelukkig) bij u ook niet het geval is geweest. Ten overvloede merken wij nog op dat inmiddels alle noodzakelijke onderzoeken als bijlage beschikbaar zijn. U vindt ze op www.ettenleurdoethetgewoon.nl/omgevingsvisie. Inwoners die een reactie hebben ingediend ontvangen daarover een bericht. Bij de thematische beantwoording leest u ook

9

dat de resultaten van het verkeersonderzoek uitwijzen dat de randweg (inclusief de 1000 woningen) leidt tot een verbeterde situatie. De onderzoeken op gebied van natuur zijn verwoord in de milieueffectrapportage. In de fase van planuitwerking zullen meer natuuronderzoeken plaatsvinden. In de Notitie financiële doorrekening bouwlocaties en wegvarianten (te vinden op de website van de gemeente) uit 2020 geven wij de berekening van de kosten. Let wel, dit ging over de varianten die we in februari 2021 met de raad besproken. In die vergadering heeft de gemeenteraad verzocht om enkele alternatieven in het stelsel van randwegen te onderzoeken. Die berekening via u ook op de website www.ettenleurdoethetgewoon.nl/omgevingsvisie.’

10 namens de Cumelabedrijven Zienswijze Indiener geeft aan dat Cumela Nederland een brancheorganisatie is van ondernemers die met mensen en materieel als specialist in de groen-, grond- en infrasector werken. Dat doen zij als dienstverlener voor agrariërs, gemeenten, waterschappen, etc. Loonwerk, grondwerkzaamheden, cultuurtechnische werkzaamheden, mestaanwending en onderhoud van groen, natuur en oppervlaktewater zijn daar voorbeelden van. De zienswijze is ingediend namens de leden die in de gemeente Etten-Leur zijn gevestigd. Cumela verzoekt om de bedrijven die zij vertegenwoordigt (en vaak in het buitengebied gevestigd zijn) te erkennen en mogelijkheden te bieden om bestaande bedrijfslocaties te kunnen ontwikkelen en uit te breiden, alsmede voor 10

Reactie Wij hebben kennis genomen van de zienswijze die u namens uw leden in onze gemeente heeft ingediend. Het belang van de betreffende ondernemingen wordt beslist onderkend. Zij zijn in meerdere opzichten van groot belang voor onze gemeente en ook voor de regio. Dat geldt zeker voor het buitengebied. Zoals gezegd wordt het belang van de Cumelabedrijven onderkend. De bestaande bedrijfslocaties zijn planologisch allemaal op een passende manier in een bestemmingsplan opgenomen. Bestemmingsplannen, straks omgevingsplannen, worden periodiek tegen het licht gehouden en geactualiseerd. De dan geldende inzichten worden daarbij betrokken; ook de inzichten over de diverse aspecten zoals u die in uw zienswijze goed verwoordt. Ook kunnen dan eventuele wensen van de individuele bedrijven met betrekking tot ontwikkeling en/of uitbreiding worden ingebracht. Die worden op dat moment beoordeeld. Op nieuwvestiging in het buitengebied moet echter niet gerekend worden. Nieuwvestiging in het buitengebied staan wij naar de huidige inzichten niet toe,

nieuwvestiging in het buitengebied. Benadrukt wordt dat de ligging van deze bedrijven in het buitengebied essentieel is gelet op de aard van de bedrijven en de rol die zij vervullen voor het buitengebied. Verplaatsing naar een industrieterrein wordt afgeraden. Verder wordt voldoende (buiten)opslag noodzakelijk gevonden. Indiener stelt dat het verwezenlijken van een aantal ambities uit de visie (zoals het duurzaam transformeren van de landbouw of circulaire economie) niet gaat zonder inbreng en participatie van de Cumelabedrijven. Zij willen daar graag een bijdrage aan leveren. Zij gaan graag in op de uitnodiging uit de visie om met elkaar de ambities te verwezenlijken.

zelfs niet voor agrarische bedrijven. Hooguit kan sprake zijn van omvorming van een voormalig agrarisch bedrijf naar een Cumelabedrijf. Dat zijn maatwerkafwegingen. Het is prettig te constateren dat de bedrijven die u vertegenwoordigt een bijdrage willen leveren aan het behalen van de ambities uit de Omgevingsvisie. Het is namelijk nadrukkelijk ons doel om samen met bewoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en andere partners de benoemde ambities en gewenste ontwikkelrichting verder te realiseren.

11 Bewoners Zienswijze

Reactie

Indiener geeft aan dat door de noordelijke randweg hun bedrijf wordt gesplitst en de toekomstige woningbouw hun exploitatie zal beïnvloeden. Zij geven aan het lastig te vinden om de situatie in totaal te overzien. Zij blijven graag betrokken bij alle ontwikkelingen en ontvangen graag informatie als er nieuwe ontwikkelingen zijn.

Wij begrijpen de vervelende en onzekere situatie waarin u zich momenteel bevindt. Onze opgave om ook voor de langere termijn te voorzien in voldoende woningen brengt met zich mee dat we ruimte moeten vinden buiten de bebouwde kom. Het nu aangewezen gebied Hoge Haansberg is volgens ons een logisch keuze. We zijn ons ervan bewust dat in dat gebied verschillende eigenaren een positie hebben. U bent een van die eigenaren waar we dus mee in gesprek gaan over de te realiseren plannen. Wij blijven ons best doen door open en eerlijk naar u te communiceren en u te voorzien van informatie zodat u weloverwogen keuzes kunt maken.

11

12 Bewoner Zienswijze Indiener is positief over de Randweg Oost en de woningbouwlocatie Lage Vaartkant. Hij ziet een wateropgave maar ook mogelijkheden voor een groot landschapspark met voldoende waterpartijen. Hij vindt daarnaast dat Lage Vaartkant (vanwege de ontlasting van het kruispunt Lichttorenhoofd/Lage Vaartkant) vóór Hoge Haansberg moet worden gerealiseerd.

13 Bewoner Zienswijze Indiener verzoekt om duidelijk te maken dat in de hoek Lage Vaartkant-Bredaseweg op de gronden van familie Lauwerijssen zijn nieuwe nog te bouwen Tuincentrum wordt ingetekend.

Reactie Wij nemen uw steun voor ons voorstel voor de Randweg Oost en bouwlocatie Lage Vaartkant voor kennisgeving aan. Wij verwachten wel dat we starten met Hoge Haansberg. De reden daarvoor is dat Lage Vaartkant een gebied is waar (meer dan in Hoge Haansberg) een aantal ingewikkelde onderwerpen samenkomen en om grondig onderzoek en afstemming vragen. Denk aan de wateropgave en de ondertunneling van het spoor waarvoor het waterschap en ProRail een belangrijke partner zijn. Dat kost veel voorbereidingstijd, waardoor we daar niet snel kúnnen starten. Dat ligt anders bij Hoge Haanberg, waardoor wij denken onze bouwproductie van gemiddeld 200 woningen per jaar daar te kunnen voortzetten nadat actuele binnenstedelijk plannen rond 2025 zijn gerealiseerd.

Reactie De omgevingsvisie is een visie op hoofdlijnen. Het geeft richting aan onze ambities (zoals woningbouw op Lage Vaartkant) en is niet het document waarin we de inrichting (het gedetailleerd intekenen van woningen) willen bepalen. Dat komt in de volgende fase. De huidige richting van de omgevingsvisie staat de realisatie van een nieuw Tuincentrum niet in de weg. In relatie tot de aanwezigheid van de diverse bedrijven op Trivium is een tuincentrum op deze hoek passend. Tevens biedt verplaatsing de mogelijkheid om een verkeersprobleem aan de weg de Lage vaartkant op te lossen.

14 Actiegroep omgeving Hooiweg, Senaat en Thorbeckelaan Zienswijze Reactie De actiegroep geeft aan meer dan 200 gezinnen als achterban te hebben. Zij geven aan positieve zienswijze uit 12

Wij nemen uw steun voor het voorstel voor de Randweg Noord en bouwlocatie Hoge Haansberg voor kennisgeving aan.

te brengen voor het plan Hoge Haansberg mét een noordelijke randweg. In hun ogen past dit in het voorzien van behoefte aan woningen en zorgen de randwegen ervoor dat een veilige, gezonde omgeving wordt gecreëerd.

15 Bewoners Zienswijze Bewoners zijn van mening dat het aantal te bouwen woningen niet voldoende is onderbouwd. Daarbij wijzen zij op de provinciale prognose uit 2020 over bevolking en woningbehoefte die lager is (namelijk 2500) dan de aantallen waar de gemeente meer rekent (3800). Bewoners merken op dat daarmee ook de financiële onderbouwing voor het bekostigen van de infrastructuur wankel is. Bewoners maken zich ernstig zorgen over de verkeersveiligheid en leefkwaliteit langs de Pottenbakkerstraat, Donkerstraat, Tuindersweg als gevolg van de verkeerstunnel. Zij vinden de verkeerstoename in de Donkerstraat met 900 tot 1400 mvt/etm niet gering. Zij vragen zich af uit welke factoren die getallen zijn opgebouwd en vinden dat er maatregelen moeten komen om hinder te voorkomen. Bewoners vermoeden dat de Langeweg en het traject Schoonhout/ Platijnlaan een sluiproute wordt om de drukke snelweg te mijden. Bewoners verzoeken de randweg vanaf de spoortunnel tot aan de Zevenbergse weg in te richten waarop geen erfinrichtingen worden aangesloten. Zij ondersteunen de 13

Reactie Provinciale prognoses zijn voor gemeenten niet bepalend, slechts indicatief. Bepalend zijn afspraken die onze gemeente maakt met buurgemeenten, de provincie en het rijk over aantallen te bouwen woningen. Dat zijn actueel afspraken over een netto toevoeging van 3.800 woningen tot 2040. In de omgevingsvisie geven wij onze ambitie weer op het gebied van onder andere wonen en mobiliteit. Daarbij is tevens een globale inschatting gemaakt van de kosten. De bekostiging (dus hoe wordt het betaald) is in deze fase achterwege gebleven. Indien exact duidelijk is hoeveel woningen in een gebied gebouwd worden, wordt ook inzichtelijk hoe groot de financiële bijdrage daarvan is. Het is nu al bekend dat de nieuwe infrastructuur nimmer volledig gedekt kan worden door de nieuwbouw. De gemeente zal daarom altijd op zoek gaan naar aanvullende financiële middelen op de gemeentelijke begroting en medefinanciers. Ook (of zeker) indien er minder woningen gebouwd kunnen worden. De Pottenbakkerstraat, Donkerstraat en Tuindersweg zijn gebiedsontsluitingswegen. Deze wegen zijn bedoeld voor het afwikkelen van verkeer. Ook zijn de hoofdroutes voor de hulpdiensten en de busroute. Hier treffen we geen snelheidsremmende maatregelen. Ook snelheidsremmende maatregelen kunnen overlast geven, zoals extra geluid vanwege het remmen en weer optrekken.

Een toename van 900 – 1400 voertuigen per dag lijkt misschien veel. In het drukste uur rijdt ca. 10% van dit verkeer. Dit zijn 90 á 140 voertuigen en komt neer op ongeveer 2 auto's per minuut extra.

oplossing van een parallelweg in de Donkerstraat tussen nummer 152 en de Muldersweg danwel Landjuweel en in de Tuindersweg 2 tot aan de Busschietersstraat. Bewoners geven aan dat daardoor verkeer uit Schoenmakershoek niet opstroopt vanwege de drukke randweg op de Tuindersstraat en Donkerstraat.

16 Milieuwerkgroep wijk De Grient Zienswijze Bewoners willen in de visie terugzien dat voor hun wijk gewerkt wordt aan beperking van de overlast van geluid en luchtverontreiniging. Zij geven aan dat 1/3 van de wijk een geluidsniveau in de omgeving van > 60 dB (tamelijk slecht) heeft en dat de zin uit de omgevingsvisie “onze huidige leefomgeving is van meer dan voldoende kwaliteit” aangepast moet worden. Bewoners onderschrijven de beweringen in de omgevingsvisie niet waar het gaat over de (beperkte) geluidsproductie op bedrijventerrein Vosdonk. Zij vragen zich af of er geluidsberekeningen zijn die dat bevestigen. Bewoners willen dat er een programma wordt ontwikkeld zodat de hele wijk voldoet aan de standaardwaarde. Zij willen dan ook niet dat ruimte wordt geboden aan de vestiging van nieuwe lawaaimakers. 14

We spreken samen met de gemeenten Moerdijk en Breda over de afwikkeling van verkeer tussen onze gemeenten en de snelweg. Hierbij bekijken we ook maatregelen om knelpunten op te lossen en sluipverkeer te voorkomen. We onderzochten het toepassen van een meer oostelijke weg die aansluit op de tunnel voor de wijk langs de Lage Vaartkant. Hoe verder we deze weg afleggen van de bestaande wegen en wijken, hoe minder verkeer deze weg aantrekt. We laten een tunnel daarom aansluiten op de bestaande gebiedsontsluitingswegen. Op dit moment zijn er geen knelpunten in aantallen verkeer op de bestaande wegen, behalve bij het kruispunt Lichttorenhoofd. Hier hebben we te maken met verkeerslichten en een spoorwegovergang die de vlotte doorgang bemoeilijken.

Reactie De Omgevingsvisie bevat ambities om de kwaliteit van de leefomgeving te verbeteren. Op veel plaatsen binnen de gemeente is de milieukwaliteit van de omgeving als goed aan te merken. Het is juist dat delen van de woonwijken die grenzen aan het industrieterrein hiervan invloed ondervinden. Bijvoorbeeld de delen die liggen binnen de geluidszone. Op plaatsen waar de kwaliteit nog onvoldoende is, zal het onze inzet zijn om die te verbeteren. In de omgevingsvisie is opgenomen dat de geluidszone zal worden teruggelegd en dus de beleidsruimte om meer lawaai te maken wordt ingeperkt. Dit zal dan volgens de systematiek van de Omgevingswet moeten gebeuren. Het industrieterrein Vosdonk-Noord is op grond van de Wet geluidhinder vanwege de aanwezigheid van Isover (grote lawaaimaker) gezoneerd. Met zonebeheer wordt de geluidszone bewaakt.

Voor wat betreft de luchtkwaliteit van de glaswolfabriek vinden bewoners dat in de visie opgenomen moet worden dat uiterlijk in 2030 wordt voldaan aan de normen van de WHO.

Glaswolfabriek Isover valt voor milieu en natuur onder bevoegd gezag van de provincie en beschikt over door de provincie verleende vergunningen. In deze vergunningen staan normen voor geluid en luchtemissies. Het is van belang dat deze vergunningen actueel zijn en het bedrijf voldoet aan de laatste stand der techniek.

Met betrekking tot het Tomado-terrein verzoeken bewoners in de planMer een studie op te nemen over de effecten van de nieuwe inrichting (zowel de nieuwe bedrijven als de nieuwe ontsluiting).

Het Tomado-terrein wordt herontwikkeld op basis van het geldende bestemmingsplan en is daarom niet opgenomen in de planMer. Er is wél een programma van eisen vastgesteld voor de inrichting en uitgifte van het terrein op het gebied van stedenbouw, duurzaamheid, klimaatadaptatie, groene inrichting en water.

Bewoners verzoeken de groei van geluidhinder (als gevolg van een toename van het autoverkeer) om te buigen. Ook in de Kattestraat waar zij al sinds 1988 actie voor voeren. Volgens bewoners kan dat door verkeersremmende maatregelen te nemen. Bewoners lezen in de planMER dat de Randweg Noord leidt tot een toename van verkeer in o.a. de Kattestraat geven aan er geen extra geluidshinder bij te kunnen hebben.

Uit het MER volgt dat door de autonome groei en de bouw van extra woningen het verkeer zal toenemen. Deze toename leidt – zonder maatregelen – tot een toename van geluidshinder en afname van de luchtkwaliteit. Dit is reden om een programma duurzame mobiliteit op te stellen waar ingezet wordt op stillere en schonere mobiliteit. De ontwikkeling van de Hoge Haansberg en de ontsluiting zullen – zoals uit het MER blijkt leiden tot een toename van geluidshinder op de woningen aan o.a. de Kattestraat.

Bewoners pleiten voor een ontsluitingsweg die wordt aangesloten op de Vossendaal/N640 omdat dit een vermindering van geluid betekent. Bewoners missen het onderzoek naar deze variant. Bewoners vinden dat er maatregelen getroffen moeten worden geluid van het spoor tegen te gaan.

Als we de randweg verder van de huidige woonwijken en nieuwe woningbouw afleggen, dan maakt hier minder verkeer gebruik van. Voor de coronapandemie deden we een onderzoek naar het doorgaande verkeer vanaf de Vossendaal en Hoevenseweg (richting Hoeven). Hieruit bleek dat een grootste deel van het verkeer een bestemming heeft in Etten-Leur. Er is maar een klein deel doorgaand verkeer. Het verkeer blijft daarom gebruik maken van de Hoevenseweg (in Etten-Leur) om naar hun bestemming in Etten-Leur te rijden. Prorail, beheerder van het hoofdspoorwegnet, is verantwoordelijk voor de sanering van het spoorweglawaai en het opstellen van het saneringsplan en het nemen van de maatregelen. Het saneringsplan is in 2021 vastgesteld en zal tussen de jaren 2022 en 2030 worden uitgevoerd door Prorail. Aan maatregelen kan men denken aan geluidsschermen en raildempers.

15

17 via Industriële Kring Etten-Leur (IKE) Zienswijze

Reactie

Ondernemer vraagt zich af of er mogelijkheden zijn om een leegstaand pand op het industrieterrein om te vormen tot een woonlocatie voor arbeidsmigranten.

Er zijn mogelijkheden om leegstaande panden om te vormen tot een woonlocatie voor arbeidsmigranten. Apart van het traject van de omgevingsvisie heeft de gemeenteraad begin 2022 bouwstenen vastgesteld voor beleid waarmee we collectieve voorzieningen voor arbeidsmigranten op industrieterreinen mogelijk kunnen maken. Op dit moment werken wij deze uit in meer concrete beleidsregels.

Daarnaast wordt de vraag gesteld om in de omgevingsvisie explicieter aandacht te geven aan het huisvesten van mensen met een specifieke zorgvraag; ook in de bestaande wijken. Dit als aanvulling op ‘wonen met zorg’.

We zijn met de betreffende onderneming die u hier aanhaalt in gesprek over een visie wonen en zorg voor de komende jaren. In dat kader bepalen we samen welke opgaven er liggen, door wie, waar en in welke vorm en volgorde die gerealiseerd moeten worden.

18 Bewoners Zienswijze Bewoners geven aan graag een persoonlijke en inhoudelijke reactie te ontvangen en niet (zoals vorige keer) een algemeen antwoord op te nemen onder een bepaalde categorie. Bewoners geven met foto’s aan dat een woonwijk in het gebied Lage Vaartkant wateroverlast veroorzaakt en de natuurbalans verstoord. Bovendien, zo geven zij aan, gaat mooi landschap en uniek stukje historie verloren. Zij vrezen dat de randweg oost een negatieve bijdrage levert aan verkeer, geluid en fijnstof en bovendien het knelpunt op de kruising Lichttorenhoofd met de Liesbosweg niet oplost. 16

Reactie Bij onze beantwoording van de reacties op de nota ‘bouwlocaties en wegvarianten’ hebben we alle reacties weldegelijk individueel beantwoord. Omdat sommige bewoners een reactie met dezelfde strekking hadden, hebben wij er daarnaast voor gekozen om voor vier categorieën één algemeen en meer uitgebreid antwoord te geven en daar (indien van toepassing) bij de individuele reacties naar te verwijzen. Een woonwijk realiseren op Lage Vaartkant zal gepaard gaan met diverse onderzoeken en vele gesprekken. Met u zien wij de opgave op gebied van water (en ook natuur en cultuurhistorie) als aandachtspunt. Wij zien het waterschap en de provincie als belangrijke (kennis) partners om te komen tot een goede en toekomstbestendige gebiedsontwikkeling. Wij nemen in de omgevingsvisie op dat we deze woonwijk realiseren in goede samenspraak met het waterschap en de provincie (A).

Bewoners geven aan dat de randweg aangesloten moet worden op de Attenlakenseweg zodat bestaande woningen worden ontzien. Bewoners geven aan dat de waarde van hun woning daalt en zij in deze onzekere tijd niet kunnen investeren in hun woning.

Door het aanleggen van een tunnel verdwijnt het knelpunt op het Lichttornhoofd Liesbosweg. Dit rekenden we door met een verkeersmodel. Het grootste probleem op de huidige kruising is de combinatie met verkeerslichten en een spoorwegovergang. Hierdoor kan het verkeer niet goed afwikkelen. Door de aanleg van een tunnel hoeft het verkeer het spoor niet te kruisen. De aanleg van de Randweg Oost zal ook consequenties hebben voor geluid en fijnstof. Dat zal nader onderzocht worden. De huidige milieueffectrapportage staat deze ontwikkeling op voorhand niet in de weg. De alternatieve route van de oostelijke randweg, die aansluit op de Attelakenseweg, is onderzocht maar blijkt verkeerskundig minder effectief te zijn en is daarom af gevallen. Wij begrijpen de vervelende en onzekere situatie waarin u zich momenteel bevindt. Wij blijven ons best doen door open en eerlijk naar u te communiceren en u te voorzien van informatie zodat ook u weloverwogen keuzes kunt maken.

19 Ruimtemeesters Namens client Zienswijze Bewoners geven aan dat in Nederland veel woningen leeg staan, terwijl die wel ingezet kunnen worden om te voorzien in de vraag. Bewoners zien in CBS cijfers dat het aantal nietbewoonde woningen voor Etten-Leur in 2021 435 bedraagt. Zij lezen in de visie niet terug hoe de gemeente deze beschikbaar maakt voor de woningmarkt. Bewoners lezen in de visie niet op welke wijze de gemeente de bestaande woningvoorraad verduurzaamt en gasloos maakt. Bewoners verwachten in de langetermijnvisie meer aandacht voor de verduurzaming van de oude wijken en de kansen die nieuwbouw biedt. 17

Reactie Woningen kunnen om verschillende redenen leeg staan. Het aantal dat u noemt is een administratief aantal. Voor zover woningen volgens onze gegevens langdurig leeg staan (minstens een jaar) gaat het om circa 100 woningen. Met die eigenaren zijn we in gesprek.

De gemeenteraad heeft in zijn vergadering van 20 september 2021 de Transitievisie Warmte versie 1.0 vastgesteld. Dit is het startdocument om Etten-Leur aardgasvrij te maken.

Er moeten nog besluiten worden genomen over een woningbouwprogramma voor de uitleggebieden. We gaan ervan uit dat er een logische mix komt van diverse woningtypen,

Bewoners begrijpen niet waarom op pagina 21 is aangegeven dat in Etten-Leur vooral grondgebonden woningen toegevoegd moeten worden. Zij zien eerder behoefte voor starters en senioren op de woningmarkt die juist op zoek zijn naar gestapelde woningen dicht bij binnenstedelijke voorzieningen. Bewoners zijn van mening dat de potentiële strategische ontwikkellocaties zich niet (alleen) buitenstedelijk bevinden. Zij vinden dat juist binnenstedelijk ruimte gevonden moet worden om wijken voor de toekomst te creëren. Daardoor kan het aantal woningen in Hoge Haansberg aanzienlijk verminderen. Bewoners zien graag een onderbouwing voor de benodigde woningen voor de autonome groei van Etten-Leur. Bewoners verzoeken de afstand tussen hun perceel en de Randweg Noord zo groot mogelijk te maken. En de ruimte die daarmee ontstaan in te richten als groene buffer. Daarbij verzoeken ze binnen de aanduiding ‘stedelijk uitloopgebied’ geen stedelijke verdichting toe te staan omdat dit het woongenot aantast.

18

die passen bij de meest actuele behoeften van woningzoekenden en die bijdragen aan woonvraagstukken van dat moment.

Vanzelfsprekend gaan we ook binnenstedelijk aan de slag met strategische woningbouw (en wat daar bij hoort). We zijn wel van mening dat de plannen die we daarvoor maken samenhangende oplossingen moeten opleveren voor wat wijken en buurten kwalitatief en kwantitatief nodig hebben. Het gaat dus altijd om meer dan alleen woningen toevoegen. Indicatief leveren prognoses die de provincie elke drie jaar laat opstellen ons een beeld van te verwachten groei van onze bevolking en te verwachten wijzigingen in de samenstelling van huishoudens. Daarnaast doen wij ook elke drie jaar eigen marktonderzoek. Ons laatste onderzoek dateert van eind 2019. Het resultaat daarvan zien we nu terug in actuele bouwplannen. Al deze informatie is te vinden op de websites van de gemeente en de provincie. In ieder geval tot 2030 wordt van ons verwacht dat we minstens 30% meer woningen bouwen dan ons normale programma van circa 200 woningen per jaar. Daarmee voorzien we in actuele behoeften van eigen inwoners, vooral voor de snelgroeiende groep huishoudens van 1 en 2 personen, en dragen we bij aan het deels inlopen van een fors woningtekort. Het is duidelijk dat u de Randweg Noord ver van uw woning gesitueerd wenst. Zodra de gemeenteraad de omgevingsvisie heeft vastgesteld waarin de wijk Hoge Haansberg en de Randweg Noord zijn opgenomen, gaan we werken aan de realisatie daarvan.

Wij gaan dan gesprekken voeren met omwonenden en belanghebbenden om het exacte tracé van de weg te bepalen. De aanduiding stedelijk uitloopgebied zien wij als een overgangszone tussen stedelijk en landelijk gebied. Wij zien daar functies zoals een manege, zorgboerderij, scouting. Bebouwing ten behoeve van die functie is dan niet uit te sluiten.

20 ABAB namens client Zienswijze Indiener vindt het opvallend dat figuur S2 en S3 uit de planMER afwijken van de kaart achter pagina 38 uit de Omgevingsvisie. Zij zien daarin een aanzienlijke afwijking (ook in terminologie) tussen de onderzoeken en de beoogde planontwikkeling. Daarnaast ziet indiener in figuur S2 een bedrijfsontwikkellocatie opgenomen, terwijl die in figuur S3 is aangeduid als overgangszone stad-platteland. Indiener ziet het gebied ten noorden van de Goorstraat en ten zuidwesten (op bijgevoegde tekening blijkt dat men zuidoosten bedoelt) van de randweg noord graag als stedelijk uitloopgebied en als overgangszone stadplatteland. Op die wijze is meer sprake van een aaneengesloten gebied. Indiener leest in de Omgevingsvisie dat voor ontwikkelingen in het buitengebied een storting moet plaatsvinden in een kwaliteitsfonds voor het buitengebied. Het valt indiener op dat deze relatie niet wordt gelegd bij woningbouwontwikkelingsgebieden en herontwikkeling van bedrijventerreinen. Volgens indiener zouden dát juist de belangrijkste redenen en financieringsbronnen moeten zijn voor het realiseren van de natuur- en landschapsdoelen en mogelijkheden voor extensieve recreatie in het buitengebied. Voor wat betreft de tuinbouwsector wordt in de Omgevingsvisie gesteld dat er geen sprake is van grootschalige projectmatige glastuinbouw.

Indiener vindt dat begrijpelijk, maar ziet de bestaande aangewezen 19

Reactie In de tekst bij de figuren S2 en S3 is vermeld dat in het MER locaties zijn verkend. In eerste instantie voor de periode tot 2030: 600 nieuwe woningen, 10 ha nieuw bedrijventerrein en nieuwe infrastructuur voor de ontsluiting van nieuwe woonlocaties en het aanpakken van bestaande knelpunten (figuur S2). Op basis van een conceptversie van de Omgevingsvisie en het MER heeft de gemeenteraad de onderzoeksvraag aangepast: doorkijk naar 2040 met meer woningen (tot maximaal 3.800), geen nieuw bedrijventerrein meer en aanpassing van de onderzoeksvarianten voor infrastructuur (figuur S3). De termen ‘stedelijk uitloopgebied’ en ‘overgangszone stad-platteland' werden inderdaad beide gebruikt terwijl ze van ons steeds dezelfde definitie hadden. Voor de duidelijkheid hanteren wij in de Omgevingsvisie consequent ‘stedelijk uitloopgebied'. Bij nader inzien is het voor de ruimtelijke en functionele indeling en afbakening van de noordwestzijde van Etten-Leur logischer dat deze hele zone –dat wil zeggen ook het gebied waarop de zienswijze doelt- wordt gezien als een overgangszone; dus stedelijk uitloopgebied. Wij passen de kaart in hoofdstuk 5 daar op aan (A). Een terechte opmerking over het kwaliteitsfonds. In de Omgevingsvisie is onvoldoende verwoord dat bij uitleggebieden een wordt storting gedaan in de reserve compenserend groen.

Deze storting wordt gebruikt om het verlies aan natuur op die ontwikkellocatie elders te compenseren. Een voorbeeld daarvan is de aanleg van de Groene Schakel tussen de natuurgebieden de Berk en het Liesbos. Wij passen de tekst hier op aan (A).

In de Omgevingsvisie staat dat voor de glastuinbouwsector de hoofdlijn van het beleid hetzelfde blijft. Dat betekent inderdaad dat we voor de glastuinbouwsector geen grootschalige en projectmatige glastuinbouw in nieuwe gebieden voorstaan, maar dat doorgroei van de bestaande en de eventuele vestiging van nieuwe glastuinbouwbedrijven (alleen) mogelijk is in de bestaande aangewezen gebieden (zo mogelijk geclusterd en in ieder geval onder de voorwaarde van een passende landschappelijke inpassing). Op de

gebieden graag concreet begrensd. Die gebieden liggen in het bestaande beleid namelijk op perceelsniveau vast. Indiener verzoekt de omschrijving van teeltondersteunende voorzieningen uitgebreider te formuleren. De tekst van de Omgevingsvisie legt nu met name een relatie naar de teelt van zacht fruit. Indiener wenst dat ook teelt op waterbasis tot de mogelijkheden kan behoren en dus niet alleen wordt bezien vanuit de vollegrondstuinbouw. Daarnaast vindt indiener ruimhartigere mogelijkheden voor teeltondersteunende voorzieningen wenselijk. Indiener mist een doorkijk naar het provinciaal beleid dat meer beleidsvrijheid geeft aan gemeenten om gebiedsgericht invulling te geven aan ontwikkelingsmogelijkheden. Indiener ziet ook graag in de visie uitgewerkt welke gebruiksmogelijkheden er zijn voor cultuurhistorisch waardevolle gebouwen in het buitengebied. Indiener geeft aan dat ruimere mogelijkheden voor herbenutting de financiering kunnen zijn voor de instandhouding of renovatie daarvan. Dat bij omvorming van een vrijkomend agrarisch object naar een andere bedrijfsactiviteit, wonen of anderszins, sloop van bebouwing moet plaatsvinden, staat voor indiener buiten kijf.

Maar indiener vindt het voorstelbaar dat de sloop van bebouwing ook toegepast wordt bij de ontwikkeling van een werklocatie als nieuw gebied, dat wil zeggen een sloopvoorwaarde om vervallen oude bedrijfsterreinen daarin te betrekken, met daarbij ruimhartige salderingsmogelijkheden.

20

kaart behorende bij de Gebiedsvisie buitengebied (paragraaf 4.2 van de Omgevingsvisie) zijn die gebieden op het abstractieniveau van de Omgevingsvisie aangeduid. In het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ zijn de gebieden op perceelsniveau vastgelegd. In de Omgevingsvisie wordt de teelt van zacht fruit genoemd als een sector waarin een toenemende behoefte bestaat aan teeltondersteunende voorzieningen. Daarmee worden andere sectoren niet uitgesloten. Wel moet opgemerkt worden dat de Omgevingsvisie niet het document is om een omschrijving van teeltondersteunende voorzieningen te geven. Dat hoort thuis in een bestemmingsplan, straks omgevingsplan. In dat kader zal te zijner tijd ook de teelt op water beoordeeld moeten worden. Tot op heden worden teeltondersteunende voorzieningen inderdaad bezien vanuit de vollegrondstuinbouw. Al dan niet ruimere mogelijkheden voor teeltondersteunende voorzieningen zullen ook pas in een omgevingsplan een plek krijgen. Voorafgaand daaraan worden in regionaal verband de mogelijkheden en voorwaarden nader verkend. Daarbij wordt ook het provinciaal beleid betrokken, evenals waterhuishoudkundige en landschappelijke aspecten. De gedachte dat ruimere herbenuttingsmogelijkheden van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing de renovatie en instandhouding daarvan bevordert, wordt onderschreven.

De exacte mogelijkheden zullen een plek krijgen in het omgevingsplan of via maatwerk. De gedachte op zich zal wel aan de tekst van de Omgevingsvisie toegevoegd worden om te etaleren dat die basisgedachte onderschreven wordt (A). Deze gedachte is op zich interessant. In Etten-Leur vindt vooralsnog echter geen ontwikkeling plaats van werklocaties in de vorm van nieuwe gebieden. Wel herontwikkeling van bestaande bedrijfsterreinen. Daar vindt echter sowieso sloop van oude bebouwing plaats. Zonnevelden op agrarische gronden worden om de in de visie genoemde redenen inderdaad niet wenselijk gevonden. Primair wordt ingezet op zonnepanelen op daken, zeker ook op de daken van bedrijfsgebouwen in het buitengebied. Die bedrijfsgebouwen kunnen ook kassen zijn, al zal daarbij ook natuurlijke lichttoetreding altijd een aandachtspunt zijn. Maar ook innovatieve ontwikkelingen als geïntegreerd onderdeel of

Indiener leest in de visie dat zonnepanelen op agrarische gronden niet wenselijk zijn en vindt dat alleszins voorstelbaar. Wel ziet indiener graag de mogelijkheid in de visie dat zonnepanelen gecombineerd kunnen worden met andere activiteiten of andere voorzieningen die ook landschappelijk goed zijn in te passen. Bijvoorbeeld zonnepanelen op de overkappingen van teeltondersteunende voorzieningen.

als doorzichtige overkappingen van teeltondersteunende voorzieningen zijn onder voorwaarden denkbaar. Dit zal aan de tekst van de Omgevingsvisie worden toegevoegd (A).

21 Avoord Zienswijze

Reactie

Avoord geeft aan dat het aantal ouderen gaat stijgen en het aantal arbeidskrachten afneemt. Zij missen daarom een onderliggende woon zorgvisie hetgeen volgens hen randvoorwaardelijk is om langer veilig en vertrouwd thuis te kunnen wonen.

We zijn met u in gesprek over een visie wonen en zorg voor de komende jaren. In dat kader bepalen we samen welke opgaven er liggen, door wie, waar en in welke vorm en volgorde die gerealiseerd moeten worden.

Zij vragen dan ook de aandacht voor het belang van woonvormen voor mensen met een specifieke zorgvraag (aanvullend op wonen met zorg). Zij zien een noodzaak tot wonen en zorg in alle woongebieden in Etten-Leur; niet alleen in de nieuwbouwwijken. De visie zien ze graag op dat onderdeel aangepast.

We voeren samen zorgaanbieders en maatschappelijke organisaties het plan van aanpak uit om van Etten-Leur een dementievriendelijke gemeente te maken. Op basis van de omgevingsvisie stellen we een visie op voor de inrichting van Hoge Haansberg. Kansen om deze wijk dementievriendelijk in te richten zullen we hierin zeker benutten.

Daarnaast vraagt Avoord aandacht voor het begrip dementie vriendelijke wijken. Met name bij de opzet en inrichting van nieuwe woonwijken liggen volgens hen kansen om daar rekening mee te houden. Avoord zet nadrukkelijk vraagtekens bij de stelling dat de zorg zich ontwikkelt naar algemene collectieve

Om de vergrijzing en de kosten van de ouderenzorg het hoofd te bieden, is het nodig dat een groter beroep wordt gedaan op de zelfredzaamheid. De zelfredzaamheid vergroten we door de sociale basis op orde te hebben. Algemene collectieve voorzieningen in de wijk maken onderdeel uit van deze sociale basis. We nemen dit mee in de op te stellen visie wonen en zorg.

21

voorzieningen. Zij zien dat de zorgkloof die op ons afkomt, het enorm groeiend aantal kwetsbare ouderen én de begrenzing aan de financierbaarheid van (ouderen)zorg ertoe leidt dat een (veel) groter beroep gedaan zal worden op individuele financiering en de zelfredzaamheid, alsmede de hulp van naasten en andere informele zorgers. Zij vinden het van groot belang dit mee te nemen in de omgevingsvisie. Zij roepen de gemeente ook op om “sterke gemeenschappen” als centraal begrip te hanteren. Gemeenschappen die zelf- en samenzorg ondersteunen. Dit betekent voor hen concreet dat in alle wijken woonvoorzieningen voor ouderen zijn geclusterd, maar daarbij nog altijd zelfstandig kunnen wonen. Als tweede centrale begrip zou volgens Avoord het principe “positieve gezondheid” kunnen dienen, een model dat Etten-Leur al kent en toepast en wat hen betreft een belangrijke plek verdient. Doel moet dan zijn een maximale bijdrage aan het levensgeluk van de mensen en hun gevoel van ertoe doen, hoe oud en kwetsbaar zij ook zijn. Avoord roept op tot intensieve en innovatieve samenwerking in alle ketens, ook over de financiële en organisatorische schotten heen. Ook daar vragen zij aandacht voor in de omgevingsvisie. Avoord bereidt zich graag samen met de gemeente voor op de vergrijzingsopgave en de groeiende zorgvraag.

Daarom, zo geven ze aan, vinden zij het belangrijk dat in de omgevingsvisie wordt aangegeven wat onze visie hierop is. De verdere uitwerking en uitvoering in bijvoorbeeld een

22

Wij zijn in overleg met u om samen het project van ‘community care’ van de grond te krijgen om sterke gemeenschappen te realiseren om de sterke vergrijzing de komende jaren het hoofd te bieden.

De ontschotting en organisatie voor de toekomstige samenwerking is geen item dat past in de Omgevingsvisie. Wél is dat een onderwerp voor de visie wonen en zorg voor de komende jaren. Daarover zijn we met u in gesprek. In dat kader bepalen we samen welke opgaven er liggen, door wie, waar en in welke vorm en volgorde die gerealiseerd moeten worden. De vergrijzingsopgave en groeiende zorgvraag kan daar dan ook onderdeel van uitmaken.

omgevingsprogramma pakken zij graag samen met de gemeente op.

22 IVN Dintel- en Marklanden Zienswijze

Reactie

Het IVN vindt het positief dat er diverse verwijzingen zijn opgenomen naar het belang van robuuste ecosystemen en de bescherming van flora en fauna. Het belang van robuuste groenstructuren en watersystemen wordt benadrukt. Het IVN ziet de aanbevelingen daarover in het MER graag omgezet in een programma. Dat geldt ook voor de verdrogingsproblematiek.

Het belang van robuuste ecosystemen, groenstructuren en watersystemen en van de bescherming van flora en fauna wordt onderkend. Vandaar de diverse verwijzingen in de Omgevingsvisie. Een en ander krijgt aandacht in diverse uitvoeringsprogramma's, bij de inrichting van de omgeving en/of in de uitvoeringspraktijk. Voorbeelden zijn de aanleg van ecologische verbindingszones, aandacht voor groen en een uitvoeringsprogramma met betrekking tot klimaatadaptatie, waarbij ook de verdrogingsproblematiek een aandachtspunt is.

Het IVN verzoekt de zinsnede ‘zoveel mogelijk’ op pagina 12 van de visie te verwijderen uit de zin "dat we zoveel mogelijk kiezen voor behoud en versterking van het landschap, natuur (…).” Datzelfde verzoeken zij doen zij over milieukwaliteiten die niet ‘behouden’ moeten worden, maar gestreefd moet worden naar verbetering.

Het gaat altijd om een integrale benadering, met daarbij een afweging met plussen en minnen. Behoud, versterking en verbetering zijn daarbij niet altijd in absolute zin te garanderen. Maar duidelijk is dat we de kwaliteit van onze huidige leefomgeving minimaal willen behouden en waar nodig moeten zien te verbeteren.

IVN geeft aan dat de deelnotitie ‘duurzaamheid en milieu’ een prominentere plek had mogen krijgen in het MER.

Deze deelnotitie is vertaald in de omgevingsvisie. In de uitwerking van de omgevingsvisie zal in programma's en beleidsdocumenten worden ingegaan op onderdelen van duurzaamheid en milieu. Als voorbeeld noemen wij de Transitievisie Warmte.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EttenLeur&id=c1ac604e-1ce3-4eac-9d1a-53f30a03c4fb