bijlage 1 Nota van Beantwoording zienswijzen omgevingsvisie en planMER d.d. 3 mei 2022.pdf
Tekst van het document
ruimte is optimalisering van de doorstroming niet of nauwelijks mogelijk. De toevoeging van woningen gaat leiden tot meer verkeersbewegingen. De bestaande verkeersstructuur kan dat niet overal opvangen. De rotonde Hoevenseweg – Concordialaan is te klein vormgegeven voor de hoeveelheid verkeer. Fietsers komen hier in de knel, omdat er onvoldoende ruimte is voor hen. Daarnaast is de diameter van de rotonde te klein voor bijvoorbeeld bussen of vrachtverkeer. Dit zien wij als een verkeersveiligheidsknelpunt dat niet naar voren komt in de hoeveelheid verkeer, maar wel in bijvoorbeeld ongevallencijfers. Daarnaast krijgen we meldingen van overlast van het verkeer, vooral op de Aletta Jacobslaan en Statenlaan. Met de aanleg van een randweg vermindert daar het verkeer en neemt de overlast af. Door de noordelijke randweg aan te leggen vermindert het verkeer ook op de Concordialaan. Hier ligt een grote basisschool aan en is ook een oversteekplaats aanwezig. De gedachte is daarom om Hoge Haansberg te ontsluiten via de noordelijke randweg. Door de nieuwe weg dicht tegen de bestaande bebouwing te leggen, kan ook het lokale verkeer, dat in de bestaande woonwijken moet zijn, daar gebruik van maken. Het idee van de randweg Noord is dat die óók een bijdrage biedt aan het oplossen van verkeersknelpunten ín onze bestaande kernen.
Het advies om de doortrekking van de Aletta Jacobslaan ruimtelijk en planologisch als optie te handhaven, nemen wij voor kennisgeving aan.
35 Bewoner Zienswijze
Reactie
Bewoner geeft aan dat onder de Etten-Leurse bevolking geen draagvlak is voor de bouwlocaties en randwegen. Daarnaast stelt bewoner dat Etten-Leur niet het landelijk probleem van het woningtekort kan oplossen en met circa 1500 woningen al een goed voorbeeld geeft. Die aantallen kunnen volgens bewoner prima op binnenstedelijke locaties
Op basis van ontvangen zienswijzen stellen wij niet vast dat er geen draagvlak is voor het bouwen van 3.800 woningen tot 2040. Verder lost Etten-Leur geen landelijk probleem op. We dragen wel bij aan een woningtekort dat ook lokaal aan de orde is, zoals blijkt uit lange wachtlijsten en – tijden voor allerlei vormen van woningbouw. Door tot en met 2025 nog circa 1.500 woningen binnenstedelijk te bouwen zorgen we ervoor dat aan actuele behoeften tegemoet kan worden gekomen. Vervolgens ligt er nog een hele opgave om
45
gevonden doordat telkens (onverwachts) bouwlocaties beschikbaar komen.
voor behoeften te bouwen een deel van het woningtekort terug te dringen. De nieuwe woonwijken zien we als de beste mogelijkheden. Waar dat mogelijk en verantwoord is proberen we ook in bestaande wijken nog slagen te maken.
Bewoner is van mening dat de dure randweg (noord red.) geen oplossing is en ziet liever een provinciale weg van de N389 met de N640. Andere instanties dragen dan financieel bij en de wijk Hoge Haansberg kan hierop worden aangesloten. Nog liever ziet bewoner investeringen op de binnenstedelijke verkeersstructuur.
Wij weten uit onderzoek dat een randweg noord op grotere afstand van de kern geen oplossing biedt voor onze bestaande binnenstedelijke verkeersknelpunten. Daarom kiezen wij niet voor die optie. Binnenstedelijk zien wij geen ruimte voor investeringen binnen de bestaande infrastructuur.
46
ADVIES COMMISSIE MER
Advies
Reactie
De gemeente Etten-Leur stelt een omgevingsvisie op om de koers voor de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente te bepalen voor de periode tot 2030 (met een doorkijk tot 2040). De visie maakt strategische keuzes, onder andere op het gebied van woningbouw, bedrijven, mobiliteit, duurzame energie en landbouw. Daarnaast worden in de omgevingsvisie concrete locaties vastgelegd voor woningbouw en aanpassing van de wegenstructuur. Voor het besluit over de visie is een milieueffectrapport opgesteld. De gemeenteraad van Etten-Leur heeft de Commissie voor de milieueffectrapportage gevraagd te adviseren over het MER. In dit advies spreekt de Commissie zich uit over de juistheid en de volledigheid van het MER.
Het MER en de omgevingsvisie hebben continue een parallel spoor doorlopen waarbij telkens de informatie uit de verschillende stappen van het MER zijn gebruikt voor de stappen in de omgevingsvisie en andersom. Deze stappen samen hebben geleid tot het definitief MER en de (ontwerp) omgevingsvisie. Dit betekent dat al in een heel vroeg stadium van de totstandkoming is gekeken naar de ambities en eventuele tegenstrijdigheden of conflicterende ambities. Hierbij is telkens afgewogen of een tegenstrijdigheid kan worden opgeheven, deze afweging is telkens vertaald in de uiteindelijke visie en daarmee ook in het MER. Doordat door het parallel lopen van het spoor van de omgevingsvisie en het MER is aan ‘de voorkant’ deze afweging al gemaakt en zijn er weinig echte knelpunten overgebleven. Kansen en aandachtspunten zijn vertaald in ambities en aandachtspunten. Concretisering van de ambities vindt plaats in verdere uitwerking van de omgevingsvisie in programma’s en het omgevingsplan.
Voor wat betreft de toelichting op de beoordeling, adviseert de Commissie om voorafgaand aan de besluitvorming in een aanvulling op het MER: - de ambities en milieudoelen te vertalen naar toetsbare criteria, zodanig dat knelpunten en kansen van beleidskeuzes in de omgevingsvisie hier uit afgeleid kunnen worden;
47
Een uitgebreide reactie op het advies van de Commissie en een nadere aanvulling op het MER is opgenomen in de oplegnotitie MER, deze wordt als bijlage aan de omgevingsvisie toegevoegd.
-
-
de haalbaarheid en verenigbaarheid van de ambities en milieueffecten daarvan te analyseren, zodat duidelijk wordt in hoeverre er sprake is van conflicterende claims; op basis hiervan een overzicht te geven van de belangrijkste knelpunten en kansen, die mede de ‘agenda’ vormt voor implementatie en uitwerking van de omgevingsvisie
Voor wat betreft de effectenbeoordeling van de strategische deel van de omgevingsvisie adviseert de Commissie om voorafgaand aan de besluitvorming in een aanvulling op het MER: - het beoordelingskader te concretiseren op basis van de staat van de leefomgeving en de in §2.1 van dit advies genoemde vertaling van ambities en milieudoelen; - de effectbeoordeling hiermee aan te scherpen en te onderbouwen welke beleidsuitspraken van de omgevingsvisie leiden tot welke beoordeling; - deze beoordeling te gebruiken voor het vaststellen van de belangrijkste aandachtspunten voor de besluitvorming en de uitwerking (agenda) van de omgevingsvisie.
48
De uitwerking van ambities en de beoordelingen zijn onderbouwd op het abstractieniveau van de Omgevingsvisie. Het klopt dus het dat de ambities niet zijn uitgewerkt in concrete criteria en dat vooral de intenties van de ambities zijn beoordeeld. Maar we zijn van mening dat het beoordelingskader integraal en compleet is. Het continue in een parallel spoor oplopen van het MER en de omgevingsvisie hebben geleid tot het definitief MER en de (ontwerp)omgevingsvisie. In samenspraak zijn de beoordelingen als volgt tot stand gekomen: - in eerste instantie zijn de huidige situatie en de referentiesituatie beoordeeld. Dit op basis van de informatie uit de Staat van Leefomgeving waarin de huidige staat en het beleid en trendmatige ontwikkelingen zijn beschreven (de brede inventarisatie fase). De beoordeling is allereerst in de vorm van de tabellen gedaan zoals in de bijlage bij het MER opgenomen. Hierin is ook de onderbouwing opgenomen. Voor de huidige staat is zoals de Commissie m.e.r. ook aangeeft, een waardeoordeel gegeven over de huidige kwaliteit. Vervolgens is beoordeeld hoe deze waarde zich ontwikkelt op basis van het huidige beleid van de gemeente en trendmatige ontwikkelingen. Dit kan een positieve of negatieve ontwikkeling zijn. - vervolgens is beoordeeld wat de invloed is/ kan zijn van de ambities in de Omgevingsvisie op deze ontwikkeling.
- hierna is de inhoud van de tabellen uitgeschreven in Hoofdstuk 6 van het MER. Deze werkwijze is uitgelegd in het m.e.r. De beoordelingen zijn voldoende onderbouwd op het abstractieniveau van de Omgevingsvisie. Tenslotte zijn ook aandachtspunten in de visie benoemd. Er is bewust niet voor gekozen een prioritering hierin aan te brengen. In de nadere uitwerking van de visie
worden de agendapunten verder bepaald. In de visie wordt hier bij de paragraaf over programma’s al op voorgesorteerd. De Commissie adviseert om voordat besloten wordt over de locaties voor woningbouw en aanpassingen aan infrastructuur, in een aanvulling op het MER: - een kwantitatieve analyse uit te voeren van mogelijke toenames van stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden en andere stikstofgevoelige natuur; - aan te geven welke mitigerende maatregelen genomen kunnen worden om aantasting van de natuurlijke kenmerken van deze gebieden te voorkomen en de effectiviteit en haalbaarheid van deze maatregelen aan te tonen.
In deze fase van visievorming zien wij geen meerwaarde in het uitvoeren van een dergelijke analyse. Het is zeker wel een onderwerp van onderzoek bij nadere uitwerking: dan zal concreet en gedetailleerd onderzoek plaatsvinden naar effecten en oplossingsrichtingen op basis van uitgewerkte plannen met de dan actuele versie van Aerius en actuele wet- en regelgeving en beleid.
AMBTSHALVE AANPASSINGEN Naast de aanpassingen op basis van de ingekomen zienswijzen zijn er ook diverse, zogenaamde ambtshalve aanpassingen doorgevoerd. Dit zijn actualisaties in de tekst of de afbeeldingen om recent (dus bestaand) beleid een plek te geven. Ook is een aantal kleine redactionele aanpassingen doorgevoerd om bijvoorbeeld de teksten vlotter te laten lopen of wat scherper weer te geven. In Hoofdstuk 5 ‘Strategische Ontwikkellocaties’ is in de paragraaf ‘Wonen’ toegevoegd dat we in de kantorenstrip aan de noordzijde van de Bredaseweg mogelijkheden willen benutten om in de toekomst (leegstaande) kantoren te transformeren naar wonen. Wij ontvangen al dergelijke verzoeken en het verlenen van medewerking past ook in de strategie om binnenstedelijke locaties te benutten voor het woningbouwprogramma. We willen er wel sturing aan geven om een goede ruimtelijke ordening te bewaken. In de Omgevingsvisie hebben we dat nader gemotiveerd en op de kaart is aangegeven welke zone daarvoor in aanmerking komt.
49