Bestemmingsplan 'Zwarthoofd5, uitbreiding DC Lidl'
Tekst van het document
Dit pand staat niet leeg, maar wordt door Lidl al gebruikt voor de inzameling en opslag van pet-flessen. Het perceel aan de Tussendonk zal na uitbreiding van het DC ook dienstdoen als parkeerterrein c.q. ontvangst van de chauffeurs om zodoende op het terrein van het DC een efficiëntere vervoersstroom te hebben. De geparkeerde voertuigen blijven wachten op de locatie aan de Tussendonk waardoor de omgeving van het DC niet onnodig belast wordt met verkeersbewegingen en geluid van koelmotoren van vrachtwagens. Naast een afname van mogelijke overlast is daarmee ook de veiligheid voor de omgeving gediend (minder verkeersdruk, minder parkeerdruk, activiteiten op afstand van omwonenden).
datum referentie
13 mei 2024 205583_AdB_RAP_0001_v10.0
P 33/101
Op locatie Zwarthoofd wordt ook een elektrisch laadplein gerealiseerd voor electrische trucks en op de locatie Tussendonk wordt onderzocht of ook een elektrisch laadplein voor vrachtwagens mogelijk is. Onderzoek locatie Tussendonk hangt nog af van de netcongestie problematiek welke ook in deze regio speelt. De locatie aan de Tussendonk is dus een toekomstgerichte locatie die zeker een aanvulling is op de voorgenomen uitbreiding van het DC maar niet gebruikt kan worden om de activiteiten te faciliteren die samenhangen met de voorgenomen uitbreiding van de locatie aan het Zwarthoofd. Het bestaande distributiecentrum van Lidl is gelegen op een perceel van circa 78.850m2. De bebouwing hierop bedraagt circa 38.000m2. In de toekomstige situatie gaat de bebouwing naar circa 53.000m 2 op een perceel van ca 103.300m2. Met deze toekomstige uitbreiding past de grootte binnen het distributiecentrum filiaalbelevering concept van Lidl, daarmee aangevende dat dit een duurzame investering is op de huidige locatie. Ter vergelijking: de locatie Tussendonk is groot circa 22.500m 2 en er staat circa 5600m2 bebouwing op. Deze locatie is veel te klein om de gewenste DC -uitbreiding op te plaatsen met de daarbij behorende manoeuvreerruimte. Het is dus een bewuste keuze van Lidl geweest om het huidige DC aan Zwarthoofd 5 uit te breiden.
Het perceel aan de Tussendonk zal dienst blijven doen als parkeerruimte om de overlast naar de omgeving te beperken. Tot slot geldt dat sprake is van een passende kavelomvang. Aan het initiatief ligt een concreet planvoornemen ten grondslag. De benodigde bedrijfsruimte is gebaseerd op de bestaande bedrijfsvoering en de beperkingen die de bestaande bouw hieraan oplegt. Vergelijkbaar met de bedrijfskavels direct ten oosten van het plangebied, wordt het onderhavige bedrijfskavel uitgebreid richting de spoorweg en wijkt daarmee in ruimtelijk opzicht niet af van hetgeen gebruikelijk is op Vosdonk. Duurzame stedelijke ontwikkeling Indien sprake is van een stedelijke ontwikkeling, dient bepaald te worden of ook sprake is van een ‘duurzame’ stedelijke ontwikkeling.
Artikel 3.42, lid 2 Iov zegt hierover het volgende: Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: • bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; • bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; • geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; • houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; • geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; • draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. Artikel 5.55 lid 2 Ov is nagenoeg gelijkluidend en kent dezelfde criteria, zodat een toetsing daaraan tot dezelfde uitkomst leidt. Gebaseerd op de Brabantse omgevingsvisie wordt aandacht gevraagd voor de opgaven vanuit een veilige, gezonde leefomgeving, energietransitie, klimaatadaptatie en een concurrerende, duurzame economie. Ten aanzien daarvan geldt onder andere dat de nieuwbouw niet wordt aangesloten op een gasaansluiting en dat deze gebouwd wordt conform de normen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). Onderzocht wordt nog of de bestaande bebouwing ook gasloos gemaakt kan worden. Omstreeks 2014 is binnen het bestaande bedrijfsperceel een geringe uitbreiding van de bouwmassa gerealiseerd.
Deze bouwmassa is geschikt gemaakt voor zonnepanelen op dak, welke sinds 2016 aanwezig zijn. Met de beoogde
datum referentie
13 mei 2024 205583_AdB_RAP_0001_v10.0
P 34/101
uitbreiding wordt bekeken of het areaal aan zon op dak verder kan worden uitgebreid. Ook worden voorbereidingen getroffen voor elektrisch transport door (vracht)auto’s. Tot slot blijkt uit paragraaf 4.3 dat de ontwikkeling hydrologisch neutraal te ontwikkelen is. De benodigde waterberging wordt voorzien door het toepassen van een ondergrondse voorziening in de vorm van een IT-riool met een capaciteit van 1.475 m3. Door te bouwen met niet-uitloogbare bouwmaterialen blijft de waterkwaliteit optimaal. Daarmee is de ontwikkeling ook aan te merken als een duurzame stedelijke ontwikkeling. 3.3.3.2 Artikel 3.71 Iov en 5.78 Ov, Bestaande niet-agrarische functie in Landelijk gebied Een deel van de ontwikkeling vindt plaats binnen het landelijk gebied. De Interim omgevingsverordening kent beperkte mogelijkheden voor uitbreiding van niet-agrarische functies in het landelijk gebied. Met artikel 5.78 lid 4 kent de Ov een iets ruimere mogelijkheid dan artikel 3.71 Iov. De uitbreiding vindt in het onderhavige geval plaats grenzend aan het stedelijk gebied. Na realisatie van de uitbreiding zal het nieuwe bedrijfsperceel onderdeel uitmaken van het stedelijk gebied. Daarom wordt het stedelijk gebied ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling herbegrensd, zodanig dat het nieuwe bedrijfsperceel geheel komt te liggen binnen het stedelijk gebied.
Hieraan ten grondslag ligt een herbegrenzingsverzoek. Het verzoek tot herbegrenzing is mogelijk op basis van art. 5.3 Iov. In zo’n geval verzoekt het college van burgemeester en wethouders Gedeputeerde Staten om de begrenzing van het werkingsgebied te wijzigen. Wel dient op basis van art. 5.3 Iov verantwoord te worden dat de herbegrenzing past binnen de herbegrenzingsvoorwaarden. De verantwoording hiervan is opgenomen in paragraaf 3.3.3.6 van deze toelichting. Met de invoering van de Omgevingswet en de Ov, waarbij de Iov vervalt, besluiten Gedeputeerde Staten niet meer omtrent afzonderlijke herbegrenzingsverzoeken maar worden tweejaarlijks aanpassingen van de kaarten van de Omgevingsverordening doorgevoerd voor die situaties waarin de herbegrenzing voldoet aan de Ov. De verantwoording in paragraaf 3.3.3.6 kan daarom vanaf 1-1-2024 aan de vaststelling van het bestemmingsplan ten grondslag worden gelegd. 3.3.3.3
Artikel 3.15 t/m 3.27 Iov en 5.30 t/m 5.42 Ov, Natuur Netwerk Brabant, Ecologische verbindingszone, Behoud en herstel van watersystemen en Attentiezone waterhuishouding. Naast de ligging van het plangebied binnen het Landelijk gebied en het Stedelijk gebied, ligt deze binnen nog een aantal andere werkingsgebieden. Het betreft specifiek de volgende werkingsgebieden: • Natuur Netwerk Brabant; • Natuur Netwerkt Brabant - ecologische verbindingszone; • Behoud en herstel van watersystemen; • Attentiezone waterhuishouding. De ligging van de werkingsgebieden ‘Natuur Netwerk Brabant’ en de daarbij behorende ‘Attentiezone waterhuishouding’ houden verband met de ligging van de Kibbelvaart binnen het plangebied. Ter hoogte van het plangebied is dit stromend water aangewezen als Natuur Netwerk Brabant. De Kibbelvaart en de directe gronden hieromheen zijn tevens aangewezen als ecologische verbindingszone. Bescherming van de Kibbelvaart wordt beoogd met het werkingsgebied ‘Behoud en herstel van watersystemen’. Het doel van een ecologische verbindingszone is het verbinden van verschillende natuurgebieden, waardoor planten en dieren zich makkelijker van het ene natuurgebied naar het andere natuurgebied kunnen verplaatsen. Hierdoor blijven populaties gezonder en is er minder kans op het uitsterven van soorten.
Onderdeel van de beoogde ontwikkeling betreft de omleiding van de Kibbelvaart langs het nieuwe bedrijfsperceel. Zoals in hoofdstuk 2 uiteen is gezet, wordt de Kibbelvaart binnen het plangebied verlegd, waarmee het watersysteem behouden blijft. De ecologische verbindingszone langs de Kibbelvaart wordt gerealiseerd waarmee de Kibbelvaart en aangrenzende gronden aangewezen worden als Natuur Netwerk Brabant (NNB).
datum referentie
13 mei 2024 205583_AdB_RAP_0001_v10.0
P 35/101
Naast herbegrenzing van het Stedelijk gebied zoals hierboven benoemd, wordt derhalve ook verzocht om herbegrenzing van de werkingsgebieden ‘Natuur Netwerk Brabant - ecologische verbindingszone’ en ‘Behoud en herstel van watersystemen’ en verwijdering van de werkingsgebieden ‘Natuur Netwerk Brabant’ en de bijbehorende ‘Attentiezone waterhuishouding’. Ook hiervoor geldt dat een dergelijk verzoek mogelijk is op basis van art. 5.3 Iov en met ingang van 1-1-2024 aan de daarvoor geldende open normen in de Ov wordt getoetst. De verantwoording voor zowel herbegrenzing conform de Iov als de toepassing van de Ov is opgenomen in paragraaf 3.3.3.6 van deze toelichting. Ter hoogte van het plangebied is de Kibbelvaart aangeduid als Natuur Netwerk Brabant. Met de beoogde uitbreiding van het distributiecentrum zal dit gedeelte van het Natuur Netwerk Brabant verloren gaan. Verlies van Natuur Netwerk Brabant dient ingevolge de Interim omgevingsverordening gecompenseerd te worden, fysiek dan wel financieel. Fysieke compensatie kan onder andere plaatsvinden in niet gerealiseerde ecologische verbindingszones. Hierover heeft nadere afstemming plaats gevonden met de provincie Noord-Brabant. Met het realiseren van natuur rondom de verlegde Kibbelvaart gaat dit deel ook functioneren als een ecologische verbindingszone en wordt daarmee onderdeel van het Natuur Netwerk Brabant.
Verdere natuuraanleg of kwaliteitsverbetering anderszins is niet aan de orde. Ten aanzien van de natuurontwikkeling is het streven erop gericht om een aaneengesloten natuurzone met begroeiing, bestaande uit grasland, ruigte, struweel en bosschages te creëren. Voor de optimale werking als verbindingszone worden flauwe taluds en poelen aangelegd en fungeren de natte delen als trekroute en paaimilieu voor diverse aquatische diersoorten zoals de bruine kikker, gewone pad, poelkikker, meerkikker, kleine watersalamander, alpenwatersalamander en vinpootsalamander. Door de nat-drooggradiënten en het aanbrengen van variantie in lagere en opgaande begroeiing wordt zo veel mogelijk diversiteit gecreëerd om naast aquatisch gebonden doelsoorten ook de egel, bunzing, wezel, hermelijn, roodborsttapuit en patrijs te bedienen. Als onderdeel van het bestemmingsplan voor de beoogde ontwikkeling is een natuurplan opgesteld waarin de kwaliteit en kwantiteit van de compensatie en de locatie daarvan is verbeeld. In het natuurplan is op een maaten schaalvaste tekening vastgelegd hoe de gronden kunnen worden ingericht, zodanig dat dit leidt tot realisatie van de ecologische verbindingszone. Aanleg en instandhouding van de ecologische verbindingszone worden in het bestemmingsplan voorwaardelijk verplicht. Het natuurplan is besproken in hoofdstuk 2 van deze toelichting.
Het werkingsgebied ‘Natuur Netwerk Brabant’ en de bijbehorende ‘Attentiezone waterhuishouding’ binnen de bedrijfsbestemming komen te vervallen. De gronden buiten het bedrijfsperceel worden aangewezen als ‘Natuur Netwerk Brabant’. De verlegde Kibbelvaart loopt hier doorheen. Tussen de gemeente Etten-Leur en de provincie Noord-Brabant heeft reeds afstemming plaatsgevonden omtrent de herbegrenzing van de diverse werkingsgebieden ten behoeve van onderhavig initiatief. Resultaat daarvan is dat de provincie te kennen heeft gegeven mee te willen werken aan deze herbegrenzing. Het voornemen tot herbegrenzing wordt geïntegreerd in de bekendmaking van het ontwerp bestemmingsplan. 3.3.3.4
Artikel 3.5, 3.6, 3.7 en 3.8 Iov en 5.7, 5.8, 5.9 en 5.10 Ov, Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies
Toetsingskader In de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies (paragraaf 3.1.2 Iov, paragraaf 5.1.2 Ov) is in artikel 3.5 t/m 3.8 Iov en 5.7 t/m 5.10 Ov opgenomen dat een bestemmingsplan bij de evenwichtige toedeling van functies invulling geeft aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Voor een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving wordt rekening gehouden met: a. zorgvuldig ruimtegebruik; b. de waarden in een gebied door toepassing van de lagenbenadering; c. meerwaardecreatie.
datum referentie
13 mei 2024 205583_AdB_RAP_0001_v10.0
P 36/101
Ad a) - Zorgvuldig ruimtegebruik 1. Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat: a. de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing, behalve in de gevallen dat: • nieuwvestiging mogelijk is op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk; • er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is en uitbreiding, al dan niet gelijktijdig met de vestiging van een functie, op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk is toegestaan; b. bij stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking); c. gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. 2. Onder bestaand ruimtebeslag voor bebouwing wordt verstaan bestaand stedelijk gebied of een bestaand bouwperceel. Ad b) - Toepassing van de lagenbenadering 1. De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd. 2. De lagenbenadering omvat de effecten op: a. de ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; b. de netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer; c.
de bovenste laag zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu. 3. Door de factor tijd actief te benutten wordt rekening gehouden met de herkomstwaarde, vanuit het verleden, de (on)omkeerbaarheid van optredende effecten en de toekomstwaarde gelet op duurzaamheid en toekomstbestendigheid. Ad c) - meerwaarderecreatie 1. Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: a. de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat; b. de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. 2. De fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit, bedoeld in artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap kan deel uitmaken van de meerwaardecreatie. De tekst van de artikelen 5.7 t/m 5.10 Ov is nagenoeg gelijkluidend en bevat exact dezelfde criteria, zodat de toetsing daaraan hetzelfde resultaat geeft als toetsing aan de Iov. Beoordeling Voorwaarden ad a: a. De toedeling van functies dient in beginsel plaats te vinden binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing.
Dit betreft het bestaand stedelijk gebied of een bestaand bouwperceel. Van beide is geen sprake. De geplande nieuwvestiging is echter mogelijk op grond van bepalingen uit de Interim omgevingsverordening, namelijk art. 3.42 Iov in combinatie met herbegrenzing van het Stedelijk gebied.
datum referentie
13 mei 2024 205583_AdB_RAP_0001_v10.0
P 37/101
b. c.
Bij een stedelijke ontwikkeling dient toepassing te worden gegeven aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Hieraan is in paragraaf 3.2.3 getoetst. Gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen dienen te worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. De begrenzing van het beoogde bouwvlak is zodanig afgestemd dat hieraan toepassing wordt gegeven.
Voorwaarden ad b: a. Toepassing van de lagenbenadering omvat de effecten op de ondergrond. In hoofdstuk 4 van onderhavige toelichting wordt ingegaan op deze effecten. b. Toepassing van de lagenbenadering omvat de effecten op de netwerklaag. Voor onderhavig initiatief behoeft geen nieuwe infrastructuur te worden aangelegd, anders dan een in- en uitrit en een interne ontsluitingsweg. De afwikkeling van het verkeer is beschreven in hoofdstuk 2. Voor het overige heeft het planvoornemen enkel effect op het natuurnetwerk. Vanwege feitelijke realisatie van de ecologische verbindingszone wordt een positieve natuurontwikkeling voorgestaan. De omschrijving van de toepassing van de lagenbenadering wordt verder uitgewerkt in paragraaf 3.3.3.6 onder het kopje ‘toepassing van de lagenbenadering’ op pagina 41 tot en met 47 van deze toelichting. c. Toepassing van de lagenbenadering omvat de effecten op de bovenste laag. De effecten op het milieu zijn beschreven in hoofdstuk 4. Er wordt geen significant negatief effect verwacht op de bovenste laag. Voorwaarden ad c: Door ontwikkelingen niet enkel vanuit een economische, sociale of ecologische hoek te bekijken maar bij belangrijke ontwikkelingen met een grote impact op de leefomgeving al deze aspecten te betrekken, ontstaat meerwaarde voor Brabant.
De beoogde ontwikkeling leidt op diverse aspecten tot meerwaardecreatie: • Door uitbreiding van het bedrijfsperceel kan worden gewaarborgd dat op de huidige locatie behoud (en groei) van werkgelegenheid wordt gewaarborgd. Tevens wordt een desinvestering op de huidige locatie, langdurige leegstand en verdere ‘verdozing’ elders voorkomen. • Met het planvoornemen kan worden gekomen tot feitelijke realisatie van een ecologische verbindingszone. • Duurzaamheid is een belangrijk onderdeel van het beleid van Lidl op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Dit betekent dat er diverse duurzame elementen worden toegevoegd aan de bedrijfsactiviteit zoals het afkoppelen van het gas, verdere uitbreiding van zonnepanelen op het bedrijfsdak, de aanleg van de ecologische verbindingszone en voorbereidingen voor elektrisch transport voor (vracht)auto’s. 3.3.3.5
Artikel 3.9 Iov en 5.11 Ov, Kwaliteitsverbetering van het landschap
Toetsingskader Artikel 3.9 Iov en artikel 5.11 OV schrijven voor dat een bestemmingsplan moet aangeven hoe een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied bijdraagt aan de verbetering van de kwaliteit van het landschap. De toelichting dient dan ook een verantwoording te bevatten van de wijze waarop de kwaliteitsverbetering financieel, juridisch en feitelijk is geborgd. Deze kwaliteitsverbetering dient binnen de hoofdlijnen van het te voeren ruimtelijk beleid voor dat gebied te passen. Dit kan bijvoorbeeld verzekerd worden middels landschappelijke inpassing, het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen of het slopen van bebouwing. In het regionaal ruimtelijk overleg tussen gemeenten en provincie (RRO, thans Ontwikkeldagen genoemd) hebben de gemeenten in de regio West-Brabant, waar de gemeente Etten-Leur onderdeel van uitmaakt, met de provincie afgesproken om te komen tot nadere afspraken over de toepassing van de verplichting tot kwaliteitsverbetering
datum referentie
13 mei 2024 205583_AdB_RAP_0001_v10.0
P 38/101
van het landschap in de praktijk. Door het RRO Regio West-Brabant is de kwaliteitsverbetering van het landschap uitgewerkt in de notitie ‘Afsprakenkader Kwaliteitsverbetering van het landschap in de regio West-Brabant’, aldus vastgesteld op 18 december 2014. Met de regionale notitie is bepaald dat er drie categorieën van ruimtelijke ontwikkelingen zijn: • Categorie 1: Ruimtelijke ontwikkelingen met nauwelijks tot geen landschappelijke invloed en waarbij geen (extra) kwaliteitsverbetering van het landschap wordt geëist. • Categorie 2: Ruimtelijke ontwikkelingen met weinig landschappelijke invloed, dan wel ruimtelijke ontwikkelingen die van nature aan het buitengebied zijn gebonden, of plaatsvinden in hiervoor aangewezen gebieden. De kwaliteitsverbetering vindt plaats in de vorm van landschappelijke inpassingsmaatregelen. Deze categorie is niet limitatief. • Categorie 3: Ruimtelijke ontwikkelingen welke niet tot categorie 1 of 2 behoren. De kwaliteitsverbetering wordt berekend op basis van de bestemmingswinst. Beoordeling Het planvoornemen voorziet in een landschappelijke inpassing welke geborgd is in de regels. De Kibbelvaart is aangemerkt als een ecologische verbindingszone. De verbindingszone kan momenteel niet voltooid worden. De initiatiefnemer neemt het daarom op zich om de ecologische verbindingszone af te ronden.
De ontwikkeling voorziet in een uitbreiding van een stedelijke functie in het buitengebied van de gemeente. De vereiste kwaliteitsverbetering van het landschap is als volgt berekend: Vereiste tegenprestatie De te leveren tegenprestatie bedraagt 1% van de koopsom van de betrokken gronden. De percelen ETN01-N303 en ETN01-N304 met een totale omvang van 33.169 m2 zijn gekocht voor € 2.000.000,- (gronduitgifteprijs). Een deel van deze gronden worden omgezet in natuur. De te leveren tegenprestatie (kwaliteitsverbetering van het landschap) bedraagt derhalve € 20.000,-. In te zetten gronden Naast de gronden aangekocht door de Lidl (kavels N303 en N304) worden nog gronden door Waterschap Brabantse Delta ingebracht voor de natuurontwikkeling. De totale omvang van de natuurontwikkeling bedraagt 15.783 m2. Aan te leggen natuur Om de natuur aan te leggen waardoor de Kibbelvaart als Natuur Netwerk Brabant gaat fungeren moeten de volgende werkzaamheden verricht worden: • Frezen van het huidige maaiveld; • Ontgraven watergang(en); • Ontgraven poelen; • Aanbrengen bomen; • Aanbrengen bosschage (struweel); • Profileren van het nieuwe maaiveld incl. taluds; • Inzaaien van de overige gebieden. Deze werkzaamheden leiden tot een investering van € 31,- per m2 voor de aan te leggen natuur. De kosten voor de natuurontwikkling bedraagt daarmee 15.783 m2 x € 31,- = € 489.273,-. Tegenprestatie
datum referentie
13 mei 2024 205583_AdB_RAP_0001_v10.0
P 39/101
De kwaliteitsverbetering van het landschap bestaat o.a. uit het aanbrengen van een landschappelijke inpassing door middel van bomen en het plaatsen van een hekwerk met kokosrollen aan de west- en noordzijde van het terrein van Lidl. Dit hekwerk wordt begroeid met hedera (zie het natuurplan dat is bijgevoegd als bijlage 2 bij de regels). Met voornoemde maatregelen wordt het terrein van Lidl landschappelijk ingepast en aan het zicht onttrokken. De kosten van voornoemde voorzieningen bedragen meer dan € 20.000,-. Daarmee wordt invulling gegeven aan de kwaliteitsverbetering van het landschap. De compensatie bestaat uit de aanleg van een ecologische verbindingszone. De aanleg en instandhouding daarvan worden in de planregels geborgd door middel van een voorwaardelijke verplichting (zie artikel 3.4.4). De te leveren kwaliteitsverbetering van het landschap bedraagt € 20.000,-. De door de initiatiefnemer te realiseren natuurontwikkeling Kibbelvaart kost € 489.273,-. Met de natuurontwikkeling wordt ruimschoots voldaan aan de verplichting tot kwaliteitsverbetering van het landschap. 3.3.3.6
Artikel 5.3 Wijziging grenzen van werkingsgebieden
Toetsingskader Artikel 5.3 lid 1 Iov: Gedeputeerde Staten hebben de bevoegdheid om de grenzen van de werkingsgebieden te wijzigen, maar ook gemeenten kunnen in het kader van een ruimtelijk plan verzoeken om tot grenswijziging over te gaan. Grenswijziging is mogelijk als één of meer van de volgende gevallen zich voordoet: a. de wijziging is nodig voor een doelmatige uitvoering; b. de wijziging draagt bij aan het doel waarvoor het werkingsgebied is opgenomen; c. de wijziging past binnen de uitgangspunten en basisprincipes van deze verordening; d. er is sprake van kennelijke onjuistheden in de begrenzing; e. de begrenzing van een gebied is niet langer in overeenstemming met een bestemmingsplan dat overeenkomstig artikel 3.8, derde lid, Wet ruimtelijke ordening is vastgesteld. Voor het wijzigen van de grenzen van het Natuur Netwerk Brabant geldt in aanvulling op het eerste lid: Artikel 5.3, lid 2 Iov: In aanvulling op het eerste lid geldt voor een wijziging van de grenzen van het Natuur Netwerk Brabant dat: 1. een wijziging van de grens van Natura2000 niet is toegestaan; 2. de wijziging tot doel heeft de ecologische samenhang van het Natuur Netwerk Brabant te verbeteren; 3. de kwalitatieve en kwantitatieve ambities van het Natuur Netwerk Brabant worden behouden of versterkt.
Voor het wijzigen van de grenzen van de Attentiezone Waterhuishouding geldt in aanvulling op het eerste Lid: Artikel 5.3, lid 3 Iov: In aanvulling op het eerste lid geldt voor een wijziging van de grenzen van Attentiezone Waterhuishouding dat de beoogde ontwikkeling waarvoor de wijziging nodig is, geen nadelig effect heeft op de waterhuishouding ter plaatse. Met de invoering van de Omgevingswet en de Ov, waarbij de Iov vervalt, besluiten Gedeputeerde Staten niet meer omtrent afzonderlijke herbegrenzingsverzoeken maar worden tweejaarlijks aanpassingen van de kaarten van de Omgevingsverordening doorgevoerd voor die situaties waarin de herbegrenzing voldoet aan de Ov. De verantwoording in deze paragraaf kan daarom vanaf 1-1-2024 aan de vaststelling van het bestemmingsplan ten grondslag worden gelegd, zonder dat een specifiek herbegrenzingsbesluit wordt genomen. De herbegrenzing die dit bestemmingsplan bevat is in overeenstemming met een evenwichtige toedeling van functies en voldoet aan de criteria die de Ov stelt.
datum referentie
13 mei 2024 205583_AdB_RAP_0001_v10.0
P 40/101
Beoordeling In onderhavig geval wordt aangesloten bij het geval genoemd onder c.: de wijziging past binnen de basisprincipes van de verordening. De basisprincipes van de verordening zijn neergelegd in paragraaf 3.1.2 van de Interim omgevingsverordening en 5.1.2 van de Omgevingsverordening.. Vanuit de zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit gaat het daarbij om een drietal principes die afkomstig zijn uit de Brabantse omgevingsvisie: • zorgvuldig ruimtegebruik; •
toepassing van de lagenbenadering;
•
meerwaardecreatie.
Zorgvuldig ruimtegebruik Het principe van zorgvuldig ruimtegebruik is al geruime tijd in het provinciaal beleid verankerd en omvat diverse aspecten. Doel is om het bestaand bebouwd gebied zo goed als mogelijk te benutten. Het optimaal benutten van de bestaande bebouwde omgeving draagt bij aan het behoud van de openheid en kwaliteit van het buitengebied en aan hergebruik van leegkomende of bebouwingslocaties in zowel stedelijk als landelijk gebied. Met voorliggend planvoornemen wordt een bestaand bedrijfskavel gelegen binnen het stedelijk gebied uitgebreid binnen het landelijk gebied. De ontwikkeling is nodig om een voor nu en in de toekomst duurzame bedrijfsvoering van een reeds ter plaatse gevestigd bedrijf te waarborgen. Uitdrukkelijk wordt hiermee géén ruimte geschapen voor de vestiging van (meerdere) individuele bedrijven, maar gaat het om de uitbreiding van één bestaand bedrijf. Hiermee wordt het beleid gericht op het voorkomen van onnodig nieuw ruimtebeslag vanwege nieuwvestiging in het landelijk gebied nageleefd. Het voorkomen van onnodig nieuw ruimtebeslag krijgt ook vorm door eerst de mogelijkheden binnen de bestaande bebouwde omgeving optimaal te benutten. Binnen het bestaande bedrijfsperceel is echter onvoldoende ruimte om te voorzien in de beoogde uitbreiding van bedrijfsbebouwing, mede vanwege de benodigde ruimte voor het laden en lossen van vrachtwagens.
Binnen het bedrijventerrein Vosdonk is tevens geen ander bedrijfskavel aanwezig welke kan voldoen aan de specifieke ruimtevraag van het distributiecentrum. Lidl Nederland verkiest daarom uitdrukkelijk een uitbreiding van het bestaande distributiecentrum boven nieuwbouw op een andere locatie elders in Noord-Brabant. Hiermee wordt een desinvestering op de huidige locatie en verdere ‘verdozing’ elders voorkomen en wordt behoud van lokale werkgelegenheid nagestreefd. Bovendien is de huidige bebouwing binnen het bedrijfsperceel dermate van omvang, dat deze slechts door een gering aantal andere bedrijven benut zou kunnen worden. Een verhuizing van Lidl uit het bestaande distributiecentrum zou daarmee naar waarschijnlijkheid leiden tot langdurige leegstand van bebouwing binnen het plangebied. Met het planvoornemen wordt derhalve onnodig ruimtebeslag voorkomen. Een ander aspect van zorgvuldig ruimtegebruik is het uitgangspunt dat gebouwen, bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen het bouwperceel. Het is niet wenselijk dat overal ‘los’ in het landelijk gebied dergelijke voorzieningen worden opgericht. Het beoogde bouwperceel inclusief bouwvlak is daarom afgestemd op de voorliggende ontwikkeling en er worden ook geen verdere uitbreidingsmogelijkheden gecreëerd. Zoals gezegd gaat het om de uitbreiding van één bestaand bedrijf.
Toepassing van de lagenbenadering De toepassing van de lagenbenadering is een hulpmiddel om de effecten van een ontwikkeling in beeld te brengen. Het gaat daarbij om het effect op de lagen in wisselwerking met elkaar waarbij de factor tijd actief wordt benut. De eigenschappen van de ondergrond, het landschap, de infrastructuur en de mate van verstedelijking verschillen sterk binnen Brabant. Hierdoor kan een ingreep in het oosten van Brabant heel anders uitpakken dan in WestBrabant. Daarom is het van belang om te weten hoe de omgeving in elkaar steekt en te kijken naar alle lagen: de ondergrond, de netwerklaag, de bovenlaag en de tijdsdimensie. Tussen deze lagen bestaat een wisselwerking.
datum referentie
13 mei 2024 205583_AdB_RAP_0001_v10.0
P 41/101
Iedere laag kent zijn eigen dynamiek, verschillende veranderingssnelheid en mate van omkeerbaarheid bij ingrepen. Het in de Interim omgevingsverordening opgenomen ‘Stedelijk gebied’ komt voort uit de in 2004 en 2005 vastgestelde uitwerkingsplannen van het Streekplan Noord-Brabant 2002. Eén van de twee vaste onderdelen van het uitwerkingsplan vormde het Duurzaam Ruimtelijk Structuurbeeld (DRS). Het DRS geeft een beeld van de ruimtelijke structuur (opbouw en samenhang) van deelgebieden. Het DRS is opgesteld met behulp van een analyse van de drie lagen, te weten ‘ondergrond’, ‘netwerken’ en ‘occupatiepatroon’ volgens de lagenbenadering. Het duurzaam ruimtelijk structuurbeeld voor Etten-Leur is verbeeld in de plankaart van het provinciaal uitwerkingsplan voor de stedelijke regio Breda - Tilburg. De uitbreidingslocatie is op deze plankaart reeds aangemerkt als ‘stedelijk gebied’ met (gedeeltelijk) de laag ‘beheer beekdalsysteem’. Dit betekent dat voor onderhavige uitbreidingslocatie reeds in het verleden een lagenbenadering heeft plaatsgevonden waaruit blijkt dat de gewenste uitbreidingsrichting aanvaardbaar is.
Uitsnede plankaart behorend bij het provinciaal uitwerkingsplan voor de regio Breda - Tilburg. Onderhavig plangebied is globaal aangeduid met een rode contour.
Voor een aantal aspecten die bij de lagenbenadering betrokken worden, bevat de Interim omgevingsverordening specifieke regels, zoals het Natuur Netwerk Brabant, de groenblauwe mantel, cultuurhistorische- en aardkundige waarden, stiltegebied en delen van het watersysteem. Het op de plankaart van het uitwerkingsplan opgenomen ‘beheer beekdalsysteem’ houdt verband met de genoemde natuurlijke en cultuurhistorische waarden. Het ‘beheer beekdalsysteem’ is hierin opgenomen vanwege de ligging van de eerder benoemde Kibbelvaart, welke waterloop eveneens is aangemerkt als ‘Natuur Netwerk Brabant’. De Kibbelvaart betreft een turfvaart, waarschijnlijk daterend uit 1600-1700, welke vanuit cultuurhistorisch oogpunt is aangemerkt als historische lijn met een ‘zeer hoge waarde’. Het gedeelte van de Kibbelvaart ten zuiden van de spoorweg Roosendaal-Breda is, ten gevolge van het minder herkenbaar zijn als voormalige turfvaart, echter
datum referentie
13 mei 2024 205583_AdB_RAP_0001_v10.0
P 42/101
lager gewaardeerd (bron: Cultuurhistorische waardenkaart provincie Noord-Brabant). Ter behoud van het watersysteem wordt daarom voorgenomen de Kibbelvaart binnen het plangebied te verleggen richting het noorden. De watergang behoudt daarbij zijn aansluiting met de ligging van de Kibbelvaart buiten het plangebied. Navolgend is de beoogde verlegging van de Kibbelvaart verbeeld.
Beoogde omlegging van de Kibbelvaart binnen het plangebied
De Kibbelvaart zelf en de directe gronden rondom de watergang zijn aangemerkt als (natte) ecologische verbindingszone. Het doel van een ecologische verbindingszone is het verbinden van verschillende natuurgebieden, waardoor planten en dieren zich makkelijker van het ene natuurgebied naar het andere natuurgebied kunnen verplaatsen. Hierdoor blijven populaties gezonder en is er minder kans op het uitsterven van soorten. Recent is hiervoor door waterschap Brabantse Delta en de gemeente Halderberge aangevangen met de feitelijke realisatie van de ecologische verbindingszone langs de Kibbelvaart, ter hoogte van het plangebied. Binnen het plangebied kon, onder andere vanwege eigendomsverhouding, de feitelijke realisatie van de EVZ slechts ten dele plaatsvinden. De volgende afbeelding duidt dit.
datum referentie
13 mei 2024 205583_AdB_RAP_0001_v10.0
P 43/101
Overzichtstekening realisatie ‘EVZ Kibbelvaart’. Het plangebied is rood omkaderd.
Satellietfoto ter hoogte van de onderhavige uitbreidingslocatie. Met de groene contour is de feitelijk gerealiseerde ecologische verbindingszone geduid zoals thans aanwezig binnen het plangebied.
datum referentie
13 mei 2024 205583_AdB_RAP_0001_v10.0
P 44/101
Ter hoogte van het plangebied is de Kibbelvaart aangeduid als Natuur Netwerk Brabant. Met de beoogde uitbreiding van het distributiecentrum zal dit gedeelte van het Natuur Netwerk Brabant verloren gaan. Deze aanduiding betreft de feitelijke waterloop van de Kibbelvaart. Verlies van Natuur Netwerk Brabant dient ingevolge de Interim omgevingsverordening gecompenseerd te worden, fysiek dan wel financieel. Fysieke compensatie kan onder andere plaatsvinden in niet gerealiseerde ecologische verbindingszones. Het betreffende deel van de Kibbelvaart is tevens aangewezen als een Natuur Netwerk Brabant – ecologische verbindingszone. Deze aanduiding geeft aan dat deze nog niet gerealiseerd is. Met onderhavig plan wordt de loop van de Kibbelvaart aangepast en volledig gerealiseerd als een ecologische verbindingszone. De gronden gaan daarmee direct behoren tot het Natuur Netwerk Brabant. Het streven is om een aaneengesloten natuurzone met begroeiing, bestaande uit grasland, ruigte, struweel en bosschages te creëren. Voor de optimale werking als verbindingszone worden flauwe taluds en poelen aangelegd en fungeren de natte delen als trekroute en paaimilieu voor diverse aquatische diersoorten zoals de bruine kikker, gewone pad, poelkikker, meerkikker, kleine watersalamander, alpenwatersalamander en vinpootsalamander.
Door de nat-drooggradiënten en het aanbrengen van variatie in lagere en opgaande begroeiing wordt zo veel mogelijk diversiteit gecreëerd om naast aquatisch gebonden doelsoorten ook de egel, bunzing, wezel, hermelijn, roodborsttapuit en patrijs te bedienen. Als onderdeel van het bestemmingsplan voor de beoogde ontwikkeling is een natuurplan opgesteld (zie paragraaf 2.4) waarin de kwaliteit en kwantiteit (15.783 m2 natuurontwikkeling) van de compensatie en de locatie daarvan is verbeeld. In paragraaf 3.3.3.5 is nader ingegaan op de omvang van de kwaliteitsverbetering die gerealiseerd wordt. In het natuurplan wordt op een maat- en schaalvaste tekening vastgelegd hoe de gronden kunnen worden ingericht, zodanig dat dit leidt tot realisatie van de ecologische verbindingszone. Aanleg en instandhouding wordt in het bestemmingsplan geborgd door middel van een voorwaardelijke verplichting. De zone tussen de uitbreiding van het distributiecentrum en het spoor met de zone ten westen van de uitbreiding (kavel 303) zal worden gerealiseerd als onderdeel van het Natuur Netwerk Brabant (NNB). Het perceel grenst hiermee aan perceel N 1393, gemeente Halderberge in het westen. Op dit perceel is de ecologische verbindingszone reeds gerealiseerd en is daarmee NNB. Aan de noordzijde (overkant spoor) gaat de Kibbelvaart verder over perceel N 462. Ook dit perceel is gelegen in de gemeente Halderberge.
De Kibbelvaart is ook hier ingericht als ecologische verbindingszone en daarmee NNB.
datum referentie
13 mei 2024 205583_AdB_RAP_0001_v10.0
P 45/101
303 Opp: 21.992 m2
448 Opp: 3.925 m2
304 Opp: 5.177 m2
309 Opp: 1.524 m2
307 Opp: 2.731 m2
Overzicht bij de ontwikkeling betrokken percelen.
De inrichting van de nieuwe ecologische verbindingszone sluit aan bij de randvoorwaarden zoals gesteld door waterschap Brabantse Delta. Hierin staat beschreven dat de verbindingszone als nat kralensnoer ingericht moet worden, geschikt voor doelsoorten zoals de bruine kikker, gewone pad, poelkikker, meerkikker, bastaardkikker en kleine watersalamander en alpenwatersalamander. In het algemeen kan gesteld worden dat deze soorten zich thuis voelen in een landschap met bloemrijk grasland, schuilplaatsen in de vorm van struweel en poelen met een flauwe noordoever. De nieuwbouw wordt landschappelijk ingepast door middel van een bomenrij van de soort Salix alba (schietwilg). De bomenrij wordt aan de westzijde grotendeels geplaatst op een wal. Deze soort zal beheerd worden als knotwilg door de boom één keer in de 3 jaar te knotten. Ten westen van de uitbreiding zorgt een mix van Alnus glutinosa (zwarte els), Fraxinus excelsior (es) en Salix alba (schietwilg) voor de landschappelijke inpassing. De bomen zullen aan de westzijde een hoogte hebben van 3,5 meter bij aanplant en aan de noordzijde 2 meter bij aanplant. Achter de bomenrij aan de noordzijde is een hekwerk voorzien van 2 meter hoog dat richting de noordwesthoek van de locatie oploopt naar 4 meter hoog (zie navolgende figuur).
datum referentie
13 mei 2024 205583_AdB_RAP_0001_v10.0
P 46/101
De rode lijn geeft aan waar het hekwerk 4 meter hoog is.
Het hekwerk is voorzien van kokosrollen met groenbljvende klimplanten (zoals bijvoorbeeld Hedera helix). Aan de westzijde zal de huidige grondwal zo ver als mogelijk worden doorgetrokken achter de aan te leggen bomenrij. De gemiddelde hoogte van de huidige grondwal wordt hierin aangehouden, Daar waar de grondwal niet verder doorgetrokken kan worden zal dit worden doorgezet in een constructief scherm van 2 tot 4 meter hoog, waarbij de buitenzijde is afgewerkt met duurzame kokosvezels. Het scherm is niet lichtdoorlatend en heeft een geluidreducerende werking. Het scherm wordt begroeid met klimplanten. Op deze wijze wordt het aanzicht buitenom zo veel als mogelijk in het landschap opgenomen. Hiermee wordt het gebouw verzacht door een groene zone. Deze in combinatie met passend materiaalgebruik en kleurstelling draagt zorg voor een fraaie buffer tussen het bedrijf, de nieuwe natuur van de Kibbelvaart en de omwonenden.
Doorsnede waarbij de grondwal, het hekwerk in relatie staan tot de hoogte van een vrachtwagen
Het werkingsgebied ‘Natuur Netwerk Brabant’ en de bijbehorende ‘Attentiezone Waterhuishouding’ komt te vervallen ter plaatse van de uitbreiding van de bedrijfsgronden. De Kibbelvaart is buiten het plangebied aangewezen als NNB. De gronden van de uitbreiding binnen het plangebied maar buiten het bedrijfsperceel worden volledig aangewezen als NNB om zodoende wel hun ecologische en natuurlijke functie te duiden en te beschermen.
datum referentie
13 mei 2024 205583_AdB_RAP_0001_v10.0
P 47/101
Meerwaardecreatie Door ontwikkelingen niet enkel vanuit een economische, sociale of ecologische hoek te bekijken maar bij belangrijke ontwikkelingen met een grote impact op de leefomgeving al deze aspecten te betrekken, ontstaat meerwaarde voor Brabant. De beoogde ontwikkeling leidt op diverse aspecten tot meerwaardecreatie: 1. Door uitbreiding van het bedrijfsperceel kan worden gewaarborgd dat op de huidige locatie behoud van werkgelegenheid wordt gewaarborgd. Tevens wordt een desinvestering op de huidige locatie, langdurige leegstand en verdere ‘verdozing’ elders voorkomen. 2. Met het planvoornemen kan worden gekomen tot feitelijke realisatie van een ecologische verbindingszone. 3. Duurzaamheid is een belangrijk onderdeel van het beleid van Lidl op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Dit betekent dat er diverse duurzame elementen worden toegevoegd aan de bedrijfsactiviteit zoals verdere uitbreiding van zonnepanelen op het dak, de aanleg van de ecologische verbindingszone en voorbereidingen voor elektrisch transport voor (vracht)auto’s. Bij de nieuwbouw wordt zo veel als mogelijk is gebruik gemaakt van duurzame bouwmaterialen zodat voldaan wordt aan BREEAM Excellent. Hittestress wordt bestreden door het realiseren van de landschappelijke inpassing waarmee een groene inrichting rondom het terrein tot stand komt waaronder een bomenrij.
Het gebouw wordt voorzien van een witte dakbedekking. Een wit dak is koeler dan een donker dak. Aanvullende wijzigingsvoorwaarden In aanvulling op de genoemde algemene wijzigingsvoorwaarden, geldt voor het wijzigen van de grenzen van het Natuur Netwerk Brabant dat: 1. een wijziging van de grens van Natura2000 niet is toegestaan; 2. de wijziging tot doel heeft de ecologische samenhang van het Natuur Netwerk Brabant te verbeteren; 3. de kwalitatieve en kwantitatieve ambities van het Natuur Netwerk Brabant worden behouden of versterkt. Voor een wijziging van de grenzen van ‘Attentiezone Waterhuishouding’ geldt bovendien dat de beoogde ontwikkeling waarvoor de wijziging nodig is, geen nadelig effect heeft op de waterhuishouding ter plaatse. Binnen en direct rondom het plangebied is geen sprake van een Natura 2000-gebied. De wijziging heeft tezamen met een uitbreiding van een bestaand bedrijfsperceel tot doel de ecologische samenhang van het Natuur Netwerk Brabant te verbeteren. De beoogde herbegrenzing van het Natuur Netwerk Brabant leidt immers tot een compensatieplicht, waardoor een nog niet gerealiseerde ecologische verbindingszone feitelijk kan worden aangelegd. Hiermee worden ook de kwalitatieve ambities ten aanzien van het NNB versterkt.
Met de wijziging van de grenzen van de ‘Attentiezone Waterhuishouding’ blijft de waterhuishouding en het waterdoorvoerend vermogen van de Kibbelvaart behouden. De Kibbelvaart binnen het plangebied blijft immers in beide stroomrichtingen verbonden met de watergang buiten het plangebied. Conclusie Er wordt invulling gegeven aan een evenwichtige toedeling van functies (goede omgevingskwaliteit). 3.3.3.7
Artikel 3.44a Iov en 5.56a Ov, Grootschalige logistiek
Toetsingskader Op 7 juli 2023 hebben Provinciale Staten regelwijziging 5 van de Interim omgevingsverordening (Iov) vastgesteld. Het betreft een wijziging van de Interim omgevingsverordening gericht op het beperken van de ontwikkeling van grootschalige logistiek op ongewenste locaties door de volgende wijzigingen door te voeren: • Opnemen van een nieuwe werkingsgebied Beperking grootschalige logistiek;
datum referentie
13 mei 2024 205583_AdB_RAP_0001_v10.0
P 48/101
• •
•
Opnemen van instructieregels voor grootschalige logistiek; Opnemen van rechtstreeks werkende regels voor grootschalige logistiek om de ontwikkeling van grootschalige logistiek op ongewenste locaties binnen vigerende planologische mogelijkheden te beperken totdat de vigerende bestemmingsplannen conform de instructieregels zijn aangepast; Aanvulling van de instructieregels voor zorgvuldig ruimtegebruik gericht op het intensiever benutten van bestaand ruimtebeslag.
Met de voorgestelde wijziging wordt het eerder op 3 maart 2023 genomen voorbereidingsbesluit vertaald naar een regeling van de Interim omgevingsverordening, die ook in de Omgevingsverordening is overgenomen.
Uitsnede kaart Beperking grootschalige logistiek, plangebied is met rode aanwijzer aangeduid. Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl
Beoordeling Als voorbereiding op het besluit d.d. 7 juli 2023 hebben Provinciale Staten op 3 maart 2023 een voorbereidingsbesluit genomen. Dit voorbereidingsbesluit is gebaseerd op regionale afspraken uit 2022 en in samenwerking met alle gemeenten in de regio West-Brabant tot stand gekomen. De ontwikkellocatie van Lidl DC aan het Zwarthoofd 5 op bedrijventerrein Vosdonk ligt binnen het werkingsgebied Beperking grootschalige logistiek zoals vastgesteld in de Iov-regelwijziging 5. Door middel van toepassing van de in de instructieregels opgenomen uitzonderingsmogelijkheid wil de gemeente Etten-Leur voor deze specifieke situatie de uitbreiding van het Lidl DC aan het Zwarthoofd 5, de aanleg van de ecologische verbindingszone inclusief het verleggen van de Kibbelvaart, mogelijk maken.
datum referentie
13 mei 2024 205583_AdB_RAP_0001_v10.0
P 49/101
De onderhavige ontwikkeling van de Lidl is ruim vóór de provinciale besluitvorming over grootschalige logistiek van 3 maart 2023 en 7 juli 2023 door Provinciale Staten gestart. De start van het project dateert reeds uit 2021. In dit specifieke geval kan gebruik gemaakt worden van de uitzonderingsbepalingen zoals opgenomen in artikel 3.44a Iov: Op grond van artikel 3.44a lid 3 van de Iov kan een bestemmingsplan van toepassing op Beperking grootschalige logistiek uitbreiding van bestaande grootschalige logistiek toestaan als: a. intensivering van bestaand ruimtebeslag niet of onvoldoende mogelijk is; b. er sprake is van een redelijke uitbreiding; c. in een periode van vijf jaar voorafgaand aan de wijziging van het bestemmingsplan geen uitbreiding heeft plaatsgevonden. Artikel 5.56a Ov bevat een gelijkluidende regeling. Ad a: In het voorbereidingstraject is vanuit zorgvuldig en zuinig ruimtegebruik ook gekeken naar overige locaties op bedrijventerrein Vosdonk alsmede ook in de regio West-Brabant waar de uitbreiding eventueel opgevangen kan worden. Het bestaande distributiecentum van Llidl is gelegen op een perceel van circa 78.850 m2. De bebouwing hierop bedraagt circa 38.000 m2. De nieuwe situatie gaat uit van een bebouwing van circa 53.000 m2 op een perceel van circa 103.300 m2. Er is voorts geen redelijk alternatief voorhanden om de noodzakelijke uitbreiding te realiseren.
Naast het feit dat het werken op twee locaties met een DC vanwege efficiency en duurzaamheid geen logische keuze is, zijn er ook geen locaties voorhanden gebleken die de uitbreiding kunnen opvangen. Lidl heeft daarop een bewuste keuze gemaakt om het huidige DC uit te breiden om een desinvestering op de huidige locatie te voorkomen, de werkgelegenheid te behouden voor Etten-Leur alsmede ook het feit dat er met de keuze voor de uitbreiding niet op een andere locatie in de regio West-Brabant wederom een nieuw distributiecentrum met een totale kavelomvang van circa. 10 ha gerealiseerd hoeft te worden. Ook het intensiever benutten van de huidige locatie of te kiezen voor verticale bouw is niet mogelijk. Dit vanwege het feit dat het huidige DC al een voor logistieke maatstaven bepaalde hoogte heeft en er door een uitbreiding ook behoefte is aan extra loadingdocks op de begane grond plaatsvinden. Ad b: Het bestaande distributiecentrum van Lidl is gelegen op een perceel van circa 78.850 m2. De bebouwing hierop bedraagt circa 38.000 m2. In de toekomstige situatie gaat de bebouwing naar circa 53.000 m2 op een perceel van ca 103.300 m2. In de door de gemeenteraad van Etten-Leur in juli 2022 vastgestelde Omgevingsvisie is de locatie reeds aangewezen als zoekgebied voor bedrijventerrein. De uitbreiding van Lidl past binnen dit kader.
Verdere uitbreiding van Lidl op dit terrein is ook niet mogelijk. Op basis van de bedrijventerreinafspraken binnen de regio West-Brabant heeft er in 2021 reeds regionale afstemming plaatsgevonden onder alle gemeenten binnen de regio West-Brabant. Door alle gemeenten binnen de regio West-Brabant, de regio West-Brabant alsmede de provincie Noord-Brabant is de afstemming van deze ontwikkeling akkoord bevonden. Regionaal is eind 2022 het besluit vastgesteld met betrekking tot de verbodslocaties voor de logistieke XXL locaties. Dit besluit is door dezelfde regio genomen die eerder dus positief op de uitbreiding besloten is. In verband hiermee heeft er voorjaar 2023 wederom een regionale afstemming plaatsgevonden onder alle gemeenten binnen de regio West-Brabant. Het standpunt uit 2021 is nogmaals onderschreven en de ontwikkeling is regionaal akkoord bevonden in relatie tot de regionale afspraken in het kader van het provinciaal beleid over grootschalige logistiek. Gelet op het gezamenlijk met gemeenten, regio’s en provincie ontwikkelde selectieve clusteringsbeleid past de ontwikkeling conform artikel 3.42 Iov (en artikel 5.55 Ov) binnen de regionale afspraken.
datum referentie
13 mei 2024 205583_AdB_RAP_0001_v10.0
P 50/101
Meerwaarde en regionale binding De totale ontwikkeling is tweeledig. Het behelst het realiseren van de uitbreiding van het bestaande bedrijfsperceel maar daarnaast omvat het plan ook het verleggen van de huidige Kibbelvaart en de inrichting van omliggende gronden als Natuur Netwerk Brabant (NNB). In de huidige situatie is er sprake van een slechts gedeeltelijk aangelegde ecologische verbindingszone. In de uiteindelijke plannen zal er sprake zijn van een NNB die aansluit bij de randvoorwaarden die hiervoor gesteld zijn. Ook worden er met Lidl afspraken gemaakt voor de aanleg en het behoud van de natuurontwikkeling. Wij verwijzen hiervoor ook naar paragraaf 3.3. en 3.4 van dit bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan voorziet in de uitbreiding van het bestaande Lidl distributiecentrum. Lidl Nederland is sinds 2003 op deze locatie gevestigd. Het is één van de zes regionale distributiecentra van Lidl Nederland. Vanuit dit distributiecentrum worden supermarkten van Lidl Nederland in de regio Zeeland, West-Brabant en Zuid-Holland bevoorraad. Hierdoor heeft het distributiecentrum (DC) een duidelijk regionaal verzorgingsgebied. Het distributiecentrum vervult verder een belangrijke regionale werkgelegenheidsfunctie. Door aan het verzoek van Lidl voor de uitbreiding van het distributiecentrum tegemoet te komen wordt de lokale en regionale werkgelegenheid behouden.
De uitbreiding draagt bij aan de economische ontwikkeling van de regio door het stimuleren van de regionale arbeidsmarkt. Door de regionale bevoorrading van winkels vanuit het DC Etten-Leur worden de winkels in de regio in staat gesteld hun verzorgingsfunctie voor de regio te vervullen. Het gaat derhalve niet enkel om het DC maar juist om de tientallen winkels die een belangrijk element in de verzorgingsstructuur van de regio vormen. De regionale binding wordt derhalve met name ingegeven door het regionale verzorgingsgebied en de regionale werkgelegenheidsfunctie. Daarnaast is er ook sprake van een maatschappelijke meerwaarde, met een sterke focus op duurzaamheid als onderdeel van het beleid voor maatschappelijk verantwoord ondernemen van Lidl. Er worden verschillende duurzame elementen geïmplementeerd in de bedrijfsactiviteiten zoals verdere uitbreiding van zonnepanelen op het bedrijfsdak, de aanleg van de ecologische verbindingszone en voorbereidingen voor elektrisch transport voor (vracht)auto’s. Het uitgangspunt van deze ontwikkeling is verder dat de nieuwbouw energieneutraal, gasloos en onderhoudsarm wordt geproduceerd. Deze aspecten kwalificeren ook als meerwaardecreatie.
Het initiatief creëert meerwaarde doordat vol wordt ingezet wordt op de energietransitie met zonnepanelen, gasloos bouwen, Breeam excellent toegepast wordt en de mogelijkheid voor een laadplein voor elektrische vrachtwagens wordt gecreëerd. Gelet op de sterke regionale binding van dit specifieke Lidl-distributiecentrum past de ontwikkeling binnen het selectieve clusteringsbeleid. De gronden waarop de uitbreiding is voorzien, hebben de bestemming ‘Agrarisch’. Met voorliggend bestemmingsplan wordt beoogd de locatie onder andere ook geschikt te maken als bedrijfsbestemming. Verwezen wordt naar paragraaf 3.3. van dit bestemmingsplan voor de toetsing aan het provinciaal beleid, zoals duurzame stedelijke ontwikkeling (artikel 3.42 Iov, 5.55 Ov) en de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies (artikelen 3.5, 3.6, 3.7 en 3.8 Iov en 5.7, 5.8, 5.9 en 5.10 Ov) . De ontwikkellocatie sluit aan op het bestaande bedrijventerrein Vosdonk. Gezien de locatie in de nabijheid van een directe aansluiting op Rijksweg A58 is gelegen, worden gelet op de verkeersgegevens ook geen belemmeringen verwacht voor de mobiliteit op bedrijventerrein Vosdonk doordat de routing vanaf de Rijksweg A58 voornamelijk verloopt via de provinciale weg N640. Voor meer informatie wordt verwezen naar paragraaf 2.5. Daarnaast wil Lidl de uitbreiding duurzaam realiseren.
Door met deze uitbreiding gelijktijdig duurzame maatregelen te treffen kan Lidl ook een bijdrage leveren aan het provinciale project “Grote Oogst Vosdonk”. Door middel van dit project willen provincie, gemeente maar ook de ondernemers het bedrijventerrein Vosdonk verduurzamen.
datum referentie
13 mei 2024 205583_AdB_RAP_0001_v10.0
P 51/101
Ad c: De huidige bebouwing dateert uit 2004 waarbij er in 2012 nog een kleine uitbreiding aan de noordzijde gerealiseerd is voor met name kantoorfaciliteiten. Na 2012 heeft er verder geen uitbreiding plaatsgevonden aan de omvang van het perceel of bebouwing. Conclusie Op basis van de conclusies uit al de afgewogen relevante aspecten is er geen belemmering om medewerking te verlenen aan deze ontwikkeling onder toepassing van de instructieregels ex artikel 3.44 Iov en 5.56 Ov. 3.3.4
Omgevingsverordening Noord-Brabant
Toetsingskader Op 11 maart 2022 is de Omgevingsverordening Noord-Brabant door Provinciale Staten vastgesteld. De Omgevingsverordening treedt in werking op hetzelfde moment als de Omgevingswet. Aangezien dit bestemmingsplan voor 31 december 2023 ter inzage is gelegd en na 1 januari 2024 wordt vastgesteld is in voorgaande paragraaf 3.3.3. zowel aan de relevante bepalingen van de IOV als aan die van de Omgevingsverordening getoetst. Materieel gelden dezelfde normen en wijzigt het toetsingskader niet. De wijzigingen ten opzichte van de huidige Interim omgevingsverordening Noord-Brabant worden hoofdzakelijk veroorzaakt door de eisen die de aankomende Omgevingswet stelt aan de Omgevingsverordening. Verder zijn er een aantal andere inzichten verwerkt. Dit betreft de volgende onderwerpen: • Er zijn regels opgenomen voor een maximale boordiepte voor bodemenergiesystemen. • Er zijn regels opgenomen voor grondverzet in grondwaterbeschermingszones, inclusief de toepassing voor PFAS-houdende grond. • De regels voor het kappen van houtopstanden zijn aangepast aan de Brabantse Bossenstrategie. • Omgevingskwaliteit heeft een centrale plek gekregen bij de instructieregels voor het omgevingsplan aan gemeenten. Hierbij is een bouw-sloop regeling vormgegeven en is een ruime maatwerkregeling opgenomen ter versterking van omgevingskwaliteit.
• De mogelijkheden voor collectieve woonvormen in het buitengebied zijn verruimd. • Er zijn wijzigingen doorgevoerd in de gebieden op de kaart die aangeven waar welke regels gelden. Naast actualisaties zijn er ook gebieden vervallen of samengevoegd. Beoordeling en conclusie De Omgevingsverordening heeft geen veranderingen in het beleid tot gevolg in relatie tot onderhavige ontwikkeling. Ook onder de Omgevingsverordening Noord-Brabant is de beoogde ontwikkeling in overeenstemming met het provinciale beleid. 3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Omgevingsvisie Etten-Leur Doet het gewoon!
Toetsingskader De Omgevingsvisie ‘Etten-Leur doet het gewoon!’, is op 11 juli 2022 unaniem vastgesteld door de gemeenteraad. In deze visie is al het beleid over bijvoorbeeld bouwen, verkeer, wonen, milieu, natuur en water gebundeld in één document. Met de vaststelling van de visie legt de gemeenteraad zijn lange termijnambities en -beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving vast. De komende tien á twintig jaar is deze visie een belangrijk kompas voor te maken keuzen in beleid en uitvoering. Nu de richting en doelen zijn bepaald kan begonnen worden aan de uitvoering. Niet alles kan tegelijk. De uitvoering strekt zich uit van korte naar lange termijn, afhankelijk van het opstellen van concrete plannen, maatregelen of omgevingswaarden en financiering. Het initiatief ligt daarbij niet altijd bij de gemeente. De Omgevingsvisie creëert
datum referentie
13 mei 2024 205583_AdB_RAP_0001_v10.0
P 52/101
ruimte voor vernieuwing en initiatieven vanuit de samenleving. Inwoners kunnen hun eigen ideeën koppelen aan een algemeen maatschappelijk belang dat in de Omgevingsvisie is verwoord. De gemeente denkt dan graag mee hoe dit te realiseren. Sámen maken wij Etten-Leur zo weer een beetje beter, mooier en duurzamer. Beoordeling In de gemeentelijke Omgevingsvisie is de beoogde uitbreidingslocatie bestempeld als ‘Strategische ontwikkelzone werklocaties’ met de bijbehorende tekst ten aanzien van bedrijventerreinen: ‘het provinciaal beleid voor bedrijventerreinen is gericht op balans tussen vraag en aanbod op regionaal niveau. Op regionaal niveau zijn afspraken gemaakt over hergebruik van bestaande bedrijventerreinen en de noodzaak voor nieuwe terreinen. Het accent ligt op het benutten van kansen op bestaand bedrijventerrein. Toch is uitbreiding niet helemaal uitgesloten. Onder voorwaarden kan het perceel gelegen tussen het distributiecentrum aan het Zwarthoofd, de gemeentegrens en spoorlijn een bedrijfsbestemming krijgen’. Het op te stellen bestemmingsplan voor de plannen van Lidl voorziet hierin, alsmede in een passende bestemming voor de Kibbelvaart en de te realiseren ecologische verbindingszone. Recente cijfers laten zien dat er vooral vraag is naar grootschalige logistieke en industriële bedrijfsterreinen. De werkgebieden in Etten-Leur zijn daarvoor niet bestemd.
De beoogde uitbreiding van het dienstencentrum van Lidl aan het Zwarthoofd 5 voorziet daarmee in een duidelijke vraag. De uitbreiding benut het bestaande bedrijventerrein Vosdonk en versterkt het terrein. De Omgevingsvisie voorziet reeds in de beperkte uitbreiding zoals nu opgenomen in onderhavig bestemmingsplan. oor feitelijke realisatie van een ecologische verbindingszone als voorwaardelijke verplichting aan de uitbreiding te koppelen, blijft ook behoud van groene kwaliteiten gewaarborgd. Hiermee worden verschillende doelen in één keer behaald. Conclusie Het planvoornemen is passend binnen de Omgevinsvisie Etten-Leur Doet het gewoon!. 3.4.2
Beleidsnotitie Herziening bestemmingsplannen bedrijventerreinen Etten-Leur
Toetsingskader Het provinciale en het gemeentelijke beleidskader geven uitgangspunten voor de gewenste toekomstige ontwikkeling van bedrijventerrein Vosdonk. Het beleid is in hoofdlijnen gericht op het behoud van Vosdonk als middelzwaar tot zwaar bedrijventerrein, waarbij voldoende mogelijkheden moeten worden geboden om herstructurering/herinrichting van bedrijfspercelen en zuinig ruimtegebruik mogelijk te maken. Nietbedrijfsfuncties die passend zijn op het bedrijventerrein (zoals perifere detailhandel in specifieke branches) kunnen worden toegestaan. Het beleid is er verder op gericht om functies die niet of niet overal op het bedrijventerrein gewenst zijn (reguliere detailhandel, zelfstandige kantoren) zoveel mogelijk te weren. In de ‘Beleidsnotitie Herziening bestemmingsplannen bedrijventerreinen Etten-Leur’ is aangegeven hoe de uitgangspunten kunnen worden vertaald in een bestemmingsplan. Aan de hand van 7 thema’s is aangegeven hoe de gemeente de toekomstige situatie van Vosdonk ziet. Deze thema’s zijn: 1. maatschappelijke ontwikkelingen; 2. bedrijventerrein (aard van bedrijvigheid); 3. bedrijfswoningen; 4. ruimtegebruik; 5. bedrijfsverzamelgebouwen; 6. zakelijke dienstverlening; 7. detailhandel.
Beoordeling Met het vigerende bestemmingsplan “Herziening 1 Bedrijventerrein Vosdonk” (waarmee het bestemmingsplan “Bedrijventerrein Vosdonk” is herzien) zijn de bovengenoemde thema’s en bijbehorende uitgangspunten vertaald
datum referentie
13 mei 2024 205583_AdB_RAP_0001_v10.0
P 53/101
in concrete gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om het uitsluiten van detailhandel of nieuwe bedrijfswoningen en het faciliteren van optimaal ruimtegebruik door verruiming van bouwregels binnen een bedrijfsperceel. Met dit bestemmingsplan worden de bestaande bouw- en gebruiksregels binnen het huidige bedrijfsperceel bestendigd en ook van toepassing verklaard voor de uitbreidingslocatie. De Beleidsnotitie Herziening bestemmingsplannen bedrijventerreinen Etten-Leur blijft daarmee impliciet van overeenkomstige toepassing op dit bestemmingsplan. Conclusie Het planvoornemen is in lijn met de Beleidsnotitie Herziening bestemmingsplannen bedrijventerreinen Etten-Leur. 3.4.3