Bestemmingsplan 'Zwarthoofd5, uitbreiding DC Lidl'
Tekst van het document
Bestemmingsplan "Zwarthoofd 5, uitbreiding DC Lidl" Gemeente Etten-Leur
datum projectnummer
13 mei 2024 205583
Bestemmingsplan “Zwarthoofd 5 ,uitbreiding DC Lidl”
Aveco de Bondt BV Holten - Amstelveen - Breda – Eindhoven - Nieuwegein Postbus 64, 7450 AB Holten T +31 88 004 82 12
Gemeente Etten-Leur
info@avecodebondt.nl avecodebondt.nl
Toelichting
project projectnummer projectleider
versie fase auteur
Uitbreiding DC Lidl Etten-Leur 205583 Marcel Volbeda
10.0 Vastgesteld Marcel Volbeda
paraaf gecontroleerd
Toby van Baast MSc
datum referentie
13 mei 2024 205583_AdB_RAP_0001_v10.0
datum referentie
13 mei 2024 205583_AdB_RAP_0001_v10.0
Inhoudsopgave 1 1.1 1.2 1.3 1.4
Inleiding Aanleiding en doel Begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer
2 2 3 4 5
2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.5.1 2.5.2
Planbeschrijving Inleiding Beschrijving huidige situatie Beoogde situatie plangebied Natuurplan Parkeren & verkeer Parkeren Verkeer
6 6 6 13 17 20 20 20
3 Beleidskader 3.1 Inleiding 3.2 Rijksbeleid 3.2.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI), 2020 3.2.2 Besluit en ministeriële regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, Rarro), 2012 3.2.3 Ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6 lid 2 Bro) 3.3 Provinciaal beleid 3.3.1 Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant, Visie op de leefomgeving’, 2018 3.3.2 Structuurvisie Ruimtelijke Ordening (SVRO) – partiële herziening 2014, 2014 3.3.3 Interim omgevingsverordening en Omgevingsverordening Noord-Brabant 3.3.3.1 Artikel 3.42 Iov en 5.55 Ov, Duurzame stedelijke ontwikkeling
24 24 24 24 25 27 27 27 28 30 32
3.3.3.2 Artikel 3.71 Iov en 5.78 Ov, Bestaande niet-agrarische functie in Landelijk gebied
35
3.3.3.3 Artikel 3.15 t/m 3.27 Iov en 5.30 t/m 5.42 Ov, Natuur Netwerk Brabant, Ecologische verbindingszone, Behoud en herstel van watersystemen en Attentiezone waterhuishouding. 35 3.3.3.4 Artikel 3.5, 3.6, 3.7 en 3.8 Iov en 5.7, 5.8, 5.9 en 5.10 Ov, Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies 36 3.3.3.5 Artikel 3.9 Iov en 5.11 Ov, Kwaliteitsverbetering van het landschap
38
3.3.3.6 Artikel 5.3 Wijziging grenzen van werkingsgebieden
40
3.3.3.7 Artikel 3.44a Iov en 5.56a Ov, Grootschalige logistiek
48
3.3.4 3.4 3.4.1 3.4.2 3.4.3 3.4.4 3.4.5
Omgevingsverordening Noord-Brabant Gemeentelijk beleid Omgevingsvisie Etten-Leur Doet het gewoon! Beleidsnotitie Herziening bestemmingsplannen bedrijventerreinen Etten-Leur Beleidsvisie externe veiligheid Beschermde bomenlijst 2014 Groenbeleidsnota
52 52 52 53 54 55 55
4
Planologisch relevante (milieu)aspecten
57
datum referentie
13 mei 2024 205583_AdB_RAP_0001_v10.0
4.1 Inleiding 4.2 Bodem 4.3 Waterhuishouding 4.4 Cultuurhistorie 4.5 Archeologie 4.6 Ecologie 4.6.1 Natuurgebieden 4.6.2 Flora en fauna 4.7 Wegverkeerslawaai 4.8 Railverkeerslawaai 4.9 Bedrijven en milieuzonering 4.10 Geurhinder en veehouderijen 4.11 Driftblootstelling spuitzones 4.12 Externe veiligheid 4.12.1 Inrichtingen en externe veiligheid 4.12.2 Transport en externe veiligheid 4.12.3 Buisleidingen en externe veiligheid 4.13 Niet gesprongen explosieven onderzoek 4.14 Luchtkwaliteit 4.15 Kabels en leidingen 4.16 Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling
57 57 58 67 70 72 72 72 75 76 76 78 80 81 81 83 84 85 86 87 89
5 5.1 5.2 5.3 5.3.1 5.3.2 5.3.3 5.3.4
Juridische plantoelichting Inleiding Opbouw van de regels Regels 92 Hoofdstuk 1 ‘Inleidende regels’ Hoofdstuk 2 ‘Bestemmingsregels’ Hoofdstuk 3 ‘Algemene regels’ Hoofdstuk 4 ‘Overgangs- en slotregels’
92 92 92
6 6.1 6.2 6.3
Economische uitvoerbaarheid Inleiding Toepassing Grondexploitatiewet Economische uitvoerbaarheid
96 96 96 96
7 7.1 7.2 7.3
Maatschappelijke uitvoerbaarheid Omgevingsdialoog Vooroverleg Zienswijzen
98 98 99 100
Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6
datum referentie
Rapport verkeersgeneratie en parkeerdruk Laddertoets uitbreiding Lidl Vosdonk Verkennend bodemonderzoek Memo bepaling infiltratiecapaciteit veldmetingen AERIUS-berekening Quickscan Wet natuurbescherming
13 mei 2024 205583_AdB_RAP_0001_v10.0
92 93 93 94
Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 10 Bijlage 11 Bijlage 12 Bijlage 13 Bijlage 14 Bijlage 15 Bijlage 16 Bijlage 17 Bijlage 18 Bijlage 19
datum referentie
Ecologisch onderzoek amfibieën, marters, roofvogels, uilen en vleermuizen Akoestisch onderzoek railverkeerslawaai Akoestisch onderzoek industrielawaai Quickscan externe veiligheid Groepsrisicoberekening Verantwoording groepsrisico CAROLA-berekening Historisch Vooronderzoek niet gesprongen explosieven Verslag omgevingsdialoog Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. en besluit college van burgemeester en wethouders Nota vooroverleg Beantwoording zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Zwarthoofd 5, uitbreiding DC Lidl Nota van wijzigingen
13 mei 2024 205583_AdB_RAP_0001_v10.0
datum referentie
13 mei 2024 205583_AdB_RAP_0001_v10.0
P 1/101
1
Inleiding
1.1
Aanleiding en doel
Aanleiding In het westen van Etten-Leur ligt bedrijventerrein ‘Vosdonk’, een groot bedrijventerrein met een oppervlakte van circa 350 hectare waarbinnen ruim 300 bedrijven gevestigd zijn. Op het terrein zijn onder andere de branches metaalnijverheid, machinefabricage, transport & logistiek, groothandel, bouwnijverheid en distributie vertegenwoordigd. Opererende in deze laatste branche is in het uiterste westen van het bedrijventerrein (aan het Zwarthoofd 5) één van de zes regionale distributiecentra van Lidl Nederland gevestigd. Vanuit het distributiecentrum Etten-Leur worden supermarkten van Lidl Nederland in de regio Zeeland, West-Brabant en Zuid-Holland bevoorraad. Het distributiecentrum kampt echter met capaciteitsproblemen en zou daarom graag haar bedrijfsperceel en -gebouwen uitbreiden. Om desinvestering als gevolg van het verplaatsen van het bedrijf te voorkomen en lokale werkgelegenheid te behouden, is de grondhouding van de gemeente Etten-Leur om aan dit verzoek tegemoet te komen. Lidl Nederland heeft direct ten noorden van haar bedrijfsperceel gronden in eigendom waarop de uitbreiding plaats kan vinden. De gemeente Etten-Leur heeft de gronden in haar Omgevingsvisie (zie paragraaf 3.4.1) aangewezen als ‘Strategische ontwikkelzone werklocaties’.
Op basis van provinciaal beleid is aan deze gronden echter geen zone toegewezen waarbinnen stedelijke ontwikkelingen zoals thans voorgenomen kunnen plaatsvinden. Bovendien stroomt over een deel van de gronden de ‘Kibbelvaart’, een watergang die op basis van hetzelfde provinciale beleid is aangewezen als (natte) ecologische verbindingszone. Het doel van een ecologische verbindingszone is het verbinden van verschillende natuurgebieden, waardoor planten en dieren zich makkelijker van het ene natuurgebied naar het andere natuurgebied kunnen verplaatsen. Hierdoor blijven populaties gezonder en is er minder kans op het uitsterven van soorten. De Kibbelvaart en de directe gronden hieromheen zijn echter feitelijk nog niet volledig ingericht als ecologische verbindingszone (de betreffende gronden zijn enkel aangewezen als gronden waarbinnen tot realisatie van een ecologische verbindingszone kan worden overgegaan). Om die reden is door Lidl een plan opgesteld om de Kibbelvaart binnen het plangebied in noordelijke richting te verleggen en tot feitelijke realisatie van de volledige ecologische verbindingszone over te gaan. Met het verleggen van de Kibbelvaart ontstaat voor Lidl Nederland voldoende
Uitsnede topografische kaart omgeving Etten-Leur. Met de gele ster is globaal de locatie van het plangebied geduid. Bron: topotijdreis.nl, 2021.
datum referentie
13 mei 2024 205583_AdB_RAP_0001_v10.0
P 2/101
ruimte om te voorzien in de gewenste uitbreidingsrichting van het bestaande distributiecentrum en profiteert de natuur vanwege de aanleg van de ecologische verbindingszone.
Doel Het planvoornemen is besproken met de gemeente Etten-Leur, waterschap Brabantse Delta, de provincie NoordBrabant en de gemeente Halderberge (deze laatste vanwege het feit dat de Kibbelvaart rondom het plangebied ook op grondgebied van de gemeente Halderberge stroomt). Allen staan in beginsel positief tegenover de ontwikkeling. Ook in regionaal verband (RWB - Regio West-Brabant) is de beoogde uitbreiding van het distributiecentrum afgestemd en akkoord bevonden. Om die reden kan thans worden gestart met het wijzigen van het vigerende bestemmingsplan. Het onderhavige bestemmingsplan voorziet in een nieuwe juridischplanologische regeling om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken. Met dit bestemmingsplan wordt tevens de formele procedure voor de grenswijziging van diverse werkingsgebieden uit de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant doorlopen. Het gaat dan o.a. om het wijzigen van de ligging van de voornoemde ecologische verbindingszone. Tot slot wordt met dit bestemmingsplan zeker gesteld dat door Lidl Nederland wordt overgegaan tot feitelijke realisatie en beheer en onderhoud van de (nieuwe) ecologische verbindingszone. 1.2
Begrenzing plangebied
Het plangebied voor dit bestemmingsplan omvat de bestaande bedrijfspercelen van het distributiecentrum, tezamen met de gronden waarop wordt uitgebreid. Deze laatste gronden zijn kadastraal bekend als gemeente Etten-Leur, sectie N, nummers 303, 304, 307 en 309 (gedeeltelijk) en 448 (gedeeltelijk). Het overgrote deel van het plangebied waar de uitbreiding wordt voorzien is thans in gebruik als agrarische grond . De begrenzing is navolgend op kaartmateriaal geduid.
Satellietfoto ter hoogte van het Zwarthoofd te Etten-Leur met het plangebied rood omkaderd. Bron: © Cyclomedia Technology B.V., 2021.
datum referentie
13 mei 2024 205583_AdB_RAP_0001_v10.0
P 3/101
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Toetsingskader Voor de gronden binnen het plangebied vigeert het bestemmingsplan “Herziening 1 Bedrijventerrein Vosdonk” (vastgesteld op 2 februari 2015). Op basis van dit bestemmingsplan is aan de gronden binnen het plangebied waarop wordt uitgebreid de bestemming ‘Agrarisch’, ‘Groen’ en ‘Water’ toegekend. Ook is met dit bestemmingsplan de ligging van de ecologische verbindingszone aangeduid als ‘overige zone - ecologische verbindingszone’ en is aan de gronden een archeologische dubbelbestemming toegekend.
Uitsnede vigerend bestemmingsplan “Herziening 1 Bedrijventerrein Vosdonk”. Het plangebied is geduid met een rode contour. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2021.
Beoordeling De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor agrarisch bedrijfsmatig grondgebruik. De voor ‘Groen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor o.a. plantsoen, bermen en overige groenvoorzieningen, bermsloten en waterpartijen en overige waterhuishoudkundige voorzieningen en fiets- en voetpaden en overige verhardingen. De voor ‘Water’ aangewezen gronden zijn bestemd voor o.a. waterpartijen en (primaire) waterlopen zoals sloten, watergangen en singels. De gronden waaraan een archeologische dubbelbestemming is toegekend zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de vastgestelde en verwachte archeologische waarden. Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - ecologische verbindingszone' zijn de gronden mede bestemd voor verwezenlijking, behoud en beheer van een ecologische verbindingszone. Het vigerende bestemmingsplan staat de voorgenomen (her)ontwikkeling van het plangebied niet toe, daar het overgrote gedeelte van de gronden binnen het plangebied op basis van de vigerende bestemmingen geen bouwmogelijkheden kennen. Het planvoornemen, waarbij onder andere wordt overgegaan tot het verleggen van de Kibbelvaart en bijbehorende ecologische verbindingszone, is derhalve niet mogelijk op basis van het vigerende ruimtelijke regime.
datum referentie
13 mei 2024 205583_AdB_RAP_0001_v10.0
P 4/101
Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de beoogde ontwikkeling niet mogelijk is op basis van het vigerende bestemmingsplan. Het onderhavige bestemmingsplan voorziet in een nieuwe juridisch-planologische regeling om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken. 1.4
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt een beschrijving gegeven van de huidige en de nieuwe situatie. Hoofdstuk 3 beschrijft de relevante beleidsdocumenten die door de te onderscheiden overheden zijn gepubliceerd. In hoofdstuk 4 komen de planologisch relevante milieuaspecten (zoals bodem, water, flora en fauna en milieuzonering) aan de orde. In hoofdstuk 5 wordt de juridische vormgeving van het plan toegelicht. Hierna komen in hoofdstuk 6 en 7 de economische uitvoerbaarheid en de maatschappelijke toetsing/overleg aan de orde.
datum referentie
13 mei 2024 205583_AdB_RAP_0001_v10.0
P 5/101
2
Planbeschrijving
2.1
Inleiding
Voor het formuleren van het beleid en het opstellen van het bestemmingsplan is het van belang dat de uitgangspunten en de huidige situatie van het plangebied goed in beeld worden gebracht. Het plangebied is om deze reden geïnventariseerd en geanalyseerd. In dit hoofdstuk worden de huidige en beoogde situatie binnen het plangebied beschreven. Ook wordt ingegaan op parkeren & verkeer. 2.2
Beschrijving huidige situatie
Bedrijventerrein Vosdonk Het bedrijventerrein Vosdonk ligt aan de westzijde van het stedelijk gebied van Etten-Leur. Vosdonk is vanaf de jaren vijftig van de vorige eeuw uitgegroeid tot de huidige omvang. Het bedrijventerrein kan worden beschouwd als een gemengd bedrijventerrein en moet worden gezien als het economische hart van de gemeente Etten-Leur. Het terrein biedt werkgelegenheid aan ruim 9.000 personen uit Etten-Leur en de regio waardoor het bedrijventerrein een belangrijke regionale werkgelegenheidsfunctie vervult. Het bedrijventerrein heeft een bruto oppervlakte van ca 350 hectare en huisvest ruim 300 verschillende bedrijven.
Ligging van bedrijventerrein Vosdonk ten opzichte van de kern en hoofdontsluitingsroutes. Het plangebied is geduid met een rode cirkel.
De huidige omvang van het bedrijventerrein Vosdonk is ontstaan door regelmatige uitbreiding. Het oudste deel van het bedrijventerrein bevindt zich tussen de Roosendaalseweg en de spoorlijn. De ligging aan het toenmalig tracé van de Rijksweg A58 was bepalend voor het succes en de verdere groei van het bedrijventerrein. Aan de zuidzijde van de rijksweg werd ook bedrijventerrein ontwikkeld. Na omleiding vormt de huidige Rijksweg A58 de zuidgrens van het bedrijventerrein. Aan het begin van deze eeuw is het toenmalig tracé van de Rijksweg opnieuw ingericht als lokale oost-westweg. De weg is onderdeel van de westelijke entree van de gemeente en verbindt het
datum referentie
13 mei 2024 205583_AdB_RAP_0001_v10.0
P 6/101
stedelijk gebied met afslag 19 van de Rijksweg A58. Een centraal punt op deze route is de rotonde aan de Vossendaal. Deze rotonde ligt niet alleen centraal op de oost-westroute maar ook op de noord-zuidroute.
Periodes van realisering Vosdonk.
Het bedrijventerrein is ruim opgezet en voorzien van groenstroken. De inrichting van de wegen is afgestemd op de functie als ontsluitingswegen van bedrijven en de wegen voldoen aan de uitgangspunten van duurzaam veilige wegen. Enkele wegen zijn voorzien van vrijliggende fietspaden die aansluiten op de fietspadenstructuur in de gemeente. Alle wegen op het bedrijventerrein zijn voorzien van asfaltverharding.
Ruimtelijke structuur bedrijventerrein Vosdonk. Het plangebied is globaal aangeduid met een rode contour.
datum referentie
13 mei 2024 205583_AdB_RAP_0001_v10.0
P 7/101
Een bedrijventerrein waar vestiging mogelijk is van bedrijven die horen tot het Besluit omgevingsrecht onder D bijlage 1 (zogenaamde ‘grote lawaaimakers’) moet worden gezoneerd. Een gezoneerd bedrijventerrein is een terrein of een gedeelte daarvan waarop zich bedrijven bevinden of worden toegestaan die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken. Het bedrijfsperceel van de Lidl valt buiten het gezoneerde terrein.
Het gezoneerde deel van het bedrijventerrein Vosdonk. Het plangebied is met een rode contour aangeduid.
datum referentie
13 mei 2024 205583_AdB_RAP_0001_v10.0
P 8/101
Bestaand bedrijfsperceel Het bestaande distributiecentrum in gelegen aan het Zwarthoofd 5, in het westen van het bedrijventerrein. Het distributiecentrum ligt op een bedrijfsperceel van circa 78.850 m 2. De bebouwing op dit perceel bestaat uit één bedrijfshal van circa 37.500 m2 met aan de westzijde aangebouwd kantoorruimten van circa 1.266 m 2. In het noordoosten is sprake van een portiersloge, alwaar ook de in- en uitrit tot het bedrijfsperceel is gelegen. De bestaande bouw dateert uit omstreeks 2004 en heeft een bouwhoogte van circa 13,3 meter. In 2012 is aan de
Satellietfoto bestaande bouw. Bron: © Cyclomedia Technology B.V., 2021.
noordzijde een uitbreiding gerealiseerd waarbij vrijstelling is verleend voor het verhogen van de bouwhoogte van 15 meter naar 16,5 meter. Deze verleende vrijstelling wordt nu verwerkt in voorliggend bestemmingsplan. Voor de uitbreiding van het distributiecentrum wordt een maximum hoogte van 15 meter opgenomen.
datum referentie
13 mei 2024 205583_AdB_RAP_0001_v10.0
P 9/101
Aanzicht bestaande bouw vanaf het Zwarthoofd. Bron: © Cyclomedia Technology B.V., 2021.
Aanzicht bestaande bouw vanaf het Zwarthoofd. Bron: © Cyclomedia Technology B.V., 2021.
datum referentie
13 mei 2024 205583_AdB_RAP_0001_v10.0
P 10/101
Uitbreidingslocatie Direct ten noorden van het bedrijfsperceel ligt de beoogde uitbreidingslocatie met een omvang van ruim 4 hectare. Het noordelijk deel van het gebied grenst aan de spoorlijn tussen Etten-Leur en Roosendaal en bestaat hoofdzakelijk uit cultuurgrond met in het zuidelijk en oostelijk deel een watergang en een bomenrij.
Satellietfoto uitbreidingslocatie (groen omkaderd) en locatie beoogde uitbreiding bedrijfsperceel (paars omkaderd). Bron: © Cyclomedia Technology B.V., 2021.
De watergang betreft de eerder genoemde Kibbelvaart. De Kibbelvaart is een oude turfvaart, gelegen tussen veenontginningen bij Rucphen en de samenvloeiing bij de Polder de Hoevensche Beemden met de Laaksche Vaart. Ter hoogte van de uitbreidingslocatie is dit stromend water aangewezen als Natuur Netwerk Brabant. De Kibbelvaart en de directe gronden hieromheen zijn tevens aangewezen als (natte) ecologische verbindingszone. Het doel van een ecologische verbindingszone is het verbinden van verschillende natuurgebieden, waardoor planten en dieren zich makkelijker van het ene natuurgebied naar het andere natuurgebied kunnen verplaatsen. Hierdoor blijven populaties gezonder en is er minder kans op het uitsterven van soorten. Het waterschap Brabantse Delta is aangevangen met de feitelijke realisatie van de ecologische verbindingszone rondom de Kibbelvaart ter hoogte van het plangebied (zoals op de satellietfoto is te zien in het zuidwesten). Binnen het plangebied kon, onder andere vanwege eigendomsverhouding, de feitelijke realisatie van de EVZ slechts ten dele plaatsvinden. De volgende afbeelding duidt dit.
datum referentie
13 mei 2024 205583_AdB_RAP_0001_v10.0
P 11/101
Overzichtstekening realisatie ‘EVZ Kibbelvaart’. Het plangebied is rood omkaderd.
De Kibbelvaart zoals aanwezig binnen het plangebied.
datum referentie
13 mei 2024 205583_AdB_RAP_0001_v10.0
P 12/101
Overzicht kabels en leidingen
In het plangebied liggen reeds diverse leidingen en kabels. Deze brengen geen planologische belemmeringen met zich mee. Deze leidingen en kabels moeten wel in acht genomen worden en waar nodig verlegd bij de uitvoering van het plan. Dit komt verder aan bod bij het verlenen van de benodigde omgevingsvergunnningen. 2.3
Beoogde situatie plangebied
Het planvoornemen is tweeledig en behelst het verleggen van de Kibbelvaart en inrichting van de gronden daaromheen als ecologische verbindingszone en daarmee onderdeel van het Natuur Netwerk Brabant en het uitbreiden van het bestaande bedrijfsperceel in noordelijke richting ten behoeve van de vergroting van de bestaande bedrijfshal van het distributiecentrum. Verlegging watergang en inrichting ecologische verbindingszone De Kibbelvaart betreft een watergang met een waterdoorvoerende functie. Ter behoud van het watersysteem wordt daarom voorgenomen de Kibbelvaart binnen het plangebied te verleggen in noordelijke richting . De watergang behoudt daarbij zijn aansluiting met de Kibbelvaart buiten het plangebied. Navolgend is de beoogde verlegging van de Kibbelvaart verbeeld.
datum referentie
13 mei 2024 205583_AdB_RAP_0001_v10.0
P 13/101
Beoogde omlegging van de Kibbelvaart binnen het plangebied
Ligging van de Kibbelvaart met het plangebied aangeduid met een rode contour.
Ter hoogte van het plangebied is de Kibbelvaart aangeduid als Natuur Netwerk Brabant. Met de beoogde uitbreiding van het distributiecentrum zal dit gedeelte van het Natuur Netwerk Brabant verloren gaan. Verlies van Natuur Netwerk Brabant dient ingevolge provinciaal beleid gecompenseerd te worden, fysiek dan wel financieel. Fysieke compensatie kan onder andere plaatsvinden in niet gerealiseerde ecologische verbindingszones. Omdat hiervan binnen het plangebied sprake is, wordt voorgesteld de ecologische verbindingszone op gelijke wijze als de Kibbelvaart te herbegrenzen en na verlegging daarvan feitelijk te realiseren. Het streven is om een aaneengesloten
datum referentie
13 mei 2024 205583_AdB_RAP_0001_v10.0
P 14/101
natuurzone met begroeiing, bestaande uit grasland, ruigte, struweel en bosschages te creëren. Voor de optimale werking als verbindingszone worden flauwe taluds en poelen aangelegd en fungeren de natte delen als trekroute en paaimilieu voor diverse aquatische diersoorten zoals de bruine kikker, gewone pad, poelkikker, meerkikker, kleine watersalamander, alpenwatersalamander en vinpootsalamander. Door de nat-drooggradiënten en het aanbrengen van variatie in lagere en opgaande begroeiing wordt zo veel mogelijk diversiteit gecreëerd om naast aquatisch gebonden doelsoorten ook de egel, bunzing, wezel, hermelijn, roodborsttapuit en patrijs te bedienen. Als onderdeel van het bestemmingsplan voor de beoogde ontwikkeling wordt een natuurplan opgesteld waarin de kwaliteit en kwantiteit van de compensatie en de locatie daarvan is verbeeld. In het natuurplan wordt op een maat- en schaalvaste tekening vastgelegd hoe de gronden kunnen worden ingericht, zodanig dat dit leidt tot realisatie van de ecologische verbindingszone. Dit natuurplan wordt in de volgende paragraaf besproken. Ten behoeve van het verleggen van de Kibbelvaart en het aanleggen van de poelen zijn ontgrondingen nodig. Voor de aanleg van de te verleggen Kibbelvaart komt circa 5.560 m3 grond vrij. De maximale ontgravingsdiepte is circa 1,85 meter. Bij de ontgronding voor de aanleg van de poelen komt ca 700 m3 grond vrij.
Voor de poelen bedraagt de ontgravingsdiepte circa 2,25 meter. Voor het dempen van de huidige loop van de Kibbelvaart is circa 1.750 m3 grond nodig. De werkzaamheden vinden plaats binnen de beschermingszone van het spoor. Bij ontgrondingswerkzaamheden binnen 11 meter uit het hart van de spoorlijn dient een vergunning aangevraagd te worden bij ProRail. Voor het ontgronden in onderhavige situatie kan volstaan worden met een melding bij de provincie Noord-Brabant. De reden hiervoor is dat de ontgrondingswerkzaamheden buiten 11 meter uit het hart van de spoorlijn plaatsvinden. Uitbreiding bedrijfsperceel Met het verleggen van de Kibbelvaart en de aanleg van de ecologische verbindingszone (realisatie Natuur Netwerk Brabant) in noordelijke richting , maar ook het verleggen van kabels en leidingen ontstaat er ruimte om het bestaande bedrijfsperceel in noordelijke richting uit te breiden. Het bedrijfsperceel wordt daarmee uitgebreid tot een gezamenlijk oppervlak van circa 102.200 m2 met totaal circa 53.000 m2 aan bedrijfsgebouwen.
Uitbreiding van bedrijfsbestemming (paarse vlak) binnen de uitbreidingslocatie (aangeduid met een rode contour).
datum referentie
13 mei 2024 205583_AdB_RAP_0001_v10.0
P 15/101
Ontwerp uitbreiding
Het ontwerp gaat uit van verruiming van de bestaande bedrijfsbebouwing van 38.000 m2 tot circa 53.000 m2. Het overige terrein wordt verhard ten behoeve van de realisatie van nieuwe rijroutes en nieuwe laaddocks aan de oost- en westzijde van de beoogde uitbreiding. De in- en uitrit tot het bedrijfsperceel blijft gelegen aan het Zwarthoofd, maar wordt tezamen met de portiersloge in noordelijke richting verplaatst. Zie hiervoor de tekening van het ontwerp op de vorige pagina. Door de locatie is het van belang dat de uitbreiding in kleur en materiaalgebruik goed past in de omgeving. Het gevelbeeld c.q. aanzicht van de beoogde uitbreiding zal gelijkwaardig worden aan de bestaande situatie om eenheid te creëren. Uitgezonderd de bestaande rode gevel aan de westzijde. De kleurstelling van dit stuk gevel draagt niet bij aan het opgaan in de omgeving en zal daarom aangepast worden conform de kleurstelling van de uitbreiding. Voor een rustig en eenduidig beeld zal de beoogde uitbreiding opgebouwd worden uit betonelementen, een grijs gevelpaneel, deels voorzien van glasstrook gelijkwaardig aan de bestaande gevel met docks. Aansluitend op deze gedachte, zal de gevel volledig afsluitbaar zijn. Het gevelbeeld zal hierdoor optimaal opgaan in de omgeving. Een afwijkende kleur c.q. materiaalkeuze voor de uitbreiding zal de aftekening tussen de bestaande en nieuwe situatie versterken.
De definitieve toets zal door de gemeentelijke Welstandscommissie uitgevoerd worden. Een negatief welstandsadvies is grond voor weigering van de omgevingsvergunning bouwen. Door deze aanpak wordt gegarandeerd dat het gebouw qua kleur en materiaalgebruik goed opgaat in haar omgeving. De uitbreiding maakt het voor Lidl Nederland mogelijk om een voor nu en in de toekomst duurzame bedrijfsvoering te waarborgen. Uitdrukkelijk wordt géén ruimte geschapen voor de vestiging van (meerdere) individuele bedrijven, maar gaat het om de uitbreiding van het bestaande
datum referentie
13 mei 2024 205583_AdB_RAP_0001_v10.0
P 16/101
distributiecentrum. Door uitbreiding van het bedrijfsperceel wordt behoud (en groei) van lokale werkgelegenheid in de gemeente nagestreefd. Duurzaamheid Duurzaamheid is een belangrijk onderdeel van het beleid van Lidl op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Dit betekent dat er diverse duurzame elementen worden toegevoegd aan de bedrijfsactiviteit zoals verdere uitbreiding van zonnepanelen op het bedrijfsdak, de aanleg van de ecologische verbindingszone en voorbereidingen voor elektrisch transport voor (vracht)auto’s. Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat de vergunningaanvragen vanaf 1 januari 2021 moeten voldoen aan de eisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). Die eisen vloeien voort uit het Energieakkoord voor duurzame groei en uit de Europese Energy Performance of Buildings Directive (EPBD). Het uitgangspunt van de ontwikkeling is dat de nieuwbouw energieneutraal, gasloos en onderhoudsarm wordt geproduceerd. Het nieuwe deel van het distributiecentrum zal gasloos ontworpen worden, momenteel is nog in onderzoek of het bestaande pand ook van het gas afgehaald kan worden. 2.4
Natuurplan
Als onderdeel van het bestemmingsplan voor de beoogde ontwikkeling is een natuurplan opgesteld waarin de kwaliteit en kwantiteit van de compensatie en de locatie daarvan is verbeeld. In het natuurplan is op een maaten schaalvaste tekening vastgelegd hoe de gronden kunnen worden ingericht, zodanig dat dit leidt tot realisatie van de ecologische verbindingszone. Een uitsnede van dit natuurplan is navolgend opgenomen.
Natuurplan/Landschappelijk inpassingsplan. Bron: Aveco de Bondt, 2022
De zone tussen de uitbreiding van het distributiecentrum en het spoor met de zone ten westen van de uitbreiding (kavel 303) zal worden ingezet voor de realisatie van het Natuur Netwerk Brabant (NNB). Het perceel grenst hiermee aan perceel N 1393, gemeente Halderberge in het westen. Op dit perceel is de ecologische verbindingszone reeds gerealiseerd en daarmee NNB. Aan de noordzijde (overkant spoor) gaat de Kibbelvaart verder over perceel N 462. Ook dit perceel is gelegen in de gemeente Halderberge. De Kibbelvaart is ook hier ingericht als Natuur Netwerk Brabant. De inrichting van de NNB sluit aan bij de randvoorwaarden zoals gesteld door waterschap Brabantse Delta. Hierin staat beschreven dat de verbindingszone als nat kralensnoer ingericht moet worden, geschikt voor doelsoorten zoals de bruine kikker, gewone pad, poelkikker, meerkikker, bastaardkikker en kleine watersalamander en
datum referentie
13 mei 2024 205583_AdB_RAP_0001_v10.0
P 17/101
alpenwatersalamander. In het algemeen kan gesteld worden dat deze soorten zich thuis voelen in een landschap met bloemrijk grasland, schuilplaatsen in de vorm van struweel en poelen met een flauwe noordoever. Belangrijke ontwerpelementen zijn het realiseren van een natuurlijke buffer tussen het nieuwe bedrijfspand en omwonenden. Deze buffer krijgt deels vorm door het realiseren van een aarden wal aan de westzijde met daarop bomen (Salix alba (schietwilg)).De wal eindigt aan de zijde van het distributiecentrum met een keerwand daar er onvoldoende ruimte is om de grondwal helemaal door te zetten. Ter beveiliging komt op de grondwal een hekwerk van 1 meter hoog. De bomenrij loopt wel door aan de noordzijde. Zie hiervoor ook navolgende artists impressions van de ontwikkeling. Ten westen van de uitbreiding zorgt een mix van Alnus glutinosa (zwarte els), Fraxinus excelsior (es) en Salix alba (schietwilg) voor de landschappelijke inpassing. Door de bomen rondom de uitbreiding te planten wordt aangesloten op de omgeving en huidige situatie én wordt direct zicht op het nieuwe gebouw doorbroken. De bomen zullen aan de westzijde een hoogte hebben van 3,5 meter bij aanplant en aan de noordzijde 2 meter bij aanplant. Achter de bomenrij is een hekwerk voorzien van 2 meter hoog oplopend tot 4 meter hoog in de noordwesthoek (zie onderstaand figuur).
Dit hekwerk staat op de grens van het bedrijfsperceel. Gezien vanuit de woningen aan de Heul dus achter de grondwal/bomenrij. Dit constructief scherm wordt aan de buitenzijde afgewerkt met duurzame kokosvezels. Het scherm is niet lichtdoorlatend en heeft een geluidreducerende werking. Het scherm wordt begroeid met klimplanten (zoals bijvoorbeeld Hedera helix). Op deze wijze wordt het aanzicht buitenom zo veel als mogelijk in het landschap opgenomen. Hiermee wordt het gebouw verzacht door een groene zone. Dit in combinatie met passend materiaalgebruik en kleurstelling draagt zorg voor een buffer tussen het bedrijf, de nieuwe natuur van de Kibbelvaart en de omwonenden.
De rode lijn geeft aan waar het hekwerk 4 meter hoog is.
datum referentie
13 mei 2024 205583_AdB_RAP_0001_v10.0
P 18/101
Artist impression. Kijkend in zuidoostelijke richting.
De te gebruiken kokosrollen bij het hekwerk in combinatie met klimplanten resulteert niet alleen in een goede landschappelijke inpassing van het bedrijf. Kokosrollen hebben ook een geluidwerende capaciteit en gecombineerd met klimplanten wordt ook zorggedragen dat de koplampen van vrachtwagens niet bij de nabij gelegen woningen naar binnen kan schijnen. Door deze invulling wordt voldaan aan de voorwaarde van de gemeenteraad dat er op het noordelijk deel van de aarden wal een technisch uitvoerbare oplossing gerealiseerd dient te worden die structureel goed kan blijven staan en die permanent lichtschijnsel van (vracht)auto’s voorkomt
Artist impressions. Detail van de noordoostelijke hoek van het perceel met de Kibbelvaart op de voorgrond.
datum referentie
13 mei 2024 205583_AdB_RAP_0001_v10.0
P 19/101
Aanleg en instandhouding van het natuurplan is door middel van een voorwaardelijke verplichting in de regels en aanduiding op de planverbeelding gewaarborgd. 2.5
Parkeren & verkeer
2.5.1
Parkeren
Toetsingskader Met de inwerkingtreding van de “Reparatiewet BZK” op 29 november 2014 is het verplicht om het parkeren te reguleren middels de bestemmingsregeling. In de bestemmingsregeling kan worden opgenomen dat bij aanvraag om omgevingsvergunning (voor het bouwen en / of afwijken) dient te worden aangetoond dat wordt voldaan aan de van toepassing zijnde parkeernormen. In het kader van ‘een goede ruimtelijke ordening’ dient echter al bij vaststelling van een bestemmingsplan inzichtelijk te worden gemaakt dat redelijkerwijs in de aldus benodigde parkeerplaatsen feitelijk duurzaam kan worden voorzien (ECLI:NL:RVS:2017:1036, r.o. 5.3). Het aantal benodigde parkeerplaatsen wordt bepaald door het geldende parkeerbeleid. Beoordeling Ten behoeve van de onderbouwing van de parkeerbehoefte van personenauto's is door Aveco de Bondt door middel van onderzoek aangetoond dat binnen het plangebied voldoende parkeerplaatsen worden aangelegd om parkeerproblemen te voorkomen. Het onderzoek is als bijlage 1 bij deze toelichting gevoegd. Uit het onderzoek blijkt dat op grond van de CROW en liggend in een ‘sterk stedelijk’ gebied een parkeernorm gehanteerd wordt van 0,7 – 1,2 voor de bedrijfsruimten en 1,4 en 1,9 (beide per 100 m2 bvo) voor de kantoorruimte. In het onderzoek wordt aangetoond dat deze normen voor vergelijkbare locaties te hoog is.
De te totaal te realiseren parkeerplaatsen (bestaande situatie plus nieuwe situatie) van 212 parkeerplaatsen is voldoende om te voorzien in de parkeerbehoefte. De parkeernorm ligt binnen de bandbreedte van 0,23 – 0,43 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo. Uitgaande van een oppervlakte van 56.032 m2 na voltooiing van onderhavig plan bedraagt de parkeerbehoefte op basis van ervaringscijfers tussen de 128.9 – en 240,9 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo. Het plan voorziet thans in 212 parkeerplaatsen welke valt binnen de bandbreedte aan parkeerplaatsen. De onderhavige ontwikkeling komt het meest overeen met het DC Heerenveen met een parkeernorm van 0,27 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo. Wat neerkomt op 151,3 parkeerplaatsen. In de regels zijn de parkeernormen vastgelegd waarmee het voorzien in de parkeerbehoefte is geborgd. Het onderhavig plan voorziet in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein waarmee voldaan wordt aan de gemeentelijke beleidsregels ten aanzien van parkeren. Conclusie Binnen de regels zijn waarborgen opgenomen dat voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein. 2.5.2 Verkeer Bedrijventerrein Vosdonk beschikt over een directe ontsluiting op de Rijksweg A58 (via afslag 19). De daarop aansluitende weg Vosdonk maakt onderdeel uit van de zogeheten Kleine Ring: een stelsel van gebiedsontsluitingswegen.
Een groot deel van bedrijventerrein Vosdonk wordt via dit stelsel ontsloten, zo ook het plangebied (via het Zwarthoofd en de Nijverheidsweg). Door Aveco de Bondt is ook gekeken naar de verkeersgeneratie. Zie hiervoor bijlage 1 behorende bij deze toelichting. Hierbij is de totale verkeersgeneratie bepaald en niet alleen dat van de uitbreiding.
datum referentie
13 mei 2024 205583_AdB_RAP_0001_v10.0
P 20/101
Teneinde de verkeersgeneratie te bepalen die gepaard gaat met de nieuwbouw, dienen in principe de kengetallen uit het CROW te worden geraadpleegd. In bijlage 1 is aangetoond dat deze veel te hoog zijn voor een distributiecentrum zoals onderhavig voorzien. Voor ‘arbeidsintensieve, bezoekersextensieve’ bedrijvigheid in een sterk stedelijk gebied binnen de rest bebouwde kom geldt dat deze functie op basis van de bijlage 1 een maximum aantal voertuigbewegingen per etmaal (vpe) van 1,8 per 100 m2 bvo industrie en 6,5 per 100 m2 bvo kantoor genereert. Dit is inclusief vrachtverkeer en bezoekers. Vanwege de nieuwbouw geldt derhalve een toename van circa (53.540 m2 industrie/100)*1,8 = 963,7 plus (2.492 m2 kantoor/100)* 6,5 = 162,0 voor een totaal van (963,7 + 162,0) = 1.126 vpe. Dit verkeer wordt op eenzelfde wijze als in de huidige situatie ontsloten via het Zwarthoofd, de Nijverheidsweg en vervolgens de Vosdonk en de Rijksweg A58. De Heul en Roosendaalseweg op het grondgebied van de gemeente Halderberge zijn verboden voor vrachtverkeer. De wegen binnen het bedrijventerrein zijn ingericht op het verwerken van een groot aantal vrachtverkeersbewegingen. Het verkeer wordt buiten de woongebieden om volledig binnen het bestaande bedrijventerrein weggeleid.
Een eventuele toename van verkeersbewegingen van en naar het plangebied vormt daarmee geen probleem voor de verkeersafwikkeling buiten het plangebied. De verkeersbewegingen op het bedrijfsperceel zelf vragen om een logistieke routing waarbij geen knelpunten en opstoppingen ontstaan. In de bestaande situatie rijdt al het verkeer in één richting over het terrein, in een cirkel rondom de bestaande bouw. Er is voldoende ruimte om in te draaien richting de laaddocks. Met de beoogde uitbreiding wordt deze logistieke routing bestendigd. Opstoppingen op de openbare weg zijn daarmee niet te verwachten.
datum referentie
13 mei 2024 205583_AdB_RAP_0001_v10.0
P 21/101
Verkeersstructuur bedrijventerrein Vosdonk.
datum referentie
13 mei 2024 205583_AdB_RAP_0001_v10.0
P 22/101
datum referentie
13 mei 2024 205583_AdB_RAP_0001_v10.0
P 23/101
3
Beleidskader
3.1
Inleiding
De beleidscontext voor het plangebied wordt gevormd door landelijke, provinciale, en gemeentelijke beleidsrapportages. In dit hoofdstuk is het relevante beleid samengevat. 3.2
Rijksbeleid
3.2.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI), 2020
Toetsingskader Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. De Nationale Omgevingsvisie vervangt integraal de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Tegelijkertijd met het vervallen van de SVIR vervalt ook het Nationaal Milieubeleidsplan. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee wordt ingespeeld op de grote uitdagingen in de komende jaren. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgave. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Want de ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt.
Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel. 3. Sterke en gezonde steden en regio’s. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Beoordeling De NOVI dient op regionaal niveau uitgewerkt te worden zodat een gebiedsgerichte aanpak en maatwerk mogelijk is. Deze uitwerking heeft nog niet plaatsgevonden en is bovendien op een schaalniveau die het onderhavig plangebied overstijgt. Conclusie De NOVI dient op regionaal niveau uitgewerkt te worden. Zoals blijkt uit paragraaf 3.2.3 Ladder voor duurzame verstedelijking past de beoogde ontwikkeling in het regionaal beleid en zal in redelijkheid passen in de regionale uitwerking van de NOVI.
datum referentie
13 mei 2024 205583_AdB_RAP_0001_v10.0
P 24/101
3.2.2
Besluit en ministeriële regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, Rarro), 2012
Toetsingskader Op 30 december 2011 is het Barro in werking getreden met daarin een regeling voor een beperkt aantal onderwerpen. Op 1 oktober 2012 is het besluit aangevuld met regels voor de andere beleidskaders uit de SVIR en tevens uit het Nationaal Waterplan en het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Een aantal onderwerpen is geregeld in de bij het Barro behorende Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro). Beoordeling Voorliggend plangebied is gelegen binnen het radarverstoringsgebied van radarstation Herwijnen en het radarstation op vliegbasis Woensdrecht. Rondom deze radarstations mogen geen bestemmingen opgenomen worden die het oprichten van bouwwerken mogelijk maken die door hun hoogte onaanvaardbare gevolgen kunnen hebben voor de werking van de radar. In het radarverstoringsgebied van Herwijnen is de maximale hoogte van windturbines gesteld op 90 meter ten opzichte van NAP. De maximale toegestane hoogte van bouwwerken in het radarverstoringsgebied van radarstation Woensdrecht bedraagt 113 meter boven N.A.P. In het onderhavige plan wordt geen bebouwing mogelijk gemaakt boven de genoemde hoogtes.
Het initiatief heeft daarmee geen gevolgen voor radarstations.
Ligging van Etten-Leur binnen het radarverstoringsgebied van vliegbasis Woensdrecht en radarstation Herwijnen. Met de rode aanwijzer wordt het plangebied aangeduid. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2023
datum referentie
13 mei 2024 205583_AdB_RAP_0001_v10.0
P 25/101
Voor het plangebied geldt verder dat er regels zijn opgenomen inzake de uitoefening van het vliegverkeer vanaf luchthaven Breda International Airport. De aanduidingen 'luchtvaartverkeerzone - 1' en 'luchtvaartverkeerzone 2' zoals opgenomen in dit bestemmingsplan komen hieruit voort en stellen beperkingen aan de hoogtematen ter plaatse van het plangebied: de bouwhoogte mag maximaal circa 54,14 meter bedragen. De beoogde situatie ziet echter niet toe op dergelijke hoogtes zoals begrensd. Het is dus niet van invloed op onderhavig planvoornemen.
Bijlage 8 bij Verordening luchthavenbesluit luchthaven Breda International Airport. Het plangebied is geduid met een gele ster.
Voor het overige zijn er ten aanzien van het onderhavige plangebied geen regels uit het Barro en het Rarro van toepassing, aangezien er bij de onderhavige ontwikkeling geen nationale belangen of nationaal aangewezen gebieden zijn gemoeid. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de onderhavige ontwikkeling passend is binnen de regels zoals gesteld in het Barro en de Rarro.
datum referentie
13 mei 2024 205583_AdB_RAP_0001_v10.0
P 26/101
3.2.3
Ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6 lid 2 Bro)
Toetsingskader Op 1 oktober 2012 is art. 3.1.6, lid 2 toegevoegd aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro); dit artikel bevat de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’. Met de toevoeging van dit artikel in het Bro is beoogd vanuit een oogpunt van ruimtelijke ordening ongewenste leegstand te vermijden en zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren (ECLI:NL:RVS:2017:353, r.o. 18.5). Op 1 juli 2017 is een wijziging van art. 3.1.6, lid 2 Bro in werking getreden. Het Bro regelt thans dat ‘de verantwoording van een juridisch verbindend ruimtelijk besluit van een decentrale overheid dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving dient te bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling. Tevens is geregeld dat indien het ruimtelijk besluit die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, de verantwoording een motivering dient te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien’. De definiëring van enkele van de in het artikel genoemde begrippen in art. 1.1.1 Bro laat onverlet dat de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ als een ‘open norm’ is te kwalificeren. Dit houdt in dat de norm inhoudelijk open is en onder verschillende omstandigheden nader ingevuld moet worden.
Sinds de inwerkingtreding van het artikel heeft de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS) in haar jurisprudentie de norm veelvuldig ingevuld en daardoor verder begrensd. Op 28 juni 2017 heeft de ABRvS een zogenoemde ‘overzichtsuitspraak’ gedaan (ECLI:NL:RVS:2017:1724, r.o. 2 t/m 12.8), waarin de dan geldende en op basis van de voornoemde wijziging te behouden jurisprudentielijnen nader uiteen worden gezet. Op basis van deze jurisprudentielijnen kan de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ concreet worden toegepast. Beoordeling Toepassing van de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ houdt een antwoord op de volgende rechtsvragen in. Indien een rechtsvraag positief kan worden beantwoord, dient de ‘ladder’ verder te worden doorlopen. Indien een rechtsvraag negatief wordt beantwoord, dan is de ‘ladder’ niet (verder) van toepassing dan wel kan niet aan de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ worden voldaan. a. Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling? b. Voorziet het onderhavige besluit in een nieuwe stedelijke ontwikkeling? c. Is er sprake van een behoefte aan de voorziene ontwikkeling? d. Is de voorziene ontwikkeling gelegen buiten bestaand stedelijk gebied? e. Is het mogelijk om de voorziene ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied te realiseren? Door de Stec-groep is nader onderzoek gedaan naar de laddertoets.
Dit rapport is als bijlage 2 aan deze toelichting gevoegd. Uit het onderzoek blijkt dat de laddertoets positief is doorlopen en dat de voorgenomen ontwikkeling voorziet in een behoefte. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de onderhavige ruimtelijke ontwikkeling is aan te merken als een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. De ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ voorziet in een behoefte aan bedrijfsruimte en kan enkel buiten ‘bestaand stedelijk gebied’ worden gerealiseerd. Daarmee past het initiatief binnen de kaders van de ladder voor duurzame verstedelijking. 3.3
Provinciaal beleid
3.3.1
Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant, Visie op de leefomgeving’, 2018
Toetsingskader De Omgevingsvisie Noord-Brabant 'De Kwaliteit van Brabant, Visie op de Brabantse leefomgeving', is vastgesteld door Provinciale Staten op 14 december 2018. Aan de hand van de Omgevingsvisie geven Provinciale Staten aan wat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren zijn. De Omgevingsvisie geldt
datum referentie
13 mei 2024 205583_AdB_RAP_0001_v10.0
P 27/101
als opvolger van de strategische elementen van eerdere provinciale plannen, zoals de structuurvisie, het verkeersen vervoersplan, het milieu-en waterplan en de natuurvisie. Voor wat betreft sectorale beleidsdoelen blijven de huidige plannen, waaronder de SVRO, vooralsnog gelden. In de aankomende Omgevingswet staan de waarden veiligheid, gezondheid en duurzame omgevingskwaliteit centraal. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. Voor elk van deze opgaven geeft de Omgevingsvisie aan wat de ambities op lange termijn zijn, te weten wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn. Ook is een concreet tussendoel geformuleerd voor het jaar 2030, om zo te kijken wat in dat jaar minimaal bereikt moet zijn om het lange termijndoel te kunnen halen. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. Het bereiken van een gezonde leefomgeving is essentieel. Om die doelstelling kracht bij te zetten wordt de Brabantse Omgevingsscan vanaf de vaststelling van de Omgevingsvisie geïmplementeerd in de nieuwe werkwijze onder de Omgevingswet.
Deze omgevingsscan is een instrument om invulling te geven aan de positie van gezondheid in de nieuwe bestuurspraktijk onder de Omgevingswet. Beoordeling Met de omgevingsvisie kiest de provincie er voor om haar rol te veranderen. Waar zij eerst concreet richting en sturing gaf aan de hand van min of meer concrete regels en uitgangspunten, gaat het nu meer om het beoordelen van initiatieven in ruimer verband en gericht op het behalen van doelen voor de leefomgeving waarbij een belangrijke rol voor de gemeente is weggelegd. Het voorliggend initiatief betreft de uitbreiding van een bestaand bedrijfsperceel en de feitelijke realisatie van een ecologische verbindingszone. De bedrijfsuitbreiding is noodzakelijk om een voor nu en in de toekomst duurzame bedrijfsvoering te waarborgen. Daarmee is het initiatief passend binnen de omgevingsvisie. Conclusie De beoogde ontwikkeling past binnen de Omgevingsvisie van de provincie Noord-Brabant. 3.3.2
Structuurvisie Ruimtelijke Ordening (SVRO) – partiële herziening 2014, 2014
Toetsingskader De Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2010 – partiële herziening 2014 (SVRO 2014) betreft een herziening van de op 1 oktober 2010 vastgestelde Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2010. De partiële herziening is door Provinciale Staten van Noord-Brabant op 7 februari 2014 vastgesteld en is in werking getreden op 19 maart 2014. Deze structuurvisie geeft de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid tot 2025 weer (met een doorkijk naar 2040). De visie is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie. Het is de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening biedt. De genoemde visie in de partiële herziening is doorvertaald in de regels van de Verordening ruimte 2014. Daarnaast ondersteunt de structuurvisie het beleid op andere provinciale beleidsterreinen, zoals het economisch-, mobiliteits-, sociaal-, cultureel-, milieu- en natuurbeleid. Het doel dat centraal staat in de SVRO is een goede woon-, werk- en leefomgeving voor inwoners en bedrijven in Noord-Brabant.
datum referentie
13 mei 2024 205583_AdB_RAP_0001_v10.0
P 28/101
Beoordeling Op de structurenkaart van de SVRO 2014 is het plangebied hoofdzakelijk gelegen binnen de structuur ‘Stedelijk gebied’ met als perspectief ‘Stedelijk concentratiegebied’. De uitbreidingslocatie is daarnaast gedeeltelijk gelegen binnen de structuur ‘Landelijk gebied’ met als perspectief ‘Gemengd landelijk gebied’.
Uitsnede Structurenkaart uit Structuurvisie Ruimtelijke Ordening met het plangebied aangeduid met een gele ster. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2021.
De provincie onderscheidt binnen de stedelijke structuur het stedelijk concentratiegebied. In het stedelijk concentratiegebied kunnen in beginsel stedelijke ontwikkelingen zoals met dit bestemmingsplan wordt beoogd worden gerealiseerd. De uitbreidingslocatie is daarnaast gedeeltelijk gelegen binnen het gemengd landelijk gebied. Het gemengd landelijk gebied is een veelzijdige gebruiksruimte. Ontwikkelingen, zoals wonen, werken, (historische) landgoederen, recreatie en toerisme, passen qua aard, schaal en functie bij de omgeving en houden rekening met de omgevingskwaliteiten. De ontwikkeling van functies is in beginsel alleen mogelijk op vrijkomende locaties. Er wordt rekening gehouden met (ontwikkelingsmogelijkheden van) omliggende bestaande functies, zoals volwaardige agrarische bedrijven, recreatiebedrijven of woonfuncties. Binnen de primair agrarische gebieden is de provincie terughoudend met de (verdere) ontwikkeling van niet-agrarische functies. De land- en tuinbouw heeft in deze gebieden het primaat. Het onderhavige initiatief voorziet in een stedelijke ontwikkeling binnen het gemengd landelijk gebied. Strikt genomen is deze ontwikkeling in dit gebied, buiten het zoekgebied verstedelijking, niet direct passend binnen de provinciale structuurvisie.
Zoals in paragraaf 3.2.3 uiteengezet, is er binnen het stedelijk gebied echter geen ruimte om te voorzien in de onderhavige ontwikkeling. Met de gekozen uitbreidingsrichting wordt rekening gehouden met eventuele uitbreidingsmogelijkheden van bestaande omliggende agrarische functies. Dit is nader verantwoord in hoofdstuk 4. Van belemmering van omliggende agrarische bedrijven is derhalve geen sprake, waarmee aldus ook de doelstellingen voor het gemengd landelijk gebied worden nagestreefd. Het planvoornemen is daarmee in zoverre passend binnen de uitgangspunten zoals geformuleerd in de provinciale structuurvisie. Conclusie De gewenste ontwikkeling is in lijn met de provinciale Structuurvisie.
datum referentie
13 mei 2024 205583_AdB_RAP_0001_v10.0
P 29/101
3.3.3
Interim omgevingsverordening en Omgevingsverordening Noord-Brabant
Toetsingskader In de Omgevingsvisie zijn de strategische doelen van het provinciale beleid voor de langere termijn aangegeven. Het beleid en de daartoe te treffen maatregelen zijn uitgewerkt in programma’s en waarden worden beschermd via de omgevingsverordening. Per 25 oktober 2019 is de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (Iov) vastgesteld. Provincies zijn verplicht om een omgevingsverordening te hebben voordat de Omgevingswet ingaat. Met een Interim omgevingsverordening zet de provincie Noord-Brabant een eerste stap op weg naar de definitieve omgevingsverordening. De Interim omgevingsverordening bevat geen nieuwe regels, maar voegt bestaande regels uit zes bestaande verordeningen samen, waaronder de Verordening ruimte Noord-Brabant. Met de Interim omgevingsverordening zet de provincie een eerste stap om de regels beter te laten aansluiten bij de werkwijze van de Brabantse Omgevingsvisie en de Omgevingswet. De Interim omgevingsverordening zorgt ervoor dat de provincie en partijen waar ze mee samenwerkt ervaring kunnen opdoen met die nieuwe werkwijze, waarbij er meer ruimte is om goede initiatieven van inwoners, ondernemers en andere overheden te ondersteunen en maatwerk toe te passen. Op 11 maart 2022 is de Omgevingsverordening Noord-Brabant door Provinciale Staten vastgesteld. De Omgevingsverordening (Ov) treedt in werking op hetzelfde moment als de Omgevingswet.
Aangezien dit bestemmingsplan voor 31 december 2023 ter inzage is gelegd en na 1 januari 2024 wordt vastgesteld wordt in deze paragraaf zowel aan de relevante bepalingen van de Iov als aan die van de Ov getoetst. Materieel gelden dezelfde normen en wijzigt het toetsingskader niet. Beoordeling Het plangebied ligt binnen het Landelijk gebied en het Stedelijk gebied. Daarnaast ligt de uitbreidingslocatie binnen een aantal andere werkingsgebieden. Het betreft specifiek de volgende werkingsgebieden: • Natuur Netwerk Brabant; • Natuur Netwerk Brabant - ecologische verbindingszone; • Behoud en herstel van watersystemen; • Attentiezone waterhuishouding. Voor het overige ligt binnen het plangebied geen ander werkingsgebied. Wel gelden de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies zoals geformuleerd in art. 3.5 t/m 3.8 Iov, respectievelijk 5.7 t/m 5.10 Ov.
datum referentie
13 mei 2024 205583_AdB_RAP_0001_v10.0
P 30/101
Uitsnede kaartbeeld ‘stedelijke ontwikkeling en erfgoed’ van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Het plangebied is geduid met een rode contour. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2022.
Uitsnede kaartbeeld ‘natuur en stiltegebieden’ van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Het plangebied is geduid met een rode contour. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2022.
datum referentie
13 mei 2024 205583_AdB_RAP_0001_v10.0
P 31/101
Uitsnede kaartbeeld ‘Landelijk gebied’ van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Het plangebied is geduid met een rode contour. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2022
Met de inwerkingtreding van de Omgevingsverordening gelden dezelfde kaartbeelden. Anders dan onder toepassing van de Interim omgevingsverordening worden de wijzigingen van de werkingsgebieden niet meer middels separate besluiten van Gedeputeerde Staten doorgevoerd, maar zullen deze twee maal per jaar in zogenaamde veegronden worden gebundeld. 3.3.3.1
Artikel 3.42 Iov en 5.55 Ov, Duurzame stedelijke ontwikkeling
Stedelijke ontwikkeling Een bestemmingsplan dat voorziet in een stedelijke ontwikkeling is uitsluitend gelegen in bestaand stedelijk gebied. De toelichting bij een bestemmingsplan gelegen in bestaand stedelijk gebied dat voorziet in een ontwikkeling of een uitbreiding van een bedrijventerrein bevat een verantwoording over de wijze waarop de afspraken die daarover zijn gemaakt in het regionaal ruimtelijk overleg worden nagekomen en hoe zorgvuldig ruimtegebruik wordt bevorderd. De beoogde ontwikkeling voorziet in de uitbreiding van een bestaand bedrijventerrein. De ontwikkeling is op 9 juni 2021 regionaal afgestemd in de commissie van advies Ruimte en Economie van de RWB. Deze commissie formuleert een positief advies over het initiatief richting de West-Brabantse Ontwikkeldag van 9 juli. Op 9 juli is het formele besluit bekrachtigd. Naast regionale afstemming dient verantwoord te worden dat er sprake is van zorgvuldig ruimtegebruik. Zorgvuldig ruimtegebruik betreft, naast het motiveringsvereiste dat er sprake is van een passende kavelomvang, in het bijzonder het beperken van ontwikkelingen die een effectief gebruik van het bedrijventerrein beperken. Met dit laatste wordt oneigenlijk ruimtegebruik voorkomen. De omgevingsverordening bedoelt met oneigenlijk ruimtegebruik het toestaan van functies die, gelet op de aard van het bedrijventerrein, eigenlijk geweerd moeten worden.
Voorbeelden hiervan betreffen het toestaan van bedrijfswoningen op een middelzwaar- en zwaar
datum referentie
13 mei 2024 205583_AdB_RAP_0001_v10.0
P 32/101
bedrijventerrein. Op dergelijke bedrijventerreinen wordt juist ruimte geboden aan bedrijven met een hinderprofiel. Door het toestaan van gevoelige functies ter plaatse, worden deze bedrijven alsnog beperkt in de mogelijkheden. Bovendien nemen deze functies op een dergelijk bedrijventerrein de schaarse ruimte in die juist voor dit type bedrijven beschikbaar is. Om deze redenen worden woondoeleinden ter plaatse van het plangebied geweerd. Daarnaast gaat het planvoornemen niet uit van de vestiging van bedrijven die beter gevestigd kunnen worden in gemengde gebieden. Immers gaat het om de uitbreiding van een bestaand distributiecentrum. Evenmin wordt ruimte geboden aan voorzieningen die gelet op hun publieksaantrekkende werking thuishoren in centrumgebieden. Er is, gelet op de planregeling, geen sprake van oneigenlijk ruimtegebruik. Afweging zorgvuldig en zuinig ruimtegebruik Lidl heeft aan het Zwarthoofd 5 een distributiecentrum (DC). Dit is te klein om het verzorgingsgebied van supermarkten (regio Zeeland, West-Brabant en Zuid-Holland) te bevoorraden. In het voorbereidingstraject is vanuit zorgvuldig en zuinig ruimtegebruik ook gekeken naar overige locaties op Vosdonk alsmede in de regio WestBrabant.
Het werken op 2 locaties is vanuit efficiency en duurzaamheid niet wenselijk en er zijn ook geen geschikte locaties (zowel brown- als greenfields) elders gevonden om de uitbreidingsvraag van Lidl te kunnen realiseren. Kijkende naar het feit dat Lidl zeer tevreden is over de huidige locatie, men de werkgelegenheid wil behouden en zelfs uitbreiden en men geen desinvestering op de huidige locatie wenst, heeft Lidl bewust de keuze gemaakt om plannen te ontwikkelen om het huidige DC in noordelijke richting uit te breiden. Ook het intensiever benutten van de huidige locatie of kiezen voor verticale bouw is niet mogelijk. Dit vanwege het feit dat het huidige DC al een voor logistieke maatstaven bepaalde (qua omgevingsplan ook maximale) hoogte heeft en er als gevolg van een uitbreiding ook behoefte is aan loadingdocks op de begane grond. De voorgenomen uitbreiding bedraagt 1,5ha bebouwing en voldoet minimaal aan de behoefte die Lidl had. Afweging bestuurlijk In de door de gemeenteraad van Etten-Leur in juli 2022 vastgestelde Omgevingsvisie is de locatie reeds aangewezen als zoekgebied voor bedrijventerrein. De uitbreiding van Lidl past geheel binnen dit kader. Verdere uitbreiding van Lidl op dit terrein is feitelijk/ruimtelijk ook niet mogelijk.
Op basis van de bedrijventerreinafspraken binnen de regio West-Brabant heeft er in 2021 reeds regionale afstemming plaatsgevonden onder alle gemeenten binnen de regio West-Brabant én de provincie. Door alle gemeenten binnen de regio West-Brabant, alsmede de provincie Noord-Brabant is de afstemming van deze ontwikkeling akkoord bevonden. Dit besluit is ook gedeeld met Lidl en Lidl is verder gegaan met de uitbreidingsplannen. Om de regionale afstemming mede in relatie tot de grootschalige logistiek te bezien heeft er voorjaar 2023 wederom een regionale afstemming plaatsgevonden onder alle gemeenten binnen de regio West-Brabant én de provincie. Het standpunt uit 2021 is nogmaals onderschreven en de ontwikkeling is regionaal akkoord bevonden in relatie tot de regionale afspraken in het kader van het provinciaal beleid over grootschalige logistiek. Gelet op het gehele proces van bestuurlijke besluiten en afstemming tot nu toe zou het vanuit het oogpunt van een betrouwbare overheid zeer vreemd overkomen door nu alsnog te besluiten dat Lidl geen uitbreiding mag realiseren, omdat Lidl ook eigenaar is van een andere locatie op bedrijventerrein Vosdonk. Locatie Tussendonk Gedurende het proces van de ontwikkeling van de uitbreiding van het DC is tegenover de locatie van het DC, aan de Tussendonk, een ander pand/perceel vrijgekomen en Lidl heeft besloten dit pand/perceel te verwerven.