CConstaterende datErmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

Zandkampweg 21 Ermelo TAM-plan e260010027

Gemeenteraad 12 maart 2026, gemeente ErmeloBij agendapunt: Vaststellen TAM-Omgevingsplan Zandkampweg 2127.176 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

In tegenstelling tot rustige woongebieden worden in dergelijke levendige gebieden milieubelastende activiteiten op kortere afstand van milieuhinder gevoelige functies acceptabel geacht. De richtafstand mag in deze gebieden met één afstands-

TAM-omgevingsplan Gemeente Ermelo - Zandkampweg 21, Ermelo

25

stap worden verkleind (10 meter behorende bij milieucategorie 1 wordt 0 meter, 30 meter van milieucategorie 2 wordt 10 meter van milieucategorie 1, etc.). Het uitgangspunt van de VNG-handreiking is dat de gemeente deze gemotiveerd toepast. Het is een hulpmiddel, maar het legt niet vast wat wel en wat niet is toegestaan. Een gemeente dient zelf zorgvuldig af te wegen, te bepalen en te motiveren welke functies en activiteiten zij in een bepaald gebied toelaatbaar acht en welke Staat van Bedrijfsactiviteiten zal worden toegepast, zodat maatwerk en flexibiliteit voor een plangebied ontstaat. Afbeelding 10: Omgevingstype. Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2

Richtafstand tot omgevingstype rustige woonRichtafstand tot omgevingstype gemengd wijk en rustig buitengebied gebied 10 meter 0 meter 30 meter 10 meter 50 meter 30 meter 100 meter 50 meter 200 meter 100 meter 300 meter 200 meter

Toetsing In het kader van deze ontwikkeling is onderzoek gedaan naar bedrijven en milieuzonering 5. Het gaat dan met name om de geluidaspecten, vanwege het kamphuis. Volgens de VNG-brochure bedrijven en milieuzonering oude stijl uit 2009 geldt voor het kamphuis een richtafstand van 50 meter. De brochure nieuwe stijl uit 2019 heeft dit vertaald naar Zone 2 met een waarde van 45 dB(A) op 50 meter, in een rustige woonwijk. Voor dit plan is in eerste instantie uitgegaan van een richtwaarde van 45 dB(A) op de gevels van de woningen. De geplande nieuwe woningen liggen op een afstand van ruim 30 meter of meer van het kamphuis. De nieuwe woningen gelden voor het kamphuis als woningen van derden. Stemgeluid is de belangrijkste factor voor een kamphuis. Voor stemgeluid in de open lucht vindt toetsing alleen plaats bij de ruimtelijke afweging. Er is een klein rekenmodel opgesteld, om de bijdrage van het kamphuis in te kunnen schatten. Mechanisch versterkte muziek is op het buitenterrein niet toegestaan. Voor kampliederen is in de berekening een muziektoeslag van 10 dB toegepast. Uit de resultaten blijkt dat er voor de bestaande omliggende woningen niet veel wijzigt. Op basis van inspraakreacties is wel een tweetal schermen van 2 meter hoog meegenomen, te weten langs de oostgrens en een scherm van de zuidwesthoek van het kampgebouw schuin richting de Konijnenwal.

Met een langtijdgemiddeld beoordelingsniveau van LAr;LT= 35 dB(A) of lager en piekniveaus van LAmax= 55 dB(A) of lager is ruimschoots aan de richtwaarden te voldoen. Voor het oostelijke blok van de nieuwe woningen is de berekende geluidbelasting op de oostgevel aan de hoge kant. Daarom is gerekend met een afschermende voorziening van deels 3,2 meter (scherm) en deels 2,5 meter hoog (wal). Er ligt een gastransportleiding, waarboven een scherm niet zomaar mag worden geplaatst. Door de afscherming is naast meer privacy op de begane grond met een lang-

5

AWG Geluidadvies, Memo richtafstanden bedrijven en milieuzonering Zandkampweg 21 Ermelo, 2024-006 versie Jan.26-v3, Ermelo, 26 januari 2026

TAM-omgevingsplan Gemeente Ermelo - Zandkampweg 21, Ermelo

26

tijdgemiddeld beoordelingsniveau van LAr;LT=41-42 dB(A) of lager een redelijk tot goed woon- en leefklimaat te realiseren voor het aspect bedrijfsgeluid. Op de verdieping resteert op een paar van de nieuwe woningen (oostelijke blok) nog wel een hoger niveau van maximaal LAr;LT =51-52 dB(A) of lager in de avond. Deze waarden komen vanwege de muziektoeslag van 10 dB bij kampliederen. Dat is maar zo nu en dan het geval. De benodigde geluidwering voor een goede binnenwaarde bedraagt echter niet meer dan de normale standaard (minimum) waarde van GA;k=20 dB. Maximale geluidniveaus liggen op LAmax=65 dB(A) of lager. Verder zal het leven van de mensen met begeleid wonen zich vooral afspelen in de ruimte tussen de beide woningbokken. Het interne begeleidingsbeleid is daar ook op gericht. Daar zijn geluidluwe gevels op zowel de begane grond als op de verdieping en is ook de buitenruimte geluidluw. Voor omliggende andere bedrijven geldt dat deze op 300 meter of meer zijn gelegen en dat andere woningen daarvoor maatgevend zijn. Daarmee is voldoende aangetoond dat het plan ter plaatse van de bestaande en de geplande nieuwe woningen en inclusief afscherming, niet leidt tot een slecht woon- en leefklimaat met betrekking tot het aspect bedrijfsgeluid. Bedrijven worden niet onevenredig belemmerd in de bedrijfsvoering.

Vanuit oogpunt van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is het plan daarmee realiseerbaar. Conclusie Uit het oogpunt van milieuzonering zijn er als het scherm met de wal worden gerealiseerd en er na 23:00 uur geen buitenactiviteiten meer worden toestaan, geen belemmeringen voor de planontwikkeling. Deze maatregelen zijn geborgd als voorwaardelijke verplichting met instandhoudingsplicht in dit TAM-Omgevingsplan.

4.10. Omgevingsveiligheid Algemeen Omgevingsveiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines. De hoofdlijnen van het wettelijk kader omtrent de omgevingsveiligheid zijn opgenomen in instructieregels in afdeling 5.1.2 Bkl. In bijlage VII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen als risicobronnen. Deze risicobronnen zijn van belang voor de regels over het plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden. Het betreft de volgende activiteiten: ▪ activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven. Dit zijn verschillende milieubelastende activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving. ▪ het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen (weg, water en spoor). ▪ buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving. ▪ windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteit leefomgeving. De paragrafen 5.1.2.2 tot en met 5.1.2.6 van het Bkl gaan over het toelaten van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties in verband met het externe veiligheidsrisico van een activiteit die op een locatie is toegelaten op

TAM-omgevingsplan Gemeente Ermelo - Zandkampweg 21, Ermelo

27

grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Plaatsgebonden risico Grenswaarden en standaardwaarden voor het Plaatsgebonden Risico (PR) ten aanzien van (zeer) (beperkt) kwetsbare gebouwen en (beperkt) kwetsbare locaties zijn opgenomen in artikel 5.6 tot en met artikel 5.11a van het Bkl. Grenswaarden voor kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties (artikel 5.7 lid 1 Bkl) worden in een Omgevingsplan in acht genomen. Met standaardwaarden voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties wordt in een omgevingsplan rekening gehouden (artikel 5.11 Bkl). Voor het plaatsgebonden risico gelden, afhankelijk van de activiteit, vastgestelde afstanden of te berekenen afstanden (bijlage VII Bkl). Groepsrisico Bij groepsrisico is sprake van 'aandachtsgebieden'. Risicovolle activiteiten hebben van rechtswege aandachtsgebieden (artikel 5.12 Bkl). Het opnemen van aandachtsgebieden in een omgevingsplan is niet verplicht. Een aandachtsgebied geldt van rechtswege, en is een gebied rond activiteiten met gevaarlijke stoffen dat zichtbaar maakt waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen onvoldoende beschermd zijn tegen de gevolgen van ongevallen met gevaarlijke stoffen. Aandachtsgebieden zijn er voor brand, explosie en gifwolk.

Afhankelijk van het type activiteit met gevaarlijke stoffen, zijn er voor het aandachtsgebied in de regelgeving vaste afstanden vastgesteld of zijn deze afstanden rekenkundig te bepalen (bijlage VII Bkl). Aandachtsgebieden worden zichtbaar gemaakt in het Register externe veiligheidsrisico's (REV). Binnen een aandachtsgebied kan sprake zijn van een voorschriftengebied. Een gemeente kan in het Omgevingsplan afzien van aanwijzing van een brand- of explosievoorschriftengebied of een kleiner brand- of explosievoorschriftengebied aanwijzen (artikel 5.14 Bkl). Als het initiatief ligt in een voorschriftengebied, dan gelden voor nieuwbouw aanvullende bouweisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (artikel 4.90 tot en met 4.96 Bbl. Voor zeer kwetsbare gebouwen, zoals scholen, kinderdagopvang, en verzorgingstehuizen, geldt altijd een voorschriftengebied, en gelden dus aanvullende bouweisen bij nieuwbouw (artikel 5.14 Bkl). Los van een eventueel voorschriftengebied kan een gemeente aanvullende eisen stellen, bijvoorbeeld aan vluchtroutes en de bereikbaarheid van het gebied door hulpdiensten. Een berekening van het groepsrisico is onder de Omgevingswet optioneel. Toetsing De voorgenomen ontwikkeling valt conform het Bkl onder een 'zeer kwetsbaar gebouw'.

Uit de risicokaart blijkt dat er in de omgeving geen risicovolle inrichtingen aanwezig zijn waarvan het aandachtsgebied tot aan het plangebied reikt. Er is echter wel sprake van een route voor gevaarlijke stoffen. Er loopt namelijk een aardgasleiding door het plangebied en het hele plangbied ligt in het brandaandachtsgebied van deze buisleiding. Daarom is onderzoek6 gedaan naar het effect van de nieuwbouw ten opzichte van deze gasleiding.

6

SAB, Quick scan omgevingsveiligheid Zandkampweg Ermelo, 210502.02, Arnhem, 25 november 2024

TAM-omgevingsplan Gemeente Ermelo - Zandkampweg 21, Ermelo

28

Afbeelding 11: Fragment risicokaart

Uit de berekening van het groepsrisico blijkt dat de oriëntatiewaarde van het groepsrisico niet wordt overschreden en lager dan 10% van de oriëntatiewaarde is. Wel neemt het groepsrisico significant toe. Echter, de berekening is gebaseerd op een hoger aantal woningen. Het feitelijke groepsrisico zal daarom lager worden dan berekend. Desondanks is, aan de hand van de gezamenlijke beleidsvisie externe veiligheid van de gemeenten in de regio Noord-Veluwe, een afweging van het groepsrisico en de inrichting van de fysieke leefomgeving opgesteld. Uit de afweging van het groepsrisico en de inrichting van de fysieke leefomgeving blijkt dat er voldoende nooduitgangen en vluchtwegen van de buisleiding af dienen te worden gerealiseerd, er extra risicocommunicatie vooraf en ook tijdens een calamiteit te zijn en er extra begeleiding bij graafwerkzaamheden dient te worden aangevraagd op de ontwikkellocatie. Ook dient er voldoende bluswatervoorziening aanwezig te zijn. In dat geval bestaat vanuit omgevingsveiligheidsoogpunt geen bezwaar tegen de gewenste ontwikkeling. Deze verantwoording dient gelezen te worden in combinatie met de gemeentelijke beleidsdocumenten en besluiten met betrekking tot externe veiligheid en de daarin gemaakte keuzes. Conclusie Het aspect omgevingsveiligheid levert geen belemmering op voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.11. Trilling Algemeen Het onderdeel Trillingen is geregeld in paragraaf 22.3.5 van de Bruidsschat. Daarin worden regels gesteld aan trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz door een activiteit in een trilling-

TAM-omgevingsplan Gemeente Ermelo - Zandkampweg 21, Ermelo

29

gevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw, die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Er gelden maximale waarden voor continue trillingen en voor herhaald voorkomende trillingen. De maximale waarden zijn opgenomen in de tabellen in artikel 22.88 en 5.87a van de Bruidsschat. Toetsing Er zijn geen activiteiten in de omgeving van het plangebied die trillingshinder veroorzaken. Conclusie Het aspect trilling levert geen belemmering op voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.12. Welstand Welstand gaat over hoe de uiterlijke kenmerken van een bouwwerk in de omgeving passen, denk aan vorm, kleur of gebruikte materialen. De redelijke eisen van welstand zijn uitgewerkt in de welstandsnota van de gemeente. In de bruidsschat zijn regels opgenomen met betrekking tot: ▪ repressief welstand (artikel 22.7), oftewel de excessenregeling, en ▪ beoordeling van een aanvraag om een omgevingsvergunning met betrekking tot een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk (artikel 22.29). Als een gemeente geen welstandsnota en ook een beleidsregels voor de beoordeling van het uiterlijk van bouwwerken heeft, dan gelden de regels in de bruidsschat niet. De bruidsschat geldt ook niet bij een bouwwerk of in een gebied dat de gemeente als welstandsvrij heeft aangewezen. Toetsing De gemeente Ermelo heeft de Nota omgevingskwaliteit op 26 januari 2016 vastgesteld. Het gebiedsgerichte toezicht is vastgelegd in deze nota. Er wordt gewerkt met verschillende gebieden waarbij het plangebied zich in het buitengebied bevindt. In het buitengebied geldt overwegend een soepel regime. Een bouwinitiatief zal dan ook meestal afgehandeld kunnen worden door de kleine commissie Omgevingskwaliteit. Er zijn echter enkele uitzonderingen van toepassing, waarbij altijd een beoordeling door de Commissie Omgevingskwaliteit gevraagd wordt.

Dit is altijd het geval wanneer het gaat om: ▪ alle vormen van een functieverandering; ▪ een monumentaal of karakteristiek pand; ▪ bouwinitiatieven in buurtschappen; ▪ bouwinitiatieven aan (historische) bebouwingslinten; ▪ bouwinitiatieven binnen beschermde stads- en dorpsgezichten; ▪ bouwinitiatieven op instellingsterreinen. De voorgenomen ontwikkeling betreft een functieverandering en daarom is een beoordeling van de Commissie Omgevingskwaliteit noodzakelijk.

TAM-omgevingsplan Gemeente Ermelo - Zandkampweg 21, Ermelo

30

Conclusie Er is een beeldkwaliteitsplan7 vervaardigd, waaraan het bouwplan wordt getoetst. De Commissie Omgevingskwaliteit heeft in een brief van 8 april 2025 aangegeven dat dit beeldkwaliteitsplan het verbindende element tussen landschap, architectuur en stedenbouw is. Dit kader geeft aanbevelingen en richtlijnen voor de vormgeving van bebouwing en de inrichting van de ruimte. De verschillende overleggen hebben geleid tot een samenhangende architectonische- en beeldkwaliteit waarin de verschillende plan onderdelen (maart 2025) eenheid maar ook eigenheid hebben gekregen. Met pergola, portiekontsluiting, serre en overstekken zijn de overgangen privé en collectief geaccentueerd en wordt de beoogde onderlinge (sociale) interactie gestimuleerd. Er is in de overleggen gestuurd op gebouwdetaillering, kleur- en gevelafwerking waardoor een locatie specifiek sfeerbeeld ontstaan met een goede aanhechting op de landschappelijke inrichting. De uitwerking van het Beeldkwaliteitsplan en de architectonische uitwerking van de verschillende planonderdelen geven voldoende handvaten als toetsingskader en voor de verdere uitwerking.

4.13. Archeologie, cultuurhistorie en landschap 4.13.1. Algemeen In de Omgevingswet wordt onder cultuur erfgoed verstaan monumenten, archeologische monumenten, stads- en dorpsgezichten, cultuurlandschappen en, voor zover dat voorwerp is of kan zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in het omgevingsplan, ander cultureel erfgoed als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet. In artikel 5.130 Bkl zijn bepalingen opgenomen om in het omgevingsplan cultureel erfgoed te beschermen. Daarnaast staan in afdeling 8.8 van het Bkl regels voor de beoordeling van rijksmonumentenactiviteit en het verplaatsen van gebouwde monumenten. 4.13.2. Archeologie Het Verdrag van Malta regelt de omgang met het Europees archeologisch erfgoed. Nederland ondertekende dit verdrag van de Raad voor Europa in 1992. Aanleiding voor dit verdrag was dat het Europese archeologische erfgoed in toenemende mate bedreigd werd. Niet alleen door natuurlijke processen of ondeskundig gebruik van het bodemarchief, maar ook door ontwikkelingen in de ruimtelijke ordening. De uitgangspunten van het Verdrag van Malta zijn binnen de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. De wet regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen: 'de veroorzaker betaalt'.

Artikel 5.130, lid 3 Bkl bepaalt dat in het omgevingsplan regels kunnen worden gesteld over de uitvoering van onderzoek bij activiteiten die een te verwachten archeologisch monument kun-

7

Veluwse Architecten, Beeldkwaliteitsplan Leefgemeenschap en Kamphuis 'De Zandkamp' Zandkampweg 21 te Ermelo, Ermelo, maart 2025

TAM-omgevingsplan Gemeente Ermelo - Zandkampweg 21, Ermelo

31

nen verstoren. Voor projecten kleiner dan 100 m² mag geen archeologisch onderzoek gevraagd worden, tenzij in het omgevingsplan anders is bepaald. Toetsing Uit de archeologische beleidskaart blikt dat het plangebied een hoge verwachtingswaarde heeft. Voor deze gebieden geldt dat er archeologisch onderzoek nodig is indien er bodemingrepen plaatsvinden dieper dan 30 cm over een oppervlak van meer dan 100 m². Dit oppervlak zal met de voorgenomen ontwikkeling worden overschreden en daarom is archeologisch onderzoek uitgevoerd8. Afbeelding 12: Fragment archeologische beleidskaart

Het inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, karterende fase) heeft tot doel antwoorden te vinden op de vraag of er archeologische vondsten en/of sporen en/of lagen aanwezig zijn, in welke mate de resultaten overeenstemmen met de verwachtingen en indien er binnen het plangebied een vindplaats aanwezig is, wat zijn dan de gevolgen voor de voorgenomen bodemingrepen voor de vindplaats? Ook wordt getracht om een eerste indruk te verkrijgen van de kwaliteit (gaafheid en conservering), aard, datering, omvang en diepteligging hiervan. Met de resultaten van het archeologisch onderzoek kan worden vastgesteld of binnen het plangebied archeologische waarden aanwezig (kunnen) zijn en of vervolgonderzoek dan wel planaanpassing noodzakelijk is. Uit de resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, karterende fase) blijkt dat de bodemopbouw binnen het plangebied grotendeels intact is. De bodemopbouw van boven naar

8

Econsultancy, archeologisch karterend booronderzoek Zandkampweg 21 Ermelo, 6035.001, Zwolle, 26 september 2024

TAM-omgevingsplan Gemeente Ermelo - Zandkampweg 21, Ermelo

32

beneden in hoofdlijnen bestaat tot 30 cm -mv uit een bouwvoor (Aaphorizont). De bouwvoor bestaat uit donker grijsbruin, zeer fijn, zwak siltig en matig humeus zand. Hieronder ligt tot 50 cm -mv in de meeste gevallen een al dan niet geroerde B-horizont die bestaat uit donkerbruin tot grijsbruin, zeer fijn en zwak siltig zand. Onder de B-horizont is een BC-horizont tot ongeveer 70 cm -mv aangetroffen, die bestaat uit licht bruin, zeer fijn en zwak siltig zand. Onder de BChorizont ligt een C-horizont, die bestaat uit dekzand (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden) en tot 120-200 cm -mv is aangetroffen. In enkele boringen zijn vanaf 80/100 cm -mv sneeuwsmeltwaterafzettingen aangetroffen onder het dekzand. Binnen het plangebied zijn enkele verstoringen tot in de top van de C-horizont aanwezig. Door de beperkte diepgang (<30 cm in de top van de C-horizont), kunnen hier nog wel diepe sporen in de C horizont verwacht worden. Alleen rondom het huis zijn de verstoringen dermate diep dat hier geen archeologie meer wordt verwacht. Binnen het plangebied zijn archeologische indicatoren aangetroffen. Dit betreft hoofdzakelijk de periode Late- Bronstijd – Romeinse tijd. Vondsten uit de Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd zijn waarschijnlijk in het plangebied terecht gekomen door agrarisch gebruik.

Op basis van het aantreffen van archeologische indicatoren binnen het plangebied kan gesteld worden dat binnen het plangebied zeer waarschijnlijk een vindplaats aanwezig is. Dit betreft een vindplaats uit de periode Late Bronstijd – Romeinse tijd. Gezien de ondiepe ligging van archeologisch relevante lagen (vanaf 30 cm -mv) en de geplande herontwikkeling zal in situ behoud niet mogelijk zijn. Behoud in situ is wel mogelijk ter hoogte van de speeltuin, ter hoogte van de groene rand en op locaties waar de huidige situatie gehandhaafd blijft. Voor deze locaties wordt een dubbelbestemming archeologie geadviseerd. Voor de advieszones is het meest recente planontwerp opgevraagd bij de opdrachtgever. Op basis hiervan zijn de locaties van parkeerplaats, wegen en huizen gemarkeerd als zone voor vervolgonderzoek. Alle zones die onveranderd blijven zijn aangegeven als in situ behoud. Als dit plan wijzigt, dan wijzigt mogelijk ook de zone voor vervolgonderzoek. Voor de zones die ontwikkeld worden, wordt een vervolgonderzoek geadviseerd. Het vervolgonderzoek kan het beste worden uitgevoerd in de vorm van een karterend en waarderend proefsleuvenonderzoek. Voor dit onderzoek dient een door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van Eisen te zijn opgesteld waarin is vastgelegd waaraan het onderzoek moet voldoen.

In dit Programma van Eisen kan een doorstart vermeld worden, hierdoor hoeft het Programma van Eisen niet gewijzigd te worden, als op basis van het proefsleuvenonderzoek blijkt dat er een vindplaats aanwezig is. Gezien de verschillende maten van verstoring in het plangebied wordt geadviseerd om eerst proefsleuven aan te leggen in bouwvlakken en de aan te leggen weg die beperkt verstoord zijn. Dit wordt geadviseerd omdat door deze verstoringen ondiepe sporen mogelijk zijn verdwenen. Mocht hier een vindplaats uit komen kan nog besloten worden om ook ter plaatse va het derde bouwvlak te proefsleuven. In het plangebied zijn een aantal gebouwen aanwezig. Voor de sloop van de gebouwen wordt geadviseerd om de funderingen rechtstandig te slopen. Bij rechtstandig/amoverend slopen kan de verstoring ten behoeve van slopen der mate beperkt blijven. Hierbij wordt geadviseerd om geen vervolgonderzoek te laten plaatsvinden bij de sloop van ondergrondse delen als dat rechtstandig/amoverend wordt gesloopt.

TAM-omgevingsplan Gemeente Ermelo - Zandkampweg 21, Ermelo

33

In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is er dus vervolgonderzoek nodig. Dit onderzoek zal worden uitgevoerd voorafgaand aan de werkzaamheden en aan de hand daarvan zal het vervolg bepaald worden. Om te borgen dat er geen bodemingrepen plaatsvinden, voordat er archeologisch onderzoek heeft plaatsgevonden wordt er in dit TAM-omgevingsplan voor het gehele plangebied een dubbelfunctie archeologie opgenomen om de eventueel aanwezige archeologische waarden te beschermen. Conclusie Voorafgaand aan de werkzaamheden dient aanvullend archeologisch onderzoek plaats te vinden. Tot die tijd de archeologische waarden beschermd door middel van de dubbelfunctie. 4.13.3. Cultuurhistorie In het plangebied zijn geen Rijks- of gemeentelijke monumenten aanwezig. Ook anderszins is het perceel in cultuurhistorisch opzicht niet waardevol. Conclusie Het aspect cultuurhistorie levert geen belemmering op voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.14. Bodem Ter bescherming van de gezondheid en het milieu zijn in paragraaf 5.1.4.5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) voor het aspect bodem instructieregels in het opgenomen. Er worden drie basisvormen van bodemgebruik onderscheiden: landbouw/natuur, wonen en industrie. De kaders zijn gebaseerd op de risicogrenswaarden die voor de betreffende situaties zijn afgeleid. Het wettelijke instrumentarium voor bodem berust op drie pijlers: ▪ het voorkomen van nieuwe verontreiniging of aantasting (preventie); ▪ het meewegen van bodemkwaliteit als onderdeel van een brede afweging over de kwaliteit van de leefomgeving in relatie tot functies (toedeling van functies); ▪ het op duurzame en doelmatige wijze beheren van resterende historische verontreinigingen (beheer historische verontreinigingen). De gemeente stelt de waarde voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem vast. Deze waarde mag niet hoger zijn dan het blootstellingsniveau van het maximaal toelaatbaar risico voor de mens. De toelaatbare kwaliteit van de bodem is een voorwaarde voor bouwen op verontreinigde bodem en is geen omgevingswaarde. Bij wijzigingen van activiteiten geldt dat de bodem geschikt moet zijn voor het beoogde gebruik. Toetsing In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is een verkennend bodemonderzoek 9 uitgevoerd. Het doel van het verkennend bodemonderzoek is het vaststellen van de milieuhygiëni-

9

Grondvitaal, Verkennend bodemonderzoek Zandkampweg 21, 2431051, Putten, 12 juli 2024

TAM-omgevingsplan Gemeente Ermelo - Zandkampweg 21, Ermelo

34

sche kwaliteit van de bodem met betrekking tot de eventuele aanwezigheid van bodemverontreiniging in de grond en het freatisch grondwater. Op grond van het uitgevoerde historisch onderzoek is de hypothese voor het te onderzoeken terrein 'onverdachte locatie'. De onderzoekshypothese 'onverdacht' kan op grond van de analyseresultaten van één van de grondwatermonsters heel strikt genomen niet worden gehandhaafd. Formeel gesproken is de kwalificatie verdacht van toepassing. De aangetroffen zinkconcentratie is echter van lichte aard en geeft geen aanleiding tot aanvullend onderzoek. De invloed hiervan op de volksgezondheid en het milieu is nihil. In het betreffende grondwatermonster zijn geen overschrijdingen aangetroffen van de achtergrondwaarde. In de grondmengmonsters van de boven- en ondergrond zijn geen overschrijdingen van de interventiewaarde aangetroffen. Bij het historisch vooronderzoek is een bouwvergunning van een schuur bekend geworden uit 1964 waarbij asbestcement golfplaten aangegeven waren. Inmiddels is de schuur voorzien van dakpannen. Gezien de toekomstige situatie en de gevoelige functie is aanvullend asbest in bodemonderzoek10 uitgevoerd naar de druppelzones aan beide zijden van de schuur.

De onderzoekshypothese 'verdachte locatie met een diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld' is wordt op basis van de analyseresultaten en het berekende gewogen gehalten asbest bevestigd. De verhoogde concentratie asbest ter plaatse van bovengenoemde gaten wordt veroorzaakt door de aanwezigheid van asbest in de fijne fractie (<20 mm). De inspectiegaten zijn in de afwateringszone van het dak geplaatst (de zogenaamde druppellijn). De aangetroffen concentratie asbest is zeer waarschijnlijk veroorzaakt door de erosie van de voormalige asbesthoudende dakplaten die op de schuur aanwezig waren. Destijds waren geen dakgoten aanwezig. Het regenwater kwam derhalve direct op en in de bodem onder de dakrand terecht. Uitgaande van een maximale breedte van 1,0 m onder de dakrand (50 cm links van de druppellijn en 50 cm rechts van de druppellijn) bedraagt het verontreinigd bodemvolume in totaal bij alle twee de druppellijnen (uitgaande van een ontgravingsdiepte van circa 20 cm) circa 6,0 m³. Formeel gezien is afperkend onderzoek noodzakelijk ter plaatse van de vier boorgaten. Door de afwezigheid van dakgoten destijds kan echter worden geconcludeerd dat de aangetroffen concentratie asbest hierdoor is veroorzaakt. Een afperkend onderzoek is derhalve niet noodzakelijk. De verontreinigde grond dient te worden ontgraven en afgevoerd naar een erkend reinigingsbedrijf.

Er mogen voorafgaand aan de sanering sloopwerkzaamheden worden uitgevoerd. Daarbij mag er niet in de grond gegraven worden voordat de verontreiniging is gesaneerd. De bovenbouw mag en kan al verwijderd worden, de fundering aan de zijde van de druppellijn dient echter ongeroerd te blijven zolang er nog niet is gesaneerd en de locatie nog niet is vrijgegeven na de sanering. Conclusie Het aspect bodem levert na de sanering geen belemmering op voor de voorgenomen ontwikkeling.

10

Grondvitaal, Verkennend asbest in bodemonderzoek Zandkampweg 21, 2532029, Putten, 21 mei 2025

TAM-omgevingsplan Gemeente Ermelo - Zandkampweg 21, Ermelo

35

4.15. Weging van het waterbelang Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient op grond van artikel 5.37 Bkl rekening te worden gehouden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Het is aan het bevoegd gezag om te bepalen hoe andere bestuursorganen bij de besluitvorming worden betrokken. Dit betekent dat een zogenaamde 'weging van het waterbelang' (voorheen: watertoets) dient plaats te vinden. Toetsing Het plangebied ligt in het beheergebied van het waterschap Vallei en Veluwe. Ten behoeve van de planontwikkeling is een watertoets uitgevoerd. Hieruit blijkt dat de korte procedure dient te worden doorlopen. Het waterschap is geïnformeerd over het planvoornemen en heeft een wateradvies11 afgegeven dat in deze paragraaf is verwerkt. Er vindt geen toename van meer dan 1500 m² aan verharding plaats en daarom is er geen watercompensatieopgave. Het waterschap hanteert het beleid vasthouden - bergen – afvoeren. Een belangrijk principe is dat een deel van het hemelwater binnen het plangebied wordt vastgehouden en/of geborgen en dus niet direct afgevoerd wordt naar de riolering of het oppervlaktewater. Met de voorgenomen ontwikkeling zal het hemelwater zoveel mogelijk worden geïnfiltreerd. Om grondwateroverlast te voorkomen adviseert het waterschap om boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te ontwerpen.

Daarnaast adviseert het waterschap initiatiefnemer om voorafgaand aan de ontwikkeling een goed beeld te krijgen van de heersende grondwaterstanden en GHG. Tot slot adviseert het waterschap om duurzame bouwmaterialen toe te passen. Deze adviezen worden door de initiatiefnemer ter harte genomen. Conclusie Bij het doorlopen van de watertoets is geconstateerd dat er geen belemmeringen zijn. Voor het overige raakt dit plan geen essentiële waterbelangen. Het aspect weging van het waterbelang levert geen belemmering op voor de voorgenomen ontwikkeling.

11

Vallei en Veluwe, Watertoets, 13 juni 2024

TAM-omgevingsplan Gemeente Ermelo - Zandkampweg 21, Ermelo

36

5.

Juridische toelichting

5.1.

Inleiding In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van het voorliggend TAM-omgevingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel.

5.2.

Opzet van de regels Deze wijziging van het omgevingsplan betreft een TAM-omgevingsplan. TAM-IMRO is bedoeld voor gemeenten die nog geen gebruik kunnen maken van het planvormingsdeel van het DSO. Bijvoorbeeld doordat de plansoftware nog niet alle daarvoor benodigde functies biedt. Het kan ook zijn dat de gemeente te weinig tijd rest om het planproces goed te beproeven. Of dat er nog onvolkomenheden zijn in de landelijke voorziening. Met TAM-IMRO kunnen gemeenten toch hun omgevingsplan wijzigen. Kort gezegd houdt TAM-IMRO in dat de huidige techniek voor planvorming tijdelijk kan worden gebruikt onder de Omgevingswet. Deze techniek betreft de bestaande uitwisselingsstandaard IMRO (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) en de bestaande voorziening Ruimtelijke Plannen. IMRO is een bekende en functionerende techniek. De TAM-IMRO betreft niet alleen het gebruik maken van de oude software maar het gaat ook om langduriger gebruik van de bestaande systemen en koppelingen. Het juridisch bindend gedeelte van het TAM-omgevingsplan bestaat uit regels en bijbehorende verbeelding waarop de functies zijn aangegeven. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vijf hoofdstukken: 1. Inleidende bepalingen (begripsbepalingen en wijze van meten); 2. Algemene gebiedsoverstijgende regels voor activiteiten (thema’s); 3.

Activiteiten (voorheen: Bestemmingsregels); 4. Algemene regels; 5. Overgangsregels.

5.3.

Inleidende bepalingen De regels beginnen met een preambule. De gemeente heeft nu één omgevingsplan voor de hele gemeente. Om ervoor te zorgen dat de regels voor de ontwikkeling aan het Zandkampweg 21 op de juiste wijze onderdeel uit gaan maken van het omgevingsplan van de gemeente is de preambule opgenomen. De regels worden opgenomen als hoofdstuk 22d van het omgevingsplan van de gemeente.

TAM-omgevingsplan Gemeente Ermelo - Zandkampweg 21, Ermelo

37

Hoofdstuk 1 bevat de algemene bepalingen. Deze regels gelden voor de locatie waarvan de geometrisch bepaalde planobjecten zijn vervat in de bij het TAM-omgevingsplan behorende GML-bestand. De regels in dit hoofdstuk bevatten: ▪ Toepassingsbereik (artikel 1); ▪ Begripsbepaling (artikel 2); deze begrippen zijn een aanvulling of afwijking op de begrippen zoals die al in het omgevingsplan inclusief bruidsschat zijn opgenomen; ▪ Meet- en rekenbepalingen (artikel 3). In artikel 1 is het toepassingsbereik opgenomen. In het toepassingsbereik is aangegeven welke besluiten niet van toepassing zijn op dit deel van het omgevingsplan. Tevens is aangegeven op welke locatie de regels van dit deel van het omgevingsplan wel van toepassing zijn.

5.4.

Algemene gebiedsoverstijgende regels voor activiteiten (thema's) Hoofdstuk 2 bevat algemene gebiedsoverstijgende regels voor bepaalde thema’s. In dit plan zijn regels opgenomen over parkeren en over de voorwaardelijke verplichting. Hoogspanningsverbinding Er is een vergunningplicht opgenomen voor werkzaamheden binnen het beperkingengebied hoogspanningsverbinding. Er wordt alleen een vergunning verleend indien de werkzaamheden geen onevenredig afbreuk doet met het oog op het beheer en onderhoud van de hoogspanningsverbinding en er een advies ligt van de netbeheerder. Gas Er is een vergunningplicht opgenomen voor werkzaamheden binnen het beperkingengebied gas. Er wordt alleen een vergunning verleend indien de werkzaamheden geen onevenredig afbreuk doet met het oog op het beheer en onderhoud van de gasleiding en er een advies ligt van de leidingbeheerder. Archeologie De regels zijn onderverdeeld in: ▪ Toepassingsbereik: voor welke activiteiten gelden de regels; ▪ Aanwijzing: voor welke locatie gelden de regels; ▪ Doelstelling: wat wordt er beoogd; ▪ Bouwactiviteiten in gebieden met archeologische waarde; ▪ Uitvoeren van werken en werkzaamheden in gebieden met archeologische waarde; Er is een vergunningplicht opgenomen voor bouwwerkzaamheden of andere werkzaamheden in de bodem indien deze dieper gaan dan 0,3 meter en over een groter oppervlak dan 100 m².

Er wordt alleen een vergunning verleend indien archeologische waarden niet onevenredig worden aangetast.

TAM-omgevingsplan Gemeente Ermelo - Zandkampweg 21, Ermelo

38

Parkeren In de Algemene regels over parkeren is geregeld dat voldaan moet worden aan de Nota Parkeernormen Ermelo. Het is mogelijk om met een omgevingsvergunning af te wijken van deze normen, indien voldaan wordt aan de in de regels opgenomen voorwaarden. Voorwaardelijke verplichtingen Er zijn voor het gehele werkingsgebied voorwaardelijke verplichtingen opgenomen. Op basis hiervan mogen de woningen alleen gebruikt worden indien binnen één jaar na gereed melding van de bouw van de woningen de landschappelijke inpassing is uitgevoerd en ter plaatse van de respectievelijke aanduidingen op de verbeelding een geluidscherm van 3,2 meter hoog en 9 meter lang en een geluidwal wordt gerealiseerd van 2,5 meter hoog en 10 meter lang. Het geluidscherm en de geluidwal moeten leiden tot een geluidreductie als opgenomen in de Memo richtafstanden behorende bij dit TAM-Omgevingsplan Brandvoorschriftengebied Er is een vergunningplicht opgenomen voor activiteiten binnen het brandvoorschriftengebied. Er wordt alleen een vergunning verleend indien wordt aangetoond welke maatregelen met het oog op brandveiligheid worden getroffen om het groepsrisico te beperken en dat het aantal aanwezige personen of de tijd dat deze aanwezig zijn, beperkt is.

5.5.

Activiteiten Hoofdstuk 3 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het besluitgebied voorkomende activiteiten en gebiedsaanwijzingen. De regels zijn onderverdeeld in: ▪ Toepassingsbereik: op welke locatie de regels gelden; ▪ Oogmerk: wat wordt er beoogd met de toegestane activiteiten; ▪ Gebruiksactiviteiten; ▪ Bouwactiviteiten. Een TAM-omgevingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit TAM-omgevingsplan zijn keuzes gemaakt over welke activiteiten waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. Hierbij zullen functies in dezelfde volgorde als in de regels worden behandeld. Verblijfsrecreatie - Zandkampweg 21 Ermelo Op de voor ‘Verblijfsrecreatie – Zandkampweg 21 Ermelo’ aangewezen gronden is het toegestaan te recreëren in een groepsaccommodaties. Voor de groepsaccommodaties en bouwwerken geen gebouwen zijnde, zijn aparte bouwregels opgenomen zoals voor de omvang, hoogte en locatie.

TAM-omgevingsplan Gemeente Ermelo - Zandkampweg 21, Ermelo

39

Wonen - Zandkampweg 21 Ermelo Op voor ‘Wonen - Zandkampweg 21 Ermelo’ aangewezen gronden is het wonen in woningen toegestaan. Voor het bouwen van woningen zijn woningtypen aangegeven, te weten woonstudio’s en begeleiderswoningen. De woningen moeten binnen het bouwvlak gerealiseerd worden. Per woningtype zijn goot- en bouwhoogten en inhoudsmaten opgenomen. Verder zijn er bouwregels opgenomen voor toegestane bijbehorende bouwwerken en bouwwerken geen gebouwen zijnde. Houtopstand - Zandkampweg 21 Ermelo Er is een vergunningplicht opgenomen voor het kappen van de boom die op de verbeelding als ‘waardevolle boom’ is aangeduid. Er wordt alleen een vergunning verleend na een advies van een onafhankelijk boomtechnisch adviseur. Voor werkzaamheden aan de waardevolle boom dient minimaal vier weken voor aanvang van de werkzaamheden een melding te worden gedaan bij de gemeente. Groen - Zandkampweg 21 Ermelo De doelen voor de met ‘Groen – Zandkampweg 21 Ermelo’ aangewezen gronden bestaan uit het bescherming en instandhouding van: a. openheid van het landschap; b. oud verkavelingspatroon; c. natuurwaarden. Op deze gronden mag niet gebouwd worden.

5.6.

Algemene regels In hoofdstuk 4 zijn nog algemene verbodsbepalingen opgenomen.

5.7.

Overgangsregels Hoofdstuk 5 bevat overgangsrechtelijke bepalingen voor activiteiten. Deze algemene regels gelden voor het hele werkingsgebied. De bestaande bouw- en gebruiksactiviteiten mogen, indien legaal aanwezig, worden voortgezet zolang de nieuwe ontwikkeling nog niet is gerealiseerd.

TAM-omgevingsplan Gemeente Ermelo - Zandkampweg 21, Ermelo

40

6.

Uitvoerbaarheid

6.1.

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.1.1. Bestuurlijk vooroverleg Het plan is voorgelegd aan de vooroverlegpartners en door hen akkoord bevonden. 6.1.2. Participatie omgeving In een zeer vroeg stadium is op 5 oktober 2022 een buurtinformatieavond georganiseerd. In november 2024 heeft initiatiefnemer deze omwonenden weer uitgenodigd voor een informatieavond op 11 december 2024. Tijdens deze avond zijn omwonenden bijgepraat over de aanpassingen in de planontwikkeling. De algehele indruk was positief. Een paar omwonenden hebben zorgen geuit, met name inzake het geluid van het al bestaande kamphuis. Bij de plannen is door de nieuwbouw en herinrichting van het terrein hier rekening mee gehouden. Naar verwachting betekent de nieuwe situatie een verbetering ten opzichte van de bestaande situatie. Afgesproken is dat iedereen die zich heeft ingeschreven op een intekenlijst, op de hoogte gebracht zal worden als de plannen ter inzage worden gelegd. Na de tervisielegging van het ontwerp TAM-omgevingsplan is er overleg geweest met de indiener van een zienswijze (zie paragraaf 6.4). Naar aanleiding van dit overleg is de memo richtafstanden (zie paragraaf 4.9) aangepast en worden er twee extra geluidschermen geplaatst. Hiermee is tegemoetgekomen aan de ingediende zienswijze.

6.2.

Financiële haalbaarheid Het plan wordt op eigen grond door en voor rekening en risico ontwikkeld door de initiatiefnemers. Deze initiatiefnemers zijn ook de eigenaar van de gronden. De financiering van alle kosten die samenhangen met de ontwikkeling van de bebouwing komt voor rekening van de initiatiefnemers. Indien er kosten voor de gemeente aan het bouwplan verbonden zijn zal dit anterieur verrekend worden. Dit zal tussen de gemeente en initiatiefnemer met een anterieure overeenkomst worden vastgelegd.

6.3.

Belangenafweging Op grond van artikel 4.2 Omgevingswet moet het omgevingsplan voldoen aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De gemeente moet daarbij rekening houden met alle betrokken belangen. Verder gelden de beleidskaders en instructieregels. In Hoofdstuk 3 Beleidskader en Hoofdstuk 4 Aspecten fysieke leefomgeving en milieu is aangegeven dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In deze paragraaf worden de conclusies uit de genoemde hoofdstukken beschreven. Conclusie beleid De voorgenomen ontwikkeling heeft betrekking op de herontwikkeling van het perceel Zandkampweg 21 in Ermelo waar zich momenteel een groepsaccommodatie met dienstwoning en verschillende bijgebouwen bevindt. Deze worden gesloopt en maken plaats voor een nieuwe groepsaccommodatie, 10 woningen voor begeleid wonen en 3 begeleiderswoningen. Door de

TAM-omgevingsplan Gemeente Ermelo - Zandkampweg 21, Ermelo

41

sloop van de verouderde bebouwing en het realiseren van nieuwe gebouwen die zorgvuldig op het perceel worden, wordt de ruimtelijke kwaliteit in het gebied verhoogd. Daarnaast is er in de eerdere hoofdstukken aangetoond dat er een sterke behoefte is aan deze vorm van begeleid wonen. Het betreft een initiatief dat zowel uit sociaal-maatschappelijk als uit stedenbouwkundig oogpunt een gewenste ontwikkeling is, dat past in het beleid van de gemeente Ermelo en het beleid van het Rijk en de provincie. Conclusie omgevingsaspecten Uit de uitgevoerde onderzoeken blijkt dat er geen nadelige gevolgen voor het milieu en andere relevante aspecten voor de fysieke leefomgeving zijn.

6.4.

Ontwerp TAM-Omgevingsplan Het ontwerp van het TAM -Omgevingsplan Zandkampweg 21, Ermelo heeft vanaf 15 oktober 2026 gedurende 6 weken ter visie gelegen. Tijdens die periode is een ieder in de gelegenheid gesteld om zienswijzen in te dienen. Er is één zienswijze ingediend. Deze zijn beantwoord in een separate Nota van zienswijzen12. Naar aanleiding van die zienswijze is de memo richtafstanden (zie paragraaf 4.9) aangepast en worden er twee extra geluidschermen geplaatst.

12

Gemeente Ermelo, Nota van zienswijzen TAM-omgevingsplan Zandkampweg 21 Ermelo, Ermelo, Januari 2026

TAM-omgevingsplan Gemeente Ermelo - Zandkampweg 21, Ermelo

42

Bijlagen Bijlage 1 Landschappelijk inpassingsplan Bijlage 2 Quickscan natuur Bijlage 3 Nader onderzoek soorten Bijlage 4 Stikstofdepositieonderzoek Bijlage 5 Memo richtafstanden bedrijven en milieuzonering Bijlage 6 Quick scan omgevingsveiligheid Bijlage 7 Beeldkwaliteitsplan Bijlage 8 Archeologisch onderzoek Bijlage 9 Bodemonderzoek Bijlage 10 Asbest in bodemonderzoek Bijlage 11 Watertoets

TAM-omgevingsplan Gemeente Ermelo - Zandkampweg 21, Ermelo

TAM-omgevingsplan 22d Zandkampweg 21 Ermelo

Inhoudsopgave

Bijlagen bij toelichting

3

Bijlage 1

Landschappelijk inpassingsplan

4

Bijlage 2

Quickscan natuur

6

Bijlage 3

Nader onderzoek soorten

57

Bijlage 4

Stikstofdepositieonderzoek

97

Bijlage 5

Memo richtafstanden bedrijven en milieuzonering

143

Bijlage 6

Quick scan omgevingsveiligheid

173

Bijlage 7

Beeldkwaliteitsplan

237

Bijlage 8

Archeologisch onderzoek

256

Bijlage 9

Bodemonderzoek

299

Bijlage 10

Asbest in bodemonderzoek

341

Bijlage 11

Watertoets

342

Bijlage 12

Nota zienswijzen

349

2

Bestemmingsplan TAM-omgevingsplan 22d Zandkampweg 21 Ermelo

Bijlagen bij toelichting

Bestemmingsplan TAM-omgevingsplan 22d Zandkampweg 21 Ermelo

3

Bijlage 1 Landschappelijk inpassingsplan

4

Bestemmingsplan TAM-omgevingsplan 22d Zandkampweg 21 Ermelo

A:

Nieuw te bouwen woningen.

B:

Nieuw te bouwen gezamenlijk bijgebouw.

C:

Nieuw te bouwen groepsaccommodatie.

D:

Te slopen bebouwing (oranje stippellijn).

E:

Grens gasleiding (gele stippellijn).

F:

Grens zonering hoogspanningskabel (roze stippellijn).

G:

Nieuw aan te leggen toegangsweg t.b.v. (C).

H:

Parkeervoorzieningen t.b.v. (C), minimaal 16 stuks.

I:

Parkeervoorziening levering en leiding t.b.v. (C).

J:

Parkeervoorziening t.b.v. (A en B), minimaal 16 stuks.

K:

Te behouden houtopstanden.

L:

Gezamenlijke binnentuin.

M:

Nieuw aan te planten houtopstand in de maat 80-100 (hoogte in centimeters) met de soorten: hazelaar, gele kornoelje, lijsterbes, berk en grove den. Totaal: 70 stuks op een oppervlakte van 150 m2. Aanplanten in gelijke verhouding.

N:

Nieuw te planten hagen, aanplanten in de maat 80-100 (hoogte in centimeters) met de soort: beuk of haagbeuk. Aanplanten in enkele rij met 5 stuks per m1. Totaal: 725 stuks op een lengte van 145 m1.

O:

Te behouden grove den, boom ten alle tijde tijdens voorgenomen werkzaamheden beschermen.

P:

Nieuw te planten beeldbepalende meerstammige grove den.

Q:

Te verplaatsen bomen en elders in plangebied herplanten. Bomen toevoegen aan (M) of terugbrengen in de groepen bestaande houtopstanden.

R:

Hoogtelijnen.

S:

Nieuw aan te leggen siertuin, soorten en inrichting n.t.b. Aan voorzijde haag aanplanten volgens (N).

Fragment uit 1925 (bron: topotijdreis.nl)

Project: Landschappelijke inpassing

Getekend:

DA

Status:

Adres:

Zandkampweg 21

Gecontroleerd:

NH

Formaat: A3

DO

Plaats:

Ermelo

Datum:

15-11-2024

Noord:

^

Schaal: 1:1000

Bijlage 2 Quickscan natuur

6

Bestemmingsplan TAM-omgevingsplan 22d Zandkampweg 21 Ermelo

Quick scan natuur

Ermelo, Zandkampweg 21

Oud Duyn B.V.

Datum: 23-11-2023 Projectnummer: 210502.01

INHOUD 1

Inleiding

3

1.1 1.2

Aanleiding Besluitgebied

3 3

2

Wettelijk kader

8

2.1 2.2 2.3

Gebiedsbescherming Soortenbescherming Bescherming houtopstanden

8 9 9

3

Onderzoeksmethode

11

3.1 3.2 3.3

Deskundigheid Definitie product Werkwijze

11 11 11

4

Aanwezigheid beschermde gebieden en soorten

13

4.1 4.2 4.3

Ligging beschermde gebieden Aanwezigheid beschermde soorten Aanwezigheid houtopstanden

13 14 29

5

Effectbeoordeling en advies vervolgtraject

30

5.1 5.2 5.3

Mogelijke effecten op beschermde gebieden Mogelijke effecten op beschermde soorten Mogelijke effecten op beschermde houtopstanden

30 30 36

6

Conclusie

37

6.1 6.2 6.3 6.4

Gebiedsbescherming Soortenbescherming Bescherming houtopstanden Vervolgstappen

37 37 38 38

Geraadpleegde bronnen Bijlage 1. Wettelijk kader

1

Inleiding

1.1

Aanleiding Op de Zandkampweg 21 te Ermelo bevindt zich een perceel met een recreatiepand, ook wel De Zandkamp genoemd. Het voornemen bestaat om hier een nieuwe woongemeenschap te realiseren. Hiertoe wordt bestaande bebouwing gesloopt en nieuwbouw gerealiseerd. Het is verboden bij een ruimtelijke ontwikkeling de natuurwet- en regelgeving te overtreden. Voorliggende rapportage zet door middel van een quick scan natuur uiteen of met de ruimtelijke ontwikkeling mogelijk sprake kan zijn van het verstoren van beschermde natuurgebieden en beschermde soorten en of nader onderzoek hiernaar noodzakelijk is.

1.2

Besluitgebied

1.2.1

Huidige situatie Het besluitgebied bevindt zich in de westelijke rand van Ermelo (gemeente Ermelo, provincie Gelderland). In de omgeving van het besluitgebied liggen weilanden, agrarische gronden en vrijstaande woningen. In de nabijheid liggen natuurgebieden als Veluwemeer en de Veluwe. De directe omgeving van het besluitgebied kenmerkt zich voornamelijk door de aanwezigheid van groen en weiland. In het noorden grenst het besluitgebied aan de Zandkampweg en weiland. In het oosten grenst het besluitgebied aan de percelen van twee vrijstaande woningen. In het westen grenst het besluitgebied aan een kleine houtopstand en in het zuiden aan de Konijnenwal. Navolgende afbeeldingen geven de globale ligging van het besluitgebied weer.

3

Topografische kaart met de globale ligging van het besluitgebied (rood omkaderd).Bron: PDOK.

Luchtfoto met de globale ligging van het besluitgebied (rood omkaderd). Bron: PDOK.

Op 31 oktober 2023 is een veldbezoek uitgevoerd. Het besluitgebied bestaat uit een woonhuis met een schuurtje, een kamphuis met aangrenzende overkapping, een 4

grote en een kleine schuur, een speelweide met een speeltoestel en een parkeerplaats. Het woonhuis is opgetrokken uit baksteen en bevat een zadeldak met golvende dakpannen. Dit geldt ook voor het aanwezige schuurtje. Het kamphuis is ook opgetrokken uit baksteen en bevat een plat dak met metalen daktrimmen. De aangrenzende overkapping is opgetrokken uit baksteen en bevat een zadeldak met golvende dakpannen. Ook bevat de overkapping aan de kopse kanten een rabat houten gevel. Beide schuren zijn opgetrokken uit baksteen en bevatten een zadeldak met golvende dakpannen. Alle schuren bevatten aan de kopse kanten een houten gevel. Zie onderstaande afbeelding voor de ligging van de aanwezige bebouwing. De speelweide met speeltoestel bevindt zich in het zuiden van het besluitgebied. De parkeerplaats bevindt zich in het noordwesten van het besluitgebied.

Op het perceel staan met name aan de westelijke en oostelijke rand van het besluitgebied veel bomen. In de tuin ten noorden van het woonhuis staan met name heesters. In het zuidoosten van het besluitgebied is zanderig terrein aanwezig, wat in gebruik is als speelweide. Navolgende afbeeldingen geven een impressie van het besluitgebied ten tijde van het veldbezoek.

5

Aanzicht parkeerplaats;

Aanzicht voorzijde woonhuis;

Aanzicht achterzijde woonhuis;

Aanzicht zuidelijke gevel kamphuis;

Aanzicht aangrenzende overkapping;

Aanzicht oostzijde grote schuur

Aanzicht westzijde kleine schuur;

Aanzicht speelweide zuidzijde besluitgebied.

6

1.2.2

Toekomstige situatie In de toekomstige situatie zal nieuwbouw in het besluitgebied zijn gerealiseerd. Dit zal gaan om nieuwbouw voor een leefgemeenschap voor drie gezinnen die aangewezen zijn op zorg en ondersteuning. Hierbij staat het samenwonen in een ontspannen sfeer, met rust en in relatie met de natuur centraal. Alle aanwezige bebouwing zal worden gesloopt. Ook wordt er een aantal bomen gekapt. Het gaat hierbij enkel om een aantal bomen die direct rondom de grote schuur staan en enkele laanbomen die in het noordoosten van het besluitgebied staan. De bomen en het groen die zich bevinden op de oostelijke en westelijke grens van het besluitgebied blijven behouden. Ook zullen weer nieuwe bomen worden aangeplant rondom de nieuwe bebouwing. Zie navolgende afbeelding voor een conceptontwerp van deze toekomstige situatie.

Concept leefgemeenschap + kamphuis De Zandkamp. Bron: De Zandkamp 2023-0928 JoLa

7

2

Wettelijk kader Hieronder staat een samenvatting van het wettelijk kader. Een uitgebreide beschrijving staat in bijlage 1.

2.1

Gebiedsbescherming

2.1.1

Natura 2000-gebieden en bijzondere nationale natuurgebieden Op grond van de Wet natuurbescherming kunnen natuurgebieden of andere gebieden die belangrijk zijn voor flora en fauna, door de Minister worden aangewezen ter uitvoering van de Vogelrichtlijn- en/of Habitatrichtlijn, de zogeheten Natura 2000-gebieden. Ook kan de Minister op grond van deze wet in enkele specifieke gevallen bijzondere nationale natuurgebieden aanwijzen. Bij de aanwijzing van een Natura 2000-gebied worden voor het gebied instandhoudingsdoelstellingen voor te beschermen soorten en/ of habitats vastgesteld. Het is verboden om zonder vergunning een project te realiseren dat significant negatieve gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. Als een plan of project mogelijk negatieve gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, vindt eerst een globale toetsing plaats, de voortoets. Als uit de voortoets blijkt dat er zeker geen negatieve gevolgen zijn, dan kan het betreffende plan worden vastgesteld, of geldt in het geval van een project geen vergunningplicht. Als de kans op significante gevolgen niet kan worden uitgesloten dan moet, conform artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming een passende beoordeling worden gemaakt.

2.1.2

Natuurnetwerk Nederland De Wet natuurbescherming draagt Gedeputeerde Staten op, om in hun provincie te zorgen voor een landelijk ecologisch netwerk, genaamd Natuurnetwerk Nederland. Voor dit netwerk geldt, op basis van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (het Barro), een ‘nee, tenzij’-beschermingsregime. Het bestemmingsplan, of een omgevingsvergunning waarmee van het bestemmingsplan wordt afgeweken, maakt geen ontwikkelingen mogelijk die kunnen leiden tot een significante vermindering van de oppervlakte, kwaliteit of samenhang van de aanwezige natuur, of tot een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van deze gebieden, tenzij er sprake is van groot openbaar belang, er geen reële alternatieven zijn, negatieve effecten zoveel mogelijk worden beperkt en overblijvende negatieve effecten worden gecompenseerd. Provincies dienen deze bescherming te regelen bij provinciale verordening. Daarnaast kunnen provincies bij provinciale verordening andere gebieden met bijzondere natuurwaarden beschermen, genaamd bijzondere provinciale natuurgebieden en bijzondere provinciale landschappen. De provincie Gelderland spreekt niet van Natuurnetwerk Nederland maar van het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelingszone (GO). Binnen het GNN en de GO staat de bescherming van de kernkwaliteiten centraal.

De kernkwaliteiten bestaan uit bestaande natuurwaarden, uit nog te ontwikkelen potentiële waarden en omgevingscondities. Per saldo moet elke ontwikkeling in het GNN een verbetering van de betreffende kernkwaliteiten opleveren.

8

De GO heeft een dubbeldoelstelling. Er is ruimte voor economische ontwikkeling in combinatie met versterking van de ecologische samenhang tussen inliggende en aangrenzende natuurgebieden. Door de samenhang met de aangrenzende en inliggende natuur van het GNN herbergt de GO ook kenmerkende natuurwaarden. Bij ruimtelijke ingrepen in de GO wordt onderscheid gemaakt tussen nieuwvestiging, uitbreiding van bestaande bestemmingen en de schaal/omvang van de ingreep. De provincie Gelderland vindt het verder van belang dat rustgebieden voor winterganzen geschikt blijven voor ganzen. De provincie stuurt daarom op het behoud van de openheid en de rust in deze gebieden. Ook zijn weidevogelgebieden aangewezen. De provincie wil hier een landbouwpraktijk stimuleren en in stand houden die rekening houdt met weidevogels. Beschermde weidevogelgebieden en ganzenfoerageergebieden liggen voornamelijk in de GO en voor het overige deel in het GNN.

2.2

Soortenbescherming De bescherming van dier- en plantensoorten is geregeld in de Wet natuurbescherming. Voor een aantal soorten is door middel van verboden een beschermingsregime opgenomen. Er is een apart beschermingsregime voor Vogelrichtlijnsoorten, voor Habitatrichtlijnsoorten en voor andere soorten. Naast de beschermde plant- en diersoorten geldt voor al de in het wild levende soorten ook een zorgplicht. Iedereen dient voldoende zorg in acht te nemen voor deze soorten en hun directe leefomgeving. Dit houdt onder meer in dat men negatieve gevolgen voor aanwezige soorten zoveel mogelijk beperkt door het nemen van alle maatregelen die redelijkerwijs kunnen worden verwacht. Provinciale Staten kunnen in een verordening een vrijstelling verlenen van de verboden van de wet. De provincie Gelderland heeft besloten voor een aantal algemeen voorkomende zoogdiersoorten en amfibieën een vrijstelling te verlenen, voor handelingen die men verricht in het kader van ruimtelijke inrichting en ontwikkeling en voor handelingen in het kader van bestendig beheer en onderhoud. Het betreft de soorten aardmuis, bosmuis, dwergmuis, dwergspitsmuis, egel, gewone bosspitsmuis, haas, huisspitsmuis, konijn, ondergrondse woelmuis, ree, rosse woelmuis, tweekleurige bosspitsmuis, veldmuis, vos, woelrat, bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander, meerkikker en middelste groene kikker.

Daarnaast zijn de verboden niet van toepassing op handelingen die men uitvoert in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling of bestendig beheer en onderhoud, wanneer men die handelingen uitvoert conform een goedgekeurde gedragscode. Tot slot kunnen Gedeputeerde Staten, wanneer er geen andere bevredigende oplossing bestaat, onder bepaalde voorwaarde een ontheffing verlenen van de verboden.

2.3

Bescherming houtopstanden Het is verboden houtopstanden geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, zonder voorafgaande melding bij de provincie. Een houtopstand is hierbij gedefinieerd als een eenheid van bomen of struiken met een oppervlakte van ten minste 1.000

9

vierkante meter of een rijbeplanting die meer dan 20 bomen omvat. De wet schrijft verder voor dat wanneer een houtopstand geheel of gedeeltelijk is geveld, de grond binnen drie jaar moet worden herbeplant. Bovenstaande bescherming geldt niet voor alle houtopstanden. De regels zijn onder meer niet van toepassing op houtopstanden op erven of in tuinen en op houtopstanden binnen de, bij besluit van de gemeenteraad, vastgelegde grenzen van de bebouwde kom. Ook voor het dunnen van een houtopstand gelden de regels niet.

10

3 3.1

Onderzoeksmethode Deskundigheid Kwaliteit van het ecologisch onderzoek en het geleverde product staan bij SAB hoog in het vaandel. Mede daarom zijn wij aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus (NGB); de brancheorganisatie voor groene adviesbureaus. Om aan onze standaard te voldoen, wordt ecologisch onderzoek enkel uitgevoerd door deskundigen. Onder een ecologisch deskundige verstaan we iemand met aantoonbare ervaring en kennis op het gebied van de ecologie van de betreffende soorten. Onze deskundigen voldoen aan de eisen van een ecologisch deskundige zoals de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland die stelt. Ecologen in opleiding tot deskundige werken altijd onder begeleiding van een deskundige.

3.2

Definitie product Het product wat in deze rapportage geleverd wordt is een “quick scan natuur”. Dit bestaat uit een “quickscan soorten” conform de begrippenlijst van het Netwerk Groene Bureaus (NGB 2020), aangevuld met verkennende analyse op het gebied van gebiedsbescherming (Natura 2000-gebieden en Natuurnetwerk Nederland) en een verkennende analyse op het gebied van houtopstanden.

3.3

Werkwijze Voor het onderzoek werd een bureaustudie uitgevoerd en werd een veldbezoek aan de locatie gebracht. Als eerste werd voor het onderzoek, op basis van informatie van de opdrachtgever, het besluitgebied in beeld gebracht en werden de toekomstige ontwikkelingen beschreven. Vervolgens werd onderzocht welke beschermde plant- en diersoorten in de omgeving van het besluitgebied zijn te verwachten. Hiervoor werd de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd op 24 oktober 2023, waarbij waarnemingen van de afgelopen 10 jaar werden opgevraagd. Aanvullend hierbij is gebruik gemaakt van andere bronnen, als websites en verspreidingsatlassen. Bij deze bureaustudie werd ook de ligging van het besluitgebied ten opzichte van Natura 2000gebieden en gebieden die via de provinciale verordening zijn beschermd onderzocht. Hiervoor werd onder meer informatie van de website van de provincie geraadpleegd. Ten slotte werd nagegaan of beschermde houtopstanden in het besluitgebied aanwezig zijn. Vervolgens werd een veldbezoek aan het besluitgebied en de directe omgeving ervan gebracht. Dit bezoek vond plaats op 31 oktober 2023, bij droog, bewolkt weer en een temperatuur van circa 11 graden Celsius. Doel van deze veldverkenning was om een indruk te krijgen van de habitats ter plaatse en om de geschiktheid van het besluitgebied voor de verschillende soortgroepen te beoordelen.

Het veldbezoek heeft niet de status van een volledige veldinventarisatie. Het eenmalige veldbezoek geeft een globaal beeld van aanwezige soorten en habitats op basis van een momentopname.

11

Met de gegevens uit de bureaustudie en het veldbezoek is vervolgens een inschatting gemaakt van de mogelijke effecten op beschermde soorten, beschermde gebieden en beschermde houtopstanden. Op basis van deze inschatting is een advies opgesteld met aanbevelingen voor vervolgstappen. Nadat het eerste conceptrapport gereed was, is dit beoordeeld op inhoud en vorm door een deskundig collega. Het commentaar is vervolgens besproken en verwerkt, om zo tot een eensluidend advies te komen.

12

4

Aanwezigheid beschermde gebieden en soorten In dit hoofdstuk beschrijven wij de ligging van het besluitgebied ten opzichte van beschermde gebieden en beschrijven we de kans op de aanwezigheid van beschermde soorten. In het volgende hoofdstuk volgt een beoordeling van de mogelijke effecten op beschermde gebieden en beschermde soorten ten gevolge van de ontwikkeling.

4.1

Ligging beschermde gebieden

4.1.1

Ligging Natura 2000-gebied Het besluitgebied ligt niet in een gebied dat in het kader van de Wet natuurbescherming is aangewezen (zie navolgende afbeelding). Wel liggen Natura 2000-gebiedenVeluwe en Veluwerandmeren in de directe omgeving van het besluitgebied. Deze liggen respectievelijk 0,9 en 2,8 kilometer van het besluitgebied verwijderd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16611932/1