CConstaterende datErmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

Zandkampweg 21 Ermelo TAM-plan e260010027

Gemeenteraad 12 maart 2026, gemeente ErmeloBij agendapunt: Vaststellen TAM-Omgevingsplan Zandkampweg 2127.176 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

TAM-omgevingsplan 22d Zandkampweg 21 Ermelo

Inhoudsopgave

Motivering

2

3

Bestemmingsplan TAM-omgevingsplan 22d Zandkampweg 21 Ermelo

Motivering

Bestemmingsplan TAM-omgevingsplan 22d Zandkampweg 21 Ermelo

3

Gemeente Ermelo

Zandkampweg 21, Ermelo TAM-omgevingsplan

23 januari 2026

Kenmerk 0233-20-T01 Projectnummer 0233-20

Inhoudsopgave 1.

Inleiding 1.1. Aanleiding 1.2. Ligging plangebied 1.3. Toetsing aan omgevingsplan 1.4. Leeswijzer

1 1 1 1 2

2.

Planbeschrijving 2.1. Huidige situatie 2.2. Toekomstige situatie

3 3 4

3.

Beleidskader 3.1. Rijksbeleid 3.1.1. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 3.2. Provinciaal beleid 3.2.1. Omgevingsvisie en -verordening Gelderland 3.3. Regionaal beleid 3.3.1. Omgevingsagenda Regio Noord-Veluwe 3.3.2. Woondeal regio Noord-Veluwe 3.4. Gemeentelijk beleid 3.4.1. Omgevingsvisie 3.4.2. Woonvisie 3.4.3. Afwegingskader woningbouw 3.4.4. Ontwikkelperspectief Horst & Telgt 3.4.5. Groenvisie 2017-2027

6 6 6 7 7 9 9 10 10 10 11 12 13 13

4.

Aspecten fysieke leefomgeving en milieu 4.1. m.e.r.-beoordeling 4.2. Ladder voor duurzame verstedelijking 4.3. Duurzaamheid & gezondheid 4.4. Verkeersgeneratie, -afwikkeling & parkeren 4.5. Flora & Fauna 4.5.1. Algemeen 4.5.2. Gebiedsbescherming 4.5.3. Soortenbescherming 4.5.4. Conclusie 4.6. Luchtkwaliteit 4.7. Geluid 4.8. Geur 4.9. Milieuzonering 4.10. Omgevingsveiligheid 4.11. Trilling

15 15 15 17 18 19 19 19 20 21 21 22 23 24 26 28

4.12. Welstand 4.13. Archeologie, cultuurhistorie en landschap 4.13.1. Algemeen 4.13.2. Archeologie 4.13.3. Cultuurhistorie 4.14. Bodem 4.15. Weging van het waterbelang

29 30 30 30 33 33 35

5.

Juridische toelichting 5.1. Inleiding 5.2. Opzet van de regels 5.3. Inleidende bepalingen 5.4. Algemene gebiedsoverstijgende regels voor activiteiten (thema's) 5.5. Activiteiten 5.6. Algemene regels 5.7. Overgangsregels

36 36 36 36 37 38 39 39

6.

Uitvoerbaarheid 6.1. Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.1.1. Bestuurlijk vooroverleg 6.1.2. Participatie omgeving 6.2. Financiële haalbaarheid 6.3. Belangenafweging

40 40 40 40 40 40

Bijlagen Bijlage 1 Landschappelijk inpassingsplan Bijlage 2 Quickscan natuur Bijlage 3 Nader onderzoek soorten Bijlage 4 Stikstofdepositieonderzoek Bijlage 5 Memo richtafstanden bedrijven en milieuzonering Bijlage 6 Quick scan omgevingsveiligheid Bijlage 7 Beeldkwaliteitsplan Bijlage 8 Archeologisch onderzoek Bijlage 9 Bodemonderzoek Bijlage 10 Asbest in bodemonderzoek Bijlage 11 Watertoets

1

1.

Inleiding

1.1.

Aanleiding Op het perceel Zandkampweg 21 in Ermelo bevindt zich een groepsaccommodatie met dienstwoning en verschillende bijgebouwen. Het voornemen is om de gehele bebouwing te slopen en daarvoor in de plaats 10 studio's en 3 eengezinswoningen met bijgebouwen plus een groepsaccommodatie te realiseren. Op grond van het tijdelijk deel van het omgevingsplan ('Bestemmingsplan Buitengebied Midden-West') is de voorgenomen ontwikkeling niet mogelijk. Om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken wordt een Tijdelijke alternatieve maatregel (TAM) Omgevingsplan opgesteld. Het TAM-omgevingsplan biedt de mogelijkheid om via de IMRO-standaard (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) en de bestaande voorziening Ruimtelijke Plannen het omgevingsplan te wijzigen voor urgente gebiedsontwikkelingen. Bij het vaststellen van een nieuw omgevingsplan moet worden aangetoond dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies, als opgenomen in de beoordelingsregels uit afdeling 5.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies wordt met dit document aangetoond.

1.2.

Ligging plangebied Het plangebied ligt in het buitengebied van de gemeente Ermelo, aan de Zandkampweg 21 te Ermelo. Het plangebied bestaat uit de kadastrale percelen G – 3868, G – 4327, G – 4328 en G – 2599. Het oppervlak van het plangebied bedraagt circa 12.594 m². Zie de volgende afbeelding voor de globale ligging van het plangebied. Afbeelding 1: Ligging plangebied.

1.3.

Toetsing aan omgevingsplan Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 vormen alle vigerende bestemmingsplannen van rechtswege het tijdelijk omgevingsplan. Voor het plangebied betreft dit het 'Bestemmingsplan Buitengebied Midden-West' dat op 9 juli 2009 door de gemeenteraad van

TAM-omgevingsplan Gemeente Ermelo - Zandkampweg 21, Ermelo

2

Ermelo is vastgesteld. Het plangebied heeft de bestemmingen ' Verblijfsrecreatie', 'Bos' en verkeersdoeleinden. Daarnaast is de aardgasleiding die door het plangebied loopt weergegeven. Binnen deze bestemming is de voorgenomen ontwikkeling om 10 studio's en 3 eengezinswoningen met bijgebouwen plus een groepsaccommodatie te realiseren niet mogelijk. Afbeelding 2: Fragment vigerend bestemmingsplan.

1.4.

Leeswijzer Dit document bestaat uit zes hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 een planbeschrijving gegeven en wordt ingegaan op de huidige en toekomstige situatie. Hoofdstuk 3 gaat in op het beleid, waarna in hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de aspecten met betrekking tot de fysieke leefomgeving en milieu. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de plansystematiek. Tot slot komt in hoofdstuk 6 de maatschappelijke- en financiële uitvoerbaarheid aan bod en is een samenvatting gegeven waaruit blijkt dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

TAM-omgevingsplan Gemeente Ermelo - Zandkampweg 21, Ermelo

3

2.

Planbeschrijving

2.1.

Huidige situatie In de huidige situatie bevindt zich op het perceel een groepsaccommodatie met dienstwoning en verschillende bijgebouwen. De groepsaccommodatie wordt verhuurd voor onder andere schoolkampen. Er wordt dan gebruik gemaakt van de grote speelweide in het plangebied. In de huidige situatie zijn er twee inritten naar het perceel. Eén naar de dienstwoning en één naar de groesaccommodatie. Het parkeren vindt volledig op eigen terrein plaats. Op het perceel is verder veel groen aanwezig. Afbeelding 3: Impressie bestaande situatie.

Afbeelding 4: Groepsaccommodatie vanaf de Zandkampweg.

TAM-omgevingsplan Gemeente Ermelo - Zandkampweg 21, Ermelo

4

Afbeelding 5: Dienstwoning vanaf de Zandkampweg.

2.2.

Toekomstige situatie In de toekomstige situatie zal de volledige bestaande bebouwing gesloopt worden en wordt plaats gemaakt voor nieuwbouw. Er worden 10 studio's en 3 eengezinswoningen met bijgebouwen plus een nieuwe groepsaccommodatie gerealiseerd. De studio's en eengezinswoningen krijgen een hofvormige opzet. De 10 studio's zijn bestemd voor mensen die aangewezen zijn op zorg en ondersteuning. De studio's zijn groot genoeg om met twee personen en eventueel één kind in te wonen. In de 3 eengezinswoningen komen de begeleiders van de bewoners van de studio's te wonen, eventueel met hun gezin. Het is de bedoeling dat er samengewoond kan worden in een ontspannen sfeer met rust in relatie met de natuur. De groepsaccommodatie staat los van de deze leefgemeenschap en zal hetzelfde als in de huidige situatie gebruikt worden. Op het terrein zullen verder de nodige parkeerplaatsen worden gerealiseerd, er komt een groot bijgebouw horende bij de woningen en is er ruimte voor een speelweide bij de groepsaccommodatie. Het geheel zal groen worden ingepast, waarbij wordt geprobeerd zoveel mogelijk van het bestaande groen te handhaven. Ook in de toekomstige situatie zullen er twee inritten zijn, één naar de groepsaccommodatie en één naar de woningen.

Het perceel wordt dan ook duidelijk in twee delen opgesplitst zoals te zien op onderstaande afbeeldingen waar een impressie van de toekomstige situatie wordt gegeven. Voor een volledig beeld van de inrichting van het perceel in de toekomstige situatie wordt verwezen naar het landschappelijk inpassingsplan1 in de bijlage.

1

N+L Landschapsontwerpers, Landschappelijke inpassing Zandkampweg 21 Ermelo, Mander, 15 november 2024

TAM-omgevingsplan Gemeente Ermelo - Zandkampweg 21, Ermelo

5

Afbeelding 6: Impressie toekomstige situatie.

Afbeelding 7: Impressie toekomstige situatie.

TAM-omgevingsplan Gemeente Ermelo - Zandkampweg 21, Ermelo

6

3.

Beleidskader

3.1.

Rijksbeleid

3.1.1. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is op 11 september 2020 vastgesteld en geldt vanaf 1 januari 2024 als de Nationale Omgevingsvisie als bedoeld in de omgevingswet. In de NOVI geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. In de NOVI geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen Nederland staat, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke prioriteiten de Rijksoverheid stelt bij de inrichting van Nederland en hoe het Rijk keuzes maakt in de uitvoering daarvan. Keuzes die samenhangen met toekomstbeelden over de fysieke leefomgeving, maatschappelijke opgaven en bijbehorende economische perspectieven.

Steeds duidelijker wordt dat de opgaven alleen goed aangepakt kunnen worden als dat in samenhang gebeurt, het ontwikkelpotentieel van heel Nederland optimaal wordt benut en gezorgd wordt voor een duurzame verbinding van alle delen van Nederland en met de landen om ons heen. Het beleid in de leefomgeving is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de betrokken overheden. De NOVI geeft aan waar het Rijk zich op nationale schaal aan bindt, waar het regie voert richting medeoverheden of waar het juist aan de medeoverheden is om keuzes te maken. Provincies en (samenwerkende) gemeenten zullen in hun omgevingsvisies uiting geven aan hun eigen verantwoordelijkheid en keuzes in de fysieke leefomgeving. Met de NOVI wordt in beeld gebracht waar kansen liggen. Kansen om de kwaliteit van onze leefomgeving te verbeteren. Kansen om sociale samenhang, gezondheid en economisch herstel te bevorderen en kansen om schone, veilige en duurzame technieken, die bijdragen aan de beoogde transitie naar een circulaire samenleving – stevig te verankeren in onze manier van leven en werken. Daartoe zijn 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1.

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. Een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio's 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied

TAM-omgevingsplan Gemeente Ermelo - Zandkampweg 21, Ermelo

7

Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Ten behoeve van die afweging gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: ▪ combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; ▪ kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; ▪ afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is van een dusdanig kleine schaal dat deze geen belangen raakt uit de Nationale Omgevingsvisie.

Het voornemen is om de bestaande bebouwing te slopen en daarvoor in de plaats 10 studio's en 3 eengezinswoningen met bijgebouwen plus een groepsaccommodatie te realiseren Dit past in ieder geval binnen twee nationale belangen uit de NOVI, namelijk: ▪ realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit; ▪ zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften. De planontwikkeling is niet in strijd met de uitgangspunten van de NOVI.

3.2.

Provinciaal beleid

3.2.1. Omgevingsvisie en -verordening Gelderland Provinciale Staten hebben op 19 december 2018 de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld. De omgevingsverordening is vervolgens meerdere malen geactualiseerd. In de omgevingsvisie wordt benoemd wat historisch en landschappelijk gezien van waarde is en wat beschermd moet worden. Daarnaast wordt beschreven wat 'cool', nieuw en vernieuwend is en daarmee juist aantrekkelijk is voor nieuwe generaties. De omgevingsvisie schetst het beeld op de toekomst en geeft hiermee richting aan wat gewenst is en wat veranderd en ontwikkeld moet worden. Een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland staat daarbij centraal. Dat is het streven waaraan gewerkt moet worden. Dit wordt gedaan door bij de uitoefening van de provinciale taken de focus te leggen op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met behulp van zeven ambities – op het terrein van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, economisch vestigingsklimaat en op het woon- en

TAM-omgevingsplan Gemeente Ermelo - Zandkampweg 21, Ermelo

8

leefklimaat – wordt hier richting aan gegeven. Door vier 'spelregels' of 'Doe-principes' – DOEN, LATEN, ZELF en SAMEN – wordt hier vervolgens werking aan gegeven. Tezamen vormen zij het kader waar binnen de provincie Gelderland werkt en afwegingen maakt. De nadere invulling vindt plaats via provinciale uitvoeringsprogramma's en samenwerking met partners. Daarmee is de Omgevingsvisie een 'plan' dat richting geeft en ruimte biedt; geen plan met exacte antwoorden. Ofwel: 'de Omgevingsvisie gaat over het speelveld en de spelregels, niet over de uitkomst van het spel.' De verdere voor het plangebied van toepassing zijnde thema's uit de omgevingsvisie/verordening worden hierna behandeld. Gelderse ladder voor duurzaam ruimtegebruik Het accent van stedelijke ontwikkelingen verschuift van nieuwbouw naar het vitaliseren van bestaande gebieden en gebouwen. Voor een goede afweging van keuzes voor locaties van nieuwe gebouwen staat de Gelderse ladder voor duurzaam ruimtegebruik centraal. Met deze ladder wordt een transparante besluitvorming en een zorgvuldige ruimtelijke afweging nagestreefd. Het gaat om het tijdig afwegen van kansen en mogelijkheden om bestaande gebouwen te benutten bij overwegingen van nieuwe bebouwing.

Als juridische basis gebruikt de provincie de ladder voor duurzame verstedelijking die het Rijk heeft vastgelegd in het artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). In elk plan dat voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling dienen gemeenten volgens de rijksladder die locatiekeuze te motiveren. Deze rijksladder is van provinciaal belang. Aangezien de juridische borging van de ladder al geregeld is in het Bkl, heeft de provincie de ladder niet nogmaals opgenomen in de provinciale omgevingsverordening. In paragraaf 4.2 is de Ladder voor duurzame verstedelijking uitgewerkt. Woningbouw In afdeling 2.1 zijn artikelen met (instructie)regels voor de regionale woonagenda opgenomen. Ook bevat de afdeling een drietal artikelen met instructieregels voor recreatiewoningen. Op basis van voornoemde afspraken is binnen de Regio Noord-Veluwe de regionale woonopgave voor de periode 2013-2024 verdeeld over de deelnemende gemeenten. Als afgeleide daarvan is door de gemeente het Meerjarenprogramma Woningbouw 2014-2024 opgesteld. De te realiseren woningen in dit plangebied passen binnen dit meerjarenprogramma. Duurzaamheid Het energievraagstuk is een wereldwijd vraagstuk. Het gaat aan niemand voorbij en raakt iedereen, ook in Gelderland. 'Oude' manieren van energie opwekken en gebruiken hebben te veel negatieve effecten en passen niet meer. Nieuwe manieren zijn nodig.

Het streven is dat Gelderland in 2050 volledig klimaatneutraal is. De woningen zullen gasloos worden gebouwd. De vraag naar (hulp)energie zal door toepassing van PV-panelen op het dakvlak worden uitgevoerd. Intrekgebied Op de kaart 'water en milieu' is het plangebied gelegen in een intrekgebied. Artikel 2.38 bepaalt dat een bestemmingsplan voor gronden binnen een intrekgebied de winning van fossiele ener-

TAM-omgevingsplan Gemeente Ermelo - Zandkampweg 21, Ermelo

9

gie niet mogelijk mag maken. Deze ontwikkeling maakt deze winning niet mogelijk en dit vormt daarmee dus geen probleem. Natura2000, GNN en GO Natura 2000 omvat een samenhangend Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. Alle Europese lidstaten dragen hieraan bij. Natura 2000 is gericht op het behoud van natuurgebieden en de ontwikkeling daarvan. De Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn vormen hiervoor de onderliggende basis. Alle Natura 2000-gebieden liggen binnen de Ecologische Hoofdstructuur. In de omgeving is een aantal Natura 2000-gebieden gelegen. Het betreft de Veluwe op circa 1 km en de Veluwerandmeren op ca. 2,7 km afstand van het plangebied. Naast toetsing op Natura 2000 gebied vindt separaat een toetsing plaats op het Gelders Natuurnetwerk (GNN), de voormalige Ecologische hoofdstructuur. Voor het GNN is door de provincie Gelderland een aantal criteria opgesteld waaraan wordt getoetst of een plan invloed heeft op de wezenlijke waarden en kenmerken. Daarnaast zijn Groene Ontwikkelzones (GO) aangewezen. Dat zijn gebieden met andere functies dan natuur die ruimtelijk verweven zijn met de natuur van het Gelders Natuurnetwerk en daar functioneel mee samenhangen. Het beleid in de GO is gericht op de versterking van die samenhang.

Zoals in paragraaf 4.5 is opgenomen doet de voorgenomen ontwikkeling geen afbreuk aan de ecologische waarden in het gebied en is de stikstofdepositie niet hoger dan 0.00 mol/ha/jaar. Gelderse streken: Randmeerkust Het plangebied ligt binnen de begrenzing van de Gelderse streek Randmeerkust en daarom moet rekening gehouden worden met de voor die streek vastgestelde kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen van het landschap. De ontwikkeling betreft de sloop en nieuwbouw van gebouwen op een bestaande kavel. Het geheel is zorgvuldig vormgegeven en de karakteristieke verkaveling is gerespecteerd. Het perceel wordt verder groen ingepast middels inheemse beplanting. Daarmee doet de ontwikkeling geen afbreuk aan de kernkwaliteiten van de randmeerkus. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling voldoet aan de uitgangspunten zoals verwoord in de provinciale omgevingsvisie en de omgevingsverordening.

3.3.

Regionaal beleid

3.3.1. Omgevingsagenda Regio Noord-Veluwe Algemeen De gemeente Ermelo maakt deel uit van de regio Noord-Veluwe. In de Omgevingsagenda geven de acht gemeenten van de Noord-Veluwe aan waarop zij regionaal willen samenwerken in de periode 2015-2020. Niet alleen als gemeenten onderling, maar nadrukkelijk ook met ondernemers, maatschappelijke partners en de provincie Gelderland. In de omgevingsagenda zet de regio in op vier opgaven, namelijk: ▪ versterken toeristisch product; ▪ vitaliseren buitengebied;

TAM-omgevingsplan Gemeente Ermelo - Zandkampweg 21, Ermelo

10

▪ verbeteren economische infrastructuur; ▪ stimuleren klimaat neutrale regio. Per opgave worden deelopgaven genoemd. In het geval van het plangebied is vooral het vitaliseren van het buitengebied van belang. Daarbij zet de regio in op het stimuleren van nieuwe (economische) impulsen en het behouden en versterken van de leefbaarheid in kleine dorpen en gemeenschappen. Conclusie De ontwikkeling in het plangebied levert hieraan een bijdrage. De ontwikkeling levert een nieuwe impuls door de realisatie van nieuwe functies in het buitengebied waarmee het buitengebied vitaal gehouden wordt. Daarbij neemt het aantal inwoners van Ermelo toe. Dit geeft voor de in de kern aanwezige voorzieningen een groter aantal bezoekers en daarmee meer draagvlak. De leefbaarheid kan daarmee behouden blijven en waar mogelijk versterkt worden. De voorgenomen ontwikkeling past binnen de kaders van de Omgevingsagenda Regio Noord-Veluwe. 3.3.2. Woondeal regio Noord-Veluwe Algemeen De Noord-Veluwse gemeenten en woningcorporaties hebben op woensdag 8 maart 2023 in Zutphen de regionale woondeal Noord-Veluwe getekend. Hiermee spreken zij af het woningtekort gezamenlijk aan te pakken. De woondeal beschrijft hoeveel woningen er in de regio gebouwd worden tot en met 2030, waar dit gaat gebeuren en wat het aandeel betaalbare woningen zal zijn.

De regio Noord-Veluwe zet in op de bouw van ruim 12.500 woningen verspreid over de gemeenten Elburg, Ermelo, Harderwijk, Hattem, Nunspeet, Oldebroek en Putten. De Noord-Veluwe is de enige regio in de provincie Gelderland waarbij ook de woningcorporaties de woondeal mee ondertekenen. De gemeenten op de Noord-Veluwe hebben 15 bouwlocaties aangewezen als zogenaamde sleutelprojecten. Met in totaal zo'n 8.000 woningen dragen deze projecten significant bij aan de regionale ambitie van ruim 12.500 woningen. In Ermelo bedraagt het aandeel 1.508 woningen. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan de doelstelling om in de komende jaren 1.508 woningen in Ermelo te realiseren. De voorgenomen ontwikkeling past binnen de kaders van de Woondeal regio Noord-Veluwe

3.4.

Gemeentelijk beleid

3.4.1. Omgevingsvisie Op 26 januari 2022 is de Omgevingsvisie Ermelo vastgesteld door de gemeenteraad. De Omgevingsvisie voor de gemeente Ermelo is opgesteld conform de Omgevingswet. Het plangebied is gelegen in het deelgebied 'Buitengebied west'. De grootste opgave voor dit gebied is het op een goede manier begeleiden van de diverse typen initiatieven, zodat de buurtschappen vitaal en leefbaar blijven, maar ook gewerkt wordt aan het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit, behoudt van het kleinschalige en de cultuurhistorische en landschappelijke waarde.

TAM-omgevingsplan Gemeente Ermelo - Zandkampweg 21, Ermelo

11

Verder wordt er in algemene zin aangegeven dat inbreiding boven uitbreiding geen 'hard' uitgangspunt meer is. De gemeente vindt het groene karakter en de identiteit van Ermelo behouden belangrijker en de gemeente hecht grote waarden aan klimaatadaptatie, biodiversiteit, schone lucht en een gezonde leefomgeving. Hiervoor is juist groen nodig in de bebouwde omgeving, zowel in de openbare ruimte als in de privétuinen. Daarom zal inbreiding, naast de bekende harde locaties, met name nog mogelijk zijn via 'steen voor steen', dus op herontwikkelingslocaties en ter verbetering van lelijke plekken'. Conclusie In de omgevingsvisie staat expliciet benoemd dat: "Goed wonen, is wonen met zorg en aandacht voor de individuele behoefte van de inwoner, zoals autonomie. Dit draagt bij aan de kwaliteit van leven. Hiervoor is onder andere noodzakelijk: een diversiteit in woonzorginitiatieven (in prijs, doelgroep, omgeving) en proeftuinen, beschikbaarheid van betaalbare huurwoningen voor uitstroom uit Maatschappelijke Opvang, Beschermd Wonen en Jeugdzorg (met name eenpersoonshuishoudens)." In het document 'Samen thuis op de Noord-Veluwe, Regio en Beleidsplan Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang Noord Veluwe 2020-2023'. Is nader uitgewerkt hoe de gemeente dit wil bereiken.

Zo is één van de ontwikkelopgaven om voldoende (betaalbare) zelfstandige woonruimte nodig waar mensen met begeleiding kunnen wonen. Dit vraagt om integraal gemeentelijk beleid en afspraken met onder andere woningcorporaties. Op dit moment mogen woningcorporaties niet huren van particuliere verhuurders. Door meer samen te werken met particuliere ontwikkelaars is het mogelijk op korte termijn woningen/units te bouwen. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in deze behoefte waar vanuit een particuliere ontwikkeling wordt voorzien in zelfstandige woonruimtes waar mensen met begeleiding kunnen wonen. De ontwikkeling past daarmee binnen de ambities van de gemeente uit de Omgevingsvisie. 3.4.2. Woonvisie In de woonvisie Ermelo is het beleid uit de regionale woonvisie verder uitgewerkt voor de gemeente Ermelo. De gemeente Ermelo staat voor goed en groen wonen, in een bosrijk landschap waarbij werken en een breed palet aan voorzieningen en recreatiemogelijkheden binnen handbereik liggen. Dat is en blijft niet altijd vanzelf zo. Diverse maatschappelijke en economische ontwikkelingen zorgen ervoor dat in de komende jaren stappen gezet moeten worden om de kwaliteit van wonen in Ermelo te behouden. Dat wil de gemeente doen op een integrale, gedragen en flexibele manier. De woonvisie is daarbij de basis en luidt: "Exclusief wonen voor iedereen".

Om dit te bewerkstelligen zet de gemeente in op drie strategische woonopgaven: ▪ samen investeren in toekomstbestendige buurt(schap)pen; ▪ woningbouwprogramma in balans; ▪ passend en betaalbaar wonen voor iedereen; ▪ samen investeren in toekomstbestendige buurt(schap)pen. Samen met de eigenaren en huurders wordt geïnvesteerd in de (energetische) kwaliteit van woningen, de inrichting van de leefomgeving en de leefbaarheid. Iedere inwoner die dat nodig heeft kan passend wonen met eventuele ondersteuning. De gemeente faciliteert het om zo lang

TAM-omgevingsplan Gemeente Ermelo - Zandkampweg 21, Ermelo

12

mogelijk zelfstandig te kunnen wonen. Daarnaast wordt de groene woonomgeving versterk en staat integraal en gebiedsgericht werken in het woonbeleid centraal. Sociale, leefbaarheids- en fysieke opgaven worden gecombineerd. Er wordt ingezet op het faciliteren van kleinschalige wooninitiatieven die aansluiten op de lokale behoefte en die bijdragen aan de leefbaarheid en het 'groene' karakter van de leefomgeving. De bevolkings- en huishoudensgroei en de behoefte aan woningen in de gemeente Ermelo wordt gefaciliteerd door middel van een gebalanceerd woningbouwprogramma. Er wordt ingezet op de realisatie van 1.060 woningen in de periode 2020 tot 2030. In tijden van hoogconjunctuur wordt ingezet op een hogere productie, maar er wordt ook rekening gehouden met een lagere productie in economisch zwaardere tijden. Voor het woningbouwprogramma wordt primair ingezet op inbreiding, transformatie en de ontwikkeling van de locaties Veldwijk, Hooge Riet, Branderskamp, De Enk, Rodeschuurwegje, centrum Horst, recreatiecluster Horst en sporthallocatie de Balverszaal. Er wordt gestreefd naar een gevarieerd aanbod in 2030 waarin alle doelgroepen worden bediend. Woningbouwplannen op de lokale behoefte en streven naar de juiste woningen op de juiste plaats worden door de gemeente gefaciliteerd.

De woningvoorraad moet zoveel mogelijk passen bij de woonwensen, inkomens, levensfase en huishoudenssamenstelling van de inwoners van de gemeente Ermelo. De gemeente spant zich in om met de woonpartners een voldoende passend aanbod te creëren voor doelgroepen die het lastig hebben op de woningmarkt (starters, jonge huishoudens, lage- en middeninkomens en mensen met zorgbehoefte). Dit wordt gedaan door het verbeteren en bevorderen van doorstroming. De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan de behoefte aan woningen. De ontwikkeling is bedoeld voor een doelgroep die maatschappelijke begeleiding nodig heeft en dat vormt een groep die het lastig heeft op de woningmarkt. Daarnaast betreft het een kleinschalig initiatief. Dit maakt dat de ontwikkeling past binnen de ambities uit de woonvisie. 3.4.3. Afwegingskader woningbouw De gemeente Ermelo heeft op 16 oktober 2019 de beleidsvisie afweging woningbouwplannen vastgesteld, welke op 20 juli 2023 voor het laatst is herzien. De gemeente bepaalt met het afwegingskader woningbouwplannen aan welke plannen zij meewerkt. De gemeente Ermelo heeft er behoefte aan om meer grip te krijgen op de daadwerkelijke realisatie van woningbouwplannen. Er is grote vraag naar sociale woningbouw, midden huur en goedkope koop. Daar wil de gemeente qua nieuwbouwplannen bij aansluiten.

Daarom is gekozen om een afwegingskader voor woningbouwplannen op te stellen en een bijpassende werkwijze te ontwikkelen. Bij de plannen let de gemeente op de woningbehoefte in Ermelo en het type woning waar behoefte aan is, of het plan voldoet aan lokale en provinciale regels en afspraken (zoals de plancapaciteit) en wil ze tot een snelle uitvoering komen van kansrijke woningbouwplannen. De plancapaciteit geeft aan hoeveel woningen er gebouwd mogen worden in de gemeente Ermelo. Tot 2030 zijn er genoeg woningbouwplannen om aan de plancapaciteit te voldoen. De

TAM-omgevingsplan Gemeente Ermelo - Zandkampweg 21, Ermelo

13

provincie past de plancapaciteit elk jaar aan. De gemeente Ermelo staat meer woningbouwplannen toe. Dit komt door het gebrek aan woningen en de kans op planuitval. Na goedkeuring van het plan door de gemeenteraad, heeft de initiatiefnemer 3 jaar om het woningbouwplan woonklaar op te leveren. Beroep- en bezwaartermijnen vallen buiten deze 3 jaar. Conclusie Voorliggend plan voorziet in de woningbouwbehoefte in Ermelo. De gemeente wil het plangebied benutten om aan de woningbouwbehoefte te voorzien 3.4.4. Ontwikkelperspectief Horst & Telgt Het college van burgemeester en wethouders heeft samen met buurtvereniging Horst & Telgt een ontwikkelingsperspectief gemaakt. Dit is een vervolg op het buurtplan uit 2015. Het geeft duidelijkheid in de haalbaarheid van kleine ontwikkelingen in dit gebied. De gemeenteraad stelde het ontwikkelingsperspectief op 3 maart 2021 vast. Het ontwikkelingsperspectief gaat met name uit van ontwikkelingen met betrekking tot wonen of bedrijvigheid en er worden verschillende eisen gesteld aan de inrichting van de percelen. Centrale doel van het ontwikkelingsperspectief is dat nieuwe ontwikkelingen de landschappelijke beleving moeten versterken. Conclusie Het plangebied bevindt zich in het 'afwegingsgebied'. Hierin zijn ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk. Op de visiekaart is dit gebied weergegeven als afwegingsgebied voor toekomstige ontwikkelingen.

Nieuwe initiatieven en concepten in dit kader worden toegejuicht. Binnen dit afwegingsgebied is ruimte voor het toevoegen van kleinschalige ontwikkelingen, mits passend binnen de gebiedskarakteristiek. De voorgenomen ontwikkeling sluit hierop aan. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt de bestaande bebouwing op het terrein geheel gesloopt. De nieuwbouw is afgestemd op de omgeving met een landschappelijke inpassing en versterking van het bestaande groen. De landschappelijke beleving van het gebied wordt daarbij behouden. De ruimtelijke kwaliteit van het landschap wordt hierdoor verbeterd. 3.4.5. Groenvisie 2017-2027 De groenvisie 2017-2027 is door de gemeenteraad van Ermelo in december 2017 vastgesteld. De groenvisie beschrijft hoe de gemeente de eerste 10 jaar omgaat met alle vormen van groen in de gemeente. De groenvisie is gemaakt samen met inwoners, organisatie, experts en raadsleden. Hierdoor konden veel belangrijke onderwerpen worden meegenomen. De groenvisie maakt verschil in groen uit de groenstructuur. Ook de waardevolle bomen en leefomgevingsgroen wordt rekening mee gehouden. Het groen uit de groenstructuur bestaat uit hoofd- en nevenstructuren, waardevolle bomen en bijzonder particulier groen. Dit groen is: ▪ op kaart gezet; ▪ drager van de groene identiteit van het dorp Ermelo; ▪ wordt beschermd vanuit het principe "nee, behalve".

Hierbij kan gedacht worden aan groen dat bijzonder is voor het dorp of groen met een cultuurhistorische betekenis. Hier doet de gemeente alleen iets mee als dit echt noodzakelijk is. Met

TAM-omgevingsplan Gemeente Ermelo - Zandkampweg 21, Ermelo

14

het leefomgevingsgroen gaat de gemeente minder streng om. Een boom kan bijvoorbeeld gekapt of verplant worden, behalve als buren of belanghebbenden goede redenen hebben om dit te voorkomen. Dan wordt gesproken over "ja, behalve". De groenvisie biedt ook kaders in de vorm van ambities en wettelijke taken. Geeft richting aan groenbewust handelen bij ruimtelijke ontwikkelingen en is uitgangspunt voor het beheer van het groen van de gemeente. Conclusie Het plangebied is op de Groenkaart Buitengebied gemeente Ermelo aangewezen als Kampenlandschap. De groenkaart laten de gewenste situatie voor in de toekomst zien. Ze tonen waar de gemeente naar streeft. Het structurele groen van de groenkaarten is groen dat de gemeente koestert: ▪ vragen voor veranderingen benadert de gemeente met een 'nee, tenzij'; ▪ als groen wordt opgeofferd, vindt altijd compensatie plaats. Met de voorgenomen ontwikkeling vindt geen opoffering van groen plaats. Er vindt juist een toevoeging van groen plaats doordat het terrein landschappelijk wordt ingepast met streekeigen beplanting. Deze ontwikkeling is daarmee passend binnen de Groenvisie 2017-2027.

TAM-omgevingsplan Gemeente Ermelo - Zandkampweg 21, Ermelo

15

4.

Aspecten fysieke leefomgeving en milieu

4.1.

m.e.r.-beoordeling Algemeen De wetgeving omtrent de milieueffectrapportage (m.e.r) is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit. Het bevoegd gezag zal per specifiek geval na moeten gaan of er sprake is van een plan of programma in de zin van de Strategische milieubeoordeling-richtlijn. Onder een plan of programma wordt in ieder geval verstaan: een omgevingsvisie, een programma, een omgevingsplan en een voorkeursbeslissing. Er hoeft niet (meer) getoetst worden aan de limitatieve lijst van MER-plichtige plannen en programma's uit de Bijlage bij het Besluit MER. Er wordt onder de Omgevingswet geen onderscheid (meer) gemaakt tussen een formele en vormvrije MER-beoordeling op grond van aangewezen drempelwaarden. Er is dus nog maar één MER-beoordelingsprocedure. Toetsing De woningen worden gebouwd ter plaatse van een bedrijfswoning. De gronden van de overige drie woningen hebben al een recreatieve bestemming waarop verschillende gebouwen staan. Gelet op het beperkte ruimtebeslag wordt de planontwikkeling in dit geval niet gezien als een stedelijk ontwikkelingsproject. Daarbij is op grond van jurisprudentie (ABRvS 201901439/1/R1) van belang dat sprake is van bestaand bebouwd perceel en dat het ruimtebeslag van de uitbreiding van de voorziene bebouwing relatief beperkt is.

Wellicht ten overvloede kan worden opgemerkt dat uit de samenvatting van de onderzoeken in dit hoofdstuk, volgt dat belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn uitgesloten. Conclusie Het aspect m.e.r.-beoordeling levert geen belemmering op voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.2.

Ladder voor duurzame verstedelijking Algemeen Om de ruimte zorgvuldig te benutten en overprogrammering te voorkomen is de "Ladder voor duurzame verstedelijking" geïntroduceerd. De ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. De instructieregel in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de ladder is vereist. Bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet de behoefte aan die ontwikkeling (trede 1) worden aangetoond. Indien die stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt buiten het bestaand stedelijk gebied, moet worden gemotiveerd waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien (trede 2). Het begrip stedelijke ontwikkeling wordt daarbij als volgt gedefinieerd: "ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen".

TAM-omgevingsplan Gemeente Ermelo - Zandkampweg 21, Ermelo

16

Toetsing Uit jurisprudentie blijkt dat 11 woningen niet wordt aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling. Het planvoornemen omvat het realiseren van 10 studio's en 3 eengezinswoningen met bijgebouwen plus een groepsaccommodatie. In de huidige situatie is de groepsaccommodatie en een dienstwoning aanwezig. Ten opzichte van de huidige situatie worden er dus 12 woningen aan toegevoegd en is er in het kader van de ladder voor duurzame ontwikkeling sprake van een stedelijke ontwikkeling. Daarnaast volgt uit jurisprudentie dat wanneer het om een functiewijziging gaat, moet worden beoordeeld of er sprake is van een naar aard en omvang zodanige functiewijziging, dat gesproken kan worden van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Daarbij moet ook het ruimtebeslag worden betrokken. Uit de paragraaf 3.3 en 3.4 komt naar voren dat de kwantitatieve behoefte binnen de gemeente Ermelo neerkomt op 1.508 woningen. De behoefte aan woningen blijft groot en er dient dan ook voldoende woningbouw gerealiseerd te worden. Onderhavig plan voorziet in de toevoeging van 12 woningen op een locatie. Deze woningen leveren een beperkte bijdrage aan de totale kwantitatieve behoefte van 1.508 woningen. Daarnaast staat in de omgevingsvisie benoemd dat er behoefte is aan particuliere ontwikkeling waarin wordt voorzien in zelfstandig wonen met begeleiding.

De voorgenomen ontwikkeling voorziet in deze behoefte waar vanuit een particuliere ontwikkeling wordt voorzien in zelfstandige woonruimtes waar mensen met begeleiding kunnen wonen. De behoefte (trede 1) is daarmee aangetoond. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van de bebouwde kom van Ermelo en de stedelijke ontwikkeling vindt dan ook buiten bestaand stedelijk gebied plaats. Het is echter niet mogelijk om de voorgenomen ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied te realiseren. De doelgroep waar met de voorgenomen ontwikkeling in wordt voorzien heeft namelijk baat bij een omgeving die voorziet in rust en ruimte. Er wordt een woon- en werkomgeving voor mensen met een begeleidingsvraag gerealiseerd. De mensen die hier gaan wonen komen uit een onwenselijke situatie/omgeving waardoor de behoefte aan wonen onder begeleiding is ontstaan. Het is de bedoeling dat de bewoners na een periode te hebben gewoond op de locatie aan de Zandkampweg weer terug kunnen keren naar een reguliere woonsituatie. Een omgeving met rust- en ruimte is daarbij essentieel zodat de bewoners aan zo min mogelijk prikkels worden blootgesteld. Een locatie binnen het bestaand stedelijk gebied van Ermelo waar ook kan worden voorzien in dezelfde rust en ruimte is momenteel niet voorhanden.

Er is daarom voor de betreffende locatie gekozen waar, naast dat kan worden voorzien in rust en ruimte, ook al een vraag ligt om de locatie te vernieuwen/herontwikkelen. Op basis daarvan kan worden gesteld dat in bestaand stedelijk gebied niet in de behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling kan worden voorzien (trede 2).

TAM-omgevingsplan Gemeente Ermelo - Zandkampweg 21, Ermelo

17

Conclusie De planontwikkeling voldoet aan de uitgangspunten van de ladder voor duurzame verstedelijking.

4.3.

Duurzaamheid & gezondheid De eisen met betrekking tot de milieuprestatie en energiezuinigheid van gebouwen zijn opgenomen in artikel 4.148-4.160 (Duurzaamheid) van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Hierin is onder meer aangegeven dat een bouwwerk bijna energie neutraal (BENG) dient te zijn. In BENG wordt de energieprestatie van een gebouw uitgedrukt met drie indicatoren: ▪ BENG 1 Energiebehoefte: de hoeveelheid energie die een gebouw nodig heeft voor verwarming en koeling uitgedrukt in kWh per m² gebruiksoppervlakte per jaar. Deze indicator gaat over het beperken van de energievraag van het gebouw zelf. Aandachtspunten: stedenbouwkundig ontwerp, oriëntatie, compact ontwerp, schilisolatie, luchtdichtheid, zomernachtventilatie, ventilatiesysteem en zonwering. ▪ BENG 2 Primair energiegebruik: de hoeveelheid fossiele brandstof in kWh per m² gebruiksoppervlakte per jaar die nodig is voor verwarming, koeling, warm water en installaties. Let op: voor netstroom wordt het rendement van elektriciteitsproductie verrekend. Aandachtspunten: efficiënte installaties, warmteafgifte op lage temperatuur, warmwater met korte leidingen en warmteterugwinning en toepassing van hernieuwbare energie (ook BENG 3). ▪ BENG 3 Aandeel hernieuwbare energie: het percentage (in procenten) hernieuwbare energie van het totale energiegebruik.

Aandachtspunten: toepassing van PV, zonneboiler, bodemenergie, omgevingswarmte, biomassa en externe warmtelevering (mits hernieuwbaar). Ook de bevordering van gezondheid is een afwegingscriterium bij ruimtelijke ontwikkelingen. In dit hoofdstuk komt een aantal (milieu)aspecten, zoals geluidsoverlast, bodemverontreiniging, externe veiligheid, enzovoort, aan de orde waarbij de gezondheid van de toekomstige bewoners een rol speelt. Uit de uitgevoerde onderzoeken zijn geen belemmeringen naar voren gekomen ten aanzien van gezondheid. Daarnaast kan bij grotere planontwikkelingen ook gezondheidsbevordering gestimuleerd worden. Zo heeft de fysieke leefomgeving positieve gezondheidseffecten als deze uitnodigt tot gezond gedrag en mensen stimuleert tot meer bewegen, gezonder eten en elkaar ontmoeten. Voor de bouw van 10 studio's en 3 eengezinswoningen met bijgebouwen plus een groepsaccommodatie, is het onderdeel van het bevorderen van de gezondheid minder relevant, omdat er geen leefomgeving op een groter schaalniveau wordt ingericht. Conclusie Het aspect duurzaamheid en gezondheid levert geen belemmering op voor de voorgenomen ontwikkeling.

TAM-omgevingsplan Gemeente Ermelo - Zandkampweg 21, Ermelo

18

4.4.

Verkeersgeneratie, -afwikkeling & parkeren Algemeen Bij ruimtelijke plannen moet rekening worden gehouden met verkeersgeneratie en -afwikkeling en parkeerbehoefte die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Toetsing In de huidige situatie kent het perceel twee in- /uitritten. Deze zullen gehandhaafd blijven. Er is dus straks één in-/uitrit naar de groepsaccommodatie en één naar de woningen. Qua verkeersbewegingen zal er doordat er nu sprake is van een groter aantal woningen sprake zijn van een kleine toename. Deze toename is echter dusdanig klein dat er geen reden is om aan te nemen dat het bestaande wegennet dat niet aankan. Wat betreft parkeren moet gekeken worden naar de Nota Parkeernormen van de gemeente Ermelo. Voor wat betreft de woningen worden geldt voor de eengezinswoningen een parkeernorm van 2 parkeerplaatsen per woning ('koop hoekwoning'). Voor de studio's geldt een parkeernorm van 1,2 per woning ('aanleunwoning'). Daarnaast wordt er een stukje kantoorruimte gerealiseerd kleiner dan 100 m², waarvoor 2,6 parkeerplaatsen moeten worden aangelegd. Tot slot wordt er één logeerkamer gerealiseerd waarvoor 1 parkeerplaats wordt aangelegd ('hotelkamer'). In totaal moeten er voor het woongedeelte dus de volgende paarkeerplaatsen worden aangelegd. Er worden 23 parkeerplaatsen gerealiseerd en er wordt dus voldaan aan de behoefte. Afbeelding 8: Parkeerbehoefte woningen.

Type woning Gezinswoning Studio kantoor Logeerkamer Totaal

Type conform Nota Koop hoekwoning Aanleunwoning Kantoor Hotelkamer

Norm

Aantal 2 per woning 1,2 per woning 2,6 per 100 m2 1 per kamer

Totaal 3 10 <100 m2 1

6 12 2,6 1 21,6

De functie van een groepsaccommodatie (meestal jongeren), is niet in de Nota Parkeernormen opgenomen. In de regel gaat het om maximaal 70 personen welke geen eigen auto hebben, maar gebracht zullen worden door anderen. Incidenteel en gedurende korte tijd zullen er maximaal 20 parkeerplaatsen nodig zijn. Indien de groep bestaat uit 40 volwassenen dan zullen er ongeveer 20 parkeerplaatsen nodig ervan uitgaande dat er in één auto twee volwassenen plaatsnemen. Als wordt gekeken naar de nota dan past de kampeerboerderij het best bij de hotelfunctie. Echter zal de kampeerboerderij geen kamers krijgen, maar slaapzalen. Gaan we theoretisch uit van 20 kamers voor 40 volwassenen (per kamer 0,78 parkeerplaatsen), dan momt dat op een totaal van 15,6 parkeerplaatsen. Er worden 24 parkeerplaatsen aangelegd voor de groepsaccommodatie dus er wordt in de behoefte voorzien. Conclusie Het aspect verkeersgeneratie, -afwikkeling & parkeren levert geen belemmering op voor de voorgenomen ontwikkeling.

TAM-omgevingsplan Gemeente Ermelo - Zandkampweg 21, Ermelo

19

4.5.

Flora & Fauna

4.5.1. Algemeen De natuur in Nederland wordt beschermd vanuit twee invalshoeken: bescherming van gebieden en bescherming van soorten. Per 1 januari 2024 is de Wet natuurbescherming (Wnb) opgegaan in de Omgevingswet: de Aanvullingswet natuur het Aanvullingsbesluit natuur en de Aanvullingsregeling natuur. Ter bescherming van de natuur zijn in het Bkl diverse regels opgenomen. Het gaat hierbij in de eerste plaats om regels voor de gebiedsbescherming van aangewezen Natura 2000-gebieden, regels voor de soortenbescherming van te beschermen planten diersoorten (waaronder vogels) en regels ter bescherming van houtopstanden. Het gebieds- en soortenbeschermingsregime vloeit voor een belangrijk deel voort uit twee Europese richtlijnen, te weten de Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en de Habitatrichtlijn(92/43/EEG). Het normenkader, de instrumenten en de bevoegdheidsverdeling voor het Natuurbeschermingsrecht is ongewijzigd ten opzichte van de Wnb. Voor alle beschermde soorten geldt een ontheffingsplicht. Het bevoegd gezag (de provincie) kan voor de soorten die zijn opgenomen in het 'beschermingsregime andere soorten' vrijstellingsbesluit nemen en hierin onderscheid maken tussen meer en minder strikt beschermde soorten. In verband met de planontwikkeling is daarom voor ecologisch onderzoek verricht in het plangebied.

In eerste instantie is er een quickscan2 uitgevoerd waaruit bleek dat er naar bepaalde soorten vervolgonderzoek 3 noodzakelijk is. 4.5.2. Gebiedsbescherming Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden en wordt in Nederland beschermd door middel van de Omgevingswet. Deze wet biedt een beschermingskader voor de aangewezen beschermde gebieden. Deze gebieden worden beschermd om de gunstige staat van instandhouding van vogelsoorten, habitattypen en andere planten- en diersoorten te behouden en waar nodig te herstellen. Naast de wettelijke bescherming van de Natura 2000-gebieden heeft Nederland de bescherming van andere gebieden planologisch vastgelegd. Onder de planologische bescherming vallen onder andere weidevogelgebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De bescherming van het NNN vindt plaats door toetsing van de bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen aan het NNN-beleid. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlandse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuur(gebieden). Door verbindingen tussen natuurgebieden te maken, kunnen planten en dieren zich makkelijker verspreiden over meer gebieden. De bescherming van het NNN bestaat hieruit (artikel 7.8, lid 2, Bkl): dat geen activiteiten

2 3

SAB, Quickscan natuur – Ermelo Zandkampweg 21, 210502.01, Arnhem, 23 november 2023 Groenewold, Nader onderzoek soorten Zandkampweg 21 te Ermelo, 2024-006, Ermelo, 1 oktober 2024

TAM-omgevingsplan Gemeente Ermelo - Zandkampweg 21, Ermelo

20

worden mogelijk gemaakt die leiden tot een aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden, of tot een vermindering van de wezenlijke kenmerken en waarden, oppervlakte of samenhang van het NNN. Toetsing gebiedsbescherming Uit de quickscan ecologie blijk dat er aangaande beschermde natuurgebieden en houtopstanden geen sprake is van mogelijke overtreding van de Omgevingswet. In het stikstofdepositieonderzoek4 is voor de aanleg- en gebruiksfase van de ontwikkeling de te verwachten stikstofdepositie ter plaatse van de Natura 2000-gebieden berekend. Uit de berekening van de aanleg- en gebruiksfase blijkt dat de stikstofdepositie op de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden niet hoger is dan 0,00 mol/ha/jaar. Er is geen sprake van vergunningplicht op grond van de Wet Omgevingswet. Uit het oogpunt van de gebiedsbescherming zijn er geen belemmeringen voor de planontwikkeling. 4.5.3. Soortenbescherming Onder de Omgevingswet zijn veel dier- en plantsoorten beschermd. De bescherming richt zich op soorten van Europees belang, die onder de reikwijdte van de Vogel- en Habitatrichtlijn vallen, als om bepaalde soorten van nationaal belang. Soortenbescherming vindt plaats binnen en buiten het natuurnetwerk Nederland. Het kan de vorm hebben van wet- en regelgeving, maar ook van fysieke maatregelen die bescherming, vestiging of uitbreiding van een soortenpopulatie stimuleren.

Op grond van artikel 2.18 lid 1 sub f Omgevingswet zijn in beginsel de provincies hiervoor verantwoordelijk. Toetsing soortenbescherming Uit de quickscan blijkt dat er mogelijk nestplaatsen aanwezig zijn van de huismus. Ook verblijfplaatsen van dwergvleermuizen zijn niet op voorhand uit te sluiten. Verder is de steenuil bekend van de omgeving en is de open schuur mogelijk geschikt voor de kerkuil. In het naastgelegen bos broeden mogelijk roofvogels, als sperwer, ransuil of boomvalk en in een nest op het terrein is mogelijk de eekhoorn aanwezig. Daarom is nader onderzoek uitgevoerd. De conclusies uit dit onderzoek zijn als volgt: ▪ Uit het uitgevoerde nader onderzoek blijkt dat in de te slopen woning 2 nestplaatsen aanwezig zijn van de huismus. Hiervoor is een omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit noodzakelijk. De provincie Gelderland is hiervoor het bevoegd gezag. ▪ Er verdwijnen bij de sloop geen vaste verblijfplaatsen van vleermuizen of uilen. Ook andere beschermde soorten of verblijfplaatsen zijn in het nader onderzoek niet aangetroffen. Door het vrij intensieve gebruik van het terrein door kinderen vanwege het kamphuis, is sprake van vrij veel verstoring door licht en geluid. Daarmee is gebruik van het terrein door beschermde soorten ook niet heel waarschijnlijk.

4

Groenewold, Memo stikstofdepositie nieuwbouw Zandkampweg 21 te Ermelo, 2024-006, Ermelo, 17 oktober 2024

TAM-omgevingsplan Gemeente Ermelo - Zandkampweg 21, Ermelo

21

▪ Bij uitvoering van de werkzaamheden altijd invulling geven aan de 'algemene en specifieke zorgplicht', wat inhoudt dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan beschermde soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. ▪ Concreet betekent de zorgplicht hier dat de sloop en het bouwrijp maken moet plaatsvinden buiten de gevoelige tijd. De beste tijd voor uitvoering van de werkzaamheden is dan in de periode half augustus - maart. ▪ Advies is om bij landschappelijke inpassing in geval van nieuwe soorten zo mogelijk ook inheemse bes- en nootdragende soorten toe te voegen (bijvoorbeeld meidoorn, sleedoorn, hazelaar, lijsterbes en Gelderse roos). ▪ Advies is verder om in de nieuwbouw verblijfplaatsen op te nemen voor zowel de huismus als voor vleermuizen. Voor de huismus is dat verplicht, voor de vleermuizen een advies. Vleermuizen eten zeer veel muggen, tot wel een derde van hun lichaamsgewicht per nacht. Omdat vleermuizen veel door het gebied trekken is het advies onnodige buitenverlichting te voorkomen en lampen alleen naar beneden toe te laten uitstralen. 4.5.4. Conclusie In de te slopen woning zijn 2 nestplaatsen aanwezig van de huismus. Voor de sloop van deze woning is een omgevingsvergunning flora- en fauna activiteit noodzakelijk. Voorafgaand aan de sloop dient deze vergunning verleend te zijn.

4.6.

Luchtkwaliteit Algemeen Ter bescherming van de gezondheid zijn voor het aspect luchtkwaliteit instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.4.1 Bkl. Volgens deze regels gelden zogeheten omgevingswaarden voor onder andere de in de buitenlucht voorkomende stikstofdioxide (NO 2) en fijnstof (PM10). Een activiteit is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: ▪ er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; ▪ het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; ▪ het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging. Uit artikel 5.53 en 5.54 Bkl volgt dat een project niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de toename van de concentratie NO2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 µg/m³. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties. Toetsing Omdat in het plangebied het aantal woningen met 12 toeneemt en het overige gebruik hetzelfde is als in de huidige situatie, kan worden geconcludeerd dat de planontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit.

Uit de atlas voor de leefomgeving (peiljaar 2023, bron: www.atlasleefomgeving.nl) blijkt dat de achtergrondconcentratie stikstofdioxide (9,2 microgram per m³) en fijn stof (15,1 microgram per m³) zich beneden de wettelijk toegestane jaargemiddelde grenswaarde van 40 microgram per m³ bevinden. De concentratie zeer fijn stof (8,2 microgram per m³) bevindt beneden de wettelijk

TAM-omgevingsplan Gemeente Ermelo - Zandkampweg 21, Ermelo

22

toegestane jaargemiddelde grenswaarde van 20 microgram per m³. In het plangebied worden de grenswaarden derhalve niet overschreden. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit levert geen belemmering op voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.7.

Geluid Geluid kan van grote invloed zijn op het woon- en leefklimaat van mensen en op hun gezondheid. De aanvaardbaarheid van de geluidsbelasting onder de Omgevingswet is vooral een decentrale afweging. Een gemeente legt in het omgevingsplan voor elke locatie in de gemeente de gewenste geluidskwaliteit vast. In afdeling 3.5 van het Bkl zijn regels voor belangrijke geluidsbronnen zoals industrieterreinen, wegen en spoorwegen opgenomen. De regels voor geluid hebben een tweezijdige werking om de bescherming tegen geluidsbelasting vorm te geven. Enerzijds bij de aanleg of aanpassing van spoorwegen of industrieterreinen en anderzijds bij het mogelijk maken van nieuwe geluidsgevoelige gebouwen (voor functies zoals wonen, onderwijs of zorg) en locaties nabij een geluidsbron. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen geluidbronnen met een geluidproductieplafond als omgevingswaarde (gpp) (lokale spoorwegen die zijn aangewezen bij omgevingsverordening, rijkswegen, provinciale wegen, hoofdspoorwegen en industrieterreinen) en bronnen met een basisgeluidemissie (bge). Voor lokale wegen (een verharde gemeente- of waterschapsweg met een verkeersintensiteit van meer dan 1.000 motorvoertuigen per etmaal) en lokale spoorwegen (een spoorweg die niet is aangewezen bij omgevingsverordening) geldt een basisgeluidemissie (bge).

Voor andere gebouwen of locaties bepaalt de gemeente zelf de mate van bescherming tegen geluid. Binnen het geluidaandachtsgebied is akoestisch onderzoek nodig om een geluidgevoelig gebouw toe te laten. Afbeelding 9: Standaardwaarden en grenswaarden. Geluidbronsoorten Rijkswegen en provinciale wegen Gemeentewegen en waterschapswegen Hoofdspoorwegen en lokale spoorwegen Industrieterreinen

Standaardwaarde

Grenswaarde 50 Lden 53 Lden 55 Lden 50 Lden 40 Lnight

60 Lden 65 Lden 70 Lden 55 Lden 45 Lnight

Toetsing Het plangebied ligt niet binnen een geluidaandachtsgebied. De Arendlaan en Telgterengweg liggen namelijk op meer dan 200 meter van het plangebied. Daarnaast geldt voor de Zandkampweg en de Konijnenwal een verkeersintensiteit van minder dan 1.000 motorvoertuigbewegingen per etmaal en is akoestisch onderzoek naar die wegen niet noodzakelijk. Dit betekent dat de lokale leefomgeving veilig en gezond is wat betreft geluid en de leefomgeving ten aanzien van dit aspect goed is.

TAM-omgevingsplan Gemeente Ermelo - Zandkampweg 21, Ermelo

23

Conclusie Het aspect geluid levert geen belemmering op voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.8.

Geur Algemeen Er bestaan diverse sectoren waar geurhinder een rol kan spelen, zoals onder meer bij veehouderijen en andere landbouwactiviteiten, de mengvoederindustrie, horeca, rioolwaterzuiveringsinstallaties, slachterijen, en (andere) milieubelastende activiteiten. Regels over geur zijn verdeeld over verschillende Amvb's. Het verschilt per type activiteit waar er regels zijn opgenomen. Conform de Omgevingswet dienen de activiteiten allereerst te voldoen aan de regels die in het tijdelijk omgevingsplan staan. Indien er nog geen aanpassing heeft plaatsgevonden van het tijdelijk omgevingsplan en sprake is van een activiteit/inrichting die/dat voorheen onder het Activiteitenbesluit milieubeheer viel, dan gelden de regels uit de Bruidsschat. De Bruidsschat (BS) bevat regels over: ▪ geur door het houden van landbouwhuisdieren en paarden en pony's voor het berijden in een dierenverblijf (par. 22.3.6.2 BS); ▪ geur door andere agrarische activiteiten, zoals o.a. het opslaan van vaste mest, champost of dikke fractie en het composteren of opslaan van groenafval (par. 22.3.6.4 BS); ▪ geur door het exploiteren van zuiveringstechnische werken (par. 22.3.6.5 BS). Voor een aantal milieubelastende activiteiten geldt een vergunningplicht op basis van hoofdstuk 3 van het (Bal). In afdeling 8.5 'Omgevingsvergunning milieubelastende activiteit' van het (Bkl) staan beoordelingsregels.

Het bevoegd gezag gebruikt deze beoordelingsregels bij het beoordelen van de vergunningaanvraag. In het Bkl staan algemene beoordelingsregels en specifieke beoordelingsregels voor geur. Toetsing In de directe nabijheid van het plangebied zijn verschillende agrarische bedrijven te vinden. Ten eerste liggen er in de omgeving van het plangebied enkele intensieve veehouderijen. Voor intensieve veehouderijen geldt dat de VNG en de GGD adviseren om een afstand van 250 meter aan te houden tussen de intensieve veehouderij en het geurgevoelig object. Het plangebied ligt op een afstand groter dan 250 meter ten opzichte van de dichtstbijzijnde intensieve veehouderij. Daarnaast gelden er voor veehouderijen waar dieren worden gehouden van een diercategorie waarvoor niet bij ministeriële regeling een geuremissiefactor is vastgesteld, vaste afstanden tussen de veehouderij en een geergevoelig object. Deze afstand bedraagt ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen en ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen. Het plangebied ligt op een grotere afstand dan 100 meter van de dichtstbijzijnde veehouderij. Rondom het plangebied bevinden zich geen (agrarische) bedrijven met een geuremissie die tot het plangebied reikt. Conclusie Het aspect geur levert geen belemmering op voor de voorgenomen ontwikkeling.

TAM-omgevingsplan Gemeente Ermelo - Zandkampweg 21, Ermelo

24

4.9.

Milieuzonering In planologische procedures waarin de vestiging van woningen in de nabijheid van bedrijven (of andersom) mogelijk wordt gemaakt, moet rekening worden gehouden met ruimtelijk relevante milieuhygiënische aspecten van die bedrijven. Het begrip 'inrichting' uit de Wet milieubeheer bestaat onder de Omgevingswet niet meer; deze is vervangen door regels voor milieubelastende activiteiten. Een 'milieubelastende activiteit' is een activiteit die nadelige gevolgen voor het milieu kan veroorzaken. Lozingsactiviteiten op oppervlaktewater of een zuiveringsinstallatie of wateronttrekking vallen niet onder de definitie van een 'milieubelastende activiteit'. Inhoudelijk zijn er weinig veranderingen, wel is de systematiek gewijzigd. De rijksregels voor milieubelastende activiteiten staan in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Voor activiteiten die niet in H3 van het Bal zijn aangewezen, kan een gemeente regels opnemen in het Omgevingsplan. De algemene zorgplicht (artikel 1.7) en het algemene verbod (artikel 1.7a) uit de Omgevingswet zijn altijd van toepassing. Om hinder tussen bedrijven en woningen te voorkomen, is ook onder de Omgevingswet een goede afstemming noodzakelijk. Milieuzonering zorgt ervoor dat bij de bouw van nieuwe woningen voldoende afstand in acht wordt genomen tot milieubelastende activiteiten (tussen bedrijven en gevoelige functies, zoals woningen).

Zo worden hinder en gevaar voorkomen en kunnen bedrijven zich binnen aanvaardbare voorwaarden in een gebied vestigen en activiteiten (blijven) uitoefenen. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten heeft in de brochure Bedrijven en Milieuzonering (2009) een handreiking gedaan ten behoeve van de afstemming tussen ruimtelijke ordening en milieu op lokaal niveau. De publicatie heeft bedrijven ingedeeld in categorieën met bijbehorende richtafstanden tot gevoelige functies, zoals woningen. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de grond die is aangewezen voor de functie bedrijf en anderzijds de gevel van een woning. Momenteel is de VNG bezig met de voorbereiding van een nieuwe handreiking over dit onderwerp. Vooralsnog wordt voor deze onderbouwing de 'oude' brochure gehanteerd. De richtafstanden hangen samen met de gebiedskenmerken. De VNG-publicatie hanteert twee omgevingstypen, namelijk: een rustige woonwijk/buitengebied en een gemengd gebied. In een rustige woonwijk of buitengebied wordt functiescheiding nagestreefd. Tussen milieuhinder gevoelige functies en bedrijven dient de minimaal aan te houden 'richtafstand' in acht te worden genomen. In geval van een gemengd gebied, waar sprake is van functiemenging, kan een verkleinde richtafstand worden gehanteerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16611932/1