Voorlopige jaarstukken VNOG 2024
Tekst van het document
Pagina 26 van 108
Alle teams van BV: − hebben verder geïnvesteerd in samenwerking met lokale, regionale en landelijke partners; − hebben gewerkt aan de versterking van crisisbeheersing en informatievoorziening. Deze versterking wordt bekostigd uit een ophoging van de rijksbijdrage BDUR. Zie paragraaf 4.5. 4. Een gezonde financiële basis en betrokken medewerkers. a. Een solide financiële positie. Team Middelen van BV: − heeft gezorgd voor de P&C-cyclus, de financiële-, contracten- en polis-administratie en geadviseerd over financiën, verzekeringen, inkoop/aanbestedingen en het risicomanagement; − heeft periodiek overlegd met de gemeentelijke financieel ambtenaren (het FAO-overleg); − heeft een intern beheersingsplan uitgevoerd (verbijzonderde interne controle); − heeft de Financiële verordening en de Controleverordening geactualiseerd (per eind juni vastgesteld), n.a.v. nieuwe wet- en regelgeving; − heeft de accountantsdiensten aanbesteed en contacten met de accountant onderhouden. b. Optimale facilitering van de organisatie en de medewerkers.
Team VSP van BV: − heeft de kazernes beheerd vanuit de gebruikersrol conform demarcatieregeling en periodiek overlegd met gemeentelijke gebouwbeheerders over beheer en gebruik van de kazernes; − heeft het Klimaatplan 2024-2030 afgerond en coördineert de uitvoering, waaronder advisering gemeenten over verduurzaming van de kazernes die in eigendom van de gemeenten zijn; − heeft acties uitgevoerd om de werklocaties en trainings- en oefenlocaties te optimaliseren; − heeft de invoering van een nieuw Facilitair Management Informatie Systeem verzorgd (april); − heeft input geleverd aan gemeenten t.a.v. nieuw- en verbouwprojecten van brandweerkazernes en deze trajecten begeleid (mei oplevering post Oldebroek, september post Twello); − heeft de aanbesteding voor het toegangsbeheer en beveiliging kazernes in juni afgerond. De zes werklocaties zijn omgezet op het nieuwe systeem; de andere posten volgen stapsgewijs; − heeft gewerkt aan de verhuizing van de crisisorganisatie uit de Europaweg te Apeldoorn naar een tijdelijke locatie (Molenmakershoek 14 te Apeldoorn). M.i.v. maart 2025 gaan we naar deze tijdelijk locatie tot ingebruikname nieuwe één-post Apeldoorn die ernaast ligt. − heeft in nauwe samenwerking met de gemeente Apeldoorn verder gewerkt aan de nieuwe één-post van Apeldoorn, tevens Veiligheidscentrum/kantoorlocatie voor VNOG (zie ook paragraaf 4.6, onderdeel ‘huisvesting’). c.
Onze mensen richting, ruimte etc. geven om zich te ontwikkelen. Team HRM van BV: − heeft op diverse manieren geïnvesteerd in de professionele (door)ontwikkeling van VNOG: o de afdelingen zijn ondersteund bij het maken van een Strategische Personeelsplanning (afronding voorzien in 2025); o de medewerkers zijn geholpen zelf regie te voeren op hun vitaliteit, loopbaan en mobiliteit in het kader van ‘werken aan duurzame inzetbaarheid’; o er is gewerkt aan een nieuw programma ‘VNOGinBeweging!’; − heeft het Arbobeleid gefaciliteerd, mede op basis van de RI&E. Zo is de aanbesteding van de arbodienstverlening en keuringen opgestart en afgerond; − heeft de Klokkenluidersregeling geactualiseerd; − heeft de regeling voor niet-repressieve vrijwilligers geïmplementeerd; − heeft de ondersteunende werkzaamheden verzorgd voor personeelszorg, en -administratie. Indicatoren: hoe hebben we dit gemeten? Tweemaal per jaar zijn de prestaties op de Opgaven en een aantal doelstellingen gemeten via indicatoren op de prestatiekaart. De prestatiekaart staat in bijlage 3 van deze jaarstukken.
Pagina 27 van 108
Wat heeft het gekost? Programma
L/B
6.0 Bedrijfsvoering
Baten
5.000
Begroting na wijziging 2024 235.000
379.642
144.642
Lasten
15.896.670
18.367.185
17.575.527
-791.658
Saldo
-15.891.670
-18.132.185
-17.195.885
936.300
-15.891.670
-18.132.185
-17.195.885
936.300
nadeel
nadeel
nadeel
voordeel
130.000
782.625
519.560
263.065
594.150
1.249.256
-655.106
130.000
188.475
-729.696
-918.171
130.000
188.475
-729.696
-918.171
voordeel
voordeel
nadeel
nadeel
-15.761.670
-17.943.710
-17.925.581
18.129
nadeel
nadeel
nadeel
voordeel
Totaal saldo baten en lasten
Begroting 2024
Realisatie 2024
Verschil 2024
Mutaties reserves 6.0 Bedrijfsvoering
Onttrekkingen Toevoegingen Saldo
Saldo reserves
Resultaat
In de jaarrekening (hoofdstuk 6) is een verdere specificatie van de financiële begroting en realisatie per programma opgenomen.
Pagina 28 van 108
Programma:
7. Algemene dekkingsmiddelen
Programmahouder:
dhr. J. Joon
In dit programma zijn de inkomsten verantwoord van de gemeentelijke bijdragen die zijn bepaald bij de vaststelling van de VNOG-begroting 2024 en de rijksbijdrage met betrekking tot de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR). De algemene dekkingsmiddelen betreffen middelen die beschikbaar zijn ter dekking van de uitgaven op de andere programma’s. Dit programma kent derhalve niet een op zichzelf staand doel. Wat heeft het gekost? Programma
L/B
7.0 Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien
Baten
64.193.240
Begroting na wijziging 2024 65.334.570
Lasten
6.291.150
1.077.367
275.249
-802.118
Saldo
57.902.090
64.257.203
64.641.485
384.282
57.902.090
64.257.203
64.641.485
384.282
voordeel
voordeel
voordeel
voordeel
1.202.985
2.934.985
2.934.985
0
1.495.013
1.120.013
375.000
1.202.985
1.439.972
1.814.972
375.000
1.202.985
1.439.972
1.814.972
375.000
voordeel
voordeel
voordeel
voordeel
59.105.075
65.697.175
66.456.457
759.282
voordeel
voordeel
voordeel
voordeel
Totaal saldo baten en lasten
Begroting 2024
Realisatie 2024 64.916.734
Verschil 2024 -417.836
Mutaties reserves 7.0 Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien
Onttrekkingen Toevoegingen Saldo
Saldo reserves
Resultaat
In de jaarrekening (hoofdstuk 6) is een verdere specificatie van de financiële begroting en realisatie per programma opgenomen.
Pagina 29 van 108
Programma:
8. Brandweerkazernes in eigendom en overgangsrecht
Programmahouder:
dhr. J. Joon
Programma 8 betreft: − De kazerne(s) in tijdelijk eigendom van VNOG (Apeldoorn – SABA en Doetinchem). In 2023 was de BTW herzieningstermijn afgelopen. Daarom is de kazerne Apeldoorn-Saba weer terug overgedragen aan de gemeente Apeldoorn, zoals tien jaar geleden besloten. De kazerne Doetinchem volgt later nog; − Het onderdeel ‘facilitaire kosten’ van de demarcatie kazernes (zie ook toelichting in paragraaf 4.6) conform de Regeling demarcatie; − De kosten die voortvloeien uit de aanvullende overeenkomst in het verlengde van de Regeling Demarcatie die met gemeente Apeldoorn is afgesloten omtrent het beheer van de kazernes van Apeldoorn; − De afwikkeling met de gemeenten Apeldoorn en Doetinchem van de financiële gevolgen van het FLO-overgangsrecht. Het programma 8 wordt één op één met de desbetreffende gemeenten verrekend en heeft daardoor geen invloed op het resultaat van VNOG. Beleidsdoelen: Wat hebben we bereikt? 1. Kazernes − Goed uitgeruste en onderhouden kazernes, zodat de uitruk kan plaatsvinden en er werkzaamheden kunnen worden verricht. 2. Overgangsrecht − Een juiste uitvoering van het FLO overgangsrecht. Activiteiten: Wat hebben we ervoor gedaan? 1. Kazernes − De afdeling Bedrijfsvoering (BV) heeft via het team VSP gezorgd voor (coördinatie van) het onderhoud en de facilitaire diensten voor de kazernes en voor de verrekening van de kosten, conform de Regeling Demarcatie.
− De afdeling BV heeft het proces begeleid voor de terug overdracht van kazernes. 2. FLO Overgangsrecht − VNOG heeft gezorgd voor de juiste uitvoering en voor de verrekening van de kosten. Wat heeft het gekost? Programma
L/B
8.0 Kazernes in eigendom en overgangsrecht
Baten
3.058.000
Begroting na wijziging 2024 3.039.600
2.996.980
-42.620
Lasten
3.058.000
3.039.600
2.996.980
-42.620
Saldo
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Totaal saldo baten en lasten
Begroting 2024
Realisatie 2024
Verschil 2024
Mutaties reserves 8.0 Kazernes in eigendom en overgangsrecht
Onttrekkingen Toevoegingen Saldo
Saldo reserves
Resultaat
Pagina 30 van 108
In de jaarrekening (hoofdstuk 6) is een verdere specificatie van de financiële begroting en realisatie per programma opgenomen.
Pagina 31 van 108
4. Paragrafen 4.1. Paragraaf Weerstandsvermogen en risicomanagement In de paragraaf ‘Weerstandsvermogen en risicomanagement’ worden de risico’s in beeld gebracht en gerelateerd aan de weerstandscapaciteit. In 2024 is het risicomanagement binnen de VNOG uitgevoerd als onderdeel van de P&C cyclus. In deze paragraaf wordt het beleid voor het risicomanagement en het benodigde weerstandsvermogen samengevat. Verder worden de bevindingen van het in 2024 uitgevoerde risicomanagement geduid ten opzichte van de eerder in de begroting 2024 genoemde risico’s. Risicomanagement De vastgestelde hoofdlijnen van het beleid t.a.v.
het risicomanagement zijn: • het wettelijk kader voor risicobeheersing uit artikel 9 en 13 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) betreffende de vereiste paragrafen in de begroting en rekening; • het treffen van beheersingsmaatregelen door de VNOG ter vermijding en vermindering van risico’s en het voorbereid zijn op de mogelijke (financiële) gevolgen van risico’s binnen de bedrijfsvoering, die het realiseren van de doelstellingen kunnen verstoren; • het uitvoeren van die maatregelen; het beheersen ervan en het rapporteren erover in de P&C stukken; • het kwantificeren van de risico’s in een 5-tal kans percentages t.w.: 10%, 30%, 50%, 70% en 90%; waarbij bij een kans van 90% dat het risico zich kan voordoen, wordt overwogen om de begroting daarop aan te passen; • het voor maximaal 3 jaar bepalen van de voor de maatregelen benodigde financiële middelen, zijnde de benodigde weerstandscapaciteit voor structurele risico’s, door vermenigvuldiging met de genoemde percentages die de kans op het risico weergeven. De binnen VNOG vastgestelde aanpak heeft als doel om de geïnventariseerde risico’s te volgen en te bewaken en ook om nieuwe risico’s te onderkennen en vast te stellen. De getroffen maatregelen zijn gericht op het beperken, overdragen, vermijden en/of mogelijk accepteren van de gesignaleerde risico’s.
De taken die in het kader van het risicomanagement jaarlijks worden uitgevoerd volgen de P&Ccyclus en hebben betrekking op: • in het begin van het jaar: een verantwoording over de uitvoering van de maatregelen in de jaarrekening, vergeleken met de risico’s en beheersmaatregelen opgenomen in de begroting over het betreffend jaar; • lopende het jaar: de bewaking op de uitvoering/herziening van genoemde maatregelen en de rapportage daaromtrent in de tussentijdse verslaglegging (Halfjaarrapportage); • aan het eind van het jaar: het in beeld brengen van mogelijke nieuwe risico’s en maatregelen en de toetsing van bestaande risico’s voor de eerstvolgende Kadernota (in 2024: Kadernota 2026-2029). Het doel van deze aanpak is om het beoordelen en beheersen van risico’s actueel te houden. Risico-inventarisatie De risico-inventarisatie in de Programmabegroting 2024-2027 is gebaseerd op de inventarisaties en beoordelingen zoals die zijn uitgevoerd bij het opstellen van de Kadernota 2024-2027. Het geheel wordt jaarlijks gemanaged zoals hiervoor beschreven. Daarbij is het van belang te beseffen dat het inherent is aan risico’s dat het onzeker is of deze plaats zullen vinden. Bij de Pagina 32 van 108
inventarisatie van risico’s en de daarbij gemaakte doorrekeningen, vormen de bestuurlijk vastgestelde beleidsdoelen en normen (waaronder die uit de Toekomstvisie 2020-2026) het uitgangspunt. Voor de vluchtelingencrisis, specifiek ook voor vluchtelingen uit Oekraïne, zijn ook in 2024 extra mensen en middelen voor/vanuit de crisisorganisatie ingehuurd en ingezet. De verwachting is dat de daarbij behorende extra kosten door het Rijk zullen worden vergoed. Een uitgebreidere toelichting van genoemde crises is te vinden in paragraaf 4.4. Er bestaat een kleine kans dat door de VNOG genomen besluiten in het kader van de handhaving van crisismaatregelen (GRIP-4) met succes worden aangevochten door bedrijven en instellingen en dat claims toegewezen worden. Dit risico laat zich niet kwantificeren. Inventarisatie In het kader van de jaarrekening 2024 worden de risico’s vergeleken met de eerdere inventarisatie uit de begroting 2024-2027. Daarbij worden de risico’s weergegeven met de oorzaken en het daarbij berekende bedrag aan benodigde weerstandscapaciteit. Het berekende bedrag is tot stand gekomen door rekening te houden met de kans dat het risico zich kan voordoen en het daarbij behorende financiële effect. Voor een deel van de risico’s is het nog te niet te zeggen wat de financiële effecten ervan (kunnen) zijn (zie hierna het overzicht van de niet gekwantificeerde risico’s).
Daarnaast verwachten we van risico’s die extern worden veroorzaakt dat de mogelijke financiële effecten, generiek zullen worden gecompenseerd. De gevolgen van bovenstaande voor het weerstandsvermogen en de benodigde weerstandscapaciteit, komen verderop in deze paragraaf aan de orde. Een uitgebreider overzicht van de te nemen maatregelen en de bewaking van de opvolging ervan, komen verder aan de orde in de begroting 2026-2029 en daaruit voorvloeiende (P&C) rapportages. Toelichting uitvoering risicomanagement 2024 Bij de uitvoering van het risicomanagement in 2024 is enerzijds gekeken naar de actuele situatie van risico’s welke zich kunnen voordoen binnen en buiten de VNOG. Anderzijds is gestuurd op de te nemen maatregelen om de risico’s te beheersen, over te dragen, te vermijden of te accepteren. In de Halfjaarrapportage 2024 is een rapportage over de bewaking van de uitvoering van maatregelen opgenomen. De ontwikkelingen en verschillen t.o.v. de begroting 2024 worden kort nader toegelicht. Drie van de uit de begroting 2024 genoemde risico’s komen niet meer voor in de eind 2024 geactualiseerde inventarisatie.
Het betreft: • het gekwantificeerde risico van het stoppen van het openbaar brand-/regionaal meldsysteem (OMS/RBS); • het gekwantificeerde risico van de onzekerheid van kosten ter overbrugging na vertrek uit de (centrale) kantoorlocatie Europaweg en • het niet gekwantificeerde risico over de onzekerheid van een toekomstbestendige - en efficiënte uitvoering van repressieve taken bij het niet (tijdig) realiseren samenvoeging/werking kazernes (Toekomstvisie bouwsteen 31 en 31a). Zo zijn er door de genomen maatregelen geen risico’s meer op overblijvende (personele) kosten door het stoppen van het OMS/RBS systeem en ook is er inmiddels voldoende duidelijk over de (wijze van) invulling van huisvesting ter overbrugging van de periode tot de nieuwe huisvesting in Apeldoorn beschikbaar is.
Pagina 33 van 108
Verder zijn de ontwikkelingen en contacten in de grensregio’s over verdere samenwerking, volop gaande. Bij de het niet-gekwantificeerde risico’s is de beschrijving van een ‘Pandemie’ aangepast tot een meer algemene duiding van ‘Toekomstige crises’. Op grond van het uitgevoerde risicomanagement in 2024 wordt het volgende overzicht ‘Risico’s jaarrekening 2024’ weergegeven. Gekwantificeerde risico's Nr. Risico's en oorzaken
Kans in %
1 Geen match tussen de gemeenten en de afd. RCB t.a.v. de uitvoering van taken en dienstverlening, na de invoering van de nieuwe Omgevingswet. Te grote diversiteit in uitvoering/invulling door gemeenten t.o.v. het kwalitatieve en kwantitatieve aanbod van de VNOG.
50%
Effect in euro's bedrag 200.000
2 (On)voldoende bezetting /inzet en (extra) kosten werving vrijwilligers op kazernes door groter verloop/uitstroom en schaarste vrijwilligers.
70%
558.000
391.000
3 Te veel (roostering) uren bestaande (repressieve) bezetting brandbestrijding (Arbeidstijden).
10%
50.000
5.000
4 Hogere prijzen; exploitatiekosten stijgen uit boven (verwachte) prijsindex. Wereldwijde ontwikkelingen w.o. gewijzigde verhoudingen tussen vraag en (schaarste van) aanbod, doen de grondstof- en materiaalprijzen stijgen.
70%
760.000
532.000
5 Niet (tijdig) realiseren besparingen Toekomstvisie 2020 t.a.v. materiële kosten door vertraging vervanging - en/of wijzigingen inzichten vervanging materieel.
50%
91.000
46.000
6 Niet (tijdig) realiseren besparingen Toekomstvisie 2020 t.a.v. personele kosten (vergoedingen/opleidingen/trainingen vrijwilligers) als gevolg van voortschrijdende inzichten benodigd aantal vrijwilligers in samenhang met (beschikbare) materieel (vorig punt). 7 Uitval materieel repressieve inzet incidentbestrijding door defect materieel en/of gebrek onderdelen voertuigen/brandweermiddelen. 8 Extra prijsstijgingen (en vertraging) aanschaf blusmaterieel bij realisatie MSP o.b.v. Toekomstvisie. Extra prijsstijgingen nog aan te schaffen blusmaterieel leiden tot hogere kapitaalslasten c.q. eerdere uitputting van de (gevormde) egalisatiereserve.
70%
150.000
105.000
30%
90.000
27.000
50%
333.750
167.000
9 Onvoldoende oefenmogelijkheden Vakbekwaam blijven brandweerpersoneel. Oefenmogelijkheden beperkt bij niet voldoen vakbekwaamheidspleinen aan eisen RI&E.
30%
25.000
8.000
10 Hogere kosten uitvoering elektrificatie voertuigen mobiliteitsplan. Extra kosten (onderhoud) bij doorvoeren elektrificatie, zijn nog onzeker.
30%
500.000
150.000
11 Noodzakelijke (spoedeisende) aanpassingen aan gebouwen/ installaties voortvloeiende uit afspraken en (wettelijke) eisen (w.o. RI&E).
50%
600.000
300.000
12 Extra -/ vervroegde investeringen/kosten vervanging PFAS-houdende materialen/kleding. Vanuit voortschrijdende ontwikkelingen en - wetgeving dienen PFAS houdende materialen (bluskleding/-laarzen), versneld te worden vervangen. 13 Extra kosten tijdelijke huisvesting (w.o. verbindingen) en faciliteiten kantoorpersoneel. Aanpassingen werkplekfaciliteiten en verbindingen (crisiscentrum) ter overbrugging naar huisvesting 1-post.
50%
900.000
450.000
50%
200.000
100.000
14 Digitale verstoring (hack systemen), verhinderen uitvoering taken bij crisis en alle ondersteunende/bedrijfsmatige activiteiten door uitval ICT systemen.
30%
500.000
150.000
15 Te hoge personele kosten (beroeps en vrijwilligers) door onjuiste gegevens, - berekeningen en ontoereikende kennis en controles. 16 Inkopen voor te hoge bedragen en/of onjuiste uitvoering/voorwaarden (w.o. aanbestedingen) door onjuist inkoopproces en demarcatie problematiek.
10%
450.000
45.000
10%
150.000
15.000
17 Onvoorziene kosten aanspraken van personeel na dienstongevallen door veranderingen in de verzekeringsmarkt en gewijzigde mogelijkheden van dekking.
10%
300.000
30.000
18 Stijging reële bijdrage aan NIPV door bijv. nieuwe taken.
10%
85.500
9.000
19 Stijging financieringskosten bij aantrekken leningen (vreemd vermogen), door stijging van het rentepercentage.
50%
900.000
450.000
Pagina 34 van 108
Weerstandscapaciteit (euro's) 100.000
20 Beboeting en imagoschade door schending van de privacy (overtreding van de algemene verordening gegevensbescherming (AVG)). Processen rond persoonsgerelateerde gegevens worden niet goed uitgevoerd, waardoor privacygevoelige gegevens op onjuiste plaatsen terecht kunnen komen.
10%
300.000
30.000
21 Hogere kosten (eigen) organisatie OVDG'en (Officieren van dienst geneeskundig). Na opzegging door het Witte Kruis van het (doorlopend) contract voor inhuur van OVDG'en ontstaat het risico dat de uitvoering van deze taak door de VNOG zelf, hogere kosten met zich brengt.
10%
250.000
25.000
22 Wegvallen OTO-stimuleringsgelden specifieke omgeving ‘LCMS-GZ’. De aansluitkosten (voor de OTO-module) stijgen na het wegvallen van de subsidie vanuit het regionaal netwerk acute zorg. Gebruik van de 'LCMS-GZ' is in belang van VNOG/GHOR.
70%
75.000
53.000
3.188.000 Niet kwantificeerde risico's Nr. Risico's en oorzaken
Kans in %
Effect in euro's bedrag
Weerstandscapaciteit (euro's)
1 Hogere personele kosten (beloning/vergoeding) -w.o.relatieve aandeel VNOGbij repressieve inzet van parttime brandweermensen (i.p.v. vrijwilligers). Uitkomst project Taakdifferentiatie: afschaffing consignatie en kazernering vrijwilligers; mogelijke alternatieven (parttime aanstellingen) duurder. 2 Toename onderhoudskosten materieel voor repressieve inzet brandbestrijding door langer gebruik bestaand materieel. 3 Onvoldoende financiële middelen voor (toekomstige) crises. Voortschrijdende ontwikkelingen w.o. bezuinigingen bij (decentrale) overheden kunnen leiden tot ontoereikende dekking van (structurele) kosten voor (bijv.) coördinatietaken door VNOG. 4 Uitwerking (operationele) uitvoering demarcatie. De uitwerking/uitvoering van de demarcatieafspraken kan nog leiden tot onvoorziene (financiële) situaties c.q. tegenvallers. 5 Verontreiniging grond/bodem kazernes en oefenpleinen door PFAS/stikstof. Mogelijke kosten sanering PFAS grond-/bodemverontreiniging en beperking ontwikkelingen. 6 Posttraumatische stressstoornissen (PTSS) a.g.v. uitvoering van (repressieve) taken. Landelijk wordt (meer) aandacht gevraagd voor PTSS klachten bij uitvoering van (brandweer)taken bij Veiligheidsregio's. 7 Organisatie van de brandweerzorg in Apeldoorn bij/na realisatie 1-post.
De roostering en het voldoende beschikbaar krijgen van (beroeps)medewerkers met de vereiste (brandweer)kwalificaties is (nog) een risico c.q. uitdaging, na realisatie van 1-post in Apeldoorn
Toelichting Naast de hiervoor toegelichte verschillen met de begrote risico’s worden hieronder een aantal ontwikkelingen in 2024 toegelicht met betrekking tot risico’s die in zwaarte en omvang (qua weerstandscapaciteit) zijn gewijzigd en daarnaast de risico’s die nieuw zijn waargenomen. Van de onderstaande risico’s is de berekende omvang van de weerstandscapaciteit respectievelijk substantieel verlaagd en/of verhoogd en/of gewijzigd (vermelde nummer verwijst naar overeenkomend risico). Gekwantificeerde risico’s: Risico’s die (verder) zijn verlaagd: • (1) het risico op geen match tussen de gemeenten en de afd. RCB t.a.v. de uitvoering van taken en dienstverlening, bij de invoering van de nieuwe Omgevingswet: dit risico neemt verder af naarmate er meer inzicht ontstaat en afstemming is tussen VNOG en gemeenten; • (5) het risico op het niet (tijdig) realiseren besparingen Toekomstvisie 2020 t.a.v. materiele kosten: dit risico is/wordt lager naarmate de tijd vordert waarbinnen aan de Toekomstvisie uitvoering wordt gegeven en aanschaf van materiaal/materieel plaatsvindt;
Pagina 35 van 108
•
(6) het risico op het niet (tijdig) realiseren besparingen Toekomstvisie 2020 t.a.v. personele kosten: dit risico is/wordt lager naarmate de tijd vordert waarbinnen aan de Toekomstvisie uitvoering wordt gegeven en er voortschrijdend inzicht is op de samenhang tussen benodigde en beschikbare mensen en middelen; • (17) het risico op onvoorziene kosten aanspraken van personeel na dienstongevallen door veranderingen in de verzekeringsmarkt en gewijzigde mogelijkheden van dekking: door verdergaande (landelijke) ontwikkelingen en afspraken is dit risico kleiner geworden; • (19) het risico op stijging van financieringskosten bij het aantrekken van leningen (vreemd vermogen): door het afsluiten van (toekomstige) financiering in 2024 voor m.n. het vervangingsprogramma blusmateriaal en -materieel, neemt het risico af dat de berekende rentekosten in de toekomst ontoereikend zijn en • (21) het risico van hogere kosten voor VNOG bij het zelf organiseren van de OVDG'en (Officieren van dienst geneeskundig) na opzegging van het contract door het Witte Kruis: op basis van de ervaringen in de eerste jaren, lijken de kosten van VNOG niet hoger uit te vallen (evaluatie laten lopen tot en met 2025/2026).
Risico’s die zijn verhoogd: • (2) het risico van (on)voldoende bezetting /inzet en (extra) kosten werving vrijwilligers op kazernes door groter verloop/uitstroom en schaarste vrijwilligers: naast extra kosten van opleiden zijn ook extra kosten voor werving meegenomen; • (4) het risico van hogere prijzen/exploitatiekosten boven de prijsindex: door wereldwijde ontwikkelingen (v.a. 2021) t.w. een toenemende vraag in samenhang met schaarste van aanbod, blijft het risico groot op stijging van (exploitatie)kosten door stijging van grondstoffen en materialen en hogere kosten voor dienstverlening en licenties; • (8) het risico van extra prijsstijgingen (en vertraging) aanschaf blusmaterieel bij realisatie MSP o.b.v. Toekomstvisie: het verkrijgen van passend specialistisch materieel voor Brandweerzorg in een krappe markt, bemoeilijk de keuzes van de nog aan te schaffen specialistische voertuigen en drijft de kosten op; • (11) het risico van noodzakelijke (spoedeisende) aanpassingen aan gebouwen/ installaties voortvloeiende uit afspraken en (wettelijke) eisen (w.o. RI&E): het is onzeker of er tijdig afspraken met de gemeenten (kunnen) worden gemaakt over de beschikbaarheid van voldoende financiële middelen voor VNOG bij gebouwaanpassingen en • (13) het risico van extra kosten tijdelijke huisvesting (w.o. verbindingen) en faciliteiten kantoorpersoneel: dit risico is verhoogd m.n.
door de noodzaak voor het MAC van versnelde verhuizing uit de Europaweg. Niet gekwantificeerde risico’s: • (5) het risico van verontreiniging grond/bodem kazernes en oefenpleinen door PFAS/stikstof: aan PFAS is ‘stikstof’ toegevoegd, aangezien de aanwezigheid daarvan beperkingen met zich kan brengen bij verdere ontwikkelingen zoals (ver-/nieuw)bouw en verdere aanpassingen van de door VNOG gebruikte (oefen) terreinen. Behalve de hiervoor genoemde wijzigingen van risico’s t.a.v. de begroting 2024-2027 zijn onderstaande risico’s nieuw geïnventariseerd in 2023/2024. Gekwantificeerde risico’s: Het eerder beschreven risico: hogere kosten uitvoering (voorgenomen) beleid rond duurzaamheid (12) is opgedeeld in de risico’s 10 en 12:
Pagina 36 van 108
• •
•
(10)) het risico van hogere kosten uitvoering elektrificatie voertuigen mobiliteitsplan: het risico van mogelijke vroegtijdige vervanging (voor het eind van de afschrijvingstermijn) van de accu’s van de elektrische auto, is hierbij opgenomen; (12) het risico van extra -/ vervroegde investeringen/kosten voor de vervanging van PFAShoudende materialen/kleding: de mogelijkheid bestaat dat PFAS houdende materialen (bluskleding/-laarzen), versneld moeten worden vervangen op basis van voortschrijdende ontwikkelingen en – wetgeving en (22) het risico van het wegvallen OTO-stimuleringsgelden voor de specifieke omgeving ‘LCMS-GZ’: bij het wegvallen van de subsidie stijgen de aansluitkosten (voor de OTOmodule).
Niet gekwantificeerde risico’s: • (6) het risico van posttraumatische stressstoornissen (PTSS) a.g.v. uitvoering van (repressieve) taken: meer (landelijke) aandacht voor PTSS klachten bij uitvoering van (brandweer)taken vereist mogelijk extra inspanning van veiligheidsregio’s. Landelijk zeggen de veiligheidsregio’s, begin 2025, hierover: “Tot op heden gaan veiligheidsregio’s verschillend om met medewerkers met PTSS-symptomen. Voor veiligheidsregio’s wordt op dit moment een landelijke regeling voor PTSS uitgewerkt. Met deze regeling wordt PTSS voor veiligheidsregio’s als beroepsziekte erkend. Dit in navolging van bijvoorbeeld Defensie en Politie. Een belangrijk onderdeel van de regeling zijn preventieve maatregelen om PTSS te voorkomen. In de regeling is een bepaling opgenomen dat ook erkende PTSS-gevallen met terugwerkende kracht rechten kunnen ontlenen aan de regeling. Verder is de minister gevraagd bij te dragen aan de collectieve kosten voor uitvoering van de regeling. Afhankelijk van de parlementaire besluiten over de voorjaarsnota worden hiervoor gelden toegekend.
Bij het ingaan van deze regeling bestaat een (financieel) risico voor toepassing van de regeling met terugwerkende kracht en de mogelijke negatieve uitkomst over de voorjaarsnota waardoor alle inspanningen en de daaruit voorvloeiende financiële consequenties op dit gebied door de eigen veiligheidsregio moeten worden gedragen” • (7) het risico van het niet tijdig kunnen realiseren van een geëquipeerde organisatie voor de brandweerzorg in Apeldoorn bij/na realisatie 1-post: het tijdig voorzien in de roosters en het voldoende beschikbaar krijgen van (beroeps)medewerkers met de vereiste (brandweer)kwalificaties is een risico en uitdaging, na realisatie van 1-post in Apeldoorn. Weerstandscapaciteit De weerstandsratio bestaat uit de relatie tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en alle risico’s waarvoor geen beheersmaatregelen zijn getroffen of waar na het treffen van maatregelen nog resterende risico’s overblijven (de benodigde weerstandscapaciteit). De vastgestelde beleidsregels worden hieronder samengevat. De beschikbare - en de benodigde weerstandscapaciteit en de weerstandsratio worden in de begroting en in de jaarrekening opgenomen. De weerstandsratio wordt daarbij gedefinieerd als quotiënt (uitkomst van de deling) tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit.
De streefwaarde van de weerstandsratio ligt tussen 1,0 (“matig”) en 1,4 (“voldoende”). Indien de weerstandsratio buiten de bandbreedte van de streefwaarde ligt, wordt in de eerstvolgende Kadernota (of ander geëigend moment in de P&C cyclus, zoals bij het voorstel over de bestemming van het resultaat van deze jaarrekening) afgewogen hoe deze waarde weer kan worden bereikt. Benodigde weerstandscapaciteit De benodigde weerstandscapaciteit is het bedrag wat nodig is op basis van de financieel gekwantificeerde risico's.
Pagina 37 van 108
Beschikbare weerstandscapaciteit • De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit het totaal van middelen dat beschikbaar is om de risico’s financieel af te dekken. • De beschikbare weerstandscapaciteit wordt gevormd door de Algemene Reserve, de Bedrijfsvoeringreserve, eventuele Stille Reserve en de post Onvoorziene uitgaven. Bij de VNOG is er geen sprake van een stille reserve. Bij de jaarrekening wordt de post Onvoorziene uitgaven niet meegenomen, omdat deze onderdeel vormt van het resultaat waarvan de bestemming bestuurlijk wordt vastgesteld. Tot de beschikbare weerstandscapaciteit behoren niet de (tijdelijke) bestemmingsreserves. Daar is al een bestedingsdoel aan verbonden. • De Algemene reserve is voor afdekking van risico's en heeft geen einddatum. De Algemene Reserve wordt gevoed vanuit AB besluiten, als daarvan bijv. sprake is bij de bestemming van het jaarrekeningresultaat. • De Bedrijfsvoeringsreserve heeft een algemene bufferfunctie en is breed inzetbaar voor prioriteiten (bijv. innovatie) of voor het tijdelijk afvlakken van gemeentelijke bijdragen. De Bedrijfsvoeringreserve heeft geen einddatum en behoort tot de beschikbare weerstandscapaciteit en telt derhalve mee voor de afdekking van risico’s. Dit geldt voor zover er geen bestuurlijke besluitvorming t.a.v. specifieke bestedingen (leidend tot een beklemming/beslag in de toekomst) heeft plaatsgevonden.
Berekening van de beschikbare weerstandscapaciteit Beschikbare weerstandscapaciteit rekening 2024
€
Saldo Algemene reserve
1.135.114
Saldo Bedrijfsvoeringsreserve *)
2.580.319
Beschikbaar weerstandsvermogen
3.715.433
* bij het saldo per 31 dec. 2024, groot € 4.440.119 moet nog rekening worden gehouden met de genomen besluiten tot toekomstige besteding in 2025 e.v. jaren, ad. € 1.859.800. Daarom wordt rekening gehouden met een beschikbaar deel ad. € 2.580.319. Zie ook tabel Bedrijfsvoeringsreserve bij de toelichting op de balans.
Berekening van de ratio weerstandsvermogen Weerstandsvermogen VNOG rekening 2024
€
Beschikbare weerstandscapaciteit
3.715.433
Benodigde weerstandscapaciteit
3.188.000
Ratio
1,2
Toelichting De hoogte van de weerstandscapaciteit eind 2024 is zodanig dat de weerstandsratio zich in het midden bevindt van de door het bestuur vastgestelde bandbreedte van 1,0 tot 1,4 (namelijk op 1,2). Financiële kengetallen VNOG Begroting 2024
Rekening 2024
Netto schuldquote
70%
23%
Solvabiliteitsratio
18%
43%
Structurele exploitatieruimte
-1,5%
10,0%
Pagina 38 van 108
Toelichting op de kengetallen Algemeen Bestuurlijk zijn er voor de VNOG geen normen vastgesteld waaraan de berekende kengetallen moeten voldoen. Provincies hanteren als toezichthouders op gemeenten en ook gemeenschappelijke regelingen, de signaleringswaarden die het Rijk gebruik bij stresstesten om mede de financiële positie van de zgn. 100.000+ gemeenten te toetsen. Deze signaleringswaarden zijn in onderstaande tabel weergegeven.
Netto schuldquote Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte
A= minste risico < 90% > 50% begr. > 0%
Categorie B - gem. risico 90%-130% 20%- 50% begr. = 0
C = meeste risico > 130% < 20% begr.< 0%
De kengetallen geven alleen in relatie tot elkaar een beeld. Wanneer dit beeld verontrustend is kan dit betekenen dat de financiële positie onder druk staat en er dus maatregelen nodig zijn om deze situatie te verbeteren. Aan de hand van de voor VNOG berekende positie valt op te maken wat de status is van financiële positie bij het opmaken van de jaarcijfers 2024. Netto schuldquote Dit kengetal geeft een indicatie van de druk van schuldenlast (rente en aflossing) op de eigen middelen. De quote wordt berekend door de netto schuld te delen door de jaarlijkse baten. De berekende netto schuldquote valt in de categorie ‘minste risico’. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de organisatie aan haar financiële verplichtingen kan voldoen. Hiertoe wordt de omvang van het eigen vermogen gerelateerd aan de totale omvang van het vermogen (dus het eigen en het vreemde vermogen). Hierbij geldt hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de financiële weerbaarheid van de VNOG. De berekende ratio (inclusief het exploitatieresultaat over 2024) bedraagt 43% en valt daarmee binnen de categorie ‘gemiddeld risico’. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft weer hoeveel structurele ruimte er is om de eigen lasten te dragen, ook als bijvoorbeeld de baten afnemen of lasten in de toekomst gaan toenemen.
Het gaat daarbij om de ruimte die wordt berekend door het structurele saldo (verschil tussen structurele baten en lasten) te delen door het totaal aan jaarlijkse baten. Deze ratio heeft vooral zeggingskracht wanneer de uitvoering van de begroting niet (te veel) wordt verstoord door uitzonderlijke situaties zoals er eerder zijn geweest door crises als corona en extra vluchtelingenopvang. De betekenis van de berekende ratio voor het financieel beleid blijft in de huidige context nog wel beperkt.
Pagina 39 van 108
4.2. Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen Het brandweermaterieel en één kazerne (Doetinchem) is in eigendom van VNOG. Ter dekking van de groot onderhoudskosten voor deze kazerne is in de jaarrekening van VNOG voor gemeente Doetinchem een voorziening gevormd voor rekening van deze gemeente; dit op basis van een meerjarig onderhoudsplan (MJOP). De kazerne is door VNOG aangekocht in 2013. Vanaf eind 2023, na de BTW- herzieningstermijn van 10 jaar, wordt met de gemeente Doetinchem gesproken over de afgesproken terug levering van de kazerne. Er is met gemeente Doetinchem echter nog geen overeenstemming over het moment van deze terug levering en de overdracht van de bijbehorende onderhoudsvoorziening van de kazerne. Hierbij speelt het vraagstuk van PFAS-verontreiniging. De kapitaalgoederen voor rekening van VNOG betreffen de voertuigen en overig materieel waarop wordt afgeschreven. Voor dit materieel wordt er regio-breed met één beheerssysteem gewerkt. De planning van het onderhoud vindt plaats volgens regionaal en landelijk vastgestelde intervallen en protocollen.
Pagina 40 van 108
4.3. Paragraaf Financiering Inleiding De financieringsparagraaf is één van de voorgeschreven paragrafen als onderdeel van de programmarekening op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Artikel 13 van dit besluit schrijft voor dat de beleidsvoornemens en ontwikkelingen ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille worden beschreven. Op grond van de Wet Fido (Financiering Decentrale Overheden) moet de veiligheidsregio twee treasury-instrumenten hanteren. Dit zijn het treasurystatuut en de treasuryparagraaf. Op 10 december 2020 heeft het AB een nieuw treasurystatuut vastgesteld met een ingangsdatum van 1 januari 2021. Risicobeheer Dit onderdeel geeft een samenvatting van het (verwachte) risicoprofiel van de organisatie. Het bevat tevens de gegevens die op grond van de Wet Fido voor de toezichthouder nodig zijn w.o. de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Renterisico’s Financiering en renterisico zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Telkens wanneer een geldlening moet worden afgelost en herfinanciering noodzakelijk is, bestaat immers het gevaar dat de begroting geconfronteerd zal worden met hogere rentelasten. Door ontwikkelingen op de geld- of kapitaalmarkt kan de nieuwe lening duurder uitvallen dan de oude. Ook wanneer een geldlening in aanmerking komt voor renteherziening bestaat dit risico.
De Wet Fido stelt grenzen aan de mate waarin een gemeente of andere decentrale overheid zich bloot kan stellen aan renterisico. Ter beperking van dit risico is zowel voor de vaste schuld (langlopende leningen) als voor de vlottende schuld (kortlopende leningen) een wettelijke grens vastgesteld. Het niet voldoen aan deze limitering kan voor de provincie, als toezichthouder van VNOG, aanleiding zijn om maatregelen te nemen. Preventief toezicht op het afsluiten van geldleningen behoort in laatste instantie tot de mogelijkheden. Renterisico vaste schuld De renterisiconorm is een wettelijke norm die betrekking heeft op de vaste schuld. Vaste schuld ontstaat wanneer leningen worden afgesloten met een rente typische looptijd van één jaar of langer. De renterisiconorm zet decentrale overheden aan tot spreiding van hun lening portefeuille en daarmee verlaging van het jaarlijks renterisico door hen te verplichten aflossingen op geldleningen en momenten van renteherziening over toekomstige begrotingsjaren te verdelen. Het is aan de besturen van de decentrale overheden zelf om binnen de renterisiconorm voor een bepaalde mate van spreiding te kiezen. Berekening Renterisiconorm: Begrotingstotaal 2024 Percentage Renterisiconorm
: € 74,8 miljoen : 20% : € 15 miljoen afgerond
De risiconorm geeft aan dat jaarlijks maximaal € 15 miljoen van de vaste schuld in aanmerking mag komen voor aflossing of renteherziening. VNOG heeft in 2024 een nieuwe lening aangetrokken. Daarnaast zijn ook een drietal nieuwe leningen overeengekomen met stortingen in 2025 en 2026. Het aantrekken van deze leningen is nodig om het vervangingsprogramma voor de 75 nieuwe blusvoertuigen bij Brandweerzorg mogelijk te maken. Pagina 41 van 108
Daarnaast zullen, zoveel als mogelijk, ook de gevormde reserves binnen VNOG als intern financieringsmiddel worden aangewend. In het verslagjaar is voor een bedrag van € 4,45 miljoen op de vaste schuld afgelost. In 2024 was er geen sprake van renteherziening op de lopende geldleningen. De VNOG heeft ook in 2024 ruimschoots voldaan aan de renterisiconorm. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet bepaalt de maximale omvang van de externe korte geldpositie. Deze zogenaamde netto vlottende schuld mag maximaal 8,2% bedragen van het totaal van de jaarbegroting van VNOG bij aanvang van het jaar. De totale omvang van de jaarbegroting 2024 van VNOG bedroeg bij aanvang van het jaar 2024 circa € 74,8 miljoen. De kasgeldlimiet bedraagt daarmee afgerond circa € 6,1 miljoen. Onderstaand overzicht bevat de liquiditeitspositie in relatie tot de kasgeldlimiet, zoals bedoeld in het “Uitvoeringsbesluit Financiering Decentrale Overheden”.
Liquiditeitspositie in relatie tot kasgeldlimiet 2024 Onderstaand overzicht bevat de liquiditeitspositie in relatie tot de kasgeldlimiet, zoals bedoeld in het "Uitvoeringsbesluit Financiering Decentrale Overheden. Alle bedragen in onderstaand overzicht x € 1.000 Saldo Gemiddeld over=+/onder=Vlottende Vlottende Schulden Middelen schrijding limiet januari 0 5.004 -5.004 februari 0 4.567 -4.567 maart 0 4.123 -4.123 kwartaal 1 -4.565 -€ 4.571 april 0 5.801 -5.801 mei 0 5.567 -5.567 juni 0 4.820 -4.820 kwartaal 2 -5.396 -€ 5.402 juli 0 16.250 -16.250 augustus 0 15.008 -15.008 september 0 14.801 -14.801 kwartaal 3 -15.353 -€ 15.359 oktober 0 15.521 -15.521 november 0 14.205 -14.205 december 0 8.611 -8.611 kwartaal 4 -12.779 -€ 12.785
Kasgeldlimiet VNOG: € 6.130,1 afgerond € 6.130 Begroot aan het begin van het jaar 2024 € 74.758 conform artikel 2d van het uitvoeringsbesluit Financiering Decentrale Overheden geldt voor een gemeenschappelijke regeling een percentage van 8,2%
Zoals uit bovenstaand overzicht blijkt is de kasgeldlimiet in 2024 niet overschreden. Schatkistbankieren Met ingang van 1 januari 2014 heeft het Ministerie van Financiën het voor overheidslichamen verplichte schatkistbankieren ingevoerd. VNOG is hierdoor verplicht om overtollige middelen in rekening-courant aan te houden bij het Ministerie van Financiën. Als overtollig wordt Pagina 42 van 108
aangemerkt alle middelen die een drempelbedrag overschrijden. Voor VNOG is het drempelbedrag voor 2024 bepaald op € 1.495.000 (2% van begrotingstotaal). VNOG legt in navolgende tabel verantwoording af over de wijze waarin in 2024 de regels over schatkistbankieren zijn nageleefd. Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1000) Verslagjaar (1)
Drempelbedrag
2024
1.495 Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3
(3a) = (1) > (2)
Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Ruimte onder het drempelbedrag
(3b) = (2) > (1)
Overschrijding van het drempelbedrag
(2)
Kwartaal 4
827
888
936
773
667
607
559
722
-
-
-
-
(1) Berekening drempelbedrag Verslagjaar (4a) (4b) (4c)
Begrotingstotaal verslagjaar Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat
74.758 74.758 -
(1) = (4b)*0,02 + (4c)*0,002 met een minimum van €1.000.000 als het begrotingstotaal kleiner of gelijk is aan 500 mln. En als begrotingstotaal groter dan € 500 miljoen is is het Drempelbedrag 1.495 drempelbedrag gelijk aan € 10 miljoen, vermeerderd met 0,2% van het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat. (2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 (5a) (5b) (2) - (5a) / (5b)
Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil) Dagen in het kwartaal Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen
Kwartaal 4
75.305
80.835
86.125
71.146
90
91
92
92
837
888
936
773
Uit dit overzicht blijkt dat VNOG in 2024 de regels schatkistbankieren heeft nageleefd. Renteberekening jaarrekening Aan de investeringen is in 2024 1,5% rente toegerekend. Bij het opstellen van de jaarrekening 2024 bleek het verschil tussen de betaalde rente en de doorberekende rente hoger te zijn dan de maximaal toegestane afwijking van 25% (Rentenotitie Commissie BBV). Daarom is alsnog de werkelijk betaalde rente doorberekend aan de programma’s (minder rente). Bij de Halfjaarrapportage 2024 was al een rentevoordeel van € 375.000 geprognosticeerd en toegevoegd aan de egalisatiereserve afschrijvingen. Bij de Halfjaarrapportage is deze geraamd onder de Algemene dekkingsmiddelen. Door het alsnog doorberekenen van de werkelijk betaalde rente aan de programma’s, is dit voordeel onderdeel van de onderschrijding van de rente en afschrijving bij de programma’s en dus geen onderdeel van het resultaat van Algemene dekkingsmiddelen. Het resultaat op treasury (€ 390.000) behaald door uitzetting in de Schatkist is onderdeel van het jaarrekeningresultaat.
Pagina 43 van 108
4.4. Crises paragraaf Covid-19 Specifiek voor de CTB-controle (Corona Toegangsbewijzen) eind 2021 verloopt de Rijksbijdrage ad € 2.140.710 aan de deelnemende gemeenten via VNOG. Dit verloopt budgettair neutraal; de afwikkeling en verantwoording heeft in 2022 en 2023 plaats gevonden. In 2024 is het restantbedrag afgewikkeld met het ministerie. Oekraïne Het Ministerie had aanvankelijk aan de veiligheidsregio’s een rol toebedeeld in de eerste opvang van ontheemden uit Oekraïne. Deze taak zou daarna overgaan naar een door de gemeenten te kiezen regionaal openbaar lichaam. In een later stadium hebben het algemeen bestuur van VNOG en de 22 gemeenten besloten deze taak door de veiligheidsregio te laten continueren. Het Ministerie heeft ter dekking van de te maken kosten een ‘Bekostigingsregeling eerste opvang ontheemden Oekraïne door Regionale openbare lichamen’ vastgesteld. Regionale openbare lichamen kunnen op basis hiervan kosten voor regie, coördinatie van de spreiding van ontheemden, communicatie, zorg en materiële uitgaven declareren. VNOG moet op grond van deze regeling niet alleen haar eigen hieronder vallende kosten declareren, maar ook de door de GGD gemaakte kosten voor zover ze voldoen aan de voorwaarden in de regeling. Op basis van een inschatting heeft VNOG voor 2024 een voorschot aangevraagd van € 700.000.
Dit bedrag bestaat vooral uit de werkzaamheden voor de coördinatie van de spreiding van ontheemden. Daarnaast heeft de GGD een voorschot ingediend bij VNOG voor de kosten van werkzaamheden over 2024. Deze activiteit is door de bekostigingsregeling van het Rijk in principe budgettair neutraal. De opgestelde declaratie van de over 2024 gemaakte kosten komt uit op een bedrag van € 461.089 exclusief de kosten van medeoverheden. Daar waar sprake is van overdracht van middelen naar een medeoverheid is SiSa tussen medeoverheden van toepassing. VNOG heeft geen taken uitbesteed aan gemeenten, zodat er ook geen gemeentelijke kosten in de einddeclaratie zijn meegenomen. De door VNOG samengestelde declaratie moet uiterlijk 15 juli 2025 worden ingediend.
Pagina 44 van 108
4.5. Voortgang besteding extra BDuR-middelen Inleiding Het Rijk heeft per 2023 de bijdrage aan alle veiligheidsregio’s (de zogenaamde Brede Doeluitkering Rampenbestrijding, BDuR) structureel verhoogd, omdat crises naar verwachting langduriger worden en vaker tegelijkertijd voorkomen (stapeling) en de veiligheidsregio’s hierbij meer zijn en worden ingezet. De ophoging is expliciet door het Rijk bedoeld voor versterking van de crisisbeheersing (incl. vergroting flexibiliteit) en versterking informatievoorziening (incl. informatiestromen tussen regio’s onderling en Rijk). De BDuR-ophoging komt in vier tranches, waarbij de eerste tranche per 2023 is toegekend. De laatste tranche volgt in 2026. Ieder jaar in juni wordt de (hoogte van de) tranche voor het volgende jaar pas definitief zeker. Dit is een belangrijk voorbehoud. Er is een meerjarig bestedingsplan 2023-2026 voor de besteding van de BDuR-ophoging gemaakt. Er worden hierin functionarissen geworven voor ondersteuning van de multi operationele crisisorganisatie, crisiscommunicatie, versterking vakbekwaamheid, risico-analyse en data-specialisten, o.a. voor het wettelijk verplichte 24/7 veiligheidsinformatieknooppunt (VIK). Er komen extra exploitatiegelden voor onderzoek, bouw/licenties voor de informatiesystemen, vakbekwaamheid, etc. Tenslotte wordt de flexibiliteit versterkt door een flexibel budget in te stellen.
De gemeenten profiteren direct van het bestedingsplan (o.a. ondersteuning bevolkingszorg en vakbekwaamheid gemeentelijke functionarissen). Op 30 maart 2023 heeft het AB het meerjarige bestedingsplan 2023-2026 voor de BDuR-ophoging vastgesteld en dit ook gedeeld met de gemeenten. Voortgang bestedingsplan – jaarschijf 2024 De voortgang van het bestedingsplan is lopende 2024 gemonitord. De uitvoering 2024 lag voor een groot deel op schema. Diverse geplande wervingen voor 2024 zijn succesvol afgerond (betreft 3 functies: Medewerker Bevolkingszorg, Adviseur/onderwijskundige, BI-specialist). Een paar wervingstrajecten zijn van 2024 doorschoven naar 2025 (betreft 2 functies: Specialist planvorming, Ondersteuning VIK/RISQ). In 2023 konden een aantal geplande wervingen niet worden afgerond, deze zijn naar 2024 doorgeschoven en afgerond (betreft 5 functies: Adviseur Bevolkingszorg, Data scientist, Procesregisseur multi vakbekwaamheid (deze functie wordt gedeeld door RCB en de GHOR), Data analist en BI-ontwikkelaar). De arbeidsmarkt is krap en dynamisch, daardoor konden niet alle geplande wervingstrajecten succesvol zijn. Het kwam ook voor dat nieuwe collega’s later begonnen dan vooraf was voorzien, of dat collega’s weer vertrokken.
Ook wat betreft de exploitatie lopen zaken: een aantal plannen zijn uitgevoerd, maar een aantal plannen vertragen, ook doordat de werving van de nieuwe collega’s (nog) niet rond is. Hierdoor zijn er eind 2024 middelen vanuit de tranche 2024 overgebleven. In het oorspronkelijke bestedingsplan waren alle functies, aangezien ze veelal helemaal nieuw waren en in afwachting op de definitieve beschrijving/indeling en inschaling, voorlopig generiek ingedeeld. In de loop van 2024 zijn bijna alle functies nu ingeschaald / correct ingeschaald. Dit heeft het inzicht verder vergroot en de (financiële) prognoses verbeterd. Op basis van de juiste inschaling en rekening houdend met het laatste arbeidsvoorwaardenakkoord, is een financiële prognose opgesteld voor de eindsituatie in 2026, als het bestedingsplan volledig is uitgevoerd. Deze eindprognose kent echter wel de nodige voorbehouden, onder andere omdat niet zeker is of het Rijk ook ieder jaar de (extra) BDuR zal indexeren (en wat die indexering zal zijn), de effecten van nieuwe arbeidsvoorwaardenakkoord voor de veiligheidsregio’s nog niet bekend zijn (onderhandelingen gaan nog starten) en er zich onvoorziene omstandigheden kunnen voordoen Pagina 45 van 108
(bijvoorbeeld bij toekomstige wervingen, maar ook wereldwijde ontwikkelingen die om bijstellingen kunnen vragen). VNOG treedt daarom terughoudend op. Medio 2024 deed zich een onverwachte nieuwe ontwikkeling voor. Toen werd duidelijk dat het Rijk per 2026 de totale BDuR aan de veiligheidsregio’s structureel wil gaan korten. Dit is een bijzondere beweging, omdat het Rijk juist per 2023 gestart was met het structureel ophogen van de BDuR om de crisisbeheersing en informatievoorziening te versterken. Landelijk wordt door de veiligheidsregio’s getracht om deze korting van tafel te krijgen. In december 2024 heeft het AB besloten om, in afwachting op meer duidelijkheid, de jaarschijven 2025 en 2026 van het bestedingsplan voorlopig te bevriezen. Het is immers onverstandig om nieuwe structurele verplichtingen aan te gaan, zolang er vanuit het Rijk geen duidelijkheid over de totale BDuR is. Vooruitlopend op het bevriezen van de jaarschijven 2025 en 2026 is ook terughoudendheid betracht met de uitgaven in 2024. In de eerste helft van 2025 wordt naar verwachting meer duidelijk en kunnen keuzes worden gemaakt. Diverse mogelijke scenario’s zijn in december (bij de Kadernota 2026-2029) al wel vast voorgelegd aan het AB en gedeeld met de gemeenten.
Noodfonds Om de door het Rijk gewenste versterking van de flexibiliteit te realiseren, heeft het AB op 30 maart 2023 een ‘noodfonds’ voor onverwachte uitgaven bij een (langdurige) crisissituatie ingesteld en hierin een eerste storting gedaan. Het noodfonds heeft tevens een ‘egalisatie’-functie: overblijvende middelen in enig jaar vanuit de “BDuR-ophoging” worden hierin gestort, zodat zij geoormerkt beschikbaar blijven voor de versterking van crisisbeheersing, flexibiliteit en informatievoorziening, zoals het Rijk dat bedoeld heeft. De stortingen kunnen doorgaan, totdat het door het AB bepaalde plafondbedrag van het noodfonds bereikt is (of het AB eerder al anderszins besluit). De eind 2023 overgebleven middelen zijn daarom ook in het noodfonds gestort. In 2024 speelde er geen langdurige crisis. Daardoor was er ook in 2024 geen beroep op het noodfonds nodig. Er is dus geen onttrekking in 2024 gedaan. Conform het uitgangspunt zijn de overblijvende middelen uit 2024 ook weer in het noodfonds gestort. Resumé De totale loonkosten in de jaarschijf 2024 bedroegen € 866.178 en de exploitatiekosten € 206.383. De overblijvende middelen uit de tranche 2024 bedragen € 940.939. Deze worden in het noodfonds gestort. Samengevat zag de besteding in 2024 er als volgt uit: BDuR ophoging Formatie en inhuur Exloitatie Storting in noodfonds crisisbeheersing
Geraamd 2024
Besteding 2024
1.483.415
866.178
530.085
206.383
-
940.939
Pagina 46 van 108
4.6. Paragraaf Bedrijfsvoering Inleiding De paragraaf Bedrijfsvoering is een voorgeschreven onderdeel en is bedoeld om de bedrijfsvoering toe te lichten. In de VNOG-begroting is het separate programma ‘Bedrijfsvoering’ opgenomen. Voor de behaalde doelstellingen en uitgevoerde activiteiten op dit programma wordt verwezen naar hoofdstuk 3. Deze paragraaf gaat in op diverse andere onderwerpen binnen de bedrijfsvoering. Werkkostenregeling Het werken met een groot aantal vrijwilligers zorgt ervoor dat de verhouding tussen de totale loonsom en het aantal medewerkers voor wat betreft de Werkkostenregeling (WKR) ongunstig uitvalt. Hierdoor bestaat er kans op een eindheffing vanwege de WKR. Voor een vroegtijdig inzicht in de ontwikkeling van de WKR-eindheffing, berekent VNOG gedurende het jaar de cumulatieve effecten van de WKR. Op die manier kunnen eventuele bijsturingsacties worden genomen. In 2024 bedraagt de naheffing nog € 3.000,- De piek over 2022 is verklaarbaar doordat in 2022 veel aandacht is besteed aan het herstellen van het contact na COVID-19. Veel van deze kosten vielen onder de WKR. Eindheffing WKR 2018
71.000
2019
36.000
2020
38.000
2021
18.000
2022
126.000
2023
0
2024
3.000
Eenmalige veranderkosten Toekomstvisie De eenmalige veranderkosten vanuit de Toekomstvisie betreft de in 2018 in gang gezette organisatieontwikkeling en informatievoorziening. De directeur heeft eind 2018 een bestuursopdracht gekregen om een toekomstbestendige organisatie te vormen die veiligheid en zorg biedt aan de inwoners. De bestuursopdracht bestaat uit twee onderdelen. Het eerste deel is uitgewerkt in de reader voor de bestuurlijke tweedaagse van september 2019 en heeft geleid tot de Toekomstvisie, die vastgesteld is op 15 januari 2020. Het tweede deel omvat de inrichting, cultuur en aansturing van de organisatie. Het dagelijks bestuur heeft voor dit tweede deel van de opdracht het besluit genomen tot aanpassing van de organisatie. Daarbij is besloten om de organisatie en medewerkers te ontwikkelen door middel van een organische veranderaanpak. Dit betekent een veranderaanpak waarbij in nauwe samenwerking met de medewerkers en de OR - stapsgewijs veranderingen in de organisatie worden aangebracht; dit met rechtspositionele waarborgen. Hiervoor is een aangepast sociaal statuut vastgesteld op 13 februari 2020. VNOG zag dit proces als een reis, genaamd ‘de Expeditie’, waarin we met elkaar onze organisatievisie vorm en inhoud geven. Samen werken we aan de koers en daar waar nodig sturen we onze koers bij.
Aan het einde van dit traject (in 2022) zijn bijvoorbeeld de knelpunten op het gebied van aansturing, eenheid en integraal denken in het managementteam verholpen. Daarbij hebben wij een fundament gelegd onder onze toekomst. In 2022 was ‘de Expeditie’ formeel afgerond.
Pagina 47 van 108
Terugblik 2024 Het organisatie ontwikkelbudget is voor de laatste keer ingezet voor leiderschapsontwikkeling VNOG, professionele vaardigheden, vitaliteit en mobiliteit. Het MT heeft met de teamleiders teruggekeken op drie jaar leiderschapsontwikkeling binnen VNOG. De basis voor het leiderschap staat en de verdere doorontwikkeling is in de maak. Het onderdeel ‘leiderschap voor postcommandanten’ zal in 2025 starten. In 2023 is ‘de Expeditie’ in gezamenlijke opdracht van de directeur en OR geëvalueerd. De lessen uit deze evaluatie ‘Met Trots vooruit’ zijn input voor een vervolg, waar in 2024 aan is gewerkt om te komen tot een nog nader te definiëren meerjarig programma. In de tussentijd zijn in 2024 de bestaande activiteiten omtrent vitaliteit en duurzame inzetbaarheid voortgezet. VNOG geeft namelijk blijvende aandacht aan duurzame inzetbaarheid. Met vitaliteitsdagen op zeven van de acht werklocaties heeft de werkgroep VNOG-vitaal een fundament gebouwd om vitaliteit een vaste plek te geven binnen de organisatie. Medewerkers vinden steeds beter hun weg naar de trainingen en workshops die centraal aangeboden worden. Voor de veranderkosten is bij vaststelling van de Toekomstvisie incidenteel € 1.040.000 beschikbaar gesteld. Deze middelen zijn beschikbaar gesteld voor ‘de Expeditie’, Risico- en Crisisbeheersing, IT en Vakbekwaamheid.
Risico Inventarisatie & Evaluatie (RI&E) en Arbo In de periode van 2017 t/m 2018 is een Risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) uitgevoerd (onderdelen: warme RI&E, koude RI&E, specialistische RI&E). In 2019 werd het RI&E rapport definitief en is een Plan van Aanpak opgesteld, om de actiepunten uit het RI&E rapport uit te voeren. De actiepunten staan in het Arbomanagementsysteem (AMS). Van de oorspronkelijke 2750 actiepunten uit 2018 zijn grotendeels de actiepunten uitgevoerd of opgestart. Voor de verdiepende RI&E’s worden de actiepunten toegevoegd aan het arbomanagementsysteem. Integrale aanpak actiepunten locaties Vanuit Arbo is het afgelopen jaar gewerkt aan het oplossen en aanpakken van de actiepunten op de locaties (kantoren en de 56 posten). Met de diverse afdelingen zijn er al vele actiepunten afgewerkt en uitgevoerd. Samen met team VSP (Vastgoed, Services en Projecten) is in november 2022, in het kader van het traject van ‘demarcatie huisvesting’ (zie ook hierna in de paragraaf ‘Huisvesting’), een groot aantal afspraken gemaakt om de resterende actiepunten integraal op te pakken en te implementeren, in goed overleg met de gebouweigenaren (de gemeenten). De actiepunten voor de 56 posten zijn integraal door VSP en Arbo in beeld gebracht en bewaakt.
Door het algemeen bestuur VNOG is besloten om de ‘Uniforme functionaliteit brandweerkazernes’ voor 1-1-2025 gereed te hebben. Hiermee is er een verdere stap gezet om overall tot een verantwoorde en veilige werkomgeving te komen. In 2025 wordt er weer samen met VSP verder gewerkt aan de resterende posten waar de gemeenten de stip op de horizon van 31-12-2024 niet hebben gehaald. Het bestuur en MT zal hier verder over worden geïnformeerd, zodat een vervolg kan worden bepaald. In 2024 hebben we geen aangevraagd, aangekondigd of onaangekondigd bezoek gehad van de Nederlandse Arbeidsinspectie. (Bijna) Ongevallen, gevaarlijke situaties en Agressie & geweld. Vanaf januari 2022 kunnen voorvallen (ongevallen, bijna-ongevallen, gevaarlijke situaties, etc.) digitaal op MijnVNOG worden gemeld. Vanaf september 2022 kan er ook op elke tablet van een post digitaal een melding worden gemaakt. Dit maakt het melden laagdrempeliger. In 2023 is er vanuit Arbo middels een infographic extra aandacht gegeven aan het digitaal melden. Er zijn al met al nu diverse mogelijkheden om een voorval te melden: bij de HR-werkplaats op MijnVNOG, Pagina 48 van 108
via de tablet op de posten en via de QR-codes op beschikbaar gestelde posters. Op deze wijze willen we het doen van een melding zo laagdrempelig mogelijk maken. In 2023 werden er 36 voorvallen gemeld: 24 ongevallen en 12 bijna-ongevallen. In 2024 zijn er 46 voorvallen gemeld: 27 ongevallen, 18 bijna-ongevallen en 1 melding agressie & geweld. Een toename in voorvallen wil niet direct betekenen dat de organisatie onveiliger is geworden. Bij VNOG zien we dat de bereidheid om te melden is toegenomen. Meldingen van bijna-ongevallen geven ons als organisatie de mogelijkheid om vroegtijdig te kunnen anticiperen op mogelijke aanpassingen. Duurzame inzetbaarheid en Vitaliteit Vanuit Arbo wordt deelgenomen aan de projectgroep Duurzame inzetbaarheid en de werkgroep Vitaliteit. Het jaar 2024 stond in het teken van de Vitaliteitsdagen met een gevarieerd programma bij de diverse werklocaties. Geluidsonderzoek In 2023 is er een onderzoek in verband met gehoorbescherming opgestart. De aanleiding hiervoor is om inzicht te krijgen of er bij werkzaamheden blootstelling is aan schadelijk geluid. In 2024 hebben we hier concreet uitvoering aan gegeven door een geluidsonderzoek te laten uitvoeren. De medewerkers van de Werkplaatsen zijn al structureel voorzien van ortoplastieken. Voor diverse werkzaamheden in werkplaatsen en bij repressie zijn geluidsmetingen verricht door een extern bedrijf.
O-bundels. Bij Brandweerzorg is in 2022 het gebruik van de O-bundels verder geïmplementeerd. Bij Arbo zijn er over 2024 t/m okt 2024, 4 voorvallen met O-bundels gemeld. In 2023 hebben er 6 voorvallen plaatsgevonden, waaruit diverse acties zijn gestart. In september 2024 is besloten om een verdiepend onderzoek op te starten in samenwerking met Leren van Incidenten (LVI). Begin 2025 wordt het onderzoek afgerond met een advies voor Brandweerzorg. Bedrijfshulpverlening BHV. Voor de kantoorpanden en alle brandweerposten is een concept MT voorstel gemaakt met een mogelijk plan van aanpak voor uitvoering. Het MT-voorstel wordt begin 2025 geagendeerd. Overige onderwerpen − Ergonomisch muizen: Bij de laptops wordt de standaard ‘muis’ geleverd. Voor medewerkers die veel beeldschermwerk verrichten en daarbij de muis gebruiken kan dit klachten opleveren. Binnen de organisatie is er een voorziening getroffen dat er verschillende modellen van en ‘verticale’ muis beschikbaar zijn. − Pauzeprogramma Pausit: Dit is met name bedoeld voor de medewerkers die veel beeldschermwerk uitvoeren. Het programma voorkomt langdurig zitten en zorgt voor meer beweging op de werkdag. Het programma bevat fysieke en mentale oefeningen om arbeid gerelateerde klachten te voorkomen en te helpen herstellen. Uit de overzichten van Pausit blijkt dat in de periode september t/m november ca.