CConstaterende datErmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

Voorlopige jaarstukken VNOG 2024

Gemeenteraad 14 mei 2025, gemeente ErmeloBij agendapunt: Lijst ingekomen stukken raad 14 mei 202536.940 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

60 medewerkers hiervan gebruik maken. Bij navraag blijkt dit veelal bij het thuiswerken gebruikt te worden. − Projecten: Arbo heeft ook dit jaar weer deelgenomen aan het vervolg van de diverse projectgroepen t.b.v. aanbestedingen. Zo is geadviseerd bij aankoop en afnamen o.a: project tankautospuiten (TS), project watertransport-500, project waterongevallen, project aanbesteding kleding, project verhuizing, project Nieuwbouw 1-post Apeldoorn. De diverse projectgroepen zijn bij elkaar geweest voor het vervolg op de uitvoering. Diverse projecten lopen door tot 2028. − Adviezen: Arbo heeft in 2024 adviezen uitgebracht naar aanleiding van diverse vragen vanuit de organisatie. Bijvoorbeeld: instellen werkplek, ergonomie werkplek, thuiswerkplek, DME Pagina 49 van 108

project (Diesel motoren emissie: afzuiging kazernes / werkplaatsen en vakbekwaamheidspleinen). Verzekeringen Voor het wagenpark is het nieuwe contract 31-12-2023 ingegaan. De impact van het verhoogde eigen risico is dit jaar nog niet volledig voelbaar omdat schades altijd achteraf gefactureerd worden. Hierdoor zijn op dit moment nog niet alle schades betaald waar al wel in het budget rekening gehouden is met het verhoogd eigen risico. Per 1-1-2024 is de ‘Landelijke Regeling aanspraken na Dienstongevallen’ van start gegaan. Bij de uitvoering van deze regeling worden de veiligheidsregio’s geadviseerd door Het Expertisebureau Risicobeheer. Dit betekent dat alle nieuwe ongevallen vanaf 1-1-2024 door het Expertisebureau in behandeling worden genomen. De aanspraken uit de ‘Landelijke Regeling aanspraken na Dienstongevallen’ worden deels gefinancierd uit het Waarborgfonds veiligheidsregio’s en deels uit een door het Expertisebureau afgesloten verzekering. Zie voor een toelichting op het Expertisebureau en het Waarborgfonds paragraaf 4.7. ‘verbonden partijen’. Hierna volgt een overzicht van het aantal dossiers over 2024 dat in behandeling is genomen bij onszelf als eigen risicodrager of bij verzekeraar; bijgewerkt tot 21 januari 2025: Personele dossiers: − Ongevallen: 15 dossiers, variërend in financiële omvang. − Eigendommen: 20 dossiers.

Alle dossiers zijn voor eigen rekening van de VNOG. o 16 dossiers onder de € 500 o 4 dossiers boven de € 500 − Aansprakelijkheid richting derden: 4 dossiers. − Rechtsbijstand: geen dossiers. Materiele dossiers: − Instrumenten: 2 dossiers. − Werkmateriaal: 2 dossiers. − Brandverzekering: 1 dossier. − Wagenpark: Totaal 70 dossiers: o Schadeclaim tussen: € 0 – € 5.000: 45 o Schadeclaim tussen: € 5.000 – € 10.000: 2 o Schadeclaim tussen: € 10.000 – € 25.000: 1 o Schadeclaim: > € 25.000: 0 o 22 dossiers staan nog open waarbij de omvang nog niet bekend is. Specificatie: o 23 (nog) geen claim o 12 claims WA o 39 claims Casco − Uitkeringen in dossiers ouder dan 2024: 29 facturen op personele dossiers en 45 facturen op materiele dossiers (zowel betalingen en ontvangsten). − Er staan nog een aantal letseldossiers van het medewerkers open: o 2021: 1 dossiers o 2022: 3 dossiers o 2023: 2 dossiers o 2024: 13 dossiers

Privacy en Security Nadat VNOG in 2023 startte met de tweede fase van het versnellingsprogramma informatieveiligheid, werkte VNOG in 2024 verder aan het verbeteren van de informatieveiligheid. Het beveiligen van informatie is belangrijk omdat we steeds meer samenwerken op landelijk niveau voor incidentbestrijding, risico- en crisisbeheersing, geneeskundige hulpverlening en in het meldkamerdomein. Om dit mogelijk te maken, is het uitwisselen van informatie noodzakelijk, en daardoor nemen de afhankelijkheden tussen verschillende partijen toe. Pagina 50 van 108

Landelijk is er een nieuw programma voor cyberweerbaarheid gestart en wordt gewerkt aan een objectieve audit systematiek. Met het eigen versnellingsprogramma BIO en AVG3 bleef VNOG in lijn met de landelijke ontwikkelingen. Deze ontwikkelingen worden nauwlettend gevolgd en beinvloed omdat informatiebeveiligingsspecialisten van VNOG deelnemen aan diverse landelijke overleggen. Intern werkte VNOG aan het versterken van privacy. Een nieuwe Functionaris Gegevensbescherming ging halverwege het jaar aan de slag. Gelijktijdig sloot VNOG met de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland Midden een overeenkomst voor het inlenen van een Privacy Officer. VNOG werkte zijn verwerkersregister bij en beschikt daarmee over een beheersinstrument om processen met een hoog privacyrisico te analyseren door middel van een data protection impact assessment (DPIA). In 2024 stelde VNOG het tempo vast waarin deze DPIA’s moeten worden gemaakt. In 2024 zette VNOG verder in op bewustwording. In de beveiliging van informatie is het menselijk handelen een kwetsbaar onderdeel. Daarom werkten het managementteam en de teamleiders aan tactieken om hun medewerkers te inspireren om de verdediging tegen cybercriminaliteit te versterken. In de Security Board werkten Privacy, Security en Control in 2024 weer samen om de directie te adviseren over de risico’s op het gebied van informatiebeveiliging.

Zo helpen zij de organisatie om de risico’s te verkleinen en beheersbaar te houden. Rechtmatigheid Over 2024 wordt door het dagelijks bestuur een rechtmatigheidsverantwoording afgegeven (zie ook hoofdstuk 12). Deze rechtmatigheidsverantwoording heeft betrekking op het in de waarderingsgrondslagen opgenomen en door het algemeen bestuur vastgestelde normenkader. Deze normen zijn uitgewerkt in een toetsingskader en getoetst aan het begrotings- en voorwaardencriterium. Het misbruik- en oneigenlijk gebruik- criterium heeft betrekking op het verstrekken van subsidies en of uitkeringen of het innen van heffingen van derden. Daar dit geen activiteiten voor VNOG zijn, is dit toetsingscriterium over 2024 niet van toepassing. De rapporteringsgrens bedraagt € 229.600, zijnde 10% van de verantwoordingsgrens. Over 2024 zijn ten aanzien van de naleving van de aanbestedingswet- en regelgeving enkele afwijkingen geconstateerd boven de rapporteringsgrens. De oorzaken hiervan zijn enerzijds het gevolg van operationele noodzaak of doelmatigheid en anderzijds het gevolg van beperktere capaciteit. Op dit moment maakt VNOG bij Europese aanbestedingen gebruik van een extern bureau ter ondersteuning van de inkoopafdeling om de gevolgen van de beperktere capaciteit zo veel mogelijk te beperken.

Bij inkopen onder de Europese aanbestedingsgrens heeft VNOG, met inachtneming van de proportionaliteit, aandacht voor het volgen van de juiste procedure. Het aanscherpen van de maatregelen in het inkoopproces kan echter leiden tot betere naleving en documentatie in het kader van de Gids Proportionaliteit. Innovatie Innovatie is een belangrijk onderwerp voor VNOG, waar op allerlei manieren invulling aan wordt gegeven. Het gaat daarbij zowel om technische innovaties, nieuwe werkwijzen, nieuwe samenwerkingsvormen en onderwerpen rondom informatievoorziening. Bij de programma’s in

3

Baseline Informatiebeveiliging Overheid en Algemene verordening gegevensbescherming

Pagina 51 van 108

hoofdstuk 3 wordt nader op initiatieven ingegaan. Ter illustratie worden een paar voorbeelden genoemd: − Proeftuin Informatiegestuurd werken: In mei 2024 is de pilot R!SQ afgesloten waarin een informatieplatform is neergezet waarmee VNOG risicogericht kan informeren, adviseren en oefenen op risico’s. De pilot R!SQ heeft ons geleerd dat we enorm veel kunnen doen met data, maar dat een juiste ordening en beheer van data een belangrijke voorwaarde zijn voor gebruik. Daarom is in 2024 gestart met het inrichten van een innovatieve, tijdelijke afdeling overstijgende werkvorm, onder de naam ‘Proeftuin Informatiegestuurd werken’. − Samenwerking met start ups in het bedrijfsleven voor het aandragen van oplossingen voor vraagstukken bij VNOG: zo is de vraag voorgelegd en uitgewerkt hoe we onze oude veiligheids- en uniformkleding in een andere vorm, en/of functie van de materialen kunnen inzetten. − Pilot ‘Virtuele assistent’: Dit is een slimme en innovatieve applicatie op de meldkamer die informatie kan verzamelen, tonen en voorzien van een eerste risico interpretatie. − Pilot bodycams: Het district Midden van de brandweer startte in februari met de pilot met bodycams. De beelden kunnen naar verwachting waardevolle lessen brengen.

− Denkvooruit campagne: VNOG is in 2024 samen met de NCTV (Nationaal Coördinator Terrorisme en Veiligheid) een campagne gestart om mensen te laten controleren of ze wel goed voorbereid zijn op noodsituaties en daar actie op te ondernemen. De campagne is een doorontwikkeling op de bestaande landelijke campagne ‘Denk Vooruit’ van de NCTV. De NCTV stelt de ontwikkelde middelen op zijn website beschikbaar voor de andere 24 veiligheidsregio’s en partners. − Eerste prototype van de witte informatiebron voor Oost-54: Eind juni is een eerste prototype van de witte informatiebron Oost-5 opgeleverd waarmee het witte deel van het integrale veiligheidsbeeld breder en vollediger zal zijn. In dit innovatieve bovenregionale initiatief wordt de informatiepositie van en voor de zorgsector versterkt in een gezamenlijk en geüniformeerd werkproces en IT-ondersteuning. We maken gebruik van landelijke technische voorzieningen en bovenregionale werkgroepen, waardoor dit initiatief uit Oost-5 straks ook door andere veiligheidsregio's in het land kan worden overgenomen. − Vakbekwaamheidsprogramma nieuwe blusvoertuigen: De uitlevering van de nieuwe blusvoertuigen is gestart en gaat de komende jaren gestaag door. Om de posten te bekwamen in het gebruik van de nieuwe voertuigen is een vakbekwaamheidsprogramma gemaakt, incl. werkwijze voor de bijbehorende instructeurs.

Voor dit vakbekwaamheidstraject is VNOG een innovatieve samenwerking met Hogeschool Aventus aangegaan. Aventus heeft onderwijskundige ondersteuning geboden. Er zijn lesplannen, opdrachtkaarten en werkinstructies gemaakt, alsook instructiefilmpjes (kennisclips) over de opbouw van het voertuig, de bepakking en de pomp. Duurzaamheid In december 2021 heeft het algemeen bestuur een duurzaamheidsvisie voor VNOG vastgesteld die in 2022 is uitgewerkt in een duurzaamheidstrategie. Daarnaast heeft het algemeen bestuur middelen ter beschikking gesteld in de vorm van een duurzaamheidsreserve om de strategie verder uit te werken. Met behulp van externe expertise is de strategie verder uitgewerkt in een concept Klimaatplan, met input van vele collega’s via diverse sessies, om tot een haalbaar realistisch plan te komen. Waar mogelijk zijn elementen van de strategie alvast in uitvoering genomen, waaronder de uitvoering van een nulmeting op de CO2-voetafdruk. In het concept Klimaatplan staan de acties binnen de thema’s inkoop, vastgoed, facilitair, mobiliteit, gedrag en VNOG specifieke activiteiten. Het concept Klimaatplan is in 2023/2024 uitgebreid intern (met alle teams van VNOG) en extern (met de gemeenten) besproken. De uitdaging ligt in het reduceren 4

De 5 veiligheidsregio’s in Gelderland en Overijssel

Pagina 52 van 108

van de CO2. De belangrijkste thema’s waarop de meeste winst te behalen valt, zijn ‘vastgoed’ en ‘mobiliteit’. Een groot deel van de uitstoot komt van het vastgoed. Dit is in bezit van de gemeenten. Acties op dit gebied liggen daarom primair bij de gemeenten (die ook zelf een opgave hebben voor het verduurzamen van gemeentelijke vastgoed) en gaan altijd in nauwe afstemming met de gemeenten. De diverse nieuwbouw- en verbouwtrajecten komende jaren bieden daarbij een extra kans om stappen te zetten. Bij de reductie op het thema ‘mobiliteit’ gaat het o.a. om de elektrificatie van het wagenpark, met voor nu focus op de dienstauto’s en -bussen, omdat een betaalbaar en voor onze omstandigheden bruikbaar elektrisch alternatief voor de grotere brandweervoertuigen momenteel in de markt nog niet/onvoldoende voorhanden is. In november 2024 heeft het AB het Klimaatplan behandeld. Vele acties in het Klimaatplan zijn al gedekt in de bestaande begroting. En diverse acties lopen ook al, of zijn in gang gezet. Maar niet voor alle acties zijn middelen beschikbaar. Het AB heeft daarom een storting gedaan in de duurzaamheidsreserve. Via deze reserve kunnen deze aanvullende kosten in de opstartfase worden gedragen, zodat er tempo kan worden gemaakt. Op termijn zullen zich (structurele) besparingen gaan voordoen, de ‘kost gaat voor de baat uit’. Hiermee kan VNOG aan de slag.

In de tussentijd heeft VNOG de afgelopen jaren overigens niet stil gezeten en al de nodige acties rondom duurzaamheid uitgevoerd, in gang gezet of voorbereid. In vorige jaarrekeningen is daar op gerapporteerd. Voorbeelden hiervan uit het jaar 2024 zijn: − Er heeft een Europese aanbesteding voor afvalinzameling plaatsgevonden die eind 2024 is afgerond. Bij deze aanbesteding was duurzaamheid van de dienstverlening een criterium. In 2025 wordt er samen met de nieuwe afvalinzamelaar gekeken hoe afvalstromen nog meer gescheiden kunnen worden. Het doel is om restafval terug te brengen tot een minimum. − De afdeling inkoop is gestart met het opstellen van een duurzaam inkoopbeleid. − Bij vier brandweerposten wordt gekeken hoe het energieverbruik naar beneden kan. − Er is eind 2024 een werkgroep duurzaamheid ingesteld, bemenst vanuit alle afdelingen in de hele organisatie. Deze werkgroep gaat vanaf 2025 als katalysator werken. De teams in VNOG worden vanuit de werkgroep gevoed met uit te voeren acties uit het Klimaatplan en de werkgroep kan hierbij ook ondersteunen. Duurzaamheid is iets voor iedereen. VNOG organiseert daarom vanuit alle afdelingen deze betrokkenheid, hetgeen aansluit bij de manier waarop het Klimaatplan is opgesteld (van onderop). Duurzaamheid een vooruitblik − De acties uit het Klimaatplan die voor 2025 gepland staan worden opgepakt.

Denk aan het stimuleren van fietsgebruik, beschikbaar stellen van elektrische fietsen, het stimuleren van de plaatsing van zonnepanelen, verduurzamen reisregeling, vervangen oude koelkasten, kaders uitwerken over duurzaam gedrag, etc. − In 2025 worden er 55 laadpunten voor elektrische voertuigen geïnstalleerd. − De eerste tankautospuiten zullen gaan rijden op HV100 (bio diesel). − Voor 2025 zijn kennissessies voorzien om de duurzaamheidstransitie als organisatie in zijn geheel in te zetten. Duurzaamheid vraagt immers om een verandering in houding en gedrag en is daarmee iets van de lange adem. Duurzaamheid en energiebesparing vragen om actie, creativiteit en verandering. Het gaat hierbij om anders verplaatsen van personen, minder kopen en milieubewuster gedragen. Dit alles vraagt om duidelijke en actieve interne communicatie waarmee de verandering van houding en gedrag wordt gestimuleerd. Dat is dan ook een belangrijk onderdeel bij de uitvoering van het Klimaatplan. Pagina 53 van 108

−

In de reguliere P&C-documenten zal de voortgang van het Klimaatplan worden gerapporteerd. Elk jaar wordt er een nieuwe CO2 voetafdruk opgesteld en wordt er verantwoording aan het MT VNOG afgelegd over de genomen acties en de CO2 verlagingen.

Huisvesting Demarcatie Per 2023 voert VNOG bepaalde facilitaire taken in de kazernes uit, zoals vastgelegd in de ‘Regeling Demarcatie’ die is afgesloten tussen de 22 colleges en het AB. De Demarcatie geeft aan welke partij (gemeente of VNOG) voor welke facilitaire c.q. huisvestingstaak in de kazernes verantwoordelijk is. De gemeente is (en blijft) de gebouweigenaar, terwijl VNOG de opstal gebruikt. Als gevolg van de Regeling Demarcatie moesten bepaalde werkzaamheden en bijbehorende contracten (waar nodig) worden overgedragen van gemeenten naar VNOG. Onderstaand het overzicht van de diensten die verschuiven: Onderwerp

Afspraak

Afvalinzameling

Van Gemeente naar VNOG

Schoonmaak

Van Gemeente naar VNOG

Sanitaire middelen

Van Gemeente naar VNOG

Warme dranken

Van Gemeente naar VNOG

Alarmopvolging

Van Gemeente naar VNOG

Alarmcentrale

Van Gemeente naar VNOG

Terreinonderhoud

Van Gemeente naar VNOG

Strooidiensten

Van Gemeente naar VNOG

Plaagdieren

Van Gemeente naar VNOG

Afvalstoffenheffing

Van Gemeente naar VNOG

Waterschapsbelasting

Van Gemeente naar VNOG

OZB gebruikersdeel

Van Gemeente naar VNOG

Toegangsbeheer

Van Gemeente naar VNOG

Inbraakinstallatie

Van Gemeente naar VNOG

Gas, Water, Electra

Van VNOG naar gemeente

De overdracht is in 2023 gestart, in nauw overleg met de gemeenten. Per gemeente is/wordt hierbij rekening gehouden met lopende afspraken met leveranciers. Omdat de raming van de kosten van bovenstaande activiteiten door VNOG als voorschot in rekening is gebracht bij de gemeenten, is afgesproken dat de kosten die de gemeente maakt op lopende contracten in rekening kunnen worden gebracht bij VNOG tot het moment dat een contract overgaat naar VNOG. Zo voorkomen we dubbele kosten. De overdracht van de vier grootste contracten (afvalinzameling, schoonmaak, sanitaire middelen, warme dranken/koffie) is in 2024 vrijwel helemaal afgerond voor alle locaties. De overige onderwerpen volgen; zo zijn de alarmopvolging, alarmcentrale en het toegangsbeheer deels in 2024 overgenomen door VNOG; dit gaat gefaseerd per locatie. Waar nodig heeft VNOG gemeenten gevraagd om hun huidige contracten met een jaar te verlengen. Voor de werklocaties is het toegangsbeheer in 2024 al wel volledig uitgerold. Eind 2024 is VNOG gestart met de aanbesteding terreinonderhoud (groenonderhoud) en strooidiensten (gladheidsbestrijding). Het streven is dit per 1 november 2025 in te laten gaan. Wat betreft de belastingen: dit is inmiddels grotendeels al overgezet; VNOG heeft contact met de gemeenten die het nog moeten overzetten.

De kosten van de Demarcatie voor VNOG worden via twee verschillende financiële werkwijzen met de gemeenten verrekend: een deel van de kosten (van specifiek gemarkeerde taken) wordt bij de 22 gemeenten gezamenlijk in rekening gebracht via het reguliere verdeelmodel. Deze kosten komen tot uiting in programma 6 ‘Bedrijfsvoering’ van de begroting. Het andere deel van de kosten (de facilitaire kosten) wordt vier jaar (2023 t/m 2026) per individuele gemeente afgerekend, waarbij de eindafrekening plaatsvindt op basis van de werkelijke kosten. Deze individuele verrekening heeft dan geen effect op de andere gemeenten. Deze verrekening komt tot uiting in Pagina 54 van 108

programma 8 van de begroting. Het is de bedoeling dat per 2027 deze kosten ook onder het verdeelmodel komen te vallen. De Regeling Demarcatie bevat naast de taakverdeling ook werkafspraken, afspraken over de periodieke afstemming tussen gebouwbeheerders van gemeenten en VNOG, alsook de afspraak dat de gemeenten de panden uiterlijk 1 januari 2025 op orde brengen qua Arbo-vereisten en voorzieningen, waarbij wel rekening wordt gehouden met beschikbare faciliteiten in de buurt van de kazernes en eventuele al lopende/geplande nieuw- of verbouwtrajecten. Tenslotte is er conform de Regeling Demarcatie in 2024 een periodiek overleg met de gebouwbeheerders geweest om zaken af te stemmen over de algehele stand, de samenwerking, lopende kwesties, komend onderhoud, nieuw- en verbouw en duurzaamheidsmogelijkheden. Nieuw- en verbouw in 2024 In 2024 heeft VNOG aan de gemeenten Oldebroek en Voorst input geleverd en hen ondersteund bij de nieuwbouw van de kazernes Oldebroek, respectievelijk Twello. Deze nieuwe kazernes zijn in 2024 opgeleverd (Oldebroek in mei, Twello in september). Diverse andere nieuwbouwtrajecten zijn in 2024 opgestart, oplevering volgt in 2025 e.v. Diverse (grote) verbouwingen heeft VNOG in 2024 ook ondersteund.

Verhuizing van de Europaweg In 2024 is gewerkt aan de laatste verhuizing uit het kantoor aan de Europaweg te Apeldoorn, zodat VNOG in 2025 de Europaweg volledig kan verlaten. VNOG heeft momenteel nog een klein deel van de vierde verdieping van het pand Europaweg in gebruik, waaronder de crisisruimten van het multi-actiecentrum, het centrale knooppunt bij het bestrijden van een crisis. VNOG verhuist de resterende organisatieonderdelen en de crisisruimten naar een tijdelijk pand aan de Molenmakershoek 14 te Apeldoorn (in bezit van de gemeente Apeldoorn). Dit pand is gelegen náást de toekomstige nieuwe 1-post van Apeldoorn, dat de definitieve locatie zal worden. De crisisruimten moeten beschikken over eigen (beveiligde) dataverbindingen en noodstroom, die worden gerealiseerd voor de tijdelijke locatie. Door nu te verhuizen naar een pand náást het toekomstige pand, kunnen deze verbindingen en de noodstroomvoorziening straks worden doorgetrokken/verplaatst naar het nieuwe pand. Zo is een optimale inzet van middelen bereikt. Aanpassingen met spoed vanwege verhuisbeweging Doordat VNOG het pand Europaweg te Apeldoorn in 2023 grotendeels moest verlaten, zijn medewerkers (tijdelijk) verdeeld over de diverse bestaande werklocaties, in afwachting op definitieve verhuizing naar de nieuwbouw van de 1-post in Apeldoorn.

De verspreiding over meerdere locaties en het inschikken op die locaties is een niet-ideale tijdelijke werkwijze, in afwachting op de oplevering van de nieuwe 1-brandweerpost van de gemeente Apeldoorn, waar dan ook diverse VNOG-functies een plaats gaan krijgen, daarnaast tevens (beoogd) veiligheidscentrum. Op de bestaande werklocaties zijn in 2024 hier en daar aanpassingen nodig geweest om de locaties geschikt te maken. Dit had spoed zodat de taakuitvoering praktisch en werkbaar bleef en de continuïteit gewaarborgd. Nieuwe 1-post Apeldoorn Afgelopen jaar is intensief, in nauw overleg met de gemeente Apeldoorn, gewerkt aan de vele voorbereidende werkzaamheden van deze nieuwbouw. De nieuwe 1-post vervangt drie bestaande kazernes in het stedelijk gebied van Apeldoorn en is daarnaast (beoogd) veiligheidscentrum en kantoorlocatie voor VNOG. In 2024 is het definitief ontwerp tot stand gekomen. Oplevering is naar verwachting in 2027.

Pagina 55 van 108

4.7. Paragraaf Verbonden partijen Inleiding Een Verbonden Partij is een privaat- of publiekrechtelijke organisatie waarin VNOG een financieel èn een bestuurlijk belang heeft. Er is sprake van een financieel belang als VNOG aansprakelijk is bij het niet nakomen van de verplichtingen door de rechtspersoon. Er is sprake van een bestuurlijk belang als VNOG vertegenwoordigd is in het bestuur van de rechtspersoon of zeggenschap daarin kan uitoefenen. Gelet op deze kwalificaties heeft VNOG geen verbonden partijen. VNOG heeft wel bestuurlijke òf financiële belangen bij de volgende partijen: de Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s (WVSV), de Stichting Risicobeheer en Waarborgfonds Veiligheidsregio’s, het Nederland Instituut Publieke Veiligheid (NIPV), de Stichting Brandweeropleidingen Gelderland Overijssel (BOGO), het Veluws Bosbrandweer Comité (VBC) en de Samenwerkingsregeling Incidentbestrijding IJsselmeergebied (SAMIJ). Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s (WVSV) De WVSV is een vereniging van de 25 veiligheidsregio’s. De voorzitters van de veiligheidsregio’s vormen de ledenvergadering. Het bestuur van de WVSV kent vijf zetels en bestaat uit bestuurders uit veiligheidsregio’s.

Het bestuur vormt tevens de onderhandelingsdelegatie, ondersteund door een vertegenwoordiging vanuit de Raad Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio (RCDV), onder andere de directeur van VNOG. De WVSV wordt op het gebied van bedrijfsvoeringtaken ondersteund door het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid, NIPV. De WVSV is vanaf januari 2022 aan de slag om namens de besturen van de veiligheidsregio’s te onderhandelen met de werknemersorganisaties en afspraken te maken over de arbeidsvoorwaarden voor het personeel van de veiligheidsregio’s. De WVSV heeft hiermee het werk van de brandweerkamer van de VNG overgenomen. De WVSV is verantwoordelijk voor de arbeidsvoorwaarden van ca. 28.000 medewerkers, waaronder beroeps en vrijwillig brandweerpersoneel. Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s en Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s De Stichting Risicobeheer is een gezamenlijk expertisebureau waarmee de veiligheidsregio’s collectief een ongevallenverzekering kunnen inkopen en deze schades kunnen afwikkelen. De Stichting Waarborgfonds is bedoeld voor het in gezamenlijkheid dragen van niet-verzekerbare risico’s. De stichtingen zijn met name van belang voor het meedenken in de complexe zaken, het uniformeren van alle aanspraken binnen alle veiligheidsregio’s, begeleiden van aanbestedingen en het afdekken van risico’s welke we niet willen of kunnen verzekeren.

Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV) Het NIPV is een bij wet opgericht zelfstandig bestuursorgaan (ZBO). Een ZBO is een bestuursorgaan van de centrale overheid dat bij de wet, krachtens de wet bij algemene maatregel van bestuur of krachtens de wet bij ministeriële regeling met openbaar gezag is bekleed, en dat niet hiërarchisch ondergeschikt is aan een minister. De positie van het NIPV is vastgelegd in de Wet veiligheidsregio's. De 25 voorzitters van de veiligheidsregio's vormen samen het algemeen bestuur van het NIPV. Het bestuur is verantwoordelijk voor alle taken en werkzaamheden die het NIPV uitvoert in het kader van de Wet veiligheidsregio’s. Het bestuur stelt jaarlijks de begroting met bijbehorend jaarplan, de jaarrekening en het jaarverslag vast en eens per vier jaar een meerjarenbeleidsplan. Hiermee bepaalt het bestuur de ambitie van het NIPV. Ook is het bestuur verantwoordelijk voor concrete zaken als het certificeren van aanbieders van brandweeropleidingen. In de kaderwet ZBO’s wordt geregeld dat het besluit tot vaststelling van de begroting de goedkeuring behoeft van de Minister. Eveneens wordt geregeld dat het besluit tot vaststelling Pagina 56 van 108

van de jaarrekening de goedkeuring van de Minister behoeft. Indien gedurende het jaar aanmerkelijke verschillen ontstaan of dreigen te ontstaan tussen de werkelijke en de begrote baten en lasten dan wel inkomsten en uitgaven, doet een ZBO daarvan onverwijld mededeling aan de Minister. Stichting Brandweeropleidingen Gelderland Overijssel (BOGO) De BOGO ontwikkelt en verzorgt brandweeropleidingen in opdracht van zes veiligheidsregio’s. Het algemeen bestuur bestaat uit drie burgemeesters en de zes regionaal commandanten/directeuren van de aangesloten veiligheidsregio’s. In principe is de stichting zelf aansprakelijk voor de schulden die worden gemaakt. De bijdrage aan de BOGO is direct gekoppeld aan het soort en aantal afgenomen opleidingen. Veluws Bosbrandweer Comité (VBC) De stichting het Veluws Brandweer Comité (VBC) is opgericht in 1951. Het VBC is een samenwerkingsverband van 20 gemeenten op de Veluwe met als doelstellingen: − Het voorkomen en beperken van bos- en natuurbranden op de Veluwe; − Het verrichten van alle verdere werkzaamheden die met het vorenstaande in de ruimste zin verband houden of daartoe bevorderlijk kunnen zijn. De stichting tracht haar doel onder meer te verwezenlijken door het organiseren en coördineren van een systeem van detectie (onder meer via vliegtuigen, drones en meetapparatuur) van bosen natuurbranden.

De deelnemende gemeenten in het VBC behoren tot het werkgebied van Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland Midden (VGGM) en VNOG. De deelnemende gemeenten zijn: Apeldoorn, Arnhem, Barneveld, Brummen, Ede, Elburg, Epe, Ermelo, Harderwijk, Hattem, Heerde, Nunspeet, Oldebroek, Putten, Renkum, Rheden, Rozendaal, Scherpenzeel, Voorst en Wageningen. Samenwerkingsregeling Incidentbestrijding IJsselmeergebied (SAMIJ) De SAMIJ is een netwerk-samenwerking. Het doel van dit netwerk is het borgen van een adequaat functionerende incidentbestrijding in het IJsselmeergebied als samenhangend risicowatersysteem. In dit netwerk zijn veel partijen actief en betrokken. Partijen met allen een eigen rol en taak in de incidentbestrijding. Daarom zijn er samenwerkingsafspraken gemaakt tussen de veiligheidsregio’s en waterschappen rondom het IJsselmeergebied en Rijkswaterstaat, de KNRM, Reddingsbrigade Nederland, de Kustwacht en de Nationale Politie. Het IJsselmeergebied bestaat uit het IJsselmeer en het Markermeer, IJmeer, de Gouwzee en de Randmeren, inclusief het Zwartemeer. De SAMIJ richt zich hierbij op de bovenregionale bestuurlijke- en operationele afstemming om een effectieve en efficiënte samenwerking te borgen voor incidentbestrijding in het IJsselmeergebied.

Pagina 57 van 108

4.8. Openbaarheidsparagraaf Inleiding De Wet open overheid (Woo) is op 1 mei 2022 in werking getreden en verplicht een bestuursorgaan tot actieve en passieve openbaarmaking van informatie. Op grond van artikel 3.5 (van de Woo) is een bestuursorgaan verplicht om jaarlijks in de begroting en de jaarrekening aandacht te besteden aan de beleidsvoornemens en uitvoering van de Woo. In deze paragraaf wordt op hoofdlijnen een beschrijving gegeven van de activiteiten die zijn uitgevoerd in 2024 op de thema’s actieve en passieve openbaarmaking en verbetering van de informatiehuishouding. Actieve openbaarmaking voor de verplichte categorieën documenten (artikel 3.3 Woo) Onder actieve openbaarmaking verstaan we de activiteiten die worden ondernomen om de wettelijk verplichte categorieën van informatie actief openbaar te maken en daarnaast een inspanningsverplichting om andere informatie (buiten de verplichte categorieën) op eigen initiatief openbaar te maken. De Woo onderscheidt 17 informatie-categorieën, waarvan er vijf voor VNOG niet van toepassing zijn. De informatie-categorieën worden openbaar gemaakt in de landelijke Woo-index. VNOG heeft in 2024 de wettelijke verplichte informatiecategorieën openbaar gemaakt.

Dit betreft: • Wetten en algemeen verbindende voorschriften (dit gebeurde al via Overheid.nl); • Overige besluiten van algemene strekking (ook dit gebeurde al via Overheid.nl); • Organisatie en werkwijze; • Bereikbaarheidsgegevens. Inmiddels is een indicatie gegeven voor de planning van de inwerkingtreding van de plicht tot openbaarmaking van de overige categorieën en treft VNOG voorbereidingen voor de openbaarmaking van die categorieën waarvoor deze plicht per medio 2025 gaat gelden. De inspanningsverplichting tot openbaarmaking voor andere documenten dan de verplichte categorieën (artikel 3.1 Woo) Ten aanzien van de inspanningsverplichting om andere informatie actief openbaar te maken moet eerst helder worden welke ambitie VNOG daartoe heeft. In het verslagjaar heeft VNOG zich met name gericht op de wettelijke verplichte informatie-categorieën. Verplicht platform voor actieve openbaarmaking (artikel 3.3.b Woo) De openbaarmaking van de in de artikelen 3.3 en 3.3a genoemde documenten geschiedt elektronisch op een algemeen toegankelijke wijze via de Woo-index , een door het ministerie van BZK ontwikkelde verwijsindex voor actieve openbaarmaking van overheidsinformatie. Daarmee zal een volledig overzicht moeten ontstaan van alle verplichte actief openbaar gemaakte documenten. VNOG maakt gebruik van de Woo-index.

Hierin moeten de documenten die behoren tot de 17 informatiecategorieën vindbaar en doorzoekbaar zijn. Om aan te sluiten op de Woo-index plaatst VNOG de betreffende documenten op de eigen website en linkt deze door naar de Wooindex. Passieve openbaarmaking (openbaarmaking op verzoek; hoofdstuk 4 Woo) Onder passieve openbaarmaking wordt verstaan het openbaar maken van informatie naar aanleiding van een verzoek. In 2024 heeft VNOG drie Woo-verzoeken ontvangen, deze zijn alle gehonoreerd. In acht gevallen kreeg VNOG als belanghebbende de gelegenheid om te reageren op voorgenomen openbaarmakingen ingevolge Woo-verzoeken aan andere organisaties, waarin documenten van VNOG betrokken waren. Pagina 58 van 108

Aanwijzing van een Woo-contactpersoon (artikel 4.7 Woo) De Woo schrijft voor dat ieder bestuursorgaan één of meer contactpersonen heeft om vragen van burgers te beantwoorden over de beschikbaarheid van publieke informatie. VNOG beschikt over meerdere Woo- contactpersonen. De digitale informatiehuishouding (Hoofdstuk 6 Woo) Voor de verbetering van de digitale informatiehuishouding werden de ontwikkelingen landelijk en binnen de Vereniging Nederlandse Gemeenten gevolgd. Bij dit laatste is in het bijzonder aangesloten bij het meerjarenplan van VNG Realisatie ‘Grip op Informatie’. Door middel van fasering en een stappenplan wordt in een aantal jaar de overheidsinformatiehuishouding op orde gebracht. Voor de verdere vormgeving wordt aansluiting gezocht bij het nieuwe Document Management Systeem (DMS); zie hieronder).

Stand van zaken informatiehuishouding De informatiehuishouding wordt als volgt omschreven (Rijksprogramma voor Duurzaam Digitale Informatiehuishouding): − Het totaal aan regels, voorzieningen, activiteiten en processen gericht op de informatiestromen en het beheer van informatie; − De informatiehuishouding ondersteunt de primaire processen en waarborgt democratische, juridische en historische waarden; − De informatie die nodig is om het handelen van de organisatie te kunnen reconstrueren moet van meet af aan, maar ook na verloop van tijd duurzaam toegankelijk zijn en blijven; vanaf het moment van creatie tot het moment dat de informatie niet meer nodig is. VNOG heeft in 2024 verder gewerkt aan de invulling van deze elementen: − VNOG heeft een nieuw Document management Systeem (DMS) aangeschaft. Medio januari 2025 wordt een start gemaakt met de implementatie van dit systeem, dat een belangrijk onderdeel vormt binnen de informatiehuishouding van VNOG. De inrichting van het nieuwe systeem raakt de drie onderdelen van de informatiehuishouding. Het uitgangspunt is dat met de uitvoering van het implementatieplan in 2025 de kwaliteit van de informatiehuishouding verbeterd zal worden.

− Beschikken over een informatiebeheerplan (minimaal: inzicht in werkprocessen, proceseigenaar, in welke applicaties welke data/documenten staat, hoe het beheer is geregeld) VNOG heeft nog geen informatiebeheerplan opgesteld; dit volgt nog. − Aansluiten op een e-depotvoorziening VNOG volgde hiervoor de ontwikkelingen bij de gemeente Apeldoorn, die in de Gemeenschappelijke regeling van VNOG is aangewezen als archiefbewaarplaats. Hierover heeft periodiek overleg met de archiefinspecteur plaatsgevonden. − Binnen iedere applicatie is de selectielijst geïmplementeerd Bij de aanbesteding van nieuwe applicaties wordt deze eis in het Programma van Eisen opgenomen. − Beheer organiseren op e-mailarchivering VNOG is aangesloten bij het initiatief van de VNG: de selectielijst e-mailbewaring. De procedure moet nog aangepast worden op het punt van de techniek. − Beheer organiseren op tekstberichten VNOG heeft in 2024 een contract gesloten voor de archivering van sociale media. De formele communicatiekanalen die gebackupped worden zijn Teams-chat en e-mail. De contractspartij werkt aan een oplossing voor het archiveren van WhatsApp berichten. − Beschikken over een informatiebeheerplan (minimaal: inzicht in werkprocessen, proceseigenaar, in welke applicaties welke data/documenten staat, hoe het beheer is geregeld) Pagina 59 van 108

−

−

−

VNOG heeft het opstellen van een informatiebeheerplan (deels en mede in samenhang met de beschikbare personele capaciteit) gekoppeld aan de implementatie van het nieuwe DMS. Een kwaliteitssysteem hanteren voor het informatiebeheer, zoals vastgelegd in artikel 16 van de Archiefregeling Het onderzoek naar de mogelijkheden van een passend kwaliteitssysteem zijn in onderzoek genomen, maar nog niet nader uitgewerkt, omdat het huidige systeem nog niet voldoende geïmplementeerd is. Dit wordt een onderzoek waarvan de uitkomst al bekend is. Het systeem dat aangeschaft is door VNOG is niet geschikt voor het informatie- en archiefbeheer. Een metagegevensschema vaststellen en aan elk blijvend te bewaren informatieobject metagegevens koppelen Het vaststellen van een metagegevensschema vormt (deels) een onderdeel van de implementatie van het nieuwe DMS en wordt in dat kader ter hand genomen. Instellen van een Strategisch Informatie Overleg VNOG heeft een SIO ingesteld, een intern overleg dat op strategisch niveau afstemt over de informatiehuishouding. Het SIO bestaat in basis uit medewerkers van de disciplines ICT, Operationele Informatievoorziening (OIV), Informatiemanagement (IM), Business Intelligence (BI) en Documentaire Informatie Voorziening (DIV).

Periodiek sluiten de bestuursadviseur, de Functionaris Gegevensbescherming (FG), de Privacy Officer (PO), de Chief Information Security Officer (CISO), de Security Officer (SO) en de archiefinspecteur bij dit overleg aan.

Pagina 60 van 108

4.9. Toekomstparagraaf Toekomstvisie-Opdrachten Op 15 januari 2020 heeft het AB de Toekomstvisie voor VNOG vastgesteld, inclusief bijbehorende Opdrachten om deze Toekomstvisie te realiseren. De Opdrachten moeten in de periode 2020-2026 worden uitgevoerd. In het voortraject van de totstandkoming van de Toekomstvisie zijn de raden nauw betrokken geweest. De Toekomstvisie vormde de basis van het regionaal beleidsplan 2021-2024 en van de begrotingen. De uit te voeren Opdrachten zijn in de begroting verwerkt (de Opdrachten zijn daarin opgenomen bij de betreffende programma’s), alsook de financiële effecten van de Toekomstvisie. Uitvoering Toekomstvisie-Opdrachten in 2024 Het document Toekomstvisie-Opdrachten bestaat uit 58 punten. De punten 1 t/m 20 bevatten de Toekomstvisie, de punten 21 t/m 58 zijn de Opdrachten. Sommige Opdrachten kennen een subnummer; daardoor zijn er in totaal 41 Opdrachten. Eén Opdracht betreft een constatering, zodat er 40 Opdrachten zijn om uit te voeren. De Opdrachten uit de Toekomstvisie moeten in de periode 2020-2026 worden uitgevoerd. VNOG heeft een planning gemaakt voor de uitvoering van de Opdrachten. De meeste Opdrachten kennen een geleidelijke opbouw en meerjarige looptijd. In 2024 zijn 5 Opdrachten afgerond, zodat het totaal aantal afgeronde Opdrachten nu op 35 uitkomt.

De resterende 5 Opdrachten zijn doorgeschoven naar het nieuwe beleidsplan 2025-2028, ze staan op de planning om eind 2026 af te ronden. In bijlage 2 is een gedetailleerd overzicht opgenomen van de stand van alle Opdrachten, waarin per Opdracht zaken worden toegelicht, zowel qua planning, proces en inhoud. Nieuwe beleidsplan 2025-2028 Bij wet moet de veiligheidsregio om de vier jaar een nieuw beleidsplan en risicoprofiel vaststellen. Er zijn daarom een nieuw beleidsplan 2025-2028 en risicoprofiel opgesteld (en een dekkingsplan brandweer, dat een bijlage van het beleidsplan is). Dit is een intensief traject geweest dat al in 2023 werd gestart. In diverse sessies heeft VNOG, samen met partners, een analyse gemaakt van de omgeving en van de belangrijkste (komende) ontwikkelingen, zowel fysieke, maatschappelijke als interne. Er is oog geweest voor wat er (inter)nationaal speelt, maar ook wat specifiek voor onze regio geldt. Dit is vervolgens besproken in het VNOG bestuur. Op basis hiervan zijn er ook een paar onderwerpen benoemd die gelet op hun omvang, belang en impact de komende jaren extra aandacht behoeven (speerpunten), waaronder ook punten waarop VNOG toonaangevend wil zijn en haar expertise met andere partners wil delen (excelleren). In 2024 vond de wettelijke vastgelegde consultatie van de raden en partners op de concept documenten plaats.

In december 2024 zijn de documenten definitief door het algemeen bestuur vastgesteld. De Toekomstvisie en het oude beleidsplan liepen qua tijd niet helemaal synchroon. De Toekomstvisie loopt immers tot en met 2026. Dit is met de komst van het nieuwe beleidsplan gelijkgetrokken. Bij de vaststelling van het nieuwe beleidsplan 2025-2028 heeft het algemeen bestuur het document “Toekomstvisie-Opdrachten 2020-2026” afgesloten en de nog openstaande zaken uit de “Toekomstvisie-Opdrachten” overgenomen in het nieuwe beleidsplan. Vervolgens is er daarna nog maar één meerjarig plan als richtsnoer voor VNOG: het nieuwe beleidsplan 20252028.

Pagina 61 van 108

Toekomstbeeld in het nieuwe beleidsplan 2025-2028 Het nieuwe beleidsplan vindt, net als het vorige, haar oorsprong in de twee vragen die de samenleving primair aan VNOG stelt: − Help mij als ik in nood ben (bij brand, ongevallen, rampen, crises). − Vertel mij hoe veilig en gezond te wonen, werken en recreëren (gevaar te voorkomen/mezelf te helpen). Inwoners, bedrijven, instellingen en andere overheden stellen deze vragen aan VNOG. Wij beantwoorden deze vragen vanuit onze wettelijke taken en verantwoordelijkheden uit de Wet veiligheidsregio’s. Het nieuwe beleidsplan is een evolutie van het oude. Zo blijven de vijf Opgaven van VNOG, zoals die bij de Toekomstvisie in 2020 zijn geformuleerd, de basis vormen. Deze vijf Opgaven hebben nog niets van hun relevantie ingeboet en zij blijven de rode draad in al het handelen van VNOG; ze komen steeds herkenbaar terug, bijvoorbeeld ook als het fundament van de begroting.

Met haar vijf Opgaven beantwoordt VNOG de twee vragen van de samenleving: − Opgave 0 Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en (langdurige) crises (maatschappelijke opdracht) − Opgave 1 Zelfredzaam & risicobewust − Opgave 2 Vakbekwaam & deskundig − Opgave 3 Sterke informatiepositie − Opgave 4 Een gezonde financiële basis en betrokken medewerkers (randvoorwaarde, gezonde bedrijfsvoering) De Opgaven vormen de rode draad in alle beleidsdocumenten van VNOG, waaronder de opgavegerichte begroting. In het beleidsplan staat het toekomstbeeld van VNOG. In antwoord op de twee vragen van de samenleving beoogt VNOG op hoofdlijnen het volgende te realiseren (visie): − Noord- en Oost-Gelderland is een regio waar nu en in de toekomst veilig en gezond gewoond, gewerkt en gerecreëerd kan worden. − VNOG is dé organisatie in de regio voor samenwerking aan veiligheid. − VNOG helpt mens en dier in nood en ondersteunt om gevaar te voorkomen. − Bij een incident, crisissituatie of ramp staat VNOG garant voor professionele hulpverlening: o VNOG heeft een fijnmazig netwerk van slagvaardige brandweerposten met passend materieel en goed opgeleide en getrainde medewerkers (Brandweer). o VNOG coördineert de geneeskundige hulpverlening bij rampen/crises (GHOR). o Samen met partners (o.a. gemeenten) bereiden we ons voor op crises en bestrijden die (Multidisciplinaire crisisorganisatie).

− VNOG zet in op zelfredzaamheid. Wij helpen inwoners, bedrijven en gemeenten om die te vergroten, stimuleren veilig gedrag en helpen gemeenten goede vergunningen te verlenen. − VNOG verzamelt, monitort, analyseert en duidt data. Daarmee beoordelen we risico’s en we gebruiken die informatie bij onze voorlichting, advisering en bij de bestrijding. − Wij voeren alle ondersteunende werkzaamheden voor onze taken uit, zoals oefenen, opleiden, inkoop, onderhoud en alle achterliggende administratie. − VNOG zet in op samenwerking met vele partners, want die is waardevol, noodzakelijk en onmisbaar: regionaal, interregionaal, landelijk en internationaal. − Met daadkracht, deskundigheid, en passie -onze kernwaarden- geven wij samen met partners uitvoering aan onze missie: ‘Samen werken aan veiligheid’

Pagina 62 van 108

In het beleidsplan zijn zes speerpunten benoemd voor de periode 2025-2028. Deze speerpunten zijn: Crisisbeheersing, Grensoverstijgende samenwerking, Informatievoorziening, Arbeidsmarkt, Natuurbrandbeheersing (excelleren) en Risicobewustzijn & Veilig Gedrag (excelleren)5. Voor de uitvoering van de speerpunten zijn in het beleidsplan 42 concrete acties geformuleerd die we gefaseerd de komende vier jaar uitvoeren6. VNOG rapporteert ieder half jaar op de stand van de acties in de reguliere P&C-documenten. Op die manier kan de voortgang van het beleidsplan worden gevolgd en houden we focus op de grote doelstellingen, naast de uitvoering van de reguliere taken en dagelijkse werkzaamheden. Het is de insteek dat het beleidsplan binnen de bestaande begroting wordt uitgevoerd. De komende jaren kunnen externe (autonome) ontwikkelingen (zoals nieuwe dreigingen, nieuwe crises, instabiliteit, stijgende prijzen en kosten, rijksbezuinigingen) en nieuwe gewenste taken (bijvoorbeeld als gevolg van gewenste aanvullende dienstverlening vanuit de samenleving, het Rijk, de gemeenten of het VNOG-bestuur) leiden tot kostenstijgingen, die een stijging van de gemeentelijke bijdragen tot gevolg kunnen hebben. Als dit soort ontwikkelingen zich voordoen, zullen die, als gebruikelijk, éérst in de kadernota’s worden geschetst, zodat daar dan besluitvorming over kan plaatsvinden.

5 6

Daarnaast is er in het beleidsplan speciale aandacht voor duurzaamheid en innovatie Onder de 42 acties zitten ook de 5 resterende punten uit de oude Toekomstvisie-Opdrachten

Pagina 63 van 108

II. Jaarrekening

Pagina 64 van 108

5. Balans per 31 december 2024 ACTIVA Ultimo 2024

Ultimo 2023

40.801.224

34.720.865

VASTE ACTIVA Materiële vaste activa investeringen met een economisch nut Totaal materiële vaste activa

40.801.224

34.720.865

VLOTTENDE ACTIVA Uitzettingen < 1 jaar Vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen in 's Rijks schatkist < 1 jaar

329.400

340.229

7.815.685

1.299.478

Rekening courant verhouding met Rijk Overige vorderingen Totaal Uitzettingen < 1 jaar Liquide middelen

27.946

3.730.959

8.173.030

5.370.665

851.377

374.501

Overlopende activa Nog te ontvangen bijdragen van Overige NL Ov. Lich. Nog te ontvangen bijdrage Rijk Overige nog te ontvangen bedragen

96.894 1.285.661

96.894

167.931

2.362.339

Vooruitbetaalde bedragen

1.841.784

2.372.392

Totaal Overlopende activa

3.392.271

4.831.625

TOTAAL VLOTTENDE ACTIVA

12.416.678

10.576.791

53.217.902

45.297.655

TOTAAL ACTIVA

Pagina 65 van 108

PASSIVA Ultimo 2024

Ultimo 2023

Eigen Vermogen Het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening

1.792.945

2.831.788

Algemene reserve

1.135.114

1.135.114

Bestemmingsreserves

19.788.653

15.907.159

22.716.712

19.874.060

1.580.481

1.157.692

19.125.000

13.491.667

0

1.078.469

Totaal Vaste schulden > 1 jaar

19.125.000

14.570.136

TOTAAL VASTE PASSIVA

43.422.192

35.601.888

Overige schulden

4.875.793

4.155.008

Totaal Netto vlottende schulden < 1 jaar

4.875.793

4.155.008

3.829.045

4.099.885

Overlopende passiva - voorschotten bijdrage Rijk

155.411

1.247.374

Overlopende passiva - vooruitontv.bedr. van overige overheid

934.553

193.500

VASTE PASSIVA

Totaal Eigen Vermogen Voorzieningen Vaste schulden > 1 jaar Onderhandse lening binnenlandse banken en overige financiële instellingen Onderhandse lening van openbare lichamen

VLOTTENDE PASSIVA Netto vlottende schulden < 1 jaar Banksaldi

Overlopende passiva Overlopende passiva - verplichtingen

Overlopende passiva - Overige vooruit ontvangen bedragen

908

Totaal Overlopende passiva

4.919.917

5.540.759

TOTAAL VLOTTENDE PASSIVA

9.795.710

9.695.767

53.217.902

45.297.655

TOTAAL PASSIVA

Pagina 66 van 108

6. Overzicht van baten en lasten Programma

Baten 1.0 Risico- en crisisbeheersing

Begroting 2024

Begroting na wijziging 2024

Realisatie 2024

Verschil 2024

0

36.700

714.649

677.949

2.0 Brandweerzorg

14.000

14.000

363.959

349.959

3.0 GHOR

48.000

48.000

40.550

-7.450

4.0 MON

3.533.000

3.733.275

3.809.423

76.148

152.000

263.347

111.347

5.0 Directie en control 6.0 Bedrijfsvoering 7.0 Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien 8.0 Kazernes in eigendom en overgangsrecht

5.000

235.000

379.642

144.642

64.193.240

65.334.570

64.916.734

-417.836

3.058.000

3.039.600

2.996.980

-42.620

70.851.240

72.593.145

73.485.283

892.138

Lasten 1.0 Risico- en crisisbeheersing

8.834.200

10.361.660

9.613.369

748.291

2.0 Brandweerzorg

30.458.005

34.024.305

31.818.654

2.205.651

3.0 GHOR

2.059.700

2.406.400

2.049.062

357.338

4.0 MON

4.739.000

5.349.075

5.026.199

322.876

972.500

1.269.500

1.287.591

-18.091

6.0 Bedrijfsvoering

15.896.670

18.367.185

17.575.527

791.658

7.0 Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien

6.291.150

1.077.367

275.249

802.118

8.0 Kazernes in eigendom en overgangsrecht

3.058.000

3.039.600

2.996.980

42.620

Totaal Lasten

72.309.225

75.895.092

70.642.631

5.252.461

Totaal saldo baten en lasten

-1.457.985

-3.301.947

2.842.652

-6.144.599

1.457.985

5.643.010

4.846.214

-796.796

2.341.063

5.895.921

-3.554.858

3.301.947

-1.049.706

4.351.653

1.792.945

-1.792.945

Totaal Baten

5.0 Directie en control

Mutaties reserves Onttrekkingen Toevoegingen Saldo reserves

1.457.985

Resultaat

Pagina 67 van 108

6.1. Verklaring resultaat 2024 op hoofdlijnen Het positief jaarresultaat 2024 bedraagt € 1.793.000. Hieronder worden de verschillen tussen de begroting 2024 (na wijzigingen) en de realisatie toegelicht. Deze is zoals gebruikelijk onderverdeeld naar een aantal hoofdlijnen: Personeel, Vrijwilligers, Exploitatie, Kapitaallasten en Renteresultaat. Onderstaande tabel vergelijkt de uitkomsten over 2024 met twee voorgaande jaren. Verklaring resultaat op hoofdlijnen

2022

2023

2024

Verschil

Verschil

Verschil

Personeel

313.000

1.105.000

-74.000

Vrijwilligers

402.000

338.000

454.000

Exploitatie

1.023.000

1.539.000

980.000

Kapitaallasten

0

0

0

Renteresultaat

256.000

409.000

390.000

2.510.000

2.832.000

1.793.000

Totaal

Personeel Binnen het budget Personeel worden naast salarissen en sociale lasten, inhuur en detachering ook de aan Personeel gerelateerde exploitatiekosten verantwoord. Binnen de begroting van VNOG is vrijwel geen budget voor inhuur aanwezig. De tijdelijke invulling als gevolg van verzuim en vacatures en de tijdelijke invulling van specialistische functies voor projecten worden hierdoor grotendeels gefinancierd uit het positieve saldo op salarissen en sociale lasten en daarnaast uit onttrekkingen aan reserves of voorzieningen. Gezien de huidige situatie op de arbeidsmarkt wordt verwacht dat deze situatie niet op korte termijn verandert. De kosten voor inhuur hebben betrekking op de uitvoering van reguliere taken waarvoor op dat moment door ziekte, vacature of specialisme geen interne capaciteit beschikbaar was. De belangrijkste posten binnen deze component zijn: • • • • • •

Netwerk- en systeembeheerder(s) Adviseur externe veiligheid Projectleiding informatiegestuurd werken Projectleiding verkennend onderzoek Regeling Operationeel Functionarissen (ROF) Bevelvoerder(s) Adviseur financiën

Er zijn in 2024 detacheringsvergoedingen in rekening gebracht aan aanverwante organisaties voor uitvoering van werkzaamheden en projecten door aan hen gedetacheerde VNOG medewerkers. Dit betreft specialistische functies waarbij onderlinge samenwerking voordelen biedt en enkele VNOG medewerkers die een aanstelling boven de formatieve sterkte hebben. Binnen de Programmabegroting 2024 werd voor het budget Personeel een aanspraak gedaan op de Bedrijfsvoeringsreserve voor het oplossen van personele knelpunten binnen de programma’s Brandweerzorg en Bedrijfsvoering. Als gevolg van incidentele voordelen op deze programma’s was deze aanspraak niet nodig. Een bedrag van € 711.000 hoeft hierdoor niet onttrokken te worden aan de Bedrijfsvoeringsreserve.

Pagina 68 van 108

Vrijwilligersvergoedingen Het budget voor vrijwilligersvergoedingen wordt ten behoeve van sturing extracomptabel onderverdeeld in diverse deelbudgetten. Het deelbudget voor inzetten (uitrukken) is in 2024 onderschreden. Deze onderschrijding van € 320.000 wordt ten gunste van de egalisatiereserve uitrukken gebracht totdat deze reserve een maximum van € 400.000 heeft bereikt. Dit maximum is met deze jaarrekening bereikt (waardoor niet de totale onderschrijding is gestort). Hieronder een overzicht op deelniveau van het vrijwilligersbudget 2024: Vrijwilligers

Budget exclusief werkgeverslasten 2024

Realisatie exclusief werkgeverslasten 2024

vaste vergoeding

1.333.000

inzeturen

2.046.000

1.722.825

kazernering

1.415.000

1.367.424

vakbekwaam blijven

1.802.000

2.000.270

vakbekwaam worden

476.000

501.915

ondersteuning vakbekwaamheid

386.000

430.174

PPMO

136.000

109.608

1.373.436

keuringen

13.000

119

brandveilig leven

20.000

11.957

vergaderen

53.000

41.092

onderhoud

166.000

138.389

declaraties

88.000

153.751

overig

120.000

191.261

Totaal exclusief werkgeverslasten

8.054.000

8.042.221

diversen w.o. werkgeverlasten en inhuur

1.101.000

604.096

Totaal uitgaven vrijwilligersvergoedingen

9.155.000

8.646.317

resultaat

508.683

Toevoeging aan egalisatiereserve "uitrukken"

54.544 454.139

Exploitatie De volgende tabel geeft het verschil in exploitatiekosten per programma weer. In paragraaf 6.2 is een uitgebreidere toelichting per programma opgenomen. Exploitatiekosten per programma

2024

1. Risico- en Crisisbeheersing

181.000

2. Brandweerzorg

183.000

3. GHOR

164.000

4. MON/MKON

-

5. Directie en Control

48.000

6. Bedrijfsvoering

78.000

7. Algemene Dekkingsmiddelen

369.000 -

8. Brandweerkazernes in eigendom en overgangsrecht Totaal

1.023.000

Kapitaallasten (rente en afschrijving) In de begroting 2024 is een budget van € 7.316.300 opgenomen voor kapitaallasten (rente en afschrijving exclusief kazernes en meldkamer) en een onttrekking aan de egalisatiereserve afschrijvingen van € 1.202.985. De werkelijke kapitaallast is € 4.955.416 en is daarmee € 2.360.884 lager dan begroot. De oorzaak hiervoor ligt met name in de (in de afgelopen jaren) uitgestelde investeringen in brandweermateriaal/- materieel. Het verschil tussen de begrote en werkelijke kapitaallast is conform vastgesteld beleid toegevoegd aan de egalisatiereserve afschrijvingen.

Pagina 69 van 108

In 2024 is voor € 183.367 aan materieel verkocht en de opbrengsten zijn conform vastgesteld beleid toegevoegd aan de egalisatiereserve afschrijvingen. Programma Risico- en Crisisbeheersing

Werkelijk 2023

Begroting 2024

Werkelijk 2024

Restant 2024

76.767

27.300

921

26.379

4.432.442

6.287.800

4.383.240

1.904.560

GHOR

-

19.100

12

19.088

Directie & Control

-

-

-

-

650.415

982.100

571.242

410.858

Brandweerzorg

Bedrijfsvoering Algemene Dekkingsmiddelen

5.159.624

Pagina 70 van 108

7.316.300

4.955.416

2.360.884

6.2. Specificatie per programma In deze paragraaf wordt per programma een tabel met de realisatie per product en een tabel met een toelichting op overschrijdingen en minder-uitgaven vanaf € 75.000 gepresenteerd. Programma 1 Risico- en Crisisbeheersing Product

L/B

01. PERSONELE KOSTEN-Personele kosten

Baten

28. REGIONAAL BRANDMELDSYSTEEM-Regionaal Brandmeldsysteem

29. PROJECTEN-Projecten

Begroting 2024

Begroting na wijziging 2024

Realisatie 2024 44.429

44.429

Lasten

7.076.200

8.542.375

7.931.303

611.072

Saldo

-7.076.200

-8.542.375

-7.886.874

-655.501

Baten

0

0

Lasten

0

0

-2.359

2.359

Saldo

0

0

0

Baten

90. OVERIG-Overig

95. RENTE EN AFSCHRIJVING-Rente en afschrijving

99. MUTATIE(S) RESERVE(S)-Mutatie(s) reserve(s)

Verschil 2024

2.359

-2.359

188.529

188.529

Lasten

416.000

364.374

51.626

Saldo

-416.000

-175.845

-240.155 444.991

Baten

0

36.700

481.691

Lasten

1.730.700

1.375.985

1.319.131

56.854

Saldo

-1.730.700

-1.339.285

-837.440

-501.845

Baten Lasten

27.300

27.300

921

26.379

Saldo

-27.300

-27.300

-921

-26.379

-8.834.200

-10.324.960

-8.898.721

-1.426.239

nadeel

nadeel

nadeel

voordeel

125.000

651.000

410.845

-240.155

25.000

738.427

-713.427

125.000

626.000

-327.582

953.582

125.000

626.000

-327.582

953.582

voordeel

voordeel

nadeel

nadeel

-8.709.200

-9.698.960

-9.226.303

-472.657

nadeel

nadeel

nadeel

voordeel

Baten Lasten Saldo

Totaal saldo baten en lasten

Mutaties reserves 1.0 Risico- en crisisbeheersing

Baten Lasten Saldo

Saldo reserves

Resultaat

Product

Toelichting

Bedrag

01. PERSONELE KOSTEN

Saldo op salarissen, inhuur en detachering personeel wordt op totalen verantwoord en toegelicht in § 6.1.

-655.501

Voordeel/Nadeel Voordeel

-655.501 28. REGIONAAL Afwijkingen < € 75.000 BRANDMELDSYSTEEM

-2.359

29. PROJECTEN

-240.155

Voordeel -2.359

In 2024 is gestart met het project; 'Gebiedsgerichte Aanpak Natuurbrandbeheersing'. Dit betreft een gezamenlijk project met de Provincie Gelderland, Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden, Veiligheidsregio Gelderland-Zuid en Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland. Op 14 december 2023 heeft het algemeen bestuur € 416.000 beschikbaar gesteld. De verwachte operationele looptijd duurt tot en met 2026. In 2024 is door VNOG voor € 175.845 aan kosten gemaakt. Dit bedrag is onttrokken aan de bestemmingsreserve Gebiedsgerichte Aanpak Natuurbrandbeheersing. Het restant van €240.155 blijft in de bestemmingsreserve Gebiedsgerichte Aanpak Natuurbrandbeheersing en zal naar verwachting gedurende de looptijd van het project worden onttrokken.

Voordeel

-240.155

Pagina 71 van 108

90. OVERIG

Als onderdeel van de extra BDuR zijn diverse exploitatiebudgetten ingesteld. Dit betreft o.a. het flexibele exploitatiebudget voor (langdurige) crisis van € 150.000 hier is in 2024 geen aanspraak op gemaakt. Daarnaast zijn er onderschrijdingen voor het beschikbare budget vanuit de extra BDuR voor het opleiden, trainen en oefenen voor langdurige crises. Alle onderschrijdingen ten aanzien van de exploitatiebudgetten van de extra BDuR worden gestort in de (egalisatie)reserve noodfonds crisisbeheersing (BDuR) . Verdere afwijkingen < €75.000

-295.583

Voordeel

-206.262

Voordeel -501.845

95. RENTE EN AFSCHRIJVING

-26.379

Voordeel

Voor een toelichting zie § 6.1. -26.379

99. MUTATIE(S) RESERVE(S)

Egalisatie noodfonds crisisbeheersing (extra BDuR)

687.048

Nadeel

Gebiedsgerichte aanpak natuurbrandbestrijding

240.155

Nadeel

Egalisatiereserve afschrijvingen

26.379

Nadeel 953.582

Totaal

-472.657 Voordeel

Pagina 72 van 108

Programma 2. Brandweerzorg Product

L/B

01. PERSONELE KOSTEN-Brandweerzorg

Baten

Begroting 2024

Begroting na wijziging 2024

Realisatie 2024 95.710

95.710

9.732.100

12.029.000

12.082.195

-53.195

Saldo

-9.732.100 -12.029.000 -11.986.485

-42.515

Baten

578

578

Lasten

02. VRIJWILLIGERS VERGOEDINGEN-Brandweerzorg

08. VRIJWILLIGERS OVERIG-Brandweerzorg

20. OPERATIONELE VOORBEREIDING-Brandweerzorg

21. MATERIEEL EN LOGISTIEK-Brandweerzorg

24. VAKBEKWAAM WORDEN EN BLIJVEN-Brandweerzorg

90. OVERIG-Brandweerzorg

95. RENTE EN AFSCHRIJVING-Brandweerzorg

99. MUTATIE(S) RESERVE(S)-Mutatie(s) reserve(s)

Verschil 2024

Lasten

8.077.600

9.155.000

8.646.895

508.105

Saldo

-8.077.600

-9.155.000

-8.646.317

-508.683

Baten Lasten

226.800

243.800

256.794

-12.994

Saldo

-226.800

-243.800

-256.794

12.994

Lasten

30.000

15.000

19.790

-4.790

Saldo

-30.000

-15.000

-19.790

4.790

187.265

187.265

Baten

Baten Lasten

2.873.905

2.926.905

3.237.621

-310.716

Saldo

-2.873.905

-2.926.905

-3.050.355

123.450

670

670

Lasten

3.109.160

3.261.560

3.116.547

145.013

Saldo

-3.109.160

-3.261.560

-3.115.877

-145.683 65.735

Baten

Baten

14.000

14.000

79.735

Lasten

125.240

105.240

75.572

29.668

Saldo

-111.240

-91.240

4.164

-95.404

4.383.240

1.904.560

Baten Lasten

6.283.200

6.287.800

Saldo

-6.283.200

-6.287.800

-4.383.240 -1.904.560

Baten Lasten Saldo

Totaal saldo baten en lasten

-30.444.005 -34.010.305 -31.454.696 -2.555.609

nadeel

nadeel

nadeel

voordeel

Mutaties reserves 2.0 Brandweerzorg

Baten

883.000

629.424

-253.576

Lasten

226.900

2.360.471

-2.133.571

Saldo

656.100

-1.731.047

2.387.147

656.100

-1.731.047

2.387.147

voordeel

nadeel

nadeel

-30.444.005 -33.354.205 -33.185.743

-168.462

Saldo reserves

Resultaat

nadeel

nadeel

nadeel

voordeel

Toelichting op Voordeel (V)/Nadeel (N) vanaf € 75.000 Product

Toelichting

Bedrag

01. PERSONELE KOSTEN

Saldo op salarissen, inhuur en detachering personeel wordt op totalen verantwoord en toegelicht in § 6.1.

-42.515

02. VRIJWILLIGERS VERGOEDINGEN

Voor een toelichting zie § 6.1; toevoeging aan egalisatiereserve uitruk staat onder nr. 99.

-508.683

Pagina 73 van 108

Voordeel/Nadeel Voordeel

-42.515 Voordeel -508.683

08. VRIJWILLIGERS OVERIG

Totale afwijking < € 75.000

12.994

Nadeel 12.994

20. OPERATIONELE VOORBEREIDING

Beperkt gebruik nazorgondersteuning Er is in 2024 beperkt gebruik gemaakt van de beschikbare nazorgondersteuning voor medewerkers. Hoewel dit vanuit welzijnsperspectief een positieve ontwikkeling is, heeft het ook geleid tot een onderschrijding van het hiervoor gereserveerde budget. Totale afwijking < € 75.000

21. MATERIEEL EN LOGISTIEK Vervanging dienstkleding voor het nieuwe uniform € -380.400. Voor dit doel is een reserve gevormd waaruit € 308.000 is onttrokken.

4.790

4.790

90. OVERIG

95. RENTE EN AFSCHRIJVING 99. MUTATIE(S) RESERVE(S)

123.450

In het boekjaar 2024 is er sprake van een onderschrijding van het budget voor vakbekwaamheid. Deze onderschrijding kan worden toegeschreven aan verschillende factoren, die hieronder worden toegelicht. - Vertraging Combi-voertuigen Door een vertraagde levering van nieuwe combi-voertuigen is de productie van geplande kennisclips en instructiefilmpjes niet uitgevoerd. Deze kosten waren wel opgenomen in de oorspronkelijke begroting. - Vakbekwaamheidsprogramma Actiecentrum Brandweer Het programma voor vakbekwaam blijven van het actiecentrum brandweer is door ziekte niet volgens planning uitgevoerd. Hierdoor is er minder budget aangewend dan oorspronkelijk begroot. - Aangepast programma chauffeurstrainingen Hoewel er een vast jaarlijks budget is vastgesteld voor chauffeurstrainingen (voor een periode van vier jaar), is er dit jaar minder budget benodigd geweest. Dit komt door een aangepaste uitvoering van het programma, waarbij rekening is gehouden met de belastbaarheid van de vrijwilligers. - Minder herexamens In 2024 is het aantal benodigde herexamens lager uitgevallen dan verwacht, wat heeft geresulteerd in lagere examenkosten. - Opleidingstraject C-rijbewijs Een aantal kandidaten heeft het traject voor het behalen van het Crijbewijs niet binnen het boekjaar afgerond.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15393703/1