CConstaterende datErmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

Ruimtelijke onderbouwing e250032158

Gemeenteraad 25 juni 2025, gemeente ErmeloBij agendapunt: Kaders vaststellen Suikerbakker21.382 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

• Gezonde lokale economie – Een aantrekkelijke groene omgeving stimuleert economische activiteit. Hoofdlijnen van de Groenvisie De Groenvisie richt zich op de volgende speerpunten: • Behouden en versterken van de waarde(n) van het bestaande groen. • Verhogen van de kwaliteit van het groen. • Compensatie van waardevol groen dat verdwijnt, door nieuw groen aan te planten. • Vergroening van specifieke gebieden (zoals delen van het centrum en wijken ten zuiden daarvan) in het kader van klimaatbestendigheid. • Vergroten van groenbewustzijn en participatie van inwoners. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen: Structureel groen: Dit is het groen dat essentieel is voor de gezondheid van de natuur en de aantrekkelijkheid van Ermelo als woon-, werk-, recreatie- en ondernemingsgebied. Het structurele groen is vastgelegd op twee kaarten: één voor de bebouwde kom en één voor het buitengebied. Bij elke ruimtelijke ontwikkeling wordt dit groen meegewogen. Groen in de leefomgeving: Dit is het openbare groen in woonwijken dat niet op de groenkaarten staat, maar toch bijdraagt aan een prettige woonomgeving. Uitvoeringsnota Groen- en Natuurinclusief Bouwen Om het belang van groen verder te verankeren, heeft de gemeente Ermelo de uitvoeringsnota Groen- en natuurinclusief bouwen vastgesteld.

Het doel hiervan is meer groen in woonomgevingen te integreren, de biodiversiteit te versterken en een prettige leefomgeving te creëren. Voor grote bouwprojecten geldt de eis dat minimaal 26 punten op het gebied van groen en biodiversiteit behaald moeten worden.

Gemeente Ermelo April 2025

Toets initiatief aan Groenvisie Ermelo 2017-2027 Met dit plan blijft de groene structuur binnen het plangebied behouden en wordt waar nodig versterkt, zie ook het inrichtingsplan in bijlage 1. De kenmerkende eik binnen het plangebied wordt behouden, aan de randen van het plangebied worden groene elementen toegevoegd. Het kleinere gebouw krijgt een groendak. Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning van de bouw van de woningen zal worden aangegeven hoe wordt voldaan aan de 11 punten voor groen en biodiversiteit. 4.3.5 Visie duurzaamheid Ermelo In het vastgestelde 'Programma Duurzaamheid' zijn de volgende twee ambities verwoord: Ermelo is energieneutraal in 2030 en klimaatneutraal in 2035. In het programma Duurzaamheid presenteert Ermelo zich als een op duurzaamheid gerichte gemeente. Op grond van het Bouwbesluit (tegenwoordig BBL) worden vanaf 2019 strikte eisen gesteld aan de EPC waarden. Om duurzaamheid een nog prominentere plek te geven kunnen investeringen in duurzaamheidsmaatregelen, die verder gaan dan het bouwbesluit, bijvoorbeeld in energieneutrale en klimaatneutrale woningen, worden ingezet als vereveningsbijdrage. Ook wil de gemeente duurzaamheid nadrukkelijker agenderen door meer planologische ruimte te bieden aan initiatieven die substantieel bijdragen aan duurzaamheid.

Gezien de toekomst van de energie infrastructuur dient geanticipeerd te worden op gasloze nieuwe woningbouw. Toets initiatief aan Visie duurzaamheid Ermelo De nieuwe appartementen zullen conform het Besluit bouwwerken leefomgeving bijna energieneutraal gerealiseerd en voldoen daarmee aan de duurzaamheidsambitie van de gemeente Ermelo. 4.5.6 Visie Klimaatadaptatie De visie Klimaatadaptatie is op 12 november 2020 vastgesteld. De ambitie is 'Een klimaatbestendige leefomgeving waarbij we ons voorbereiden op de verandering van het klimaat op de korte (2020) en op de lange termijn (2050). Voor de 3 klimaatadaptatie thema's (wateroverlast, hittestress en droogte) zijn doelstellingen en inspanningen geformuleerd voor de periode 20202025. Wateroverlast Doelstelling: Wateroverlast zoveel mogelijk voorkomen waarbij we ons voorbereiden op extreme neerslag. Inspanningen: stimuleren van particuliere initiatieven en derden oplossen van grote knelpunten in de openbare ruimte Hittestress Doelstelling: Het dorp en haar inwoners voorbereiden op en minder kwetsbaar maken voor hittestress.

Inspanningen: bewustwording vergroten rondom de gevolgen van hittestress en de wijze waarop inwoners zich hiertegen kunnen beschermen groenstructuren in de openbare ruimte versterken en bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen op hittebestendig bouwen/inrichten benadrukken van het belang van bomen en waar mogelijk extra bomen bijplaatsen Droogte Doelstelling: De gevaren van droogte beperken door in te spelen op het vasthouden van regenwater, het verbeteren van de grondwaterstand(en) en door zorgvuldig om te gaan met watergebruik. Inspanningen: bewustwording vergroten rondom het verminderen van het watergebruik in warme periodes inzetten op een verbreding in variatie in het bomen-bossen bestand Toets initiatief aan Visie Klimaatadaptatie In hoofdstuk 3 is uitgebreid ingegaan op de beoogde maatregelen voor een duurzame leefomgeving en hoe dit in voorliggend plan is toegepast. Bovendien zal bij de aanvraag voor de omgevingsvergunning bouwwerken en buitenruimte nader op de exacte invulling worden ingegaan. Gemeente Ermelo April 2025

Vooralsnog is in de plant voldoende ruimte om te voldoen aan de doelstellingen van de Visie Klimaatadaptie. 4.5.7 Verordening fysieke leefomgeving De verordening fysieke leefomgeving bevat regels uit verschillende verordeningen als tussenstap naar het toekomstige omgevingsplan. Het doel hiervan is overzicht te creëren welke regels in lokale verordeningen gelden voor de fysieke leefomgeving. De regels zijn na de inwerktreding van de Omgevingswet gefaseerd verwerkt in het omgevingsplan. De Verordening fysieke leefomgeving bevat artikelen over: -

Bescherming milieu, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen Geluidhinder Bomen Standplaatsen Openbaar water en waterstaatswerken Erfgoed Afvalstoffen Begraafplaatsen Ondergrondse infrastructuren Markt Bodem Riool

Toetsing aan Verordening fysieke leefomgeving In hoofdstuk 5 van dit plan wordt nader ingegaan op de gevolgen door dit plan op de fysieke leefomgeving. Binnen het plangebied staat een waardevolle eik. Deze blijft behouden met het plan. Aan de randen van het plangebied worden groene elementen toegevoegd. Het riool wordt aangesloten op het gemeentelijke riool. Hierbij wordt schoon- en vuilwater gescheiden afgevoerd in overeenstemming met een gescheiden stelsel doe voldoet aan de lokale eisen. Buitenriolering wordt flexibel aangesloten om zetting schade te voorkomen. Afwatering van verharding vindt plaats via straatkolken. 4.6 Conclusie beleid Uit de voorgaande beleidstoets is gebleken dat de voorgenomen ontwikkeling past binnen het waterschapsbeleid en nationale, provinciale, regionale en gemeentelijke beleid.

Gemeente Ermelo April 2025

5. Fysieke leefomgeving 5.1 Landschappelijke, stedenbouwkundige en cultuurhistorische waarden 5.1.1 Landschappelijke en stedenbouwkundige waarden Wettelijk kader Overheden moeten stedenbouwkundige kwaliteit meenemen bij het evenwichtig toedelen van functies aan locaties in het omgevingsplan (artikelen 2.4 en 4.2 Omgevingswet). Het belangrijkste instrument om de ambitie voor stedenbouwkundige kwaliteit vast te leggen, is de omgevingsvisie. Dit speelt op verschillende schaalniveaus, zie hoofdstuk4. Bij het opstellen van het gemeentelijke omgevingsplan moet de gemeente voldoen aan de instructieregels. Deze staan in paragraaf 5.1.5 van het Besluit kwaliteit Leefomgeving (Bkl): Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed. Hierin staan instructieregels over: ▪ ▪

Cultureel erfgoed en werelderfgoed (zie paragraaf 5.1.5) Ladder voor duurzame verstedelijking (zie paragraaf 5.2.2)

Hoe is het verwerkt in het plan? Met dit plan ligt de nadruk op het behoud van de huidige ruimtelijke structuur, en daarom is in het plan rekening gehouden met dat de nieuwe bebouwing zoveel mogelijk aansluit op de andere bebouwing rondom het gebied, meelopend met de wegenstructuur. Aan de buitenzijde van het plangebied worden groenelementen toegevoegd. Het parkeren vindt achter de bebouwing uit het zicht plaatst. Wat betreft landschappelijke inrichting en architectonisch ontwerp zal het plan nader uitgewerkt worden voor de aanvraag omgevingsvergunning bouw. Regels Er zijn geen regels van toepassing. 5.1.2 Ruimtelijke- en omgevingskwaliteit Wettelijk kader Voor het aspect ruimtelijke en omgevingskwaliteit wordt getoetst of de aangevraagde activiteit bijdraagt aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, zoals vereist onder artikel 5.1 van de Omgevingswet en artikel 2.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Hierbij wordt beoordeeld of de activiteit ruimtelijk inpasbaar is binnen de omgeving en of deze voldoet aan de eisen voor landschappelijke inpassing, stedenbouwkundige kwaliteit en gebruikswaarde. Daarnaast wordt gekeken naar de effecten op de directe leefomgeving, waaronder het behoud van bestaande kwaliteiten zoals natuur, cultuurhistorie en de visuele samenhang van het gebied.

Eventuele voorwaarden of mitigerende maatregelen kunnen worden opgelegd om negatieve effecten te beperken en een goede ruimtelijke ordening te waarborgen. Hoe is het verwerkt in het plan? De ontwerpplan is afgestemd en geaccordeerd door welstand. Op basis hiervan is het inrichtingsplan, bijlage 1, opgesteld. De verdere uitwerking wordt toegelicht in de bouwaanvraag. Regels Er zijn geen regels van toepassing. 5.1.3 Bezonning en visuele hinder Wettelijk kader Voldoende zonlicht en schaduw zijn aspecten van de fysieke leefomgeving (artikel 2.1 Omgevingswet). Hierdoor is het een onderdeel van de taak van de gemeente voor het evenwichtig toedelen van functies aan locaties (artikel 2.4 en 4.2 Omgevingswet) in het omgevingsplan. De rijksoverheid heeft voor dit aspect van de fysieke leefomgeving geen instructieregels opgesteld. Daarom heeft de gemeente de vrijheid om deze zelf in te vullen. Daarbij kan de gemeente gebruikmaken van alle mogelijkheden van het instrument omgevingsplan. Bij bezonning bij ruimtelijke plannen gaat het om voldoende zon op de gevel en om schaduwwerking. Nieuwbouw kan schaduw veroorzaken op de openbare ruimte of tuinen van omwonenden. Voorkomen moet worden dat de schaduw te veel toeneemt. Sommige functies hebben juist een goede bezonning nodig, zoals tuinen, terrassen of speelplekken.

Hoe is het verwerkt in het plan? Het plan is zo opgesteld dat er geen sprake is van te veel schaduw op de nieuwe woningen of op de bestaande woningen om het plangebied heen. Er is doormiddel van het inrichtingsplan, zie bijlage Gemeente Ermelo April 2025

1, gezorgd voor voldoende schaduw en zon op de gewenste plekken. De woonblokken zijn in twee richtingen georiënteerd. Regels Er zijn geen regels van toepassing. 5.1.4 Beeldkwaliteit, architectuur en welstand’ Welstand gaat over hoe de uiterlijke kenmerken van een bouwwerk in de omgeving passen, denk aan vorm, kleur of gebruikte materialen en soms ook plaatsing. De redelijke eisen van welstand zijn te vinden in de welstandsnota van de gemeente. In de bruidsschat zijn regels opgenomen met betrekking tot (1) repressief welstand (art. 22.7 Bruidsschat - Bs), oftewel de excessenregeling en (2) beoordeling van een aanvraag om een omgevingsvergunning met betrekking tot een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk (art. 22.29 Bs). De regel geldt niet bij een bouwwerk of in een gebied dat de gemeente als welstandsvrij heeft aangewezen. Beoordeling van een aanvraag voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit Artikel 22.29 lid 1 onder b Bs bepaalt dat een omgevingsvergunning met betrekking tot een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerken alleen wordt verleend als het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk voldoende past in het omgevingsbeeld, het omgevingsbeeld niet verstoort en daarmee niet in strijd is met de redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de welstandsnota.

Tijdelijke bouwwerken, niet zijnde seizoensgebonden werken zijn uitgesloten van deze welstandstoets. Repressief welstand De excessenregeling ziet erop toe dat gemeenten een eigenaar kan verplichten om aanpassingen aan het bouwwerk te verrichten waarmee de ernstige strijd met redelijke eisen van welstand wordt opgeheven. Onder de Omgevingswet gebeurt dit middels een maatwerkvoorschrift (art. 22.4 Bs). De excessenregeling is (met name) van toepassing op bestaande situaties en is minder relevant voor het beoordelen van een aanvraag voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Hoe is het verwerkt in het plan? Dit plan betreft het planologisch toestaan van 29 appartementen in twee bouwblokken in het plangebied. Toetsing aan welstand en beeldkwaliteit vindt plaats bij de aanvraag van een omgevingsvergunning met betrekking tot een bouwactiviteit. Regels Er zijn geen regels van toepassing, 5.1.5 Cultuurhistorie Wettelijk kader Bij het beschermen van cultureel erfgoed in het omgevingsplan moet rekening worden gehouden met bepaalde uitgangspunten. Het Rijk geeft hiervoor instructieregels (artikel 5.130 lid 2 Bkl). Deze gaan over: 1. Ontsiering, beschadiging of sloop van beschermde monumenten of archeologische monumenten; 2. Verplaatsing van beschermde monumenten; 3. Gebruik van monumenten ter voorkoming van leegstand; 4. Aantasting van de omgeving van een beschermd monument; 5.

Conserveren en in stand houden van archeologische monumenten. Hoe is het verwerkt in het plan? Er bevinden zich, op basis van de monumentenlijst van Ermelo, in het plangebied geen rijks- of gemeentelijke monumenten. Verder is er in of in de directe nabijheid van het plangebied geen sprake van bijzondere cultuurhistorische waarden die door deze ontwikkeling mogelijk negatief kunnen worden beïnvloed. Gesteld wordt dat het aspect cultuurhistorie geen belemmering vormt voor dit plan. Regels Er zijn geen regels van toepassing. 5.1.6 Archeologie Door het Verdrag van Malta zijn overheden verplicht om in het ruimtelijk beleid zorgvuldig om te gaan met het archeologisch erfgoed. Voordat er bodemingrepen plaatsvinden, is een archeologisch Gemeente Ermelo April 2025

onderzoek nodig. Dit geldt zowel voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen, als waar een reële verwachting bestaat dat er archeologische waarden voorkomen. Sinds 1 juli 2016 is een deel van de omgang met archeologisch erfgoed geregeld in de Erfgoedwet (de Monumentenwet trad uit werking). Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving is overgegaan naar de Omgevingswet toen deze in werking trad op 1 januari 2024. De bescherming van de aanwezige en de te verwachten archeologische waarden door bodemverstorende activiteiten blijft geregeld. Hierbij wordt uitgegaan van het zo vroeg mogelijk betrekken van de archeologische waarden in het ruimtelijke ordeningsproces. In de regels van het bestemmingsplan ‘Kom Ermelo’ is opgenomen dat de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk op de voor archeologie bestemde gronden, een rapport moet overleggen waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. Dit is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op een of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken: (zie volgende pagina) a. b.

het nieuwe gebouw of de uitbreiding groter is dan 100 m2, en daarvoor de grond dieper dan 0,3 m zal worden geroerd;

met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - grafheuvel' dit bouwverbod ook van toepassing is op gebouwen kleiner dan 100 m2. Resultaten archeologisch onderzoek Op de archeologische beleidskaart van de gemeente Ermelo geldt voor het plangebied een hoge archeologische verwachting op de aanwezigheid van archeologische resten (bijlage 7). Deze resten kunnen in principe dateren vanaf het Laat-Paleolithicum tot in de Nieuwe Tijd. In de directe omgeving van het plangebied zijn verschillende, goed conserveerde vindplaatsen zijn aangetroffen. Deze dateren voornamelijk uit de IJzertijd en Late Middeleeuwen. Rondom het plangebied zijn eveneens meerdere vondstmeldingen bekend waarin vondsten zijn gevonden die dateren uit de periode Late IJzertijd, Romeinse Tijd en de Vroege en Late Middeleeuwen. Op basis van deze gegevens geldt voor het plangebied een hoge archeologische verwachting voor de periodes Laat-Paleolithicum-Nieuwe Tijd. Op basis van de resultaten van het veldonderzoek is de hoge archeologische verwachting grotendeels bevestigd. Tijdens het veldonderzoek is namelijk vastgesteld dat de ondergrond in het plangebied uit een bouwlanddek op stuwwalafzettingen bestaat. Het bouwlanddek heeft een dikte van circa 75 tot 105 cm en zal daardoor archeologische resten in de top van de gestuwde afzettingen behoed hebben voor verstoringen.

Het archeologisch relevante niveau wordt dan ook gevormd door de top van de stuwwalafzettingen dat aanwezig is op een diepte vanaf 75-105 cm -Mv (13,3-13,8 m +NAP). In deze top is een BC-horizont aangetroffen, waardoor geconcludeerd kan worden dat het archeologisch relevante niveau grotendeels intact aanwezig is. Op basis van deze bevindingen is de hoge archeologische verwachting voor vindplaatsen uit de periode Neolithicum-Nieuwe Tijd bevestigd. Resten uit de periode Laat-Paleolithicum en Mesolithicum worden niet meer verwacht, waardoor voor deze periodes een lage verwachting geldt. In het plangebied bestaat het voornemen de bestaande bebouwing te slopen en hiervoor in de plaats nieuwbouw te realiseren. Deze nieuwbouw wordt binnen dezelfde bouwvlakken als de bestaande bebouwing gerealiseerd. In het kader van de aanvraag van een omgevingsvergunning om deze ontwikkelingen mogelijk te maken, adviseren wij een vervolgonderzoek te laten plaatsvinden. Dit onderzoek kan het beste uitgevoerd worden in de vorm van archeologische bouwbegeleiding. Onder de woningen zijn kleinschalige kelders aanwezig. Omdat deze slechts beperk in omvang zijn en de funderingen nauwelijks tot in het archeologische niveau reiken, kunnen ook onder de te slopen bebouwing nog vindplaatsen aanwezig zijn. De nieuwbouw zal in vrijwel in dezelfde bouwvlakken als de bestaande bebouwing gerealiseerd worden.

Ter plaatse van deze bouwvlakken zullen derhalve ook de diepste graafwerkzaamheden plaatsvinden, waardoor de kans op het verstoren van archeologische vindplaatsen ter plaatse van de toekomstige nieuwbouw het grootst is. Het overige deel van het terrein zal als groen en parkeerterrein worden ingericht, waarbij niet of nauwelijks diepere graafwerkzaamheden zullen plaatsvinden.

Gemeente Ermelo April 2025

Vervolg na archeologisch onderzoek In plaats daarvan zal er tijdens het bouwrijp maken van de nieuwe woningen constante monitoring plaatsvinden door archeologen. Deze zullen nauwlettend in de gaten houden of er geen verdere archeologische resten aanwezig zijn in het plangebied. Indien tijdens de monitoring archeologische vondsten worden gedaan, kan het nodig zijn om een volledige opgraving uit te voeren. Dit gebeurt onder toezicht. Na de opgravingen wordt het plangebied weer vrijgegeven. Te treffen maatregelen Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit dient tijdens de bouwfase Archeologische bouwbegeleiding te worden uitgevoerd op het geadviseerde deel van de planlocatie. De bouw van de gebouwen mag pas plaatsvinden wanneer uit dit onderzoek blijkt dat er geen archeologische resten aanwezig zijn binnen het plangebied. Voor deze deellocatie wordt een omgevingsvergunning afgegeven, waarin de archeologische rouwbegeleiding tijdens de bouwfase als voorwaardelijke verplichting is opgenomen. De bouw kan doorgaan zodra het vervolgonderzoek aantoont dat geen archeologische resten worden bedreigd of dat deze veilig zijn gesteld, en het betreffende deel van de planlocatie is vrijgegeven. Er worden tijdens de bouwwerkzaamheden rekening gehouden met mogelijke archeologische resten in de ondergrond.

Voor het bouwen van de nieuwe woningen worden er diepe graafwerkzaamheden verricht rondom de bouwvlakken. Tijdens het bouwrijp maken van het plangebied wordt de situatie gemonitord door archeologen. Regels Er zijn geen regels van toepassing. 5.2 Gevolgen fysieke leefomgeving Deze paragraaf bevat een beschrijving van de verschillende aspecten van de fysieke leefomgeving en de mogelijke gevolgen daarop door de beoogde ontwikkeling. Thema's als gezondheid, veiligheid, geluid, natuur, bouw en water maken integraal deel uit van het omgevingsplan. Per ontwikkeling zal verschillen wat er nodig is qua onderbouwing. 5.2.1 Milieueffectrapportage of m.e.r beoordeling Wettelijk kader In Bijlage V van het Omgevingsbesluit (Ob) is aangegeven welke projecten in het kader van een omgevingsvergunning voor een BOPA plan-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Plannen die zijn genoemd in kolom 1 zijn m.e.r.-beoordelingsplichtig in gevallen als genoemd in kolom 3. Voor deze activiteiten moet worden onderzocht of deze aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben. De criteria om dit vast te stellen zijn genoemd in bijlage III van Richtlijn 2011/92/EU (richtlijn m.e.r.). Samengevat zijn dit de kenmerken van een project, de locatie van een project en soort en kenmerken van de verschillende milieueffecten.

De initiatiefnemer van een in Bijlage V aangewezen project moet daarvan mededeling doen bij het bevoegd gezag, doorgaans het college van B&W (artikel 16.45, lid 1, Ow). In die mededeling (de aanmeldingsnotitie) is een beschrijving van het project, de locatie en de mogelijke milieueffecten opgenomen (artikel 11.10 Ob). Het bevoegd gezag beslist binnen zes weken of sprake is van aanzienlijke milieueffecten en neemt die beoordeling op in de omgevingsvergunning (artikel 11.11 Ob). Onderzoek De beoogde ontwikkeling waarvoor een omgevingsvergunning voor een BOPA wordt aangevraagd, betreft de bouw van 29 appartementen en sloop van de voormalige bebouwing binnen de bebouwde kom van Ermelo. Dit is geen activiteit uit kolom van Bijlage V van het Ob. Hiervoor is geen m.e.r.-beoordeling noodzakelijk. Uit paragraaf 5.18 blijkt dat gelet op de kenmerken van het plan, de plaats van het plan en de kenmerken van de potentiële effecten, geen aanzienlijke milieugevolgen optreden. Er is geen aanleiding voor het doorlopen van een m.e.r.-procedure. De Quickscan Flora en fauna is opgenomen als bijlage 2 bij deze motivatie voor BOPA. Te treffen maatregelen Er hoeven geen maatregelen te worden genomen. Regels Er zijn geen regels van toepassing.

Gemeente Ermelo April 2025

5.2.2 Ladder voor duurzame verstedelijking Wettelijk kader De ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. Artikel 5.129g Bkl regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de ladder is vereist. Artikel 8.0b Bkl bepaalt dat deze instructieregel ook geldt voor een BOPA. Het doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een evenwichtige toedeling van functies aan locaties door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij dient de behoefte aan een stedelijke ontwikkeling te worden aangetoond. De ladder kent drie treden die achter elkaar worden doorlopen.

Figuur 5.1 Schema Ladder voor duurzame verstedelijking Een stedelijke ontwikkeling is de ontwikkeling of uitbereiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel (aanzienlijk in omvang) is. In die situaties dient rekening te worden gehouden met de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling. Als die nieuwe stedelijke ontwikkeling buiten stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing gerealiseerd moet worden, dient dit nader onderbouwd te worden. Artikel 5.129g Bkl legt geen grens vast wat voldoende substantieel is. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn wel lijnen uitgezet. Er zijn diverse uitspraken van de Afdeling, maar er zijn geen harde ondergrenzen, maar stelt wel ‘in beginsel’ grenzen. Voorbeelden hiervan zijn de volgende: Woningen: in beginsel is een plan met meer dan 11 woningen een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Voor wonen is dus de lijn dat er vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Vloeroppervlakte en ruimtebeslag vanaf 500 m2: bij andere stedelijke functies in de vorm van een terrein is de ondergrens ‘in beginsel’ geen stedelijke ontwikkeling.

Bij toevoeging aan een gebouw ligt de ondergrens ‘in beginsel’ bij een bruto-vloeroppervlakte van minder dan 500 m2. Ook als de Ladder niet van toepassing is geldt een motiveringsplicht voor de evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Behoefte Zoals aangetoond in paragraaf 4.3.1 (gemeentelijk beleid) blijkt dat er in Ermelo een behoefte is aan woningen. Voor de periode tot 2030 is de kwantitatieve behoefte 1.060 woningen. Er is in de gemeente vooral een tekort aan betaalbare woningen. Dit plan draagt door de bouw van 29 appartementen in de vorm van sociale huurwoningen bij aan dit doel en voorziet dus in zowel de kwalitatieve als kwantitatieve woonbehoefte. Regionale Afstemming De woningbouwcorporatie Uwoon is de initiatiefnemer van het plan. Zij zijn gevestigd in de gemeenten Elburg, Ermelo, Harderwijk en Oldebroek. Zij weten wat er regionaal speelt en waar er behoefte is aan woningen. Hierover overleggen zij ook met de desbetreffende gemeente. Te treffen maatregelen Zoals blijkt uit voorgaande paragraaf is er een behoefte naar woningen die gerealiseerd worden met dit plan. Er hoeven geen aanvullende maatregelen genomen te worden.

Gemeente Ermelo April 2025

Regels Er zijn geen regels van toepassing, 5.2.3 Dienstenrichtlijn Er mogen geen economische motieven zijn voor regels voor diensten in een omgevingsplan. Dit volgt uit de Dienstenrichtlijn. Voor het uitvoeren van de Dienstenrichtlijn staat in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) een instructieregel (artikel 5.1a). Te treffen maatregelen Dit plan betreft de ontwikkeling van 29 appartementen en sloop van bestaande woningen. Met dit plan worden geen diensten toegevoegd aan het gebied. Er hoeven geen maatregelen te worden genomen. Regels Er zijn geen regels van toepassing. 5.2.4 Mobiliteit Wettelijk kader Verkeer en parkeren moeten als omgevingsaspecten in het belang van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden beoordeeld. De Omgevingswet en het Bkl stellen geen regels op dit gebied. De omgevingsvisie van de gemeente Ermelo gaat wel op deze aspecten in. De Nota Parkeernormen Ermelo (2017) biedt daarvoor de kaders. Deze kaders zijn gebaseerd op de parkeercijfers van het CROW. De CROW-richtlijnen zijn erg belangrijk bij de beoordeling van verkeer en parkeren. In de beoordeling van het plan op het omgevingsaspect verkeer zijn de ontsluitingsstructuur, verkeersgeneratie, bereikbaarheid en verkeersveiligheid relevant. Daarbij worden alle relevante vervoerwijzen bezien (gemotoriseerd verkeer, langzaam verkeer, openbaar vervoer).

Onderzoek Verkeersontsluiting De ontsluiting van het plangebied vindt plaats via de Suikerbakker. De bereikbaarheid van het plangebied is goed. De wegen waar de woningen aan liggen, liggen aan een goed doorlopende weg. Er is één inrit waar de bewoners op het parkeerterrein uitkomen. De Suikerbakker ontsluit via de Hamburgerweg die uiteindelijk uitkomt op de provinciale weg (N303). Aan de Hamburgerweg zijn twee bushaltes, op een loopafstand van maximaal 5 minuten van het plangebied. Daarnaast heeft Ermelo een treinstation, dat met de bus of fietsend in 4 minuten te bereiken is vanaf planlocatie.

Figuur 5.2 Ontsluiting plangebied Suikerbakker – Hamburgerweg (bron: PDOK viewer) Gemeente Ermelo April 2025

Verkeersgeneratie In de nieuwe situatie is er sprake van 29.638 verkeersbewegingen per jaar. Een verkeerstoename mag niet leiden tot knelpunten in de verkeersafwikkeling en/of verkeersveiligheid. In dit geval is er geen sprake van een verkeerstoename en leidt het niet tot knelpunten omdat er slechts sprake is van een lichte toename in vergelijking met de huidige situatie. Bereikbaarheid De bereikbaarheid van het plangebied is goed. Door de aanleg van een centrale parkeerplaats neemt het aantal ontsluitingen op de Suikerbakker af, waardoor de verkeersontsluiting verbetert. De doorstroming van het verkeer is vlot en in de directe omgeving bevinden zich meerdere bushaltes. Daarnaast ligt het station van Ermelo op ongeveer 600 meter afstand, wat zorgt voor een uitstekende bereikbaarheid.

Station Ermelo: 4 min via bus of fiets Nieuwe in- en uitrit Bushalte Dirk Staalweg

Bushalte Dirk Staalweg

Figuur 5.3 Bereikbaarheid rondom plangebied (PDOK-Viewer) Verkeersveiligheid Het plangebied is direct gelegen aan de Suikerbakker en de Hamburgerweg. De Suikerbakker is een rustige weg met een maximumsnelheid van 30 km/u en bestemd voor bestemmingsverkeer. Ter hoogte van de aansluiting op de Hamburgerweg is een as-verspringing aangebracht, waarmee verkeer rekening moet houden bij het op- en afrijden van de Suikerbakker. Ook is er bij de kruising een inritconstructie aanwezig voor verkeer dat vanaf de Suikerbakker de Hamburgerweg op wil. Langs de Suikerbakker bevinden zich langsparkeervakken. Deze worden met de beoogde ontwikkeling uitgebreid, zodat er in totaal acht parkeervakken beschikbaar zijn aan de zijde van het plangebied. Aan de zuidzijde sluit de Suikerbakker aan op de Hamburgerweg, waarbij gemotoriseerd verkeer op de Suikerbakker voorrang moet verlenen aan verkeer op de Hamburgerweg. Voor voetgangers is langs de Suikerbakker een trottoir aanwezig, terwijl fietsers gebruikmaken van de rijbaan. De Hamburgerweg is een hoofdweg met een maximumsnelheid van 50 km/u. In de huidige situatie zijn diverse woninginritten direct aangesloten op deze weg. In de nieuwe situatie komt de hoofdontsluiting van het plangebied via de Suikerbakker te verlopen, zodat de directe inritten op de Hamburgerweg verdwijnen.

Op de Hamburgerweg zijn fietspaden aanwezig, die deels worden gedeeld met gemotoriseerd verkeer. De voorgenomen ontwikkeling leidt tot een lichte toename van verkeersbewegingen, maar maakt aanpassing van het wegennet niet noodzakelijk. De huidige infrastructuur voldoet aan de gestelde veiligheidseisen en biedt voldoende capaciteit om de toename in verkeersbewegingen op te vangen. In de drie figuren op de volgende pagina zijn twee aanzichten van de bestaande verkeerssituatie weergegeven.

Gemeente Ermelo April 2025

Figuur 5.4 Situatie kruising Hamburgerweg/Suikerbakker (kijkend naar Hamburgerweg) (bron: Google Street View)

Figuur 5.5 Situatie kruising Hamburgerweg/Suikerbakker (kijkend naar Suikerbakker) (bron: Google Street View)

Gemeente Ermelo April 2025

Figuur 5.6 Situatie Suikerbakker met blik naar het zuiden (bron: Google Street View) Parkeren Het bevoegd gezag kan pas een omgevingsvergunning verlenen voor de activiteit bouwen in het geval van nieuwbouw, uitbreiding of functiewijziging van gebouwen en/of voorzieningen, wanneer op eigen terrein wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Er is sprake van voldoende parkeergelegenheid, indien voldaan wordt aan de parkeernormen en overige eisen (zoals maatvoering) zoals die zijn opgenomen in de ‘Nota parkeernormen Ermelo’. In deze Nota is opgenomen dat aanvragers zelf verantwoordelijk zijn voor de realisatie van parkeerplaatsen op eigen terrein. Wanneer dit niet mogelijk is er een stappenplan opgesteld om toch tot een goede parkeersituatie te komen. In de Nota zijn ook de normen opgenomen voor het parkeren per woningtype. Voor ‘Huurhuis, sociale huur’ geldt een parkeernorm van 1,6 in de rest bebouwde kom, waar het plangebied onder valt. Omdat het geen reguliere woonhuizen zijn, maar appartementen met een kleinere oppervlakte is er gerekend met een norm van 1,4 Deze norm is inclusief 0,3 parkeerplaatsen per woning voor bezoekersparkeerplaatsen. Op basis van de geldende norm is een parkeerberekening opgesteld (zie bijlage 9).

In deze berekening is inzichtelijk gemaakt hoeveel parkeerplaatsen nodig zijn, waarbij rekening is gehouden met de aanwezigheidspercentages van zowel bewoners als bezoekers. Hieruit blijkt dat in totaal 36 parkeerplaatsen noodzakelijk zijn. In het inrichtingsplan zijn voldoende parkeermogelijkheden opgenomen, zie ook bijlage 1. Achter de appartementen worden 31 parkeerplaatsen gerealiseerd. Daarnaast zijn er 5 parkeerplaatsen beschikbaar aan de straat. Te treffen maatregelen Er hoeven geen maatregelen te worden getroffen. Regels Er zijn geen regels van toepassing. 5.2.5 Kabels en leidingen In het kader van deze Bopa dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van ondergrondse planologisch relevante leidingen (hoofdtransportleidingen). Indien daartoe aanleiding bestaat dient rondom een leiding een zone te worden aangegeven waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Aardgastransportleidingen In het plangebied of in de nabijheid hiervan bevinden zich geen aardgastransportleidingen. Hoogspanningsleidingen In het plangebied of in de nabijheid hiervan bevinden zich geen hoogspanningsleidingen. Rioolleidingen Gemeente Ermelo April 2025

De rioolleidingen leiden voor dit plan leidt dit niet tot enige belemmering. Watertransportleidingen In het plangebied of in de nabijheid hiervan bevinden zich geen watertransportleidingen. Straalverbindingen In het plangebied of in de nabijheid hiervan bevinden zich geen straalverbindingen. Kabels en niet planologisch relevante leidingen Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning wordt de wettelijk verlichte KLIC-melding uitgevoerd. Een dergelijke melding zorgt ervoor dat netwerkbeheerders van kabels en leidingen een melding krijgen van geplande werkzaamheden in de ondergrond. Aan de hand van de melding sturen netwerkbeheerders tekeningen naar de aanvrager. De tekeningen kunnen vervolgens gebruikt worden om na te gaan of er kabels en leidingen aanwezig zijn op de plaats waar gegraven gaat worden. Tijdens het bouwrijp maken van het plangebied worden deze bestaande kabels en leidingen verwijderd dan wel omgelegd. In en nabij het plangebied zijn geen planologisch relevante leidingen en/of verbindingen aanwezig. Er zijn daarom geen belemmeringen te verwachting. Bij graafwerkzaamheden op het terrein dient wel rekening te worden gehouden met eventueel aanwezige kabels en niet-planologische leidingen. Te treffen maatregelen Er hoeven geen maatregelen te worden genomen. Regels Er zijn geen regels van toepassing.

5.2.6 Geluid Wettelijk kader In het kader van het beschermen van de gezondheid en het milieu (artikel 2.1, lid 3, onder b en c Ow) stelt het Besluit kwaliteit leefomgeving regels voor het beheersen van geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen en de bescherming van geluidgevoelige gebouwen en andere gebouwen en plekken (afdeling 3.5 Bkl). De wetgever maakt onderscheid tussen geluidbronnen met een geluidproductieplafond als omgevingswaarde (gpp) en bronnen met een basisgeluidemissie (bge). Geluid afkomstig van wegen, spoorwegen en industrieterreinen heeft invloed op de omgeving. Het bevoegd gezag beoordeelt geluid van deze bronnen bij geluidgevoelige gebouwen (artikel 3.20 Bkl). Voor een aantal geluidgevoelige gebouwen (artikel 3.20 Bkl) en stiltegebieden (artikel 7.11 Bkl) gelden specifieke regels. In de aanwijzing van geluidgevoelige gebouwen is de functie (zoals wonen, onderwijs of zorg) bepalend (artikel 3.20 Bkl). Voor andere gebouwen of locaties bepaalt de gemeente zelf de mate van bescherming tegen geluid. Dat doet de gemeente vanuit haar taak 'evenwichtige toedeling van functies aan locaties'.

Figuur 5.7 Waarden voor gevels geluidgevoelig gebouw (bron: iplo.nl) In dat kader zijn de regels in paragraaf 22.3.4 Bruidsschat van toepassing. Daarin staan regels over geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. In de Bruidsschat zijn waarden bepaald (artikel 22.57 Bruidsschat). Daarbij is onderscheid gemaakt in geluid door de volgende activiteiten: • activiteiten anders dan door windturbines en windparken en civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen (par. 22.3.4.2 BS); Gemeente Ermelo April 2025

• •

geluid door windturbines en windparken (par. 22.3.4.3 BS); geluid door civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen (par. 22.3.4.4 BS).

Gemeente Ermelo April 2025

Onderzoek wegverkeerslawaai Door GeluidMeesters BV is voor BiedtRuimte een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Het plangebied ligt binnen de geluidszone van de Suikerbakker, Hoge Enk, Oude Telgterweg en Hamburgerweg. Voor de wegen Suikerbakker, Hoge enk en Oude Telgterweg geldt een maximumsnelheid van 30km/uur. Voor de Hamburgerweg geldt een maximumsnelheid van 50 km/uur. Binnen het plangebied varieert de geluidsbelasting van 46 tot maximaal 65 dB, zie figuur 5.8. Hiermee voldoet het niet aan de standaardwaarde van 53 dB. Er is daarom een aanvullend onderzoek uitgevoerd naar de geluidsbelasting op de twee bouwblokken, zie ook bijlage 3.

Figuur 5.8 Uitsnede Geluid in Nederland ter hoogte van plangebied (rood omkaderd) (Bron: Atlasleefomgeving.nl) De geluidbelasting als gevolg van de wegvakken ’met’ een geluidaandachtsgebied (Hamburgerweg en Oude Telgterweg) voldoet op gebouw 2 bij alle 16 appartementen, met ten hoogste 50 dB Lden, aan de standaardwaarde van 53 dB Lden. Voor gebouw 2 zijn er dan ook geen belemmeringen geconstateerd. Op gebouw 1 is de geluidbelasting op alle 13 appartementen hoger dan de standaardwaarde van 53 dB Lden. Op het maatgevende appartement bedraagt de geluidbelasting ten hoogste 62 dB Lden en is daarmee fors lager dan de grenswaarde van 70 dB Lden. Voor de geluidbelasting(en) boven de ‘standaardwaarde’ dient de gemeente onder de Omgevingswet een afweging te maken over de aanvaardbaarheid. Dit dient vastgelegd te worden in hetzelfde besluit als andere besluiten die moeten worden genomen om het (bouw)plan mogelijk te maken, het ‘omgevingsbesluit’. Voor deze afweging heeft de gemeente Ermelo geluidsbeleid“. Op basis van het beleid is de GES score vastgesteld. Uit de resultaten blijkt dat de betreffende 13 appartementen allemaal een gevel hebben die voldoet aan de kwalificatie ‘zeer goed’ of ‘goed’ en een gevel met de kwalificatie ‘matig’ of ‘zeer matig.

Uit het beleidsstuk blijkt dat er redelijkerwijs geen doelmatige en/of effectieve maatregelen in de vorm van bron en overdracht mogelijk om de geluidbelasting te reduceren. De gemeente zet zich in voor een leefbare woonsituatie, ook op locaties met een hoge geluidbelasting. Deze leefbaarheid wordt bewerkstelligd door voorwaarden te verbinden aan het toe staan van een verhoogde geluidbelasting. Aan de voorwaarden van een ‘geluidluwe gevel’ en ‘woningindeling’ wordt voldaan. De laatste voorwaarde is het realiseren van een geluidluwe ‘buitenruimte’. Bij alle de te realiseren appartementen is de buitenruimte (balkons) voorzien aan de geluidbelaste zijde. Dit is de straatzijde waar logischerwijs de balkons worden gerealiseerd. Alle te realiseren appartementen hebben wel aan de geluidluwe zijde een galerij met de entree tot de woning. In het beleid is een extra voorwaarde opgenomen voor ‘niet-zelfstandige woonruimte en appartementen’. Hiervoor worden individueel woningniveau geen eisen gesteld. Het bevoegd gezag wordt verzocht aansluiting te zoeken bij deze voorwaarde en de verhoogde geluidbelasting op de 13 appartementen (nummer 1 t/m 13 in afbeelding 2) in het gebouw 1, zoals weergegeven in tabel 2, toe te staan. De gemeente dient dit vast te leggen in het omgevingsbesluit. Spoorweglawaai Gemeente Ermelo April 2025

Het plangebied ligt op 580 meter afstand van de spoorlijn Groningen – Den Haag Centraal. Het plan ligt buiten het geluidsaandachtsgebied van spoorwegen, het uitvoeren van een akoestisch onderzoek is niet nodig. Industrielawaai Het plan ligt niet in de nabijheid van bedrijven met activiteiten die geluid veroorzaken of industrieterreinen. Het uitvoeren van een akoestisch onderzoek is daarom niet nodig. Te treffen maatregelen Met het plan zijn maatregelen genomen op gebouw 1. In de bouwaanvraag is rekening gehouden met geluidluwe buitenruimtes voor 13 appartementen (nummer 1 t/m 13 in figuur 5.9)

Figuur 5.9 Plattegronden geluidsonderzoek (gebouw met verhoogde geluidbelasting rood omlijnd) (bron: GeluidMeesters BV) Regels Er zijn geen regels van toepassing.

Gemeente Ermelo April 2025

Met opmerkingen [RR1]: Nog aan te passen

5.2.7 Luchtkwaliteit Wettelijk kader Als een BOPA-betrekking heeft op een milieubelastende activiteit die leidt tot een verhoging van de concentratie van luchtverontreinigende stoffen in de buitenlucht, kan deze alleen worden verleend als de omgevingswaarden voor deze stoffen niet overschreden worden (artikel 8.17 Bkl). De kans op overschrijding is met name aanwezig als een activiteit in of nabij een aandachtsgebied plaatsvindt. In deze gebieden (aangewezen in artikel 5.51, lid 2, van het Bkl) bestaat een reële kans op (een dreigende) overschrijding van een omgevingswaarde. Onderzoek zal moeten uitwijzen of de activiteit daadwerkelijk leidt tot een overschrijding van de omgevingswaarden. Onderzoek is niet nodig als de activiteit niet in betekenende mate bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Dit is het geval als activiteiten leiden tot een verhoging van de kalenderjaargemiddelde concentratie in de buitenlucht van zowel stikstofdioxide als PM10 van 1,2 μg/m3 of minder. Daarbij is in artikel 5.54 Bkl een koppeling gelegd met een aantal standaardactiviteiten die niet in betekenende mate bijdragen. Enkele voorbeelden zijn: • Woningen: 1.500 met een enkele ontsluitingsweg; • Woningen: 3.000 met twee ontsluitingswegen; • Kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.

Als een activiteit niet in betekenende mate bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, dan is het omgevingsaspect luchtkwaliteit geen belemmering. Concreet is een beoordeling alleen relevant voor milieubelastende activiteiten waarvoor een omgevingsvergunning nodig is. Onderzoek De activiteiten in het plan behoort tot een categorie van gevallen die niet in betekenende mate bijdragen (standaardactiviteiten zijn genoemd in artikel 5.54 Bkl) of leidt tot een verhoging van de kalenderjaargemiddelde concentratie in de buitenlucht van zowel stikstofdioxide als PM10 van 1,2 μg/m3 of minder. Is dit het geval, is er geen belemmering voor het toelaten van de activiteit.

Figuur 5.10 NIMB-tool voor planlocatie (Bron: iplo.nl) Binnen het plangebied worden 29 sociale huurappartementen gerealiseerd. Met het plan mag worden uitgegaan van 2,8 verkeersbewegingen per sociale huurappartement, 78,4 in totaal per etmaal. Geconcludeerd kan worden dat met het plan de luchtkwaliteit niet ‘in overwegende mate’ zal verslechteren. Om die reden hoeft niet verder op het aspect luchtkwaliteit te worden ingegaan. Te treffen maatregelen Er hoeven geen maatregelen te worden genomen. Regels Er zijn geen regels van toepassing. 5.2.8 Geur Wettelijk kader In het kader van het beschermen van de gezondheid en het milieu (artikel 2.1 lid 3 onder b en c Ow) worden ten aanzien van diverse sectoren regels gesteld op het gebied van geur(hinder). Het gaat onder meer om veehouderijen en andere landbouwactiviteiten, de mengvoederindustrie, horeca, rioolwaterzuiveringsinstallaties, slachterijen, en (andere) milieubelastende activiteiten. Regels over geur zijn verdeeld over verschillende Amvb’s. Gemeente Ermelo April 2025

Na inwerkingtreding van de Omgevingswet dienen de activiteiten allereerst te voldoen aan de regels die in het tijdelijk omgevingsplan staan. Indien er nog geen aanpassing heeft plaatsgevonden van het tijdelijk omgevingsplan en sprake is van een activiteit/inrichting die/dat voorheen onder het Activiteitenbesluit milieubeheer viel, dan gelden de regels uit de Bruidsschat. De Bruidsschat bevat regels over: ▪ ▪ ▪ ▪

Geur door het houden van landbouwhuisdieren en paarden en pony’s voor het berijden in een dierenverblijf (par. 22.3.6.2 BS); Geur door het houden van fokteven van nertsen (par. 22.3.6.3 BS); Geur door andere agrarische activiteiten, zoals o.a. het opslaan van vaste mest, champost of dikke fractie en het composteren of opslaan van groenafval (par. 22.3.6.4 BS); Geur door het exploiteren van zuiveringstechnische werken (par. 22.3.6.5 BS).

Voor een aantal milieubelastende activiteiten geldt een vergunningplicht op basis van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteit leefomgeving (Bal). In afdeling 8.5 'Omgevingsvergunning milieubelastende activiteit' van het (Bkl) staan beoordelingsregels. Het bevoegd gezag gebruikt deze beoordelingsregels bij het beoordelen van de vergunningaanvraag. In het Bkl staan algemene beoordelingsregels en specifieke beoordelingsregels voor geur. De vergunningverlener moet bij het beoordelen van het aanvaardbaar geurhinderniveau rekening houden met het omgevingsplan. Zo staat in het omgevingsplan wat de geurgevoelige gebouwen en locaties zijn. Ook kunnen in het omgevingsplan andere regels voor geur staan (of een omgevingswaarde voor geur). In het omgevingsplan staan bijvoorbeeld geurregels voor veehouderijen. De vergunningverlener moet dan rekening houden met deze regels. In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich voornamelijk woonbestemmingen, het plan ligt in de bebouwde kom. Op 85 meter van het plangebied, bevindt zich een meubelstoffeerderij, hiervoor geldt een Richtafstand van 50 meter. Verder ligt op 115 meter afstand een basisschool. Hiervoor is geen afstand voor geur opgenomen Tot slot ligt op 75 meter een tankstation. Hiervoor geldt een afstand van 30 meter op basis van de richtafstandenlijst. Hier valt het plangebied buiten.

Het plangebied ligt dus op voldoende afstand van geur veroorzakende activiteiten.

115 meter

Figuur 5.11 Ligging plangebied ten opzichte van omliggende bedrijven (bron: PDOK-Viewer) Te treffen maatregelen Voor het plan zijn geen te treffen maatregelen nodig.

Gemeente Ermelo April 2025

Regels Er zijn geen regels van toepassing. 5.2.9 Trillingen Wettelijk kader Het omgevingsaspect trillingen is geregeld in paragraaf 22.3.5 van de Bruidsschat. Daarin worden regels gesteld aan trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz door een activiteit in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw, die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Er gelden maximale waarden voor continue trillingen en voor herhaald voorkomende trillingen. De maximale waarden zijn opgenomen in de tabellen in artikel 22.88 en 5.87a van de Bruidsschat. Te treffen maatregelen Dit plan betreft de toevoeging van 29 appartementen binnen het plangebied. Er zijn geen bedrijfsactiviteiten op korte afstand die trillingen veroorzaken. Regels Er zijn geen regels van toepassing. 5.2.10 Bodem Wettelijk kader Waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie worden opgenomen in het definitieve omgevingsplan (art. 5.89i Bkl). Deze waarden kunnen per gebied of per gebruiksfunctie verschillen. Bij een overschrijding van een vastgestelde waarde (zie art. 5.89i Bkl) is het bouwen van een bodemgevoelig gebouw alleen toegelaten als de in het omgevingsplan voorgeschreven sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen (art.

5.89K Bkl, art. IIIa onder 2 Aanvullingsbesluit Bodem). Daarnaast zijn er specifieke regels over bodem opgenomen in het Aanvullingsbesluit Bodem en de activiteiten zijn opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving: ▪ ▪ ▪ ▪

Regels over nazorg van de bodem na saneren op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving, het omgevingsplan, een omgevingsvergunning of een maatwerksvoorschrift (artikel IIIa, paragraaf 2.3.6a.2); Regels over graven in de bodem (paragraaf 3.2.21 en 3.2.22Bal); Regels over activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico (paragraaf 2.3.6a.4) Maatwerkregels over het saneren van de bodem in het zinkassengebied De Kempen, (paragraaf 2.3.6a.5).

Bij wijzigingen van activiteiten geldt dat de bodem geschikt moet zijn voor het beoogde gebruik. Dit kan betekenen dat een onderzoek moet worden verricht naar de bodem- en grondwaterkwaliteit. Resultaten onderzoek In opdracht van BiedtRuimte is in een verkennend (asbest)bodemonderzoek de bodem onderzocht op een terrein ter grootte van 3710 m² aan de Suikerbakker 29-37a en de Hamburgerweg 84-90a in Ermelo (bijlage 5). De onderzoekslocatie is deels bebouwd met te slopen twee- onder-één-kap Bebos met bijgebouwen. Inpandig zijn er houten vloeren en kruipruimtes aanwezig. Het onbebouwde deel van de onderzoekslocatie is deels verhard met klinkers/ tegels/asfalt en deels onverhard en begroeid met gras, planten of struiken. De aanleiding van dit onderzoek is de herontwikkeling van de locatie waarbij de bestaande woningen worden gesloopt en een nieuw appartementencomplex wordt gebouwd. Hiervoor dient de milieukundige kwaliteit van de bodem bekend te zijn. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN5725 “Aanleiding A: Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek”. Op basis van de resultaten uit dit vooronderzoek werd de locatie vanwege de ligging en ouderdom als verdacht beschouwd voor de aanwezigheid van zware metalen, minerale olie, PAK en asbest.

In totaal zijn er 17 inspectiegaten gegraven en 5 boringen verricht. Er zijn 5 inspectiegaten en 2 boringen doorgezet in de diepere ondergrond. Er is 1 diepe boring afgewerkt met een peilbuis. Inspectiegat 4 en 5 zijn vanwege kruipruimtes vervangen door grondboringen. Ten oosten van boring 4 is een nieuw inspectiegat gegraven. In overleg met de opdrachtgever zijn inspectiegat A en Gemeente Ermelo April 2025

3B aanvullend gegraven (verzoek huurder). Inspectiegat 16 is op circa 0.3 m-mv gestaakt op een oude betonplaat, waarna boring 16A, 16B en 16C aanvullend zijn verricht. Onder de asfaltverharding (0.05 meter dikte) ter plekke van inspectiegat 13 bevindt zich geen puinfundatie. Het asfalt is niet onderzocht. De bodem bestaat tot circa 0.5 m-mv globaal uit matig fijn tot matig grof, zwak siltig, zwak grindig zand met daaronder zeer fijn tot zeer grof zwak siltig zand. In de boven- en ondergrond zijn oer- en roesthoudende lagen aangetroffen. Er zijn bodemvreemde materialen aangetroffen (puin, glas, keramiek). Er zijn door de veldwerkers geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld en in de opgeboorde bodem. Het freatische grondwater is aangetroffen op 3.2 m-mv. Op basis van de resultaten van de analyses kan het volgende worden geconcludeerd: • • • • • • • • • • •

De bovengrond (BG I) is zeer licht verontreinigd met koper; De bovengrond (BG II) is niet verontreinigd; De bovengrond (BG III) is niet verontreinigd; De bovengrond (BG IV) is (zeer) licht verontreinigd met PCB en PAK; De ondergrond (OG I) is niet verontreinigd; De ondergrond (OG II) is niet verontreinigd; Het grondwater (PB 1) is zeer licht verontreinigd met barium en zink; Mengmonster MM FF - 01 is asbesthoudend. Het gewogen asbestgehalte ligt ruim onder de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek; Mengmonster MM FF - 02 is niet asbesthoudend; Mengmonster MM FF - 03 is niet asbesthoudend; Mengmonster MM FF - 04 is niet asbesthoudend.

De hypothese "verdachte locatie" uit norm NEN5740 dient te worden aangenomen, aangezien er overschrijdingen van de achtergrond- en streefwaarden zijn aangetoond. De hypothese "verdachte locatie" uit norm NEN5707 dient te worden aangenomen, aangezien er asbest is aangetoond. In de bovengrond (BG I en BG IV) en in het grondwater (PB 1) zijn enkele (zeer) lichte verontreinigingen aangetoond. In de boven- en ondergrond (BG II, BG III, OG I en OG II) zijn geen verontreinigingen gemeten. Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, is het uitvoeren van een nader onderzoek niet noodzakelijk. In het mengmonster van de fijne fractie MM FF - 01 is asbest aangetoond. Het gewogen asbestgehalte ligt ruim onder de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. In de mengmonsters van de fijne fractie MM FF - 02, MM FF - 03 en MM FF 04 is geen asbest aangetoond. Uit milieukundig oogpunt is er geen bezwaar tegen de voorgenomen nieuwbouwplannen, aangezien de vastgestelde verontreinigingen geen risico's voor de volksgezondheid opleveren. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik (wonen). Te treffen maatregelen Dit plan betreft het planologisch mogelijk maken van 29 appartementen. Op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek zijn er enkele verontreinigingen aangetroffen.

Deze vormen geen risico voor de volksgezondheid en de bodem wordt geschikt geacht voor het toekomstige gebruik. Er hoeven geen extra bodemkundige maatregelen te worden genomen voor deze ontwikkeling. Regels Er zijn geen regels van toepassing, 5.2.11 Veiligheid Wettelijk kader Omgevingsveiligheid beschrijft de risico’s die ontstaan als gevolg van opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines. Voor omgevingsveiligheid zijn regels opgenomen in paragraaf 5.1.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl van het Bkl). De paragrafen 5.1.2.2 tot en met 5.1.2.6 van het Bkl gaan over het toelaten van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties in verband met het externe veiligheidsrisico van een activiteit die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Plaatsgebonden risico Grenswaarden en standaardwaarden voor het Plaatsgebonden Risico (PR) ten aanzien van (zeer) (beperkt) kwetsbare gebouwen en (beperkt) kwetsbare locaties zijn opgenomen in artikel 5.6 tot en met artikel 5.11a van het Bkl. Grenswaarden voor kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en Gemeente Ermelo April 2025

kwetsbare locaties (art. 5.7 lid 1 Bkl) worden in een Omgevingsplan in acht genomen. Met standaardwaarden voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties wordt in een omgevingsplan rekening gehouden (art. 5.11 Bkl). Voor het plaatsgebonden risico gelden, afhankelijk van de activiteit, vastgestelde afstanden of te berekenen afstanden (bijlage VII Bkl). Groepsrisico Bij groepsrisico is sprake van ‘aandachtsgebieden’. Risicovolle activiteiten hebben van rechtswege aandachtsgebieden (art. 5.12 Bkl). Het opnemen van aandachtsgebieden in een omgevingsplan is niet verplicht. Aandachtsgebieden zijn gebieden rond activiteiten met gevaarlijke stoffen. Deze aandachtsgebieden maken zichtbaar waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen onvoldoende beschermd zijn tegen de gevolgen van ongevallen met gevaarlijke stoffen (RIVM a, z.d.). Aandachtsgebieden zijn er voor brand, explosie en gifwolk. Afhankelijk van het type activiteit met gevaarlijke stoffen, zijn er voor het betreffende aandachtsgebied in de regelgeving vaste afstanden vastgesteld of zijn deze afstanden rekenkundig te bepalen (bijlage VII Bkl). Aandachtsgebieden worden zichtbaar gemaakt in het Register externe veiligheidsrisico’s (REV). Binnen een aandachtsgebied kan sprake zijn van een voorschriftengebied.

Een gemeente kan in het Omgevingsplan afzien van aanwijzing van een brand- of explosievoorschriftengebied of een kleiner brand- of explosievoorschriftengebied aanwijzen (art. 5.14 Bkl). Als het initiatief ligt in een voorschriftengebied, dan gelden voor nieuwbouw aanvullende bouweisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (art. 4.90 tot en met 4.96 Bbl. Voor zeer kwetsbare gebouwen, zoals scholen, kinderdagopvang, en verzorgingstehuizen, geldt altijd een voorschriftengebied, en gelden dus aanvullende bouweisen bij nieuwbouw (art. 5.14 Bkl). Los van een eventueel voorschriftengebied kan een gemeente aanvullende eisen stellen, bijvoorbeeld aan vluchtroutes en de bereikbaarheid van het gebied door hulpdiensten. Dergelijke eisen worden dan opgenomen in de omgevingsvergunning. Een berekening van het groepsrisico is onder de Omgevingswet optioneel; het is niet meer verplicht om het groepsrisico te bepalen, maar een gemeente mag hier nog wel om vragen (via een voorschrift) om de toelaatbaarheid van de situatie te beoordelen. Naast bovengenoemde regels over veelvoorkomende situaties is voor een aantal specifieke situaties nog de volgende delen van het Bkl van belang: ▪ Beperkingen in het belemmeringengebied (voormalige belemmeringenstrook in de huidige regelgeving) van buisleidingen: par.

5.1.2.3 Bkl; ▪ Veiligheid rond opslaan, herverpakken en bewerken van vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik: par 5.1.2.4 Bkl; ▪ Veiligheid rond het bewerken en opslaan van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik en op militaire objecten (par. 5.1.2.5 Bkl); ▪ Veiligheid rond luchthavens (par. 5.1.2.6 Bkl). Onderzoek Het plangebied ligt in een gebied dat volgens de Risicokaart niet overstroomt. In de directe omgeving van het plangebied zijn geen andere risicobronnen aanwezig die invloed hebben op deze afwijkingen van het omgevingsplan. De afwijking voorziet in het planologisch mogelijk maken van 29 appartementen binnen het plangebied. Het aantal personen en kwetsbare objecten neemt dus toe. Er zijn echter risico’s in de omgeving die de veiligheid van bewoners in gevaar brengt. Het aspect externe omgevingsveiligheid levert zodoende geen belemmeringen op voor de BOPA.

Gemeente Ermelo April 2025

Figuur 5.12 Uitsnede risicokaart met plangebied rood omkaderd (bron: Atlas van de Leefomgeving). Te treffen maatregelen Voor het plan zijn geen maatregelen nodig op het aspect van externe veiligheid. Regels Er zijn geen regels van toepassing. 5.2.12 Windhinder Wettelijk kader Windhinder is een aspect van de fysieke leefomgeving (artikel 2.1 Omgevingswet). Hierdoor is het een onderdeel van de taak van de gemeente voor het evenwichtig toedelen van functies aan locaties (artikel 2.4 en 4.2 Omgevingswet) in het omgevingsplan. De Rijksoverheid heeft voor dit aspect van de fysieke leefomgeving geen instructieregels opgesteld. Daarom heeft de gemeente de vrijheid om deze zelf in te vullen. Daarbij kan de gemeente gebruikmaken van alle mogelijkheden van het instrument omgevingsplan. De NEN 8100 is een norm voor de beoordeling van het windklimaat. De norm werkt met uurgemiddelde windsnelheden (m/s) gerelateerd aan de overschrijdingskans in percentage van uren per jaar. In een tabel is voor verschillende situaties en activiteiten (doorlopen, slenteren, langdurig zitten) aangegeven of het windklimaat slecht, matig of goed is.

In deze norm zit een beslismodel dat aangeeft wanneer een windonderzoek nodig kan zijn: • gebouwen hoger dan 30 meter: windonderzoek is nodig • beschut gelegen gebouwen, hoogte 15 tot 30 meter: specialist beoordeelt of windonderzoek nodig is • onbeschut gelegen gebouwen, hoogte tot 30 meter: specialist beoordeelt of windonderzoek nodig is De NEN 8100 is vanuit de wet niet verplicht, maar wordt wel algemeen gebruikt. De gemeente kan er eventueel voor kiezen om een verplichting voor een windonderzoek volgens de NEN 8100 in het omgevingsplan op te nemen. Te treffen maatregelen Het plan voor het planologisch toestaan van 29 appartementen, is zo opgesteld dat er geen sprake kan zijn van windhinder. De gebouwen kennen een maximale bouwhoogte van 10 meter binnen het plangebied en blijft daarmee onder de 15 meter, waarbij gevelwind een rol kan gaan spelen. Gemeente Ermelo April 2025

Daarnaast ligt het plangebied in een bebouwd/beschut gebied, waar weinig tot geen last van wind wordt ervaren. Regels Er zijn geen regels van toepassing. 5.2.13 Bezonning Wettelijk kader Voldoende zonlicht en schaduw zijn aspecten van de fysieke leefomgeving (artikel 2.1 Omgevingswet). Hierdoor is het een onderdeel van de taak van de gemeente voor het evenwichtig toedelen van functies aan locaties (artikel 2.4 en 4.2 Omgevingswet) in het omgevingsplan. De rijksoverheid heeft voor dit aspect van de fysieke leefomgeving geen instructieregels opgesteld. Daarom heeft de gemeente de vrijheid om deze zelf in te vullen. Daarbij kan de gemeente gebruikmaken van alle mogelijkheden van het instrument omgevingsplan. Bij bezonning bij ruimtelijke plannen gaat het om voldoende zon op de gevel en om schaduwwerking. Nieuwbouw kan schaduw veroorzaken op de openbare ruimte of tuinen van omwonenden. Voorkomen moet worden dat de schaduw te veel toeneemt. Sommige functies hebben juist een goede bezonning nodig, zoals tuinen, terrassen of speelplekken. Te treffen maatregelen Het plan is zo opgesteld dat er geen sprake is van overmatige schaduwwerking op de nieuwe woningen of op de bestaande woningen rondom het plangebied. Door middel van het inrichtingsplan is gezorgd voor een goede balans tussen zon- en schaduwplekken op de gewenste locaties.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15665264/1