Ruimtelijke onderbouwing e250032150
Tekst van het document
Hoofdlijnen van de Groenvisie De Groenvisie richt zich op de volgende speerpunten: o Behouden en versterken van de waarde(n) van het bestaande groen. o Verhogen van de kwaliteit van het groen. o Compensatie van waardevol groen dat verdwijnt, door nieuw groen aan te planten. o Vergroening van specifieke gebieden (zoals delen van het centrum en wijken ten zuiden daarvan) in het kader van klimaatbestendigheid. o Vergroten van groenbewustzijn en participatie van inwoners. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen: Structureel groen: Dit is het groen dat essentieel is voor de gezondheid van de natuur en de aantrekkelijkheid van Ermelo als woon-, werk-, recreatie- en ondernemingsgebied. Het structurele groen is vastgelegd op twee kaarten: één voor de bebouwde kom en één voor het buitengebied. Bij elke ruimtelijke ontwikkeling wordt dit groen meegewogen. Groen in de leefomgeving: Dit is het openbare groen in woonwijken dat niet op de groenkaarten staat, maar toch bijdraagt aan een prettige woonomgeving. Gemeente Ermelo April 2025
Uitvoeringsnota Groen- en Natuurinclusief Bouwen Om het belang van groen verder te verankeren, heeft de gemeente Ermelo de uitvoeringsnota Groenen natuurinclusief bouwen vastgesteld. Het doel hiervan is meer groen in woonomgevingen te integreren, de biodiversiteit te versterken en een prettige leefomgeving te creëren. In de bouwaanvraag wordt dit nader uitgewerkt. Toets initiatief aan Groenvisie Ermelo 2017-2027 Deze ontwikkeling ligt in de hoofdstructuur groen van Ermelo. Met dit plan vermindert de hoeveelheid groen in de Hoofdstructuur van Ermelo. Voor de groene hoofdstructuur geldt een behoud en verbeterdoelstelling. Waar nodig wordt de groenstructuur binnen het plangebied versterkt en verbeterd, zie ook het inrichtingsplan in bijlage 1. Mochten bomen verwijderd moeten worden, dan zal dit worden gecompenseerd door de aanplant van nieuwe bomen. 4.5.5 Visie duurzaamheid Ermelo In het vastgestelde 'Programma Duurzaamheid' zijn de volgende twee ambities verwoord: Ermelo is energieneutraal in 2030 en klimaatneutraal in 2035. In het programma Duurzaamheid presenteert Ermelo zich als een op duurzaamheid gerichte gemeente. Op grond van het Bouwbesluit (tegenwoordig BBL) worden vanaf 2019 strikte eisen gesteld.
Om duurzaamheid een nog prominentere plek te geven kunnen investeringen in duurzaamheidsmaatregelen, die verder gaan dan het bouwbesluit, bijvoorbeeld in energieneutrale en klimaatneutrale woningen, worden ingezet als vereveningsbijdrage. Ook wil de gemeente duurzaamheid nadrukkelijker agenderen door meer planologische ruimte te bieden aan initiatieven die substantieel bijdragen aan duurzaamheid. Gezien de toekomst van de energie infrastructuur dient geanticipeerd te worden op gasloze nieuwe woningbouw. Toets initiatief aan Visie duurzaamheid Ermelo De nieuwe appartementen zullen conform het Besluit bouwwerken leefomgeving bijna energieneutraal gerealiseerd en voldoend daarmee aan de duurzaamheidsambitie van de gemeente Ermelo. 4.5.6 Visie Klimaatadaptatie De visie Klimaatadaptatie is op 12 november 2020 vastgesteld. De ambitie is 'Een klimaatbestendige leefomgeving waarbij we ons voorbereiden op de verandering van het klimaat op de korte (2020) en op de lange termijn (2050). Voor de 3 klimaatadaptatie thema's (wateroverlast, hittestress en droogte) zijn doelstellingen en inspanningen geformuleerd voor de periode 2020-2025. Wateroverlast Doelstelling: Wateroverlast zoveel mogelijk voorkomen waarbij we ons voorbereiden op extreme neerslag.
Inspanningen: stimuleren van particuliere initiatieven en derden oplossen van grote knelpunten in de openbare ruimte Hittestress Doelstelling: Het dorp en haar inwoners voorbereiden op en minder kwetsbaar maken voor hittestress. Inspanningen: bewustwording vergroten rondom de gevolgen van hittestress en de wijze waarop inwoners zich hiertegen kunnen beschermen groenstructuren in de openbare ruimte versterken en bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen op hittebestendig bouwen/inrichten benadrukken van het belang van bomen en waar mogelijk extra bomen bijplaatsen Droogte Doelstelling: De gevaren van droogte beperken door in te spelen op het vasthouden van regenwater, het verbeteren van de grondwaterstand(en) en door zorgvuldig om te gaan met watergebruik. Inspanningen: bewustwording vergroten rondom het verminderen van het watergebruik in warme periodes
Gemeente Ermelo April 2025
inzetten op een verbreding in variatie in het bomen-bossen bestand
-
Toets initiatief aan Visie Klimaatadaptatie In hoofdstuk 3 is uitgebreid ingegaan op de beoogde maatregelen voor een duurzame leefomgeving en hoe dit in voorliggend plan is toegepast. Bovendien zal bij de aanvraag voor de omgevingsvergunning bouwwerken en buitenruimte nader op de exacte invulling worden ingegaan. Vooralsnog is in de plant voldoende ruimte om te voldoen aan de doelstellingen van de Visie Klimaatadaptie. 4.5.7 Verordening fysieke leefomgeving De verordening fysieke leefomgeving bevat regels uit verschillende verordeningen als tussenstap naar het toekomstige omgevingsplan. Het doel hiervan is overzicht te creëren welke regels in lokale verordeningen gelden voor de fysieke leefomgeving. De regels zijn na de inwerktreding van de Omgevingswet gefaseerd verwerkt in het omgevingsplan. De Verordening fysieke leefomgeving bevat artikelen over: -
Bescherming milieu, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen Geluidhinder Bomen Standplaatsen Openbaar water en waterstaatswerken Erfgoed Afvalstoffen Begraafplaatsen Ondergrondse infrastructuren Markt Bodem Riool
Toetsing aan Verordening fysieke leefomgeving In hoofdstuk 5 van dit plan wordt nader ingegaan op de gevolgen door dit plan op de fysieke leefomgeving. Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning voor de bouw van de appartementen en inrichting van het plangebied, zal zo nodig ook worden ingegaan op het behoud van waardevolle bomen. In die fase zal ook een verdunning voor aansluiten op het riool worden aangevraagd en melding worden gedaan van eventuele wijzigingen/werken aan ondergrondse infrastructuur. De overige hierboven genoemde aspecten zijn niet van toepassing op dit plan. 4.6 Conclusie Uit de voorgaande beleidstoets is gebleken dat de voorgenomen ontwikkeling past binnen het waterschapsbeleid en nationale, provinciale, regionale en gemeentelijke beleid.
Gemeente Ermelo April 2025
5.
Fysieke leefomgeving
5.1 Landschappelijke, stedenbouwkundige en cultuurhistorische waarden 5.1.1 Landschappelijke en stedenbouwkundige waarden Wettelijk kader Overheden moeten stedenbouwkundige kwaliteit meenemen bij het evenwichtig toedelen van functies aan locaties in het omgevingsplan (artikelen 2.4 en 4.2 Omgevingswet). Het belangrijkste instrument om de ambitie voor stedenbouwkundige kwaliteit vast te leggen, is de omgevingsvisie. Dit speelt op verschillende schaalniveaus, zie hoofdstuk 4. Bij het opstellen van het gemeentelijke omgevingsplan moet de gemeente voldoen aan de instructieregels. Deze staan in paragraaf 5.1.5 van het Besluit kwaliteit Leefomgeving (Bkl): Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed. Hierin staan instructieregels over: • cultureel erfgoed en werelderfgoed (zie paragraaf 5.1.5) • Ladder voor duurzame verstedelijking (zie paragraaf 5.2.2) Hoe is het verwerkt in het plan? Met dit plan ligt de nadruk op het behoud van het kerkepad dat dwars door het plangebied heen loopt. Hier zal de groene structuur omheen worden aangelegd. bestaande volwassen bomen blijven behouden. Kleinere struiken en boompjes worden uit de tuinen verwijderd. Eventuele verwijdering van beplanting binnen het plangebied worden gecompenseerd door nieuwe aanplant.
Bij het ontwerp en de situering van de gebouwen is zorgvuldig rekening gehouden met de bestaande groene structuren en de architectuur van de omgeving. Wat betreft landschappelijke inrichting en architectonisch ontwerp zal het plan nader worden uitgewerkt voor de aanvraag omgevingsvergunning bouw. Regels Er zijn geen regels van toepassing. 5.1.2 Ruimtelijke- en omgevingskwaliteit Wettelijk kader Voor het aspect ruimtelijke en omgevingskwaliteit wordt getoetst of de aangevraagde activiteit bijdraagt aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, zoals vereist onder artikel 5.1 van de Omgevingswet en artikel 2.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Hierbij wordt beoordeeld of de activiteit ruimtelijk inpasbaar is binnen de omgeving en of deze voldoet aan de eisen voor landschappelijke inpassing, stedenbouwkundige kwaliteit en gebruikswaarde. Daarnaast wordt gekeken naar de effecten op de directe leefomgeving, waaronder het behoud van bestaande kwaliteiten zoals natuur, cultuurhistorie en de visuele samenhang van het gebied. Eventuele voorwaarden of mitigerende maatregelen kunnen worden opgelegd om negatieve effecten te beperken en een goede ruimtelijke ordening te waarborgen. Hoe is het verwerkt in het plan? De ontwerpplan is afgestemd en geaccordeerd door welstand. Op basis hiervan is het inrichtingsplan, bijlage 1, opgesteld.
De verdere uitwerking wordt toegelicht in de bouwaanvraag. Regels Er zijn geen regels van toepassing.
Gemeente Ermelo April 2025
5.1.3 Bezonning en visuele hinder Wettelijk kader Voldoende zonlicht en schaduw zijn aspecten van de fysieke leefomgeving (artikel 2.1 Omgevingswet). Hierdoor is het een onderdeel van de taak van de gemeente voor het evenwichtig toedelen van functies aan locaties (artikel 2.4 en 4.2 Omgevingswet) in het omgevingsplan. De rijksoverheid heeft voor dit aspect van de fysieke leefomgeving geen instructieregels opgesteld. Daarom heeft de gemeente de vrijheid om deze zelf in te vullen. Daarbij kan de gemeente gebruikmaken van alle mogelijkheden van het instrument omgevingsplan. Bij bezonning bij ruimtelijke plannen gaat het om voldoende zon op de gevel en om schaduwwerking. Nieuwbouw kan schaduw veroorzaken op de openbare ruimte of tuinen van omwonenden. Voorkomen moet worden dat de schaduw te veel toeneemt. Sommige functies hebben juist een goede bezonning nodig, zoals tuinen, terrassen of speelplekken. Hoe is het verwerkt in het plan? Het plan is zo opgesteld dat er geen sprake is van te veel schaduw op de nieuwe woningen of op de bestaande woningen om het plangebied heen. Er is in het plan gezorgd voor voldoende schaduw en zon op de gewenste plekken. Regels Er zijn geen regels van toepassing.
5.1.4 Beeldkwaliteit, architectuur en welstand Wettelijk kader Welstand gaat over hoe de uiterlijke kenmerken van een bouwwerk in de omgeving passen, denk aan vorm, kleur of gebruikte materialen en soms ook plaatsing. De redelijke eisen van welstand zijn te vinden in de welstandsnota van de gemeente. In de bruidsschat zijn regels opgenomen met betrekking tot (1) repressief welstand (art. 22.7 Bruidsschat - Bs), oftewel de excessenregeling en (2) beoordeling van een aanvraag om een omgevingsvergunning met betrekking tot een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk (art. 22.29 Bs). De regel geldt niet bij een bouwwerk of in een gebied dat de gemeente als welstandsvrij heeft aangewezen. Beoordeling van een aanvraag voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit Artikel 22.29 lid 1 onder b Bs bepaalt dat een omgevingsvergunning met betrekking tot een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerken alleen wordt verleend als het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk voldoende past in het omgevingsbeeld, het omgevingsbeeld niet verstoort en daarmee niet in strijd is met de redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de welstandsnota. Tijdelijke bouwwerken, niet zijnde seizoensgebonden werken zijn uitgesloten van deze welstandstoets.
De excessenregeling ziet erop toe dat gemeenten een eigenaar kan verplichten om aanpassingen aan het bouwwerk te verrichten waarmee de ernstige strijd met redelijke eisen van welstand wordt opgeheven. Onder de Omgevingswet gebeurt dit middels een maatwerkvoorschrift (art. 22.4 Bs). De excessenregeling is (met name) van toepassing op bestaande situaties en is minder relevant voor het beoordelen van een aanvraag voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Hoe is het verwerkt in het plan? Dit plan betreft het planologisch toestaan van 32 appartementen in twee bouwblokken in het plangebied. Er hebben meerdere overleggen met de welstandscommissie plaatsgevonden. Op het niveau van het Definitief Ontwerp (DO) heeft de welstandscommissie ingestemd met het plan. Regels Er zijn geen regels van toepassing.
Gemeente Ermelo April 2025
5.1.5 Cultuurhistorie Wettelijk kader Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. De bescherming van cultuurhistorische elementen is vastgelegd in de Erfgoedwet. Deze wet is vooral gericht op het behouden van historische elementen voor latere generaties. Op grond van de wet Modernisering Monumentenzorg (de MoMo), die per 1 januari 2012 van kracht is geworden, moet een goede ruimtelijke onderbouwing een beschrijving bevatten van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Hoe is het verwerkt in het plan? Er bevinden zich, op basis van de monumentenlijst van Ermelo, in het plangebied geen rijks- of gemeentelijke monumenten. Verder is er in of in de directe nabijheid van het plangebied geen sprake van bijzondere cultuurhistorische waarden die door deze ontwikkeling mogelijk negatief kunnen worden beïnvloed. Gesteld wordt dat het aspect cultuurhistorie geen belemmering vormt voor dit plan. Regels Er zijn geen regels van toepassing.
5.1.6 Archeologie Wettelijk kader Door het Verdrag van Malta zijn overheden verplicht om in het ruimtelijk beleid zorgvuldig om te gaan met het archeologisch erfgoed. Voordat er bodemingrepen plaatsvinden, is een archeologisch onderzoek nodig. Dit geldt zowel voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen, als waar een reële verwachting bestaat dat er archeologische waarden voorkomen. Sinds 1 juli 2016 is een deel van de omgang met archeologisch erfgoed geregeld in de Erfgoedwet (de Monumentenwet trad uit werking). Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving is overgegaan naar de Omgevingswet toen deze in werking trad op 1 januari 2024. De bescherming van de aanwezige en de te verwachten archeologische waarden door bodemverstorende activiteiten blijft geregeld. Hierbij wordt uitgegaan van het zo vroeg mogelijk betrekken van de archeologische waarden in het ruimtelijke ordeningsproces. Hoe is het verwerkt in het plan? Onderliggend plangebied kent de bestemming ‘Waarde – Archeologie H’. De gronden zijn naast de andere voor die gronden aangewezen basisbestemmingen - tevens bestemd voor de bescherming van archeologische waarden.
In de regels van het bestemmingsplan ‘Kom Ermelo’ is opgenomen dat de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk op de voor archeologie bestemde gronden, een rapport moet overleggen waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. Dit is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op een of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken: a. b.
het nieuwe gebouw of de uitbreiding groter is dan 100 m2, en daarvoor de grond dieper dan 0,3 m zal worden geroerd;
met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - grafheuvel' dit bouwverbod ook van toepassing is op gebouwen kleiner dan 100 m2. Resultaten uit onderzoek Dit plan betreft het toevoegen van bouwwerken binnen de bebouwde kom van meer dan 100 m2. Een archeologisch onderzoek is daarom noodzakelijk. In opdracht van BiedtRuimte b.v. heeft Transect b.v. in augustus 2024 een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Gelreweg 14-32 in Ermelo (gemeente Ermelo), zie bijlage 3. De aanleiding voor het onderzoek vormt de aanvraag van een omgevingsvergunning ten behoeve van de sloop en nieuwbouw van woningen in het gebied. Het archeologisch vooronderzoek bestaat hier uit een Inventariserend veldonderzoek (IVO), verkennende fase.
Gemeente Ermelo April 2025
De vraagstelling van deze onderzoeken richt zich op het toetsen van de archeologische verwachting en de bepaling in hoeverre de voorgenomen ingrepen in het kader van de planvorming effect hebben op eventuele archeologische resten in het gebied. Op de archeologische beleidskaart van de gemeente Ermelo geldt voor het plangebied een hoge archeologische verwachting op de aanwezigheid van archeologische resten. Deze resten kunnen in principe dateren vanaf het Laat-Paleolithicum tot in de Nieuwe Tijd. In de directe omgeving van het plangebied zijn verschillende, goed conserveerde vindplaatsen zijn aangetroffen. Direct ten westen van het plangebied zijn een tweetal vindplaatsen uit de periode Late Middeleeuwen aanwezig. Ook zijn in de omgeving vindplaatsen uit de periode IJzertijd en Late Middeleeuwen bekend. Op basis van deze gegevens geldt voor het plangebied een hoge archeologische verwachting voor de periodes LaatPaleolithicum-Nieuwe Tijd. Op basis van het veldonderzoek is de hoge archeologische verwachting grotendeels bevestigd. Tijdens het veldonderzoek is vastgesteld dat de ondergrond in het plangebied uit een tweetal bouwlanddekken op stuwwalafzettingen bestaat. Het bovenste, recentste bouwlanddek heeft een dikte van circa 30 cm. Hieronder bevindt zich een lichtergekleurd bouwlanddek dat een dikte van circa 30 tot 35 cm heeft.
Beide bouwlanddekken hebben een dikte van circa 60-65 cm en zullen daardoor archeologische resten in de top van de gestuwde afzettingen behoed hebben voor verstoringen. Het archeologisch relevante niveau wordt dan ook gevormd door de top van de stuwwalafzettingen dat aanwezig is op een diepte vanaf 105-120 cm -Mv (14,6-15,1 m +NAP). In deze top is een BC-horizont aangetroffen, waardoor geconcludeerd kan worden dat het archeologisch relevante niveau grotendeels intact aanwezig is. Op basis van deze bevindingen is de hoge archeologische verwachting voor vindplaatsen uit de periode Neolithicum-Nieuwe Tijd bevestigd. Resten uit de periode LaatPaleolithicum en Mesolithicum worden niet meer verwacht, waardoor voor deze periodes een lage verwachting geldt. Advies In het plangebied bestaat het voornemen de bestaande bebouwing te slopen en hiervoor in de plaats nieuwbouw te realiseren. Deze nieuwbouw wordt binnen dezelfde bouwvlakken als de bestaande bebouwing gerealiseerd. In het kader van de aanvraag van een omgevingsvergunning om deze ontwikkelingen mogelijk te maken, adviseren wij een vervolgonderzoek te laten plaatsvinden. Vervolg na archeologisch onderzoek Na overleg met gemeente Ermelo, en de regioarcheoloog, is er besloten om geen nader proefsleuvenonderzoek uit te voeren op locatie.
In plaats daarvan zal er tijdens het bouwrijp maken van de nieuwe woningen monitoring plaatsvinden door archeologen. Deze zullen nauwlettend in de gaten houden of er geen verdere archeologische resten aanwezig zijn in het plangebied. Indien tijdens de monitoring archeologische vondsten worden gedaan, kan het nodig zijn om een volledige opgraving uit te voeren. Dit gebeurt onder toezicht. Na de opgravingen wordt het plangebied weer vrijgegeven. Regels Er zijn geen regels van toepassing.
Gemeente Ermelo April 2025
5.2 Gevolgen fysieke leefomgeving Deze paragraaf bevat een beschrijving van de verschillende aspecten van de fysieke leefomgeving en de mogelijke gevolgen daarop door de beoogde ontwikkeling. Thema's als gezondheid, veiligheid, geluid, natuur, bouw en water maken integraal deel uit van het omgevingsplan. Per ontwikkeling zal verschillen wat er nodig is qua onderbouwing. 5.2.1 Milieueffectrapportage of m.e.r. beoordeling Wettelijk kader In Bijlage V van het Omgevingsbesluit (Ob) is aangegeven welke projecten in het kader van een omgevingsvergunning voor een BOPA plan-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Plannen die zijn genoemd in kolom 1 zijn m.e.r.-beoordelingsplichtig in gevallen als genoemd in kolom 3. Voor deze activiteiten moet worden onderzocht of deze aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben. De criteria om dit vast te stellen zijn genoemd in bijlage III van Richtlijn 2011/92/EU (richtlijn m.e.r.). Samengevat zijn dit de kenmerken van een project, de locatie van een project en soort en kenmerken van de verschillende milieueffecten. De initiatiefnemer van een in Bijlage V aangewezen project moet daarvan mededeling doen bij het bevoegd gezag, doorgaans het college van B&W (artikel 16.45, lid 1, Ow). In die mededeling (de aanmeldingsnotitie) is een beschrijving van het project, de locatie en de mogelijke milieueffecten opgenomen (artikel 11.10 Ob).
Het bevoegd gezag beslist binnen zes weken of sprake is van aanzienlijke milieueffecten en neemt die beoordeling op in de omgevingsvergunning (artikel 11.11 Ob). Onderzoek De beoogde ontwikkeling waarvoor een omgevingsvergunning voor een BOPA wordt aangevraagd, betreft de bouw van 32 appartementen en sloop van de voormalige bebouwing binnen de bebouwde kom van Ermelo. Dit is geen activiteit uit kolom van Bijlage V van het Ob. Hiervoor is geen m.e.r.beoordeling noodzakelijk. Uit paragraaf 5.18 blijkt dat gelet op de kenmerken van het plan, de plaats van het plan en de kenmerken van de potentiële effecten, geen aanzienlijke milieugevolgen optreden. Er is geen aanleiding voor het doorlopen van een m.e.r.-procedure. Te treffen maatregelen Er hoeven geen aanvullende maatregelen te worden genomen. Regels Er zijn geen regels van toepassing. 5.2.2 Ladder van duurzame verstedelijking Wettelijk kader De ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. Artikel 5.129g Bkl regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de ladder is vereist. Artikel 8.0b Bkl bepaalt dat deze instructieregel ook geldt voor een BOPA.
Het doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een evenwichtige toedeling van functies aan locaties door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij dient de behoefte aan een stedelijke ontwikkeling te worden aangetoond. De ladder kent drie treden die achter elkaar worden doorlopen.
Gemeente Ermelo April 2025
Figuur 5.1 Schema Ladder voor duurzame verstedelijking Een stedelijke ontwikkeling is de ontwikkeling of uitbereiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel (aanzienlijk in omvang) is. In die situaties dient rekening te worden gehouden met de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling. Als die nieuwe stedelijke ontwikkeling buiten stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing gerealiseerd moet worden, dient dit nader onderbouwd te worden. Artikel 5.129g Bkl legt geen grens vast wat voldoende substantieel is. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn wel lijnen uitgezet. Er zijn diverse uitspraken van de Afdeling, maar er zijn geen harde ondergrenzen, maar stelt wel ‘in beginsel’ grenzen. Voorbeelden hiervan zijn de volgende: (zie volgende pagina) -
-
Woningen: in beginsel is een plan met meer dan 11 woningen een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Voor wonen is dus de lijn dat er vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Vloeroppervlakte en ruimtebeslag vanaf 500 m2: bij andere stedelijke functies in de vorm van een terrein is de ondergrens ‘in beginsel’ geen stedelijke ontwikkeling. Bij toevoeging aan een gebouw ligt de ondergrens ‘in beginsel’ bij een bruto-vloeroppervlakte van minder dan 500 m2.
Ook als de Ladder niet van toepassing is geldt een motiveringsplicht voor de evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Onderzoek Het plan is een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van de ladder voor duurzame verstedelijking; het gaat om het toevoegen van 32 sociale huurwoningen. Daarom dient de ladder van duurzame verstedelijking te worden gevolgd. Behoefte Zoals aangetoond in paragraaf 4.3.1 (gemeentelijk beleid) blijkt dat er in Ermelo een behoefte is aan woningen. Voor de periode tot 2030 is de kwantitatieve behoefte 1.060 woningen. Er is in de gemeente vooral een tekort aan betaalbare woningen. Dit plan draagt door de bouw van 29 appartementen in de vorm van sociale huurwoningen bij aan dit doel en voorziet dus in zowel de kwalitatieve als kwantitatieve woonbehoefte. Regionale Afstemming De woningbouwcorporatie Uwoon is de initiatiefnemer van het plan. Zij zijn gevestigd in de gemeenten Elburg, Ermelo, Harderwijk en Oldebroek. Zij weten wat er regionaal speelt en waar er behoefte is aan woningen. Hierover overleggen zij ook met de desbetreffende gemeente. Te treffen maatregelen Zoals blijkt uit voorgaande paragraaf is er een behoefte naar woningen die gerealiseerd worden met dit plan. Er hoeven geen aanvullende maatregelen genomen te worden. Regels Er zijn geen regels van toepassing.
Gemeente Ermelo April 2025
5.2.3 Dienstenrichtlijn Wettelijk kader Er mogen geen economische motieven zijn voor regels voor diensten in een omgevingsplan. Dit volgt uit de Dienstenrichtlijn. Voor het uitvoeren van de Dienstenrichtlijn staat in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) een instructieregel (artikel 5.1a). Onderzoek Dit plan betreft de ontwikkeling van 32 appartementen en sloop van bestaande woningen. In dit plan worden geen nieuwe diensten toegevoegd, er hoeft niet getoetst te worden aan de dienstenrichtlijn Te treffen maatregelen Er hoeven geen aanvullende maatregelen genomen te worden. Regels Er zijn geen regels van toepassing. 5.2.4 Mobiliteit Wettelijk kader Verkeer en parkeren moeten als omgevingsaspecten in het belang van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden beoordeeld. De Omgevingswet en het Bkl stellen geen regels op dit gebied. De omgevingsvisie van de gemeente Ermelo gaat wel op deze aspecten in. De Nota Parkeernormen Ermelo (2017) biedt daarvoor de kaders. Deze kaders zijn gebaseerd op de parkeercijfers van het CROW. De CROW-richtlijnen zijn erg belangrijk bij de beoordeling van verkeer en parkeren. Onderzoek Verkeer De ontsluiting van het plangebied vindt plaats via de Gelreweg. De bereikbaarheid van het plangebied is goed. De wegen waar de woningen aan liggen, liggen aan een goed doorlopende weg.
Er zijn twee in- en uitritten die uitkomen op de parkeerplaats. De Gelreweg ontsluit op de Oude Telgterweg die uiteindelijk uitkomt op de provinciale weg (N303). Aan de Hamburgerweg en N303 zijn twee bushaltes, op een loopafstand van maximaal 9 minuten van het plangebied. Daarnaast heeft Ermelo een treinstation, dat fietsend in 5 minuten te bereiken is vanaf planlocatie.
Oude Telgterweg
Figuur 5.2 Verkeer en ontsluitingssituatie Gelreweg (bron: PDOK Viewer) In de beoordeling van het plan op het omgevingsaspect verkeer zijn de ontsluitingsstructuur, verkeersgeneratie, bereikbaarheid en verkeersveiligheid relevant. Daarbij worden alle relevante vervoerwijzen bezien (gemotoriseerd verkeer, langzaam verkeer, openbaar vervoer). Onderliggend plan leidt tot meer motorvoertuigbewegingen (mvt). Een verkeerstoename mag niet leiden tot knelpunten in de verkeersafwikkeling en/of verkeersveiligheid. Door deze ontwikkelingen komen er in totaal 102
Gemeente Ermelo April 2025
verkeersbewegingen per dag bij. Dit veroorzaakt geen knelpunten in verkeersafwikkeling en tast de verkeersveiligheid niet aan. Parkeren Het bevoegd gezag kan pas een omgevingsvergunning verlenen voor de activiteit bouwen in het geval van nieuwbouw, uitbreiding of functiewijziging van gebouwen en/of voorzieningen, wanneer op eigen terrein wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Er is sprake van voldoende parkeergelegenheid, indien voldaan wordt aan de parkeernormen en overige eisen (zoals maatvoering) zoals die zijn opgenomen in de ‘Nota parkeernormen Ermelo’. In deze Nota is opgenomen dat aanvragers zelf verantwoordelijk zijn voor de realisatie van parkeerplaatsen op eigen terrein. Wanneer dit niet mogelijk is er een stappenplan opgesteld om toch tot een goede parkeersituatie te komen. In de Nota zijn ook de normen opgenomen voor het parkeren per woningtype. Voor ‘Huurhuis, sociale huur’ geldt een parkeernorm van 1,6 in de rest bebouwde kom, waar het plangebied onder valt. Omdat het geen reguliere woonhuizen zijn, maar appartementen met een kleinere oppervlakte is er gerekend met een norm van 1,4 Deze norm is inclusief 0,3 parkeerplaatsen per woning voor bezoekersparkeerplaatsen. Op basis van de geldende norm is een parkeerberekening opgesteld (zie bijlage 7).
In deze berekening is inzichtelijk gemaakt hoeveel parkeerplaatsen nodig zijn, waarbij rekening is gehouden met de aanwezigheidspercentages van zowel bewoners als bezoekers. Hieruit blijkt dat in totaal 40 parkeerplaatsen noodzakelijk zijn. In het inrichtingsplan (zie bijlage 1) zijn voldoende parkeervoorzieningen opgenomen om hierin te voorzien. Zowel bij bouwblok 1 als bij bouwblok 2 zijn parkeerplaatsen gepland, gelegen naast en achter de bebouwing. Voor een overzicht van de exacte situering wordt verwezen naar het inrichtingsplan in bijlage 1. Te treffen maatregelen De beoordeling van het plan op het omgevingsaspect parkeren houdt onder meer in dat er voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein aanwezig moet zijn. Onderliggend plan zorgt voor genoeg parkeergelegenheid, want er worden 40 parkeerplaatsen opgenomen. Regels Er zijn geen regels van toepassing. 5.2.5 Geluid Wettelijk kader In het kader van het beschermen van de gezondheid en het milieu (artikel 2.1, lid 3, onder b en c Ow) stelt het Besluit kwaliteit leefomgeving regels voor het beheersen van geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen en de bescherming van geluidgevoelige gebouwen en andere gebouwen en plekken (afdeling 3.5 Bkl). De wetgever maakt onderscheid tussen geluidbronnen met een geluidproductieplafond als omgevingswaarde (gpp) en bronnen met een basisgeluidemissie (bge).
Geluid afkomstig van wegen, spoorwegen en industrieterreinen heeft invloed op de omgeving. Het bevoegd gezag beoordeelt geluid van deze bronnen bij geluidgevoelige gebouwen (artikel 3.20 Bkl). Voor een aantal geluidgevoelige gebouwen (artikel 3.20 Bkl) en stiltegebieden (artikel 7.11 Bkl) gelden specifieke regels. In de aanwijzing van geluidgevoelige gebouwen is de functie (zoals wonen, onderwijs of zorg) bepalend (artikel 3.20 Bkl). Voor andere gebouwen of locaties bepaalt de gemeente zelf de mate van bescherming tegen geluid. Dat doet de gemeente vanuit haar taak 'evenwichtige toedeling van functies aan locaties'.
Gemeente Ermelo April 2025
Figuur 5.3 Waarden voor geluidsbelasting
Gemeente Ermelo April 2025
In dat kader zijn de regels in paragraaf 22.3.4 Bruidsschat van toepassing. Daarin staan regels over geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. In de Bruidsschat zijn waarden bepaald (artikel 22.57 Bruidsschat). Daarbij is onderscheid gemaakt in geluid door de volgende activiteiten: • • •
activiteiten anders dan door windturbines en windparken en civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen (par. 22.3.4.2 BS); geluid door windturbines en windparken (par. 22.3.4.3 BS); geluid door civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen (par. 22.3.4.4 BS).
Onderzoek Wegverkeerslawaai Het plangebied ligt binnen de geluidszone van de Gelreweg en Kampvelderweg. Voor de wegen Gelreweg en Kampvelderweg geldt een maximumsnelheid van 30km/uur. Binnen het plangebied varieert de geluidsbelasting van 45 tot maximaal 50 dB (goed tot zeer goed), zie figuur 5.3. Hiermee voldoet het aan de standaardwaarde van 53 dB. Er is daarom geen aanvullend onderzoek nodig naar de geluidsbelasting op de twee bouwblokken.
Figuur 5.4 Uitsnede Geluid in Nederland ter hoogte van plangebied (rood omkaderd) (Bron: Atlasleefomgeving) Spoorweglawaai Het plangebied ligt op 1 kilometer afstand van de spoorlijn Zwolle – Amersfoort. Het plan ligt buiten het geluidsaandachtsgebied van spoorwegen, het uitvoeren van een akoestisch onderzoek is niet nodig. Industrielawaai Het plan ligt niet in de nabijheid van bedrijven met activiteiten die geluid veroorzaken of industrieterreinen. Het uitvoeren van een akoestisch onderzoek is daarom niet nodig. Te treffen maatregelen De geluidsbelasting op het plangebied valt binnen de geluidsnormen. Er hoeven geen aanvullende maatregelen te worden genomen. Regels Gemeente Ermelo April 2025
Er zijn geen regels van toepassing. 5.2.6 Luchtkwaliteit Wettelijk kader Als een BOPA-betrekking heeft op een milieubelastende activiteit die leidt tot een verhoging van de concentratie van luchtverontreinigende stoffen in de buitenlucht, kan deze alleen worden verleend als de omgevingswaarden voor deze stoffen niet overschreden worden (artikel 8.17 Bkl). De kans op overschrijding is met name aanwezig als een activiteit in of nabij een aandachtsgebied plaatsvindt. In deze gebieden (aangewezen in artikel 5.51, lid 2, van het Bkl) bestaat een reële kans op (een dreigende) overschrijding van een omgevingswaarde. Onderzoek zal moeten uitwijzen of de activiteit daadwerkelijk leidt tot een overschrijding van de omgevingswaarden. Onderzoek is niet nodig als de activiteit niet in betekenende mate bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Dit is het geval als activiteiten leiden tot een verhoging van de kalenderjaargemiddelde concentratie in de buitenlucht van zowel stikstofdioxide als PM10 van 1,2 μg/m3 of minder. Daarbij is in artikel 5.54 Bkl een koppeling gelegd met een aantal standaardactiviteiten die niet in betekenende mate bijdragen. Enkele voorbeelden zijn: • • •
Woningen: 1.500 met een enkele ontsluitingsweg; Woningen: 3.000 met twee ontsluitingswegen; Kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.
Als een activiteit niet in betekenende mate bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, dan is het omgevingsaspect luchtkwaliteit geen belemmering. Concreet is een beoordeling alleen relevant voor milieubelastende activiteiten waarvoor een omgevingsvergunning nodig is. Onderzoek De activiteiten in het plan behoort tot een categorie van gevallen die niet in betekenende mate bijdragen (standaardactiviteiten zijn genoemd in artikel 5.54 Bkl) of leidt tot een verhoging van de kalenderjaargemiddelde concentratie in de buitenlucht van zowel stikstofdioxide als PM10 van 1,2 μg/m3 of minder. Is dit het geval, is er geen belemmering voor het toelaten van de activiteit. Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit, GCN2023 Jaar van planrealisatie
2025
Extra verkeer als gevolg van het plan Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde)
102
Aandeel vrachtverkeer
4,0%
NO2 in μg/m3
0,08
PM10 in μg/m3
0,01
Maximale bijdrage extra verkeer Grens voor "Niet In Betekenende Mate" in μg/m3 Conclusie
1,2
De bijdrage van het extra verkeer is niet-in-betekenende-mate; geen nader onderzoek nodig
Figuur 5.5 NIMB-tool voor planlocatie (Bron: iplo.nl) Voor het plangebied geldt de toevoeging van 32 appartementen en de sloop van 10 bestaande woningen. Dit leidt tot een verkeersgeneratie per woningen van respectievelijk 3,2. Hierbij is uitgegaan van rest bebouwde kom en matig stedelijk gebied. Totaal van extra voertuigbewegingen is 102,4. Geconcludeerd kan worden dat dat met het plan de luchtkwaliteit niet ‘in overwegende mate’ zal verslechteren. Om die reden hoeft niet verder op het aspect luchtkwaliteit te worden ingegaan. Te treffen maatregelen Er hoeven geen maatregelen te worden getroffen. Regels Er zijn geen regels van toepassing.
Gemeente Ermelo April 2025
5.2.7 Geur Wettelijk kader In het kader van het beschermen van de gezondheid en het milieu (artikel 2.1 lid 3 onder b en c Ow) worden ten aanzien van diverse sectoren regels gesteld op het gebied van geur(hinder). Het gaat onder meer om veehouderijen en andere landbouwactiviteiten, de mengvoederindustrie, horeca, rioolwaterzuiveringsinstallaties, slachterijen, en (andere) milieubelastende activiteiten. Regels over geur zijn verdeeld over verschillende Amvb’s. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet dienen de activiteiten allereerst te voldoen aan de regels die in het tijdelijk omgevingsplan staan. Indien er nog geen aanpassing heeft plaatsgevonden van het tijdelijk omgevingsplan en sprake is van een activiteit/inrichting die/dat voorheen onder het Activiteitenbesluit milieubeheer viel, dan gelden de regels uit de Bruidsschat. De Bruidsschat bevat regels over: ▪ ▪ ▪ ▪
Geur door het houden van landbouwhuisdieren en paarden en pony’s voor het berijden in een dierenverblijf (par. 22.3.6.2 BS); Geur door het houden van fokteven van nertsen (par. 22.3.6.3 BS); Geur door andere agrarische activiteiten, zoals o.a. het opslaan van vaste mest, champost of dikke fractie en het composteren of opslaan van groenafval (par. 22.3.6.4 BS); Geur door het exploiteren van zuiveringstechnische werken (par. 22.3.6.5 BS).
Voor een aantal milieubelastende activiteiten geldt een vergunningplicht op basis van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteit leefomgeving (Bal). In afdeling 8.5 'Omgevingsvergunning milieubelastende activiteit' van het (Bkl) staan beoordelingsregels. Het bevoegd gezag gebruikt deze beoordelingsregels bij het beoordelen van de vergunningaanvraag. In het Bkl staan algemene beoordelingsregels en specifieke beoordelingsregels voor geur. De vergunningverlener moet bij het beoordelen van het aanvaardbaar geurhinderniveau rekening houden met het omgevingsplan. Zo staat in het omgevingsplan wat de geurgevoelige gebouwen en locaties zijn. Ook kunnen in het omgevingsplan andere regels voor geur staan (of een omgevingswaarde voor geur). In het omgevingsplan staan bijvoorbeeld geurregels voor veehouderijen. De vergunningverlener moet dan rekening houden met deze regels. Onderzoek Er wordt onderscheid gemaakt tussen interne en externe geurbelasting. Enerzijds moet intern worden aangetoond dat omliggende bedrijven de functie ‘Wonen’ toelaten in het plangebied. Anderzijds mag de functie ‘Wonen’ andere bedrijven niet hinderen in de bedrijfsvoering. Interne geurbelasting In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich voornamelijk woonbestemmingen, het plan ligt in de bebouwde kom. Op 48 meter van het plangebied, bevindt zich een bedrijfsbestemming.
Uit onderzoek blijkt dat hier geen bedrijf meer gevestigd is. Verder ligt op 60 meter afstand een nutsvoorziening. Hiervoor is geen afstand voor geur opgenomen Tot slot ligt op 130 meter een slijterij. Hiervoor geldt geen richtafstand voor geur. Het plangebied ligt niet in de omgeving van geur veroorzakend activiteiten. Dit vormt dus geen belemmering voor het project. Adres
Bedrijfstype
Kampvelderweg 10
Geen bedrijf meer gevestigd Trafohuisje
Oude Arnhemsekarweg 28 Putterweg 45
Slijterij
Richtafstand geur buitengebied -
Afstand tot plangebied (bouwvlak tot bouwvlak) 90 meter
-
70 meter
-
150 meter
Externe geurbelasting Het toevoegen van een woonfunctie aan het plangebied belemmert andere bedrijven rondom het plangebied niet, gezien de afstanden die ruim boven de gestelde normen liggen. Hiermee voldoet het plan aan de externe geurbelasting.
Gemeente Ermelo April 2025
Figuur 5.6 Ligging plangebied ten opzichte van omliggende bedrijven (bron: PDOK-Viewer) Te treffen maatregelen Omliggende bedrijven worden niet gehinderd in de bedrijfsvoering. Ook laten omliggende bedrijven de functie ‘Wonen’ toe in het gebied. Aanvullende maatregelen hoeven niet genomen te worden. Regels Er zijn geen regels van toepassing. 5.2.8 Trillingen Wettelijk kader Het omgevingsaspect trillingen is geregeld in paragraaf 22.3.5 van de Bruidsschat. Daarin worden regels gesteld aan trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz door een activiteit in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw, die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Er gelden maximale waarden voor continue trillingen en voor herhaald voorkomende trillingen. De maximale waarden zijn opgenomen in de tabellen in artikel 22.88 en 5.87a van de Bruidsschat. Onderzoek Dit plan betreft de toevoeging van 32 appartementen binnen het plangebied. Er zijn geen bedrijfsactiviteiten op korte afstand die trillingen veroorzaken. Te treffen maatregelen Er liggen geen bedrijven in de omgeving die trillingen veroorzaken. Aanvullende maatregelen hoeven niet genomen te worden. Regels Er zijn geen regels van toepassing.
5.2.9 Bodem Wettelijk kader Waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie worden opgenomen in het definitieve omgevingsplan (art. 5.89i Bkl). Deze waarden kunnen per gebied of per gebruiksfunctie verschillen. Bij een overschrijding van een vastgestelde waarde (zie art. 5.89i Bkl) is het bouwen van een bodemgevoelig gebouw alleen toegelaten als de in het omgevingsplan voorgeschreven sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen (art. 5.89K Bkl, art. IIIa onder 2 Aanvullingsbesluit Bodem).
Gemeente Ermelo April 2025
Daarnaast zijn er specifieke regels over bodem opgenomen in het Aanvullingsbesluit Bodem en de activiteiten zijn opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving: • • • •
Regels over nazorg van de bodem na saneren op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving, het omgevingsplan, een omgevingsvergunning of een maatwerksvoorschrift (artikel IIIa, paragraaf 2.3.6a.2); Regels over graven in de bodem (paragraaf 3.2.21 en 3.2.22Bal); Regels over activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico (paragraaf 2.3.6a.4) Maatwerkregels over het saneren van de bodem in het zinkassengebied De Kempen, (paragraaf 2.3.6a.5).
Bij wijzigingen van activiteiten geldt dat de bodem geschikt moet zijn voor het beoogde gebruik. Dit kan betekenen dat een onderzoek moet worden verricht naar de bodem- en grondwaterkwaliteit. Onderzoek Dit plan betreft het planologisch mogelijk maken van het toevoegen van acht woningen met bijgebouw aan het plangebied, waardoor in totaal negen woningen in plangebied zijn toegestaan. In opdracht van BiedtRuimte is in een verkennend (asbest)bodemonderzoek de bodem onderzocht op een terrein ter grootte van circa 4415 m² aan de Gelreweg14-32 in Ermelo. De onderzoekslocatie is deels bebouwd met te slopen woningen met bijgebouwen. Inpandig zijn er houten vloeren en kruipruimtes aanwezig. Het onbebouwde deel van de onderzoekslocatie is deels verhard met klinkers/tegels en deels onverhard en begroeid met gras, planten of struiken. De aanleiding van dit onderzoek is de herontwikkeling van de locatie waarbij de bestaande woningen worden gesloopt en een nieuw appartementencomplex wordt gebouwd. Hiervoor dient de milieukundige kwaliteit van de bodem bekend te zijn. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN5725 “Aanleiding A: Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek”.
Op basis van de resultaten uit dit vooronderzoek werd de locatie vanwege de ligging en ouderdom als verdacht beschouwd voor de aanwezigheid van zware metalen, minerale olie, PAK en asbest. Conclusies en aanbevelingen In de bovengrond (BG I, BG II, BG IV en BG V) zijn (zeer) lichte verontreinigingen aangetoond. Voor een beschrijving en mogelijke verklaringen wordt verwezen naar het volledige onderzoeksrapport, terug te vinden als bijlage 5. In de boven- en ondergrond (BG III, OG I en OG II) zijn geen verontreinigingen gemeten. Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, is het uitvoeren van een nader onderzoek niet noodzakelijk. Uit milieukundig oogpunt is er geen bezwaar tegen de voorgenomen nieuwbouwplannen, aangezien de vastgestelde verontreinigingen geen risico's voor de volksgezondheid opleveren. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik (wonen). Te treffen maatregelen Er hoeven geen maatregelen te worden genomen. Regels Er zijn geen regels van toepassing. 5.2.10 Veiligheid Wettelijk kader Omgevingsveiligheid beschrijft de risico’s die ontstaan als gevolg van opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines. Voor omgevingsveiligheid zijn regels opgenomen in paragraaf 5.1.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl van het Bkl).
De paragrafen 5.1.2.2 tot en met 5.1.2.6 van het Bkl gaan over het toelaten van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties in verband met het externe veiligheidsrisico van een activiteit die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit.
Gemeente Ermelo April 2025
Plaatsgebonden risico Grenswaarden en standaardwaarden voor het Plaatsgebonden Risico (PR) ten aanzien van (zeer) (beperkt) kwetsbare gebouwen en (beperkt) kwetsbare locaties zijn opgenomen in artikel 5.6 tot en met artikel 5.11a van het Bkl. Grenswaarden voor kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties (art. 5.7 lid 1 Bkl) worden in een Omgevingsplan in acht genomen. Met standaardwaarden voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties wordt in een omgevingsplan rekening gehouden (art. 5.11 Bkl). Voor het plaatsgebonden risico gelden, afhankelijk van de activiteit, vastgestelde afstanden of te berekenen afstanden (bijlage VII Bkl). Groepsrisico Bij groepsrisico is sprake van ‘aandachtsgebieden’. Risicovolle activiteiten hebben van rechtswege aandachtsgebieden (art. 5.12 Bkl). Het opnemen van aandachtsgebieden in een omgevingsplan is niet verplicht. Aandachtsgebieden zijn gebieden rond activiteiten met gevaarlijke stoffen. Deze aandachtsgebieden maken zichtbaar waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen onvoldoende beschermd zijn tegen de gevolgen van ongevallen met gevaarlijke stoffen (RIVM a, z.d.). Aandachtsgebieden zijn er voor brand, explosie en gifwolk.
Afhankelijk van het type activiteit met gevaarlijke stoffen, zijn er voor het betreffende aandachtsgebied in de regelgeving vaste afstanden vastgesteld of zijn deze afstanden rekenkundig te bepalen (bijlage VII Bkl). Aandachtsgebieden worden zichtbaar gemaakt in het Register externe veiligheidsrisico’s (REV). Binnen een aandachtsgebied kan sprake zijn van een voorschriftengebied. Een gemeente kan in het Omgevingsplan afzien van aanwijzing van een brand- of explosievoorschriftengebied of een kleiner brand- of explosievoorschriftengebied aanwijzen (art. 5.14 Bkl). Als het initiatief ligt in een voorschriftengebied, dan gelden voor nieuwbouw aanvullende bouweisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (art. 4.90 tot en met 4.96 Bbl. Voor zeer kwetsbare gebouwen, zoals scholen, kinderdagopvang, en verzorgingstehuizen, geldt altijd een voorschriftengebied, en gelden dus aanvullende bouweisen bij nieuwbouw (art. 5.14 Bkl). Los van een eventueel voorschriftengebied kan een gemeente aanvullende eisen stellen, bijvoorbeeld aan vluchtroutes en de bereikbaarheid van het gebied door hulpdiensten. Dergelijke eisen worden dan opgenomen in de omgevingsvergunning.
Een berekening van het groepsrisico is onder de Omgevingswet optioneel; het is niet meer verplicht om het groepsrisico te bepalen, maar een gemeente mag hier nog wel om vragen (via een voorschrift) om de toelaatbaarheid van de situatie te beoordelen. Naast bovengenoemde regels over veelvoorkomende situaties is voor een aantal specifieke situaties nog de volgende delen van het Bkl van belang: ▪ ▪ ▪ ▪
Beperkingen in het belemmeringengebied (voormalige belemmeringenstrook in de huidige regelgeving) van buisleidingen: par. 5.1.2.3 Bkl; Veiligheid rond opslaan, herverpakken en bewerken van vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik: par 5.1.2.4 Bkl; Veiligheid rond het bewerken en opslaan van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik en op militaire objecten (par. 5.1.2.5 Bkl); Veiligheid rond luchthavens (par. 5.1.2.6 Bkl).
Onderzoek Het plangebied ligt in een gebied dat volgens de Risicokaart niet overstroomt. In de directe omgeving van het plangebied zijn geen andere risicobronnen aanwezig die invloed hebben op deze afwijkingen van het omgevingsplan. De afwijking voorziet in het planologisch mogelijk maken van 32 appartementen binnen het plangebied. Het aantal personen en kwetsbare objecten neemt dus toe. Er zijn echter geen risico’s in de omgeving die de veiligheid van bewoners in gevaar brengt. Het aspect externe omgevingsveiligheid levert zodoende geen belemmeringen op voor de BOPA.
Gemeente Ermelo April 2025
Figuur 5.7 Uitsnede risicokaart met plangebied rood omkaderd (bron: Atlas van de Leefomgeving). Te treffen maatregelen Er hoeven geen maatregelen te worden getroffen. Regels Er zijn geen regels van toepassing. 5.2.11 Water Wettelijk kader Nationaal beleid - Het Nationaal Waterprogramma 2022-2027 Het Nationaal Water Programma (NWP) 2022 -2027 is op 18 maart 2022 vastgesteld en brengt het Nationaal Water Plan en het Beheer- en ontwikkelplan voor de rijkswateren in het kader van de Omgevingswet samen in één programma. De Rijksoverheid beschrijft de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de uitvoering ervan in de rijkswateren en vaarwegen. Aspecten als klimaatverandering, bodemdaling, milieu- verontreiniging en ruimtedruk zorgen ervoor dat Nederland momenteel te maken heeft met grote wateropgaven, die in de toekomst steeds groter en complexer worden. In het Nationaal Waterprogramma 2022 – 2027 staan de volgende drie ambities centraal: • • •
Een veilige en klimaatbestendige delta; Een concurrerende, duurzame en circulaire delta; Een schone en gezonde delta met hoogwaardige natuur.
Deze drie hoofdambities worden uitgewerkt per thema: • • •
Klimaatadaptatie; Waterveiligheid; Zoetwaterverdeling en droogte;
Gemeente Ermelo April 2025
• • • •
Waterkwaliteit; Grondwater; Scheepvaart; Water en leefomgeving.
In deel A van het NWP zijn de belangrijkste beleidsdoelen en keuzes per thema geformuleerd. Vervolgens is in deel B het beheer en uitvoering door Rijkswaterstaat per thema beschreven. Tot slot komen in deel C het beleid en beheer en uitvoering samen in specifieke gebiedsgerichte uitwerkingen voor verschillende onderdelen van het hoofdwatersysteem. Provinciaal beleid - Regionaal Waterprogramma Gelderland 2021-2027 Het Regionaal Waterprogramma (RWP) 2021 – 2027 Provincie Gelderland is op 15 december 2021 vastgesteld. In het Provinciaal Waterprogramma 2021-2027 zijn de op- gaven van de Europese Kaderrichtlijn Water, het Nationaal Bestuursakkoord Water en het Nationaal Waterplan vertaald naar strategische doelstellingen voor Gelderland. De provincies heeft zeven ambities: 1.
2. 3. 4. 5.
6.
7.
Vestigingsklimaat: Voldoende water van voldoende kwaliteit is belangrijk als grondstof en/of proceswater voor landbouw en industrie. Daarom inzet op onder andere efficiënt en effectief grondwatergebruik via grondwaterbeheer, voorraadbeheer en besparen. De landbouw is een belangrijke partner voor het behalen van de doelen voor waterkwaliteit en kwantiteit en heeft daarmee zelf een belangrijke rol om water als grondstof beschikbaar te houden Wonen: Water biedt mogelijkheden voor recreatie, schoon grondwater voor drinkwater en is onderdeel van de ruimtelijke kwaliteit (visueel aantrekkelijk landschap, verkoeling in de steden, ‘hoogwaterbestendige’ woningen) Bereikbaarheid: We streven naar een goede ontsluiting over water.
Dit betekent goede bevaarbaarheid voor beroepsvaart, ook in tijden van laag water Biodiversiteit: Voldoende water van voldoende kwaliteit voor (beschermde) planten en dieren, streven naar natuurvriendelijk beheer van water, oevers, onderhoudspaden, keringen en groene bergingen, doorgaan met verdrogingsbestrijding Klimaatadaptatie: Het natuurlijk systeem van bodem en water is een belangrijk ordenend principe in de afweging van ruimtelijke ontwikkelingen, beschikbaarheid van water in droge perioden, beschikbaarheid van water voor natuur, tegengaan hittestress, voorkomen van wateroverlast en bescherming tegen overstromingen Energietransitie: Het bodem- en watersysteem biedt onder andere mogelijkheden voor zonnevelden op water, waterkracht, bodemenergie, aardwarmte en aquathermie. Als we zuiniger gebruik maken van water als grondstof verbruiken we minder energieverbruik voor koelen, verwarmen etc. Circulaire Economie: Water als (herbruikbare) grondstof. Water is een belangrijke grondstof, als we er voorzorgen dat deze schoon blijft kunnen we deze goed hergebruiken.
In het plan zijn deze programma's verder uitgewerkt in maatregelen, in samenhang met economische, milieu- en maatschappelijke opgaven. Dit heeft geleid tot een integrale visie op de ontwikkeling van de provincie Gelderland. Waterschapsbeleid – Blauw Omgevingsprogramma 2022-2027 Waterschap Vallei en Veluwe In november 2021 is het Blauw Omgevingsprogramma (BOP) van waterschap Vallei en Veluwe vastgesteld. In dit plan is beschreven welke doelstellingen het waterschap nastreeft in de periode 20222027 en hoe zij die doelstellingen wil gaan halen. Het BOP is uitgewerkt in vijf verschillende doelen: •
•
•
Waterveiligheid: Het waterschap werkt aan de bescherming van inwoners en het gebied tegen overstromingen. De waterkeringen voldoen aan de wettelijke normen. Bij het op orde houden en brengen van waterkeringen wordt rekening gehouden met andere functies en waarden op en aan de dijk, zoals natuur en biodiversiteit, ruimtelijke kwaliteit en recreatie. Watersysteem: Het werken aan een toekomstbestendig en klimaatrobuust grond- en oppervlaktewatersysteem, dat passend is ingericht naar de veranderende gebiedswensen. Meer focus op ecologie en waterkwaliteit en de toenemende vervlechting van functies vraagt om een nieuwe kijk op waterbeheer. Daarbij is het waterschap zich bewust van de eindige maakbaarheid en het toenemend belang van bewustwording en acceptatie bij gebiedspartners. Wonen en zuiveren: Hier valt het hele proces onder van het verwerken van (extreme) neerslag en inzameling van stedelijk en industrieel afvalwater in bebouwd gebied, tot aan het lozen van effluent in het watersysteem. In het stedelijk gebied houden we water zoveel mogelijk lokaal vast en infiltreren het in de bodem door meer groen en water in de stad. Deze klimaatadaptatie bevordert de biodiversiteit en draagt bij aan het waterbewustzijn en het verhogen van de
Gemeente Ermelo April 2025
•
•
leefbaarheid. In samenwerkingsverbanden met gemeenten wordt gewerkt aan uitvoeren van klimaatadaptieve maatregelen en het verbeteren van het huidige watersysteem en rioolstelsel. We werken aan het efficiënt onderhouden, optimaliseren en verduurzamen van bestaande installaties en streven naar circulariteit door terugwinning van energie en grondstoffen. Circulaire economie: Waterschap Vallei en Veluwe wil in 2050 volledig circulair zijn. We dragen daarin actief bij aan de transitie naar een regionale, circulaire economie. Het Beleidskader Circulaire Economie is hierbij het vertrekpunt. Dat betekent een omwenteling in de manier waarop wordt omgegaan met grondstoffen, samenwerkingen en leefomgeving. Energietransitie: Waterschap Vallei en Veluwe is het eerste energieneutrale waterschap in Nederland. In 2050 winnen wordt alle energie uit hernieuwbare bronnen en is de CO 2-uitstoot met 95 procent verminderd. Nu wordt gestreven naar een klimaatpositieve bijdrage aan de leefomgeving. Daarmee wordt bedoeld dat de uitstoot van broeikasgassen minimaliseren, compenseren en/of opslaan in bodem of biomassa.
Deze vier thema's zijn uitgewerkt in verschillende deelgebieden, waarmee de doelstellingen vertaald zijn in concrete opgaven en maatregelen. Deze doelstellingen vinden onder andere een doorwerking in de beschikbare instrumenten van het waterschap; verordening, legger, communicatie en stimuleringsmiddelen. Het plangebied valt onder het deelgebied ‘Noord-Veluwe’. De watertoets Sinds 1 november 2003 is voor alle ruimtelijke plannen de watertoets verplicht. Het doel van de watertoets is waterbelangen evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces van Rijk, provincies en gemeenten. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. De toets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuiskundige aspecten. Via de digitale watertoets is beoordeeld of en welke waterbelangen voor het plan relevant zijn. Onderzoek Ten behoeve van voorliggend plan is de digitale watertoets ingevuld, zie bijlage 6. Hieruit volgt dat de korte procedure gevolgd kan worden. Dit betekent dat het plan een beperkte invloed heeft op het watersysteem. Waterschap Vallei en Veluwe heeft een uitgangspuntennotitie opgesteld. In navolgende paragraaf is beschreven hoe daarin voor dit plan is voorzien.
Het waterschap vraagt u om in uw plan met de volgende drie aandachtspunten rekening te houden: Vasthouden - bergen - afvoeren Een belangrijk principe is dat een deel van het hemelwater binnen het plangebied wordt vastgehouden en/of geborgen en dus niet direct afgevoerd wordt naar de riolering of het oppervlaktewater. Hiermee wordt bereikt dat de waterzuiveringsinstallatie beter functioneert, verdroging wordt tegengegaan en piekafvoeren in het oppervlaktewater (met eventueel wateroverlast in benedenstrooms gelegen gebieden) wordt voorkomen. Bij lozing op oppervlaktewater zal hiervan een melding gedaan moeten worden bij het waterschap. Grondwaterneutraal bouwen Om grondwateroverlast te voorkomen adviseert het waterschap om boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te ontwerpen. Dit betekent dat aspecten zoals ontwateringsdiepte en infiltratie van hemelwater, beschouwd worden ten opzichte van de GHG. Het structureel onttrekken/ draineren van grondwater is geen duurzame oplossing en moet worden voorkomen. Het waterschap adviseert de initiatiefnemer dan ook om voorafgaand aan de ontwikkeling een goed beeld te krijgen van de heersende grondwaterstanden en GHG. Eventuele grondwateroverlast is in eerste instantie een zaak voor de betreffende perceeleigenaar.
Schoonhouden – Scheiden – schoon maken Om verontreiniging van bodem, grond- en/of oppervlaktewater te voorkomen is het van belang dat het afstromende hemelwater niet verontreinigd raakt. Dit kan door nadere eisen/ randvoorwaarden te stellen aan bijvoorbeeld de toegepaste (bouw)materialen. Wij vragen de initiatiefnemer om duurzame bouwmaterialen te gebruiken. Grondwaterfluctuatiezone Daarnaast raakt het plangebied een grondwaterfluctuatiezone. Hiervoor dient rekening te worden gehouden met de verwachtte stijging van de grondwaterstanden in de grondwaterfluctuatiezone. Dit is een zone langs de flanken van het Veluwemassief, waar de grondwaterstanden naar verwachting op termijn zullen stijgen. Afhankelijk van de verwachtte stijging kan het raadzaam zijn daar nu rekening
Gemeente Ermelo April 2025
mee te houden, om toekomstig grondwateroverlast te voorkomen. Afstemming met de provincie Gelderland is vereist om te bepalen wat dit voor het plan betekent. Programma van Eisen Water en Riolering gemeente Ermelo Voor de ontwikkeling is het "Programma van Eisen Water en Riolering" van de gemeente Ermelo van toepassing (versie 30-08-2024). In dit PvE zijn uitgangspunten vastgelegd voor een toekomstbestendige omgang met hemel- en afvalwater. De gemeente streeft ernaar om bij nieuwbouwinitiatieven het regenwater zoveel mogelijk op eigen terrein te verwerken en daarmee waterneutraal te ontwikkelen. Vuilwater dient altijd gescheiden van hemelwater op het gemeentelijke riool te worden aangesloten. Het PvE stelt eisen aan waterberging binnen het plangebied. Bij hevige neerslag (70 mm in één uur) mag geen schade ontstaan aan gebouwen, infrastructuur of vitale voorzieningen. Binnen het plangebied dient het regenwater grotendeels te worden geïnfiltreerd of geborgen, afhankelijk van de omvang van het verhard oppervlak. Voor een plangebied groter dan 1.500 m² geldt een gemeentelijke bergingseis van 50 mm, met een overloop naar de openbare ruimte. Daarnaast hanteert het waterschap voor grotere plangebieden een aanvullende eis van 60 mm berging bij langdurige neerslag (T100+10%).