CConstaterende datErmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

Ruimtelijke onderbouwing e250002439

Gemeenteraad 19 maart 2025, gemeente ErmeloBij agendapunt: Vaststellen kaders Wethouder Balverszaal21.726 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Omschrijving

Percentage

Sociale huur

Netto huurprijs tot € 763,47 per maand

28%

Sociale koop-laag

V.o.n. prijs tot € 260.000

22%

Sociale koop-hoog

V.o.n. prijs tussen €260.000 – NHG grens

11%

Geliberaliseerde woning voor middenhuur

Netto huurprijs tussen € 763,47 - €1.000 per maand

6%

Overige woningen

Overige huur- of koopprijzen

33%

Gemeente Ermelo November 2024

Toets initiatief aan Verordening sociale woningbouw 2022 en Beleidsregels sociale woningbouw Ermelo 2022 Dit plan bestaat uit 41 appartementen voor sociale huur en komt hiermee ruim boven het streefpercentage voor sociale huurwoningen uit. Het plan komt niet in aanmerking voor een bijdrage vanuit het vereveningsfonds. Deze bijdrage is al verrekend in de grondprijs. 4.5.4 Groenvisie Ermelo 2017-2027 In december 2017 heeft de gemeenteraad van de gemeente Ermelo de Groenvisie vastgesteld. Deze visie beschrijft hoe de gemeente de komende tien jaar omgaat met groen. De Groenvisie biedt richtlijnen en kaders in de vorm van ambities en wettelijke verplichtingen en geeft richting aan groenbewust handelen bij ruimtelijke ontwikkelingen. Belang van Groen in Ermelo De Groenvisie benadrukt zes belangrijke waarden die groen toevoegt aan de gemeente Ermelo: • Identiteit van de leefomgeving – Groen draagt bij aan het unieke karakter van Ermelo. • Volksgezondheid – Een groene omgeving bevordert het welzijn van de inwoners. • Biodiversiteit – Groen ondersteunt een divers en gezond ecosysteem. • Duurzaamheid en klimaatbestendigheid – Groen helpt de gemeente klimaatbestendig te maken. • Betrokken en leefbare samenleving – Groen zorgt voor meer sociale cohesie en betrokkenheid van de inwoners. • Gezonde lokale economie – Een aantrekkelijke groene omgeving stimuleert economische activiteit.

Hoofdlijnen van de Groenvisie De Groenvisie richt zich op de volgende speerpunten: • Behouden en versterken van de waarde(n) van het bestaande groen. • Verhogen van de kwaliteit van het groen. • Compensatie van waardevol groen dat verdwijnt, door nieuw groen aan te planten. • Vergroening van specifieke gebieden (zoals delen van het centrum en wijken ten zuiden daarvan) in het kader van klimaatbestendigheid. • Vergroten van groenbewustzijn en participatie van inwoners. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen: Structureel groen: Dit is het groen dat essentieel is voor de gezondheid van de natuur en de aantrekkelijkheid van Ermelo als woon-, werk-, recreatie- en ondernemingsgebied. Het structurele groen is vastgelegd op twee kaarten: één voor de bebouwde kom en één voor het buitengebied. Bij elke ruimtelijke ontwikkeling wordt dit groen meegewogen. Groen in de leefomgeving: Dit is het openbare groen in woonwijken dat niet op de groenkaarten staat, maar toch bijdraagt aan een prettige woonomgeving. Uitvoeringsnota Groen- en Natuurinclusief Bouwen Om het belang van groen verder te verankeren, heeft de gemeente Ermelo de uitvoeringsnota Groenen natuurinclusief bouwen vastgesteld. Het doel hiervan is meer groen in woonomgevingen te integreren, de biodiversiteit te versterken en een prettige leefomgeving te creëren.

Voor grote bouwprojecten geldt de eis dat minimaal 26 punten op het gebied van groen en biodiversiteit behaald moeten worden. Toets initiatief aan Groenvisie Ermelo 2017-2027 Deze ontwikkeling ligt in de hoofdstructuur groen van Ermelo. Met dit plan vermindert de hoeveelheid groen in de Hoofdstructuur van Ermelo. Voor de groene hoofdstructuur geldt een behoud en verbeterdoelstelling. Waar nodig wordt de groenstructuur binnen het plangebied versterkt en verbeterd, zie ook het inrichtingsplan in bijlage 1. Mochten bomen verwijderd moeten worden, dan zal dit worden gecompenseerd door de aanplant van nieuwe bomen. Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning van de bouw van de woningen zal worden aangegeven hoe wordt voldaan aan de 26 punten voor groen en biodiversiteit.

Gemeente Ermelo November 2024

4.5.5 Visie duurzaamheid Ermelo In het vastgestelde 'Programma Duurzaamheid' zijn de volgende twee ambities verwoord: Ermelo is energieneutraal in 2030 en klimaatneutraal in 2035. In het programma Duurzaamheid presenteert Ermelo zich als een op duurzaamheid gerichte gemeente. Op grond van het Bouwbesluit (tegenwoordig BBL) worden vanaf 2019 strikte eisen gesteld aan de EPC waarden. Om duurzaamheid een nog prominentere plek te geven kunnen investeringen in duurzaamheidsmaatregelen, die verder gaan dan het bouwbesluit, bijvoorbeeld in energieneutrale en klimaatneutrale woningen, worden ingezet als vereveningsbijdrage. Ook wil de gemeente duurzaamheid nadrukkelijker agenderen door meer planologische ruimte te bieden aan initiatieven die substantieel bijdragen aan duurzaamheid. Gezien de toekomst van de energie infrastructuur dient geanticipeerd te worden op gasloze nieuwe woningbouw. Toets initiatief aan Visie duurzaamheid Ermelo De nieuwe appartementen zullen conform het Besluit bouwwerken leefomgeving bijna energieneutraal gerealiseerd en voldoend daarmee aan de duurzaamheidsambitie van de gemeente Ermelo. 4.5.6 Visie Klimaatadaptatie De visie Klimaatadaptatie is op 12 november 2020 vastgesteld. De ambitie is 'Een klimaatbestendige leefomgeving waarbij we ons voorbereiden op de verandering van het klimaat op de korte (2020) en op de lange termijn (2050).

Voor de 3 klimaatadaptatie thema's (wateroverlast, hittestress en droogte) zijn doelstellingen en inspanningen geformuleerd voor de periode 2020-2025. Wateroverlast Doelstelling: Wateroverlast zoveel mogelijk voorkomen waarbij we ons voorbereiden op extreme neerslag. Inspanningen: stimuleren van particuliere initiatieven en derden oplossen van grote knelpunten in de openbare ruimte Hittestress Doelstelling: Het dorp en haar inwoners voorbereiden op en minder kwetsbaar maken voor hittestress. Inspanningen: bewustwording vergroten rondom de gevolgen van hittestress en de wijze waarop inwoners zich hiertegen kunnen beschermen groenstructuren in de openbare ruimte versterken en bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen op hittebestendig bouwen/inrichten benadrukken van het belang van bomen en waar mogelijk extra bomen bijplaatsen Droogte Doelstelling: De gevaren van droogte beperken door in te spelen op het vasthouden van regenwater, het verbeteren van de grondwaterstand(en) en door zorgvuldig om te gaan met watergebruik. Inspanningen: bewustwording vergroten rondom het verminderen van het watergebruik in warme periodes inzetten op een verbreding in variatie in het bomen-bossen bestand Toets initiatief aan Visie Klimaatadaptatie In hoofdstuk 3 is uitgebreid ingegaan op de beoogde maatregelen voor een duurzame leefomgeving en hoe dit in voorliggend plan is toegepast.

Bovendien zal bij de aanvraag voor de omgevingsvergunning bouwwerken en buitenruimte nader op de exacte invulling worden ingegaan. Vooralsnog is in de plant voldoende ruimte om te voldoen aan de doelstellingen van de Visie Klimaatadaptie.

Gemeente Ermelo November 2024

4.5.7 Verordening fysieke leefomgeving De verordening fysieke leefomgeving bevat regels uit verschillende verordeningen als tussenstap naar het toekomstige omgevingsplan. Het doel hiervan is overzicht te creëren welke regels in lokale verordeningen gelden voor de fysieke leefomgeving. De regels zijn na de inwerktreding van de Omgevingswet gefaseerd verwerkt in het omgevingsplan. De Verordening fysieke leefomgeving bevat artikelen over: Bescherming milieu, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen Geluidhinder Bomen Standplaatsen Openbaar water en waterstaatswerken Erfgoed Afvalstoffen Begraafplaatsen Ondergrondse infrastructuren Markt Bodem Riool Toetsing aan Verordening fysieke leefomgeving In hoofdstuk 5 van dit plan wordt nader ingegaan op de gevolgen door dit plan op de fysieke leefomgeving. Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning voor de bouw van de appartementen en inrichting van het plangebied, zal zo nodig ook worden ingegaan op het behoud van waardevolle bomen. In die fase zal ook een verdunning voor aansluiten op het riool worden aangevraagd en melding worden gedaan van eventuele wijzigingen/werken aan ondergrondse infrastructuur. De overige hierboven genoemde aspecten zijn niet van toepassing op dit plan.

4.6 Conclusie Uit de voorgaande beleidstoets is gebleken dat de voorgenomen ontwikkeling past binnen het waterschapsbeleid en nationale, provinciale, regionale en gemeentelijke beleid.

Gemeente Ermelo November 2024

5. Fysieke leefomgeving 5.1 Landschappelijke, stedenbouwkundige en cultuurhistorische waarden 5.1.1 Landschappelijke en stedenbouwkundige waarden Wettelijk kader Overheden moeten stedenbouwkundige kwaliteit meenemen bij het evenwichtig toedelen van functies aan locaties in het omgevingsplan (artikelen 2.4 en 4.2 Omgevingswet). Het belangrijkste instrument om de ambitie voor stedenbouwkundige kwaliteit vast te leggen, is de omgevingsvisie. Dit speelt op verschillende schaalniveaus, zie hoofdstuk4. Bij het opstellen van het gemeentelijke omgevingsplan moet de gemeente voldoen aan de instructieregels. Deze staan in paragraaf 5.1.5 van het Besluit kwaliteit Leefomgeving (Bkl): Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed. Hierin staan instructieregels over: • cultureel erfgoed en werelderfgoed (zie paragraaf 5.1.5) • Ladder voor duurzame verstedelijking (zie paragraaf 5.2.2) Hoe is het verwerkt in het plan? Met dit plan ligt de nadruk op het behoud van de aanwezige groenstructuren langs de Groenling en zal een nieuw sportveld worden aangelegd binnen deze groene structuur. Om de bestaande bomen zoveel mogelijk te behouden, worden de bouwvolumes wat verder van de Groenling gerealiseerd. Indien bomenkap onvermijdelijk is, dan wordt gecompenseerd met de aanplant van bomen in het plangebied.

Wat betreft landschappelijke inrichting en architectonisch ontwerp zal het plan nader uitgewerkt worden voor de aanvraag omgevingsvergunning bouw. Regels Er zijn geen regels van toepassing. 5.1.2 Ruimtelijke- en omgevingskwaliteit Wettelijk kader Voor het aspect ruimtelijke en omgevingskwaliteit wordt getoetst of de aangevraagde activiteit bijdraagt aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, zoals vereist onder artikel 5.1 van de Omgevingswet en artikel 2.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Hierbij wordt beoordeeld of de activiteit ruimtelijk inpasbaar is binnen de omgeving en of deze voldoet aan de eisen voor landschappelijke inpassing, stedenbouwkundige kwaliteit en gebruikswaarde. Daarnaast wordt gekeken naar de effecten op de directe leefomgeving, waaronder het behoud van bestaande kwaliteiten zoals natuur, cultuurhistorie en de visuele samenhang van het gebied. Eventuele voorwaarden of mitigerende maatregelen kunnen worden opgelegd om negatieve effecten te beperken en een goede ruimtelijke ordening te waarborgen. Hoe is het verwerkt in het plan? De ruimtelijke- en omgevingskwaliteit is voor dit plan uitgewerkt en toegelicht in een beeldkwaliteitsplan. Deze is toegevoegd bij deze aanvraag. Regels Er zijn geen regels van toepassing.

5.1.3 Bezonning en visuele hinder Wettelijk kader Voldoende zonlicht en schaduw zijn aspecten van de fysieke leefomgeving (artikel 2.1 Omgevingswet). Hierdoor is het een onderdeel van de taak van de gemeente voor het evenwichtig toedelen van functies aan locaties (artikel 2.4 en 4.2 Omgevingswet) in het omgevingsplan. De rijksoverheid heeft voor dit aspect van de fysieke leefomgeving geen instructieregels opgesteld. Daarom heeft de gemeente de vrijheid om deze zelf in te vullen. Daarbij kan de gemeente gebruikmaken van alle mogelijkheden van het instrument omgevingsplan. Bij bezonning bij ruimtelijke plannen gaat het om voldoende zon op de gevel en om schaduwwerking. Nieuwbouw kan schaduw veroorzaken op de openbare ruimte of tuinen van omwonenden. Voorkomen Gemeente Ermelo November 2024

moet worden dat de schaduw te veel toeneemt. Sommige functies hebben juist een goede bezonning nodig, zoals tuinen, terrassen of speelplekken. Hoe is het verwerkt in het plan? Het plan is zo opgesteld dat er geen sprake is van te veel schaduw op de nieuwe woningen of op de bestaande woningen om het plangebied heen. Er is doormiddel van het inrichtingsplan, zie bijlage 1, gezorgd voor voldoende schaduw en zon op de gewenste plekken. Regels Er zijn geen regels van toepassing. 5.1.4 Beeldkwaliteit, architectuur en welstand Wettelijk kader Welstand gaat over hoe de uiterlijke kenmerken van een bouwwerk in de omgeving passen, denk aan vorm, kleur of gebruikte materialen en soms ook plaatsing. De redelijke eisen van welstand zijn te vinden in de welstandsnota van de gemeente: ‘Nota Omgevingskwaliteit’, vastgesteld 19 november 2015. In het Omgevingsplan gemeente Ermelo zijn regels opgenomen met betrekking tot (1) repressief welstand (art. 22.7 Omgevingsplan), oftewel de excessenregeling en (2) beoordeling van een aanvraag om een omgevingsvergunning met betrekking tot een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk (art. 22.29 Omgevingsplan). De regel geldt niet bij een bouwwerk of in een gebied dat de gemeente als welstandsvrij heeft aangewezen.

Beoordeling van een aanvraag voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit Artikel 22.29 lid 1 onder b Omgevingsplan bepaalt dat een omgevingsvergunning met betrekking tot een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerken alleen wordt verleend als het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk voldoende past in het omgevingsbeeld, het omgevingsbeeld niet verstoort en daarmee niet in strijd is met de redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de welstandsnota. Tijdelijke bouwwerken, niet zijnde seizoensgebonden werken zijn uitgesloten van deze welstandstoets. Repressief welstand De excessenregeling ziet erop toe dat gemeenten een eigenaar kan verplichten om aanpassingen aan het bouwwerk te verrichten waarmee de ernstige strijd met redelijke eisen van welstand wordt opgeheven. Onder de Omgevingswet gebeurt dit middels een maatwerkvoorschrift. De excessenregeling is (met name) van toepassing op bestaande situaties en is minder relevant voor het beoordelen van een aanvraag voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Hoe is het verwerkt in het plan? Dit plan betreft het planologisch toestaan van 41 appartementen in twee bouwblokken in het plangebied. Toetsing aan welstand en beeldkwaliteit vindt plaats bij de aanvraag van een omgevingsvergunning met betrekking tot een bouwactiviteit.

Regels Er zijn geen regels van toepassing. 5.1.5 Cultuurhistorie Wettelijk kader Bij het beschermen van cultureel erfgoed in het omgevingsplan moet rekening worden gehouden met bepaalde uitgangspunten. Het Rijk geeft hiervoor instructieregels (artikel 5.130 lid 2 Bkl). Deze gaan over: 1. Ontsiering, beschadiging of sloop van beschermde monumenten of archeologische monumenten; 2. Verplaatsing van beschermde monumenten; 3. Gebruik van monumenten ter voorkoming van leegstand; 4. Aantasting van de omgeving van een beschermd monument; 5. Conserveren en in stand houden van archeologische monumenten. Hoe is het verwerkt in het plan? Gemeente Ermelo November 2024

Er bevinden zich, op basis van de monumentenlijst van Ermelo, in het plangebied geen rijks- of gemeentelijke monumenten. Verder is er in of in de directe nabijheid van het plangebied geen sprake van bijzondere cultuurhistorische waarden die door deze ontwikkeling mogelijk negatief kunnen worden beïnvloed. Gesteld wordt dat het aspect cultuurhistorie geen belemmering vormt voor dit plan. Regels Er zijn geen regels van toepassing. 5.1.6 Archeologie Wettelijk kader Door het Verdrag van Malta zijn overheden verplicht om in het ruimtelijk beleid zorgvuldig om te gaan met het archeologisch erfgoed. Voordat er bodemingrepen plaatsvinden, is een archeologisch onderzoek nodig. Dit geldt zowel voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen, als waar een reële verwachting bestaat dat er archeologische waarden voorkomen. Sinds 1 juli 2016 is een deel van de omgang met archeologisch erfgoed geregeld in de Erfgoedwet (de Monumentenwet trad uit werking). Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving is overgegaan naar de Omgevingswet toen deze in werking trad op 1 januari 2024. De bescherming van de aanwezige en de te verwachten archeologische waarden door bodemverstorende activiteiten blijft geregeld. Hierbij wordt uitgegaan van het zo vroeg mogelijk betrekken van de archeologische waarden in het ruimtelijke ordeningsproces.

Hoe is het verwerkt in het plan? Onderliggend plangebied kent de dubbelfunctie ‘Archeologisch waardevol gebied’. De gronden zijn naast de andere voor die gronden aangewezen basisfuncties - tevens bestemd voor de bescherming van archeologische waarden. Onderzoek In september en oktober 2024 heeft RAAP een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd aan de Volenbeekweg 51 te Ermelo, zie bijlage 2. Het betreft een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) in het kader van een omgevingsplan. Het plangebied grenst aan de oostzijde aan een terrein met hoge archeologische waarde (voorheen AMK-terrein 3030). Het gebied valt onder het bestemmingsplan "Ermelo-West" en is aangemerkt als ‘Archeologisch Waardevol Gebied’. Voor werkzaamheden die dieper reiken dan 30 cm en groter zijn dan 100 m², is archeologisch onderzoek verplicht. Het waardevolle terrein bevat sporen van een nederzetting uit het Neolithicum tot de IJzertijd. Het omliggende gebied toont tekenen van intensieve bewoning tussen het laat-neolithicum en de vroege middeleeuwen. • Vanaf 1950: Ontginning van heide bij Ermelo, gevolgd door bosaanplant. • Jaren 1960: Vondsten van aardewerkscherven en vuursteen nabij het plangebied. • 1976: Overgang van heide naar bos. • Vanaf 1981: Bouw van de Wethouder Balverszaal en ontbossing van het achterliggende terrein.

• Heden: Het gebied bevat een grasveld met enkele groenzones en een verhard basketbalveld en skatepark. Op basis van de resultaten van het onderzoek bleek veelal sprake van een sterk gebioturbeerd/ verstoord zandpakket met vlekken. Het lijkt alsof de reeds verwijderde bomen met wortel en al uit de grond zijn gehaald. In sommige boringen was tot aanzienlijk diepte nog sprake van plastic en bouwpuin. Het is waarschijnlijk dat hier het nodige grondverzet plaatsgevonden. Echter bleek bij boring 3 en 5 nog sprake van een afgetopte B-horizont met houtskoolspikkels en verbrande leemfragmenten. Middels deze indicatoren en de geldende verwachting kan mogelijk nog sprake zijn van een archeologisch relevant niveau. Rondom deze boring zijn echter alleen verstoorde profielen waargenomen. Derhalve blijkt dat in een deel van het plangebied (mogelijk) archeologische resten worden bedreigd door eventuele bodemingrepen. Daarom wordt voor dit deel -zichtbaar in figuur 5.1 - geadviseerd om in het kader van de bestaande planvorming de onderstaande vervolgstap uit het proces van de Gemeente Ermelo November 2024

Archeologische Monumentenzorg (AMZ) te nemen. Om de gespecificeerde verwachting te toetsen wordt vervolgonderzoek geadviseerd in de vorm van een karterende fase van een inventariserend veldonderzoek. Gezien de prospectiekenmerken is een proefsleuvenonderzoek de geëigende methode voor vervolgonderzoek.

Figuur 5.1 Advieskaart vervolgonderzoek Op basis van de resultaten van dit onderzoek blijkt tevens dat in het grootste deel van het plangebied geen archeologische resten bedreigd worden. Daarom wordt hier in het kader van de voorgenomen bodemingrepen geen vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) noodzakelijk geacht. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verplicht (vondstmelding via ARCHIS). Advies en Vervolgstappen: • Bescherming van Archeologische Resten: In delen van het plangebied kunnen archeologische resten worden bedreigd door bodemingrepen. Het wordt aanbevolen om deze zones niet te verstoren en de archeologische niveaus in situ te bewaren. • Indien planaanpassing niet mogelijk is: Een proefsleuvenonderzoek wordt aanbevolen om de archeologische verwachting te toetsen, gezien de prospectiekenmerken. • Geen bedreiging in overige delen: Voor het grootste deel van het plangebied worden geen archeologische resten bedreigd, en zijn geen verdere stappen in het kader van Archeologische Monumentenzorg (AMZ) noodzakelijk.

Te treffen maatregelen Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning met betrekking tot een bouwactiviteit, zal vervolgonderzoek zijn uitgevoerd voor de geadviseerde deel van de planlocatie, zoals weergegeven in figuur 5.1. Een omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit zal voor deze deellocatie pas afgegeven kunnen worden als uit vervolgonderzoek blijkt dat geen archeologische resten worden bedreigd of archeologische resten veiliggesteld worden en dit deel van de planlocatie vrijgegeven is.

Gemeente Ermelo November 2024

Regels Er zijn geen regels van toepassing.

Gemeente Ermelo November 2024

5.2 Gevolgen fysieke leefomgeving Deze paragraaf bevat een beschrijving van de verschillende aspecten van de fysieke leefomgeving en de mogelijke gevolgen daarop door de beoogde ontwikkeling. Thema's als gezondheid, veiligheid, geluid, natuur, bouw en water maken integraal deel uit van het omgevingsplan. Per ontwikkeling zal verschillen wat er nodig is qua onderbouwing. 5.2.1 Milieueffectrapportage of m.e.r. beoordeling Wettelijk kader Een milieueffectrapportage (m.e.r.) brengt het effect van een project op het milieu in beeld. De regelgeving voor de m.e.r. is te vinden in afdeling 16.4 van de Omgevingswet (Ow) en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit (Ob). Uit bijlage V van het Ob kan worden bepaald of een plan mer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig is, in samenhang met de artikelen 11.6 en 11.8 van het Omgevingsbesluit. In deze bijlage is een tabel opgenomen met vier kolommen: • In kolom 1 staan de projecten opgesomd; • In kolom 2 zijn de gevallen genoemd waarin een project-mer verplicht is; • In kolom 3 staan de gevallen genoemd waarin de project-mer-beoordelingsplicht geldt; • Tot slot bevat kolom 4 de besluiten waarvoor dan de mer-verplichtingen gelden. Het gaat dan om besluiten waarmee de toestemming voor het project wordt verleend. Bij de project-mer-beoordeling is een mededeling nodig aan het bevoegd gezag.

Deze mededeling bevat een beschrijving van de eisen die zijn opgenomen in artikel 11.10 van het Omgevingsbesluit en bijlage III van de Europese m.e.r.-richtlijn. Het bevoegd gezag neemt het resultaat van de beoordeling of sprake is van aanzienlijke milieueffecten, met de bijbehorende motivering, op in het besluit en, voor zover hier sprake van is, in het ontwerp van het besluit (artikel 11.11, lid 2 Omgevingsbesluit). In de motivering van de beslissing (art. 11.11 lid 3 Omgevingsbesluit) wordt in ieder geval verwezen naar: 1. de relevante criteria van bijlage III bij de mer-richtlijn; en 2. als is beslist dat geen milieueffectrapport moet worden gemaakt: a. de kenmerken en maatregelen, bedoeld in artikel 11.10, derde lid, als degene die voornemens is het project uit te voeren deze heeft voorgesteld; en b. het moment waarop die maatregelen moeten zijn gerealiseerd. Kenmerken en maatregelen als bedoeld in artikel 11.10, lid 3 Ob. Bij een mededeling als bedoeld in artikel 16.45, eerste lid, van de wet, verstrekt degene die voornemens is het project uit te voeren in ieder geval een beschrijving van: 1. het project, met in ieder geval een beschrijving van: a. de fysieke kenmerken van het gehele project en, als dat van toepassing is, van sloopactiviteiten; b.

de locatie van het project, met bijzondere aandacht voor de kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop het project van invloed kan zijn; 2. de mogelijk aanzienlijke milieueffecten van het project; en 3. voor zover er informatie over deze effecten beschikbaar is: de mogelijk aanzienlijke milieueffecten van het project ten gevolge van: a. de verwachte residuen en emissies en de productie van afvalstoffen; en b. het gebruik van natuurlijke bronnen, waaronder bodem, land, water en biodiversiteit. Onderzoek De beoogde ontwikkeling waarvoor een omgevingsvergunning voor een BOPA wordt aangevraagd, betreft het planologisch toestaan van de bouw van 41 appartementen en sloop van de voormalige bebouwing binnen de bebouwde kom van Ermelo. Dit is geen activiteit uit kolom van Bijlage V van het Ob. Hiervoor is geen m.e.r.-beoordeling noodzakelijk. Uit paragraaf 5.2.12 blijkt dat gelet op de kenmerken van het plan, de plaats van het plan en de kenmerken van de potentiële effecten, geen aanzienlijke milieugevolgen optreden. Er is geen aanleiding voor het doorlopen van een m.e.r.procedure. De Quickscan Flora en fauna is opgenomen als bijlage 7 bij deze motivatie voor BOPA. Te treffen maatregelen Er zijn geen te treffen maatregelen. Gemeente Ermelo November 2024

Regels Er zijn geen regels van toepassing. 5.2.2 Laddertoets Wettelijk kader De ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. Artikel 5.129g Bkl regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de ladder is vereist. Artikel 8.0b Bkl bepaalt dat deze instructieregel ook geldt voor een BOPA. Het doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een evenwichtige toedeling van functies aan locaties door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij dient de behoefte aan een stedelijke ontwikkeling te worden aangetoond. De ladder kent drie treden die achter elkaar worden doorlopen.

Figuur 5.2 Schema Ladder voor duurzame verstedelijking Een stedelijke ontwikkeling is de ontwikkeling of uitbereiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel (aanzienlijk in omvang) is. In die situaties dient rekening te worden gehouden met de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling. Als die nieuwe stedelijke ontwikkeling buiten stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing gerealiseerd moet worden, dient dit nader onderbouwd te worden. Artikel 5.129g Bkl legt geen grens vast wat voldoende substantieel is. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn wel lijnen uitgezet. Er zijn diverse uitspraken van de Afdeling, maar er zijn geen harde ondergrenzen, maar stelt wel ‘in beginsel’ grenzen. Voorbeelden hiervan zijn de volgende: Woningen: in beginsel is een plan met meer dan 11 woningen een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Voor wonen is dus de lijn dat er vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Vloeroppervlakte en ruimtebeslag vanaf 500 m2: bij andere stedelijke functies in de vorm van een terrein is de ondergrens ‘in beginsel’ geen stedelijke ontwikkeling.

Bij toevoeging aan een gebouw ligt de ondergrens ‘in beginsel’ bij een bruto-vloeroppervlakte van minder dan 500 m2. Ook als de Ladder niet van toepassing is geldt een motiveringsplicht voor de evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Onderzoek Het plan is een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van de ladder voor duurzame verstedelijking; het gaat om het toevoegen van 41 sociale huurwoningen. Daarom dient de ladder van duurzame verstedelijking gevolgd te worden.

Gemeente Ermelo November 2024

Behoefte Zoals aangetoond in paragrafen 4.4.1 (Woondeal regio Noord-Veluwe) en 4.5.2 (Woonvisie Ermelo) blijkt dat er in Ermelo een grote behoefte is aan sociale huurwoningen. Voor de periode tot 2030 is de kwantitatieve behoefte van respectievelijk 12.728 (regio Noord-Veluwe) en 1.060 woningen en gemeente Ermelo. Er is in de gemeente vooral een tekort aan betaalbare woningen. Dit plan draagt door de bouw van 41 appartementen in de vorm van sociale huurappartementen (twee- en driekamerappartementen) bij aan dit doel en voorziet dus in zowel de kwalitatieve als kwantitatieve woonbehoefte. Regionale Afstemming De woningbouwcorporatie Uwoon is de initiatiefnemer van het plan. Zij zijn gevestigd in de gemeenten Elburg, Ermelo, Harderwijk en Oldebroek. Zij weten wat er regionaal speelt en waar er behoefte is aan woningen. Over de planontwikkeling van sociale huurwoningen vindt afstemming plaats met desbetreffende gemeenten. Te treffen maatregelen Zoals blijkt uit voorgaande paragraaf is er een behoefte naar woningen die gerealiseerd worden met dit plan. Er hoeven geen aanvullende maatregelen genomen te worden. Regels Er zijn geen regels van toepassing 5.2.3 Dienstenrichtlijn Wettelijk kader Er mogen geen economische motieven zijn voor regels voor diensten in een omgevingsplan. Dit volgt uit de Dienstenrichtlijn.

Voor het uitvoeren van de Dienstenrichtlijn staat in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) een instructieregel (artikel 5.1a). Onderzoek Dit plan betreft de ontwikkeling van 41 sociale huurappartementen en sloop van bestaande sporthal. In dit plan worden geen nieuwe diensten toegevoegd, er hoeft niet getoetst te worden aan de dienstenrichtlijn. Te treffen maatregelen Er hoeven geen aanvullende maatregelen genomen te worden. Regels Er zijn geen regels van toepassing. 5.2.4 Mobiliteit Wettelijk kader Verkeer en parkeren moeten als omgevingsaspecten in het belang van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden beoordeeld. De Omgevingswet en het Bkl stellen geen regels op dit gebied. De omgevingsvisie van de gemeente Ermelo gaat wel op deze aspecten in. De Nota Parkeernormen Ermelo (2017) biedt daarvoor de kaders. Deze kaders zijn gebaseerd op de parkeercijfers van het CROW. De CROW-richtlijnen zijn erg belangrijk bij de beoordeling van verkeer en parkeren. Onderzoek Verkeersontsluiting De ontsluiting van het plangebied vindt voornamelijk plaats via de bestaande uitrit aan de Groenling (westzijde plangebied) en een nieuwe ontsluiting tussen de twee bouwblokken in. Vanaf de Groenling zal het verkeer via de Volenbeekweg noordwaarts of zuidwaarts rijden naar de A28 (ZwolleAmersfoort).

Of via de Volenbeekweg, Telgterweg en Hamburgerweg naar het centrum van Ermelo of N303 (Harderwijk-Barneveld). Dit is ook mogelijk via de Groenling, Wielewaal richting de Oude Telgterweg en Hamburgerweg. Gemeente Ermelo November 2024

Verkeersgeneratie Met dit plan worden 41 twee- en driekamerappartementen sociale huur toegevoegd (huur, appartement, midden/goedkoop (incl. sociale huur)). Voor dit plan wordt uitgegaan van een stedelijkheidsgraad ‘weinig stedelijk’, in de stedelijke zone ‘Rest bebouwde kom’, overeenkomstig tabel 4.1 Nota Parkeernormen Ermelo. Hiervoor geldt per woning een verkeersgeneratie van minimaal 3,7 en maximaal 4,5, gemiddeld 4,1. Voor de 41 appartementen geldt een gemiddelde verkeersgeneratie van 168,1 per etmaal. De huidige gemiddelde verkeersgeneratie van de sporthal (900 m2) bedraagt 131,85 per etmaal (14,65x9) Met de realisatie van het planvoornemen zal de verkeersgeneratie met 36,25 motorvoertuigen per etmaal toenemen. Deze mate van verkeersgeneratie leidt niet tot verkeershinder voor omliggende wegen. Op basis van bovenstaand kan worden geconstateerd dat het plangebied goed bereikbaar is en het omliggende wegennetwerk de relatief beperkte toename aan verkeersbewegingen eenvoudig kan opvangen. Bereikbaarheid De bereikbaarheid van het plangebied is goed. De wegen waar de woningen straks aan komen te liggen, stromen goed door. De Groenling sluit aan op de Volenbeekweg. Met name op de Volenbeekweg is sprake van een goede doorstroming. Op de Telgterweg zijn twee bushaltes te vinden, genaamd de Veldwijkerweg. Deze haltes liggen op zo’n 15 minuten loopafstand van het plangebied.

De buslijn die actief is bij deze bushaltes is lijnbus 101 (Harderwijk – Amersfoort Vathorst). Deze lijn stopt ook bij het treinstation van Ermelo (gelegen aan de lijn Zwolle- Amersfoort). De fietsafstand tussen het plangebied en treinstation Ermelo bedraagt circa 7 minuten. Verkeersveiligheid In de beoordeling van het plan op het omgevingsaspect verkeer zijn de ontsluitingsstructuur, verkeersgeneratie, bereikbaarheid en verkeersveiligheid relevant. Daarbij worden alle relevante vervoerwijzen bezien (gemotoriseerd verkeer, langzaam verkeer, openbaar vervoer). Onderliggend plan leidt tot meer motorvoertuigbewegingen (mvt). Een verkeerstoename mag niet leiden tot knelpunten in de verkeersafwikkeling en/of verkeersveiligheid. In dit geval is er sprake van een lichte verkeerstoename en leidt het niet tot knelpunten omdat alle verkeersstromen langs de Volenbeekweg zijn gescheiden. En langs de Groenling blijft het voetpad gehandhaafd. En de uitrit vanaf het plangebied kent een afrit, waardoor verkeer wordt afgeremd en de verkeersveiligheid niet wijzigt ten opzichte van de huidige situatie. Parkeren Het bevoegd gezag kan pas een omgevingsvergunning verlenen voor de activiteit bouwen in het geval van nieuwbouw, uitbreiding of functiewijziging van gebouwen en/of voorzieningen, wanneer op eigen terrein wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid.

Er is sprake van voldoende parkeergelegenheid, indien voldaan wordt aan de parkeernormen en overige eisen (zoals maatvoering) zoals die zijn opgenomen in de ‘Nota parkeernormen Ermelo’. In deze Nota is opgenomen dat aanvragers zelf verantwoordelijk zijn voor de realisatie van parkeerplaatsen op eigen terrein. Wanneer dit niet mogelijk is er een stappenplan opgesteld om toch tot een goede parkeersituatie te komen. In de Nota zijn ook de normen opgenomen voor het parkeren per woningtype. Voor ‘Huurhuis, sociale huur’ geldt een parkeernorm van 1,6 in de rest bebouwde kom, waar het plangebied onder valt. Omdat het geen reguliere woonhuizen zijn, maar appartementen met een kleinere oppervlakte is er gerekend met een norm van 1,4 (conform het gemiddelde weinig stedelijk, rest bebouwde kom CROW publicatie 2018). Derhalve geldt voor voorliggend plan een opgave van (41 x 1,4) = 57,4 parkeerplaatsen noodzakelijk, afgerond 58. In het inrichtingsplan voor het plan 61 parkeerplaatsen opgenomen, zie bijlage 1. Kortom, 3 parkeerplaatsen boven de norm en dus voldoende. Te treffen maatregelen De beoordeling van het plan op het omgevingsaspect parkeren houdt onder meer in dat er voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein aanwezig moet zijn. Onderliggend plan zorgt voor genoeg parkeergelegenheid, want er worden 61 parkeerplaatsen opgenomen.

Dit ligt 3 boven de gestelde Gemeente Ermelo November 2024

norm en dus zijn er geen verdere maatregelen nodig. Met het plan blijft de bestaande inrit behouden en wordt er 1 inrit toegevoegd. Ook qua verkeersgeneratie en verkeersveiligheid zijn geen te treffen maatregelen nodig. Regels Er zijn geen regels van toepassing 5.2.5 Geluid Wettelijk kader In het kader van het beschermen van de gezondheid en het milieu (artikel 2.1, lid 3, onder b en c Ow) stelt het Besluit kwaliteit leefomgeving regels voor het beheersen van geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen en de bescherming van geluidgevoelige gebouwen en andere gebouwen en plekken (afdeling 3.5 Bkl). De wetgever maakt onderscheid tussen geluidbronnen met een geluidproductieplafond als omgevingswaarde (gpp) en bronnen met een basisgeluidemissie (bge). Geluid afkomstig van wegen, spoorwegen en industrieterreinen heeft invloed op de omgeving. Het bevoegd gezag beoordeelt geluid van deze bronnen bij geluidgevoelige gebouwen (artikel 3.20 Bkl). Voor een aantal geluidgevoelige gebouwen (artikel 3.20 Bkl) en stiltegebieden (artikel 7.11 Bkl) gelden specifieke regels. In de aanwijzing van geluidgevoelige gebouwen is de functie (zoals wonen, onderwijs of zorg) bepalend (artikel 3.20 Bkl). Voor andere gebouwen of locaties bepaalt de gemeente zelf de mate van bescherming tegen geluid. Dat doet de gemeente vanuit haar taak 'evenwichtige toedeling van functies aan locaties'.

Figuur 5.3 Waarden voor geluidsbelasting In dat kader zijn de regels in paragraaf 22.3.4 Omgevingsplan gemeente Ermelo van toepassing. Daarin staan regels over geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. In het Omgevingsplan gemeente Ermelo zijn waarden bepaald (artikel 22.57). Daarbij is onderscheid gemaakt in geluid door de volgende activiteiten: • activiteiten anders dan door windturbines en windparken en civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen (par. 22.3.4.2); • geluid door windturbines en windparken (par. 22.3.4.3); • geluid door civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen (par. 22.3.4.4). Onderzoek Wegverkeer GeluidMeesters BV heeft een akoestisch onderzoek wegverkeer uitgevoerd, in verband met de herontwikkeling van de locatie Volenbeekweg 51 in Ermelo, zie bijlage 3. Het plangebied grenst aan of ligt nabij de volgende wegen: • Volenbeekweg • Groenling • Konijnenwal

Gemeente Ermelo November 2024

Op de wegvakken ’zonder’ geluidaandachtsgebied (Groenling + Konijnenwal) zijn de geluidnormen uit het Bkl niet van toepassing. De geluidbelasting van deze wegvakken bedraagt, op het maatgevende te realiseren appartement, ten hoogste 40 dB Lden. Dit is, aansluiting zoekende bij de normen uit het Bkl, lager dan de standaardwaarde van 53 dB Lden voor de bronsoort gemeenteweg(en). De geluidbelasting als gevolg van de wegvakken ’met’ een geluidaandachtsgebied (Volenbeekweg) voldoet op gebouw “oost” bij alle appartementen, met ten hoogste 44 dB Lden, aan de standaardwaarde van 53 dB Lden. Voor gebouw “oost” zijn er dan ook geen belemmeringen geconstateerd. Op gebouw “west” is de geluidbelasting op alle appartementen gelegen aan de westgevel, met uitzondering van de het appartement op de begane grond, hoger dan de standaardwaarde van 53 dB Lden. Op het maatgevende appartement bedraagt de geluidbelasting ten hoogste 56 dB Lden en is daarmee fors lager dan de grenswaarde van 70 dB Lden. Voor de geluidbelasting(en) boven de ‘standaardwaarde’ dient de gemeente onder de Omgevingswet een afweging te maken over de aanvaardbaarheid. Dit dient vastgelegd te worden in hetzelfde besluit als andere besluiten die moeten worden genomen om het (bouw)plan mogelijk te maken, het ‘omgevingsbesluit’. Voor deze afweging heeft de gemeente Ermelo geluidbeleid.

Op basis van het beleid is de GES score vastgesteld. Uit de resultaten blijkt dat bij drie (1.2 / 2.2 / 3.2) van de negen appartementen sprake is van een kwalificatie “matig”. Deze appartementen hebben slechts één gevel die is gelegen aan de westkant van het gebouw. Bij de overige zes (1.1 / 1.3 / 2.1 / 2.3 / 3.1 / 3.3) appartementen is eveneens sprake van een kwalificatie “matig”. Deze appartementen hebben echter een tweede gevel die is te kwalificeren als “redelijk”. Uit het beleidsstuk blijkt dat er redelijkerwijs geen doelmatige en/of effectieve maatregelen in de vorm van bron en overdracht mogelijk om de geluidbelasting te reduceren. De gemeente zet zich in voor een leefbare woonsituatie, ook op locaties met een hoge geluidbelasting. Deze leefbaarheid wordt bewerkstelligd door voorwaarden te verbinden aan het toe staan van een verhoogde geluidbelasting. Omdat er sprake is van een woongebouw met appartementen, die deels één gevel hebben, kan bij drie appartementen niet worden voldaan aan de voorwaarde voor een geluidluwe gevel en de voorwaarde van de woningindeling. Bij alle de te realiseren appartementen wordt daarnaast niet voldaan aan de voorwaarde voor het realiseren van de buitenruimte (balkons) aan de geluidluwe zijde. In het beleid is een extra voorwaarde opgenomen voor ‘niet-zelfstandige woonruimte en appartementen’.

Hiervoor worden individueel woningniveau geen eisen gesteld. Het bevoegd gezag wordt verzocht aansluiting te zoeken bij deze voorwaarde en de verhoogde geluidbelasting op de negen appartementen 1.1 / 1.2 / 1.3 / 2.1 / 2.2 / 2.3 / 3.1 / 3.2 / 3.3 in gebouw “west”, zoals weergegeven in tabel 3, toe te staan. De gemeente dient dit vast te leggen in het omgevingsbesluit. Spoorweglawaai Het plangebied ligt op 400 meter afstand van de spoorlijn Zwolle – Amersfoort. Het plan ligt buiten het geluidsaandachtsgebied van spoorwegen, het uitvoeren van een akoestisch onderzoek is niet nodig. Industrielawaai Binnen 150 meter rondom het plangebied zijn geen bedrijven met activiteiten die geluid veroorzaken of industrieterreinen. Het uitvoeren van een akoestisch onderzoek industrielawaai is daarom niet nodig. Te treffen maatregelen Het bevoegd gezag wordt verzocht aansluiting te zoeken bij deze voorwaarde en de verhoogde geluidbelasting op de negen appartementen 1.1 / 1.2 / 1.3 / 2.1 / 2.2 / 2.3 / 3.1 / 3.2 / 3.3 (zie afbeelding 5 en tabel 4 in de rapportage) in gebouw “west” toe te staan. De gemeente dient dit vast te leggen in het omgevingsbesluit. Regels Er zijn geen regels van toepassing.

Gemeente Ermelo November 2024

5.2.6 Luchtkwaliteit Wettelijk kader Als een BOPA-betrekking heeft op een milieubelastende activiteit die leidt tot een verhoging van de concentratie van luchtverontreinigende stoffen in de buitenlucht, kan deze alleen worden verleend als de omgevingswaarden voor deze stoffen niet overschreden worden (artikel 8.17 Bkl). De kans op overschrijding is met name aanwezig als een activiteit in of nabij een aandachtsgebied plaatsvindt. In deze gebieden (aangewezen in artikel 5.51, lid 2, van het Bkl) bestaat een reële kans op (een dreigende) overschrijding van een omgevingswaarde. Onderzoek zal moeten uitwijzen of de activiteit daadwerkelijk leidt tot een overschrijding van de omgevingswaarden. Onderzoek is niet nodig als de activiteit niet in betekenende mate bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Dit is het geval als activiteiten leiden tot een verhoging van de kalenderjaargemiddelde concentratie in de buitenlucht van zowel stikstofdioxide als PM10 van 1,2 μg/m3 of minder. Daarbij is in artikel 5.54 Bkl een koppeling gelegd met een aantal standaardactiviteiten die niet in betekenende mate bijdragen. Enkele voorbeelden zijn: • Woningen: 1.500 met een enkele ontsluitingsweg; • Woningen: 3.000 met twee ontsluitingswegen; • Kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.

Als een activiteit niet in betekenende mate bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, dan is het omgevingsaspect luchtkwaliteit geen belemmering. Concreet is een beoordeling alleen relevant voor milieubelastende activiteiten waarvoor een omgevingsvergunning nodig is. Onderzoek De activiteiten in het plan behoort tot een categorie van gevallen die niet in betekenende mate bijdragen (standaardactiviteiten zijn genoemd in artikel 5.54 Bkl) of leidt tot een verhoging van de kalenderjaargemiddelde concentratie in de buitenlucht van zowel stikstofdioxide als PM10 van 1,2 μg/m3 of minder. Is dit het geval is er geen belemmering voor het toelaten van de activiteit.

Figuur 5.4 NIMB-tool voor planlocatie (Bron: iplo.nl) Voor het plangebied geldt de toevoeging van 41 sociale huurwoningen, dit leidt tot een totale verkeersgeneratie van 168,1. Uitgaande van rest bebouwde kom en matig stedelijk gebied. Geconcludeerd kan worden dat met het plan de luchtkwaliteit niet ‘in overwegende mate’ zal verslechteren. (Als de huidige verkeersgeneratie van de sporthal hiervan wordt afgetrokken, dan is de verkeersgeneratie lager en dus ook de impact op de luchtkwaliteit). Voor het aspect luchtkwaliteit is sprake van een effectieve toedeling van functies aan locatie. Te treffen maatregelen Er zijn geen te treffen maatregelen nodig. Regels Er zijn geen regels van toepassing.

Gemeente Ermelo November 2024

5.2.7 Geur Wettelijk kader In het kader van het beschermen van de gezondheid en het milieu (artikel 2.1 lid 3 onder b en c Ow) worden ten aanzien van diverse sectoren regels gesteld op het gebied van geur(hinder). Het gaat onder meer om veehouderijen en andere landbouwactiviteiten, de mengvoederindustrie, horeca, rioolwaterzuiveringsinstallaties, slachterijen, en (andere) milieubelastende activiteiten. Regels over geur zijn verdeeld over verschillende Amvb’s. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet dienen de activiteiten allereerst te voldoen aan de regels die in het tijdelijk omgevingsplan staan. Indien er nog geen aanpassing heeft plaatsgevonden van het tijdelijk omgevingsplan en sprake is van een activiteit/inrichting die/dat voorheen onder het Activiteitenbesluit milieubeheer viel, dan gelden de regels uit het Omgevingsplan gemeente Ermelo, zoals: ▪ Geur door het houden van landbouwhuisdieren en paarden en pony’s voor het berijden in een dierenverblijf (par. 22.3.6.2); ▪ Geur door het houden van fokteven van nertsen (par. 22.3.6.3); ▪ Geur door andere agrarische activiteiten, zoals o.a. het opslaan van vaste mest, champost of dikke fractie en het composteren of opslaan van groenafval (par. 22.3.6.4); ▪ Geur door het exploiteren van zuiveringstechnische werken (par. 22.3.6.5).

Voor een aantal milieubelastende activiteiten geldt een vergunningplicht op basis van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteit leefomgeving (Bal). In afdeling 8.5 'Omgevingsvergunning milieubelastende activiteit' van het (Bkl) staan beoordelingsregels. Het bevoegd gezag gebruikt deze beoordelingsregels bij het beoordelen van de vergunningaanvraag. In het Bkl staan algemene beoordelingsregels en specifieke beoordelingsregels voor geur. De vergunningverlener moet bij het beoordelen van het aanvaardbaar geurhinderniveau rekening houden met het omgevingsplan. Zo staat in het omgevingsplan wat de geurgevoelige gebouwen en locaties zijn. Ook kunnen in het omgevingsplan andere regels voor geur staan (of een omgevingswaarde voor geur). In het omgevingsplan staan bijvoorbeeld geurregels voor veehouderijen. De vergunningverlener moet dan rekening houden met deze regels. Onderzoek Er wordt onderscheid gemaakt tussen interne en externe geurbelasting. Enerzijds moet intern worden aangetoond dat omliggende bedrijven de functie ‘Wonen’ toelaten in het plangebied. Anderzijds mag de functie ‘Wonen’ andere bedrijven niet hinderen in de bedrijfsvoering. Interne geurbelasting Het plangebied bevindt zich in de bebouwde kom van Ermelo. In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich voornamelijk woonfuncties. De dichtstbijzijnde bedrijfsfuncties zijn hieronder in de tabel weergegeven.

Alle bedrijven liggen op voldoende afstand om te voldoen aan de richtafstanden voor geur. Interne geurhinder vormt dus geen belemmering voor het project. Adres

Bedrijfstype

Telgterengweg 25

Intensieve veehouderij Milieu categorie 3.2

Kerkdennen 32

Indoor skibaan (Milieu categorie 3.1) Brandweer + bijbehorend terrein Milieu categorie 3.1 Fabrikant Milieu categorie 4.1

Oude Telgterweg 131

Oude Telgterweg 177

Richtafstand geur buitengebied 100 meter

Afstand tot plangebied (bouwvlak tot bouwvlak) ~550 meter

0 meter

~500 meter

0 meter

~550 meter

0 meter

~700 meter

Externe geurbelasting Het toevoegen van een woonfunctie aan het plangebied belemmert geen bedrijven rondom het Gemeente Ermelo November 2024

Fabrikant

plangebied, aangezien deze op grote afstand liggen en er bovendien woonfuncties dichter bij deze bedrijven zijn, die bepalend zijn voor de bedrijfsactiviteiten. Hierdoor ondervindt het plangebied geen externe geurhinder en vormt dit geen belemmering voor het project.

Figuur 5.5 Ligging plangebied ten opzichte van omliggende bedrijven (bron: PDOK Viewer) Te treffen maatregelen Omliggende bedrijven worden niet gehinderd in de bedrijfsvoering. Ook laten omliggende bedrijven de functie ‘Wonen’ toe in het gebied. Aanvullende maatregelen hoeven niet genomen te worden. Regels Er zijn geen regels van toepassing. 5.2.8 Trillingen Wettelijk kader Het omgevingsaspect trillingen is geregeld in paragraaf 22.3.5 van het Omgevingsplan gemeente Ermelo. Daarin worden regels gesteld aan trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz door een activiteit in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw, die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Er gelden maximale waarden voor continue trillingen en voor herhaald voorkomende trillingen. De maximale waarden zijn opgenomen in de tabellen in artikel 22.88 van het Omgevingsplan gemeente Ermelo en 5.87a Bkl. De gebruikelijk gehanteerde afstand waarbinnen trillinghinder door spoor wordt getoetst is een zone tot 100 meter van het spoor. Uit verschillende trilling onderzoeken blijkt dat buiten deze afstand tot het spoor meestal geen trillingsniveaus optreden die boven de streefwaarde voor Vmax van 0,1 komen. Onderzoek Dit plan betreft de toevoeging van 41 appartementen binnen het plangebied.

Er zijn geen bedrijfsactiviteiten op korte afstand die trillingen veroorzaken. De spoorlijn Zwolle – Amersfoort bevindt zich op 400 meter van plangebied en ligt op voldoende afstand. Vanuit het aspect trillingen is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Te treffen maatregelen Er liggen geen bedrijven in de omgeving die trillingen veroorzaken. Aanvullende maatregelen zijn niet nodig. Regels Er zijn geen regels van toepassing. 5.2.9 Bodem Wettelijk kader Het beschermen van de bodemkwaliteit is een onderdeel bij de afweging van de aspecten van de fysieke leefomgeving. Ter bescherming van de bodemkwaliteit zijn instructieregels in het Bkl Gemeente Ermelo November 2024

opgenomen. De inhoud van deze regels is opgenomen in paragraaf 5.1.4.5 Bkl. De algemene doelstelling van het bodembeleid is het waarborgen van de kwaliteit van de bodem. Waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie worden opgenomen in het definitieve omgevingsplan (art. 5.89i Bkl). Deze waarden kunnen per gebied of per gebruiksfunctie verschillen. Bij een overschrijding van een vastgestelde waarde (zie art. 5.89i Bkl) is het bouwen van een bodemgevoelig gebouw alleen toegelaten als de in het omgevingsplan voorgeschreven sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen (art. 5.89K Bkl, art. IIIa onder 2 Aanvullingsbesluit Bodem). Daarnaast zijn er specifieke regels over bodem opgenomen in het Aanvullingsbesluit Bodem en de activiteiten zijn opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving: • Regels over nazorg van de bodem na saneren op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving, het omgevingsplan, een omgevingsvergunning of een maatwerksvoorschrift (artikel IIIa, paragraaf 2.3.6a.2); • Regels over graven in de bodem (paragraaf 3.2.21 en 3.2.22Bal); • Regels over activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico (paragraaf 2.3.6a.4) • Maatwerkregels over het saneren van de bodem in het zinkassengebied De Kempen, (paragraaf 2.3.6a.5).

Bij wijzigingen van activiteiten geldt dat de bodem geschikt moet zijn voor het beoogde gebruik. Dit kan betekenen dat een onderzoek moet worden verricht naar de bodem- en grondwaterkwaliteit. Onderzoek In het voorjaar van 2024 is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de Volenbeekweg 51 te Ermelo, zie bijlage 4. De aanleiding voor dit onderzoek is de aanvraag van een omgevingsvergunning om de woonfunctie mogelijk te maken. In onderstaande tabel zijn de resultaten van het onderzoek weergegeven:

Figuur 5.6 Resultaten verkennend bodemonderzoek (Bron: PJ Milieu BV) Op basis van de resultaten wordt geconcludeerd dat de hypothese van een "onverdachte locatie" standhoudt. De locatie is relatief onbelast, met slechts een licht verhoogd gehalte aan PCB in de ondergrond. Een aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk. De vastgestelde milieuhygiënisch bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor de aanvraag van een omgevingsvergunning voor een woonfunctie. Vanuit het aspect bodem is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Gemeente Ermelo November 2024

Te treffen maatregelen Er zijn geen te treffen maatregelen. Regels Er zijn geen regels van toepassing. 5.2.10 Veiligheid Wettelijk kader Omgevingsveiligheid beschrijft de risico’s die ontstaan als gevolg van opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines. Voor omgevingsveiligheid zijn regels opgenomen in paragraaf 5.1.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl van het Bkl). De paragrafen 5.1.2.2 tot en met 5.1.2.6 van het Bkl gaan over het toelaten van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties in verband met het externe veiligheidsrisico van een activiteit die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Plaatsgebonden risico Grenswaarden en standaardwaarden voor het Plaatsgebonden Risico (PR) ten aanzien van (zeer) (beperkt) kwetsbare gebouwen en (beperkt) kwetsbare locaties zijn opgenomen in artikel 5.6 tot en met artikel 5.11a van het Bkl. Grenswaarden voor kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties (art. 5.7 lid 1 Bkl) worden in een Omgevingsplan in acht genomen. Met standaardwaarden voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties wordt in een omgevingsplan rekening gehouden (art. 5.11 Bkl).

Voor het plaatsgebonden risico gelden, afhankelijk van de activiteit, vastgestelde afstanden of te berekenen afstanden (bijlage VII Bkl). Groepsrisico Bij groepsrisico is sprake van ‘aandachtsgebieden’. Risicovolle activiteiten hebben van rechtswege aandachtsgebieden (art. 5.12 Bkl). Het opnemen van aandachtsgebieden in een omgevingsplan is niet verplicht. Aandachtsgebieden zijn gebieden rond activiteiten met gevaarlijke stoffen. Deze aandachtsgebieden maken zichtbaar waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen onvoldoende beschermd zijn tegen de gevolgen van ongevallen met gevaarlijke stoffen (RIVM a, z.d.). Aandachtsgebieden zijn er voor brand, explosie en gifwolk. Afhankelijk van het type activiteit met gevaarlijke stoffen, zijn er voor het betreffende aandachtsgebied in de regelgeving vaste afstanden vastgesteld of zijn deze afstanden rekenkundig te bepalen (bijlage VII Bkl). Aandachtsgebieden worden zichtbaar gemaakt in het Register externe veiligheidsrisico’s (REV). Binnen een aandachtsgebied kan sprake zijn van een voorschriftengebied. Een gemeente kan in het Omgevingsplan afzien van aanwijzing van een brand- of explosievoorschriftengebied of een kleiner brand- of explosievoorschriftengebied aanwijzen (art. 5.14 Bkl).

Als het initiatief ligt in een voorschriftengebied, dan gelden voor nieuwbouw aanvullende bouweisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (art. 4.90 tot en met 4.96 Bbl. Voor zeer kwetsbare gebouwen, zoals scholen, kinderdagopvang, en verzorgingstehuizen, geldt altijd een voorschriftengebied, en gelden dus aanvullende bouweisen bij nieuwbouw (art. 5.14 Bkl). Los van een eventueel voorschriftengebied kan een gemeente aanvullende eisen stellen, bijvoorbeeld aan vluchtroutes en de bereikbaarheid van het gebied door hulpdiensten. Dergelijke eisen worden dan opgenomen in de omgevingsvergunning. Een berekening van het groepsrisico is onder de Omgevingswet optioneel; het is niet meer verplicht om het groepsrisico te bepalen, maar een gemeente mag hier nog wel om vragen (via een voorschrift) om de toelaatbaarheid van de situatie te beoordelen. Naast bovengenoemde regels over veelvoorkomende situaties is voor een aantal specifieke situaties nog de volgende delen van het Bkl van belang: ▪ Beperkingen in het belemmeringengebied (voormalige belemmeringenstrook in de huidige regelgeving) van buisleidingen: par. 5.1.2.3 Bkl; ▪ Veiligheid rond opslaan, herverpakken en bewerken van vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik: par 5.1.2.4 Bkl; Gemeente Ermelo November 2024

▪ ▪

Veiligheid rond het bewerken en opslaan van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik en op militaire objecten (par. 5.1.2.5 Bkl); Veiligheid rond luchthavens (par. 5.1.2.6 Bkl).

Onderzoek Aan de westzijde van het plangebied liggen twee hogedrukgasleidingen van de Gasunie (A-510 en N570-20). Het plangebied ligt in het brandaandachtsgebied van deze buisleidingen en het plaatsgebonden risicocontour PR 10-8.

Figuur 5.7 Omgevingsveiligheid ter hoogte van planlocatie (Bron: Atlasleefomgeving.nl) In het kader van de voorgenomen ontwikkeling van een appartementencomplex aan de Volenbeekweg in Ermelo is het extern veiligheidsrisico door de relevante risicobronnen kwalitatief beschouwd conform de omgevingswet. De belangrijkste conclusies naar aanleiding van de beschouwing zijn hieronder benoemd: • Het plaatsgebonden risico vormt geen belemmering voor het planvoornemen. • De planlocatie ligt buiten het belemmeringengebied. • De planontwikkeling ligt binnen het brandaandachtsgebied en gedeeltelijk binnen de 100%letaliteitscontour van één van de leidingen. • De ontwikkeling kan worden aangeduid als ‘kwetsbaar gebouw’. • Het bevoegd gezag is niet verplicht hiervoor een brandvoorschriftengebied aan te wijzen. Te treffen maatregelen Uiteindelijk moet de gemeente besluiten of aanvullende maatregelen nodig zijn en op welke basis om mensen binnen de aandachtsgebieden te beschermen tegen een ongewoon voorval. Regels Er zijn geen regels van toepassing. 5.2.11 Water Wettelijk kader Rijksbeleid – Het Nationaal Waterprogramma 2022-2027 Het Nationaal Water Programma (NWP) 2022 -2027 is op 18 maart 2022 vastgesteld en brengt het Nationaal Water Plan en het Beheer- en ontwikkelplan voor de rijkswateren in het kader van de Omgevingswet samen in één programma.

De Rijksoverheid beschrijft de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de uitvoering ervan in de rijkswateren en vaarwegen. Aspecten als klimaatverandering, bodemdaling, milieu- verontreiniging en ruimtedruk zorgen ervoor dat Nederland momenteel te maken heeft met grote wateropgaven, die in de toekomst steeds groter en complexer worden. In het Nationaal Waterprogramma 2022 – 2027 staan de volgende drie ambities centraal: • Een veilige en klimaatbestendige delta; Gemeente Ermelo November 2024

• •

Een concurrerende, duurzame en circulaire delta; Een schone en gezonde delta met hoogwaardige natuur.

Deze drie hoofdambities worden uitgewerkt per thema: • Klimaatadaptatie; • Waterveiligheid; • Zoetwaterverdeling en droogte; • Waterkwaliteit; • Grondwater; • Scheepvaart; • Water en leefomgeving. In deel A van het NWP zijn de belangrijkste beleidsdoelen en keuzes per thema geformuleerd. Vervolgens is in deel B het beheer en uitvoering door Rijkswaterstaat per thema beschreven. Tot slot komen in deel C het beleid en beheer en uitvoering samen in specifieke gebiedsgerichte uitwerkingen voor verschillende onderdelen van het hoofdwatersysteem. Provinciaal beleid - Regionaal Waterprogramma Gelderland 2021-2027 Het Regionaal Waterprogramma (RWP) 2021 – 2027 Provincie Gelderland is op 15 december 2021 vastgesteld. In het Provinciaal Waterprogramma 2021-2027 zijn de op- gaven van de Europese Kaderrichtlijn Water, het Nationaal Bestuursakkoord Water en het Nationaal Waterplan vertaald naar strategische doelstellingen voor Gelderland. De provincie heeft zeven ambities: 1.

2.

3. 4.

5.

6.

7.

Vestigingsklimaat: Voldoende water van voldoende kwaliteit is belangrijk als grondstof en/of proceswater voor landbouw en industrie. Daarom inzet op onder andere efficiënt en effectief grondwatergebruik via grondwaterbeheer, voorraadbeheer en besparen. De landbouw is een belangrijke partner voor het behalen van de doelen voor waterkwaliteit en kwantiteit en heeft daarmee zelf een belangrijke rol om water als grondstof beschikbaar te houden Wonen: Water biedt mogelijkheden voor recreatie, schoon grondwater voor drinkwater en is onderdeel van de ruimtelijke kwaliteit (visueel aantrekkelijk landschap, verkoeling in de steden, ‘hoogwaterbestendige’ woningen) Bereikbaarheid: We streven naar een goede ontsluiting over water.

Dit betekent goede bevaarbaarheid voor beroepsvaart, ook in tijden van laag water Biodiversiteit: Voldoende water van voldoende kwaliteit voor (beschermde) planten en dieren, streven naar natuurvriendelijk beheer van water, oevers, onderhoudspaden, keringen en groene bergingen, doorgaan met verdrogingsbestrijding Klimaatadaptatie: Het natuurlijk systeem van bodem en water is een belangrijk ordenend principe in de afweging van ruimtelijke ontwikkelingen, beschikbaarheid van water in droge perioden, beschikbaarheid van water voor natuur, tegengaan hittestress, voorkomen van wateroverlast en bescherming tegen overstromingen Energietransitie: Het bodem- en watersysteem biedt onder andere mogelijkheden voor zonnevelden op water, waterkracht, bodemenergie, aardwarmte en aquathermie. Als we zuiniger gebruik maken van water als grondstof verbruiken we minder energieverbruik voor koelen, verwarmen etc. Circulaire Economie: Water als (herbruikbare) grondstof. Water is een belangrijke grondstof, als we er voorzorgen dat deze schoon blijft kunnen we deze goed hergebruiken

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15105343/1