Rapportage Raadsonderzoek langlopende dossiers augustus 2021 e210034189
Tekst van het document
De gemeente was verplicht alle beleidsinhoud weg te lakken en de ODRN hoefde dit niet te doen. Daarmee is niet opzettelijk informatie achter gehouden, maar er had volgens de ambtenaren wel afstemming over plaats moeten vinden. Er is begrip voor de beeldvorming die hierover is ontstaan.
Brand bij ondernemer en uitzending Opstandelingen I
I
Op 29 mei 2020 breekt er een grote brand uit bij de ondernemer die, zoals later uit kwam, gesticht blijkt door een dierenrechtenactivist. De buurtbewoners en stichting DOEH zijn geschokt door deze brand. Naar aanleiding van de brand wordt echter geen contact met de stichting gezocht door de gemeente en specifiek de toenmalige burgemeester. De stichting neemt dit de toenmalige burgemeester kwalijk. Uit gesprekken blijkt dat de ondernemer de stichting in verband bracht met een groep dierenactivisten die volgens hem betrokken zou zijn bij de brandstichting.104 106 De105 stichting stelt vragen aan het college naar aanleiding van de brand waar zij een reactie op ontvangt die in haar beleving niet ingaat op haar onderliggende zorgen.107 Op 2 juli 2020 wordt in een aflevering van het BNNVARA-programma Opstandelingen aandacht besteed aan de drie langlopende dossiers die ook in dit onderzoek behandeld worden.108 Onder meer vertegenwoordigers van de stichting DOEH nemen deel aan deze uitzending en geven hierin uiting aan hun zorgen en frustraties over de behandeling van het dossier door de gemeente Ermelo. Zij geven aan deel te hebben genomen aan het programma omdat zij het een manier vonden om toch publiekelijk gehoord te worden. Uit gesprekken komt naar voren dat de uitzending van Opstandelingen een 'katalysatormoment' was voor college, organisatie en gemeenteraad.
Zo wordt vanuit de organisatie aangegeven dat naar aanleiding van de uitzending extra medewerkers betrokken zijn bij de drie dossiers. Vanuit de raad wordt aangegeven dat pas na de uitzending van Opstandelingen raadsleden
104 Gemeente Ermelo (05-03-2020) - Julianalaan emergency exit - besluit op handhavingsverzoek. 105 Gemeente Ermelo (05-03-2020) - Last onder dwangsom. 106 Hierbij wordt verwezen naar de volgende berichtgeving: De Stentor (28-05-2020). Directeur Tomassen Duck-To: 'Regering moet ingrijpen tegen dierenactivisten, want het loopt uit de hand': https://www.destentor.nl/ermelo/directeur-tomassen-duck-to-regering-moetingrijpen-tegen-dierenactivisten-want-het-loopt-uit-de-hand~a323cd59c/. 107 Gemeente Ermelo (07-10-2020) - Brief aan stichting DOEH, beantwoording vragen mbt brand Tomassen. 108 BNNVARA (2 juli 2020) - Opstandelingen S2 - Aflevering 5: Brandhaard Ermelo: https://www.bnnvara.nl/opstandelingen/media/544260.
42
zich realiseerden wat de impact van het lange verloop van het dossier was op de relatie tussen de gemeente en betrokken ondernemers en inwoners. Dit gold ook voor het dossier Bar Twinns en het dossier Pallet- en Timmerfabriek Ten Hove dat in het volgende hoofdstuk wordt behandeld. Politiek-bestuurlijk samenspel De ontwikkeling van een dossier is niet alleen afhankelijk van de relatie tussen de gemeente en (in dit geval) de betrokken ondernemer en belangengroep, maar hangt ook samen met het samenspel tussen ambtenaren, college en gemeenteraad. Ten aanzien van dit dossier zijn uit documentatie en gesprekken met betrokkenen verschillende bevindingen gedaan die hieronder samengevat worden weergegeven. I
I
I
I
I
I
Uit gesprekken komt naar voren dat de inhoudelijk bij het dossier betrokken beleidsmedewerkers in eerste instantie contactpersoon waren voor de ondernemer en stichting DOEH. In de communicatie met hen stond centraal dat de gedeelde informatie juridisch kloppend, maar ook begrijpelijk moest zijn. Wanneer er sprake was van knelpunten in de communicatie, kon daarover worden overlegd met de toenmalige burgemeester en indien nodig ook met medewerkers communicatie. Net zoals in andere handhavingstrajecten stond in het dossier de juridische basis voor de gemeente centraal in de besluitvorming. Deze lijn werd ook vastgehouden in de communicatie met de ondernemer en in de informatievoorziening aan de raad door middel van memo's of beantwoording van raadsvragen.109 Doordat er echter werd gekozen voor een lijn waarin het traject richting (het onderzoeken van) legalisatie parallel verliep aan handhaving, ontstond een onduidelijke situatie voor ondernemer en inwoners. Achteraf had hier volgens gesprekspartners een andere lijn in kunnen worden gekozen. Raadsleden geven aan dat de dossiers Tomassen Duck-To en Ten Hove (zie volgend hoofdstuk) zijn ingebed in een breder vraagstuk over de inrichting van het omliggende gebied. De focus op de details in deze dossiers belet zowel de raad als het college om een visie te ontwikkelen over hoe het gebied zich op langere termijn dient te ontwikkelen.
Hoewel besluitvorming waar dat nodig is steeds wordt voorgelegd aan de raad, heeft het college het primaat in het bepalen van de lijn die de gemeente kiest. Raadsleden geven tegelijkertijd aan in het dossier niet het initiatief genomen te hebben om de regie naar zich toe te trekken. Ten aanzien van de vergadering op 16 oktober 2019 geven raadsleden aan dat de burgemeester een dubbele rol had als portefeuillehouder en voorzitter van de raad. Ondanks het feit dat de raad nog vragen had, zag men zich vanwege de invulling van de stemmingsprocedure genoodzaakt om voor het voorstel te stemmen. Hiermee stond de besluitvorming onder druk. Daarnaast geven raadsleden aan dat inhoudelijke informatie over het dossier wel werd gedeeld in het vertrouwelijke fractievoorzittersoverleg, maar dat deze informatie vanwege het vertrouwelijke karakter niet werd gedeeld met andere raadsleden. Dit gold ook voor andere dossiers waarbij handhaving een rol speelde. Doordat informatie niet altijd inzichtelijk was, had de raad moeite om grip te krijgen op het dossier. Ter ondersteuning is op een gegeven moment ook een extern adviseur benaderd om de raad te informeren over de juridische kaders. Tot slot geven raadsleden aan dat het complex is om tot een afgewogen beeld over een dossier te komen. Hoe wordt er bijvoorbeeld omgegaan met de informatie van een
109 Mailwisseling tussen ambtenaren gemeente Ermelo over informatie aan de raad via weekbericht, d.d. 20 november 2018; Gemeente Ermelo (16 oktober 2019) - Informatiememo raad inzake geurrapporten.
43
belangengroep? Enerzijds is het belangrijk om op signalen vanuit de samenleving te kunnen acteren, anderzijds is het belangrijk om een evenwichtig beeld van het dossier te hebben door alle informatie tegen elkaar af te wegen. In dit geval was dat lastig, omdat de raad niet over alle informatie kon beschikken en omdat het de vraag was in hoeverre alle omwondenden vertegenwoordigd werden door de stichting.
5.2. Analyse Balans tussen handhaving en legalisering In dit dossier zijn er tegengestelde belangen: een ondernemer die wil uitbreiden (en daar al grote stappen in heeft gezet - zonder wettelijke grondslag) en een groep omwonenden die tegen elke vorm van uitbreiding van het bedrijf is. Het college heeft in dit dossier vanaf het begin ingezet op legalisering van de bestaande situatie, maar heeft ondertussen ook handhavend opgetreden tegen overtredingen van de omgevingsvergunning. In gesprekken met gemeentelijke ambtenaren wordt aangegeven dat veel onduidelijkheid in dit dossier is geslopen doordat de gemeente op hetzelfde moment legaliserend en handhavend heeft opgetreden om aan zowel de ondernemer als inwoners tegemoet te komen. Dit heeft niet alleen geleid tot onzekerheid bij inwoners, specifiek zij verenigd in stichting DOEH, maar ook bij de ondernemer. Ondanks het voornemen van het college om te legaliseren, heeft het college op verschillende momenten dwangsommen aan de ondernemer opgelegd. Gesprekspartners geven aan dat dit ook niet altijd goed uit te leggen was vanwege het perspectief op legalisering. Procedures leiden tot verzakelijking van het contact Gedurende het verloop van het dossier is er volgens betrokkenen van zowel de kant van de gemeente als van de kant van stichting DOEH sprake van verzakelijking van het contact.
Waar het contact aanvankelijk informeel verloopt door middel van telefonische of fysieke gesprekken, verandert dit zodra de stichting formele stappen zet door het indienen van bezwaren en beroepen. Volgens de stichting komt dit doordat de gemeente de houding heeft dat inwoners maar naar de rechter moeten stappen als zij het niet eens zijn met besluitvorming. Gedurende het verloop van bezwaar- en beroepsprocedures lijkt de gemeente in de beleving van de stichting ook niet ontvankelijk voor pogingen om alsnog mondeling contact te zoeken, maar vindt het contact vrijwel alleen schriftelijk plaats. Bovendien lijkt in de beleving van de stichting de bereidheid van de gemeente om diens handelen toe te lichten naarmate het dossier voortduurt, af te nemen. Correspondentie door de gemeente beperkt zich dan tot het juridisch noodzakelijke, maar wordt niet voorzien van een toelichting waarom voor bepaalde juridische middelen wordt gekozen of hiervan wordt afgezien. Belang van ondernemer versus het belang van omwonenden De stichting DOEH beschuldigt de gemeente ervan dat zij het belang van de ondernemer in dit geval voortrekt, terwijl de gemeente zegt dat zij de belangen van de omwonenden en de ondernemer goed afweegt. Tegelijkertijd zijn er verschillende voorbeelden te noemen van momenten waarop de college coulant lijkt te zijn richting de ondernemer en afhoudend richting de stichting.
Zo spant de gemeente zich in om te zorgen voor legalisering in het dossier, ook wanneer de ondernemer hiervoor bijvoorbeeld een deadline voor het indienen van een (geldige) omgevingsvergunning mist. Ook wordt handhavend optreden op strijdige situaties met het vigerende bestemmingsplan meerdere malen uitgesteld of zelfs niet gedaan, bijvoorbeeld in het geval van het handhavingsverzoek op geuroverlast
44
en het gasstation. Uiteindelijk wordt de stichting in deze gevallen door de rechtbank in het gelijk gesteld, waarna het college alsnog handhavend op moet treden. Omwonenden voelen zich niet serieus genomen door de gemeente Uit gesprekken komt naar voren dat omwonenden, verenigd in de stichting DOEH, zich in dit dossier op verschillende momenten niet serieus genomen voelden door de gemeente. Voorbeelden zijn persoonlijke overleggen met collegeleden en ambtenaren, waarbij wel naar de stichting werd geluisterd, maar zelden inhoudelijk werd gereageerd. In dit dossier wordt de stichting pas in een relatief laat stadium meegenomen in de besluitvorming. Zo wordt er pas na verschillende klachten door omwonenden een geuronderzoek uitgevoerd, waarvan later door de rechtbank wordt gezegd dat dit kwalitatief niet goed genoeg is geweest. Gesprekpartners van de stichting geven aan dat zij in gesprek gaan met de gemeente niet als mogelijkheid zien en dat zij zich niet gehoord voelen door de gemeente. Bij concrete inspraakmomenten van de stichting is er bij hen ook onduidelijkheid over het proces. Tegelijkertijd heeft de stichting tijdens inspraakmomenten, informele contactmomenten met raadsleden en via de bezwaarschriftencommissie de gelegenheid gehad om haar punt naar voren te brengen.
Ook heeft er naar aanleiding van een klacht jegens de toenmalig burgemeester een mediationtraject gelopen tussen de gemeente en de stichting. De conclusie van dit traject luidde destijds dat partijen weer door één deur konden. Achteraf kijkt de stichting hier anders op terug en is ze niet tevreden over dit traject. Lange doorlooptijd van het dossier In het dossier zijn er vaak lange doorlooptijden van procedures zoals vergunningaanvragen en handhavingsverzoeken. Besluitvorming door het college na het indienen van een aanvraag of verzoek duurt in de beleving van de stichting vaak erg lang, wat door de stichting wordt gezien als traineren van het proces en het geven van langere tijd aan de ondernemer om legalisering rond te krijgen. Hoe langer de tijd voortduurt, hoe groter volgens haar het zicht op legalisatie wordt. De gemeente geeft aan dat de lange doorlooptijd van het dossier ook te maken had met de verschillende juridische procedures die zich in het dossier hebben voorgedaan en het feit dat gekozen werd voor een traject waarbij een balans moest worden gevonden tussen legalisering en handhaving. Dit laatste bleek in de praktijk lastig.
5.3. Toetsing aan de normen en deelconclusies In deze paragraaf worden de bevindingen uit het dossier getoetst aan het normenkader en worden er deelconclusies op dossierniveau geformuleerd. Toetsing normen Hieronder wordt steeds in de linker kolom van de tabel de norm vermeld, en wordt in de rechter kolom aangegeven in hoeverre de gemeente aan deze norm heeft voldaan.
Norm
Toetsing
Open en duidelijk Transparant De overheid is in haar handelen open en voorspelbaar, zodat het voor de burger duidelijk is waarom de overheid bepaalde dingen doet.
Het college communiceert transparant over de toepassing van toezicht en handhaving en de genomen besluiten in dit dossier en er wordt in correspondentie beargumenteerd op welke gronden bepaalde beslissingen zijn genomen.
45
Goede informatievoorziening De overheid zorgt ervoor dat de burger de juiste informatie krijgt en dat deze informatie klopt en volledig en duidelijk is. Zij verstrekt niet alleen informatie als de burger erom vraagt, maar ook uit zichzelf.
Luisteren naar de burger De overheid luistert actief naar de burger, zodat deze zich gehoord en gezien voelt.
Goede motivering De overheid legt haar handelen en haar besluiten duidelijk aan de burger uit. Daarbij geeft zij aan op welke wettelijke bepalingen de handeling of het besluit is gebaseerd, van welke feiten zij is uitgegaan en hoe zij rekening heeft gehouden met de belangen van de burgers. Deze motivering moet voor de burger begrijpelijk zijn.
Stichting DOEH geeft echter aan dat het voor haar niet altijd navolgbaar is waarom het college op een bepaalde manier (niet) handelt.110 Het is voor stichting DOEH niet altijd duidelijk hoe processen precies verlopen binnen de gemeente. Zeker omtrent de raadsvergadering van 16 oktober 2019 is het proces voor insprekers onduidelijk geweest. Ook inhoudelijke informatie rondom het dossier werd in de beleving van de stichting niet altijd tijdig verschaft (of zelfs helemaal niet). Bepaalde informatie is pas na het indienen van een Wob-verzoek door de stichting gedeeld. Gemeentelijke ambtenaren geven aan te hebben geluisterd naar de bezwaren van de inwoners in dit dossier en verklaren deze te hebben meegenomen in hun afwegingen. De ervaring van stichting DOEH is echter anders zij voelt zich niet gehoord door de gemeente, en specifiek de toenmalige burgemeester. Een voorbeeld hiervan zijn herhaaldelijke klachten vanuit de stichting over geuroverlast die volgens de stichting door het college niet tijdig zijn opgepakt. Er zijn echter ook uitzonderingen te benoemen, waaronder het collegebesluit uit april 2018 om te handhaven na een verzoek van de stichting, en het besluit in maart 2020 om een last op te leggen nadat de stichting bezwaar maakte tegen de aanleg van een nooduitgang.
Over het algemeen zijn besluiten en motivering daartoe duidelijk omschreven en onderbouwd met wet- en regelgeving. Bepaalde besluiten zijn echter vernietigd door de rechtbank na juridische procedures. Volgens de stichting maakt het college onvoldoende inzichtelijk in hoeverre het in de besluitvorming rekening heeft gehouden met de belangen van omwonenden. Uitleg en onderbouwing zijn volgens hen vaak beperkt.
Respectvol Bevorderen van actieve deelname door de burger De overheid betrekt de burger zoveel mogelijk actief bij haar handelen.
De stichting geeft aan in haar beleving door de gemeente veelal pas in een laat stadium betrokken te worden. Ook met betrekking tot het duidelijk communiceren omtrent procedures bestaan vraagtekens in dit dossier,
110 Het perspectief van de ondernemer is slechts beperkt meegenomen in de toetsing van de normen. Hij heeft aangegeven niet mee te willen werken aan het onderzoek.
46
Fatsoenlijke bejegening De overheid respecteert de burger, behandelt hem fatsoenlijk en is hulpvaardig.
Fair play De overheid geeft de burger de mogelijkheid om zijn procedurele kansen te benutten en zorgt daarbij voor een eerlijke gang van zaken.
Evenredigheid De overheid kiest om haar doel te bereiken een middel dat niet onnodig ingrijpt in het leven van de burger en dat in evenredige verhouding staat tot dat doel.
vooral rondom de raadsvergadering van 16 oktober 2019. Tegelijkertijd is op meerdere momenten persoonlijk contact gezocht met de stichting en geven gesprekspartners aan dat er bereidheid was vanuit ambtenaren en college om in ieder geval het gesprek aan te gaan. Over het algemeen vindt er fatsoenlijke bejegening plaats in de schriftelijke communicatie. De informele communicatie vanuit het college, met name vanuit de toenmalige burgemeester, wordt door stichting DOEH echter niet altijd als prettig ervaren. Naar aanleiding van de brand in mei 2020 en mediaberichtgeving over de stichting wordt geen contact met de stichting gezocht door de gemeente en specifiek de toenmalige burgemeester. De stichting neemt dit de toenmalige burgemeester kwalijk. Rondom de raadsvergadering van 16 oktober 2019 is er met betrekking tot dit beginsel twijfel. Ook wordt er door stichting DOEH aangegeven dat er sprake is van het voortrekken van ondernemers boven inwoners. Het college geeft aan dat de verplichting om te onderzoeken of legalisatie mogelijk is, kan leiden tot het beeld dat de gemeente vooral welwillend is naar de ondernemer. Stichting DOEH heeft via de raad en via bezwaarprocedures gelegenheid gekregen om haar punt te maken. Dit leidt echter niet tot een passende oplossing in haar beleving.
De gemeente geeft aan steeds een afweging te hebben gemaakt tussen de verschillende belangen en wel degelijk te hebben gehandhaafd wanneer dat nodig was. Stichting DOEH is van mening dat het college te coulant optreedt richting de ondernemer in toezicht en handhaving en in onvoldoende mate rekening houdt met de overlast die omwonenden ervaren.
Betrokken en oplossingsgericht Maatwerk De overheid is bereid om in voorkomende gevallen af te wijken van algemeen beleid of voorschriften als dat nodig is om onbedoelde of ongewenste consequenties te voorkomen.
Het college heeft in de besluitvorming steeds de tussenweg tussen handhaven en (onderzoek naar) legaliseren gezocht, waarbij er niet rigide wordt vastgehouden aan regelgeving, maar wel tot handhaving wordt overgegaan als het nodig is. Het schipperen tussen handhaving en legaliseren heeft echter tot onduidelijkheid geleid bij in ieder geval stichting DOEH. Ambtenaren van de gemeente geven ook aan
47
Samenwerking De overheid werkt op eigen initiatief in het belang van de burger met andere (overheids-) instanties samen en stuurt de burger niet van het kastje naar de muur.
Coulante opstelling De overheid stelt zich coulant op als zij fouten heeft gemaakt. Zij heeft oog voor claims die redelijkerwijs gehonoreerd moeten worden en belast de burger niet met onnodige en ingewikkelde bewijsproblemen en procedures. Voortvarendheid De overheid handelt zo snel en slagvaardig mogelijk.
De-escalatie De overheid probeert in haar contacten met de burger escalatie te voorkomen of te beperken. Communicatievaardigheden en een oplossingsgerichte houding zijn hierbij essentieel.
dat de toezeggingen die schriftelijk en mondeling door de toenmalig burgemeester (maar ook door andere wethouders en soms raadsleden) aan de ondernemer zijn gedaan, het proces extra ingewikkeld hebben gemaakt. Er zijn verschillende aanwijzingen in dit dossier dat er niet altijd duidelijke afstemming is geweest met andere overheidsinstanties. Een voorbeeld is het Wob-verzoek van stichting DOEH waarbij de ODRN bepaalde informatie wel deelde die de gemeente niet deelde. Hoewel er andere uitgangspunten geldden voor het delen van de betreffende informatie, had hierover afstemming kunnen plaatsvinden. Zowel gemeentelijke ambtenaren als de stichting geven aan dat het contact omtrent dit specifieke Wob-verzoek niet naar tevredenheid is verlopen. Het college is in de beleving van stichting DOEH vooral coulant naar de ondernemer en in mindere mate naar de inwoners. Het college heeft echter na gerechtelijke uitspraken waarin het in het ongelijk is gesteld, nieuwe besluiten genomen in overeenstemming met de gerechtelijke uitspraken. In dit dossier zijn geen momenten aan te wijzen waarop de gemeente zich niet aan wettelijke termijnen hield.
Desalniettemin hebben beslissingen en gemeentelijk handelen vaak lang op zich laten wachten en is er na vijf jaar sinds de uitbreiding nog geen oplossing voor het dossier.111 Er vinden wel gesprekken plaats tussen ambtenaren en college met stichting DOEH in deze casus, maar het contact wordt met name wanneer er sprake is van lopende juridische procedures zakelijker. In de beleving van inwoners heeft met name de toenmalige burgemeester zich niet oplossingsgericht getoond. Met het doorlopen van een mediationtraject tussen gemeente en stichting DOEH is er een poging gedaan tot de-escalatie. Dit traject is afgesloten met de conclusie dat beide partijen
111 Na advies door de bezwaarschriftencommissie over een ingediend bezwaar dient het college binnen 12 weken een beslissing te nemen. Het college kan deze termijn verlengen met 6 weken, maar moet hier de betrokken indiener wel van op de hoogte stellen; Gemeente Ermelo (geen datering). Bezwaar maken: https://www.ermelo.nl/meldingen-klachten-en-bezwaar/bezwaar-zienswijze-schade-enwob/bezwaar-maken#:~:text=De%20gemeente%20Ermelo%20heeft%20een,doen%20zij%20binnen%2012%20weken.
48
weer door één deur konden. Achteraf kijkt de stichting hier anders op terug. Eerlijk en betrouwbaar Integriteit De overheid handelt integer en gebruikt een bevoegdheid alleen voor het doel waarvoor deze is gegeven.
Betrouwbaar De overheid handelt binnen het wettelijk kader en eerlijk en oprecht, doet wat zij zegt en geeft gevolg aan rechterlijke uitspraken.
Onpartijdigheid De overheid stelt zich onpartijdig op en handelt zonder vooroordelen.
Redelijkheid De overheid weegt de verschillende belangen tegen elkaar af voordat zij een beslissing neemt. De uitkomst hiervan mag niet onredelijk zijn. Goede voorbereiding De overheid verzamelt alle informatie die van belang is om een weloverwogen beslissing te nemen.
Goede organisatie
Gemeentelijke ambtenaren geven aan dat er geen sprake is van een partijdige houding in dit dossier die in het voordeel zou zijn van de ondernemer (en in het nadeel van omwonenden). Stichting DOEH trekt de integriteit van de gemeente, en dan met name de toenmalige burgemeester, in twijfel. De stichting vermoedt dat er een persoonlijke relatie is tussen de toenmalige burgemeester en de ondernemer, die meeweegt in gemaakte keuzes. Stichting DOEH heeft de ervaring dat de gemeente niet eerlijk en oprecht heeft gehandeld in dit dossier (zie ook 'integriteit'). Door toezeggingen te doen, zijn er verwachtingen gewekt bij de ondernemer zonder dat de mogelijkheid tot legalisatie voldoende was onderzocht. Bij stichting DOEH is er grote twijfel over de onpartijdigheid van de gemeente. Gemeentelijke ambtenaren geven aan dat er geen sprake is van een partijdige houding in dit dossier die in het voordeel zou zijn van de ondernemer. Hier wordt verwezen naar de wettelijke plicht legalisatie te onderzoeken. De duur van dit proces leidt er echter tot de beeldvorming dat er in het belang van de ondernemer wordt gehandeld. In de beleving van stichting DOEH wordt het belang van de ondernemer voorgetrokken in relatie tot de belangen van omwonenden. Een voorbeeld hiervan is dat de secretaris van de stichting bij een handhavingsverzoek onterecht niet als belanghebbende is aangewezen.
Het ophalen van informatie bij inwoners gebeurt in de beleving van de stichting pas in een laat stadium, waardoor de belangen van inwoners pas aan het einde van het proces worden meegenomen in plaats van vooraf. Bovendien wordt informatie die inwoners aandragen door de gemeente volgens de stichting niet zorgvuldig behandeld. Hierbij wordt onder meer verwezen naar het kwijtraken van 80 handtekeningen van omwonenden. Op basis van de dossieranalyse blijkt de administratie en documentatie van de
49
De overheid zorgt ervoor dat haar organisatie en haar administratie de dienstverlening aan de burger ten goede komt. Zij werkt secuur en vermijdt slordigheden. Eventuele fouten worden zo snel mogelijk hersteld.
Professionaliteit De overheid zorgt ervoor dat haar medewerkers volgens hun professionele normen werken. De burger mag van hen bijzondere deskundigheid verwachten.
gemeente in dit dossier op orde. De stichting DOEH noemt echter enkele voorbeelden van onzorgvuldig handelen door de gemeente. Zo zijn de handtekeningen die de stichting met een actie heeft opgehaald kwijtgeraakt. Ook de wijze waarop de besluitvorming omtrent het ontwerp-VVGB is verlopen, is een voorbeeld van slordige procedure, waarbij de inspraak door burgers onvoldoende ruimte kreeg en er onduidelijkheid bestond onder de fracties over de stemming. Gemeentelijke ambtenaren geven aan in dit dossier zo zorgvuldig mogelijk te hebben gehandeld, met het oog op transparantie, betrouwbaarheid en professionaliteit. Tegelijkertijd heeft de stichting de ervaring dat dit onvoldoende gebeurd is en dat de gemeente onvoldoende deskundigheid heeft getoond door het dossier zo lang te laten voortduren.
Deelconclusies op dossierniveau: Tomassen Duck-To Open en duidelijk De gemeente heeft in dit dossier richting stichting DOEH transparant gecommuniceerd over besluiten. De stichting zelf geeft echter aan dat voor haar de motivering voor genomen besluiten vaak niet duidelijk was: de uitleg en onderbouwing om al dan niet tot handhaving over te gaan was volgens hen veelal beperkt. Gemeente en stichting DOEH hebben een andere beleving van of de gemeente de stichting voldoende gezien en gehoord heeft in dit dossier. Het beeld bestaat dat de gemeente de ondernemer wil faciliteren door tot legalisatie over te gaan. Dit beeld is ontstaan door de toezeggingen die zijn gedaan en door het lange procesverloop. Dat de gemeente wettelijk verplicht is om de mogelijkheid tot legalisatie te onderzoeken, is niet duidelijk gecommuniceerd. Ook is er veel onduidelijkheid ontstaan door de wijze van besluitvorming over het ontwerp-VVGB. Door een slordig en onverwacht verloop van de raadsvergadering ontstond er zowel rondom de stemming als de inspraak onduidelijkheid. Respectvol Van proactief communiceren door de gemeente is in dit dossier beperkt sprake. De stichting geeft aan zich hierdoor genoodzaakt gevoeld te hebben om diverse Wob-verzoeken in te dienen. Ook in de communicatie over en tijdens de raadsvergadering van 16 oktober 2019 is de gemeente in gebreke gebleven.
Van 'eerlijk spel' was die avond onvoldoende sprake. De toenmalig burgemeester (tijdens die avond zowel voorzitter als portefeuillehouder) en de raad hebben hierin een rol gehad. Over het fatsoenlijk bejegenen van stichting DOEH door de gemeente kunnen wisselende conclusies getrokken worden. Over het algemeen vindt er fatsoenlijke bejegening plaats in de communicatie. De informele communicatie vanuit het gemeentebestuur, met name vanuit de toenmalig burgemeester, wordt door stichting DOEH echter niet altijd als prettig en zelfs respectloos ervaren. Hetzelfde geldt voor het contact met de raad tijdens en na de raadsvergadering van 16 oktober 2019. Tegelijkertijd heeft de stichting op verschillende manieren gelegenheid gekregen om in gesprek te gaan met de gemeente en haar punt te maken, mede in bezwaarprocedures, door middel van inspraak en in individueel contact met raadsleden.
50
Betrokken en oplossingsgericht De gemeente heeft in de besluitvorming steeds de tussenweg tussen handhaven en legaliseren gezocht, waarbij er niet rigide werd vastgehouden aan regelgeving maar wel tot handhaving wordt overgegaan als het nodig is. Al was daar vaak eerst wel een handhavingsverzoek vanuit de stichting voor nodig. Het schipperen tussen handhaving en legaliseren heeft tot onduidelijkheid geleid bij stichting DOEH. De gemeente, en dan met name het college, is in de beleving van stichting DOEH vooral coulant naar de ondernemer geweest, en in veel mindere mate naar inwoners. In het contact met stichting DOEH heeft de gemeente zich over het algemeen professioneel opgesteld. Maar ook voor de ambtelijke organisatie gold dat het contact op verschillende momenten in het dossier aanzienlijk verminderde en verzakelijkte wanneer er sprake was van lopende juridische procedures. Door een mediationtraject aan te gaan met stichting DOEH naar aanleiding van een juridische procedure jegens de toenmalig burgemeester, is er de-escalerend opgetreden. Alhoewel wettelijke termijnen worden gehaald, stelt de gemeente zich in dit dossier echter terughoudend en onvoldoende voortvarend op. Beide helpen niet om spoedig tot een oplossing te komen.
Eerlijk en betrouwbaar Over het feit of er in dit dossier sprake is geweest van een (on)partijdige houding van de gemeente in het voordeel van de ondernemer verschillen betrokkenen van mening. Stichting DOEH is van mening dat de gemeente in dit dossier niet eerlijk en oprecht gehandeld heeft. Zij schetst het overkoepelende probleem dat de gemeente niet handhavend lijkt op te willen treden in dit dossier, en dat de ondernemer daarom door kan gaan met het begaan van kleine overtredingen die bij elkaar een groot geheel vormen. Gemeentelijke ambtenaren geven aan zo zorgvuldig mogelijk te hebben gehandeld. Hoewel het proces lang duurt, worden termijnen gehaald en wordt er aan verplichtingen voldaan. Door de toenmalig burgemeester zijn er in dit dossier echter wel verwachtingen gewekt richting de ondernemer die later niet waargemaakt konden worden. Met negatieve consequenties voor omwonenden - deels verenigd in stichting DOEH - tot gevolg. Dit heeft hun wantrouwen in de gemeente vergroot.
51
6. Dossier Ten Hove 6.1. Casusomschrijving Samenvatting van het vraagstuk Pallet- en Timmerfabriek Ten Hove is sinds 1976 gevestigd aan de Haspel. Op het perceel worden veel pallets opgeslagen. Deze opslag is in strijd met het vigerende bestemmingsplan, dat nog stamt uit 1987. In 2012 verleende de gemeente Ermelo echter een gedoogbeschikking voor de duur van twee jaar, omdat er zicht was op het wijzigen van het bestemmingsplan. In de tussentijd zou de gemeente niet handhaven door middel van het opleggen van een last onder dwangsom. In 2014 gaf de provincie aan dat legalisatie van de palletopslag pas kon plaatsvinden als de mogelijkheid van verplaatsing van het bedrijf zou worden onderzocht. Dit verplaatsingsonderzoek is in 2019 door het huidige college opgepakt en in 2021 afgerond. Onder andere omwonenden hebben zich verenigd in de belangenvereniging Stichting Woon- en Recreatiebelangen Tonselse Veld (WRBT).112 Daarnaast speelt de eigenaar van het Recreatiepark Jarcarja een belangrijke rol in het dossier als een van de direct omwonenden. Voor het onderzoek zijn deze eigenaar en de stichting steeds samen gesproken. Jacarja heeft ook eigenstandig handhavingsverzoeken en bezwaren ingediend en procedures doorlopen, maar de belangen van Jacarja en de stichting komen voor een belangrijk deel overeen.
In de tekst wordt steeds gerefereerd aan de stichting, waar Jacarja in is vertegenwoordigd. Omwonenden, waaronder ook Jacarja, hebben zowel individueel als via deze stichting verzoeken tot handhaving bij de gemeente gedaan. Naar aanleiding van bezwaren van zowel omwonenden als de eigenaar van het bedrijf Pallet- en Timmerfabriek Ten Hove (hierna: de ondernemer) hebben verschillende gerechtelijke procedures plaatsgevonden. Tweemaal leidde dit tot een beroepszaak bij de Raad van State. Begin 2021 deed de Raad van State uitspraak dat het college over moest gaan tot handhaven in het dossier. Wanneer de gemeente dit niet doet, wordt de gemeente zelf een dwangsom opgelegd.113 Inmiddels heeft de gemeente de gedoogbeschikking aan het bedrijf ingetrokken en handhavingsbesluiten genomen.114 Ook is het verplaatsingsonderzoek afgerond en besproken in de gemeenteraad. Uit het onderzoek bleek dat verplaatsing van het bedrijf niet mogelijk is.115 De gemeente is in gesprek met de ondernemer om tot een oplossing te komen. Inmiddels heeft de ondernemer bezwaar en beroep aangetekend bij de gemeente en een voorlopige voorziening aangevraagd bij de Raad van State.
112 Stichting WRBT (geen datering). Over ons: https://wrbt.nl/dossiers/. 113 Raad van State (7 januari 2021). Uitspraak over primaire handhavingsverzoek februari 2017: https:^www.raadvanstate.n^uitspraken^123935^01908619-1-r4^highligľ^ermelo 114 Gemeente Ermelo (29 maart 2021) - Beslissing op bezwaar, zaaknummer 19e0008165. 115 Gemeenteraad Ermelo (12 mei 2021) - Vergaderstukken resultaten haalbaarheidsstudie toekomstscenario's Haspelstrook: https://ermelo.notubiz.nl/bijeenkomst/771869/Politieke%20Avond%2012-05-2021.
52
Lijst met belangrijke contactmomenten Het in dit onderzoek bestudeerde dossier behelst de periode 2011 tot heden. Hoewel het dossier een langere doorlooptijd kent vanaf eind jaren 1980, is omwille van de opzet van dit onderzoek gefocust op de ontwikkelingen in de afgelopen tien jaar. Het in dit onderzoek bestudeerde dossier behelst de periode 2012 tot heden. In deze periode zijn een aantal contactmomenten door de betrokken stichting en eigenaar van recreatiepark Jacarja en betrokkenen vanuit de gemeente116 aangewezen als belangrijk voor het verloop van het dossier. De contactmomenten zijn hieronder op onderwerp weergegeven. Constatering van overtredingen en gedoogbeschikking I
I
In september 2011 doet de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland (VNOG) een handhavingsverzoek bij de gemeente in relatie tot de palletfabriek. De opslag van de pallets is volgens de VNOG brandgevaarlijk. Op 17 oktober 2011 voert een toezichthouder een controle uit op het bedrijf.117 Er worden op milieugronden overtredingen geconstateerd, er worden onvergunde bouwwerken aangetroffen en er worden stalplaatsen gebruikt die daarvoor niet zijn aangemerkt. Hoewel aanvankelijk wordt voorgesorteerd op handhaven,118 wordt na gesprekken tussen de gemeente (vertegenwoordigd door betrokken ambtenaren, de portefeuillehouder en de burgemeester) en de ondernemer op 26 april 2012 een gedoogbeschikking afgegeven. De gedoogbeschikking is geldig voor twee jaar en bevat voorwaardelijke maatregelen waar de ondernemer aan dient te voldoen.119 De bedoeling is om in deze periode het bestemmingsplan te wijzigen, zodat de situatie kan worden gelegaliseerd. Dit wordt als zodanig ook naar de ondernemer gecommuniceerd.120 Deze heeft aanvankelijk de verwachting dat legalisatie ook daadwerkelijk zal plaatsvinden. Gedurende het verloop van het dossier lijkt het tij echter te keren en ontstaat bij de ondernemer het gevoel dat de gemeente verwachtingen bij hem heeft gewekt die niet waar te maken waren.
Verplaatsingsonderzoek I
In 2014 heeft de gemeente een ontwerp-bestemmingsplan opgesteld voor het Tonselse Veld, waaronder de Haspel en het perceel waar de palletfabriek is gevestigd. In het ontwerp zijn ook de gevestigde bedrijven meegenomen. Wanneer de gemeente het ontwerp voorlegt aan de provincie, geeft de provincie aan niet overtuigd te zijn dat er voor deze bedrijven geen andere mogelijkheden dan handhaving of uitbreiding op de bestaande locatie zijn. De provincie vraagt de gemeente onderzoek te laten doen naar de mogelijkheden voor verplaatsing van de bedrijven. Afgesproken wordt dat de betreffende ondernemers door de gemeente worden gevraagd om een haalbaarheidsstudie te laten uitvoeren. Hierover worden op een ander moment afspraken gemaakt tussen gemeenten en provincie.121 Als een onderzoek niet voldoende resultaten oplevert dan accepteert de provincie handhaving van de huidige bedrijven en planologische inpassing, zo geeft zij aan. De percelen waar de
116 In interviews met raadsleden en ambtenaren. 117 Gemeente Ermelo (17-10-2011) - Controle rapport toezichthouder. 118 Gemeente Ermelo (17-11-2011) - College voorstel handhaving Ten Hove; Raadsman Palletfabriek (22-02-2012) - Vooraankondiging last onder dwangsom. 119 Gemeente Ermelo (26-04-2012) - Gedoogbeschikking pallets op Haspel 99-101. 120 Gemeente Ermelo (23 mei 2012) - Principetoezegging, 12053695 (case 2012-04878). 121 Gemeente Ermelo (21 november 2016) - Mailwisseling tussen medewerker ruimtelijke ontwikkeling en provincie Gelderland.
53
I
I
I
I
bedrijven zijn gevestigd worden niet in het bestemmingsplan opgenomen. Hier komt een apart bestemmingsplan voor.122 Uit gesprekken blijkt dat dit ook met de ondernemer wordt gecommuniceerd. Het uitvoeren van het verplaatsingsonderzoek laat lange tijd op zich wachten. In de periode 2014-2016 doet de raadsman van de ondernemer blijkens gesprekken verschillende verzoeken aan de gemeente om hierover in gesprek te gaan of informatie over het onderzoek te delen. In 2016 laat de ondernemer bij gebrek aan voortgang zelf de haalbaarheid van verplaatsing onderzoeken door een externe partij. Wanneer de rapportage van die partij met de gemeente wordt gedeeld, gaat de ondernemer hier eenmalig het gesprek over aan met de portefeuillehouder en betrokken ambtenaren. De gemeente laat echter lange tijd na om een inhoudelijke reactie te geven.123 Bij de ondernemer ontstaat het gevoel dat de gemeente zijn bedrijf ten onrechte benadeelt, terwijl de gemeente ten opzichte van andere bedrijven wel een constructieve houding lijkt te hebben. In herhaaldelijke gesprekken met de ondernemer geeft de gemeente bij monde van ambtenaren en het college echter aan dat er nog steeds zicht is op legalisatie. In latere gesprekken laat het college weten dat de haalbaarheidsstudie niet toereikend was, maar voor de ondernemer is niet duidelijk op welke grond die conclusie is getrokken.
Uit documentatie komt naar voren dat de gemeente verandert van standpunt over wie het verplaatsingsonderzoek zou moeten uitvoeren. Waar in beantwoording op raadsvragen in 2017 door het college wordt aangegeven dat de ondernemers zelf een haalbaarheidsstudie moeten laten verrichten, conform de eerder gemaakte afspraak met de provincie,124 wordt in de eindrapportage van het uiteindelijke onderzoek aangegeven dat na het maken van afspraken over de kaders tussen gemeente en provincie de gemeente het onderzoek heeft laten uitvoeren.125 In 2019 laat het college een verkenning uitvoeren naar de mogelijke scenario's betreffende verplaatsing van de bedrijvigheid aan de Haspel. Op 7 november 2019 doet de stichting WRBT een Wob-verzoek waarin alle informatie en documentatie betreffende deze verkenning wordt opgevraagd.126 Nadat het college aangeeft meer tijd nodig te hebben om de stukken te verzamelen en de stichting het college in gebreke stelt, ontvangt de stichting op 22 januari 2020 de gevraagde informatie en documentatie.127 Omdat veel informatie is zwartgelakt, naar de mening van de stichting zonder goede motivering, dient de stichting op 16 februari 2020 een bezwaarschrift in, wat op 23 april 2020 in de bezwaarschriftencommissie wordt besproken.
Deze adviseert het college het bezwaar gegrond te verklaren en de motivering voor het niet verstrekken van bepaalde informatie aan te vullen of te corrigeren. Omdat een reactie van het college uitblijft, stelt de stichting WRBT het college opnieuw in gebreke op 21 juli 2020. Op 4 augustus besluit het college inderdaad de motivering aan te vullen.128 Begin 2021 is het verplaatsingsonderzoek naar de bedrijvigheid aan de Haspelstrook afgerond. Blijkens gesprekken informeert het college de ondernemer en de stichting WRBT
122 Gemeente Ermelo (25 juni 2014) - Memo t.b.v. bestuurlijk overleg met provincie Gelderland 3 juli 2014. 123 Mailwisseling raadsman ondernemer en gemeente Ermelo, periode 2014-2018. 124 Gemeente Ermelo (30 augustus 2017) - Beantwoording raadsvragen BBE. 125 Gemeente Ermelo (3 december 2020) - Eindrapportage verplaatsingsonderzoek Haspelstrook, p. 5. 126 Stichting WRBT (7 november 2019) - Wob-verzoek inzake verkenning Haspelstrook. 127 Gemeente Ermelo (22 januari 2020). Besluit Wob-verzoek, zaaknummer 02330000016006. 128 Stichting WRBT (geen datering). Dossier haalbaarheidsonderzoek Haspelstrook, https://wrbt.nl/dossier/haalbaarheidsonderzoekhaspelstrook/.
54
I
I
hier in april 2021 over. Op 12 mei 2021 wordt het onderzoek als bespreekstuk tijdens een politieke avond van de gemeenteraad behandeld. Hierbij spreekt de stichting WRBT ook in naar aanleiding van een door haar ingezonden stuk met 35 vragen.129 Uit gesprekken komt naar voren dat de gemeenteraad hierbij niet inhoudelijk ingaat op de inbreng van de stichting. Hierdoor krijgt de stichting het gevoel dat de gemeenteraad op de hand van de ondernemer is en niet wil luisteren naar de argumenten die de stichting aandraagt. Vanuit de gemeenteraad wordt aangegeven dat de stichting redelijkerwijs niet had hoeven verwachten dat de raad deze vragen tijdens een politieke avond met een beeldvormend karakter allemaal zou behandelen. Op 26 mei 2021 wordt het onderzoek als hamerstuk in de gemeenteraad behandeld en aangenomen.130 De gemeente erkent dat het feit dat het zo lang geduurd heeft voor er een definitieve en openbare versie werd vastgesteld een sterk negatieve impact heeft gehad op het dossier en de relatie met betrokkenen. De gemeente geeft wel aan dat zij zowel met de ondernemer als met de stichting WRBT gedurende het verloop van het dossier steeds in gesprek is gegaan en dat belangen van zowel ondernemer als omwonenden zijn meegewogen in de overwegingen voorafgaande aan besluitvorming.
Uit gevoerde gesprekken komt naar voren dat zowel de stichting WRBT als de ondernemer zeer kritisch is op het handelen van de gemeente in dit dossier en dat er zelfs sprake is van wantrouwen richting de gemeente. Er is met name kritiek op de lange doorlooptijd van het dossier, waarbij wordt aangegeven dat dit is veroorzaakt doordat de gemeente langere tijd het nemen van beslissingen uitstelde. De lange doorlooptijd van het dossier heeft volgens de ondernemer geresulteerd in veel ongewenste negatieve publieke aandacht voor zijn bedrijf en heeft in plaats van tot legalisatie geleid tot het verbeuren van dwangsommen. Zowel de stichting WRBT als de ondernemer geeft aan dat de lange doorlooptijd gepaard gaat met een hoge mate van verloop in de gemeentelijke organisatie, waardoor geen lange termijn dossierkennis lijkt te worden opgebouwd en betrokkenen steeds met nieuwe gemeentelijke dossierhouders te maken hebben.
Handhavingsverzoeken en juridische procedures I
Op 2 februari 2017 dienen drie omwonenden van de palletfabriek een verzoek in bij het college om te gaan handhaven op de palletfabriek vanwege onder meer de illegale bebouwing en palletopslag.131 Vijf maanden later, op 4 juli 2017, besluit het college op het handhavingsverzoek. Hierbij wordt het verzoek ten aanzien van de illegale bebouwing en palletopslag niet-ontvankelijk verklaard, omdat er zicht is op legalisatie.132 Tegen het besluit wordt op 23 augustus door een omwonende bezwaar ingediend, wat op 12 oktober 2017 in de bezwaarschriftencommissie wordt behandeld. Deze geeft aan dat er geen concreet zicht is op legalisatie en adviseert het bezwaar gegrond te verklaren. Het college geeft op 13 december 2017 aan het besluit van 4 juli toch in stand te laten, omdat er vanwege aanvragen voor omgevingsvergunningen wel zicht is op legalisatie.133
129 Gemeente Ermelo (12 mei 2021) - Politieke avond: https://ermelo.raadsinformatie.nl/bijeenkomst/771869/Politieke%20Avond%201205-2021. 130 Gemeenteraad Ermelo (26 mei 2021). Politieke Avond, https://ermelo.notubiz.nl/bijeenkomst/771871/Politieke%20Avond%2026-052021. 131 Omwonenden palletfabriek (02-02-2017). Verzoek tot handhaving Haspel 101 Ermelo. 132 Gemeente Ermelo (04-07-2017). Besluit op handhavingsverzoek. 133 Gemeente Ermelo (13-12-2017). Beslissing op bezwaar.
55
I
I
I
I
Tegen het besluit van het college gaat de omwonende in beroep bij de rechtbank. Deze verklaart op 23 juli 2018 het beroep gegrond en vernietigt het eerder genomen besluit van het college.134 Vervolgens neemt het college op 26 oktober 2018 een hernieuwd besluit om het bezwaar ongegrond te verklaren, nu met het argument dat het onevenredig zou zijn tot handhaving over te gaan zo lang het verplaatsingsonderzoek naar de palletfabriek nog niet is voltooid.135 Hierna gaat de omwonende in beroep bij de Raad van State. Op 17 juli 2019 spreekt deze uit dat het beroep van de omwonende gegrond wordt verklaard en vernietigt deze het besluit van het college van 26 oktober 2018.136 Op 22 oktober 2019 besluit het college opnieuw om het bezwaar van de omwonende ongegrond te verklaren, om reden dat handhaving zou leiden tot verstoring van het verplaatsingsonderzoek.137 De omwonende gaat vervolgens opnieuw in beroep bij de Raad van State. Deze spreekt op 6 januari 2021 uit dat het beroep gegrond wordt verklaard, dat het college een nieuw besluit moet nemen en dat het college voor elke week waarbij het in gebreke blijft om het voorgaande te doen, een dwangsom dient te verbeuren.
De Raad van State is van oordeel dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden waardoor het college niet zou hoeven handhaven.138 Op 11 juni 2020 dient de stichting WRBT een handhavingsverzoek in bij het college.139 Hierna legt het college na een vooraankondiging een last onder dwangsom op aan de palletfabriek om onder andere de palletopslag terug te brengen tot 2850 vierkante meter.140 De stichting WRBT heeft de ervaring dat de gemeente onvoldoende oog heeft voor de belangen van omwonenden in het gebied, terwijl de gemeente volgens de stichting wel oog heeft voor de belangen van de ondernemer. Wanneer handhavingsverzoeken worden ingediend en door de gemeente worden afgewezen, houdt de gemeente er volgens de stichting een slecht navolgbare argumentatie op na die ook bij de rechter onderuit is gehaald. De stichting heeft ook de beleving dat ambtenaren en het college wel steeds het gesprek aan willen gaan met de ondernemer en jegens hem allerlei toezeggingen doen, maar dat de gemeente in het gesprek met inwoners een afhoudende houding inneemt.
Politiek-bestuurlijk samenspel De ontwikkeling van een dossier is niet alleen afhankelijk van de relatie tussen de gemeente en (in dit geval) de betrokken ondernemer en belangengroep, maar hangt ook samen met het samenspel tussen ambtenaren, college en gemeenteraad. Ten aanzien van dit dossier zijn uit documentatie en gesprekken met betrokkenen verschillende bevindingen gedaan die hieronder samengevat worden weergegeven. I
Uit gesprekken komt naar voren dat de inhoudelijk bij het dossier betrokken beleidsmedewerkers in eerste instantie contactpersoon waren voor de ondernemer en stichting WRBT. In de communicatie met hen stond centraal dat de gedeelde informatie juridisch kloppend, maar ook begrijpelijk moest zijn. Wanneer er sprake was van knelpunten
134 Rechtbank Gelderland (23-07-2018). Uitspraak beroep. 135 Gemeente Ermelo (26-10-2018). Beslissing op bezwaar. 136 Raad van State (17-07-2019). Uitspraak hoger beroep. 137 Gemeente Ermelo (22-10-2019). Beslissing op bezwaar. 138 Raad van State (06-01-2021). Uitspraak hoger beroep. 139 Stichting WRBT (11-06-2020). Verzoek tot handhaving palletopslag. 140 Gemeente Ermelo (02-11-2020). Herstelbesluit opleggen last onder dwangsom pallets tot 2850 m2.
56
I
I
I
I
I
in de communicatie, kon daarover worden overlegd met de toenmalige burgemeester en betrokken wethouder en indien nodig ook met medewerkers communicatie. In overleggen tussen ambtenaren en bestuurders was blijkens gesprekken duidelijk dat het college sterk op de lijn van legalisatie voor het bedrijf zat. In gesprekken wordt dit geïllustreerd met voorbeelden waarin er een ambtelijk advies tot handhaving werd gedaan en het toenmalig college op basis van haar bevoegdheid anders besloot. Net zoals in andere handhavingstrajecten, stond in het dossier de juridische basis voor de gemeente centraal in besluitvorming. Deze lijn werd ook vastgehouden in de communicatie met de ondernemer en in de informatievoorziening aan de raad door middel van memo's of beantwoording van raadsvragen.141 Doordat er echter werd gekozen voor een lijn waarin het traject richting legalisatie parallel verliep aan handhaving, ontstond een onduidelijke situatie voor ondernemer en inwoners. Achteraf had hier volgens gesprekspartners een andere lijn in kunnen worden gekozen. Betrokkenen vinden het lastig te verklaren waarom het verplaatsingsonderzoek zo lang op zich heeft laten wachten en of hierin een tekortkoming in het ambtelijk-bestuurlijk samenspel is aan te wijzen.
Verschillende mogelijke verklaringen worden genoemd, waaronder de krappe capaciteit van de gemeente op het gebied van ruimtelijke ordening, maar ook de mogelijkheid dat het college het dossier te complex vond om zich aan te branden. Raadsleden geven aan dat de dossiers Tomassen Duck-To en Ten Hove zijn ingebed in een breder vraagstuk over de inrichting van het omliggende gebied. De focus op de details in deze dossiers belet zowel de raad als het college om een visie te ontwikkelen over hoe het gebied zich op langere termijn dient te ontwikkelen. Hoewel besluitvorming waar dat nodig is steeds wordt voorgelegd aan de raad, heeft het college het primaat in het bepalen van de lijn die de gemeente kiest. Bestuurders nemen daardoor de vrijheid om beslissingen te nemen en de raad heeft dan het gevoel buitenspel te staan. De raad heeft in het dossier tegelijkertijd niet het initiatief genomen om de regie naar zich toe te trekken. Daarnaast geven raadsleden aan dat inhoudelijke informatie over het dossier wel werd gedeeld in het vertrouwelijke fractievoorzittersoverleg, maar dat deze informatie vanwege het vertrouwelijke karakter niet werd gedeeld met andere raadsleden. Dit gold ook voor andere dossiers waarbij handhaving een rol speelde. Doordat informatie niet altijd inzichtelijk was, had de raad moeite om grip te krijgen op het dossier.
Ter ondersteuning is op een gegeven moment ook een extern adviseur benaderd om de raad te informeren over de juridische kaders.
6.2. Analyse Balans tussen handhaving en legalisering In dit dossier zijn er tegengestelde belangen: een ondernemer die zijn bedrijf uitbreidde en graag legalisatie van de uitbreiding wil, en een groep omwonenden die omwille van de door hen ervaren overlast en veiligheid in de buurt graag zien dat het bedrijf terugkeert naar de omvang van 1987. De gemeente heeft hierbij van het begin af aan ingezet op legalisering van de bestaande situatie en heeft deze insteek ook na juridische procedures lange tijd volgehouden. Na het handhavingsverzoek
141 Gemeente Ermelo (17 september 2019) - Informatiememo Verkenning toekomstscenario's Haspelstrook en handhaving pallet- en timmerfabriek; Gemeente Ermelo (30 april 2020) - Informatiememo raadsvragen CDA haalbaarheidsstudie Haspel; Gemeente Ermelo (17 augustus 2020) - Informatiememo raad inzake dossier Haspel.
57
van de stichting WRBT in de zomer van 2020 en de uitspraak van de Raad van State begin 2021, is het college toch overgegaan tot handhaving, in weerwil van wat eerder was besproken met de ondernemer. Net als bij het dossier Tomassen Duck-To heeft het gepaard gaan van handhaving en legalisering volgens de betrokken inwoners en ondernemer uiteindelijk geleid tot een situatie die ongewenst is voor alle partijen: er is blijvende overlast voor omwonenden, en de ondernemer loopt zowel materiële als immateriële (reputatie)schade op door respectievelijk dwangsommen die de gemeente liever niet zou willen opleggen en berichtgeving in de media. Belang van ondernemer versus het belang van omwonenden De stichting WRBT rekent het de gemeente aan dat zij het belang van de ondernemer in dit geval voortrekt, en dat dit tegenstrijdig is aan wat de gemeente beweert: dat zij de belangen van de omwonenden en de ondernemer goed afweegt. De beeldvorming dat de gemeente meer coulance toont richting de ondernemer, valt te verklaren uit een aantal zaken. Zo spannen ambtenaren en het college zich lange tijd in om te zorgen voor legalisering in het dossier, ook in weerwil van juridische uitspraken.
Daarnaast wordt handhavend optreden op strijdige situaties met het vigerende bestemmingsplan meerdere malen uitgesteld of zelfs van de baan geschoven, ook nadat omwonenden hierom verzoeken en door de bezwaarschriftencommissie of de rechter in het gelijk worden gesteld. Uiteindelijk worden omwonenden door de Raad van State in het gelijk gesteld, waarna het college alsnog handhavend op moet treden. Lange doorlooptijd van het dossier In het dossier zijn er vaak lange doorlooptijden van procedures zoals vergunningaanvragen en handhavingsverzoeken. De tijd tussen het indienen van een aanvraag of verzoek en de uiteindelijke beslissing van het college is vaak erg lang, wat door de stichting WRBT wordt gezien als traineren van het proces en het geven van langere tijd aan de ondernemer om legalisering rond te krijgen. Hoe langer de tijd voortduurt, hoe groter immers het zicht op legalisatie wordt. Daarnaast heeft het lange tijd uitblijven van een verplaatsingsonderzoek alsmede de juridische procedures geleid tot een volgens betrokkenen onnodig lange doorlooptijd van het dossier, wat volgens de stichting heeft geleid tot onnodig verlengen van (door hen ervaren) overlast en volgens de ondernemer heeft geleid tot ongewenste negatieve aandacht voor zijn bedrijf en onzekerheid, zowel zakelijk als privé.
Omwonenden en ondernemer voelen zich niet serieus genomen Uit gesprekken komt naar voren dat omwonenden, verenigd in de stichting WRBT, zich in dit dossier op verschillende momenten niet serieus genomen voelden door de gemeente. Voorbeelden zijn persoonlijke overleggen met collegeleden en ambtenaren, waarbij wel naar omwonenden werd geluisterd, maar zelden inhoudelijk werd gereageerd. Een ander voorbeeld is een recente vergadering van de gemeenteraad over het verplaatsingsonderzoek, waarbij na een inspraakreactie van de stichting geen aanvullende vragen werden gesteld. Waar de ondernemer aanvankelijk het gevoel had dat de gemeente hem op een constructieve wijze benaderde door het gesprek aan te gaan en afspraken te maken over legalisatie, ontstond gedurende het verloop van het dossier het gevoel dat de gemeente bewust beslissingen voor zich uitschoof en de ondernemer hiermee benadeelde.
6.3. Toetsing aan de normen In deze paragraaf worden de bevindingen uit het dossier getoetst aan het normenkader en worden er deelconclusies op dossierniveau geformuleerd.
58
Toetsing normen Hieronder wordt steeds in de linker kolom van de tabel de norm vermeld, en wordt in de rechter kolom aangegeven in hoeverre de gemeente aan deze norm heeft voldaan. Norm
Toetsing
Open en duidelijk Transparant De overheid is in haar handelen open en voorspelbaar, zodat het voor de burger duidelijk is waarom de overheid bepaalde dingen doet.
Goede informatievoorziening De overheid zorgt ervoor dat de burger de juiste informatie krijgt en dat deze informatie klopt en volledig en duidelijk is. Zij verstrekt niet alleen informatie als de burger erom vraagt, maar ook uit zichzelf.
Luisteren naar de burger De overheid luistert actief naar de burger, zodat deze zich gehoord en gezien voelt.
Goede motivering
In dit dossier heeft het college steeds middels schriftelijke middelen informatie verstrekt aan de ondernemer en de stichting WRBT over besluitvorming van het college met betrekking tot toezicht en handhaving. Hoewel de argumentatie van het college in schriftelijke documentatie wel te traceren is, verandert de argumentatie om niet te handhaven verschillende keren. Dit maakt het handelen van het college voor zowel de ondernemer als de stichting niet navolgbaar en inzichtelijk. Dat geldt ook zeker voor het lange tijd uitblijven van het verplaatsingsonderzoek (al heeft de provincie hier ook een rol in gehad). Het college heeft op diverse momenten (bijvoorbeeld bij toezicht en handhaving) op eigen initiatief richting de ondernemer proactief informatie gedeeld. Tegelijkertijd komt uit gesprekken en documentatie terug dat het vaak de ondernemer en de stichting WRBT zijn die de gemeente verzoeken om informatie, voordat informatie wordt gedeeld. De factor 'tijd' speelt hierin ook een rol. Waar de ondernemer en de stichting steeds op korte termijn een vervolg verwachten, laat gemeentelijk handelen vaak lang op zich wachten. Hoewel er zowel met de ondernemer als met omwonenden verschillende gesprekken zijn gevoerd gedurende het verloop van het dossier, voelt zowel de ondernemer als de stichting WRBT zich onvoldoende meegenomen en gehoord door de gemeente in haar handelen.
Zowel de ondernemer als de stichting geeft aan dat het college en/of ambtenaren op bepaalde momenten niet het gesprek aangingen of afhoudend reageerden op verzoeken om informatie. De stichting noemt als voorbeeld dat het college richting bepaalde omwonenden aangaf dat zij in de ogen van de gemeente geen belanghebbende waren, omdat zij net een paar meter te ver van het bedrijf af woonden. In zowel de gedoogbeschikking als bij collegebesluiten omtrent het al dan niet
59
De overheid legt haar handelen en haar besluiten duidelijk aan de burger uit. Daarbij geeft zij aan op welke wettelijke bepalingen de handeling of het besluit is gebaseerd, van welke feiten zij is uitgegaan en hoe zij rekening heeft gehouden met de belangen van de burgers. Deze motivering moet voor de burger begrijpelijk zijn.
handhaven geeft het college steeds weer welke wet- en regelgeving van toepassing is. Tegelijkertijd wordt de motivering van het college voor zijn handelen voor de stichting lastig navolgbaar nadat de gemeente haar argumentatie voor het niet handhaven verandert. Voor zowel de stichting als de ondernemer was het daarnaast niet duidelijk waarom de uitslag van het verplaatsingsonderzoek zo lang op zich liet wachten.
Respectvol
Bevorderen van actieve deelname door de burger De overheid betrekt de burger zoveel mogelijk actief bij haar handelen.
........... . Fatsoenlijke bejegening De overheid respecteert de burger, behandelt hem fatsoenlijk en is hulpvaardig.
Fair play De overheid geeft de burger de mogelijkheid om zijn procedurele kansen te benutten en zorgt daarbij voor een eerlijke gang van zaken.
Zowel de stichting WRBT als de ondernemer voelt zich in dit dossier onvoldoende meegenomen door het college en ambtenaren, ondanks het feit dat met name met de ondernemer regelmatig gesprekken zijn gevoerd over mogelijke legalisatie van de situatie. Over het algemeen kan gezegd worden dat de gemeente, en dan met name het college, zich weinig actief heeft opgesteld in dit dossier in het betrekken van externen (en zeker de stichting WRBT). Van proactieve communicatie was nauwelijks sprake. Gemeentelijke ambtenaren hebben zich richting Z()„el de ondernemer alsde stichting WRBT respectvol opgesteld. Tegelijkertijd ervaren zowel de ondernemer als omwonenden dat de gemeente in brede zin zich vaak stug opstelde en niet openstond voor hun argumentatie. In het geval van de ondernemer kwam dit met name naar voren in de correspondentie over het haalbaarheidsonderzoek in de periode 2017-2020, en in het geval van de WRBT kwam dit naar voren tijdens gesprekken met het college en de raad. Zowel de ondernemer als de stichting WRBT heeft op verschillende momenten, zowel binnenskamers als in het openbaar, gelegenheid gekregen om zijn standpunt en bijbehorende feiten naar voren te brengen. Tegelijkertijd hebben beide het gevoel dat het college een eigen koers voer en weinig ruimte bood voor hun perspectief.
In schriftelijke communicatie over besluiten door het college werden geadresseerden altijd gewezen op de mogelijkheid om een bezwaar of beroep in te dienen. Volgens de stichting WRBT heeft de gemeente onevenredig gehandeld in het dossier door
60
De overheid kiest om haar doel te bereiken een middel dat niet onnodig ingrijpt in het leven van de burger en dat in evenredige verhouding staat tot dat doel.
meer oog te hebben voor de ondernemer dan voor de leefbaarheid en veiligheid in de buurt. De ondernemer geeft op zijn beurt aan dat zijn bedrijf veel materiële en immateriële (beeldvorming) schade heeft opgelopen door de lange doorlooptijd van het dossier.